Tag: Hardlopen

  • Moeten vrouwen niet meer in het donker hardlopen?

    Moeten vrouwen niet meer in het donker hardlopen?

    Veel vrouwen voelen zich onveilig als ze ‘s avonds in het donker buiten sporten. Maar doen ze er goed aan om binnen te blijven? Twee redacteurs van The Guardian gaan met elkaar in debat.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    ‘We stoppen met buiten sporten in de winter, wat erg frustrerend is’

    ‘Ik ren omdat ik vrolijk word van de frisse lucht en het buiten zijn’, schrijft Robyn Vinter in The Guardian. ‘In het najaar ruik je de geur van de vochtige bladeren en paddenstoelen en voel je het mistige boslandschap.’ Vinter rent niet voor haar beroep, ze hoeft niet het hoogst haalbare resultaat te halen. ‘Ik heb een drukke baan, waarin ik de hele dag besprekingen heb. Als ik ga hardlopen, kan ik even alleen zijn met mijn gedachten.’

    Maar die ‘simpele vreugde’ komt elk jaar voor een paar maanden tot stilstand. De reden volgens Vinter: de duisternis die al vroeg invalt. ‘Vanaf oktober proberen veel vrouwen alternatieven te vinden voor hardlopen, wandelen en fietsen, omdat ze zich simpelweg niet veilig genoeg voelen om dat in het donker te doen. En voor velen van ons kan dit nogal een grote verandering zijn, iedere keer dat de wintermaanden eraan komen.’

    Vinter postte in 2022 een tweet over dit probleem en kreeg daar veel begripvolle reacties op. Maar er was ook weerstand: ‘Een minderheid van woedende mannen spoorde me aan om “meer ballen te kweken”. Ze wezen erop dat mannen een veel groter risico lopen om aangevallen te worden in andere situaties, zoals in kroegen en in winkelstraten.’ 

    ‘Dat vrouwen alleen in het donker bang zijn, komt door de vele verkrachtingen de laatste jaren’

    Maar dat is volgens Vinter niet het probleem. ‘We zijn niet bang dat we in elkaar geslagen worden. We zijn bang dat we verkracht of vermoord worden. Onze angsten zijn niet irrationeel. Dat vrouwen alleen in het donker bang zijn, komt door de vele verkrachtingen de laatste jaren.’ Vinter noemt onder andere Zara Aleena, een vrouw die seksueel werd misbruikt en vermoord toen ze in het donker alleen naar huis liep. 

    ‘Deze tragische verhalen van vrouwen – gecombineerd met een leven lang gevolgd, betast en lastiggevallen worden in het openbaar  – zorgen er natuurlijk voor dat we ons gedrag aanpassen. We nemen een taxi nadat we uit zijn geweest, zelfs als de wandeling naar huis maar 20 minuten duurt. We gebruiken goed belichte wegen en vermijden kortere routes via steegjes. En ook stoppen we met buiten sporten in de winter, wat erg frustrerend is.’

    Vinter geeft toe dat het probleem niet gemakkelijk op te lossen is. Maar toch zijn er volgens haar een aantal dingen die kunnen helpen. ‘Denk aan een hoger veroordelingspercentage voor verkrachtingen in combinatie met de stap om misdaden als stalken serieuzer te nemen.’ Daarnaast voert Vinter aan dat interne problematiek bij de politie, zoals vrouwenhaat, direct moet worden aangepakt.

    Een andere oplossing is volgens haar om geen marathons in het voorjaar te plannen. ‘Ik weet dat veel vrouwen gefrustreerd waren toen de marathon in Londen in april was gepland. Als de marathon in de herfst zou plaatsvinden, konden vrouwen in de lange zomerdagen trainen.’ Nu traint ze in de winter op een loopband in een zweterige sportschool. ‘Ik verlang naar de vrijheid die mannen hebben.’ 


    ‘Ik weiger het hardlopen in de donkere wintermaanden op te geven’

    ‘Toen ik een paar jaar geleden begon met hardlopen, rende ik vaak in het donker. Na een hele dag binnen gezeten te hebben op mijn laptop, wilde ik naar buiten,’ schrijft Emma Snaith, columnist bij The Guardian. Snaith begon met hardlopen omdat ze vond dat dat moest, maar later begon ze er steeds meer van te houden. ‘Ik word blij als ik een vos voor me uit zie schieten, langs een drukke kroeg sprint of als ik de fonkelende lichtjes van de stad langs de Theems zie. De duisternis en eenzaamheid zorgen ervoor dat ik helemaal in gedachten kan verzinken.’ 

