Tag: heelal

  • Hoe een van de grootste mysteries van de kosmologie steeds dichter bij de oplossing komt

    Hoe een van de grootste mysteries van de kosmologie steeds dichter bij de oplossing komt

    De uitdijingssnelheid van het heelal, de zogeheten hubble­constante, is al jaren een van de meest bediscussieerde getallen in de kosmologie. Nieuw onderzoek brengt het definitief vaststellen van deze constante dichterbij dan ooit.

    Onderzoekers hebben een flinke stap gezet in de richting van een oplossing voor een van de grootste kosmische mysteries die er zijn. De hubbleconstante is het getal dat aangeeft hoe snel het heelal uitdijt. Sterrenkundigen worstelen al jaren met de vraag wat de waarde van deze constante is. Verschillende metingen leveren namelijk verschillende getallen op. Nu lijken de twee belangrijkste methoden om de uitdijingssnelheid van het heelal te meten bij elkaar te komen. De eerste manier om de hubbleconstante te meten, is gebaseerd op minuscule lokale variaties in de kosmische achtergrondstraling, de ‘restwarmte’ van de oerknal. Deze variaties kunnen, samen met ons theoretische model van de kosmos, worden gebruikt om de huidige uitdijingssnelheid van het heelal te berekenen. Deze methode geeft een hubbleconstante van 67 kilometer per seconde per megaparsec: de uitdijingssnelheid neemt daarbij met 67 kilometer per seconde toe, voor elke megaparsec afstand tot de aarde (1 megaparsec is ongeveer 3,26 miljoen lichtjaar). De andere methode wordt de lokale afstandsladder genoemd. Hierbij worden objecten op verschillende afstanden van de aarde – verschillende ‘sporten’ van de ladder – gebruikt om de uitdijing te meten van het gebied in de ruimte dat relatief dicht bij ons is. De twee belangrijkste soorten objecten op de ladder zijn de Cepheïden, een bepaald type ster, en type Ia-supernova’s, een soort sterexplosies. Van deze objecten weten we heel precies hoe helder ze schijnen. Deze helderheid kunnen we vergelijken met hun zogeheten schijnbare helderheid – hoe helder wij ze op aarde zien – om te bepalen hoe ver weg ze van ons staan. De lokale afstandsladder geeft een hubbleconstante van ongeveer 73 kilometer per seconde per megaparsec. Het verschil tussen de twee metingen wordt de hubblespanning genoemd. ‘Mijn grote zorg was dat, wanneer je maar één methode gebruikt, je geen manier hebt om vast te stellen wat de systematische onzekerheden in die methode zijn’, zegt astronoom Wendy Freedman van de Universiteit van Chicago.

    Meer laddersporten

    Freedman en haar collega’s hebben de James Webb-ruimtelescoop gebruikt om twee methoden aan de lokale afstandsladder toe te voegen. Ze hebben twee andere soorten sterren geobserveerd: koolstofsterren en zogeheten top-van-de-rode-reuzentak-sterren. Ook deze twee hebben een goed voorspelbare helderheid, afhankelijk van hun massa. De onderzoekers gebruikten James Webb ook om nog meer Cepheïden te bekijken. Daarnaast analyseerden ze alle archiefgegevens van de Hubble-ruimte-telescoop die eerder zijn gebruikt voor metingen van de lokale afstandsladder. Met behulp van deze nauwkeurigere afstandsladder berekenden ze een hubble-constante van ongeveer 69 kilometer per seconde per megaparsec. Dat komt overeen met de achtergrondstralingmetingen. ‘Het verschil tussen een hubbleconstante van 73 en 69 lijkt misschien klein, maar het is echt belangrijk om dit soort dingen nauwkeurig vast te pinnen,’ zegt Freedman. Freedman presenteerde het onderzoek op 6 april tijdens een bijeenkomst van de American Physical ­Society in Californië. ‘Deze veel nauwkeurigere gegevens wijzen erop dat we geen nieuwe fysica nodig hebben om de hubblespanning op te lossen,’ zegt Freedman. ‘We komen eindelijk dichter bij elkaar. Het is echt opwindend.’

