Jovenel Moïse werd in 2021 vermoord door een groep huurlingen
Een rechter in Haïti, die de moord op president Jovenel Moïse in juli 2021 onderzoekt, heeft maandag onder meer de weduwe van de president, Martine Moïse, voormalig premier Claude Joseph en de voormalig directeur van de Haïtiaanse Nationale Politie, Léon Charles, formeel aangeklaagd. Dat schrijft The New York Times. ‘Er zijn samenhangende aanklachten en voldoende bewijs om hun verantwoordelijkheid te rechtvaardigen voor de daden waarvan ze worden beschuldigd’, schrijft hij.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Charles, die nu Haïti’s permanente vertegenwoordiger is bij de Organisatie van Amerikaanse Staten, worden de zwaarste aanklachten ten laste gelegd: moord, poging tot moord, illegaal bezit en dragen van wapens, en een criminele samenspanning tegen de binnenlandse veiligheid van de staat. Martine Moïse en Joseph worden onder meer beschuldigd van medeplichtigheid.
Een openbare aanklager moet nu de aanklacht in ontvangst nemen en doorsturen naar de opperrechter. Moise werd op 7 juli 2021 in zijn woning in Port-au-Prince gedood door een groep voornamelijk Colombiaanse huurlingen. Zijn vrouw raakte gewond bij de aanval en werd dezelfde dag nog naar Miami (VS) gevlogen. Elf andere verdachten zijn uitgeleverd aan de Verenigde Staten en aangeklaagd in verband met de moord. Drie van hen zijn al veroordeeld.
De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft maandag groen licht gegeven voor de inzet van een gewapende multinationale troepenmacht in Haïti, meldt The New York Times. Haïti is volledig lamgelegd door aanhoudend bendegeweld. De Haïtiaanse premier Ariel Henry had meermaals opgeroepen tot militaire bijstand en onder meer de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António Guterres, en de Verenigde Staten steunden die oproep.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Dertien leden van de Veiligheidsraad stemden vóór de resolutie, Rusland en China onthielden zich van stemming. Naar verwachting zal de troepenmacht worden geleid door Kenia, dat duizend politieagenten heeft toegezegd om de missie te leiden. Verschillende Caribische buurlanden van Haïti, zoals Antigua en Barbuda, de Bahama’s en Jamaica, hebben ook steun aangeboden.
De troepenmacht krijgt een mandaat van twaalf maanden in Haïti, maar het staat nog niet vast wanneer de missie begint. Daarnaast zijn meer landen uitgenodigd om deel te nemen. Een groot deel van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince wordt gecontroleerd door bendes, waardoor de bevolking honger leidt en uit angst voor geweld de straten niet op durft.
Na de vernietigende aardbeving in 2010 in Haïti probeerde burgemeester Rony Colin controle te krijgen over de haveloze stad Canaan. Dat mislukte, omdat de president en het kabinet wilden voorkomen dat Colin te veel zeggenschap zou krijgen in de verkiezingen. Een stem op Colin was een stem tegen henzelf.
Op een warme dag in de nieuwste stad van Haïti stonden honderden mensen zwetend rond een politiebureau. Ze wachtten op de man die het eerste bureau van de stad officieel zou openen. Er was bijna negen jaar verstreken sinds de ramp die de aanleiding was voor het ontstaan van deze plaats: een aardbeving van 7 op de schaal van Richter die tussen de 46.000 en 316.000 mensen het leven kostte – het precieze aantal weet niemand. De regering van Haïti schat dat zo’n anderhalf miljoen mensen – een op de zeven Haïtianen – bij de ramp dakloos raakten. Enkele weken later begonnen de VN en internationale ngo’s een aantal ontheemden over te brengen naar een braakliggend stuk land ten noorden van de hoofdstad, een gebied dat Canaan wordt genoemd. Weldra volgden er heel wat meer. Ze sliepen in tenten en krakkemikkige keten en begonnen na verloop van tijd stukjes grond te claimen waarop ze hun eigen huis bouwden. Hun aantal nam toe van honderden tot duizenden, vervolgens tienduizenden en ten slotte honderdduizenden. Bijna tien jaar na de aardbeving noemden zo’n driehonderdduizend mensen Canaan hun thuis.
Er was alleen één probleem: deze stad had geen bestuur. Tegen de tijd dat ik er een bezoek bracht hadden de inwoners zich verspreid over talloze bestaande gemeentes, maar niemand had zich officieel ingeschreven. Het was onmogelijk om het eigendomsrecht op een perceel te verwerven: geen formulieren om te ondertekenen, geen kantoor om naartoe te gaan, geen ambtenaren om een beroep op te doen. Er was geen bestuur dat de verantwoordelijkheid nam voor het graven van putten of voor de aanleg van parken of busstations. En er was geen politie.
Colin, het type ‘van krantenjongen tot miljonair’, besloot, terecht of onterecht, dat Canaan zijn grondgebied was
Eén man beloofde daar verandering in te brengen: Rony Colin, de burgemeester van de naburige stad Croix-des-Bouquets. Colin, het type ‘van krantenjongen tot miljonair’, besloot, terecht of onterecht, dat Canaan zijn grondgebied was.
Van een chauffeur uit Colins geboorteplaats aan zee hoorde ik het levensverhaal dat over hem de ronde doet: de jonge Colin, die kampte met tegenslag, ging een bos in om een waarzegger te raadplegen. De man wist Colins drie geluksgetallen op te roepen en zei hem dat hij loten moest kopen waarop die voorkwamen. Colin liep het bos uit, kocht drie loten en won twee keer. De opbrengst bedroeg 7,5 miljoen Haïtiaanse gourde, destijds het equivalent van ruim 2 miljoen dollar.
Zand
Al decennia voor de aardbeving gebruikte Colin zijn winst om een bouwbedrijf te beginnen. Hij kocht machines in Canada, die hij naar de Dominicaanse Republiek liet verschepen, vanwaar ze met vrachtwagens over de grens naar Haïti werden gebracht. Na de aardbeving had Haïti dringend behoefte aan de bouw of herbouw van duizenden huizen en gebouwen die waren beschadigd of verwoest. Voor bouw is beton nodig en voor beton zand. Colin had het geluk dat hij een kleine 670 duizend hectare aan zandmijnen bezat aan de noordrand van Canaan, de lucratiefste van al zijn investeringen. Elke dag vervoerden tientallen kiepauto’s het zand naar Port-au-Prince en andere steden. Het is een inkomstenbron die waarschijnlijk pas zal opdrogen als er geen korrel zand meer in de mijnen te vinden is. ‘Dat is allemaal van mij,’ zei Colin terwijl hij me op de afgegraven flanken wees. ‘De mijnen leveren me een hoop geld op.’
Binnen de kortste keren ging Colin in de politiek en begon hij een radiostation dat hij bemande met politiek commentatoren. In 2015 werd hij gekozen tot burgemeester van Croix-des-Bouquets. Colins toenemende macht hield gelijke tred met de toevloed van internationale hulp die volgde na de aardbeving. Hulporganisaties als het Rode Kruis hadden miljarden dollars ingezameld voor de wederopbouw van Haïti, maar het ontbrak aan iemand met gezag om de bouw groen licht te geven. Colin was hun man. Hij keurde projecten goed en legitimeerde ngo’s, die hem op hun beurt legitimeerden. De meeste ngo’s keerden hun geld uit en vertrokken weer, zodat de inwoners van de stad alleen nog met burgemeester Colin te maken hadden.
Ze verlangden naar dingen waarin een bestuur zou moeten voorzien: verharde wegen, veiligheid, elektriciteit
Sommige inwoners van Canaan zagen hem als een kans. Ze verlangden naar dingen waarin een bestuur zou moeten voorzien: verharde wegen, veiligheid, elektriciteit. Ze wilden kunnen stemmen, ze wilden veilig zijn. Bendes begonnen namelijk te infiltreren en inwoners af te persen, net als in Port-au-Prince: een realiteit van het leven in de hoofdstad waaraan de inwoners van Canaan hier nu juist wilden ontkomen. Daar was het nieuwe politiebureau voor. Zou Colin een weldoener zijn, die legitimiteit, welvaart en veiligheid bracht? Of zou hij een politicus zijn die zijn eigenbelang najaagde en de inwoners in de weg zat?
De federale regering van Haïti had tot die tijd nog maar weinig in Canaan voor elkaar gekregen. Ngo’s betaalden steekpenningen aan ambtenaren en kochten benzine voor onderbetaalde medewerkers om zich naar Canaan te wagen en taxaties te doen voor projecten en grondaankoop. Overal waar ik in Canaan kwam, zeiden mensen dat hun nieuwe stad nog niet tot bloei was gekomen omdat de staat nog niet tot besturen was gekomen. Nu was Colin misschien hun laatste redding.
Wijkvertegenwoordigers
Nadat Colin voor het nieuwe politiebureau een toespraak had gehouden, werd hij omringd door tientallen aanhangers die ‘Tien jaar! Vijftien jaar!’ scandeerden, een belofte om hem nog vele malen te herkiezen. Colin glimlachte, haalde een stapel bankbiljetten uit zijn zak en begon die uit te delen als snoepgoed. Mensen worstelden om het geld terwijl Colin in een SUV stapte met een opzichtig nepgouden nummerbord met daarop de woorden ‘Burgemeester Rony Colin’.
