Tag: Hefetz

  • Bye bye Bibi. De val van Benjamin Netanyahu

    Bye bye Bibi. De val van Benjamin Netanyahu

    Het bloederige ingrijpen van het Israëlische leger bij de protestmars in de Gazastrook onlangs heeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu internationaal veel kritiek opgeleverd. Corruptiezaken tegen hem worden met de dag substantiëler. Als hij vertrekt – en dat lijkt nu meer een kwestie van wanneer dan van of – laat hij een diep, misschien wel onherstelbaar verdeeld land achter. En toch, als er vandaag verkiezingen worden gehouden zou hij waarschijnlijk nog steeds winnen.

    Keuze uit het archief

    In 2018 publiceerden we dit artikel uit Newsweek, dat de val van Benjamin Netanyahu voorspelt. Hij hield het daarna nog ruim drie jaar lang vol, en is na een jaar weg nu weer terug; uit voorlopige uitslagen van de Israëlische verkiezingen woensdag 1 november komt zijn Likoed-partij als overduidelijke winnaar naar voren. Zoals Midden-Oostenverslaggever van The Economist Gregg Carlstrom het hier raak verwoordt: ‘Netanyahu’s veerkracht lijkt een raadsel, als je bedenkt hoe weinig hij zijn kiezers te bieden heeft.’

    Toen Benjamin Netanyahu in maart 2018 een bezoek bracht aan Washington, had dat een politieke triomf moeten worden, een jubelmoment. Het grootste deel van de twaalf jaar dat hij aan de macht was moest de havikachtige Israëlische premier noodgedwongen samenwerken met presidenten die hem verachtten, naar links neigende Democraten die het over nederzettingen en een Palestijnse staat hadden.

    En toch was de hele reis van begin af aan mislukt. Enkele uren voor Netanyahu’s ontmoeting met Trump vernamen de Israëliërs dat een van de meest vertrouwde adviseurs van de premier zich tegen hem had gekeerd. Nir Hefetz, een voormalig journalist, is wel omschreven als ‘Netanyahu’s spindoctor’, de man die verantwoordelijk was voor het masseren van de persberichten over het premiersechtpaar. Maar na zijn arrestatie in februari toonde Hefetz zich bereid namens de staat te getuigen en opnamen over te leggen van de Netanyahu’s die een mogelijke criminele samenzwering bespraken. Hij was voor zover bekend de derde vertrouweling van de premier in enkele maanden tijd die met de autoriteiten samenwerkte.

    Netanyahu deed alsof er niets aan de hand was. Hij heeft al vaker politieonderzoeken overleefd, al vanaf zijn eerste termijn in de jaren negentig. ‘Er zal niets naar boven komen omdat er niets is,’ zo deed hij de jongste vloedgolf van corruptieonderzoeken af. En critici hebben hem om het hardst onderschat. Vóór de verkiezingen in 2015, waren de Israëliërs ervan overtuigd dat het met Netanyahu gedaan was. Die verkiezingen zouden om de economie draaien, zo voorspelden ze, en de premier had wat dat betrof weinig te bieden (hij nam niet eens de moeite met een economisch programma te komen). Desondanks won hij, op overtuigende wijze.

    Toch begonnen zelfs zijn medestanders in 2018 te fluisteren dat zijn juichende bezoek aan Washington zijn laatste was geweest. Na jarenlang onderzoek begon het politienet zich te sluiten; de zaken tegen hem worden met de dag substantiëler. De procureur-generaal zou de komende maanden besluiten of hij een massa aanklachten tegen hem zou indienen, variërend van komisch en absurd tot doodserieus. De man die door Time ooit ‘koning Bibi’ werd gedoopt, domineerde het politieke toneel van Israël al tien jaar en was van plan dat nog veel langer te blijven doen. Nu leek hij opeens kwetsbaar.

    Bye bye Bibi

    Dit is een bewerking van het artikel dat we publiceerden in april 2018, toen de val van Netanyahu al werd voorspeld. Hij heeft het nog ruim drie jaar volgehouden, tot hij op 16 juni dit jaar de verkiezingen verloor van Naftali Bennett, volgens wie het tijd is om ‘het land te genezen’. Desalniettemin wordt een comeback niet uitgesloten.

    Tweedeling

    Zijn toespraak tot de AIPAC had de gebruikelijke politieke lading. Netanyahu praatte over de veiligheid van Israël, over de ontkiemende diplomatieke banden met voorheen onvriendelijke delen van de wereld, de benijdenswaardige hightechindustrie. Dat zijn onmiskenbare wapenfeiten, maar ze vormen niet Netanyahu’s echte erfenis. Als hij vertrekt – en dat lijkt nu meer een kwestie van wanneer dan van of – zal hij een land achterlaten dat diep, misschien wel onherstelbaar verdeeld is.

