In een land met een onderwijssysteem waar meer dan een miljoen jongens en meisjes buiten de boot vallen, vangt een volksschool arme migrantenkinderen op die anders rondhangen op het grote plein in Guatemala-Stad.
Volksschool Ixquic zag het licht dankzij een droom van lerares Rosa Gallardo, de oprichter. Het verhaal heeft ronduit magisch-realistische trekjes: in dat visioen zei haar grootmoeder van moederskant, die ze nooit had gekend, dat ze een school moest beginnen voor de meisjes op het centrale plein van Guatemala-Stad.
Gallardo had twee achtereenvolgende jaren op datzelfde plein de herdenking bijgewoond van de tragedie die plaatsvond in het opvanghuis Virgen de la Asunción, waarbij 41 meisjes door brand om het leven kwamen. Het plein was veranderd in het epicentrum van de demonstraties en herdenkingen rond die gebeurtenis, waaraan zij steevast deelnam met het feministische collectief Plaza Las Niñas.
Het Plaza de la Constitución, ook wel Parque Central genoemd, is een plek vol bedrijvigheid waar dagelijks vele vrouwen met hun koopwaar naartoe komen, vergezeld van hun kinderen, die ze nergens kunnen onderbrengen en die niet bij een onderwijsinstelling staan ingeschreven. De aanwezigheid van hele gezinnen, bijna allemaal berooid, is daar een vertrouwd beeld.
Gallardo wist meteen wat haar te doen stond en stelde de vrouwen van haar collectief voor een school in de openlucht te beginnen, waar deze meisjes les zouden krijgen over mensenrechten en andere onderwerpen; het moest voor hen een plek zijn om te leren, aangezien ze waren uitgesloten van het onderwijssysteem.
‘Als deze ventende vrouwen al moeite hebben om hun dochters te eten te geven, hoe wil je dan dat ze hen naar school laten gaan? Dan moeten ze uniformen, spullen voor school en noem maar op kopen,’ vertelde Gallardo haar vriendinnen zo’n zes jaar terug. Hoewel de meesten aanvankelijk sceptisch waren vanwege de vage oorsprong van het plan, waren er ook die instemden, en het project kreeg z’n beslag.
Uitgebuit
De eerste schooldag was in 2020 en op de oproep kwamen niet alleen jonge meisjes af, zoals de bedoeling was geweest. De behoefte bleek veel groter: er kwamen ook jongens en oudere kinderen opdagen. Zo kreeg Gallardo’s droom gestalte, maar de realiteit was een stuk ernstiger dan ze had verwacht.
‘De kinderen die we aantreffen op het plein hebben te maken met veel geweld. Er is daar sprake van mensenhandel, drugs, lichte misdrijven, prostitutie, bendes,’ vertelt ze. ‘Veel kinderen worden uitgebuit en moeten de hele dag met spullen leuren, dus gaan ze niet naar school.’
Gallardo staat niet alleen voor de uitdaging les te geven maar ook een veilige plek te bieden aan de verwaarloosde kinderen op het plein, en dan gaat het om kinderen die afkomstig zijn uit de periferie van de stad en uit inheemse gemeenschappen zoals de garífuna’s en maya’s, maar ook om migrantenkinderen uit Venezuela, Colombia, Haïti en andere Midden-Amerikaanse landen.
Tientallen kinderen bezoeken Volksschool Ixquic, die om de veertien dagen in bedrijf is, regelmatig. Het huidige gemiddelde is vijfentwintig kinderen per dag, maar soms zijn het er wel vijftig, met name in de maanden dat er groepen migranten vanuit het zuiden door Guatemala trekken.
‘Sommige kinderen zien we maar één keer, andere blijven langer dan een maand en weer andere brengen jaren bij ons door’
‘Sommige kinderen zien we maar één keer, andere blijven langer dan een maand en weer andere brengen jaren bij ons door,’ vertelt Gabriela Hernández, die als lerares aan de school verbonden is.
