Tag: hysterie

  • De verborgen lust van de vrouw. Of hoe de clitoris langzaam uit de geschiedenisboeken verdween

    De verborgen lust van de vrouw. Of hoe de clitoris langzaam uit de geschiedenisboeken verdween

    Veel biologie- en anatomieboeken tonen in detail de anatomie van de penis, de bijbehorende zenuwen, bloedvaten en fasces. Maar afbeeldingen van het vrouwelijk lustorgaan, de clitoris, zijn onvolledig, foutief – en vaak ontbreken ze helemaal. Waarom speelt het vrouwelijk geslachtsorgaan in de wetenschap zo’n ondergeschikte rol?

    In een snijzaal in het zuiden van Australië waar anatomen sinds eeuwen menselijke lichamen onderzoeken, werkt aan het eind van de jaren negentig een jonge arts. Ze heeft juist haar opleiding tot uroloog aan de universiteit van Melbourne voltooid – als eerste vrouw in een door mannen gedomineerd specialisme.

    Ter voorbereiding op haar examen boog ze zich dagenlang over de boeken, ook om de anatomie van de urinewegen en de geslachtsorganen te leren. Daarbij viel haar iets op wat alle mannen vóór haar blijkbaar was ontgaan: de boeken tonen op vele pagina’s in detail de anatomie van de penis, de bijbehorende zenuwen, bloedvaten en fasces. Maar de afbeeldingen van het vrouwelijk lustorgaan, de clitoris, zijn onvolledig, foutief – en vaak ontbreken ze helemaal.

    Uitgerust met een camera, een scalpel en een pincet wil de jonge vrouw dat nu recht zetten. Ze ontleedt tien vrouwenlijken en fotografeert de structuren van het vrouwelijk geslachtscomplex, vagina en vulva, zenuwen, bloedvaten – en de clitoris. Later schuift ze gezonde vrouwen in een MRI-scan om deze organen ook bij levende mensen te onderzoeken.

    Het kleine knopje dat vaak als de clitoris wordt afgebeeld, is alleen maar de zichtbare clitoriseikel met voorhuid en kapje

    Haar resultaten publiceert ze in het Journal of Urology: het kleine knopje dat vaak als de clitoris wordt afgebeeld, is alleen maar de zichtbare clitoriseikel met voorhuid en kapje. Het geheel strekt zich uit in het bekken, in het meestal ongeveer tien centimeter lange clitorislichaam en twee gewelfde zwellichamen links en rechts, elk steunend op een aan urinebuis en vagina grenzend voorhofzwellichaam.

    In vakkringen wordt ze voor dit werk overladen met prijzen, krantenartikelen bejubelen de jonge vrouw: ‘Haar werk dwingt tot herschrijving van de anatomieboeken en een omslag in het denken in de medische beroepen’, schrijft bijvoorbeeld de BBC.

    Nu, bijna vijfentwintig jaar later, is Helen O’Connell professor Urologie aan de universiteit van Melbourne. Ze zegt: ‘Het is interessant om te zien of er vooruitgang geboekt wordt.’ Want nog altijd gebruiken studentes en studenten anatomie- en chirurgieboeken waarin gedetailleerde afbeeldingen van de clitoris en haar zenuwen ontbreken. Wat de vrouwelijke anatomie betreft, lijkt er sprake van stilstand.

    Hoe is dat te verklaren? Als het om de vrouwelijke geslachtsorganen gaat, begint de verwarring vaak al bij de begrippen: de vagina is alleen de verbinding van de schede-ingang naar de baarmoedermond en niet de uitwendige geslachtsorganen, zoals vaak abusievelijk wordt aangenomen. Het anatomisch correcte begrip daarvoor is vulva – daartoe behoren schaamlippen, venusheuvel en dat kleine deel van de clitoris dat van buiten te zien is.  Het negeren, of het alleen maar afbeelden van het zichtbare deel van het lustorgaan van de vrouw, is in vakboeken tegen beter weten in een traditie.

    Want wat Helen O’Connell in haar studie vond, bevestigt kennis die twee eeuwen oud is: al in het jaar 1844 onderzocht de Duitse anatoom Georg Ludwig Kobelt de vrouwelijke ‘wellustorganen’, zoals hij ze noemde. Zijn gedetailleerde tekeningen van de clitoris en haar bloed- en zenuwvoorziening gelden tot op heden als een meesterlijke prestatie. Sindsdien is de kennis over de structuren van de clitoris eigenlijk aanwezig. Toen al hadden Kobelts inzichten een revolutie kunnen veroorzaken in de anatomische blik op het vrouwelijk lustorgaan, maar hem overkwam toen hetzelfde als later Helen O’Connell: zijn kennis kwam de snijzaal nauwelijks uit.

    De clitoris paste niet in het victoriaanse tijdperk, waarin vrouwen de rol van huisvrouw en moeder kregen toebedeeld

    Integendeel: in een in het jaar 1901 geactualiseerde editie van de belangrijkste anatomie-atlas, Gray’s Anatomy, verdwijnt zelfs een afbeelding die de clitoris nog in dwarsdoorsnede als een klein puntje voorstelt. Dat documenteerden de sociologen Adele Clarke en Lisa Jean Moore in een uitgebreid onderzoek. De clitoris paste niet in het victoriaanse tijdperk, waarin vrouwen de rol van huisvrouw en moeder kregen toebedeeld. Centraal staan voortplanting en reproductie, de baarmoeder geldt als het belangrijkste seksuele orgaan van de vrouw. De vermeend onbeduidende lust van de vrouw – en daarmee ook de clitoris – zien de medici in die tijd als overbodig, of zelfs als ziekelijk en gevaarlijk. 

    Freud

    Beslissend voor deze zienswijze is de bijdrage van de psychoanalyticus Sigmund Freud: hij onderscheidt in de door hem ontwikkelde theorie van de seksualiteit clitorale en vaginale seksualiteit en postuleert dat alleen de laatste volwassen en gezond is. Voor een succesvolle seksuele ontwikkeling, dus de rijping van kind tot vrouw, was daarom een verschuiving van de erogene zone nodig, weg van de clitoris naar de vagina.

