Tag: Het Diner

  • Meer Nederlandse literatuur graag

    Meer Nederlandse literatuur graag

    De Britse krant The Guardian is blij verrast met de nieuwe Penguin-bloemlezing van Nederlandse literatuur, samengesteld door wijlen Joost Zwagerman. ‘Deze bundel laat ons zien dat Nederlandse en Britse personages in wezen op elkaar lijken.’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen woensdag was het Wereldboekendag. Op deze dag wordt aandacht gevraagd voor het belang van boeken en literatuur in een tijd waarin de woordcultuur steeds meer verdrongen wordt door de beeldcultuur. Bij literatuur denken we wellicht eerder aan buitenlandse boeken dan aan de werken van onze eigen literaire grootmeesters.
    Onterecht, vindt Jonathan Gibbs. In dit artikel uit The Guardian van acht jaar geleden breekt de Britse recensent een lans voor de Nederlandse literatuur. De reden dat die internationaal zo onbekend is, is dat de Nederlanders zelf haar zo slecht kennen, aldus Gibbs. Werk aan de winkel dus.

    Waar moet je beginnen bij Nederlandse literatuur? Elke Britse lezer met een redelijk oog voor wat er over de grens gebeurt kan een lijst Franse, Italiaanse en Scandinavische schrijvers opsommen, modern en klassiek. En ook Duitse, al zijn die waarschijnlijk eerder van de vorige eeuw dan de huidige. Maar Nederlandse? Dat is een vreemd hiaat in onze culturele kennis van Europa.

    En dat is verbazingwekkend als je bedenkt hoe de gemiddelde Nederlander en Brit op elkaar lijken. Natuurlijk, Het diner van Herman Koch, waarin een schijnbaar gelukkig gezin genadeloos wordt gefileerd, was in 2009 een groot internationaal succes en Gerbrand Bakker won in 2010 de International IMPAC Dublin Literary Award met The Twin [de Engelse vertaling van Boven is het stil]. En dan is er nog Cees Nooteboom, inmiddels in de tachtig, die is doorgedrongen tot de zeldzame hogere sferen van ‘het genoemd worden als Nobelkandidaat’. Maar dat waren de Nederlandse auteurs die ik kon opnoemen… tot de verschijning van The Penguin Book of Dutch Short Stories.

    Deze enorm welkome bloemlezing bewijst ons een dubbele dienst door ons te laten kennismaken met 36 schrijvers, levende en dode, van wie we waarschijnlijk nog nooit hebben gehoord, en ook nog tot op zekere hoogte uit te leggen waarom dat zo is. Dat is te danken aan de uitstekende inleiding van samensteller Joost Zwagerman. Het speet me voor in het boek te moeten lezen dat hij zelfmoord heeft gepleegd voordat de bloemlezing verscheen.

    cover

    De reden dat de Nederlandse literatuur hier [in Engeland] onbekend is, aldus Zwagerman,
is dat de Nederlanders die zelf nauwelijks kennen. De Nederlandse taal is de afgelopen eeuwen aan zo’n voortdurende verandering onderhevig geweest, schrijft hij, dat ‘veel grote werken uit de zeventiende-, achttiende- en negentiende-eeuwse Nederlandse literatuur in modern Nederlands moeten worden vertaald om ze toegankelijk te maken voor de gemiddelde lezer’. Laurence Sterne? Jane Austen? Charlotte Brontë? Stel je voor dat die allemaal voor ons verloren waren gegaan!

    Het is dan ook niet verwonderlijk dat Zwagerman zijn selectie nog geen eeuw geleden laat beginnen, in 1918. Titaantjes, geschreven onder het pseudoniem Nescio, heeft pas in 2012 zijn weg naar de Engelse lezer gevonden. Zwagerman prijst Nescio’s verhaal – over een groep idealistische jongemannen die zich met vallen en opstaan aanpassen aan het werkzame leven – omdat het zo lyrisch is, en omdat het algemene beeld van de Nederlander als nuchter en hardwerkend erin wordt omgedraaid – en daar laat hij het vrijwel bij.

    Het is ook onmiskenbaar melancholiek. Ik zou liegen als ik zei dat deze bundel de Nederlandse literatuur als een
dijenkletser presenteert. Waar er sprake is van humor, is die van de wrange en sombere soort, zoals in
‘De Minnema-variaties’ van Nicolaas Matsier, een verhaal over een redacteur van een literair tijdschrift die wordt geplaagd door eindeloze inzendingen van een gedoemde – en eerlijk gezegd verschrikkelijke – dichter. Het is grappig zoals Herman Melvilles De klerk Bartleby grappig is: eindeloos, totdat je beseft hoe onaangenaam vertrouwd het voelt.

    Net als wij zien Nederlanders zichzelf als een redelijk compromis tussen Latijnse hartstocht en Duitse onbuigzaamheid

    Er is veel eigenaardigs te vinden in de Nederlandse literatuur; tot mijn favorieten behoren een verhaal over een man die wordt uitgedaagd verse hondenpoep te eten om de sleutels van een grachtenhuis te bemachtigen, en over een journalist die een dag in het veld doorbrengt met een in gedachten verzonken muskusrattenvanger.
Maar wat het uiteindelijk zo de moeite waard maakt, is dat de bundel ons laat zien dat Nederlandse en Britse personages in wezen op elkaar lijken. Hetzelfde geldt voor de twee talen, 
linguïstisch gesproken, als je de uiterst netelige kwestie van de uitspraak
buiten beschouwing laat. Net als bij ons voert rationaliteit hoogtij in Nederland, met in de kern een visioen van klassenloosheid. Net als wij zien Nederlanders zichzelf als een redelijk compromis tussen Latijnse hartstocht en Duitse onbuigzaamheid.

    Ongetwijfeld mede dankzij de voortreffelijke vertalingen voelen veel Nederlandse verhalen en boeken vertrouwd, soms griezelig vertrouwd. De meeste zouden met gemak in het Verenigd Koninkrijk kunnen worden gesitueerd – bij East Bergholt van Marcel Möring is dat
daadwerkelijk het geval, net als bij
De omweg van Gerbrand Bakker, dat in Wales speelt. De personages hebben vreemde trekjes die ons bekend voorkomen. Daar moeten we dankbaar
voor zijn, en we moeten niet rusten voordat er meer Nederlandse literatuur onze kant op komt.