Tag: grondwet

  • Voet aan de grond voor extreemrechts in Spanje

    Voet aan de grond voor extreemrechts in Spanje

    Alleen Ierland en Portugal weten zich voorlopig gevrijwaard van de opmars van rechts-populisme in Europa, nu extreemrechts met Vox voor het eerst in decennia voet aan de grond in Spanje heeft gekregen.

    Veertig jaar nadat in Spanje 
de Grondwet werd ingevoerd heeft een extreemrechtse, nationalistische, centralistische, eurosceptische en anti-immigratiepartij twaalf zetels weten te bemachtigen tijdens de regioverkiezingen in Spanjes dichtstbevolkte autonome regio 
Andalusië, voorheen het bastion van 
de socialistische arbeiderspartij PSOE. Niet eerder lukte het een extreemrechtse beweging te worden gekozen in een regionaal parlement in Spanje.

    De partij volgt het spoor van andere Europese politieke bewegingen die zich kunnen vinden in de internationale alt-rightbeweging van Trump-ideoloog Steve Bannon. Daarbij horen het Rassemblement National van Marine Le Pen, de Lega Nord van 
Matteo Salvini en de Alternative für Deutschland. ‘Vox wordt meegesleurd in het populistisch momentum en dat levert de partij in ieder geval een hoop pure proteststemmen op. Ze hebben alleen geen bestuurservaring, zoals bijvoorbeeld de Lega in het noorden van Italië,’ zegt Jorge Palacio, als politicoloog verbonden aan de Universidad Rey Juan Carlos.

    Marine Le Pen was een van de eersten die Vox feliciteerden met de overwinning van de partij in Andalusië. In een tweet noemde ze Vox een ‘jonge en dynamische beweging’. Eigenlijk is het eerste grote succes van de extreemrechtse nationalisten te danken aan de Brexit op 23 juni 2016. Even leek het erop dat Marine Le Pen en Geert Wilders in 2017 de succesvolle vaandeldragers van extreemrechts zouden worden, maar beiden bleven halverwege steken en slaagden er niet in een radicaal andere wind te laten waaien.

    Taboes

    Dat lukte de Oostenrijkse 
Vrijheidspartij FPÖ wel in 2017, toen 
de naar rechts opgeschoven christen-democratische Volkspartij ÖVP van Sebastian Kurz een pact sloot met Heinz-Christian Strache. In Italië werd afgelopen voorjaar een tegennatuurlijk regeringspact gesloten door de extreemrechtse Lega van Matteo 
Salvini en de links-populistische Vijfsterrenbeweging van Luigi di Maio. Hoewel de populisten in Italië strikt genomen met Silvio Berlusconi de macht al grepen.

    Wat cultuur-maatschappelijke vraagstukken betreft (immigratie, angst voor verandering, het oproepen van een verleden waarin alles beter was) 
is de winst van Vox te vergelijken met wat er in andere Europese landen speelt. Toch is hun economische programma in grote lijnen traditioneel rechts. Evenals Spanje was Duitsland een van de landen waar extreemrechts geen voet aan de grond kreeg. Het 
verleden drukte zwaar op het land en een partij die rechtser was dan de CSU, een Beierse christen-democratische partij, gelieerd aan de CDU, was onmogelijk.

    De legendarische partijleider Franz-Josef Strauss verwoordde het zo: ‘Een rechtsere partij dan de Unie kan 
in Duitsland niet worden getolereerd.’ Met de komst van de AfD zijn die taboes verdwenen. De eerste keer dat de partij in september 2013 aan de landelijke verkiezingen deelnam, kreeg ze iets minder dan 5 procent van de stemmen. Vier jaar later komt ze met 92 zetels (12,7 procent) in de Bondsdag. Omdat Merkels CDU, de CSU en de SPD samen een coalitie vormen, is de rechts-populistische AfD de belangrijkste oppositiepartij.

    Afgelopen oktober deed AfD mee aan 
de verkiezingen in de twee deelstaten waar de partij nog geen zetel had: 
Beieren en Hesse. De CDU en de CSU verloren zo veel stemmen dat Merkel besloot zich op het partijcongres niet meer kandidaat te stellen als politiek leider van haar partij. ‘Vox en AfD gebruiken hetzelfde discours vol ogenschijnlijk coherente 
verhalen waarmee ze pretenderen de cultureel-maatschappelijke problemen te begrijpen.

    Samen zullen extreemrechtse partijen een belangrijk deel van 
de agenda bepalen

    Nog een overeenkomst tussen beide partijen is dat ze zich de nationale identiteit toe-eigenen en 
de rol van politieke vernieuwers aannemen,’ zegt Franco Delle Donne, coauteur van Faktor AfD. 
Wanneer extreemrechtse partijen de politieke arena betreden, staan hun tegenstanders voor een dilemma. Of 
ze bouwen een cordon sanitaire om zo’n partij heen omdat ze in hun ogen ondemocratisch is, bijvoorbeeld omdat ze een pro-naziverleden hebben (zoals bij de Zweedse Democraten) of ze werken samen, vaak met de bedoeling om de politieke ideeën van de partij af te zwakken of om te voorkomen dat ze zichzelf als slachtoffer presenteren.

    Wat ook vaak gebeurt, is dat andere partijen, of de extreemrechtse partijen nu worden buitengesloten of niet, besmet raken door hun discours en een deel van hun agenda overnemen. Dat 
is een gevaarlijk spel. Wie zich op hun terrein begeeft, zal uiteindelijk hun discours meer gewicht geven.

    Het succes van Vox hangt nauw samen met het verlies van de traditionele 
partijen. In de meeste landen in Europa hebben grote politieke partijen zoals de volkspartijen in Duitsland iets meer dan 40 procent van de stemmen, terwijl ze in de jaren negentig samen 
op 80 procent van de stemmen konden rekenen. In Duitsland wordt het cordon sanitaire strikt toegepast, bondskanselier Merkel wijst elk pact van 
de CDU, de CSU met de AfD resoluut af. De AfD zit in geen enkel deelstaatparlement. En op lokaal niveau is de partij alleen in Saksen van betekenis.

    Het valt nog te bezien of Annegret Kramp-Karrenbauer, de opvolger 
van Merkel bij de CDU, haar lijn zal vasthouden.

    Vox-aanhangers demonstreren tegen de Catalaanse onafhankelijkheid en tegen premier Pedro Sánchez. – ©  Getty  Images
    Vox-aanhangers demonstreren tegen de Catalaanse onafhankelijkheid en tegen premier Pedro Sánchez. – © Getty Images

    ‘Welkom in de echte wereld,’ zegt Jimmie Akesson, de flamboyante voorman van de Zweedse Democraten, een populistische anti-immigratie- en eurosceptische partij die in de wieg van de welvaartsstaat is opgebloeid.

    Ook in Zweden heeft men een cordon sanitaire gelegd om de Zweedse Democraten, die een fikse winst 
wisten te boeken tijdens de laatste verkiezingen en de sleutel in handen hadden voor de terugkeer van rechts in het centrum van de macht. Maar de liberalen en de centrumpartij 
wilden de Zweedse Democraten zelfs niet als gedoogpartij en formeerden uiteindelijk een rood-groene regering. Ofschoon Jimmie Akesson zijn partij heeft vernieuwd, weegt voor velen in Zweden het naziverleden van de partij te zwaar.

    Nadat in 2000 de Europese Unie fel ageerde tegen de regeringsdeelname van de FPÖ in Oostenrijk, regeren in Denemarken sinds 2001 diverse kabinetten met gedoogsteun van 
de Deense Volkspartij, wat een grote invloed heeft op de migratiepolitiek.

    In Noorwegen werd er in 2013 geëxperimenteerd met regeringsdeelname van extreemrechts. De conservatieven regeerden met de Progressieve Partij en deden dat nog een keer in 2017, al dalen ze nu in 
de peilingen. In Finland maakte de extreemrechtse partij sinds 2015 samen met twee andere partijen deel uit van een conservatief blok.

    Twee jaar later viel dat blok uiteen in twee facties. Timo Soini, voormalig leider van de Ware Finnen, bleef minister van Buitenlandse Zaken. Het is nog te vroeg om te weten of Vox evenveel succes zal hebben bij 
de landelijke verkiezingen, te verwachten is dat het de partij tijdens de Europese verkiezingen, net als in Andalusië, voor de wind gaat. Vox 
zal profiteren van het proportioneel kiesstelsel en meeliften met ervaren politiek leiders als Le Pen en Salvini. Samen zullen extreemrechtse 
partijen een belangrijk deel van de agenda bepalen.

    Auteur: Ana Alonso

    El Independiente.com
    Spanje | Elindependiente.com

    Spaanse website opgericht door voormalig directeur van het conservatieve dagblad El Mundo. Liberaal, streng en onafhankelijk, zoals de naam al doet vermoeden. Journalisten bezitten 51 procent van de aandelen van de site.

  • 5. Wie zijn de Franse moslims?

    5. Wie zijn de Franse moslims?

    En meer context bij het dossier.

    Hakim El Karoui.
    Hakim El Karoui.

    De Macronfluisteraar

    ‘Wie de hervorming van de islam die de Franse president voor het eerste semester van 2018 heeft aangekondigd misschien vaag vindt, richt zijn blik op Hakim El Karoui’, schrijft The Washington Post. Volgens deze krant, die jongstleden april een portret aan hem wijdde, is de voormalige investeringsbankier van Rothschild ‘het voorbeeld waardoor Macron zich laat inspireren om de moslimtradities met de Franse waarden te verenigen’. Als elitesymbool en vertrouweling van de president wordt El Karoui bekritiseerd door Franse vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap, die hem verwijten dat hij is losgezongen van de dagelijkse realiteit van de islam, aldus de Amerikaanse krant.

    ‘Snelkookpan van gemeenschappen’

    Wie vandaag de dag schrijft over de islam in Frankrijk, over zaken als de sluier van zangeres Mennel of de aanhouding van islamoloog Tariq Ramadan, stelt zich bloot aan ‘een stortvloed van e-mails en beledigingen’, meldt Richard Werly, de Parijse correspondent van de Zwitserse krant Le Temps. ‘In de snelkookpan van gemeenschappen die Frankrijk is’, schrijft Werly, verwijt men de journalist zijn ‘geveinsde onnozelheid’, en zijn er ook mensen die hun uitlatingen niet gedrukt willen zien uit vrees dat er een ‘karikatuur’ van wordt gemaakt. ‘Hoe moet dit seculiere Frankrijk dat verteerd wordt door een voorliefde voor banvloeken een “trotse” toekomst creëren voor deze miljoenen “islamitische Galliërs”, een uitdrukking die ik hoorde toen ik onderzoek deed naar Tariq Ramadan?’ vraagt de journalist zich af, die daarin de kern ziet van het Franse probleem: ‘Frankrijk wordt getraumatiseerd door de islam doordat een deel van de bevolking geen “trotse” islam wil in het republikeinse bestel.’

    Wie zijn de moslims in Frankrijk?

    Vorige maand vroeg de Franstalige Algerijnse krant El-Watan zich af hoeveel moslims er in Frankrijk woonden en waar ze vandaan kwamen. Aangezien de geloofsovertuiging uit de Franse statistieken is verbannen, is het moeilijk achter de juiste cijfers te komen, merkte de krant. ‘Vandaar de uit de losse pols verrichte schattingen van de aantallen moslims. Onrustzaaiers drijven dat aantal soms op tot 8 miljoen, om op die manier de brave burger schrik aan te jagen.’

    Het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat bemoeienissen heeft met de in Frankrijk voorkomende godsdiensten, gaat uit van een aantal tussen 4 en 5 miljoen – een ‘weinig wetenschappelijke vork’ volgens de krant. Die vertrouwt meer op de cijfers van het Franse wetenschappelijke Institut Montaigne, ‘dat in 2016 het aantal Fransen van vijftien jaar en ouder van het islamitische geloof schatte op 1,7 miljoen’.

    ‘Wat vaststaat’, aldus de krant, ‘is dat op historische koloniale gronden het grootste deel van de moslims in Frankrijk afkomstig is uit de Maghreb [Algerije, Marokko en Tunesië], gevolgd door de Sahellanden en landen bezuiden de Sahara.’


    DRIE POLEMIEKEN IN 2018

    1. Maryan Pugetoux
    Een gesluierde vakbondsvoorzitter

    De voorzitter van de studentenvakbond Unef van de Universiteit Paris-IV ‘heeft nooit een militante rol geambieerd’, schrijft The Washington Post. ‘Maar we zijn in Frankrijk, en Maryam Pougetoux is gesluierd op de nationale televisie verschenen.’ Het gevolg is dat de jonge vrouw sinds 12 mei jongstleden het middelpunt is van een polemiek over haar hidjab en een stortvloed aan politieke reacties heeft ontketend. ‘Volgens haar critici heeft Maryam Pougetoux zich schuldig gemaakt aan een misdrijf, namelijk schending van het nationale laïcité-credo’, schrijft de Amerikaanse krant, onder de kop: ‘Voor sommige Franse hoogwaardigheidsbekleders is de sluier zo’n bedreiging dat ze niet schromen een jonge vrouw hard aan te pakken’.

