Tag: humanitaire crisis

  • In Soedan is honger een onzichtbaar oorlogswapen 

    In Soedan is honger een onzichtbaar oorlogswapen 

    Tijdens de nu al achttien maanden durende oorlog in Soedan is een derde van de bevolking ontheemd geraakt en is het land in de ergste humanitaire crisis ter wereld beland. Volgens de VN zijn minstens 26 miljoen Soedanezen acuut ondervoed, van wie 8,5 miljoen zich in kritieke toestand bevinden.

    Vier maanden na elkaar zijn de twee dochters van Selwa Zakaria gestorven als gevolg van de honger. Een paar uur nadat de jongste was opgenomen in het Al-Shuhada-ziekenhuis in Bahri, ten noorden van de Soedanese hoofdstad Khartoem, overleed ze, anderhalf jaar oud, in de armen van artsen. Haar moeder, die terug is voor een consult, dwaalt als een zombie rond voor de deur van de voedingsafdeling. Haar magere gestalte, gehuld in een blauwe tuniek, lijkt door de overvolle gang te zweven.

    Op rijen stoelen zitten mensen met spookachtige lichamen te wachten – botten omwikkeld door een dun laagje huid. Ze bewegen zo langzaam dat het lijkt alsof de tijd stilstaat. Een oude man met een uitgemergeld gezicht houdt zijn handen tegen zijn slapen. Het lijken net gedroogde bladeren, met scherpe nerven, die door een plotselinge beweging uiteengereten zouden kunnen worden. Zijn lippen bewegen, maar uit zijn mond klinkt geen geluid. Voor de dood intreedt, maakt de honger eerst een einde aan de woorden.

    Rondom zijn de artsen druk bezig. Ze zijn uitgeput. ‘De patiënten komen hier in kritieke toestand binnen. De kraamafdeling is een ramp. De moeders hebben niets te eten en produceren geen melk meer. Hun baby’s zijn vlak na de geboorte al bijna dood,’ zegt kinderarts Fatima Haroun (27), die naar eigen zeggen ‘nog nooit zo’n ramp heeft gezien’.

    Elk kind op haar afdeling is zo licht als een veertje. Een baby van negen maanden wordt op de weegschaal gelegd. ‘Amper 6 kilo. Armomtrek van 7,5 centimeter.’ De veilige grenswaarde ligt op 13,5 centimeter; onder de 11,5 centimeter is het kind in levensgevaar. ‘Het maximum dat we hebben gemeten is 12,5 centimeter,’ zegt de kinderarts bezorgd. Ze heeft een paar pakketten melkpoeder en pindapasta bezorgd gekregen. Ze moet er zuinig mee doen; deze minieme hoeveelheden ‘stellen het probleem alleen maar even uit’ – hooguit een paar dagen.

    Slib met meel en water

    Een week eerder ontving Haroun een gezin dat bij elke maaltijd wat slib uit de Nijl op het bord verdunde met een beetje meel en water. Ze barstte in tranen uit: ‘Dit is hongersnood van de allerergste soort. Niemand beseft de ernst van de gevallen die hier binnenkomen. En dan hebben we het nog maar over één stadsdeel! Elders zijn hele gebieden van het land ontoegankelijk. Mensen sterven in hun eigen huis. Niemand wil deze realiteit onder ogen zien.’

    In september werden er in dit veldhospitaal, de enige openbare voorziening die nog in bedrijf is in Noord-Khartoem, twintig sterfgevallen geregistreerd bij kinderen onder de vijf jaar. Het oorspronkelijke gebouw werd geplunderd en gedeeltelijk in brand gestoken door paramilitairen van de Rapid Support Forces (RSF). Dit leger, onder leiding van generaal Mohammed Hamdan Dagalo, alias ‘Hemedti’, is sinds 15 april 2023 in oorlog met de Soedanese Strijdkrachten (SAF) onder leiding van generaal Abdel Fattah Abdelrahman Al-Burhan. Eind september heroverde het reguliere leger, dat Le Monde toestemming gaf om naar Soedan te reizen, het gebied. Terwijl het ziekenhuis wordt hersteld, zijn alle diensten en het medisch personeel tijdelijk overgebracht naar een gezondheidscentrum met een bespottelijk kleine capaciteit gezien de omvang van de benodigde zorg.

    Honger vormt het tweede front in de oorlog in Soedan. Het is een stille strijd die langzaam mensen doodt. ‘Deze hongerdoden zijn het overblijfsel van de oorlog. Onder de huidige omstandigheden is het onmogelijk om een duidelijke balans op te maken. We durven ons niet voor te stellen wat de cijfers zullen zijn als de gevechten op een dag ophouden,’ zegt Hadil Malik El-Hassan, directeur van het Al-Shuhada-ziekenhuis.

    ‘Nog nooit in de moderne geschiedenis hebben zo veel mensen te maken gehad met honger als nu in Soedan’

    Minstens 26 miljoen Soedanezen, meer dan de helft van de bevolking, zijn volgens de Verenigde Naties acuut ondervoed, van wie 8,5 miljoen zich in kritieke toestand bevinden. ‘Nog nooit in de moderne geschiedenis hebben zo veel mensen te maken gehad met honger en hongersnood als nu in Soedan,’ waarschuwden deskundigen in opdracht van de VN-Mensenrechtenraad in oktober. In achttien maanden van oorlog, die ervoor hebben gezorgd dat een derde van de bevolking ontheemd is geraakt, is het land volgens internationale organisaties in de ergste humanitaire crisis ter wereld beland. En toch blijft die crisis nog altijd grotendeels onbekend.

    Hulp komt slechts druppelsgewijs binnen. Er is te weinig geld en er zijn veel obstakels. In oktober werd maar 10 procent van de hulpgoederen die in Port Soedan aankwamen uitgedeeld. ‘Een deel van de hulp belandt op de markt. Meel en olie die voor de armen worden uitgedeeld, worden uiteindelijk verkocht. Kun je je dat voorstellen?’ zegt een arts, die alle bestuurslagen beschuldigt van corruptie en daarom anoniem wenst te blijven.

