Tag: homo

  • Steeds meer Latijns-Amerikaanse politici prediken het evangelie

    Steeds meer Latijns-Amerikaanse politici prediken het evangelie

    Met drie presidentskandidaten, tientallen gouverneurs, honderden congresleden en miljoenen volgelingen krijgt de evangelische beweging steeds meer politieke invloed in Latijns-Amerika.

    Onlangs waren de ogen van heel de wereld gericht op de begrafenis van Billy Graham, een van de invloedrijkste predikers van de twintigste eeuw. In het Capitool in Washington bewezen de meest vooraanstaande figuren van het land hem de laatste eer, terwijl op sociale media mensen van de statuur van Bill Clinton, George W. Bush en Barack Obama ‘de predikant van de Verenigde Staten’ hun laatste groet brachten.

    Het massaevenement waarmee zijn afscheid gepaard ging, vormt het bewijs dat het meer dan zeventig jaar lang prediken van het woord van God in 185 landen zijn vruchten heeft afgeworpen. Niet alleen neemt het aantal volgelingen van de evangelische beweging nog steeds toe, maar ook op andere terreinen worden de evangelisten belangrijker en invloedrijker, met name in de politiek.

    Latijns-Amerika is een van hun belangrijkste bolwerken. In deze regio is het katholicisme zijn vijfhonderd jaar oude geloofsmonopolie in slechts drie decennia kwijtgeraakt. Twintig procent van de Latijns-Amerikanen is evangelist, de grens tussen wat van God is en wat van de keizer vervaagt steeds meer. Tot de beweging behoren presidenten als Jimmy Morales (Guatemala) en presidentskandidaten als Fabricio Alvarado (Costa Rica), Jair Bolsonaro (Brazilië) en zelfs Javier Bertucci (Venezuela). En hoewel alle ogen op deze grote namen zijn gericht, ligt de werkelijke macht van de evangelische beweging vooral bij de burgemeesters, ministers, afgevaardigden, congresleden, adviseurs en andere hoge overheidsfunctionarissen.

    Door het groeiende aantal evangelisten in Latijns-Amerika is de religieuze beweging een belangrijke politieke speler geworden. In Peru, Ecuador, Colombia, Venezuela, Argentinië en Panama is meer dan vijftien procent van de bevolking evangelist, in Brazilië, Costa Rica en Puerto Rico twintig procent en in landen van Midden-Amerika zoals Guatemala, Honduras en Nicaragua zelfs veertig procent.

    Al vormen ze in geen enkel Latijns-Amerikaans land een meerderheid, vanwege het gemak waarmee evangelisten hun populariteit weten om te zetten in stemmen zijn ze van grote politieke waarde. Zoals Javier Corrales, politicoloog en docent aan het Amherst College (Massachusetts), uitlegt: ‘Evangelisten zijn uiterst gedisciplineerd en gehoorzaam, ze gaan regelmatig naar de kerk (ze luisteren dus naar politieke boodschappen), ze roeren zich in de traditionele media en op sociale media én ze zijn enorm bedreven in het mobiliseren van mensen.’

    Daarom jagen presidentskandidaten op hun stem. In Brazilië, een land met 42 miljoen evangelisten, speelde de alliantie (én breuk) van oud-president Dilma Rousseff met de evangelische kerk Iglesia Universal del Reino de Dios een cruciale rol bij haar overwinning en daaropvolgende afzetting. En in Chili bewees het feit dat Sebastián Piñera vier predikanten als campagneadviseurs had dat hij dit deel van het electoraal aan zich wilde binden tijdens de presidentsverkiezingen van 2017.

    Conservatieve allianties

    Toch beperkt de invloed van de evangelisten zich niet tot hun electorale potentieel. Ze veranderen de politiek in Latijns-Amerika met een agenda die meer wegheeft van een moreel dan van een politiek project.

    In Costa Rica belandde evangelist, presentator en zanger Fabricio Alvarado Muñoz bovenaan in de peilingen toen het Inter-Amerikaans hof voor de Mensenrechten (CIDH) zich uitsprak vóór het homohuwelijk. Alvarado beloofde vervolgens om het CIDH niet langer te erkennen, en op deze manier het gezin en het leven te beschermen. Dat leverde hem nog eens een flinke sprong in de peilingen op. Zijn beoogde vicepresident, Francisco Prendas, moest onlangs [na felle reacties uit de LHTB-beweging] zijn excuses aanbieden omdat hij had gezegd dat hij nooit een homoseksueel op een hoge post zou benoemen aangezien hij de meerderheid van de bevolking niet voor het hoofd wilde stoten. [Nadat hij de eerste ronde had gewonnen, werd Fabricio Alvarado op 1 april verslagen door zijn rivaal en naamgenoot Carlos Alvarado Quesada. Maar intussen wordt het politieke debat nog steeds gedomineerd door het homohuwelijk.]