    Zijn hoogtepunt vindt dit denken in de door de Engelse gynaecoloog Isaac Brown ontwikkelde verwijdering van de clitoris, de clitoridectomie. Die geldt als therapie voor als pervers beschouwde zelfbevrediging, voor nymfomanie, voor elke vorm van zogenaamde vrouwelijke ‘hysterie’. 

    Deze therapie speelt in Europa en de VS tegenwoordig geen rol meer. Maar nog altijd geldt de vagina als de vrouwelijke tegenhanger van de penis; de clitoris daarentegen blijft als een oninteressant onderzoeksobject vrijwel geheel verbannen uit voorlichtings- en anatomieboeken. Terwijl wetenschappers en activisten al decennia lang werken aan de rehabilitatie van dit orgaan. Maar de grote anatomie-atlassen die wereldwijd nog steeds door miljoenen studenten gebruikt worden, bereiken tot op heden nog steeds niet het niveau van Georg Ludwig Kobelts tekeningen.

    ‘De geschiedenis van de clitoris is een parabel van de cultuur’ – met die zin eindigt Helen O’Connell het verslag van haar onderzoek. Voor haar is het duidelijk: veel nieuwe edities van de boeken nemen steeds opnieuw de inhoud over van de eerdere uitgaven – zonder kritische toetsing.

    Gouden puntjes

    Dit merkt ook de Zwitserse bioloog Daniel Haag-Wackernagel op wanneer hij met het onderzoek naar het vrouwelijk lustorgaan begint. Voor een voordracht over de lustorganen bij chimpansees doorzocht hij de anatomieboeken op afbeeldingen van de lustorganen van de dieren en ter vergelijking ook die van mensen.

    Mannelijke geslachtsorganen van chimpansees en mensen vindt hij zonder problemen. Maar de speurtocht naar afbeeldingen van de vrouwelijke lustorganen verloopt moeizaam. Pas in de bibliotheek van het anatomisch instituut in Bazel stuit hij op correcte, gedetailleerde afbeeldingen – op het werk van Kobelt uit 1844.

    Sindsdien heeft Daniel Haag-Wackernagel afbeeldingen en modellen van de clitoris verzameld; in zijn boekenkast staan ze tussen dikke anatomieboeken. Intussen heeft hij – in zijn vrije tijd als emeritus professor – op basis daarvan een 3D-model ontwikkeld dat de voor de vrouwelijke lust verantwoordelijke structuren laat zien.

    Onderzoekssubsidies zou hij voor dit werk waarschijnlijk niet gekregen hebben, is zijn overtuiging. De interesse voor dit thema is te gering. Want zelfs een zo nuchtere, descriptief lijkende wetenschap als de anatomie is gevormd door ‘culturele en sociale omstandigheden en machtsstructuren’, zoals Adele Clarke en Lisa Jean Moore in hun onderzoeksverslag schrijven. Beide sociologen zijn het eens met Haag-Wackernagel en O’Connell: het moet als een maatschappelijk fenomeen begrepen worden dat de vrouwelijke geslachtsorganen in de anatomie met zoveel minachting behandeld worden. 

    Als je aan Helen O’Connell vraagt of medici en leken genoeg weten over de vrouwelijke geslachtsorganen, lacht de uroloog. ‘Er is nog enorm veel te onderzoeken,’ zegt ze.  Daniel Haag-Wackernagel haalt bij wijze van antwoord nog een model uit de boekenkast achter hem. Daarop zijn kleine gouden puntjes getekend – nauwelijks onderzochte kleine sensoren die in de huid van de clitoriseikel en –voorhuid, en ook in de kleine schaamlippen zitten. Bij vibratie of aanraking geven ze lustsignalen door aan de hersenen.

    De lijst van structuren in de genitale zone van de vrouw waarover opvallend weinig bekend is, laat zich waarschijnlijk moeiteloos uitbreiden – vaak in verband met een maatschappelijk debat, zoals bijvoorbeeld over het beroemde G-plekje.

    ‘Alle als typisch vrouwelijk of typisch mannelijk begrepen structuren komen steeds ook bij het andere geslacht voor’

    Helen O’Connell onderzocht het vaginale weefsel in 2017 op het bestaan van zo’n plek en vond geen aanwijzingen voor het bestaan ervan. Een ander voorbeeld is de strijd over de vraag of het door Freud gepostuleerde vaginaal orgasme uiteindelijk toch slechts een mythe is – en de clitoris het enige lustorgaan dat een orgasme kan oproepen.

    Vaak gaat het in het wetenschappelijk debat daarover om anatomische structuren bij de vrouw die analoog zijn aan die van de man: ‘Wij staan als geslachten niet zover van elkaar af,’ zegt Daniel Haag-Wackernagel. ‘Alle als typisch vrouwelijk of typisch mannelijk begrepen structuren komen steeds ook bij het andere geslacht voor.’

    Bij mannen bijvoorbeeld bevindt zich een tegenhanger van de vagina in de prostaat. Die op zijn beurt ook bij vrouwen te vinden is – een opeenhoping van klierweefsel om de urinebuis die in het anatomie-onderwijs vaak niet eens vermeld wordt, hoewel die verantwoordelijk is voor de vrouwelijke ejaculatie. Bij sommige vrouwen scheiden deze klieren bij het orgasme een melkachtige vloeistof af. Die secretie bevat – net als de mannelijke pendant – specifieke prostaatantigenen.

    Dat, zegt Haag-Wackernagel, wisten onderzoekers eigenlijk al sinds de oudheid. Toch zijn de details van de vrouwelijke ejaculatie tot op heden nauwelijks onderzocht.

    Als het chirurgen ontbreekt aan precieze kennis van het verloop van de zenuwen in de vrouwelijke genitaliën, werken ze mogelijk in het ongewisse

    Met moderne methoden zou het goed mogelijk zijn deze hiaten in het onderzoek op te vullen. ‘Met MRI en ultrasone apparatuur kunnen we inmiddels de anatomie bestuderen bij levende proefpersonen,’ zegt Helen O’Connell. Maar de blinde vlek blijft. En dat heeft gevolgen. ‘Anatomie is een basiswetenschap voor veel andere medische disciplines,’ zegt ze.

