Tag: Hongkong

  • Massa-arrestaties in Hongkong draaien democratie de nek om

    Massa-arrestaties in Hongkong draaien democratie de nek om

    Tientallen voormalig volksvertegenwoordigers en prodemocratieactivisten zijn op 6 januari gearresteerd in Hongkong wegens ‘ondermijning’. De VS hebben steun toegezegd, maar de EU sloot onlangs een belangrijk handelsakkoord met Beijing.

    Drieënvijftig activisten en voormalige democratisch gekozen volksvertegenwoordigers zijn op 6 januari in Hongkong gearresteerd voor overtredingen van de Nationale Veiligheidswet die in juni 2020 door China is opgelegd. De meesten van hen werden ’s ochtends vroeg in hun huis opgepakt. Voor deze grootscheepse actie werden meer dan duizend politieagenten gemobiliseerd.

    Dit is de grootste arrestatieactie in Hongkong sinds de nieuwe Nationale Veiligheidswet is ingevoerd om dissidente stemmen de kop in te drukken, schrijft The New York Times. De politie deed ook invallen bij minstens één advocatenkantoor en drie nieuwsredacties om documenten te confisqueren. Volgens politiewoordvoerder Li Kwai-wah heeft de politie in totaal 72 adressen doorzocht en 200.000 dollar bevroren.

    Onder de 45 gearresteerde mannen en acht vrouwen waren voormalig parlementsleden van verschillende democratische partijen en veel bekende activisten, schrijft South China Morning Post. Zes mensen worden beschuldigd van ondermijning van de staat, de anderen van actieve deelname aan het zogeheten 10-stappenplan om rellen en internationale sancties aan te wakkeren.

    De activist Joshua Wong, die al in de gevangenis zit, is ook een verdachte. Wong kwam tijdens de parapluprotesten in 2014 op als studentenleider en ontpopte zich tot een van de gezichten van het prodemocratische kamp. In december 2020 werd hij veroordeeld voor het organiseren van een ongeoorloofd protest.

    Beelden van de arrestaties.

    Voorheen werden de meeste verdachten in Hongkong op borgtocht vrijgelaten en wordt de rechtszaak zonder gevangenisstraf voortgezet, maar onlangs werd mediamagnaat Jimmy Lai, die betrokken was bij een zaak die onder de nieuwe Nationale Veiligheidswet viel, na een eerste vrijlating weer in hechtenis genomen.

    Voormalig oppositieleden en activisten worden beschuldigd van ondermijning, omdat ze hebben geprobeerd de regering ‘omver te werpen’. Het organiseren van een voorverkiezing in juli 2020 om democratische kandidaten te selecteren voor de parlementsverkiezingen die oorspronkelijk voor september 2020 waren gepland maar werden uitgesteld, vormde genoeg aanleiding voor deze beschuldiging. Vrijwel alle oppositieleden zijn dan ook opgepakt. De drie die niet gearresteerd zijn, waren al eerder naar het buitenland gevlucht.

    ‘Grote schoonmaak’

    ‘Dit is een grote schoonmaak van alle oppositieleiders’, zegt politicoloog en Hongkong-expert Victoria Hui in The New York Times. Als je verkiesbaar stellen en het streven de verkiezingen te winnen worden beschouwd als ondermijning, voegt ze eraan toe, dan is de Nationale Veiligheidswet ‘gericht op de totale onderwerping van de burgers van Hongkong. Het is niet te verwachten dat er nog verkiezingen komen, of dat we ook maar weten of en wanneer die gaan plaatsvinden’, aldus Hui.

    GettyImages 1230443001 1 1
    Prodemocratieactivist Benny Tai arriveert bij het politiestation nadat hij is gearresteerd op woensdag. – © Chan Long Hei / Bloomberg / Getty Images

    Volgens veiligheidssecretaris John Lee Ka-chiu, geciteerd door de South China Morning Post, waren de inspanningen van de Democratische oppositie om sterk en eensgezind uit de verkiezingsstrijd te komen een poging om ‘de uitoefening van de macht door de regering ernstig te belemmeren’. De oppositiepartijen ‘streefden ernaar ten minste 35 zetels te winnen om de stemming over de begroting te kunnen tegengaan, ongeacht de feitelijke inhoud ervan, en om een situatie te creëren waarin de Chief Executive zou moeten aftreden en de regering zou ophouden te functioneren. Het doel was om de overheid te verlammen,’ zei Lee.

    Hij verwijst hiermee tot het zogenaamde 10-stappenplan van professor Benny Tai Yiu-ting, de architect van de ‘minstens 35 zetels’-strategie, die eveneens tot de gearresteerden behoorde. Hij zette zijn plannen in april 2020 uiteen in Apple Daily – de krant van Jimmy Lai.

    Volgens berichtgeving van The South China Morning Post zijn gisteravond (7 januari) dertig arrestanten weer vrijgelaten op borgtocht, waaronder Benny Tai. Ze zijn niet in staat van beschuldiging gesteld, maar hebben hun paspoort moeten inleveren en mogen de stad in afwachting van het onderzoek niet verlaten.

    GettyImages 1230469034 1 1
    Benny Tai staat donderdagavond (7 januari) de media te woord nadat hij op borgtocht is vrijgelaten. – © Paul Yeung / Bloomberg / Getty Images

    Afgelopen zomer heeft de regering al verschillende prodemocratische kandidaten uitgesloten van deelname aan de verkiezingen in september. Ze zouden pleiten voor de onafhankelijkheid of zelfbeschikking van Hongkong, oproepen tot interventie van buitenlandse regeringen en principiële bezwaar uiten tegen de Nationale Veiligheidswet. Vervolgens zijn de verkiezingen helemaal uitgesteld. Officieel vanwege bezorgdheid over het coronavirus. Maar veel prodemocratieaanhangers beschuldigden ambtenaren van een andere achterliggende reden: om een gênante nederlaag voor het pro-Beijing kamp te voorkomen, aldus The New York Times.

    Een paar maanden later, in november, zette de regering vier prodemocratische parlementsleden uit hun ambt die volgens haar de sancties van de VS tegen Hongkong hadden gesteund of zich daar onvoldoende kritisch over hadden uitgelaten; de overige oppositieleden namen uit protest ontslag. 

    Het prodemocratische kamp is geschokt door de massa-arrestaties van woensdag. Voormalig democratisch parlementslid Fernando Cheung, geciteerd door de website van Hong Kong Free Press, is van mening dat deze stap ‘een duidelijk signaal is dat het Chinese communistische regime zelfs de geringste oppositie in Hongkong niet langer tolereert. Dit is een poging om het democratische kamp uit te roeien. De boodschap is dat democratische waarden gevaarlijk zijn en kunnen leiden tot gevangenisstraf voor iedereen die deze in Hongkong promoot.’

    Internationale druk

    Volgens HKFP heeft de Taiwanese minister van Buitenlandse Zaken Joseph Wu namens zijn land deze massa-arrestatie ‘krachtig veroordeeld’. Wu noemt deze ‘een schok voor ieder die de vrijheid koestert’ en voegt eraan toe: ‘De vrije wereld moet zich verenigen tegen het autoritarisme: er is geen ruimte voor dubbelzinnigheid!’

    Antony Blinken, de toekomstige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken van de verkozen president Joe Biden, verklaart dat de regering van Biden-Harris ‘zich achter het volk van Hongkong zal scharen en zich zal verzetten tegen de onderdrukking van de democratie in Beijing’.

    Hongkongse democraten hopen ook op de steun van de Europese Unie, maar ze zijn teleurgesteld in het handelsakkoord dat de EU eind december met China heeft gesloten.  

    ‘Als reactie op de politieke onderdrukking in Hongkong roep ik het Europees Parlement op om de investeringsovereenkomst tussen de EU en China stop te zetten, en de Chinese en Hongkongse functionarissen die verantwoordelijk zijn voor deze arrestaties te bestraffen’, schrijft Nathan Law, voormalig studentenleider en voormalig parlementslid van de Demosisto-partij, die sinds het invoeren van de Nationale Veiligheidswet in Hongkong gevlucht is naar Groot-Brittannië, op zijn Twitter-account.

    In een artikel over de handelsovereenkomst schrijft EU-correspondent Steven Erlanger van The New York Times dat de overeenkomst ‘een belangrijke overwinning is voor China, waar deze dan ook werd geprezen als een belangrijke verworvenheid van president Xi Jinping vóór de honderdste verjaardag van de Chinese communistische partij, en als een bevestiging van haar macht in de nieuwe wereld’.

    De vraag is of de EU het Chinese overwinningsfeestje wil verstoren door haar zorgen over de democratie in Hongkong te uiten tegenover het steeds agressiever opererende China.

  • Aanbevolen door de redactie. De beste Afrikaanse boeken & meer

    Aanbevolen door de redactie. De beste Afrikaanse boeken & meer

    Een vierdelige radioserie van de BBC over wat waarde eigenlijk is in tijden van kredietcrisis, coronacrisis en klimaatcrisis. De beste Afrikaanse boeken van 2020 volgens African Arguments & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, podcasts en radioshows die wij deze week zijn tegengekomen.

    Wat is waarde?

    Mark Carney, speciaal gezant van de Verenigde Naties voor het klimaat en financiën en voormalig gouverneur van de Bank of England, geeft een serie lezingen op de Britse zender BBC Radio 4 over wat waarde eigenlijk is. In vier afleveringen probeert hij een antwoord te geven op deze vraag en onderzoekt hij hoe ons idee van waarde van invloed is op de kreditcrisis, de coronacrisis en de klimaatcrisis.

    Editor at large Katrien Gottlieb: ‘Niet alleen vertelt Carney hoe waarde door de eeuwen heen steeds van gedaante verwisselde maar ook kijkt hij vooruit naar een postcoronawereld waarin financiële marktwaarde vermoedelijk scherp tegenover de waarde van het maatschappelijk welzijn komt te staan.’

    Alles over Afrikaanse muziek

    De Zuid-Afrikaan Sean Jacobs, universitair docent Internationale Betrekkingen aan The New School in New York, begon in 2009 met de site Africa is a Country. Het platform biedt boeiende en verrassende verhalen over Afrikaanse politiek, cultuur en samenleving, die vaak haaks staan op de manier waarop westerse media naar Afrika kijken. 
    Sinds eind vorige maand is op de site ook het maandelijkse radioprogramma Africa Is a Country Radio te horenDaarin duikt Chief Boima, muziekproducent, dj, schrijver en cultureel activist uit Sierra Leone, in de muziek en de culturele politiek van het Afrikaanse continent.

