Tag: hitler

  • ‘Met elke concessie worden autocraten brutaler en wordt terugdraaien moeilijker’

    ‘Met elke concessie worden autocraten brutaler en wordt terugdraaien moeilijker’

    De democratie verliest aan kracht in landen als Hongarije, India, Turkije en de VS. De geschiedenis van de Weimarrepubliek herinnert ons eraan dat de afbrokkeling vaak geleidelijk gaat, door de stapsgewijze overgave van degenen die haar zouden moeten verdedigen.

    Op 23 maart 1933, in een schemerige kamer die blauw stond van de sigarenrook, probeerde Ludwig Kaas zichzelf ervan te overtuigen dat hij de juiste beslissing nam. De katholieke priester en leider van de Duitse Centrumpartij stond op een keerpunt. Al enkele jaren probeerde zijn partij de opkomst van Adolf Hitler tegen te gaan, maar in 1932 waren Hitlers nationaalsocialisten (NSDAP; de nazi’s) uitgegroeid tot de grootste partij in het parlement, en in januari 1933 werd Hitler zelf kanselier. De Centrumpartij was het laatste obstakel op Hitlers weg naar totale macht in Duitsland.

    Hij had de Machtigingswet geïntroduceerd, die hem en zijn kabinet verstrekkende bevoegdheden zou geven om per decreet te regeren en daarmee de democratie in haar kern af te breken. De wet had een tweederdemeerderheid nodig om te slagen. De sociaaldemocraten – de enige andere belangrijke groep parlementariërs die de democratie nog steeds fundamenteel steunden – waren te klein om de maatregel in hun eentje te stoppen. Alleen als de Centrumpartij zich ook verzette, kon deze worden voorkomen.

    Maar Kaas aarzelde. Hij vreesde wat er zou gebeuren als zijn partij de nazi’s zou trotseren. Zou ze het overleven? Kon de democratie standhouden als zijn partij zich verzette? Hitlers stormtroepen waren al begonnen politieke tegenstanders te arresteren. Kaas overtuigde zichzelf ervan dat zijn beste optie was om samen te werken – om binnen de nieuwe realiteit te werken in plaats van zich erdoor te laten verpletteren. ‘We moeten onszelf trouw blijven,’ zei hij tegen zijn collega’s, ‘maar een verwerping van de Machtigingswet zal resulteren in onaangename gevolgen voor onze partij.’ De wet werd aangenomen met 444 tegen 94 stemmen, waarmee de weg naar Hitlers dictatuur was geëffend.

    Met elke concessie worden autocraten brutaler, verdedigingen zwakker en wordt terugdraaien moeilijker

    Deze episode illustreert de gevaarlijke logica van overgave: het geloof dat, wanneer de democratie wordt bedreigd, toegeven de beste strategie is, dat je met een autocraat moet samenwerken om te overleven en dat het vermijden van onmiddellijke consequenties voor de eigen partij belangrijker is dan het afwenden van langdurige autoritaire heerschappij. Kaas stond niet alleen in dit soort denken. In de jaren die aan het moment voorafgingen, effenden drie rampzalige misrekeningen – elk geworteld in kortetermijndenken en zelfrechtvaardiging – het pad voor Hitlers opkomst.

    Vandaag de dag zou dit hoofdstuk uit de geschiedenis van de Weimarrepubliek opnieuw moeten worden bekeken. Op een moment dat de democratie aan kracht verliest op uiteenlopende plekken als Hongarije, India, Turkije en de Verenigde Staten, herinneren deze gebeurtenissen ons eraan dat de afbrokkeling vaak geleidelijk gaat, door de stapsgewijze overgave van degenen die haar zouden moeten verdedigen. Met elke concessie worden autocraten brutaler, verdedigingen zwakker en wordt terugdraaien moeilijker. Reacties die in een vroeg stadium nog pragmatisch kunnen lijken – afwachten, zwijgen, een compromis sluiten – werken in het voordeel van de autocraten en leiden uiteindelijk tot de algehele ondergang van de democratie.

