Tag: hacken

  • Achter vergeten wachtwoorden zitten cryptomiljoenen verborgen. Deze hacker kraakt ze

    Achter vergeten wachtwoorden zitten cryptomiljoenen verborgen. Deze hacker kraakt ze

    De legendarische hacker Joe Grand staat in de cyberwereld bekend als Kingpin. Hij heeft een nieuwe uitdaging in zijn leven gevonden: geld terugwinnen dat verloren is gegaan door menselijke onzorgvuldigheid.

    ‘Ik ben het wachtwoord vergeten,’ vertelde zijn vriend aan Dan Reich, een elektrotechnisch ingenieur en oprichter van een start-up in New York. Het ging om het wachtwoord voor een digitale portemonnee met daarin Theta, een cryptocurrency. Het tweetal had in 2018 voor 50.000 dollar aan Theta gekocht. De digitale munt was nooit meer dan een paar cent waard geweest, maar begon tegen het eind van 2020 te stijgen. Binnen drie maanden was hun 50.000 dollar zo’n 2,5 miljoen dollar waard. De vriend van Reich die het wachtwoord vergeten was, is professioneel pokerspeler. Het is zijn werk om dingen te onthouden: ‘Hij had nummerborden van middelbare-schoolvrienden onthouden. Voor zijn levensonderhoud pokert hij aan acht tafels tegelijk en onthoudt hij het spel van tientallen verschillende spelers,’ schreef Reich in een artikel op zijn website.

    Er was nog een probleem. De digitale portemonnee, een soort USB-stick, zou zichzelf na zestien mislukte pogingen wissen. En ze hadden er al twaalf gehad. Als ervaren elektrotechnicus wist Reich dat er een andere oplossing moest zijn. ‘De chats met onze vrienden werden steeds krankzinniger’, schreef hij. ‘Zoals dat als we geen technische manier zouden vinden om bij het geld te komen, we het op chemische wijze zouden moeten proberen: we zouden een weekend weggaan en hem hallucinogenen toedienen totdat hij zich het wachtwoord herinnerde.’ Het was ernstig.

    Kingpin

    Uiteindelijk, nadat hij eerst nog was gestuit op een mysterieuze, geheime Zwitserse groep met een lab in Parijs, die hij echter niet overtuigend vond, kwam hij Joe Grand tegen. Grand is in de wereld van hackers bekend als Kingpin. Hij was het jongste lid van de legendarische groep L0pht, een zevental dat in 1998 met nerdy kapsels en pakken en uitgestreken gezichten in de Amerikaanse Senaat verscheen om vragen van senatoren te beantwoorden: ‘Ik heb begrepen dat jullie in dertig minuten het internet in het hele land onklaar kunnen maken?‘ ‘Dat klopt’, was het antwoord. Grand geeft nu lessen en cursussen over de hele wereld. Maar, zegt hij in een videogesprek met El País vanuit zijn werkplek in Portland, Oregon, ‘diep vanbinnen ben ik nog steeds de zestienjarige hacker die het leuk vindt om mensen te ergeren’.

    In februari 2021 vertelde Dan Reich Grand over zijn probleem. Het was tijdens de pandemie en Grand had tijd om na te denken over een oplossing. Grand is een hardware hacker, een speciale categorie in het wereldje. De aanval om bij de informatie in de digitale portemonnee te kunnen komen moest plaatsvinden op het niveau van de chip zelf, en betrof niet alleen de code. Bij crypto is je geld alleen toegankelijk met jouw persoonlijke sleutel, die in de portemonnee wordt bewaard. Zonder die sleutel, die in het geval van Reich ook nog eens was beveiligd met een wachtwoord van enkele cijfers, valt er niets te doen.

    Beiden gingen ermee akkoord om een professionele video van het hele proces op te nemen. De opname werd gemaakt in mei 2021, maar de video werd pas op 24 januari dit jaar geüpload naar YouTube. Binnen drie weken had hij het ongelofelijke aantal van 4 miljoen views bereikt; inmiddels zijn het er 4,6 miljoen. De video van 32 minuten slaagt er op fraaie wijze in de complexiteit van het technische proces en de oplossingen die Grand aandraagt uit te leggen. ‘Hacken is niet wat je in speelfilms ziet,’ zegt Grand in de video. ‘Het is een enorme achtbaan, het betekent puzzels oplossen en computers en hardware dwingen dingen te doen die ze niet verwachten. Je wilt dat ze hun functie prijsgeven op een manier die jij kunt controleren.’

