Tag: honger

  • In Soedan is honger een onzichtbaar oorlogswapen 

    In Soedan is honger een onzichtbaar oorlogswapen 

    Tijdens de nu al achttien maanden durende oorlog in Soedan is een derde van de bevolking ontheemd geraakt en is het land in de ergste humanitaire crisis ter wereld beland. Volgens de VN zijn minstens 26 miljoen Soedanezen acuut ondervoed, van wie 8,5 miljoen zich in kritieke toestand bevinden.

    Vier maanden na elkaar zijn de twee dochters van Selwa Zakaria gestorven als gevolg van de honger. Een paar uur nadat de jongste was opgenomen in het Al-Shuhada-ziekenhuis in Bahri, ten noorden van de Soedanese hoofdstad Khartoem, overleed ze, anderhalf jaar oud, in de armen van artsen. Haar moeder, die terug is voor een consult, dwaalt als een zombie rond voor de deur van de voedingsafdeling. Haar magere gestalte, gehuld in een blauwe tuniek, lijkt door de overvolle gang te zweven.

    Op rijen stoelen zitten mensen met spookachtige lichamen te wachten – botten omwikkeld door een dun laagje huid. Ze bewegen zo langzaam dat het lijkt alsof de tijd stilstaat. Een oude man met een uitgemergeld gezicht houdt zijn handen tegen zijn slapen. Het lijken net gedroogde bladeren, met scherpe nerven, die door een plotselinge beweging uiteengereten zouden kunnen worden. Zijn lippen bewegen, maar uit zijn mond klinkt geen geluid. Voor de dood intreedt, maakt de honger eerst een einde aan de woorden.

    Rondom zijn de artsen druk bezig. Ze zijn uitgeput. ‘De patiënten komen hier in kritieke toestand binnen. De kraamafdeling is een ramp. De moeders hebben niets te eten en produceren geen melk meer. Hun baby’s zijn vlak na de geboorte al bijna dood,’ zegt kinderarts Fatima Haroun (27), die naar eigen zeggen ‘nog nooit zo’n ramp heeft gezien’.

    Elk kind op haar afdeling is zo licht als een veertje. Een baby van negen maanden wordt op de weegschaal gelegd. ‘Amper 6 kilo. Armomtrek van 7,5 centimeter.’ De veilige grenswaarde ligt op 13,5 centimeter; onder de 11,5 centimeter is het kind in levensgevaar. ‘Het maximum dat we hebben gemeten is 12,5 centimeter,’ zegt de kinderarts bezorgd. Ze heeft een paar pakketten melkpoeder en pindapasta bezorgd gekregen. Ze moet er zuinig mee doen; deze minieme hoeveelheden ‘stellen het probleem alleen maar even uit’ – hooguit een paar dagen.

    Slib met meel en water

    Een week eerder ontving Haroun een gezin dat bij elke maaltijd wat slib uit de Nijl op het bord verdunde met een beetje meel en water. Ze barstte in tranen uit: ‘Dit is hongersnood van de allerergste soort. Niemand beseft de ernst van de gevallen die hier binnenkomen. En dan hebben we het nog maar over één stadsdeel! Elders zijn hele gebieden van het land ontoegankelijk. Mensen sterven in hun eigen huis. Niemand wil deze realiteit onder ogen zien.’

    In september werden er in dit veldhospitaal, de enige openbare voorziening die nog in bedrijf is in Noord-Khartoem, twintig sterfgevallen geregistreerd bij kinderen onder de vijf jaar. Het oorspronkelijke gebouw werd geplunderd en gedeeltelijk in brand gestoken door paramilitairen van de Rapid Support Forces (RSF). Dit leger, onder leiding van generaal Mohammed Hamdan Dagalo, alias ‘Hemedti’, is sinds 15 april 2023 in oorlog met de Soedanese Strijdkrachten (SAF) onder leiding van generaal Abdel Fattah Abdelrahman Al-Burhan. Eind september heroverde het reguliere leger, dat Le Monde toestemming gaf om naar Soedan te reizen, het gebied. Terwijl het ziekenhuis wordt hersteld, zijn alle diensten en het medisch personeel tijdelijk overgebracht naar een gezondheidscentrum met een bespottelijk kleine capaciteit gezien de omvang van de benodigde zorg.

    Honger vormt het tweede front in de oorlog in Soedan. Het is een stille strijd die langzaam mensen doodt. ‘Deze hongerdoden zijn het overblijfsel van de oorlog. Onder de huidige omstandigheden is het onmogelijk om een duidelijke balans op te maken. We durven ons niet voor te stellen wat de cijfers zullen zijn als de gevechten op een dag ophouden,’ zegt Hadil Malik El-Hassan, directeur van het Al-Shuhada-ziekenhuis.

    ‘Nog nooit in de moderne geschiedenis hebben zo veel mensen te maken gehad met honger als nu in Soedan’

    Minstens 26 miljoen Soedanezen, meer dan de helft van de bevolking, zijn volgens de Verenigde Naties acuut ondervoed, van wie 8,5 miljoen zich in kritieke toestand bevinden. ‘Nog nooit in de moderne geschiedenis hebben zo veel mensen te maken gehad met honger en hongersnood als nu in Soedan,’ waarschuwden deskundigen in opdracht van de VN-Mensenrechtenraad in oktober. In achttien maanden van oorlog, die ervoor hebben gezorgd dat een derde van de bevolking ontheemd is geraakt, is het land volgens internationale organisaties in de ergste humanitaire crisis ter wereld beland. En toch blijft die crisis nog altijd grotendeels onbekend.

    Hulp komt slechts druppelsgewijs binnen. Er is te weinig geld en er zijn veel obstakels. In oktober werd maar 10 procent van de hulpgoederen die in Port Soedan aankwamen uitgedeeld. ‘Een deel van de hulp belandt op de markt. Meel en olie die voor de armen worden uitgedeeld, worden uiteindelijk verkocht. Kun je je dat voorstellen?’ zegt een arts, die alle bestuurslagen beschuldigt van corruptie en daarom anoniem wenst te blijven.

    Nauwelijks hulp

    De moeite die het kost om toegang te krijgen tot het gebied is niet het enige probleem; verschillende organisaties beschuldigen de strijdende partijen ervan honger als oorlogswapen te gebruiken. In Khartoem passeert bijna geen hulp de frontlinies. Sommigen zien hierin een strategie van de SAF om iedere vorm van steun van de bevolking voor de paramilitairen te ondermijnen, nu mensen in steeds groteren getale de gebieden ontvluchten die onder hun controle staan.

    Terwijl de humanitaire situatie in de gebieden die in handen zijn van het leger al alarmerend is, is deze nog slechter in de gebieden die onder controle van de RSF staan. Behalve in Khartoem, het epicentrum van de gevechten, is de honger vooral acuut in Darfur, Gezira en Kordofan. Hele gebieden zijn afgesneden van de rest van de wereld. In Bahri is de wijk Samarab, een kilometer ten zuiden van het Al-Shuhada-ziekenhuis, een sterfhuis in de openlucht geworden. Meer dan honderdvijftig mensen stierven eind oktober in twee weken tijd aan honger en een ‘mysterieuze koorts’ die artsen toeschrijven aan dengue.

    Heel af en toe komen er verhalen binnen uit de getroffen buurten die in handen zijn van de RSF. Azza Hussein is net teruggekeerd. Ze woonde al een jaar lang als vluchteling in de door het leger gecontroleerde gebieden en kreeg op 25 oktober een telefoontje: haar moeder, die in RSF-gebied woonde, was overleden. Met gevaar voor eigen leven glipte ze ’s nachts door de frontlinies om haar moeder te kunnen begraven. Maar vooral om de rest van haar familie in veiligheid te brengen. ‘Toen ik aankwam, kon ik ze nauwelijks herkennen, omdat ze zo uitgemergeld waren. Ze waren al bijna dood,’ vertelt ze. Terwijl ze vluchtten, zakte haar vader om de tien meter uitgeput in elkaar.

    ‘Er is geen eten in Samarab, de soeks zijn leeg en de mensen lijden honger’

    In de buurt rouwden alle buren om hun doden. ‘Het was onmogelijk om ze te tellen. Er is geen eten in Samarab, de soeks zijn leeg en de mensen lijden honger. Ze vergiftigen zichzelf met putwater. Eén aanval van diarree kan al dodelijk zijn,’ aldus Hussein, die zegt dat er aan de lopende band begrafenissen waren bij het enige mortuarium in de buurt.

    ‘Het is een noodsituatie. Mensen kunnen niets meer krijgen. Er moeten humanitaire corridors worden geopend, vooral naar de gebieden die door de RSF worden gecontroleerd,’ zegt ziekenhuisdirecteur Hadil Malik El-Hassan. In het kielzog van de oorlog hebben epidemieën zich razendsnel verspreid. De Wereldgezondheidsorganisatie telde in september in Soedan meer dan 15.000 gevallen van cholera, waarbij 472 mensen overleden. En dat is nog maar een fractie van de ellende.

    Plagen

    Het land heeft ook te maken met een explosieve toename van malaria, dengue en dysenterie. Normaal gesproken zijn deze ziekten niet dodelijk als ze op tijd worden ontdekt en behandeld. Maar door de langdurige oorlog zijn ze ware plagen geworden, en honger is dan vaak de genadeslag. ‘Door ondervoeding worden deze ziekten mensen al heel snel fataal,’ aldus El-Hassan. Op veel markten zijn geen groenten en fruit meer verkrijgbaar, of ze zijn erg duur. ‘Geen vitaminen, geen ijzer, niets om het lichaam te versterken. Het immuunsysteem van mensen stort dan in,’ zegt ze.

    In het hele land hebben de gevechten de landbouwsector lamgelegd. Volgens de Verenigde Naties kon in 2024 bijna 70 procent van de families op het platteland hun akkers niet bewerken. Door de recente slachtpartijen van de RSF in de deelstaat Gezira en de brandstichtingen tijdens de oogsttijd in deze vruchtbare regio, die bekendstaat als de graanschuur van het land, dreigen nog meer Soedanezen in hongersnood te raken.

    In Soedan is een totale oorlog aan de gang

    Sinds 15 april 2023 wordt Soedan verscheurd door een broederoorlog onder leiding van twee generaals. In achttien maanden tijd hebben de gevechten tussen de Soedanese Strijdkrachten (SAF), onder leiding van generaal Abdel Fattah Abdelrahman Al-Burhan, en de paramilitaire milities van de Rapid Support Forces (RSF), geleid door generaal Mohammed Hamdan Dagalo (beter bekend onder zijn bijnaam ‘Hemedti’) mogelijk meer dan 150.000 burgerslachtoffers gemaakt door bombardementen en slachtpartijen, en talloze sterfgevallen veroorzaakt door honger en ziekte als gevolg van het conflict.

    De twee legers hebben alle pogingen tot internationale bemiddeling afgewezen en gekozen voor een totale militaire overwinning op hun tegenstander. In de loop der maanden heeft het conflict zich verspreid over het grootste deel van het land, waardoor talloze gewapende groepen en tienduizenden burgers betrokken zijn geraakt bij een oorlog die door de inmenging van buitenlandse financiers steeds complexer wordt.

    Verslaggevers Eliott Brachet en Abdulmonam Eassa van Le Monde trokken zeventien dagen lang door het gedeelte van Soedan dat in handen is van het leger. Vanuit Port Soedan aan de Rode Zee, de enige toegangspoort tot dit land met bijna 49 miljoen inwoners, reisden ze naar hoofdstad Khartoem, door gebieden die net waren heroverd door het regeringsleger.

    Ze maken een reeks van acht reportages in dit land, waar de hoop op verandering, die ontstond toen dictator Omar Al-Bashir in 2019 door een revolutie van zijn troon werd gestoten, door de oorlog aan diggelen is geslagen. Deze oorlog wordt momenteel beschouwd als de ernstigste humanitaire crisis ter wereld.

    De catastrofale economische situatie wordt nog verergerd door het feit dat miljoenen mensen door de oorlog geen inkomen hebben. Tegelijkertijd stijgt de inflatie explosief. Doordat de overheidsdiensten zijn ingestort, zijn miljoenen burgers nu afhankelijk van de takaya’s, buurtkantines die elke dag duizenden gratis maaltijden uitdelen – het enige vangnet voor de armste gezinnen.

    Dit soort initiatieven worden vaak georganiseerd door burgernetwerken die via onlinecampagnes donaties inzamelen bij de Soedanese diaspora. Deze groepen vrijwilligers, politieke activisten, artsen en maatschappelijk werkers zijn vaak afkomstig uit de verzetscomités die in 2019 een cruciale rol speelden in de vreedzame revolutie tegen het regime van Omar al-Bashir, en twee jaar later tegen de staatsgrepen van Al-Burhan en Hemedti, die nu met elkaar in gevecht zijn.

    Buurtbewoners

    Het is zeven uur ’s ochtends in de wijk Thawra in Omdurman, een stad vlak naast Khartoem. Onder het gerinkel van metalen schalen worden de rijen steeds langer. Zo’n honderd mensen wachten op de hoek van de straat. Elke dag wordt hier dezelfde maaltijd geserveerd: grote ketels met bonen voor het ontbijt en linzen voor de lunch. Er worden voedselbonnen uitgedeeld.

    Elk gezin, ongeacht het aantal leden, krijgt evenveel. ‘We verdunnen het eten met water en voegen er broodkruimels aan toe,’ zegt Manal Hamil, een lerares die onderdak biedt aan meer dan dertig familieleden die door de oorlog ontheemd zijn geraakt. Naast haar staan weduwen te wachten. Sommigen moeten meer dan zes kinderen onderhouden. Elk van hen krijgt drie lepels van de stoofpot.

    De keuken wordt gerund door een groep buurtbewoners. Voor de oorlog waren ze advocaat, metselaar of winkelier. Allemaal zijn ze hun baan kwijtgeraakt. Elke ochtend staan de vrijwilligers nog voordat de zon opkomt op hun post. Ze moeten water halen en hout verzamelen voor de kooktoestellen op straat. Een paar honderd meter verderop klinkt een explosie, maar het uitdelen gaat door. ‘Is oorlog echt gevaarlijker dan honger?’ vraagt een onverstoorbare Mohammed Omar zich hardop af. ‘Honger is een sluipmoordenaar. Hij kent geen genade. Hij doodt beetje bij beetje,’ zegt deze voormalige scheidsrechter uit de nationale competitie, die nu is omgeschoold tot kok.