    Het grote aantal evangelische partijen, presidentskandidaten en stemgerechtigden geeft een nieuwe impuls aan de conservatieve beginselen van andere politieke en religieuze groeperingen in Latijns-Amerika. Onderwerpen als abortus, gelijke rechten voor man en vrouw binnen het huwelijk en de slecht gemunte term ‘genderideologie’ hebben evangelisten en katholieken verenigd in een gezamenlijke strijd.
    Met leuzen als ‘handen af van onze kinderen’ stroomden duizenden gelovigen, die zulke vrijheden zien als een bedreiging, de straten op van Colombia, Paraguay, Ecuador, Peru, Mexico en Chili. De enorme druk die hiermee werd uitgeoefend vertaalde zich vrijwel meteen in maatregelen op overheidsniveau: in Paraguay is een docentenhandboek ter preventie van vrouwenmishandeling op school geschrapt. Hun enorme invloed betaalt zich politiek uit. Bijvoorbeeld in Colombia, waar het Nee-kamp triomfen vierde tijdens het referendum [over vrede met guerrillabeweging FARC].


    De relatie tussen politiek en geloof wordt steeds nauwer. Terwijl conservatieve partijen weer opleven en nieuwe kiezers winnen voor hun politieke programma’s, winnen de evangelisten electoraal terrein door parlementaire fracties te vormen en allianties te smeden met conservatieve partijen, aldus Andrew Chesnut, hoofd Catholic Studies aan de Virginia Commonwealth University [in de VS].

    Het meest in het oog springende voorbeeld van zo’n alliantie is de omstreden kandidatuur van Jair Bolsonaro voor het presidentschap van Brazilië. Bolsonaro is oud-militair en hoewel hij publiekelijk nooit heeft verklaard evangelist te zijn, wordt zijn politieke boodschap, die aanschuurt tegen rechtsextremisme, gesteund door de christelijke Partido Social Cristiano. Met uitspraken als: ‘Gays zijn het gevolg van drugsgebruik’, ‘Je verdient het niet eens verkracht te worden’, en ‘De vergissing van de dictatuur was dat er gemarteld werd in plaats van gedood’, wist Bolsonaro de tweede plek te veroveren in de peilingen, achter president Lula, die vleugellam is vanwege corruptieschandalen.

    In Brazilië, het grootste land van Latijns-Amerika, is de opmars van de evangelisten het meest zichtbaar. Ze kunnen er intussen bogen op negentig congresleden, het burgemeesterschap van Rio de Janeiro (de meest kosmopolitische en multiculturele stad van het land) en rond de veertienduizend nieuwe kerken per jaar. En hun economische positie is gigantisch. Volgens het Amerikaanse tijdschrift Forbes overstijgt het opgetelde vermogen van de vijf rijkste Latijns-Amerikaanse predikers de 1,5 miljard dollar.

    De steeds sterkere aanwezigheid van het geloof in de politiek vormt een grote uitdaging voor de democratieën in Latijns-Amerika. ‘Het is niet altijd zo, maar áls ze invloed willen uitoefenen op de manier waarop we ons gedragen kunnen ze met hun extreme opvattingen over zonde en moraal de vijand worden van de vrije gedachte, de privacy en de vrije wil,’ aldus politicoloog Corrales. ‘We moeten hun macht niet onderschatten en niet vergeten dat de evangelisten achter de verbijsterende overwinning van Donald Trump zaten.’

    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Openingsbeeld: Een evangelische kerk in Porto Vehlo, Brazilië. – © Mario Tama/Getty

    Semana
    Colombia | weekblad | oplage 180.000

    Alberto Camargo was tweemaal president van Colombia. Tussendoor richtte hij dit tijdschrift op. Het ging in 1961 ter ziele maar werd opnieuw gelanceerd. Semana geldt als een van de beste bladen uit Latijns-Amerika. Onafhankelijk en altijd goed geïnformeerd.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.


    FILM | Verliefd op zichzelf 
en de vergetelheid

    ‘Hoe heeft ze dat in godsnaam gefilmd?’

    Iedereen die wil weten hoe het is als een adelaar boven de bergen te zweven, zou deze film moeten zien. Al bestaat de kans dat je de openigshots, waarin de beroemdste soloklimmer ter aarde op een bergricheltje 500 meter boven de grond staat, zonder touwen, zonder wat voor uitrusting ook, niet aankan. Daar zijn de kranten het over eens. Regisseur Jennifer Peedom brak door met haar film Sherpa uit 2015, die over de enorme risico’s gaat die Nepalese bergbeklimmers nemen om toeristen de Himalaya op te begeleiden en extra bekendheid kreeg doordat tijdens het filmen in 2014 zestien sherpa’s door een lawine om het leven kwamen.