    ‘Het laat zien dat mensen problemen hebben met cryptocurrencies. Ze zijn niet echt gebruiksvriendelijk’

    Inmiddels zijn Reich en Grand met nog enkele anderen partners in een nieuw bedrijf dat in de eerste plaats cryptobezitters wil bijstaan die de toegang tot hun portemonnee zijn kwijtgeraakt.

    Grand weet niet goed hoe hij het ongelooflijke succes moet verklaren van de video, die ook leidde tot een geschreven versie in The Verge. ‘Wat het ook is, het laat zien dat mensen problemen hebben met cryptocurrencies. Ze zijn niet echt gebruiksvriendelijk‘, zegt hij. ’We worden overspoeld met e-mails, echt honderden en nog eens honderden berichten,’ voegt hij eraan toe. Sommige komen uit Spanje en Latijns-Amerika.

    Niet alle problemen gaan over ontoegankelijke digitale portemonnees en verloren cryptomunten. Er zijn ook mensen die werden opgelicht en om die reden hulp zoeken; anderen hebben een versleuteld apparaat en weten niet meer hoe ze toegang kunnen krijgen. ‘En daarnaast zijn er ook mooie, legitieme probleemgevallen waarmee we kunnen helpen. Het is opwindend om de respons te zien,’ zegt hij. Het ontsluiten van digitale portemonnees is ook interessant omdat zijn honorarium een percentage bedraagt van het hervonden geld.

    Weggegooide harde schijf

    Overigens gaat het om veel meer gevallen dan we ons misschien voorstellen: volgens een vaak aangehaald onderzoek van Chainanalysis heeft 20 procent van de bitcoins die in omloop zijn, geen eigenaar. Dat gaat dus om vele miljarden euro’s. Sinds vorig jaar is Grand betrokken bij een veelbesproken geval van cryptoverlies. James Howells gooide per ongeluk een harde schijf weg met daarop zijn wachtwoorden, in plaats van een identieke waar ze niet op stonden. Zijn geval heeft veel aandacht gehadBBC publiceerde een artikel met daarin een van de meest evidente zinnen in de geschiedenis van de journalistiek: ‘Howells wilde dat hij zijn harde schijf nooit had weggegooid.’ Het is dan ook niet al te moeilijk om je in te leven in iemand die in een stadje in Wales woont en meer dan 200 miljoen euro had kunnen bezitten, maar die is kwijtgeraakt.

    Het probleem is volgens Grand in dit geval niet technisch van aard, maar ligt bij de gemeente. Om die harde schijf op te sporen is toestemming nodig om de vuilstort te doorzoeken. ‘Hij probeert zich er al bijna tien jaar bij neer te leggen’, zegt Grand over zijn gesprekken met Howells. ‘Maar ik ben hoopvol. Ik denk dat het met de juiste stappen en de juiste mensen gaat lukken. Het is een aansprekend verhaal omdat hij een harde schijf weggooide, wat niemand iets kan schelen. Het gaat erom hoe de gemeenschap hiervan kan profiteren,’ legt hij uit. Howells heeft 25 procent van de waarde aan zijn gemeente beloofd als de harde schijf wordt teruggevonden.

    Niet iedereen die denkt miljoenen te bezitten, heeft die ook werkelijk

    Naast het bedrijf van Grand zijn er meer die een gat in de markt zien voor het opsporen van portemonnees met miljoenen aan verloren cryptovaluta. Er zijn ook andere problemen waar de sector op stuit. Bijvoorbeeld dat niet iedereen die denkt miljoenen te bezitten, die ook werkelijk heeft. ‘Ik spreek mensen in deze business die zeggen steeds weer teleurgesteld te worden. Soms zeggen ze je dat ze geld hebben en dan vind je 2 dollar. Veel mensen overdrijven,’ aldus Grand.