    Die tweedeling is niet helemaal zijn schuld. Demografische en culturele veranderingen – van de snelle groei van de ultraorthodoxe Joodse bevolking tot de oorlogszuchtigheid van een jongere generatie die is ontstaan tijdens de tweede intifada, de gewelddadige Palestijnse opstand – spelen een belangrijke rol. Maar hij heeft het proces ontegenzeglijk versneld. Hij laat de Haredim (het Hebreeuwse woord voor ultraorthodoxe Joden) op tal van gebieden het beleid dicteren, variërend van het onderhoud aan spoorlijnen tot gebedsafspraken bij de westelijke muur. De wilde, rechtse beschuldigingen aan het adres van regering en leger heeft hij voornamelijk doodgezwegen. In plaats van de racistische en nationalistische flanken van zijn coalitie te beteugelen geeft hij ze meer macht. Tijdens zijn laatste campagnetoespraak in 2015, op de verkiezingsdag, waarschuwde hij bijvoorbeeld dat de Arabieren in groten getale naar de stembus zouden komen.

    admin ajax 22
    Palestijnen staken posters met premier Netanyahu en president Trump in de brand tijdens een tentenkampprotest op de Gazastrook. – © Hollandse Hoogte

    De schisma’s in de Israëlische samenleving zullen de komende tijd misschien sterk worden uitvergroot. Onder druk van de aanklachten kan Netanyahu nieuwe verkiezingen uitschrijven [uiteindelijk schreef hij vervroegde verkiezingen uit voor april 2019. Hij won en het duurde tot mei 2020 tot er een nieuwe regering was]. Dan zou hij zijn campagne beginnen met zo’n 30 procent van de Israëliërs die achter hem staan, terwijl de meerderheid zijn vertrek eist. Veel kiezers hebben het financieel moeilijk vanwege de hoge kosten van levensonderhoud, de lage lonen en het woningtekort. Het vredesproces met de Palestijnen is in het slop geraakt. En toch, als er vandaag verkiezingen zouden worden gehouden zou hij, ondanks zijn impopulariteit en de toenemende kans op gerechtelijke vervolging, waarschijnlijk nog steeds winnen.

    Hij liet voor 127.000 dollar een bed in een regeringsvliegtuig installeren zodat het premiersechtpaar een dutje kon doen tijdens de vijf uur durende vlucht naar Londen

    De Netanyahu’s worden al decennialang van kleinschalige corruptie beschuldigd, en de pers smult van de weelderige levensstijl waarop ze aanspraak maken. Gidi Weitz, correspondent van Haaretz en een van de belangrijkste onderzoeksjournalisten van Israël, beschreef eens hoe ze er zonder te betalen tussenuit knepen uit een Italiaans restaurant waar hij in de jaren negentig werkte. De douceurtjes werden groter nadat Netanyahu in 2009 herkozen was. Hij tekende een contract van 2500 dollar voor de levering van gourmetijs in de ambtswoning en liet voor 127.000 dollar een bed in een regeringsvliegtuig installeren zodat het premiersechtpaar een dutje kon doen tijdens de vijf uur durende vlucht naar Londen.

    Klein spul

    Toch was dit nog maar klein spul – een politicus die zijn positie te baat nam om wat luxueuzer te leven. Het hoogtepunt was misschien wat wel ‘Bottlegate’ wordt genoemd: jarenlang stak Sara Netanyahu de acht cent statiegeld in haar zak van lege wijnflessen die op staatskosten waren aangeschaft. (Sara speelt een belangrijke rol bij de ambtsuitoefening van haar man en is geregeld de oorzaak van zijn juridische problemen: twee voormalige werksters hebben haar met succes aangeklaagd wegens verbaal geweld.)

    Op 13 februari [2018] werden de beschuldigingen veel ernstiger, toen er op aanwijzing van de politie twee aparte aanklachten tegen Netanyahu werden ingediend. In de eerste, bekend als ‘Case 1000’, wordt hij beschuldigd van het accepteren van giften van miljardairs in ruil voor gunsten, zoals hulp bij het vernieuwen van een Amerikaans visum. De gulheid van de miljardairs – sigaren, champagne en dergelijke – beliep naar verluidt een slordige miljoen sjekel, oftewel 288.000 dollar. (Een van zijn weldoeners was pikant genoeg Arnon Milchan, de producent van Pretty Woman.)

    De andere aanklacht draait om Arnon Mozes, de uitgever van Yediot Aharonot, Israëls grootste betaalde dagblad. Het blad is al lange tijd kritisch over Netanyahu, een houding die eerder op een persoonlijke vete berust dan op politieke meningsverschillen. Sara Netanyahu vergeleek Mozes eens met Heer Voldemort, de schurk uit de Harry Potter-romans. Maar volgens de politie voerden de twee vijanden vriendschappelijke gesprekken om financiële afspraken te maken. Mozes bood aan zijn krant een toontje lager te laten zingen in de berichtgeving over de premier. In ruil bood Netanyahu naar verluidt aan een spaak in het wiel te steken van Israel Hayom, een populaire gratis krant die wordt gefinancierd door de Amerikaanse casinomagnaat Sheldon Adelson en die een flinke hap uit de advertentie-inkomsten van Yediot heeft genomen. Er is geen bewijs dat Netanyahu zijn belofte is nagekomen. Hij deed zelfs het tegenovergestelde: hij riep in 2014 vervroegde verkiezingen uit om een wet tegen te houden die de distributie van Adelsons krant zou hebben beperkt. Maar alleen de gesprekken met Mozes kunnen eventueel al als misdadig worden aangemerkt.