    Fatale misrekeningen

    De noodlottige beslissingen waaraan de Weimarrepubliek ten onder ging, werden genomen na de Eerste Wereldoorlog, kort na de geboorte van een nieuwe democratie in Duitsland. De Weimar-grondwet, opgesteld in 1919 onder invloed van vooraanstaande personen zoals de rechtsgeleerde Hugo Preuss en socioloog Max Weber, verankerde burgerlijke vrijheden, breidde de rechten voor vrouwen uit en introduceerde bescherming voor arbeiders. Dankzij de steun van een al stevig maatschappelijk middenveld kon een brede, zelfverzekerde coalitie van progressieven, liberalen, sociaaldemocraten en de katholieke Centrumpartij na de Eerste Wereldoorlog de Duitse republiek oprichten. Maar die republiek was nog kwetsbaar. Ze werd geteisterd door wijdverspreid politiek geweld, frequente politieke moorden en straatgevechten tussen communisten en fascisten, die beide het nieuwe regime afwezen. Pas na drie turbulente jaren van hyperinflatie en onrust brak in 1924 in de Weimarrepubliek een periode aan van relatieve stabiliteit.

    Maar vanaf 1929 kwam daar weer verandering in, toen de Amerikaanse beurscrash een catastrofale economische neergang en massale werkloosheid veroorzaakte. De Communistische Partij en de nazi’s wonnen terrein bij de verkiezingen zodat het voor het Duitse parlement moeilijk werd om regeringen te vormen, en de president moest zijn toevlucht nemen tot het benoemen van kanseliers zonder parlementaire steun – een buitengewone maatregel. De daaruit voortvloeiende politieke impasse vergrootte de aantrekkingskracht van de nazi’s. 

    Maar het was niet de Grote Depressie alleen die de ondergang van de Weimarrepubliek inluidde. Veel andere geteisterde staten in Europa en Noord-Amerika wisten deze periode van economische en politieke onrust te doorstaan, waaronder jonge democratieën als Tsjechoslowakije en Finland. Het ging niet zozeer om de tegenslagen zelf, het waren de reacties van de Duitse leiders daarop die het lot van de republiek bepaalden.

    Hij bedacht een plan – niet om Hitler te stoppen, maar om hem te gebruiken

    De conservatieve bovenlaag beging de eerste fout. Eind jaren twintig had de grote rechtse partij, de Duitse Nationale Volkspartij, het zwaar. Hun leider, Alfred Hugenberg, was een machtige zakenman en mediamagnaat, maar hij miste charisma en aantrekkingskracht. Toen Hugenberg zag hoe Hitlers nazibeweging in de staat en bij de nationale verkiezingen eind jaren twintig aan populariteit won, bedacht hij een plan – niet om Hitler te stoppen, maar om hem te gebruiken.

    Hugenberg betrok de nazi’s bij een campagne om de Duitse verplichting tot het betalen van herstelbetalingen voor de Eerste Wereldoorlog ongedaan te maken. Hij hoopte dat hun gedrevenheid de conservatieve zaak nieuw leven zou inblazen.

    Een referendum in 1929 dat de Duitse bevolking moest mobiliseren om de schuld ongedaan te maken – en politici die met betaling instemden als verraders te bestempelen – mislukte, maar het partnerschap veranderde alles. Het verhief de nazi’s van een groep marginale extremisten tot een politieke kracht die door een van de invloedrijkste politieke figuren van Duitsland was erkend.

    En daar hielden Hugenbergs misrekeningen niet op. In 1931 organiseerde hij een grote rechtse manifestatie in kuuroord Bad Harzburg, waar Hitler werd uitgenodigd om zich aan de zijde van de nationalistische elite van Duitsland te scharen. Het idee was om een ​​verenigd conservatief front te presenteren, in plaats daarvan stal Hitler de show. Terwijl zijn paramilitaire troepen door de straten marcheerden als vertoon van discipline en macht, verdween Hugenberg naar de achtergrond. In 1933 realiseerde laatstgenoemde zich de volledige omvang van zijn fout. Hij zou tegen een conservatieve collega hebben gezegd: ‘Ik heb de grootste dwaasheid van mijn leven begaan; ik heb me verbonden aan de grootste demagoog uit de menselijke geschiedenis.’ Maar tegen die tijd was het al veel te laat. Op een cruciaal moment had Hugenberg Hitler gegeven wat hij het hardst nodig had: aanzien.

    Een vermijdelijke dood

    De volgende misrekening van het Duitse politieke establishment was nog ernstiger: Hitler rechtstreeks aan de macht brengen. In 1932 was het Duitse parlement nog steeds verlamd. Het lukte niet een regerende meerderheid te vormen. Conservatieven waren wanhopig op zoek naar een stabiele regering die de sociaaldemocraten en communisten uitsloot, maar ze hadden te weinig stemmen om zonder hen te kunnen regeren. President Paul von Hindenburg, een wat oudere oorlogsheld, bleef maar kanseliers vervangen omdat hij niemand kon vinden die de steun van een meerderheid van de parlementariërs genoot of de steeds dieper wordende economische crisis in Duitsland kon indammen. 