    Niet alle kosmologen zijn het erover eens dat de oplossing gevonden is. ‘Als de hubblespanning verdwijnt, is dat heel belangrijk. Het zou betekenen dat onze van-begin-tot-eindtest van de kosmologie eindelijk slaagt,’ zegt kosmoloog Daniel Scolnic van de Duke-universiteit in de Verenigde Staten. ‘Maar… het voelt niet alsof dat de situatie is waarin we ons nu bevinden.’ Scolnic wijst erop dat het aantal sterrenstelsels dat met James Webb is waargenomen relatief klein is. Bovendien komen andere groepen op basis van de James Webb-gegevens juist op een hogere hubbleconstante uit. Astronoom Adam Riess van de Johns Hopkins-universiteit in de VS, het hoofd van een van die groepen, is ook sceptisch. ‘De hubblespanning is niet veranderd, het verschil ligt in de manier waarop we supernova’s analyseren. Dat verschil wordt veroorzaakt door het gemeten verschil in de hubbleconstante,’ zegt hij. ‘Ik denk niet dat het eerlijk of nauwkeurig is om de grootte van de spanning te bepalen aan de hand van alleen de laagste of hoogste meting.’ De getallen komen erg dicht bij elkaar te liggen, erkent astronoom Rocky Kolb van de Universiteit van Chicago. ‘Er is geen haalbare verklaring om de spanning op te lossen, als die er al is.’ Kolb vermoedt dat één groep zijn fouten onderschat.

    Binnen de marges

    Feit blijft dat het moeilijk is om de huidige kosmologische modellen te rijmen met de hogere hubbleconstante die gevonden is bij eerdere metingen van de lokale afstandsladder, zegt astronoom Lloyd Knox van de Universiteit van Californië. ‘Deze nieuwe resultaten lijken een grote stap in de richting van een oplossing’, zegt hij. Freedman en haar collega’s zijn nog niet klaar met het berekenen van de onzekerheden van hun meting. Op dit moment valt hun hubbleconstante binnen de marges van de hubbleconstante die volgt uit de achtergrondstraling, maar ook binnen de marges van de eerdere metingen met de afstandsladder. Er zijn meer verschillende methoden nodig om de hubblespanning echt vast te stellen, zegt Freedman. ‘Is dit het einde van de spanning? Niets sterft zo gemakkelijk. Maar deze gegevens wijzen wel die kant op.’  

  • NASA deelt beelden van oudste en verste sterrenstelsel ooit gezien

    NASA deelt beelden van oudste en verste sterrenstelsel ooit gezien

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » OpenAI zegt Chinese, Russische en Israëlische beïnvloedingscampagnes te hebben verstoord

    » Argentinië: Nora Cortiñas, gezicht van de Dwaze Moeders, overleden

    Sterrenstelsel JADES-GS-z14-0 is bijna 14 miljard jaar oud

    De James Webb-ruimtetelescoop van de NASA heeft het verste sterrenstelsel gevonden dat ooit is gezien, bericht The Guardian. Het sterrenstelsel dateert van toen de kosmos nog maar 290 miljoen jaar oud was. De vorige recordhouder die door de telescoop was waargenomen was een sterrenstelsel dat 325 miljoen jaar na de oerknal werd gezien, die bijna 14 miljard jaar geleden plaatsvond.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het sterrenstelsel, dat bekend staat als JADES-GS-z14-0, is verbazingwekkend helder en heeft een diameter van 1600 lichtjaar. Het is zo helder dat het honderden miljoenen keren de massa van onze zon zou hebben. Onderzoekers weten niet hoe zo’n ‘helder, massief en groot sterrenstelsel’ in minder dan 300 miljoen jaar kan zijn ontstaan.