    Disciplines waarin deze basiskennis dan ontbreekt. Zoals chirurgie. Veel zenuwen in het vrouwelijk onderlijf kunnen bij operaties beschadigd raken – bijvoorbeeld bij ingrepen aan de urinebuis, de bekkenbodem of de baarmoeder. ‘In het bekken ligt alles heel dicht bij elkaar,’ zegt Ricarda Bauer, uroloog aan de universiteitskliniek in München. Maar als het chirurgen ontbreekt aan precieze kennis van het verloop van de zenuwen in de vrouwelijke genitaliën, werken ze mogelijk in het ongewisse. Zenuwen die bij operaties beschadigd of doorgesneden zijn, kunnen er dan in het ergste geval toe leiden dat een vrouw geen opwinding meer voelt of geen orgasme meer kan krijgen.

    Inderdaad werden seksuele stoornissen na operaties bij vrouwen lange tijd als bijkomende schade voor lief genomen, zegt Ricarda Bauer. ‘En anders dan bij de man, bij wie na een ingreep standaard naar erectiestoornissen wordt geïnformeerd, vragen veel collega’s na een operatie bij vrouwen nog altijd niet naar het seksueel functioneren.’ 

    Anticensuur

    Maar de chirurgen zijn niet de enigen met gebrekkige kennis. Er zijn opvallend veel gynaecologen, psychologen en seksuele therapeuten die de workshop over de anatomie van de vrouwelijke lustorganen van Daniel Haag-Wackernagel bezoeken. Velen van hen behandelen stoornissen in de opwinding en de lustbeleving van vrouwen zonder genoeg geleerd te hebben over de daarvoor verantwoordelijke organen. En het grote aantal vrouwen dat zulke klachten heeft – vermoedelijk de helft van de vrouwen – doet vermoeden dat er niet altijd een psychologische, maar soms ook een tot op heden onbekende lichamelijke oorzaak achter kan zitten.

    En afgezien van operatie- en spreekkamers ontbreekt het in het bijzonder ook jonge mensen aan kennis over hun eigen lichaam en dat van hun seksuele partners. Want details over de geslachtsorganen van de vrouw die ontbreken in de vakliteratuur, duiken ook in de biologie- en voorlichtingsboeken niet meer op. Het ontbreekt leraren aan geschikt lesmateriaal, zegt Haag-Wackernagel. In de les seksuele voorlichting gaat het dan over de penis, de vagina en de baarmoeder, maar niet over de clitoris, en daarmee ook niet over de vrouwelijke lust. Dat blijft een taboethema – en het onderzoek laat dat liever onaangetast. ‘Er moet een grote verandering komen,’ zegt Helen O’Connell.  

    Anticensuur

    Een soort anticensuur in de literatuur, zoals Daniel Haag-Wackernagel die verlangt, zou een begin kunnen zijn: geen leerboeken meer zonder een verantwoorde afbeelding van de clitoris. In elk geval neemt de kwaliteit van de afbeeldingen in de grote anatomiewerken na al die jaren weer toe, volgens de Zwitserse bioloog. En ook in kunst en cultuur komt het orgaan steeds vaker voor. Op het internet zijn bakvormpjes en bedeltjes in de vorm van de vagina te vinden. ‘Na 2000 jaar dominantie van het fallussymbool,’ zegt Haag-Wackernagel, ‘is het hoog tijd om de clitoris bekender te maken.’   

    De clitoris in de modere anatomie

    b386e01a7c96b03a58d3f9399f27b8101ee95180

    1. eierstokken (ovaria)
    2. eileider (tuba uterina)
    3. baarmoeder (uterus)
    4. endeldarm (rectum)
    5. blaas (vesica urinaria)
    6. schede (vagina)
    7. urineleider (ureter)
    8 schaambeen (symphysis pubica)
    9. schedevoorhof (vestibulum vaginae)
    10. Buitenste schaamlippen (labiamajora pudendi)

    Een dwarsdoorsnede van het bekken van de vrouw uit een hedendaagse anatomie-atlas. Van links naar rechts zijn te zien: de ruggengraat met de wervels, de aangesneden darmlussen met de overgang naar het rectum, de vagina met de verbinding naar de dikwandige baarmoeder en de erboven liggende eileider en de blaas als een groot hol orgaan. Ook nu nog tonen veel leerboeken de clitoris slechts vaag en onvolledig.  In dit voorbeeld is ze afgebeeld als een kleine, liggende L.

    3-D model:  prof. dr. Daniel Haag-Wackernagel en Amos Haag

    2ccb062728c2899348d88b3b181e861ef34a3cad 1

    1. clitoriseikel (glans clitoridis)
    2. RSP infra-corporeal (Residual Spongy Part)
    3. voorhof zwellichaam (bulbus vestibuli)
    4. clitorale zwellichamen (crus clitoridis)
    5. opgaand clitorislichaam (corpus clitoridis pars ascendens)
    6. neergaand clitorislichaam (corpus clitoridis pas descendens)
    7. clitorale hoek (angulus clitoridis)
    8. kobelts adercomplex (pars intermedia)
    9. urinebuis (urethra)
    10. schede (vagina)
    11. schedevoorhof (vestibulum vaginae)
    12. binnenste schaamlippen (nymphe)  (labium minus pudendi)
    13. clitorisvoorhuid (preputium clitoridis)
    14. clitorishoed
    15. clitoristoompje (frenulum clitoridis)
    16. suspensorisch ligament (ligamentum suspensorium clitoridis)

    Het zogenaamde bulbo-clitoraal orgaan 1 t/m 8 is opgebouwd uit verschillende, nauw met elkaar verbonden structuren. Onder het orgaan liggen de urinebuis (9) en de schede (10). De clitoriale zwellichamen (4) alsook het opgaande en neergaande deel van het clitorislichaam (5 en 6) bestaan uit zwellichamen zoals die ook in de penis voorkomen. Die worden bij seksuele opwinding door het opstuwen van bloed eveneens hard: net als bij de man, komt het tot een erectie.

