Tag: harari

  • In Trumps vestingwereld geldt het recht van de sterkste

    In Trumps vestingwereld geldt het recht van de sterkste

    In Trumps visie van een post-liberale chaotische wereld moeten de zwakken ruim baan maken voor de sterken en gaat elk voordeel ten koste van een ander, schrijft historicus, filosoof en auteur Yuval Noah Harari.

    Het verbazingwekkende van Trumps beleid is dat het mensen nog steeds verbaast. Telkens spreekt er nog ontzetting en ongeloof uit de krantenkoppen als Trump weer eens een pijler van de liberale wereldorde aanvalt, door bijvoorbeeld begrip te tonen voor de Russische aanspraken op Oekraïens grondgebied, te filosoferen over de annexatie van Groenland of financiële chaos te zaaien met de aankondiging van invoerheffingen. Toch is zijn beleid zo consequent en zijn wereldbeeld zo helder omlijnd dat zulke dingen alleen nog verbazing kunnen wekken bij wie zichzelf danig voor de gek houdt.

    Voor aanhangers van de liberale orde is de wereld in potentie één groot netwerk van samenwerking waar iedereen alleen maar bij kan winnen. Ze zijn ervan overtuigd dat conflict niet onvermijdelijk is omdat samenwerking in ieders voordeel kan zijn. Die gedachte heeft een diepere filosofische ondergrond. Volgens liberalen hebben alle mensen bepaalde ervaringen en belangen gemeen die de grondslag kunnen vormen voor universele waarden, mondiale instellingen en internationale wetgeving. Zo hebben mensen een hekel aan ziek zijn en hebben ze een gezamenlijk belang bij het voorkomen van de verspreiding van besmettelijke ziektes. Alle landen hebben derhalve baat bij het delen van medische kennis, bij de mondiale inspanningen om epidemieën te bestrijden en de oprichting van instellingen zoals de Wereldgezondheidsorganisatie die zulke inspanningen coördineren. Ook bij het verkeer van ideeën, goederen en mensen tussen landen ziet de liberaal eerder wederzijds voordeel dan onvermijdelijke wedijver en uitbuiting.

    In de trumpiaanse visie daarentegen is de wereld simpelweg een koek die moet worden verdeeld, een plek waar elke transactie winnaars en verliezers kent. Alle verkeer van ideeën, mensen en goederen is daarom bij voorbaat verdacht. In Trumps wereld kunnen internationale afspraken, organisaties en wetten niets anders zijn dan een plan om sommige landen zwakker en andere sterker te maken – of misschien een complot om alle landen te verzwakken ten gunste van een sinistere kosmopolitische elite. Wat zou Trump dan liever zien? Als hij de wereld helemaal naar zijn hand kon zetten, hoe zou die er dan uitzien?

    In de trumpiaanse visie […] is de wereld simpelweg een koek die moet worden verdeeld

    Trumps ideale wereld is een mozaïek van vestingen, landen die door hoge financiële, militaire, culturele en fysieke muren van elkaar gescheiden worden. Die wereld van vestinglanden ontbeert de wederzijdse voordelen van samenwerking, maar biedt volgens Trump en andere gelijkgezinde populisten wel meer stabiliteit en vrede.

    Dit wereldbeeld gaat natuurlijk voorbij aan één belangrijke factor. Duizenden jaren geschiedenis hebben ons geleerd dat iedere vesting waarschijnlijk iets meer veiligheid, welvaart en grondgebied voor zichzelf zal willen ten koste van zijn buren. Hoe moeten die rivaliserende vestingen hun geschillen beslechten zonder universeel gedeelde waarden, mondiale instellingen en internationale wetgeving?

    Trumps oplossing is simpel: conflicten worden vermeden als de zwaksten doen wat de sterksten willen. In die visie doen zich alleen conflicten voor als zwakkere partijen de werkelijkheid niet onder ogen willen zien. Oorlog is dus altijd de schuld van de zwakkeren.

    Trumps oplossing is simpel: conflicten worden vermeden als de zwaksten doen wat de sterksten willen

    Toen Trump Oekraïne de schuld gaf van de Russische invasie, vonden veel mensen het verbijsterend dat hij zo’n bespottelijk standpunt huldigde. Sommigen dachten dat hij door de Russische propaganda was ingepalmd. Maar er is een eenvoudiger verklaring. In het trumpiaanse wereldbeeld zijn rechtvaardigheid, ethiek en internationaal recht niet van belang en is macht het enige wat er in de internationale verhoudingen toe doet. Aangezien Oekraïne zwakker is dan Rusland, had het zich moeten overgeven. In de visie van Trump komt vrede neer op overgave, en omdat Oekraïne zich niet wilde overgeven heeft het de oorlog aan zichzelf te danken.

    Dezelfde logica ligt ten grondslag aan Trumps plan om Groenland te annexeren. Als het zwakke Denemarken weigert Groenland af te staan aan de veel sterkere VS, en de Amerikanen vervolgens Groenland binnenvallen en met geweld veroveren, dan is alle geweld en bloedvergieten volgens de trumpiaanse logica louter aan de Denen te wijten. 

    Conflicten tussen de vestingen

    Er kleven drie evidente bezwaren aan de gedachte dat rivaliserende vestingen conflicten kunnen voorkomen door de werkelijkheid te accepteren en deals te sluiten.

    Ten eerste is daarmee meteen duidelijk hoe hol de belofte is dat in zo’n wereld iedereen zich veiliger zal voelen en elk vestingland zich helemaal op de vreedzame ontwikkeling van zijn eigen tradities en economie kan richten. In werkelijkheid zullen zwakkere landen al snel worden opgeslokt door sterkere buurlanden, die dan van een nationale vesting veranderen in een uitgestrekt multinationaal wereldrijk.

    Trump windt geen doekjes om zijn eigen imperialistische plannen. Hij wil een muur optrekken om het grondgebied en de hulpbronnen van de Verenigde Staten te beschermen, maar loert wel verlekkerd naar het grondgebied en de hulpbronnen van andere landen, waaronder voormalige bondgenoten. Denemarken is weer een sprekend voorbeeld. Al decennialang is dat een van Amerika’s trouwste bondgenoten. Na de aanslagen van 11 september heeft Denemarken enthousiast aan zijn NAVO-verplichtingen voldaan. In Afghanistan zijn vierenveertig Deense militairen gesneuveld: een groter aantal per hoofd van de bevolking dan de VS er zelf verloren heeft. Maar geen bedankje van Trump daarvoor. Nee, hij wil dat Denemarken zich aan zijn imperialistische ambities onderwerpt. Hij wil duidelijk alleen vazallen, geen bondgenoten.

    Een tweede probleem is dat in zo’n wereld geen enkele vesting het zich kan permitteren om zwak te zijn, en ze dus allemaal onder grote druk staan om zich te bewapenen. Veel geld vloeit dan eerder naar defensie dan naar sociale voorzieningen en economische ontwikkeling. Dat leidt tot een wapenwedloop waarvan iedereen armer wordt zonder dat ook maar iemand zich veiliger zal voelen.

    [Trump] wil duidelijk alleen vazallen, geen bondgenoten

    Ten derde gaat het trumpiaanse wereldbeeld er wel vanuit dat de zwakken zich overgeven aan de sterken, maar is er geen duidelijke methode om de onderlinge kracht te meten. Wat gebeurt er als landen zich misrekenen, zoals in de geschiedenis al vaak is gebeurd? De VS was er in 1965 van overtuigd dat het veel sterker was dan Noord-Vietnam en dat het genoeg druk kon zetten om de regering in Hanoi tot een akkoord te dwingen. Maar de Noord-Vietnamezen vertikten het om de Amerikaanse overmacht te erkennen, bleven tegen de klippen op doorvechten – en wonnen de oorlog. Hoe had Amerika vooraf kunnen weten dat het eigenlijk de zwakste partij was?