    ‘Het heelal was in deze vroege stadia anders dan het nu is,’ zei Francesco D’Eugenio van de Universiteit van Cambridge, een van de teamleden achter de ontdekking tegen de Britse krant. ‘Vroege sterrenstelsels – dit is de verst verwijderde die is gevonden, maar er zijn er meer – lijken helderder te zijn dan verwacht op basis van de modellen.’ Het onderzoek naar deze sterrenstelsels zouden ons veel kunnen leren over hoe het heelal is ontstaan.

  • China ligt aan kop 
in nieuwe race om de ruimte

    China ligt aan kop 
in nieuwe race om de ruimte

    De landing van een Chinees ruimteschip op de achterkant van de maan begin januari betekent een doorbraak voor de ruimtevaart. China liep altijd achter op grootmachten VS en Rusland, maar zijn de rollen nu omgedraaid?

    JA

    De recente Chinese landing op de achterkant van de maan is meer dan alleen een wetenschappelijke doorbraak. Beijing geeft met zijn uitdijende ruimtevaartprogramma ook een sterk signaal af. ‘Dit is veel meer dan alleen een landing,’ zegt Alan Duffy, 
ruimtevaartdeskundige bij de Royal Institution of Australia. 
‘Het bewijst hoe volwassen de Chinese ruimtevaarttechnologie is geworden.’

    De geslaagde landing kwam voor veel wetenschappers als een verrassing: zij hadden verwacht dat die zou mislukken. Geen enkel land was ooit eerder op de achterkant geland. De moeilijkheid is dat die altijd van de aarde afgekeerd staat, wat direct radioverkeer onmogelijk maakt. Chinese onderzoekers wisten 
dit probleem echter te omzeilen door speciaal voor de communicatie met het Chang’e 4-ruimteschip en zijn verkenner een 
verbindingssatelliet te lanceren.

    Begin deze eeuw had vrijwel niemand verwacht dat China zo snel een koppositie in de ruimte zou gaan innemen, aangezien het land nooit veel interesse in ruimtevaart toonde. Toen China in 2003 voor het eerst astronauten in een baan om de aarde bracht, deden westerse waarnemers dit af als een futiele poging om achterstand op de Verenigde Staten en Rusland in te lopen. Maar terwijl het Chinese ruimtevaartprogramma steeds groter werd, nam in de twee landen die al succesvolle programma’s hadden het enthousiasme voor ruimtevaart juist af. In de Verenigde Staten en Rusland kromp het budget, in China groeide het. 
Al in 2007, lang voordat het land de krantenkoppen haalde met baanbrekende prestaties in de ruimte, lanceerde het verkenningsmissies om de achterkant van de maan te onderzoeken.

    En ondanks het veel kleinere budget staat het Chinese 
programma in veel opzichten nu al op gelijke hoogte met het Amerikaanse. Vorig jaar lanceerde China veertig ruimtemissies, ruim twee keer zoveel als in 2017. Deze verrassend snelle vooruitgang is volgens onderzoekers verklaarbaar doordat het land zich bewust richt op prestigeprojecten. Die moeten het land de status van ruimtegrootmacht bezorgen.

    China benadrukt dat het met de missies louter vredelievende bedoelingen heeft. Het Pentagon is daar echter minder van overtuigd en schreef in augustus vorig jaar dat het Chinese 
ruimtevaartprogramma ‘een cruciale rol speelt in moderne oorlogsvoering’. En terwijl de nasa nauw samenwerkt met Rusland, heeft het Amerikaanse Congres dergelijke samenwerkings-projecten met het Chinese ruimtevaartagentschap uit angst voor spionage verboden.

    De succesvolle Chinese landing is mogelijk een bedreiging voor het tanende Amerikaanse leiderschap in de ruimte, zij het niet op dezelfde manier als in 2007. ‘Dit gaat meer over prestige,’ aldus Duffy.