    Mountain (2017) heeft als luchtiger onderwerp de – soms fatale – fascinatie van de mens voor de bergen, en laat zien hoe we deze ‘steeds meer als speelplaats gebruiken’ . Vooral degenen die bizarre sporten beoefenen als van pieken af mountainbiken, soloclimben en parachutespringen en volgens de voice-over ‘half verliefd zijn op zichzelf, en half op de vergetelheid’.

    Peedom schreef het script samen met de geleerde bergbeklimmer Robert MacFarlane; zijn Mountains of the Mind diende voor haar als lijfboek toen ze zelf begon met klimmen. Hun teksten worden voorgelezen door William Defoe, wiens ‘verweerde stem’ volgens The Irish Times een wat curieuze keuze is om de abnormaal atletische beelden te vergezellen. Het artikel in de Ierse krant heeft de kop ‘Hoe in godsnaam heeft ze dat gefilmd?’ – een vraag die meer recensenten zich stellen. Gevolgd door die andere: ‘En hebben ze het allemaal overleefd?’

    Het eerste antwoord ligt redelijk voor de hand: drones, de meest geavanceerde draagbare apparatuur, getrainde cameramannen, zoals Peedom aan Radiotimes vertelt. Het antwoord op de tweede vraag geeft ze aan Hollywood Reporter en is half geruststellend. Tijdens het filmen is niemand doodgegaan – wat niet wil zeggen dat iedereen die in Mountain voorkomt nu nog leeft. (Ook vertelt ze HR dat ze sinds ze kinderen heeft beter bestand is tegen ‘de sirenen van de top’, zoals McFarlane de soms haast suïcidale behoefte beschrijft om op wat voor manier ook bij de piek te komen.)

    ‘Niets doet je zo beseffen dat je leeft, als de wetenschap dat je elk moment kunt sterven’

    Peter Bradshaw van The Guardian spreekt de wens uit dat Peedom net als David Attenborough een korte making of-montage aan de film had toegevoegd. Hij noemt de beelden ‘zo adembenemend dat je bereid bent een aantal nogal fantasieloze muziekkeuzes door de vingers te zien’. Vivaldi’s Vier seizoenen had van hem niet gehoeven. Het Australian Chamber Orchestra onder leiding van Richard Tognetti initieerde het project en is dan ook nadrukkelijk bij Peedoms beelden aanwezig. Maar soms ook is het even stil – zoals wanneer soloclimber Alex Honnold op dat richeltje staat. Alleen zijn ademhaling is te horen. Hij had even een off-moment, blijkt later. Vroeg zich af waarom hij daar eigenlijk was.

    Omdat niets je zo doet beseffen dat je leeft, als de wetenschap dat je elk moment kunt sterven, licht Defoe met zijn onheilspellende bas toe, die meteen een National Geographic -documentaire in herinnering roept.

    Ondanks dat sommigen de 74 minuten waarin de tweeduizend uur materiaal is gegoten wat aan de lange kant vinden, is Mountain nu al een groter kassucces dan Sherpa. Wie wil dan ook niet voelen hoe het is om als adelaar boven de bergen te zweven?

    Mountain gaat 22 maart in Nederland en België in première.

    fresa

    LITERATUUR | Het meest gekopieerde boek ter wereld

    Waarom mannen wél aardbeienijs mogen eten

    In de vroege jaren van de Cubaanse revolutie serveerde Havana’s beroemde ijssalon Coppelia 54 smaken. Fidel Castro pochte ermee dat dit meer was dan de Yankee-onderneming Howard Johnson in zijn assortiment had. Maar nadat de Cubaanse economie tijdens de crisis was gekelderd, hadden bezoekers van Coppelia al geluk als ze uit twee smaken konden kiezen.

    Chocola, en aardbei. Voor mannen betekende dat eigenlijk geen keuze. Een man die aardbei bestelde was not done, ‘een softie’, in de ogen van de revolutionairen.

    Dit was de tijd waarin duizenden Cubaanse homoseksuelen in concentratiekampen werden gestopt en waarin hiv-patiënten in quarantaine werden geplaatst. En ook de tijd waarin de novelle El Lobo, el bosque y el hombre nuevo van Senel Paz speelt, dat later (in 1995) werd verwerkt tot de film Chocolate en Strawberry en via fotokopieën massaal van hand tot hand ging: het zou het meest gekopieerde boek ter wereld zijn, volgens o.a. de site Escritores.org.

    In het verhaal sluit David, een revolutionair, vriendschap met Diego, die uit porseleinen kopjes drinkt, Maria Callas luistert, zijn liefde voor mannen niet onder stoelen of banken steekt – en aardbeienijs eet. Ondanks dat de clichés er wat dik bovenop liggen, schrijft The New York Times, is de wisselwerking tussen de twee dankzij het nieuwsgierige karakter van David overtuigend. Ook Le Monde vindt het door ‘de tegelijk naïeve en bewuste openhartigheid van de verteller (…) een verrassend verhaal’.