    Nauwelijks hulp

    De moeite die het kost om toegang te krijgen tot het gebied is niet het enige probleem; verschillende organisaties beschuldigen de strijdende partijen ervan honger als oorlogswapen te gebruiken. In Khartoem passeert bijna geen hulp de frontlinies. Sommigen zien hierin een strategie van de SAF om iedere vorm van steun van de bevolking voor de paramilitairen te ondermijnen, nu mensen in steeds groteren getale de gebieden ontvluchten die onder hun controle staan.

    Terwijl de humanitaire situatie in de gebieden die in handen zijn van het leger al alarmerend is, is deze nog slechter in de gebieden die onder controle van de RSF staan. Behalve in Khartoem, het epicentrum van de gevechten, is de honger vooral acuut in Darfur, Gezira en Kordofan. Hele gebieden zijn afgesneden van de rest van de wereld. In Bahri is de wijk Samarab, een kilometer ten zuiden van het Al-Shuhada-ziekenhuis, een sterfhuis in de openlucht geworden. Meer dan honderdvijftig mensen stierven eind oktober in twee weken tijd aan honger en een ‘mysterieuze koorts’ die artsen toeschrijven aan dengue.

    Heel af en toe komen er verhalen binnen uit de getroffen buurten die in handen zijn van de RSF. Azza Hussein is net teruggekeerd. Ze woonde al een jaar lang als vluchteling in de door het leger gecontroleerde gebieden en kreeg op 25 oktober een telefoontje: haar moeder, die in RSF-gebied woonde, was overleden. Met gevaar voor eigen leven glipte ze ’s nachts door de frontlinies om haar moeder te kunnen begraven. Maar vooral om de rest van haar familie in veiligheid te brengen. ‘Toen ik aankwam, kon ik ze nauwelijks herkennen, omdat ze zo uitgemergeld waren. Ze waren al bijna dood,’ vertelt ze. Terwijl ze vluchtten, zakte haar vader om de tien meter uitgeput in elkaar.

    ‘Er is geen eten in Samarab, de soeks zijn leeg en de mensen lijden honger’

    In de buurt rouwden alle buren om hun doden. ‘Het was onmogelijk om ze te tellen. Er is geen eten in Samarab, de soeks zijn leeg en de mensen lijden honger. Ze vergiftigen zichzelf met putwater. Eén aanval van diarree kan al dodelijk zijn,’ aldus Hussein, die zegt dat er aan de lopende band begrafenissen waren bij het enige mortuarium in de buurt.

    ‘Het is een noodsituatie. Mensen kunnen niets meer krijgen. Er moeten humanitaire corridors worden geopend, vooral naar de gebieden die door de RSF worden gecontroleerd,’ zegt ziekenhuisdirecteur Hadil Malik El-Hassan. In het kielzog van de oorlog hebben epidemieën zich razendsnel verspreid. De Wereldgezondheidsorganisatie telde in september in Soedan meer dan 15.000 gevallen van cholera, waarbij 472 mensen overleden. En dat is nog maar een fractie van de ellende.

    Plagen

    Het land heeft ook te maken met een explosieve toename van malaria, dengue en dysenterie. Normaal gesproken zijn deze ziekten niet dodelijk als ze op tijd worden ontdekt en behandeld. Maar door de langdurige oorlog zijn ze ware plagen geworden, en honger is dan vaak de genadeslag. ‘Door ondervoeding worden deze ziekten mensen al heel snel fataal,’ aldus El-Hassan. Op veel markten zijn geen groenten en fruit meer verkrijgbaar, of ze zijn erg duur. ‘Geen vitaminen, geen ijzer, niets om het lichaam te versterken. Het immuunsysteem van mensen stort dan in,’ zegt ze.

    In het hele land hebben de gevechten de landbouwsector lamgelegd. Volgens de Verenigde Naties kon in 2024 bijna 70 procent van de families op het platteland hun akkers niet bewerken. Door de recente slachtpartijen van de RSF in de deelstaat Gezira en de brandstichtingen tijdens de oogsttijd in deze vruchtbare regio, die bekendstaat als de graanschuur van het land, dreigen nog meer Soedanezen in hongersnood te raken.

    In Soedan is een totale oorlog aan de gang

    Sinds 15 april 2023 wordt Soedan verscheurd door een broederoorlog onder leiding van twee generaals. In achttien maanden tijd hebben de gevechten tussen de Soedanese Strijdkrachten (SAF), onder leiding van generaal Abdel Fattah Abdelrahman Al-Burhan, en de paramilitaire milities van de Rapid Support Forces (RSF), geleid door generaal Mohammed Hamdan Dagalo (beter bekend onder zijn bijnaam ‘Hemedti’) mogelijk meer dan 150.000 burgerslachtoffers gemaakt door bombardementen en slachtpartijen, en talloze sterfgevallen veroorzaakt door honger en ziekte als gevolg van het conflict.

    De twee legers hebben alle pogingen tot internationale bemiddeling afgewezen en gekozen voor een totale militaire overwinning op hun tegenstander. In de loop der maanden heeft het conflict zich verspreid over het grootste deel van het land, waardoor talloze gewapende groepen en tienduizenden burgers betrokken zijn geraakt bij een oorlog die door de inmenging van buitenlandse financiers steeds complexer wordt.

    Verslaggevers Eliott Brachet en Abdulmonam Eassa van Le Monde trokken zeventien dagen lang door het gedeelte van Soedan dat in handen is van het leger. Vanuit Port Soedan aan de Rode Zee, de enige toegangspoort tot dit land met bijna 49 miljoen inwoners, reisden ze naar hoofdstad Khartoem, door gebieden die net waren heroverd door het regeringsleger.

    Ze maken een reeks van acht reportages in dit land, waar de hoop op verandering, die ontstond toen dictator Omar Al-Bashir in 2019 door een revolutie van zijn troon werd gestoten, door de oorlog aan diggelen is geslagen. Deze oorlog wordt momenteel beschouwd als de ernstigste humanitaire crisis ter wereld.

    De catastrofale economische situatie wordt nog verergerd door het feit dat miljoenen mensen door de oorlog geen inkomen hebben. Tegelijkertijd stijgt de inflatie explosief. Doordat de overheidsdiensten zijn ingestort, zijn miljoenen burgers nu afhankelijk van de takaya’s, buurtkantines die elke dag duizenden gratis maaltijden uitdelen – het enige vangnet voor de armste gezinnen.