    2. Tariq Ramadan
    Een islamoloog in conflict met justitie

    De Zwitserse islamprediker is afgelopen februari verhoord en in hechtenis genomen op verdenking van drie verkrachtingen. Zijn gevangenneming is hard aangekomen bij de Franse mosliminsituties, meldde destijds de Zwitserse krant Le Temps, die een woordvoerder van de moslimgemeenschap citeerde: ‘Dit is rampzalig. Ik zie niet in hoe Tariq Ramadan, hoe het uiteindelijke vonnis ook zal luiden, ooit weer het symbool van de islamitische trots en vernieuwing kan worden dat hij pretendeerde te zijn tijdens zijn openbare optredens.’

    800px tariq ramadan profile image

    3. Mennel Ibtissem
    Een afwijkende stem

    De zangeres Mennel, deelneemster aan de Franse versie van de talentenjacht The Voice, heeft van verdere deelname moeten afzien na een lawine van tweets in juli 2016, waarin de Franse staat rechtstreeks verantwoordelijk werd gesteld voor de aanslagen. ‘Het begon er allemaal mee dat ze gesluierd op het televisiescherm verscheen’, schreef destijds de Libanese krant Al-Modon. ‘In het geval van Mennel bleek haar uiterlijk belangrijker dan haar stem’, constateerde de verslaggever spijtig. Een andere journalist van Al-Modon noemde de solidariteitsbetuigingen aan het adres van Mennel ‘onbegrijpelijk’. Zeggen dat de jonge vrouw het slachtoffer was van racisme is ‘pure waanzin’. Hij voegde eraan toe: ‘Er is een algemene tendens bij Arabieren om in de slachtofferrol te kruipen.’

    mennel

    Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk: twee modellen

    Begin juni wijdde The New York Review of Books een lange beschouwing aan het verschil in behandeling van de islam in respectievelijk het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Voor het roemruchte Amerikaanse tijdschrift berust dat verschil op culturele en historische gronden. ‘Het Franse dirigisme en de Britse multiculturele inslag – en beider benadering van de integratie van immigranten – zijn het logische gevolg van de twee verschillende zienswijzen vanuit hun imperiale verleden (de beschavingsdrang van Frankrijk tegenover de losse teugel van de Britten). Een standpunt dat in het geval van Groot-Brittannië wordt geschraagd door het uitgangspunt van diversiteit dat voortvloeit uit de grondwet van het land.’

    Deze twee benaderingen zijn onderhevig aan kritiek aan weerszijden van Het Kanaal, schrijft het NYRB. ‘Tijdens de onlusten in de voorsteden in 2005, en vervolgens na de terreuraanslagen in januari 2015, wezen nogal wat Fransen op de keerzijde en de gevolgen van de politiek van doorgedreven integratie, die Noord-Afrikaanse immigranten ertoe dwong zich aan te passen aan alle aspecten van de Franse cultuur, met name de taal en de Republikeinse seculaire ideologie’, aldus het blad. ‘De Britten daarentegen stonden aan de diverse bevolkingsgroepen toe hun eigen onderscheiden karakteristieken te behouden, terwijl zij hen trachtten te verenigen rond symbolen als het parlement en het koningshuis.’

    Dat heeft terreuraanslagen op Britse bodem door islamitische daders niet kunnen voorkomen. ‘De aanslagen in Londen in 2005, met 52 dodelijke slachtoffers, hebben evenwel die optimistische benadering niet duurzaam aangetast. Daarbij moet worden opgemerkt dat het tijdsverloop van acht jaar tot de volgende jihadistische aanslag de Britten bovendien in staat stelde die gebeurtenis te beschouwen als een uitzonderlijk incident.’

    Als reactie op de demografische veranderingen en uit angst voor terrorisme heeft het Verenigd Koninkrijk heel openlijk de multiculturele samenleving afgezworen’

    Maar de afgelopen jaren is de Britse kijk op de zaken veranderd. ‘Als reactie op de demografische veranderingen en uit angst voor terrorisme heeft het Verenigd Koninkrijk onder David Cameron en meer recent onder Theresa May heel openlijk de multiculturele samenleving afgezworen – een ontwikkeling die eveneens kan hebben bijgedragen tot de neiging zich op zichzelf terug te trekken en met een zeer kleine meerderheid te stemmen voor Brexit.’

    Sindsdien, aldus het Amerikaanse blad, ‘berust de strijd tegen het extremisme op het aanprijzen van de zogeheten “Britse” waarden, zoals de democratie, de rechtsstaat, de individuele vrijheid en de tolerantie’, terwijl Frankrijk koos voor een steeds striktere secularisering, die het land te staan komt op een op zijn minst nogal onverwachte vergelijking in de NYRB: ‘Het in stelling brengen van een zeer doctrinaire secularisering in Frankrijk doet denken aan de wanhopige maatregelen in de seculaire republiek Turkije, eer die in handen viel van de nieuwe islamisten van Recep Tayyip Erdogan.’

  • 3. Is Frankrijk onverdraagzaam?

    3. Is Frankrijk onverdraagzaam?

    Twee maanden geleden heeft de Franse Raad van State de afwijzing bekrachtigd van de naturalisatieaanvraag van een jonge Algerijnse die weigerde een man een hand te geven. Een symbolische beslissing die tot verdeeldheid leidt.

    JA

    Overtreding van de wet

    De krant The National uit de Verenigde Arabische Emiraten is verontwaardigd over deze uitspraak en spreekt van een Frankrijk ‘dat een moslimvrouw vervolgt op grond van haar geloof’. Hisham Al-Zoubeir Hellyer schrijft in zijn artikel dat ‘het inburgeringsexamen alleen maar een truc is om een specifieke groep te stigmatiseren: de moslims’. Hij vindt deze beslissing discriminerend, omdat een Algerijnse man er geen enkel probleem mee zou hebben gehad de hand van een andere man te schudden en dus wel genaturaliseerd zou zijn. ‘Als de aanvraagster een Israëlische orthodoxe jodin zou zijn geweest, kun je je afvragen of ze op dezelfde manier zou zijn behandeld.’

    Volgens Hellyer duidt de weigering om iemand van het andere geslacht een hand te geven ‘misschien op een conservatieve, zo niet ultraconservatieve kijk [op de samenleving], maar dat mag geen beletsel vormen om Frans te worden’. Hij benadrukt de keuzevrijheid, die doorslaggevend zou moeten zijn in een samenleving als de Franse. ‘Sommige mensen kunnen ervoor kiezen om zich te laten zoenen, anderen om zich de hand te laten schudden en weer anderen om zich te laten omhelzen. In alle drie de gevallen is er sprake van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, maar het accepteren of verwerpen daarvan zou aan de individuele vrijheid van eenieder moeten worden overgelaten.’

    Hellyer denkt dat de oorspronkelijke nationaliteit van de aanvraagster ook een rol in deze beslissing heeft gespeeld: ‘Het koloniale verleden van Frankrijk in de vorige eeuw in Algerije heeft sporen nagelaten die in het huidige Frankrijk nog zichtbaar zijn.’

    NEE

    Kwestie van individuele vrijheid

    In een column getiteld ‘Waarom zou Frankrijk islamitische intolerantie moeten tolereren?’ ziet de correspondent van de conservatieve Britse krant The Spectator geen enkele aanwijzing voor islamofobe discriminatie. ‘Waarom zou een westers land een vrouw moeten opnemen die haar neus ophaalt voor een van zijn oudste vormen van beleefdheid?’ vraagt Gavin Mortimer, om vervolgens een direct verband te leggen met andere vormen van discriminatie: ‘Als het eenvoudige vooruitzicht een man een hand te moeten geven al onacceptabel voor haar is, is er gegronde reden haar ervan te verdenken dat ze ook niets opheeft met de rechten van homo’s en joden.’

    Mortimer citeert de slogans die op talrijke borden in de Franse straten prijken: ‘De Republiek treedt eenieder met open gezicht tegemoet.’ ‘Toch is er een klein aantal vrouwen dat de wet blijft overtreden door te weigeren hun gezicht te tonen’, aldus de columnist.

    Ter verdediging van zijn standpunt wijst hij op de Franse moslimgemeenschap als geheel, die volgens hem ‘het eerste slachtoffers van het extremisme’ is. ‘Deze miljoenen perfect geïntegreerde mannen en vrouwen worden dagelijks geconfronteerd met de intimidatie van islamisten die hen op ideologische gronden aanvallen.’ Als voorbeeld noemt de Britse journalist de sportwereld, waar het aantal jonge geradicaliseerden zou toenemen en vrouwen uit sommige sportverenigingen zouden worden geweerd ‘om de eenvoudige reden dat vrouwen niet welkom zijn in sportclubs die door islamisten zijn geïnfiltreerd’.

    Courrier International
    Frankrijk | weekblad | oplage 165.476

    De Franse 360. Sinds twintig jaar een begrip in de kiosk. Bijgenaamd het Pentagon van de journalistiek, omdat Courrier nauwlettend in de gaten houdt wat er over de hele wereld wordt geschreven door de media.

  • 2. Tekenen van een nationale identiteitscrisis

    2. Tekenen van een nationale identiteitscrisis

    Het in Tunis gevestigde digitale weekblad Meem heeft Tunesische onderzoekers en sociologen geïnterviewd om de ambivalente houding van de Franse samenleving tegenover de islam te analyseren.

    De gemiddelde Fransman staat sinds enige tijd vijandig tegenover moslims. Volgens sociologisch onderzoeker Abdessatar Sahbani is dat het gevolg van de ‘zware klappen’ die de Franse samenleving zijn toegebracht door de aanslagen waarbij talrijke onschuldige slachtoffers zijn gevallen. Om diezelfde reden, legt hij uit, ‘zijn de traditionele politieke partijen, die dit probleem niet hebben kunnen oplossen, weggevaagd’.

    Onderzoeker Sami Brahem daarentegen is van mening dat ‘Frankrijk een identiteitscrisis doormaakt omdat de consensus die het gevolg was van de wet van 1905, het fundament van het moderne Frankrijk, enkele vragen heeft opengelaten’. Hij vraagt zich af: ‘Betekent laïcité de scheiding tussen godsdienst en staat, of tussen godsdienst en het openbare leven? Verbiedt ze mensen om kleding te dragen waaruit hun godsdienstige overtuiging spreekt? Dat is de vraag die door de aanwezigheid van Fransen met uiteenlopende religieuze en culturele achtergronden wordt gesteld. Er is eerder sprake van een identiteitscrisis dan van een extremistische crisis, ook al bestaan er racistische antimoslimsentimenten.’

    ‘Het gebeurt maar zelden dat men in het Westen gesluierde vrouwen zelf aan het woord laat om een ander licht op de zaak te werpen’

    Dit extremisme laat zich verklaren, nog altijd volgens Brahem, door het grote aantal moslims. En daar komen de problemen in de Arabische en islamitische wereld nog bij, met name de Palestijnse kwestie. ‘De relatie tussen de islam en het Westen is van oudsher oververhit, al sinds de kruistochten,’ stelt hij. Daarom houdt de ontwikkeling van de islamofobie in Frankrijk volgens hem verband met ‘het westerse onderbewustzijn, dat de islam als bedreigend is gaan beschouwen. En het terrorisme heeft die angst aangewakkerd.’

    Wat de sluier betreft onderstreept Sami Brahem dat ‘de feministische bewegingen, niet alleen in het Westen maar zelfs in de Arabische wereld, van mening zijn dat die vernederend is voor de vrouw en haar reduceert tot haar fysieke dimensie. Het gebeurt maar zelden dat men in het Westen gesluierde vrouwen zelf aan het woord laat om een ander licht op de zaak te werpen.’ Terwijl deze polemiek de discussie over de moslims in Frankrijk weer aanwakkert, zijn veel betrokkenen van mening dat de oplossing ligt in het overwinnen van het minderwaardigheidscomplex door te mikken op opleiding en excellentie.

    ‘De uitdaging waarvoor Fransen van buitenlandse afkomst zich gesteld zien, is om zich Frans te voelen,’ legt Brahem uit. ‘Te meer omdat de meeste Fransen buitenlandse wortels hebben.’ Hij wil de derde en vierde generatie, die geen sterke band hebben met hun wortels, dan ook oproepen gebruik te maken van de rechten die de grondwet en het wetboek hun geven, maar ook om een goede opleiding te volgen en zich zodoende aan hun slachtoffercomplex te ontworstelen. ‘Islamitische wortels hoeven niet strijdig te zijn met Franse wortels. Afrekenen met een neerbuigende houding tegenover moslims is een strategische keus,’ besluit hij.

    Auteur: Aicha Garbi

    Meem
    Tunis | meemmagazine.net

    Dit Tunesische digitale tijdschrift is gespecialiseerd in de problematiek van vrouwen in de Arabische wereld. Het doel is hen aan het woord te laten maar ook om de samenlevingen aan te spreken waarin ze leven.

    Beeld: Winkelier in de arme Parijse immigrantenbuurt rond de Boulevard Barbes. – © Jonathan Alpeyrie / Polaris

  • 4. Eerst de grondwet erkennen

    4. Eerst de grondwet erkennen

    Voordat er van integratie sprake kan zijn moeten moslimorganisaties de grondwet erkennen en, zo schrijft Die Welt, hun houding ten aanzien van de Republiek ter discussie te stellen.