    De sponsachtige lichamen, waartoe de clitoriseikel (1), het RSP (2) en het voorhof zwellichaam (3) behoren, vullen zich gedurende de opwinding ook met bloed, maar blijven zacht omdat daar een vast bindweefselomhulsel ontbreekt. De voorhof zwellichamen zetten bij seksuele opwinding uit en omklemmen de vagina. De enige van buiten zichtbare structuur van het bulbo-clitoraal orgaan is het voorste deel van de clitoriseikel, doorgaans vaak als ‘clitoris’ of ‘kittelaar’ aangeduid. Dat zit als een kapje op het eind van het neergaand clitorislichaam (6).

    Met zijn ongeveer 8000 zenuwuiteinden is het de centrale structuur voor de vrouwelijke opwinding. Bij het orgasme persen de spieren van de clitorale zwellichamen (4) en het voorhof zwellichaam (3) ritmisch bloed via het zogeheten Kobelts adercomplex (8) in het clitorislichaam (5-7) en de clitoriseikel (1). 

    Een soortgelijk effect veroorzaakt het stoten met de penis bij het geslachtsverkeer: ze drukken het voorhof zwellichaam (3) en de clitorale zwellichamen (4) samen en stimuleren via de verhoogde druk de talrijke aanwezige ‘lustreceptoren’. Dit neemt de vrouw waar als seksuele opwinding.

    Hoe het vrouwelijk lustorgaan uit het standaardwerk verdwijnt

    Schermafbeelding 2021 02 12 om 12.03.25

    Vroeg meesterwerk

    ‘De mannelijke en vrouwelijke lustorganen van de mens en enkele zoogdieren in anatomisch en fysiologisch opzicht’: zo luidt de uitvoerige titel van het onderzoek dat de anatomieprofessor Georg Ludwig Kobelt al in 1844 publiceerde.

    De hier afgebeelde tekeningen van Kobelt laten de zwellichamen van de clitoris zien in zij-aanzicht, ingebed in het bek (boven), en frontaal (onder), alsook een op het eerste gezicht aan de penis herinnerende, tot dan toe unieke, zeer gedetailleerde vergroting met bloedvaten en zenuwen.

    De clitoris in Gray’s Anatomy

    In de uitgave van de in 1858 voor het eerst verschenen anatomie-atlas, genoemd naar de uitgever, de anatoom Henry Gray, geïllustreerd door Henry Vandyke Carter, komt de afbeelding van de clitoris in de dwarsdoorsnede van het vrouwelijk bekken in hoge mate overeen met wat Georg Ludwig Kobelt vier decennia daarvoor had ontdekt: de van buiten zichtbare clitoriseikel en de verborgen liggende clitorislichamen zijn ingetekend, het clitoris zwellichaam is tenminste aangeduid.

    514a5bb069fdcd97c1551d0eab1fe904193fabc5 1

    1901:  Een klein knopje

    Vagina en uterus blijven, het lustorgaan krimpt: aan het begin van de twintigste eeuw is in het standaardwerk van de anatomie van de oorspronkelijke afbeelding van de clitoris in dwarsdoorsnede nog slechts een kleine welving aan de voorkant overgebleven. Die komt ongeveer overeen met het deel van het orgaan dat van buiten zichtbaar is. De anatomisch correcte grootte en vorm van de clitoris zijn niet meer te zien.

    c208c7ff544442ebb6719416a37a8aa41a1b9bb2 1

    1913:  Geen spoor meer

    Zelfs het kleine, als clitoris aangeduide bultje uit de vorige uitgave is verdwenen. In deze uitgave van de anatomie-atlas ontbreekt in de betreffende afbeelding elke verwijzing naar het vrouwelijk lustorgaan. Ter vergelijking: in deze uitgave van Gray’s Anatomy treffen medische studenten en artsen nog steeds wel uitvoerige afbeeldingen van de penis aan.

  • De vloek van Girlstown

    De vloek van Girlstown

    Op een katholiek meisjesinternaat in Mexico raken in 2017 opeens honderden leerlingen besmet met een mysterieuze ziekte. Een spookverhaal met een verrassende ontknoping.

    De leerlingen droegen het meisje de klas in. Ze was twaalf jaar oud, erg mager en haar onderlichaam was stijf, alsof ze verlamd was. Het klaslokaal was beige, met een kruis aan de muur en een hoop lege bureaus. De leerlingen tilden het meisje naar een stoel, lieten haar erop zakken en trokken zich terug. Een groep nonnen wachtte buiten. Ze bleef alleen achter met de psychiater.

    Het was maart 2007 en bijna iedereen in Girlstown, een katholiek internaat in het Mexicaanse stad Chalco was in paniek. Enkele maanden daarvoor waren een paar leerlingen begonnen te klagen over een stekend gevoel in hun benen. Sommigen hadden aanvallen van misselijkheid en koorts. Anderen hadden het over zelfmoord. Er werden inspecteurs gestuurd en epidemiologen die de omgeving onderzochten: het voedsel, het water, de bodem. Maar de resultaten lieten niets ongewoons zien. Daarna testten ze de meisjes zelf – op brucellose, leptospirose en rickettsiose. Toch vonden ze niets. Het was net alsof de school was vervloekt. 

    De pijn werd erger. De uitbraak breidde zich uit tot honderden gevallen. De federale overheid stuurde een psychiater, dr. Nashyiela Loa Zavala, om de zaak te onderzoeken.

    In een rapport over de uitbraak noemt Loa Zavala, 32, het twaalfjarige meisje bij een pseudoniem, Zitlali, om haar identiteit te beschermen. De psychiater vroeg het meisje allereerst om haar toestand te beschrijven.

    ‘Ik heb geen kracht in mijn knieën en mijn rug doet pijn,’ zei Zitlali met een zwakke stem tegen Loa Zavala. ‘Ik ben gevallen omdat mijn klasgenoten me niet konden dragen.’

    Maar haar verhaal werd grimmiger. Zitlali vertelde dat ze donkere schaduwen zag en verontrustende geluiden hoorde. Zelfs bidden hielp haar niet om te kalmeren. Ze vertelde Loa Zavala dat ze zich verdrietig had gevoeld en niet goed had geslapen. Ze was bang dat ze de andere meisjes tot last zou zijn. Ze was bang dat ze verlamd zou raken.