    Dit soort initiatieven worden vaak georganiseerd door burgernetwerken die via onlinecampagnes donaties inzamelen bij de Soedanese diaspora. Deze groepen vrijwilligers, politieke activisten, artsen en maatschappelijk werkers zijn vaak afkomstig uit de verzetscomités die in 2019 een cruciale rol speelden in de vreedzame revolutie tegen het regime van Omar al-Bashir, en twee jaar later tegen de staatsgrepen van Al-Burhan en Hemedti, die nu met elkaar in gevecht zijn.

    Buurtbewoners

    Het is zeven uur ’s ochtends in de wijk Thawra in Omdurman, een stad vlak naast Khartoem. Onder het gerinkel van metalen schalen worden de rijen steeds langer. Zo’n honderd mensen wachten op de hoek van de straat. Elke dag wordt hier dezelfde maaltijd geserveerd: grote ketels met bonen voor het ontbijt en linzen voor de lunch. Er worden voedselbonnen uitgedeeld.

    Elk gezin, ongeacht het aantal leden, krijgt evenveel. ‘We verdunnen het eten met water en voegen er broodkruimels aan toe,’ zegt Manal Hamil, een lerares die onderdak biedt aan meer dan dertig familieleden die door de oorlog ontheemd zijn geraakt. Naast haar staan weduwen te wachten. Sommigen moeten meer dan zes kinderen onderhouden. Elk van hen krijgt drie lepels van de stoofpot.

    De keuken wordt gerund door een groep buurtbewoners. Voor de oorlog waren ze advocaat, metselaar of winkelier. Allemaal zijn ze hun baan kwijtgeraakt. Elke ochtend staan de vrijwilligers nog voordat de zon opkomt op hun post. Ze moeten water halen en hout verzamelen voor de kooktoestellen op straat. Een paar honderd meter verderop klinkt een explosie, maar het uitdelen gaat door. ‘Is oorlog echt gevaarlijker dan honger?’ vraagt een onverstoorbare Mohammed Omar zich hardop af. ‘Honger is een sluipmoordenaar. Hij kent geen genade. Hij doodt beetje bij beetje,’ zegt deze voormalige scheidsrechter uit de nationale competitie, die nu is omgeschoold tot kok.

    Door de inflatie en door de omvang van de crisis komt er steeds minder geld bij dit soort buurtkeukens terecht

    De beheerder van de keuken, Tarek Abu Zaïd, raakte in 2023 ernstig gewond door artillerievuur toen hij voorbijgangers wilde redden die door granaten waren geraakt. Het kostte hem zijn rechterbeen, dat enkele dagen later werd geamputeerd. ‘Ik had dood moeten zijn,’ zegt de 58-jarige voormalige makelaar. Tijdens de vier dagen die hij in het ziekenhuis doorbracht, kwam het werk in de kantine stil te liggen. ‘Dat kon ik niet accepteren. Zo veel mensen zijn ervan afhankelijk. Dus heb ik gevochten en ben ik teruggekomen,’ aldus de man die als door een wonder overleefde.

    Abu Zaïd brengt zijn tijd voornamelijk door aan de telefoon. De door hem opgezette kantine zou niet functioneren zonder de steun van donateurs. Maar door de inflatie en door de omvang van de crisis komt er steeds minder geld bij dit soort buurtkeukens terecht. Tientallen takaya’s in het hele land hebben hun deuren moeten sluiten. ‘De rest staat steeds meer onder druk. Mensen hebben geen andere optie, anders gaan ze dood,’ zegt hij.

    In 2024 stonden de organisatoren van de kantines op de shortlist voor de Nobelprijs voor de Vrede. Maar daar loopt niemand mee te pronken. Voor hen is deze solidariteit, die ze nafeer noemen, geworteld in de Soedanese cultuur. ‘Het is oorlog en wij vechten ook. Maar dan op een ander slagveld,’ zegt Mohammed Omar. Soldaten in een schaduwleger, helden zonder uniform aan wie geen medailles worden uitgereikt. 

  • Soedan: tientallen doden na instorting dam

    Soedan: tientallen doden na instorting dam

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: aanklagers herzien aanklacht tegen Trump inzake verkiezingsuitslag

    » Spanje spreekt veto uit over Hongaarse investering in Spaanse spoorwegsector

    De dam stortte in als gevolg van zware regenval

    In Soedan heeft de instorting van een dam tientallen levens geëist. Zware regenval overstroomde de regio Arbaat, ten noorden van de stad Port Soedan in de deelstaat Rode Zee, waardoor de dam zondag brak, aldus getuigen. Volgens verschillende lokale media, die de autoriteiten citeren, zijn er minstens zestig mensen omgekomen, meldt Al-Jazeera. Eerder schatte het Bureau voor Humanitaire Zaken (Ocha) van de VN het dodental op dertig.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘De Arbaat-dam is de belangrijkste bron van water voor Port Soedan’, zegt de correspondent van de Qatarese zender. Hij voegt eraan toe dat de stad en het omliggende gebied ‘te maken kunnen krijgen met ernstige tekorten aan drinkwater als gevolg van de instorting van de dam’.

    Soedan heeft sinds vorige maand te maken met een intens regenseizoen, met als gevolg grote overstromingen – vooral in het noorden en oosten van het land – waarbij volgens het ministerie van Volksgezondheid ten minste 132 mensen zijn omgekomen.

  • Jihadisme, goudsmokkel, migratie: de ernstige gevolgen van de oorlog in Soedan

    Jihadisme, goudsmokkel, migratie: de ernstige gevolgen van de oorlog in Soedan

    De oorlog woedt al een jaar in Soedan en heeft een van de ernstigste humanitaire crises ter wereld veroorzaakt. Volgens deskundigen reiken de gevolgen van het conflict veel verder dan de grenzen van het Afrikaanse land.