    De toenmalige voormalige bondskanselier Franz von Papen deed een gewaagde suggestie: bied Hitler het kanselierschap aan, maar omring hem met conservatieve ministers om hem te controleren.

    Von Papen had er vertrouwen in dat Hitler in het gareel kon worden gehouden. ‘Maak je geen zorgen,’ zei hij tegen zijn rechtse collega’s. ‘Binnen twee maanden hebben we Hitler zo ver in het nauw gedreven dat hij gaat piepen.’ In januari 1933 tekende Hindenburg het plan, in de overtuiging dat Hitler slechts een boegbeeld zou blijven.

    Het tegenovergestelde gebeurde. Hitler begon onmiddellijk de macht te consolideren, zette zijn beschermheren buitenspel en schakelde de oppositie uit door leidende figuren te arresteren, onder wie de voormalige Pruisische minister van Binnenlandse Zaken en andere sociaaldemocratische en communistische parlementsleden. De nazipartij was geen keuze van de meerderheid: bij de verkiezingen van 1932 stemde zo’n twee derde van de Duitsers tegen, en Hitlers gewelddadige pogingen om zijn macht uit te breiden veroorzaakten een nieuwe golf van angst in het land. Het idee dat antidemocraten onder controle gehouden konden worden als ze eenmaal macht hadden, pakte desastreus uit.

    De meesten vreesden de gevolgen van verzet

    De Rijksdagbrand van februari 1933, die zo veel schade aan het parlementsgebouw veroorzaakte dat de volksvertegenwoordiging tijdelijk moest uitwijken naar het Kroll-operahuis enkele straten verderop, bood het perfecte voorwendsel voor repressie. Hitlers nieuwe regering gaf de communisten de schuld van de brand en beweerde ook bewijs te hebben dat ze explosieven opsloegen. De naziregering verrichtte massaal arrestaties, waarna Hitler de Rijksdagbrandverordening afkondigde: een draconische wet die de persvrijheid en het recht op vergadering inperkte en de politie machtigde verdachten voor onbepaalde tijd en zonder proces vast te houden.

    Het was dit klimaat van noodtoestand na de Rijksdagbrand dat Hitler in staat stelde de Machtigingswet in te dienen. Kaas en zijn collega-leiders van de Centrumpartij debatteerden er urenlang over, verscheurd tussen principe en zelfbehoud. Sommigen riepen op tot verzet en waarschuwden dat Hitlers macht gecontroleerd moest worden. Maar de meesten vreesden de gevolgen van verzet. Weer anderen hielden vast aan de hoop dat ze Hitler van binnenuit konden beïnvloeden, bijvoorbeeld door hun sociaaldemocratische rivalen te verzwakken of door garanties voor de Centrumpartij en katholieke leiders veilig te stellen. Bij de uiteindelijke stemming gaven alle 73 parlementsleden van de Centrumpartij zich gewonnen en rechtvaardigden ze hun overgave als een noodzakelijk kwaad om de partij te redden. Zoals Kaas zelf tegen zijn collega’s zei: ‘Als er geen tweederdemeerderheid wordt bereikt, zal de regering haar plannen op andere manieren doorvoeren.’

    Maar de gekozen strategie werkte averechts. Net als alle andere oppositiepartijen in Duitsland werd de Centrumpartij binnen enkele maanden ontbonden. Haar steun voor de nieuwe wet remde Hitler niet af, maar gaf hem volledige macht. Dit was de laatste, fatale misrekening: het idee dat de democratie kon overleven terwijl haar beschermingsmechanismen werden wegonderhandeld.

    Gevaarlijke gok

    Geen enkele democratische grondwet handhaaft zichzelf, ook niet als deze veel ouder is dan de Weimarrepubliek begin jaren dertig. Burgers en leiders moeten voor democratische instituties opkomen zodra ze worden bedreigd – hoe groot of klein die dreiging ook is.

    De ineenstorting van de Weimarrepubliek was niet onvermijdelijk. De NSDAP verwierf nooit de steun van een meerderheid van het Duitse electoraat; ze haalde net iets meer dan 30 procent van de stemmen bij de laatste vrije en eerlijke nationale verkiezingen van de republiek. Voor de gevestigde politieke leiders waren er vele kansen om terug te slaan. Maar Hugenberg dacht dat hij Hitler kon inzetten om zijn conservatieve beweging nieuw leven in te blazen. Von Papen dacht dat hij Hitler kon controleren door hem tot kanselier te maken. Kaas dacht dat toegeven aan Hitlers wensen zijn partij zou beschermen en tijd zou kopen voor een groter verzet. Ze hadden het allemaal mis.