    In feite was het bedoeld als aanklacht tegen alle soorten discriminatie, licht de inmiddels overleden verfilmer Tómas Gutierrez Alea in The Guardian toe. ‘Het gaat over intolerantie en een gebrek aan begrip voor degenen die “anders” zijn. Dat geldt niet alleen voor homoseksuelen, maar voor mensen die voor zichzelf nadenken, voor zwarten, voor iedereen die wordt gediscrimineerd.’

    Paz is dan ook evenmin als Diego een antirevolutionair (‘Dat ik homo ben maakt me nog niet antipatriottisch,’ zegt die laatste in het boek). Hij komt zelf uit een arm gezin en kon dankzij een beurs van de regering gaan studeren, het gezin onderhouden en zijn moeder onderwijzen. De revolutie bracht verandering teweeg, maar ging gepaard met een gebrek aan vrijheid, zegt hij tegen El País. In zijn boek stelt hij een vraag, namelijk: Wie moet er boeten voor de fouten van de revolutie? Die vraag wordt niet beantwoord, maar was genoeg om een doorbraak te betekenen voor hoe er in Cuba tegen homorechten werd aangekeken. (Inmiddels is de dochter van de huidige president van Cuba, Mariela Castro, de grootste activist van homorechten op het eiland.)

    Paz won voor zijn roman de prestigieuze Juan Rulfoprijs, en wordt door La Repubblica o.a. vanwege de eenvoudige setting tot ’uitvinder van de Cubaanse literaire nouvelle vague’ bestempeld; het verhaal speelt zich overwegend af in de huiskamer van David, dat hij omtoverde tot ‘toevluchtsoord binnen het rumoer van de Cubaanse samenleving en de pijlen die daarin op homoseksuelen zijn gericht’ .

    Begin april verschijnt Aardbei & chocola in een vertaling van Pieter Lamberts bij Zirimiri Pers.


    MUZIEK | De Malinese zangeres uit de Ivoorkust

    Zangeres wil met haar muziek de wereld veranderen

    De eerste keer dat Fatoumata Diawara weer in Afrika optrad, op het populaire Festival Sur le Niger, was volgens Tom Pryor van Afropop een zenuwslopend moment. Ze vluchtte op haar negentiende het land uit en keerde niet meer terug, totdat ze zich in 2015 vanwege de crisis in Mali gedwongen zag een steentje bij te dragen. Maar ‘door de Wassoulou-invloeden in haar muziek en haar overtuigende optreden had ze het publiek als snel voor zich gewonnen’, vertelt Pryor erachteraan. Haar lied Mali-ko (Vrede) noemt The Independent zelfs het symbool voor het verzet tegen de islamitische revolutionairen.

    Diawara (Ivoorkust, 1982) werd geboren in een groot gezin van Malinese ouders en moest omdat ze niet naar school wilde bij haar acterende tante in Bomoko verblijven, waar ze op haar negende op de set werd ontdekt. Ze speelde onder andere in een film waarin ze haar man ontvlucht om niet aan God geofferd te worden, en kreeg bij haar eigen middernachtelijke vlucht, om aan een gearrangeerd huwelijk te ontkomen, hulp van haar tante. Ze kwam in Parijs als achtergrondzangeres terecht bij de eveneens vrijgevochten Malinese diva Oumou Sangare en startte een razendsnelle solocarrière. Schreef Robin Denselow in *The Guardia*n in 2013 nog dat ze weliswaar alles mee had (jong, mooi, talentvol), maar zich moest zien te bewijzen als grote Malinese artiest, een paar jaar later prijst hij haar ‘volwaardige, overweldigende optreden’, ‘beheerste en krachtige stem’ en ‘aanstekelijke dans’. De ‘Malinese godin met een zachte, gedempte stem’, zoals Bozar haar aanbeveelt, toerde de wereld over voor optredens en samenwerkingen met grote namen als Herbie Hancock, Bobby Womack en Franz Ferdinand.

    Op de vraag van OkayAfrica waarom ze zich consequent Malinees noemt terwijl ze er niet is geboren en maar enkele jaren woonde, legt Diawara uit dat het de mentaliteit is, de overtuiging dat muziek de wereld kan veranderen. Ze zingt over onderwerpen als besnijdenis en vrouwenrechten, en wil haar teksten ook toegankelijk maken voor de Facebook- en Twitter-generatie: een zo bondig en helder mogelijke boodschap voor een maximaal resultaat.

    Ondanks de ernst van haar thema’s is haar lach opvallend veelbesproken, ArtDesk noemt deze bijvoorbeeld ‘zo breed is dat hij bij ieder ander geforceerd zou lijken. Maar bij haar is [hij] er gewoon, soms sereen, soms vol overgave.’ ‘Ik word zo gelukkig van op het podium staan!’ verzucht de zangeres dan ook tegen CNN. ‘Want ik weet wat ik heb gedaan om hier te komen.’

