Tag: herstelbetalingen

  • Moeten de VS nazaten van slaven compenseren?

    Moeten de VS nazaten van slaven compenseren?

    In de Verenigde Staten sleept de discussie zich voort rond herstelbetalingen aan de nazaten van de slavernij. Aan het woord zijn twee voor- en twee tegenstanders van compensatie. ‘Niets zal ooit opwegen tegen de schade die is aangericht.’

    Keuze uit het archief

    Op zaterdag 1 juli wordt tijdens Ketikoti de daadwerkelijke afschaffing van de slavernij in Nederland herdacht, 150 jaar geleden. Tijdens de herdenking in het Amsterdamse Oosterpark willen verschillende actiegroepen met de protestmars ‘Geen heling zonder herstel’ de discussie aanzwengelen over mogelijke herstelbetalingen van Nederlandse nazaten van tot slaaf gemaakten. In de Verenigde Staten is dit debat al langer bezig. Herstelbetalingen zouden een erkenning zijn voor het onrecht dat ook de nazaten van slavernij is aangedaan, stelt schrijver Ta-Nehisi Coates. ‘Zodra u mij een schadevergoeding betaalt, verandert u mij in een slachtoffer, tegen mijn wil’, brengt Coleman Hughes daartegenin.

    Ja: ‘Er is een morele plicht om het aangedane onrecht goed te maken’

    Om tal van redenen heeft de beweging die schadeloosstelling eist voor de nazaten van Afro-Amerikaanse slaven zich niet als een olievlek uitgebreid. Voor de meeste Amerikanen staat slavernij symbool voor een ver verleden dat niets met de huidige tijd te maken heeft. Bankiers, kooplieden en industriëlen hebben allemaal van de slavenhandel geprofiteerd, evenals rederijen die voor de aanvoer van zwarte werkkrachten zorgden. En meer dan tien Amerikaanse universiteiten hebben inmiddels erkend banden met de slavernij te hebben gehad.

    In het schrijnende geval van de Universiteit van Georgetown zijn ontkenningen simpelweg onmogelijk. In 1838 verkochten jezuïeten 272 Afro-Amerikaanse mannen, vrouwen en kinderen aan de hel van de suikerplantages in het zuiden om de oprichting van hun universiteit te financieren. Dankzij deze verkoop kon een van de meest prestigieuze katholieke universiteiten van het land ontstaan.

    Degenen die naar de jezuïetenplantages in Maryland en naar New Orleans werden gestuurd zijn met naam en toenaam bekend. Het feit dat sommige van hun afstammelingen inmiddels ook bekend zijn is een argument te meer om zich over een van de ernstigste misdaden tegen de menselijkheid te buigen.

    De afstammelingen willen dat hun voorouders blijvend herinnerd worden

    Georgetown heeft de morele plicht om het aangedane onrecht goed te maken en beurzen in het leven te roepen voor de afstammelingen van degenen die werden verkocht om de oprichting van de universiteit mogelijk te maken. In Georgetown waren slavernij en financiën verbonden. De universiteit was voor haar financiering aangewezen op haar plantages. Toen ze in de problemen kwam, werd ze voor de ondergang behoed door de verkoop van Afro-Amerikaanse mannen, vrouwen en kinderen. De zwarte families van Georgetown zouden waarschijnlijk vergeten zijn als de jezuïeten hun namen niet hadden geregistreerd.

    Het Georgetown Memory Project is naar hun afstammelingen op zoek gegaan. Van de 272 slaven van toen zouden momenteel tussen de twaalf- en vijftienduizend afstammelingen in leven zijn. Na studentenprotesten heeft de universiteit de twee campusgebouwen die de naam van de twee organisatoren van de verkoop droegen omgedoopt. Tegelijkertijd doet een werkgroep onderzoek naar de mogelijkheden die de universiteit heeft om dit verleden te erkennen, maar ook om het onrecht goed te maken.

    Volgens Richard Cellini, betrokken bij de oprichting van het Memory Project, barstten sommige afstammelingen in tranen uit toen ze hun familiegeschiedenis vernamen. Geen van de mensen met wie hij sprak had ooit ook maar een cent schadeloosstelling ontvangen. De afstammelingen willen dat hun voorouders blijvend herinnerd worden.

    – Hoofdredactioneel commentaar van The New York Times

    schermafbeelding 2016 06 29 om 09 30 27

    Nee: ‘Niets zal ooit opwegen tegen de schade die is aangericht’

    Als de geschiedenis van de dertienjarige Cornelius Hawkins, die samen met 271 andere zwarte slaven door de universiteit van Georgetown werd verkocht, ons zo fascineert, dan is het omdat het zo kortgeleden lijkt. Initiatieven als het Georgetown Memory Project, dat de afstammelingen van deze slaven wil terugvinden, tonen aan dat instellingen die momenteel bloeien zich vroeger aan onmenselijke praktijken hebben schuldig gemaakt. Praktijken waar het nageslacht de gevolgen nog van ondervindt.