Elke wijk van Canaan had een leider aangewezen om haar te vertegenwoordigen, bijna allemaal mannen. Colin nodigde de wijkvertegenwoordigers uit voor een vergadering. In de woonkamer van de burgemeester mochten ze plaatsnemen op plastic stoelen. Sommige vertegenwoordigers droegen nette, keurig gepoetste zwarte schoenen. Colin zat onderuitgezakt in een leunstoel, met zijn schoenen uit; een scheurtje in zijn witte onderhemd accentueerde zijn buik. Hij klaagde over de overbevolking van Canaan. ‘Er is geen lapje grond of iemand wil het wel claimen,’ zei hij. ‘We kunnen niet leven in een maatschappij waar iedereen bang is voor elkaar. Ik ben een man van de staat. Ik ben hier voor jullie, en jullie zijn hier voor mij.’
Er waren maar twee problemen met het plan van Colin. Ten eerste had Canaan geen bureau waar mensen zich konden registreren om hun stem op hem of op wie dan ook uit te brengen. Ten tweede was Colin een politieke tegenstander van de president en diens kabinet, die in Haïti enorm veel zeggenschap hebben over het verkiezingsproces. De kans bestond dat de leiders verkiezingen in Canaan wilden voorkomen omdat een stem op Colin een stem tegen henzelf was. Haïti werd destijds geleid door president Jovenel Moïse. Tijdens zijn campagne omschreef Moïse zichzelf als een hardwerkende bananenboer, een man van het volk. In werkelijkheid was hij ten tijde van zijn kandidatuur een rijke eigenaar van bouwbedrijven en een grote landbouwinvesteerder voor wiens op export gerichte bananenplantage honderden kleine boeren het veld moesten ruimen.
In 2017 was hij verwikkeld in een corruptieschandaal en kreeg hij te maken met omvangrijke protesten
Veel mandaat had Moïse niet. Zijn verkiezing in 2015 werd later herroepen wegens onregelmatigheden en toen de verkiezingen het jaar daarop werden overgedaan, won hij bij een bedroevend lage opkomst van naar schatting 21 procent. In 2017 was hij verwikkeld in een corruptieschandaal en kreeg hij te maken met omvangrijke protesten, waarop zijn regering reageerde door de beruchte bendeleider Jimmy ‘Barbecue’ Chérizier van wapens te voorzien.
Eind 2018 vielen Chérizier en zijn boevenbende een wijk in Port-au-Prince binnen waar de protesten tegen Moïse heftig waren geweest, waarbij ze 71 mensen vermoorden, onder wie een aantal kinderen, minstens 11 vrouwen verkrachtten en zo’n 150 huizen plunderden.
Bob Anel
Maar Colin had nog een ander probleem, veel dichter bij huis. Jean Adler Corriélus, beter bekend onder zijn nom de guerre Bob Anel, was een man met veel politieke macht die hof hield als een ware koning. Elke ochtend vulde zijn achtertuin zich met mensen die wachtten op hun kans om hem om een gunst te vragen of te proberen hem iets te verkopen. ‘Zie je al deze mensen?’ vroeg hij, om zich heen wijzend, op de dag dat ik hem bezocht. ‘Ze komen me allemaal wat vragen, wat geld, veiligheid. Misschien hebben ze een probleem gehad met de politie. Iedereen heeft wel wat.’ Volgens Anel was Colin de politiek ingegaan uit ambitie, maar Anel zag het als zijn plicht om de handschoen tegen hem op te nemen.
Anel beweerde dat Colin zich een groot stuk grond had toegeëigend dat lang geleden aan Anels grootvader was geschonken na diens militaire dienst. Het conflict tussen de twee ging verder dan politiek en ontaardde zelfs een keer in geweld. Volgens Colin vielen Anels schutters op motorfietsen zijn radiostation aan.
Rechters en advocaten waren neergeschoten, ontvoerd, gedood
Het rechtssysteem van Haïti was een puinhoop. Rechters en advocaten waren neergeschoten, ontvoerd, gedood. In een rechtbank waar een corruptiezaak liep waarbij Moïse betrokken was, probeerden mannen twee griffiers te ontvoeren. Twee rechters die waren belast met het onderzoek naar het schandaal vluchtten het land uit na het ontvangen van doodsbedreigingen. In 2020 werd het hoofd van de orde van advocaten van Port-au-Prince doodgeschoten op weg naar zijn huis, enkele uren nadat hij op de radio tekeer was gegaan tegen een grote schare Haïtiaanse politici, variërend van parlementariërs tot mensen in het presidentieel paleis.
Een vloek
Toen de wereld begin 2020 in de ban van corona raakte, had Haïti nog wel ergere problemen. Maar in maart van dat jaar stierf Colins 21-jarige zoon, die in Florida woonde, in zijn slaap; de doodsoorzaak is nog steeds onbekend. In de ogen van Colin moet het een vloek zijn geweest. De man die twee keer de loterij had gewonnen en bijgelovig was als geen ander, stelde vast dat aan zijn geluk een eind was gekomen. Kort daarna werd een ander kind van hem op weg naar school ontvoerd – ontvoeringen waren in deze periode aan de orde van de dag, een makkelijke manier voor bendes om geld af te persen. Colin maakte vervolgens bekend dat hij zich niet opnieuw verkiesbaar zou stellen bij nieuwe verkiezingen en dat hij aan het eind van zijn termijn zou aftreden.
Op 26 juni 2021 deed Colin iets waarvan veel van zijn landgenoten dromen en wat sommigen ook echt proberen, maar zelden met succes. Hij vertrok uit Canaan en stapte op een vlucht naar Florida om een veilig onderkomen te zoeken in de Verenigde Staten. De man die had geprobeerd Haïti’s onbestuurde stad te besturen trok zijn handen ervan af. Hij ging weg zonder dat hij van Canaan een officieel erkende stad had gemaakt, waardoor het de inwoners onduidelijk was hoe ze op een dag een eigen leider zouden kunnen kiezen.
Elf dagen later werd president Moïse in zijn huis vermoord door Colombiaanse huurlingen
Elf dagen later, op de avond van 7 juli 2021, werd president Moïse in zijn huis vermoord door Colombiaanse huurlingen. Een van de opdrachtgevers was een zakenman die in juni van dit jaar in Florida tot levenslang werd veroordeeld wegens zijn aandeel in het complot. Sindsdien is het zo mogelijk nog onveiliger geworden in Haïti, met bendes die vrouwen en kinderen verkrachten en mishandelen, en straffeloos schieten en doden. Een van de beruchtste bendes, 400 Mawozo, vestigde zijn bolwerk aan de rand van Canaan. De bende viel Colins radiostation aan nadat een van zijn commentatoren hen had bekritiseerd vanwege het terroriseren van de bevolking. Volgens Colin werden twee van zijn werknemers doodgeschoten en kwam ook een hem bekende politieman om het leven. De maand daarop sloot het radiostation voorgoed.
Sindsdien worden de achterblijvers in Canaan – die daarheen zijn verhuisd in de hoop op vrede en betere vooruitzichten – onder bedreiging van wapens afgeperst of moeten ze met hun kinderen dekking zoeken terwijl er voor hun deur in het wilde weg wordt geschoten. De door Colin beloofde veiligheid is er nooit gekomen. De hoge verwachtingen van de inwoners en de beloften van Colin waren achteraf bezien te optimistisch. De afgelopen tijd is het bendegeweld – aanrandingen, berovingen, schietpartijen – alleen maar toegenomen en veel inwoners van Canaan zijn vertrokken. Sommigen zijn ingetrokken bij familie op het platteland. Anderen bivakkeren in parken en kerken, en zelfs voor de deur van de Amerikaanse ambassade, bij gebrek aan een ander onderkomen. Onlangs wist een pastoor honderden parochianen zover te krijgen dat ze in optocht door Canaan trokken om de stad te bevrijden van de bende die de stad terroriseert. Sommigen hadden stenen en machetes bij zich. Toen de agenten van een politiebureau dat ze passeerden weigerden in te grijpen, opende de bende het vuur op de menigte. De doden worden nog steeds geteld.
Interim-premier
Haïti wordt momenteel bestuurd, voor zover daar al sprake van is, door een ongekozen interim-premier die luistert naar de naam Ariel Henry, een man die banden heeft met een van de verdachten van de moord op zijn voorganger. Henry heeft de VS en andere westerse mogendheden opgeroepen militairen te sturen om de bendes een halt toe te roepen, een populair maar controversieel verzoek; het land is lange tijd bezet geweest door Amerikaanse militairen en door een VN-vredesmacht die burgers doodde, vrouwen en kinderen verkrachtte en een cholera-epidemie veroorzaakte waaraan meer dan tienduizend mensen zijn overleden. In augustus heeft Kenia, een land waarvan het leger en de politie berucht zijn om hun martelingen en massaslachtingen, aangeboden een vredesmacht te sturen om de Haïtiaanse politie bij te staan in haar strijd tegen de bendes. De VS zeiden een VN-motie te zullen indienen voor steun aan het plan om een ‘multinationale’ vredesmacht van duizend Keniaanse soldaten te leiden. De Haïtiaanse bendes hebben al gedreigd dat ze zullen terugvechten.
Colin zegt dat hij klaar is met politiek, dat hij zich nooit meer verkiesbaar zal stellen. ‘We hebben verkiezingen nodig,’ zegt hij wanhopig. ‘We hebben geen president. We hebben geen parlement. We hebben geen burgemeesters. We hebben geen land.’