    Africa Is a Country Radio levert een een heerlijke mix op van muziek en interviews met musici, historici en journalisten. Warme aanrader in deze barre maand waarin we niet naar de zon mogen reizen,’ aldus redacteur IJsbrand van Veelen.

    De beste Afrikaanse boeken

    Opnieuw komt African Arguments, het pan-Afrikaanse nieuws- en debatplatform, met een lijst van de beste Afrikaanse boeken van 2020.

    Een aanrader van hoofdredacteur Laura Weeda: ‘Vorig jaar tipten we ze al in ons magazine; de beste Afrikaanse boeken van het jaar, een overzicht van African Arguments, het onlinetijdschrift dat zich inzet voor een beter begrip van het continent. Dit jaar bevat de lijst weer veel voor ons onbekende namen en dus nieuwe zienswijzen.

    Een goed voorbeeld is Traveling when black van Nanjala Nyabola. Geen reismemoires’, zoals ze zelf aanstipt, maar een reeks essays die ras, identiteit, privileges en migratie onderzoeken. “Hoe zwart zijn betekent dat men zich kan mengen in Haïti of Burkina Faso, maar tegelijkertijd discriminatie van de ergste soort ervaart en elders zelfs de dood riskeert. Dit zijn niet alleen haar verhalen, maar die van velen, die de lezer voortdurend uitdagen om vragen te stellen en de wereld vanuit verschillende perspectieven te bezien.” Laat dat nou net de missie van 360 zijn.’

     Het boek doet ook denken aan het fotografieproject van Johny Pits, die door Europa reisde op zoek naar de “zwarte gemeenschappen”. Nog een tip: zijn werk is vanaf morgen tot 3 januari te zien in De Balie.’

    Chinas Rebel City The Hong Kong Protests South China Morning Post 1 1
    video still uit documentaire China’s Rebel City: The Hong Kong Protests van de South China Morning Post.

    Rebellerend Hongkong

    De documentaire China’s Rebel City: The Hong Kong Protests van de South China Morning Post vertelt het verhaal over de pro-democratische protesten in Hongkong vanaf het de demonstraties tegen het uitleveringsverdrag met China in 2019 tot nu. Aan het woord komen activisten en pro-democratische politici, maar ook pro-Chinese regeringsadviseurs en de korpsleider van de politie van de stadstaat aan de Zuid-Chinese Zee.

    ‘Verplichte kost als je alles over de situatie in Hongkong wilt weten,’ tipt redacteur Joep Harmsen. ‘Het is heel bijzonder voor een documentaire over zo’n gepolariseerde kwestie dat de hoofdrolspelers van beide kampen aan het woord komen. Ook is het inspirerend om te zien hoe Hongkongers blijven strijden voor hun democratie die steeds verder wordt ingeperkt.’

  • Twee miljoen Hongkongers zeggen nee tegen China

    Twee miljoen Hongkongers zeggen nee tegen China

    De menigte demonstranten had gelijk om een democratisch front te vormen tegen de koppigheid van Hongkongs bestuurder Carrie Lam en de macht van Beijing, vindt columnist An Tu.

    Keuze uit het archief

    Vandaag wordt het vijfentwintigste jubileum van de overdracht van Hongkong aan China gevierd, in het bijzijn van de Chinese president Xi Jinping. In Hongkong wordt vooral de verloren vrijheid betreurd. Na maanden van protesten in 2019 – tegen toenemende invloed van Beijing – sloeg de Chinese overheid terug met de invoering van een Nationale Veiligheidswet en de hervorming van het kiessysteem. Die werden gebruikt om tegenstanders te muilkorven, en de geleidelijke democratisering van Hongkong terug te draaien. Deze journalist van een van de belangrijkste kranten van Hongkong, dat ondanks de kritische houding nog altijd bestaat, zag de ontwikkelingen drie jaar geleden al aankomen. 

    De hele bevolking van Hongkong is te hoop gelopen, de scheidslijnen tussen de verschillende groepen zijn verdwenen en daardoor heeft de beweging resultaat geboekt. De reden voor deze volkswoede is op het eerste gezicht het wetsvoorstel dat uitlevering aan China mogelijk maakt. Dit zou een duidelijke aantasting zijn van de juridische onafhankelijkheid en de autonomie van Hongkong, die juist het hart vormen van het principe ‘één land, twee systemen’ (de basis van de verhouding tussen de vroegere Britse kolonie en Beijing).

    Maar belangrijker nog: de gebeurtenissen tonen de totale mislukking van de manier waarop de verhouding tussen de regering en de bevolking van Hongkong is georganiseerd. De autoriteiten en het ‘constructieve’ (lees: pro-Beijing-) kamp houden helemaal geen rekening met de stemmen van de oppositie die in de samenleving klinken, en in het Parlement (de LegCo, oftewel Legislative Council) worden de meningen van de prodemocratische, door de bevolking gekozen vertegenwoordigers niet gerespecteerd.

    De autoritaire houding van de ‘constructieve’ kliek en de brutale arrogantie van de leider weerspiegelen het falen van de parlementaire democratie in Hongkong, die al zo beknot is. (De parlementsleden moeten aan allerlei geografische en professionele criteria voldoen en dit complexe systeem is in het nadeel van de democraten. De leider wordt benoemd door Beijing.)

    Er is geen sprake meer van normale politieke omstandigheden, de conflicten tussen de bevolking en de regering zijn niet meer te sussen, en geen bemiddelaar kan nog een verzoening tussen de twee kanten bewerkstelligen.

    In Hongkong is de parlementaire democratie in feite geen ‘gewoon’ en ‘volwassen’ politiek systeem waarin een zekere mate van ‘onderhandelen’ mogelijk is tussen de bevolking en de regering; dat is alleen maar een illusie. Nu is het ware totalitaire en autocratische karakter van het regime aan het licht gekomen; er is alleen nog maar sprake van ‘regeringsgezag’, en dat betekent onvermijdelijk het einde van de ‘politiek’.

    Massale protesten in Hongkong. – © Getty
    Massale protesten in Hongkong. – © Getty

    Dat ‘einde van de politiek’ is reden voor teleurstelling en wanhoop. We hebben geen vertegenwoordigers meer die kunnen ‘onderhandelen’ met de totalitaire regering: de opinieleiders en de volksvertegenwoordigers hebben hun leidende rol totaal verloren (vooral sinds de Paraplurevolte van 2014, die uitliep op een bezetting van 79 dagen van het centrum van Hongkong om werkelijk algemeen kiesrecht af te dwingen). De bevolking moet dus rechtstreeks de strijd met de autoriteiten aangaan in een serieuze en wanhopige fysieke krachtmeting.

    Zo serieus was inderdaad de grote manifestatie van 9 juni, waarbij een miljoen mensen op de been kwamen. Er heerste een sfeer van stilzwijgende woede en wanhoop in die enorme stroom mensen. Onder die miljoen demonstranten dachten maar weinigen dat ze de herziening van de uitleveringswetgeving werkelijk konden verhinderen; de meesten demonstreerden eigenlijk zonder te weten of het iets zou uithalen.

    Ze kwamen niet zozeer om politieke druk op de regering uit te oefenen, maar vooral om gehoor te geven aan een diep gevoel van onmacht (tegenover de macht in Beijing), om uit hun isolement te breken en de angst te overwinnen dat ze weer verdeeld zouden raken en individueel zouden worden vervolgd door het totalitaire regime. Ook wilden ze de wereld laten zien dat de Hongkongers nog steeds in staat waren om zich te verzetten.

    En juist die ernst rond de acties heeft bij sommigen hun twijfels over het verzet weggenomen. Daarom zag je tijdens de bloedige confrontaties en gewelddadige botsingen op 12 juni jongeren in de frontlinie, in de rug gesteund door ouderen. Het gewelddadige optreden tegen dit collectieve verzet had af en toe het bloedige karakter van een slagveld, wat bijzonder schokkend was. De discussie ‘vreedzaam blijven’ tegenover ‘je met geweld verzetten’, die in de loop van de Paraplurevolte opkwam (in 2014), is nu door de harde werkelijkheid ingehaald.

    Dankzij deze opstand tegen de mogelijkheid dat burgers worden uitgeleverd aan China, hebben wij de juistheid kunnen constateren van het principe dat ‘soldaten zonder hoop verzekerd zijn van de overwinning’. Inderdaad, omdat de bevolking zich niet druk maakte over winnen of verliezen en niemand binnen de beweging de kans kreeg om individueel de vruchten van een eventuele overwinning te plukken, kon het verzet zich verspreiden en groeide er eensgezindheid over de oude scheidslijnen heen. De mensen zijn mee komen doen aan deze ‘laatste slag’, omdat ze hun woede wilden uiten. Zo is de beweging een strijd geworden voor waarden, ideeën en identiteit.

    De bevolking moet rechtstreeks de strijd met de autoriteiten aangaan in een serieuze en wanhopige fysieke krachtmeting

    In feite zijn er deze keer – duidelijker dan in 2014 – twee soorten verzet opgekomen en al is de ene kant het niet per se eens met de methoden van de andere, ze begrijpen en verdragen elkaar veel beter, en soms bewonderen ze elkaar zelfs. Het is gedaan met de absurde verspilling van energie aan interne discussies uit de tijd van de Paraplurevolte.

    Onder de noemer van het vreedzaam verzet hebben zich mensen uit alle geledingen van de samenleving verzameld, met sterk verschillende beweegredenen. Scholen, universiteiten, maar ook professionele, religieuze en maatschappelijke organisaties hebben via hun netwerken een ongekende mobilisatiekracht getoond en ouders hebben zelfs hun kinderen opgeroepen tot actie. In het buitenland is door veel verschillende kanalen aandacht aan de gebeurtenissen besteed, zodat de hele wereld ervan op de hoogte raakte.

    Ook was er grote steun vanuit de diaspora; de verschillende gemeenschappen in het buitenland vonden elkaar op basis van hun Hongkongse identiteit. Mensen hebben de gelegenheid aangegrepen om hun onderlinge band te versterken en een gemeenschap te vormen van mensen die in de eerste plaats Hongkonger zijn.

    De radicalere actievoerders hebben spontane organisaties ontwikkeld (zonder veel officiële status) die heel verschillende gezichten aannamen. Hun manier van actievoeren – direct, flexibel en gevarieerd – toonde hun onverzettelijke engagement, en al degenen die belang stellen in de problemen van Hongkong, werden getroffen door hun moed en vastberadenheid. Dankzij deze groepen is voor het oog van de hele wereld de bruutheid onthuld van dit regime, dat nu zijn fluwelen handschoenen heeft uitgetrokken.