In het begin kwamen er alleen kinderen uit de wijken rond het plein. Velen van hen woonden daar al hun hele leven, maar anderen waren met hun ouders, die op zoek waren naar werk, vanuit inheemse en plattelandsgemeenschappen naar de hoofdstad getrokken.
Ze kwamen dus overal vandaan en troffen elkaar aan het eind van de dag op hetzelfde plein zonder gelegenheid om naar school te gaan. Ze hielpen hun papa en mama bij het verkopen of doodden simpelweg de tijd met andere jongens en meisjes omdat er verder niets te doen was – geen ongewoon tafereel in Guatemala.
Het aantal kinderen dat niet naar school gaat is groot en neemt toe naarmate het onderwijsniveau stijgt en steeds meer kinderen om ethische of economische redenen geen toegang hebben tot school, vertelt Aimée Rodríguez, socioloog en coördinator onderwijs aan het Flacso, het Latijns-Amerikaans Instituut voor Sociale Vraagstukken in Guatemala.
Buiten de boot
Bij het kleuter-, lagereschool- en middelbareschoolonderwijs vielen in 2023 tenminste 1.117.111 jongens en meisjes buiten de boot, volgens jaarcijfers van het ministerie van Onderwijs van Guatemala.
In het voortgezet onderwijs zijn de aantallen niet-schoolgaande kinderen het grootst, terwijl in het basisonderwijs opvalt dat een aanzienlijk deel van de scholieren eigenlijk te oud is voor de klas waarin ze zitten. In 2023 had het basisonderwijs het hoogste percentage schoolgaande kinderen.
In 2023 stond 10,58 procent van de kinderen onder de zes jaar bij geen enkele school ingeschreven. Bij het basisonderwijs was dat 32,1 procent en bij het middelbaar onderwijs bedroeg het aantal kinderen dat niet naar school ging 66,22 procent.
Het percentage schoolgangers neemt drastisch af in de departementen met een grotere inheemse of plattelandsbevolking, zoals Huehuetenango, een departement dat op alle onderwijsniveaus de hoogste percentages niet-schoolgaande kinderen heeft, gevolgd door Quiché, Totonicapán en Chimaltenango. In Totonicapán ging bijvoorbeeld maar 12,75 procent van de jongeren in de leeftijd voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs daadwerkelijk naar school.
‘Wie arm is kan niet studeren want het onderwijs mag dan gratis zijn, er zitten altijd kosten aan vast’
Het voornaamste obstakel voor de toegang tot onderwijs blijft armoede, benadrukt Rodríguez. ‘Wie arm is kan niet studeren want het onderwijs mag dan gratis zijn, er zitten altijd kosten aan vast,’ legt ze uit. Daarbij gaat het om uitgaven voor de uniformen, schoolspullen, opdrachten waarvoor je naar de kantoorboekhandel moet, en zo meer.
Volgens Rosa Gallardo, de oprichter van Volksschool Ixquic, bedraagt de gemiddelde uitgave voor een kind om naar school te kunnen gaan per dag 100 quetzal (12,43 euro). Dit bedrag is inclusief de kosten voor ten minste één maaltijd en kan hoger uitvallen al naargelang de vervoerskosten.
‘Toen we met het schooltje begonnen, gaven we alleen middageten, maar na vijf jaar ervaring begrepen we dat dat niet genoeg was voor deze kinderen. Daarom geven we nu een ontbijt, een tussendoortje en middageten,’ vertelt ze.
Een ander obstakel is het tekort aan scholen, die zich met name bevinden in de hoofdplaatsen van gemeenten en departementen. In zulke gevallen gaan alleen de kinderen uit gezinnen die over een vervoermiddel beschikken of vervoer kunnen betalen naar school. Het komt ook voor dat de families die zich dat kunnen permitteren naar de stad verhuizen.

Volgens het ministerie van Onderwijs zijn er in Guatemala 8442 basisscholen op een bevolkingsgroep van 1.065.795 kinderen in de basisschoolleeftijd. Dat betekent dat elke school meer dan 126.000 kinderen zou moeten kunnen herbergen.