    Auteur: Rick Noack

    Washington Post | Verenigde Staten | dagblad | oplage 475.000
    De grootste krant van Washington en een van ’s werelds meest toonaangevende titels.

    adam minter 1

    Rick Noack is als buitenlandcorrespondent voor The Post grotendeels gevestigd in Berlijn, van waaruit hij schrijft over Australië, 
Nieuw-Zeeland 
en internationale veiligheid.

    Adam Minter is columnist voor Bloomberg. Hij schreef het boek Junkyard Planet: Travels in the Billion-Dollar Trash Trade, 
over de miljarden-industrie van onze afvalbergen.

    NEE

    De landing van het Chinese Chang’e-4 ruimteschip op de achterkant van de maan is een indrukwekkende technische prestatie die laat zien dat China een grootmacht in de ruimte is geworden. Het komende decennium wil het land een ruimtestation in een baan om de aarde brengen, sondes naar Mars en Jupiter sturen en asteroïdenmissies uitzenden. Voor 2030 staat een bemande maanmissie gepland en voor halverwege deze eeuw een permanente kolonie.

    De ambities van de nasa lijken daar schril bij af te steken. Sinds de laatste maanlanding van de Apollo in 1972 zijn Amerikaanse astronauten niet verder gekomen dan een baan om de aarde. 
Na ontmanteling van het spaceshuttleprogramma kunnen de Verenigde Staten het internationale ruimtestation ISS niet langer op eigen kracht bereiken. Nieuwe presidenten verlegden vaak hun prioriteiten, zodat de nasa dure missies, die al jaren gepland stonden, moest afbreken of herzien.

    Toch gaat het in veel opzichten ook wel goed met het Amerikaanse ruimtevaartprogramma. Een jaar of twaalf geleden stelde het Congres de nasa in staat om publiek-private samenwerkingen aan te gaan. Sindsdien adviseert het overheidsagentschap private ruimtevaartbedrijven en investeert het in hun activiteiten. Elon Musks SpaceX is het bekendste, maar er zijn tientallen bedrijven in de commerciële ruimte-industrie actief. Hun specialisme varieert van de lancering van kleine satellieten tot maanverkenning. De resultaten zijn spectaculair: naar 
schatting van de nasa zelf kostte de ontwikkeling van de Falcon 9-raket door SpaceX maar tien procent van wat het de nasa zou hebben gekost om die te bouwen. Ook elders levert de steun van de nasa veel op. In de komende weken lanceert SpaceX een capsule die Amerikaanse astronauten naar het iss-ruimtestation kan brengen. Ten minste twee andere bedrijven hebben plannen voor een eigen, commercieel, ruimtestation. Tegelijk is de nasa de pure wetenschap niet uit het oog verloren. Er zijn vier missies naar Mars gaande en een naar Jupiter, er cirkelt een sonde om 
de zon en twee ruimteschepen hebben de interstellaire ruimte bereikt. Geen enkel ander land, ook China niet, kan zich hiermee meten: de wetenschappelijke en technologische knowhow 
ontbreekt simpelweg.

    Zolang de vs de commerciële ruimtevaart blijft stimuleren en tegelijk met wetenschappelijke onderzoeksmissies steeds verder reikt, hoeft het land voorlopig niet bang te zijn om ingehaald te worden. Uiteraard heeft ook China het grote potentieel van de commerciële ruimtevaart ingezien en ontwikkelt het een eigen ruimte-industrie. Maar barst er inderdaad een nieuwe ruimterace los, dan hebben de Verenigde Staten alle kans die te winnen.

    Auteur: Adam Minter

    Bloomberg World View | Verenigde Staten | website | bloomberg.com
    Bloombergs blog World View schrijft uitvoerig over de opkomende markten, 
en wordt met toonaangevende schrijvers wereldwijd erkend als autoriteit op het gebied van Rusland, India en China.

  • De kinderen van de big bang

    De kinderen van de big bang

    In de laboratoria van CERN bij Genève doen zestienduizend jonge wetenschappers uit de hele wereld onderzoek naar de mysteries van het heelal. D, het weekblad van de Italiaanse krant La Repubblica, ging er op reportage.