    De combinatie van deze verschillende manieren van verzet heeft uiteindelijk geleid tot een nieuw moreel pact en vooral tot een nieuwe, hybride manier van actievoeren. Zo kon het gebeuren dat activisten de hele nacht leuzen scandeerden om hun protest uit te drukken, dat bewoners video’s gemaakt door bewakingscamera’s in hun wijk uitzonden om de bewegingen van de politie te laten zien, of hoe moeders vreedzaam bijeenkwamen als teken van protest tegen het geweld van de onderdrukking.

    De verschillende manieren van actievoeren hebben een nieuwe taakverdeling opgeleverd. In de zoektocht naar middelen om de gevestigde media te omzeilen, heeft het verzet de grote diversiteit van al die deelnemers benut en hun energie gebundeld. Nu is alleen de vraag of dit pact en deze nieuwe manier om zo veel verschillende mensen op de been te brengen, blijvend zullen zijn.

    © Afdeling Planning, regering van Hongkong

    © Afdeling Planning, regering van Hongkong

    Eén land, twee systemen

    Na de machtsoverdracht in 1997 beloofde moederschoot China de ex-kolonie als Speciale Administratieve Regio (SAR) vijftig jaar lang met rust te laten. Leider Deng Xiaoping stemde er bovendien mee in dat Hongkong zijn economische, politieke en juridische systemen, zijn burgerlijke vrijheden en een vrije pers zou behouden. Die autonomie kent Hongkong inderdaad, behalve bij echt belangrijke kwesties, dan heeft de Volksrepubliek het laatste woord. Dat de Communistische Partij zich steeds meer laat gelden, veroorzaakt al jaren veel protest. Hongkongers vinden dat hun autonomie steeds verder wordt uitgehold, terwijl die tot 2047 zou zijn gegarandeerd onder de formule ‘één land, twee systemen’.

  • Dyslectisch 
bij een taal met duizenden karakters

    Dyslectisch 
bij een taal met duizenden karakters

    Er werd gedacht dat Chinese kinderen geen last van dyslexie zouden hebben, omdat zij de visuele vorm, uitspraak en betekenis van een karakter in hun hoofd moeten stampen. Maar het tegendeel is waar.

    In een lokaal van het Weining-centrum, een onderwijsinstelling voor kinderen met dyslexie, pakken diverse leerlingen van een jaar of tien enthousiast kleurenpennen en beginnen aan een reeks Chinese karakters. Het is een van de vele oefeningen om de kinderen van hun dyslexie af te helpen. In het lokaal zijn ze omringd door leeftijdgenoten die met dezelfde stoornis kampen, maar daarbuiten worden ze vaak gezien als slechte leerlingen en ‘stom’ of ‘lui’ genoemd door hun docenten.

    Het is hoog tijd dat de leerbeperking 
in China wordt erkend: volgens een 
in 2016 gepubliceerd rapport van de Chinese Academie van Wetenschappen kampt 11 procent van de basisschoolleerlingen in het land met dyslexie, wat neerkomt op zo’n tien miljoen kinderen. Ondanks dit onthutsende aantal is er op het Chinese vasteland maar weinig begrip en nauwelijks enige steun voor dyslectische leerlingen – het Weining-centrum, gelegen in de zuidelijke techhub Shenzhen, is een van de weinige instellingen die er wat aan doen. In westerse landen is dyslexie een bekend en grondig onderzocht fenomeen, maar op het Chinese platteland is de bekendheid ermee nog altijd gering; zonder steun zullen leerlingen die ermee behept zijn niet mee kunnen op school, met alle gevolgen voor hun toekomst van dien.

    Su Yingzi weet dit maar al te goed. Haar zoon, de elfjarige Xiaogu, is in veel opzichten intelligent en gevat. 
Hij blinkt uit in het ontwerpen van nieuwe games, is een geboren grappenmaker en maakt makkelijk vrienden. Maar het lezen en schrijven van Chinese karakters leek een onoverkomelijke hindernis. Waar sommige van zijn klasgenoten minder dan een halfuur nodig hadden om een paar karakters uit hun hoofd te leren, kon Xiaogu daar uren mee bezig zijn en dan toch nog vergeten hoe hij de woorden moest schrijven. Als er een tentamen was, begreep hij vaak de vragen niet, omdat veel karakters hem gewoonweg niets zeiden.

    Achteraf bezien denkt Su dat haar zoon al op de kleuterschool tekenen van de beperking vertoonde: zijn handschrift was slordig en hij was vaak als laatste klaar met zijn schrijfoefeningen. ‘Maar de docent weet zijn slechte prestaties aan luiheid, en dat geloofde ik ook,’ zegt Su.

    Blanco tentamenblaadjes

    Toen Xiaogu op de basisschool kwam, gaf Su duizenden yuans uit om hem naar een bijlesinstituut te sturen, maar de familie zag weinig verbetering. Su begon haar geduld te verliezen. Ze gaf haar zoon uitbranders vanwege zijn teleurstellende toetsresultaten en bekent dat ze hem sloeg als hij karakters niet goed schreef.

    Xiaogu begreep niet waarom hij zo veel moeite had met iets wat zijn klasgenoten gemakkelijk afging. Zijn afkeer van schoolwerk nam toe. Uiteindelijk gaf hij er helemaal de brui aan en leverde blanco tentamenblaadjes in, hoewel 
hij sommige vragen best had kunnen beantwoorden. Maar voordat Xiaogu naar groep zes ging, kwam er een keerpunt. Een vriendin van Su die maatschappelijk werkster is, opperde dat Xiaogu misschien wel dyslectisch was. Omdat ze nog nooit van de stoornis had gehoord, zocht Su op internet op wat die inhield en liet Xiaogu testen in het Weining-centrum, de eerste ngo op het Chinese vasteland die gespecialiseerd is in dyslexie.

    Mensen met dyslexie hebben problemen met zowel lezen als schrijven. Volgens Tan Lihai, directeur van het Instituut voor Neurowetenschappen in Shenzhen, is de stoornis moeilijker te overwinnen voor kinderen die leren lezen en schrijven in het Chinees, een taal met duizenden karakters. Woorden in alfabetische talen gebruiken een standaardreeks letters en worden net zo geschreven als uitgesproken, maar een Chinees karakter bevat weinig of geen informatie over de klank die ermee correspondeert.

    Sommige karakters lijken hetzelfde maar worden op heel verschillende manieren uitgesproken en gedefinieerd: neem 己 (ji), dat ‘zelf’ betekent, en 已 (yi), dat ‘reeds’ betekent. Om Chinees 
te leren moeten leerlingen de visuele vorm, uitspraak en betekenis van een karakter in hun hoofd stampen.

    Een Chinees karakter bevat weinig of geen informatie over de klank die ermee correspondeert. – © Getty
    Een Chinees karakter bevat weinig of geen informatie over de klank die ermee correspondeert. – © Getty

    Tijdens zijn onderzoek ontdekte Tan dat dyslexie onder Chineessprekenden verband houdt met delen van de hersenen die cruciaal zijn voor visuele perceptie, ruimtelijke relaties en cognitieve vaardigheden – en niet met delen die de conversie van letters in klanken ondersteunen, zoals het geval is bij dyslectische sprekers van alfabetische talen. Het gevolg is dat sommige mensen moeite hebben zich de betekenis van een karakter of zin te herinneren, ook al kunnen ze die herkennen en lezen; sommigen slaan woorden over als ze een zin lezen, anderen halen verschillende onderdelen van een karakter door elkaar en weer anderen schrijven één karakter als twee. Ze doen er vaak veel langer over om taaloefeningen of tentamens te voltooien dan hun klasgenoten – een factor die op de meeste Chinese scholen niet in overweging wordt genomen.

    Toen Xiaogu’s diagnose was gesteld, was Su niet onmiddellijk opgelucht dat ze wist wat er aan de hand was, maar eerder bezorgd over de toekomst die haar zoon wachtte met een beperking die niet door het landelijke onderwijsstelsel wordt erkend. ‘Ik was teleurgesteld toen werd geconstateerd dat hij dyslectisch is,’ zegt Su. ‘Waarom moet dat mijn zoon treffen?’

    Toen gevraagd werd waar de term naar verwijst, dachten sommigen dat het om mensen zonder handen ging. Anderen hadden wel van dyslexie gehoord, maar dachten dat het iets was wat alleen maar voorkwam bij mensen die alfabetische talen gebruiken

    Liang Yueyi, docent op het Weining-centrum, zegt tegen Sixth Tone dat hoewel men zich in de ontwikkelde metropool Shenzhen veel bewuster is van het bestaan van dyslexie dan in de meeste Chinese steden, onderzoek heeft uitgewezen dat meer dan 75 
procent van de inwoners nooit van de stoornis heeft gehoord. Toen gevraagd werd waar de term naar verwijst, dachten sommigen dat het om mensen zonder handen ging. Anderen hadden wel van dyslexie gehoord, maar dachten dat het iets was wat alleen maar voorkwam bij mensen die alfabetische talen gebruiken.

    Decennia lang hebben onderzoekers diezelfde fout gemaakt. In Europa wordt dyslexie al sinds het eind van de negentiende eeuw bestudeerd, maar tot de jaren tachtig van de vorige eeuw dachten deskundigen dat Chineessprekenden er geen last van hadden, en pas in de jaren negentig begonnen Chinese onderzoekers zich ervoor te interesseren.

    De vier genen waarvan wordt aangenomen dat ze dyslexie veroorzaken bij sprekers van alfabetische talen, gelden niet als factoren bij Chinese dyslexie. In plaats daarvan hebben wetenschappers twee andere genen gevonden die ermee in verband kunnen worden gebracht. Maar het Chinese dyslexieonderzoek heeft nog een lange weg te gaan en er is maar weinig financiële steun, zegt Tan.

