Hiphop zag vijftig jaar geleden het licht op een straatfeest in de Bronx. Inmiddels is die destijds nieuwe sound uitgegroeid tot een van de populairste muziekgenres. Dj’s en rappers hebben niet alleen hun stempel gedrukt op de muziek, maar ook het verdienmodel van de sector op zijn kop gezet.
Geen muziekgenre waarin geld verdienen zo wordt bejubeld als in hiphop. Met een liedje over hun favoriete sneakers sleepte Run-DMC in de jaren tachtig een ongekende miljoenendeal met Adidas in de wacht. Toen 50 Cent twintig jaar later in zee ging met Vitaminwater, kreeg hij niet alleen geld, maar een aandeel in het bedrijf. Jay-Z wist het fenomeen directiekamer cool te maken toen hij directeur werd van het label Def Jam.
Vorige maand was het precies een halve eeuw geleden dat DJ Kool Herc op een straatfeest in de Bronx de aanzet gaf tot een nieuwe sound. Inmiddels is hiphop uitgegroeid tot het populairste muziekgenre van de Verenigde Staten: niet alleen qua luistercijfers, waarin het alle andere muzieksoorten achter zich laat, maar ook door zijn invloed op de sound van artiesten in andere genres.
Hiphop heeft vooral de bedrijfsvoering van de muziekindustrie veranderd en bracht hele generaties voort van baanbrekende rappers die de popmuziek een nieuw verdienmodel hebben gegeven. Daarin staat pragmatisme hoger aangeschreven dan artistiek gedoe. En met succes: in de eerste helft van 2023 was hiphop, met inbegrip van R&B, volgens datalogger Luminate goed voor 25,9 procent van de Amerikaanse muziekconsumptie. Op de tweede plaats staat rock met 19,8 procent. ‘Ze zaten niet vast aan allerlei regeltjes,’ verklaart Lyor Cohen, de voormalige topman van het baanbrekende hiphoplabel Def Jam (in 1999 door hem verkocht) en nu hoofd muziek van YouTube en Google. Rapartiesten en platenbonzen ‘verzonnen slimme nieuwe dingen, in plaats van nooit iets in twijfel te trekken omdat de dingen nu eenmaal zo gedaan werden’.
Eigen hand
Anders dan hele generaties rockers hadden rappers altijd al oog voor hun verdienmodel en waren ze dus beter toegerust voor een wereld waarin het moeilijker wordt om alleen met je muziek veel geld te verdienen. Rappers kregen naast hun albums met sponsorcontracten ook andere inkomstenbronnen waarop ze terug konden vallen. Ze gingen ook voorop in de tendens om de rechten op hun muziek in eigen hand te houden.
Al decennialang zoeken hiphopproducers naar goeie beats en pakkende riffs als muzikale bedding voor de woordenstroom van hun rappers. Veel mainstream popnummers zijn in hun sound tegenwoordig schatplichtig aan die methode. De invloed van hiphop gaat terug tot eind jaren zestig, toen een piepjonge DJ Hollywood op rijm over de intro van een plaat heen praatte. Zijn teksten en zijn dj-werk werden toen niet als muziek beschouwd. Die omslag kwam pas met het werk van DJ Kool Herc en Grandmaster Flash: dankzij hun technische innovaties, zoals het in een lus achter elkaar plakken van de instrumentale stukjes uit een nummer, werden dj’s zelf artiesten en componisten. Rappen, dat zijn oorsprong vindt in het Jamaicaanse ‘toasten’ op reggaenummers, verdrong uiteindelijk het dj’en als centrale activiteit van wat we nu kennen als hiphop.
De hele popmuziek spreekt nu de taal van de hiphop
Raps werden songs en in de jaren tachtig commerciële nummers van drie minuten. Sampelen, het gebruiken van een klein stukje uit een bestaand popnummer, vergrootte de muzikale mogelijkheden: zo maakte je weer nieuwe muziek van oude nummers. De manier waarop top-40-hits tot stand komen is door deze innovaties veranderd. Het is niet langer zo dat één iemand met een tekst komt en een ander daar een melodie bij schrijft.
De hele popmuziek spreekt nu – net als reggaeton, afrobeats, K-pop en zelfs sommige countrymuziek – de taal van de hiphop.
Mixtapes bestaan al zolang dj’s cassettes uitwisselen, maar begin deze eeuw werden ze dankzij Lil Wayne iets waarmee je je carrière een boost kunt geven. Mixtapes werden toen nog niet officieel of op grote schaal verkocht en konden dus informeel worden uitgewisseld zonder juridische repercussies. Zo kon je iedereen sampelen zonder bang te hoeven zijn dat je advocaten op je dak kreeg. Maar Lil Wayne bouwde voort op wat hij 50 Cent had zien doen en gebruikte mixtapes als een middel om vraag te creëren.
Toen het even wat minder ging met zijn carrière, stuurde hij een hele zwik mixtapes de wereld in waarop hij zijn kunnen etaleerde en rapte op beroemd geworden beats. Zo overlaadde hij zijn grootste fans met het nieuwe werk waar ze naar snakten. Die mixtapes, zoals het met DJ Drama gemaakte Dedication 2, worden tegenwoordig tot zijn beste werk gerekend. De platenbonzen waren destijds niet blij met al die buiten hun label om gemaakte albums. Maar het gaf zijn carrière wel een nieuwe boost en andere rappers namen een voorbeeld aan hem.
Achterstelling en racisme
En die mixtapes waren nodig omdat veel grote labels wel wisten hoe ze muziek op de radio konden krijgen, maar niet de middelen of de kennis hadden om de fans van hun rappers op straat te bereiken. Dat deden de mixtapes wel. Hiphop heeft een reputatie van grootspraak, kliekvorming en onderlinge ruzie, maar er is altijd een nog grotere gezamenlijke vijand waartegen rappers zich in de studio kunnen verenigen: die van achterstelling en racisme. ‘De overkoepelende macrowaarheid was dat we tegenover de samenleving opkwamen voor onze overtuiging, we wilden dat onze artiesten erkenning kregen,’ zegt Steve Stoute, die een boek over hiphop schreef.
Rappers werken niet alleen intensief samen, maar nemen ook veel over uit andere genres, van rock (Run-DMC) en funk (Dr. Dre) tot country (Lil Nas X) en emo (Juice WRLD). Tegenwoordig hoor je hiphopartiesten net zo veel zingen als rappen en gebruiken ze ook gitaarlijnen en elektronische riffs in hun muziek. En ook vrouwelijke rappers hebben nu eindelijk succes.
Rappers doen vaak mee op nummers van anderen in ruil voor geld of wederdiensten
En dan die samenwerkingscultuur. Rappers doen vaak mee op nummers van anderen in ruil voor geld of wederdiensten. Ook die praktijk is overgeslagen op andere genres. De hiphopcultuur van sampelen en gastoptredens was een voorloper van de genrevervaging die je nu zo veel in muziek tegenkomt.
Hiphop is de afgelopen tien jaar een bindende kracht geweest in een versplinterde muziekwereld, een nieuwe lingua franca waarin verschillende genres met elkaar kunnen spreken. ‘De muziekindustrie bestaat voor een groot deel uit hiphop,’ zegt Jamie Krents, het hoofd van Verve Records, het label van Billie Holiday en Jon Batiste. ‘Dat is wat de hele popmuziek nu ademt.’
360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.