    De plek was bedoeld als een toevluchtsoord, waar meisjes dichter bij God konden komen en aan de armoede konden ontsnappen

    Toen Loa Zavala naar haar opvoeding vroeg, zei Zitlali dat ze altijd al naar een kostschool had willen gaan omdat haar moeder overdag werkte en ze altijd alleen was. Ze had haar alcoholische vader niet meer gezien sinds haar ouders uit elkaar gingen, op haar tweede. Haar eerste stiefvader sloeg haar, en de politie kwam regelmatig naar het huis om in te grijpen in ruzies tussen hem en haar moeder, herinnerde Zitlali zich. Loa Zavala luisterde aandachtig en maakte aantekeningen.

    Zitlali’s tweede stiefvader was erger. ‘Hij heeft slechte gedachten, zijn geest is erg naar, ik moet altijd dicht bij hem zijn, hij zegt dat ik bij hem moet blijven’, zei Zitlali. Ze voegde eraan toe dat hij het leuk vond als ze een rok droeg ​​en dat hij soms met een camera ‘te dichtbij kwam van achteren’. En hoe graag ze er aanvankelijk ook naar uitkeek om van huis weg te gaan, ze zei dat ze bang was dat haar stiefvader zonder haar in de buurt ‘iets zou doen met [haar] kleine zusje’.

    Zusters van Maria

    De scheiding van haar broers en zussen was niet het enige wat haar in Girlstown van streek maakte. Ze was niet voorbereid op de strikte regels van de Zusters van Maria, een orde van nonnen met een hoofdkantoor in Zuid-Korea. Hun doel was om ‘sociaal verwaarloosde meisjes van arme families en families die afgelegen wonen, overal in Mexico waar het licht van de beschaving niet schijnt, op te leiden, met als doel hen tot waardige leden van de samenleving te maken.’ Om leerlingen te lokken, boden de zusters vier jaar gratis onderwijs, huisvesting en maaltijden aan. De plek was bedoeld als een toevluchtsoord, waar meisjes dichter bij God konden komen en aan de armoede konden ontsnappen.

    En toen vertelde ze Loa Zavala wie de spoken van Girlstown volgens haar waren. ‘Ik zie baby’s die hun navelstreng nog hebben, zoals foetussen,’ zei Zitlali. ‘Soms zijn ze erg lelijk en bloederig en hebben ze rode ogen en een gerimpeld gezicht.’

    Ze zei dat ze doodsbang was voor de baby’s, maar dat ze soms ineens in engeltjes veranderden. ‘De laatste keer dat ik er een zag, was het een baby zonder gezicht,’ zei ze. ‘Die bevond zich naast de Heer.’

    ‘Wanneer in de omgeving intense momenten van kwetsbaarheid (…) voorkomen, profiteren kwaadaardige geesten van die situatie’

    Loa Zavala is erin getraind kalm te blijven. Ze wist dat ze dit aankon. Toen vertelde Zitlali haar iets dat als een waarschuwing klonk: ‘We moeten voorzichtig zijn met onze ogen, want onze ogen kunnen ons naar de hel leiden.’ 

    Loa Zavala publiceerde in 2010 een paper over haar onderzoek in Girlstown. Zo’n vijftien jaar na de uitbraak die alle betrokkenen de stuipen op het lijf joeg, werd dit verhaal bevestigd door interviews uit de eerste hand met deelnemers. De Zusters van Maria reageerden niet op verzoeken van verslaggevers om het tehuis te mogen bezoeken, maar de toenmalige moeder-overste, zuster Margie Cheong, en Loa Zavala spraken openlijk over de gebeurtenissen in Girlstown.

    ‘Wanneer in de omgeving intense momenten van kwetsbaarheid (…) voorkomen, profiteren kwaadaardige geesten uit de denkbeeldige wereld van die situatie en worden ze gevaarlijk’, schreef dr. Nashyiela Loa Zavala in het International Journal of Psychoanalysis. ‘Ik zal nu situaties beschrijven die deze breuk met de werkelijkheid veroorzaken, waardoor de boze geesten worden toegelaten.’

    Jovita Sánchez Velasco

    Jovita Sánchez Velasco deed al wekenlang haar best om besmetting op de campus tegen te gaan. Ze probeerde kalm te blijven en te bidden, zoals de nonnen de leerlingen hadden opgedragen. Maar in januari 2007 werd de zachtaardige vijftienjarige ziek, net als vele anderen op haar slaapzaal. Haar onderlichaam deed pijn.

    ‘Het begon als een steek. Mijn benen deden pijn, alsof ze krijsten’, herinnert ze zich. ‘En ineens kon ik niet meer opstaan. Als ik het probeerde, zakte ik door mijn benen.’

    Tuxtepec, Mexico

    Jovita groeide op in Tuxtepec, een kleine stad die in een inham ligt van de Río Papaloapan in de staat Oaxaca. Ze was de jongste van vier kinderen. Toen ze acht was, vertrok haar vader naar de Verenigde Staten en liet het gezin achter. Haar moeder was wasvrouw, maar kon de huur niet betalen, dus ging Jovita werken als schoonmaker en babysitter. Ze hield van school, maar Jovita dacht dat ze net als veel andere kinderen – en vooral meisjes die in Mexico in armoede zijn geboren – zou moeten stoppen. Anders zou het gezin niet kunnen overleven. Toen kwamen de nonnen van de Villa de las Niñas, zoals Girlstown in Mexico bekend staat, naar de stad.

    Ze zeiden dat ze op zoek waren naar leerlingen voor een meisjesschool aan de rand van Mexico-Stad. Voor Jovita klonk het geweldig: gratis onderwijs, gratis huisvesting, gratis maaltijden. En het beste van alles was dat ze op deze manier een leven voor zichzelf kon opbouwen, buiten het steenarme Tuxtepec. De nonnen zeiden dat ze enkel de meest toegewijde leerlingen wilden. Jovita slaagde voor een wiskunde- en schrijfexamen en werd opgeroepen voor een gesprek op haar basisschool. De nonnen vroegen naar haar ouders, in wat voor huis ze woonde en hoeveel broers en zussen ze had. Ze wilden ook weten of ze haar lichaam onthaarde, haar haar had geverfd of tatoeages had. Ze was pas twaalf, dus die dingen waren niet eens bij haar opgekomen. In het najaar van 2003 boden de nonnen haar een plek aan in de bus naar Villa de las Niñas.