    Door de inflatie en door de omvang van de crisis komt er steeds minder geld bij dit soort buurtkeukens terecht

    De beheerder van de keuken, Tarek Abu Zaïd, raakte in 2023 ernstig gewond door artillerievuur toen hij voorbijgangers wilde redden die door granaten waren geraakt. Het kostte hem zijn rechterbeen, dat enkele dagen later werd geamputeerd. ‘Ik had dood moeten zijn,’ zegt de 58-jarige voormalige makelaar. Tijdens de vier dagen die hij in het ziekenhuis doorbracht, kwam het werk in de kantine stil te liggen. ‘Dat kon ik niet accepteren. Zo veel mensen zijn ervan afhankelijk. Dus heb ik gevochten en ben ik teruggekomen,’ aldus de man die als door een wonder overleefde.

    Abu Zaïd brengt zijn tijd voornamelijk door aan de telefoon. De door hem opgezette kantine zou niet functioneren zonder de steun van donateurs. Maar door de inflatie en door de omvang van de crisis komt er steeds minder geld bij dit soort buurtkeukens terecht. Tientallen takaya’s in het hele land hebben hun deuren moeten sluiten. ‘De rest staat steeds meer onder druk. Mensen hebben geen andere optie, anders gaan ze dood,’ zegt hij.

    In 2024 stonden de organisatoren van de kantines op de shortlist voor de Nobelprijs voor de Vrede. Maar daar loopt niemand mee te pronken. Voor hen is deze solidariteit, die ze nafeer noemen, geworteld in de Soedanese cultuur. ‘Het is oorlog en wij vechten ook. Maar dan op een ander slagveld,’ zegt Mohammed Omar. Soldaten in een schaduwleger, helden zonder uniform aan wie geen medailles worden uitgereikt. 

  • Nieuwe piek in voedselprijzen treft lage-inkomenslanden

    Nieuwe piek in voedselprijzen treft lage-inkomenslanden

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Indiase bioscoopwereld grijpt terug op oude successen na reeks geflopte films

    » Russisch parlement neemt begroting aan met recordbedrag voor het leger

    Soedan, Zuid-Soedan, Palestina, Haïti en Mali zwaarst getroffen

    De voedselprijzen bereikten in oktober het hoogste niveau in anderhalf jaar volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO). ‘Een nieuwe klap voor landen met minder financiële middelen’, aldus El País. Gewapende conflicten en extreme weersomstandigheden zijn verantwoordelijk voor de stijging van de voedselprijzen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens de laatste cijfers van de FAO hebben ongeveer veertig landen in de wereld nu buitenlandse hulp nodig om hun bevolking te voeden. Drieëndertig daarvan zijn Afrikaans, negen Aziatisch, twee Latijns-Amerikaans (Venezuela en Haïti) en één Europees (Oekraïne). Deze situatie wordt verergerd door de financiële spanningen in het Mondiale Zuiden, dat al meer betaalt voor zijn schulden dan het ontvangt aan ontwikkelingshulp en waarvan de regeringen de handen gebonden zijn als het gaat om het reageren op voedseltekorten. In 22 landen – aangevoerd door Soedan, Zuid-Soedan, Palestina, Haïti en Mali – is de situatie bijzonder ernstig en zijn ‘dringende maatregelen’ nodig, aldus het VN-agentschap.

    De FAO-prijsindex steeg in oktober met 2 procent, een stijging van ongeveer 5,5 procent ten opzichte van een jaar geleden. Desondanks blijft deze indicator 20 procentpunten onder het recordniveau dat in maart 2022 werd geregistreerd, weken nadat de eerste troepen van Vladimir Poetin de grens met Oekraïne overstaken.

  • VN-rapport: meer dan twintig landen lopen groot risico op acute hongersnood

    VN-rapport: meer dan twintig landen lopen groot risico op acute hongersnood

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mexicaanse tiktokkers gebruiken codetaal om narcogeweld aan te kaarten

    » VS: kunsthandelaar verdacht van fraude met 1700 gestolen kunstwerken

    Honger in de wereld neemt toe

    De acute voedselonzekerheid in het door oorlog geteisterde Soedan en meer dan twintig andere landen zal de komende zes maanden naar verwachting verergeren, grotendeels als gevolg van conflicten en geweld, zo blijkt uit een analyse van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) en het Wereldvoedselprogramma (WFP). Dat schrijft The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In het rapport ’Hunger Hotspots‘, dat donderdag is gepubliceerd en elke twee jaar uitkomt, geven de FAO en WFP vroegtijdige waarschuwingen over voedselcrises en situaties over de hele wereld waarin de voedselonzekerheid waarschijnlijk zal verergeren, met de nadruk op de ernstigste en meest verslechterende situaties van acute honger. Ze vonden 22 hotspots waar acute voedselonzekerheid naar verwachting zal verergeren tussen november 2024 en mei 2025.

    De organisaties maken zich het meeste zorgen om Soedan, Zuid-Soedan, Mali, Palestina en Haïti, deze landen hebben nu al te maken hebben met hongersnood of het risico op hongersnood. ‘Mensen kampen met een extreem voedseltekort en worden geconfronteerd met ongekende langdurige hongersnood,’ zei Qu Dongyu, de directeur-generaal van de FAO, tegen de Britse krant. Ook zijn er grote zorgen over Tsjaad, Nigeria, Mozambique, Libanon, Myanmar, Syrië en Jemen. Daarnaast zijn er ook zorgen dat de acute voedselonzekerheid zal verergeren in Kenia, Lesotho, Namibië, Niger, Burkina Faso, Ethiopië, Malawi, Somalië, Zambia en Zimbabwe.

  • Haïti kampt met ‘ergste hongersnood op het westelijk halfrond’

    Haïti kampt met ‘ergste hongersnood op het westelijk halfrond’

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Gabon helpt Rusland om sancties te omzeilen

    » Elektrische vrachtschepen en ferry’s: vergroening scheepvaart gaat nog langzaam

    Helft van Haïtianen leeft in voedselonzekerheid

    De helft van alle Haïtianen heeft dagelijks moeite om aan voedsel te komen omdat het welig tierende bendegeweld en de wetteloosheid ‘de ergste hongersnood op het westelijk halfrond’ veroorzaken, zo blijkt uit een rapport van het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (WFP). Het WFP en zijn partnerorganisaties schatten dat 5,4 miljoen Haïtianen nu regelmatig niet genoeg te eten hebben, een record voor de Caribische natie en het grootste aantal mensen ter wereld met acute voedselonzekerheid, aldus het WFP. Dat cijfer wijst op een toename van 600.000 mensen die in een ‘hongercrisis’ terecht zijn gekomen sinds de vorige piek van eerder dit jaar, schrijft The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Tien jaar geleden had slechts 2 procent van de Haïtiaanse bevolking te kampen met voedselonzekerheid, maar het land werd in chaos gedompeld toen de president Jovenel Moïse in 2021 werd vermoord, sindsdien hebben bendes meer dan 80 procent van de hoofdstad Port-au-Prince in handen. Een explosie van bendegeweld eerder dit jaar – waardoor Haïti’s interim-leider Ariel Henry gedwongen werd af te treden – legde de scheep- en luchtvaart stil, waardoor er geen voedsel het van invoer afhankelijke land kon binnenkomen. De extra kosten van tolheffingen door bendes op belangrijke wegen in combinatie met inflatie en steeds dieper wordende armoede betekent dat voedsel nu tot 70 procent van de totale uitgaven van huishoudens uitmaakt.

  • Frankrijk erkent Oekraïense hongersnood in 1932-1933 als genocide

    Frankrijk erkent Oekraïense hongersnood in 1932-1933 als genocide

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ex-vicepresident Pence moet getuigen tegen Trump

    » Bijna veertig doden bij brand migrantencentrum Mexico

    President Zelensky heeft zijn dank uitgesproken

    Frankrijk heeft de Holodomor, een door de mens veroorzaakte hongersnood in de jaren 1932-1933, erkend als genocide op het Oekraïense volk. Honderdachtenzestig afgevaardigden van de Nationale Vergadering, het Lagerhuis van het Franse parlement, stemden voor de resolutie en twee stemden tegen, bericht The Kyiv Independent.

    De Holodomor vond plaats onder Jozef Stalins bewind in de Sovjet-Unie en kostte naar schatting 3,5 tot 5 miljoen Oekraïners het leven. De Oekraïense regering heeft de internationale gemeenschap opgeroepen de hongersnood als genocide te erkennen.

    President Zelensky van Oekraïne sprak gisteren zijn dank uit richting Frankrijk. Hij noemde de stemming ‘belangrijk’ en voegde eraan toe ’dat Frankrijk een stevige bijdrage levert aan het blootleggen van de vroegere en huidige misdaden van het totalitaire Rusland en op die manier opkomt voor waarheid en gerechtigheid, en de dader op zijn aansprakelijkheid wijst’.

    ‘De Nationale Vergadering heeft duidelijke gemaakt dat dergelijke misdaden nooit zullen worden vergeten’

    Ook de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Dmytro Koeleba heeft gereageerd: ‘Met deze historische stemming heeft de Nationale Vergadering duidelijk gemaakt dat dergelijke misdaden nooit zullen worden vergeten en nooit mogen worden herhaald.’

    Hiermee sluit Frankrijk zich aan bij IJsland, dat de Holodomor op 23 maart als genocide erkende, en bij België, dat dit op 10 maart deed. Landen als Tsjechië, Duitsland, Roemenië, Ierland en Bulgarije hadden de hongersnood al eerder als genocide erkend. In december 2022 erkende ook het Europees Parlement de Holodomor officieel als genocide en drong het er bij Rusland op aan om officieel spijt te betuigen voor de wreedheden van het Sovjetregime.

    Lees ook:

  • George Monbiot: ‘Bijna niets is schadelijker voor het milieu dan biologisch rundvlees’

    George Monbiot: ‘Bijna niets is schadelijker voor het milieu dan biologisch rundvlees’

    Als wij ons voedingssysteem niet radicaal veranderen kunnen we de strijd tegen klimaatverandering niet winnen, zegt de Britse milieuactivist George Monbiot. Ten eerste moeten we af van de veeteelt. Zijn boek Regenesis is een fundamentele kritiek op de landbouw.

    Voor een veganist vertoont George Monbiot een opmerkelijke verachting voor veel dieren. Kippen, vooral hun mest, houdt hij verantwoordelijk voor het veranderen van hele ecosystemen in weerzinwekkende riolen. Koeien ziet hij als ‘reusachtige machines die koolstof vrijmaken en veel land bezetten’. Zelfs honingbijen zijn voor hem productiedieren die grote schade aanrichten aan het milieu doordat ze wilde insectensoorten verdringen.

    Voor zijn documentairefilm Apocalyps Cow heeft hij zelfs een keer een ree geschoten en gegeten. Het stond hem weliswaar vreselijk tegen, schreef hij in The Guardian, hij had liever gehad dat een wolf dat voor hem had opgeknapt, maar ‘het voelde juist om dit dier te eten. Het doden ervan veroorzaakt geen ecologische schade, integendeel.’ Waar het leefde, in de Schotse hooglanden, was het aantal reeën geëxplodeerd en het aantal bomen waarvan ze de spruiten eten was daardoor extreem afgenomen. Dankzij de jacht op het wild heroverden de bomen het land nu weer ‘met een opmerkelijke snelheid’.

    Maar Monbiots grootste vijanden zijn schapen. Dat ligt vooral aan de enorme ruimte die ze nodig hebben. In Groot-Brittanië wordt vier miljoen hectare bergland benut als schapenweide, dat is twee keer zo veel oppervlakte als alle steden, fabrieken, opslagloodsen, tuinen, parken, straten en vliegvelden bij elkaar beslaan. Sinds er – ook door royale landbouwsubsidies – in de twintigste eeuw schapen werden losgelaten op het Britse hoogland, zijn ze effectieve verwoesters gebleken van ecologische niches. Omdat de dieren zich bij voorkeur voedden met ontkiemende bomen zouden ze die streken in de loop van de tijd hebben veranderd in ‘dode zones’, waarin behalve een enkele grassoort nauwelijks nog iets groeit.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Maar het ernstigste probleem van deze vorm van landbouw is de schamele opbrengst ervan. Om met lamsvlees 100 gram proteïne te produceren is er 185 m2 land nodig, ongeveer 26 keer zoveel als voor kippen nodig is en 84 keer zoveel als voor soja. In calorieën omgerekend betekent dat dat 22 procent van de totale Britse landbouwgrond de Britten voorzien van 1 procent van hun proteïnebehoefte.

    Nerd

    George Monbiot is een echte nerd als het om zulke cijfers gaat. Als journalist en milieuactivist is hij in Groot-Brittannië allang een begrip; sinds 1996 behoren zijn columns tot de vaste inventaris van The Guardian. De stilistische scherpte waarmee hij zich onderscheidt, richt zich ook graag tegen zogenaamd gelijkgezinden. In zijn boek Regenesis keert hij zich nu tegen al die bioboeren die nog geloven in het project van een duurzame landbouw. Want voor Monbiot is de landbouw als zodanig ‘de meest verwoestende menselijke activiteit die de aarde ooit heeft meegemaakt’. De ruimte die zij inneemt, ziet hij als ‘de belangrijkste van alle milieuproblemen’. 

    Hoe zorgen we voor een voedselproductie die het klimaat ontziet?

    George Monbiot
    Regenesis. Feeding the World without Devouring the Planet van George Monbiot verscheen in 2022 bij uitgeverij Allen Lane.

    Dat dit onderwerp in het klimaatdebat tot op heden verregaand verwaarloosd werd in vergelijking met de energietransitie, ligt ook aan het feit dat deze verwoesting van de bodem, in tegenstelling tot het delven van fossiele grondstoffen, al duizenden jaren wordt geromantiseerd. Ook al heeft ze allang industriële proporties aangenomen, toch laat de agrarische cultuur ons nog altijd het beeld zien van een boerenidylle, bijna alsof de uitbuiting van de natuur zelf iets heel natuurlijks is. Bovendien is juist de biologische landbouw deel van het probleem: hoe voordelig ze ook is voor dieren en bodemkwaliteit, ze verergert het ruimtebeslag. Als middel om gras in proteïne te veranderen zijn schapen en runderen erbarmelijk inefficiënt; als ze in de wei gehouden worden, groeien de dieren nog langzamer en gebruiken ze veel meer ruimte. ‘Er is nauwelijks een landbouwproduct dat schadelijker is voor het milieu dan biologisch rundvlees van weidevee’, aldus Monbiot.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Wat zijn boek zo interessant maakt, is behalve het concrete onderwerp ook het koelbloedige realisme waarmee hij het thema beziet. Vaak ligt Monbiots standpunt voorbij de ideologische bastions van waaruit het debat over klimaatverandering gevoerd wordt. Tegenover de illusie van een groene groei wordt ofwel onthouding geplaatst, of men speelt de milieubescherming uit tegen de existentiële behoeften van grote delen van de wereldbevolking. Monbiots inzichten zijn zonder meer radicaal. Het effectiefste middel om CO2 uit de atmosfeer te halen is volgens hem het reduceren van de oppervlakte aan landbouwgrond tot een minimum; het moet worden veranderd in natte gebieden en bossen. In een vorig boek, Feral. Searching for Enchantment on the frontiers of rewilding, beschreef hij zijn visioen van een verwildering op grote schaal van weiden en velden om de ineenstorting van het klimaat en de zogeheten zesde grote soortensterfte te voorkomen. Daarbij hoorde ook de terugkeer van olifanten naar Europa.