    De positie van de islam in Europa is omstreden. Sommigen – vooral toonaangevende politici in Duitsland – zeggen dat de islam, alleen al getalsmatig, deel uitmaakt van Europa. Volgens anderen geldt dat alleen voor seculiere moslims. In Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Nederland en ook de andere West-Europese landen is in de laatste vijftig jaar het aantal moslims, moskeeën en bijbehorende organisaties verveelvoudigd. Arbeidsmigratie en immigratie uit voormalige koloniën of van vluchtelingen stellen enorme eisen aan het integratievermogen van de ontvangende samenlevingen. De culturele integratie van met name de moslimmigranten is grotendeels mislukt. Parallelle samenlevingen en rechtssystemen, onderwijsachterstanden, hoge werkloosheid tot en met fundamentalisme en religieus gefundeerd terrorisme bepalen de agenda. De pogingen om de islamitische organisaties te betrekken in een maatschappelijke discussie blijven, zoals duidelijk werd aan de hand van de Duitse islamconferentie, in de aanzet steken. Vooral omdat het de vertegenwoordigers van de islam er in wezen slechts om te doen was dat hun groepsbelangen de maatschappelijke norm zouden worden. Er werd in alle ernst drie jaar lang gediscussieerd over de vraag of van islamitische organisaties mag worden verwacht dat ze de prioriteit van de grondwet boven de Koran, dus boven Alla’s wetten, als bindend erkennen.

    Nu heeft de Franse president Emmanuel Macron een nieuwe aanzet gegeven om de islam in Frankrijk te integreren. Hij wil nog dit jaar een plan presenteren dat ‘het fundament voor de volledig nieuwe inrichting van de islam in Frankrijk moet leggen’. In een interview met de Le Journal du Dimanche zei hij dat hij er op alle niveaus aan werkt ‘om opnieuw te ontdekken wat de kern van het secularisme uitmaakt: de mogelijkheid de gelegenheid te hebben om te geloven, maar ook om niet te geloven’. Het plan, waarvan de bijzonderheden nog niet zijn uitgewerkt, moet meerdere dingen regelen. De moslims moeten zich zo organiseren dat de staat een verantwoordelijke partner heeft die aangesproken kan worden. Macron wil een morele autoriteit instellen, zoiets als een ‘groot-imam’ voor Frankrijk. Deze moet, net als het door Napoleon georganiseerde Grand Sanhedrin, de Franse grondwet als bindend erkennen. Blijkbaar gaat de president ervan uit dat de moslims in Frankrijk in de Franse raad voor het islamitisch geloof vertegenwoordigd zijn.

    Invloed verminderen

    Eén probleem zal zijn dat in Frankrijk, net als in Duitsland, slechts een klein deel (ongeveer 10 procent) van de moslims is vertegenwoordigd in moskeeverenigingen. Ten tweede wil men ‘de invloed van Arabische landen verminderen’. Dat betekent dat een einde gemaakt moet worden aan de financiering van de moskeeën en koranscholen uit de Maghreb, Saoedi-Arabië of Turkije. Ook moeten de financiële zaken van de moskeeën – men gaat er blijkbaar van uit dat via de moskeeën een soort financiële zwarte markt wordt georganiseerd – transparant worden. Het financiële tekort moet dan via een ‘halal’-belasting, een belasting op islamconforme producten, gecompenseerd worden. Daarmee moet dan ook de imamopleiding in Frankrijk gefinancierd worden, zodat er niet, zoals in Duitsland, honderden imams vanuit het buitenland komen. Zulke plannen zijn hier theorie, want de moskeeverenigingen laten tot op heden de aan Duitse universiteiten opgeleide imams links liggen en engageren liever voorgangers uit Turkije of Saoedie-Arabië.

    Macrons plannen worden bij de Franse islamorganisaties enerzijds met instemming ontvangen, hun wordt immers maatschappelijke erkenning in het vooruitzicht gesteld, maar anderzijds wijzen ze invloed van de overheid op de imamopleiding resoluut af. Ook een mogelijke halalbelasting stuit op afwijzing. En de Franse islamorganisaties komen niet op het idee zichzelf of hun houding ten aanzien van de Republiek ter discussie te stellen en aan te zetten tot hervormingen.

    De Duitse politiek heeft – als we uitgaan van het regeerakkoord van de grote coalitie – geen plan hoe in de toekomst om te gaan met de Islam. De islamconferentie heeft een jaar geleden een laatste levensteken gegeven. Ook het initiatief van de CDU-politicus Jens Spahn, in dezelfde geest als Macrons plan, verdween een jaar geleden meteen weer in de vergetelheid. Of de Franse president succesvoller zal zijn, blijft afwachten.

    Auteur: Necla Kelek
    Vertaler: Piet Meeuse

    Die Welt
    Duitsland | dagblad | oplage 202.000

    In 1946 door de Britten opgericht in Hamburg als Duits equivalent van destijds quality newspaper The Times. Sinds 1953 conservatief vlaggenschip van Axel Springer. Op economisch gebied zeer uitgebreid, tevens aandacht voor toerisme en de huizenmarkt.

    Beeld: Mosims bij de Yahya-moskee in Saint-Etienne-du-Rouvray, Normandië, in juli 2016. Ze brachten een eerbetoon aan priester Jacques Hamel, die in dezelfde plaats werd vermoord door IS-aanhangers. – © François Mori / HH

  • Secularisme en islam, een ongelukkige combinatie?

    Secularisme en islam, een ongelukkige combinatie?

    Hoe kan een seculier land zich beschermen tegen gewelddadige ideeën die in naam van de islam worden gepredikt? Emmanuel Macron wil de godsdienst met zes miljoen aanhangers reorganiseren, maar dat is een contradictie. ‘Het is aan de moslims om het voortouw te nemen. Het is hun historische missie.’

    Keuze uit het archief

    Vorige week kondigde de Franse overheid een verbod af voor meisjes en vrouwen om op school een abaja te dragen, een besluit dat afgelopen donderdag door een hogere bestuursrechter werd bekrachtigd. De abaja werd niet als religieus gezien, tot eerder dit jaar. Dit besluit past binnen het patroon dat al jarenlang zichtbaar is in Frankrijk, een land waar de scheiding tussen kerk en staat – de zogeheten laïcité – hoog in het vaandel staat. Zo mogen middelbare scholieren in Frankrijk al sinds 2004 geen zichtbare religieuze symbolen dragen, zoals christelijke kruizen, joodse keppeltjes of islamitische hoofddoeken.

    Dit artikel van The Atlantic uit 2018 laat zien dat Frankrijk reeds tientallen jaren op zoek is naar de ideale manier om zich tot de islam te verhouden. Zo wil president Emmanuel Macron de godsdienst op seculiere leest schoeien en in overeenstemming brengen met de nationale waarden om zo radicalisme en terrorisme buiten de deur te houden. Volgens anderen is het echter beter om deze taak aan de moslims zelf uit te besteden, want ‘de staat kan zich niet bemoeien met religieus beleid of religieuze kwesties’.

    Toen de Franse president Emmanuel Macron vorige maand in een interview zei de islam in Frankrijk volledig te willen reorganiseren, kwam dat niet onverwacht. Hij beloofde immers vooral te zullen slagen waar zijn voorgangers hadden gefaald.

    Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw hebben opeenvolgende Franse regeringen geprobeerd een vorm van islam te creëren die typisch is voor Frankrijk, met het tweeledige doel de moslimminderheid in het land te laten integreren en islamistisch extremisme te bestrijden. Het ging erom een islam te ontwikkelen die zich conformeert aan de nationale waarden, met name het secularisme, en tegelijkertijd immuun is voor de radicale interpretaties die in sommige delen van de wereld vaste voet aan de grond hebben gekregen.

    Ironisch genoeg werd bij eerdere pogingen om een soort Franse islam te codificeren nauw samengewerkt met de landen van herkomst van Franse moslims, met name Marokko, Algerije en Turkije. In 2015 tekende de toenmalige president François Hollande bijvoorbeeld een akkoord met het koninkrijk Marokko om Franse imams naar een opleidingsinstituut in Rabat te sturen.

    Gematigd

    Het gevolg is een crisis op het gebied van vertegenwoordiging en legitimiteit. Bestaande, al dan niet aan de staat gelieerde organisaties vertegenwoordigen de uiteenlopende moslimgemeenschappen in Frankrijk niet. Dit ondermijnt de integratie van moslims in de samenleving als geheel en schept volgens de regering-Macron ruimte voor gevaarlijke ideologieën. Tegelijkertijd vinden veel moslims een poging om de islam van hogerhand te reguleren domesticerend en bevoogdend, vooral in het licht van Frankrijks twijfelachtige nalatenschap in de Arabische moslimwereld – een manier om de islam net zo lang te assimileren tot hij onzichtbaar wordt.

    Er is nog een reden waarom pogingen van staatswege met scepsis worden bezien. Het belangrijkste doel, dat zelden expliciet wordt verwoord en dikwijls wordt verhuld in retorische platitudes over sociale cohesie, is duidelijk: het bestrijden van radicalisering. ‘Er wordt altijd geïmpliceerd dat een Franse islam gematigd is, en tegen terrorisme,’ zegt Olivier Roy, islamgeleerde en hoogleraar aan het European University Institute in Florence. ‘Maar wat betekent gematigdheid in het geval van een religie?’

    De naar schatting zes miljoen Franse moslims – acht procent van de bevolking – vormen momenteel het middelpunt van een discussie over nationale identiteit in een land dat vasthoudt aan de laïcité, oftewel staatssecularisme, het uit 1905 daterende wetsbeginsel dat kerk en staat scheidt en bepaalt dat de staat neutraal tegenover religie dient te staan. In het recente verleden heeft deze discussie zich meer toegespitst op het bestrijden van islamistisch extremisme, en de aanslagen van afgelopen maart in de zuidelijke steden Carcassonne en Trèbes, gepleegd door een man van Marokkaanse origine die in 2004 is genaturaliseerd, hebben de publieke angst nog verder aangewakkerd.

    Sinds 2013 hebben minstens zeventienhonderd Franse staatsburgers zich aangesloten bij IS in Irak en Syrië; ook achter de aanslagen waarmee Frankrijk in 2015 en 2016 werd geconfronteerd zaten Franse staatsburgers. Maar de nationale angst over de verenigbaarheid van de islam met de Franse Republiek dateert al van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, toen immigranten die als gastarbeiders uit voormalige Franse koloniën waren gekomen (met name in Noord-Afrika) zich permanent in Frankrijk begonnen te vestigen. Die realiteit leidde tot een reeks pogingen van staatswege om de moslimintegratie te reguleren.

    ‘De moslimgemeenschap is vermoeid en teleurgesteld geraakt door een opeenvolging van belachelijke en vernederende voorstellen,’ zegt M’hammed Henniche, voorzitter van het Verbond van Moslim Associaties van Seine-Saint-Denis, een departement ten noordoosten van Parijs waar de moslims in de meerderheid zijn. Hij doelt op het beleid dat de Franse islam voortdurend met de Arabische wereld in verband brengt.

    De Franse Raad voor het Moslimgeloof, in 2003 opgericht door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy, is een illustratie van dat ongenoegen. Volgens een enquête uit 2016 weet nauwelijks een derde van de Franse moslims waar die raad voor staat, en een onevenredig groot aantal leiders ervan vertegenwoordigt groeperingen die gelieerd zijn aan Algerije, Marokko, Turkije, Saoedi-Arabië en Qatar. Andere organisaties onderhouden nauwe banden met Algerije, Marokko of de Moslimbroederschap.

    Toch is het geen verrassing dat de Franse overheid de institutionalisering van de islam heeft uitbesteed. ‘De staat kan zich niet bemoeien met religieus beleid of religieuze kwesties,’ zegt Roy. ‘Aan de andere kant is dat precies wat Franse regeringen al dertig jaar lang proberen te doen. Het hele plan is een volstrekte contradictie, waarbij een door en door seculiere staat een plan in elkaar flanst om zijn eigen nationale islam een plaats te geven.’

    Sommige van de gevaarlijkste imams zijn Frans, en preken in het Frans

    Hoewel het plan om de Franse islam te reorganiseren niet nieuw is, verschilt het initiatief van Macron zowel qua omstandigheden als zienswijze van eerdere pogingen. ‘Macron trad aan in 2015, vlak na een reeks terroristische aanslagen,’ zegt Bernard Godard, van 1997 tot 2014 als islamdeskundige verbonden aan het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘De publieke opinie ziet het organiseren van de islam als een veiligheidsnoodzaak die de zorgen van het land moet wegnemen. Maar wat dat concreet betekent weten we niet.’

    Een van Macrons plannen is het stoppen van buitenlandse financiering om Franse moslimorganisaties los te weken van andere landen. Een ander voorstel behelst de opleiding van imams. Waar vorige regeringen, zoals die van Hollande, de blik richtten op bondgenoten als Marokko – ‘een islam die we kennen’, aldus Godard – heeft Macron voorgesteld imams thuis op te leiden. In lijn met het secularisme zou die opleiding over culturele waarden moeten gaan, en niet over religieuze teksten, om een generatie imams te kweken die ‘made in France’ zijn.

