Tag: Horizon

  • Sumoworstelaars tillen niet zo zwaar aan overgewicht

    Sumoworstelaars tillen niet zo zwaar aan overgewicht

    Sumoworstelaars zijn te dik. Velen van hen lijden aan hoge bloeddruk en sterven vroegtijdig – in tegenstelling tot de gemiddelde Japanner, die de 81 haalt. Vrouwen bijna 87. Maar de sport wil kost wat het kost zijn oer-Japanse karakter behouden en koestert de zwaarlijvigen alsof het om museumstukken gaat.

    In april 2024 overleed de voormalige sumogrootmeester Taro Akebono op 54-jarige leeftijd aan hartfalen, en Takashi Fuke dacht direct: ‘Niet nog één.’ Hij was nooit echt een fan van Akebono’s vechtstijl geweest. Akebono kwam uit Hawaï en was in de jaren negentig de eerste buiten Japan geboren yokozuna, de Japanse benaming voor sumogrootmeester. Hij was anders dan de andere vechters, groter, zwaarder, agressiever, een ongure kerel met een lengte van 2.03 meter en een gewicht van ruim 230 kilo. Doorgaans probeerde hij zijn tegenstanders met een trommelvuur van slagen met de vlakke hand, zogeheten tsuppari, buiten de ring te drukken. Takashi Fuke houdt van de nationale sport van Japan, maar liever keek hij naar de fijne greeptechnieken van de Japanse broers Takanohana en Wakanohana, die indertijd Akebono’s sterkste rivalen waren. Maar natuurlijk had hij Akebono een langer leven gegund. Met 54 heb je normaliter nog wel wat jaren voor de boeg. Zelf is Takashi Fuke 77 en blij met elk groot toernooi dat hij nog zien kan. Het houdt hem sterk bezig dat zo veel sumoprofs vroegtijdig overlijden. Hij heeft het gevoel dat híj, een arts en voormalig sumotrainer, liefhebber is van de ongezondste wedstrijdsport ter wereld.

    Want Akebono’s vroegtijdige dood is niet uitzonderlijk. Takashi Fuke kan de hele lijst van yokozuna langslopen: slechts weinigen was een lang leven beschoren – heel anders dan de gemiddelde Japanner, die de 81 haalt. En het betreft niet alleen worstelaars op het allerhoogste niveau. In december 2023 overleed de 60-jarige Tsunefumi Terao. In zijn actieve jaren was hij nooit verder gekomen dan de op twee na hoogste rang in de sumo-ordening, maar hij werkte als een magneet op vrouwen en kreeg in zijn lange profcarrière de bijnaam ‘man van ijzer’.

    Na Terao’s dood schreef Takashi Fuke een artikel voor de gezondheidswebsite Yomi-doctor van de krant Yomiuri. Vrij vertaald luidt het opschrift: ‘Hoe lang gaan we nog door met de vroege dood van sumoworstelaars?’ Takashi Fuke schreef in zijn artikel: ‘Naar mijn ervaring is het geen toeval dat sumoworstelaars korter leven.’

    Ritueel

    In Tokio is het zomertoernooi aan de gang, het derde van de honbasho, de zes grote toernooien die de Japanse sumobond Nihon Sumo Kyokai elk jaar organiseert. Gedurende 15 wedstrijddagen strijden de profs uit de verschillende liga’s om promotie en degradatie. Voor de allerbesten gaat het om de keizerbokaal, een zilveren kampioenstrofee. Voor de Ryogoku Konkugikan, de sumo-hal in de wijk Sumida, waaien de bonte vlaggen van de sponsoren. Al wekenlang is het toernooi uitverkocht. De belangstelling is groot. Binnen speelt zich kalm en onverstoorbaar deze bijzondere gebeurtenis af, die het midden houdt tussen ritueel en sportwedstrijd.

    Bedachtzaam betreden de vechters de ring. Ze strooien zout, dat volgens de Japanse nationale religie shinto het strijdperk reinigt. Ze gaan voor de start in hurkhouding, blijven een tijdje zo zitten, de vuisten in het zand, de blik strak gericht op de tegenstander. Dan storten ze zich op elkaar, bliksemsnel, de hoofden naar voren als twee menselijke stormrammen, lillende vetrollen op hun reusachtige lijven.