    Zijn nieuwe onderneming is meer dan alleen een technische uitdaging. Tijdens de lockdowns stelde Grand zichzelf andere, grotere vragen dan wanneer hij voor computeruitdagingen staat. ‘Ik kreeg een burn-out. Ik had geen zin meer in techniek, zelfs niet in hacken. Ik had als een gek gereisd en stressvolle achttienurige werkdagen gemaakt om producten te ontwerpen,’ zegt hij. Dat ging om entreepassen voor de beroemde Def Con-hackerconferenties; technische kunstwerken met gebruikmaking van hoogstandjes op het gebied van elektronica, hardware, codering en cryptografie. De opdracht leverde prestige op binnen het vakgebied, maar de vereiste inspanning was slopend.

    ‘Ik vroeg me uiteindelijk af wat mijn leven inhoudt en waar om mensen zich mij zullen herinneren. Iedereen heeft wel iets gedaan dat misschien memorabel is zonder dat er uiteindelijk iemand naar omkijkt, want je verandert toch in een voetnoot. Dus ik accepteerde mijn sterfelijkheid, denk ik. Ik kwam tot de conclusie dat ik gewoon moet doen waar ik van houd,’ zegt hij. En het hacken van cryptoportemonnees kwam precies op het juiste moment.

    Trezor

    Met de rust van de lockdowns had hij drie maanden om uit te dokteren hoe hij Dan Reichs cryptoportemonnee te lijf kon gaan. Het merk was Trezor, misschien wel het meest populaire merk. De software was verouderd en daarvan kon Grand profiteren. Maar ook met andere uitdagingen had hij niet veel moeite. ‘Alles is te hacken, alles,’ zegt hij. Hoewel de oude versie van de software van Trezor de aanval makkelijker maakte, beschikt Grand inmiddels ook over manieren om toegang te krijgen tot nieuwere versies, die hij momenteel nog even voor zich houdt.

    Trezor was niet erg blij het onderwerp te zijn van een op video vastgelegde aanval die door miljoenen mensen werd bekeken. Het bedrijf haastte zich te zeggen dat een soortgelijke aanval door allerlei aanpassingen inmiddels niet meer zou werken. Grand begrijpt dat. ‘Als zoiets naar buiten komt, is dat natuurlijk niet leuk. Ik voel me er dan ook niet zo goed over en zou ze graag helpen,’ zegt hij. Maar hij heeft belangrijkere doelen: ‘Mijn doel is om mensen aan het denken te zetten en dingen te tonen die ze nog niet eerder hebben gezien. Ik wil de boel een beetje door elkaar schudden en daarmee de druk opvoeren om producten te verbeteren en het bewustzijn te vergroten. Hacker zijn betekent ook een mogelijk controversiële kant laten zien, die mensen niet altijd leuk vinden. Mensen zien hacken als magie, maar dat is het niet,’ voegt hij eraan toe.

    Grand ontwierp bijvoorbeeld een kaartje om parkeermeters mee voor de gek te houden en een apparaatje om garagedeuren mee te openen: met elke klik veranderde het de code, zodat de deur uiteindelijk openging. ‘Ik zweer dat ik er nooit iets slechts mee heb gedaan‘, zegt hij.

    Zijn mobiele telefoon gebruikt hij alleen voor bellen en navigatie, niet voor sociale media of e-mail

    ‘Ik ben een hacker die eerlijke kansen biedt. Ik ben aan niets en niemand verbonden en ik bevraag en wantrouw alles,’ voegt hij eraan toe. Om die reden is hij een ‘technologisch minimalist’: technologie is zijn leven, maar omdat hij de risico’s kent, gebruikt hij alleen wat strikt noodzakelijk is. Zijn mobiele telefoon gebruikt hij alleen voor bellen en navigatie, niet voor sociale media of e-mail.

    ‘Ik maak mijn afwegingen’, zegt hij. ‘Ik weet dat ik als ik een smartphone gebruik kan worden gevolgd via mijn telefoon. Dat is een grens. Ik ben me bewust van wat technologie is en wat bedrijven die jou technologie bieden met jouw gegevens doen,‘ voegt hij eraan toe.