    Een fragment uit de documentaire Apocalypse Cow van George Monbiot over soleïne.

    Potentieel

    In Regenesis. Feeding the World without Devouring the Planet gaat het hem nu om de vraag die daar noodzakelijk uit volgt: hoe valt zijn utopie te verenigen met het voeden van een voortdurend groeiend aantal mensen? Hoe zorgen we voor een voedselproductie die het klimaat ontziet – en niet alleen voor degenen die zich duur biologisch voedsel kunnen veroorloven? Het is duidelijk, zo rekent Monbiot voor, dat we het landbouwoppervlak met 76 procent zouden kunnen reduceren als iedereen zou ophouden vlees en zuivelproducten te consumeren. Maar hoewel hij zelf allang vegetarisch eet en de trend van vermindering van de vleesconsumptie in rijke landen aanhoudt, denkt hij niet te kunnen rekenen op een snelle bewustzijnsverandering die de opwarming van de aarde tijdig zou kunnen stoppen.

    Dus wat te doen? Op zoek naar alternatieve manieren om de bodem te gebruiken presenteert Monbiot een paar geëngageerde boeren die het is gelukt hun land door creatieve verbouwingsmethoden niet alleen ecologisch gezonder, maar ook productiever te maken. Ook in deze portretten doorbreekt hij de gangbare clichés: zijn helden zijn op het eerste gezicht bioboeren uit het boekje, die hun velden met houtsnippers in plaats van fosfaat bemesten, of ze sparen ze met een directzaadmethode in plaats van ze te verwoesten door te ploegen. Maar ze zijn vooral pioniers van een experimentele landbouw in hun pogingen met veldonderzoek in de letterlijke zin van het woord en met wetenschappelijke nauwkeurigheid de complexiteit van de bodem te begrijpen en te benutten. 

    Slechts 10 procent van de duizenden diersoorten in de bodem zou geïdentificeerd zijn

    De succesvolle aanzetten van deze pioniers, dat weet Monbiot ook, bieden geen model voor de industriële productie van voedingsmiddelen die nodig is voor het voeden van de wereldbevolking. Maar ze geven een idee van het potentieel dat een transformatie van de agrarische cultuur in zich bergt. En ze laten zien hoezeer de kennis van de leefruimte onder onze voeten en van de betrekkingen tussen aarde, bacteriën, planten en micro-organismen, van de soortenrijkdom en de vruchtbaarheid van dit ecosysteem is verwaarloosd.

    Tot op heden zou slechts 10 procent van de duizenden diersoorten in de bodem geïdentificeerd zijn, schrijft Monbiot. Als er al middelen voor het onderzoek van de bodem beschikbaar gesteld worden, dan is het in hoofdzaak om ‘nieuwe manieren te vinden om ze te doden’; voor bestrijdingsmiddelen. Hij verlangt daarentegen ‘de integrale ontwikkeling van een nieuwe agronomie’, een soort ‘verkenningsprogramma van de aarde’, dat ‘in plaats van Mars in een tweede aarde te veranderen, de oppervlakte van onze eigen planeet onderzoekt’.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Het is dus niet zo verrassend dat Monbiot de oplossing van het voedselprobleem verwacht van een technologie die elke bioboer moet toeschijnen als een sciencefictiondystopie: proteïne uit microbiële fermentatie. In Finland bezoekt hij een bedrijf met de naam Solar Foods, dat uit lucht, zon en een paar bacteriën een sterk geconcentreerd eiwitpoeder maakt. Om dat zogeheten soleïne te verkrijgen, worden bacteriën gevoed met waterstof en kooldioxide uit de lucht; door fermentatie ontstaat uiteindelijk het proteïnepoeder. Het procédé is niet eens erg nieuw, het werd al in de jaren zestig ontwikkeld door de NASA, maar pas nu wordt duidelijk hoe nuttig het kan zijn. 

    Problematisch is dat het maken van waterstof veel energie verbruikt – en veel ruimte, wanneer men daarvoor zonne-energie gebruikt. Niettemin, rekent Monbiot voor, zou voor de productie van proteïne door bacterieculturen 1700 maal minder land nodig zijn dan voor soja, de ruimtelijk gezien meest efficiënte plantaardige bron van proteïne.

    Met dalende prijzen voor zonne-energie zou ook de prijs voor de proteïne van Solar Foods en concurrenten dalen tot het niveau van soja en een goed alternatief voor plantaardige of dierlijke voeding worden. Soleïne zou juist in armere, warme landen voordelig en ‘regionaal’ geproduceerd kunnen worden. En als het ooit ook cultureel geaccepteerd wordt, dan zouden op culinair gebied heel nieuwe mogelijkheden ontstaan: ‘Hapjes die smaken als biefstuk, maar de textuur hebben van Jacobsschelpen,’ stelt Monbiot zich voor; of ‘een mousse die op de tong smelt als pannacotta, maar smaakt naar Iberische ham’.

    Farmfree

    Veel van zijn critici zien zijn visioen als naïef. Het maken van waterstof is gewoon te duur en bovenal zou zo’n soort voedsel uit het laboratorium een uitnodiging zijn aan de voedingsconcerns die het huidige voedselsysteem beheersen om de productie nog ongebreidelder te monopoliseren met patenten. Monbiot is zich van dit gevaar bewust, maar dat verandert voor hem niets aan de noodzaak en de mogelijkheden van de voedselvoorziening met zulke ‘farmfree’-producten. ‘Deze verandering zal zich waarschijnlijk linksom of rechtsom wel voltrekken, hoe heftig de verdedigers van de oude orde ook verzet bieden. Die volgt gewoon uit een onstuitbare economisch logica. Het is aan ons om dit proces snel en rechtvaardig vorm te geven’, schrijft hij.

    Daartoe moet nog slechts één tegenstander overwonnen worden – de langdurige cultuur van verheerlijking van akkerbouw en veeteelt. ‘Een van de grootste bedreigingen voor al het leven op aarde is de lyriek,’ beweert Monbiot, en hij zet uiteen hoe sinds de bucolische gedichten van Theocritus in de Griekse oudheid de mythe ontstond van een harmonieus herdersleven, met schaapherders ‘die hun trage uren doorbrengen met zingen, fluitspelen en vooral met onderdoorgaan aan onbeantwoorde liefdes’. Tegenwoordig zijn de motieven van de pastorale lyriek zo diep geworteld dat ze in de vorm van kinderboeken en westerns, kinderboerderijen en boerderijspeelgoed nog altijd geweldig floreren. Het zijn verhalen die zelfs een overtuigde stadsbevolking zichzelf ‘zonder een zweem van onbehagen vertelt’.

    Dat zijn futuristische voorstelling van een voedingsmiddelenproductie de complete cultuur van de mensheid ter discussie zou stellen, is eveneens een bezwaar dat Monbiot vaak te horen krijgt. Ja, zou hij daar wellicht op antwoorden. Precies!

    Lees ook:

  • Lula wordt opnieuw president van Brazilië ‘dat niet meer hetzelfde is’

    Lula wordt opnieuw president van Brazilië ‘dat niet meer hetzelfde is’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Datacenters Duitse overheid moeten duurzamer worden

    » VS: grootschalige fraude met corona-uitkeringen

    Lula behaalt niptste overwinning in Braziliaanse geschiedenis

    Luiz Inácio Lula da Silva heeft in de verkiezingen van zondag nipt zittend president Jair Bolsonaro verslagen en gaat na de periode 2003-2010 aan een derde termijn beginnen als president van Brazilië. Sinds de terugkeer van de democratie in Brazilië in de jaren tachtig heeft een president nog nooit drie termijnen gediend. ‘Onze meest urgente verplichting is het opnieuw uitbannen van honger,’ zei Lula in zijn overwinningstoespraak in São Paulo. Ook beloofde het Amazonegebied te beschermen en verklaarde hij dat ‘wij één volk zijn’. Er zijn niet ‘twee Braziliës’, citeert Correiro Braziliense.

    De kloof tussen de twee kandidaten in de tweede ronde was de kleinste in de geschiedenis, volgens Rio Times. Lula kreeg 50,89 procent van de stemmen en Bolsonaro 49,11 procent. Een verschil van ongeveer 2 miljoen stemmen, met een totaal van 120 miljoen Brazilianen die naar de stembus gingen. Zoals The New York Times opmerkt ‘blijft er bezorgdheid bestaan over de gezondheid van een van ’s werelds grootste democratieën’. Maandenlang heeft Bolsonaro bij voorbaat de uitslag van de verkiezingen in twijfel getrokken. ‘Nu vraagt een deel van het land: zal hij zijn nederlaag accepteren?’ aldus het dagblad. Volgens verschillende Braziliaanse kranten weigerde Bolsonaro, de eerste president die niet werd herkozen, zondag elk bezoek aan huis, ook van zijn familie. Ook heeft hij zijn tegenstander nog niet gefeliciteerd.

    ‘Brazilië kan weer ademhalen met het einde van het tijdperk-Bolsonaro’

    Het Braziliaanse dagblad O Globo verwelkomt de overwinning van Lula: ‘Brazilië kan weer ademhalen met het einde van het tijdperk-Bolsonaro’. Lula staat echter voor een ‘groot aantal uitdagingen’, waarschuwt La Tercera. Het Chileense dagblad noemt de inflatie, de terugkeer op het internationale toneel na het unilateralisme van Bolsonaro en de ontbossing in het Amazonegebied. De Argentijnse krant Clarín herinnert Lula eraan dat sinds zijn twee mandaten in het begin van de jaren 2000 ‘het land niet meer hetzelfde is’. De welvaart in Brazilië is niet meer dezelfde als tien jaar geleden, door hoge schulden en de economische gevolgen van de pandemie.

    Ook politiek gezien is de Zuid-Amerikaanse natie veranderd. ‘Ondanks zijn staat van dienst heeft het bolsonarisme zich geconsolideerd als een populaire rechtse optie in een verdeeld land’, merkt Folha de São Paulo op. Bolsonaro ‘heeft Donald Trump altijd als zijn idool gehad’ en de voormalige Amerikaanse president ‘is er zelfs buiten de macht in geslaagd het trumpisme in de VS levend te houden’. Lula kan daarom vijandige oppositie verwachten.

    In het buitenland moet de 74-jarige leider juist rekenen op de steun van zijn buren. El País merkt op dat ‘de vijf belangrijkste Latijns-Amerikaanse economieën voor het eerst door links zullen worden geregeerd’. De leiders van Colombia, Mexico, Chili en Argentinië zullen de eerste zijn die Lula’s terugkeer op het wereldtoneel zullen steunen. ‘Deze zondag heeft de coalitie van Lula niet alleen Bolsonaro verslagen, maar ook de leiding genomen in een nog nooit eerder vertoonde regionale alliantie die geen precedent zal kennen‘, benadrukt het Spaanse dagblad.

    Lees ook:

  • Wordt 2023 het jaar van de honger?

    Wordt 2023 het jaar van de honger?

    Ondanks dat de prijzen van voedingsmiddelen dalen, zeggen experts dat de wereldwijde productie in 2023 nog verder kan zakken, waardoor de honger toeneemt. ‘De huidige betaalbaarheidscrisis ontaardt volgend jaar in een beschikbaarheidscrisis.’

    Zijn de voedselprijzen over hun hoogtepunt heen? Al voor het door de VN onderhandelde akkoord tussen Kyiv en Moskou over de graanexport, dat onlangs het vervoer van graan vanuit de Oekraïense havens aan de Zwarte Zee mogelijk maakte, waren ze alweer flink aan het dalen. Een Russische recordoogst, de vrees voor een recessie en de hoop dat de mondiale graanhandel weer op gang komt, drukken de prijzen. Maar met die prijsdaling is de voedselcrisis nog niet voorbij. Volgens analisten is er nog niets veranderd aan de onderliggende factoren die de prijzen hadden opgestuwd. De oorlog in Oekraïne is slechts een van de vele problemen die nog jarenlang tot meer honger kunnen leiden.

    Het conflict in Oekraïne brak uit op een moment waarop de voedselprijzen al steeds verder werden opgedreven door een hele reeks factoren, waaronder vooral de droogte in belangrijke oogst-producerende landen, en aanvoerketens die nog kampen met de nasleep van de pandemie. In armere landen, waar de economie al in duigen lag door de coronalockdowns, betekende de oorlog alleen maar een verdere verslechtering van een toch al sombere situatie. ‘Deze mondiale voedselcrisis verschilt van eerdere vergelijkbare situaties in de zin dat hier meerdere belangrijke oorzaken meespelen,’ zegt Cary Fowler, speciaal gezant van de VS voor voedselzekerheid. De ware impact van die combinatie van factoren zal zich volgens deskundigen pas volgend jaar aftekenen. ‘Ik maak me meer zorgen over 2023 dan over 2022,’ zegt een analist.

    Blokkade

    De oorlog heeft zonder twijfel een remmende werking gehad op de wereldwijde voedselproductie. Door de blokkade van de Oekraïense havens en de beperkte capaciteit van alternatieve routes lagen de exportvolumes aanzienlijk lager dan normaal. In juni heeft het land krap een miljoen ton tarwe, maïs en gerst geëxporteerd – volgens het Oekraïense ministerie van Landbouw 40 procent minder dan in dezelfde maand in 2021. Deze maand is in Oekraïne de oogst begonnen en zijn de boeren hard op zoek naar opslagruimte. Maar als ze hun graan niet kunnen verkopen, heeft dat ook gevolgen voor 2023: dan hebben ze niet genoeg geld om zaaigoed en kunstmest in te kopen voor het volgende seizoen. Straks valt er misschien niets meer te oogsten, waarschuwt een internationale beleidsambtenaar. 

    De hoge grondstofprijzen van eind dit voorjaar waren elders wellicht een stimulans om de productie te verhogen. Maar daar tegenover staan de kostenstijgingen waar veel boeren ook mee te maken krijgen, met name door de stijgende prijzen van kunstmest en van de voor hun landbouwapparatuur en voor het transport benodigde diesel. Beleidsambtenaren waarschuwen dat de nu al torenhoge energieprijzen, die in de winter naar verwachting nog verder zullen stijgen, ook hun weerslag hebben op de productie van de voor boeren onmisbare stikstofmest. ‘Als we geen oplossing vinden voor het probleem van de landbouwproductiemiddelen, met name kunstmest, ontaardt de huidige betaalbaarheidscrisis volgend jaar in een beschikbaarheidscrisis,’ waarschuwt Arif Husain, hoofdeconoom bij het Wereldvoedselprogramma van de VN.