    De publieke omroep doet elke dag live verslag. De sportkaternen van de kranten staan er vol mee. Ook Takashi Fuke kijkt natuurlijk. ‘Ik vind het leuk om te zien hoe de rikishi zich ontwikkelen.’ Rikishi is het Japanse woord voor sumoprofessionals. Zijn belangstelling gaat met name uit naar twee vechters uit de lagere rangen: Yuya Enho en Kazuki Ura. ‘Beiden hebben een goede techniek.’ Maar Enho is een lichtgewicht, zo’n 100 kilo bij een lengte van 1.68 meter, recentelijk had hij geen enkele kans. Ura kan het de grote sumoworstelaars daarentegen wel lastig maken met zijn veelzijdige vechtstijl en zijn massieve postuur, 142 kilo bij een lengte van 1.75 meter. ‘Ura is flink aangekomen,’ zegt Takashi Fuke – en meteen zitten we weer midden in het probleem van het sumoworstelen, hoewel Fuke er eigenlijk niet over wilde beginnen.

    Bij sumo laat Japan zich zien zoals eigenlijk niemand het land wil zien: gericht op het verleden, koppig, gesloten

    Sumoworstelaars zijn te dik. Gegevens van de sumobond wijzen uit dat de bodymassindex (BMI), de verhouding tussen gewicht en lichaamslengte, voor de 42 vechters uit de eerste liga gemiddeld 47,5 bedraagt – voor de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) begint obesitas bij 30. De gevolgen daarvan beschreef Fuke in zijn artikel: ‘Sumoworstelaars lijden veel vaker aan zogeheten welvaartsziekten als hoge bloeddruk, diabetes en jicht dan gewone mannen, en veel van hen overlijden aan oorzaken die hiermee verband houden.’

    Takashi Fuke zit in de lounge van een hotel in Tokio en misschien heeft hij al spijt van het gesprek. Hij hoort niet goed – dat is de leeftijd – en veranderen kun je immers toch niets. Bij sumo laat Japan zich zien zoals eigenlijk niemand het land wil zien: gericht op het verleden, koppig, gesloten. Takashi Fuke weet het. Hij zucht. Maar eigenlijk praat hij er niet graag over. Sumo hoort nu eenmaal bij zijn Japanse leven en vormt voor hem een troost in de stormen van de tijd die alles veranderen.

    Maar het heeft ook iets moois dat sumo zich verzet tegen de vooruitgang. De sport behoudt zijn oer-Japanse karakter alsof het om een museum gaat met levende stukken. Bij andere sporten komen moderne gewoonten tot uiting in tenue en kapsel. Sumo daarentegen is sinds de sport driehonderd jaar geleden als vorm van amusement werd ontdekt, nog hetzelfde: de beste worstelaars dragen alleen een zijden mawashi. Speciale kappers vormen met behulp van traditionele pommade en ingevet washipapier hun haar in een dubbelgevouwen paardenstaartje. En ze vechten op een met de hand opgeworpen lemen verhoging binnen een met rijststrobaaltjes afgebakende cirkel.

    GettyImages 2152091127
    Ichiyamamoto en Hokutofuji strijden tijdens het zesde gevecht op de eerste dag van het honbasho-toernooi in de Ryogoku Kokugikan in Tokio.– © Getty

    Sumo ziet er nu nog net zo uit als in het Japan van de jaren vijftig, toen Takashi Fuke nog een kind in Osaka was en voor het eerst zag hoe die zware, halfnaakte mannen met elkaar de strijd aanbonden. Hij had destijds geen keus, hij moest sumo wel leuk vinden. ‘Er was niets anders.’ Zijn familie had een abonnement op het maart-toernooi omdat ze contacten had met het theehuis dat het toernooi sponsorde. Takashi bewonderde die bomen van kerels met hun vette buiken. Hij wilde net zo worden als zij. ‘Bovendien dacht ik dat sumo makkelijk was.’ Wie de ander uit de ring drukt, wint. De wedstrijden duren meestal niet langer dan een paar seconden.

    Tijdens zijn studie medicijnen aan de Jikei Universiteit van Tokio ging Takashi Fuke serieuzer aan sumo doen. Maar het was al vroeg duidelijk dat hij het als sumoworstelaar niet ver zou schoppen. Hij was veel te klein. En hij kon niet zo veel eten.