    In vroeger jaren zouden zulke beschuldigingen een Israëlische politicus de kop hebben gekost. Yitzhak Rabin trad in 1977 af als premier, nadat een journalist had ontdekt dat zijn vrouw er een buitenlandse bankrekening op nahield, waarop zo’n tienduizend dollar aan eigen geld stond. Hoe bizar het nu ook klinkt, dat was verboden in Israël, in die tijd een betrekkelijk arm land dat dringend behoefte had aan buitenlandse valuta’s. Rabin gaf toe dat het een ‘fout’ was en zei dat hij zich niet ‘achter parlementaire onschendbaarheid zou verschuilen’. Er was geen vermoeden van omkoping of corruptie, maar zelfs dit kleine technische vergrijp was al voldoende om een premier afstand van zijn ambt te laten doen.

    Niks goedkoper in Israël dan bloed van Palestijnen

    Het dodencijfer liep op met de regelmaat van de klok. Elk half uur een slachtoffer. Israël was druk bezig met het voorbereiden van de seideravond. In Gaza ging het Israëlische leger door met doden in een afschuwwekkend ritme, terwijl Israël Pesach vierde.

    Het doden van Palestijnen wordt in Israël lichter opgevat dan het doden van muggen. Niks goedkoper in Israël dan Palestijns bloed. Maar een leger dat zich op de borst klopt als het een boer op zijn land doodschiet en de video op zijn website zet om de mensen in Gaza te intimideren, een leger dat tanks inzet tegen burgers, dat er prat op gaat dat een honderdtal scherpschutters demonstranten opwachten, dat is een leger dat geen terughoudendheid meer kent.

    Mahmoed Abbas is verantwoordelijk voor de toestand in Gaza. En Hamas, natuurlijk. En Egypte. En de Arabische wereld, de hele wereld eigenlijk. Alleen Israël niet. Dat heeft zich uit Gaza teruggetrokken. En Israëlische soldaten plegen geen massamoorden. Nooit.

    Later op de avond werden de namen gepubliceerd. Die zeiden niemand wat.


    (Gideon Levy, Haaretz)

    Nu niet meer. Een land dat werd geromantiseerd vanwege zijn socialistische kibboetsen is een neoliberale economie geworden; binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), een club van rijke landen, doet Israël qua economische ongelijkheid alleen onder voor de Verenigde Staten. ‘We waren altijd een zeer homogene samenleving waar niemand veel geld had,’ zegt Ifat Zamir, hoofd van de Israëlische tak van Transparency International. ‘En toen, in de jaren negentig, verdienden sommige mensen een beetje geld, en veranderde de wereld met hen. Evenals het algemene vertrouwen in de regering.’

    Veel Israëliërs hebben apathisch op de beschuldigingen tegen Netanyahu gereageerd. Linkse activisten hebben wekelijkse betogingen tegen de premier georganiseerd, maar zelfs toen die in de zomer [van 2017] een hoogtepunt bereikten, namen er maar enkele duizenden mensen aan deel. In maart [2018] waren het er nog maar een paar honderd. En veel betogers hadden toch al een hekel aan Netanyahu. Zijn rechtse achterban heeft hem niet verlaten. Integendeel: volgens sommige peilingen is zijn populariteit gestegen. In de eerste dagen na de aanwijzingen van de politie kon je nog denken dat Netanyahu zijn baan zou behouden.

    Sara en Benjamin Netanyahu op hun meest recente bezoek aan President Donald Trump en de First Lady, in de Oval Office van het Witte Huis. – © REX / Shutterstock
    Sara en Benjamin Netanyahu op hun meest recente bezoek aan President Donald Trump en de First Lady, in de Oval Office van het Witte Huis. – © REX / Shutterstock

    Maar de lijst beschuldigingen bleef groeien. Hij werd naar verluidt van nog een schimmige deal verdacht, ditmaal met de eigenaar van Bezeq, Israëls grootste telecombedrijf. Deze zakenman, Shaul Elovitch, is ook eigenaar van Walla, een populaire nieuwswebsite. In dit geval zouden de gunsten wel eens honderden miljoenen dollars kunnen belopen. De politie onderzocht ook of Netanyahu en zijn helpers hadden aangeboden een rechter tot procureur-generaal te promoveren als ze bereid was een zaak tegen de vrouw van de premier te seponeren. En op de achtergrond doemden beschuldigingen op dat topveiligheidsfunctionarissen steekpenningen hadden aangenomen van een Duits conglomeraat dat de kernonderzeeërs bouwt die door de Israëlische marine worden gebruikt. Zoals een lid van de Knesset, het Israëlische parlement, het uitdrukte, anoniem vanwege de gevoeligheid van de zaak: ‘We hebben nog steeds een paar rode draden, en een daarvan heeft met de nationale veiligheid te maken.’

    Schaduwkabinet

    Als Netanyahu op een dag in de Maasiyahu-gevangenis belandde, zou hij niet de eerste premier zijn. Zijn voorganger Ehud Olmert werd in februari 2016 ook tot deze open penitentiaire inrichting veroordeeld. Hij was twee jaar eerder aangeklaagd wegens omkoping en kreeg negentien maanden gevangenisstraf. Een ochtendprogramma op de Israëlische radio wilde de nieuwe gedetineerde wat advies geven. Dat was niet moeilijk te regelen. Er is een heus schaduwkabinet dat wel enige tijd in Israëlische gevangenissen heeft doorgebracht. De presentatoren vroegen voormalig minister van Gezondheid Shlomo Beniziri om wat tips. (‘De bewaarders doen niet sentimenteel over ministers,’ verklaarde hij.)