    In 2007-2008 zijn de rijstprijzen meer dan verdubbeld als gevolg van exportbeperkingen in India en Vietnam

    Tot dusver bestond er vooral zorg over de graanvoorraden, met name over tarwe en de plantaardige olie waarvan Oekraïne een grote exporteur is. Maar sommige analisten maken zich ook zorgen over de prijs van rijst, het basisvoedsel van heel Azië. Op dit moment beschikken belangrijke rijstproducerende landen zoals India, Thailand en Vietnam nog over ruime voorraden. Maar men vreest voor exportbeperkingen als meer consumenten er door de hoge tarweprijs toe worden gedreven op rijst over te stappen. Slechts 10 procent van de wereldwijde productie van rijst wordt geëxporteerd, dus een exportbeperking van één land kan al een buitensporig effect hebben op de mondiale prijzen. 

    In 2007-2008 zijn de rijstprijzen ook meer dan verdubbeld als gevolg van exportbeperkingen in India en Vietnam in combinatie met hamstergedrag van grote rijstimporterende landen zoals de Filipijnen. ‘We houden de rijstprijzen nauwlettend in de gaten,’ zeggen analisten van de Japanse investeringsbank Nomura. ‘Als mensen onder druk van stijgende tarweprijzen overstappen op rijst, heeft dat mogelijk gevolgen voor het voorraadpeil en kan het belangrijke producerende landen aanzetten tot exportbeperkingen, wat uiteindelijk tot hogere prijzen zal leiden.’ En de autoriteiten houden ook de beschikbaarheid van kunstmest voor de rijstproductie in Azië in het oog.

    Al lang voor de Russische inval in Oekraïne had de voedselonzekerheid in de wereld recordhoogtes bereikt. Als gevolg van de pandemie, de droogtes en andere regionale conflicten leden bijna 770 miljoen mensen in 2021 honger, wat volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) het hoogste aantal is sinds 2006. De FAO voorspelt dat als gevolg van de oorlog in Oekraïne het aantal ondervoede mensen dit jaar met 13 en volgend jaar met nog eens 17 miljoen mensen zal stijgen. De Wereldbank becijfert dat met elke procentpunt stijging van de voedselprijzen 10 miljoen mensen tot extreme armoede vervallen.

    Bovenop de stijgende voedselprijzen kampen veel opkomende economieën ook met een valutadaling

    Grote delen van Afrika, het Midden-Oosten en Centraal-Azië consumeren meer basisvoedingsmiddelen dan ze produceren. Deze regio’s lijden het meest onder wereldwijde prijsstijgingen, aldus de organisatie Gro Intelligence, die landbouwstatistieken verzamelt. Bovenop de stijgende voedselprijzen kampen veel opkomende economieën ook met een valutadaling. Landen in het Midden-Oosten en Afrika die afhankelijk zijn van de graaninvoer uit Oekraïne en Rusland, hebben zwaar onder de prijsstijgingen te lijden. Egypte heeft al aangeklopt bij het IMF, in Turkije is de inflatie opgelopen tot bijna 80 procent en de crisis in Libanon is door de Wereldbank een van de ernstigste van de afgelopen honderd jaar genoemd.

    Ook landen die geen afnemer zijn van Rusland of Oekraïne, maar wel grote netto-importeurs van landbouwgrondstoffen, kampen nu met hogere invoerkosten. De prijzen van basisvoedingsmiddelen zoals brood, pasta en plantaardige olie zijn het snelst gestegen. In Bulgarije kostte een brood in juni bijna 50 procent meer dan een jaar eerder. Plantaardige olie is in Spanje nu al bijna twee keer zo duur als een jaar geleden en in Polen zijn de suikerprijzen met 40 procent gestegen.

    Voedselinflatie

    In landen met lagere inkomens, waar een groot deel van de consumentenuitgaven opgaat aan voedsel, is het voor mensen veel moeilijker om de stijgende kosten van levensonderhoud het hoofd te bieden door hun uitgaven te beperken. In Egypte, waar meer dan een derde van de huishouduitgaven opgaat aan voedsel en niet-alcoholische dranken, kampen de mensen met stijgingen van de voedselprijzen van 24 procent. In Ethiopië, waar een nog groter deel van het huishoudboekje aan voedsel opgaat, bedraagt de voedselinflatie zelfs 38 procent. ‘In een land waar je zelfs op de beste dagen nog altijd meer dan 50 tot 60 procent van je besteedbaar inkomen aan voedsel uitgeeft, is er weinig ruimte om zo’n schok op te vangen,’ zegt Husain.

    Vooral in Afrika ‘bestaat volgend jaar gevaar op hongersnood’, aldus Gilbert Houngbo, voorzitter van het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling van de VN. En dat kan weer leiden ‘tot maatschappelijke onrust en massale economische migratie’, voegt hij eraan toe. In 2007-2008 en 2010-2011 hebben grote prijsstijgingen van voedsel ook wereldwijd tot rellen geleid, en de huidige torenhoge voedselprijzen waren een belangrijke factor in de recente onlusten in Sri Lanka. In andere zwaar getroffen landen hebben regeringen de onrust nog kunnen beteugelen door voedsel te subsidiëren. ‘Dat bood wat verlichting,’ zegt Michael Pond, analist bij Barclays, ‘maar op een gegeven moment kan de druk zo hoog worden dat overheden het daarmee niet meer redden. En dan kan het uit de hand lopen.’

    Oekraïense boeren zijn misschien niet in staat of bereid om hun akkers weer te gaan bebouwen

    Niet iedereen denkt dat de crisis zich nog verder zal verdiepen. Eerder deze maand kwam Morgan Stanley met een optimistisch rapport over de toekomst van de voedselprijzen. De bank voorspelt dat de prijsstijgingen in 2023 lager zullen zijn dan verwacht. De graanproductie van boeren zal stijgen, onder meer door een afname van de spanningen in Oekraïne, en dat zal volgens het rapport een matigende werking hebben op de voedselinflatie.

    Maar al hebben sommige internationale handelaren goede hoop dat de heropening van de Zwarte Zee-route de opmaat is naar een ‘de facto wapenstilstand’, het is nog steeds onzeker wat de bedoelingen van Rusland precies zijn. Het blijft aanvallen uitvoeren op gebieden rond de Oekraïense havens. En zelfs al was de oorlog morgen ineens voorbij, dan moet Oekraïne eerst nog zijn landbouw- en haveninfrastructuur herbouwen en de kustwateren mijnenvrij maken. Oekraïense boeren zijn misschien niet in staat of bereid om hun akkers weer te gaan bebouwen.

    Veel analisten en beleidsmedewerkers verwachten dat de huidige voedselcrisis nog jaren zal duren, met de gevolgen van de recente oorlog bovenop die van de klimaatverandering, de pandemie en andere conflicten in de wereld. ‘Al die factoren die de voedselinflatie aandrijven kunnen een rol blijven spelen,’ zegt Pond. Landen die voor hun graan en plantaardige olie afhankelijk waren van Oekraïne spreken nu ook andere invoerbronnen aan, waardoor de prijzen langer hoog zullen blijven, en datzelfde geldt voor de energieprijzen, zegt Laura Wellesley, een onderzoeker van de denktank Chatham House. ‘Het algemene beeld is er toch een van dalend aanbod en hoge prijzen, en weinig vooruitzichten dat daar op korte termijn verbetering in komt.’

    Capital Economics voorziet aanhoudende ‘historisch hoge prijzen’

    Economen waarschuwen dat consumenten zich wellicht op permanent hogere voedselprijzen zullen moeten instellen. Capital Economics voorziet aanhoudende ‘historisch hoge prijzen’ als gevolg van de toenemende wisselvalligheid van het weer. De afgelopen jaren ‘zien we ontegenzeggelijk lagere opbrengsten en kleinere oogsten’ als gevolg van de toenemende invloed van de klimaatverandering, zegt hun hoofdeconoom op het vlak van grondstoffen, Caroline Bain. Sommige analisten speculeren dat de oorlog de aanzet heeft gegeven tot de ontmanteling van een handelsstelsel dat vooral is ingericht op het aan de hele wereld leveren van goedkope goederen (waaronder levensmiddelen). Het wereldwijde handelsstelsel waarin landen alle soorten voedsel konden krijgen, wordt volgens Wellesley niet snel weer de oude. ‘En dat betekent waarschijnlijk aanhoudend hoge prijzen voor voedsel en kunstmest en verschuivingen in de afhankelijkheden van landen, met misschien meer aandacht voor regionale toeleveringsketens.’

    Lees ook:

  • Waarom ‘vergeten’ gewassen de oplossing tot de voedselcrisis zijn

    Waarom ‘vergeten’ gewassen de oplossing tot de voedselcrisis zijn

    De wereldwijde agrovoedingsindustrie is verspillend en schadelijk, maar er zijn manieren om die aan te pakken, aldus landbouwprofessor Sayed Azam-Ali. ‘We moeten lokaal, voedzaam en divers voedsel herontdekken.’

    Verstoringen in de toeleveringsketen, een pandemie, extreem weer en oorlog in Oekraïne hebben barsten in het wereldwijde voedselsysteem aan het licht gebracht die we niet mogen veronachtzamen. Eigenlijk is een volledige transformatie van de agrovoedingsindustrie bittere noodzaak. Dit houdt in dat we de gewassen die we verbouwen, de manier waarop we die verbouwen en de wijze waarop we ze vervoeren moeten diversifiëren.

    Klimaatverandering is funest voor onze voedselvoorziening. Meer dan 40 procent van de tarwe op de Great Plains (het uitgestrekte gebied van prairies, steppen en grasland in het midden van de Verenigde Staten) is aan het uitdrogen. Vanwege overstromingen is in China de tarweoogst dit jaar een van de slechtste ooit. In mei steeg het kwik in India naar een recordhoogte van 49 graden Celsius. En op dit moment zucht een groot deel van Europa onder een dodelijke hittegolf.

    In elke fase, van ploeg tot bord, spelen fossiele brandstoffen een rol

    Daarnaast verstoort de oorlog in Oekraïne de kwetsbare mondiale voedselvoorziening. Rusland en Oekraïne leveren samen 28 procent van de wereldwijd verhandelde tarwe, 29 procent van de gerst, 15 procent van de maïs, en 75 procent van de zonnebloempitten die goed zijn voor 11,5 procent van de markt voor plantaardige olie. Rusland is daarnaast de grootste exporteur van stikstofhoudende kunstmest, de op een na grootste exporteur van kalium en de op twee na grootste exporteur van fosfor – energiebronnen die van groot belang zijn voor de landbouwsector, waar ook ter wereld.

    Waar het op neerkomt is dat we een ‘fossiel voedselsysteem’ hebben: basisgewassen, geteeld in een klein aantal exporterende landen, worden over grote afstanden naar de consument vervoerd. En in elke fase, van ploeg tot bord, spelen fossiele brandstoffen een rol. 

    Zevenduizend plantensoorten

    Wat te doen? Tot op heden is ons antwoord ‘business-as-usual’ geweest. Importerende landen proberen in allerijl alternatieve aanbieders van basisgewassen, zoals tarwe uit Oekraïne en Rusland, te vinden. Streep door de rekening is dat drieëntwintig landen, waaronder India, de uitvoer van tarwe en andere voedingsmiddelen hebben beperkt. Meer landen zullen volgen.

    Nog meer investeren in reguliere basisgoederen loont steeds minder – als we al problemen hebben om een wereldbevolking van 7,8 miljard mensen te voeden, hoe kunnen we dan de voorspelde 10 miljard in 2050 voeden op een warmere planeet?

    Het komt erop neer dat we van een fossiel voedselsysteem moeten overstappen op een toekomstgericht voedselsysteem, met klimaatbestendige en voedzame ‘vergeten’ gewassen, naast allerlei landbouwmethodes die zijn verdrongen door de industriële monocultuur van energie- en kunstmestverslindende producten.

    De mens heeft ongeveer zevenduizend plantensoorten gekweekt. Slechts drie daarvan (tarwe, rijst en maïs) bepalen heden ten dage grotendeels het menselijke voedingspatroon. We gebruiken 10 procent van deze gewassen en 18 procent plantaardige oliën voor biobrandstoffen – wat overeenkomt met de voedselbehoefte van bijna 2 miljard mensen. In 2021 importeerde China 28 miljoen ton maïs om aan varkens te voeren. Van de in de EU en in de VS verbouwde tarwe werd respectievelijk 40 procent en 33 procent aan koeien gevoerd. We moeten stoppen om dieren en machines voedselgewassen te voeren. 

    We moeten een einde maken aan onze verslaving aan een eentonig dieet van uniforme, extreem bewerkte producten

    Ook is het noodzakelijk om landbouwmethoden te diversifiëren en om landschappen, stedelijke ruimtes, gemeenschappelijke grond en zelfs tuinen als voedselbronnen te gaan zien. Veel landbouwvormen kunnen beter tegen extreem weer dan reguliere monoculturen en zijn een potentiële bron van levensonderhoud voor een nieuwe generatie boeren.

    Tot slot behoren we voedsel culturele waarde toe te kennen en zouden we er ook vreugde uit moeten putten – het gaat niet alleen om een economisch goed, een middel om geld te verdienen. Het Global Manifesto on Forgotten Foods, gelanceerd in 2021, roept op tot een actieplan waarin vergeten voedselbronnen, van klimaatbestendige en lokale gewassen zoals fonio en bambara-aardnoot, deze transformatie kunnen bewerkstelligen. We moeten lokaal, voedzaam en divers voedsel herontdekken en een einde maken aan onze verslaving aan een eentonig dieet van uniforme, extreem bewerkte producten die de hele wereld worden overgesleept.

    Dit vereist visie, investeringen, wetenschappelijke kennis en boeren die innoveren in plaats van slaafs nieuwe technologieën afnemen. Als het om het telen van vergeten gewassen in een veranderend klimaat gaat zijn zij de experts, niet wij. Producenten en consumenten, niet bedrijven, moeten het voortouw nemen bij de heroverweging van het voedselsysteem die zo broodnodig is voor het welzijn van de mensheid en de aarde.

    Lees ook:

  • Waarom stadstuinen een oplossing zijn voor corruptie en honger in Zuid-Afrika

    Waarom stadstuinen een oplossing zijn voor corruptie en honger in Zuid-Afrika

    Het verbouwen van voedsel in de stad kan een middel zijn om honger tegen te gaan, de voedselaanvoerketen te verkorten en tot dan toe verdeelde gemeenschappen dichter bij elkaar te brengen. ‘Als we voedsel met elkaar delen, zullen de Van Tonders gaan praten met de Ngobeni’s.’