    Ook Duitsland en Rusland waren er in 1914 allebei van overtuigd dat ze met kerst de oorlog gewonnen zouden hebben. Een misrekening. De oorlog duurde veel langer dan wie dan ook had verwacht en kende tal van onvoorziene wendingen. Hoewel het tsaristische Rusland in 1917 ten prooi viel aan een revolutie, zag Duitsland zich toch van de overwinning beroofd door de onvoorziene tussenkomst van de VS. Had Duitsland er dan beter aan gedaan om in 1914 een deal te sluiten? Of had de Russische tsaar de werkelijkheid onder ogen moeten zien en aan de Duitse eisen moeten toegeven?

    Wie moet in de huidige handelsoorlog tussen China en de VS de verstandigste zijn en zich overgeven aan de ander? Je kunt zeggen dat het niet zo zwart-wit ligt, dat het beter is als alle landen samenwerken en zo elkaars welvaart vergroten. Maar dan ga je voorbij aan de grondbeginselen van het trumpiaanse denken.

    De oorlogscyclus

    Die trumpiaanse visie is niets nieuws. Duizenden jaren lang, tot de opkomst van de liberale wereldorde, was het de dominante wereldvisie. Het trumpiaanse denken is al zo vaak in de praktijk uitgeprobeerd dat we onderhand wel weten waar het meestal op uitdraait: op een eindeloze cyclus van oorlog en imperialisme. En tot overmaat van ramp zullen de rivaliserende vestingen in deze eeuw niet alleen kampen met het aloude gevaar van oorlog, maar ook met de nieuwe dreigingen van de klimaatverandering en de opkomst van superintelligente AI. Alleen met stevige internationale samenwerking kunnen we deze mondiale problemen het hoofd bieden. Aangezien Trump geen werkbare oplossing voor klimaatverandering of losgeslagen AI te bieden heeft, bestaat zijn strategie simpelweg uit ontkenning van het probleem.

    De eerste keer dat Trump in 2016 tot president gekozen werd, begonnen de zorgen over de stabiliteit van de liberale wereldorde te groeien. Na tien jaar verwarring en onzekerheid hebben we nu een helder beeld van hoe de postliberale wereldorde eruitziet. De liberale visie van de wereld als een coöperatief netwerk maakt plaats voor een visie van de wereld als mozaïek van vestingen. We zien dit overal ter wereld gebeuren: muren verrijzen en slotbruggen worden opgehaald. Als dit zo doorgaat, resulteert het op korte termijn in handelsoorlogen, een wapenwedloop en imperialistische expansie. Uiteindelijk zal het uitlopen op wereldwijde oorlog, de verwoesting van het milieu en een volkomen onbeheersbare AI.

    We kunnen van die ontwikkelingen verdrietig worden, we kunnen ons er boos over maken en we kunnen proberen er iets tegen te doen, maar we hebben geen excuus meer om ons erover te verbazen. En zij die het wereldbeeld van Trump willen verdedigen, moeten antwoord geven op één vraag: hoe kunnen rivaliserende nationale vestingen zonder universele waarden en bindende internationale wetgeving hun economische en territoriale geschillen vreedzaam beslechten?

  • Yuval Noah Harari: ‘De lessen die we van covid-19 hadden kunnen leren’

    Yuval Noah Harari: ‘De lessen die we van covid-19 hadden kunnen leren’

    Welke lessen voor de toekomst kunnen we trekken uit 2020? De Israëlische denker en historicus Yuval Noah Harari zet ze op een rijtje en komt tot een heldere conclusie: de enige reden waarom deze pandemie uit de hand is gelopen, is de politiek.

    Keuze uit het archief

    Na het rampjaar 2020 dacht de wereld dat 2021 het jaar zou worden dat we ‘samen corona onder controle zouden krijgen’ (dixit de Rijksoverheid). Er was immers een keur aan uitstekend werkende vaccins ontwikkeld. Niets bleek minder waar, er zijn nieuwe, besmettelijkere, varianten als delta en omikron opgekomen en het coronabeleid heeft geen een derde, vierde en zoveelste golf kunnen voorkomen.

    Had de politiek maar Yuval Noah Harari geluisterd. Lees zijn profetische woorden en oplossingen voor de coronacrisis.

    Door velen wordt de vreselijke tol die het coronavirus heeft geëist gezien als bewijs van de hulpeloosheid van de mens ten opzichte van de natuur. Maar in feite heeft 2020 aangetoond dat de mensheid verre van hulpeloos is. Epidemieën zijn niet langer onbedwingbare natuurkrachten. Dankzij de wetenschap zijn ze nu tot op zekere hoogte te controleren.

    Waarom zijn er dan zoveel sterfte- en ziektegevallen geweest? Vanwege slechte politieke beslissingen.

    Vroeger hadden mensen als ze met een plaag als de Zwarte Dood werden geconfronteerd, geen idee wat de oorzaak was of wat ertegen kon worden gedaan. Toen de griep van 1918 toesloeg, slaagden de beste wetenschappers ter wereld er niet in het dodelijke virus te identificeren, waren veel maatregelen die werden genomen nutteloos en liepen pogingen om een ​​effectief vaccin te ontwikkelen op niets uit.

    Met covid-19 was dat heel anders. De eerste alarmbellen over een mogelijke nieuwe epidemie klonken eind december 2019. Op 10 januari 2020 hadden wetenschappers niet alleen het verantwoordelijke virus geïsoleerd, maar ook het genoom ervan gesequenced en de informatie online gepubliceerd. Binnen enkele maanden werd duidelijk welke maatregelen de infectieketens konden vertragen en stoppen. Binnen minder dan een jaar waren er verschillende effectieve vaccins in massaproductie. In de oorlog tussen mens en ziekteverwekker is eerstgenoemde nog nooit zo machtig geweest.

    Het leven naar online verplaatst

    Naast de ongekende prestaties van de biotechnologie, heeft het coronajaar ook de kracht van informatietechnologie onderstreept. Vroeger kon de mensheid epidemieën zelden stoppen, omdat de infectieketens niet in realtime konden worden gevolgd en omdat de economische kosten van langdurige lockdowns te hoog waren. In 1918 kon je mensen die de gevreesde griep kregen in quarantaine plaatsen, maar je kon de presymptomatische of asymptomatische dragers niet traceren. En als je de hele bevolking van een land destijds zou hebben bevolen enkele weken binnen te blijven, zou dat hebben geleid tot economische ondergang, sociale instorting en massale hongersnood.

    In 2020 daarentegen maakte digitale surveillance het veel gemakkelijker om de verspreiding te volgen en te lokaliseren, wat quarantaine zowel selectiever als effectiever maakt. Belangrijker is nog dat automatisering en het internet langdurige lockdowns mogelijk maakten, althans in ontwikkelde landen. Hoewel de ervaring in sommige delen van de wereld deed denken aan plagen uit het verleden, heeft de digitale revolutie in een groot deel van de ontwikkelde wereld alles veranderd.

    Toeristen kunnen thuisblijven en zakenmensen kunnen zoomen, terwijl geautomatiseerde spookschepen en vrijwel onbemande treinen de wereldeconomie gaande houden

    Neem de landbouw. Duizenden jaren lang was de voedselproductie afhankelijk van menselijke arbeid, en ongeveer 90 procent van de mensen werkte in de landbouw. Tegenwoordig is dit in ontwikkelde landen niet langer het geval. In de VS werkt slechts ongeveer 1,5 procent van de mensen op boerderijen, en dat is niet alleen genoeg om iedereen in e igen land te voeden, maar ook om van de VS een belangrijke voedselexporteur te maken. Bijna al het werk op de boerderij wordt gedaan door machines, die immuun zijn voor ziekten. Lockdowns hebben dus maar een kleine impact op de landbouw.