    Maar het optuigen van een nationaal opleidingsprogramma om radicalisering tegen te gaan veronderstelt dat de imams die haat prediken uit het buitenland komen. Dat is nauwelijks het geval; stromingen als het salafisme hebben aan invloed gewonnen in Frankrijk. ‘Het is onlogisch om te zeggen dat dat door een islam uit de Maghreb of elders komt,’ zegt Godard. ‘We moeten erkennen dat er in Frankrijk een Franse salafistische islam bestaat.’ Sommige van de gevaarlijkste imams zijn Frans, voegt hij eraan toe, en preken in het Frans.

    De lessen die uit het recente terrorisme kunnen worden getrokken zijn in tegenspraak met het idee dat een inherent gematigde Franse islam – als die al van bovenaf kan worden opgelegd – als een bolwerk tegen extremisme zou kunnen dienen. France academici zijn gebotst over de drijfveren voor radicalisering, maar veel wijst op de niet-religieuze ondertoon daarvan. Dat wil niet zeggen dat de islam geen rol speelt in de verspreiding van radicale ideeën. Maar de jongemannen achter de bloedbaden in Parijs of Nice waren geen vrome moslims die regelmatig een moskee bezochten, ook al doodden ze in naam van de godsdienst. De meeste aanslagplegers zijn draaideurcriminelen die regelmatig korte tijd in de gevangenis zitten, waar ze vaak aan extremistische ideologieën worden blootgesteld. Anderen radicaliseren via het internet, waar volop wordt geworven voor Islamitische Staat. Redouane Lakdim, de aanslagpleger in Carcassonne en Trèbes, past in dat profiel: hij is in 2015 en 2016 gevangengezet wegens het bezit van respectievelijk vuurwapens en drugs en men wist dat hij actief was op salafistische websites.

    ‘Het is een belachelijk en irrelevant idee dat als alle imams in Frankrijk een gematigde islam aanhangen er geen terrorisme meer zal zijn,’ zegt Roy, om eraan toe te voegen dat Frankrijk volgens de grondwet geen salafistische imams kan vervangen door ‘gematigde’ zonder de neutraliteit die door de wet van 1905 wordt voorgeschreven geweld aan te doen. Desondanks heeft de recente aanslag enkele politici van de oppositie ertoe gebracht een ‘verbod op salafisme’ te eisen. Het is onduidelijk wat dat zou inhouden en of het wettelijk haalbaar zou zijn, laat staan of het effectief zou zijn als maatregel tegen terrorisme.

    Roy beschouwt de hardnekkige regeringsfocus op religie als ‘ideologisch’, het gevolg van een steeds verbetener laïcité waarbij religie, en de islam in het bijzonder, uit de openbare ruimte verdwijnt. Die reactionaire neiging vierde vooral hoogtij onder Hollande, wiens premier Manuel Valls de terroristische aanslagen aangreep om in naam van de nationale veiligheid met een antireligieuze agenda te komen, met name met zijn poging in 2016 om boerkini’s op stranden te verbieden.

    Valls, die de islam onlangs ‘een probleem’ voor Frankrijk noemde, staat niet alleen in die opvatting. En hoewel Macron heeft geprobeerd de discussie over laïcité en islam te temperen – hij waarschuwde voor een ‘radicalisering van de laïcité’, waarin sommigen een verhulde verwijzing naar de voormalige premier en diens talrijke volgelingen zagen – is hij daarbij in de minderheid, zowel binnen zijn regering als onder het publiek. Een van de geleerden die Macron over de islam wil raadplegen, Gilles Kepel, is lid van de Printemps Républicain (Republikeinse Lente), een groep intellectuelen en journalisten ter linkerzijde die een agenda voorstaat die strookt met de ideeën van Valls.

    Volgens een enquête in februari beschouwt 43 procent van de Fransen de islam als ‘onverenigbaar met de waarden van de Republiek’. Dat is minder dan de 56 procent in 2016, maar laat nog altijd zien dat de islam een splijtzwam is geworden die een hindernis vormt voor elke poging de godsdienst op een politiek aanvaardbare manier te institutionaliseren of reguleren zonder de moslims zelf van zich te vervreemden.

    En daarmee komt de legitimiteit aan de orde. Hoewel het antimoslimsentiment, dat na de aanslagen in 2015 en 2016 een hoogtepunt bereikte, beduidend is afgenomen, zeggen veel moslims dat dit vooroordeel nog altijd de overhand heeft op sociaal en juridisch gebied. Als voorbeelden noemen ze een wet uit 2004 die religieuze symbolen op openbare scholen verbiedt (inclusief symbolen van andere religies dan de islam), een verbod uit 2010 op het in het openbaar dragen van een volledig gezichtsbedekkende sluier en, met ingang van januari, een verbod op religieuze kleding in het parlement. In de ogen van sommige moslims zal het idee van een van staatswege gecreëerde Franse islam een voortzetting lijken van het beleid dat ze als een assimilatiemiddel zien om de vrijheid van religieuze uitingen te belemmeren.

    Franse schouders

    Volgens Hakim El-Karoui, verbonden aan de denktank Institut Montaigne en een van de deskundigen die Macron wil raadplegen, zou de staat het ontstaan van een Franse islam mogelijk moeten maken zonder die zelf te creëren. Macrons plan om de Franse islam los te weken van de Arabische wereld juicht hij toe, en hij gelooft dat die zelfs nog verder zou moeten gaan: ‘Ik stel voor dat we de verantwoordelijkheid op de schouders van Franse moslims leggen die geen ander belang hebben dan dat van Frankrijk,’ zegt hij, verwijzend naar wat hij de ‘zwijgende moslims’ noemt, afkomstig uit de hogere middenklasse en de elite.

    Maar dat zal misschien niet zo makkelijk zijn. ‘Veel moslims die hogerop zijn gekomen op de maatschappelijke ladder willen niet te veel in verband worden gebracht met de islam, de jihad of de banlieues, de verarmde buitenwijken van de Franse steden,’ zegt Roy.

    El-Karoui, die moslim is, is er niet van overtuigd dat de ‘zwijgende moslims’ hun verantwoordelijkheid zullen ontlopen, maar erkent dat het een langetermijnkwestie is. In zijn ogen gaat het om het bestrijden van de extremistische ideologieën die de ether hebben weten te veroveren. ‘Wie heeft het op de sociale media of in het publieke debat over de islam, wie heeft het over religie? Islamitische Staat aan de ene kant, en de salafisten aan de andere,’ zegt hij. Dat is misschien wat overdreven, maar die groeperingen zijn wel de luidruchtigste, met goed geoliede pr-machines die het gestamel van andere, niet verenigde actoren overstemmen. ‘We moeten het publiek een ander verhaal over de islam vertellen,’ zegt El-Karoui. Dat zou het antimoslimsentiment en het verwarren van islam met terrorisme kunnen verminderen.

    Maar het is onduidelijk of de mobilisering die El-Karoui voor ogen staat de moslims zal aanspreken die hun religieuze identiteit liever benadrukken dan afzwakken en zelfs weer religieuze symbolen zijn gaan dragen om de waargenomen discriminatie te bestrijden. Toen ik dit tegen El-Karoui zei, noemde hij de hoofddoek een symbool van het islamisme, de politieke ideologie die tot geweld heeft geïnspireerd, en niet van de islam, de godsdienst. Vrouwen die er een dragen moeten naar zijn mening erkennen dat het symbool dat ze met hun godsdienst associëren eigenlijk voor een misdadige politieke ideologie staat.

    ‘We proberen een godsdienst met zes miljoen aanhangers in Frankrijk te reorganiseren om te voorkomen dat tweehonderd van hen terrorist worden. Zien we dan niet hoe absurd dat is?’

    Maar dat zal moeilijk te verkopen zijn. Dat de Koran niet eist dat vrouwen een hoofddoek dragen, is voor de draagsters niet per se relevant. Veel meisjes voelen zich, onder invloed van de wet van 2004, afgewezen door een restrictieve visie op wat het betekent om Frans te zijn. Linda Merzouk, een achttienjarige die dagelijks haar hoofddoek afdoet voordat ze haar middelbare school in het oosten van Parijs binnengaat, beklaagde zich in een interview over de verplichting om ‘een integraal deel [van haarzelf] thuis te laten’ en beschreef het verbod als een ‘inbreuk op de vrijheid van godsdienst’ die ‘deuren [voor haar] sluit’ in de Franse samenleving. Het idee aan de zijlijn te belanden zou de slachtofferrol die groeperingen als IS zo effectief hebben gebruikt om jongeren aan hun kant te krijgen wel eens kunnen versterken.

    Voorlopig heeft Macron alleen de fundamenten gelegd. Het stoppen van buitenlandse financiering zou mosliminstituties in elk geval ten dele kunnen losweken van buitenlandse belangen. Maar als het de bedoeling is Frankrijk te beschermen tegen gewelddadige ideeën die in naam van de islam worden gepredikt, zal een standaardaanpak – vooral als die van bovenaf wordt opgelegd, met weinig aandacht voor de behoeften van de uiteenlopende Franse moslimgemeenschappen – zijn doel wel eens voorbij kunnen schieten.

    Voor Roy is de zaak duidelijk. ‘We proberen een godsdienst met zes miljoen aanhangers in Frankrijk te reorganiseren om te voorkomen dat tweehonderd van hen terrorist worden. Zien we dan niet hoe absurd dat is?’ zegt hij. En hoewel hij toegeeft dat de huidige situatie onhoudbaar is, zal elke verandering legitiem moeten zijn om te kunnen slagen. ‘Het is aan de moslims om het voortouw te nemen. Het is hun historische missie.’

  • 3. Stem nee bij het referendum

    3. Stem nee bij het referendum

    Wanneer het volk de autoritaire volmacht van president Erdogan legitimeert, betekent dat een afscheid van de Turkse rechtsstaat, aldus intellectueel Ahmet Insel.

    In de nieuwe grondwetstekst die de regering op 16 april via een referendum [zie kader beneden] wil laten bekrachtigen, krijgt de president van de republiek drie petten op, die van staatshoofd, die van regeringsleider en die van leider van de meerderheidspartij, zodat er een autocratisch regime zal ontstaan waarin de belangen van de meerderheidspartij en de staat op één hoop worden gegooid. De uitkomst van dit referendum hangt af van de stem van de kiezers van de AKP en haar belangrijkste bondgenoot, de extreemrechtse, anti-Koerdische MHP.

    Beseffen deze kiezers wel welke dreiging deze grondwetsherziening inhoudt? Er wordt gediscussieerd over de vraag of die alleen maar afschaffing van het parlementaire stelsel betekent of een verandering van het politieke systeem, maar daar gaat het niet om. Door al onze politieke macht en instellingen in de handen van één man te leggen, Recep Tayyip Erdogan, brengen we niet alleen de politieke en culturele toekomst van ons land in gevaar, maar ook de economische, wat de onzekerheid en instabiliteit die gepaard gaan met een despotisch en arbitrair bewind ernstig zal doen toenemen. Daar kunnen we in de maanden die ons nog scheiden van het referendum niet genoeg op hameren.

    Hoe verdedig je de rechtsstaat tegen een man die als leider van de staat en de partij alle macht zou hebben om leden van de hoogste rechtsinstanties te benoemen?

    De discussie gaat veel verder dan de intenties of kwaliteiten van de man aan wie we alle teugels van de macht in handen gaan geven. Iedereen, zowel voor- als tegenstanders, zou zijn overgeleverd aan de genade van een regering met steeds meer despotische, gecentraliseerde en arbitraire trekken. Rechtszekerheid en vrijheid zouden op losse schroeven komen te staan. Hoe verdedig je de rechtsstaat tegen een man die als leider van de staat en de partij alle macht zou hebben om leden van de hoogste rechtsinstanties te benoemen? Welke garanties biedt een systeem dat het nationale parlement tot een rompparlement degradeert?

    Turkije heeft al heel wat bittere ervaringen opgedaan met extreme machtsconcentraties en de gevolgen daarvan voor de publieke vrijheid, lees de dissidenten, of het nu gaat om de nadagen van een staatsgreep, een eenpartijstaat of een regerende meerderheidspartij. Allemaal formuleren ze hun grieven op grond van hun ideologische voorkeuren, zodat het scenario altijd hetzelfde blijft: een steeds autoritairder regime dat berust op onrechtvaardigheid en onderdrukking. Elke keer wordt alle macht in de handen van één enkele persoon gelegd. Dat deze ontwikkeling de zegen van het volk heeft maakt haar niet minder rampzalig; de tekst die in het referendum wordt voorgelegd is het zoveelste voorbeeld van deze autoritaire ontsporing die onze geschiedenis kenmerkt.