    De nonnen legden uit dat de kinderen niets konden meenemen: geen extra kleding, geen mobiele telefoons, geen sieraden, zelfs geen foto van hun moeder

    De nonnen legden uit dat de kinderen niets konden meenemen: geen extra kleding, geen mobiele telefoons, geen sieraden, zelfs geen foto van hun moeder. Alleen de kleren die ze droegen en verder niets. Ze moesten ook hun haar laten knippen voordat ze in de bus naar Girlstown stapten – tot twee vingers onder het oor. Meerdere leden van één gezin waren niet toegestaan. De school bood alleen leerlingen vervoer aan en alleen in één richting; ouders zouden zelf moeten betalen als ze mee wilden. Aangezien de meeste ouders de 300 peso’s voor de reis niet konden opbrengen, namen ze afscheid bij de vertrekkende bussen.

    De strenge regels hadden een doel: de nonnen geloofden dat ze, door discipline en gebed, jonge meisjes konden helpen die anders aan armoede waren overgeleverd in een land waar de helft van de bevolking arm is. Sommigen zouden non worden, de meesten zouden niet verder komen dan een middelbareschooldiploma. Leerlingen als Velasco namen alle regels in Girlstown voor lief in ruil voor iets dat ze nauwelijks kenden: hoop. 

    Jovita was zenuwachtig en huilde toen ze afscheid nam van haar familie. Maria, een ander meisje van haar school, was ook geselecteerd, dus Jovita zat tijdens de vijf uur durende bochtige rit naar Mexico-Stad in ieder geval naast een bekend gezicht. In de bus spraken de twee nauwelijks. Net als Jovita was Maria twaalf en zonder vader opgegroeid. Klasgenoten omschreven haar later als ‘zachtmoedig’ en ‘onschuldig’ – hoewel tegen de tijd dat ze Girlstown verliet er heel andere termen voor haar werden gebruikt.

    Chalco Girls www.worldvillages 1 1
    Het katholieke meisjesinternaat Villa de las Niñas nabij de Mexicaanse stad Chalco. – © worldvillages.com

    Ze reisden in een konvooi van drie bussen die waren gecharterd om meisjes uit de hele regio op te halen. Na een rit over de kronkelende pas tussen de twee vulkanen Popocatépetl en Iztaccíhuatl en naar beneden door het dichter bewoonde deel van de Vallei van Mexico, rolde het konvooi de gemeente Chalco binnen. Chalco, dat bezaaid is met schroothopen en groepjes betonnen huizen die Mexicaanse migranten zelf hebben gebouwd, werd beschouwd als het allerarmste gebied van Mexico-Stad en omstreken. In het noorden en oosten van de vallei, waar Chalco ligt, verzamelt zich veel smog en door de open rioolkanalen stinkt het er het grootste deel van het jaar. In het midden bevindt zich Villa de las Niñas.

    Het schoolterrein was gebouwd op 80 hectare goed onderhouden tuinen, en straalde een soort verdorde perfectie uit. Er waren uitgestrekte, bruinige grasvelden met paden die naar rotondes leidden en naar standbeelden van het kindje Jezus en de Maagd Maria. Veel van de paden waren omzoomd met hoge heggen waar vreemde vormen in waren gesnoeid, alsof de tuinman aan hallucinaties leed. De school werd beveiligd door een bewaker, een beveiligingstoren en een 6 meter hoge omheining met prikkeldraad. 

    Welkom in Girlstown

    Toen ze door de met spijlenpoorten van Villa de las Niñas reden, was Jovita nog in de veronderstelling dat ze als ze van boord gingen in de buurt van Maria zou kunnen blijven. Maar nadat ze uit de bus waren gestapt, werden ze van elkaar gescheiden. De nonnen zeiden dat ze in twee rechte lijnen moesten gaan staan ​​voor een grote gymzaal, waar ze vervolgens naar binnen werden geleid. De zaal stond vol scheidingswanden. Jovita werd achter een ervan geplaatst en kreeg de opdracht zich tot aan haar ondergoed uit te kleden en haar kleren op de grond te laten liggen. Een non gaf haar een wit overhemd met knopen, een lange blauwe rok en tennisschoenen. De nieuwe rok vond ze ‘echt lelijk’. Hij was ook te lang – de zoom sleepte over de vloer.

    De bussen zaten ook vol met meisjes die terugkeerden van een bezoek aan familie. De nonnen liepen door de gymzaal tussen hen door. Ze trokken overhemden omhoog, keken in schoenen en bladerden door boeken om te zien of er geen tekenen van de buitenwereld waren. Sommige meisjes logen als de nonnen hun ondergoed wilden controleren dat ze ongesteld waren, in een poging foto’s van huis naar binnen te smokkelen. Maar de nonnen lieten zich niet afschrikken. Jovita hoorde hoe een paar leerlingen begonnen te snikken toen de nonnen foto’s van de ouders en broers en zussen van meisjes in beslag namen. De nonnen controleerden ook ijverig oksels, gezichten en bikinilijnen op tekenen van harsen. Meisjes die zich hadden onthaard, werden ter plekke geschorst en weer in de bus gezet.

    Eén non kwam naar Jovita toe en bekeek haar aandachtig. ‘Heb je iets meegebracht?’ vroeg de non. Jovita zei nee. ‘Want als je iets bezit dat de andere meisjes niet hebben, zullen de andere meisjes gaan stelen,’ waarschuwde de non. Even later controleerden ze of haar naam op de lijst stond en vroegen ze of ze haar onderarm mochten zien. Een van de nonnen haalde een pen tevoorschijn en schreef op haar huid:

    Fase Drie, familie St. Bernadette, zesde verdieping

    Jovita sloot aan bij een lange rij meisjes die naar een gebouw van zes verdiepingen liepen dat bekendstond als Fase Drie. De meisjes marcheerden de trappen op en betraden een kamer met rijen stapelbedden. Dit was vanaf nu haar aangewezen ‘familie’. De bedden hadden drie verdiepingen en liepen door tot vlak onder het plafond. Jovita liep naar het midden van de kamer en koos een benedenbed.