    Een democratie gaat zelden van de ene dag op de andere ten onder

    Een democratie gaat zelden van de ene dag op de andere ten onder. Ze wordt geleidelijk uitgehold door overgave: rationalisaties en compromissen van machthebbers die zichzelf wijsmaken dat een klein beetje toegeven veiligheid biedt, of dat meebewegen met een ontwrichter praktischer is dan hem te weerstaan. Dit is de blijvende les van Weimar: extremisme triomfeert nooit op eigen kracht. Het slaagt doordat anderen het mogelijk maken – vanuit ambitie, angst of een verkeerde inschatting van de gevaren van een kleine concessie. Uiteindelijk verliezen degenen die een autocraat macht geven niet alleen hun democratie, maar ook juist de invloed die ze dachten veilig te stellen.

    Daniel Ziblatt is hoogleraar politicologie en directeur van het Minda de Gunzburg Centrum voor Europese Studies aan Harvard University. Hij is auteur van Conservative Parties and the Birth of Democracy en co-auteur van How Democracies Die.

  • Israëls reputatie ligt aan scherven

    Israëls reputatie ligt aan scherven

    Met de protserige opening van de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem en het geweld in Gaza, heeft het land nog meer goodwill verspeeld, aldus Haaretz.

    Het op 14 mei op alle televisieschermen ter wereld getoonde contrast tussen de Israëlische feestelijkheden in Jeruzalem en de Palestijnse slachtoffers in Gaza, was het begin van Dickens onvergankelijke roman A Tale of Two Cities waardig: ‘Het waren de beste en de slechtste tijden, […] een periode van hoop en wanhoop.’

    Of je nu het meeste geloof hecht aan de Palestijnse lezing van uitgehongerde massa’s die demonstreren voor hun waardigheid en door soldaten worden neergemaaid, of aan de Israëlische versie die rept van cynische en criminele exploitatie van levens door Hamas – het lijdt geen twijfel dat de tientallen dode en honderden gewonde Palestijnen aan de grens van Gaza een smet hebben geworpen op het protserige vertoon van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en de Amerikaanse president Donald Trump.

    Hoe hoger het aantal slachtoffers die dag – die de bloedigste was sinds 
Operatie ‘Protective Edge’ in 2014 –, des te groter werden de arrogantie, de onthechting en het totale gebrek aan mededogen van de hoogwaardigheidsbekleders op de plek van de nieuwe Amerikaanse ambassade in Jeruzalem. En des te cynischer en grotesker de bewering dat de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem de vrede dichterbij brengt.

    De Israëlische premier Netanyahu en zijn vrouw Sara met Ivanka Trump en Jared Kushner bij de opening van de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem. – © Israel Press Office / Handout
    De Israëlische premier Netanyahu en zijn vrouw Sara met Ivanka Trump en Jared Kushner bij de opening van de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem. – © Israel Press Office / Handout

    Netanyahu en zijn collega’s hebben voor eens en altijd aangetoond dat zij de internationale publieke opinie minachten. Israël kent slechts één vorst: Donald Trump. En dat is nogal een vorst. De deelname aan de ceremonie in Jeruzalem van antisemitische predikanten als John Hagee en Robert Jeffress onderstreepte de verandering die de betrekkingen tussen Israël en de VS hebben ondergaan: niet langer dragen die het karakter van een politieke alliantie, er is nu sprake van een messianistisch verbond. Hagee beschreef Adolf Hitler ooit als Gods eigen jager, Jeffress verwees onbekeerde Joden naar de hel. Wat Netanyahu hier allemaal mee opschiet? Het gaat om de combinatie van de gestoorde utopie van evangelische fundamentalisten met 
de gemeenschappelijke haat jegens de islam en de ongeremde steun aan het project van religieus-nationalistische kolonisten.

    Deze ommekeer in de Israëlisch-Amerikaanse betrekkingen is niet zonder gevolgen gebleven. Enerzijds was daar de afwezigheid van Amerikaanse Democratische Congresleden, terwijl Democraten en Republikeinen op het gebied van Israël tot voor kort een verenigd front vormden. Anderzijds dient opgemerkt dat leden van de Israëlische oppositie acte de présence gaven. Niet uit overtuiging, maar omwille van de publieke opinie. Uitzondering was Tamar Zandberg, voorzitter van de partij Meretz, die het uitstekende idee had om thuis te blijven. Hoewel oprecht links en oprecht pacifistisch, is zij niet principieel tegen de verhuizing van de ambassade, maar wenste zij part noch deel te hebben aan de nationalistisch-messianistische orgie die door de Amerikaanse ambassadeur David Friedman was georkestreerd.