    Als Takashi Fuke uit wil leggen hoe je een sterke sumoworstelaar wordt, begint hij met de twee basisoefeningen shiko en teppo. Bij shiko zakt de worstelaar door de knieën, tilt één been op, blijft even in die positie, laat het been weer zakken, maakt dezelfde beweging met het andere been en herhaalt die afwisseling soms wel honderdmaal. ‘Shiko zijn belangrijk, omdat je daarmee oefent het zwaartepunt laag te houden,’ vertelt Fuke. Bij teppo traint de worstelaar het wegduwen van zijn tegenstander, doorgaans tegen een pilaar. ‘Kin laten zakken, oksels bijeen.’ Fuke praat nu als de trainer die hij zelf ooit was. Er zijn nog veel andere klassieke oefeningen voor kracht en beweeglijkheid. Sumoprofs trainen normaal gesproken in de ochtend, uren achtereen, op een nuchtere maag. Daarna eten ze, en veel ook, want volgens de sumologica brengt meer gewicht meer overwinningen.

    Te mager

    Van Hakuho, de 69e yokozuna en succesvolste worstelaar in de geschiedenis van het sumo, is bekend dat aanvankelijk geen enkele sumostal hem wilde hebben omdat hij zo mager was. Hij woog 62 kilo toen hij, zoon van een Mongoolse worstelfamilie uit Ulaanbaatar, in oktober 2000 op 15-jarige leeftijd onder zijn geboortenaam Monkbatyn Dawaadschargal in Tokio arriveerde. Pas één dag voor hij terug moest naar Mongolië, kreeg hij toch een plek. Daarna was het allerbelangrijkste: eten. ‘Het enige wat ik deed was mezelf volproppen,’ zei hij later, ‘dat was zwaarder dan welke training dan ook.’ Toen hij in het voorjaar van 2004 zijn debuut maakte in de eerste liga, leek hij wel een ander mens. Hij was niet zomaar wat gegroeid; hij woog nu 135 kilo. Drie jaar later woog hij ruim 150 kilo.

    In drie jaar van 62 naar 135 kilo – ‘dat bestaat in geen enkele andere sport’, zegt Takashi Fuke. Zo’n extreme gewichtstoename kenmerkt veel sumocarrières, terwijl het eigenlijk niet in de aard van mensen ligt om zo zwaar te zijn. En al helemaal niet in Japan, waar men hecht aan een evenwichtige voeding en overgewicht minder voorkomt dan bijvoorbeeld in Europa.

    Sumoworstelaars eten ’s middags en ’s avonds doorgaans grote kommen witte rijst met allerlei ingrediënten of een voedzame chanko-stoofpot met vlees, groenten, zeevruchten en paddenstoelen. Dan gaat het om 7.000 à 10.000 calorieën per maaltijd. Voor Takashi Fuke was dat te veel. Gewone mannen hebben – afhankelijk van hun leeftijd en activiteiten – 2200 à 3000 calorieën per dag nodig. En als geneeskundestudent die zijn vak serieus nam, had Fuke ook geen tijd om na het eten urenlang te rusten, zodat de calorieën goed konden aanzetten. ‘Het behoort tot het talent van een sumoworstelaar om veel te kunnen eten,’ zegt hij, ‘wie dat niet kan, heeft het moeilijk.’

    Sumo is mensen vetmesten

    Sumo is mensen vetmesten. In elk geval het professionele sumo, dat door de Japanse sumobond Nihon Sumo Kyokai op de markt gebracht wordt. Verder is er nog een Internationale Sumo Federatie (ISF), met leden over de hele wereld. De ISF organiseert sumo voor mannen en vrouwen in verschillende gewichtsklassen, wil sumo als sport op de Olympische Spelen zien te krijgen en is lid van het Wereldantidopingagentschap (WADA). Het ISF-sumo is een soort lightversie van het Japanse origineel. Wie sumo wil zien, wil meestal het origineel zien. Ondanks alle evenementmarketing is het origineel in de Japanse beleving niet alleen een sport, maar ook een religieuze handeling.