    Door middel van stedelijke landbouw kunnen mensen hun intense teleurstelling in de regering opvangen en meer zelfvoorzienend worden, zeggen stadstuinders en wetenschappers. En nu de kosten voor levensonderhoud in Zuid-Afrika de pan uit rijzen en ook de werkloosheidscijfers tot grote hoogte stijgen, moeten de stadsbewoners zo snel mogelijk aan de slag om de dichtstbijzijnde stoep in een moestuin te veranderen.

    Als het voedsel eenmaal is geoogst, is de volgende stap om het uit te delen, en dan zullen als vanzelf de apartheid en de op klassenverschillen gebaseerde ruimtelijke segregatie verdwijnen, zegt Djo BaNkuna, een stoeptuinder uit Pretoria. In zijn achtertuin en op de stoep voor zijn huis verbouwt hij bananen, kruiden, avocado’s, spinazie, biet, zoete aardappel en uien. Hij en zijn vrouw, een maatschappelijk werkster, delen alles vervolgens uit in Soshanguve en omstreken, aan gezinnen met een kind aan het hoofd of gezinnen waarvan de ouders geen werk hebben.

    ‘Velen van ons hebben geen idee van de honger die er heerst. De tranen springen in mijn ogen als ik een kind van vijf zie dat al twee dagen niet heeft gegeten, hier in Soshanguve, niet ver van het winkelcentrum. Er zijn gezinnen met een meisje van dertien aan het hoofd, en dat meisje heeft dan de zorg voor vijf andere kinderen, die overdag naar het winkelcentrum gaan om te kijken of er nog wat restjes eten bij elkaar geschraapt kunnen worden. Ons land staat er heel slecht voor,’ zegt BaNkuna.

    BaNkuna kwam in november in de publiciteit toen de politie hem beval de groente uit te trekken die hij op de stoep voor zijn huis had geplant, en in plaats daarvan bloemen of gras te planten. Daarnaast moest hij een boete betalen van vijfhonderd rand [zo’n dertig euro]. Toen BaNkuna beide weigerde, moest hij voor de rechter verschijnen. De rechter trok de zaak tegen hem in.

    ‘Ik ben groot voorstander van tuintjes, maar onze overheid is niet bepaald vooruitstrevend op dat gebied. Het evangelie van de grote winkelketens zit er zo in geramd dat mensen niet langer op zichzelf en de natuur durven te vertrouwen, terwijl we geschikte grond hebben die ons in voedsel kan voorzien,’ zegt hij.

    Ui, kool en aardappel

    ‘Als je eenmaal een ui en kool hebt, heb je verder alleen nog maar gekookt maismeel nodig. En vervolgens kom je tot de ontdekking dat je geen maismeel nodig hebt, maar een aardappel die je ook zelf hebt geplant. Die drie dingen samen vormen een maaltijd. In Soshanguve word ik vaak vreemd aangekeken als ik zeg dat ik de kool heb verbouwd in mijn eigen stoeptuin. Voor velen van ons komt voedsel uit het winkelcentrum.

    Melissa Britz is een van de oprichters van Oppieyaart (In de tuin), een achtertuin vol medicinale kruiden, met de nadruk op inheemse planten. Samen met haar partner Lucelle Campbell heeft ze alles aangeplant in hun achtertuin in Elsies River, op de Kaapse Vlakte.

    ANP 427929419
    – Oogsten op een stadsboerderij in Banda Atjeh, Indonesië. Meer mensen in Indonesië hebben hun toevlucht genomen tot stadslandbouw omdat de aanhoudende Covid-19-pandemie hen dwong thuis te blijven. © Sepa / Hotli Simanjuntak

    Het project heeft zich nog niet uitgebreid naar de stoep, maar ze maken en distribueren wel compost om andere stadstuinders te helpen en om de vruchtbaarheid van de zanderige grond te verhogen in dit gebied, dat zich van nature niet echt leent voor het verbouwen van groente. In de achtertuin liggen enorme hopen compost, bestaande uit bladeren, gebruikte zakjes rooibosthee, gemaaid gras en groenteafval van de buren. Alles wat het Oppiyaart-team niet composteert, wordt gebruikt om mulch te maken. Zowel compost als mulch wordt gratis uitgedeeld.

    ‘Een van de belangrijkste dingen voor mensen die net beginnen, is de aarde beschermen tegen de zon, want er zit leven in de aarde: organismen, wormen, bacteriën en schimmels, die allemaal gevoelig zijn voor licht en de warmte van de zon. Het makkelijkste is om mulch te maken van wat er ook maar voorhanden is in het gebied waar je woont,’ zegt Britz.

    Zanderige grond houdt geen water vast en door de klimaatverandering en het veranderde patroon van regenval, moeten stadstuinders zorgen dat de grond meer water kan vasthouden, zegt ze.

    ‘Ze hebben geen dure irrigatiesystemen nodig met watertanks en leidingen’

    Britz heeft net gember geoogst die acht maanden heeft gegroeid. Ze pakt een handvol van de donkerbruine, vochtige aarde waar de gember in heeft gestaan – het resultaat van haar inspanningen om de aarde te verrijken, van zanderig naar meer leemachtig. Ze voedt de aarde ook met wormenmest. ‘Een wormenfarm hoeft niet duur te zijn. We hebben een oude badkuip vol wormen, en zo komen er weer voedingsstoffen in de aarde.’

    Voor beide projecten wordt regenwater opgevangen in bakken, lege vaten en emmers die ze op de hoeken van het huis zetten, waar het water uit de goten loopt. Ze hebben geen dure irrigatiesystemen nodig met watertanks en leidingen, zeggen ze.

    Robert Wolfe, die ook in het Oppieyaart-team zit, giet het regenwater vervolgens in lege frisdrankflessen, die hij opslaat om de tuinen in de droge maanden van water te kunnen voorzien. ‘We hadden bijna een hele kamer vol tweeliterflessen,’ zegt Britz.

    BaNkuna’s huis heeft geen dakgoten, maar als het hard regent verzamelt hij zo’n duizend liter water per nacht door domweg emmers bij de hoeken van zijn huis te zetten.

    Vers en organisch

    Het is van groot belang dat zo veel mogelijk mensen een tuintje bij hun huis aanleggen, aldus Munyaradzi Chitakira, een expert op het gebied van klimaatbestendige middelen van bestaan in rurale en stedelijke omgevingen, en verbonden aan Unisa (Universiteit van Suid-Afrika). ‘De voedselprijzen blijven maar stijgen en er is steeds meer werkloosheid. Het is heel belangrijk dat mensen nadenken over manieren om hun gezin van voedsel te voorzien. Vers en organisch voedsel is van groot belang, ook omdat je er zelf controle over kunt uitoefenen.’

    annie spratt GaLzDCnA5EI unsplash
    – Eten verbouwen op de stoep of in de achtertuin is voor velen een manier om zelfvoorzienend te worden. © Unsplash

    ‘Als je geen land hebt, gebruik dan emmers en blikken of iets anders waarin je iets kunt verbouwen, zodat je niet alles hoeft te kopen,’ zegt Chitakira. Hij voegt eraan toe dat gemeentebesturen zouden moeten zorgen voor stukjes grond en voor bewakers, zodat er buurttuinen kunnen worden aangelegd.

    Lokale buurttuintjes zijn van cruciaal belang om te komen tot kortere distributieketens

    Veel kleine moestuintjes vormen een integraal deel van klimaatbestendige stedelijke landbouw. Ze vormen een buffer tegen klimaatschokken omdat ze voedselzekerheid bieden aan gezinnen die lijden onder de gevolgen van de klimaatverandering. De gewassen zelf zorgen voor een vermindering van broeikasgassen, een effect dat nog eens wordt versterkt doordat er minder groente van commerciële boeren in vrachtwagens door het land vervoerd hoeft te worden.

    Ook Juanee Cilliers, een specialist stedelijke landbouw, denkt dat lokale buurttuintjes van cruciaal belang zijn om te komen tot kortere distributieketens en duurzamere vormen van landbouw.

    Uit onderzoek is al gebleken dat bestaande moestuintjes een waardevolle rol spelen in de economische en sociale ontwikkeling van bepaalde gemeenschappen. ‘Het potentieel van deze innovatieve markten is nog niet onderzocht, maar ze zouden een katalysator kunnen blijken voor stedelijke gemeenschappen in Zuid-Afrika, en ze zouden kansen kunnen bieden op het gebied van voedselzekerheid, werkgelegenheid, empowerment en ondernemingszin,’ aldus Cilliers.

    Gezamenlijke inspanning

    BaNkuna heeft onderzocht hoe de stijgende werkloosheidscijfers hebben geleid tot hongersnood, zelfs in dorpen in de buurt van Tzaneen in Limpopo – een vruchtbare streek met veel regen – waar de inwoners van oudsher hun eigen gewassen verbouwen en zelfredzaam zijn. ‘Ik kwam tot de ontdekking dat zelfs daar dorpskeukens moeten worden geïnstalleerd, omdat er honger heerst. Als je maismeel met zout moet eten, is dat niet fijn. Sterker nog, het is erg pijnlijk,’ zegt hij.

    Hoewel een groot deel van de bevolking kampt met extreme honger, collectief geschokt is door de ongekende corruptie die welig tiert binnen de overheid, en de gevolgen ondervindt van de klimaatverandering en de noodlottige modderstromen, zegt BaNkuna dat ze nooit de hoop mogen opgeven dat ze het land weer gezond kunnen maken door gezamenlijke inspanning – om te beginnen moet er een einde worden gemaakt aan het achterhouden van voedsel.

    ‘We moeten zorgen dat mensen weer teruggaan naar de natuur, naar zelfredzaamheid’

    ‘Het is nergens voor nodig om voedsel achter te houden. Het is een eerste levensbehoefte, net als zuurstof. Als we voedsel met elkaar delen, zullen de Van Tonders gaan praten met de Ngobeni’s en de Ngobeni’s zullen weer gaan praten met de Mahmoods. Zo zullen we de kloof overbruggen die is geslagen door ruimtelijke segregatie,’ zegt hij.

    Momenteel interviewt BaNkuna andere stoeptuinders voor een boek. Onlangs heeft hij een vrouw ontmoet die honderd meter stoep heeft bebouwd. De oogst zal genoeg zijn voor honderd gezinnen.

    ‘We moeten echt zorgen dat mensen weer teruggaan naar de natuur, naar zelfredzaamheid. Ja, natuurlijk kun je zeep kopen in de supermarkt. Dat is normaal. Maar er is geen enkele reden om een ui of een zoete aardappel te kopen,’ besluit hij.

  • In 2008 stortte de financiële sector in – ons voedselsysteem wacht hetzelfde lot

    In 2008 stortte de financiële sector in – ons voedselsysteem wacht hetzelfde lot

    We produceren meer voedsel dan ooit, tóch lijden miljoenen mensen honger. Grootschalige voedselproducenten hebben te veel macht en toezichthouders begrijpen nauwelijks wat er aan de hand is. Guardian-columnist George Monbiot klinkt dit akelig bekend in de oren.

    Wetenschappers luiden al een paar jaar koortsachtig de noodklok terwijl regeringen weigeren te luisteren: het wereldwijde voedselsysteem begint te lijken op het wereldwijde financiële systeem in de aanloop naar 2008.

    Een financiële ineenstorting was al verwoestend voor het menselijk welzijn. De ineenstorting van het voedselsysteem zal nog veel verwoestender zijn. Toch nemen de aanwijzingen in rap tempo toe dat er iets heel erg fout gaat. De huidige stijging van de voedselprijzen lijkt het meest recente teken van systemische instabiliteit te zijn.

    Veel mensen gaan ervan uit dat de voedselcrisis wordt veroorzaakt door een combinatie van de pandemie en de invasie van Oekraïne. Dit zijn belangrijke factoren, maar ze zorgen eerder voor verergering van een onderliggend probleem. Jarenlang zag het ernaar uit dat honger zou verdwijnen. Het aantal ondervoede mensen daalde van 811 miljoen in 2005 tot 607 miljoen in 2014. Maar in 2015 begon die trend te keren. Sindsdien nam de honger toe: tot 650 miljoen in 2019, en weer tot 811 miljoen in 2020. Dit jaar zal het aantal waarschijnlijk nog veel hoger liggen.

    Overvloed

    Maar hier is het echt slechte nieuws: dit gebeurde allemaal in een periode van grote overvloed. De wereldvoedselproductie stijgt al meer dan een halve eeuw gestaag en heeft de bevolkingsgroei ruimschoots overtroffen. De tarweoogst was vorig jaar groter dan ooit. Verbazingwekkend genoeg nam het aantal ondervoede mensen toe, precies toen de wereldvoedselprijzen begonnen te dalen. In 2014, toen minder mensen honger leden dan ooit tevoren, stond de mondiale voedselprijsindex op 115 punten. In 2015 daalde deze tot 93 en hij bleef tot 2021 onder de 100.

    Maar de afgelopen twee jaar is de index weer gestegen. De stijging van de voedselprijzen is nu een belangrijke aanjager van de inflatie, die vorige maand in het Verenigd Koninkrijk 9 procent bereikte. Voedsel wordt onbetaalbaar, zelfs voor veel mensen in rijke landen. De gevolgen in armere landen zijn nog veel erger.

    Wat is er aan de hand? Welnu, mondiaal voedsel is, net als mondiale financiën, een complex systeem dat spontaan ontstaat uit miljarden interacties. Complexe systemen hebben contraintuïtieve eigenschappen. Ze zijn veerkrachtig onder bepaalde omstandigheden, omdat ze worden gestabiliseerd door hun zelforganiserende eigenschappen. Maar als de druk blijft toenemen, beginnen diezelfde eigenschappen het netwerk te verstoren. Boven een bepaald punt kan een kleine verstoring het hele systeem over een kritische drempel tillen, waardoor het plotseling en onvermijdelijk ineenstort.

    Volgens een schatting controleren slechts vier bedrijven 90 procent van de wereldgraanhandel

    We weten inmiddels genoeg over systemen om te voorspellen of ze veerkrachtig of kwetsbaar zijn. Wetenschappers stellen complexe systemen voor als een netwerk van knooppunten en verbindingen. De knooppunten zijn als de knopen in een ouderwets net; de verbindingen zijn de touwtjes ertussen. In het voedselsysteem behoren bedrijven die graan, zaaigoed en landbouwchemicaliën verhandelen tot de knooppunten, evenals de belangrijkste exporteurs en importeurs en de havens waarvandaan het voedsel wordt doorgevoerd. De verbindingen worden gevormd door commerciële en institutionele relaties.