    Zelfs Oekraïne bemoeit zich er nu mee. Eind februari bevestigde het hoofd van de Oekraïense militaire inlichtingendienst dat Oekraïense speciale eenheden actief waren in Soedan. Ze zouden daar op jacht zijn naar Russische strijders. Volgens hem is het doel om de vijand op elke denkbare plek in de wereld te ‘vernietigen’.

    De oorlog in Soedan heeft het op één na grootste land in Afrika ten zuiden van de Sahara het afgelopen jaar in een puinveld veranderd. Tegelijkertijd is Soedan een geopolitieke speeltuin geworden. Veel landen streven hun belangen in de regio na, en meestal niet op een manier die de vrede bevordert. Hieronder vallen buurland Egypte, zes andere buurlanden met hun eigen belangen, het nabijgelegen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Dan zijn er nog de Verenigde Staten en de Europese Unie. En Rusland en Oekraïne.

    Ondanks dit geopolitieke gedrang heeft de oorlog weinig media-aandacht gekregen. Dit komt deels door de oorlogen in Gaza en Oekraïne, en deels door de complexiteit van het conflict. De belangrijkste strijdende partijen zijn het reguliere Soedanese leger en de Rapid Support Forces, een meedogenloze en goed bewapende militie waarin mogelijk zo’n honderdduizend strijders actief zijn.

    De oorlog heeft enorme proporties aangenomen. In maart omschreef het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken het als ‘de grootste humanitaire crisis ter wereld’. Meer dan 8 miljoen Soedanezen (op een totaal van 45 miljoen) zijn ontheemd. Meer dan 1 miljoen mensen zijn over de grenzen van het land gevlucht. De staat is ingestort. Slechts ongeveer een kwart van alle gezondheidszorgfaciliteiten functioneert nog.

    Ondanks de omvang van het conflict zijn er nog geen vredesinspanningen geweest waarbij alle belangrijke spelers betrokken waren. De meeste staten die in het land actief zijn, streven hun eigen beperkte individuele belangen na – Rusland smokkelt bijvoorbeeld goud uit Soedan en lijkt niet van plan daarmee te stoppen.

    Waarom is Soedan zo belangrijk? 

    Het ontbreken van een vredesproces is gevaarlijk. De oorlog in Soedan kan een enorme, toch al onstabiele regio die zich uitstrekt van de Hoorn van Afrika tot de zwakke Sahelstaten en het Middellandse Zeegebied volledig destabiliseren. Experts hebben het over een nieuw Libië of Somalië – alleen dan mogelijk met nog meer ontwrichtende gevolgen.

    Soedan ligt op het kruispunt van verschillende door conflicten verscheurde regio’s, tussen de Arabische wereld en Afrika ten zuiden van de Sahara. Het maakt deel uit van de Sahel-regio, waar de afgelopen jaren een reeks militaire coups heeft plaatsgevonden en waar jihadistische groeperingen grote stukken land aan de controle van de staat hebben onttrokken. Soedan ligt ook dicht bij de Hoorn van Afrika, waar al tientallen jaren de ene oorlog de andere opvolgt.

    Het land heeft een lange kustlijn aan de Rode Zee, die dienstdoet als scheepvaartkanaal voor een groot deel van het wereldwijde goederenverkeer en voor veel landen van groot strategisch belang is. Daarnaast stroomt de Nijl door Soedan. Tientallen miljoenen mensen zijn afhankelijk van het water. Buurland Egypte, dat stroomafwaarts ligt, houdt om die reden nauwlettend in de gaten wat er in Soedan gebeurt.

    Het strategische belang van Soedan verklaart waarom zoveel staten betrokken zijn bij het land

    Soedan is ook rijk aan grondstoffen, zoals goud. Het land heeft een enorm landbouwpotentieel. Golfstaten als Saoedi-Arabië hebben grote stukken land opgekocht om er bijvoorbeeld veevoer te verbouwen.

    Soedan heeft een traumatische geschiedenis. Miljoenen mensen zijn omgekomen tijdens verschillende burgeroorlogen en talloze militaire coups. De islamistische militaire dictator Omar al-Bashir regeerde – en ruïneerde – het land van 1989 tot 2019. Hij bood onder andere Osama bin Laden in de jaren negentig onderdak terwijl deze bezig was met het opzetten van de terroristische organisatie Al-Qaida. Bashir kwam in 2019 na massale protesten ten val. Maar de overgang naar een burgerregering mislukte. De twee machtige legers van het land, de nationale strijdkrachten en de Rapid Support Forces (RSF), wilden hun economische privileges of straffeloosheid voor misdaden uit het verleden niet opgeven. Uiteindelijk keerden ze zich tegen elkaar.

    Wie is betrokken bij Soedan en hoe?

    Het strategische belang van Soedan verklaart waarom zoveel staten betrokken zijn bij het land. Slechts weinigen handelen op een manier die vrede in de regio kan brengen.

    De Verenigde Arabische Emiraten hebben de afgelopen jaren een zeer invloedrijke rol gespeeld in Soedan, onder andere door enkele miljarden dollars steun toe te zeggen aan de door militairen gedomineerde overgangsregering na de val van al-Bashir. De rijke Golfstaat heeft zijn invloed in Afrika de afgelopen jaren voortdurend uitgebreid, met het Rode Zeegebied als belangrijkste focus. Eind 2022 tekenden de Emiraten een overeenkomst met Soedan ter waarde van 6 miljard dollar voor de bouw van een nieuwe haven.

    Tijdens de oorlog hebben de VAE de kant van de RSF gekozen. Volgens VN-rapporten bevoorraden de VAE deze groep met geheime wapenleveranties. De Golfstaat heeft deze bewering ontkend. De VAE zijn ook economisch belangrijk voor de RSF en zijn leider, een generaal die bekend is onder de bijnaam Hemeti. De RSF exporteert – of smokkelt – grote hoeveelheden goud het land uit, het meeste via Dubai.

    Egypte heeft een lange geschiedenis met Soedan. Tot de onafhankelijkheid in 1956 stond Soedan onder controle van Egypte en het Verenigd Koninkrijk. De Egyptische en Soedanese legers zijn tot op de dag van vandaag nauw met elkaar verbonden. De Egyptische strijdkrachten steunen de Soedanezen met geld en materiaal. De militaire regering van Egypte vreest de volledige ineenstorting van de Soedanese staat. Bijna een half miljoen Soedanezen zijn al gevlucht naar het buurland in het noorden.