    Takashi Fuke zegt: ‘Voor mij is sumo veeleer cultuur.’ Al tweeduizend jaar geleden maakte sumo deel uit van de rituelen waarmee Japanners de goden van het shintoïsme om een goede oogst vroegen. En nog steeds worden er toernooien op heilige plaatsen gehouden en heeft elke trainingshal een shinto-altaar. Voor conservatieve officials lijkt sumo daarom boven de seculiere moraal verheven, waar buitenstaanders altijd weer over beginnen.

    In de wereld van de Nihon Sumo Kyokai vechten geen vrouwen. Men kent er geen gewichtsklassen of regelmatige dopingcontrole. Al eeuwenlang gelden dezelfde hiërarchieën, regels en kledingvoorschriften. Momenteel zijn er ongeveer 550 professionele sumobeoefenaars, verdeeld over 44 sumostallen. Wie tot een van die stallen toegelaten is, moet een half jaar naar de sumoschool om de sumo-etiquette met alle plichten, verboden en rituelen te leren. Alleen door grote toernooien te winnen kunnen de atleten promoveren naar een hogere liga en rang, wat hun meer geld en ook meer vrijheid oplevert. En geen enkel wetenschappelijk bewijs lijkt de eeuwenoude leer dat veel eten het juiste postuur oplevert, onderuit te kunnen halen.

    Droombaan

    Blijkbaar weten de vechters zelf niet eens of het professioneel beoefenen van sumo wel echt een droombaan is. Naoya Kusano moest daar in elk geval eerst over nadenken toen hem gevraagd werd waarom hij van sumo hield. De 22-jarige Kusano is de huidige Japanse studentenkampioen. Recentelijk is hij toegelaten tot de Isegahama-stal. Op deze zomer-basho maakt hij zijn debuut. Nu maakt hij dus deel uit van het exclusieve kringetje professionele worstelaars, zal hij zijn haar laten groeien voor het traditionele sumokapsel, een ringnaam krijgen en zijn leven instellen op een dagelijks leven van trainen, eten en wedstrijden.

    De vraag waarom hij van sumo hield, werd hem gesteld in juni 2023 in de sumohal van de Nihon Universiteit, een van de beste adressen voor talent. De training was afgelopen. In de keuken ernaast werden de gerechten voor de volgende schranspartij klaargemaakt. Kusano straalde de geroutineerde vriendelijkheid uit waarmee sportprofessionals vragen van verslaggevers afwerken. Het leek erop dat hij het woord ‘houden van’ niet vaak in verband met sumo gehoord had. Uiteindelijk antwoordde hij: ‘Houden van is misschien niet het goede woord.’

    Wedstrijdsport is geen lolletje. Het gaat om veel geld.

    GettyImages 2152092573
    Sumoworstelaars in de ring tijdens de eerste dag van een van de honbasho-toernooien in de Ryogoku Kokugikan in Tokio. – © Getty

    De zware fysieke belasting leidt vaak tot blessures en zorgt ervoor dat het lichaam harder moet werken dan onder normale omstandigheden. Officials, trainers en verzorgers moeten daarom extra alert zijn dat sporters geen blijvende schade oplopen. Ook bij de voeding. En als voedingswetenschapper Anja Carlsohn van de Hogeschool voor Toegepaste Wetenschappen in Hamburg aan sumo denkt, heeft ze daar geen goed gevoel bij.

    Anja Carlsohn is woordvoerster van de werkgroep sportvoeding van de Duitse Vereniging voor Voeding en zelf geen sumo-expert. Maar duidelijk is dat zij niemand zou aanraden om in slechts drie jaar tijd zijn gewicht te verdubbelen. Bij sommige Olympische sporten is het wenselijk om aan te komen. Bij bobsleeën bijvoorbeeld omdat een bob harder gaat wanneer de mensen erin zwaarder zijn. ‘Voeding staat normaliter in dienst van het trainingsproces, om spieren op te bouwen,’ legt Anja Carlsohn in een videogesprek uit. ‘Maar wanneer je simpelweg alleen maar snel gewicht aanmaakt, betekent dat een belasting voor het organisme omdat het lichaam vet opslaat, niet alleen vlak onder de huid, maar ook diep in het lichaam. Dat zogeheten viscerale vet zit rond de organen, beïnvloedt de stofwisseling en kan leiden tot vaatvernauwing, een verstoorde bloedsuikerspiegel of andere risicofactoren.