Op verzoek van de Verenigde Staten neemt Kenia het voortouw in een internationale politiemissie om de geweldscrisis in Haïti te stoppen. Het maatschappelijk middenveld in Haïti verzet zich echter tegen deze buitenlandse interventie. Onterecht, stelt journalist Jean Pharès Jérôme, het land kan alle mogelijke hulp gebruiken.
Ja: ‘We kunnen geen nee zeggen tegen een helpende hand’
‘Haïti, dat aan de rand van de afgrond staat, kan moeilijk een helpende hand weigeren in de strijd tegen de bendes die grenzeloos zijn in hun wreedheid’, schrijft de Haïtiaanse journalist Jean Pharès Jérôme in Le Nouvelliste. Vorig jaar vroeg de interim-regering van Haïti officieel om internationale ingrijpen om het bendegeweld in het land te stoppen, hierbij gesteund door secretaris-generaal António Guterres van de Verenigde Naties en de Verenigde Staten. Maar hoewel verschillende landen al eerder hun steun hadden uitgesproken voor het sturen van wat de VN een ‘gespecialiseerde ondersteuningsmacht’ heeft genoemd naar Haïti, had vóór de aankondiging van Kenia eind juli nog geen enkel land zich gemeld om de interventie te leiden.
Groepen uit het Haïtiaanse maatschappelijk middenveld hebben zich echter sterk verzet tegen een dergelijke stap. Zij wijzen op de problemen die in het verleden zijn veroorzaakt door buitenlandse interventies en vrezen dat de internationale gemeenschap Haïtiaanse functionarissen zou steunen die deels verantwoordelijk worden geacht voor de crises in het land, schrijft Al Jazeera.
‘Geconfronteerd met het gruwelijke bendegeweld is het Keniaanse voorstel een voldongen feit voor Haïti’
‘Geconfronteerd met het lijden van de familieleden van de ontvoerde, vermoorde en verkrachte mensen, is het moeilijk om het Keniaanse aanbod te weigeren’, werpt Jérôme tegen. ‘De Verenigde Staten en Canada hebben het Keniaanse voorstel verwelkomd. De Dominicaanse Republiek, die zeer actief heeft gelobbyd om de internationale gemeenschap de Haïtiaanse crisis te laten aanpakken, is opgetogen. De premier van Haïti, Ariel Henry, en de minister van Buitenlandse Zaken, Jean Généus, hebben Kenia al publiekelijk verwelkomd. Nu moet de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties alleen nog stemmen om het voorstel goed te keuren.‘
De Haïtiaanse journalist wijst erop dat Haïti niet veel keus heeft: ‘landen staan niet te springen om een internationale gewapende macht te leiden in Haïti’. Hij vindt het daarom begrijpelijk dat het Keniaanse voorstel wordt verwelkomd door de buurlanden van Haïti. ‘Hoewel sommigen dit Oost-Afrikaanse land zien als een eenoog die een blinde wil leiden, zien anderen het juist als een goede keuze, aangezien Kenia kampt met problemen die vergelijkbaar zijn met die van Haïti. Het land opereert als het ware op bekend terrein’, stelt Jérôme.
‘Haïti zit gevangen in de vicieuze cirkel van ontvoeringen, corruptie, voedselonzekerheid, werkloosheid en braindrain’, vervolgt hij in zijn commentaar. ‘De Haïtiaanse instellingen – politie, justitie, maatschappelijke organisaties, politieke partijen – zijn niet in staat om hierop te reageren. In deze omstandigheden is het moeilijk om nee te zeggen tegen een helpende hand om de onherstelbare schade van een crisis die te lang heeft voortgeduurd te stoppen. Geconfronteerd met het gruwelijke bendegeweld is het Keniaanse voorstel een voldongen feit voor Haïti, vooral omdat de nationale politie haar beperkingen al heeft laten zien in de strijd tegen bendes. Ook de regering heeft laten zien dat de inzet van een internationale gewapende macht in het land de enige oplossing is‘, concludeert hij.
Nee: ‘Kenia zal Haïti geen stabiliteit op langere termijn brengen‘
In oktober 2022 vroeg de Haïtiaanse premier Ariel Henry om een ‘gewapende buitenlandse interventie‘ om een einde te maken aan de chaos die wordt veroorzaakt door de gewapende bendes die het land onder hun controle hebben. Maar de politiek geëngageerde schrijver Lyonel Trouillot waarschuwt op de website AyiboPost: ‘Het zijn niet de bendes die dit land in deze staat van verval en ellende hebben gebracht.‘ Trouillot geeft de schuld aan ‘decennia van sociaal onrecht [en] het falende beleid van het Westen en internationale instellingen.’
De oproep van Ariel Henry werd onmiddellijk herhaald door zogenaamde ‘bevriende’ en ‘naburige’ landen zoals de Verenigde Staten, Canada en de Dominicaanse Republiek, die het eiland Hispaniola deelt met Haïti. Deze drie landen hebben echter geweigerd om het voortouw te nemen in deze hypothetische interventie, uit angst voor de afwijzing die het zou kunnen uitlokken bij de Haïtiaanse bevolking.
Ariel Henry, het feitelijke staatshoofd sinds de moord op president Jovenel Moïse in juli 2021, is nu erg impopulair en slaagt er niet in om een politieke consensus te bereiken om algemene verkiezingen uit te schrijven in een land dat geen president, afgevaardigden of senatoren meer heeft. Lyonel Trouillot geeft hem daarom evenveel schuld als het Westen: ‘De bendes zijn de kinderen die jullie hebben gemaakt voor de Republiek Haïti. (…) Oplossing voor het geweldsprobleem hangt af van de politieke situatie en elke strijd tegen onveiligheid moet deel uitmaken van een politieke oplossing.’
‘We waarschuwen onze Afrikaanse neven en vrienden om de imperialistische landen niet in de kaart te spelen’
Buitenlandse interventie is dus uitgesloten voor Trouillot. Hij spreekt schande van Kenia en Jamaica, de landen die het initiatief steunen en troepen hebben aangeboden: ‘Hun bereidheid om met hun laarzen op Haïtiaanse grond te betreden heeft niets te maken met de zorg om Haïti te helpen, maar ongetwijfeld met de subsidies waarop ze hopen‘. En hij vervolgt: ’Het is belachelijk dat landen die gespecialiseerd zijn in vervalste en betwiste verkiezingen, dreigen militair in te grijpen in andere landen om de democratie te herstellen.’
Deze mening wordt gedeeld door veel Haïtianen, die na de oproep van Ariel Henry in oktober 2022 het land in vuur en vlam zetten door te demonstreren tegen een mogelijke Amerikaanse interventie. Op 21 augustus publiceerden Haïtiaanse mensenrechtenorganisaties gezamenlijk een open brief tegen de geplande interventie, die werd opgepikt door de website Rezo Nodwes: ‘We waarschuwen onze Afrikaanse neven en vrienden om de imperialistische landen niet in de kaart te spelen.’ Ze voegden eraan toe dat buitenlandse militaire interventie ‘pervers is en waarschijnlijk ernstige schade zal aanrichten. Het zal Haïti zeker geen stabiliteit op lange termijn brengen’.
In de naburige Dominicaanse Republiek schreef mensenrechtenadvocaat Ramón Antonio Negro Veras op de website Acento: ‘Interventie in Haïti, of dat nu door de Verenigde Staten is of op een heimelijke manier met Kenia, is afschuwelijk en is niet legitiem als je gelooft in de onafhankelijkheid van volkeren.‘
VS willen dat een internationale troepen de veiligheid herstellen
Woensdag riep de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, op tot steun van de internationale gemeenschap voor Haïti, dat te kampen heeft met een golf van geweld en wijdverspreide armoede, schrijft de Canadese krant La Presse. Tijdens zijn ontmoeting met de Haïtiaanse premier Ariel Henry op de Caribische top in Trinidad en Tobago (Caricom), drong de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken er ook bij de regering op aan om de politieke consensus te verbreden.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Haïtiaanse premier merkte op dat zijn land te kampen heeft met geweld en een ‘zorgwekkende humanitaire crisis’ en riep de Caricom-landen en de Verenigde Staten op om hulp te bieden, terwijl hij Washington bedankte voor de geboden humanitaire hulp en steun op het gebied van veiligheid.
Tot slot riep Biden op tot de oprichting van een multinationale troepenmacht om de veiligheid te herstellen, ‘zonder te specificeren welk land deze troepenmacht zou kunnen leiden, aangezien de Verenigde Staten dit voorlopig weigeren’, aldus La Presse. Ook de Verenigde Naties roepen op tot het sturen van zo’n troepenmacht.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Haïti, dat steeds verder afglijdt in een spiraal van geweld. Buurtwachten hebben zich georganiseerd om zelf de wapens op te nemen tegen bendes, maar is dat wel de juiste oplossing?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Hoe erg is het gesteld met bendegeweld in Haïti?
‘Een levende nachtmerrie’, noemde Volker Türk, de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, de situatie in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince in een speciaal rapport. In het onderzoek werd gesproken van ‘extreem geweld en grove schendingen van de mensenrechten, waaronder massale gevallen van moord, groepsverkrachtingen en aanvallen door sluipschutters’.
Het VN-onderzoek bestreek de laatste zes maanden van 2022, en in 2023 is de situatie alleen maar erger geworden. In de eerste drie maanden van het jaar steeg het aantal moorden met 30 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder en in april vonden er zeker zeshonderd moorden plaats op het eiland.