    Demonstranten bij een bijeenkomst in Keulen van Erdogans AKP, begin maart. Herhaaldelijk probeerden Turkse politici de meer dan een miljoen in Duitsland wonende Turken ervan te overtuigen 'ja' te stemmen op het referendum. –  © Lukas Schulze / Getty
    Demonstranten bij een bijeenkomst in Keulen van Erdogans AKP, begin maart. Herhaaldelijk probeerden Turkse politici de meer dan een miljoen in Duitsland wonende Turken ervan te overtuigen ‘ja’ te stemmen op het referendum. – © Lukas Schulze / Getty

    Dat de AKP bij de verkiezingen op 7 juni 2015 haar absolute meerderheid verloor kwam doordat een deel van het electoraat, verontrust door de manier waarop Erdogan de partij naar zijn hand zette en de campagne inzet maakte van de regimeverandering die hij voorstond, liever op een andere partij stemde of zich van stemming onthield. De oproep om te voorkomen dat Erdogan de absolute leider werd vond gehoor. We kennen het vervolg: door vijf maanden later vervroegde verkiezingen uit te schrijven is de AKP erin geslaagd de verloren stemmen terug te winnen.

    De huidige situatie in Turkije is veel erger dan die tijdens de lente en zomer van 2015, te meer omdat de noodtoestand de regering de macht geeft rechten en vrijheden naar hartenlust in te perken. Het zal dan ook veel moeilijker zijn om AKP– of MHP-kiezers ervan te overtuigen dat ze tegen de grondwetsherziening moeten stemmen. Op de schouders van de nee-stemmers rust een zware verantwoordelijkheid. Ze moeten de aanhangers van de AKP en de MHP duidelijk maken dat zelfs degenen die in een goed blaadje bij de machthebbers staan onder de overwinning van het ja zullen lijden. Laten we niet bang zijn om een les uit onze gemeenschappelijke geschiedenis te trekken.

    Auteur: Ahmet Insel
    Vertaler: Peter Bergsma

    CONTEXT: Wat staat er op het spel op 16 april?

    Sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog is Turkije altijd bestuurd door een parlementair stelsel. De echte macht berustte bij de premier, de leider van de parlementaire meerderheid. De president had een symbolische rol als hoeder van de instituties. Maar sinds Erdogan, premier van 2003 tot 2014, zich tot president heeft laten verkiezen dringt zijn partij AKP aan op een herziening van dit systeem, zodat het staatshoofd een grotere rol krijgt.

    Op 16 april wordt er een referendum gehouden over een tekst waarin een grondwetsherziening wordt voorgesteld. Doel is om het land onder presidentieel bestuur te brengen. Voorstanders van de nieuwe grondwet, die de rol van de premier inperkt en de president de uitvoerende macht geeft, hopen dat daarmee in de toekomst de institutionele impasses worden voorkomen die het land tijdens de coalitieregeringen heeft gekend, met name aan het eind van de jaren negentig. Tegenstanders vrezen dat het plan, waarin de rol van het parlement wordt gemarginaliseerd en de president alle uitvoerende macht krijgt en kan ingrijpen in juridische aangelegenheden, zal uitdraaien op een totalitair regime.

  • Japan maakt begin met aanpakken racisme

    Japan maakt begin met aanpakken racisme

    Een nieuwe wet in Japan moet discriminatie van minderheden, vooral de Koreaanse, tegengaan. De eerste effecten lijken positief, al kunnen overtreders niet bestraft worden

    Van de nieuwe wetgeving tegen haatdragend taalgebruik jegens minderheden, vooral de Koreaanse, begint eindelijk een afschrikwekkende werking uit te gaan. Voorheen bestond er geen enkele maatregel die die naam verdiende.

    Op 1 juli, meer dan een maand nadat de wet tegen haatdragend taalgebruik in werking was getreden, was Osaka de eerste Japanse stad waar een plaatselijke verordening met die strekking werd ingesteld. Meteen daarna kwam een groep die op 12 juli voor het gemeentehuis van Osaka wilde demonstreren met nieuwe aanbevelingen voor de demonstranten: ‘Zet geen agressieve slogans op je bord!’ en ‘Hakenkruizen zijn verboden!’. Omdat de betoging wegens regen werd afgelast, weten we niet wat deze groep met ‘agressieve slogans’ bedoelde.

    De secretaris-generaal van de Bond tegen Haatdragend Taalgebruik van Osaka, de van oorsprong Koreaanse Moon Kong-hwi, erkent dat de situatie enigszins verbeterd is sinds deze nieuwe maatregel. ‘Toen een deelnemer aan een racistische betoging laatst expliciet tegen Koreanen tekeerging, hebben de organisatoren hem in allerijl het zwijgen opgelegd,’ zegt hij. ‘En het aantal betogingen is aanzienlijk afgenomen.’

    Kat uit de boom

    Op grond van de plaatselijke verordening, waaraan geen sancties verbonden zijn, kan de burgemeester besluiten de naam van particulieren en groepen openbaar te maken die zich aan discriminerend gedrag hebben schuldig gemaakt, maar tot nu toe is dat niet gebeurd. ‘Dat het aantal betogingen is afgenomen komt misschien gewoon doordat de organisatoren eerst de kat uit de boom willen kijken,’ licht Moon toe.

    Ook in de wijk Ginza in Tokio, waar het aantal racistische betogingen sinds vorig jaar duidelijk was toegenomen, begint zich een verandering af te tekenen. Tijdens de betoging van 19 juni verving de slogan ‘Voor het verbreken van de Japans-Koreaanse betrekkingen’ de gebruikelijke gewelddadige beledigingen aan het adres van de Koreanen. Volgens Masayuki Watanabe, lector aan de universiteit Daito Bunka, die winkeliersverenigingen en de deelraad van Ginza oproept om maatregelen te nemen tegen discriminerend gedrag, ‘zijn de racistische ideeën misschien in wezen niet veranderd, maar begint het effect van de recente initiatieven merkbaar te worden, althans op het eerste gezicht. De organisatoren geven geen megafoons meer aan de agressiefste betogers.’

    Een antiracismedemonstratie in Tokio. – © Yuya Shino / Reuters (links) en HH (rechts)
    Een antiracismedemonstratie in Tokio. – © Yuya Shino / Reuters (links) en HH (rechts)

    Ook de houding van politie en overheid tegenover racistische betogingen is veranderd. Op 5 juni, kort nadat de nieuwe verordening was ingesteld, weigerde de gemeenteraad van Kawasaki, ten zuiden van Tokio, toestemming te geven voor een betoging in een park tegen Seikyusha, een vereniging die de belangrijke Koreaanse gemeenschap in de wijk Sakuramoto bijstaat. De plaatselijke rechtbank kwalificeerde de racistische betogingen als ‘een schending van de mensenrechten’ en verbood ze in de onmiddellijke omgeving van het verenigingsbureau. De politie van de prefectuur had een andere route voorgesteld, maar omdat de organisatoren een sit-in wilden houden is erop aangedrongen dat ze de betoging om veiligheidsredenen afgelastten, zodat deze niet heeft plaatsgevonden.

    Tomohito Miura, de secretaris-generaal van Seikyusha, prijst zich gelukkig met de recente inspanningen van de plaatselijke overheid, de rechterlijke macht, de politie en de burgers: ‘Voordat de wet werd aangenomen vertelde de politie ons niet eens welke route betogingen zouden volgen; niet de betogers maar wij werden als een illegale groep behandeld. We werden niet beschermd tegen racistische taal en gedragingen, en de plaatselijke overheid zei ons dat de wet haar niet toestond om in te grijpen. Het afgelasten van de betoging is een belangrijke stap in de goede richting.’

    Maar ook al verdwijnen de vulgaire beledigingen langzaam maar zeker uit de straten, het blijft de vraag of deze wetgeving doeltreffend genoeg is om discriminatie uit te roeien.

    Om de vrijheid van meningsuiting te respecteren, die is opgenomen in de Japanse grondwet, is de nieuwe wet geen dwangmiddel

    Om de vrijheid van meningsuiting te respecteren, die is opgenomen in de Japanse grondwet, is de nieuwe wet geen dwangmiddel, maar verplicht ze de regering om slachtoffers van rassendiscriminatie te hulp te komen en het publiek er de ogen voor te openen. Als de wet een afschrikwekkend effect heeft, dan is dat dus niet zozeer het gevolg van repressie maar van een bewustmakingscampagne door de overheid.

    Sinds de wet van kracht is heeft de directie van de afdeling mensenrechten van het Japanse ministerie van Justitie mensen naar de betoging gestuurd die was gepland in Kawasaki, maar ook naar de betogingen die zijn georganiseerd in Fukuoka, op het eiland Kyushu, en in Osaka, om het publiek bewust te maken met behulp van video’s en affiches. Maar, zo benadrukt de directie, ‘de wet voorziet in geen enkele juridische maatregel in het geval van discriminatie’. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur, Sport, Wetenschap en Technologie heeft op zijn beurt aan de onderwijsraden van de prefecturen gevraagd ‘om de geëigende maatregelen’ te nemen. Toen men wilde weten wat daaronder werd verstaan, antwoordde het ministerie: ‘Bij het nemen van maatregelen dient rekening te worden gehouden met factoren als het aantal buitenlanders in het gebied’. Als dit klopt, lijkt het erop dat het ministerie nog twijfelt over de methodes.

    Zullen andere gemeentes het voorbeeld van Osaka volgen door verordeningen in te stellen tegen haatdragend taalgebruik? Toen we het gemeentebestuur van Kawasaki vroegen welke maatregelen zij op het oog hadden, was het laconieke antwoord dat de burgemeesters daarover gingen. Toen we aandrongen, vertrouwde een zegsman ons toe: ‘Nadat betogers de toegang tot een park in Kawasaki was geweigerd, werd gezegd dat mensen een klacht tegen het gemeentebestuur wilden indienen wegens “discriminatie van Japanners”. We zeggen er het liefst zo min mogelijk over.’ Kortom, zowel de plaatselijke overheid als de betogers wachten af welke kant de situatie op gaat.

    Represailles

    Volgens de secretaris-generaal van Seikyusha ‘geeft het feit dat de politie de betoging in juni wilde toestaan aan waar de grenzen van de wet liggen. We kunnen niet van de politie en de plaatselijke overheid verlangen dat ze alles doen. Er is nog een lange weg te gaan.’ Behalve op het gebied van de strijd tegen haatdragend taalgebruik zal Seikyusha ook met het gemeentebestuur samenwerken om verordeningen en richtlijnen te ontwikkelen die de co-existentie van verschillende culturen moeten bevorderen. Volgens Miura weet Seikyusha nog niet in hoeverre de beslissing van Osaka doeltreffend zal zijn. ‘Dat is de reden dat we zo vaak mogelijk een beroep willen doen op deze nieuwe wettekst, om de sterke en zwakke kanten ervan te ontdekken,’ zegt hij. ‘Zo nodig zullen we een herziening eisen.’

    Dat de wijk Sakuramoto als speerpunt is gekozen is omdat de van oorsprong Koreaanse bewoners er in september 2015 in traditionele klederdracht hebben gedemonstreerd tegen de nieuwe nationale defensiewetten, die een andere invulling geven aan de pacifistische grondwet van 1947. ‘Er was duidelijk sprake van represailles,’ verzekert Miura. Alle deelnemers aan deze betoging waren bejaarde leden van Fureai-kan, een centrum voor culturele uitwisseling dat onder Seikyusha valt.

    Kim Bang-ja, een 85-jarige immigrant van de eerste generatie, volgt een schrijfcursus in dit centrum. Toen ze op vijfjarige leeftijd in Japan arriveerde om zich bij haar vader te voegen die in een kolenmijn werkte, moest ze voor haar broertjes en zusje zorgen en kon ze niet leren schrijven. Toen de wet tegen haatdragend taalgebruik afgelopen mei werd aangenomen, was ze als waarneemster aanwezig in het parlement. Ze beschrijft haar indrukken in een opstel dat ze tijdens de les heeft geschreven en zegt daarin hoe afschuwelijk ze het vindt om beledigd te worden. ‘Het wordt hoog tijd dat er een eind komt aan dit gedrag en dat we ons verzoenen,’ schrijft ze. En ze voegt eraan toe: ‘Mensen leren elkaar begrijpen door te communiceren. We moeten ophouden elkaar te haten en nader tot elkaar komen.’

    Auteur: Jun Ida
    Vertaler: Peter Bergsma

    Mainichi Shimbun
    Japan | dagblad | oplage 3.960.000 (ochtendeditie), 1.660.000 (avondeditie met andere inhoud)

    Oudste krant van Japan, 1872 voor het eerst uitgegeven onder de naam Tokyo Nichi Nichi Shimbun. De krant wordt twee keer per dag gedrukt. De site is ook in het Engels te lezen. Krant voor het politieke midden.

  • Redactioneel

    Redactioneel

    Moeilijk te begrijpen, die Fransen. Ze zijn vol van liberté, 
égalité en fraternité, maar als het erop aankomt, leggen ze een zwak aan de dag voor sterke mannen.

    Zoals voor Napoleon, om maar iemand te noemen, die als keizer zelfs enige tijd heel Europa op stelten zette. En – er zaten een aantal koningen en keizers tussen – na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog viel Frankrijk opnieuw voor een voormalige sterke man, tegen die tijd een seniele grijsaard van 84 jaar, Philippe Pétain, die een collaboratie met de bezetter aanging.

