Artikel 92-6 verbiedt homoseksueel gedrag onder soldaten
Het Zuid-Koreaanse hooggerechtshof heeft een uitspraak van de militaire rechtbank te niet gedaan die twee homoseksuele soldaten veroordeelde voor het hebben van seks buiten militaire faciliteiten. De rechtbank is van mening dat de veroordeling de alom bekritiseerde militaire anti-homowet van het land te breed interpreteerde, meldt The Guardian.
De beslissing van de rechtbank afgelopen donderdag om de zaak terug te sturen naar het militaire hooggerechtshof werd toegejuicht door mensenrechtenorganisaties. Mensenrechtenactivisten protesteerden al lang tegen artikel 92-6 van de militaire strafwet van 1962, die homoseksueel gedrag tussen soldaten in het overwegend mannelijke leger van het land verbiedt.
‘De specifieke opvattingen over wat onfatsoenlijkheid is, zijn met de tijd en de samenleving mee veranderd’
Het artikel voorziet in een maximale gevangenisstraf van twee jaar voor ‘anale geslachtsgemeenschap‘ en ‘alle andere onfatsoenlijke handelingen‘ tussen militairen. Na de beraadslaging van het hooggerechtshof, zei opperrechter Kim Myeong-su dat zij tot de conclusie waren gekomen dat de bepalingen niet moeten worden toegepast op consensuele seks tussen mannelijke militairen die buiten militaire faciliteiten plaatsvindt tijdens de uren dat zij geen dienst hebben. ‘De specifieke opvattingen over wat onfatsoenlijkheid is, zijn met de tijd en de samenleving mee veranderd,’ zei Kim in een besluit dat online werd uitgezonden.
De twee verdachten – een luitenant en sergeant van verschillende eenheden van de landmacht – waren in 2017 door militaire aanklagers beschuldigd van het hebben van seks buiten diensturen in een woning buiten hun bases in 2016.
In Vietnam, waar andersgeaardheid vaak nog een taboe is, verenigen ouders zich om hun kinderen te ondersteunen. De organisatie PFLAG Vietnam zet zich in om de stem van lhbti-leden te laten horen en hun rechten te beschermen en speelt een grote rol bij het bestrijden van geweld tegen lhbti’ers.
Keuze uit het archief
Juni is in veel landen Pride month. De maand wordt gewijd aan de viering van de queer-identiteit en -cultuur en er wordt aandacht gevraagd voor de positie van lhbti’ers in de maatschappij.
Dit artikel van het Vietnamese dagblad Tuoi Tre uit 2016 werpt licht op de verbeterde situatie van lhbti’ers in de Vietnamese samenleving, waar andersgeaardheid vaak nog een taboe is. Dankzij de belangenorganisatie PFLAG is de acceptatie in het land toegenomen en kunnen ouders in veel gevallen veel meer begrip opbrengen voor hun andersgeaarde kinderen.
De meeste lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders (LHBT’ers) krijgen te maken met discriminatie, stigmatisering of vervreemding van hun familie en de maatschappij, zodra ze uit de kast komen. Een aantal jaar geleden kreeg Nguyen Dang Khoa, nu 27 en openlijk homo, een brief van zijn wanhopige moeder Yen Ly, waarin ze haar zoon voor de keus stelde zich te gedragen als een ‘normale’ man, of het huis te verlaten. Yen Ly kwam tot het ultimatum nadat ze alle mogelijkheden voor ‘behandeling’ van haar zoon had uitgeput, inclusief consulten bij psychologen.
Een week later antwoordde de jongeman haar met een ontroerende brief van vier kantjes, waarin hij zich oprecht verontschuldigde en haar smeekte hem te accepteren zoals hij werkelijk is, of hem in ieder geval nog een jaar te geven om te kunnen afstuderen. Hij zei dat hij de familie daarna zou verlaten en hen niet langer te schande zou maken.
Door Khoa’s brief begreep zijn moeder pas hoe hard hij had geworsteld met zijn geaardheid en hiermee eindigde de impasse die vijf jaar eerder was begonnen, toen ze per ongeluk zijn dagboek uit de vijfde klas middelbare school onder ogen had gekregen, waarin hij zijn kalverliefde voor een vriend bekende. In 2013, sloot Yen Ly zich aan bij de Parents, Families & Friends of Lesbians and Gays (PFLAG) Vietnam, een organisatie van ouders, families, vrienden en medestanders van LHBT’ers die tot doel heeft hun steun van hun beminde bloedverwanten of vrienden te bundelen. Sterker nog, twee jaar later werd ze voorzitter van de organisatie.
Crises
Voordat ze lid werden, hebben de meeste PFLAG-ouders crises meegemaakt doordat ze te weinig kennis hadden van de seksuele geaardheid van hun kinderen. Later hebben ze manieren gevonden om hun eigen frustraties te overwinnen en anderen te helpen hetzelfde te bereiken.