    ‘Maar elke keer als ik ‘s nachts mijn veters strik, vecht ik tegen pietluttige gedachten. Vrouwen worden gewaarschuwd dat ze enkel overdag moeten hardlopen, stille straten moeten vermijden en niet alleen uit moeten gaan. Familie en vrienden met goede bedoelingen proberen me ertoe over te halen om te stoppen met hardlopen in het donker. Maar zijn het altijd de vrouwen die hun gedrag aan moeten passen?’

    ‘Ik neem wel voorzorgsmaatregelen,’ gaat ze verder. ‘Ik draag reflecterende kleding, neem mijn telefoon mee, vermijd onverlichte delen van de grachten en parken en vertel mijn huisgenoot wanneer ik ga hardlopen. Ik heb het geluk dat er in mijn deel van Londen genoeg goed verlichte straten zijn waar ik kan hardlopen – een luxe die vrouwen op het platteland niet hebben.

    Voor de duidelijkheid: ik begrijp dat de angst voor de veiligheid van vrouwen ‘s nachts verre van irrationeel is. Uit een enquête van Runner’s World blijkt dat 60 procent van de vrouwen aangaf wel eens te zijn lastiggevallen tijdens het hardlopen. En dan zijn er nog de grimmige vergelijkbare gevallen van vrouwen die in het openbaar door mannen zijn vermoord, zoals Zara Aleena. Ook deze vrouwen namen voorzorgsmaatregelen, zoals op goed verlichte straten blijven, een vriendje bellen en felle kleding dragen. Maar dat was niet genoeg.

    ‘Onze focus zou moeten liggen bij het beëindigen van de cultuur van vrouwenhaat’

    De voorspelbare reactie van de politie op deze misstanden is simpelweg dat ze vrouwen aanraden binnen te blijven. Jenny Jones (Green Party) wees erop dat er aan dit advies twee kanten zitten: mannen zouden zich aan een avondklok moeten houden vanaf zes uur.’ Volgens Snaith is er weinig veranderd sinds 1970, ten tijde van the Yorkshire Ripper Murders: ‘Destijds vertelde de politie ook aan vrouwen dat ze thuis moesten blijven als het donker was.’

    Maar zelfs als vrouwen overdag op pad gaan, worden ze nog steeds aangevallen, schrijft Snaith. ‘Ashling Murphy is vermoord toen ze in Ierland overdag langs een kanaal aan het hardlopen was. Dus wat nu?’ Van vrouwen kan moeilijk verwacht worden dat ze zowel ‘s nachts als overdag niet hardlopen en rustige gebieden omzeilen, voert Snaith aan. ‘Er is een hardloopband in de sportschool, maar dat vereist een duur lidmaatschap.’ En het is niet vergelijkbaar met sporten in de buitenlucht. 

    Vrouwen vragen om zich te verstoppen is volgens Snaith niet de oplossing. ‘De fout ligt enkel bij de aanvallers. Onze focus zou moeten liggen bij het beëindigen van de cultuur van vrouwenhaat, die leidt tot gendergerelateerd geweld.’

    Snaith is het eens met Vinter dat het veroordelingspercentage voor verkrachting verhoogd moet worden. En het strafbaar stellen van seksuele intimidatie op straat moet prioriteit krijgen. ‘Ik weiger het hardlopen in de donkere wintermaanden op te geven. En ik voel me gesteund als ik dan ook andere rennende vrouwen tegenkom.’

  • In Kenia is hardlopen een weg naar een betere toekomst

    In Kenia is hardlopen een weg naar een betere toekomst

    Keniaanse topsporters hebben de grenzen van fysieke prestaties met hardlopen verlegd. Maar ook voor mindere goden heeft de sport een belangrijke betekenis: deze is voor Kenianen een manier om contact te maken en biedt perspectief op een betere toekomst voor zichzelf en hun gemeenschap.

    Alweer heeft een Keniaanse atleet een belangrijk record gebroken. Begin oktober, in Chicago, verbeterde Kelvin Kiptum het wereldrecord op de marathon bij de mannen. Daarmee overtrof hij de prestatie van de Keniaanse ‘filosoof-koning van het hardlopen’, Eliud Kipchoge, met ruim een halve minuut. Een geweldige mijlpaal, maar toch niet uniek dit jaar, want in juni vestigde de Keniaanse Faith Kipyegon in zeven dagen tijd twee nieuwe wereldrecords, op de 1500 en 5000 meter (het record op die laatste afstand werd overigens drie maanden later verbroken door de Ethiopische Gudaf Tsegay).