Niet alleen bendegeweld is een probleem op het eiland: er is een tekort aan voedsel en brandstof, er heerst cholera, en natuurrampen hebben gezorgd voor verdere armoede. De politie in Haïti bestaat uit negenduizend agenten, die niet bij machte zijn de ongeveer tweehonderd bendes op het eiland aan te pakken. De politiekorpsen hebben zelf te maken met corruptie en werken net als vrijwel alle politici samen met bendes. Dat moet ook wel, want met name de twee grootste bendes, G9 en de GPèp, zijn zeer machtig.
Dat bendes zo groot zijn in Haïti is niet iets van de afgelopen jaren, schrijftThe Haitian Times.Sinds de jaren tachtig hebben regeringen, waaronder die van de in 2021 vermoorde president Moïse, samengewerkt met bendes om stemmen te winnen en oppositie te intimideren.
Met name de hoofdstad Port-au-Prince is bijna volledig beheerst door bendes: ongeveer 80 procent van de stad is in handen van deze groeperingen, meldt deBBC. Van de staat is weinig over op het eiland: vrije verkiezingen kunnen niet meer worden gehouden en de enige leider in het land is interim-premier Ariel Henry, die als stroman is neergezet na de moord op president Moïse.
Hoe hebben Haïtianen dit jaar gereageerd?
Het was de druppel die de emmer deed overlopen. Een bende opende het vuur in een wijk in Port-au-Prince op 24 april en de politie trad halfslachtig op. Deze keer besloten de inwoners van de wijk niet te vluchten, maar gingen ze de strijd aan. Twaalf vermeende bendeleden werden op straat gelyncht. Hun lichaamsdelen werden afgehakt met machetes en in brand gestoken, schrijftCNN. Het bleek het begin van een beweging die zich over het hele eiland verspreidde.
Buurtwachten zijn zich gaan organiseren, hebben zich bewapend met wat er maar voor handen is, van kapmessen tot jachtgeweren, en sluiten hun wijken hermetisch af voor iedereen die ze niet kennen. Op bendeleden wordt de jacht geopend. De beweging staat bekend als ‘bwa Kale’, een Creoolse term die iets als ‘snelle gerechtigheid’ betekent. Op sociale media gaat de term rond, artiesten promoten de term in hun muziek en er bestaat zelfs een bwa Kale-dans, schrijftCBC News.
‘De mensen die dit doen zijn geen criminelen’, zegt Robert Maguire, een voormalig docent aan de George Washington Universiteit tegenThe New York Times. ‘Het zijn gewone Haïtianen die het zat zijn. Ze zijn gefrustreerd en bang en willen een vorm van veiligheid. Als ze het zelf moeten doen, dan regelen ze dat.’ Uit onderzoek blijkt dat het geweld op Haïti door de beweging is afgenomen, zo waren er minder moorden in mei vergeleken met april.
Maar de beweging heeft een schaduwkant, zo blijkt uit een reportage van AFP. Het persbureau sprak met een vader van een man die werd vermoord door een georganiseerde buurtwacht. ‘Ze doodden een onschuldige man omdat ze hem ervan beschuldigden dat hij lid was van een bende. Malorbe was mijn vierde kind. Hij stierf toen hij achtentwintig jaar oud was. Hij was geboren in Gros-Morne [een wijk in Port-au-Prince], maar hij kwam er zelden. Hij en zijn vriend zijn vermoord vanwege hun dreadlocks.’
Alleen al in mei zou de beweging zeker honderdzestig vermeende bendeleden hebben vermoord. ‘Als je niet van hier bent, vermoorden we je,’ zegt Leo, een Haïtiaan die onderdeel is van de beweging, tegen persbureau AP. Wie zijn wijk in wil, moet zijn ID-kaart laten zien, zijn tas openen, en laten zien of ze bendetatoeages hebben. Wie mogelijk van een bende is, wordt op de meest gruwelijke manier vermoord.
Is de beweging een oplossing voor het geweld?
Het is wellicht te begrijpen dat mensen, die zo lang hebben moeten tolereren dat hun wijk wordt geterroriseerd door bendes, het recht in eigen handen nemen, zeker als de staat compleet afwezig is. Maar een oplossing is het niet, zo waarschuwen mensenrechtenadvocaten tegenAl Jazeera.‘Burgers kunnen zichzelf niet beschermen. Het is de rol van de instellingen, van de politie, van de staat om dat te doen,’ benadrukt Gedeon Jean van mensenrechtenorganisatie CARDH.
Louis-Henri Mars, een humanitaire beweging in Port-au-Prince, wijst erop dat er een grote transformatie moet komen. ‘Als we in hetzelfde economische en sociale systeem blijven zitten, wat gebeurt er dan over tien jaar? Dan hebben we geen bwa Kale meer. Dan hebben we iets veel ergers’.
Het gezaghebbendeInsightCrime kijkt naar vergelijkbare bewegingen die ontstonden in Mexico, El Salvador en Colombia. ‘Hoewel deze groepen beginnen met het bestrijden van criminele organisaties, profiteren ze vaak van de steun van de bevolking en een gebrek aan institutionele capaciteit en richten ze zich uiteindelijk op criminele economieën zoals afpersing, wapen- en drugshandel en huurmoorden.’ Met andere woorden: de nobele initiatieven transformeren in de bewegingen die ze bestreden.
In een opiniestuk schrijft Garry Pierre-Pierre, oprichter van The Haitian Times, wat er wel zou moeten gebeuren naar aanleiding van de bwa Kale-beweging. Hij zegt dat het eiland hulp van buitenaf nodig heeft om de orde te herstellen, en wijst onder meer naar de VS. ‘De VS moeten hun aanzienlijke invloed op de Verenigde Naties aanwenden om ervoor te zorgen dat de VN een missie naar Haïti sturen’, schrijft hij.
‘Bendes laten vluchten en de orde herstellen zou de weg vrijmaken voor geloofwaardige verkiezingen. (…) Met een duidelijk mandaat van het volk zouden deze leiders zich realiseren dat ze gekozen zijn om het volk te dienen en niet andersom. Op de lange termijn zouden deze politieke leiders kunnen samenwerken met het maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven om een rechtvaardigere en eerlijkere samenleving voor de Haïtiaanse bevolking te creëren.’
De buurtwachten zijn opgericht om bendegeweld tegen te gaan
In Haïti zijn steeds meer buurtcomités actief die het heft in eigen handen nemen om aanhoudend bendegeweld tegen te gaan. Zij sluiten hun buurten af tegen kwaadwillenden en schuwen zelfs het geweld niet om de situatie weer onder controle te krijgen. Volgens persbureau AP hebben deze buurtwachten in twee maanden tijd al zeker 170 mensen gedood.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De comités zijn met name actief in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince, waar bijna 80 procent van de wijken wordt gecontroleerd door gewelddadige bendes. Het aantal moorden en ontvoeringen in Port-au-Prince steeg in het eerste kwartaal van 2023 al met bijna 30 procent ten opzichte van een jaar eerder en de nationale politiemacht is te klein en heeft niet de middelen om de criminaliteit aan te pakken.
Ariel Henry, premier van het land, heeft onder meer de VS, Canada en de VN opgeroepen een vredesmacht naar het land te sturen, waar een reeks van politieke en institutionele crises, wijdverspreide corruptie, armoede en natuurrampen hebben geleid tot wetteloosheid. Door deze aanhoudende geweldsgolf nemen steeds meer inwoners zelf de wapens in handen.
De organisatie sluit voor de tweede keer dit jaar een ziekenhuis
Aanhoudend bendegeweld in Haïti heeft ervoor gezorgd dat de internationale hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (AzG) voor de tweede keer dit jaar een ziekenhuis sluit, schrijft persbureau AFP. Volgens de organisatie is de situatie rondom het ziekenhuis dermate gevaarlijk dat de veiligheid van ziekenhuispersoneel en patiënten niet gegarandeerd kan worden. Activiteiten van de organisatie bij een medische post in een buitenwijk worden flink teruggeschroefd.
Haïti wordt al maandenlang geteisterd door bendes die elkaar naar het leven staan en proberen hun territorium uit te breiden. Daarnaast worden er op het eiland grote protesten gehouden door de bevolking, die betere levensomstandigheden eist, en door politieagenten, die het geweld zat zijn.
In het ziekenhuis dat nu sluit zijn patiënten overleden omdat ze moesten schuilen voor kogels
In alle opzichten kent het land zware crises. In juli 2021 werd de president van het land, Jovenel Moïse, omgebracht in zijn privéwoning door een groep grotendeels Colombiaanse huurlingen. Daar kwam een zware aardbeving bovenop die het eiland in 2021 trof.
Hulporganisaties als Artsen zonder Grenzen trekken ook steeds vaker de stekker uit hun activiteiten. Hoewel AzG zegt actief te blijven in het land, en met name vrouwen en kinderen ondersteunt, worden ziekenhuizen en hulpposten gesloten. Eerder dit jaar werd een patiënt doodgeschoten toen hij net van de eerste hulp kwam. In het ziekenhuis dat nu sluit zijn patiënten overleden omdat ze moesten schuilen voor kogels.
Haïti, het armste land van het westelijk halfrond, wordt behalve door natuurrampen geterroriseerd door extreem bendegeweld. Het zogenaamde Montana-akkoord zou daar verandering in kunnen brengen.