    Twintig jaar geleden bleek uit onderzoek van de Nihon Universiteit dat sumoworstelaars een relatief hoog percentage spiermassa hadden. Uit hun hoge BMI kon dus niet automatisch worden afgeleid dat ze ziekelijk zwaarlijvig waren. Anja Carlsohn kan daarin meegaan. Ook andere studies wijzen uit dat actieve dikke mensen doorgaans gezonder zijn dan magere mensen die niet aan sport doen. Toch vindt zij de verhalen op internet dat sumoworstelaars vanwege hun zware training vrijwel geen visceraal vet zouden opslaan, nogal boud. ‘Ik zou niet weten hoe dat in zijn werk zou moeten gaan,’ zegt ze. ‘Helaas heb je de plek waar je aankomt niet voor het uitkiezen.’

    De Japanse sumobond heeft tien voedingsrichtlijnen opgesteld voor zijn atleten. Met onder meer de waarschuwing om zo mogelijk af te zien van chips en donuts en goed te kauwen. Voor het overige mogen de sporters naar eigen goeddunken aankomen. Op vragen van de Süddeutsche Zeitung wil de bond niet ingaan. Sumo-officials spreken in beginsel alleen met mediamensen die lid zijn van de Sumo Press Club. Maar ook bij deze hofverslaggevers gaat de bond een echt gezondheidsdebat uit de weg.

    ‘Sumo is sumo. Als trainer kun je daar niet met een medische bril naar kijken’

    Worstelaar Shobushi uit de Takadagawa-stal overleed in mei 2020 aan het coronavirus, 28 jaar oud. Shobushi had diabetes en overgewicht, waardoor hij extra vatbaar was voor een heftig covid-19-verloop. Maar Kyokai-voorzitter Nobuyoshi Hakkaku sprak: ‘Als een echte worstelaar heeft hij zijn ziekte dapper gedragen en tot het eind toe gevochten. Nu wil ik dat hij in vrede kan rusten.’ Dat klonk als een definitieve mededeling die geen ruimte liet voor verdere gedachten.

    De oude dokter Takashi Fuke zegt: ‘Sumoworstelaars waren vroeger veel magerder.’ De normen zijn verschoven doordat niet langer alleen Japanners aan de competitie meedoen, maar ook zwaarlijvige Europeanen, Amerikanen en Mongolen. Bovendien is het voedsel tegenwoordig voedzamer. En hij kan daarover meepraten. Als trainer had hij vroeger van zijn atleten ook zaken gevraagd die hij als arts zou hebben moeten afraden. ‘Sumo is sumo. Als trainer kun je daar niet met een medische bril naar kijken.’

    Waarom kunnen sumoworstelaars niet gewoon atleten zijn met een normaal lichaam? Dat vraagt Takashi Fuke zich bij tijd en wijle af. Maar zou sumo zonder zulke lichamen nog wel sumo zijn?

    Sumo is een wereld die voor Japanners vertrouwd is. Wat dat voor de worstelaars betekent, krijgt nauwelijks aandacht. ‘Het publiek interesseert dat waarschijnlijk niet,’ zegt Takashi Fuke. Hij vraagt zich af of daar ooit verandering in komt. Dat zou hij wel willen. Maar Takashi Fuke kent zijn sport en hij kent zijn land. Hij denkt van niet. 

  • Bijna de helft van de mensen vermijdt het nieuws. ‘Als er iets belangrijks gebeurt, hoor ik het wel’

    Bijna de helft van de mensen vermijdt het nieuws. ‘Als er iets belangrijks gebeurt, hoor ik het wel’

    Een democratie heeft goed geïnformeerde burgers nodig. Maar bijna de helft van de bevolking vermijdt traditionele nieuwsberichten. ‘Wij willen het gezellig hebben.’

    Zonder informatie geen democratie, zegt men. En toch hebben nog nooit zo veel mensen toegegeven geen nieuws meer te volgen als nu – ook in Zwitserland. Op de opkomst bij de stembus heeft dat overigens interessant genoeg geen invloed.

    Op de dag waarop bekend werd dat de Hamasleider en het brein achter de aanslag van 7 oktober 2023 in de Gazastrook gedood was, zegt Jasmin Walker bij de koffie: ‘Daar gaat het zeker niet over als ik ’s avonds met mijn vrienden praat. Wij willen het gezellig hebben en praten over persoonlijke, diepgaande dingen.’