Neon White is niet alleen voor freaks
Razendsnelle, Japans geïnspireerde magie
GAME | Terwijl het laatste oordeel al nadert, bevinden er zich nog binnengedrongen demonen in het Paradijs die koste wat kost op tijd moeten worden verdreven. Dat is het uitgangspunt van het spel Neon White, dat in juni werd uitgebracht op pc en Nintendo Switch en gemaakt is door Ben Esposito en de kleine studio Angel Matrix. Als speler ben je een van de huurmoordenaars die deze helse taak toebedeeld krijgt (en heb je ook amnesia). ‘Het is een understatement om te zeggen dat dit spel erg snel gaat,’ aldus de Britse gamesite Eurogamer.
Game Informer is onder andere enthousiast over de invloed van vroegere Japanse actiegames. ‘Volgens Esposito is het spel bedoeld voor “een heel specifiek publiek,”’ aldus het Amerikaanse tijdschrift. ‘Anders gezegd (…): het is gemaakt voor freaks.’
‘Nooit had ik zo’n adrenalinestoot gevoeld als toen ik op de eerste plaats in het klassement belandde’
Toch is het nu al razend populair. Andrew Webster van technologiesite The Verge ‘kan er geen genoeg van krijgen’ en noemt de game ‘enorm bevredigend’. Eric Van Allen van gamesite Destructoid beschreef hoe ‘geweldig (…) het voelt om eindelijk een level onder de knie te hebben’. Blake Hester van Game Informer sprak van ‘een van mijn meest vermakelijke speelervaringen in jaren’. ‘Nooit had ik zo’n adrenalinestoot gevoeld als toen ik op de eerste plaats in het klassement belandde, minder dan een milliseconde voor mijn concurrenten. Als dat geen magie is, weet ik het ook niet meer,’ schreef ook Eurogamer-recensent Oisin Kuhnke. Spelsite Kotaku vat het samen: ‘Neon White is echt zo goed als iedereen beweert.’
Door Laura Weeda
Over het verstrijken van tijd en pure existentie
Filmcamera als nieuwsgierige antropoloog
SPEELFILM | In zijn film Il Buco reconstrueert de Italiaanse regisseur Michelangelo Frammartino een expeditie uit 1961 in een bijna 700 meter diepe grot in Calabrië, de zuidelijkste regio van Italië. Terwijl een team speleologen steeds verder de diepte induikt, wordt een oude, doodzieke herder door zijn metgezellen verzorgd op een van de naast gelegen bergflanken.
In een poëtisch geschreven recensie voor het Spaanse filmmagazine El Antepenúltimo Mohicanoomschrijft Javier Acevedo Nieto Il Buco als een ‘meeslepende film’. Door de fraaie cameravoering en het ontbreken van dialogen maakt de regisseur van de grot ‘haast een levend organisme dat ademt, huilt en resoneert’. Volgens Nieto grijpt Frammartino terug naar de ‘grootsheid van primitieve cinema met een camera die als een nieuwsgierige antropoloog fungeert, waarbij de verrichtingen van de mens volledig in het niet vallen’.
Diego Battle van de internationale filmssite Otros Cines noemt het ‘cinema van de contemplatie’, maar dan letterlijk: ‘Onderdompeling. Waar veel hedendaagse films worden gedomineerd door hyperstimulatie en duizeling wekken, is Il Buco een balsem voor de bioscoopbezoeker.’
‘Il Buco weigert betekenis en bestaansrecht prijs te geven’
‘Docufictie met uitsluitend prachtige beelden,’ luidt de conclusie van Jessica Liang, criticus van Variety. Ze vindt het een geslaagde keuze dat de parallel tussen de zieke herder en de grotexpeditie door wetenschappelijke buitenstaanders ‘niet leidt tot een dramatisch conflict, maar bewust vaag is gehouden’.
Minder enthousiast is Liang over de poging om in de film de sfeer van begin jaren zestig op te roepen: ‘Klassieke canvastenten, een antieke leren voetbal en een tijdschrift met Sophia Loren op de cover. Dat komt gekunsteld over. Vooral omdat deze film niet zozeer een paar decennia overbrugt maar terugvoert naar een lang vervlogen geologisch tijdperk.’
Peter Bradshaw gaat in zijn bespreking voor The Guardian nog een stap verder: ‘Il Buco weigert betekenis en bestaansrecht prijs te geven. Daardoor dwingt hij ons na te denken over iets existentieels dat verder gaat dan het verstrijken van de tijd.’
Il Buco van Michelangelo Frammartino is vanaf 23 juni te zien in de bioscoop.
Door Diederik Samwel
Weggezet als homoseksuele roman
Een nieuwe kans voor James Purdy
LITERATUUR | Toen auteur Jon Michaud in een artikel voor een literair tijdschrift de naam James Purdy noemde, kreeg hij van de redacteur de suggestie deze er maar uit te laten, omdat niemand toch van hem had gehoord, vertelt Michaud in The New Yorker. Deze typering als outsider heeft de Amerikaanse auteur, die in 2009 in New Jersey overleed, zijn leven lang achtervolgd. Toen hij begon met verhalen inzenden, aldus Purdy geciteerd in het Amerikaanse weekblad, ontving hij keer op keer ‘boze, knorrige, verontwaardigde afwijzingen van de gelikte tijdschriften uit New York, en zo mogelijk nog vijandiger commentaar van de kleinere bladen’. ‘Hij schreef over liefde en verlangens tussen mensen van hetzelfde geslacht en zei dat dat iedereen kan overkomen,’ aldus biograaf Michael Snyder. ‘Bovendien combineerde hij die thematiek met kwesties van ras en macht. New Yorkse critici hebben hem gewoon de mond gesnoerd.’ Ook The Guardian beschrijft hoe ‘deze witte schrijver uit het Midwesten, die schreef over outsiders – vrouwen, Afro-Amerikanen, homo’s, inheemse Amerikanen – (….) zelf [werd] verstoten door het Amerikaanse literaire establishment’.
‘Ik ben geen homoseksuele schrijver. Ik ben een monster. Homoseksuele schrijvers zijn te conservatief’
Inderdaad werd een van zijn vroege werken (1965) door The New York Times weggezet als een ‘homoseksuele roman’ en door een collega-auteur getypeerd als een ‘vijfderangs avant-gardesoap [over] gebed en flikkerij’. Ondanks dat het zijn bestverkochte boek was, met een recensie in de Sunday Times door George Steiner waarin deze Purdy’s gave prees ‘om zenuwen en botten te laten spreken’, en ondanks dat hij al bij leven fans had als Dorothy Parker, Susan Sontag en Paul Bowles, bleef het label ‘homoseksuele schrijver’ de rest van zijn carrière aan hem kleven. ‘Ik ben geen homoseksuele schrijver. Ik ben een monster. Homoseksuele schrijvers zijn te conservatief,’ luidde zijn commentaar.
Dit lijkt de aangewezen tijd voor een herwaardering van zijn werk, dat zijn biograaf typeert als ‘jazz’ en door The Guardian met dat van Wes Anderson wordt vergeleken. Bij uitgeverij Athenaeum verschijnt in juli Ik ben Elijah Thrush, uit 1972. Zou hij daar zelf blij mee zijn geweest? Als mensen al te zeer gesteld op hem zouden raken, merkte hij ooit op, ‘zou ik denken dat er iets was misgegaan’.
James Purdy, Ik ben Elijah Thrush, verschijnt in juli bij uitgeverij Athenaeum in een vertaling van Harm Damsma en met illustraties van Charlotte Schrameijer.