Tieu Hanh Nhi, uit de provincie Binh Duong, zo’n dertig kilometer van Ho Chi Minhstad, zag bij haar dochter Ai, toen die nog maar een klein meisje was, al wat eigenschappen die traditioneel als mannelijk worden gezien. Ze vond echter pas materiaal over homoseksualiteit toen Ai negentien werd. Ze was opgelucht toen ze van een neuropsychologisch expert hoorde dat aanleg en seksuele geaardheid deels worden bepaald door de relatie met de ouders. Ai vertelde haar moeder drie jaar geleden over het bestaan van de PFLAG-groep in Ho Chi Minhstad. Toen de organisatie werd opgericht, werd Nhi, voormalig universitair docente, verkozen tot bestuurslid van de PFLAG.
In de zomer van 2014 kreeg Nhi een noodoproep van Dao, een jongeman uit Nha Trang, een vakantieoord in het zuiden van Vietnam. Omdat ze zich zorgen maakte over het vreemde gedrag van haar zoon, wilde Ly, Dao’s moeder, hem de volgende dag in Ho Chi Minhstad laten behandelen. Vastbesloten om Dao en zijn moeder te helpen, vroeg Nhi Ly haar te ontmoeten bij het centrum Information Connecting and Sharing (ICS) in Ho Chi Minhstad, een organisatie die LHBT-rechten in Vietnam steunt en die is gevestigd in hetzelfde gebouw als de PFLAG. De twee moeders bespraken met elkaar hoe hard hun kinderen werkten en wat een deugdzaam leven ze leidden; zo reed Dao elke dag tientallen kilometers om bestellingen rond te brengen voor het bedrijf in zeevruchten dat hij vanuit huis runt. Diezelfde avond werd Nhi door Dao getagd op Facebook: ‘Dankzij jouw hulp is ons gezin nu stralend en een en al geluk. Alsof ik vandaag opnieuw geboren ben.’
PFLAG-begeleiders krijgen een training van vier maanden van een lokale psycholoog, waarbij de voornaamste les bestaat uit emotiebeheersing
Niet elke counselingbijeenkomst heeft echter meteen positieve resultaten. Na een consult van twee uur gaf Yen Ly, de moeder van Khoa, alle hoop op dat ze iets kon bereiken met de vader van H., een andere jonge homo die als kind zijn moeder had verloren. De vader hield vol dat H.’s homoseksualiteit zijn toekomst zou verpesten. Drie jaar later vertelde H. glimlachend dat hoewel zijn vader zijn seksuele geaardheid nog steeds niet volledig accepteert, hij in ieder geval niet meer zo hard tegen hem is.
PFLAG werd in 1972 in Amerika in opgericht door één moeder, Jeanne Sobelson Manford, een Amerikaanse docente en activiste die haar homoseksuele zoon openlijk steunde. De organisatie is volgens haar website de grootste familie- en medestandersorganisatie van het land. Ze bestaat uit 400 afdelingen en 200.000 aanhangers uit meerdere generaties Amerikaanse families. Twee jaar geleden nam een echtpaar uit de Amerikaanse PFLAG contact op met Yen Ly, voorzitter van de Vietnamese tegenhanger, nadat ze van hun bestaan gehoord hadden, en gaf haar nuttige informatie over het functioneren van hun vereniging.
De start van PFLAG Vietnam werd in 2011 ondersteund door de ICS, maar de officiële lancering was pas in januari 2015. Op dit moment kan de organisatie bogen op zo’n zeventig leden, van wie twintig regelmatig begeleidingsgesprekken voeren met ouders van LHBT-jongeren. Er zijn zeven vaders die vorig jaar lid zijn geworden van PFLAG Vietnam en nu actieve leden zijn. PFLAG-begeleiders krijgen een training van vier maanden van een lokale psycholoog, waarbij de voornaamste les bestaat uit emotiebeheersing.
Volgens Tran Khac Tung, baas van de ICS, is steun van de familie voor de meeste leden van de LHBT-gemeenschap van essentieel belang voor hun sociale integratie. Een onderzoek van de ICS uit 2015 liet zien dat 95 procent van de gemeenschap in Vietnam met discriminatie te maken had gehad, meestal van familie en vrienden.
Tung zegt dat de oprichting van PFLAG Vietnam van groot belang is geweest bij het verenigen van ouders en het bestrijden van geweld tegen LHBT-leden. De organisatie heeft zich ook ingezet om de stem van LHBT-leden te laten horen en hun rechten te beschermen. Ze speelde een belangrijke rol in 2014 bij het aannemen van een aangepaste huwelijkswet door het parlement, die het homohuwelijk in Vietnam verbiedt noch erkent. De leden voerden in 2015 ook campagne om in de aangepaste grondwet een nieuwe regel op te nemen die voorziet in het recht op sekseverandering of transgenderschap. De wet gaat per 1 januari 2017 in.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.