    Stel u een tarweveld voor tijdens het hoogtepunt van de Zwarte Dood. Als je de landarbeiders zou vragen om in de oogsttijd thuis te blijven, komt er honger. Als je ze vraagt om te komen oogsten, kunnen ze elkaar besmetten. Wat te doen?

    forest simon ZzOtl6FSpLs unsplash 1 1
    © Unsplash

    Stelt u zich nu hetzelfde tarweveld voor in 2020. Een enkele maaidorser met GPS-besturing kan het hele veld veel efficiënter oogsten – en zonder kans op infectie. Terwijl in 1349 een gemiddelde boerenknecht ongeveer vijf bushel per dag oogstte [ca. 35 liter], vestigde een maaidorser in 2014 een recordoogst door dertigduizend bushels per dag te oogsten. Bijgevolg had covid-19 geen significante invloed op de wereldwijde productie van basisvoedsel zoals tarwe, maïs en rijst. 

    Om mensen te voeden, is het niet voldoende om graan te oogsten. Je moet het ook vervoeren, soms over duizenden kilometers. Gedurende het overgrote deel van de geschiedenis was handel een van de grootste boosdoeners in tijden van epidemieën. Dodelijke ziekteverwekkers trokken de wereld over op koopvaardijschepen en karavanen. De Zwarte Dood liftte bijvoorbeeld van Oost-Azië naar het Midden-Oosten langs de Zijderoute, en het waren Genuese koopvaardijschepen die de ziekte vervolgens naar Europa brachten. Het grote risico met de handel was dat elke wagen een bestuurder nodig had, tientallen zeelieden nodig waren om zelfs kleine zeeschepen te besturen, en overvolle schepen en herbergen broeinesten van ziekten waren.

    In 2020 kon de wereldhandel min of meer vlot doorlopen, doordat er maar heel weinig mensen bij betrokken waren. Een grotendeels geautomatiseerd hedendaags containerschip kan meer ton vervoeren dan de koopvaardijvloot van een heel vroegmodern koninkrijk. In 1582 had de Engelse koopvaardijvloot een totaal laadvermogen van 68.000 ton en waren er ongeveer 16.000 bemanningsleden nodig. Het containerschip OOCL Hong Kong, gedoopt in 2017, kan zo’n 200.000 ton vervoeren met een bemanning van slechts 22 personen. 

    Cruiseschepen met honderden toeristen en vliegtuigen vol passagiers hebben weliswaar een grote rol gespeeld in de verspreiding van covid-19. Maar toerisme en reizigers zijn niet essentieel voor de handel. Toeristen kunnen thuisblijven en zakenmensen kunnen zoomen, terwijl geautomatiseerde spookschepen en vrijwel onbemande treinen de wereldeconomie gaande houden. Terwijl het internationale toerisme in 2020 kelderde, daalde het volume van de wereldwijde maritieme handel met slechts 4 procent.

    Tegenwoordig bewonen velen van ons twee werelden: de fysieke en de virtuele

    Automatisering en digitalisering hebben een nog grotere impact gehad op de dienstverlening. In 1918 was het ondenkbaar dat kantoren, scholen, rechtbanken of kerken konden blijven functioneren als ze gesloten waren. Hoe kun je lesgeven als leerlingen en docenten thuis zitten? Nu weten we het antwoord. De overschakeling op online kende veel nadelen, niet in de laatste plaats de immense mentale tol die deze eiste. En het heeft ook tot voorheen onvoorstelbare problemen geleid, zoals advocaten die als kat voor de rechtbank verschenen. Maar het feit dat het überhaupt kan, is verbazingwekkend.

    In 1918 bewoonde de mensheid alleen de fysieke wereld, en toen het dodelijke griepvirus hierdoorheen trok, konden we nergens heen vluchten. Tegenwoordig bewonen velen van ons twee werelden: de fysieke en de virtuele. Toen het coronavirus door de fysieke wereld circuleerde, verlegden velen een groot deel van hun leven naar de virtuele wereld, waar ze veilig waren voor het virus.

    Mensen zijn natuurlijk nog steeds fysieke wezens en niet alles kan worden gedigitaliseerd. Het covid-jaar heeft de cruciale rol benadrukt die vaak slechtbetaalde beroepen spelen bij het in stand houden van de menselijke beschaving: verplegers, sanitairwerkers, vrachtwagenchauffeurs, kassiers, bezorgers. Er wordt vaak beweerd dat elke beschaving slechts drie maaltijden verwijderd is van barbarij. In 2020 vormden bezorgers de dunne rode lijn die de beschaving bij elkaar hield. Ze werden onze belangrijkste verbinding met de fysieke wereld. 

    Het internet houdt stand

    Wanneer we activiteiten online automatiseren, digitaliseren en verschuiven, stelt dat ons bloot aan nieuwe gevaren. Een van de meest opmerkelijke gegevens van het covid-jaar is dat het internet niet kapot ging. Als we plotseling de hoeveelheid verkeer op een fysieke brug vergroten, kunnen we verkeersopstoppingen verwachten, misschien dat hij zelfs instort. In 2020 verschoven scholen, kantoren en kerken bijna van de ene op de andere dag naar online, maar het internet hield stand.

    We staan ​​hier nauwelijks bij stil, maar dat moeten we wel doen. 2020 heeft ons geleerd dat het leven kan doorgaan, zelfs als een heel land fysiek op slot zit. 

    manuel peris unsplash 1 1
    © Unsplash

    Probeer je nu eens voor te stellen wat er gebeurt als onze digitale infrastructuur crasht.

    Informatietechnologie heeft ons veerkrachtiger gemaakt tegenover organische virussen, maar het heeft ons ook veel kwetsbaarder gemaakt voor malware en cyberoorlogvoering. Mensen vragen vaak: ‘Wat is de volgende pandemie?’ Een aanval op onze digitale infrastructuur is een vooraanstaande kandidaat. Het duurde enkele maanden voordat het coronavirus zich over de wereld verspreidde en miljoenen mensen besmette. Onze digitale infrastructuur kan in één dag instorten. En scholen en kantoren konden snel naar online verschuiven. Maar hoeveel tijd denkt u nodig te hebben om van e-mail terug te schakelen naar snailmail? 

    Wat telt?

    Het coronajaar heeft een nog belangrijkere beperking van onze wetenschappelijke en technologische kracht blootgelegd. Wetenschap kan de politiek niet vervangen. Bij beleidsbeslissingen moeten we rekening houden met veel belangen en waarden, en aangezien er geen wetenschappelijke manier is om te bepalen welke belangen en waarden het zwaarst wegen, is er geen wetenschappelijke manier om te beslissen wat we moeten doen.

    Bij de beslissing om een ​​lockdown af te kondigen, is het bijvoorbeeld niet voldoende om te vragen: ‘Hoeveel mensen zullen worden besmet met covid-19 als we geen lockdown opleggen?’ We moeten ook de vraag stellen: ‘Hoeveel mensen zullen in een depressie belanden als we wel een lockdown opleggen? Hoeveel mensen zullen te lijden hebben onder slechte voeding? Hoeveel van ons zullen school missen of hun baan verliezen? Hoevelen zullen worden mishandeld of vermoord door hun echtgenoten?’

    Zelfs als al onze gegevens nauwkeurig en betrouwbaar zijn, moeten we ons altijd afvragen: ‘Wat tellen we? Wie beslist wat er moet worden geteld? Hoe beoordelen we de cijfers ten opzichte van elkaar?’ Dit is meer een taak van de politiek dan van de wetenschap. Het zijn politici die de medische, economische en sociale afwegingen in evenwicht moeten brengen en met een alomvattend beleid moeten komen.

    Net zo creëren ingenieurs nieuwe digitale platforms die ons helpen te functioneren tijdens een lockdown, en nieuwe bewakingstools die ons helpen beschermen tegen virussen. Maar digitalisering en toezicht brengen onze privacy in gevaar en openen de weg voor de opkomst van ongekende totalitaire regimes. In 2020 is massasurveillance zowel legitiemer als gebruikelijker geworden. Het bestrijden van de epidemie is belangrijk, maar zijn we bereid onze vrijheid ervoor op te geven? Het is de taak van politici en niet van de ingenieurs om de juiste balans te vinden tussen nuttige bewaking en dystopische nachtmerries.