    Kloof met de diaspora

    Voor de meeste Amerikaanse Joden, 
en dan vooral degenen die nog belang hechten aan het bestaan en het overleven van Israël, was deze ceremonie niets minder dan een klap in het gezicht. De aanwezigheid van de predikanten Hagee en Jeffress wekte al hun walging, en de politieke vuurwerkshow ter ere van Donald Trump heeft de kloof tussen Israël en de grootste gemeenschap in de Joodse diaspora alleen maar verder verdiept. De Amerikaanse progressieven, of ze nu wel of niet Joods zijn, hebben ondertussen niet meer bewijs nodig dat het zowel vanuit ethisch als strategisch oogpunt noodzakelijk is om afstand te nemen van het Israël van Netanyahu, want 
dat is een Israël dat steeds meer naar rechts opschuift, dat zich hysterisch gedraagt en toegeeft aan de persoonsverheerlijking van een Amerikaanse president die de vleesgeworden bedreiging is van vrijheid en rechtvaardigheid in alle democratieën.

    Daar zit Netanyahu voorlopig niet 
mee. Op de golven van een Israëlische publieke opinie die hem gunstig gezind is, rijgt de premier de successen aaneen: van Trumps beslissing om uit het nucleaire akkoord met Iran te stappen tot de Amerikaanse erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van de Joodse staat, tot de overwinning van zangeres Netta Barzilai op het Eurovisie Songfestival. Zijn bondgenootschap met Trump blijft hem voordeel opleveren. 
Is de laatste niet tot ‘Vorst van het Mededogen’ uitverkoren door de Sefardische opperrabbijn Yitzhak Yosef, die zwarten onlangs vergeleek met apen?

    De reputatie van Israel ligt aan scherven. En wel voor langere tijd. Wanneer een zeer modern, met alle toeters en bellen uitgerust leger een menigte aanvalt die slechts gewapend is met stenen en vliegers, dan is een pr-ramp onvermijdelijk. Geen enkel theaterstukje kan de doden en gewonden wegwissen.

    Als katalysator van de herdenking van de Nakba [de Palestijnse nederlaag in 1948], kon Hamas zich niets beters wensen dan de ambassadeceremonie en de onvermijdelijke woede-uitbarsting van de Palestijnen. Voor langere tijd zal de internationale publieke opinie niets anders zien dan een strijd tussen sterk en zwak, tussen bezetters en zij die worden bezet, tussen de onzindelijke hoop van een harteloze staat (Israël) en wanhoop.

    Ach, naar de hel met de rampzalige en voorspelbare gevolgen van die ambassadeverhuizing! De ultieme hoop op vrede is voor lange tijd gesmoord en het uitbreken van een Derde Intifada heeft nog nooit zo dichtbij geleken. Laten we gewoon doorgaan tot het 
te laat is! Wat telt is dat de Israëliërs schaamteloos hun fortuin tentoonspreiden, in de hoop dat de Palestijnen kopje-onder gaan in moedeloosheid en neerslachtigheid. Geduld zal ons leren of deze ‘historische dag’ van 14 mei vol ongeluk en bloed de voorbode was van een ‘lente van hoop’, of – wat meer voor de hand ligt – van een winter van wanhoop, een seizoen en een stemming die wij zo goed delen met andere volkeren in het Midden-Oosten.

    Auteur: Chemi Shalev
    Vertaler: Carl Stellweg

  • Dit is de man naar wie Xi Jinping luistert

    Dit is de man naar wie Xi Jinping luistert

    Xia Ming, hoogleraar politieke wetenschappen in New York, schetst een portret van zijn voormalige studiegenoot Wang Huning, de belangrijkste adviseur van de Chinese president.

    Hij heeft zich weten te onderscheiden in een vijver van 1,4 miljard mensen, en dat verdient op zichzelf al respect! Of je nu met de prins of de tijger optrekt, het is één pot nat. Wang Huning heeft zich aangepast aan de politieke zeden van Zhongnanhai, de zetel van de Chinese regering, om er drie generaties monarchen te dienen. Dankzij zijn grote kennis van het raderwerk van de staat is hij steeds verder opgeklommen, een onmiskenbaar teken van zijn opmerkelijke intellectuele en emotionele kwaliteiten. Maar weinig mensen zullen die kwaliteiten betwisten: hij is een innemende man die in staat is om een missie tot een goed einde te brengen en problemen op te lossen, en hij loopt niet met zijn talenten te koop. Toch gaan we hier proberen zijn profiel wat verder uit te diepen.