    ‘Ik heb geen Amazon Echo of Alexa. Ze zeggen dat die alleen luisteren wanneer je bijvoorbeeld “Hé Alexa” zegt, maar ik weet dat dat niet waar is. Die dingen moeten namelijk luisteren om te horen wanneer je “Hé, Alexa” zegt,‘ redeneert hij. Hij voegt eraan toe: ‘Ik gebruik alleen wat ik nodig heb. Ik zal dergelijke dingen niet in huis halen, tenzij ze een specifiek doel dienen.’

    Met zijn nieuwe project hoopt hij dat mensen de positieve kant van de hackerswereld zullen inzien: ‘Mensen vinden het fijn als er hackers zijn die goede dingen doen.’

    Lees ook:

  • Vier Russische regeringshackers beschuldigd van wereldwijde aanvallen

    Vier Russische regeringshackers beschuldigd van wereldwijde aanvallen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duurste restaurant VS verhoogt menuprijs naar 1000 dollar per persoon

    » Techbedrijven staan te springen om getalenteerde vluchtelingen uit Oekraïne

    Vier Russen in VS aangeklaagd voor cyberaanvallen

    De Verenigde Staten hebben donderdag bekendgemaakt dat ze vier Russische hackers hebben aangeklaagd die banden hebben met de regering van hun land. Het ministerie van Justitie beschuldigt ze van het uitvoeren van een jarenlange hackcampagne die was gericht op duizenden computers in de Verenigde Staten en over de hele wereld. Het doel van de aanvallen was om toegang te krijgen tot systemen die vitale voorzieningen zouden kunnen verstoren of fysiek zouden kunnen beschadigen, meldt The Wall Street Journal.

    De beklaagden werkten allemaal voor de Russische regering en richtten zich op honderden bedrijven in 135 landen, aldus de Amerikaanse autoriteiten.

    Lees ook:

  • 3. Cyberoorlog is eng. Maar in paniek raken zou dom zijn

    3. Cyberoorlog is eng. Maar in paniek raken zou dom zijn

    Door al het nieuws over de gevaren van hacken, dreigt een paniekerig sfeertje te ontstaan. Volgens New Yorker-journalist Evan Osnos kunnen we beter eens rustig kijken naar de echte risico’s.

    Toen admiraal Mike McConnell, het uiterst deskundige hoofd van de National Security Agency, in 2007 directeur van National Intelligence werd, kwam hij er al snel achter dat veel hoge Amerikaanse ambtenaren niet in de verste verte waren voorbereid op de komst van een digitale oorlog. (Nog geen jaar daarvoor had senator Ted Stevens van Alaska, die voorzitter was van de senaatscommissie die het internet reguleerde, het internet omschreven als een ‘serie buizen’.) Om zijn collega’s wakker te schudden had McConnell een truc uitgehaald: tijdens een afspraak bij een hoge ambtenaar haalde hij een kopie van een memo tevoorschijn dat door zijn gastheer was geschreven en daarna was gestolen. ‘De Chinezen hebben dit van jou gehackt,’ zo legde hij uit, ‘en dat hebben wij weer teruggehackt.’

    Tien jaar later is er niemand meer in Washington die niet op de hoogte is van de gevaren. Het hacken tijdens de presidentsverkiezingen van 2016, zoals de aanvallen die de interne gang van zaken binnen de Democratic National Committee en Hillary Clintons campagne openbaar maakten, markeert het begin van een nieuwe fase in de lang voorspelde cyberoorlogen. Als de eerste vijftien jaar van de eenentwintigste eeuw werden gedomineerd door de oorlog tegen het terrorisme, staan we nu aan het begin van een periode waarin de cyberoorlog in onze gesprekken over nationale veiligheid zal opdoemen. Onlangs onthulde WikiLeaks hacking-methodes van de CIA; het was nauwelijks een verrassing dat de CIA telefoons en computers aftapt, ook al was het wel nieuws dat de CIA een Samsung-televisie kan kapen en het als afluisterapparaat kan gebruiken. Kellyanne Conway, adviseur van president Donald Trump, maakte gretig gebruik van dat bericht om de mythe de wereld in te helpen dat Barack Obama Trump met behulp huishoudelijke apparaten zou hebben bespioneerd. Dat zou kunnen zijn gebeurd door middel van ‘magnetrons met een ingebouwde camera’, zei ze. ‘Dat is nu eenmaal een feit in deze moderne tijd.’ (Later zei ze dat het magnetronverhaal uit zijn verband was gerukt).