    Rusland is, net als veel andere landen, geïnteresseerd in de Rode Zee. In 2020 kreeg Moskou toestemming voor de bouw van een marinebasis aan de Soedanese kust. De overgangsregering in Khartoem heeft het project het jaar daarop tijdelijk stopgezet. Net als de Emiraten heeft Rusland banden met de RSF. In samenwerking met de RSF controleert de paramilitaire groep Wagner goudmijnen en smokkelt ze goud het land uit. Sommige experts geloven dat de goudexport uit Soedan Rusland heeft geholpen om de economische sancties na de aanval op Oekraïne het hoofd te bieden.

    Het is waarschijnlijk dat de situatie nog verwarrender zal worden door de grote hoeveelheid gewapende groepen

    De VS en de EU vrezen de schokgolven die de ineenstorting van Soedan teweeg zou kunnen brengen, waaronder de mogelijke verspreiding van jihadistische groeperingen. De EU vreest dat een deel van de Soedanese vluchtelingen naar de Middellandse Zee zou kunnen vertrekken.

    En de lijst van betrokken landen is nog veel langer. Iran levert sinds kort bewapende drones en ander militair materieel aan het Soedanese leger. Saoedi-Arabië heeft banden met beide strijdende partijen en heeft samen met de Verenigde Staten geprobeerd een staakt-het-vuren tot stand te brengen. Buurlanden, waaronder het fragiele Zuid-Sudan, dat zich in 2011 heeft afgescheiden van het noorden, volgen de situatie met bezorgdheid.

    Wat gaat er nu gebeuren?

    Het is onwaarschijnlijk dat een van beide partijen een volledige militaire overwinning zal behalen. Het land is verdeeld in twee invloedssferen. De RSF controleert de meeste gebieden ten westen van de Nijl, terwijl het leger het oosten controleert. De zwaarste gevechten vinden momenteel plaats in de hoofdstad Khartoem en in de Gezira-regio ten zuidoosten van Khartoem.

    Maandenlang was de RSF sterker op het slagveld en behaalde het daardoor territoriale overwinningen. Meer recentelijk heeft het reguliere leger van het land echter geïsoleerde successen kunnen boeken, mede dankzij het gebruik van Iraanse drones. Het leger probeert ook bestaande en nieuwe milities als bondgenoten voor zich te winnen in de strijd tegen de RSF.

    Het is waarschijnlijk dat de situatie nog verwarrender zal worden door de grote hoeveelheid gewapende groepen. De RSF zelf is geen homogene groep – en haar troepen zijn moeilijk te controleren gebleken voor haar leiders. Overal waar de RSF is opgerukt, hebben ontheemden melding gemaakt van plundering en verkrachting.

    Zelfs als een van de twee partijen militair zou winnen, is het onwaarschijnlijk dat er vrede komt in Soedan. Het land is enorm in omvang, etnisch versplinterd en overspoeld met wapens. Zowel de RSF als het leger wordt in grote delen van het land verafschuwd.

    Tot nu toe zijn vredesinspanningen vooral mislukt vanwege de afwezigheid van een van de partijen van het conflict of van belangrijke externe actoren. In de Saoedische stad Jiddah onderhandelden de VS en Saoedi-Arabië met de strijdende partijen over een staakt-het-vuren en toegang voor humanitaire organisaties. De gesprekken in Saoedi-Arabië worden binnenkort hervat. Ze hebben echter te lijden onder het feit dat de VAE, die een sleutelrol heeft gespeeld in de oorlog, er niet bij betrokken is.

    Veel Soedanexperts geloven dat de VS een belangrijke rol kunnen spelen, omdat ze met bijna alle spelers betrekkingen onderhouden

    Een aantal andere vredesinitiatieven heeft tot nu toe weinig vooruitgang geboekt. De inspanningen van de Intergouvernementele Autoriteit voor Ontwikkeling, een regionale organisatie in de Hoorn van Afrika, worden verzwakt doordat Ethiopië en Kenia elk een leidende rol proberen te veroveren.

    Veel Soedanexperts geloven dat de VS een belangrijke rol kunnen spelen, omdat ze met bijna alle belangrijke spelers betrekkingen onderhouden. Maar ook de VS zouden volgens de meeste deskundigen tot nu toe niet doortastend genoeg hebben opgetreden.

    En als de vredesinspanningen stokken?

    Deskundigen stellen sombere scenario’s op die voorspellen wat er zou kunnen gebeuren als de situatie in Soedan uit de hand blijft lopen. De denktank International Crisis Group schrijft bijvoorbeeld: ‘Een stuurloos Soedan zou de deur openzetten voor krijgsheren en milities van diverse pluimage, waaronder mogelijk jihadisten, om het vacuüm op te vullen. Instabiliteit zou dan kunnen uitstralen naar de Hoorn van Afrika, de Sahel, Noord-Afrika en het Rode-Zeebekken, terwijl nog meer migranten naar al overbelaste buurlanden worden gedreven of gedwongen worden een gevaarlijke tocht over de Middellandse Zee, naar de Golf en de Levant, of zelfs nog verder weg naar de VS te ondernemen.’ 

    Hoewel dit een extreem scenario is, is het toch plausibel. Doordat de oorlog in Soedan zo weinig aandacht krijgt, wordt het geopolitiek ontwrichtende potentieel ervan onderschat. Misschien komt daar op middellange termijn verandering in en zullen beter gecoördineerde vredesinspanningen de strijdende partijen overhalen om serieuze onderhandelingen aan te gaan. Voorlopig zou de situatie echter verder kunnen escaleren – ten koste van de lijdende burgerbevolking. Humanitaire organisaties waarschuwen dat in Soedan de grootste hongercrisis ter wereld dreigt te ontstaan.

  • Slachtoffers aardbeving worden in de steek gelaten. ‘Zijn wij niet ook deel van Marokko?’

    Slachtoffers aardbeving worden in de steek gelaten. ‘Zijn wij niet ook deel van Marokko?’