    Als de regering zegt dat het te ingewikkeld is om midden in een pandemie een ​​monitoringsysteem op te zetten om uitgaven te controleren, geloof het dan niet

    Drie basisregels kunnen ons een eind op weg helpen in de bescherming tegen digitale dictaturen, zelfs in tijden van een pandemie. Ten eerste, wanneer u gegevens over mensen verzamelt – vooral over wat er in hun eigen lichaam gebeurt – moeten deze gegevens worden gebruikt om deze mensen te helpen in plaats van hen te manipuleren, te controleren of te schaden. Mijn persoonlijke arts weet veel zeer persoonlijke dingen over mij. Dat vind ik prima, want ik vertrouw erop dat mijn arts deze gegevens in mijn voordeel gebruikt. Mijn arts mag deze gegevens niet aan een bedrijf of politieke partij verkopen. Zo zou het ook moeten zijn met elke vorm van een ‘pandemische toezichthoudende autoriteit’ die we eventueel instellen.

    Ten tweede moet toezicht altijd twee richtingen op bewegen. Als het toezicht alleen van boven naar beneden gaat, stevenen we af op een dictatuur. Dus wanneer het toezicht op individuen wordt vergroot, moet tegelijkertijd het toezicht op de overheid en grote bedrijven groter worden. 

    Screen Shot 2021 03 19 at 1.06.41 PM

    In de huidige crisis verdelen regeringen enorme bedragen. Het proces van toewijzing van middelen moet transparanter worden gemaakt. Als burger wil ik gemakkelijk kunnen inzien wie wat krijgt en wie beslist waar het geld naartoe gaat. Ik wil ervoor zorgen dat het geld naar bedrijven gaat die het echt nodig hebben, in plaats van naar een grote concern waarvan de eigenaren bevriend zijn met de een of andere minister. Als de regering zegt dat het te ingewikkeld is om midden in een pandemie een ​​dergelijk monitoringsysteem op te zetten, geloof het dan niet. Als het niet te ingewikkeld is om te monitoren wat jij doet, is het ook niet te ingewikkeld om te monitoren wat de overheid doet.

    Ten derde: sta nooit toe dat te veel gegevens op één plaats worden geconcentreerd. Niet tijdens de epidemie, en ook niet daarna. Een datamonopolie is een recept voor dictatuur. Dus als we biometrische gegevens over mensen verzamelen om de pandemie te stoppen, moet dit worden gedaan door een onafhankelijke gezondheidsautoriteit in plaats van door de politie. De resulterende gegevens moeten gescheiden worden gehouden van andere grote dataopslagplaatsen van ministeries en grote bedrijven. 

    Zeker, dit zal tot extra werk en inefficiëntie leiden. Maar inefficiëntie is een kenmerk, geen bug. U wilt de opkomst van digitale dictatuur voorkomen? Houd de dingen dan altijd een beetje inefficiënt.

    Verantwoordelijkheid

    De ongekende wetenschappelijke en technologische successen van 2020 hebben de coronacrisis niet kunnen oplossen. Ze veranderden de epidemie van een natuurramp in een politiek dilemma. Toen de Zwarte Dood miljoenen slachtoffers maakte, verwachtte niemand veel van de koningen en keizers. Ongeveer een derde van alle Engelsen stierf tijdens de eerste golf van de Zwarte Dood [en naar schattingen geldt dat gemiddelde voor alle landen van Europa], maar dit zorgde er niet voor dat koning Edward III van Engeland zijn troon verloor. Het lag duidelijk buiten de macht van heersers om de epidemie te stoppen, dus niemand gaf hen de schuld van een mislukking.

    Maar vandaag heeft de mensheid de wetenschappelijke instrumenten om covid-19 te stoppen. Verschillende landen, van Vietnam tot Australië, hebben bewezen dat de beschikbare instrumenten de epidemie zelfs zonder vaccin kunnen stoppen. Deze tools hebben echter een hoge economische en sociale prijs. We kunnen het virus verslaan, maar we weten niet zeker of we bereid zijn de kosten van de overwinning te betalen. De wetenschappelijke verworvenheden hebben dus een enorme verantwoordelijkheid op de schouders van politici gelegd.

    De nalatigheid en onverantwoordelijkheid van de regeringen van Trump en Bolsonaro hebben geleid tot honderdduizenden vermijdbare doden

    Helaas zijn te veel politici deze verantwoordelijkheid niet nagekomen. De populistische presidenten van de VS en Brazilië bijvoorbeeld bagatelliseerden het gevaar, weigerden gehoor te geven aan experts en voedden in plaats daarvan samenzweringstheorieën. Ze kwamen niet met een degelijk federaal actieplan en saboteerden pogingen van staats- en gemeentelijke autoriteiten om de epidemie een halt toe te roepen. De nalatigheid en onverantwoordelijkheid van de regeringen van Trump en Bolsonaro hebben geleid tot honderdduizenden vermijdbare doden.

    In het VK lijkt de regering aanvankelijk meer bezig te zijn geweest met de brexit dan met covid-19. Ondanks al haar isolationistische beleid, slaagde de regering-Johnson er niet in Groot-Brittannië te isoleren van het enige wat er echt toe deed: het virus. Mijn thuisland Israël heeft ook geleden onder politiek wanbeheer. Net als Taiwan, Nieuw-Zeeland en Cyprus is Israël in feite een ‘eilandland’, met gesloten grenzen en slechts één hoofdtoegangspoort – Ben Gurion Airport. Op het hoogtepunt van de pandemie heeft de regering van Netanyahu echter toegestaan ​​dat reizigers de luchthaven passeren zonder quarantaine of zelfs maar een behoorlijke screening, en nagelaten een eigen lockdownbeleid af te dwingen.

    Zowel Israël als het VK hebben vervolgens een voortrekkersrol gespeeld bij het uitrollen van de vaccins, maar hun eerdere verkeerde inschattingen hebben een grote tol geëist. In Groot-Brittannië heeft de pandemie het leven gekost aan 120.000 mensen, waarmee het op de zesde plaats in de wereld staat qua gemiddelde sterftecijfers. Ondertussen heeft Israël het zevende hoogste gemiddelde aantal bevestigde gevallen, en nam het om de ramp het hoofd te bieden zijn toevlucht tot een ‘vaccins for data’-deal met het Amerikaanse bedrijf Pfizer. Pfizer stemde ermee in om Israël te voorzien van voldoende vaccins voor de hele bevolking, in ruil voor enorme hoeveelheden waardevolle gegevens, wat bezorgdheid opwekte over privacy en datamonopolie. De transactie toonde maar weer eens aan dat de gegevens van burgers nu een van de meest waardevolle staatsbezittingen zijn. 

    Hoewel sommige landen veel beter presteerden, is de mensheid als geheel er tot dusver niet in geslaagd de pandemie in te dammen of een wereldwijd plan te bedenken om het virus te verslaan. De eerste maanden van 2020 waren alsof we een ongeluk in slow motion zagen gebeuren. Moderne communicatie maakte het voor mensen over de hele wereld mogelijk om in realtime de beelden te zien, eerst uit Wuhan, vervolgens uit Italië en daarna uit steeds meer landen – zonder dat daar wereldwijd leiderschap op volgde om te voorkomen dat een catastrofe de wereld zou overspoelen. De tools waren er, maar politieke wijsheid ontbrak maar al te vaak.