    Walker is 36, zelfstandig kapper en dierenactivist in de buurt van Thun; ze behoort tot de groeiende groep mensen die het nieuws mijdt. Het lijkt paradoxaal: oorlogen in Gaza en Oekraïne, migratie en klimaatverandering: hoe dichterbij de wereldproblemen komen, hoe vaker mensen zich afwenden van de media die daarover berichten.

    Volgens verschillende studies hoort bijna de helft van de mensen tot de zogenoemde nieuwsgedepriveerden, oftewel de groep die maar sporadisch of helemaal geen nieuws consumeert – en die groep wordt steeds groter. Ze overlapt met het derde deel dat volgens het Digital News Report van het Reuters Institute het nieuws ‘vaak of soms’ actief vermijdt, waartoe ook regelmatige nieuwsgebruikers kunnen behoren.

    Statussymbool

    Over het algemeen zijn het vaker vrouwen dan mannen. En het betreft in toenemende mate mensen die met de media zijn opgegroeid, ze deels ook jarenlang intensief gebruikten en nu tijdelijk het nieuws mijden of helemaal niet meer volgen. ‘Al die negativiteit! Daar heb ik geen behoefte aan,’ zegt Walker, die is opgegroeid in een huishouden waar het dagelijkse tv-journaal verplicht was, maar die tijdens de coronacrisis voor het laatst een krant heeft ingezien.

    Wat vroeger taboe was, is tegenwoordig ‘al bijna een statussymbool’, zegt mediapsycholoog Gregor Waller van de Hogeschool voor Toegepaste Wetenschap in Zürich over het groeiende aantal mensen, ook in zijn persoonlijke omgeving, die menen zich niet meer te hoeven informeren over de wereld – en hij bedoelt dat niet positief. ‘Ze willen de controle terug over die berichtenstroom waar nooit een einde aan komt, maar op deze manier sluiten ze zich af voor de wereld.’

    Andreas Friedrich, zevenwenvijftig jaar oud en vader van twee kinderen, zegt het niet zonder trots: hij eigent zich ‘het privilege’ toe om af te zien van alle informatie over wat er in de wereld en in Zwitserland gebeurt, terwijl hij zich daar jarenlang via twee krantenabonnementen van op de hoogte stelde. ‘Ik voel me beter zonder die vloedgolf van informatie. Waarom moet ik het altijd meteen weten als ergens een bom ontploft als het mij niet aangaat en ik er niks tegen kan doen?’

    Hij weet niet meer precies wanneer, maar het had te maken met Trumps eerste verkiezingscampagne

    Daarbij gaat het hem niet om gebrek aan kwaliteit in de berichtgeving, maar hij heeft op zeker moment besloten zichzelf te beschermen met filters. Hij weet niet meer precies wanneer, maar het had te maken met Trumps eerste verkiezingscampagne: ‘Dat we dat voor de tweede keer moeten meemaken vind ik onverdraaglijk.’ De filters zijn de opinies van zijn vrienden, maar ook van bekenden die hij treft bij borrels of avondjes met vrienden. ‘Ik lees gewoon alleen nog maar artikelen die me worden aanbevolen, heel gericht,’ zegt hij. Hij is heel visueel ingesteld, en zo kan hij zich een weg banen door het constante, steeds schellere geschitter van de media en de onlinewereld. 

    Friedrich hoort bij de groeiende groep nieuwsweigeraars die zich volgens de enquêtes van communicatiewetenschapper Anne Schulz van de Universiteit van Zürich zorgen maken om hun welzijn. Terwijl een minderheid als de coronaontkenners zich terugtrekt omdat ze het vertrouwen in de media verloren hebben en anderen gewoon geen interesse hebben in actuele politieke kwesties, voelt deze groep, aldus Schulz, zich ‘emotioneel uitgeput’ door de veelheid en het negatieve karakter van de in de media afgebeelde realiteit. ‘Het is een relatief nieuw fenomeen,’ zegt ze. Daar komt ook bij dat veel mensen de toestand in de wereld negatiever inschatten dan ze in werkelijkheid is.