Door Laura Weeda
Album als therapeutische sessie
Persoonlijke bekentenissen op meesterlijke muziek
HIPHOP | Met zijn nieuwe album Mr. Morale & The Big Steppers bewijst de Amerikaanse rapper en songwriter Kendrick Lamar (34) zich opnieuw als ‘absolute meester van de hiphop’, schrijft Luc Lorfèvre in de Waalse krant Dernière Heure. Volgens de recensent verstaat Lamar de ‘kunst van concieze communicatie’, terwijl hij met ‘een alomtegenwoordige piano, rijke klankpaletten en samples van soul en jazz uiterst gevarieerde sferen oproept en zijn gehoor in een sprankelende flow brengt’.
Zijn collega van Forbes India staat uitgebreid stil bij Lamars literaire verdiensten die hem in 2018 als eerste muzikant in de geschiedenis de Pulitzer Price opleverden: ‘Hij geldt als een van de meest invloedrijke hedendaagse schrijvers die in zijn lyriek verbanden legt tussen politiek, sociaal onrecht en zijn persoonlijke leven. Op zijn nieuwe album is het alsof hij mediteert om innerlijke demonen en onderdrukte emoties te bedwingen. Tegelijkertijd probeert hij in balans te komen met zijn gezinsleven en zijn wereldfaam.’
‘Alles wat uit Kendricks mond komt, heeft een doel’
‘Alles wat uit Kendricks mond komt, heeft een doel. Meestal komt hij met gefundeerde kritiek van sociaal-maatschappelijk belang,’ schrijft Pedro Ibarra voor Correio Braziliense. Maar op Lamars laatste album draait het vooral om zelfreflectie, denkt Ibarra: ‘Hij gebruikt verhalen uit zijn eigen leven om kwesties aan te kaarten die zijn persoonlijke belang ver te boven gaan. Van seksuele intimidatie waarmee hij in zijn jeugd te maken kreeg tot homofobie en de bejegening van zwarte mensen. Zo ontstaat een therapeutische sessie waar de hele wereld baat bij heeft.’
Ook Michael Dwyer van The Sydney Morning Herald vergelijkt Lamars nieuwe album met een therapie: ‘Inclusief persoonlijke bekentenissen over zijn seksverslaving en zijn giftige interpretatie van het begrip mannelijkheid.’ Muzikaal vernieuwend klinkt het niet, maar daar zit Dwyer helemaal niet mee: ‘Lamar blijft comfortabel in zijn kenmerkende, jazz-getinte wereld waarin een elegante piano voor harmonie zorgt. De manier waarop zijn songs je hart veroveren heeft dan ook meer weg van Marvin Gaye dan van Dr. Dre.’
Nadat hij met zijn vorige albums de wereld een spiegel heeft voorgehouden, doet Lamar dat ditmaal bij zichzelf, schrijft Will Pritchard in The Telegraph: ‘En daarbij komt hij tot een doorbraak, een ware openbaring. Meesterlijk, teder én volkomen rauw.’
Mr. Morale & The Big Steppers, het vijfde album van Kendrick Lamar is eind mei wereldwijd uitgebracht.
Van Paul McCartney moest hij zijn kop dicht houden en luisteren. De ‘goat’ – greatest of all time – leerde de Britse rapper drie akkoorden, bruikbaar bij elk willekeurig nummer. Fenomenaal. Maar Stormzy heeft veel meer in zijn mars.
De meeste mensen die in Stormzy’s lommerrijke straat wonen, hebben geen idee dat de rapper daar ook een huis heeft. Er staat een hek omheen en hij is nogal op zichzelf. Een van de kamers wordt geheel in beslag genomen door een speciaal voor Stormzy gemaakte pokertafel. En wat nog wel het meest in het oog springt, is de glazen vitrinekast vol prijzen: van de zes Mobo’s tot de prestigieuze Ivor Novello die hij kreeg voor zijn debuutalbum, Gang Signs & Prayer. De twee Brit Awards die hij in februari in ontvangst heeft genomen, waaronder die voor beste mannelijke soloartiest, staan waarschijnlijk ergens anders.
We nemen plaats in de lounge en zijn vriendin Maya Jama, de tv-presentatrice, laat ons alleen. Ik zie pizzadozen en ik hoor piepjes van de magnetron – hier wonen duidelijk jonge mensen. Hij is vijfentwintig, zij vierentwintig. Stormzy’s stem galmt door een kale kamer die nog ingericht moet worden en terwijl hij het geluid van MTV op de reusachtige televisie dimt, zie ik in de gauwigheid een boek over dieren, een boek over Alex Ferguson en de Bijbel.
Stormzy [1993] is een indrukwekkende verschijning, met zijn 1 meter 96. Vandaag draagt hij streetwear, met een petje, dat hij steeds op- en afzet, en een sigaret achter zijn oor. Hij is een geweldenaar die kan terugkijken op een hectisch jaar, dat voor de helft in het teken stond van muziek en voor de helft in het teken van filantropie. Op een bepaald moment vertelt hij heel gedreven over zijn plannen om jonge zwarte Britten te helpen, terwijl op MTV twee danseressen met hun billen schudden, aan weerszijden van zijn hoofd. Het is surrealistisch, en het is de enige keer dat ik even ben afgeleid van ons gesprek.
Want wauw, zodra Stormzy – wiens echte naam Michael Omari luidt – begint te praten, vergeet hij bijna adem te halen. De woorden vliegen je om de oren. Hij is een rapper, dus zo gek is dat natuurlijk ook weer niet. Terwijl zijn zinnen over elkaar buitelen, buigt hij steeds naar voren, is hij met zijn volle aandacht bij het gesprek. Het is intens, als een Mastermind-finale, maar dan eentje waarbij hij zichzelf net zoveel vragen stelt als ik.
We beginnen met een vrolijk onderwerp: Paul McCartney. Afgelopen zomer waren we allebei aanwezig bij een gig van de Beatle in de Abbey Road Studios. ‘Sick,’ zegt hij (voor niet-ingewijden: dat betekent ‘te gek’). Toen ik Paul McCartney een dag na het optreden sprak, zei hij dat hij Stormzy piano had leren spelen. Dus ik vraag de leerling hoe de ontmoeting met de meester hem is bevallen.
OG
‘Ik vond het wel wat, hoor, om advies te krijgen van een van de echt groten – ik kan nog heel wat leren van een OG [original gangster] zoals hij,’ zegt Stormzy. ‘Ik weet heel goed dat je als rapper een bepaald stigma hebt, dus heb ik gezegd dat ik songwriter ben. “Kunt u me iets leren?” Hij liep naar de piano en het enige wat ik dacht was: Kop dicht en luisteren. Wat hij me leerde was fenomenaal. Hij zei: “Gebruik deze drie akkoorden, voor willekeurig welk nummer.” En ik had iets van “Krijg nou wat!”’
We kijken elkaar glimlachend aan. Het was me de gig wel. Stormzy noemt McCartney ‘goat’ – greatest of all time. Terwijl McCartney de gelederen aanvoert binnen de popmuziek is Stormzy nu al goat binnen zijn eigen domein: grime, de snelle, Britse rapstijl. Hij heeft er een vermogen mee verdiend. Maar hij ontleent zijn status niet alleen aan zijn muziek, aan het feit dat hij rap een nieuw aanzien heeft weten te geven door met behulp van r&b en gospel de grenzen van het genre open te breken; hij heeft met name veel respect vergaard doordat hij zich de laatste tijd op het pad van de filantropie begeeft.