    Fatoumata Diawara treedt op 25 maart op in Paradiso Noord.

    Auteur: Laura Weeda

  • Gay in Gaza

    Gay in Gaza

    Hoe is het om homo te zijn in de Gazastrook? 
De Israëlische krant Haaretz sprak met Palestijnse homo’s over datingapps, Israëlische mannen, 
Hamas en de lokroep van het buitenland.

    Jamils avatar op een berichtenapp ziet eruit als een gelukkige man, jong, met een bril en een trendy kapsel. Maar Jamil (niet zijn echte naam) zegt dat hij voortdurend in angst leeft en dat zijn ultieme droom is om zijn vaderland achter zich te laten en zich los te maken van zijn familie. De 21-jarige student uit de Gazastrook is homo en leidt een dubbelleven. In zijn publieke bestaan is hij een ijverige student, de jongste telg van het gezin, en helpt hij zijn ouders, die al aardig op leeftijd zijn, om het huishouden draaiende te houden (door boodschappen 
te doen, te zorgen dat de elektrische generator het doet en dat er water in huis is). Daarnaast leidt hij een geheim leven, waarvan hij een groot deel doorbrengt op datingapps en nepaccounts op sociale netwerken.

    Jamil zegt dat hij zich op zijn veertiende voor het eerst realiseerde dat hij homo was. Hij was toen in het buitenland en ontmoette daar, voor het eerst van zijn leven, iemand die openlijk homo was. Bij thuiskomst ging hij, op internet en sociale netwerken, op zoek naar mensen zoals hijzelf. Naar eigen zeggen is hij er pas sinds een jaar of twee van overtuigd dat zijn homo-
seksualiteit niet ‘een of andere 
psychologische afwijking is’. Een paar homovrienden hebben hem ervan weten te overtuigen dat hij zichzelf moet accepteren zoals hij is.

    Op je tellen passen

    ‘Om te beginnen leg je contact op een nepaccount op social media, of op een app waar je identiteit geheim blijft,’ zegt Jamil tijdens een telefoongesprek. ‘Op zeker moment weet een van de twee voldoende moed bij elkaar te rapen om de eerste stap te zetten en wat foto’s te sturen. Nadat je een tijdje op die manier contact hebt, besluit je om elkaar al dan niet te ontmoeten. Maar degene met wie je contact hebt kan ook een [undercover]agent van Hamas in Gaza zijn. Je moet altijd op 
je tellen passen. Je moet zorgen dat je eerst met hem aan de praat raakt, 
bijvoorbeeld op Skype. En hij moet je ervan zien te overtuigen dat hij geen lid van Hamas is.’

    Jamil legt uit dat het voor iemand uit Gaza niet al te moeilijk is om agenten van Hamas te herkennen. Hoewel Hamas altijd zeer is gespitst op homo’s en de sociale media strak in de gaten houdt, heeft de organisatie een paar blinde vlekken – zo veronderstelt Jamil dat Hamas geen weet heeft van bepaalde apps die homomannen in 
de Gazastrook kunnen gebruiken om contact te leggen en te chatten, soms ook met Joden in Israël of op de 
Westelijke Jordaanoever.

    Op de vraag wat hij allemaal bespreekt met mensen uit Israël, antwoordt Jamil dat zij vaak van alles en nog wat willen weten over het leven in de Gazastrook, met name hoe het leven daar is voor een homo. Er komen natuurlijk ook politieke kwesties aan de orde. Een van degenen met wie hij contact heeft wil bijvoorbeeld weten wat Jamil ervan vindt dat Israël raketten afschiet op de Gazastrook. Jamil heeft gezegd het te betreuren dat er onschuldigen omkomen, vertelt hij.

    De moeder en zus van Hamascommandant Mahmoud Ishtiwi, die werd vermoord nadat hij was beschuldigd van homoseksualiteit.
 – © Wissam Nassar / The New York Times
    De moeder en zus van Hamascommandant Mahmoud Ishtiwi, die werd vermoord nadat hij was beschuldigd van homoseksualiteit.
 – © Wissam Nassar / The New York Times

    ‘Ik heb ooit iemand gesproken die me vertelde dat hij niet ver van Khan Yunis was geboren; dat was nog voor de Israëlische terugtrekking [uit Gaza] in 2005,’ zegt hij. ‘Hij vertelde me hoe dierbaar dat gebied hem was, en zei dat hij zich nog elk moment kon herinneren dat hij daar had doorgebracht. Hij zei dat hij nog altijd een geschenk had dat hij ooit van een vriend van zijn vader had gekregen, een Palestijn uit Gaza.’