    Als de knooppunten zich op uiteenlopende manieren gedragen en hun onderlinge verbindingen zwak zijn, is het systeem waarschijnlijk veerkrachtig. Maar als bepaalde knooppunten gaan domineren, zich op gelijke wijze gaan gedragen en sterk met elkaar verbonden zijn, dan is het systeem waarschijnlijk kwetsbaar. Bij de aanpak van de crisis in 2008 ontwikkelden de grote banken overeenkomstige strategieën en manieren om risico’s te beheren, omdat zij aasden op dezelfde winstbronnen. Ze raakten sterk met elkaar verbonden op manieren die regelgevers nauwelijks begrepen. Met als gevolg dat toen Lehman Brothers failliet ging, iedereen ten onder dreigde te gaan.

    Kwetsbaar

    Dat is dus waarom het angstzweet uitbreekt bij ieder het mondiale voedselsysteem bestudeert. Net als in de financiële wereld in de jaren 2000, zijn de belangrijkste knooppunten in het voedselsysteem de afgelopen jaren opgezwollen, hun onderlinge banden zijn sterker geworden, bedrijfsstrategieën zijn naar elkaar toegegroeid en gesynchroniseerd, en de kenmerken die een systeeminstorting zouden kunnen verhinderen (‘redundantie’, ‘modulariteit’, ‘stroomonderbrekers’ en ‘reservesystemen’) zijn verdwenen. Zo wordt het systeem blootgesteld aan verstoringen die wereldwijd doorwerken.

    Volgens een schatting controleren slechts vier bedrijven 90 procent van de wereldgraanhandel. Diezelfde bedrijven hebben zich ingekocht in zaaigoed, chemicaliën, verwerking, verpakking, distributie en detailhandel. In achttien jaar tijd is het aantal handelsverbindingen tussen exporteurs en importeurs van tarwe en rijst verdubbeld. Landen ontwikkelen zich nu verder tot superimporteurs en superexporteurs. Veel van de handel passeert kwetsbare knelpunten, zoals de Turkse Zeestraten (nu geblokkeerd door de Russische invasie in Oekraïne), het Suez- en het Panamakanaal en de Straat van Hormuz, van Bab el-Mandeb en van Malakka.

    Slechts vier gewassenzijn goed voor bijna 60 procent van de calorieën die door boeren worden verbouwd

    Een van de snelste culturele verschuivingen in de geschiedenis van de mensheid was die naar een ‘Global Standard Diet‘: ons voedsel is plaatselijk diverser geworden, maar wereldwijd is het juist minder divers. Slechts vier gewassen – tarwe, rijst, maïs en soja – zijn goed voor bijna 60 procent van de calorieën die door boeren worden verbouwd. De productie van deze gewassen is nu sterk geconcentreerd in een paar landen, waaronder Rusland en Oekraïne. Deze Global Standard Diet-producten worden verbouwd door Global Standard-boerderijen, die worden bevoorraad door dezelfde bedrijven met dezelfde pakketten zaden, chemicaliën en machines, en ze zijn onderhevig aan dezelfde milieuschokken.

    De voedingsindustrie raakt nauw verweven met de financiële sector, en dat leidt tot een toename van wat wetenschappers de ‘netwerkdichtheid’ van het systeem noemen, waardoor het vatbaarder wordt voor cascading failure, ofwel opeenvolgende verstoringen door een domino-effect. Overal ter wereld zijn handelsbarrières geslecht en wegen en havens gemoderniseerd, waardoor het mondiale netwerk is gestroomlijnd. Je zou denken dat dit soepele systeem de voedselzekerheid ten goede zou komen. Integendeel: het heeft bedrijven in staat gesteld de kosten van opslag te ontlopen door in plaats van voorraden aan te leggen, te vertrouwen op een constante stroom van producten. Meestal werkt deze lastminutestrategie. Maar als de leveringen worden onderbroken of de vraag plotseling toeneemt, kunnen de schappen plotseling leeg raken.

    Een artikel in Nature Sustainability meldt dat in het voedselsysteem ‘de hoeveelheid verstoringen in de loop der tijd op een wereldwijde schaal is toegenomen, zowel op land als op zee’. Tijdens onderzoek voor mijn boek Regenesis kwam ik tot de ontdekking dat deze escalerende reeks van ‘besmettelijke schokken’, die wordt verergerd door financiële speculatie, de wereldwijde honger heeft aangewakkerd.

    Ecologische crises

    Nu moet het wereldvoedselsysteem niet alleen zijn interne zwakheden zien te overleven, maar ook de ecologische en politieke crises die op elkaar in kunnen werken. Om een recent en actueel voorbeeld te geven: midden april suggereerde de regering van India dat zij het tekort in de wereldwijde voedselexport als gevolg van de Russische invasie in Oekraïne zou kunnen aanvullen. Maar amper een maand later werd de uitvoer van tarwe uit India verboden als gevolg van een verwoestende hittegolf waardoor de oogsten waren verschrompeld.

    We moeten de mondiale voedselproductie dringend diversifiëren, niet alleen geografisch maar ook wat betreft gewassen en landbouwtechnieken. We moeten de greep van grote bedrijven en financiële speculanten doorbreken. We moeten reservesystemen in het leven roepen en op een heel andere manier voedsel gaan produceren. We moeten reservecapaciteit introduceren in een systeem dat bedreigd wordt door zijn eigen efficiëntie.

    Als zovelen honger kunnen lijden in een tijd van ongekende overvloed, dan moeten we er niet aan denken wat grote mislukte oogsten als gevolg van klimaatverandering kunnen veroorzaken. Het systeem moet veranderen.

    Lees ook:

  • Gokken met graan: hoe westerse speculanten verdienen aan honger in Afrika

    Gokken met graan: hoe westerse speculanten verdienen aan honger in Afrika

    Amerikaanse en Europese handelaren proberen hoge winsten te behalen met tarwespeculatie. De wereldwijde voedselprijzen zijn dan ook nog nooit zo hoog geweest. Met als gevolg dat miljoenen mensen verhongeren.

    Egypte importeert het grootste deel van zijn tarwe. De explosie van de broodprijs in 2011 zorgde voor protesten die uiteindelijk de regering omver zouden werpen. In april van dit jaar kocht de Egyptische staat 350.000 ton tarwe voor 450 dollar per ton, 427 euro. In februari was dat nog 252 dollar voor tarwe van dezelfde kwaliteit.

    In die tussenliggende twee maanden viel Rusland Oekraïne binnen. Beide landen behoren tot ’s werelds belangrijkste graanproducenten. Sancties en oorlog betekenen minder graan. Maar andere landen zijn in het gat gesprongen en verbouwen nu meer graan. Dus er moeten andere factoren in het spel zijn die de prijs van graan en andere basisvoedingsmiddelen opdrijven.

    Onderzoek door de Europese non-profitorganisatie voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports, waar The Continent aan deelnam, wijst uit dat een van de belangrijkste oorzaken van de hoge voedselprijzen ongebreidelde speculatie is. Enkele investeerders hebben handig gebruik gemaakt van de mazen in de Europese en Amerikaanse wetgeving.

    Meer voedsel maar hogere prijzen

    Volgens de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, zijn de voedselprijzen gemiddeld een derde hoger dan vorig jaar. Ze liggen zelfs op het hoogste niveau sinds de organisatie in 1990 de gegevens begon bij te houden. Het Wereldvoedselprogramma verwacht dat hun voedselkosten dit jaar met 50 procent zullen stijgen. Alleen al in West-Afrika nemen die kosten dit jaar toe met 136 miljoen dollar.

    GettyImages 1395731677

    Een officier van het Oekraïense leger inspecteert een graanopslagplaats die door Russische troepen werd beschoten nabij de
    frontlinies van Cherson in Novovorontsovka, Oekraïne. – © John Moore/Getty Images

    Dit is de derde voedselprijzencrisis in vijftien jaar. Een stijging van de voedselprijzen met 1 procentpunt zorgt er volgens de Wereldbank voor dat het aantal mensen dat in extreme armoede leeft met zo’n 10 miljoen toeneemt. Opmerkelijk genoeg is de wereldvoedselproductie in diezelfde vijftien jaar juist toegenomen. Wereldwijd is er momenteel ongeveer een derde meer graan voorradig dan nodig is om iedereen te voeden. En dat ondanks politieke instabiliteit en klimaatverandering.

    Een aanwijzing voor wat er aan de hand is, komt van de Parijse markt voor maaltarwe, de grootste graanmarkt in Europa. In 2018 was ongeveer een kwart van de voedselcontracten op deze markt gericht op speculatie. Dat aantal is inmiddels verdrievoudigd tot driekwart.

    Een gezonde mate van speculatie stelt landbouwers en graankopers in staat om hun risico’s af te dekken

    Deze markten maken het mogelijk om de toekomstige voedselvoorraad nu al te verkopen. Gewoonlijk verwacht een boer aan het eind van het seizoen een bepaalde hoeveelheid tarwe te oogsten. Een molenaar gaat ermee akkoord om zijn graan tegen een bepaalde prijs te kopen. De boer krijgt geld en kan zo betalen voor kunstmest en alle andere zaken die hij nodig heeft voor het verbouwen van het graan. Uiteindelijk wordt de tarwe geleverd. Maar aan deze gang van zaken is een risico verbonden. Gewassen kunnen mislukken. Oorlogen kunnen uitbreken. Een recordoogst kan tot een prijsval leiden.
    Om dat risico te beheersen kan de molenaar zijn contract voor de hoeveelheid graan verkopen op de termijnmarkt, de markt voor zogenoemde futures. En daar kunnen speculanten opduiken: een investeerder die meteorologische patronen of vraagcycli bestudeert en die erop gokt dat de prijs zal stijgen tegen de tijd van de oogst, koopt dan het contract van de molenaar. Een gezonde mate van speculatie stelt landbouwers en graankopers in staat om hun risico’s af te dekken en hun inkomens minder wisselvallig te maken dan het weer.

    Als een zogenaamde hefboom tegen inflatie hebben institutionele beleggers sinds de millenniumwisseling steeds meer geïnvesteerd in de futuresmarkten voor grondstoffen
    Maar speculatie kan ook te ver gaan. Als er ‘buitensporig’ veel wordt gespeculeerd, kan de stijgende vraag van speculanten die proberen te profiteren van een voorspelde prijsstijging de prijzen van futures dermate doen stijgen dat deze niet meer worden bepaald door vraag en aanbod van het voedsel zelf. En omdat de prijzen van futures worden gebruikt als maatstaf voor de werkelijke tarweprijzen, heeft dit invloed op de prijs van levensmiddelen.

    Vraag en aanbod zijn dan niet langer de belangrijkste arbiters voor de prijs

    Dergelijke speculatie betekent dat een ander soort logica wordt losgelaten op de kosten van levensmiddelen. Als een zogenaamde hefboom tegen inflatie hebben institutionele beleggers zoals pensioenfondsen sinds de millenniumwisseling steeds meer geïnvesteerd in de futuresmarkten voor grondstoffen. Volgens deskundigen betekent dit dat de prijs van futures wordt gedicteerd door hun investeringsbeslissingen, die niets te maken hebben met fundamentele marktontwikkelingen.

    Normaal gesproken wordt voedsel gekocht in de verwachting dat het daarna met winst kan worden doorverkocht. Hoe meer voedsel er is, hoe goedkoper het wordt en des te minder winst er wordt gemaakt. Dat betekent dat voedselprijzen geleidelijk van jaar tot jaar veranderen doordat droogte en overstromingen wereldwijd worden afgewisseld met recordoogsten. Maar door te veel speculatie van beleggers die voedsel als handelswaar beschouwen, verandert dat. Vraag en aanbod zijn dan niet langer doorslaggevend voor de prijs. In de afgelopen vijftien jaar heeft dit ertoe geleid dat de voedselprijzen schommelden, terwijl het mondiale aanbod ondertussen stabiel bleef.

    ‘Gokken op honger’

    In gesprek met het consortium van nieuwsredacties zei Olivier De Schutter, de speciale VN-rapporteur voor extreme armoede en mensenrechten en medevoorzitter van het internationale panel van deskundigen inzake duurzame voedselsystemen, dat bepaalde fondsen ‘gokken op honger, waardoor de honger verergert’. Tussen januari en april werd ten minste 1,3 miljard dollar gestort in twee van die fondsen onder beheer van Teucrium en Invesco; 589 miljoen dollar daarvan kwam in de eerste week van maart binnen. Ter vergelijking: vorig jaar brachten ze 200 miljoen dollar op. De vraag naar aandelen in Teucrium explodeerde en The New York Times meldde dat er geen aandelen meer beschikbaar waren voor mensen die wilden meeprofiteren.

    Afgelopen oktober schreef de tarwefondsmanager van Teucrium op de website van het bedrijf: ‘Terwijl voedselinflatie de wereldeconomie negatief dreigt te beïnvloeden, kunnen goed geïnformeerde beleggers mogelijk profiteren van een trend van stijgende prijzen.’ In een rapport over voedselprijzen dat deze week werd gepubliceerd wijst het panel voor voedselsystemen van De Schutter erop dat de hoge prijzen worden opgedreven door ‘roofzuchtige financiers die weddenschappen afsluiten op voedsel’ en ‘gokken met voedselprijzen’.

    In reactie op de vragen van het consortium zei Teucrium slechts: ‘Investeringsstromen op het gebied van grondstoffen stimuleren de productie, de efficiëntie en de investeringen, wat uiteindelijk resulteert in een betrouwbaarder aanbod van basis(voedsel)producten en verminderde prijsschommelingen op termijn.’

    In Congo verkeren 21 miljoen mensen in een voedselcrisis en nog eens 7 miljoen in een noodsituatie

    Invesco wees extreem weer aan als aanjager van prijsschommelingen en zei: ‘Fundamentele economische factoren zoals marktvraag en aanbodvoorwaarden, bieden de meest consistente verklaring voor de recente prijsontwikkelingen van grondstoffen.’

    Deze week verscheen het zesde Global Report on Food Crises, een samenwerkingsverband van organisaties zoals het Wereldvoedselprogramma. Uit dit rapport blijkt dat van de 90 miljoen mensen in de Democratische Republiek Congo er bijna 21 miljoen zijn die kunnen worden geclassificeerd als ‘verkerend in een voedselcrisis’. Dat houdt in dat mensen maaltijden overslaan en al hun spaargeld moeten aanspreken om te kunnen eten. Nog eens 7 miljoen mensen verkeren in een noodsituatie, wat betekent dat mensen sterven van de honger. De verwachting is dat de stijgende voedselprijzen de honger dit jaar nog zullen verergeren, vooral in Noord-Nigeria, Burkina Faso, Niger, Kenia, Zuid-Soedan en Somalië.