    Maar Netanyahu’s geval zou om één reden anders kunnen zijn: de Israëlische wet laat er geen twijfel over bestaan dat een minister die van ernstige strafbare feiten wordt beschuldigd moet aftreden, maar zegt niets over een éérste minister. Olmert trad af voordat hij werd aangeklaagd. Zijn opvolger is vastbesloten aan te blijven. De juridische consensus is dat hij dat kan doen, totdat hij wordt veroordeeld en niet verder in beroep kan. Dus zijn strijd is, althans voorlopig, een politieke strijd. Olmert vertrok nadat zijn coalitiepartners hem hadden laten weten, eerst privé en later in het openbaar, dat ze hem niet langer steunden. Hij kwam ook zwaar onder vuur van de oppositie te liggen: ‘Een premier die tot aan zijn nek in de gerechtelijke onderzoeken zit, heeft geen moreel en publiek mandaat,’ zei de oppositieleider destijds.

    Die oppositieleider was Benjamin Netanyahu, die zijn eerdere banvloek lijkt te zijn vergeten. Hij stond niet echt onder druk om af te treden. Zijn bondgenoten stonden achter hem. Minister Naftali Bennett van Onderwijs, in Washington om het onderonsje van AIPAC bij te wonen, zei dat Netanyahu als onschuldig moest worden beschouwd totdat het tegendeel was bewezen. Miri Regev, de populistische minister van Cultuur, zei dat ze ‘niet onder de indruk’ was van de aanklachten tegen Netanyahu: ‘Ik ga niet overhaast mensen ophangen op het dorpsplein.’

    In de Knesset werd over vervroegde verkiezingen gesproken – maar om de kracht van Netanyahu te bewijzen, niet zijn zwakte. Zijn coalitie leek onaantastbaar, hard op weg om de eerste sinds 1988 te worden die haar volledige vier jaar uitzat. Ze nam in december 2016 een begroting voor twee jaar aan, waarmee ze haar voortbestaan tot de volgende geplande verkiezingen praktisch garandeerde. (Volgens de Israëlische wet wordt een regering die er niet in slaagt een begroting te laten goedkeuren automatisch ontbonden.) Maar de ultraorthodoxe partijen dreigden tegen de vólgende begroting te stemmen als de Knesset geen wet goedkeurde die mannelijke haredim vrijstelt van dienstplicht. Hoewel die volgende begroting pas in december [2018] hoef te te worden goedgekeurd, kon Netanyahu dit als excuus gebruiken om vervroegde verkiezingen uit te schrijven.

    Een Palestijnse demonstrant gooit met stenen naar het Israëlische leger tijdens de mars van de terugkeer. – © Getty
    Een Palestijnse demonstrant gooit met stenen naar het Israëlische leger tijdens de mars van de terugkeer. – © Getty

    Notoir onbetrouwbaar

    Hij had goede redenen om zelfverzekerd te zijn. Peilingen onder het Israëlische electoraat zijn notoir onbetrouwbaar. Enkele dagen voor de verkiezingen van 2015 had de Likoed-partij daarin nog een flinke achterstand op zijn belangrijkste centrumlinkse concurrent. Toch zijn ze een goede barometer voor de algemene stemming.

    Sommige analisten schilderen Israël af als een land dat onverbiddelijk naar rechts overhelt. Dat is een te simpele voorstelling van zaken. In 1981 won het rechtse en religieuze blok 64 van de 120 zetels in de Knesset. In 2015 won het er 67. Centrumlinks verloor flink wat terrein – maar bijna uitsluitend aan de Arabische partijen, die in de jaren negentig zijn ontstaan. De omvang van het conservatieve, religieuze blok is een generatie lang bijna constant gebleven. De echte verschuiving vindt plaats binnen de blokken. In 1981 wonnen de twee grootste partijen – Likoed en Alignment, de voorganger van de Arbeidspartij – 95 stemmen, bijna vier vijfde van de Knesset. Geen enkele andere partij won meer dan 5 procent van de stemmen. Maar bij de laatste verkiezingen behaalden Likoed en de Arbeidspartij maar 54 zetels. Ook al zouden ze een eenheidsregering hebben willen vormen, dan nog hadden ze geen meerderheid gehad. Zeven andere partijen, aan weerszijden van het ideologische spectrum, haalden de grens van 5 procent.

    Deze versplintering maakt het voor veel Israëlische politici moeilijk om coalities te vormen. Netanyahu zou met zijn huidige kunnen doorgaan, zij het met een kleinere meerderheid. Yair Lapid, de voorzitter van Yesh Atid, zou er een harde dobber aan hebben. Zelfs met een brede coalitie die zich zou uitstrekken van centrumrechts tot uiterst links zou hij geen meerderheid behalen. Om de drempel van zestig zetels te passeren zou hij ofwel de ultraorthodoxe partijen nodig hebben, ofwel de ultranationalistische factie Jisrael Beeténoe. Die laatste is een uiterst rechtse partij die in 2015 campagne voerde voor etnische zuivering en herinvoering van de doodstraf. En Lapid bouwde zijn politieke carrière op het agiteren tegen de orthodoxen door aan te dringen op beperking van hun sociale uitkeringen en beëindiging van hun vrijstelling van dienstplicht. In beide gevallen zou de schoen wringen.