    Een jonge Israëlische Jood die via een van de apps contact heeft gelegd met Jamil (en die me ook heeft verzocht zijn anonimiteit te waarborgen), vertelt 
me dat Jamil en hij het hadden over politiek, over Jamils leven en de verhoudingen binnen zijn familie – maar niet alleen daarover. ‘We hebben het ook gehad over de erotische aantrekkingskracht van soldaten,’ herinnert de Israëli zich. ‘Ik had rekening gehouden met een zeer vijandige en afwijzende reactie, maar als ik het me goed herinner zei Jamil dat hij wel met een Israëlische soldaat naar bed zou willen. En dan zijn er nog de gebruikelijke dingen waar homo’s het op dergelijke apps over hebben, wat we lekker vinden in bed en zo. En misschien sturen we elkaar wel een paar ondeugende foto’s.’

    Om maar vooral geen argwaan te wekken, beginnen homo’s in Gaza geen clubjes of groepen. Als ze elkaar ontmoeten, dan is het een op een, in een café of een restaurant, of op de promenade langs het strand. Ze zorgen dat 
ze niet vaker dan één keer op dezelfde plek worden gezien. Soms spreken 
ze ook thuis af – ervan uitgaande, natuurlijk, dat er geen familieleden 
in de buurt zijn.

    Jamil zegt dat hij geen lesbische vrouwen kent; hij denkt ook dat het voor vrouwen in de Gazastrook nog lastiger is om iets met elkaar te beginnen. ‘Voor vrouwen gelden zoveel meer beperkingen, ze worden veel meer aan banden gelegd,’ zegt hij. ‘Vrouwen durven niet over dit soort dingen te praten, ook niet onderling.’

    De negatieve houding ten opzichte van homoseksualiteit is niet per se terug te 
voeren op de islam, maar eerder op de cultuur en het beeld van mannelijkheid

    Zoals in alle abrahamitische godsdiensten zijn homoseksuele relaties binnen de islam verboden. De sharia, de islamitische wet, die is gebaseerd op de Koran en de Hadith (de overlevering van uitspraken die worden toegeschreven aan de profeet Mohammed en enkele mensen uit zijn nabije omgeving) wantrouwt alle homoseksuele handelingen, aldus dr. Nesia Shemer, verbonden aan de faculteit voor de Geschiedenis van het Midden-Oosten van de Bar-Ilan Universiteit. ‘Al sinds jaar en dag,’ zo licht ze toe, ‘bestaat er onenigheid onder islamitische geleerden over de vraag welke straf een homoseksueel moet krijgen. Volgens sommigen dient hij zijn daden te bekopen met de doodstraf, volgens anderen is dat niet per se noodzakelijk en moeten ook de omstandigheden worden meegewogen.’

    Tegenwoordig staat er volgens de meest invloedrijke islamitische soennigeleerde, sjeik Yusuf al-Qaradawi 
uit Qatar, dezelfde straf op homoseksualiteit als op prostitutie, benadrukt Shemer: de doodstraf. In veel moslimlanden, waaronder Iran en Saoedi-Arabië, worden homoseksuelen vervolgd. Wie schuldig wordt bevonden, wordt ter dood gebracht.

    In de moderne Palestijnse samenleving wordt homoseksualiteit in sterke mate gestigmatiseerd en veroordeeld. M., een Palestijnse psycholoog die in Duitsland woont en werkt, is bereid om met Ha’aretz te praten op voorwaarde dat hij anoniem blijft. Hij zegt dat de negatieve houding ten opzichte van homoseksualiteit niet per se is terug te 
voeren op de islam, maar eerder op de cultuur en het beeld van mannelijkheid. ‘De islam speelt natuurlijk wel een rol,’ aldus M., ‘maar ook mensen die volstrekt seculier zijn, wijzen homoseksualiteit af.’

    In geen enkele Arabische samenleving in het Midden-Oosten kun je openlijk homo zijn, en datzelfde geldt voor Gaza, de Westelijke Jordaanoever en 
de Arabische dorpen en steden binnen Israël. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat er in die samenlevingen geen homoseksuele mannen en vrouwen wonen.

    Sterker nog, volgens M. zorgt het taboe op seksuele activiteit buiten het huwelijk ervoor dat veel jongens en mannen hun eerste seksuele ervaring opdoen met een leeftijdgenoot van hetzelfde geslacht. ‘Het wordt verdoezeld, en zodra het naar buiten dreigt 
te komen zet de familie vaart achter een gearrangeerd huwelijk,’ zegt hij. Hij haast zich eraan toe te voegen dat er ook gevallen zijn van polygame mannen die hun vrouwen ertoe aanzetten seks met elkaar te hebben, teneinde hun eigen seksuele fantasieën 
te bevredigen – iets wat natuurlijk ook wordt veroordeeld door het geloof.