    Vaccinatienationalisme

    Een van de redenen voor de kloof tussen wetenschappelijk succes en politiek falen is dat wetenschappers wereldwijd samenwerkten, terwijl politici de neiging hadden om ruzie te maken. Terwijl ze onder veel stress en in grote onzekerheid werkten, deelden wetenschappers over de hele wereld vrijelijk informatie en vertrouwden ze op elkaars bevindingen en inzichten. Veel belangrijke onderzoeksprojecten werden uitgevoerd door internationale teams. Een grootschalig onderzoek dat de doeltreffendheid van lockdownmaatregelen aantoonde, werd bijvoorbeeld uitgevoerd door onderzoekers van negen instellingen: één in het VK, drie in China en vijf in de VS.

    Daarentegen zijn politici er niet in geslaagd een internationale alliantie tegen het virus te vormen en overeenstemming te bereiken over een mondiaal plan. De twee grootste grootmachten ter wereld, de VS en China, hebben elkaar beschuldigd van het achterhouden van essentiële informatie, het verspreiden van desinformatie en complottheorieën, en zelfs van het opzettelijk verspreiden van het virus. Talrijke andere landen hebben naar het schijnt gegevens over de voortgang van de pandemie vervalst of achtergehouden.

    ‘In deze noodsituatie is wereldwijde samenwerking geen altruïsme, maar essentieel voor het nationaal belang’

    Het gebrek aan wereldwijde samenwerking manifesteert zich niet alleen in deze informatieoorlogen, maar nog meer in conflicten over de schaarse medische apparatuur. Hoewel er zeker gevallen van samenwerking en vrijgevigheid zijn geweest, is er geen serieuze poging gedaan om alle beschikbare middelen te bundelen, de wereldwijde productie te stroomlijnen en een rechtvaardige distributie van voorraden te garanderen. In het bijzonder vaccinnationalisme creëert een nieuw soort wereldwijde ongelijkheid tussen landen die hun bevolking kunnen vaccineren, en landen die dat niet kunnen.

    Het is triest om te zien dat velen een simpel feit over deze pandemie niet begrijpen: zolang het virus zich overal blijft verspreiden, kan geen enkel land zich echt veilig voelen. Stel dat Israël of het VK erin slaagt het virus binnen zijn eigen grenzen uit te roeien, maar het blijft zich verspreiden onder honderden miljoenen mensen in India, Brazilië of Zuid-Afrika. Een nieuwe mutatie in een afgelegen Braziliaanse stad zou het vaccin ineffectief kunnen maken en kunnen resulteren in een nieuwe golf van infectie.

    In de huidige noodsituatie zal een beroep op louter altruïsme waarschijnlijk niet prevaleren boven nationale belangen. Maar in deze noodsituatie is wereldwijde samenwerking echter geen altruïsme, maar essentieel voor het nationaal belang.

    Antivirus voor de wereld

    Dscussies over wat er in 2020 is gebeurd, zullen jarenlang worden gevoerd. Maar mensen van alle politieke kampen zouden het eens moeten zijn over ten minste drie hoofdlessen.

    Ten eerste moeten we onze digitale infrastructuur beschermen. Die is onze redding geweest tijdens deze pandemie, maar kan omslaan in de bron van een nog veel grotere ramp.

    Ten tweede zou elk land meer moeten investeren in zijn volksgezondheidssysteem. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar politici en kiezers slagen er soms in de meest voor de hand liggende les te negeren.

    Ten derde moeten we een krachtig wereldwijd systeem opzetten om pandemieën te controleren en te voorkomen. In de eeuwenoude oorlog tussen mensen en ziekteverwekkers vormt het lichaam van ieder mens de frontlinie. Als die linie ergens op de planeet wordt doorbroken, brengt dat ons allemaal in gevaar. Zelfs de rijkste mensen in de meest ontwikkelde landen hebben er persoonlijk belang bij de armste mensen in de minst ontwikkelde landen te beschermen. Als een nieuw virus van een vleermuis naar een mens springt in een arm dorp in een afgelegen jungle, kan de ziekte binnen een paar dagen op Wall Street rond woekeren.

    Het geraamte van zo’n wereldwijd antivirussysteem bestaat al in de vorm van de Wereldgezondheidsorganisatie en verschillende andere instellingen. Maar de budgetten die dit systeem ondersteunen zijn beperkt, en het heeft nauwelijks politieke macht. We moeten dit systeem politieke invloed geven en veel meer geld, zodat het niet volledig afhankelijk zal zijn van de grillen van zelfzuchtige politici. 

    Als bovenstaande lessen worden geïmplementeerd, kan deze pandemie er juist toe leiden dat zulke ziektes minder vaak voorkomen

    Zoals eerder opgemerkt, vind ik niet dat experts die daar niet voor zijn gekozen de taak moeten krijgen cruciale beleidsbeslissingen te nemen. Die taak moet voorbehouden blijven aan politici. Maar een onafhankelijke wereldwijde gezondheidsautoriteit zou het ideale platform zijn om medische gegevens te verzamelen, mogelijke gevaren in de gaten te houden, alarm te slaan en onderzoek en ontwikkeling te sturen.

    Veel mensen zijn bang dat covid-19 het begin markeert van een golf van nieuwe pandemieën. Maar als de bovenstaande lessen worden geïmplementeerd, kan deze pandemie er juist toe leiden dat zulke ziektes minder vaak voorkomen. De mensheid kan het ontstaan van nieuwe ziektes niet voorkomen; dit is een natuurlijk evolutieproces dat al miljarden jaren aan de gang is en ook in de toekomst zal doorgaan. Maar vandaag de dag beschikt de mensheid over de kennis en instrumenten die nodig zijn om te voorkomen dat een nieuwe ziekteverwekker zich verspreidt en omslaat in een pandemie.

    Als covid-19 zich in 2021 desondanks blijft verspreiden en miljoenen slachtoffers maakt, of als een nog dodelijkere pandemie de mensheid treft in 2030, zal dit noch een oncontroleerbare natuurramp zijn, noch een straf van God. Het zal een menselijk falen zijn, en om precies te zijn een falen van de politiek.

    In #179, april 2020, publiceerden wij ‘Lakmoesproef van burgerschap’, Harari’s voorspellingen voor het jaar waarop hij hier terugblikt. U leest het hier.

  • Homo Sapiens

    Homo Sapiens

    In 2050 wonen naar verwachting bijna 10 miljard mensen op aarde. Een abstract en duizelingwekkend aantal met tien nullen waarvan de consequenties niet te overzien zijn.

    Hoe kan die groeiende wereldbevolking gevoed worden en gaat dat de draagkracht van de aarde niet te boven? Met deze vragen houden wetenschappers zich al jaren bezig. Wordt 
het een nieuwe agrarische revolutie of krijgen de volgende generaties straks wat moderne laboratoria hun voorzet? Profeten en tovenaars voorspellen dat meer mensen het zullen moeten stellen met minder vruchtbare grond. Het is dus maar goed ook dat straks niet de boer en het seizoen bepalen wat er op ons bord komt, maar de industrie. Er worden nu al talloze pogingen gedaan om van rijst – het hoofdgewas voor meer dan de helft van de wereldbevolking! – een plant te maken die sneller groeit, minder water en bemesting nodig heeft en meer korrels produceert. Op die manier is de mens minder afhankelijk van erosie, verwoestijning, uitputting van de grond, het uitsterven van soorten en besmetting van water, wat allemaal vroeg of laat tot enorme hongersnoden leidt.