    De aardbeving in Marokko brengt de ellende aan het licht van de mensen die niets hebben in een land waar het bbp voortdurend groeit. Volgens de Marokkaanse schrijver Abdellah Taïa moet de manier waarop de machthebbers er naar burgers kijken veranderen.

    De verschrikkelijke aardbeving deed zich vrijdagavond [8 september] voor in de regio rond Marrakech. Om 23.11 uur werd de beving zelfs in Fez gevoeld. Ik hoorde het nieuws pas op zaterdagochtend. Ik nam onmiddellijk contact op met mijn familie en vrienden in Rabat, Salé, Casablanca, Azilal, Marrakech en Agadir. Ze waren in orde, al was het een eindeloze nacht geweest vol verschrikkingen. We waren heel erg bang, zeiden ze, we brachten het grootste deel van de nacht op straat door, op trottoirs, in tuinen, op lapjes grond, op pleinen, bij stoplichten. We begrepen het lot van vluchtelingen op de ijzige wegen van hun ballingschap, slechts beschikkend over hemel en aarde. We voelden ons ontworteld in ons land. Verlaten. We gaven ons over aan de onzichtbare en zeer destructieve macht van de nacht. We zijn niets, slechts nietig op aarde. We waren heel dicht bij het einde, voelden de dood naderen. We hebben die nacht veel gehuild, maar we zijn er nog, we leven nog. We zijn nog steeds bang.

    Ik was opgelucht, gerustgesteld. Ik bood mijn dierbaren de meest liefdevolle woorden en de sterkste aanmoedigingen die ik in mijn hart kon vinden. Maar toen begon ik het nieuws te volgen, op televisie en op sociale media. Net als veel anderen wilde ik beelden zien van deze catastrofe: de nasleep, de schade, de tragedies. Ik heb de hele zaterdag aan schermen gekluisterd gezeten. En hoe meer ik keek, hoe meer ik me schaamde voor mezelf. Uiteindelijk was ik niets meer dan een egoïstische man die in de eerste plaats denkt aan degenen die het dichtst bij hem staan, aan de mensen die hij kent. Met mijn familie en vrienden gaat het goed, dat is het enige wat telt. De anderen? Die zijn altijd abstract, vreemden.

    De beelden tonen overlevenden die dwalen, zoeken, niet weten wat ze moeten zeggen en huilen

    Alleen daar, in de korte video’s die circuleren op Instagram, Facebook, YouTube, zien we de naakte waarheid, een verschrikkelijk overweldigende waarheid. We zien het Marokko van de vergeten mensen die lijden, die vallen en die onophoudelijk huilen. Deze verschrikkelijke beving heeft inderdaad het grote Marrakech getroffen, maar de meeste slachtoffers zijn gevallen in de dorpen en kleine steden: Iguil, Moulai Brahim, Amizmiz, rond de stad Tarudant. De beelden tonen afschuwelijke taferelen: dorpen die volledig zijn verwoest, gebouwen die als kaartenhuizen in elkaar zijn gestort, moskeeën in puin, minaretten die in tweeën zijn gebroken. De beelden tonen overlevenden die dwalen, zoeken, niet weten wat ze moeten zeggen, huilen en vertwijfeld rondlopen. Ze hopen dat de regering en de strijdkrachten hen komen redden. Om hen te troosten, om met hen te praten. De overlevenden in de video’s hebben nog steeds hoop.

    J’accuse

    Op deze zwarte zaterdagmiddag is die hoop volledig vervlogen. De onvrede neemt toe. We ontdekken de levens en verhalen van dit achtergelaten Marokko dat op nauwelijks 100 kilometer van Marrakech en zijn luxueuze paleizen ligt. Ze moeten zich uiten. Een leraar post deze tweet: ‘Al mijn leerlingen zijn dood’. Nog een tweet, een andere leraar: ‘Al mijn leerlingen zijn dood.’ Een video van een vader die steun zoekt bij een muur. Hij heeft net zijn vrouw en al zijn kinderen verloren. Hij wil schreeuwen, hij kan het niet, hij wil praten over het onrecht arm te zijn in Marokko, iemand te zijn die niet meetelt. Hij beeft als een kind en schreeuwt dan uiteindelijk: ‘Zijn wij niet ook deel van Marokko?’

    Een vraag waar extreme pijn, extreme zachtheid en extreme hulpeloosheid in schuilen.

    De vraag zit veel Marokkanen dwars, achtervolgt mij, zit nu in ieders hoofd, in alle harten, in alle gewetens. Als een j’accuse van Émile Zola. We kunnen niet langer doen alsof we niet op de hoogte zijn van de levensomstandigheden van de allerarmsten, van de mensen die verborgen moeten blijven. We dachten dat ze ver weg waren, in plaats daarvan zijn ze heel dichtbij. De aardbeving toont hun ellende aan de hele wereld, via video’s die ver en wijd reizen en veel mensen aan het huilen maken.

    Maar tot nu toe is er geen reactie gekomen van degenen aan wie deze vraag wordt gericht.

    Het bbp van Marokko groeit al enkele jaren gestaag, maar de economische groei komt niet iedereen ten goede. Dat wisten we. Nu, door deze aardbeving, zien we het pas echt, begrijpen we de uitsluiting, de marginalisatie. En die is ondraaglijk, onhoudbaar.

    Ook ik heb bijgedragen aan het lijden van het arme Marokko. Ik vergat te denken aan degenen die altijd weer vergeten worden

    We voelen schaamte, ik voel schaamte. Toen ik zaterdagochtend het nieuws hoorde, kon ik alleen maar aan mijn eigen wereldje denken. De levens van anderen telden niet zo zwaar als die van mijn dierbaren. Ook ik heb bijgedragen aan het lijden van het arme Marokko. Ik vergat te denken aan de mensen die altijd weer vergeten worden.

    Anderhalf jaar geleden viel de kleine Rayan in een klein dorpje in het noorden van Marokko in een put. Zijn tragedie schokte de hele wereld. Zijn trieste lot onthulde het harde leven en de absolute onzekerheid van de armen in Marokko.