    De meeste potentiële vervangers van Netanyahu ter linker- en rechterzijde zien zich met een overeenkomstig dilemma geconfronteerd. Ook al gaat hij verder als oppositieleider, de impopulaire Isaac Herzog heeft het niet langer voor het zeggen bij de Arbeidspartij. Zijn opvolger, Avi Gabbay, werd in 2017 tot leider van de Arbeidspartij gekozen en begon onmiddellijk rechtse stemmers naar de mond te praten. Zijn populariteit kelderde al snel en is nog niet op het oude peil. De partij Het Joodse Huis van Naftali Bennett heeft te nauwe banden met de kolonisten in de nederzettingen en Jisrael Beeténoe, de partij van Avigdor Lieberman, met Russische immigranten.

    Gedurende 29 van de afgelopen veertig jaar is er een rechtse premier aan het bewind geweest. En toch blijft Likoed zich als een permanente oppositiepartij gedragen

    Netanyahu’s veerkracht lijkt een raadsel, als je bedenkt hoe weinig hij zijn kiezers te bieden heeft. Zijn critici noemen hem vaak spottend ‘Mr. Status Quo’. In 2011 werd Israël opgeschrikt door massale sociaal-economische betogingen. Die begonnen met een klein tentenkamp op een chique boulevard in Tel Aviv; in september gingen honderdduizenden mensen de straat op om te klagen over de hoge kosten van levensonderhoud. Tot belangrijke hervormingen heeft dat niet geleid. Mobiele telefoonabonnementen zijn goedkoper geworden. Supermarkten hebben de prijs van kwark drastisch verlaagd. Maar de economische grondslagen blijven onveranderd. Netanyahu heeft weinig gedaan om de landelijke woningnood aan te pakken waardoor appartementen onbetaalbaar zijn voor jonge Israëliërs. (Het kopen van een vijfkamerappartement kost de gemiddelde Israëliër bijna zestien jaarsalarissen, tegen zeven en een half in Frankrijk en vijf in de Verenigde Staten.) Ondertussen heeft de premier niets gedaan tegen het voortdurende gebakkelei over godsdienst en cultuur dat de Israëlische politiek verstoort, van beperkte winkeltijden tijdens de sabbat tot steeds fellere scheldkanonnades tegen progressieve activisten en academici. In de ogen van sommige buitenlanden is Netanyahu’s meest onvergeeflijke fout zijn laksheid ten aanzien van het vredesproces. Elke maand publiceert het gematigde Israëlische Democratie-instituut een peiling die ‘Vredesindex’ wordt genoemd. De eerste twee vragen zijn altijd dezelfde: ‘Steunt u vredesonderhandelingen met de Palestijnen? Denkt u dat die kans van slagen hebben?’ De laatste cijfers [in april 2018] zijn deprimerend. Bijna 60 procent van de Israëlische Joden staat achter het vredesproces, maar slechts 18 procent gelooft dat dat tot vrede zal leiden. Tel die cijfers bij elkaar op en nauwelijks een op de tien Joodse Israëliërs staat achter een tweestatenoplossing en gelooft daar ook in. Een overweldigende meerderheid vindt dat de situatie moet blijven zoals ze is. (De Palestijnen zijn even berustend.) ‘Netanyahu had twee voornemens toen hij premier werd,’ zegt een voormalige adviseur, die anoniem wil blijven om vrijelijk over zijn vroegere baas te kunnen spreken. ‘Een daarvan was het ontmantelen van de Oslo-akkoorden.’ De premier heeft het nooit zo ongezouten gezegd – althans niet in het openbaar. Maar hij heeft onmiskenbaar succes gehad. Bijna een decennium lang heeft hij tijd gerekt door in te stemmen met vredesonderhandelingen maar nooit wezenlijke concessies te doen die het proces zouden kunnen versnellen. Hij zegt in het Hebreeuws het een en in het Engels het ander. Enkele dagen voor de verkiezingen van 2015 beloofde hij nooit een Palestijnse staat te zullen vestigen. Toen zijn overwinning was veiliggesteld – en na scherpe kritiek uit het Westen – probeerde hij die woorden te ontkennen. Toen Trump president werd en Netanyahu vroeg ‘terughoudend’ te zijn ten aanzien van de nederzettingen, was hij verbijsterd. ‘Hij gaat zijn belangstelling wel verliezen,’ voorspelde een medewerker van Netanyahu toen Trump Jeruzalem in 2017 bezocht. Zeker is dat de Amerikaanse president niet meer met de Palestijnen spreekt en betwijfelt of hij de ‘ultieme deal’ kan bewerkstelligen, zoals hij het ooit noemde.

    De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat zelfs een duifachtige premier moeite zou hebben om met de Palestijnen te onderhandelen, verdeeld als ze zijn tussen Fatah, de seculiere partij die de Westoever in handen heeft, en Hamas, de islamitische groepering die in 2007 de macht in Gaza greep. Evenmin zou hij veel hulp hoeven te verwachten uit het huidige Witte Huis. De Amerikaanse ambassadeur in Israël, David Friedman, staat pal achter de Israëlische nederzettingen. Jared Kushner, Trumps schoonzoon wiens familie geld aan kolonistengroeperingen heeft gedoneerd, had een belangrijke rol moeten spelen in het vredesproces. Maar hij raakte in tal van schandalen verwikkeld en zijn rol in het Witte Huis werd al snel een stuk kleiner.