    Dit was haar eerste nacht in Girlstown, en voor het eerst in haar leven was Jovita alleen, omringd door volslagen vreemden. Ze verwonderde zich over de stilte. Het leek erop dat niemand een geluid maakte waarvoor geen toestemming was gegeven. Om 21.00 uur gingen de lichten uit.

    Problemen

    Al snel werd duidelijk dat de school met problemen kampte.

    Er waren zo veel regels, bijna te veel, merkte Loa Zavala op. De meisjes mochten geen televisie kijken, tijdschriften lezen of naar de radio luisteren. Ze droegen allemaal hetzelfde uniform, kregen hetzelfde kapsel en aten hetzelfde voedsel. Nog verontrustender vond Loa Zavala dat de meisjes elk jaar op dezelfde dag in augustus hun verjaardag moesten vieren, namelijk op de oprichtingsdag van de school. Het was alsof de school vanaf het moment dat de meisjes aankwamen alle banden met de buitenwereld wilde verbreken.

    Ze leefden heel afgezonderd. De meisjes mochten in de zomer maar twee weken naar huis en met kerst ook twee weken. Bellen naar familieleden was niet toegestaan. Leerlingen mochten brieven ontvangen maar niet schrijven, en alle binnenkomende post werd gescreend. Emotionele verbindingen van welke aard ook tussen leerlingen en personeel werden ontmoedigd, evenals het meeste fysieke contact, merkte Loa Zavala op.

    Als een meisje te gehecht raakte aan een bepaalde zuster, of omgekeerd, werden de betrokken herverdeeld over aparte verdiepingen of torens. Bij een gebrek aan emotionele interactie met volwassenen, zochten de leerlingen soms troost bij elkaar. Een student vertelde Loa Zavala dat sommige meisjes graag naar hun klasgenoten keken terwijl ze baadden. Maar de nonnen zorgden er ook voor dat de meisjes nooit ‘te dichtbij’ elkaar kwamen. Bij het minste vleugje genegenheid tussen twee leerlingen, werden ze gescheiden.

    Vader Schwartz

    In hallen rond de campus hingen foto’s van de oprichter van de school, Aloysius Schwartz, een Amerikaanse priester met een buitengewoon brede glimlach, die in 1957 naar Zuid-Korea was vertrokken. Hij zette er een weeshuis op en opende uiteindelijk in 1985 de eerste Boystown en Girlstown in de Filippijnen. Zijn doel was om kinderen uit zeer arme gezinnen een betere toekomst te bieden, en hij ging een nauwe samenwerking aan met een orde van Koreaanse nonnen die bekend staat als de Zusters van Maria. Samen bouwden ze aan een netwerk van scholen waar momenteel op vijftien locaties over de hele wereld meer dan 20.000 leerlingen worden onderwijzen.

    Toen Schwartz in 1990 in Chalco begon te bouwen, had hij al de degeneratieve ziekte ALS en zat hij in een rolstoel. Ondanks zijn conditie was hij vastbesloten een ​​school in Mexico te bouwen en hij schreef een boek over zijn inspanningen, genaamd Killing Me Softly.

    Hij wilde de armen helpen, maar zijn gezondheid ging achteruit en het was onwaarschijnlijk dat hij de opening van de campus nog zou meemaken. Toen hij de laatste keer beschreef dat hij uit Mexico vertrok, bespiegelde hij over zijn beslissing de school op te zetten. ‘Ik had last van aanhoudende twijfel en knagende ongerustheid dat ik een fout maakte, misschien wel de grootste fout in mijn leven.’ Hij noemde de school zijn ‘onvoltooide symfonie’.

    Aanwijzing

    Tijdens haar gesprekken met de meisjes stuitte Loa Zavala op een belangrijke aanwijzing, een gebeurtenis die aan de uitbraak voorafging. Tijdens een excursie naar de Universidad de Anáhuac ongeveer een jaar eerder, een katholieke elite-universiteit in Centraal-Mexico, vond een van de leerlingen een tijdschrift met een handleiding voor het maken van een ouijabord.

    In het tijdschrift werd het de tabla genoemd, en het was gemakkelijk te maken: een bord waarop meestal de woorden JA en NEE aan beide uiteinden stonden, samen met een reeks cijfers en de letters van het alfabet, in twee rijen onder elkaar. Kinderen zoeken een rond stuk glas, plaatsen hun handen op de randen van het glas en laten het uit zichzelf ‘bewegen’. De tabla zou vragen beantwoorden en geesten oproepen om een gesprek mee aan te gaan. Een van de Girlstown-leerlingen – Maria, Jovita’s voormalige buurmeisje uit Tuxtepec – besloot er een te maken.

    Maria en haar klasgenoten begonnen ’s avonds laat ouija te spelen, op het dakterras van hun slaapzaal, nadat de avondlichten waren gedoofd. De meisjes slopen door een raam in de kapel op de zesde verdieping om te voorkomen dat de Zusters op de vloer wakker werden. Achteraf gezien vond Jovita het logisch dat Maria haar klasgenoten via ouija liet kennismaken met de occulte wereld. Maria was een natuurlijke leider, zei Jovita, die haar omschreef als mooi, met opvallende trekken. En leerlingen meldden dat Maria’s moeder ‘in haar geboorteplaats bekend stond als aanhanger van Santa Muerte [‘heilige dood’, een volksheilige die aanbeden wordt in Mexico] die bovendien bevoegdheden had als heks’.

    Volgens de verhalen zwierven geesten van meisjes uit het verleden die op school waren gestorven ’s nachts tussen de struiken door

    Rond de tijd dat leerlingen met de ouija geesten begonnen op te roepen, begon Jovita beelden te zien en geluiden te horen die ze niet kon verklaren. Op een avond ging ze naar de badkamer, in de veronderstelling dat ze alleen was, maar hoorde ze ineens beweging en werd er vlakbij doorgetrokken. Ze opende elk hokje om te bevestigen dat ze alleen was, maar hoorde toen de doortrek in het hokje waar ze was begonnen. Er was verder niemand. Doodsbang rende ze weg. 