Om te beginnen heeft hij laten weten dat hij zwarte studenten gaat steunen om een studie aan Cambridge te voltooien. Ten tweede heeft hij #Merky Books opgezet, een imprint van Penguin, om op zoek te gaan naar nieuw schrijftalent, voornamelijk jong en zwart. Zijn autobiografische Rise Up zal de eerste titel van Merky zijn. Stormzy’s belangstelling voor de uitgeefwereld is ingegeven door het feit dat hij in zijn jeugd geen zwarte schrijvers kende, behalve Malorie Blackman en Benjamin Zephaniah.
Een paar jaar geleden ontmoette hij Jude Yawson, van wie hij online enkele essays had gelezen. Yawson, die uit hetzelfde deel van Zuid-Londen komt als Stormzy, maakte een verpletterende indruk op hem. Maar op de vraag of hij zijn passie als werk beschouwde, antwoordde Yawson dat dat voor mensen zoals hij niet gebruikelijk was. ‘Het was alsof de bliksem insloeg,’ zegt Stormzy. Hij vroeg Yawson mee te schrijven aan Rise Up. ‘Waarom zou je geen schrijver kunnen zijn die wordt uitgegeven? Waarom zou dat zo raar zijn? Overal in Engeland worden heel veel jonge zwarten geconfronteerd met een structurele, psychologische valse noot – ik noem het een valse noot omdat het een valstrik is.’
Wie heeft die valstrik dan gezet, wil ik weten. ‘De wereld. Door alles wat er over ons wordt uitgestort, krijgen zwarte jongeren het idee dat er geen einddoel is. Velen weten niet dat je premier kan worden, of ingenieur. Dat is mensen echt niet duidelijk, want ze zien geen zwarten op die posities. Maar er is zonder meer een verandering gaande. Daar spelen acteurs duidelijk een rol bij – John Boyega, Daniel Kaluuya, Letitia Wright. Die vonk is ongekend krachtig, als je kijkt naar wat dat betekent voor de gemeenschap. Misschien realiseren mensen zich nog niet helemaal hoe sterk dat doorwerkt.’
Alles grijpt in elkaar. Stormzy en Corbyn; Stormzy en May. Stormzy bij Labour Live
Bestaat het gevaar dat mensen zullen proberen hem te imiteren? ‘Entertainment is maar één ding. We kunnen ook ingenieur worden, of arts – er is een heel spectrum. Dat moeten we allemaal uitdragen. We moeten het beeld zien te keren.’ Kunnen er dan ook #Merky-scholen komen? ‘Zeker weten.’ #Merky-ruimtevaart? ‘Ja! Het kan allemaal. Het lijkt me geweldig als mensen #Merky als platform gaan gebruiken. Echt sick.
Waar ik trots op ben, ook qua muziek, zijn de dingen die ik voor vrienden of familie heb gedaan, dus stel je voor dat over drie jaar, na de Stormzy-beurzen, zo’n jongere doorpakt en een Nobelprijs voor de vrede krijgt. Dat is sicker dan alle shit die andere mensen doen.’ Hij lacht breed, met stralend witte tanden, eentje zilver. Hij is enthousiast, opgetogen. Het werkt aanstekelijk. Heeft hij zelf een rolmodel gehad? Hij denkt even na, zegt dingen als: ‘Nee, gek genoeg, nee.’ Hij glimlacht, laat vele antwoorden door zijn drukke hoofd gaan.
Hij trommelt met zijn vingers op tafel. ‘Op een gekke manier – en ik ben huiverig om het te zeggen omdat het zo’n cliché is – voelt het alsof dit zo heeft moeten zijn. Het klinkt heel kumbaya en vrede op aarde en alles, maar ik weet gewoon wat voor muziek ik wil maken. Maar dan ben je heel erg met jezelf bezig. Dus ja, de volgende stap is dat je moet begrijpen waar je vandaan komt. En dat is lastiger voor mijn zwarte broeders en zusters. Dus dan gaat het erom dat ik iets doe met mijn succes, hè? Als het publiek iemand op een podium plaatst, dan…’
Hij verontschuldigt zich. Zijn gedachten schieten een andere kant op, wat geregeld gebeurt – naar iets wat zijdelings met het onderwerp te maken heeft. Hij maakt zich heel druk over hoe hij overkomt. ‘Jezus man,’ zegt hij luidkeels lachend, ‘ik klink alsof ik de weldoener van het jaar wil worden. Maar als ik iemand zag met tien miljoen, dacht ik altijd al – wat ga je met dat geld dóén? Serieus, man.’
Grime
Grime is ontstaan in de arme delen van Londen en de teksten gaan over het harde bestaan op straat en over gefnuikte levens – een wereld die de rappers van binnenuit kennen. Het zijn het soort gewelddadige teksten die leiden tot makkelijke verontwaardiging over steekincidenten, zonder dat er voldoende maatregelen worden genomen om de problemen aan te pakken waaraan die lyrics zijn ontsproten. In Rise Up schrijft Yawson over een leraar die zijn leerlingen vertelt wat ze moeten doen als er iemand wordt neergestoken. ‘Ik heb moeite met de mentaliteit die wij allemaal hadden,’ schrijft hij. ‘We namen genoegen met minder.’ Stormzy heeft de keren dat hij werd neergestoken afgedaan als niet meer dan een ‘momentopname’ in zijn verhaal.
Ja, beaam ik, er moet iets worden gedaan aan de opvatting dat het normaal zou zijn om een mes bij je te hebben. Stormzy knikt, en begint weer over de valse noot. Hij is het ‘honderd procent’ met me eens, zegt hij, maar hij moet erkennen dat hij zelf pas inzag dat er ook een andere manier van leven was toen hij buiten zijn gemeenschap trad om een projectmanagementopleiding te gaan volgen in de Midlands.
‘Het was in Tipton,’ zegt hij onverwacht. ‘Daar waren we naartoe gegaan om het werk te doen van de mensen die we moesten managen, lassers, en er zaten zeventien witte kinderen in het lokaal. Op een dag zetten we onze veiligheidshelm af. Ik had een litteken op mijn hoofd, en iemand zegt: “Wat is er gebeurd?” Waarop ik zeg: “O, ik ben gestoken.” Ik zal het nooit vergeten. Ik liet het zien: “Ik ben hier gestoken, en daar, en daar…”’ Hij wijst drie verschillende plekken op zijn lijf aan. ‘Ze keken me vol afgrijzen aan – en op dat moment begon het me te dagen. Het is gestoord, waar ik vandaan kom. Natuurlijk is het schokkend dat ik ben gestoken. Natuurlijk zou dat niet normaal mogen zijn.’
Hij pakt zijn iPhone en zegt dat er elk moment een vriend kan bellen om te vertellen dat er iemand dood is. ‘We leven in een verwrongen beeld van de realiteit, en dat is niet onze schuld. Het is niet onze schuld,’ zegt hij, met nog meer vuur dan anders. In Rise Up schrijft hij dat de overheid het laat afweten. Hoezo? ‘Tja, hoezo?’ antwoordt hij laconiek, met opgetrokken wenkbrauwen. ‘Geloof me, voor ons is die shit allemaal moeilijker. We moeten van alles en nog wat ontmantelen. Het is echt wel een strijd. Wat moet gebeuren, moet gebeuren.’
Stormzy kreeg bekendheid in alle lagen van de bevolking toen hij rapte: ‘Theresa May, waar blijft het geld voor Grenfell?’ Dat veroorzaakte zo veel ophef dat de premier zich gedwongen zag zichzelf te verdedigen – wat duidelijk maakt hoeveel invloed Stormzy heeft. Was hij blij dat May reageerde? ‘Het liet me koud,’ zegt hij, op een toon die deels somber is en deels gelaten. ‘Het gaat om de resultaten, hè?’