    Ik heb Wang Huning veelvuldig meegemaakt tussen 1981 en 1991 op de faculteit voor Internationale politiek van de Fudan-universiteit in Shanghai. In die tijd verkeerde hij nog niet in de hoogste kringen, zodat het mogelijk was zijn ware gezicht en zijn werkelijke karakter te zien. En ook al heb ik een jaar of twintig geen direct contact meer met hem gehad, ook daarna heb ik zijn levensloop kunnen volgen aangezien onderzoek naar de Chinese politiek mijn vakgebied is.

    Hervormingstendensen

    We zaten op dezelfde faculteit en woonden beiden in gebouw nr. 7 op de campus van Fudan. In 1981, toen ik aan mijn bachelor begon, was Wang, die tien jaar ouder is dan ik, bezig met zijn master. Na zijn afstuderen werd hij docent op Fudan en in het studiejaar 1982-1983 heb ik colleges geschiedenis van het westerse politieke denken bij hem gevolgd. In die tijd volgde hij als docent nog het voetspoor van zijn eigen leermeester Chen Qiren, hoogleraar politieke economie en een orthodoxe marxistisch leninist.

    Maar naarmate de belangstelling voor het westerse denken en de hang naar politieke hervormingen toenamen, wist Wang Huning zijn vergelijkend onderzoek naar politieke regimes steeds verder uit te breiden. In de jaren tachtig kwamen onze interessesferen dichter bij elkaar te liggen. Hij en mijn scriptiebegeleider waren in 1987 samen verantwoordelijk voor het ‘Politieke verslag van het dertiende Partijcongres van de Communistische Partij van China’. De tekst van Wang is getiteld ‘Scheiding van partij en staat’ en ik heb meegeschreven aan het hoofdstuk ‘Deconcentratie van machten’, twee typerende thema’s voor de hervormingstendensen in de jaren tachtig, waartoe Deng Xiaoping in 1979 de aanzet had gegeven.

    We zijn allebei in 1984 lid geworden van de Communistische Partij van China en ik heb lange tijd tot dezelfde cel behoord als hij. Onze werkkamers waren trouwens maar een paar stappen van elkaar verwijderd. Tijdens mijn master hebben we vaak samengewerkt; ik heb bijvoorbeeld meegewerkt aan de redactie van enkele van zijn boeken, waaronder aan Fubai he fan fubai (‘Corruptie en strijd tegen corruptie’).

    Maar in 1989 werden we ongewild tegenstanders. In februari van dat jaar liet de universiteit haar studenten ‘de beste jonge docent’ kiezen, en ik eindigde volgens een van mijn studenten, de vicevoorzitter van de studentenvereniging, op de eerste plaats. Maar als gevolg van een ‘democratische centralisering’ van de uitslagen, een ironische verwijzing naar de handelwijze van de Communistische Partij, was het Wang Huning die won. Kort daarna spatte de democratische studentenbeweging van 1989, bekend van het bloedig onderdrukte Tiananmenprotest, uit elkaar.
    Wang had zonder aarzelen de kant van Partij en regering gekozen, terwijl ik de kant van de studenten koos. Van toen af aan hebben onze wegen zich gescheiden. Na deze gebeurtenissen besloot ik naar de Verenigde Staten te gaan om te promoveren, terwijl Wang aan zijn beklimming van de machtsladder begon.

    President Xi Jinping in de Grote Volkszaal in Beijing met zijn gevolg: premier Li Keqiang (r), Li Zhanshu (l) en Wang Huning. – © AP
    President Xi Jinping in de Grote Volkszaal in Beijing met zijn gevolg: premier Li Keqiang (r), Li Zhanshu (l) en Wang Huning. – © AP

    In de ogen van de meeste mensen is Wang Huning een gevierde geleerde, maar in werkelijkheid draagt hij de littekens van zijn tijd met zich mee. Hij heeft proefschriften begeleid, maar zelf heeft hij nooit een bachelor gedaan en is hij nooit gepromoveerd [zie de bio onder aan de tekst].
    Omdat Wang Huning geen klassieke opleiding heeft genoten, vertoont zijn onderzoek grote methodologische tekortkomingen en een gebrek aan conceptualisering. Wanneer hij bijvoorbeeld een historische ‘balans’ opmaakt van de corruptie in China, volstaat hij met een gedetailleerde en subjectieve beschrijving, zonder zich ooit (of vrijwel nooit) in oorzaak en gevolg te verdiepen. Dat heeft hem 
uiteindelijk vatbaar gemaakt voor de 
theorieën van de Chinese ‘nationale specificiteit’, al in zwang sinds het begin van de eenentwintigste eeuw, 
en van het ‘cultuurrelativisme’.

