Tag: hollande

  • 2. Señora de minister

    2. Señora de minister

    Met elf vrouwen in het nieuwe kabinet is Spanje koploper in een wereldwijde trend. Benoem je als regeringsleider geen vrouwen, dan kun je tegenwoordig rekenen op afkeuring.

    Een actief beleid voor meer gendergelijkheid bij de overheid, dus evenveel mannen als vrouwen aan het hoofd van een ministerie of op andere kabinetsposten, leek lange tijd voorbehouden aan vrouwvriendelijke Scandinavische landen en zeer vooruitstrevende landen als Canada en Costa Rica. Dat is nu verleden tijd.

    De onlangs gekozen president van Mexico, Andrés Manuel López Obrador, die in december zal aantreden, heeft laten weten dat vrouwen acht posities zullen bekleden binnen zijn zestienkoppige regering – en daar valt ook de machtige positie onder van minister van Binnenlandse Zaken.

    En de nieuwe premier van Spanje, Pedro Sánchez, heeft onlangs als eerste wereldleider op bijna tweederde van de kabinetsposten vrouwen benoemd. Geen enkel ander land ter wereld heeft een hoger percentage door vrouwen geleide ministeries. Dertig jaar geleden had Spanje helemaal geen vrouwelijke kabinetsleden.

    In de Verenigde Staten bekleden vrouwen maar net 20 procent van alle posities binnen de regering en in het Verenigd Koninkrijk ligt dat percentage op 28. Wereldwijd is het gemiddelde 18,3 procent.

    Als politicologen die onderzoek hebben gedaan naar de vertegenwoordiging van vrouwen in verschillende kabinetten, hebben wij de indruk dat de snelle opkomst van het aantal vrouwen dat in Spanje aan de macht komt, staat voor een trend die wereldwijd valt waar te nemen: zodra vrouwen eenmaal zijn doorgedrongen tot de hoogste regeringsniveaus, neemt hun aantal vrijwel altijd toe. Dit noemen we ‘de betonnen vloer’ van de politieke vertegenwoordiging van vrouwen. Wil een democratische regering tegenwoordig draagvlak hebben – met andere woorden: wil de bevolking vertrouwen hebben in de beslissingen van die regering – dan moeten er vrouwen in die regering zitten.

    Spaanse doorbraak

    Het is niet zo dat bij elke nieuwe regering het aantal vrouwen automatisch stijgt. Maar als je kijkt naar de samenstelling van nieuw geformeerde regeringen – dus kabinetten die vlak na een verkiezing zijn samengesteld – in Spanje, Frankrijk, Australië, de Verenigde Staten, Canada, Chili en het Verenigd Koninkrijk in de periode 1929-2016, dan zien we dat het percentage vrouwen in die landen cumulatief toeneemt, dwars door de tijd en de politieke scheidslijnen heen.

    Na veertig jaar dictatuur onder generaal Francisco Franco werd Spanje in 1977 weer een democratie. Maar het zou nog ruim tien jaar duren voordat er ook vrouwen werden benoemd in de nieuw geformeerde democratische regering van Spanje. Spanjes historische doorbraak kwam in 2004, toen de socialistische premier José Luis Rodríguez Zapatero, die zichzelf als feminist bestempelt, het eerste gendergelijke kabinet van het land benoemde: acht vrouwen en acht mannen. Momenteel worden elf van de zeventien ministersposten in Spanje bekleed door vrouw. Dat geldt – voor het eerst in de geschiedenis van Spanje – ook voor de post van minister van Financiën.

    De recente geschiedenis van Frankrijk laat een vergelijkbaar beeld zien. In 2007 benoemde president Nicolas Sarkozy zeven vrouwen in zijn vijftienkoppige kabinet. Zijn voorganger, de socialist François Hollande, had zeventien vrouwen in zijn 34-koppige kabinet. Toen president Emmanuel Macron in 2016 campagne voerde, beloofde hij een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen. Momenteel telt zijn kabinet elf mannen en elf vrouwen.

    Ons onderzoek heeft uitgewezen dat leiders die hun macht gebruiken om het aantal vrouwen in hun kabinet te vergroten, daar nooit voor worden afgestraft door het electoraat en er zelfs wereldwijd voor worden geroemd. Nog maar een paar jaar geleden kreeg de Canadese premier Justin Trudeau vanuit de hele wereld lof toegezwaaid omdat hij een gendergelijk kabinet had samengesteld. De reden? We leven in 2015, zei hij tegen journalisten.

    Leiders die beduidend minder vrouwen benoemen dan hun voorgangers, riskeren daarentegen veel kritiek van zowel de media als hun politieke tegenstanders. Het kan hun kiezers kosten.Toen de Australische premier Tony Abbott in 2013 maar één vrouw in zijn kabinet benoemde, moest hij dat ‘beschamende’ besluit verdedigen tegenover zijn kiezers, de oppositie en de media. Het kabinet van zijn voorganger telde drie vrouwelijke leden. Malcolm Turnbull nam twee jaar later Abbotts positie over en benoemde al snel vijf vrouwen in zijn team.

    Een nieuwe generatie van vrouwelijke leiders.
    Een nieuwe generatie van vrouwelijke leiders.

    Elk gendergelijk kabinet lijkt de verwachting te wekken dat er in een volgend kabinet minstens evenveel vrouwen zullen zitten. We hebben een aantal voorbeelden gevonden van leiders die minder vrouwen benoemden dan hun voorganger. Maar meestal zijn de verschillen marginaal.

    De in 1990 gekozen president Patricio Aylwin, die de eerste Chileense regering na de dictatuur vormde, benoemde op slechts 5 procent van alle regeringsposten een vrouw. De eerste vrouwelijke president van Chili, de socialist Michelle Bachelet, vormde in 2006 een gendergelijke regering; vier jaar later benoemde haar conservatieve opvolger, Sebastián Piñera, zeven vrouwen in zijn 23-koppige kabinet.