Rivaliserende criminele groepen hielden de hoofdstad Port-au-Prince al in een ijzeren greep voordat vorig jaar president Jovenel Moïse werd vermoord. Het machts-vacuüm dat hij achterliet werd direct overgenomen door de bendes van onder andere Jimmy Chérizier, die bekendstaat onder de schuilnaam Barbecue. Ze blokkeerden de belangrijkste haven en de aanvoer van brandstof en voedsel.
Door dergelijke bendes, waarvan de meeste banden hebben met politieke en zakelijke leiders, ligt de Haïtiaanse economie nu zo goed als stil. Cholera, waaraan ooit zo’n tienduizend Haïtianen stierven, begint opnieuw om zich heen te grijpen.
Officieel staat Ariel Henry aan het hoofd van de Haïtiaanse regering. Henry, die buitengewoon onpopulair is, is aan de macht gekomen met steun van de Verenigde Staten en andere grote regionale mogendheden. Toen een coalitie van Haïtiaanse maatschappelijke organisaties voorstelde om een meer representatieve interim-regering te vormen en de democratie weer op te bouwen, hebben Henry en zijn buitenlandse bondgenoten daar een stokje voor gestoken. Inmiddels vinden er in de grote steden al weken straatprotesten plaats, waarin zijn aftreden wordt geëist. Het is op veel plekken zo onveilig geworden dat Henry vrijdag pleitte voor een internationale veiligheidsmissie die de politie moet helpen de controle over de straten terug te krijgen.
Er vinden al lange tijd verkiezingen plaats, maar kun je spreken van echte democratie?
Hoewel de situatie complex lijkt, draait de chaos in feite om dezelfde vraag die al 230 jaar lang de aanleiding is van bijna elke crisis op het eiland: wie krijgt in Haïti de macht? En: komt er een moment waarop de Haïtianen dat vraagstuk zelf kunnen oplossen, of blijven buitenstaanders cruciale beslissingen nemen over de toekomst van het land?
Die tweede vraag houdt mij al bezig sinds ik als jonge verslaggever bij The New York Times voor het eerst naar Haïti ging. Dat was in 2004, aan de vooravond van de tweehonderdste verjaardag van de Haïtiaanse onafhankelijkheid – het enige moderne voorbeeld van een succesvolle opstand die geleid werd door tot slaaf gemaakten. Naar aanleiding van mijn ervaringen in Haïti heb ik me als correspondent in Afrika en Azië altijd beziggehouden met zelfbeschikking en autonoom bestuur van de voorheen gekoloniseerde volkeren van het Zuiden. Vragen over zelfbeschikking zijn tevens de reden dat ik nu naar Haïti ben teruggekeerd. Het land is al lang onafhankelijk, maar kent het echte vrijheid? Er vinden al lange tijd verkiezingen plaats, maar kun je spreken van echte democratie?
Jean-Bertrand Aristide
Toentertijd, in 2004, was Jean-Bertrand Aristide aan de macht: een charismatische voormalige katholieke priester en de eerste democratisch verkozen president. Hij kreeg te maken met een grote golf van protesten, waarvan sommige niet alleen steun kregen van zijn oude vijanden uit de kleine, rijke elite, maar ook van vroegere trouwe bondgenoten, die hem nu als een beginnend autocraat zagen. De laatste parlementsverkiezingen waren nooit gehouden, dus Aristide regeerde in wezen per decreet. Om politieke druk uit te oefenen blokkeerden de Verenigde Staten en Europese partners elk honderden miljoenen dollars aan beloofde hulp. Volgens mensenrechtenactivisten spoorde Aristide straatbendes ertoe aan zijn regering te beschermen en tegenstanders van zijn regering te intimideren en zelfs te doden.
Als verslaggever van een baanbrekende ontwikkeling raakte ik al snel verdwaald in alle voortschrijdende veranderingen. Ik bracht mijn dagen op straat door, waar ik gewone mensen interviewde. De meesten van hen bleven trouw aan Aristide, omdat het hem gelukt was zich vanuit de sloppenwijken omhoog te werken. Hun woede was tastbaar en zorgde vaak voor gewelddadige conflicten op straat.
‘Het is essentieel dat Haïti een hoopvolle toekomst krijgt. Dit is het begin van een nieuw hoofdstuk’
Net als veel andere buitenlandcorrespondenten in Haïti destijds bracht ik mijn avonden door in het gezelschap van jonge Haïtianen die op mij leken: twintigers die in Noord-Amerika een universitaire opleiding hadden genoten, vloeiend Engels en Frans spraken en kosmopolitisch ingesteld waren. Hun rijke ouders hadden bedrijven die door Aristides beleid van herverdeling in het nauw kwamen, en ze steunden politici die hem wilden afzetten. Onder het genot van eindeloze flessen Prestige-bier en kip djon djon werd mijn kijk op de situatie onvermijdelijk gevormd door hun blik. In elk geval zorgde die voor een subtiele afzwakking van een grimmige realiteit, namelijk dat aan de wil van de meerderheid van het Haïtiaanse volk werd voorbijgegaan.
Eind februari 2004 zorgde een gewapende opstand ervoor dat Aristide zijn macht verloor, waarna hij als balling werd weggevoerd in een Amerikaans vliegtuig. Kort daarop arriveerden Amerikaanse mariniers en verklaarde George W. Bush: ‘Het is essentieel dat Haïti een hoopvolle toekomst krijgt. Dit is het begin van een nieuw hoofdstuk.’
Wie wilde af van Aristide? Tijdens alle straatprotesten tegen zijn regering was me duidelijk geworden dat oppositie tegen hem niet beperkt bleef tot een kleine rijke elite. Maar gezien zijn enorme populariteit onder de armen is het onwaarschijnlijk dat de meerderheid van de Haïtianen hem weg wilde hebben.
Machtige vijanden
Aristide had een aantal machtige vijanden gemaakt. Hij had geëist dat Frankrijk Haïti 21 miljard dollar zou betalen, als compensatie voor de enorme schuld die het zijn voormalige kolonie had nagelaten. Frankrijk was een van de eerste landen die zijn afzetting eisten. Aristides bondgenoten zouden zijn vertrek later een ontvoering noemen en de toenmalige Franse ambassadeur verklaarde onlangs in een interview met The New York Times dat de Verenigde Staten en Frankrijk in feite ‘een staatsgreep’ hadden gepleegd. Amerikaanse ambtenaren hebben zich daarentegen lang tegen die karakteriseringen verzet. Later zou onderzoek van The New York Times aantonen dat een machtige, conservatieve, Amerikaanse organisatie deels verantwoordelijk was voor de vorming van de oppositie tegen Aristide. Dat riep nieuwe vragen op over de verantwoordelijkheid van de Verenigde Staten.
Aristide had zich ingezet voor een eerlijke herverdeling, om zo democratie en gelijkheid te verzekeren. Maar alle positieve elementen van wat hij vertegenwoordigde, waren verdwenen. Het enige wat resteerde, was de negatieve kant van zijn nalatenschap: de bendes die hem hadden geholpen zijn presidentschap veilig te stellen. Van dat trauma is Haïti nooit echt hersteld, waardoor het een gebroken natie is geworden die leeft in de schaduw van het machtigste land ter wereld. Voor de rest van de wereld is het nu niets meer dan een boeman, een hoofdpijndossier, een speelbal.
Wat is de wereld vandaag de dag aan Haïti verschuldigd? Allereerst – en dit is het belangrijkst: laat het met rust. De Haïtianen moet tijd, ruimte en steun worden gegund om een andere toekomst voor hun land te realiseren.
Wat kan er gebeuren? Dat zij er een groter potje van maken dan wij?
Dan Foote, die vroeger als speciaal gezant van de VS in Haïti zat, levert sindsdien bijzonder felle kritiek op het Amerikaanse beleid. Foote: ‘Het Amerikaanse buitenlandse beleid gelooft onbewust nog steeds dat Haïti bestaat uit een stel domme zwarte mensen die hun land niet zelf kunnen organiseren. En dat wij ze moeten vertellen wat ze moeten doen, omdat het er anders echt slecht aan toe zal gaan. Maar elke keer dat internationale krachten hebben ingegrepen, hebben ze Haïti overhoopgegooid. Het is tijd om de Haïtianen een kans te geven. Wat is het ergste wat er kan gebeuren? Dat zij er een groter potje van maken dan wij?’
Haïti is door machtiger mogendheden gebruikt en misbruikt sinds Columbus in 1492 de noordkust van het eiland bereikte. De Verenigde Staten hebben Haïti afwisselend genegeerd en onderdrukt. Eerst weigerden ze het land te erkennen, om het vervolgens in 1915 binnen te vallen en het negentien jaar lang als een soort kolonie te gebruiken. De VS achtten het in de Koude Oorlog van essentieel belang om hun grote invloed op de Haïtiaanse politiek en economie te behouden. Dat deden ze, soms met moeite, van 1957 tot 1986, toen achtereenvolgend Duvalier sr. en Duvalier jr. aan de macht waren.
De afgelopen twaalf jaar is de Haïtiaanse politiek steeds meer verdeeld geraakt, onder andere door een verpletterende aardbeving en een reeks stormen en orkanen. De politiek wordt al een tijd lang gedomineerd door centrumrechtse leiders die Amerikaanse steun genieten en die naar alle waarschijnlijkheid corrupt zijn en banden onderhouden met criminele netwerken.