    Desondanks heeft Wang Huning ontdekt hoe hij moet slagen. In zijn boek over corruptie onderkent hij de ‘alomvattende, allesoverheersende aard van de Chinese overheid’, die systematisch tot uitdrukking komt op elke positie binnen een complex hiërarchisch systeem. Gedurende zijn hele carrière heeft hij zijn ellebogen gebruikt om een begeerde positie te bereiken, om vervolgens de aan die positie verbonden voordelen te monopoliseren en de weg naar een nog hogere functie te vinden.

    In 1986, toen hij betrokken werd bij het schrijven van het politieke verslag van het dertiende Partijcongres, begon Wang Huning een sterke neiging tot “neo-autoritarisme” te vertonen

    Wang is een typische apparatsjik. Hij is geboren in Shanghai in een familie van middelhoge ambtenaren en trouwde met een van zijn medestudenten, Zhou Qi, wier vader hoogleraar-onderzoeker was aan het Instituut voor Contemporain Internationaal Onderzoek in Beijing. Daarna begon een carrière die nauw verbonden was met het Partijapparaat.

    Begin jaren tachtig behoorden de briljantste jonge onderzoekers op de campus van Fudan bijna allemaal tot het liberale kamp, dat economische en sociale hervormingen voorstond, en in mindere mate politieke hervormingen. Maar nadat tijdens een seminar van de filosofische faculteit van Fudan het marxistisch leninisme ter discussie was gesteld, werden ze het doelwit van een ‘campagne tegen geestelijke vervuiling’ die werd gelanceerd in 1983.

    Toen Wang Huning in 1984 lid werd van de Partij, werd Wang Bangguo, hoofd van het onderzoekslaboratorium en de politicologische faculteit van Fudan, zijn mentor, met de bedoeling het liberale tij te keren. Met steun van hogerhand maakt Wang Huning daarna een bliksemcarrière. Hij werd de jongste universitair hoofddocent van Fudan. Dat was slechts de voorbode van talrijke andere roemrijke titels. Volgens sommigen is hij ‘gesmeed door de Partij’. Waarschijnlijk is in elk geval dat hij in die tijd de aandacht trok van Zeng Qinghong, destijds adviseur van Jiang Zemin in het stadhuis van Shanghai.

    In 1986, toen hij betrokken werd bij het schrijven van het politieke verslag van het dertiende Partijcongres, begon Wang Huning een sterke neiging tot ‘neo-autoritarisme’ te vertonen, een stroming die zowel economisch liberalisme als een moderne dictatoriale macht voorstond en het liberaal-democratische gedachtegoed een halt wilde toeroepen. Toen de democratische beweging in 1989 uit elkaar spatte, nam hij het op voor Jiang Zemin, die door de liberale intellectuelen werd bekritiseerd omdat hij in mei van dat jaar de Shijie Jingji Daobao (World Economic Herald) had gesloten, een van de eerste liberale kranten van China, met als motief dat deze de democratische beweging ‘begunstigd’ zou hebben. Na het bloedbad van 4 juni 1989 op het Tiananmenplein in Beijing is het aantal liberalen in universitaire en politieke kringen in China vrijwel gedecimeerd, door middel van repressie of verbanning.

    Chinese Hegel

    Voor een vertegenwoordiger van het neo-autoritarisme als Wang Huning openden zich nieuwe horizonten. Hij werd de architect en goochelaar van een steeds reactionairder politiek regime.

    Wang was tamelijk sterk beïnvloed door het marxistisch leninisme en andere Europese politieke theorieën. Ik herinner me dat in zijn colleges over de geschiedenis van het westerse politieke denken zijn bewondering voor Plato doorklonk, de ‘koning van de filosofie’, en voor boeken als De vorst van Niccolò Machiavelli en Leviathan van Thomas Hobbes. Zijn masterscriptie ging over nationale soevereiniteit, een geliefd onderwerp van de Franse politiek filosoof Jean Bodin (1529-1596), die manieren bestudeerde om de koning te helpen zijn absolute macht te consolideren en een eind te maken aan het feodalisme van de middeleeuwen.