    Wij atoomsplitsers, celkwekers en ruimtevaarders zouden wellicht beter naar de planten moeten luisteren

    Sinds de bestseller Homo Sapiens van Yuval Noah Harari begrijpen wij dat de Agrarische Revolutie, over het algemeen beschouwd als een sprong voorwaarts, evolutionair gezien weliswaar een succes was – de gigantische toename van voedselproductie veroorzaakte een bevolkingsexplosie – maar dat slechts de happy few er uiteindelijk van profiteerde omdat de rest zaaiend en oogstend alle ontberingen opving. Betekent dit dat we ook nieuwe land- en tuinbouwrevoluties op wereldschaal met een korrel zout moeten nemen? De agrarische revolutie was ook bedoeld om het leven en de voedselvoorziening van de volgende generaties te vergemakkelijken. Niemand weet het, omdat niemand de consequenties op de lange termijn kan overzien. Wij atoomsplitsers, celkwekers en ruimtevaarders zouden wellicht beter naar de planten moeten luisteren. Hun communicatie moeten imiteren. Een tomatenplant bijvoorbeeld die belaagd wordt door een vijandige aardrups, laat een cocktail van vluchtige stoffen ontsnappen die door planten in de buurt wordt opgepikt. Buurt- en soortgenoten die deze waarschuwing ‘horen’, produceren glycoside, dat er weer voor zorgt dat er een gifstof vrijkomt die de vijandige rupsen afschrikt. Niks RoundUp, Monsanto of genetische manipulatie. Een sojaplant die last heeft van bladluis laat een ‘inbraakalarm’ klinken, dat troepen bladluisetende lieveheersbeestjes aantrekt. En dat geldt niet alleen voor de welgestelde planten.

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • ‘We zijn niet tevredener dan in het Stenen Tijdperk’

    ‘We zijn niet tevredener dan in het Stenen Tijdperk’

    De Israëlische auteur Yuval Noah Harari kreeg na het immense succes van zijn boek Sapiens de status van een wijsgeer ‘die van alle markten thuis is’. Voor The Observer beantwoordde hij morele vragen van lezers en enkele bekende persoonlijkheden.

    In zijn ontbijtprogramma op de BBC-radio las presentator Chris Evans de eerste bladzijden voor van Sapiens, het boek van de Israëlische historicus Yuval Noah Harari. Als je bedenkt dat een radiopubliek op dat tijdstip in de ochtend meestal niet bepaald zit te wachten op intellectuele uitdagingen, was dat een ongebruikelijke actie. Maar, zei Evans; ‘Dit is de meest verbijsterende eerste bladzijde van een boek ooit.’

    Dj’s willen nogal eens schromelijk overdrijven, maar daar was deze keer geen sprake van. De ondertitel van het boek verwijst naar het beroemde werk van Stephen Hawking en luidt: A brief History of Human Kind (Een kleine geschiedenis van de mensheid). In helder, aanstekelijk proza geeft Harari op die eerste bladzijde een sterk ingedikte geschiedenis van het heelal, gevolgd door een samenvatting van wat hij eigenlijk wil zeggen in dit boek: hoe de cognitieve revolutie, de agrarische revolutie en de wetenschappelijke revolutie de mens en zijn medeorganismen hebben beïnvloed.

    Dit is zo’n boek waarvan je onontkoombaar het gevoel krijgt dat je slimmer bent geworden als je 
het uit hebt. In de kern wil het boek duidelijk maken hoe het kwam dat homo sapiens de meest succesvolle menselijke soort werd, die zelfs rivalen als de neanderthalers wist te verdringen: dat kwam door ons vermogen om te geloven in verzonnen verhalen en die met elkaar te delen. Religies, naties, geld, 
zegt Harari, zijn allemaal door mensen verzonnen verhalen, en die hebben grootschalige samenwerking en organisatie mogelijk gemaakt.

    Naar zijn beste vermogen

    Harari (41) is opgegroeid in een seculier Joods gezin in Haifa. Hij studeerde geschiedenis aan de universiteit van Jeruzalem en is gepromoveerd in Oxford. Hij is veganist, mediteert dagelijks twee uur en gaat vaak lang op retraite. Dat helpt hem, zegt hij zelf, 
om zich te concentreren op de dingen die er echt toe doen. Hij woont met zijn echtgenoot op een mosjav, een landbouwcoöperatie even buiten Jeruzalem. 
Zijn homoseksualiteit heeft hem geholpen om 
vraagtekens te plaatsen bij vaststaande meningen, zegt hij. ‘Je moet niets zomaar voor waar aannemen, ook al gelooft iedereen het.’

    Harari is een geboren verteller en heeft altijd wel een veelzeggende anekdote of gedenkwaardige gelijkenis paraat. Daardoor is het verleidelijk om hem niet zozeer te zien als een historicus, maar eerder als een wijsgeer die van alle markten thuis is. The Observer vroeg enkele bekende persoonlijkheden en lezers om vragen aan Harari te stellen, en een selectie daarvan vind je op deze pagina’s. Veel vragen waren moreel 
of ethisch van aard, en gingen eerder over wat er gedaan zou moeten worden dan over wat er gebeurd is. Maar kennelijk is Harari gewend aan die rol en vindt hij het prima om die vragen naar zijn beste vermogen te beantwoorden. Als historicus van het verre verleden en van de nabije toekomst heeft hij een eigen, geheel nieuwe discipline uitgevonden. 
Dat is een unieke prestatie van deze man met zijn indrukwekkend veelzijdige geest.

    Yuval Noah Harari, wiens nieuwe boek Homo Deus ook alweer de schappen uit vliegt.
    Yuval Noah Harari, wiens nieuwe boek Homo Deus ook alweer de schappen uit vliegt.

    Helen Czerski, arts:

    De globalisering gaat razendsnel. Zal er in de toekomst één wereldwijde cultuur zijn of zullen we sommige, opzettelijk kunstmatige tribale groepen handhaven?

    ‘Ik weet niet zeker of het opzettelijk zal zijn, maar 
ik denk wel dat we waarschijnlijk maar één stelsel zullen hebben en in die zin dus maar één beschaving. In zeker opzicht is dat nu al zo. Over de hele wereld 
is het politieke stelsel van de staat ruwweg hetzelfde. Over de hele wereld is het kapitalisme het overheersende economische model en over de hele wereld is de wetenschappelijke methode of wereldvisie de basis van waaruit mensen de natuur, ziekte, biologie, natuurkunde, enzovoort verklaren. Er zijn geen 
fundamentele beschavingsverschillen meer.’

    Lucy Prebble, toneelschrijver:

    Wat is de grootste misvatting van de mens over zichzelf?

    ‘Misschien is dat het idee dat we door meer macht 
te krijgen over de wereld, over het milieu, onszelf gelukkiger kunnen maken en tevredener met ons leven zullen zijn. Gezien over duizenden jaren 
hebben we inmiddels enorme macht over de wereld, en toch zijn mensen zo te zien tegenwoordig niet aantoonbaar tevredener dan in het Stenen Tijdperk.’

    Online gepost door TheWashingtonPlace:

    Kan het gebeuren dat de ecologische achteruitgang de 
technologische vooruitgang zal stoppen?

    ‘Ik denk juist het tegenovergestelde – dat de druk om technologische vooruitgang te boeken groter wordt, niet kleiner naarmate de ecologische crisis toeneemt. Ik denk dat de ecologische crisis in de eenentwintigste eeuw eenzelfde rol zal vervullen als de twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw, wanneer het gaat 
om het versnellen van de technologische vooruitgang.

    Zolang alles goed gaat, zullen mensen heel terughoudend zijn om bij mensen te experimenteren 
met genetische manipulatie of om kunstmatige intelligentie de macht geven over wapensystemen. Maar als er een ernstige crisis optreedt, bijvoorbeeld veroorzaakt door ecologische achteruitgang, dan 
zullen mensen zich toch laten verleiden om allerlei risicovolle, veelbelovende technologieën uit te proberen, in de hoop het probleem op te lossen. Dan krijg 
je zoiets als het Manhattanproject [ontwikkeling van de atoomboom] in de Tweede Wereldoorlog.’

    Andrew Solomon, schrijver:

    Welke rol speelt moraliteit in een toekomstige wereld van kunstmatige intelligentie, kunstmatig leven en onsterfelijkheid? Zal een verlangen om het goede en juiste te doen nog steeds een groot deel van onze soort motiveren?