Buitenlandse inmenging
Door het isolement van Haïti en door buitenlandse inmenging is de politieke cultuur giftig geworden. Niemand vertrouwt elkaar meer en er heerst paranoia. Bij gebrek aan een moderne, industriële economie zijn er in het land sterk uiteenlopende sociale lagen ontstaan. Er is een handelsklasse die haar geld voornamelijk verdient door goederen te importeren en te verkopen aan alle anderen – straatarme mensen die rondkomen van een hongerloon of van geld dat ze krijgen overgemaakt vanuit de bloeiende diaspora die zich uitstrekt tot onder andere de Verenigde Staten, Canada en Frankrijk.
De gebeurtenissen van de afgelopen tijd hebben het vertrouwen van de Haïtianen in hun verkiezingen aangetast. Bij de eerste echt democratische verkiezingen van 1990 bracht meer dan de helft van de kiesgerechtigden een stem uit. Bij de laatste verkiezing was de opkomst minder dan 20 procent.
Er is veel meer nodig om het vertrouwen in de regering te herstellen
Zo ongeveer elke buitenstaander en de huidige regering zelf hebben de neiging om zo snel mogelijk verkiezingen te organiseren. Op die manier kan de ongrondwettelijke regering worden vervangen door een regering die de wensen van het Haïtiaanse volk vertegenwoordigt. Maar in een land met zo’n gebrek aan veiligheid is het nauwelijks mogelijk om geloofwaardige verkiezingen te houden. En hoewel verkiezingen een vereiste zijn voor werkelijke autonomie, zijn ze, zelfs als ze eerlijk en vrij zijn, niet voldoende. Er is veel meer nodig om het vertrouwen in de regering te herstellen.
Onder verschillende Haïtianen leeft desalniettemin een klein maar hardnekkig sprankje hoop: zij geloven dat het eindelijk tijd is om een politiek faillissement af te kondigen. Alle oude politieke schulden zouden volgens hen vereffend moeten worden, zodat Haïti met een frisse start de toekomst tegemoet kan. Een groot deel van de Haïtiaanse samenleving, waaronder concurrerende politieke partijen, vakbonden, maatschappelijke organisaties en mensenrechtenactivisten, hebben samen een gedetailleerd plan opgesteld waarmee Haïti een politieke overgang kan realiseren.
Dit zogenaamde Montana-akkoord eist dat er een interim-president wordt aangesteld. Voorstanders van het akkoord hebben begin dit jaar een kandidaat gekozen: Fritz Jean, een voormalig gouverneur van de Haïtiaanse centrale bank. Volgens Jean heeft het land tijd nodig om de maatschappelijke infrastructuur opnieuw op te bouwen en naar verkiezingen toe te werken. Hij belooft dat hij zich te zijner tijd niet kandidaat zal stellen voor het presidentschap.
Speelbal
Het Haïtiaanse volk is gedurende het merendeel van zijn bestaansgeschiedenis een speelbal geweest van machtige invloeden van zowel buitenaf als binnenuit; van koloniale en neokoloniale machten, economische elites, wereldwijde criminele netwerken en politici die hun eigen zakken wilden vullen.
Dit alles doet me denken aan de term granmoun uit het Haïtiaanse Kreyòl. Letterlijk vertaald betekent het ‘grote persoon’, maar het heeft een diepere, onderliggende betekenis. Als je een granmoun bent, beschik je over je eigen lot, heb je de controle over je leven en je toekomst. Als je een granmoun bent, ben je soeverein. Magali Comeau Denis, leider van de groep die het Montana-akkoord wil verwezenlijken, stelt het begrip centraal in haar toekomstvisie voor Haïti. ‘Dit is de eerste keer in de Haïtiaanse geschiedenis dat we echt samen over onze toekomst praten. Economische, sociale, politieke en gemeenschapsgroepen zitten met elkaar aan tafel, hebben een eigen inbreng, stellen veranderingen voor en maken bezwaren,’ zegt ze. En ze sluit af met de hoopvolle woorden: ‘Dit is het. Dit is onze kans.’
Als de rest van de wereld het land met rust laat, zou dat zomaar eens de eerste stap naar Haïtiaanse zelfbeschikking kunnen zijn, naar de onafhankelijke zwarte republiek die de revolutie ooit beloofde.
Haïti meldt eerste doden door cholera in drie jaar tijd
De VN vreest voor een ‘explosie’ van choleragevallen in Haïti. Ziekenhuizen in het land kampen met een gebrek aan brandstof, waardoor ze geen adequate zorg meer kunnen leveren, meldt Al-Jazeera. Het brandstoftekort is ontstaan doordat gewapende bendes de belangrijkste olieterminal van het land sinds half september blokkeren.
‘Doordat de toegang tot drinkwater en de gezondheidszorg ernstig verstoord is‘, is Haïti nu ‘een tijdbom die op het punt staat om te ontploffen’, aldus de zender. Sinds de ontdekking van de cholerabacil in het land, die via water wordt overgedragen, zijn elf gevallen bevestigd en honderdelf vermoedelijke besmettingen vastgesteld, voorlopig alleen in de hoofdstad Port-au-Prince. In de ziekenhuizen zijn twee mensen overleden aan de gevolgen van de ziekte. Cholera heeft in Haïti tijdens een epidemie die van 2010 tot 2019 duurde aan meer dan tienduizend mensen het leven gekost.
Étienne is vierde rechter die in korte tijd opstapt
De Haïtiaanse rechter Chavannes Étienne, aangesteld om de moord op president Jovenel Moïse op 7 juli te onderzoeken, is opgestapt vanwege ‘persoonlijke omstandigheden’, aldus een woordvoerder, bericht MercoPress. Lokale media meldden echter als reden het gebrek aan middelen, geld en politieke steun om goed onderzoek te kunnen doen. Étienne is de vierde magistraat die in korte tijd opstapt.
Ondertussen liet premier Ariel Henry weten dat hij vervangen wil worden door een tweejarige overgangsregering. De internationale gemeenschap wil dat hij zijn inspanningen verdubbelt om tot een oplossing te komen, want Haïti heeft geen gekozen president, noch een functionerend parlement of een deugdelijke rechterlijke macht.
De Amerikaanse kustwacht heeft dinsdagochtend een man gered die zich vasthield aan een omgeslagen boot in volle zee. Hij vertelde het reddingsteam dat hij zaterdagavond met negenendertig andere passagiers de Bimini-eilanden op de Bahama’s had verlaten. Geen van hen droeg een reddingsvest.
De boot, waarvan de kustwacht vermoedt dat hij mensen die naar de VS willen immigreren vervoerde, kapseisde als gevolg van slecht weer, aldus nieuwssite Axios. De zoektocht, op zee en in de lucht, is nog steeds aan de gang. Vorige week had reeds een reddingsoperatie plaatsgevonden in hetzelfde gebied, dat als doorgangsplaats dient voor Haïtiaanse migranten.
#UPDATE@USCG crews are still searching. The good Sam notified #USCG Sector #Miami watchstanders, Tuesday, at approx. 8 a.m. after rescuing a man on a capsized vessel. Multiple cutters & aircraft are searching from #Bimini, #Bahamas to #FortPierce Inlet.
Het is niet bekend hoeveel mensen er elk jaar omkomen in het ondoordringbare oerwoud van de Darién, tussen Colombia en Panama. Maar dat het er veel zijn, is duidelijk. De autoriteiten gaan een ‘humanitaire corridor’ opzetten voor de migranten, die het liefst zo snel mogelijk doorreizen naar de Verenigde Staten.
‘Salomon is afgelopen week omgekomen in de jungle.’ Jeff Sagasse, een lange en slungelige Haïtiaan die bijna perfect Spaans spreekt, vertelt het met koele berusting alsof Salomons lot onvermijdelijk was. In een restaurant in Necoclí, een kuststadje in Colombia waar meer dan tienduizend migranten zich hebben verzameld die op doorreis zijn naar Panama, haalt hij zijn mobiele telefoon tevoorschijn en laat een foto zien. Vanonder een breedgerande rode hoed kijkt Raymond Salomon in de camera. Boven zijn foto staat een kruis met een boodschap in het Haïtiaans Creools: ‘Het nieuws heeft me erg veel verdriet gedaan. Rust in vrede, mijn vriend.’ Een Haïtiaan die in Chili verblijft, heeft dit berichtje op Whatsapp geschreven. Ze vertellen dat hij tweeënveertig jaar oud was, bouwvakker, en dat hij met acht familieleden de dichte jungle van de Darién wilde doorkruisen, maar dat hij in een gezwollen rivier is verdronken. Niemand kon hem redden. Zijn lichaam is opgeslokt door de jungle. ‘Salomon was een erg goede bouwvakker. Voor hij vertrok heb ik nog tegen hem gezegd dat hij heel goed moest oppassen. Maar nu is hij er niet meer,’ vertelt Irvens Norvilus, een andere Haïtiaan die vanuit Chili op het punt staat naar de Darién te vertrekken.
De autoriteiten weten niet precies hoeveel migranten er zijn omgekomen tijdens pogingen om Panama te bereiken. Het is stap één van de lange reis via Costa Rica en Mexico naar de Verenigde Staten, waar ze hun Amerikaanse droom willen waarmaken. Degenen die het wel is gelukt, vertellen dat de 500.000 hectare grote Darién een van de gevaarlijkste grenspassages van heel Zuid-Amerika is. En dat dit vochtige en ondoordringbare oerwoud een kerkhof is.