    In de tussentijd profiteert een kleine minderheid en lijden nog veel meer mensen honger
    Het effect van voedselspeculatie op de stijging van de voedselprijzen is niet volledig duidelijk, want de voornamelijk westerse markten die gokken met de mogelijkheid van mensen om hun gezin te voeden, zijn niet verplicht hun gegevens in detail te overleggen.

    Toen zich in 2007 een soortgelijke crisis rond de voedselprijzen voordeed, kwamen regelgevers in Europa en de Verenigde Staten in actie. Maar de industrie reageerde door intensief te lobbyen en rechtszaken aan te spannen. De regelgeving die aanvankelijk al zwak was, werd in 2020 nog verder afgezwakt. Het gevolg daarvan is dat voedsel duurder wordt en er weinig mogelijkheden zijn om dat tegen te gaan. In de tussentijd profiteert een kleine minderheid en lijden nog veel meer mensen honger.

    Lees ook:

  • Gletsjer in Alaska beweegt 100 keer sneller dan normaal | Hongerstaking voor Jemen

    Gletsjer in Alaska beweegt 100 keer sneller dan normaal | Hongerstaking voor Jemen

    Onderzoek naar het beleid van Bolsonaro

    De Braziliaanse Senaat startte deze week een onderzoek naar president Jair Bolsonaro’s aanpak van de bestrijding van het coronavirus. Senator Rodrigo Pacheco geeft aan dat de commissie zal gaan kijken naar de federale reactie op de gezondheidscrisis en welke middelen vanuit de overheid over de staten werden verdeeld.

    ‘De oprichting van deze parlementaire onderzoekscommissie betekent een tegenslag voor de regering van Bolsonaro, die haar nu probeert te ondermijnen’, schrijft Jornal do Brasil. Wel kan Bolsonaro de uitkomst volgens de krant mogelijk verzachten ‘door verklaringen van deelstaat- en gemeentelijke overheden te beïnvloeden’. De commissie krijgt een periode om de onderzoeksprocedures af te ronden en een eindrapport op te stellen dat in verband met mogelijke overtredingen zal worden doorgestuurd naar de officier van justitie, meldt Folha de Sao Paulo.

    Lees ook:

    Deutsche Welle noemt de commissie ‘een politiek hoofdpijndossier voor Bolsonaro, die nu al te maken heeft met dalende populariteit in een land met een van de hoogste covid-19-sterftecijfers ter wereld’. Het dodental dat in Brazilië in verband wordt gebracht met het coronavirus is meer dan 350.000, na de VS het hoogste aantal ter wereld.

    Het land heeft de situatie de afgelopen weken bovendien zien verslechteren, met dagelijkse sterfgevallen die soms oplopen tot vierduizend. De P.1-variant in het land lijkt ook jongeren meer te treffen.

    ‘Ik zou graag willen dat de mensen die een colbert en stropdas dragen met hun bedienden thuis praten’

    Ondertussen houdt Bolsonaro vol te doen ‘wat de mensen willen’. Zo zei hij in reactie op een rapport over de oprukkende honger tijdens de pandemie, dat hij wacht tot de bevolking ‘een signaal’ geeft om ‘actie te ondernemen’, meldt Correio Braziliense. De aanleiding was een onderzoek van de Food for Justice-beweging, waaruit blijkt dat zes op de tien Braziliaanse huishoudens vorig jaar tussen augustus en december kampten met voedseltekort; in totaal ging het om 125 miljoen Brazilianen.

    De president heeft ook zijn woede getoond over het voorgestelde onderzoek en zowel wetgevers als rechters onder vuur genomen. Woensdag [13 april] zei hij dat het land een ‘kruitvat’ is en dat er ‘ernstige problemen’ zullen ontstaan ​​als gevolg van maatregelen om het virus te beteugelen.

    ‘Ik zou graag willen dat de mensen die een colbert en stropdas dragen, die beslissen, de periferie bezoeken, met de bevolking praten, met hun bedienden thuis praten, in plaats van ze verhinderen te werken’, aldus de Braziliaanse president.


    Amerikaanse activisten in hongerstaking voor Jemen

    Activisten dringen er bij de Amerikaanse president Joe Biden op aan om de steun aan de door Saoedi-Arabië geleide coalitie in Jemen, waar miljoenen mensen honger lijden, stop te zetten.

    Iman Saleh, coördinator van de activistengroep Yemeni Liberation Movement, heeft al zeventien dagen niets gegeten. De 26-jarige Jemenitische Amerikaan en haar jongere zus, Muna, kwamen eind vorige maand vanuit de Amerikaanse staat Michigan naar Washington om de aandacht te vestigen op de humanitaire crisis in Jemen, waar al zes jaar een oorlog woedt.

    In hongerstaking gaan was een symbolische keuze, aldus Saleh tegen Al Jazeera, aangezien miljoenen Jemenieten te midden van het voortdurende conflict onder dreiging van wijdverbreide hongersnood leven.

    ‘We hebben het idee dat de wereld niet luistert naar wat er in Jemen gebeurt’, aldus Saleh. Aanvankelijk namen zes activisten deel aan de hongerstaking, nu zijn alleen zij en haar zus over. Ze leven van drinkwater en water met elektrolyten.

    ‘We willen door de wereld te laten zien wat het lichaam doormaakt als het verhongert (…) niet alleen aandacht en bewustzijn vestigen op wat er in Jemen gebeurt, maar mensen bovendien helpen de omstandigheden waar Jemenieten al jaren mee te maken hebben beter te begrijpen.’

    Druk op Biden

    De hongerstaking wordt gesteund door tientallen grassrootsorganisaties en krijgt veel steun van de internationale gemeenschap. ‘Beroemdheden als Mark Ruffalo en Noname en publieke figuren zoals Ilhan Omar, Rashida Tlaib en Marianne Williamson hebben hun steun aan de campagne van de stakers betuigd via Twitter’, schrijft Samidoun. Terwijl de hongerstaking voortduurt, neemt volgens de activistische site de druk op de regering-Biden om snel te reageren toe.

    https://twitter.com/LiberateYemen/status/1379231343414976512?ref_src=twsrc%5Etfw%7Ctwcamp%5Etweetembed%7Ctwterm%5E1379231343414976512%7Ctwgr%5E%7Ctwcon%5Es1_&ref_url=https%3A%2F%2Fsamidoun.net%2F2021%2F04%2Fyemeni-liberation-movement-hunger-strike-for-yemen-actions-this-week%2F
    Een video waarin YLM een overzicht geeft van de eerste week van de hongerstaking, de missie en de situatie in Jemen.


    The Washington Post publiceerde een ingezonden brief van Saleh, waarin ze eraan herinnert dat Biden in februari aankondigde een einde te zullen maken aan ‘alle Amerikaanse steun voor offensieve operaties in de oorlog in Jemen’. Noch Biden, noch het Congres hebben echter concrete stappen ondernomen om de steun te beëindigen, aldus Middle East Eye.

    Saleh in The Post: ‘Voor de regering vereist dit slechts een pennenstreek en een reeks opdrachten aan het Amerikaanse leger. Wij geloven niet dat deze acties een einde zouden maken aan de oorlog in Jemen, maar het zou zeker een effectieve stap zijn om een onvoorstelbare hoeveelheid leed ter plaatse te verlichten.’

    Weinig details vrijgegeven

    De oorlog in Jemen brak eind 2014 uit toen de Houthi-rebellen er grote delen van het land in beslag namen, waaronder de hoofdstad Sanaa. Het conflict escaleerde in maart 2015, toen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten een door de VS gesteunde militaire coalitie samenstelden in een poging de regering van de door Riyad gesteunde president Abd-Rabbu Mansour Hadi te herstellen.

    Amerikaanse wetgevers hebben een beroep gedaan op de regering om duidelijkheid te krijgen over haar plan, schrijft MEE, maar er zijn weinig details vrijgegeven.


    De Muldrow-gletsjer in Alaska beweegt 100 keer sneller dan normaal

    In wat bekend staat als een glaciale golf, verschoof de meer dan 60 kilometer lange Muldrow-gletsjer de afgelopen maanden maar liefst 30 meter per dag. Pieken duren over het algemeen slechts enkele maanden en worden vaak pas gedetecteerd als ze al voorbij zijn. Maar de Muldrow-gletsjer bevindt zich in het Denali National Park and Preserve waar regelmatig vliegtuigen overheen vliegen, zodat de verschuiving al in vroeg stadium is opgemerkt.

    De Muldrow-gletsjer, die meestal langzaam beweegt en relatief gaaf is, vertoonde plotseling vele scheuren over bijna de gehele lengte van de gletsjer.

    De laatste keer dat de Muldrow-gletsjer een hoge vlucht nam, was in 1956-57

    Wetenschappers zijn er nog niet in geslaagd de afwijkingen genoeg te bestuderen om volledig begrip te krijgen van waarom ze plaatsvinden en te peilen wat de mogelijke rol hierop is van klimaatverandering, die snel smeltende gletsjers in Alaska en elders kan beïnvloeden.

    De laatste keer dat de Muldrow-gletsjer een hoge vlucht nam, was in 1956-57, toen hij in een paar maanden tijd meer dan 6 kilometer vooruitbewoog en een nu met aarde en vegetatie bedekt gebied van ijs achterliet, schrijft Alaska Public.

    Dave Schirokauer, teamleider van het Denali National Park Science and Resources, vloog onlangs de gletsjer op, en meldde dat de golf het oppervlak van de gletsjer heeft gekarnd, wat in juni naar verwachting zal resulteren in een grote hoeveelheid water.

  • 3000 jaar oude speerpunt gevonden | Hulp voor Jemen ‘teleurstellend’

    3000 jaar oude speerpunt gevonden | Hulp voor Jemen ‘teleurstellend’

    VN spreekt van doodvonnis voor Jemen

    Jemenieten en hulporganisaties noemen het tekort aan internationale financiering voor Jemen een ‘doodvonnis’ voor mensen die lijden onder de burgeroorlog in het land. Het VK, meldt The Guardian, besloot ongeveer 50 procent van de steun voor humanitaire inspanningen aan het land te verminderen.

    De VN hoopte maandag 3,85 miljard dollar (3,2 miljard euro) in te zamelen bij meer dan honderd regeringen en donoren op een virtuele conferentie om de wijdverbreide hongersnood in de ergste humanitaire crisis ter wereld te voorkomen, maar ontving slechts 1,7 miljard dollar – minder dan de helft. ‘Een teleurstellende uitkomst’, aldus secretaris-generaal van de VN António Guterres, geciteerd door de Britse krant. Het totaal dat op de conferentie van vorig jaar werd opgehaald, was 1,5 dollar miljard lager dan gehoopt.

    ‘Miljoenen Jemenitische kinderen, vrouwen en mannen hebben dringend hulp nodig om in leven te bijven. Een mindering van de hulp betekent een doodvonnis’, aldus Guterres in een verklaring. ‘Oorlog en hongersnood’, waarschuwt The Guardian‘kunnen de volgende generatie Jemenieten wegvagen.’


    Armeense premier staat open voor vervroegde verkiezingen 

    De Armeense premier Nikol Pasjinian heeft gezegd bereid te zijn vervroegde verkiezingen te houden als de parlementariërs daarmee instemmen, meldt Armenpress‘Laten we weer een verkiezing houden en we zullen zien wie de mensen vragen ontslag te nemen’, zei Pasjinian in een officieel bericht.

    In het Kaukasische land is er onrust sinds de premier een vredesakkoord sloot met Azerbeidzjan over het betwiste gebied Nagorno-Karabach. Na een oorlog van zes weken werden delen van het gebied afgestaan aan de vijand. De Armeense oppositie, grote groepen betogers en het leger waren het daar niet mee eens.

    Vorige week zegde het hoofd van de strijdkrachten zijn vertrouwen op in de regering, wat door Pasjinian als een militaire staatsgreep werd gezien. Hij besloot daarop de legerchef te ontslaan, maar de onafhankelijke president Saskissian verklaarde die beslissing ongrondwettelijk. Sindsdien gaan voor- en tegenstanders van Pasjinian dagelijks massaal de straat op.

    ‘Niet alles mag afhangen van de grillen van het staatshoofd’

    In een redactioneel commentaar van de Armeense site Aravot, schrijft Aram Abrahamyan dat de regering onder geen beding demonstraties mag organiseren. ‘Ze moeten werken en het dagelijks leven in de staat regelen, de veiligheid en welvaart van burgers garanderen. Ze mogen niet stoppen met werken, zelfs niet tijdens campagnes. Als ze twee dagen aan een betoging werken en marcheren om de leider van de staat te “steunen”, dan heeft dat niets te maken met “het regeren van het volk”. Dat is geen regering van het volk, maar van ambtenaren en oligarchen die de regering steunen, die de afgelopen dertig jaar hebben bestaan ​​en nog altijd bestaan.’

    De oppositie moet volgens Abrahamyan instemmen met het houden van snelle verkiezingen terwijl Pasjinian premier blijft, en de regering moet ermee instemmen om die verkiezingen binnen twee à drie maanden te houden en garanderen dat ze zo eerlijk mogelijk zullen verlopen. De generaals moeten hun eisen aan de regering om af te treden stoppen, en de premier moet van zijn voornemen afzien om de legerchef uit zijn functie te verheffen.

    ‘Gezien Pasjinians tegenstrijdige, verdeeldheid zaaiende aard zal dit moeilijk worden. Maar we moeten niet vergeten dat Armenië een parlementaire republiek is, en dat niet alles mag afhangen van de grillen van het staatshoofd.’


    3000 jaar oude speerpunt gevonden op het strand van Jersey

    In augustus 2020 vond Jay Cornick, een elektrotechnisch ingenieur, met zijn metaaldetector een 35 cm lange speerpunt die was begraven in het zand op een strand in het oosten van het eiland Jersey, schrijft The Daily Telegraph.

    Deze speerpunt, gemaakt van een koperlegering, was in zo’n goede staat, dat Jay Cornick dacht dat het een moderne visspeer was. ‘Hij stopte hem in zijn tas en dacht er niet meer echt aan tot hij hem aan de archeologen van Jersey Heritage liet zien’, aldus het dagblad.

    Neil Mahrer, specialist in erfgoedbehoud in Jersey, noemt de vondst ‘ongelooflijk’. De York Archaeological Trust heeft bevestigd dat de overblijfselen van het houten handvat van de speer die op de punt werden aangetroffen, dateren van tussen 1207 en 1004 voor Christus. Daarmee is dit een van de meest spectaculaire wapens uit de Bronstijd die in Noord-Europa zijn gevonden.

    De stijl van dit type speerpunt staat bekend als Tréboul, maar het gevonden object in Jersey is ‘zo groot en verfijnd’ dat het mogelijk was bedoeld was voor ceremonieel gebruik.