    Hoewel zijn regering niet gendergelijk was, waren vrouwen er beduidend meer in vertegenwoordigd dan in de regeringen van vóór Bachelet. Dit is een duidelijk bewijs dat het principe van de ‘betonnen vloer’ ervoor zorgt dat vrouwen deel uitmaken van de regering. In tegenstelling tot het ‘glazen plafond’ – de subtiele, onzichtbare barrière die voorkomt dat vrouwen op machtige posities komen – wordt de betonnen vloer duidelijk erkend door alle leiders die wij hebben bestudeerd.

    Een vergelijkbare standaard is van toepassing op andere vormen van politieke vertegenwoordiging in enkele landen die wij hebben bestudeerd. In Canada en de Verenigde Staten is een exclusief wit kabinet nauwelijks meer denkbaar. President Lyndon Johnson benoemde in 1966 als eerste een Afro-Amerikaan in zijn kabinet: Robert C. Weaver, minister van Volkshuisvesting en Stedelijke Ontwikkeling. Lincoln MacCauley Alexander werd in 1979 de allereerste zwarte minister van Canada.

    De enige zwarte parlementariër in Spanje, Rita Bosaho, is pas in 2015 gekozen. In Spanje heeft nog nooit iemand uit een etnische minderheidsgroep een kabinetspost bekleed

    Ondertussen zijn de regeringen in Duitsland en Spanje – landen met een steeds gevarieerdere bevolkingssamenstelling – nog altijd vrijwel exclusief wit. De enige zwarte parlementariër in Spanje, Rita Bosaho, is pas in 2015 gekozen. In Spanje heeft nog nooit iemand uit een etnische minderheidsgroep een kabinetspost bekleed.

    In de zeven landen waarnaar wij hebben gekeken, was gender ons enige criterium bij het bestuderen van de verdeling van de posten. In die landen is al een kwart eeuw geen exclusief mannelijke regering meer geweest. Vrouwen maken de helft uit van de wereldbevolking. Dat gegeven wordt nu meer en meer zichtbaar binnen democratische regeringen – en dat is een duidelijk onomkeerbaar proces.

    Auteurs: Karen Beckwith en Susan Franceschet

    The Conversation
    Verenigd Koninkrijk | theconversation.com

    Het Britse broertje van de Australische website The Conversation, een onafhankelijke site voor nieuws en opinie, bezien vanuit overwegend academisch oogpunt. De site werd in 2011 opgericht door een groep journalisten en verwierf in korte tijd groot aanzien.

  • 5. De president als krijgsheer

    5. De president als krijgsheer

    Een jaar na zijn verkiezingsoverwinning zette Macron voor het eerst militair geweld in.

    Nadat hij de toon eerst flink had opgevoerd, gaf de Franse president zijn strijdkrachten uiteindelijk opdracht toe te slaan in Syrië. Een beslissing waarmee hij zich onderscheidt van eerdere presidenten.

    Het symbool was er meteen al, vanaf zijn eerste minuten als staatshoofd. Nauwelijks had hij zijn ambt aanvaard, of Emmanuel Macron verliet op 14 mei 2017 het Elysée om de Avenue des Champs-Elysées op te rijden aan boord van een geblindeerde command car, een verkennings- en ondersteuningsvoertuig dat veel bij interventies in Afrika wordt gebruikt. Vanaf het begin heeft de president willen tonen dat hij, ondanks zijn jeugdige leeftijd – hij behoort tot de generatie die niet meer dienstplichtig is – van plan is zich 
ten volle te kwijten van zijn taak als militair opperbevelhebber.

    Symbolen zijn één ding, daden een ander. Tot dusver legde Emmanuel Macron een zekere terughoudendheid aan de dag. Hoewel hij niet besloot Franse troepen uit het buitenland terug te roepen, bijvoorbeeld uit de Sahel, waar het plaatselijke leger nog niet wordt geacht het stokje te 
kunnen overnemen, waagde hij zich ook niet op nieuwe fronten. In die zin verschilde zijn handelwijze van die 
van zijn voorganger François Hollande.

    Macron in een militair voertuig op de Champs Elysées op de dag van zijn inauguratie. – © Michel Euler / HH
    Macron in een militair voertuig op de Champs Elysées op de dag van zijn inauguratie. – © Michel Euler / HH

    Drie uur ’s ochtends op 14 april jongstleden was dus een historisch keerpunt. Het moment waarop de president, door zich in het tenue van een krijgsheer te hullen, in alle eenzaamheid de ultieme beslissing moest nemen, namelijk de inzet van militair geweld. ‘Ik heb de Franse strijdkrachten bevel gegeven 
te interveniëren in het kader van een internationale operatie die samen met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk werd uitgevoerd, en die was gericht tegen het verboden chemische arsenaal van het Syrische regime,’ verklaarde Macron in een communiqué. Hij voegde eraan toe dat het Franse parlement krachtens artikel 35 over de interventie zal debatteren.

    Direct daarna werd er een officiële foto openbaar gemaakt, waarop het staatshoofd te zien is in de Jupiterbunker, het militaire commandocentrum onder het Elysée, samen met minister Florence Parly van Defensie, de presidentiële stafchef Bernard Rogel, de stafchef van de Franse strijdkrachten François Lecointre en andere hoge militairen. Op het moment dat de foto werd gemaakt ‘hadden we al actie ondernomen en liet de president zich informeren over het verloop van de missie’, zei een van de deelnemers tegen Reuters. De foto doet denken 
aan de fameuze scène waarin Barack Obama getuige is van de inval in de Pakistaanse woning van Osama Bin Laden in 2011.

    Dit keer staat Frankrijk er in 
militair opzicht niet alleen voor, zoals in augustus 2013, toen François 
Hollande bij gebrek aan steun van de Amerikanen en de Britten moest afzien van een aanval op het regime van Bashar al-Assad

    Tijdens de spoedvergadering van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties feliciteerde de president zichzelf met ‘de uitstekende coördinatie tussen onze strijdkrachten en die van onze Britse en Amerikaanse bondgenoten’. Hij drong er vervolgens op aan dat de Veiligheidsraad ‘eensgezind initiatieven zou nemen ten aanzien van 
politieke, chemische en humanitaire kwesties in Syrië om de burgerbevolking te beschermen en eindelijk de vrede in het land te laten terugkeren’. Daarna telefoneerde hij met respectievelijk Donald Trump en Theresa May.