    Francesca Dordei (29) raakte bevlogen tijdens een sterrennacht met de padvinders. ‘De big bang, zwarte gaten, sterren die ontstaan en uitdoven. Ik had een heleboel vragen over het heelal.’ Edward Bossini daarentegen was gek op Lego Technic. ‘Ik deed niets anders dan het in elkaar zetten, uit elkaar halen en opnieuw in elkaar zetten, samen met mijn vader. Van elektrische circuits tot de beweging van de planeten: ik wilde weten hoe de wereld in elkaar stak. En dat wordt door de natuurkunde op een simpele en elegante manier uitgelegd.’

    Beiden zijn op de juiste plek terechtgekomen: de laboratoria van CERN, de campus vlak bij Genève, op de grens van Zwitserland en Frankrijk, waar ze zich met niets anders bezighouden dan met deeltjesfysica. In die ‘citadel’ zetten zestienduizend jonge academici en postdocs uit de hele wereld (van wie 20 procent vrouw) hun eerste stappen in de wetenschap, zij aan zij met gevestigde collega’s. Ze bouwen machines, doen experimenten, verzamelen gegevens, stellen rapporten op. Voor deze visionaire techneuten leveren oneindig kleine eenheden van het atoom niet alleen de verklaring voor de wetten die het heelal regeren, ze voegen ook stukjes toe aan de puzzel van de grote mysteries van het leven. Hun motto: Matter matters.

    Grootste deeltjesversneller ter wereld

    Onderzoek doen naar materie is in wezen een manier om te bestuderen waarvan wij zijn gemaakt. En dus wie we zijn en waar we vandaan komen. Arabella Martelli (32) herinnert zich de betovering van haar eerste dag bij CERN. ‘Een foto uit een natuurkundeboek van de middelbare school, met het onderschrift dat de belangrijkste natuurkundigen op die plek waren verzameld, werd opeens werkelijkheid. Toen ik er voor de eerste keer over de drempel stapte, als summer student, dacht ik: Wow, nu hoor ik daar ook bij!’

    Van buitenaf gezien heeft CERN niets bijzonders: afgezien van het bolvormige bezoekerscentrum (de Globe of Science and Innovation) is het een doolhof van non-descripte gebouwen, kantoren en grijze loodsen, waarin je heel gemakkelijk kunt verdwalen. De straten zijn allemaal identiek en hebben nummers of zijn vernoemd naar wetenschappers. Het echte spektakelstuk bevindt zich honderd meter onder onze voeten: de LHC (Large Hadron Collider), een ring van 27 kilometer, de grootste deeltjesversneller ter wereld. Een hightechmachine, gebouwd om dingen te verklaren die lang geleden zijn gebeurd. ‘We versnellen protonen tot bijna de lichtsnelheid,’ zegt Dordei, ‘en dan laten we ze botsen en creëren zo mini-big bangs om te begrijpen wat er is gebeurd op het moment dat het heelal ontstond.’ ‘Door een druppel universum te herscheppen proberen we de eigenschappen ervan te snappen,’ vult Grace Luparello (33) haar aan. ‘Waarom vormt er zich bijvoorbeeld zo veel materie en zo weinig antimaterie? Ook op die vraag hopen we hier een antwoord te vinden.’

    ‘Druppel’ is overigens een groot woord. Dat wat dagelijks in de LHC wordt geïnjecteerd zijn nanogrammen materie. ‘Die zijn zo oneindig klein dat er in veertig jaar slechts 3 tot 4 gram aan deeltjes door deze machines is gegaan,’ zegt Mirko Pojer, de ingenieur die verantwoordelijk is voor de LHC. In 2012 heeft CERN wereldwijd alle media gehaald met de ontdekking van het Higgs-boson, een subatomair deeltje dat van fundamenteel belang is voor het standaardmodel van de deeltjesfysica.