    De tekens hierboven laten zien hoe dyslectische kinderen Chinese karakters schrijven; ze voegen een lijntje toe of verhaspelen verschillende karakters. – © Sixth Tone
    De tekens hierboven laten zien hoe dyslectische kinderen Chinese karakters schrijven; ze voegen een lijntje toe of verhaspelen verschillende karakters. – © Sixth Tone

    De situatie op het Chinese vasteland 
is anders dan die in Hongkong en Taiwan, waar al wel wetten en regelingen omtrent dyslexie bestaan. Zo wordt in Hongkong de leervaardigheid van leerlingen al in groep 3 getest. Degenen bij wie dyslexie wordt geconstateerd, ontvangen zowel financiële steun als speciale bijstand tijdens het lesprogramma, zoals meer tentamentijd en speciaal opgemaakte tentamenformulieren met grotere karakters. Leerlingen mogen ook computerprogramma’s gebruiken om hun tentamenvragen te kunnen lezen en de hulp inroepen van een aantal particuliere taalklinieken en -organisaties. Sommige leerlingen met dyslexie zijn op topuniversiteiten beland – iets wat voor de meeste ouders van dyslectische kinderen op het vasteland ondenkbaar is.

    Ondertussen is er op het Chinese vasteland geen ondersteunend beleid voor dyslectische kinderen. Ngo’s en sociale toeslagen voor deze leerlingen zijn uiterst schaars, zelfs in welvarende steden met grote onderwijsbudgetten zoals Shanghai. In sommige streken in de provincie Guangdong – in de buurt van Hongkong – is de situatie wat gunstiger, maar zelfs daar zijn er amper tien organisaties die dyslectische kinderen helpen, waarvan de grootste er hooguit een paar honderd bedient.

    Sinds het Weining-centrum in 2010 zijn deuren opende, heeft het geprobeerd het bewustzijn van dyslexie te vergroten en werkt het samen met plaatselijke basisscholen. Wang Lei, de directeur van het centrum, zegt tegen Sixth Tone dat het door het ontbreken van onderwijsbeleid voor dyslectische leerlingen – waaronder een standaardonderzoek om dyslexie vast te stellen – moeilijk is de stoornis door scholen en ouders op het vasteland te laten herkennen. ‘Chinese dyslectici vormen een reusachtige groep die hulp nodig heeft, maar ze zijn onzichtbaar omdat ze in het dagelijks leven normaal lijken,’ zegt Wang. Het aanvragen van meer tentamentijd of speciaal opgemaakte tentamenformulieren zoals in Hongkong zou alleen mogelijk zijn met gericht beleid van de plaatselijk onderwijsafdeling.

    Ook zijn er ouders die sceptisch blijven en weigeren te accepteren dat hun kind met een stoornis is behept. ‘Zelfs als er in ons centrum dyslexie bij hun kinderen wordt geconstateerd, kunnen sommige ouders zich niet voorstellen dat het lezen en schrijven van karakters een probleem zou kunnen zijn,’ zegt Wang, om eraan toe te voegen dat hij vaak naar het beleid in Hongkong verwijst om duidelijk te maken dat Chinese dyslexie wel degelijk bestaat.

    Wang hoopt de samenwerking van het centrum met onderzoekers en scholen verder uit te bouwen en gegevens over de kwestie te helpen verzamelen waarmee toekomstige beleidsaanbevelingen kunnen worden gestaafd.

    Deskundigen zijn het erover eens dat het hoog nodig is mensen bewuster te maken van het bestaan van dyslexie en ondersteunend beleid te ontwikkelen voor degenen die met de stoornis zijn behept – niet alleen omdat het de toekomst van miljoenen kinderen betreft, maar ook omdat de ernst van de stoornis kan toenemen naarmate inkt en papier meer vervangen worden door elektronische programma’s.

    Onderzoekers hebben een negatieve correlatie ontdekt tussen de tijd die leerlingen besteden aan het gebruik van elektronica en de snelheid waarmee de lees- en schrijfvaardigheid zich ontwikkelt

    Onderzoekers hebben een negatieve correlatie ontdekt tussen de tijd die leerlingen besteden aan het gebruik van elektronica en de snelheid waarmee de lees- en schrijfvaardigheid zich ontwikkelt. Tans onderzoek heeft ook uitgewezen dat het gebruik van pinyin – het op het vasteland gebruikte Latijnse transcriptiesysteem voor het Chinees – om tekst in te voeren in plaats van karakters met de hand te schrijven een negatieve invloed heeft gehad op de leesvaardigheid van de leerlingen.

    Een jongetje dat lessen volgt op het Weining-centrum vertelt dat hij daar veel gelukkiger is – zijn docent op de basisschool prees hem nooit en moedigde hem nooit aan, zegt hij, maar voer alleen heftig tegen hem uit als hij slecht presteerde. Cao Wenying, wier elfjarige zoon dyslectisch is, zegt dat docenten in de klas van haar zoon de beste leerlingen stelselmatig op pizza trakteerden, wat tot een hoop frustratie leidde bij degenen die het er minder goed van afbrachten.

    Deze behandeling kan volgens Liang een negatieve invloed hebben op het zelfrespect van leerlingen en tot blijvende psychologische problemen leiden. Ze herinnert zich leerlingen 
die zo gefrustreerd waren geraakt dat ze met hun hoofd tegen de muur bonkten. ‘Dat is voor sommige leerlingen een manier om uiting te geven aan negatieve gevoelens, als ze geen begrip en zorg ontvangen van de mensen om wie ze geven,’ zegt ze.

    De grootste omslag voor Cao’s zoon na het volgen van de lessen op het Weining-centrum was niet dat hij beter presteerde, maar dat zijn houding veranderde. Hij was altijd stilletjes in de klas en had maar weinig vrienden. Toen de diagnose eenmaal was gesteld, was hij niet langer ‘de domoor’ en herwon hij zijn zelfvertrouwen. Ook spoort Cao hem niet langer aan om 
uit te blinken in lezen en schrijven, 
en leest ze nu elke avond zijn lievelingsverhalen met hem. ‘Hij is nu veel gelukkiger en spraakzamer dan vroeger,’ zegt ze.

    Toekomst

    Su en haar familie hebben een soortgelijke ervaring. Hoewel ze aanvankelijk geschokt en teleurgesteld was toen bij Xiaogu dyslexie werd geconstateerd, helpt ze hem nu een halfuur per dag om karakters uit zijn hoofd te leren met behulp van een methode die haar door het Weining-centrum is aangereikt. Su heeft de docent van haar zoon er zelfs toe overgehaald het lesprogramma interactiever en boeiender te maken. Ze zegt dat Xiaogu sindsdien veel actiever meedoet in de klas en dat hij nu gemiddeld scoort bij Chinese tentamens.

    Maar de grootste zorg voor ouders van dyslectische leerlingen is de toekomst van hun kinderen. Velen zijn bang dat hun kind niet zal slagen in het uiterst competitieve en tentamengerichte onderwijssysteem. Su, academisch geschoold en nu werkzaam als architect, ging er altijd van uit dat haar zoon ook naar de universiteit zou gaan. Nu verzoent ze zich met een toekomst waarin haar zoon misschien een heel andere weg zal moeten inslaan. ‘Zelfs 
op beroepsopleidingen in Shenzhen 
kom je niet gemakkelijk binnen,’ zegt ze. Xiaogu’s optimistische instelling en vriendelijke houding zouden zijn redding kunnen zijn, hoopt ze.

    ‘We dachten altijd dat toetsresultaten het belangrijkst waren,’ zegt Su. ‘Maar in hoeverre heeft je toekomst eigenlijk baat bij al die goede antwoorden tijdens een toets? De meeste kennis die we vergaren komt uit het echte leven, niet uit boeken. Nu geloof ik dat hij met zijn persoonlijkheid nog ver kan komen.’

    Auteur: Cai Yiwen
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: © Getty

    Uitgelichte bron

    Sixth Tone
    China | sixthtone.com

    Een typisch Chinese uitvinding wordt het genoemd, deze mediastart-up onder toezicht van de Partij. Met een aantrekkelijke, gelikt vormgegeven website wil het Engelstalige platform Sixth Tone een westers lezerspubliek interesseren voor Chinese kwesties. Want, zo heerst het officiële standpunt, China wordt in de media onterecht te negatief afgeschilderd. Sixth Tone heeft daar het antwoord op gevonden. Maar zoals alle publicaties is ook deze onderworpen aan strikte censuur. Hoe het redacteuren dan toch lukt om westerse lezers naar hun verhalen te lokken, komt volgens de hoofdredactie doordat zij het nieuws ‘vermenselijken’ en de ‘frisse’ kant van China laten zien.

  • China zoekt voor 
het eerst toenadering tot Vaticaan

    China zoekt voor 
het eerst toenadering tot Vaticaan

    Volgens uit het Vaticaan gelekte informatie 
zouden er voor het eerst sinds 1949 banden kunnen worden aangeknoopt tussen China en het Vaticaan. Maar columnist Lu Feng uit Hongkong vindt dat 
er buitensporige concessies van het Vaticaan worden geëist.

    Het Vaticaan is begonnen met de publicatie van een communiqué waarin, zonder diens naam te noemen, kritiek werd geleverd op kardinaal Joseph Zen Ze-Kiun, de emeritus-bisschop van Hongkong. De kardinaal zou valse informatie hebben verspreid, verwarring hebben gesticht en polemiek hebben bedreven. Maar daarna werd er informatie naar buitenlandse media gelekt volgens welke er spoedig verbetering zou komen in de relaties met China, zoals kardinaal Zen had voorspeld. Je zou dus denken dat het Vaticaan en Beijing de komende tijd een akkoord zullen bereiken over het bestuur van de katholieke gemeenschap in China. En dat er weldra diplomatieke banden zullen worden aangeknoopt.

    De regering van Taiwan, de kerk en de gelovigen moeten zich moreel voorbereiden op deze ontwikkeling, die een breuk tussen het Vaticaan en Taiwan impliceert, zoals door Beijing wordt geëist.

    Volgens informanten zou het Vaticaan grote concessies hebben gedaan tijdens deze onderhandelingen met China. Het zou zich vooral bereid hebben getoond zeven bisschoppen te erkennen die door de Chinese autoriteiten (lees: de patriottische kerk, zonder banden met het Vaticaan) zelf zijn ingewijd. Het zou eveneens magister Pierre Zhuang Jianjian (88), de bisschop van Shantou, en magister Joseph Guo Xijin (70), de bisschop van Mindong, die beiden zijn benoemd en erkend door de Heilige Stoel zelf, hebben verzocht met pensioen te gaan en plaats te maken voor door Beijing benoemde prelaten. Volgens bronnen van het Vaticaan zal de Heilige Stoel een 
stem krijgen in de benoeming van 
bisschoppen in China, decennialang een belangrijk twistpunt tijdens de onderhandelingen.