    De punt zou in zo’n goede staat zijn gebleven doordat hij tegen de lucht werd beschermd door het zwarte zand waarin hij begraven lag. ‘Hij overleefde niet alleen de bouw van de haven van Gorey en het middeleeuwse kasteel dat erboven uittorent, maar ook drie millennia van wintertij en stormen’, jubelt The Daily Telegraph.

  • In Jemen sterven meer mensen van honger dan door geweld

    In Jemen sterven meer mensen van honger dan door geweld

    De Verenigde Arabische Emiraten voeren een eindeloze oorlog tegen de Houthi-rebellen in het noorden van Jemen. In plaats van alles in goede banen te leiden, helpen ze het land te gronde te richten. Een reportage vanuit Al Mukalla, een zuidelijke stad in crisis.

    Al Mukalla is een afgelegen havenstad in het uiterste zuidoosten van Jemen. De trage witte stad balanceert tussen rotskust en zee en is de laatste pleisterplaats voor een onmetelijke woestijnvlakte die zich uitstrekt tot de grens met Oman. Het leven van de stad speelt zich voornamelijk af op de kustboulevard, net als in de omringende vissersdorpen.

    Voordat hij in de oude stad verdwijnt, beschrijft deze boulevard een smalle bocht: daar heeft zich in de ochtend van woensdag 5 september een kleine menigte demonstranten verzameld. Ze protesteren al twee dagen tegen de koersval, afgelopen zomer, van de Jemenitische munt. De rial heeft sinds januari een derde van zijn waarde verloren. Daardoor belandt Al Mukalla, net als het hele land dat het armste van de Arabische wereld is, in een nieuwe crisis. Het maakt ook een eind aan de dromen over autonomie van deze vreedzame regio, die zich al sinds eind 2014 van het in oorlog verkerende Jemen heeft losgemaakt, en ook aan die van de Verenigde Arabische Emiraten die er dankzij het conflict in feite een protectoraat van hebben gemaakt.

    De Jemenitische regering van Abd Rabbuh Mansur Al-Hadi, die al in maart 2015 naar de Saoedische hoofdstad Rijad is uitgeweken, lijkt machteloos. Ze heeft al drie jaar geen begroting meer opgesteld. De schaarse inkomsten, afkomstig van olie en in- en uitvoerrechten, zijn onvoldoende om de ambtenarensalarissen te betalen. Om een illusie van stabiliteit in stand te houden laat de regering sinds eind 2016 rials in Rusland drukken. De laatste lading biljetten is in april afgeleverd in de haven van Aden, een andere zuidelijke havenstad die sinds 2015 fungeerde als tijdelijke hoofdstad van Jemen. Maar niemand wil ze meer hebben. In Al Mukalla eisen de verhuurders dat de huur voortaan in Saoedische rials wordt betaald.

    Deze crisis is van kapitaal belang voor een land waar de gevechten minder levens eisen dan de ineenstorting van de staat en de economie, die zorgt voor toenemende risico’s van hongersnood en epidemieën. Hoeveel doden eigenlijk? Niemand die het weet. Volgens een hoge VN-functionaris heeft de militaire interventie van een door Saoedi-Arabië geleide coalitie tegen de door Iran gesteunde Houthi-rebellen tussen maart 2015 en augustus 2016 aan meer dan tienduizend burgers het leven gekost. Maar dit cijfer weerspiegelt allang de werkelijkheid niet meer. In het noorden van het land hebben de rebellen de hoofdstad Sanaa in handen. Ze vormen er een rebellenkabinet en controleren de dichtstbevolkte regio’s.

    Onontwarbare situatie

    De coalitie erkent dat het onmogelijk is de rebellen militair te verslaan. Ze isoleert de belegerde zones door middel van een gedeeltelijke blokkade, waardoor acht miljoen mensen niet meer bereikbaar zijn voor humanitaire hulp en een hongerdood dreigen te sterven. De Saudische hoofdstad Rijad bombardeert het noorden vanuit de lucht, maar zet geen fronttroepen in. De Verenigde Arabische Emiraten, de belangrijkste strijdmacht ter plaatse, vinden dat ze met meer dan honderd doden al te veel verliezen hebben geleden.

    Ze kunnen hun Jemenitische bondgenoten in het zuiden er maar niet van overtuigen dat ze het verre noorden, dat hun zo vreemd is, moeten ‘bevrijden’. Maar weinigen zijn bereid om vanwege hun rivaliteit met het sjiitische Iran, dat de Houthi-rebellen van verre en tegen weinig kosten steunt, te sterven voor de soennitische monarchieën in de Perzische Golf. Het is een onontwarbare situatie. De Emiraten wachten geduldig af. Ze spelen een beetje de baas over het zuiden en laten het vaak aan zijn lot over. Ze rivaliseren met de regering van Hadi, die ze incapabel en corrupt vinden en te zeer gelieerd aan de politieke islam van de Moslimbroeders, hun zwarte schapen.

    In deze chaos mag Al Mukalla nog van geluk spreken. De regio is decentraal gelegen en solidair. Burgers mogen in de stad geen wapens dragen: een zeldzaamheid in dit land waar een automatisch geweer vaak als een natuurlijk verlengstuk van mannelijkheid wordt beschouwd. Hier kunnen de Emiraten zich tegenover hun grote Amerikaanse bondgenoot beroemen op het succes van hun antiterroristische politiek in Jemen. In de lente van 2016 hebben ze de jihadisten van Al-Qaida op het Arabisch Schiereiland (AQAS), de lokale afdeling van de terroristische organisatie die door Washington als een van de gevaarlijkste ter wereld wordt beschouwd, uit Al Mukalla verdreven. Dankzij de oorlog had AQAS de facto een jaar lang een staat kunnen stichten in de haven en omgeving voordat het zich onder druk van de Emiraten moest terugtrekken.

    Moeders en kinderen in het ziekenhuis van al-Khoukha, Jemen. De voorraden van het ziekenhuis zijn op, 40 procent van de kinderen is ondervoed. Door de oorlog zijn vluchtroutes afgesneden. – AP Photo / Nariman El-Mofty
    Moeders en kinderen in het ziekenhuis van al-Khoukha, Jemen. De voorraden van het ziekenhuis zijn op, 40 procent van de kinderen is ondervoed. Door de oorlog zijn vluchtroutes afgesneden. – AP Photo / Nariman El-Mofty

    De inwoners waren hun ‘bevrijders’ en beschermers bijzonder dankbaar. Maar nu, bijna twee jaar later, worden ze ongeduldig. ‘Op de lange termijn willen de Emiraten blijven en investeren, maar ze pakken het verkeerd aan’, zegt een treurige Badr Basalmah, een voormalige Jemenitische minister van Transport die afkomstig is uit Al Mukalla. ‘Kijk zelf maar: de regio heeft nog geen cent aan ontwikkelingsgeld ontvangen en ze zijn niet in staat een stabiele regering te vormen. De mensen beginnen hun vlag op straat te verbranden.’ Een reusachtig portret van Mohammed Ben Zayed, de sterke man van de Emiraten, dat op een reclamezuil in Al Mukalla prijkte, is tijdens de betogingen begin september verscheurd.

    De Emiraten hebben meebetaald aan het opknappen van de gevangenis van de stad. Ze hebben de kustwacht van snelle boten voorzien die onder hun gezag patrouilleren, en volgens de plaatselijke autoriteiten hebben ze het equivalent van 15,7 miljoen euro voor gezondheidszorg gestort en ook op andere vlakken hulp beloofd. In de haven hebben ze ervoor gezorgd dat de enige sleepboot weer functioneert. Dat is onmisbaar voor de handel, maar de plaatselijke ondernemers schieten er niets mee op.

    ‘De prijzen zijn te hoog en onze salarissen te laag. Ik kan niet eens meer suiker kopen. We redden het niet meer’

    Even voor het middaguur op die vijfde september hebben tientallen leden van de veiligheidstroepen van de stad, sommigen met een bivakmuts, de boze burgers met stokslagen uiteengedreven. Ze hebben op de boulevard pick-uptrucks met zware mitrailleurs opgesteld en nieuwsgierigen verjaagd. Een uur later weigert een honderdtal betogers op een kruispunt tegenover het centrale ziekenhuis zich te verspreiden. ‘De prijzen zijn te hoog en onze salarissen te laag. Ik kan niet eens meer suiker kopen. We redden het niet meer. De autoriteiten hebben ons gezegd dat ze er niets aan kunnen doen, dus zijn we de straat op gegaan’, zegt Anwar Ali (40), die werkt als arbeider in de fabriek voor tonijnconserven in de oude stad en in het ziekenhuis wordt behandeld aan een wond op zijn voorhoofd als gevolg van een stokslag. Aan de te dure benzine is al een tekort: voor de pompen staan wachtrijen van enkele uren.

    De volgende dag houden de winkeliers wantrouwig hun rolluiken dicht. Net als elders in het zuiden van het land, in Aden en in de provincies Abiyane en Lahij, beginnen de betogingen opnieuw en de gouverneur van Al Mukalla, Faraj Salmen Al-Bahsani, heeft uiteindelijk zijn steun aan de betogers toegezegd. Voor de microfoon van het plaatselijke radiostation heeft hij de plaatselijke regering gedreigd de volgende levering van ruwe olie vanuit zijn provincie Hadramaout, voorzien voor begin oktober (de regio is met dertigduizend vaten per dag goed voor meer dan de helft van de nationale productie), te zullen blokkeren als er geen serieuze reactie komt op de valutacrisis.

    Onhandigheid of onverschilligheid?

    In de enorme baai waar het water kalm is, ligt altijd een tiental schepen voor anker. De bemanning moet soms enkele weken wachten voordat ze aan land kan gaan in de haven, een uitgestrekt terrein met twee kades dat door kokende hitte wordt geteisterd en waar het te ondiep is voor schepen met een zeer grote tonnage. Arbeiders doden de verveling in de schaduw van krappe hangars en enkele silo’s.

    In januari heeft de coalitie een mobiele hijskraan beloofd, die node wordt gemist op de kades. De coalitie had de ambitie de havens van Al Mukalla en Aden verder te ontwikkelen om het scheepsverkeer in de houthistische zone in het noorden te beperken. Nu de VN er niet in is geslaagd begin september in Genève de vredesonderhandelingen te hervatten, bombardeert de coalitie Hodeida, de grootste haven van het land, en dreigt ze de stad te bestormen. Ondertussen wacht Al Mukalla nog altijd op zijn hijskraan.

    Is het onhandigheid of onverschilligheid? Diverse grote importeurs in Al Mukalla geven de coalitie de schuld van de trage toegang tot de haven. Uit vrees voor illegale wapenleveranties aan de Houthi-rebellen moet elke lading vóór het lossen van een blanco volmacht van Rijad zijn voorzien. Sinds kort zouden de Emiraten hetzelfde doen vanaf hun militaire basis op de luchthaven van Al Mukalla, die ze nog steeds niet heropenen voor burgergebruik. Diverse ondernemers hebben zich bij de gouverneur beklaagd over pogingen tot afpersing. ‘We betalen ons blauw’, klaagt Abubaker Mohammad Bajersh, een grote importeur van voedingswaren. ‘Die vertragingen leveren ons boetes van de verzekeraars op. Uiteindelijk zullen ze het enige internationale bedrijf dat ons nog in Al Mukalla wil leveren, de Mediterranean Shipping Company, ook tegen ons in het harnas jagen.’

    De Emiraten weigeren dit slechte functioneren voor hun rekening te nemen. ‘In Zuid-Jemen hebben we de pech dat we met een inefficiënte Jemenitische regering moeten samenwerken’, verklaarde een hoge functionaris van de Emiraten afgelopen augustus op doorreis in Parijs. ‘We hebben een politieke oplossing nodig voor het conflict met de houthisten. In de tussentijd gaan we Aden en de Jemenieten niet drijvende houden: dat is een verloren zaak. We hebben de middelen niet om het land te reorganiseren.’

    Deze afwachtende houding werkt het uiteenvallen van het land in de hand. In Aden laten de Emiraten hun plaatselijke bondgenoten, gewapende separatisten en salafisten, dromen van de wedergeboorte van een onafhankelijke staat in het zuiden, die in 1990 aan het eind van de Koude Oorlog is verdwenen. In Al Mukalla mikken ze op een regionalistischer sentiment: de provincie wordt de facto autonoom.


    Gouverneur Faraj Salmen Al-Bahsani voelt zich verantwoordelijk: hij wantrouwt zowel Sanaa als Aden. Hij noemt zich een legitimist, maar op zijn gouvernementsgebouw wappert geen enkele vlag, noch die van het verenigde land, noch die van het oude zuiden. Dit graatmagere mannetje met holle ogen, wiens wervelkolom wordt geteisterd door slaapgebrek, is een van de weinige Jemenitische bestuurders die niet van corruptie wordt beticht. Als militair koestert hij een instinctief wantrouwen jegens de politiek, die hem in 1994 twintig jaar naar Saoedi-Arabië heeft verbannen aan het eind van een burgeroorlog tussen het noorden en het zuiden. Hij houdt zijn provincie op de been ‘zonder ook maar één cent van de centrale regering te ontvangen’, benadrukt hij. Hij houdt 20 procent van de olie-inkomsten en de havenbelasting van Al Mukalla in.

    Voor de toekomst mikt Bahsani vooral op investeringen van degenen die uit zijn regio Hadramaout zijn vertrokken en zich in de middeleeuwen en daarna sinds de achttiende eeuw met succes in de Golfregio en Zuid-Azië hebben gevestigd. Sommigen behoren tot de rijkste families van Saoedi-Arabië, zoals de Bin Ladens en de Bugshans. Deze grote neven spreken hem moed in, maar ze investeren niet: Al Mukalla is niet zeker genoeg. Voorlopig keren er vooral mensen zonder geld terug. Sinds een jaar worden duizenden arbeidsmigranten door de Saoedische autoriteiten het land uitgezet. Zo ook de familie van Faiz Bajaber, een 19-jarige student. Zijn twee ooms en hun gezinnen hebben zich net bij hem gevoegd, na verjaagd te zijn uit Rijad. ‘Mijn vader is nog in Djedda, hij heeft een carrosseriebedrijfje. Maar aan het geld dat hij stuurt hebben we niet genoeg’, zegt hij wanhopig.

    De salarissen die arbeidsemigranten aan hun gezinnen overmaken zijn onmisbaar voor Jemen, maar het worden er steeds minder. Bahsani schat dat over een jaar minimaal 500 duizend van hen in het land zullen zijn teruggekeerd. Dat kan een enorme schok veroorzaken. De regering-Hadi in Rijad heeft haar grote beschermheer daarvoor gewaarschuwd, maar zonder succes.

    Auteur: Louis Imbert
    Vertaler: Peter Bergsma

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.