    Vastberaden en zelfverzekerd redde vadertje De Gaulle de Franse eer, en in 1958 werd hij opnieuw te hulp geroepen 
toen de koloniale oorlog in Algerije het land op de rand van een burgeroorlog had gebracht. Nu moet de socialistische president François Hollande, 
wiens meest gebruikte spotnaam Flanby luidt – een gladde, glibberige pudding die in iedere supermarkt verkrijgbaar is – Frankrijk uit de verstikkende jihadgreep zien te halen.

    Arme Monsieur Bricolage – de klusjesman, een van zijn andere vele bijnamen, omdat hij de neiging heeft kiezers gerust te willen stellen met een metaforische ‘gereedschapskist’.

    Is Frankrijk echt in oorlog, zoals hij en premier Manuel Valls pretenderen? Of is er een andere reden waarom de autoritaire trekjes van de door de generaal opgestelde grondwet van de Vijfde Republiek hen nu opeens goed uitkomt? Moeten er spierballen worden getoond omdat de Fransen geen genoegen nemen met een Bob de Bouwer maar in benauwde tijden terugverlangen naar napoleontische streken?

    Het is makkelijk praten vanuit een land met een Jerommeke als Mark Rutte aan de knoppen, maar toch wordt in het dossier deze editie duidelijk dat het uitroepen van de noodtoestand, en die zelfs in de grondwet te verankeren, een buitengewoon gevaarlijke en autoritaire maatregel is. Daarmee wordt de facto de Grondwettelijke Raad, die alle andere wetten, dus ook uitzonderingswetten, toetst aan de bepalingen van de grondwet, buitenspel gezet. En, een teken aan de wand: van de 577 leden van de Assemblée nationale, de Franse Tweede Kamer, namen niet meer dan 129 deel aan de stemming.

    Falende democratieën en nieuwe machtsverhoudingen, daar gaat het om. Niet alleen in Frankrijk, in Rusland (sla het verhelderende artikel van Natalie Nougayrède vooral niet over), maar ook in Venezuela, Thailand en, last but not least, het Midden-Oosten.

    En garde.

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • 7. De rechtsstaat is vervangen door het recht van de staat

    7. De rechtsstaat is vervangen door het recht van de staat

    Waarom moest de noodtoestand worden verankerd in de grondwet? Om wetten grondwettelijk te maken terwijl ze het niet zijn, schampert weekblad Politis.

    Momenteel worden er twee artikelen van de grondwetswijziging behandeld door de leden van de Franse Nationale Vergadering, waarvan de verankering van de noodtoestand in de grondwet het belangrijkste is. Maar het debat gaat eigenlijk alleen over artikel 2 van het wetsontwerp: de ontneming van de nationaliteit.

    Voorbijgegaan wordt aan artikel 1. Dat dreigt zonder slag of stoot te worden aangenomen. Dit eerste artikel is echter een vlucht naar voren op het gebied van de veiligheid, in aansluiting op de wet op de inlichtingendiensten en de toekomstige wet ‘ter versterking van de bestrijding van de georganiseerde misdaad en de financiering ervan, en met de doeltreffendheid en de waarborgen van de strafrechtelijke procedure’. Over het uit elkaar halen van de behandeling van die onderling samenhangende wetten heeft de regering nog amper uitleg hoeven geven.

    Vraag der vragen

    Waar dient deze verankering van de noodtoestand in de grondwet toe? 
Op deze essentiële vraag heeft premier Manuel Valls de commissie wetgeving van het Franse parlement op 27 januari drie antwoorden gegeven:

    De eerste reden is van juridische aard. Het gaat er volgens de premier om 
‘een onwrikbare grondwettelijke basis te verschaffen aan de noodtoestand’. Deze regeling ‘die wordt toegepast in uitzonderlijke omstandigheden en die het vaakst is toegepast in de Vijfde Republiek’, is de enige die niet is verankerd in de grondwet. Er zou dus 
juridische leemte worden opgevuld: ‘Vanuit het oogpunt van grondwettelijke jurisprudentie moeten dus alle tijdelijke bevoegdheden die aan de autoriteiten worden verleend in het kader van de noodtoestand kunnen worden gewettigd. Een grondwettelijke basis verschaffen aan de noodtoestand houdt in dat de maatregelen van de administratieve politie als bepaald in de wet van 1955 worden geconsolideerd.’

    Valls geeft toe dat de noodtoestand strijdig is met de grondwet

    Het is in verband met deze leemte dat Manuel Valls op 20 november in de Senaat zei dat het ‘riskant’ zou kunnen zijn om de Grondwettelijke Raad te raadplegen over het wetsontwerp ter verlenging van de noodtoestand en ter aanscherping van de bepalingen ervan.

    Met andere woorden: Valls geeft toe dat de noodtoestand strijdig is met de grondwet.

    De leden van de Franse Nationale Vergadering bij de hoofdelijke stemming over het afroepen van de noodtoestand. – © Charles Platiau
    De leden van de Franse Nationale Vergadering bij de hoofdelijke stemming over het afroepen van de noodtoestand. – © Charles Platiau

    Toch is dat argument zeer discutabel. Zoals de groen-linkse parlementariër Sergio Coronado al zei: ‘De Grondwettelijke Raad heeft al in 1985 erkend dat het feit dat de noodtoestand niet in de grondwet is opgenomen de wetgever niet hoeft te beletten hem af te kondigen. Ook heeft de Raad, toen hem de vraag werd gesteld of het huisarrest zoals dat wordt toegestaan door de wet op de noodtoestand van november 2015 in overeenstemming is met de grondwet, dit bevestigd. Bovendien heeft de Raad van State (Conseil d’État) in zijn advies over het voorontwerp van de wet inzake de verlenging van de noodtoestand gesteld, dat de noodtoestand niet in de grondwet hoefde te worden opgenomen. Om vervolgens het tegenovergestelde te stellen in zijn advies over de ontwerp-grondwet die nu werd ingediend. Het leek dus juridisch niet echt noodzakelijk de noodtoestand in de grondwet te verankeren.

    De tweede reden is dat de gelegenheid zich voordoet. Manuel Valls stelt dat 
hij ‘de herziening van de wet van 1955 wil voltooien’. ‘Sommige maatregelen konden niet worden opgenomen in de wet van 20 november om redenen van jurisprudentiële aard,’ zo verklaarde hij tegenover de commissie wetgeving van de Nationale Vergadering, en hij kondigde aan op korte termijn een wetsontwerp te zullen indienen. Wat zou dus nóg een reden kunnen zijn om de noodtoestand in de grondwet te verankeren?

    We weten niet wie er morgen misbruik zou kunnen maken van zijn bevoegdheden

    Een gedachtewisseling tussen het 
parlementslid Alain Chrétien 
(Les Républicains) en de minister van Binnenlandse Zaken, Bernard Cazeneuve, tijdens een debat over de noodtoestand en het strafrecht, begin januari, kan wellicht opheldering geven. De afgevaardigde beklaagde zich over het feit dat zijn amendement in november werd verworpen. Dat amendement was erop gericht bij huiszoekingen computerapparatuur in beslag te mogen nemen in plaats van alleen een kopie 
te maken van de gegevens.

    Terloops verzekerde hij dat de voorzitter van de commissie wetgeving, Jean-Jacques Urvoas, die inmiddels is benoemd tot minister van Justitie, had ‘erkend dat dit amendement zeer zinvol geweest zou zijn’.

    Hetgeen ook de opvatting was van Cazeneuve in zijn antwoord: ‘Zelf zie 
ik geen enkele reden om bezwaar te maken tegen een maatregel waarvan ik wel degelijk het nut en het belang inzie (…) De reden dat uw amendement door de regering is verworpen toen u het indiende, was onze overtuiging, 
op basis van een juridische analyse die volgens mij zeer weloverwogen was, dat het ongrondwettelijk was. Dat wij nu voorstellen de noodtoestand in 
de grondwet op te nemen is juist om dergelijke amendementen te kunnen aannemen.’

    Artikel 36-1

    In de ontwerp-grondwet werd na artikel 36 een artikel 36-1 toegevoegd: ‘Artikel 36-1. – De noodtoestand wordt afgekondigd door de ministerraad, op het gehele grondgebied van de Republiek of een deel ervan, hetzij ingeval van een onmiddellijk dreigend gevaar ten gevolge van een ernstige verstoring van de openbare orde, hetzij in geval van gebeurtenissen die door hun aard en hun ernst het karakter van een openbare calamiteit hebben.

    De wet stelt de maatregelen van de administratieve politie vast die de civiele autoriteiten kunnen nemen om dit gevaar te voorkomen of deze gebeurtenissen het hoofd te bieden.

    Voor verlenging van de noodtoestand voor een periode langer dan twaalf dagen kan alleen bij wet toestemming worden verleend. In de wet wordt de duur vastgesteld.’

    Doel van de opneming van de noodtoestand in de grondwet is dus wetten grondwettelijk te maken terwijl ze het niet zijn, door de grondwet te veranderen. En dat komt neer op vervanging van de rechtstaat door het recht van 
de staat.

    De duur van de noodtoestand wordt niet beperkt

    Dan de laatste reden die door Manuel Valls werd genoemd: het zou erom gaan ‘te voorkomen dat de noodtoestand wordt gebanaliseerd of dat er overmatig gebruik van wordt gemaakt’. Een lofwaardig streven, waar je echter om drie redenen een vraagteken bij kunt zetten.

    In de eerste plaats: het feit dat de noodtoestand wordt ‘afgekondigd’ in de ministerraad, impliceert niet dat de ministers debatteren over de vraag of het wel zinvol is. Sommige parlementariërs, onder wie de nieuwe voorzitter van de commissie wetgeving, Dominique Raimbourg, hadden er de voorkeur aan gegeven ‘te schrijven dat er over 
de noodtoestand wordt “besloten”, 
een term die lijkt te bevorderen dat er collectief over wordt beraadslaagd.’

    In de tweede plaats omdat de duur van de noodtoestand in het wetsvoorstel van de regering niet wordt beperkt. Toen hij hierop werd aangesproken toonde Manuel Valls – die recentelijk tegenover de BBC had verklaard dat ‘de noodtoestand moet worden verlengd totdat we zijn verlost van IS’ – zich 
niet bereid in te stemmen met amendementen die de verlenging van de noodtoestand door parlementariërs – tot bijvoorbeeld vier maanden – zouden beperken. De premier zag er een beperking van de prerogatieven van het parlement in, dat zich niet zou kunnen aanpassen aan bepaalde maatschappelijke crises.

    Delicaat

    Ten derde kun je alleen maar ongerust zijn wanneer je Manuel Valls tegen onze volksvertegenwoordigers hoort zeggen dat het ‘delicaat’ zou zijn in 
de grondwet te verbieden dat het 
parlement wordt ontbonden tijdens de noodtoestand, een voorzorgsmaatregel waarop met name wordt aangedrongen door Roger-Gérard Schwartzenberg (PRG) en Jean-Christophe Lagarde (UDI).

    Tegen hen voerde de premier zelfs een argument aan dat wijlen [de zeer rechtse oud-minister] Charles Pasqua niet verworpen zou hebben: als de noodtoestand in mei en juni 1968 was afgekondigd, had generaal De Gaulle dan de Nationale Vergadering kunnen ontbinden? Waarop de voorzitter van de UDI antwoordde: ‘Het punt is dat 
we niet weten wie er morgen misbruik zou kunnen maken van zijn bevoegdheden.’

    Dat is inderdaad de hele vraag van de verankering van de noodtoestand in 
de grondwet. In dit geval hadden de afgevaardigden en senatoren er goed aan gedaan het voorzorgsbeginsel toe te passen.

    Door tegen te stemmen.

    Auteur: Michel Soudais
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Politis 
    Frankrijk, weekblad, oplage 30.000
    Links weekblad, opgericht in 1988 en het eerste Franse tijdschrift met een vaste rubriek Ecologie.

  • 2. Drie vragen over de verlenging van de noodtoestand

    2. Drie vragen over de verlenging van de noodtoestand

    Waarom werd de Franse noodtoestand met drie maanden verlengd? 
En welke extra bevoegdheden levert dit de overheid op? De gratis krant 20 minutes legt uit.

    1. 
Kan de Franse regering de wet op de noodtoestand opnieuw aanscherpen?

    De twee belangrijkste mogelijkheden waarin de noodtoestand voorziet, 
zijn het opleggen van huisarrest en 
het verrichten van huiszoeking zonder rechterlijk bevel (zoals ook het geval 
is in het gewone Franse recht). 
De prefecten kunnen ‘het verkeer van personen of voertuigen’ in bepaalde zones verbieden.

    Huisarresten blijven gehandhaafd voor de duur van de noodtoestand

    Na de aanslagen van 13 november is de wet van 1955 gewijzigd op enkele punten, die grotendeels verband hielden met de technologische ontwikkeling. 
‘Maar vooral is het toepassingsgebied verruimd,’ zegt Bertrand Mathieu, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit van Parijs en voormalig lid van 
de Hoge Raad voor de Magistratuur. 
In 1955 maakte de wet het mogelijk huisarrest op te leggen aan eenieder ‘wiens handelen gevaarlijk blijkt voor de veiligheid en de openbare orde’. 
De versie van 2015 richt zich op ieder individu tegen wie ‘serieuze verdenking bestaat dat zijn gedrag een bedreiging vormt voor de veiligheid 
en de openbare orde’.