Wat het voortgezet onderwijs betreft, voor dit schooltype zijn er maar 5041 instellingen op een bevolkingsgroep van 1.050.144 jongeren in de betreffende leeftijd. Dus zou elke school een capaciteit moeten hebben voor meer dan 200.000 leerlingen.
‘Al met al heb je dus een openbare school in je eigen gemeente of in de buurt nodig plus de economische omstandigheden om daar op reguliere basis naartoe te gaan,’ vat Rodríguez samen.
Zonder een onderwijsbeleid dat gericht is op deelname van de inheemse, plattelands- en anderszins gemarginaliseerde sectoren, zal de systematische uitsluiting van deze groepen blijven bestaan. De redenen achter deze problematiek zijn complex, legt Rodríguez uit, maar het komt in de kern neer op een gebrek aan middelen én politieke wil.
Beperkt budget
Het budget voor openbaar onderwijs is beperkt. Hoewel het gaat om de op een na hoogste post in de staatsuitgaven, is het meeste geld bestemd voor de lonen van het personeel, dus blijft er weinig over voor noemenswaardige verbeteringen van het onderwijsstelsel.
‘Zo kun je geen diepgaande veranderingen in het onderwijsbeleid doorvoeren of experimenteren met projecten om te zien wat wel werkt en wat niet,’ stelt Rodríguez.
Al was de kinderschare die de volksschool bezocht vanaf het begin divers, de laatste jaren werd die nog diverser als gevolg van de grote groepen migranten die door het land trokken. Ineens kwamen er kinderen naar de school die anders praatten en er anders uitzagen.
De meeste kinderen die uit het zuiden kwamen, hadden de dichte jungle van Darién doorkruist met bestemming de Verenigde Staten. Het waren vooral Venezolanen en Colombianen, maar er voegden zich ook kinderen uit Midden-Amerika bij hen, zoals Hondurezen en Salvadorianen.
‘We zien de migrantenkinderen één dag en dat is het dan, maar het doet ertoe want we onderwijzen hen op een heel specifiek moment en kunnen hun lot een beetje veraangenamen. Zij laten ons op hun beurt achter met onderwerpen waar we van leren. Het is belangrijk om de rechten van migrantenkinderen te respecteren, ook al zijn ze alleen maar op doorreis,’ zegt lerares Gabriela Hernández.
In 2024 doorkruisten 302.203 personen de regio Darién en in 2023 waren dat er meer dan 520.085, en velen van hen migreren in gezinsverband, inclusief minderjarigen, aldus cijfers van de Servicio Nacional de Migración van Panama.
Een veilige plek
Nogal wat van de migrerende kinderen blijven wat langer op de volksschool, omdat hun ouders op dat moment aan geld moeten zien te komen voor het vervolg van de reis. Zo leren de jongens en meisjes van elkaar over hun verschillende achtergronden en ervaringen, en beschikken ze, al is het maar voor even, over wat Gallardo vanaf het begin voor ogen had: een veilige plek.
Hoewel de meeste migrantenkinderen slechts op doorreis zijn, zijn er ook migrantengezinnen die zich in Guatemala vestigen, benadrukt Gallardo. In dat geval krijgen de kinderen te maken met een nieuwe reeks uitdagingen om formeel in het onderwijssysteem te integreren.
‘De staat heeft de handen vol aan de eigen bevolking, laat staan dat er middelen beschikbaar zijn om te zorgen voor leerlingen van elders,’ aldus Rodríguez.
Deze leerlingen stuiten ook op bureaucratische obstakels als ze niet beschikken over de benodigde papieren of een officiële verblijfsstatus. Bovendien, zegt Rodríguez, betekent de toelating van buitenlandse leerlingen dat er een aangepast leerplan moet komen, met oog voor culturele verschillen, wat evenmin gebeurt.
Ondertussen probeert Volksschool Ixquic de kinderen de gelegenheid te geven om te leren, te spelen en te genieten in een land waar ze buiten het schoolsysteem vallen en niet de kans krijgen om zich te ontwikkelen.


