    © Studio Vonq
    © Studio Vonq

    Als de gevaren van cyberaanvallen en spionagepraktijken voor politieke doeleinden worden uitgebuit, zie je gemakkelijk de echte risico’s over het hoofd. Op de opiniepagina van The New York Times waarschuwde Bruce G. Blair, een voormalig officier op een kernraketbasis en nu onderzoeker op het gebied van mondiale veiligheid aan de Princeton University, voor het gevaar dat hacken voor het Amerikaanse kernwapenarsenaal kan betekenen. De afgelopen jaren hebben de VS zwakke plekken ontdekt in hun eigen systemen, zoals een foutje waardoor ‘hackers de vluchtgeleidingssystemen konden uitschakelen en het dagen of weken zou kosten om ze te repareren’. Hij vroeg: ‘Zou een buitenlandse agent raketten van een ander land op een derde land kunnen afvuren? Dat weten we niet.’

    Een voortdurende uitdaging in dit nieuwe tijdperk is grofweg gezegd dat je moet beslissen hoe groot je de paniek laat worden. De verleiding om bij een plotselinge bedreiging te sterk te reageren – door haastig wetten in te voeren, burgerlijke vrijheden in te perken of geld uit te geven aan de verkeerde verdedigingsmiddelen – is heel groot. De overvloed aan krantenartikelen over de gevaren van hacken zorgt voor een grap die in de wandelgangen van Washington de ronde doet, namelijk dat de beste manier om je project gefinancierd te krijgen is om het woord ‘cyber’ aan de titel toe te voegen.

    Niet zo geavanceerd

    In januari verklaarde het ministerie van Energie dat het elektriciteitsnet van de VS kwetsbaar is voor cyberaanvallen, hoewel volgens critici de risico’s van een totale stroomuitval in Amerika vaak worden overschat, omdat daarvoor veel onderstations fysiek vernietigd zouden moeten worden. (Chris Thomas, strategisch medewerker bij Tenable, een beveiligingsbedrijf, heeft geprobeerd de paranoia wat te verzachten door te wijzen op non-cybergevaren: op zijn website, CyberSquirrel1, staan duizenden meldingen van aanvallen op het elektriciteitsnet van de VS uitgevoerd door eekhoorns, vogels en andere dieren.)

    Toch blijft er ook tien jaar nadat McConnell zijn collega’s had wakker geschud in politieke kringen een zekere twijfelachtige houding ten opzichte van hacken, deels omdat veel hoge regeringsambtenaren nog behoorlijk digibeet zijn. In 2013 maakten de meesten leden van het United States Supreme Court, precies de rechters die juridische kwesties met betrekking tot technologie en privacy tegen elkaar moeten afwegen, nog geen gebruik van e-mail.

    Bijna altijd noemen journalisten en analytici de laatste cyberaanval ‘een geavanceerde operatie’, ook al omschrijven de technisch deskundigen de aanval als ‘niet bijzonder’ en ‘te voorkomen’. Ben Buchanan, een onderzoeker aan de Harvard University en auteur van het boek The Cybersecurity Dilemma, schreef deze week op de Cipher Brief, een blog over veiligheid, dat, ‘als ieder geval wordt beschreven als “uniek” en iedere bedreiging wordt weggezet als “bijna niet te stoppen” iedere aanval al snel “geavanceerd” wordt. Het effect daarvan is dat je een wereld schetst met zoveel getalenteerde tegenstanders dat cyberveiligheid praktisch onhaalbaar wordt’.

    In sommige gevallen zijn de duurste aanvallen betrekkelijk simpel. Hackers die samen zouden werken met de Russische veiligheidsdienst braken in op het Gmail-account van John Podesta, de leider van Hillary Clintons campagneteam, en gebruikten daarbij een ouderwetse techniek, het zogenaamde spearphishing: je stuurt onder valse voorwendselen een e-mail om persoonlijke informatie te verkrijgen, zoals een wachtwoord. Thomas Rid, een wetenschapper aan het King’s College in Londen, vertelde: ‘Het net zoiets als een bermbom. In de jaren negentig, de aanloop naar de oorlog in Afghanistan, was de algemene verwachting dat de toekomst van de oorlogsvoering heel hightech zou zijn. Amerika zou daarin een leidende rol hebben, omdat de Amerikaanse strijdkrachten zoveel geld uitgaven aan digitale platforms. Maar toen kwam de bermbom. Als je in een voertuig op wielen rijdt, kan dat worden aangevallen. Als je een e-mailaccount hebt, kun je worden gehackt.’