    In tegenstelling tot de Westelijke Jordaanoever, waar homoseksualiteit niet officieel bij wet verboden is, geldt in Gaza nog een wet die resteert uit de tijd van het Brits mandaatgebied, waarin homoseksualiteit officieel wordt verboden. Maar het sociale taboe, waardoor seksueel actieve homo’s zowel door hun familie als door de autoriteiten worden vervolgd, is veel sterker dan het wettelijke verbod. Vorig jaar werd een 
vooraanstaande Hamas-commandant, Mahmoud Ishtiwi, gemarteld en doodschoten nadat hij er onder meer van was beschuldigd homo te zijn.


    Jamil vertelt over een vriend die drie jaar heeft vastgezeten omdat hij homo is, na valselijk te zijn beschuldigd van zowel samenzwering met de Palestijnse Autoriteit als spionage. Zelf heeft Jamil twee jaar geleden een maand in de gevangenis gezeten – nadat hij iets op Facebook had gezet om te pleiten voor homorechten in Gaza. Hij werd ervan beschuldigd antioverheidspropaganda te verspreiden, moest voor de rechter komen en werd uiteindelijk vrijgelaten nadat hij een boete had betaald van 500 sjekel [ca. 117 euro]. Tijdens zijn gevangenschap, zo vertelt Jamil, kreeg hij te maken met seksueel geweld. ‘Een bewaker schold me uit 
en probeerde me te misbruiken. Ik dreigde het aan de grote klok te hangen. Uiteindelijk liet hij me met rust.’

    Ondanks de gevaren en de schande is er volgens Jamil een ‘immense’ homogemeenschap in Gaza. Hij zeg dat het aantal mensen dat in het geheim een homoseksuele relatie heeft, toeneemt. ‘Ik ken zo’n honderdvijftig homo’s in de Gazastrook. Ik heb ze in de afgelopen vier jaar allemaal ontmoet’, schrijft hij in een sms. Aan de telefoon vertelt hij er nog bij dat het moeilijk is om in Gaza iets geheim te houden; geruchten doen er snel de ronde en iedereen weet alles van iedereen. ‘In Gaza doet men niets liever dan roddelen. Het is een gesloten gemeenschap, mensen hebben weinig omhanden, dus ze zitten het grootste deel van de tijd over 
elkaar te kletsen,’ zegt Jamil.

    Desondanks probeert hij zijn eigen voorkeur geheim te houden en is hij ervan overtuigd dat zijn familie van niets weet – behalve een van zijn broers, die een tijdje geleden argwaan begon te koesteren. ‘Je mag niet dat soort gedachten koesteren,’ citeert Jamil de waarschuwende woorden 
van zijn broer. ‘Die gedachten passen hier niet. Ik probeer je te beschermen. De situatie in Gaza is niet goed.’

    ‘Ik ben voor allebei even bang’

    Uiteindelijk, vertelt Jamil verder, ging zijn broer hem bedreigen en pikte zijn mobieltje. Hij gaf het pas acht maanden later weer terug, nadat Jamil had moeten beloven dat hij alles wat homogerelateerd was eraf zou halen. De broer heeft het momenteel druk met zijn eigen leven en Jamil heeft het gevoel dat hij, in ieder geval voor even, wat meer ruimte heeft. Maar de situatie kan elk moment weer veranderen. ‘Ik probeer uit alle macht weg te komen uit Gaza,’ zegt Jamil. Op de vraag voor wie hij banger is – zijn broer of Hamas – antwoordt hij: ‘Ik ben voor allebei even bang.’

    Jamil kent een stuk of acht mannen 
die de afgelopen jaren zijn gevlucht uit de Gazastrook. Voor zover Jamil weet 
is zeker de helft van hen in Rafah de grens met Egypte overgestoken, na duizenden dollars smeergeld te hebben betaald aan de grenswachten, waarna ze over zee naar Europa zijn gegaan, met behulp van mensensmokkelaars. ‘Daar heb ik de moed niet voor,’ bekent Jamil. Hij droomt ervan om te ontkomen via de Israëlische grens, en dan naar Jordanië te gaan, totdat hij klaar 
is voor de volgende stap.

    Op de vraag of hij zich niet eenzaam 
en verloren zou voelen, zo ver van 
zijn familie en van alles wat hem vertrouwd is, legt hij uit dat zijn persoonlijke veiligheid zwaarder weegt dan 
het gevaar van eenzaamheid. ‘Het is 
zo triest dat mensen me niet kunnen accepteren,’ zegt hij. ‘Je krijgt bepaalde waarden mee van je familie en de samenleving waarin je opgroeit. Maar ik kan niet leven met waarden waarin ik niet als mens wordt beschouwd.’

    Auteur: Liza Rozovsky

  • Marokkaans heiligdom wordt homo-ontmoetingsplaats

    Marokkaans heiligdom wordt homo-ontmoetingsplaats

    Een heilige grot vlak bij de Marokkaanse stad Meknes is een toevluchtsoord geworden voor homoseksuelen en travestieten. ‘Hier vervolgt niemand ons.’