    Toch is er geen reden om te denken dat Netanyahu’s opvolgers bereid of in staat zullen zijn de tweestatenoplossing te realiseren. Bennett wil twee derde van de Westoever annexeren, een stap die een Palestijnse staat onmogelijk zou maken. Lieberman verwerpt het idee van een staat, net als de meeste toonaangevende figuren binnen Likoed. Toen journalisten van de nieuwswebsite Walla het kabinet polsten, waren maar vier ministers bereid een tweestatenplan te onderschrijven.

    Hoewel Lapid en Gabbay het plan steunen, blijven ze vaag over hoe ze het ten uitvoer zouden kunnen brengen – hoe ze de fouten zouden kunnen vermijden waaraan de ruim vijfentwintig jaar door de VS geleide onderhandelingen mank zijn gegaan. Ze komen alleen maar met vage verhalen over ‘regionale initiatieven’ en ‘het betrekken van de Arabische staten’. Er zijn weinig prikkels om het anders te doen. De kwestie levert niet veel stemmen op en speelt zelfs geen grote rol in de Israëlische politiek. Vóór de verkiezingen van 2015 kwamen de leiders van de grootste partijen bijeen voor een tweeënhalf uur durend debat op Kanaal 2. Het woord ‘vrede’ werd exact vijf keer uitgesproken, waarvan drie keer door Ayman Odeh, de leider van de partij die de Palestijnse burgers van Israël vertegenwoordigt. ‘Dit is geen zaak die de partijen scheidt,’ zegt Dani Dayan, een voormalige kolonistenleider die tegenwoordig consul-generaal is in New York. ‘Want de Israëliërs begrijpen dat, wie er ook premier wordt, er niets zal veranderen.’

    Netanyahu’s eerste premierschap duurde maar drie jaar. Hij won in 1996 met een nipte marge, en de kiezers hadden snel genoeg van hem. Het vredesproces haperde. De bloedige bezetting van Zuid-Libanon leek eindeloos te duren. Er deden al corruptieverhalen de ronde over Netanyahu en sommige van zijn coalitiepartners. Het publiek gooide hem er in 1999 uit en gunde Ehud Barak de overwinning met een marge van 12 procent.

    Maar voor Bibi waren al deze wezenlijke kwesties van secundair belang. Toen hij tijdens de verkiezingsavond zijn nederlaag evalueerde, zei hij tegen medewerkers: ‘Ik heb verloren omdat ik geen krant heb.’ Dat probleem loste hij op voordat hij tien jaar later een nieuwe gooi naar het premierschap deed. Israel Hayom deed geen enkele poging om een objectieve nieuwsbron te zijn. De verlieslijdende krant, zwaar gesubsidieerd door Adelson, was een onvervalste propagandamachine voor Netanyahu; naar verluidt dicteerde het kantoor van de premier zelfs de koppen.

    De door Israël bezette gebieden op de Westelijke Jordaanoever. – © Getty
    De door Israël bezette gebieden op de Westelijke Jordaanoever. – © Getty

    Zijn ambitie reikte verder dan de dagelijkse koppenoorlog. Aan de vooravond van Israëls zeventigste verjaardag kan de politieke geschiedenis van het land grofweg in twee helften worden verdeeld. De eerste werd gedomineerd door de centrumlinkse voorgangers van de Arbeidspartij. Het politieke establishment was grotendeels progressief, seculiere afstammelingen van de Asjkenazim. Likoed won haar eerste verkiezingen pas in 1977, een gebeurtenis die door de belangrijkste nieuwslezer van Israël de mahapakh (revolutie) werd gedoopt. Sindsdien heeft links moeite de macht terug te winnen.

    Gedurende 32 van de afgelopen 43 jaar is er een rechtse premier aan het bewind geweest. En toch bleef Likoed zich als een permanente oppositiepartij gedragen. Als je Netanyahu en zijn bondgenoten moest geloven, vochten ze om de macht met de verschanste elites: het leger, de rechterlijke macht, de universiteiten. (Zijn vriend in het Witte Huis zou dit de ‘deep state’ noemen.)

    Als je zijn adviseurs mag geloven, was dit Netanyahu’s tweede voornemen – de hervorming van de gevestigde orde van Israël. Zijn obsessie met het manipuleren van de media is daar een voorbeeld van. Hij heeft een ongekend aantal religieuze Israëliërs in de top echelons van de veiligheidsdiensten benoemd. Ayelet Shaked, de nationalistische minister van Justitie, probeerde de manier te veranderen waarop rechters worden benoemd en de bevoegdheid daartoe over te dragen aan de Knesset in plaats van aan een rechterlijke macht die als links wordt beschouwd. Regev, de minister van Cultuur, ging constant tekeer tegen kunstenaars en stelt zelfs voor degenen die een staatssubsidie krijgen aan een ‘loyaliteitstest’ te onderwerpen.