    “Afschrikking was een mentaliteit uit de Koude Oorlog die alleen maar tot strategie werd verheven omdat je je niet kunt verdedigen tegen kernwapens; je kunt je niet verdedigen tegen duizend binnenkomende kernkoppen”

    Gezien de gevaren wordt de druk steeds groter om aan een cyberwapenwedloop te beginnen, de zoveelste poging om geweld met geweld te bestrijden waarmee sommige onderdelen van de nationale-veiligheidsindustrie natuurlijk heel rijk worden. Maar er zijn misschien ook wel slimme manieren om de gevaren te neutraliseren in plaats van te vergroten. Volgens Michael Sulmeyer, een hoge ambtenaar op het Pentagon die onder Obama leiding gaf aan de cyberpolitiek, is het een vergissing om de ideologie van de wapenwedloop uit de Koude Oorlog weer nieuw leven in te blazen. ‘Afschrikking was een mentaliteit uit de Koude Oorlog die alleen maar tot strategie werd verheven omdat je je niet kunt verdedigen tegen kernwapens; je kunt je niet verdedigen tegen duizend binnenkomende kernkoppen. Maar in dit geval moeten we onszelf minder kwetsbaar maken. En dan bedoel ik bijvoorbeeld dit: waarom hebben accounts zoals dat van Podesta niet standaard een dubbele authenticatie?’
    Sulmeyer, die nu hoofd is van het Belfer Center’s Cyber Security Project aan de Harvard Kennedy School, wil dat politici en technologiebedrijven een strengere beveiliging toepassen onder meer door hen te stimuleren om de gegevens te delen van de bedreigingen waar ze aan blootstaan.

    In zijn boek Dark Territory, een fascinerend verhaal over de cyberoorlog, vertelt Fred Kaplan dat al een paar maanden na het bombardement van Hiroshima en Nagasaki, de militaire strateeg Bernard Brodie, de architect van de Amerikaanse nucleaire afschrikking, schreef: ‘Tot nu toe is het hoofddoel van ons leger geweest om oorlogen te winnen. Vanaf nu moet het hoofddoel zijn om ze te voorkomen.’ Het boek waarin die passage voorkwam heette The Absolute Weapon. Sinds het begin van de Koude Oorlog is het kernarsenaal wel uitgebreid, maar, zoals nog steeds geldt voor kernwapens, het Amerikaanse publiek en de politici die namens ons optreden, zouden minder geïnteresseerd moeten zijn in het winnen van een cyberoorlog dan in het voorkomen ervan.

    Auteur: Evan Osnos

    The New Yorker
    Verenigde Staten | weekblad | oplage 1.043.000

    Sinds 1925 hét New Yorkse tijdschrift met als handelsmerk de satirische karikaturen en cartoons en geïllustreerde covers. Is met zijn parels van reportages, scherpe politieke analyses, fictie en essayistiek, rigoureuze factchecking en brede belangstelling voor cultuur favoriet onder liefhebbers van het journalistieke ambacht in binnen- en buitenland. Gericht op New York zelf, maar ook daarbuiten gretig gelezen. Bekend om zijn karikaturen, commentaar op de popcultuur en vele korte verhalen.

  • 2. Doen techbedrijven genoeg om ons te beschermen?

    2. Doen techbedrijven genoeg om ons te beschermen?

    Consumenten die het slachtoffer worden van een cyberaanval, draaien zelf op voor de gevolgen. Maar hoe zit het met de verantwoordelijkheid van de softwarefabrikant die de kwetsbare code ontwierp?