    In de controlekamer van de LHC wordt nog steeds de fles Veuve Clicquot bewaard die bij die gelegenheid is ontkurkt. Niet dat iemand dronken is geworden of triomfantelijk ‘eureka!’ heeft geroepen. Verre van dat. De aankondiging werd op ingetogen wijze gedaan door Fabiola Gianotti, de huidige algemeen directeur. Plotseling raakten we gefascineerd door gluonen, W- en Z-bosonen en fotonen, al begrepen we er nog steeds niets van, en werden de wetenschappers die zich daarmee bezighouden een soort vips. Maar het boson is inmiddels alweer oud nieuws.

    De uitdaging is nu om nog verder te gaan, want het standaardmodel verklaart slechts 5 procent van het heelal. ‘Over zeven jaar gaat de LHC een nieuwe fase in, en daarom zijn we de machines aan het verbeteren,’ zegt Martelli. ‘Ik ben bezig een calorimeter te ontwerpen voor de CMS, waarvan we nu de eerste prototypes testen om erachter te komen wat ermee kunnen meten…’ Stop! Deeltjesfysici zijn geobsedeerd door meten. Als ze erover praten, lichten hun ogen op. Ze zitten bij toerbeurt aan de computer gekluisterd om de kleinste veranderingen te noteren. Maar ze spreken een voor niet-ingewijden onbegrijpelijke taal. Het volstaat te weten dat de CMS een van de deeltjesdetectoren langs de ring van de LHC is. De andere zijn Alice, Atlas en LHCb. Door middel van deze gigantische ‘camera’s’, die zo groot zijn als gebouwen van vier verdiepingen, proberen de wetenschappers van CERN uiterst geheimzinnige entiteiten op te sporen die het paradigma waarmee we verschijnselen interpreteren op revolutionaire wijze zouden kunnen veranderen.

    Maria Giulia Ratti (26) houdt zich bezig met donkere materie. ‘We weten dat die in grotere hoeveelheden bestaat dan gewone materie,’ zegt ze, ‘en we weten dat die interageert met de zwaartekracht, maar we willen erachter komen of donkere materie daarnaast ook nog met andere krachten interageert. De uitdaging voor ons is de manier te vinden om dat zichtbaar te maken.’

    Waar de donkere materie vooralsnog een soort gigantische ongedefinieerde massa is, is er met de antimaterie enige vooruitgang geboekt. ‘We zijn op een keerpunt aangekomen,’ zegt Dordei. ‘De gegevens die we drie jaar lang hebben verzameld, bevestigen de geldigheid van het standaardmodel. Maar er zijn afwijkingen. Het is nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken, maar een van de hypotheses is dat het om onbekende deeltjes gaat.’ Ze houdt terecht een flinke slag om de arm: het kan tientallen jaren duren voordat de experimenten resultaten opleveren.

    ‘Je wilt als eerste het resultaat hebben. En als dat er eenmaal is, moet je jezelf alweer vragen gaan stellen over het volgende experiment’

    Tijdens de lunchpauze stromen honderden jongeren massaal naar de cafetaria. Van pizza tot couscous, van sushi tot hamburgers, de menu’s spreken alle talen, net als de mensen. Een chaotische smeltkroes van Fransen, Britten, Duitsers en Spanjaarden, maar ook Arabieren en Chinezen. En een heleboel Italianen, met circa tweeduizend de grootste groep. Sommigen gaan in de rij staan, anderen zetten nog een stoel bij een overvolle tafel waar luid wordt gepraat en gelachen, weer anderen gaan met een broodje op de grond zitten, hun opengeklapte laptop op schoot.

    Misschien gaan niet alle studenten lunchen met Gianotti, maar bij CERN delen onderzoekers, professoren en Nobelprijswinnaars dezelfde ruimtes en bestaat er in theorie geen hiërarchie. Dat vergemakkelijkt de communicatie, die voor het doen van onderzoek essentieel is. ‘Ik weet nog dat ik een keer een artikel las over thin film position, waar Sergio Calatroni, die hier werkt, dé expert in is,’ zegt Ignacio Santillana Aviles (30). ‘Ik mailde hem een aantal vragen en binnen vijf minuten schreef hij terug: ‘Waarom praten we er niet over bij een kop koffie?’ En een kwartier later zaten we aan dezelfde tafel: ik, een eenvoudige stagiair, en hij, een beroemde wetenschapper… wow!’