    Overlijden Kelvin Kiptum

    Kelvin Kiptum en zijn coach, de Oegandees Gervais Hakizimana, zijn op 11 februari omgekomen bij een auto-ongeluk in de buurt van de Keniaanse stad Eldoret. Kiptum is slechts 24 jaar geworden.

    De internationale atletiekwereld reageerde geschokt. Sebastian Coe, voorzitter van de internationale atletiekbond, zei dat Kiptum ‘een ongelooflijke atleet was die een ongelooflijke erfenis achterlaat’.

    Ook in Kenia is het verdriet om de dood van de wereldrecordhouder groot. ‘Kelvin Kiptum was een ster’, aldus een bericht op sociale media van de Keniaanse president William Ruto. ‘Zijn mentale kracht en discipline waren ongeëvenaard. Kiptum was onze toekomst.’

    Kiptum zou in april aan de start staan van de marathon van Rotterdam, waar hij een aanval zou doen op zijn eigen wereldrecord. Met een persoonlijk record van 2 uur en 35 seconden leek de Keniaan voorbestemd om als eerste marathonloper onder de magische grens van twee uur te duiken. Helaas zal hij deze belofte nooit waar kunnen maken.

    Ook hardlopers uit andere Oost-Afrikaanse landen, met name Ethiopië en Oeganda (en soms Tanzania en Burundi), blinken sinds jaar en dag uit op het wereldpodium, maar het zijn vooral Kenianen die de internationale atletiek hebben getransformeerd en de grenzen van de fysieke prestatie door middel van hardlopen hebben verlegd.

    In Kenia zijn dergelijke prestaties vaak doordesemd van een diepe symboliek, waarbij allerlei opvattingen over nationalisme, politiek protest en lokale identiteit een rol spelen. De records die Kipyegon binnen één week verbeterde inspireerden de Keniaanse president William Ruto tot mooie woorden over hard werken en nationale trots. ‘Vasthoudendheid, focus, streven naar perfectie en een winnaarsmentaliteit zijn een recept voor grootsheid,’ zo schreef hij op sociale media. ‘Wat een atlete! Wat een inspiratie! Wat een kampioene! Gefeliciteerd, Kenia is enorm trots op je.’

    Kalebas vol mursik

    Kranten lieten foto’s zien van Kipyegon en haar gezin met vicepresident Rigathi Gachagua tijdens een bezoek aan het presidentiële paleis, anderen stelden dat haar heldendaden lieten zien hoe Kenianen ‘kunnen slagen zonder Ruto of Raila’, de kandidaten voor de Keniaanse presidentsverkiezingen van 2022. Toen Kelvin Kiptum na zijn triomf in Chicago terugkwam in Nairobi, werd hij getrakteerd op een kalebas vol mursik, een gefermenteerde melk die populair is onder de Kalenjin, een volk in het westen van Kenia; het betrof een traditie die teruggaat tot begin jaren zeventig.

    Dit enthousiasme is herkenbaar voor iedereen die het Keniaanse hardlopen volgt. In de afgelopen zestig jaar heeft de atletiek telkens een podium geboden waarop Kenianen konden excelleren, en vaak werd dit succes verbonden aan hogere sociale en politieke ambities. Het Keniaanse hardlopen is een interessant onderwerp gebleken voor auteurs met de meest uiteenlopende achtergronden. Zij schreven verhalen over de sport waarin de heldendaden van topatleten centraal stonden; atleten die het hardlopen gebruikten om hun leven te veranderen, de nationale eenheid te bevorderen en elkaar te inspireren.

    ‘Je ziet dat als je in de groep blijft en begrip voor elkaar hebt, je sterk wordt en discipline en teamgeest krijgt’

    Hoewel dergelijke interpretaties zeker van belang zijn, wordt de sport daarmee beperkt tot een onderdeel van grotere politieke projecten of tot een weg naar individuele sociale mobiliteit waarbij hard werken, natuurlijk talent en ‘cultuur’ succes bepalen. Verhalen over topsporters die allerlei ontberingen overwinnen kunnen weliswaar inspirerend zijn, maar ze verdoezelen vaak de sociale dynamiek van de Keniaanse hardloopcultuur en gaan voorbij aan de vele manieren waarop Kenianen betekenis en nut proberen te vinden in de sport.