    De afgelopen dagen heeft Emmanuel Macron de toon opgevoerd door op 
TF1 te verklaren dat hij ‘bewijs’ had dat er chemische wapens waren gebruikt. Vanaf dat moment kon hij moeilijk terug. ‘Hij heeft zich de afgelopen weken afgebeuld in de coulissen en zeer belangrijke telefoongesprekken gevoerd met Erdogan, Poetin en de Iraanse president Rohani,’ deelde 
een minister enkele dagen geleden vertrouwelijk mee.

    Maar dit keer staat Frankrijk er in 
militair opzicht niet alleen voor, zoals in augustus 2013, toen François 
Hollande bij gebrek aan steun van de Amerikanen en de Britten moest afzien van een aanval op het regime van Bashar al-Assad. Dit keer worden de Franse aanvallen samen met Washington en Londen uitgevoerd.

    Auteur: Marcelo Wesfreid
    Vertaler: Peter Bergsma

    Le Figaro
    Frankrijk | dagblad | oplage 313.010

    Grote, rechts georiënteerde zakenkrant. Eigendom van de zakentycoon Serge Dassault, die regelmatig de neiging moet onderdrukken om zich persoonlijk met de inhoud te bemoeien.

  • 1. Frankrijk, het zwakke broertje van Europa?

    1. Frankrijk, het zwakke broertje van Europa?

    Eigenlijk maakt het weinig uit welke president de Fransen dit jaar kiezen, schrijft de Brit John Gray. De verkiezingsuitslag zal sowieso bijdragen aan de politieke instabiliteit van Europa.

    Het is nog te vroeg om de volledige impact in te schatten van de Oostenrijkse presidentsverkiezingen en het constitutionele referendum in Italië. De overwinning van de door de Groenen gesteunde kandidaat in Oostenrijk toont een Europees electoraat dat weigert een president te kiezen van een organisatie die werd opgericht door een voormalige SS-officier. Maar de Oostenrijkse Vrijheidspartij van Norbert Hofer is erin geslaagd 47 procent van de stemmen naar zich toe te trekken, en met deze mate van steun onder het volk kan zij nog steeds de grootste partij van het land worden bij de parlementsverkiezingen die in september 2018 gehouden zouden moeten worden, maar nu wellicht worden vervroegd. In dat geval kan de leider van de FPÖ bondskanselier worden. De sluipende vooruitgang van extreemrechts in Europa maakt misschien even pas op de plaats, maar is nog geen halt toegeroepen.

    De verpletterende nederlaag van de Italiaanse premier Matteo Renzi, die heeft gezegd dat hij ontslag zal nemen na zijn verlies in het referendum van 4 december, moet in een soortgelijk licht worden bezien. De voornaamste begunstigde zal de Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo zijn, die een referendum eist over het Italiaanse lidmaatschap van de eurozone en algemene verkiezingen begin dit jaar.

    Grillo’s beweging is geen Italiaanse versie van de FPÖ, maar kent wel verontrustende antisemitische onderstromingen. De uitslag zou echter ook de extreemrechtse, separatistische Lega Nord de wind in de zeilen kunnen geven, evenals Silvio Berlusconi’s Forza Italia. Maanden van politieke onzekerheid zullen de plannen laten ontsporen om het fragiele banksysteem van Italië aan te pakken. Als een van de genoemde drie partijen dit jaar tot de regering toetreedt, zal de euro zelf ter discussie komen te staan.

    Shocktherapie

    Het patroon zou herhaald kunnen worden in Frankrijk. François Hollande kondigde op 2 december aan dat hij geen herverkiezing zal nastreven, en het is de eerste keer in de geschiedenis van de Vijfde Republiek dat een president op deze manier het toneel verlaat. Zijn Parti Socialiste zal deze maand presidentiële voorverkiezingen houden, maar nu iedere centrumlinkse kandidaat het loden gewicht van het presidentschap van Hollande moet torsen, lijkt het waarschijnlijk dat het bij de uiteindelijke verkiezingsstrijd zal gaan om twee figuren van rechts: de kandidate van het Front National, Marine Le Pen, en de kandidaat van de centrumrechtse Republikeinen, François Fillon. Velen die – terecht – wantrouwig staan tegenover de bewering van Le Pen dat zij haar partij ‘ontgift’ heeft, putten enige troost uit de overtuiging dat Fillon zo’n strijd met gemak zal winnen. Toch is dit verre van zeker, en een overwinning van Fillon zou de toestand in Europa niet stabiliseren. Welke kandidaat ook komt bovendrijven, de uiteenvallende internationale orde zou opnieuw een stevige tik oplopen.

    Fillon, een voormalige premier onder Nicolas Sarkozy, is opgehemeld als een katholieke conservatief die de provinciale bourgeoisie kan aanspreken, maar tevens een dosis thatcheristische shocktherapie aan het krakende Franse economische model kan toedienen. (Fillon is in sociale kwesties nóg minder progressief dan Margaret Thatcher ooit is geweest, maar dat zullen we maar even laten passeren.) Je hoeft geen helderziende te zijn om in te zien dat deze twee rollen met elkaar conflicteren. Net als het neoliberalisme overal heeft het thatcheristische beleid een groot deel van de middenklasse in Groot-Brittannië in een precaire positie gebracht. De meeste Britten hebben geen arbeidszekerheid en gaan een onzekere oude dag tegemoet, en kunnen zich geen tijd herinneren dat ze konden sparen en plannen maken voor de toekomst.

    De voorstellen van Fillon – onder meer het ontslaan van een half miljoen ambtenaren en het terugdringen van de overheidsuitgaven met 100 miljard euro binnen vijf jaar – zouden een grote bijdrage leveren aan het vernietigen van de levensstijl van de Franse middenklasse. In de praktijk is er geen enkel reëel vooruitzicht dat zo’n programma ook daadwerkelijk ten uitvoer kan worden gelegd. Het thatcherisme was mogelijk en, op zijn eigen economische voorwaarden, succesvol, omdat het werd toegepast toen Groot-Brittannië niet onder deflatie gebukt ging. De bezuinigingen op de openbare voorzieningen hebben een tijdje tot hogere werkloosheid geleid, maar de economie niet over de rand geduwd en in een afgrond laten vallen.