    Ultraorthodox

    Bijna een op de vier basisschoolleerlingen is ultraorthodox, tegen een op de tien een generatie geleden. Hoewel de meeste Israëliërs een grotere scheiding tussen synagoge en staat voorstaan, dringen ultraorthodoxe politici aan op het tegengestelde. In de herfst van 2016 kwamen ze in het geweer tegen het plan van de nationale spoorwegen om onderhoud te plegen op Sjabbat, de Joodse sabbat. Voor de timing van de spoorwegen viel veel te zeggen: er rijden geen treinen op zaterdag, er is weinig wegverkeer en de meeste werkenden hebben een vrije dag. Maar de haredim dreigden, onder druk van hun kiezers, de regering ten val te brengen als de onderhoudsplannen niet werden ingetrokken. Netanyahu treuzelde tot het laatst mogelijke moment – vrijdagmiddag, minder dan een uur voor de sabbat. Toen gelastte hij de werkzaamheden af, een beslissing die de staat miljoenen kostte en de zondag daarop voor een verkeersinfarct zorgde. En dat allemaal om religieuze kiezers niet van zich te vervreemden die zich steeds meer van de meerderheid van de Israëliërs vervreemden.

    Onder de Israëlische Joden bestaan fundamenteel onverenigbare meningsverschillen over hoe Israël als een ‘Joodse en democratische staat’ moet worden gedefinieerd. 69 procent van de ultraorthodoxen en 46 procent van de nationaal-religieuzen (een meerderheid) vindt de staat te democratisch. 59 procent van de seculiere Joden vindt de staat te Joods. Een meerderheid van de Israëlische Joden vindt het ongepast dat Arabische politici deel uitmaken van de coalitie, en velen vinden het acceptabel dat de staat meer geld aan Joodse gemeenschappen geeft dan aan Arabische.

    ‘Mars uit Gaza’ [2018] gaat vooral over Palestijns leiderschap

    De Palestijnse ‘Mars terug’ vanuit Gaza heeft niet tot doel Israël van de kaart te vegen, maar is eerder een gevecht om het Palestijnse leiderschap. Hamas bepaalt de duur en de omvang van het protest en stelt daarbij niet alleen Israël op de proef. De leiders van Hamas moeten aantonen dat zij de situatie in de hand hebben en de omvang van het protest op peil weten te houden voor zolang als zij nodig achten. Pas dan ligt internationale erkenning in het verschiet.

    Het is een spel waarbij Egypte, Jordanië en de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoed Abbas tegelijk ook partners van Israël tegen Hamas zijn. Caïro en Amman onderhouden over de situatie intensieve contacten, waarbij soms ook Israël betrokken wordt.

    Egypte blijft inmiddels grote druk op beide Palestijnse kampen uitoefenen om tot een verzoening te komen. Daartoe is het een vereiste dat Abbas de sancties opheft die hij tegen Gaza heeft getroffen om Hamas te verzwakken. Met Jordanië is Caïro bevreesd dat de onrust overslaat naar Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever, maar evenzeer naar de Sinaï, waar Egypte samen met Israël de terreur bestrijdt die uitgaat van elementen van de Egyptische Moslimbroederschap en Hamas.

    (Zvi Bar’el, Haaretz)

    In de eerste decennia na 1948 werd Israël omringd door vijandige (en veel grotere) Arabische staten. Het besef van een gemeenschappelijk gevaar hielp een band te scheppen tussen Joden overal ter wereld, vooral omdat de Holocaust nog vers in het geheugen lag. Die band werd zwakker na de verdragen met Egypte en Jordanië. Nog altijd hield het vredesproces de Israëlische samenleving bijeen, zij het in twee helften: een ‘vredeskamp’ dat geloofde dat een tweestatenoplossing de enige manier was om de toekomst van het land veilig te stellen, en een groep die zich daar juist tegen verzette. Niettemin was er een gevoel van een gedeelde bestemming, het gevoel dat beide kanten over een gemeenschappelijk lot ruzieden.

    Maar in 2018 is er geen werkelijke dreiging die Israëliërs bindt. Het land heeft vredesverdragen met twee van zijn vier buren; een derde buur, Syrië, ligt in puin; en de vierde, Libanon, is zo zwak dat Israël stelselmatig zijn luchtruim gebruikt om aanvallen in Syrië uit te voeren. (Hezbollah vormt een serieuze bedreiging, maar nauwelijks een die het land zou kunnen verwoesten, en de beweging kampt met zowel haar betrokkenheid in Syrië als de Israëlische afschrikking.) Noch het Iraanse nucleaire programma noch de pro-Palestijnse boycotsancties vormen momenteel een bedreiging voor de overleving van Israël. En de status quo met de Palestijnen lijkt, terecht of niet, voorlopig wel tegen een stootje te kunnen. Maar weinig Israëliërs staan er dagelijks bij stil. Hun samenleving kan niet worden bijeengehouden door de noodzaak om een blok te vormen tegen een levensgevaarlijke situatie, simpelweg omdat die niet bestaat. ‘Op dit moment, en in de voorzienbare toekomst, staat het bestaan van Israël niet wezenlijk op het spel,’ aldus Moshe Ya’alon, die tot 2016 minister van Defensie was.

    Ofer Zalzberg, in Jeruzalem analist voor de International Crisis Group, lijkt het met hem eens te zijn. ‘We zitten in een identiteitscrisis. Mensen maken zich zorgen over globalisering, over het teloorgaan van tradities. Het is de autonomie van het individu versus de Joodse traditie. En niemand weet welke kant zal winnen,’ zegt hij.