    Gekooide vogels

    Toch geven de bronnen toe dat het beoogde akkoord tussen China en het Vaticaan verre van ideaal is en dat de situatie de komende tien of twintig jaar evengoed kan verslechteren als verbeteren: ‘We zullen gekooide vogels blijven, maar de kooi zal groter zijn. Het leed zal voortduren, maar we zullen wat meer ruimte krijgen in onze kooi.’

    Waarom zou de Heilige Stoel, die heel goed beseft dat hij zich in ‘de kooi’ van de Chinese Communistische Partij (PCC) dreigt te laten opsluiten, met alle geweld zo’n onbevredigend akkoord willen nastreven? Alleen de leden van de Romeinse Curie kunnen die vraag beantwoorden. Sommigen vrezen dat het akkoord de vrijheid van gedachte en godsdienst alleen maar verder zal inperken, evenals de algehele mensenrechten in de Volksrepubliek China en zelfs in Hongkong.

    Sinds het negentiende Partijcongres van vorig jaar heeft president Xi Jinping zijn toch al ijzeren greep op de macht nog verder verstevigd: niet alleen 
tolereert hij geen verdedigers van 
universele waarden meer, iets waarop met name werd aangedrongen door de PCC, hij duldt ook geen stemmen meer die zijn autoritaire bewind ter discussie stellen. Hij toont zich een pleitbezorger van ‘het Chinese model’ en wil dit model over de wereld verbreiden, zodat ontwikkelingslanden zich erdoor kunnen laten inspireren, een loopje kunnen nemen met de mensenrechten en menselijke vrijheden en een politieke dictatuur kunnen vestigen rond één man of één partij.

    © Mariabode
    © Mariabode

    Als het Vaticaan er werkelijk in slaagt een akkoord te sluiten met China, zal Beijing het recht om bisschoppen te benoemen op een dienblaadje aangereikt krijgen. Op die manier zal alle onderdrukking waaraan de Chinese autoriteiten de kerk en haar gelovigen decennialang hebben blootgesteld onder het tapijt worden geveegd. 
Het zou een stilzwijgende acceptatie betekenen van al het geweld en de inperking van godsdienstvrijheid waarvan de Chinese bevolking al die tijd het slachtoffer is geweest (op het moment dat de communisten in 1949 de macht grepen werden de christelijke kerken gesommeerd hun banden met het ‘imperialistische buitenland’ te verbreken). Het zou niet alleen een schok zijn voor alle katholieken die ondanks de vervolging hun geloof trouw zijn gebleven, maar ook de 
Chinezen tot wanhoop stemmen die in de vrijheid van gedachte en godsdienst geloven. Als de Heilige Stoel zich 
vrijwillig laat opsluiten in de kooi van de PCC, zal deze de religieuze instellingen en de gelovigen in China nog strenger kunnen controleren. Wat de benoeming van bisschoppen en andere prelaten betreft zal de Romeinse Curie zich moeten schikken naar de wensen van de regering in Beijing en de ‘patriottische kerk’. De exegeses, de liturgie en het godsdienstonderwijs zullen erdoor getroffen worden. De leden van de Chinese clerus zullen niet langer voor rechtvaardigheid kunnen pleiten en hun gelovigen niet langer kunnen aansporen om vrijheid van gedachte 
en godsdienst te koesteren of zich om de allerarmsten te bekommeren.

    De Heilige Stoel zal zich niet alleen laten kooien, maar bovendien meewerken aan een ware castratie van de hele katholieke kerk in China, die alleen nog maar een spreekbuis van de macht zal worden en steeds verder af zal komen te staan van de christelijke ideeën over rechtvaardigheid, vrede en naastenliefde.

    Bovendien is de katholieke kerk universeel en hecht ze aan onderwijs, riten en universele waarden. Je kunt je dus afvragen waarom ze daarop in het geval van China een uitzondering zou maken, door dat land toe te staan niet aan 
universele beginselen te gehoorzamen en het katholicisme in een Chinese variant te veranderen, die een geheel eigen invulling geeft aan het begrip godsdienstvrijheid. Daarbij gaat het niet alleen om het ontkennen van 
universele waarden als de vrijheid 
van eredienst, maar moet vooral worden gedacht aan het Vulgaat [bijbelvertaling in Latijn] van het fameuze Chinese model, omdat daarmee de overwinning van dat model wordt erkend en China kan doen wat het wil. Stel u eens voor hoe arrogant de machthebbers in Beijing zich zouden kunnen opstellen als zelfs de katholieke kerk met haar lange verleden zich voor 
hen zou buigen door niet langer de 
universele waarden te respecteren!

    Hongkong

    Ook Hongkong loopt direct gevaar, want de Speciale Administratieve Regio (SAR) kan nog zo graag een bisdom willen blijven dat losstaat van die van het continent, in een toekomst waarin de SAR waarschijnlijk steeds nauwere banden met het continent opgelegd zal krijgen dreigt het bisdom daar Chinese trekjes te gaan vertonen. In dat geval zal het bisdom van Hongkong zich zelfs niet meer sterk maken voor de democratie en de mensenrechten in China. Hoe kun je dan niet beducht zijn voor zo’n akkoord?

    Auteur: Lu Feng

    Apple Daily
    Hongkong | oplage 430.000

    Dit vierkleurendagblad, in 1985 gelanceerd door de zakenman Jimmy Lai, dankt zijn succes aan zijn gemeenzame stijl en zijn korte, geïllustreerde artikelen, maar ook aan zijn vrijpostige houding tegenover Beijing.

    CHRONOLOGIE

    1942 Het Vaticaan erkent de Republiek China. 1946 De paus benoemt een nuntius in China. 1949 Communistische overwinning in Beijing, de nationalistische regering vlucht naar Taiwan. 1952 Paus Pius XII spoort de Chinese katholieken aan zich teweer te blijven stellen tegen vervolging. Het Vaticaan knoopt banden aan met Taiwan. 1957 Oprichting van de Chinese Katholieke Patriottische Vereniging die banden met Rome verbiedt. De gelovigen die de Heilige Stoel trouw blijven zetten hun activiteiten clandestien voort en worden vervolgd. 1976 Dood van Mao. Begin van het hervormingsbeleid. 1992 Door Beijing benoemde bisschoppen worden discreet erkend door Rome. 2014 Begin van een onderhandelingsronde.

  • 5. Na de ster volgde huurverhoging

    5. Na de ster volgde huurverhoging

    In 2015 werd Kai Kai Dessert in Hongkong in één klap wereldberoemd, toen het als eerste streetfoodrestaurant ooit een vermelding kreeg in de Michelingids. Het leverde eigenaar Chiu Wing Keng veel extra klanten op, maar ook een hoop gedoe.

    Het is bijna twaalf uur ’s middags op een vrijdag in de arbeiderswijk Jordan in Hongkong, en Chiu Wing Keng is moe. De 28-jarige kok is de nacht ervoor tot zes uur in touw geweest om ingrediënten te bereiden voor een druk weekend in Kai Kai Dessert, de twee verdiepingen tellende zaak van zijn familie in Ning Po Street. Chiu’s vader, Chiu Wai Yip, begon Kai Kai bijna vier decennia 
geleden, nadat hij het vak van zijn oom had geleerd. De familie is gespecialiseerd in de traditionele Kantonese dessertsoepen die mijn moeder, die in 1969 vanuit Hongkong naar New York emigreerde, maakte toen ik klein was: zoete rodebonensoep met lotuszaadjes, zijdezachte eiercustardpudding, kleverige sesamrijstballetjes in gembersiroop.

    In 2015 dwong de Michelingids het familiebedrijf bijna tot sluiting. Kai Kai Dessert behoorde tot het vijfentwintigtal eethuizen dat in de Michelingids voor Hongkong en Macau werd opgenomen, de eerste keer dat de prestigieuze gids zich met streetfood inliet. Het is een mooi idee: een al lang bestaande plaatselijke zaak onder de internationale aandacht brengen zodat er een nieuw publiek wordt gevonden voor ouderwetse, met zorg bereide smaken. Maar algauw bleek de vermelding ook nadelen te hebben. Het aantal klanten nam de eerste maand met 30 procent toe en enkele weken later verdubbelde de huisbaas van de Chiu’s de huur tot 27.000 dollar, het equivalent van elfduizend kommen soep. Dat is meer dan de helft van de maandomzet van het eethuis.

    Verrassing

    Chiu Wing Keng en zijn vader breken zich het hoofd over de voor- en nadelen van opname in de wereldwijd erkende voedselbijbel van Michelin. ‘Hoe kan ik mijn voordeel doen met de aandacht? Kan ik de toegenomen drukte aan? Moet ik meer mensen inhuren? Moet ik uitbreiden? Moet ik franchisenemers zoeken? Moet ik iets – wat dan ook – anders doen?’ Maar Michelins nieuwe streetfoodcategorie kan een eethuis 
in zijn voortbestaan bedreigen: voor een gat in de muur van waaruit soep voor 3 dollar wordt geserveerd is een drastische huurverhoging rampzalig. (Er bestaat geen huurbescherming in Hongkong en de astronomische vastgoedprijzen maken het de meest ontoegankelijke stad ter wereld.) 
Kai Kai was niet de enige zaak in Hongkong die door Michelin in gevaar werd gebracht – het eveneens in de gids vermelde Cheung Hing Kee, een op Shanghaise leest geschoeide broodjeszaak in de wijk Tsuen Wan, kreeg ook een verlammende huurverhoging en werd gedwongen te verkassen.

    Als hij zijn jaar na de Michelinvermelding beschrijft, is Chiu schamper. ‘Ik denk dat het eerste jaar het gevaarlijkst is,’ zegt hij. Midden tijdens het koortsachtige, vruchteloze zoeken naar een betaalbaar onderkomen bood een trouwe klant de Chiu’s zijn bedrijfsruimte aan, en het 38 jaar oude bedrijf verhuisde naar een kleinere locatie om de hoek. De huidige maandhuur komt neer op een hanteerbaardere 4500 kommen soep.

    Chiu is slank en jongensachtig, met een rechthoekige bril, een opzettelijk warrige pony en een verlegen glimlach. Als derdegeneratierentmeester van het familiebedrijf wist hij van jongs af aan dat hij in de zaak zou komen, maar hij maakte zich zorgen over de toekomst ervan. ‘Deze desserts zijn van de oude stempel,’ zegt hij, wijzend op de in het Chinees gestelde menukaart met zo’n twintig gerechten, die aan de muur hangt (Kai Kai heeft ook een Engelse menukaart). Hij was bang dat de gerechten minder populair zouden worden bij de jongeren. Michelin heeft geholpen, zegt hij, door een toevloed van klanten uit het Westen.