    5727c9fef0ef4442b34082649724a6de 0

    Toch is dat precies wat een soortgelijk programma vandaag de dag in Frankrijk zou bewerkstelligen, niet in de laatste plaats omdat Frankrijk geen flexibele nationale munt heeft die een deel van de spanningen zou kunnen opvangen.

    De politieke situatie in beide landen is ook heel verschillend. Thatcher had geen serieuze oppositie, omdat Labour – toen zij Tory-leider werd – naar extreemlinks was opgeschoven, en vervolgens in tweeën was gesplitst door de vorming van de SDP. Fillon wordt daarentegen geconfronteerd met een krachtige uitdaging van de kant van Le Pen, die zich aan de kant van extreemlinks in Frankrijk zal scharen door zijn programma als economisch vandalisme te veroordelen. Dat is een standpunt dat het goed zal doen bij de machtige Franse vakbonden, die Fillon heeft beloofd te zullen verpletteren, en bij delen van de conservatieve middenklasse. Omdat het zichzelf met de falende status quo heeft geïdentificeerd, lijkt centrumlinks buitenspel te staan.

    Frankrijk kent geen traditie van het conservatisme van de ‘kleine overheid’, en vijandigheid jegens het marktkapitalisme heeft altijd tot het programma van extreemrechts behoord. Het idee was dat het Franse, op meerdere partijen en meerde rondes gebaseerde systeem van de presidentsverkiezingen tot in de oneindigheid zou kunnen verhinderen dat extreemrechts aan de macht zou komen. De stank die de familie van Le Pen en veel van haar aanhangers omringt zou voor welke Franse meerderheid dan ook te veel zijn om haar ooit in het Élysée te doen belanden. Maar bij een strijd met een neoliberale kandidaat, in een tijd dat het bezuinigingsbeleid zwaar in diskrediet is geraakt, kan een dergelijke uitkomst niet langer als vanzelfsprekend worden beschouwd. Als zij in staat is de risico’s van Fillons thatcheristische programma aan een breed scala kiezers duidelijk te maken, kan Le Pen dit jaar dichter bij de macht komen en bij de algemene verkiezingen daarna een overtuigende gooi naar het presidentschap doen. Volgens sommige berichten is dat de uitslag waar zij en haar adviseurs op hopen, en waar hun plannen op gericht zijn. Als het plan bij de verkiezingen dit jaar lijkt te werken, is nauwelijks minder choquerend dan een regelrechte overwinning.

    Door het ultraliberale project na te streven van een grenzeloos continent zorgen Europa’s heersende elites ervoor dat juist het tegenovergestelde gestalte krijgt

    Zelfs een overtuigende verkiezingswinst voor Fillon zou méér problemen inhouden voor wat nog steeds met enige tederheid wordt omschreven als de liberale internationale orde. Hij heeft op ondubbelzinnige wijze opgeroepen tot een verreikende détente met Moskou – door bijvoorbeeld de sancties tegen Rusland te beëindigen, de opdeling van Oekraïne te aanvaarden en de Russische interventie in Syrië te steunen. Dat het islamisme en niet Vladimir Poetin het voornaamste gevaar voor Europa vormt, is een populair standpunt in Frankrijk en een groot deel van Europa. Wat de uitkomst van een strijd tussen Fillon en Le Pen ook zal zijn, de invloed van Rusland op het continent zal toenemen.

    De aard van de politieke opschudding in Europa wordt voortdurend verkeerd begrepen. Schrijver en horzel Bernard-Henri Lévy, een onverschrokken volger van de heersende mode, heeft net als vele anderen gezegd dat de kiezers niet langer in feiten of argumenten geïnteresseerd zijn. Maar ‘post-truth’-politiek is net als ‘populisme’ een term die vooral wordt gebruikt door progressieven die de zelfdestructieve gevolgen van hun buitensporige ideologie niet onder ogen durven zien. Zij zouden baat kunnen hebben bij een herwaardering van een idee dat een eerdere generatie progressieve denkers heeft aangesproken, namelijk dat de geschiedenis gehoorzaamt aan een wet van dialectische tegenstellingen. Door het ultraliberale project na te streven van een grenzeloos continent, waar nationale identiteiten er weinig toe doen, zorgen Europa’s heersende elites ervoor dat juist het tegenovergestelde gestalte krijgt.

    Helaas is er niets wat op een hogere synthese wijst. In Europa is weer eens een periode van langdurige wanorde aangebroken. Dat lijkt nog niet te zijn doorgedrongen tot degenen die pleiten voor een ‘zachte’ Brexit. Tegen de tijd dat overeenstemming is bereikt over een ‘zachte’ Brexit, zal het Europese politieke landschap onherkenbaar zijn veranderd.

    Auteur: John Gray

    John Gray is de voornaamste boekenrecensent van New Statesman. Zijn jongste boek is The Soul of the Marionette: A Short Enquiry into Human Freedom.

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 23.900

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.

  • De ontheiliging van 
het Franse presidentschap

    De ontheiliging van 
het Franse presidentschap

    Dat François Hollande zich heeft teruggetrokken als presidentskandidaat is ongekend sinds het begin van de Vijfde Republiek, maar past wel in de afkalving van het ambt, schrijft commentator Alain Duhamel.

    Normale presidenten bestaan niet meer, en een gelukkig presidentschap evenmin. François Hollande heeft ernstig, weemoedig en waardig aangekondigd af te zien van een tweede termijn. Hij had geen keus, maar hij pakte het goed aan. Met deze vernedering, die respect afdwong, wilde hij ook het verzwakte presidentschap beschermen.