    Om de effecten van slecht nieuws te begrijpen, zeggen neurowetenschappers, moet je terugkijken tot in het stenen tijdperk. Wij zijn gevormd door een negativity bias, we reageerden sterker op slechte tijdingen dan op goede. De focus op bedreigingen verzekerde het overleven in tijden waarin de sabeltandtijger nog op de loer lag in het bos.

    Stortvloed

    Het huidige probleem is de directheid van de informatie, de ‘stortvloed in realtime’, zoals psychoanalyticus en schrijver Jürg Acklin het noemt. ‘Vroeger, als ik de ochtendkrant had gelezen, zei ik tegen mijn vrouw: “Nu heb ik de wereld weer onder controle.” Dat gaat nu niet meer.’

    De voortdurende beschikbaarheid van informatie raakt bepaalde mensen harder, zegt Acklin: ‘Ze willen steeds meer weten, kunnen niet meer afwegen wat belangrijk is en wat niet; net als een hypochonder, die voortdurend nakijkt wat hij heeft, gaan ze manisch op zoek naar wat er ergens nog zou kunnen gebeuren. En altijd explodeert ergens wel iets.’

    Het gevoel overspoeld te worden roept volgens mediapsycholoog Waller een afweerreflex op die tot een totale weigering van nieuwsberichten kan leiden, juist omdat sommige mensen de spanning tussen het negatieve nieuws en hun eigen, weliswaar soms ook gestreste, maar toch bevredigende leven niet kunnen verdragen. ‘Toch doen de media niets anders dan hun werk als berichtgever en controlerende instantie.’

    ‘De digitale detox van de kleinburger’ noemde mediawetenschapper Bernhard Pörksen dit fenomeen kleinerend in een programma van de Zwitserse televisieomroep SRF. En Die Zeit vergelijkt het met een vlucht uit de wereld, een terugkeer naar het Biedermeiertijdperk, toen het privé- en het familieleven het allerbelangrijkste waren. Het past ook in de tegenwoordige brede trend van de zogeheten ‘selfcare’ of ‘mindfulness’. ‘In een overvolle, overprikkelde, zeer complexe wereld komt het erop aan ons op een nieuwe manier te bezinnen op onszelf’, schrijven de trendwatchers van het Zukunftsinstitut. Dat hoeft niet per se via meditatie of yoga; vaak gaat het om het zich losmaken, van wat dan ook. Op Instagram werd de daarbij passende hashtag ‘slow living’ al meer dan zes miljoen keer gebruikt.

    ‘De problemen zijn al even complex als de oplossingen. En ik kan er ook niks aan veranderen’

    Persoonlijk welzijn in plaats van een vijf-voor-twaalfstemming: ‘De problemen zijn al even complex als de oplossingen. En ik kan er ook niks aan veranderen,’ vindt de negentwintigjarige Mina Wellauer, die niet met haar echte naam in de krant wil. Na onlangs te zijn afgestudeerd werkt ze nu in de bouwsector, en ze informeert zich vooral via sociale media, waar het nieuws moet concurreren met amusement. Ze zegt twee dingen die niet alleen voor het nieuwsmijden van háár generatie kenmerkend zijn: ‘Als ik steeds maar lees over erge gebeurtenissen, dan krijg ik stress door mijn machteloosheid.’ En: ‘Als er iets belangrijks gebeurt, hoor ik het toch wel van iemand.’ 

    ‘Het nieuws vindt mij’, oftewel: je hoeft je helemaal niet zelf te informeren, omdat je via anderen toch wel hoort wat er aan de hand is. Volgens een internationale studie uit 2020 zijn het vooral jonge mensen die daar in toenemende mate op vertrouwen. Koploper in dit opzicht is Spanje, waar meer dan 80 procent van de ondervraagden lieten weten hiernaar te handelen.

    Zwitserland komt in dit onderzoek niet voor, maar blijkbaar voelen veel nieuwsmijders zich hier te lande toch voldoende geïnformeerd om te gaan stemmen; de opkomst bij verkiezingen is in elk geval niet gekelderd. Om zich te oriënteren vertrouwt Jasmin Walker bijvoorbeeld net als die ‘het nieuws-vindt-mij’-jongeren op de hulp van anderen – zoals haar vader, die het nieuws tot op heden nauwgezet volgt.