    ‘Ik denk dat moraliteit belangrijker is dan ooit. 
Naarmate we meer macht krijgen, wordt de vraag wat we daarmee doen steeds wezenlijker en het is 
nu bijna zover dat we echt goddelijke macht tot scheppen en vernietigen bezitten. De toekomst van het hele ecologische systeem en de toekomst van alles wat leeft ligt nu werkelijk in onze handen. Wat je daarmee doet is een ethische vraag, en ook een wetenschappelijke. Dus om een voorbeeld te geven: wat gebeurt er als verscheidene voetgangers voor een zelfrijdende auto springen en die moet beslissen of hij een stuk of vijf voetgangers zal doodrijden of zal uitwijken, zodat zijn eigenaar omkomt? De technici die zelfrijdende auto’s maken moeten een antwoord vinden op deze vraag. Dus ik zie geen reden om te denken dat AI of biotechniek de moraliteit minder relevant zullen maken dan die vroeger was.’

    Matt Haig, schrijver:

    Wij zijn het enige dier dat is geobsedeerd door vooruitgang. Moeten we proberen de toekomst niet langer te zien als een toekomst van onvermijdelijke technologische vooruitgang, maar een ander soort futurisme scheppen?

    ‘Je kunt de technologische vooruitgang niet zomaar stopzetten. Stel dat een land het onderzoek naar kunstmatige intelligentie stopt, dan zullen andere landen daar toch mee doorgaan. De echte vraag is: wat doen we met die technologie? Je kunt een en dezelfde technologie voor heel verschillende maatschappelijke en politieke doelen gebruiken. Als we naar de twintigste eeuw kijken, zien we dat we met dezelfde technologie van elektriciteit en treinen een communistische dictatuur of een liberale democratie konden creëren. Hetzelfde geldt voor kunstmatige intelligentie en biotechniek. Dus ik denk dat mensen zich niet zouden moeten richten op de vraag hoe je de technologische vooruitgang kunt stopzetten, want dat is onmogelijk. De vraag zou moeten zijn wat voor soort gebruik je moet maken van de nieuwe technologie. En we hebben nog steeds heel wat macht om die keuzes te beïnvloeden.’

    Sarah Shubinsky, lezeres:

    Zullen mensen altijd manieren vinden om elkaar te haten 
of neig je meer naar het idee dat de samenleving veel 
minder gewelddadig is dan vroeger en dat die trend zich zal voortzetten?

    ‘We leven nu in de meest vreedzame tijd uit de geschiedenis. Er is natuurlijk nog steeds geweld – ik woon in het Midden-Oosten, dus ik weet dat maar al te goed. Maar in vergelijking met vroeger tijden is er minder geweld dan ooit. Tegenwoordig sterven meer mensen aan te veel eten dan door menselijk geweld, en dat is werkelijk een fantastisch succes. Hoe het in de toekomst zal zijn kunnen we niet weten, maar er zijn ontwikkelingen die erop wijzen dat deze trend blijvend is. Om te beginnen is er de dreiging van een kernoorlog, die misschien wel de belangrijkste reden vormt voor het afnemen van oorlogen sinds 1945, en die dreiging bestaat nog steeds. En ten tweede is er de verandering in de aard van de economie: die is overgegaan van een op materie gebaseerde economie naar een op kennis gebaseerde economie.

    Nu is het belangrijkste economische bezit kennis, en het is heel moeilijk om kennis te veroveren door middel van geweld

    In het verleden waren de belangrijkste goederen van de economie materieel – dingen als graanvelden en goudmijnen en slaven. Dus oorlog had zin, want je kon jezelf verrijken door oorlog te voeren tegen je buren. Nu is het belangrijkste economische bezit kennis, en het is heel moeilijk om kennis te veroveren door middel van geweld. De meeste grote conflicten in de wereld van vandaag spelen zich nog steeds af in gebieden als het Midden-Oosten, waar de belangrijkste bron van welvaart materieel is – olie en gas.’

    Esther Rantzen, programmamaker:

    Je hebt gezegd dat onze voorkeur om abstracte concepten zoals godsdienst, nationaliteit, et cetera te creëren, de kwaliteit is die sapiens onderscheidde van andere mensensoorten. Die concepten vormen ook de inspiratie voor oorlogen die 
onze ondergang kunnen betekenen. Is dat dan een kracht of een zwakte?

    ‘Als je het over macht hebt: het is duidelijk dat dit vermogen homo sapiens tot het machtigste dier ter wereld heeft gemaakt en ons nu de controle over de hele planeet heeft gegeven. Ethisch gezien, of dat goed of slecht was, dat is een veel gecompliceerdere vraag. Onze macht hangt af van collectieve hersenspinsels en het probleem is dat we niet goed onderscheid kunnen maken tussen fictie en werkelijkheid. Mensen vinden het heel moeilijk om te zien wat echt is en wat alleen een fictief verhaal in hun eigen hoofd, en dat veroorzaakt veel rampen, oorlogen en problemen. De beste test om te onderzoeken of iets werkelijk of fictief is, is de test van het lijden. Een natie kan niet lijden, kan geen pijn of angst voelen, heeft geen bewustzijn. Zelfs als de natie een oorlog verliest, dan zijn het de soldaten en de burgers die lijden, maar de natie zelf zal niet lijden. Zo kan ook een naamloze vennootschap niet lijden, net zo min als de euro: als deze entiteiten hun waarde verliezen, lijden ze niet. Al die dingen zijn fictie.

    Als we dat onderscheid in gedachten houden, kan dat de manier waarop we met elkaar en met de andere 
dieren omgaan, verbeteren. Het is niet zo’n goed idee om het lijden van andere wezens te veroorzaken, alleen maar om verzonnen verhalen te dienen.’

    Andrew Anthony: Maar die verzinsels inspireren ons vaak 
tot grote daden. Zouden we even gemotiveerd raken door de naakte werkelijkheid?

    ‘We hebben inderdaad bepaalde verzonnen verhalen nodig voor grootschalige samenlevingen. Dat is waar. Maar we moeten die verhalen wel zo gebruiken dat zij óns dienen, in plaats van dat ze ons tot slaaf maken. Je kunt het vergelijken met een voetbalwedstrijd. De spelregels zijn fictief, door mensen bedacht, nergens in de natuur zijn die spelregels vastgesteld. Zolang je niet vergeet dat dit gewoon regels zijn die door mensen zijn bedacht om jouw doel te dienen, kun je het spel spelen. Zet je de regels geheel en al overboord, omdat ze verzonnen zijn, dan kun je geen voetbalwedstrijd spelen.

    Mijn aanbeveling is dus zeker niet dat mensen maar moeten ophouden met deze fictieve grootheden. Er kan geen grootschalige economie bestaan zonder geld. Maar je kunt geld op dezelfde manier gebruiken als voetbalspelregels en je blijven realiseren dat dit alleen maar door ons bedacht is. En zo is het ook met de natie. Er is in principe niets mis mee om loyale gevoelens tegenover de groep te koesteren. Maar vergeet je dat dit begrip door mensen is gecreëerd, dan kan het gebeuren dat je miljoenen mensen 
offert voor het belang van de natie, dus voor dat door mensen bedachte verhaal.’

    AA: Je betoogt dat het humanisme een product van het 
kapitalisme is. Is het niet los te zien van elkaar?

    ‘De twee zijn nauw met elkaar verbonden, maar ik geloof wel dat ze los van elkaar kunnen bestaan. Ze kunnen in de eenentwintigste eeuw zeker elk een eigen kant op gaan. Een van de grote gevaren waarmee we te maken hebben is juist dat kapitalisme gescheiden raakt van het humanisme, met name 
het liberale humanisme. Regeringen over de hele wereld hebben de afgelopen decennia hun politiek 
en economie geliberaliseerd, niet omdat ze overtuigd waren van de ethische argumenten van het humanisme, maar omdat ze dachten dat het humanisme goed zou zijn voor de kapitalistische economie.