    Ook bij deze uitmuntende collega’s is samenwerken van wezenlijk belang. Alleen door verschillende competenties te combineren kan een groep bepaalde ontdekkingen doen – de prima donna uithangen wordt dan ook niet op prijs gesteld. En toch is het werken op een dergelijke plek niet altijd even makkelijk. ‘Er is door de verschillende staten een hoop geld in geïnvesteerd,’ zegt Ratti. ‘Dus de druk om abstracts, verslagen en met name resultaten te produceren voor de conferenties die door het jaar heen worden gehouden, is hoog.’ Als je daar met lege handen staat, is dat geen goed visitekaartje. ‘Daarom geven we er soms de voorkeur aan geen risico’s te nemen en geen tijd te vermorsen met “exotisch” onderzoek waarvan de uitkomst onzeker is,’ zegt Dordei.

    Omdat er veel op het spel staat, is er ook sprake van (naar ze zeggen gezonde) rivaliteit. ‘We zijn allemaal vrienden, en als het nodig is helpen we elkaar een handje,’ zegt Bossini. ‘Maar dit is ook een arena, en je weet dat je vroeg of laat zult moeten vechten.’ De strijd wordt gestreden met papers. ‘Je haalt nachten door, onderuitgezakt in een stoel in het laboratorium, om iets te meten. Omdat je een harde kop hebt en denkt dat je het beter kunt dan de rest. Je wilt als eerste het resultaat hebben. En als dat er eenmaal is, moet je jezelf alweer vragen gaan stellen over het volgende experiment.’

    Binnen bij CERN. 1. Manager Kathy Foraz; 2. De 27 kilometer lange tunnel; 3. De deeltjesdetector CMS. – © HH, Getty
    Binnen bij CERN. 1. Manager Kathy Foraz; 2. De 27 kilometer lange tunnel; 3. De deeltjesdetector CMS. – © HH, Getty

    Gelukkig bestaat CERN uit meer dan alleen onderzoek. Verschanst in die citadel van de wetenschap, met een eigen bank, café, postkantoor, krantenkiosk en souvenirwinkel, vinden de ‘cernioten’ ook nog tijd voor sport en ander vertier. Tussen de experimenten door organiseren ze etentjes, doen ze mee aan de meest uiteenlopende activiteiten (van yoga en films maken tot snowboarden) en in het weekend gaan ze ook wel naar Genève om fondue te eten of een tentoonstelling te bezoeken. En voor degenen die denken dat ze alleen in hun hoofd leven: nee, ze kunnen ook helemaal losgaan op de dansvloer. ‘In de zomer zetten we een grote tent buiten, en dan speel ik voor dj. Techno, electro… en dan gaan we door tot in de kleine uurtjes,’ zegt Ignacio, die ook regelmatig gaat duiken in het Meer van Genève (‘Het is ijskoud en je ziet helemaal niets’).

    Zijn er dan helemaal geen problemen? Jawel, de angst dat hun contract niet wordt verlengd. Want al kom je er relatief makkelijk binnen, een vaste baan krijgen is steeds moeilijker. Uit de contracten blijkt dat de salarisverschillen groot zijn: van 1500 euro voor een Italiaanse onderzoeksbeurs – waar je in Zwitserland niet echt van kunt leven – tot 6000 Zwitserse frank [5600 euro] voor een fellowshipbeurs van CERN. Velen huren woonruimte aan de Franse kant van de grens, waar het minder duur is. Niemand die ervaring heeft opgedaan in een ‘centre of excellence’ zal zonder werk komen te zitten, maar ‘er zijn veel mensen die er, als ze tegen de veertig lopen, genoeg van hebben van de ene postdocpositie naar de volgende te gaan. Die willen een baan met meer zekerheid, stoppen met onderzoek en gaan voor een bedrijf werken,’ aldus Martelli.