Een paar jaar eerder had Stormzy gezegd dat hij een bewonderaar was van Jeremy Corbyn, wat leidde tot de tenenkrommende #Grime4Corbyn hashtag en een handvol ongemakkelijke fotomomenten. Maar in Rise Up zegt Akua Agyemfra, de manager van de band: ‘Waarom zou Stormzy het gezicht moeten worden van een politieke beweging?’ Dat brengt mij er weer toe hem te vragen waarom hij dat níét zou willen. Wat volgt zijn met zorg gekozen woorden.
‘Weet je wat het is met al dat gedoe?’ begint hij. Corbyn, May enzovoort? ‘Yeah. Weet je, black culture is een heel ernstige zaak, dus ik moet verstandig zijn, want mijn woorden kunnen invloed hebben. Wat ik zeg en hoe dat wordt gebruikt – daar heb ik geen invloed op. Alles grijpt in elkaar. Stormzy en Corbyn; Stormzy en May. Stormzy bij Labour Live. Weet je wat er is gebeurd? Ik ben heus niet zo stoer dat ik niet zou durven toegeven dat ik op het gebied van politiek misschien soms wat naïef ben.’
Is hij nu voorzichtiger? ‘Reken maar.’ Maar in Rise Up schrijft hij dat hij het als zijn verantwoordelijkheid ziet om zich uit te spreken. Met welk doel? Zou hij zich, bijvoorbeeld, moeten uitspreken over de brexit? Daar geeft hij niet direct antwoord op. In plaats daarvan zegt hij, heel stellig: ‘Als ik heel eerlijk ben, zijn er veel dingen die me geen fuck interesseren.’ Dan dwaalt hij af, volgen zijn gedachten een zijspoor, om even later weer bij het onderwerp zelf uit te komen, af te dwalen, weer terug te keren.
Politiek krachtenveld
‘Goed,’ zegt hij plompverloren, alsof het een toverwoord is om zijn onstuimige hoofd tot rust te brengen. ‘Ik kijk er op verschillende manieren tegen aan. Maar ik begrijp inmiddels ook wel dat als je op het podium staat, je er niet aan ontkomt te worden meegetrokken in een politiek krachtenveld. Je kunt niet ‘Corbyn’ scanderen en dan verbaasd zijn dat je met hem in verband wordt gebracht. Dat is naïef, Stormz. Maar goed, aan de andere kant, als ik eerlijk ben – en het klinkt misschien kinderachtig – kan het me niets schelen hoe mensen het interpreteren.
Dus als ik zeg: ‘Yo, waar blijft het geld voor Grenfell?’, dan kan het me niet schelen wat jullie daar allemaal van maken, zoals “Stormzy vs. May” of zo. Het zal allemaal wel. Jullie doen maar. Het gaat mij om dat ene, en dat mogen mensen naïef vinden, maar nu geldt meer dan ooit dat ik het net zozeer mijn taak vind om me bepaalde dingen aan te trekken, als om me er geen reet van aan te trekken.’
We zitten nu al meer dan een uur te praten, over de meest uiteenlopende zaken, zoals de vraag of hij gestopt is met Twitter vanwege de negatieve pers die Jama kreeg door zijn oude tweets (‘Nee, ik heb mijn account gedeactiveerd om me op mijn muziek te richten’), en over die andere belangrijke aanwezigheid in zijn leven: God. ‘God is me genadig geweest,’ zegt hij. Voelt hij zich uitverkoren? ‘Nee. We zijn allemaal uitverkoren.’
Ondertussen zegt hij over zijn nieuwe album, de opvolger van Gang Signs & Prayer, dat gepland staat voor 2019, dat het een ‘krankzinnige mengeling van van alles en nog wat’ wordt. Naarmate de uren wegtikken en het buiten begint te schemeren, geeft de rapper, die in zichzelf gelooft zonder zelfingenomen te zijn, zich iets meer bloot. Hij wordt introspectief. Ineens lijkt hij misschien niet echt angstig, maar dan toch op zijn minst bezorgd. Het is het enige moment waarop hij lijkt samen te vallen met zijn absurd jonge leeftijd – iemand die meedoet aan een dictee en als de dood is om in de fout te gaan.
Een zware last
Stormzy haalt zijn vingers door zijn haar. Petje op, petje af. Het enige licht lijkt afkomstig van MTV, dat nog altijd aanstaat. ‘Al die dingen waarmee ik in verband word gebracht,’ begint hij, terwijl de wereld om ons heen steeds kleiner lijkt te worden. ‘Het is een dubbel gevoel, want ik weet dat ik een bepaalde rol op me heb genomen, en ik ben er klaar voor. Maar ik moet me ook nog heel erg ontwikkelen als mens.
Ik heb mijn tekortkomingen. En al werk ik daaraan, vijf, zes van de zeven dagen per week, er zijn ook dagen waarop je als mens ook niet alles kunt. Op sommige dagen denk ik fuck de media. Maar op andere dagen heb ik iets van: “Stormz, we leven in een rare wereld, en de mensen hebben podia nodig.” Ik weet dat dit mijn zegen en mijn kracht is, maar het is een zware last.’ Er staat een taxi voor, dus ik ga nog snel even naar de wc, waar hij een ingelijste cd heeft hangen van zijn rap op een single van Little Mix, plus een citaat uit Jeremia 29:11: ‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de Heer. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk.’
We huggen zo’n beetje als ik wegga, en ik moet lachen dat deze zo uitgesproken, indrukwekkende man, kan worden gekenschetst door een bezoekje aan zijn wc, waar hij een muziekaward naast een Bijbelcitaat over hoop heeft hangen. Vlak voor ik de deur uit loop, stelt hij nog een retorische vraag: ‘Weet je wat het is?’ Ik zwijg en hij gaat verder. ‘Ik weet wat me te doen staat, maar tegelijkertijd weet je dat je een mens bent, en kwetsbaar. Ik moet gewoon nog een heleboel uitzoeken, denk ik.’
The Sunday Times
Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | oplage 1.300.000
In 1864 opgericht en* in 1981 opgekocht door mediamagnaat Rupert Murdoch,* die o.a. ook The Times bezit. Staat bekend om zijn goede research, bijlagen en bijdragen van populaire auteurs. Schotland en Ierland kennen een eigen editie.
De Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat liep vooruit op de digitale cultuur; zijn kunst past bij het levensgevoel van de Instagramgeneratie. Een tentoonstelling in Frankfurt documenteert zijn bliksemcarrière.
Het korte leven van Jean-Michel Basquiat laat zich lezen als een actiestrip: uit een teenager met een spuitbus groeide een superster van de kunstwereld, die op 27-jarige leeftijd stierf aan een overdosis heroïne. Hij schiep in nog geen tien jaar ongeveer duizend werken – waarvan er maar weinig in openbare musea te zien zijn, want al tijdens zijn leven verkocht Basquiat heel goed. Op zijn eenentwintigste was hij de jongste deelnemende kunstenaar tot dan toe van documenta 7 in Kassel en tegenwoordig geldt hij als een van de belangrijkste kunstenaars van onze tijd. In het afgelopen jaar bracht zijn schilderij Untitled (1982) op een veiling 110,5 miljoen dollar op. Waanzinnig.