    Friedrichs strategie is het raadplegen van een stemwijzer, zonder het ‘hele mediacircus’ eromheen: ‘Daar kom je toch alle feiten en argumenten in tegen,’ zegt hij. Mocht er iets gebeuren dat relevant is, dan vertrouwt hij erop dat hij het wel van anderen hoort.

    Nieuwsmijding

    ‘Sinds ik geen nieuws meer lees, ben ik door niets wat in de wereld gebeurt verrast – afgezien van de oorlog in Oekraïne,’ zegt auteur Rolf Dobelli. Hij heeft vijf jaar geleden een provocerend boekje gepubliceerd, waarin hij zelfs oproept tot nieuwsmijding. ‘Al dat breaking news dat de hele dag over ons wordt uitgestort, schept alleen maar de illusie van weten. Nieuws is voor het brein wat suiker is voor het lichaam,’ zegt hij. Zijn toenmalige standpunt heeft hij in zoverre gerelativeerd dat hij een uitzondering maakt voor achtergrondartikelen in media als de Neue Zürcher Zeitung. Maar je móét je tegenwoordig haast wel beschermen tegen het nieuws: Oekraïne, Taiwan, het Midden-Oosten, de AI-revolutie: de actuele ontwikkelingen zijn crazy. Er gebeurt zo veel, zo snel, dat is voor elk brein te veel.’

    Dat is niet alleen te veel gevraagd voor de lezers, maar ook voor de media zelf. ‘Hoe mooi het idee van een brede algemene kennis ook is, in de huidige wereld is dat gewoon onmogelijk geworden,’ aldus Dobelli.

    Hij schetst het toekomstbeeld van een maatschappij waarin iedereen zich bij wijze van spreken terugtrekt in zijn eigen tuin en de publieke discussie steeds kanslozer wordt. Wat voor menigeen dystopisch klinkt, bevordert wat hem betreft het welzijn van het individu en maakt zonder al die afleiding betere beslissingen mogelijk.

    De democratische samenleving functioneert alleen maar wanneer burgers goed geïnformeerd zijn

    Anderen maken zich wél zorgen, want hier duikt een fundamentele tegenstrijdigheid op. Het individu mag zich beter voelen door het nieuwsmijden, maar de democratische samenleving functioneert toch alleen maar wanneer burgers goed geïnformeerd zijn. Mediawetenschapper Pörksen noemde het nieuwsweigeren in het eerder vermelde tv-programma ‘preverlichtingsdenken’ en ‘libertaire zelfzorg’, die ertoe leiden dat in de politiek het moment van ‘idioten, bullshitters en propagandisten’ is aangebroken.

    Paradoxaal genoeg profiteren nu uitgerekend de nieuwscritici ervan dat er een berichtenruis bestaat, dat anderen zich informeren en erover vertellen. ‘Daar heeft u mij te pakken,’ zegt Andreas Friedrich. Dat hij het gevoel heeft goed genoeg op de hoogte te zijn, komt onder andere doordat hij nog veel weet uit de tijd dat hij nog wél allerlei media consumeerde, maar ook door de uitwisseling met mensen die het nieuws regelmatig volgen.

    Het is, geeft hij toe, een ware luxe. Maar wat als de geïnformeerde vrienden ook ophouden met lezen en de informatiestroom die alleen in een democratie mogelijk is, opdroogt? Friedrich zegt, samen met andere nieuwsmijders: als de media minder negatief waren en ook meer zouden berichten over positieve ontwikkelingen, dan zou hij ook weer meer nieuws lezen. Dobelli zet enerzijds in op boeken, essays, lange artikelen. Anderzijds zegt hij: ‘Misschien vindt iemand ooit een nieuwe vorm van de agora uit.’ Hij doelt op de vergaderplaats waar de oude Grieken over politiek debatteerden.

    En psychoanalyticus Acklin, negenenzevetig jaar oud en een eeuwige optimist, verbindt een persoonlijke anekdote met een metafoor, om de hoop niet te verliezen: ‘Ik weet uit eigen ervaring wat er gebeurt als collega’s menen dat ze zich niet meer met het heden hoeven in te laten als ze oud zijn: dan bazelen ze alleen nog over hun kwaaltjes. Het is als met stilstaand water: zonder verse toevoer begint het te stinken. Dat wil niemand.’