Aan alle kanten loert gevaar en dat weten de Haïtianen. Maar erover praten doen ze niet. Anderen zeggen dat ze geen keus hebben. ‘Gisteren moest ik huilen. Maar toen ik mijn familie belde, zei mijn zus tegen me: “Wat je ook doet, kom niet terug. Je bent al zo ver gekomen, niet opgeven”,’ vertelt de Dominicaanse Surys Rivera die meereist met een groep Haïtianen. Ze is op zoek naar een fles creoline, een ontsmettingsmiddel dat zou helpen tegen slangen en andere wilde dieren in de jungle. In haar koffer heeft ze behalve kleding en wat pijnstillers, ook drie inhalatoren omdat ze astmatisch is. Ze is vertrokken uit Chili en is al door Peru, Ecuador en Colombia gereisd. Onderweg heeft ze van alles weggegeven om minder bagage te hoeven meeslepen. Ze geeft haar mobiele nummer om ons op de hoogte te houden van de doortocht waar ze twee dagen geleden aan is begonnen. Maar nog steeds geen teken van leven. Migratie is een gebed zonder einde, een mobiel zonder signaal en onbeantwoorde appjes.
Villa Haití
Het is druk op de pier van Necoclí. Sinds juli staan er bijna elke dag duizenden Haïtiaanse mannen en vrouwen met kinderen op de arm in de rij om aan boord te gaan. Ze willen weg uit deze kustplaats van zeventigduizend inwoners (de stadskern heeft er twintigduizend) waar ze al enkele dagen zijn om naar Capurganá te gaan, de laatste plaats vóór de jungle van de Darién.
Afrikaanse muziek moet het opnemen tegen de Colombiaanse vallenatos die uit een luidspreker schallen. Door een megafoon leest een verkoper de namen voor van migranten die een plaatsje hebben weten te bemachtigen. Hij telt tot elf en vraagt ze een mondmasker op te doen, maar niemand luistert. De klamme hitte is verstikkend. Een Haïtiaans stel met een baby lukt het niet op de boot te komen. Ze komen uit Brazilië en spreken geen Spaans. Ze konden geen kaartje krijgen van een commerciële maatschappij en moeten dus nog een dag wachten, of het met een illegale boot wagen. De wanhoop straalt van ze af, maar ook zij kunnen daar niet aan toegeven.
Een paar blokken verder probeert een grote groep Haïtianen een boot te bemachtigen om de overtocht mee te wagen. Dit gebied waar opeengepakt op legale boten zo’n duizend mensen per dag vertrekken, wordt Villa Haití genoemd. Volgens de Panamese autoriteiten zijn alleen al in juli, zo’n achttienduizend migranten het land binnengekomen. De Haïtianen reizen in groepen van familieleden, vrienden en buurtgenoten zodat ze elkaar in de jungle kunnen helpen, mocht dat nodig zijn. Een dag voor de reis sturen ze iemand vooruit om kaartjes te kopen. Het lukt alleen niet altijd om genoeg kaartjes te krijgen, dus vallen de groepjes op het moment van vertrek vaak uiteen.
‘Dit is humanitaire hulp, maar we moeten er ook aan verdienen, papi’
‘Alle kinderen boven de twee jaar moeten betalen. Er kunnen maar tweeënnegentig personen op de boot maar we zijn met vierennegentig. De enige optie is dat één persoon uit de groep van boord gaat,’ zegt een Colombiaan die de boten regelt. ‘Dit is humanitaire hulp, maar we moeten er ook aan verdienen, papi.’
Migranten betalen 55 dollar voor de overtocht naar Capurganá. Ze dragen reddingsvesten en de reis is goed verzorgd. Hun koffers zijn beschermd met zakken en er hangt een naamlabel. Maar het kaartje kost meer dan het dubbele dan wat toeristen betalen voor deze boottocht. Want in Necoclí wordt de veiligheid van een migrant berekend in dollars. In de hele stad kun je ermee betalen en ook de detailhandel heeft een impuls gekregen. Hoe duurder, hoe veiliger, zeggen ze dan. Ook al is dat in werkelijkheid niet zo.
Wie geld genoeg heeft en bang is voor de jungle, betaalt liever een illegale boot die in donkere nachten uitvaart wanneer het rustig is op zee. Ze betalen tot 450 dollar per persoon aan coyotes – zoals de migrantensmokkelaars worden genoemd – die ze rechtstreeks naar Panama varen. ‘Zo mijd je een gevaarlijk tocht van acht dagen vol ravijnen en berovingen,’ vertelt een lokale bron.
‘Iedereen denkt dat wilde dieren het ergste probleem zijn, maar het grootste gevaar zijn de criminelen’
‘Iedereen denkt dat wilde dieren het ergste probleem zijn, maar het grootste gevaar zijn de criminelen. Zij schenden de rechten van hun medemens,’ verklaart Juan Francisco Espinosa, directeur van Migración Colombia.
Op zee zijn migranten ook niet veilig. In januari dit jaar verging een boot met Haïtianen aan de Colombiaanse kant van de baai van Pinorroa. Er zijn drie lichamen teruggevonden onder wie een meisje van zes. Vier andere migranten worden nog steeds vermist. Daarvoor verdronken in 2019 eenentwintig Afrikanen onder wie een baby van één. ‘Het werkelijke aantal doden wordt gemaskeerd omdat het om illegale migratie gaat. Dat geldt ook voor de Darién,’ vertelt Espinosa.
Migranten betalen altijd een ‘gids’, die 120 dollar per persoon rekent om ze veilig door het gewelddadig gebied te loodsen waar het stikt van de gewapende groepen zoals de Clan del Golfo. ‘Mensen die hiernaartoe willen komen, druk ik op het hart dat niet te doen. Het oerwoud is veel te gevaarlijk. Ze hebben me alles afgepakt en ze hebben me nog net niet vermoord. De gidsen lieten ons op dag twee al stikken,’ vertelt een Venezolaan die de Darién al heeft doorkruist. Uit meerdere getuigenissen die op de stranden van Necoclí de ronde doen, blijkt dat roof, verkrachting en moord aan de orde van de dag zijn.
Effect van de pandemie
Deze humanitaire crisis is niet nieuw, maar wordt door de coronapandemie weer aangewakkerd. Na de aardbeving van 2010 zijn veel migranten vanuit Haïti naar Brazilië en Chili getrokken. En door de economische gevolgen van lockdowns in die landen, zijn ze opnieuw over het Zuid-Amerikaanse continent gaan zwerven. ‘Ik had een discotheek, maar door de lockdown moest die dicht, vertelt Sagasse. Hij is zesentwintig jaar oud, gaat gekleed als een basketballer en draagt een gouden ketting om zijn nek. Hij zegt dat hij de president van Colombia graag zou willen spreken. ‘We hebben goed transport nodig, een humanitaire corridor naar Panama. We willen helemaal niet in Colombia blijven. We zijn hier alleen op doorreis naar de Verenigde Staten of Canada.’
Maar ook al gaat het hier om transitmigratie, toch heeft dat grote gevolgen. Volgens Migración Colombia is dit de grootste migratiebeweging binnen de regio van de laatste vijftien jaar. In 2016 waren er 34.000 transitmigranten, in 2019 19.000 en in 2020 4000. En nu zie je een inhaalslag op de lagere cijfers van 2020, voegt directeur Espinosa toe.
Over corona heeft bijna niemand het
De opeenhoping van migranten in het stadje Necoclí wordt aangemerkt als een gezondheidscrisis. Een arts van het gemeenteziekenhuis dat gratis zorg verleent op het strand, vertelt dat de kinderen vaak diarree hebben en de volwassenen vaak griep. Over corona heeft bijna niemand het. Vlakbij verstrekt een stand van het Instituto de Bienestar Familiar (Instituut voor Gezinswelzijn) zwangere vrouwen en kinderen voedingssupplementen. Maar daarmee houdt de overheidshulp op.
Allerlei geruchten doen de ronde. Migranten klampen zich vast aan de kleinste zekerheden: een foto, een spraakberichtje van iemand die het is gelukt de grens over te steken. En wanneer ze zich niet aan de journalisten ergeren, komen ze naar hen toe om te vragen of ze meer weten van een mogelijke humanitaire corridor. ‘Weet u of het klopt dat alleen Cubanen en Venezolanen worden doorgelaten?’ vraagt de Cubaanse Julio Chacón. Hij is via Suriname naar Venezuela gereisd, vervolgens naar Colombia en werkt nu hier in de bediening om de tocht door het oerwoud te kunnen betalen.
‘We hebben gehoord van verkrachtingen, berovingen en moorden in de jungle’
Hetzelfde lot is een groep Venezolanen beschoren die te voet in Necoclí zijn aangekomen en in tenten op het strand leven. Onder leiding van Saida González, een Venezolaanse ex-militair die steeds in huilen uitbarst als ze over haar uniform praat, pleiten ook zij voor een veilige corridor naar Panama. ‘We hebben gehoord van verkrachtingen, berovingen en moorden in de jungle,’ vertelt een vrouw naar aanleiding van de filmpjes van landgenoten waarop doden te zien zijn.