    Toch moeten we ons afvragen of dit soort projecten de aangewezen weg is. Hoewel de universiteit onder andere van plan is de afstammelingen van de slaven vrij te stellen van collegegeld, zal niets ooit opwegen tegen de schade die is aangericht. De wat gemakkelijke morele redenering dat de zwarte afstammelingen van de slaven recht hebben op genoegdoening wordt tegengesproken door een ingewikkelder vraag: hebben de afstammelingen van miljoenen andere verkochte slaven dan niet recht op eenzelfde genoegdoening?

    Het heeft onmiskenbaar iets poëtisch om de afstammelingen van deze slaven op te sporen en hun gratis toegang tot de universiteit te bieden. Maar hoewel wij geneigd zijn ons voortdurend persoonlijk verantwoordelijk te voelen voor onze geschiedenis en het ‘raciale kapitalisme’, komen we daarbij dikwijls bedrogen uit.

    De schuld jegens de Afro-Amerikanen hangt niet samen met een specifieke gebeurtenis

    De schuld jegens de Afro-Amerikanen hangt niet samen met een specifieke gebeurtenis. Het notoire ontbreken van gedetailleerde informatie over de onderwerping van zwarte mensen droeg zelfs bij aan de witte suprematie. Namen werden vaak veranderd, familiebanden verbroken. De registers waar de namen van de slaven en hun kopers werden vastgelegd zijn nooit voldoende bijgehouden om er betrouwbare conclusies uit te trekken. Evenmin hangt de schuld jegens de Afro-Amerikanen samen met de financiële draagkracht van de schuldigen, die in het geval van Georgetown aanzienlijk is. Het feit dat het fortuin dat over de ruggen van de zwarte slaven is verdiend is verspild, witgewassen of verduisterd, maakt de schuld er niet minder op.

    Toch verdienen de pogingen van Georgetown om het verleden goed te maken instemming, al was het alleen maar omdat de politiek daar niet in slaagt. Maar de les van het Memory Project is niet dat een achtenswaardige instelling zich vroeger aan een moreel schandaal heeft bezondigd, maar veel meer dat slavernij een alomaanwezig maatschappelijk verschijnsel was, waaraan zelfs humanistische instellingen als jezuïtische universiteiten meededen. Men liet zich leiden door een universele logica. In dat licht moeten de gevolgen worden bezien, en moet deze schuld worden ingelost.

    – James Lartey in The Guardian


    Ja: ‘Ook na de slavernij werden zwarte mensen onderworpen aan een meedogenloze campagne van terreur’

    Tijdens een hoorzitting in het Amerikaanse Congres over herstelbetalingen aan de nazaten van de zwarte slaven, kwam de Republikeinse fractieleider Mitch McConnell met het bekende antwoord: Amerika kan niet aansprakelijk worden gesteld voor iets wat 150 jaar geleden is gebeurd.

    Toch hebben de Verenigde Staten nog tot in deze eeuw pensioenen uitbetaald aan de nakomelingen van soldaten uit de Burgeroorlog [van 1861 tot 1865]. We eerbiedigen verdragen die tweehonderd jaar oud zijn, ook al leven de ondertekenaars van die verdragen al lang niet meer. Zoals historicus Ed Baptist schrijft, heeft de slavernij ‘elk wezenlijk aspect van de Amerikaanse economie en politiek gevormd’.

    In 1836 was meer dan 600 miljoen dollar, bijna de helft van de toenmalige economische activiteit in de Verenigde Staten, direct of indirect afkomstig van de katoen die door de ruim 1 miljoen slaven werd geproduceerd. Voordat de tot slaaf gemaakten hun vrijheid kregen, vormden zij als groep het grootste vermogensbestanddeel in Amerika: in 1860 in totaal 3 miljard in toenmalige dollars waard, meer dan alle andere activa in het hele land destijds bij elkaar. Dat vermogen was verkregen door marteling, verkrachting en kinderhandel. De slavernij heerste 250 jaar lang in deze contreien. Toen er een einde aan kwam, had dit land zijn geheiligde principes – leven, vrijheid en het streven naar geluk – kunnen laten gelden voor iedereen, ongeacht kleur.

    Want de echte vraag is niet of we verbonden zijn met het ‘iets’ uit ons verleden, maar of we moedig genoeg zijn om ons met het geheel daarvan te verbinden

    Maar Amerika had andere principes voor ogen. En dus werden zwarte mensen na de Burgeroorlog een eeuw lang onderworpen aan een meedogenloze campagne van terreur, een campagne die nog tot ver in het leven van de huidige Republikeinse Senaatsfractieleider McConnell voortduurde.