    De sociale relaties binnen familie, school, team en gemeenschap vormen de netwerken die het Keniaanse hardlopen en zijn lange, roemruchte geschiedenis schragen – dat zijn hoge ligging een ideale trainingsplek is voor veel atleten en ook wel ‘stad van kampioenen’ wordt genoemd), benadrukte de Keniaanse marathonloper Elisha Rotich een paar jaar geleden de sleutelrol die dergelijke factoren hebben gespeeld in zijn eigen hardloopcarrière. ‘Kidole kimoja hakiui chawa (een enkele vinger doodt geen luis), zeggen we in onze cultuur,’ vertelde hij. ‘Eén persoon kan geen goud winnen. Mijn team en familie zijn erg belangrijk voor mij. Je ziet dat als je in de groep blijft en begrip voor elkaar hebt, je sterk wordt en discipline en teamgeest krijgt. Zo niet, dan zul je nooit iets bereiken.’

    Wie zich verdiept in de achterliggende sociale dynamiek van de sport en haar geschiedenis, komt tot de conclusie dat er ook plaats moet zijn voor verhalen van minder bekende mensen die hebben bijgedragen aan de Keniaanse hardlooptraditie. Voormalige atleten zoals Naftali Mutwa, die eind jaren veertig als student aan de Kapsabet High School en de Thika Technical School kennismaakte met atletiek. Hij zat weliswaar in een raciaal gesegregeerd systeem – Kenia was destijds nog een Britse kolonie – maar dat neemt niet weg dat hij bijdroeg aan een aantal mijlpalen in de Keniaanse atletiekgeschiedenis.

    Hordenlopen

    Eind jaren vijftig, begin jaren zestig deed Mutwa aan hordenlopen en concurreerde hij met de bekendste vroege hardlopers van Kenia, zoals Nyandika Maiyoro, Lazaro Chepkwony, Joseph Leresea, Seraphino Antao en Kiptalam Keter. In 1959 nam hij deel aan de eerste atletiekwedstrijd in het beroemde Kamariny-stadion, waar hij eerste werd bij het individuele kampioenschap op de 100 meter horden voor de hele kolonie. In 1960 herhaalde hij deze prestatie.

    Dit alles deed hij terwijl hij als leraar en coach werkte aan de Kaptumo Intermediate School. Mutwa verdiende weinig met zijn prestaties. Toch toonde hij zich voldaan en trots tijdens een interview in zijn huis in Koyo in 2019. Kijkend naar foto’s haalde hij geestdriftig herinneringen op aan zijn teamgenoten. ‘Dit was het team van Kenia,’ vertelde hij trots. ‘En dankzij zo’n foto blijven we aan elkaar denken.’ In het koloniale tijdperk werd atletiek gebruikt om sociale controle uit te oefenen en inheemse sporten zoals worstelen en dansen uit te wissen en te marginaliseren.

    Toch tonen de ervaringen van atleten als Mutwa aan hoeveel jonge Kenianen, veelal mannen, deelnamen aan en betekenis vonden in koloniale sporten. De beroemde Keniaanse auteur Ngugi wa Thiong’o, die in de jaren vijftig als student van de Alliance High School aan veldlopen deed, beschreef het langeafstandshardlopen als ‘een lang verhaal, verteld en gespeeld door de hardloper met zijn lichaam… een gevecht tussen wil en vastberadenheid enerzijds en de duivelse verleiding van het opgeven anderzijds’. Voor Ngugi zou hardlopen later een belangrijke symbolische plaats opeisen in zijn schrijven.

    Zoals blijkt uit de voorbeelden van Mutwa en Ngugi, heeft schoolsport het Keniaanse hardlopen sterk gestimuleerd. De belangrijkste school in deze geschiedenis is misschien wel St. Patrick’s High School in Iten, een stadje in het westen van Kenia dat ook wel het mekka van de atletiek en de thuisbasis van de kampioenen wordt genoemd. St. Patrick’s werd in 1961 op initiatief van lokale politici en Ierse missionarissen geopend als jongenskostschool. Tegenwoordig staat de school in Kenia en de rest van de wereld bekend om zijn atletiekprestaties, maar er zijn ook grote nationale successen geboekt op het gebied van volleybal, hockey, basketbal en tennis.

    Nationale team

    Bovendien herbergt de school een van de eerste trainingsaccommodaties van Iten: een club voor jonge aspirant-hardlopers onder toezicht van broeder Colm O’Connell, die onder meer coaching biedt aan de leden. Tientallen hardlopers die op de school hebben getraind, werden geselecteerd voor het nationale team, namen voor Amerikaanse hogescholen en universiteiten deel aan allerlei wedstrijden en veranderden het internationale professionele hardlopen.