    Vredeswetenschappelijk

    CERN is niet alleen een symbool van uitmuntendheid op het gebied van de natuurkunde, maar ook van de vruchtbare samenwerking tussen staten. Een soort EU met 21 leden en nog veel meer geassocieerde landen, die elke dag de deuren van het onderzoek opent voor wetenschappers en aspirant-wetenschappers, vaak afkomstig uit landen die met elkaar in oorlog zijn. Uit vredeswetenschappelijk oogpunt is het project dus succesvol. En toch hebben veel mensen zo hun bedenkingen bij al die wetenschapsmissionarissen die onderzoek doen naar het onzichtbare. ‘Als ik studenten rondleid, is een van de meest gestelde vragen: “Waarom moet er zo veel geld naar CERN en naar die gekke wetenschappers?”’ zegt Ignacio. ‘Ze begrijpen niet dat we hier bezig zijn de grenzen van het onderzoek en de technologie te verleggen. Als we de regels van een spel begrijpen, kunnen we het steeds beter spelen.’ In welke zin? ‘Als je op zoek bent naar een nieuwe kaars, zul je nooit een gloeilamp uitvinden. Een ziekenhuis zou nooit op het idee komen een nieuw MRI-systeem te ontwikkelen of hadronen in plaats van fotonen te gebruiken om kanker te behandelen. Wij denken out of the box.’

    Op dit moment weten we nog niet waartoe het Higgs-boson zal kunnen dienen, maar in de toekomst, wie weet… Daarom heeft CERN ook een afdeling Knowledge Transfer, kennisoverdracht. ‘Op deze manier proberen we dat wat we leren terug te geven aan de wereld,’ zegt Ignacio. ‘En ondertussen schrijdt de kennis voort.’

    Auteur: Mara Accettura
    Vertaler: Yond Boeke

    CONTEXT: 2017. Het jaar van de donkere materie?

    Ze zou het ‘skelet’ van het heelal vormen, dat de sterrenstelsels onderling met elkaar verbindt. Maar ze is nog nooit rechtstreeks aangetoond. ‘Is de donkere materie een neutrino? Het hypothetische deeltje axion?’ vraagt de website Ars Technica zich af.

    In de wetenschap bestaat daarover geen eensluidende opvatting, maar er worden steeds meer experimenten ondernomen, in Europa, bij CERN, maar ook bijvoorbeeld in China, met het experimentele project PandaX.

    Volgens Motherboard ‘hopen de jagers op de donkere materie dat 2017 hun jaar zal worden’. En mocht dat niet zo zijn, ‘dan wordt het wellicht tijd om onder ogen te zien dat we met onze huidige theorieën over de donkere materie op de verkeerde weg zijn – dat we op de verkeerde plekken zoeken, met een ontoereikend instrumentarium’, voorziet deze website.

    D
    Italië | weekblad | 375.000

    D staat voor donna [vrouw], en ook voor de 
zaterdagbijlage van La Repubblica: een blad 
voor modereclame, design en binnenhuisarchitectuur. Tussen de glanzende advertenties staat zo nu en dan een lezenswaardig artikel. (De journalistieke bijlage van de Romeinse krant ‘Venerdì’, verschijnt – dus – op vrijdag.)

    In 1996 werd D voor het eerst meegestuurd als wekelijks supplement van La Repubblica. Met 
zijn uiterst verfijnde vormgeving, luxe papier (al vele malen nagevolgd) en de ruime plek 
die het blad inruimt voor de actualiteit en reportages, is dit het vrouwenblad dat het meest door mannen wordt gelezen. In 2014 werd een mannelijke spin-off van D bedacht, genaamd Dlui di Repubblica. Voor de Italiaanse vrouw, wellicht?