    Het is verleidelijk om deze moderne campagne van terreur, van beroving, te onderscheiden van slavernij, maar het mechanisme van het slaven houden houdt zich niet aan zulke grenzen en de slavernij kreeg vele opvolgers. Dwangarbeid door gevangenen, Vagrancy Laws [tegen de vele vrijverklaarde zwarte Amerikanen die na de Burgeroorlog dak- en thuisloos rondzwierven] en schuldenslavernij, Redlining [het weigeren van kredieten aan inwoners van zwarte wijken in de jaren dertig van de vorige eeuw] en racistische veteranenwetten, hoofdelijke belastingen en door de staat gesteund terrorisme. De afschaffing van de slavernij deed weliswaar de deur op slot voor de bandieten van Amerika, maar Jim Crow gooide de ramen wijd open [de zogenaamde Jim Crow-wetten regelden vanaf 1870 de rassenscheiding].

    En dat is het probleem met dat ‘iets’ van senator McConnell: het is 150 jaar geleden. En het is nu. Want de echte vraag is niet of we verbonden zijn met het ‘iets’ uit ons verleden, maar of we moedig genoeg zijn om ons met het geheel daarvan te verbinden.

    – Ta-Nehisi Coates in The Atlantic


    Nee: ‘Het zou onrecht doen aan vele zwarte Amerikanen om een prijskaartje te hangen aan het lijden van hun voorouders’

    Natuurlijk wil ik de verschrikkingen van de slavernij of het geweld van de Jim Crow-wetten niet bagatelliseren. Racisme is een smet op de geschiedenis van ons land en dat de vrijgemaakte slaven na de Burgeroorlog niet schadeloos zijn gesteld, vind ik een van de grootste onrechtvaardigheden die de federale Amerikaanse staat ooit heeft begaan.

    Maar ik ben bang dat deze behoefte om het verleden goed te maken ons vermogen om problemen van nu aan te pakken zal aantasten. Bedenk eens wat we nu aan het doen zijn: we houden ons bezig met het debat over een wetsvoorstel waarin het woord ‘slavernij’ vijfentwintig keer voorkomt, terwijl het woord ‘gevangenschap’ er maar één keer in staat. Welnu, we leven in een tijd zonder zwarte slaven, maar met bijna een miljoen zwarte gevangenen. Dit wetsvoorstel rept met geen woord over moorden, terwijl moord volgens de Centers for Disease Control de belangrijkste doodsoorzaak onder jonge zwarte mannen is.

    Ik zeg niet dat we het niet over onze geschiedenis moeten hebben. Die is belangrijk. Ik zeg dat we ons niet door de geschiedenis moeten laten afleiden van de huidige problemen.

    In 2008 heeft het Congres officieel zijn verontschuldigingen aangeboden voor de slavernij en de Jim Crow-wetten. In 2009 heeft de Senaat hetzelfde gedaan. Zwarte Amerikanen hebben geen behoefte aan wéér excuses. Wij zwarte Amerikanen hebben behoefte aan veiligere wijken en betere scholen. Wij hebben behoefte aan minder onderdrukkend strafrechtsysteem. We hebben behoefte aan een betaalbare gezondheidszorg. En herstelbetalingen voor de slavernij gaan dat soort veranderingen niet opleveren.

    Maar ik ben bang dat deze behoefte om het verleden goed te maken ons vermogen om problemen van nu aan te pakken zal aantasten.

    Het zou onrecht doen aan vele zwarte Amerikanen om een prijskaartje te hangen aan het lijden van hun voorouders. De relatie tussen zwarte en witte Amerikanen zou niet langer gelijkwaardig zijn, maar een transactie worden, en de band tussen burgers zou een proces tussen aanklagers en aangeklaagden worden.

    Wel zouden we zwarte Amerikanen schadeloos moeten stellen die de segregatie hebben gekend en werden beschouwd als tweederangsburgers, mensen zoals mijn grootouders. Maar het zou een vergissing zijn om aan alle nakomelingen van slaven herstelbetalingen te doen.

    Zodra u mij een schadevergoeding betaalt, verandert u mij in een slachtoffer, tegen mijn wil. En tegelijkertijd maakt u een derde van de zwarte Amerikanen, die in enquêtes hebben aangegeven dat ze niet voor herstelbetalingen zijn, ook tegen hun wil tot slachtoffer. Zwarte Amerikanen hebben lang gestreden voor het recht zichzelf te definiëren, zij verdienen beter dan zo’n neerbuigende houding.

    De vraag is niet wat de Verenigde Staten mij schuldig zijn vanwege mijn afkomst, maar wat alle Amerikanen elkaar verschuldigd zijn als burgers van eenzelfde land.

    – Coleman Hughes in Quillette