Toen Jean-Michel Basquiat de eerste golf van roem achter de rug had, was hij nog maar net twintig jaar. Als graffitiartiest had hij onder het pseudoniem SAMO (same old shit) in Manhattan naam gemaakt met cryptisch-poëtische schrifttekens. Vanaf die tijd werd hij steeds opnieuw gefotografeerd, gefilmd, in kranten beschreven – hij was eerzuchtig en werkte onafgebroken, maar behield tegelijkertijd ook zijn jeugdige charme en coolness, waardoor alles zo moeiteloos leek.
De tentoonstelling Boom for Real in de Schirn Kunsthalle Frankfurt toont nu een groot retrospectief dat eerder in Londen te zien was. Het probeert te verklaren waarom de hyperactieve zwarte jongen uit de Brooklynse middenklasse een kunstenaar werd die uitzonderlijk was in zijn tijd.
Want waarom dat zo was, is niet meteen duidelijk. De kunstkritiek heeft zo nu en dan van alles op Basquiat aan te merken: is zo’n komeetachtige carrière als van een popster wel gerechtvaardigd zonder enige formele opleiding? Zijn zijn portretten eigenlijk niet alleen maar neergekwakte pictogrammen? Is die 110 miljoen dollar niet een groteske overwaardering door de kunstmarkt? Is hij misschien alleen maar door zijn vroegtijdige drugsdood een mythe geworden?
Aan de drugs die zijn ondergang betekenden, maakt Boom for Real, ondanks een duidelijk biografisch accent, geen woord vuil. In plaats daarvan komen we veel te weten over de New Yorkse scene rond 1980. In het trappenhuis ontvangt Basquiat de bezoeker op een videowand, trippelend op de muziek van Duke Ellington; in de volgende ruimtes zijn krantenartikelen uit eind jaren zeventig te zien, polaroids met Grace Jones, Madonna, Fab 5 Freddy en andere creatievelingen uit de postpunkunderground. Dan komen de portretten van en met zijn vriend Andy Warhol. De bezoeker wordt geïnformeerd over waar Basquiat ging dansen, wanneer hij Warhol leerde kennen, hoe de uitnodiging voor zijn verjaardagsfeestje eruitzag, hij kan Basquiats brieven, ansichtkaarten, cheques en huurcontracten bekijken. Een hele zaal toont uitsluitend bladzijden uit zijn notitieboekjes.
Brok energie
Hoort een zo gedetailleerde biografische documentatie thuis in een kunsttentoonstelling? Zou de kunst niet voor zichzelf moeten spreken? Misschien niet in het geval van Basquiat, want zijn kunst is een mix van zijn leven, politiek-maatschappelijke invloeden en de samplemethode van de hiphopcultuur die toen ontstond. ‘Hij verslond ieder beeld, ieder woord, ieder snippertje informatie dat op zijn pad kwam’, schreef de auteur Glenn O’Brien na Basquiats dood in 1988. ‘De stortvloed aan informatie waarmee wij leefden veranderde zo in iets dat een verbluffende nieuwe betekenis opleverde.’
Deze hoogbegaafde brok energie zoog alles op, reageerde op elke impuls in zijn omgeving, schijnbaar ongefilterd. Het zelfportret Dos cabezas (1982) met Andy Warhol schilderde hij in twee uur en hij schonk het aan zijn idool terwijl de verf nog nat was. Zelfs de teksten op zijn cornflakesdoos zou hij af en toe verwerkt hebben, steeds omringd door bergen boeken, alsook een tv en een platenspeler die tegelijk aan staan. Zo schilderde hij zich als eerste zwarte de elitaire witte kunstwereld in.
Basquiats schilderijen spiegelen deze permanente toestand van overprikkeling. Ze zijn wild, geïmproviseerd, direct, vol energie en rusteloosheid, elk schilderij als een fragment uit zijn tijdlijn. Hij vermengt citaten met anatomische tekeningen, krantenknipsels met grove verfstreken, hij vervreemdde elementen van Picasso en Leonardo da Vinci, kopieerde en voegde in: een copy-pastekunstenaar. En hij hield van selfies, steeds weer schilderde hij zelfportretten. Je zou kunnen zeggen: hij liep vooruit op de huidige digitale cultuur, waarin veel mensen voortdurend druk zijn met het verwerken van de input die op ze af komt.
Untitled (1982).
Misschien is dat wel de reden waarom Basquiat zo veel mensen bevalt – omdat bij hem uit de synthese van onsamenhangende futiliteiten een nieuwe betekenis lijkt te ontstaan. Het zijn snelle, spontane werken die de thema’s van zijn tijd symbolisch samenvoegen; Basquiat is bovendien de zwarte held tegen een witte achtergrond. Steeds opnieuw toont hij zich in zelfportretten als donkere schedel, omgeven door politiek aandoende slogans, zoals in Famous (1982) of Glenn (1984).
Racisme, politiegeweld, kritiek op het kapitalisme – Basquiats thema’s zijn ook nu nog actueel. Hij verplaatst ze, doordat hij het private en het openbare in elkaar laat overgaan – ook daarin lijkt zijn werk op de huidige digitale cultuur. In Boom for Real is er daarom geen sprake van smetvrees of academische drempels, want het levensgevoel van de Facebook- en Instagramgeneratie lijkt sterk op de directheid waarmee Basquiat werkte.
Zijn grote formaten, zoals Ishtar (1983), bevatten zo veel dat je er moeilijk niet van kunt houden. Basquiat raakt aan alles tegelijk: muziek, wetenschap, politiek, economie, tv. Het zijn schilderijen als overvloedige buffetten, waarin iedereen iets voor zichzelf kan vinden.
Auteur: Carola Padtberg
Vertaler: Piet Meeuse
Tentoonstelling Basquiat. Boom for Real. Schirn Kunsthalle Frankfurt, Frankfurt am Main. Tot 17 mei 2018
Openingsbeeld: Jean-Michel Basquiat met American Football-helm in 1981.
Tuma Basa is verantwoordelijk voor RapCaviar, de meest invloedrijke playlist van Spotify. In een paar seconden kan hij elke debuterende rapper opblazen tot een hiphopfenomeen.
‘Met playlists is het eenvoudig geworden om te volgen wat zich afspeelt in de wereld van de hiphop – op dezelfde manier waarop onze vaders de krant lazen om op de hoogte te blijven van het sportnieuws. Maar in de hiphop gaat het allemaal heel snel. Voor mij – want ik heb er mijn vak van gemaakt – is dat een enorme berg werk.’
Aan het woord is Tuma Basa, hoofd programmering hiphop bij Spotify. In die functie is hij ook de baas van RapCaviar, ‘de meest invloedrijke playlist van dit moment’, volgens New York Magazine. Basa actualiseert elke vrijdag de lijst van de vijftig beste nieuwe hiphopnummers, en bereikt daarmee 8,8 miljoen abonnees.
Het New Yorkse magazine publiceerde vorig jaar een portret. Basa werd geboren in het voormalige Zaïre, de huidige Democratische Republiek Congo. Hij groeide op in Iowa City in de VS, en vervolgens in Zimbabwe, waar hij werd aangestoken door het rapvirus en veel moeite moest doen om de nieuwste nummers te bemachtigen van Snoop Dogg of Tupac. ‘De ironie dat hij vandaag de dag werkt voor een bedrijf dat iedereen op elk moment en waar dan ook toegang belooft tot 30 miljoen liedjes, ontgaat hem niet’, schrijft New York Magazine.