    Wilson Kipketer, een alumnus van St. Patrick’s, was bijvoorbeeld een van de eerste Keniaanse atleten die van staatsburgerschap veranderde en voor een ander land streed, wat de afgelopen decennia steeds meer een patroon is geworden en tot discussies in sportkringen heeft geleid. St. Patrick’s laat, samen met scholen als Sing’ore Girls, zien hoe Keniaanse instituties het internationale hardlopen hebben vormgegeven en biedt daarmee een tegengif voor het idee dat Afrikaanse instituties onbeduidend en ineffectief zouden zijn in mondiale netwerken. Behalve de scholen zijn ook de ervaringen van mensen die een hardloopcarrière hebben opgebouwd en niet tot de professionele atletiektop behoorden van cruciaal belang om de sport beter te begrijpen.

    Hardlopers hebben in hun latere leven vaak te kampen met het gevoel dat de Keniaanse samenleving hen is vergeten

    In de decennia na de onafhankelijkheid van Kenia [in 1963] werkten sommige Keniaanse hardlopers als politieagenten, gevangenispersoneel en soldaten terwijl ze voor Keniaanse nationale teams deelnamen aan internationale wedstrijden. Sinds de jaren tachtig en de explosie van het professionele hardlopen hebben veel ‘tweederangs’ professionals carrière gemaakt in het buitenland, waar ze strijden om prijzengeld van honderden of soms duizenden dollars, waarna ze vaak terugkeren naar Kenia om te investeren in land, onderwijs of zaken.

    Zo liep Everline Kosgei hard in Europa en Azië en gebruikte ze naar eigen zeggen een deel van haar verdiensten om zich in te schrijven voor een vakschool in het Chinese Chengdu. Daarnaast ontplooien Kenianen met uiteenlopende achtergronden en beroepen – van hazen tot coaches en van trainingskampmedewerkers tot resorteigenaren – lokale en nationale economische activiteiten die verband houden met het Keniaanse hardlopen.

    Tegelijkertijd worstelen veel hardlopers met blessures, corruptie en de druk van de nieuwe rijkdom, maar ook met slechte faciliteiten en een toenemende dopingcrisis die de geloofwaardigheid van de sport dreigt te ondermijnen. Oudere hardlopers hebben in hun latere leven vaak te kampen met armoede, en met het gevoel dat de Keniaanse samenleving hen is vergeten. Deze problemen zijn vaak nog groter voor ambitieuze vrouwelijke atleten, die barrières moeten slechten die door inheemse en koloniale ideeën zijn opgeworpen, en bovendien te maken hebben met seksueel en soms zelfs dodelijk geweld. Dergelijke tragedies en obstakels wijzen op de grenzen aan het idee van sport als balsem voor de grootste problemen in Kenia.

    Hardloopsters

    Niettemin zijn de ervaringen van Keniaanse hardloopsters cruciaal geweest voor de ontwikkeling van de sport. In haar recente boek Kenya’s Running Women legt historica Michelle Sikes de centrale rol van gender bloot in de wijze waarop Kenianen door de jaren heen de sport hebben ervaren. Ook belicht ze de vele manieren waarop Keniaanse meisjes en vrouwen betekenis, vreugde en een doel in de sport hebben gevonden. ‘Ik hou van hardlopen,’ zei Sabina Chebichi tegen East African, nadat ze in 1974 als tiener een bronzen medaille had gewonnen op de 800 meter op de Gemenebestspelen. ‘Het geeft me een goed gevoel om beter te zijn dan de rest. Ik hou ervan als mensen in een vreemde stad naar me wijzen en over me praten vanwege mijn hardlopen. En als ik het publiek hoor schreeuwen, dan wil ik nog harder rennen.’

    In een tijd waarin veel Kenianen diepgaand ontevreden zijn over de politiek en worstelen met stijgende prijzen, inflatie, slinkende economische kansen, inhoudsloze politieke agenda’s en toenemende sociale ongelijkheid, is het van belang het Keniaanse hardlopen niet alleen te zien als een aangelegenheid voor topatleten en wereldsterren. Voor tal van Kenianen is de sport een manier om contact te maken met anderen, betekenis te creëren voor zichzelf, vreugde te vinden in hun dagelijks leven en zich een betere toekomst voor te stellen voor zichzelf en hun gemeenschap.