    Sinds vrijdagavond dwingt de verschrikkelijke aardbeving ons opnieuw te kijken naar dit andere Marokko, het Marokko van de ellende. Het Marokko dat niets heeft. Wallou [‘niets’, in Marokkaans-Arabisch dialect]. Maar deze keer mogen we geen genoegen nemen met oppervlakkige solidariteit. Wat nu moet veranderen is de blik van de macht op haar eigen burgers.

    Lees ook:

  • Wie helpt de slachtoffers van de aardbeving in Noordwest-Syrië?

    Wie helpt de slachtoffers van de aardbeving in Noordwest-Syrië?

    Het noordwesten van Syrië heeft na een burgeroorlog en een aardbeving dringend behoefte aan internationale hulp. Maar die steun is moeilijk te leveren. Het Syrische regime wil het getroffen gebied, dat in handen is van de rebellen, alleen maar meer laten lijden.

    Er moest een van de zwaarste aardbevingen sinds een eeuw aan te pas komen, maar nu besteedt de wereld eindelijk weer aandacht aan Syrië: een land dat door twaalf jaar burgeroorlog in puin ligt, waar de politieke macht is verdeeld tussen de regering, milities en buitenlandse mogendheden en waar miljoenen binnenlandse ontheemden wonen.

    De meeste beelden van de verwoesting zijn tot dusver afkomstig uit Turkije, waar op 6 februari vroeg in de ochtend een aardbeving met een kracht van 7,8 op de schaal van Richter plaatsvond, die gevolgd werd door nog een beving met een magnitude van 7,5. Er zijn inmiddels meer dan 41.000 doden vastgesteld in Turkije. Het totale dodental in Syrië bedraagt meer dan zesduizend.

    Maar het leed in het noordwesten van het land, dat door rebellen is bezet en waartoe steden als Idlib behoren, is niet minder schrijnend. De aardbevingen volgen op jaren van meedogenloze bombardementen op de regio door Russische en Syrische regeringstroepen. Dit gebied, waar bijna drie miljoen ontheemden wonen, is al afgesneden van de internationale gemeenschap. Veel van de infrastructuur – waaronder ziekenhuizen, die vaak het doelwit van Russische vliegtuigen zijn – is geheel of gedeeltelijk verwoest door de oorlog. De aardbevingen hebben de situatie er nagenoeg ondraaglijk gemaakt.

    Politiseren

    Na de ramp van maandag heeft Syrië dus dringender dan ooit behoefte aan internationale hulp. Maar die is moeilijk te leveren. Hoewel Turkije al op uitgebreide steun kan rekenen, ligt hulpverlening aan Syrië door het voortdurende conflict en de internationale sancties tegen het Assad-regime logistiek en politiek gezien zeer ingewikkeld. En dat geldt in het bijzonder voor die kwetsbare gebieden in het noordwesten.

    De Syrische en Russische regering zijn al begonnen de noodhulp te politiseren. Ze eisen dat de sancties tegen het regime worden opgeheven en zullen waarschijnlijk proberen hun macht over het noordwesten te heroveren. Het is daarom zaak dat de VS snel, en zelfs unilateraal, actie ondernemen. Niet alleen in de vorm van diplomatieke en militaire stappen, ook moeten ze Damascus en Moskou nauwgezet in de gaten houden.

    De Syrische en Russische regeringen hielden zelfs al vóór de aardbeving streng toezicht op hulp die via de Turkse grens het land bereikte. De Syrische regering spreekt al langer de wens uit dat hulp aan gebieden die door de oppositie worden gecontroleerd, via Damascus loopt. Rusland gebruikt voortdurend zijn vetorecht om voorstellen van de Verenigde Naties voor meer hulp te blokkeren, evenals voorstellen om goederen te leveren via de Syrisch-Turkse hulpverleningsroute bij de Bab-al Hawa-grens.

    Die route is nu door de aardbeving vernield. De humanitaire voorraden die al onderweg waren, waren na drie tot vijf dagen bedorven. Damascus krijgt enige noodhulp van Algerije, Iran, Irak en de Verenigde Arabische Emiraten, evenals van de Verenigde Naties. Maar door de moeilijke bereikbaarheid van het gebied en alle politieke obstakels waagt tot dusver bijna niemand zich aan de noordwestelijke regio.

    De Syrische VN-ambassadeur heeft inmiddels hulp gevraagd aan andere landen en internationale hulporganisaties, maar pleit er tegelijkertijd voor om de hulp aan het noordwesten uitsluitend via de Syrische regering te laten lopen. Dat betekent dat de levens van mensen die het Syrische regime zijn ontvlucht en in rebellengebieden wonen mogelijk weer in handen zijn van Bashar al-Assad. Op sociale media roepen sommige pro Assad-accounts al op om hulp aan de rebellengebieden te weigeren.

    Het Syrische regime schept er genoegen in de rebellengebieden nog meer te zien lijden

    Gezien de omvang van de schade lijkt het niet meer dan logisch om internationale hulpinspanningen voor Syrië zoveel mogelijk te verwelkomen – ook als die hulp via Damascus loopt. Dit zou betekenen dat de regering van Assad via de noordgrens onbelemmerde toegang moet verlenen tot de oppositiegebieden. Maar het Syrische regime zal zich daar ongetwijfeld tegen verzetten en er genoegen in scheppen de rebellengebieden nog meer te zien lijden. Bovendien zal het de hulp aan Damascus afschilderen als teken van internationale steun voor het Assad-regime.

    Charles Lister, onderzoeker bij het Middle East Institute in Washington, D.C., vindt het begrijpelijk dat Turkije zich nu op zijn eigen situatie concentreert. Maar volgens hem bestaan er andere grensovergangsgebieden die de Verenigde Staten – met toestemming van Turkije en gecoördineerd met de Koerden en andere lokale krachten – kunnen gebruiken om hulp te verlenen aan het noordwesten van Syrië. Eenheden van het Amerikaanse leger zijn bovendien al aanwezig in delen van het noordwesten en -oosten van Syrië en zouden hulpgoederen uit vliegtuigen kunnen afwerpen. Maar door het winterweer en een gebrek aan precisie bij het droppen is deze optie verre van ideaal. Het Amerikaanse leger zou ook zijn basis in het noordoosten van het land als knooppunt kunnen gebruiken voor het organiseren van humanitaire hulp. Hulporganisaties kunnen dan daarvandaan, in coördinatie met de Turken en de Koerden, de rebellengebieden bereiken.