    Chiu leidt me naar de overvolle keuken aan de achterkant. Op de aanrechten staan rijen aardewerken schalen met gouden eiercustard, en op planken en op de vloer keurige vaten met ingrediënten: geroosterde gitzwarte sesamzaadjes, bergen witte suiker, lotuszaadjes die weken in water. Hoge stalen pannen pruttelen op het fornuis en de lucht is bezwangerd met de rijke, welriekende geur van gember. Chiu’s moeder steekt haar hoofd om de hoek en waarschuwt ons voor de pas gedweilde vloer. Chiu en zijn vader en moeder koken nog steeds alles zelf, en veel gerechten zijn arbeidsintensief. 
De 58-jarige vader, een praatgrage man met een kaalgeschoren hoofd, werkt alleen nog maar ’s ochtends en bereidt de ingrediënten voor voordat de zaak om twaalf uur opengaat. Toen ik arriveerde begroette hij me zonder hemd en met een grote grijns, en vroeg of ik een kom hete soep wilde.

    De grootste verandering, zegt Chiu, is dat hij meer werkt – en zich meer zorgen maakt

    De Michelinvermelding was een verrassing voor de familie. ‘We dachten altijd dat de gids voor chique restaurants was, niet voor ons soort eten,’ zegt Chiu. De opname van een categorie streetfood – ‘de eerste in de geschiedenis van de Michelingidsen’, aldus Michael Ellis, de internationaal directeur van de gidsen – verraste ook menigeen in de culinaire wereld. Michelin, dat zich van oudsher op de haute cuisine had geconcentreerd, werd de laatste jaren van een gebrek aan 
relevantie beticht in een wereld waarin maaltijden uitvoerig worden gedocumenteerd door eigengereide onlinerestaurantgidsen als Yelp, Eater en vele andere. Ellis noemde de lancering specifiek voor Hongkong: ‘Streetfood behoort daar tot de plaatselijke manier van leven. De stad slaapt nooit, het is altijd druk op straat en inwoners van Hongkong eten graag buiten de deur zonder dat ze per se ergens willen zitten en een hoop geld willen uitgeven.’ Sommigen, zoals de gids Lifestyle Asia, beschuldigden Michelin van effectbejag door ‘met behulp van 
een trucje te laten zien dat ze heel goed weten hoe Hongkong eet’.

    In veel opzichten is de nieuwe categorie een uitvloeisel van de wereldwijde fetisjisering van streetfood: bedrijven als Kogi BBQ, de tacotruck uit Los Angeles die het imperium van chef Roy Choi lanceerde, hebben eenvoudig Koreaans eten tot de status van haute cuisine verheven. Maar het is ook een blijk van de slimme manier waarop Michelin in Azië investeert. Waar de gidsen zich aanvankelijk uitsluitend op Europa richtten, beslaan ze nu bijna vijftig regio’s wereldwijd. 
De lichting 2017 omvat gidsen voor Seoul en Shanghai, met inbegrip van de streetfoodmekka’s, en de categorie streetfood is uitgebreid naar Singapore.

    Chiu zegt me dat hij geen last heeft van de streetfoodvermelding, voornamelijk omdat hij niet begrijpt wat die inhoudt. ‘Betekent “streetfood” iets minder goeds?’ vraagt hij. Tijdens mijn bezoek heerst er een opgeluchte stemming in Kai Kai; twee dagen eerder heeft Michelin voor het tweede jaar een lijst met streetfoodzaken in Hongkong gepubliceerd, en Kai Kai staat er weer in. ‘Ik vraag me wel af wat er gebeurt als ze ons er niet meer in zetten – of mensen dan niet zullen zeggen: “Wat is er aan de hand? 
Ze hebben kennelijk iets niet goed gedaan.”’

    De grootste verandering, zegt Chiu, is dat hij meer werkt – en zich meer zorgen maakt. Tijdens het avondspitsuur wachten de mensen geduldig buiten en vormen een rij tot voorbij de bamboesteigers voor het aangrenzende pand. Tot aan sluitingstijd om vier uur ’s morgens en nog wel een paar uur daarna is Chiu druk bezig in de keuken: sesam wassen, roosteren en met de hand vermalen, papaja stoven, suikerstroop inkoken. ‘Als Michelin hier nooit meer komt, zou dat jammer zijn, maar het zou waarschijnlijk niet enorm veel uitmaken,’ zegt hij. 
‘Het zal me niet de kop kosten.’ Hij pauzeert even. ‘Maar dat ze hier voor het eerst kwamen heeft ons wél bijna de kop gekost.’

    Als ik hem vraag wat de traditionele desserts van zijn familie zo bijzonder maakt, denkt hij lang na. Achter me aan de gemeenschappelijke houten tafels hoor ik het bedaarde geslurp van de klanten. Ten slotte zegt hij: ‘Het is eten voor je hart. Waarom 
het zo lekker is? Omdat we alles zelf maken. Nu vragen mensen ons: 
“Wil je naar Taiwan? Wil je naar China? Wil je meer zaken openen, franchisezaken?” Dan zeg ik: nee. Deze kom eten die ik maak en naar je toe breng, met mijn eigen handen…’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Het zou niet hetzelfde zijn.’

    Auteur: Bonnie Tsui

    Beeld: Kai Kai Dessert.

    The California Sunday Magazine
    VS | tweemaandelijks | oplage 300.000

    Californië kent allerlei volwaardige publicaties, maar zo aantrekkelijk als The California Sunday Magazine zijn er maar weinig. Het fraai vormgegeven tijdschrift bestaat pas drie jaar en is nog in handen van een enthousiast team dat het liefst nieuwe projecten begint. ‘We’re just getting started….
There’s lots more to come’, staat er op hun site.

    Het begon met een live pop-upmagazine 25 jaar geleden. Een clubje schrijvers, producers en fotografen zouden verhalen, opinies en analyses zelf opvoeren. De avond moest zich ontvouwen zoals 
een klassiek magazine dat doet, en aan het eind 
van de performance ontmoette iedereen elkaar 
aan de bar. Niets werd vastgelegd, je moest erbij 
zijn om het te kunnen lezen.

    In 2014 lanceerden dezelfde journalisten The California Sunday Magazine, dat onmiddellijk in de prijzen viel. Het blad wordt bijgestoken bij de Los Angeles Times en San Francisco Chronicle, en biedt ambitieuze internationale features en fotografie uit alle hoeken van de wereld.

  • Singapore vs. Hongkong: the battle

    Singapore vs. Hongkong: the battle

    De succesvolle Aziatische metropolen Hongkong en Singapore worden vaak in één adem genoemd. Toch hebben de twee steden tegengestelde kapitalistische modellen: de een is ultraliberaal, de ander ultradirigistisch. Le Monde legde de rivalen langs de meetlat.

    De rivaliserende steden Hongkong en Singapore vergelijken zich onophoudelijk met elkaar. Er gaat geen week voorbij of er is een enquête of peiling waarin ze met elkaar wedijveren, of het nu over de beheersing van het Engels gaat (voorsprong Singapore), over het aantal beursintroducties (voorsprong Hongkong) of zelfs over het gemiddelde IQ (gelijkspel: de twee steden zouden tot de wereldtop behoren). De kleinste nieuwtjes van de een worden angstvallig in de gaten gehouden door de ander.

    Zo lanceerde de Michelingids in 2016 een editie voor Singapore – zeven jaar na Hongkong, het werd tijd! Eind februari maakte de pers in Hongkong melding van een sterke stijging van de watertarieven in Singapore, en vroeg zich meteen af of zo’n maatregel er ook in zat voor Hongkong.

    De rivaliteit strekt zich uit tot alle sectoren, met name die van de ‘FinTech’ (nieuwe financiële technologieën). Hongkong hield van 7 tot 11 november 2016 zijn FinTech Week. Singapore ging daar drie dagen later overheen met zijn FinTech Festival. Hongkong groter, Singapore schoner; Hongkong Chinezer, Singapore kosmopolitischer; Hongkong dynamischer, Singapore ordelijker – aan het spelletje ‘zoek de verschillen’ tussen de Aziatische schijntweeling komt nooit een eind.

    Tegenovergestelde modellen

    Beide steden wekten in de eerste helft van de negentiende eeuw de hebzucht van de Britse kroon. De twee ‘parels van de Oriënt’, gescheiden door 2600 kilometer zee, waren strategisch gelegen langs de maritieme zijderoute: Singapore met de Straat van Malakka, Hongkong met de Parelrivierdelta. Hun identiteit is daarom sterk getekend door de internationale vrijhandel, en beide hebben hun essentiële rol daarin weten te behouden. In 2005 onttroonde Singapore Hongkong als grootste containerhaven ter wereld, om in 2010 zelf naar de tweede plaats te worden verwezen door Shanghai. Hongkong nam revanche door de grootste luchthaven voor vrachtverkeer te wereld te worden.

    Ten tijde van de kolonisatie was hun geringe omvang een voordeel. ‘De 
twee gebieden waren gemakkelijk te besturen voor het Verenigd Koninkrijk, dat dan ook flink investeerde in infrastructuur (opslagplaatsen, wegen, waterleiding) en openbare instellingen (rechtbanken, scholen, ziekenhuizen). Daarna zijn er andere initiatieven genomen, zoals een enorm programma voor sociale huisvesting,’ aldus Donald Low van de Lee Kuan Yew-school voor Openbaar Bestuur van de Nationale Universiteit van Singapore. Ook het rechtssysteem is een erfenis van de Britse kolonisator. ‘De rechtsstaat die beide steden kennen onderscheidt ze van alle andere landen in de regio,’ voegt Low eraan toe. ‘Alleen op die manier konden ze uitgroeien tot geloofwaardige financiële centra.’ Zowel Singapore als Hongkong richtte een agentschap op om corruptie te bestrijden. Dit weerhoudt beide er 
overigens niet van om te flirten met 
de status van belastingparadijs.

    Beide voormalige parels aan de Britse kroon hebben hun bijzondere ontwikkeling natuurlijk mede te danken aan hun geografische ligging, aan het uiterste noorden en zuiden van de Zuid-Chinese Zee. Hongkong, dat zich in 1997 bij de Volksrepubliek China aansloot (volgens het principe ‘een staat, twee systemen’), is altijd sterk 
op China georiënteerd geweest. Het is inmiddels een belangrijk financieel centrum voor grote Chinese bedrijven. Singapore is de onontkoombare 
metropool van Zuidoost-Azië en het Zuid-Pacifische gebied geworden.