    Twee keer eerder kreeg een zittende president – eerst Valéry Giscard d’Estaing en later Nicolas Sarkozy – geen tweede termijn, een bewijs van de verzwakking van het instituut. François Hollande, wiens kandidatuur bij de eerste ronde al geen vanzelfsprekendheid was, wilde niet het risico lopen dat hij door zijn eigen sympathisanten werd afgewezen. Deze ongekende situatie toont aan dat in de Vijfde Republiek, die nu juist was bedoeld om het primaat van de uitvoerende macht te herstellen, het presidentschap ontheiligd is.

    Aan de kaak gesteld

    Dat presidentschap was sinds 1958 niet alleen de hoeksteen van de Franse instituties, maar ook het dwangmatige middelpunt van het politieke leven. Een president van de Vijfde Republiek beschikt over meer macht en privileges dan enig ander democratisch gekozen staatshoofd. Het is dus de Franse specificiteit die momenteel wankelt.

    De burgers houden terecht vast aan hun grote democratische macht, die erin bestaat dat ze zelf hun president kiezen. De keuze voor een president is daarmee elke vijf jaar de grondslag van de Franse democratie. Maar tegelijkertijd wordt de macht van de republikeinse monarch die door het soevereine volk is gekozen voortdurend aan de kaak gesteld. Sinds Georges Pompidou heeft elke president ofwel een coalitie moeten sluiten (François Mitterand en Jacques Chirac), en dus een groot deel van zijn macht uit handen moeten geven, of hij is er niet in geslaagd een tweede termijn te vervullen (Valéry Giscard d’Estaing en Nicolas Sarkozy) of heeft zelfs van een poging daartoe moeten afzien (François Hollande).

    Nicolas Sarkozy (l.), toen nog burgemeester van Neuilly, en premier Jacques Chirac in 1986. – © HH
    Nicolas Sarkozy (l.), toen nog burgemeester van Neuilly, en premier Jacques Chirac in 1986. – © HH

    Dat de Fransen dol zijn op hun presidentiële instituut, weerhoudt hen er niet van om hun president genadeloos af te straffen. Daarmee wordt het verketteren van de gekozen president een nationaal ritueel. De democratie van de Vijfde Republiek bestaat uit het kiezen en vervolgens afbranden van de gekozen leider. De Fransen blijven monarchistische koningsmoordenaars of bonapartisten die in opstand komen tegen de keizer.

    Dit heeft, zoals in alle democratieën, duidelijk te maken met de crises die zich al meer dan veertig jaar aaneenrijgen en die door regeringen niet of nauwelijks bedwongen kunnen worden. Het wordt nog versterkt door de extreme verpersoonlijking van het presidentiële systeem die door de dagelijkse informatiestroom wordt gevoed en waarmee de sociale netwerken nietsontziend de vloer aanvegen.

    De macht van de president is nog nooit zo zichtbaar en tegelijkertijd zo omstreden geweest. De vijfjarige ambtstermijn heeft dit proces alleen maar verergerd. Door de beknotting van het politieke leven en de druk om zich na twee of drie jaar presidentschap alweer tot een toekomstige kandidaat te transformeren, is het staatshoofd een deerniswekkend mikpunt geworden dat weldra uitgroeit tot een zondebok. De hypergemediatiseerde vijfjarige ambtstermijn is een roofdier, temeer omdat de nog maar nauwelijks gekozen president zich al snel in een minderheidspositie bevindt als gevolg van stemonthouding en snelle afbraak van de parlementaire meerderheid, die leidt tot oppositionele sabotage. Het Franse presidentschap is een monument dat met verwoesting wordt bedreigd.

    Nicolas Sarkozy sloeg op hol, François Hollande liet alles op zijn beloop. De een was veel te autoritair, de ander veel te weinig

    Maar ook de laatste presidenten zelf zijn hiervoor verantwoordelijk geweest. Jacques Chirac verzuimde de republiek te verenigen na zijn overwinning op Jean-Marie Le Pen. Nicolas Sarkozy, zo energiek tijdens crises, spreidde een deplorabele stijl en een pathologische alomtegenwoordigheid tentoon terwijl François Hollande, zodra hij het Palais de l’Elysée betrad, zich juist omgekeerd gedroeg, tot in het extreme. Nicolas Sarkozy communiceerde veel te veel, zijn opvolger vermeed iedere vorm van communicatie. Behalve bij dramatische gebeurtenissen (aanslagen, militaire initiatieven) heeft hij zich wars getoond van theater. Geen sterke symbolen, geen spectaculaire gebaren, geen grootse, principiële toespraken à la Mitterand, terwijl hij een uitstekende spreker kan zijn. Nooit een duidelijke politieke lijn, terwijl het hem in kleine kring niet aan scherpzinnigheid of coherentie ontbrak. Maar in het openbaar was het een en al wolligheid, contradicties en getalm. Alles wat hij goed deed werd op slag onzichtbaar, en alles wat hij verkeerd deed te zichtbaar. Nicolas Sarkozy sloeg op hol, François Hollande liet alles op zijn beloop. De een was veel te autoritair, de ander veel te weinig.

    Een zevenjarige ambtstermijn lijkt dus een veel redelijker keuze dan een vijfjarige. Maar één wezenlijk feit blijft: een rechtstreeks gekozen president moet de belichaming zijn van de macht, een krachtige lijn uitzetten en zich zo coherent mogelijk tonen tussen de verovering en de uitoefening van zijn ambt. Een utopie?

    Auteur: Alain Duhamel

    Libération
    Frankrijk | dagblad | oplage 151.000

    ‘Libé’ werd in 1973 opgericht door o.a. Sartre n.a.v. de studentenrevolte van mei 1986 tegen kapitalisme, consumisme en traditionele instituties.

  • 
‘Ik ben de enige die Marine Le Pen ruimschoots kan verslaan’

    
‘Ik ben de enige die Marine Le Pen ruimschoots kan verslaan’

    Alain Juppé (71) is de grote favoriet bij de komende Franse presidentsverkiezingen. Met Le Monde spreekt hij over Nicolas Sarkozy, de ‘hysterie’ van het islamdebat en zijn concept van de ‘gelukkige identiteit’.