    Toenadering

    De afgelopen maanden hebben de VAE en Jordanië toenadering gezocht tot Assad, die vorig jaar op bezoek was in Abu Dhabi. De Verenigde Staten verzetten zich tegen een dergelijke toenadering. Het land heeft sinds de aardbeving hulp toegezegd aan mensen aan weerszijden van de grens, maar geen toenadering gezocht tot de regering van Assad.

    Over hoe de Amerikaanse regering Noordwest-Syrië zal bijstaan heeft ze nog weinig laten weten. President Joe Biden zei op 6 februari dat ‘ook humanitaire partners die door de VS gesteund worden reageren op de verwoestingen in Syrië’. Zijn verklaring werd nog eens herhaald door de woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

    De Syriërs zijn al veel te lang verwaarloosd en vergeten

    Samantha Power, administratief medewerker bij USAID [het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingshulp], tweette op 7 februari dat ze met Raed al-Saleh heeft overlegd over hoe dit Amerikaanse agentschap urgente hulp kan bieden aan de Syriërs. Al-Saleh is het hoofd van Syria Civil Defence, de humanitaire vrijwilligersgroep die ook bekendstaat als de Witte Helmen en actief is in het rebellengebied. De Witte Helmen verrichten al jaren heldhaftig werk door mensen uit het puin van gebombardeerde huizen, gebouwen en ziekenhuizen te redden. Al hun drieduizend vrijwilligers zoeken momenteel naar overlevenden, maar naar verluidt raakt hun brandstof op.

    Logistiek gezien wordt het een nachtmerrie. Maar de Verenigde Staten en de internationale gemeenschap moeten aandringen op onmiddellijke noodhulp aan Syriërs in de oppositiegebieden. Daarna moeten er creatieve oplossingen komen om de vooruitzichten voor Syriërs op de lange termijn te verbeteren, zonder het regime vrij te pleiten.

    Deze aardbeving leert ons dat het absoluut noodzakelijk is dat de internationale gemeenschap is voorbereid op mogelijke problemen in een kwetsbaar gebied als Noordwest-Syrië. En dat de diepe wonden van deze regio niet simpelweg kunnen worden dichtgeschroeid en vervolgens genegeerd, zoals Washingtons strategie lijkt te zijn geweest. De Syriërs zijn al veel te lang verwaarloosd en vergeten.

    Lees ook:

  • G20 belooft Afghanistan te behoeden voor humanitaire crisis

    G20 belooft Afghanistan te behoeden voor humanitaire crisis

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU haalt 12 miljard euro op met ’s werelds grootste uitgifte van groene obligaties

    » Goudexport uit Bolivia groeit

    G20 belooft Afghanistan te behoeden voor humanitaire crisis

    Nu de Afghaanse burgerbevolking wordt geconfronteerd met een dreigende humanitaire crisis, staat de internationale gemeenschap voor een dilemma: ‘Hoe het Afghaanse volk te helpen, zonder de talibanregering te erkennen’, vat BBC samen.

    Tijdens een spoedtop van de G20-landen op dinsdag waren de deelnemers het er unaniem over eens dat de crisis in Afghanistan met voorrang moet worden aangepakt. De financiële middelen van de banken raken er uitgeput, de ambtenarensalarissen worden niet meer uitbetaald en de voedselprijzen rijzen de pan uit, wat zou kunnen leiden tot een wijdverspreide hongersnood. ‘Het is zeer moeilijk voor te stellen hoe het Afghaanse volk kan worden geholpen zonder de taliban daarbij te betrekken (…), maar dat betekent niet dat wij hen moeten erkennen’, aldus Mario Draghi, de Italiaanse premier en gastheer van de topontmoeting.

    ‘De Europese landen willen “een ineenstorting” van Afghanistan voorkomen‘

    Het overgrote deel van de internationale hulp zal via de Verenigde Naties verlopen. Maar er zal ook rechtstreekse hulp van land tot land komen, ondanks de weigering van de meeste regeringen om het talibanbewind officieel te erkennen. De Europese Unie heeft een miljard euro toegezegd. ‘De Europese landen willen “een ineenstorting” van Afghanistan voorkomen‘, verklaart het Belgische dagblad L‘Echo.

    De regering-Biden handhaaft ‘een voorzichtige houding ten aanzien van het verlenen van meer steun aan het door de taliban geregeerde land’, merkt The New York Times op. ‘Ze is nog steeds haar aanpak aan het bepalen van een Afghaanse regering die geleid wordt door een groep die al twintig jaar tegen de Verenigde Staten vecht.‘ Dinsdag riepen de regering-Biden de G20 op zich te concentreren op terrorismebestrijding en de veilige overdracht van asielzoekers en vreemdelingen uit Afghanistan.

    Het vrijgeven van miljarden dollars aan bevroren Afghaanse tegoeden is niet aan de orde

    De VS en de EU hebben dinsdag in Doha ook voor het eerst een ontmoeting gehad met een talibandelegatie. Een bron dicht bij de regering-Biden vertelde nogmaals aan The New York Times dat Amerikaanse functionarissen zich concentreerden op terrorismebestrijding en veilige evacuatie van mensen uit Afghanistan. De door de taliban geëiste ‘belangrijkere en veel zwaarwegendere beslissingen’, ‘zoals het verlenen van diplomatieke erkenning of het vrijgeven van miljarden dollars aan bevroren Afghaanse tegoeden’, zijn echter niet aan de orde.

    ‘Bijna twee maanden na de ineenstorting van de voormalige, door het Westen gesteunde Afghaanse regering en de invasie van Kaboel door de taliban, probeert de talibanregering andere landen ertoe te bewegen betrekkingen met haar aan te knopen om een catastrofale economische crisis af te wenden’, aldus Al-Jazeera. ‘Maar de groep weigert ook terrein prijs te geven door toe te zeggen dat meisjes weer naar school mogen, een van de belangrijkste eisen van de internationale gemeenschap.’

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/in-afghanistan-vestigt-zich-een-nieuwe-orde/