    Kan de uitvoerende macht besluiten de bevoegdheden van prefecten en politie te verruimen? Er is niets wat dat in de weg staat, mits de wet vervolgens wordt aangenomen door het parlement, meent Mathieu. De Staatsraad (Conseil d’État, de hoogste administratieve rechter in Frankrijk) kan echter bepaalde bevoegdheden intrekken als hij van mening is dat er ‘geen proportionaliteit bestaat tussen de aantasting van de vrijheid en de eisen van de openbare orde’.

    Demonstranten in Parijs protesteren tegen de noodtoestand. – © Geoffroy Van der Hasselt / Getty
    Demonstranten in Parijs protesteren tegen de noodtoestand. – © Geoffroy Van der Hasselt / Getty

    2. 
Waarom wordt deze maatregel met drie maanden verlengd?

    Waarom zou men besluiten de noodtoestand met drie maanden te verlengen als de terroristische dreiging van alle tijden is? Door een verlenging 
van drie maanden voor te stellen, 
koos de regering de voorzichtige weg. In november werd de verlenging van de noodtoestand vrijwel unaniem door het parlement goedgekeurd. Sindsdien heeft de doeltreffendheid van de maatregel, volgens de wetscommissie van het parlement, ‘aan kracht ingeboet’. En de parlementariërs zijn inmiddels wat minder overtuigd van de noodzaak van deze maatregel.

    Door voor te stellen de noodtoestand met drie maanden te verlengen, beperkt de regering het risico van parlementaire afkeuring of een verbod van de Staatsraad. Zij hoopt daarmee tevens ‘de overgang te versoepelen van de noodtoestand naar een herziening van de grondwet’, voegt Bertrand Mathieu eraan toe. Het is onwaarschijnlijk dat de uitvoerende macht zich dit veiligheidsarsenaal zal laten ontnemen in het zicht van het EK 2016 dat van 10 juni tot 10 juli 2016 in Frankrijk gehouden wordt.

    3. 
Worden gevallen van huisarrest automatisch verlengd?

    Wat gaat er gebeuren met de 392 mensen aan wie huisarrest is opgelegd? Gezien het feit dat ‘aan de huisarresten geen einddatum verbonden is, gaat men ervan uit dat ze gehandhaafd kunnen blijven voor de duur van de noodtoestand’, zegt de ongeruste advocaat Daphné Pugliesi, van wie enkele cliënten sinds november 2015 huisarrest hebben. Het vooruitzicht dat deze sanctie hernieuwd zal worden leidt volgens haar bij sommige cliënten tot ‘psychologische trauma’s’.

    Het is mogelijk dat de regering bij de verlenging van de noodtoestand rekening zal houden met het lot van degenen aan wie huisarrest is opgelegd. ‘Ik durf te hopen dat men er na drie maanden wel achter is welke gevallen van huisarrest verlengd dienen te worden en welke niet,’ zegt Pugliesi. ‘Maar de wetgever kan evengoed besluiten de duur van de huisarresten te verlengen,’ voegt Bertrand Mathieu daaraan toe.

    Vertaler: Peter Bergsma

    20 minutes
    Frankrijk, dagblad, oplage 800.000

    Gratis krant van het Zweedse Schibsted en de Ouest France Group, in twaalf Franse steden. Voor lezers die gewend zijn aan beknopte informatie.

  • 3. ‘Frankrijk vervalt snel in autoritaire reflexen’

    3. ‘Frankrijk vervalt snel in autoritaire reflexen’

    De Franse regering bewandelt een gevaarlijke weg met haar antiterrorismemaatregelen, vindt Yves Sintomer, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Parijs. Volgens hem loopt het land, veel eerder dan bijvoorbeeld Duitsland of Engeland, het risico om af te glijden naar een autoritair systeem.

    U betoogde dat van alle westerse landen Frankrijk het grootste risico loopt om af te glijden naar een autoritair systeem. Waarop baseert u die conclusie?

    Yves Sintomer: Door een groeiend wantrouwen tegenover regeringen en elites verkeren onze oude Europese en Noord-Amerikaanse democratieën in een ernstige legitimiteitscrisis. Als men bedenkt hoe groot de veranderingen zijn waarmee de politiek wordt geconfronteerd, valt niet te verwachten dat onze systemen, die uit de achttiende eeuw stammen, zonder aanpassing door deze crisis komen.

    Gokken op een terugkeer naar vroeger is ook niet realistisch – of het nu gaat om een systeem dat is gebaseerd op rivaliteit tussen de grote volkspartijen met een ideologische basis, of om een communistisch systeem, waar vooral modieuze filosofen als Giorgio Agamben, Alain Badiou en Slavoj Žižek warm voor lopen. En als noch een status quo, noch een terugkeer naar vroeger mogelijk is, dan zullen onze representatieve democratieën dus muteren.

    Yves Sintomer.
    Yves Sintomer.

    In welke richting dan? Wat zijn de scenario’s?

    Ik zie drie realistische scenario’s. Het eerste is wat ‘de postdemocratie’ wordt genoemd, een begrip dat door de Britse politicoloog Colin Crouch is bedacht. Dat is een systeem waarin ogenschijnlijk niets verandert: er worden nog steeds vrije verkiezingen gehouden, 
de rechtspraak is onafhankelijk, de individuele rechten van burgers worden gerespecteerd. Aan de buitenkant lijkt alles hetzelfde te blijven, maar het echte gezag ligt elders. Het zijn de grote bedrijven, de deelnemers aan ‘de markt’, de kredietbeoordelaars en de technocratische instanties die de besluiten nemen. In Europa gaat het deze kant al op.

    Een tweede, wat gunstiger scenario is dat van ‘een democratisering van de democratie’: daarvoor hebben we een versterking nodig van de politiek tegenover de economische krachten, en een actievere participatie van de burger. De democratie wordt in dit geval versterkt via allerhande vormen van participatie en inspraak.

    Het is Frankrijk niet gelukt op tijd mee te gaan in de globalisering

    Het derde scenario is dat van het autoritaire regime. Het gaat daarbij niet 
om een dictatuur, maar om systemen waarin, anders dan in de postdemocratie, ook de buitenkant veranderingen ondergaat: er zijn verkiezingen, maar de electorale strijd blijft beperkt. De vrijheden, van meningsuiting, van 
vereniging, van reizen, de persvrijheid worden via wetgeving ingeperkt, en de rechtspraak wordt minder onafhankelijk. Die kant zijn de Russen, de Hongaren, de Polen en de Turken opgegaan, net zoals verder weg ook in Ecuador en Venezuela is gebeurd. In Zuidoost-Azië bestaan verschillende niet-democratische 
regimes die via een zeer behoedzame liberalisering in de richting van dat model zijn opgeschoven of bezig zijn dat te doen. Ik denk dan aan Singapore en China, twee landen met beperkte vrijheden voor hun inwoners.

    Kijken we naar West-Europa en 
Noord-Amerika, dan zien we vooral 
in Frankrijk tekenen dat zoiets ook 
hier mogelijk is. Ook al is het niet het meest waarschijnlijke scenario.


    Waarom denkt u dat? Is het vanwege de besluiten die na de aanslagen van 13 november vorig jaar genomen zijn?

    Als het over openbare veiligheid en immigratie gaat, zijn de dijken doorgebroken, zowel tijdens de laatste campagne voor de presidentsverkiezingen als recenter, in de reacties op de aanslagen. Ik denk aan de discussie rond het afnemen van het staatsburgerschap [van veroordeelde terroristen], het 
verlengen van de noodtoestand, en het terugvallen op een mythisch nationaal model met als kernwaarde het secularisme. De richting die vrijwel de hele politieke klasse – van rechts én van links – is ingeslagen, is nogal bedenkelijk. De vreemdelingenhaat neemt toe, er ontstaat steeds meer een fantasiebeeld van wat Europa is. En we storten ons in militaire avonturen die meestal nauwelijks zin hebben.

    Tegelijkertijd blijft het Front National terrein winnen, en ook al is het niet waarschijnlijk dat Marine Le Pen de presidentsverkiezingen wint, je kunt dat ook niet meer helemáál uitsluiten. Stel je de situatie voor dat links en rechts verdeeld zijn, Marine Le Pen in de eerste ronde ruim aan kop eindigt en dan in de tweede ronde tegenover François Hollande komt te staan… 
Niemand kan nu met honderd procent zekerheid voorspellen dat het Front National dan de verliezer is.


    Waarom komen in Frankrijk volgens u gemakkelijker dan elders in Europa autoritaire reflexen naar boven? Zit er nog een restant van het bonapartisme in ons? Of is het omdat we de Republiek zien als ‘een mal’ voor de samenleving?

    Frankrijk heeft minder antigenen tegen autoritaire systemen dan een liberale democratie als het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast is Duitsland door zijn geschiedenis en alles wat het land vanaf de jaren zestig heeft gedaan om die te verwerken, minder vatbaar geworden voor dit gevaar. Er zijn wel wat extreemrechtse partijtjes, maar de Duitse samenleving heeft helemaal niets op met autoritaire ideeën. Het Bundesgerichtshof in Karlsruhe treedt zeer doeltreffend op als het aankomt op het verdedigen van de grondrechten, veel meer dan de Franse Conseil constitutionnel.

    Voorts is Frankrijk een voormalige koloniale grootmacht die zich ooit in het middelpunt van de wereld bevond en het niet goed kan hebben dat het deze positie is kwijtgeraakt. Ook Groot-Brittannië had ooit die positie, maar weet zich beter aan de globalisering aan te passen. Het is Frankrijk niet gelukt op tijd mee te gaan in de globalisering, en dat verergert de Franse identiteitscrisis nu nog verder. Ook heeft het een broze economische gezondheid en wat het produceert, is – anders dan bijvoorbeeld in Duitsland – niet erg geschikt om de concurrentie met de opkomende economieën aan te gaan.

    Het gezag in onze natiestaat heeft zijn grenzen: dat moeten we erkennen en daar moeten we naar handelen

    Ten slotte, we weten dat Frankrijk in moeilijke tijden snel in autoritaire reflexen vervalt: denk aan Vichy, of aan de Algerijnse oorlog. Die crises waarin we zitten, de financiële en die van de erfenis van het verleden, vormen een explosieve cocktail. West-Europa wordt van alle kanten belaagd door een opeenstapeling van crises: de economische crisis, de vluchtelingencrisis, de crisis binnen de Verenigde Naties over de globalisering, de crisis binnen politieke partijen. Frankrijk is niet echt het juiste land om die opeenstapeling van problemen het hoofd te bieden.

    Wat zouden we moeten doen om 
te voorkomen dat we afglijden naar een autoritair systeem?

    Om te beginnen zouden we een kundige politieke klasse moeten hebben. Vergeleken met andere landen is de onze zwak. Dat komt door de manier waarop die wordt gevormd en door de grote afstand tot het volk. Er is dus een hervorming van de instituties nodig.

    Ten tweede moeten we ons verdiepen in hoe we onze identiteit definiëren. We zijn een multiculturele samenleving, we zijn een middelgrote mogendheid, het gezag in onze natiestaat heeft zijn grenzen: dat moeten we erkennen en daar moeten we naar handelen.

    Federale of sterk gedecentraliseerde landen als Spanje en Duitsland hebben minder moeite om het Europese model te begrijpen en zich ernaar te voegen. Frankrijk moet daar veel harder zijn best voor doen.

    Onze economie moet uit het slop worden gehaald. Op het ogenblik probeert men de economische blokkades weg te nemen, maar dat zet niet echt zoden aan de dijk. Tot slot moeten we ermee ophouden steeds het ene te zeggen en dan iets heel anders te doen. Om een voorbeeld te noemen: op de klimaattop in Parijs beweerde de Franse regering dat 
zij vierkant achter een forse koerswijziging van onze milieupolitiek was, maar in feite zijn de genomen maatregelen zeer bescheiden. Dit soort schizofreen gedrag is echt gevaarlijk, omdat zo het vertrouwen in de politiek wordt aangetast.

    Auteur: Pascal Riché
    Vertaler: Tess Visser

    Beeld bovenaan: _De vrijheid leidt het volk _(1830) – Eugène Delacroix

    Le Nouvel Observateur
    Frankrijk, weekblad, oplage 530.000
    In 1964 opgericht door Franse voormalig verzetsstrijders. Nog altijd is de redactie zeer geëngageerd en uit op maatschappelijke veranderingen.

  • 4. Kroniek van een aangekondigd aftreden

    4. Kroniek van een aangekondigd aftreden

    Als reactie op de aanslagen van 13 november presenteerde de Franse regering een omstreden grondwetswijziging, met daarin het plan om terroristen de Franse nationaliteit te ontnemen. Minister van Justitie Christiane Taubira trad uit protest af. Al zag iedereen haar vertrek al maanden aankomen.

    ‘Een kruiwagen vol kikkers die alle kanten op springen.’ Met deze beeldspraak beschreef de rechtse krant Le Figaro de reacties van links op het aftreden van minister Christiane Taubira.