De Colombiaanse en Panamese autoriteiten hebben besloten humanitaire oplossingen te zoeken voor een ‘ordelijke en veilige doortocht van migranten’. De Panamese minister van Buitenlandse Zaken Érika Mouynes heeft gezegd maandag een bezoek te brengen aan de haven van Necoclí om het aantal migranten te bepalen dat ordelijk en veilig kan worden opgevangen. ‘We willen niet dat migranten het risico lopen te verdrinken of de Darién te moeten doorkruisen waar het veel te gevaarlijk is. Er zijn veel vrouwen en kinderen bij betrokken,’ voegt haar Colombiaanse collega Martha Lucía Ramírez toe.
‘Veel mensen verdrinken tijdens de overtocht, ik wil niet dat mij dat overkomt’
Voor velen zoals Salomon of de baby uit Congo-Kinshasa die in 2019 omkwam, komt die corridor te laat. Dat geldt ook voor Surys die, als haar astma zijn tol niet heeft geëist, nu bezig is met de vijfde dag van haar tocht door de jungle.
Want zolang er geen maatregelen worden genomen, zullen de migranten blijven komen. Guerlande Lesperance is eenentwintig jaar oud, mager en erg bang: ze kan niet zwemmen. Daags voordat ze aan boord ging van de boot die haar rechtstreeks naar Panama zou brengen, was ze als de dood dat ze zou verdrinken, terwijl haar familie moest toekijken en niemand haar kon redden. ‘Veel mensen verdrinken tijdens de overtocht, ik wil niet dat mij dat overkomt,’ vertelde ze. Net als veel andere migranten heeft ze haar mobiele nummer doorgegeven. Maar ze heeft nog steeds niet geantwoord.
‘Sensationele wending’ in onderzoek naar moord op Haïtiaanse president
Het onderzoek naar de moord op de Haïtiaanse president Jovenel Moïse nam op dinsdag 14 september ‘een sensationele wending’, vatte de Latijns-Amerika-correspondent van The Guardian samen.
Die ochtend heeft de rechter die de zaak onderzoekt, verzocht premier Ariel Henry in staat van beschuldiging te stellen wegens telefoongesprekken die hij met een van de hoofdverdachten zou hebben gevoerd. Bed-Ford Claude, de openbaar aanklager in het proces eiste ook, ‘vanwege de ernst van de aan het licht gebrachte feiten’, dat Ariel Henry verboden zou worden het Haïtiaanse grondgebied te verlaten, meldt het Haïtiaanse dagblad Le Nouvelliste. Enkele uren later kondigde de regeringsleider het ontslag van de openbare aanklager aan wegens ‘ernstig administratief wangedrag’.
‘Volgens de Haïtiaanse wet kan een interim-premier niet worden gearresteerd’
De openbare aanklager had Ariel Henry vrijdag gevraagd om dinsdag voor het parket te verschijnen om uitleg te geven over de telefoongesprekken die hij zou hebben gevoerd met een van de gezochte personen, maar de regeringsleider ‘weigerde zijn uitnodiging’, aldus Radio Metropole.
De Haïtiaanse premier gaf dinsdag geen commentaar, maar afgelopen weekend beloofde hij via berichten op Twitter dat hij zich niet zou laten afleiden van zijn missie en drong hij erop aan dat ‘de echte schuldigen’ van de moord zouden worden gevonden, berecht en gestraft.
Les vrais coupables, les auteurs intellectuels et les commanditaires de l’assassinat odieux du président Jovenel Moïse seront identifiés, traduits en #justice et punis pour leur forfait.#Haïti
Juridische deskundigen zeiden dat het sepot van de aanklager geen invloed zou hebben op de beslissing van de rechter om al dan niet tegen Henry op te treden, bericht The Wall Street Journal. ‘Maar volgens de Haïtiaanse wet kan een interim-premier niet worden gearresteerd, zelfs niet als de rechter erkent dat er bewijzen tegen hem zijn en een arrestatiebevel uitvaardigt’, aldus Yves Emmanuel Adeclat, een prominente advocaat uit Port-au-Prince, geciteerd door de krant. ‘Hij voegde eraan toe dat alleen de president van Haïti de arrestatie van de premier kan toestaan, maar Haïti heeft geen president meer sinds de moord op de heer Moïse.’
Automatische cv-scans zien geschikte kandidaten over het hoofd
Volgens een onderzoek van Harvard Business School en Accenture zorgt automatisering bij personeelswerving ervoor dat zo’n 27 miljoen mensen in de VS niet aan een voltijdbaan komen, bericht Business Insider. Maar liefst 75 procent van de werkgevers vertrouwt inmiddels op toepassingen zoals het automatisch scannen van cv’s, maar bedrijven blijken daardoor vaak geschikte kandidaten af te wijzen.
Groepen die onevenredig zwaar worden getroffen, zijn onder meer mantelzorgers, veteranen, immigranten, gehandicapten, gedetineerden en mensen die hebben moeten verhuizen vanwege het werk van hun partner, aldus het rapport.
‘Buitensporig hoge belastingdruk’ in Zuid-Korea
Zuid-Korea heeft de afgelopen jaren een ‘buitensporig hoge belastingdruk’ gelegd op de hoogste inkomensgroep en dat zou mogelijk tot een uittocht van rijke Koreanen kunnen leiden. Dat zegt KERI, het Koreaanse Economische Research Instituut.
De inkomstenbelasting op jaarinkomens van meer dan 1 miljard won (circa 720.000 euro) is de afgelopen vijf jaar in twee stappen gestegen tot de huidige 45 procent, aldus KERI. In 2017, het jaar waarin president Moon Jae-in aantrad, steeg het percentage van 40 naar 42 procent. Vorig jaar werd dat verder verhoogd naar 45 procent, schrijft The Korea Herald.
KERI zegt dat het huidige percentage ver boven het gemiddelde van de OESO ligt, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, dat uitgaat van 35,9 procent voor de hoogste inkomens in de aangesloten landen. Het effectieve belastingtarief voor degenen die meer dan 500 miljoen won per jaar verdienen, ligt in Zuid-Korea sinds 2019 minstens drie keer hoger dan dat voor inkomens in andere belastingschijven.
Dodental van aardbeving in Haïti stijgt met storm op komst
Het dodental als gevolg van de krachtige aardbeving die Haïti zaterdag trof, is op maandag 16 augustus opgelopen tot 1419, volgens cijfers van de Haïtiaanse rampendienst. Daarnaast worden er ook meer dan 6900 gewonden en meer dan 37.000 vernielde huizen geregistreerd, meldt Radio Vision 2000. De Haïtiaanse premier Ariel Henry kondigde drie dagen van nationale rouw aan, die dinsdag beginnen.
‘De situatie zou kunnen verslechteren door de komst van de tropische storm Grace’
Maandag, ‘meer dan achtenveertig uur na de verwoestende aardbeving’, had de getroffen bevolking in het zuiden van het land nog steeds geen ‘hulp van de regering’ gekregen, aldus de radiozender, die verklaart dat er behoefte is aan ‘water, voedsel hygiënische producten, tenten en dekzeilen’. Zelfs met internationale hulp in aantocht, ‘zou de situatie voor de inwoners van het zuiden in de komende uren kunnen verslechteren door de doortocht van tropische storm Grace, die naar verwachting zware regenval en windstoten zal veroorzaken’, waarschuwt Radio Vision 2000. ‘Code oranje is afgekondigd in verschillende delen van het land.’
‘Het regime [van de Nicaraguaanse president] Daniel Ortega en [zijn echtgenote en vicepresident] Rosario Murillo heeft via het ministerie van Binnenlandse Zaken’ de intrekking bevolen van de vergunningen van zes buitenlandse niet-gouvernementele organisaties met hoofdkantoren in ‘de Verenigde Staten of Europa‘, schrijft de Nicaraguaanse krant Confidencial. De betrokken ngo’s zijn: National Democratic Institute For International Affairs, International Republican Institute, Helping Hands The Warren William Pagel Foundation, Oxfam Itermon, Oxfam Ibis en Diakonia.
Zij worden ervan beschuldigd niet te hebben voldaan aan ‘hun verplichtingen uit hoofde van de wetten die gelden voor organisaties zonder winstoogmerk op Nicaraguaans grondgebied’. Dit besluit zal ‘gevolgen hebben voor de begunstigde gemeenschappen en de lokale organisaties die door hen worden gefinancierd‘, waarschuwt La Prensa.
In de Duitse deelstaat Nedersaksen lopen duizenden mensen rond zonder bescherming tegen corona omdat ze een zoutoplossing hebben gekregen in plaats van een vaccin. Meer dan tweeduizend mensen willen zich opnieuw laten vaccineren, bericht ZDF.
Volgens het district zouden 8557 mensen getroffen zijn
Vorige week dinsdag (10 augustus) werd bekend dat duizenden mensen, meer dan aanvankelijk werd aangenomen, in het district Friesland in werkelijkheid geen vaccinatie tegen covid-19 hebben gekregen omdat een verpleegster in het voorjaar injecties zou hebben gegeven met een zoutoplossing. Ze zou dit hebben gedaan om te verdoezelen dat een ampul was gebroken. Volgens het district gaat het mogelijk om 8557 mensen die tussen 5 maart en 20 april werden gevaccineerd. Het is nog onduidelijk hoe groot de werkelijke omvang van de zaak is.
Het district heeft informatiebrieven en e-mails gestuurd naar mogelijk gedupeerden om de situatie toe te lichten. Daarnaast is er een aparte informatielijn opgezet. Op 10 augustus hadden ongeveer duizend mensen de informatielijn gebeld. De beschuldigde verpleegster ontkent.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.