    We bevinden ons in het gebied dat tegen het Rifgebergte aanligt, ter hoogte van Zerhoun, in de buurt van Meknes [in het noordwesten van Marokko]. Hier bevindt zich de zawiya [klooster of leerschool] van Sidi Ali Ben Hamdouch, in de gemeente Mghrassyine. Een heiligdom dat aan de vooravond van iedere herdenking van de Mawlid [de geboorte van de Profeet] bruist van de activiteiten: soefiwakes, gezang, offers van pluimvee, schapen en runderen, folkloristische liederen die [ter ere van Sidi Hamdouch] worden verzorgd door groepen H’madcha, bewakers van de tempel in dit kleine plaatsje waarvan het aantal inwoners gedurende de zeven dagen van de moussem [festival] verzesvoudigt. Dit jaar begonnen de festiviteiten op 1 december.

    Pelgrims houden het mausoleum van de ‘heilige’ dag en nacht bezet en smeken om zijn legendarische zegening. Op een steenworp afstand bevindt zich de grot van Mmima Aïcha [een vrije maar geduchte, mysterieuze en betoverende vrouw] naast een waterbron; een bekend toevluchtsoord voor homoseksuelen. Ze ontsteken er kaarsen op een muurtje dat zwartgeblakerd is, besproeien het met rozenwater en zetten er mandjes neer van dwergpalmbladeren, gevuld met melk, henna, wierook en brood. Er wordt een hele optocht geïmproviseerd door deze pelgrims die met witgepoederde gezichten hun offers (h’diya) brengen – die doet denken aan traditionele huwelijksceremonies.

    Spirituele moeder

    De plaatselijk aanwezige homoseksuelen zeggen dat ze gehecht zijn aan Sidi Ali Ben Hamdouch, maar ze verklaren een mystieke liefde te koesteren voor Mmima Aïcha, de ‘heilige Moeder’ die voor hen ‘een oord van vrede en rust’ symboliseert. Jongeren wachten op hun beurt om een hennatattoo te laten zetten. Hier vind je stadsbewoners van verschillende leeftijden en sociale klassen. ‘Hier vervolgt niemand ons,’ zegt een van hen. ‘Ze zijn op zoek naar een spirituele moeder. Het merendeel van hen is wees of is mishandeld vanwege zijn seksuele geaardheid. Lalla Aïcha geeft hun alle genegenheid die ze tekortkomen,’ aldus Malika, de tatoeëerster die afkomstig is uit Agadir. Deze veertiger verklaart afgestuurd sociologe te zijn, maar is gefascineerd door de ‘paranormale wetenschappen’.

    In een van de optochten naar het heiligdom, waar het allemaal om te doen is, valt een jonge travestiet op in de menigte van woest op aïsawa [spirituele muziek] dansende mensen. ‘Al mijn angsten verdwijnen zodra ik dit heiligdom betreed,’ vertelt hij, nadat zijn trance weer is weggeëbd.

    Meknes, ook wel het Versailles van Marokko genoemd. – © Getty Images
    Meknes, ook wel het Versailles van Marokko genoemd. – © Getty Images

    De Rbati [afkomstig uit Rabat] verklaart doordrenkt te zijn van de sfeer van de moussem, die hij nu al voor de zesde keer bezoekt. Hier choqueren zijn kleren en zijn gedrag niemand. Een trouwe bezoeker legt uit dat het steeds lastiger wordt de moussem te bezoeken. Het zou komen door videofilmpjes die laten zien hoe het festival verloopt, en die de bewoners aansporen om zich af te zetten tegen het toenemend aantal homoseksuelen dat zich naar de grot van Mmima Aïcha begeeft. ‘Die vervloekte sociale media. Ze maken ons te schande terwijl onze rituelen niemand storen’, aldus een jonge travestiet.

    Inmiddels staan er langs het armzalige traject van 15 kilometer naar het plaatsje wel zes mobiele politieposten. ‘Al drie jaar lang worden alle auto’s die het dorp binnenrijden gecontroleerd,’ vertelt Ahmed Hamdouchi, een van de chorfas [notabelen] die afstammen van Sidi Ali Ben Hamdouchi. De zeventiger merkt op dat iedereen die ervan ‘verdacht’ wordt homoseksueel te zijn, onmiddellijk gesommeerd wordt rechtsomkeert te maken. Volgens de wet is homoseksualiteit namelijk een delict waarop zes maanden tot drie jaar gevangenisstraf staat. Daarom nemen homoseksuelen die naar de moussem gaan binnenweggetjes, ver van de grote weg.

    Auteurs: Ahmed Mediany en Jassim Ahdani
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    TelQuel
    Marokko | weekblad | oplage 20.000

    Franstalig tijdschrift dat zich onderscheidt van zijn concurrenten door ruim baan te geven aan taboeonderwerpen als seksualiteit en door afstand te nemen van partijpolitiek.