    Hij was in zekere zin een Chinese Hegel, die het bestaan van een dictatoriaal regime verdedigde en van mening was dat ‘de staat zijn bestaan dankt aan de komst van God naar de wereld’ (Hegel, Hoofdlijnen van de rechtsfilosofie, 1820). Maar hij was ook een Chinese Heidegger, de beroemde filosoof die 
de denker van het fascistische regime werd. En als je in het politieke verslag van het negentiende Congres van de Communistische Partij van China, gepubliceerd in november 2017, de 
passage over de grote strijd, de grote werken en de grote dromen leest, te verwezenlijken door de Partij, moet je onwillekeurig ook aan een andere Duitse nazifilosoof denken, Carl Schmitt (1888-1985), voor wie ‘het specifieke politieke onderscheid het verschil tussen vriend en vijand is’. Met andere woorden, het belangrijkste van alles is om te weten wie er aan jouw kant staat en wie tot degenen behoort die bestreden moeten worden. Zonder deze potentieel dodelijke strijd zou de politiek niets voorstellen.

    Het is niet zo abnormaal om te denken dat de weg naar “een sterk leger voor een sterk land” uiteindelijk tot hetzelfde historische lot zullen leiden dat Duitsland en Japan was beschoren

    In zijn boek Meiguo fandui meiguo (Amerika tegen Amerika) uit 1991 poneert Wang Huning duidelijk voor welke uitdaging Azië naar zijn idee staat: dat Japan, het Land van de Rijzende Zon, de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog zware militaire klappen heeft toegebracht, en zware economische klappen in de jaren tachtig van de vorige eeuw, komt volgens hem doordat het individualisme, het hedonisme en de democratie zijn overwonnen door collectivisme, zelfopoffering en autoritarisme. Ziedaar de waarden 
en de historische ontknoping van de droom van een ‘rood Rijk van de Rijzende Zon’ dat hij samen met Xi Jinping wil realiseren.

    Momenteel is het niet zo abnormaal om te denken dat de weg naar ‘een sterk leger voor een sterk land’, waarvoor het politieke verslag van het negentiende Congres onder de bezielende leiding van Wang Huning pleit, en het idee dat ‘de Partij almachtig is in het hele land’, uiteindelijk tot hetzelfde historische lot zullen leiden dat Duitsland en Japan was beschoren. Toch schrijft Wang Huning in zijn boek Zhengzhi di rensheng (Een politiek leven) uit 1994: ‘Het is verschrikkelijk dat wij meestal niet in staat zijn lering te trekken uit de gruwelen van het verleden.’ Volgens sommigen is Wang Huning het prototype van een geleerde in regeringskringen die liever in de schaduw vertoeft. Hij heeft misschien ongefundeerde verwachtingen gewekt, maar hij heeft zich nooit de ideeën van Socrates toegeëigend, die een ‘paardenvlieg voor Athene’ wilde zijn en een ‘wereldburger’ (Plato, Apologie van Socrates). Zijn kritische geest is slechts op één ding gericht: het door het slijk halen van de westerse mogendheden. Wellicht zal hij er ooit in slagen herboren te worden en zichzelf te overstijgen door een eind te maken aan de symbiotische relatie die hij met de totalitaire machthebbers onderhoudt en China in een meer liberale en democratische richting kunnen stuwen.

    Toen ik in 1991 toestemming vroeg om Fudan te verlaten en in de Verenigde Staten te gaan studeren, zei Wang Huning me drie dingen: ten eerste dat hij zich niet tegen mijn vertrek zou verzetten; ten tweede dat de VS een grote machine was waarvan je absoluut het ritme diende te volgen om niet vermorzeld te worden; en ten derde dat zolang hij invloed had op Fudan, hij me altijd zou terugnemen als ik dat zou willen. Het eerste punt betrof een gunst aan mijn adres, het tweede was een nuttig advies en het derde zal me naar ik hoop nog eens van pas komen.

    In ‘Een politiek leven’ schrijft Wang Huning: ‘De politieke belofte is een begrip dat nadere uitwerking verdient; het is misschien het logische beginpunt voor het creëren van een politieke filosofie in China.’ Maar dit voornemen mag geen pact van Faust met de duivel worden. Noch op persoonlijk vlak, noch wat het land betreft.

    Auteur: Xia Ming
    Vertaler: Peter Bergsma

    Duanchanmei
    China | theinitium.com

    Duanchuanmei is een Chinese website, opgezet in 2015 door de advocaat Will Cai, die in Hongkong de kritiek kreeg dat hij op al te goede voet zou staan met Xi Jinping.