    1. Skyline Singapore; 2. Skyline Hongkong. Welke vindt u mooier? – © HH
    1. Skyline Singapore; 2. Skyline Hongkong. Welke vindt u mooier? – © HH

    Na twee eeuwen parallelle ontwikkeling behoren de twee steden tot de wereldtop op het gebied van moderniteit en technologie. Toch hebben ze 
ook de nodige crises en epidemieën gekend. Bovendien zijn ze tussen 1941 en 1945 door de Japanners bezet. 
Hun wegen scheidden zich met het uitroepen van de Republiek Singapore in 1965, nadat de stad zich in 1963 had afgescheiden van de Federatie van Maleisische Staten en onafhankelijk was geworden. Hoewel de microstaat zich aan de Britse betutteling heeft ontworsteld, zijn de Britse instituties en het architecturale erfgoed er behouden gebleven, evenals het Engels als lingua franca, waarvan de gesproken variant met zijn speciale intonatie 
zich tot het singlish (Singapore English) heeft ontwikkeld. Het Engels dat er gesproken wordt is nog altijd van een hoger niveau dan dat in Hongkong, dat weliswaar tot 1997 Engels is gebleven maar waar slechts 6 procent van de bevolking de taal voldoende beheerst en slechts 1,5 procent deze vloeiend spreekt, volgens een studie van de 
Universiteit van Hongkong uit 2015.

    Tegenwoordig onderscheiden de steden zich vooral door hun diametraal tegenovergestelde maatschappijmodellen. Het ‘dirigistische’ model van Singapore, waarvan de resultaten overal ter wereld bewondering afdwingen, behoort tot de meest geavanceerde en vreemdste van de planeet. Alles wordt er berekend, geanalyseerd, voorzien 
en gemonitord. ‘Planning’ is het sleutelwoord. De stad belichaamt orde, properheid, veiligheid, excellentie en perfectie. Singapore is tegenwoordig 
de ‘smartste’ van de ‘smart cities’: 
up-to-date, doelmatig, duurzaam en toonaangevend op onderzoeksgebied.

    De openbare orde lijkt er tot het uiterste doorgedreven, zoals blijkt uit het beroemde verbod op kauwgum. 
Ook het milieu is een prioriteit. In Hongkong zijn het de burgers die, geconfronteerd met de apathie van 
de overheid, het initiatief nemen om de stranden schoon te maken. Wie in Singapore afval niet in een vuilnisbak deponeert, riskeert de eerste keer een boete van 1350 euro, de tweede keer 
het dubbele en de keer daarna vijf keer zoveel. Hardnekkige overtreders 
worden gedwongen te werk gesteld 
bij de gemeentereiniging.

    Sinds de onafhankelijkheid heeft 
Singapore nauwelijks sociale conflicten gekend, afgezien van twee stakingen (in 1986 en 2012) die beide nog geen twee dagen duurden. De Hongkongers gaan meerdere keren per jaar massaal de straat op. In de herfst van 2014 transformeerde de jeugd verschillende wijken in de stad tot surrealistische kampen om te protesteren tegen het plan van Beijing om de invloed van stemmingen te beperken. Dit zogeheten ‘parapluprotest’ duurde 79 dagen, wat in de tuinstad ondenkbaar zou zijn. ‘Singapore is het eerste land ter wereld dat het communisme in de marxistische zin van het woord heeft gerealiseerd,’ chargeert Jake van der Kamp, commentator van de ultraliberale 
South China Morning Post. ‘Zo’n 85 procent van de woningen wordt gesubsidieerd door de staat, de regering houdt naast andere belastingen 37 procent van alle salarissen in voor een collectief verzekeringsfonds en de hele zakenwereld staat onder overheidstoezicht.’

    De buitenlanders mogen maar twee soorten werk doen: werk waarvoor de Singaporezen hun neus optrekken of werk waarvoor kwalificaties zijn vereist die ter plekke niet voorhanden zijn

    De Singaporese regering bestuurt haar volk met dezelfde chirurgische precisie. Het geboortebeperkingsbeleid van de jaren zeventig, dat niet gespeend was van eugenetische trekjes, was zo doeltreffend dat de tegenovergestelde opdracht, aan het eind van de jaren tachtig, niet aansloeg. Om in de behoeften van de plaatselijke economie te voorzien moet de stad sindsdien mensen van buiten laten komen. Inmiddels is 40 procent van de bevolking van buitenlandse afkomst, wat 
het toch al multiculturele, Chinees-Indonesisch-Maleise Singapore een veel kosmopolitischer gemeenschap maakt dan Hongkong, dat voor 95 procent door Chinezen wordt bevolkt. De buitenlanders mogen maar twee soorten werk doen: werk waarvoor de Singaporezen hun neus optrekken of werk waarvoor kwalificaties zijn vereist die ter plekke niet voorhanden zijn. Nieuwe ondernemingen die zich er komen vestigen worden actief ondersteund.

    Waar de dynamische Singaporese overheid altijd tuk is op verbeteringen, is het gebrek aan visie bij de overheid in Hongkong een vast thema onder lokale zakenlui. Hongkong zou zijn critici kunnen antwoorden dat het zijn dynamiek en aantrekkelijkheid dankt aan zijn bewoners en zijn markteconomie, en niet aan de overheid. In tegenstelling tot Singapore hangt Hongkong het ultraliberalisme aan. De economie zou er zelfs de liberaalste ter wereld zijn, volgens de zeer conservatieve Amerikaanse denktank Heritage Foundation. De werkloosheid van maar 3 procent (tegen 2 procent in Singapore) lijkt aan te tonen dat dit recept ook werkt.

    Behalve vanwege de vrijheid en faciliteiten voor ondernemers is Hongkong ook aantrekkelijk vanwege zijn belastingstelsel. Door de geringe douanebarrières is het bijna een vrijhaven. Een beroemd voorbeeld blijft de afschaffing van de accijns op geïmporteerde wijn in 2008, die de ontwikkeling van een hele economische sector mogelijk maakte. Een ander voorbeeld is de markt voor moderne kunst die bloeiender is dan in Singapore, waar toch forse subsidies bestaan. Binnen enkele jaren hebben zich internationaal gerenommeerde galeries en grote veilinghuizen in Hongkong gevestigd, evenals een beurs voor moderne kunst, Art HK, die al snel werd opgekocht door wereldleider Art Basel. ‘De dynamiek van Hongkong is onvergelijkbaar. Dat is voor 
een groot deel te danken aan buurman China,’ bevestigt een ondernemer die beide steden goed kent. De energie 
die wordt geleverd door de nabijheid van China is onmiskenbaar. Singapore, daarentegen, is een beetje provinciaals. ‘De Hongkongers komen naar Singapore om op adem te komen; de 
Singaporezen gaan naar Hongkong om zichzelf weer te motiveren,’ zo vat een Singaporese taxichauffeur de situatie samen op grond van zijn dagelijkse observaties.

    Gardens by the Bay in Singapore. Het park bestaat onder meer uit een futuristisch bos van metalen bomen (‘Supertree grove’) en twee grote kassen. – © Getty Images
    Gardens by the Bay in Singapore. Het park bestaat onder meer uit een futuristisch bos van metalen bomen (‘Supertree grove’) en twee grote kassen. – © Getty Images

    De Hongkongers koesteren hun vrijheden en aarzelen niet om daarvan te profiteren, tot leedwezen van Beijing. ‘De ironie wil dat de burgers in Hongkong het recht hebben om te betogen en hun ongenoegen te uiten maar dat ze niet hun eigen leiders kunnen kiezen, terwijl in Singapore, waar kritiek amper wordt getolereerd, de burgers het recht hebben om naar de stembus te gaan,’ constateert Cherian George, hoogleraar Journalistiek.

    Paradoxaal genoeg hebben deze zeer verschillende systemen tot soortgelijke resultaten geleid, en tot soortgelijke gebreken. Geen enkele ontwikkelde 
economie ter wereld kent momenteel zulke grote verschillen tussen rijk en arm als deze twee steden. Op de grote avenues van Hongkong duwen dubbelgevouwen oude vrouwtjes karretjes met kartonnen dozen voor recycling voort tussen glimmende Ferrari’s en Tesla’s. Huisvesting is zo duur voor wie geen toegang heeft tot sociale woningbouw, dat een Chinese ondernemer op het idee is gekomen om ‘capsuleappartementen’ te introduceren, een moderne versie – met wifi – van de oude ‘kooiwoningen’, stapelbedden met tralies ervoor die dienst deden als onderkomen.

    De twee steden blinken ook uit in 
crony capitalism, nepotistisch kapitalisme. Op een ranglijst van de grootste plutocratieën ter wereld die in 2014 werd opgesteld door het Britse weekblad 
The Economist, prijkte Singapore op de vijfde en Hongkong zelfs op de eerste plaats. Onder het mom van grote economische vrijheid is Hongkong in vijftig jaar tijd uitgegroeid tot een oligarchie waar maar enkele families de dienst uitmaken in 
de belangrijkste economische sectoren.

    Als we de balans opmaken van het voortdurende duel tussen de twee 
steden, lijken economische argumenten zwaarder te wegen dan elke andere politiek-filosofische overweging. De vrees voor een braindrain van Hongkong naar Singapore is een steeds terugkerend thema in de pers van Hongkong. Met als reden de exorbitant hoge huren, de luchtvervuiling en de toenemende bemoeienis van China. Of, doodeenvoudig, het charmeoffensief van de Singaporese regering. Singapore lijkt zich plotseling te bevrijden van zijn lichte minderwaardigheidscomplex. 
De periode van beroering die de wereld momenteel doormaakt, heeft de kritiek op het sociale en politieke model doen verstommen. Dat doet weliswaar 
verstikkend aan, maar als puntje bij paaltje komt is het behaaglijk en geruststellend.

    Auteur: Florence de Changy

    Openingsbeeld: © HH

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders).

    uss buffalo and uss stethem depart changi naval base for the at sea 28506939156

    CONTEXT: Washington of Beijing? Een dilemma voor Singapore

    De stadstaat ging een keus tussen de supermachten altijd slim uit de weg, maar dreigt nu voor het blok te worden gezet.