    Toen autofabrikanten auto’s met ondeugdelijke remmen afleverden, legde de staat hun boetes van vele miljoenen dollars op. Bedrijven die apparaten maken, hebben forse bedragen moeten betalen voor wettelijk verplichte schikkingen wegens de verkoop van ondeugdelijke koffiepotten. En de overheid heeft een strafrechtelijke vervolging ingesteld tegen leidinggevenden van voedselbedrijven omdat ze besmette pindakaas op de markt brachten.

    Maar de Amerikaanse software-industrie, die goed is voor vele miljarden dollars, is tot nog toe nooit civiel dan wel strafrechtelijk aansprakelijk gesteld voor ernstige – en toenemende – problemen die het resultaat zijn van een slechte code. Als het gaat om het beveiligen van computers tegen malware of virussen, het afweren van criminele hackers of simpelweg het updaten van ondeugdelijke programma’s, ligt de verantwoordelijkheid grotendeels bij de consumenten, zelfs als de ondersteunende technologie gebreken vertoont.

    Na de recente ‘ransomware-aanval’ – die over de hele wereld naar schatting ruim 300 duizend computers aantastte en data van slachtoffers versleutelde tot ze losgeld betaalden om de files vrij te geven – vragen cyberveiligheidsexperts zich af of het geen tijd wordt om softwareontwikkelaars te verplichten zich aan bepaalde richtlijnen te houden, zoals die in andere industrieën ook bestaan. Op die manier zijn we ervan verzekerd dat hun producten beveiligd zijn tegen ernstige en kostbare computeraanvallen.

    ‘Wacht maar tot dit met jouw auto gebeurt, of jouw ijskast, of jouw vliegtuigelektronica, of tot jouw door internet ondersteunde slot je buitengesloten heeft’

    ‘De oplossing ligt in regelgeving. Die moeten we nu aanpakken,’ zegt Bruce Schneier, een bekende cryptograaf en hoofd technologie bij IBM Resilient. ‘We hebben gekozen voor snel en goedkoop. Wacht maar tot dit met jouw auto gebeurt, of jouw ijskast, of jouw vliegtuigelektronica, of tot jouw door internet ondersteunde slot je buitengesloten heeft.’

    Zo is het, want hoewel de ergste veiligheidsproblemen kwaadwillende hackers de gelegenheid hebben gegeven om zakelijke en overheidssystemen lam te leggen of gevoelige persoonlijke gegevens naar buiten te brengen, kunnen cyberaanvallen binnenkort veel duurdere consequenties hebben omdat er hoe langer hoe meer software wordt gebruikt in auto’s, medische apparatuur, consumptieartikelen en andere essentiële systemen. Daarom, zeggen experts, wordt het steeds urgenter om te zorgen dat een gebrekkige code niet zo makkelijk uitgebuit of gemanipuleerd kan worden.

    Natuurlijk waarschuwen softwarebedrijven hun gebruikers als ze een kwetsbare plek ontdekken in hun producten en sturen ze een software-update rond die het gat in de beveiliging repareert. Dat deed Microsoft toen het hoorde over een ernstige zwakke plek in Windows die criminelen de mogelijkheid bood om een ransomware-aanval uit te voeren.

    WannaCry

    Of die boodschap ook alle slachtoffers van de aanval heeft bereikt is onduidelijk. Dit speciale soort ransomware – WannaCry – lijkt zich te hebben verspreid via een kwaadaardige e-mailcampagne die het virus door middel van bijlagen op de computers van de slachtoffers installeerde.

    De zwakke plek in de Windows-software waarvan WannaCry gebruikmaakte, was al eerder ontdekt door de National Security Agency (NSA), en door hen opgeslagen als mogelijk cyberwapen.

    Een hackersgroep die zichzelf de Shadow Brokers noemt, dumpte de spyware eerder dit jaar op het web. In een blogpost kapittelde Microsoft-voorzitter Brad Smith de NSA over het feit dat ze de zwakke plek hadden opgeslagen en geheim hadden gehouden. Hij vergeleek het probleem met een situatie waarin er ‘een paar Tomahawkraketten waren gestolen’ van de Amerikaanse overheid.