    Steunt u het plan van de regering om de ‘jungle’ van Calais te ontmantelen en de migranten over heel Frankrijk te verdelen?

    ‘Met enige reserve. Het is onacceptabel dat Groot-Brittannië ons tegenwoordig mensen laat opnemen die het zelf niet wil hebben. We moeten de grens naar de andere kant van de tunnel verleggen. Daarna moeten we de bewoners van de “jungle” van Calais onderscheiden in degenen die vastbesloten zijn te blijven omdat ze asiel hebben aangevraagd en degenen die zich in een illegale situatie bevinden. Die laatsten moeten naar hun land worden teruggestuurd. De asielaanvragers moeten in kleine groepen – van niet meer dan twintig of dertig gezinnen – over het land worden verdeeld. En hun aanvraag moet snel behandeld worden om vast te stellen wie voor politiek asiel in aanmerking komt. De anderen moeten ook vertrekken.’

    Baart de afwijzende houding die de migrantenkwestie oproept u zorgen?

    ‘We moeten absoluut iets doen aan het klimaat dat momenteel in Frankrijk heerst. Alleen al het woord “moslim” lokt disproportionele hysterie uit. Natuurlijk onderken ook ik de ernst van de situatie. Volgens de laatste peiling van het Institut Montaigne accepteert meer dan twee derde van de moslims in Frankrijk de wetten van de Republiek. Maar een kwart van hen doet dat dus niet. Daar moet een intensief deradicaliseringsbeleid op worden losgelaten, in samenspraak met de verantwoordelijken van de moslimgemeenschap. Maar als aan de andere kant sommige commentatoren verklaren dat we voornamen die niet Gallisch klinken moeten verbieden, begint het absurd te worden. Onlangs zijn op de Place des Invalides de voornamen opgelezen van de slachtoffers van de aanslagen. Ik heb zowel “Myriam” gehoord als “Fatima” en “Mohamed”. We moeten de gemoederen tot bedaren brengen. Als we zo doorgaan, stevenen we af op een burgeroorlog. Ik ben voor burgerlijke vrede.’

    © Getty
    © Getty

    Bestaan er op rechts twee verschillende meningen over deze kwestie?

    ‘In mijn politieke familie bestaan twee tamelijk uiteenlopende stromingen: degenen die het geloof van de moslims als wezenlijk onverenigbaar met de Republiek beschouwen, en degenen die, zoals ik, vinden dat je niet iedereen over één kam moet scheren. Een moslim is geen terrorist. Zoals ik al zei, de meerderheid van hen is bereid de regels van de Republiek te respecteren. In algemene zin heb je mensen die teruggrijpen op het verleden en mensen die naar de toekomst kijken. Ik praat liever met jonge Fransen over de veranderende getalsverhoudingen in de wereld of over de nieuwe economische ontwikkelingsmodellen die we moeten bedenken tegen de opwarming van de aarde, waarvoor we zelf verantwoordelijk zijn. Ik wil niet tot in het oneindige teruggrijpen op het verleden.’

    Nicolas Sarkozy maakt zich momenteel sterk voor assimilatie en is van mening dat als iemand Fransman wordt, zijn voorouders Galliërs zijn…

    ‘Een paar jaar geleden zei hij precies het tegenovergestelde. In Nieuw-Caledonië en Polynesië heb ik Fransen ontmoet die erg aan hun land gehecht waren. Ik zou niet op het idee zijn gekomen om tegen hen te zeggen dat ze Galliërs waren! Dat is echt een polemiek uit een andere tijd.’

    Het debat tijdens de eerste ronde gaat voorlopig vooral over de identiteitskwestie. Betreurt u dat?

    ‘Dat is een kwestie die bij de Fransen speelt, dus dat is belangrijk. Ik benader het op mijn manier, en ik ben niet bang voor dat debat. Alles staat of valt met het doel dat ik voor ogen heb, het hervinden van onze “gelukkige identiteit”. De moeilijkheden en angsten van de Fransen zijn me genoegzaam bekend. Maar ik bijt me er niet in vast, ik ben geen onheilsprofeet. Ik wil de Fransen een hoopvolle toekomst bieden. De gelukkige identiteit is geen constatering, maar een doel.’

    ‘Gaan we ook alle religieuze symbolen uit de openbare ruimte verwijderen? De kruisbeelden op kruispunten kapotslaan?’

    Nicolas Sarkozy is tijdens zijn campagne opgeschoven naar rechts en beschuldigt u van een gebrek aan realisme. Wat is uw antwoord daarop?

    ‘Daar geef ik geen antwoord op. Bij alle verkiezingscampagnes zie je een verharding van de standpunten. Op een bepaalde manier is het mijne ook harder geworden, door de nadruk te blijven leggen op de gelukkige identiteit. Ik zie dat de kunst om zichzelf tegen te spreken uiterst wijdverbreid is. Nicolas Sarkozy zegt bijvoorbeeld dat we voorzorgsmaatregelen moeten nemen tegen het terrorisme, maar hij belooft tegelijkertijd de voorzorgsmaatregelen tegen klimaatverandering te verzachten. Waar is de samenhang?’

    Kort geleden reageerde u geërgerd op de vraag hoe u denkt over een ‘redelijk compromis’ op het gebied van de scheiding van kerk en staat.

    ‘Daarbij was sprake van kwade wil. Ik had naar de situatie in Quebec verwezen, met de woorden: “Er bestaan ook redelijke compromissen.” Ik had het over een land dat heel anders over de scheiding tussen kerk en staat denkt dan wij. Dat gezegd zijnde, is het echt nodig om onredelijk te zijn? Om kinderen te verplichten varkensvlees te eten in de kantine als ze dat niet willen? Dat is onredelijk. We moeten ons gezond verstand gebruiken en niet tot een extremistische scheiding vervallen. Gaan we ook alle religieuze symbolen uit de openbare ruimte verwijderen? De standbeelden van de maagd Maria verwijderen of de kruisbeelden op kruispunten kapotslaan? We zijn bezig gek te worden.’

    U stelt een gedragscode voor de scheiding tussen kerk en staat voor. Wat zet u daarin?