    Nu bestaat het gevaar dat in de eenentwintigste eeuw het kapitalisme en het humanisme gescheiden worden, zodat er zeer goed werkende en geavanceerde economieën kunnen bestaan waarvoor het niet nodig is om het politieke systeem te liberaliseren of om te investeren in het onderwijs en het welzijn van de massa’s.’

    Philippa Perry, schrijver en psychotherapeut:

    Was de overgang van jager-verzamelaar naar agrariër een fout? En zo ja, hoe kunnen we er dan nu het beste van maken?

    ‘Dat hangt ervan af hoe je ernaar kijkt. Vanuit het perspectief van de middenklassen in de rijke 
samenlevingen van vandaag, was het zeker een heel goed idee. Vanuit het perspectief van iemand in Bangladesh die twaalf uur per dag in een sweatshop werkt, was het een heel slecht idee.

    Het is onmogelijk om de klok terug te draaien en acht miljard mensen weer te laten leven als jagers-verzamelaars. Dus de vraag is eigenlijk hoe we het beste kunnen maken van de situatie waarin we nu zitten, en hoe we kunnen voorkomen dat we de 
fouten van de agrarische revolutie opnieuw maken. Het gevaar bestaat dat in de nieuwe revolutie, die van kunstmatige intelligentie en biotechnologie, wederom alle macht en voordelen gemonopoliseerd worden door een kleine elite, zodat de meeste 
mensen uiteindelijk slechter af zijn dan voorheen.’

    Jacy Reese, Lezer:

    Je hebt gezegd dat het houden van dieren misschien wel de ergste misdaad in de geschiedenis is. Wat zou de maatschappij volgens jou kunnen doen om daar een eind aan te maken?

    ‘Onze beste kans ligt bij de zogenoemde cellulaire agricultuur, of schoon vlees, waarbij vlees wordt gekweekt uit cellen en niet uit dieren. Wil je een biefstuk, dan kweek je er gewoon een uit cellen – 
zo hoef je geen koe groot te brengen en die vervolgens te slachten voor de biefstuk. Dit klinkt misschien als sciencefiction, maar het is al een realiteit. Drie jaar geleden is de eerste hamburger gemaakt van cellen. Weliswaar kostte die tegen de 300.000 euro, maar zo gaat het altijd met nieuwe technologie. Nu, in 2017, is de prijs, voor zover ik weet, nog geen tien euro per hamburger. En met het juiste onderzoek en genoeg investeringen verwachten de ontwikkelaars dat ze er binnen tien jaar een kunnen maken die goedkoper is dan een hamburger van slachtvlees. Het duurt nog wel even voor je hem bij de supermarkt of bij McDonald’s zult vinden, maar 
ik denk dat het de enige mogelijke oplossing is. Als we vlees kunnen produceren uit cellen, heeft dat ook heel veel ecologische voordelen, want de enorme vervuiling die wordt veroorzaakt door intensieve veeteelt zal dan sterk worden verminderd.’

    Bettany Hughes, historicus:

    Betekent de term ‘de moderne geest’ iets voor jou en zo ja, wanneer is die moderne geest ontstaan en hoe ziet hij eruit?

    ‘We weten heel weinig over de geest. We begrijpen niet goed wat het is, wat de functies ervan zijn en hoe hij is ontstaan. Als miljoenen neuronen in de hersens elektrische ladingen opwekken in een bepaald patroon, hoe creëert dit dan een geestelijke ervaring, de subjectieve ervaring van liefde of woede of plezier? We hebben geen flauw idee. En omdat 
we maar zo weinig over de geest weten, kunnen 
we ook niet zeggen hoe en waarom hij is ontstaan. We nemen aan dat de mensen aan het eind van de steentijd die de grottekeningen in Lascaux en Altamira maakten, fundamenteel dezelfde geest hadden als wij nu. En we nemen ook aan dat neanderthalers een ander soort geest hadden, ook al waren hun 
hersens groter dan de onze. Maar het fijne ervan weten we op dit moment nog bij lange na niet.’

    Online gepost door guneydas:

    Is het anti-intellectualisme in het Westen in opkomst? 
En zo ja, is er een verband tussen de opkomst van het 
anti-intellectualisme en de neergang van het liberalisme?

    ‘Ik ben er niet zo zeker van dat het in opkomst is. 
Het is er natuurlijk, maar het is er altijd geweest en ik vraag me af of de situatie nu erger is dan in de jaren vijftig of dertig van de vorige eeuw, of in de negentiende eeuw of in de Middeleeuwen. Dus ja, het is zeker een zorg. En ik zou zeggen dat het niet zozeer anti-intellectualisme is als wel antiwetenschap. Want zelfs de meest fundamentalistische religieuze fanaten zijn intellectuelen. Zij hechten 
te veel belang aan het menselijk intellect. Een van 
de problemen met religieus fanatisme is dat het 
veel te veel belang hecht aan de scheppingen van 
het menselijk intellect en veel te weinig aan het empirische bewijs vanuit de wereld buiten ons.’

    AA: Denk je dat de radicale islam niets meer is dan een van 
de laatste oprispingen van het premoderne tijdperk?

    ‘In de eenentwintigste eeuw wordt de mensheid geconfronteerd met een aantal heel moeilijke problemen, of dat nu de opwarming van de aarde is, de ongelijkheid in de wereld of de opkomst van technologieën als biotechniek en kunstmatige intelligentie, die alles zullen veranderen. Op die uitdagingen 
hebben we antwoorden nodig en ik heb tot nu toe vanuit de islam niets relevants gehoord op dat gebied. Dus daarom denk ik niet dat de radicale islam de samenleving van de eenentwintigste eeuw zal vormgeven. Hij blijft misschien wel bestaan en kan nog steeds een hoop narigheid en geweld veroorzaken, maar ik zie niet dat hij het pad dat de mensheid volgt gaat scheppen of vormgeven.’

    Paul Barker, lezer:

    Wat raad je het individu aan dat een goed leven wil leiden 
en wil bijdragen aan het welzijn van degenen die nog niet geboren zijn en van degenen die er al zijn?

    ‘Leer jezelf beter kennen, en realiseer je vooral wat je echt wilt in het leven. De technologie heeft namelijk de neiging om mensen hun doelen in het leven te dicteren, en dan dient de technologie niet langer 
om onze doelen te realiseren, maar worden wij de slaaf van wat de technologie wil bereiken. Het is heel moeilijk om te weten wat je echt wilt in het leven. 
Ik zeg niet dat dit gemakkelijk te doen is.’

    AA: Als we de dood tot in het oneindige kunnen voorkomen, 
is het dan nog mogelijk om betekenis te geven, zonder 
‘de donkere achterkant die een spiegel nodig heeft als we iets willen zien’, zoals Saul Bellow het noemde?

    ‘Ja, dat denk ik wel. Je krijgt te maken met andere problemen, als je de ouderdom overwint, maar gebrek aan betekenis zal denk ik geen groot probleem zijn. De nieuwe ideologieën van de afgelopen drie eeuwen trokken zich al niets meer aan van de dood, of tenminste, ze zagen de dood niet als iets wat betekenis gaf. De meeste vroegere culturen, vooral traditionele godsdiensten, hadden de dood nodig om de betekenis van het leven te verklaren. Zoals in het christendom – zonder de dood heeft het leven geen betekenis. De hele betekenis van het leven komt voort uit wat er met je gebeurt als je doodgaat. Is er geen dood, geen hemel, geen hel, dat heeft het christendom geen betekenis. Maar de afgelopen drie eeuwen hebben 
we de opkomst gezien van veel moderne ideologieën zoals het socialisme, het liberalisme, het feminisme, het communisme, die de dood helemaal niet nodig hebben om het leven betekenis te geven.’

    Auteur: Andrew Anthony
    Vertaler: Annemie de Vries

    The Observer
    Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | oplage 449.000

    Oudste kroonjuweel van de Britse kwaliteitspers. Uit dezelfde groep als The Guardian maar met liberale signatuur.