    Met haar vertrek, dat voor flamboyant moest doorgaan maar al maandenlang werd verwacht, sloeg de voorvechtster van het homohuwelijk, die ondanks haar matige beleidsresultaten een links icoon was geworden, een deur achter zich dicht die al flinke tijd stond te klapperen.

    ‘Soms is je verzetten synoniem met vertrekken,’ verklaarde de voormalig minister op de gloedvolle toon die haar eigen is. Wat aan premier Valls onmiddellijk de reactie ontlokte dat ‘je verzetten tegenwoordig niet meer betekent dat je iets van de daken schreeuwt, maar dat je het hoofd biedt aan de realiteit van het land’.

    De minister lag al meer dan een jaar overhoop met de regering

    Toch kon je het vertrek van Christiane Taubira al maanden zien aankomen. De Franse pers zinspeelde er al sinds 
de herfst op. Waarnemers hadden zelfs verklaard dat de regering-Hollande de eerste van de Vijfde Republiek was met zo veel oppositie binnen haar eigen gelederen.

    ‘Een minister moet zijn mond houden of aftreden’: deze aan de voormalige socialistische minister Jean-Pierre Chevènement toegeschreven woorden zijn nooit het adagium van Christiane Taubira geweest. Maar na de liberale wending van het economische beleid van Hollande kon haar vertrek niet 
uitblijven.

    Emoties

    De minister lag al meer dan een jaar overhoop met de regering van Manuel Valls en had alle denkbare vernederingen ondergaan. De strafrechtshervorming en de antiterreurwet waren 
zonder haar steun tot stand gekomen.

    In feite was de Franse grondwetswetswijziging die het mogelijk maakt terroristen met een dubbele nationaliteit hun Franse staatsburgerschap te 
ontnemen voor Christiane Taubira 
het ideale excuus om een uiterst symbolische kwestie uit de weg te gaan. Hoe valt dan te verklaren dat zo’n 
langverwachte beslissing zo veel 
emoties heeft opgeroepen bij links?

    Minister Christiane Taubira nam afscheid van haar ministerie en vertrok op de fiets. – © Christian Hartmannt / Reuters
    Minister Christiane Taubira nam afscheid van haar ministerie en vertrok op de fiets. – © Christian Hartmannt / Reuters

    De enige behendigheid waarvan François Hollande de afgelopen drie jaar heeft blijk gegeven, bestond uit de combinatie van steeds meer liberale economische hervormingen met een aantal symbolische overwinningen 
om de linkervleugel van zijn partij koest te houden, zoals het mogelijk maken van het homohuwelijk.

    Als specialist van de ‘synthese’ hoopte Hollande op die manier Taubira nog een tijdje binnenboord te kunnen 
houden. In elk geval tot de volgende kabinetswijziging. Dan zouden de gevolgen minder desastreus zijn geweest.

    ‘Hollande wilde haar behouden, Valls moest de grondwetswijziging erdoor loodsen zodat er een echte kabinetswijziging kon worden doorgevoerd 
als de storm was gaan liggen,’ aldus een vertrouweling van François Hollande in het dagblad Le Parisien. ‘Haar vertrek maakt het vervolg bijzonder gecompliceerd.’

    Impopulariteitsrecords

    François Hollande heeft altijd gedacht dat Christiane Taubira, ook al gooide 
ze haar kont tegen de krib, nuttiger voor hem was binnen de regering dan daarbuiten. In de eerste plaats om zijn handen vrij te kunnen houden zodat hij bij de volgende kabinetswijziging eventueel op zoek kon gaan naar nieuwe linkse ministers. In de tweede plaats omdat het binnenboord houden van Taubira de beste manier was om te voorkomen dat ze zich eventueel kandidaat zou stellen voor het presidentschap. Dat Lionel Jospin van Jean-Marie Le Pen verloor in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van 2002 
is een vernederende ervaring die de president altijd is blijven achtervolgen. Deze nederlaag werd vooral in de hand gewerkt door de kandidatuur van Christiane Taubira, die 2,3 procent van de stemmen binnenhaalde.


    François Hollande, die de impopulariteitsrecords blijft breken, zal de eerste ronde nooit overleven als hij ter linkerzijde zo’n kandidaat tegenover zich vindt. De Franse pers vergelijkt Taubira met een ‘granaat waar de pin uit is gehaald’.

    Niemand in Parijs gelooft Taubira wanneer ze verklaart: ‘Ik ga terug naar Guyana om mijn boeken te kunnen lezen onder een koepel van licht.’ 
Daarvoor lijkt haar vertrek te minutieus voorbereid. De voormalige minister heeft voor de komende weken diverse openbare optredens op het programma staan.


    Op vrijdag 28 januari hield ze al een eerste toespraak voor de rechtenfaculteit van de Universiteit van New York. Haar uitgever Bayard kondigt aan dat ze op 9 maart aanstaande een boek 
zal publiceren, nauwelijks zes weken na haar aftreden. Voor een petitie 
die aandringt op haar presidentskandidatuur zijn al twintigduizend handtekeningen verzameld, ook al heeft de ex-minister verklaard dat 
ze ‘absoluut niet’ beschikbaar is.

    Sinds het vertrek van Taubira gonst het bij uiterst links van de geruchten. Door haar vertrek wordt opnieuw gespeculeerd over een linksere 
kandidaat voor de eerste ronde dan François Hollande. Bekend is dat dit idee wordt geopperd door persoonlijkheden als de linkse econoom 
Thomas Piketty en de voormalige groene Europarlementariër Daniel Cohn-Bendit. Afgaande op de jongste regionale en departementale verkiezingen heeft uiterst links nog nooit zo weinig kiezers gehad. Vandaar dat premier Manuel Valls alleen maar zijn schouders ophaalt en zijn blik op het midden gevestigd houdt.

    Auteur: Christian Rioux

    Le Devoir
    Canada, dagblad, oplage 26.000
    Henri Bourassa publiceerde in 1910 het eerste nummer van Le Devoir met de belofte een opiniërende krant met ideeën te maken en het nationalisme een nieuwe impuls te geven. Tegenwoordig heeft het onafhankelijke dagblad een solide, soevereine reputatie.

  • 5. Een buitengewoon gevaarlijk artikel

    5. Een buitengewoon gevaarlijk artikel

    Niet de ontneming van de Franse nationaliteit is het meest heikele punt in de nieuwe grondwet, stelt website Numerama. Het gaat vooral om het eerste artikel, dat het Franse parlement de macht geeft de controleurs van de naleving van de grondwet monddood te maken.

    Er moet nog eens grondig worden gekeken naar het eerste artikel van het grondwetsvoorstel voor ‘de bescherming van de natie’, dat niet alleen over ontneming van de nationaliteit gaat, maar in de allereerste plaats over de noodtoestand. De aangenomen tekst is buitengewoon gevaarlijk, omdat hij de Grondwettelijke Raad [Conseil constitutionnel, de waakhond die dit soort uitzonderingswetgeving aan de grondwet moet toetsen.] van een groot deel van zijn controlerende macht berooft.

    Het gaat om een politieke communicatietruc die helaas maar al te goed werkt

    Het betreft een politieke communicatietruc, die helaas maar al te goed werkt. Tijdens een televisie-interview met de Franse president op 11 februari sprak presentator David Pujadas over ‘de wet op de ontneming van de nationaliteit’ alvorens met François Hollande het zeer belangrijke wetsvoorstel voor ‘de bescherming van de natie’ aan te snijden. De interviewer was zo in de war door het groteske artikel 2 van het wetsvoorstel, dat de waarden van de Parti Socialiste gevaarlijk dicht in de buurt brengt van die van het Front National, dat hij vergat dat het vooral om het éérste artikel ging; over de noodtoestand.

    Lees maar na!

    De week die daaraan voorafging had al een deel van de pers, bijgestaan door een spontaan koor van antiparlementair gezinde internetgebruikers, met verontwaardiging gereageerd op het grote aantal parlementsleden dat ontbrak tijdens de behandeling van en de stemming over dit eerste grondwetsartikel. Het parlement werd opgeroepen zijn excuses aan te bieden en de kiezers werden aangespoord om rekenschap te eisen. Terwijl er die dag in werkelijkheid heel wat meer leden in het parlement aanwezig waren dan gebruikelijk is bij de behandeling van een wetsvoorstel.

    Maar over de grondslag van het eerste artikel, waarbij de noodtoestand wordt opgenomen in de grondwet, hebben we uiteindelijk maar weinig te lezen gekregen. Veel minder in elk geval dan over de ontneming van de nationaliteit. Terwijl het een essentieel en ongelooflijk gevaarlijk artikel is. Lees maar na!


    Om te begrijpen waarom dat eerste artikel gevaarlijk is en in strijd met ‘de bescherming van de natie’, moeten we ons er eerst rekenschap van geven dat de Grondwettelijke Raad tot taak heeft te controleren of de wetten die door het parlement worden aangenomen verenigbaar zijn met de grondwet. 
Wie de grondwet verandert, verandert de grondslagen van de grondwettelijke controle.

    Tot nu toe kon met de wet in de hand tot het uitroepen van een noodtoestand worden besloten, binnen het gebruikelijke kader van de grondwet. Desgewenst kon de Grondwettelijke Raad bepalen of de door de wetgever voorgestelde maatregelen verenigbaar waren met deze grondtekst van de Vijfde Republiek, en bezwaar maken tegen wetten die disproportioneel werden geacht.

    Premier Manuel Valls heeft zich natuurlijk juist verzet tegen het raadplegen van de Grondwettelijke Raad over de noodtoestand van november 2015, omdat hij een dergelijk bezwaar vreesde. Maar verontruste leden van 
de Nationale Vergadering of van de Senaat hadden wél een beroep op de wijze mannen en vrouwen kunnen doen. Dat is wezenlijk voor de bescherming van de democratie.


    Wat doet dat eerste artikel van de grondwet nu precies, waarop maar zo weinig commentaar is geleverd? Het voegt een nieuw artikel, 36-1, aan de grondwet toe waarin wordt gesteld dat ‘de wet de administratieve politiemaatregelen bepaalt die de burgerlijke autoriteiten kunnen nemen’ wanneer de regering besluit dat er sprake is van een noodtoestand. De parlementaire meerderheid kan dus min of meer zelf bepalen wat voor uitzonderlijke politiemaatregelen er moeten worden genomen, en als hij geraadpleegd wordt door 
verontruste parlementariërs van de oppositie, zal de Grondwettelijke Raad zich moeten beperken tot de constatering dat de grondwet het parlement de macht geeft om te besluiten wat het goeddunkt.

    Monddood

    Omdat het nieuwe artikel 36-1 dezelfde juridische waarde heeft als alle andere artikelen van de grondwet, en dezelfde waarde als de Verklaring van de Rechten van de Mens, is de Raad niet of nauwelijks in staat om de onverenigbaarheid van de wetten betreffende de noodtoestand aan andere grondwettelijke normen te toetsen. Temeer omdat het juridische principe ‘lex specialis derogat legi generali’ (de speciale wet wijkt af van de algemene wet) van toepassing zou kunnen zijn.

    De Grondwettelijke Raad zou zelfs niet op zoek kunnen gaan naar bepalingen uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, of andere internationale verdragen die voorrang hebben boven de nationale wet, omdat hij van mening is dat zijn rol zich beperkt tot het controleren van de verenigbaarheid van wetten met de grondwet, en niet met de internationale afspraken van Frankrijk. Dat is de rol van de rechter.

    ‘Wat wij in het leven roepen, zijn zeer strenge controlemechanismen op zowel politiek als juridisch gebied,’ had premier Valls de parlementariërs beloofd tijdens de behandeling van het grondwetsvoorstel. Maar het is de vraag wat er met de strenge controle op de ‘bescherming van de natie’ gebeurt als de grondwet wordt geamendeerd om de Grondwettelijke Raad monddood te maken..

    Auteur: Guillaume Champeau
    Vertaler: Peter Bergsma

    Numerama 
    Frankrijk | numerama.com
    Numerama is een website over de digitale wereld en techniek. De site trekt maandelijks twee miljoen bezoekers.

  • Dossier: Noodtoestand

    Dossier: Noodtoestand

    De Franse Vijfde Republiek schudt op haar grondvesten. De noodtoestand, die geldt sinds de aanslagen van 13 november, werd onlangs tot in mei verlengd. Wat er daarna gebeurt is onduidelijk, want premier Valls heeft verklaard dat de huidige toestand gehandhaafd blijft ‘tot IS is verslagen’. Wat betekent dit voor Frankrijk? Kan de rechtstaat zich weer herstellen, of glijdt het land af richting autoritair bestuur?

    1. Noodtoestand: de uitzondering is regel geworden

    2. Drie vragen over de verlenging van de noodtoestand

    3. ‘Frankrijk vervalt snel in autoritaire reflexen’

    4. Kroniek van een aangekondigd aftreden

    5. Een buitengewoon gevaarlijk artikel

    6. De clan-Hollande gebruikt de grondwet als poetsdoek

    7. De rechtsstaat is vervangen door het recht van de staat

    Beeld bovenaan: President François Hollande en premier Manuel Valls in het Elysée. – © Chesnot / Getty