RapCaviar heeft artisten groot gemaakt als Lil Uzi Vert en Cardi B. En alle sterren van de hiphop, van Drake tot Chance the Rapper, Migos of 21Savage, doken en duiken op in de playlist. Die heeft de verbintenis bezegeld tussen rap en streaming: omdat de technologie artiesten de mogelijkheid biedt de traditionele muziekindustrie, een toch vooral blanke en op rock gerichte aangelegenheid, te passeren, zijn R&B en hiphop vorig jaar het populairste muziekgenre in de VS, aldus marktonderzoeksbureau Nielsen Company.
Bij het beheren van RapCaviar kan Tuma Basa gebruikmaken van de algoritmen van Spotify. ‘Hij is half gegevensanalist, en half romanticus die gehecht is aan zijn mixtapes, de cassettebandjes van weleer’, schrijft New York Magazine. Het blad citeert nog eens Basa: ‘Hiphop heeft altijd bewondering gehad voor tempelbewaarders, dj’s, presentatoren van mixshows, discjockeys van de radio. De speellijsten zijn daarvan een incarnatie.’
Ze is vunzig, onbeschaamd, grappig en mateloos populair. Cardi B (25) is sinds haar zomerhit ‘Bodak Yellow’ uitgegroeid tot dé vrouwelijke rapper van dit moment.
‘Denken jullie echt dat prinses Diana is vermoord?’ We zitten in een kantoorruimte op de hoek bij Kensington Palace, en de huwelijksaankondiging van prins Harry houdt Cardi B bezig. Ze zit al de hele fotoshoot met een gloeilamp te spelen, maar zelfs die vergeet ze nu even. ‘Ik wil prins Harry ontmoeten!’ roept ze. Terwijl ze alle complottheorieën aanhoort, zet ze grote ogen op en herhaalt haar vraag, waarna ze een gebaar maakt alsof ze een rits tussen haar lippen dichttrekt. ‘We willen niet dat ons iets overkomt!’ zegt ze op gespeelde fluistertoon, waarna ze begint te hinniken van de lach.
Haar belangstelling wekt nauwelijks verbazing. Cardi is ook uit het niets, en met duizelingwekkende vaart, doorgestoten tot de hoogste regionen van de rap, met het nummer dat afgelopen zomer werkelijk overal was te horen: ‘Bodak Yellow’. Cardi B komt uit een milieu waarin altijd met de nodige scepsis naar haar is gekeken, maar door de ongekend grote steun van het publiek belandde haar nummer in Amerika boven aan de hitlijsten. In de aanloop naar haar muziekcarrière heeft ze zich rollen aangemeten die doorgaans worden verguisd: stripper, Instagramberoemdheid, lekker stuk in de realityshow Love & Hip Hop. Wat de 25-jarige Belcalis Almanzar zo geniaal maakt, is dat ze er telkens opnieuw in weet te slagen de rollen om te keren.
Met haar humor, die varieert van grove ontkrachtingen tot schalkse snieren, veegt Cardi B de vloer aan met haar tegenstanders
De mensen die op haar neerkijken trekken uiteindelijk aan het kortste eind, en met haar humor, die varieert van grove ontkrachtingen tot schalkse snieren, veegt Cardi B de vloer aan met haar tegenstanders op een manier die de plagerige vrouw uit de Bronx, met haar Trinidadiaanse en Dominicaanse wortels, een grote schare fans heeft opgeleverd. Tot die fans behoren Janet Jackson, die in september op het podium danste op ‘Bodak Yellow’; Millie Bobby Brown, de ster van Stranger Things, die in oktober in de Tonight Show met Jimmy Fallon in de stijl van Cardi B rapte; en Timothée Chalamet, de ster van Call Me By Your Name, die haar onlangs noemde in zijn dankwoord bij de uitreiking van de Gotham Awards.
‘Het is pure, onvervalste aanbidding,’ zegt Radio 1-dj Clara Amfo – fan van Cardi B sinds haar Instagramtijd in 2015 – over de zinderende sfeer bij de Engelse debuutshow van de rapper, in april, in Koko in Londen. ‘Ik stond ervan te kijken hoeveel fans ze heeft, en hoe bezeten die zijn: 95 procent vrouwen, die helemaal weg van haar zijn. Het is het soort succes waar platenmaatschappijen en producers slechts van kunnen dromen, en dat ze proberen af te dwingen met groots opgezette marketingcampagnes. Terwijl zij het heeft weten klaar te spelen door domweg zichzelf te zijn op Instagram.’
En bedenk wel: dit was nog voordat ‘Bodak Yellow’ uitkwam. Cardi had twee mixtapes uitgebracht en een prestigieuze deal getekend met Atlantic Records, maar het nummer waarmee ze in één keer doorbrak – en waarmee ze in september Taylor Swift van de troon stootte en zo de eerste vrouwelijke solorapper op nummer 1 werd sinds Lauryn Hill in 1998 – en dat haar maar liefst twee Grammy-nominaties opleverde, was niet eens het nummer waarmee de platenmaatschappij een hit hoopte te scoren. (Dat was ‘Lick’, waarop ook Offset is te horen, die deel uitmaakt van het raptrio Migos uit Atlanta en met wie ze inmiddels verloofd is.)
Het meedogenloze, eigenzinnige ‘Bodak Yellow’ toont Cardi B op haar sterkst. Het is een demonstratie van haar feilloze timing, die haar overpeinzingen in de selfiecamera jarenlang tot social media-goud maakte – zelf zegt Cardi dat ze diep van binnen comédienne is – maar het nummer laat bovenal zien hoe onopgesmukt en innemend eerlijk ze is, op alle mogelijke terreinen. ‘Ik ben echt een vrije geest,’ zegt ze. ‘Iedereen heeft iemand zoals ik vanbinnen, zo’n wilde meid die het gewoon wil uitschreeuwen. Of je nou arts, advocaat of docent bent, het komt er gewoon uit. Ik zorg er toch maar mooi voor dat je een minuut of twee, drie jezelf kunt zijn, of niet dan?’
Of het nou gaat om het seksistische scheldwoord ‘thot’, dat ze vervolgens als een soort geuzennaam gebruikte op Gangsta Bitch Music Vol 1, haar debuutmixtape uit 2016, of om ‘ratchet-ass bird bitch’, waarmee ze hetzelfde deed op een Instagramvideo in 2015, Cardi B is als geen ander in staat om alles wat ze naar haar hoofd krijgt geslingerd als een boemerang terug te kaatsen. Die gave is geworteld in het feit dat ze domweg weigert zich te schamen voor haar persoonlijkheid of voor het pad dat ze heeft bewandeld. ‘Zouden mensen ook zo met hun mening hebben klaargestaan als ik vroeger caissière was geweest?’ vraagt ze. Het stoort haar hoe vaak ze het etiket ‘ex-stripper’ opgeplakt krijgt. ‘Men wil kennelijk dat ik me er diep voor schaam dat ik in het verleden heb gedanst. Maar daar zal ik me echt nooit voor schamen. Ik heb er goed aan verdiend, het was een mooie tijd en ik heb er veel van geleerd – het heeft me geleerd hoe mensen in elkaar zitten, hoe mannen in elkaar zitten, hoe honger, hartstocht en ambitie werken.’
In Cardi’s nummers zijn mannen vooral zwak: dom, makkelijk manipuleerbaar. In haar nummer ‘Trick’ uit 2016 kaatst ze alle beledigingen terug, recht in het gezicht van de eigenaren van de clubs; Cardi doet lullig tegen een klant maar haalt evengoed zijn portemonnee leeg. Dat heeft ze geleerd van de Russische meisjes in de clubs waar ze werkte. ‘Die waren zo gemeen tegen de mannen!’ zegt ze, met iets van ontzag in haar stem. ‘Dat heeft mij geholpen om me een alter ego aan te meten.’