    Maar sommige experts zijn niet zo voor het straffen van veiligheidsdiensten die profiteren van zwakke plekken in besturingssystemen en mobiele telefoons. ‘Het is oneerlijk om de NSA eruit te pikken,’ zegt Patrick Wardle, een computerexpert die bij de NSA heeft gewerkt en nu beveiligingsonderzoeker is bij de firma Synack. ‘Waarom geven we Microsoft niet de schuld? Ze hebben een gebrekkige code ontwikkeld en toegepast. Ze zouden een deel van de schuld op zich moeten nemen.’

    © Studio Vonq
    © Studio Vonq

    In tegenstelling tot in veel andere industrieën, zoals de gezondheidszorg en de elektronische sector, worden aan softwareontwikkelaars geen juridische eisen gesteld als het op productveiligheid aankomt. In een serie artikelen uit 2013 in New Republic over het debat wie aansprakelijk is voor software, zegt Jane Chong van het Hoover Institution dat softwarebedrijven altijd aansprakelijkheidsclaims over ondeugdelijke codes hebben ontweken met een beroep op de gebruikersovereenkomst.

    ‘Softwareleveranciers schuiven met die licentieovereenkomst, die door rechters meestal als een afdwingbaar contract wordt gezien, alle risico’s van hun producten af op de gebruikers,’ schreef mevrouw Chong, docent rechten en nationale veiligheid aan het instituut.

    De keren dat gebruikers hebben geprobeerd om softwarebedrijven gerechtelijk te vervolgen wegens het lekken van data, werden de zaken vaak onontvankelijk verklaard, merkte ze op. Een gerechtshof in Californië verwierp een groepsgeding van LinkedIn-gebruikers, die aanvoerden dat het sociale-mediabedrijf slachtoffer was geworden van een serieuze hack, omdat LinkedIn zelf niet de veiligheidsmaatregelen had getroffen die gangbaar waren in de industrie. Om te zorgen dat gerechtshoven softwarebedrijven verantwoordelijk gaan houden voor nalatigheid op het gebied van cyberveiligheid, moeten er strengere federale regels komen wat betreft de kwaliteit van de code. Het vergt ook rechters die begrip hebben voor de ingewikkelde kwesties rondom de kwetsbaarheid van software en hoe die kan leiden tot cyberaanvallen.
    In dit geval waren sommige van de getroffen Microsoft Windows-systemen oude versies die niet waren geüpdatet of gecorrigeerd, zei Ross Schulman, mededirecteur van het Cybersecurity Initiative en beleidsadviseur aan het New America’s Open Technology Institute. Microsoft heeft die systemen ‘al een heel lange tijd ondersteund; ze hebben iedereen ruim op tijd gewaarschuwd dat ze daarmee zouden ophouden’.

    Verantwoordelijk gehandeld

    Volgens veel experts heeft Microsoft in deze zaak verantwoordelijk gehandeld en zijn klanten gewaarschuwd voor de zwakke plekken. In plaats van Microsoft de schuld te geven, zegt Tom Cross, hoofd technologie bij het cyberveiligheidsbedrijf OPAQ, ‘zouden toezichthouders zich moeten afvragen waarom bepaalde organisaties niet waren voorbereid, in het bijzonder als dat organisaties zijn in essentiële sectoren van de infrastructuur.’

    Experts trachten te achterhalen wie er achter de aanval zat, maar het zou voor de industrie en de overheid ook een moment kunnen zijn om nogmaals te evalueren of er een manier bestaat om softwarebedrijven aan te moedigen producten uit te rusten met een code die bij dit soort aanvallen betrouwbaarder en veerkrachtiger is, zegt Joshua Corman, directeur van het Cyber Statecraft Initiative van Atlantic Council, een denktank in Washington.

    ‘Ik denk zeker dat het een keerpunt is,’ zegt Mr Corman. ‘Het is nu veel makkelijker om te pleiten voor een bepaalde vorm van verantwoordelijkheid voor software. Ik hoop heel erg dat dit aanleiding is voor een correctieve actie.’

    Auteur: Jack Detsch

    The Christian Science Monitor
    Verenigde Staten | csmonitor.com

    Na meer dan een eeuw is deze krant uit Boston in 2009 gestopt met de printversie en verdergegaan op internet. Heeft nog wel een wekelijkse printeditie. Niet religieus, dankt zijn naam aan de financier: de Christian Science Church.