    Washington of Beijing: voor Singapore, dat 14.000 keer kleiner is dan China en een militaire bondgenoot van de VS, is het lastig kiezen. Beijing sluit overal in Zuidoost-Azië bondgenootschappen, terwijl Washington met twee monden blijft spreken over de duur van zijn betrokkenheid bij de regio. Lee Kuan Yew, de stichter van de in 1965 uitgeroepen Republiek Singapore, onderhield uitstekende betrekkingen met zowel Henry Kissinger, als met Deng Xiaoping, van 1956 tot 1967 secretaris- generaal van de Communistische Partij van China. Lee Kuan Yew bracht zelfs zijn ‘vakantie’ door in Taiwan; dat ging allemaal probleemloos. Maar de tijden zijn veranderd.

    ‘Binnen drie tot vijf jaar dreigt Singapore moeilijke keuzes te moeten maken,’ voorspelt Donald Low van de Nationale Universiteit van Singapore. Tot overmaat van ramp hebben de Verenigde Staten op 23 januari jl. het Trans-Atlantisch Partnerschap (TPP) geannuleerd, een verkiezingsbelofte van Donald Trump. ‘Dat heeft de Singaporese regering ernstig in verlegenheid gebracht,’ bevestigt een diplomaat. ‘Hier is de vrijhandel meer dan een religie, het is het hart van het systeem. Als de internationale handel tot stilstand komt, gaat Singapore dicht.’ In werkelijkheid beschikt Singapore nog altijd over een twintigtal bilaterale vrijhandelsverdragen, met onder andere de VS, Japan en China. Dat neemt niet weg dat de houding van Washington weinig goeds belooft voor het regionale evenwicht en dat Singapore beseft hoe kwetsbaar zijn positie is.

    Singapore wordt inmiddels ook het hof gemaakt door China. De economische betrekkingen tussen de twee nemen een hoge vlucht. En Beijing duldt geen kritiek meer van deze stadstaat die het als Chinees beschouwt

    In augustus 2016 verzekerde president Barack Obama: ‘Singapore is de ankerplaats van onze aanwezigheid in de regio.’ Dit bondgenootschap berust op een memorandum van overeenstemming. ‘De marinebasis van Changi ontvangt Amerikaanse vliegdekschepen, het commando van de Amerikaanse strijdkrachten in de Grote Oceaan heeft zijn logistieke basis in Sembawang (aan de noordkant van Singapore) en de VS beschikken over een eskader op de luchtmachtbasis Paya-Lebar,’ aldus Eric Frecon, onderzoeker aan het marine-instituut en coördinator van het Observato- rium voor Zuidoost-Azië.

    Singapore wordt inmiddels ook het hof gemaakt door China. De economische betrekkingen tussen de twee nemen een hoge vlucht. En Beijing duldt geen kritiek meer van deze stadstaat die het als Chinees beschouwt. In november 2016 liet China zijn ongeduld blijken door negen Singaporese pantservoertuigen die terugkwamen uit Taiwan, waar Singapore al meer dan veertig jaar zijn troepen laat oefenen, tijdens een tussenstop in Hongkong in beslag te nemen. De voertuigen werden teruggegeven ter gelegenheid van het Chinees Nieuwjaar. Er was minstens één geheime missie naar Beijing nodig om dat voor elkaar te krijgen.

    Een andere bron van Chinese ergernis is het feit dat Singapore in juli 2016 het Hof van Arbitrage heeft ingeschakeld in het conflict over de Zuid-Chinese Zee. Als reactie daarop voerde de Global Times, de propagandatabloid van de Communistische Partij van China, een felle lastercampagne tegen Singapore. Sommigen mompelen dat de boodschap is doorgekomen: de oefeningen in Taiwan zijn opgeschort, in elk geval ‘voorlopig’. Hoe dan ook lijkt de ergste kou tussen de landen uit de lucht. De vergadering van de bilaterale samenwerkingsraad, die in 2016 wegens spanningen was geannuleerd, is op maandag 27 februari jl. alsnog gehouden in Beijing.

  • Onrust in Hongkong is China’s schuld

    Onrust in Hongkong is China’s schuld

    Veel jongeren in Hongkong willen dat de stad zich losmaakt van China. En als Beijing volhardt in zijn onbuigzame houding, zal hun aantal alleen maar groeien, waarschuwt een Occupy-leider.

    De afgelopen maanden zijn er in onze stad diverse politieke organisaties opgericht door jonge mensen. Hun politieke streven – zelfbeschikking en onafhankelijkheid voor Hongkong – zou twintig jaar geleden waarschijnlijk als ondenkbaar zijn beschouwd. Hoewel de organisaties gericht zijn op de periode na 2047 en niet vragen om onmiddellijke zelfbeschikking of onafhankelijkheid, hebben ze in de ogen van Beijing al een grens overschreden.

    Zelfbeschikking en onafhankelijkheid verschillen fundamenteel van elkaar. Zelfbeschikking verwijst vaak naar 
een situatie waarin een bepaalde 
groep mensen die dezelfde culturele 
of etnische identiteit delen, het grondwettelijke recht opeisen om hun 
eigen overheidszaken te regelen en hun eigen besluiten te nemen over bepaalde kwesties. Ze willen dus 
eigenlijk autonomie en niet zozeer 
een onafhankelijke staat, dit in tegenstelling tot diegenen die volledige onafhankelijkheid eisen.

    Zelfbeschikking

    Zelfbeschikking is vaak het resultaat van een referendum, terwijl onafhankelijkheid door een referendum óf revolutie bereikt kan worden. Wat Hongkong betreft zijn mensen die voor zelfbeschikking zijn het niet per se eens met de pro-onafhankelijkheidsbeweging. Sommigen van hen zijn wellicht tegen het idee van afscheiding van China, vooral de gematigder kiezers, zoals velen in de middenklasse. Zij zien Hongkong nog steeds als deel van de Volksrepubliek China, maar zijn kwaad over Beijings constante inmenging in kwesties die Hongkong betreffen en China’s schending van het principe van ‘één land, twee systemen’; en dus zoeken ze een manier om onze autonomie te verdedigen die bekrachtigd is in de Basiswet, en om de zaken recht te zetten.

    Pro-onafhankelijkheidsorganisaties daarentegen vragen om de afscheiding van Hongkong van het vasteland en willen een zelfstandige stadstaat worden zoals Singapore. In dit artikel wil ik geen standpunt innemen over zelfbeschikking of onafhankelijkheid, en ook de haalbaarheid van die opties niet analyseren.

    Hoe harder Beijing hen aanpakt, hoe radicaler of zelfs gewelddadiger ze worden

    Ik wil alleen proberen te verklaren wat de oorzaak is van die plotselinge opkomst van pro-zelfbeschikkings- 
en pro-onafhankelijkheidsgevoelens 
in Hongkong. De snelle groei van dat sentiment heeft zijn wortels in de zogenoemde ‘Resolutie 831’, die op 31 augustus 2014 werd aangekondigd door het Permanente Comité van het Nationale Volkscongres, betreffende 
de regeling van de verkiezingen van Hongkongs topfunctionaris in 2017. 
De ontbinding van de daarna ontstane burgerlijkeongehoorzaamheidsbeweging Occupy Central heeft bijgedragen aan die gevoelens. Pas toen het Comité met ‘Resolutie 831’ kwam, begonnen veel mensen in Hongkong te beseffen dat Beijing niet van plan was ons enig algemeen stemrecht te gunnen. Erger nog, de democratisering van onze stad is voor onbepaalde tijd tot stilstand gekomen, nadat het verkiezingsvoorstel van de overheid vorig jaar werd verworpen in de Wetgevende Raad.

    Als gevolg daarvan raakten veel mensen teleurgesteld in ‘één land, twee systemen’ en geloofden 
ze niet langer dat de Basiswet ons echte democratie zou garanderen. Het waren dat bittere verraad, de desillusie, verontwaardiging, frustratie en onmacht en het ongeduld van het publiek over de huidige stand van zaken en de toekomst van de democratisering in onze stad die uiteindelijk hebben geleid tot het idee van zelfbeschikking en zelfs van afscheiding van China: als Beijing ons niet geeft wat we willen, waarom gaan we dan niet gewoon uit elkaar?

    Tien jaar geleden was het totaal ondenkbaar dat mainstreammedia de mogelijkheid bespraken dat Hongkong zijn eigen toekomst zou bepalen en zich zelfs, tegen de wil van Beijing in, onafhankelijk zou verklaren. Met andere woorden: die separatistische sentimenten in onze stad zijn ontstaan door Beijings onhandigheid en de weigering om ook maar een duimbreed toe te geven wat betreft de regeling voor 
de verkiezingen in 2017.

    Als Beijing zijn standpunt over Hongkongs stemrecht niet verzacht, denk ik dat er de komende tijd hoe langer hoe meer inwoners zullen worden aangetrokken door het idee van zelfbeschikking of zelfs van onafhankelijkheid. En hoe harder Beijing hen aanpakt, hoe radicaler 
of zelfs gewelddadiger ze worden, waardoor onze stad in een gevaarlijke cirkel van constante onderdrukking en verzet terecht zal komen.

    Auteur: Benny Tai
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Benny Tai is hoogleraar Rechten aan de Universiteit van Hongkong. Hij werd in 2013 bekend als initiatiefnemer van de Occupy Central-beweging, die streed voor vrije verkiezingen in de voormalige Britse kroonkolonie.

    Hong Kong Economic Journal
    Hongkong | dagblad | oplage 65.000

    Financiële en liberale krant voor de elite in Hongkong. Wil het Chinese equivalent van de Financial Times en The Wall Street Journal zijn, met gerenommeerde schrijvers.

    Activist Joshua Wong en leden van de nieuwe politieke partij Demosisto, die ijvert voor een referendum over de Hongkongse soevereiniteit. – © Vincent Yu / HH
    Activist Joshua Wong en leden van de nieuwe politieke partij Demosisto, die ijvert voor een referendum over de Hongkongse soevereiniteit. – © Vincent Yu / HH

    CONTEXT: Resolutie 831

    Volgend jaar kiezen de inwoners van Hongkong een nieuwe leider. Bij het vertrek van de Britten in 1997 werd overeengekomen dat Hongkong vijftig jaar lang een Speciale Bestuurlijke Regio zou blijven. De Chinees-Britse afspraken werden vastgelegd in een Basiswet, met als voornaamste beginsel: één land, twee systemen. Maar sindsdien is de druk van Beijing om Hongkong in het Chinese systeem te trekken steeds groter geworden. Zo werd in 2014 Resolutie 831 aangenomen, die Beijing stevige zeggenschap geeft in de kandidaatstelling voor de verkiezing van volgend jaar. Een groot deel van de zeven miljoen inwoners van Hongkong verzet zich sindsdien tegen de sluipende inlijving door Beijing, en eist meer autonomie.