    ‘Ik stel voor dat er een handvest voor die scheiding wordt opgesteld. Dat is een tekst die de belangrijke wetten over de scheiding verenigt en herinnert aan belangrijke principes als de gelijkheid tussen man en vrouw. Daarna bekijken we het van geval tot geval. Ik heb altijd achter de tekst gestaan die het dragen van religieuze symbolen op scholen verbiedt. Over de nikab heeft de Raad van State zich duidelijk uitgesproken: die moet verboden worden, niet om religieuze redenen, maar omdat hij indruist tegen de noodzaak om in het openbare leven gezichten te kunnen herkennen. Dan krijg je daarna de kwestie van de hoofddoek op de universiteit, en dan die van de boerkini, en op een dag zal het over de lange rok gaan… Er moet een algemeen akkoord tussen de Franse moslims en de Republiek komen over de spelregels.’

    Met wie moet dit akkoord worden gesloten?

    ‘Het grote probleem is inderdaad het vinden van een medeondertekenaar. De peiling van het Institut Montaigne is verontrustend: de legitimiteit van de Franse moslimraad en van de mensen op wie wij steunen is zwak. De moslims die tegen de radicalisering willen strijden moeten zich organiseren. Ik doe een beroep op hen: zij zijn de enigen die er iets tegen kunnen doen. De zwijgende meerderheid van de moslims keert zich vierkant tegen iedere vorm van radicalisering. Laten ze dat zeggen en zich verenigen!’

    Hoe moet die strijd tegen radicalisering volgens u worden gevoerd?

    ‘Dat moet vooral in de gevangenissen gebeuren, die kweekvijvers zijn. Ik vind het schandalig dat de regering zich alleen afvraagt of er nieuwe cellen bij moeten komen, terwijl de detentieomstandigheden mensonwaardig zijn vanwege een chronische overbevolking. Ik stel voor dat er tienduizend nieuwe plaatsen worden gecreëerd en dat er, onder verantwoordelijkheid van de minister van Justitie, een penitentiaire politie komt die onderzoek doet in de gevangenissen en de gevangenbewaarders ondersteunt. Ten slotte zullen er deradicaliseringsafdelingen moeten komen.’

    ‘Ik wek waarschijnlijk minder hysterie op. De Fransen willen worden gerustgesteld door iemand met ervaring’

    Wat de strijd tegen het terrorisme betreft: steunt u het voorstel van Nicolas Sarkozy om alle mensen met een ‘fiche S’, mensen die een potentiële bedreiging vormen voor de staatsveiligheid, preventief in hechtenis te nemen?

    ‘Alle specialisten vinden dit een zinloze discussie. Allereerst omdat niet alle mensen met een “fiche S” banden hebben met het terrorisme. Bovendien kan het soms van belang zijn, net als bij de strijd tegen de zware criminaliteit, om mensen een zekere vrijheid te gunnen, zij het onder toezicht, om zo de netwerken te kunnen ontmantelen. Uiteindelijk vind ik dat aan de allergevaarlijkste lieden vrijheidsbeperkingen moeten worden opgelegd. In het kader van de noodtoestand kan men ze huisarrest geven. Men kan ze ook in een detentiecentrum plaatsen, mits een rechter daar toestemming voor geeft. Dat is mijn rode lijn. Anders krijgen we een Guantanamo-systeem, waarbij mensen zonder enig bewijs en zonder enige rechterlijke bemoeienis voor onbepaalde tijd gevangen worden gezet. Ik wil geen Guantanamo op z’n Frans!’

    Nicolas Sarkozy belooft de grondwet te wijzigen om de boerkini te kunnen verbieden, om mensen met een ‘fiche S’ preventief te kunnen opsluiten en om zich kunnen onttrekken aan het recht op gezinshereniging van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

    ‘Verkiezingsbeloften zijn één ding, maar de grondwet wijzigen! Wie kan zich trouwens voorstellen dat Frankrijk uit het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zou stappen?’

    Baart de opkomst van Nicolas Sarkozy in de peilingen u zorgen?

    ‘De peilingen voor de eerste ronde zijn onzeker, maar ze vertonen een bemoedigende tendens, vooral voor de tweede ronde, als het er echt op aankomt. Ik blijf er onvermoeibaar op wijzen dat iedereen op 20 en 27 november moet gaan stemmen, en dat de inzet hoog is.’

    Beschouwt u zichzelf als de grootste kanshebber op rechts om Marine Le Pen in 2017 te verslaan?

    ‘Als ik de peilingen mag geloven, ben ik de enige die haar in de eerste ronde voor kan blijven en haar in de tweede ruimschoots kan verslaan.’

    U wordt ervan beschuldigd te profiteren van de afkeer van Nicolas Sarkozy, zonder echt steun voor uw programma te zoeken. Uw bijeenkomsten zijn bijvoorbeeld weinig bezielend. Is dat niet noodzakelijk om te winnen?

    ‘Wie zegt dat? Overal in Frankrijk word ik met respect en nieuwsgierigheid ontvangen. Ik merk dat er veel steun is voor mijn betoog over hoop, over het feit dat Frankrijk nog niet naar de haaien is, dat ons land kan terugveren en in harmonie kan leven met respect voor onze eenheid en onze diversiteit. Ik wek waarschijnlijk minder hysterie op, maar meer enthousiasme. De Fransen willen worden gerustgesteld door iemand met ervaring, die hen probeert te verenigen. Niet tegenstellingen zijn het antwoord op de ongerustheid, maar saamhorigheid en rust onder de burgers.’

    Auteurs: Nicholas Chapuis en Alexandre 
Lemarié

    ALAIN JUPÉ

    2006-heden Burgemeester van Bordeaux

    2011-2012 Minister van Buitenlandse Zaken

    2010-2011 Minister van Defensie en Veteranen

    2004 In hoger beroep veroordeeld tot 14 maanden voorwaardelijk wegens onregelmatigheden in de partijfinanciën van de RPR

    1995-2004 Burgemeester van Bordeaux

    1995-1997 Minister-president

    1993-1995 Minister van Buitenlandse Zaken

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • Frankrijk: waar ontrouw een recht is

    Frankrijk: waar ontrouw een recht is

    In Frankrijk doet men niet moeilijk over een buitenechtelijk avontuurtje. Volgens de Franse Hoge Raad is het zelfs moreel aanvaardbaar. Waar komt die tolerantie vandaan?