Stripper
Ze haalt haar schouders op. ‘Een man vindt het nooit leuk om te moeten erkennen dat hij gebruikt kan worden, dat het ons om zijn geld te doen is,’ zegt ze. ‘Maar zij mogen wel laten merken dat ze ons gebruiken? Dat blijkt uit wat ze zeggen, wat ze doen.’ Ze leunt iets naar voren om haar woorden kracht bij te zetten. ‘Ze vertellen altijd wat ze allemaal met een vrouw willen doen – ze willen haar neuken, ze willen gepijpt worden, en daarna kun je doodvallen. Nou, vrouwen willen eigenlijk niet veel anders: koop een mooie tas voor me en ga dan maar weer lekker je eigen ding doen.’ Ze bedoelt niet letterlijk dat vrouwen zich zo zouden moeten opstellen, zegt ze. ‘Ik wil vrouwen er niet toe aanzetten bepaalde dingen te doen – ik wil gewoon dat ze die macht voelen, dat ze voelen dat ze het zouden kúnnen doen. Veel vrouwen doen het niet, omdat ze geen idee hebben hoe, terwijl ze het wel zouden willen.’ Ze valt even stil en trekt een wenkbrauw op. ‘Want niemand geeft graag zijn eigen geld uit.’ Dan volgt weer die aanstekelijke, hese lach.
In Cardi’s geval heeft haar baan als stripper haar gered uit een relatie met iemand die ze steeds maar niet echt gewelddadig wil noemen; liever heeft ze het over dwingend. ‘Ik werd gecommandeerd en ik moest dingen doen die ik niet wilde, omdat ik bij een man inwoonde, in het huis van zijn moeder, een appartement met twee pitbulls en bedwantsen, en zelf had ik geen geld. Ik woonde ergens waar ik niet eens huur kon betalen, en dat kreeg ik voortdurend in mijn gezicht geslingerd.’ Verveeld en doelloos als ze was, gaf Cardi de schamele 200 dollar die ze verdiende uit aan joints, die ze elke avond rookte – een gewoonte waar ze mee stopte toen ze in de stripclub ging werken, waar ze op haar eenentwintigste meer dan 30.000 dollar verdiende. Toen begon ze serieuze toekomstplannen te maken.
Cardi zegt dat ze altijd met de toekomst bezig is geweest, dankzij collega-danseressen die zeiden dat ze moest zorgen dat ze niet op haar eenendertigste nog in de club zou werken, terwijl de vaste klanten op haar uitgekeken zouden raken. Het plan is wel een aantal keer grondig bijgesteld: ze wilde aanvankelijk een ton sparen om op haar vijfentwintigste een huis te kunnen kopen en dat te verhuren.
De inkomsten van Instagram, zo vermoedde ze, zouden na een tijdje opdrogen. Cardi had een schare trouwe volgers, te danken aan de selfie-video’s waarin ze reflecteerde op relaties, haar publiek trakteerde op heerlijk schunnige sekstips, grappen maakte die indruisten tegen de onnozelheid die het medium eigen is, en haar volgers zo af en toe trakteerde op een scherpe socio-economische analyse. Ze probeerde die roem uit te buiten door tegen betaling op te treden in nachtclubs. ‘En ineens dacht ik: als ik dan toch zo populair ben en zo veel fans heb, kan ik daar misschien wel mijn voordeel mee doen bij mijn muziek.’
Aanvankelijk was ook dat een kortetermijnplan van een social media-persoonlijkheid zonder kennis van de muziekindustrie. ‘Mijn idee was om een x aantal keer bekeken te worden op YouTube en daar dan geld mee te verdienen, zoiets.’ Toen duidelijk werd dat ze talent had als rapper – en dat veel mensen haar goed vonden – moest ze haar plannen opnieuw bijstellen, en voor het eerst legde ze zich toe op iets voor de langere termijn. ‘Ik wil kunst maken met een hoofdletter K, echte kunst, ik wil het niet alleen doen om snel binnen te lopen.’
Voordat ze Taylor Swift van de eerste plaats verdrong, had Cardi daar al op geanticipeerd door haar liefde voor de zangeres uit te spreken
Die benadering brengt natuurlijk ook risico’s met zich mee, en ondanks het feit dat ze af en toe zit te schateren, is Cardi B een ingetogen, rustig iemand. In het echt blijven de schunnige grappen goeddeels achterwege en is ze ook niet steeds bezig de grenzen op te zoeken, zoals op Instagram. In oktober zei ze in een interview met Rolling Stone dat ze zich ‘gevangen en afgestompt’ voelde. En nu – nadat ze om vijf uur ’s ochtends is opgestaan om de studio in te gaan – geeft ze toe dat ze een zekere druk voelt terwijl ze met hart en ziel werkt aan haar debuutalbum dat dit jaar moet uitkomen. ‘Toen ik eraan begon, leek het allemaal even leuk. Nu heb ik het gevoel dat ik me veel meer moet focussen. Ik heb het gevoel dat ik het allemaal te zwaar maak.’
Ze laat haar adem ontsnappen. ‘Men wil dat ik de strijd aanbind met de echt grote namen.’ Verrassend genoeg ligt het competitieve element van de muziekwereld haar niet echt. ‘Als ik muziek maak, heb ik niet het gevoel dat ik concurreer met anderen. Nou ja, ergens is het natuurlijk wel zo, maar zo wil ik er niet mee bezig zijn.’ Ze voelt zich er duidelijk ongemakkelijk bij. ‘Ik begrijp niet waarom ze vrouwen dat aandoen – al helemaal niet vrouwen in de hiphop.’
Voordat ze Taylor Swift van de eerste plaats verdrong, had Cardi daar al op geanticipeerd door haar liefde voor de zangeres uit te spreken. En haar bijdrage, samen met Nicki Minaj, aan het nummer ‘MotorSport’ van Migos drukte effectief alle geruchten de kop in dat er sprake zou zijn van ruzie tussen die twee – een idee dat overigens meer werd gevoed door de fans en de media dan door de zangeressen zelf.
Gevoelens
Daarnaast zijn er Cardi’s sterke teksten, ook na ‘Bodak Yellow’ – een glorieuze zegetocht die duidelijk maakt dat ze niet bang hoeft te zijn dat ze niet zou kunnen presteren onder druk. Ze is erop gebrand om met haar album aan de wereld te laten zien dat ze ook kan rappen over gevoelens, niet alleen over strijd. ‘Cardi heeft ook een meisjesachtige kant – het is echt niet alleen gabbergabbergabbergabbergabber!’
‘Een deel van haar aantrekkingskracht is dat ze ook zo je buurmeisje had kunnen zijn,’ zegt Amfo. ‘Er is niets verhevens of pretentieus aan de dingen waar zij voor staat.’ Naast de schunnige pijpgrappen en de ranzigheid die ze zeker niet schuwt, is Cardi’s Instagramaccount opvallend gewoon: ze filmt zichzelf net zo lief zonder make-up in bed als volledig opgedoft in een taxi. Momenteel hangt ze erg aan de buurt waar ze is opgegroeid, als een manier om iets van de druk weg te nemen: ‘Om de een of andere reden keer ik steeds maar weer terug naar de Bronx.’ Ze mag dan door het volk zijn uitgeroepen tot de prinses van de hiphop – of de Mariah Carey van de stripclub, zoals ze het zelf heeft verwoord – maar Cardi B zal niet licht vergeten waar ze vandaan komt.
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.