    Zijn machtshonger bracht hem ertoe kortetermijntactieken te omarmen in plaats van een veelomvattende strategie, en al die tijd werd de Israëlische samenleving verder verscheurd

    Het zal moeilijk zijn een kop te kiezen voor Netanyahu’s politieke necrologie. Menachem Begin tekende een duurzaam vredesakkoord met Egypte, en Rabin deed hetzelfde met Jordanië. Barak maakte een eind aan de decennialange bezetting van Libanon. Ariel Sharon trok zich terug uit Gaza. Shimon Peres zette belangrijke hervormingen in gang die de weg baanden voor Israëls hightech-economie. Zelfs Olmert kon, ondanks zijn smadelijke einde, aanvoeren dat hij een serieuze poging had gedaan om vrede te sluiten met zowel Syrië als de Palestijnen.

    Netanyahu heeft alleen maar overleefd. Tijdens zijn derde regeringsperiode stemde hij in met een plan om de dienstplicht voor ultraorthodoxe mannen in te voeren; in zijn vierde stelde hij het uit. Hij kondigde met veel tamtam een gemengde gebedsruimte aan bij de westelijke muur, maar hij heeft die nooit geopend. Zijn belofte om de prijzen en huisvestingskosten te verlagen is nooit ingelost. Zelfs zijn oorlogen hebben tot niets geleid. ‘1973 was het laatste jaar dat beide partijen zeiden: “Oké, laten we een deal sluiten,”’ zegt Oded Eran, een Israëlische diplomaat met een lange staat van dienst. ‘Alle oorlogen nadien zijn geëindigd met een VN-resolutie, die maar ten dele effectief was, of met de schikking van 2012. Wat betekent het dat we er eenzijdig een eind aan maken? Het betekent dat Israël onder de huidige omstandigheden blijft voortploeteren. Het is onduidelijk wat er nu eindelijk eindigt.’

    Een personage uit een Griekse tragedie

    Een hoge officier in het Israëlische leger noemde Netanyahu ooit ‘een personage uit een Griekse tragedie’. (De officier is nog steeds in dienst en wenst anoniem te blijven.) Hij is zowel een getalenteerd politicus als een erudiet man, met grote belangstelling voor wereldgeschiedenis en contemporaine geopolitiek. Als vertegenwoordiger van rechts, zoon van een prominente revisionistische historicus en voormalig stoottroeper had hij alles in zich om een baanbrekend politicus te worden van het type Begin. Maar zijn machtshonger bracht hem ertoe kortetermijntactieken te omarmen in plaats van een veelomvattende strategie, en al die tijd werd de Israëlische samenleving verder verscheurd. ‘Hij zit vol hybris,’ aldus de officier.

    Of, zoals de Israëlische journalist Raviv Drucker in Haaretz schreef: ‘Als Netanyahu verdwijnt, zullen ook veel verknipte bestuursnormen verdwijnen. Het draait niet om corruptie, maar om normaliteit.’

    Dat is maar al te waar. De volgende premier zal waarschijnlijk niet worden achtervolgd door verhalen over sigaren en champagne en verbaal geweld jegens huishoudelijk personeel in de ambtswoning. De vrouw van de premier zal geen statiegeld in haar eigen zak steken. Zijn zoon zal de zoons van rijke oligarchen niet vragen hem vierhonderd sjekel voor te schieten voor een prostituee, zoals Yair Netanyahu deed.

    Maar over de meest brandende kwesties aangaande de toekomst van Israël – de relatie met de Palestijnen, en met zichzelf – zal de nieuwe premier misschien niet veel anders oordelen.

    ‘Zulke wonderen levert Heilige Land niet meer’

    De Palestijnen kunnen hun hoop niet vestigen op hulp van hun buren. Het is duidelijk dat hoewel de statenlozen enorme sympathie ondervinden van de burgers in de Arabische wereld, hun lot sommige Arabische leiders mateloos verveelt. Die zijn er meer op gespitst de islamistische partijen in eigen land de nek om te draaien of de confrontatie met Iran aan te gaan.

    Het geweld van vrijdag 30 maart moet ook worden gezien als een episode in de langdurige strijd om de macht tussen Hamas en de Palestijnse Autoriteit van Mahmoed Abbas. Pogingen tot verzoening hebben gefaald en beide partijen zijn verzwakt. Abbas is de verdwaalde hoeder van een vredesproces dat op sterven na dood is. Hamas is tussen Israël en Egypte platgedrukt en ziet zijn buitenlandse financiering opdrogen.

    En onderwijl hebben de voortdurende blokkade en de beperkingen die aan Gaza zijn opgelegd, het leven voor de Palestijnen daar steeds moeilijker gemaakt. ’Ik wil doodgeschoten worden,’ zei een demonstrant van tweeëntwintig jaar tegen een van mijn collega’s. ‘Ik wil zo niet meer leven.’

    ‘Als er niet een enorme uitbarsting van geweld komt – vooral met Palestijnse leiders die in opperste wanhoop met vuur spelen, en Israël dat onmiddellijk naar dodelijk geweld grijpt tegen onbewapende demonstranten – zou dat een politiek wonder zijn’, schreef de commentator Hoessein Ibish in The National, een krant uit Abu Dhabi. ‘Maar zulke wonderen levert het Heilige Land niet meer.’

    (Ishaan Tharoor, The Washington Post)