    Het is nieuws dat boekdelen spreekt, maar waarover toch maar weinig gesproken wordt: ontrouw is in Frankrijk niet langer in strijd met de moraal. Zo oordeelde onlangs de Franse Hoge Raad in een zaak waarbij Valérie Trierweiler, de ex van president Hollande, betrokken was. Belangrijkste argument van de Raad: ontrouw is al veertig jaar niet meer strafbaar (sinds de wet van 11 juli 1975), en dus moet je niet vreemd opkijken dat mensen soms een scheve schaats rijden.

    De beslissing is de laatste in een lange rij gebeurtenissen die van Frankrijk niet alleen het land van de rechten van de mens maken, maar ook van de rechten van de ontrouwe mens. Vanwaar deze tolerantie? In de eerste plaats misschien omdat Fransen een beperkte definitie van bedrog hanteren. Deze kent twee varianten: of je bent een opportunist en hebt een tijdelijk avontuurtje, of je kiest ronduit voor een geheim dubbelleven, met twee huizen, twee Netflix-abonnementen en twee labradors.

    Flirten is geen bedriegen

    In de Verenigde Staten, daarentegen, is de zaak krankzinnig complex. Daar spreekt men van geautoriseerde ontrouw (in Frankrijk zouden we zoiets een vrije relatie noemen, zeker geen bedrog), van ontrouw om materiële redenen, van emotionele (platonische) ontrouw die onbedwingbaar kan zijn (voor de polyamoureuzen met een affectieve verslaving), van medische ontrouw (nymfomanie), van ontrouw uit wraak (‘als jij buiten de pot piest doe ik het ook’), van onbedoelde ontrouw (de erotische droom, maar ook, in sommige culturen, de ondergane verkrachting), de terechte ontrouw (als je geen enkele band meer hebt met je partner), de sabotageontrouw, bedoeld om je relatie kapot te maken, en ten slotte de financiële ontrouw, die impliceert dat je je uitgaven geheimhoudt, en eventueel ook je schulden (26 procent van de Amerikaanse mannen zou zijn banksaldo graag privé houden en 6 procent heeft een rekening waarvan zijn partner het bestaan niet kent).

    Daar komt nog bij dat de meeste Amerikanen het al als ontrouw beschouwen als je iemand zoent, bij iemand op schoot zit of iemands hand vasthoudt. 44 procent vindt met iemand uit eten gaan een vorm van ontrouw (R.I.P. man-vrouwvriendschappen). Een beetje kras als je weet dat bijna de helft van ons aan een ander denkt tijdens het vrijen.


    Terug naar deze kant van de Atlantische Oceaan: de meeste Fransen zijn het erover eens dat zoenen bedriegen is. Maar met iemand anders flirten is geen probleem, wat betekent dat verleiden niet telt (je kunt dus prima een lamskoteletje nuttigen met een verleidelijke vriend, en misschien zelfs je decolleté op orde brengen terwijl je zijn enkel streelt).

    Het hoeft dus niet te verbazen dat wij het Europese land zijn dat het meest bereid is om te gaan kijken of het gras aan de overkant groener is. Volgens een onderzoek uit 2014 van Ifop [het Franse instituut voor publieke opinie] is 55 
procent van de Franse mannen weleens ontrouw geweest, tegen 32 procent van de Franse vrouwen. Tel daar nog een derde bij op dat vindt dat je zoiets nooit moet toegeven, en je hebt de score van een bananenrepubliek.

    hh 13326917

    Ook is er geen land ter wereld dat ontrouw zo makkelijk vergeeft als het onze: voor 53 procent van de Fransen is zoiets moreel aanvaardbaar. Onze grootste concurrent op het gebied van acceptatie is Duitsland, maar daar zakken we al naar 40 procent. De Verenigde Staten? 16 procent. Turkije en de Palestijnse gebieden zitten aan de andere kant van het spectrum, met 6 procent.

    De protestantse landen zijn ‘braver’ dan de Latijnse landen, een dijk van een cliché dat echter wel statistisch bewezen wordt

    Wat voor conclusie moeten we nu trekken uit onze uitzonderingspositie? 
Persoonlijk zou ik deze ontspannen houding niet zozeer in verband brengen met huwelijk of seks, maar met de scheiding tussen kerk en staat. De protestantse landen zijn ‘braver’ dan de Latijnse landen, een dijk van een cliché dat echter wel statistisch bewezen wordt. Al mag onze specifieke situatie ook weer niet als een louter katholieke traditie worden beschouwd. In dat geval zou de liederlijkheid in Polen de spuigaten uitlopen.

    Wij zijn vóór alles massaal ongelovig. In 2007 verklaarde 48 procent van ons atheïst te zijn. In 2012 beliep het aantal mensen dat ronduit tegen God was of ongelovig al 63 procent van de bevolking (de Zweden zijn wereldkampioen, met 85 procent toekomstige helbewoners). Dus ziedaar: ontrouw vindt haar oorsprong in ongelovigheid.

    We weten heel goed dat liefde niet alleen opium voor het volk is (al heeft ze eerder het effect van cocaïne dan van opium, maar goed), maar een regelrechte religie. Als we bedriegen en bedrogen worden, dan is het omdat we sceptisch staan tegenover de religie van de eeuwige liefde – eerder een bewijs van een kritische geest dan van een gebrek aan ethiek. In het land van de verlichting laten we de lamp in de slaapkamer branden: een uitnodiging om binnen te komen?

    Auteur: Maia Mazaurette
    Vertaler: Peter Bergsma

    Beeld bovenaan: Het Franse blad Closer zette als eerste de Franse president Hollande op de cover die op zijn scooter voor het appartement van actrice en vermoedelijke minnares Julie Gayet gesignaleerd was.

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000
    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.