    Met het wisselen van de stapelbedden weigerde Jovita in een bed te slapen dat bij een raam stond. Ze was bang voor wat ze te zien zou krijgen: volgens de verhalen die de andere meisjes haar vertelden zwierven geesten van meisjes uit het verleden die op school waren gestorven ’s nachts tussen de struiken door. De nonnen, die overwegend Zuid-Koreaans waren, waren zich nergens van bewust. Geen van de nonnen had ooit eerder een ouijabord gezien, herinnert zuster Cheong zich.

    Terwijl in het voorjaar van 2006 de belangstelling voor het ouijabord steeds verder toenam, vond ook het jaarlijkse basketbaltoernooi Girlstown plaats. Het was een geliefde traditie onder de leerlingen geworden, deels omdat het een van de meest vrije evenementen was die op de school waren toegestaan, en een waarin alle meisjes met elkaar in contact kwamen. Verschillende verdiepingen en afdelingen streden met elkaar om het kampioenschap en een jaar lang de eer.

    Gunst

    Volgens interviews besloot Maria haar hernieuwde connectie met de geestenwereld in te zetten. Ze riep met de ouija de andere wereld op en vroeg om een ​​gunst: dat het team van haar vriendin Liz het toernooi zou winnen. En ja hoor, het team van Liz werd kampioen.

    Het gerucht over Maria’s ‘magie’ verspreidde zich door de school. Het was een ondenkbare schending van de regels. Zwarte magie was zonder meer verboden. Dit was dus een overtreding. Het team van Liz verbleef bovendien op een andere slaapzaal, wat betekende dat Maria had samengespannen tegen het team van haar eigen zaal. Haar acties brachten iets teweeg. Misschien kwam dat vooral door het buitengewone vertoon van individualiteit en persoonlijke kracht, waardoor de machtsstructuren van Girlstown onderuit werden gehaald.

    Na het toernooi begonnen de deelnemers te klagen. ‘Het irriteerde veel adolescenten enorm’, merkte Loa Zavala op in haar rapport. ‘Ze waren zo boos dat ze erover klaagde tegen verschillende leidinghebbende Zusters, net zolang tot het verhaal de moeder-overste bereikte.’

    Zuster Cheong was verbijsterd. ‘Wat is ouija?’ vroeg ze. Enkele van de Mexicaanse lekenleraren legden uit dat het bord te maken had met het Mexicaanse brujería – hekserij. Het is ‘een instrument van de duivel, in staat om de ziel van mensen te veranderen en ze slechte dingen te laten doen,’ zeiden ze. Zuster Cheong bracht onmiddellijk een verbod uit om ouija waar dan ook op het schoolterrein te gebruiken.

    Verbanning

    Zuster Cheong probeerde er ook achter te komen wie het spel in hun midden had gebracht. Een non ondervroeg Maria, die ontkende het te spelen, maar een zoektocht in haar stapelbed bracht al snel een ouija-tabla aan het licht. Dit was een overtreding waardoor ze van school kon worden gestuurd. Maria wilde per se blijven. De wereld buiten was erger. Ze wilde verder met studeren.

    Zuster Cheong gaf haar vonnis: verbanning.

    ‘In het huis van God is dit soort spelen niet toegestaan,’ herinnert Cheong dat ze zei. 

    Er ging een enorme schok door Villa de las Niñas. Veel van de meisjes waren zowel bang als geïntrigeerd vanwege het feit dat Maria de regels negeerde en haar zwarte kunsten beoefende. Maria zelf was verbolgen. Waarom zou ze weg moeten als andere meisjes ook met het ouija-bord hadden gespeeld? Zuster Cheong hield voet bij stuk. De ontluikende heks zou worden verdreven en naar huis gestuurd zodra er regelingen konden worden getroffen. Maar het meisje weigerde te vertrekken zonder een blijvende indruk achter te laten.

    Toen Maria uit haar zaal werd gehaald en in een kamer afgezonderd van haar klasgenoten werd opgesloten, gebeurde er iets vreemds. De officiële verklaring is dat er een ‘wind’ door de kamer woei, maar op dat moment was er niemand bij Maria om het verhaal te bevestigen. De wind sloeg een deur dicht en Maria’s vinger bevond zich op dat moment tussen de deur. Misschien was het een ongeluk. Misschien niet. Hoe dan ook, de deur zou een stuk van Maria’s vinger af hebben gesneden, waardoor het bloed in de trap en in de gang spoot toen Maria werd afgevoerd.

    Jovita herinnert zich de huiveringwekkende nasleep uit eerste hand. ‘Er was overal bloed,’ zegt ze.

    Op haar weg naar buiten kwam Maria een groep voormalige slaapzaalgenoten tegen. Volgens Jovita en een aantal andere meisjes was dit het moment waarop Maria haar vloek uitsprak. De exacte woorden weet niemand meer – Maria werd kort daarna weggeleid en pogingen om haar de afgelopen jaren te vinden zijn mislukt – maar over de boodschap die ze overbracht is iedereen het eens. Die verspreidde zich als een smet over de campus totdat bijna elk meisje een versie van de vloek had gehoord.

    Ieder van jullie die mij beschuldigde of slecht over mij dacht, zal ziek worden. Jullie benen zullen ziek zijn. Jullie zullen niet kunnen lopen. Jullie zullen vervloekt worden.

    Geestverschijningen

    Na de uitbraak was het voor sommige leerlingen moeilijk om de realiteit te onderscheiden van nachtmerries, spoken en hallucinaties. Jovita herinnert zich een avond waarop veel van de zieke meisjes op één verdieping bijeen waren. Het verhaal ging rond dat een non die bekendstond als Moeder Citlali zich tussen de meisjes in hun bedden door bewoog en in stilte hun benen een voor een masseerde. Jovita zegt dat ze de moeder zag: ze droeg een sluier en sprak niet.

    ‘Omdat het donker was, zag ik alleen haar silhouet,’ herinnert Jovita zich. ‘En toen we zagen dat ze dichterbij kwam, zag ik dat het niet de moeder was, maar iets heel anders. Iets wits.’

    De volgende dag besloten Velasco en de meisjes van haar kamer dat ze bezoek hadden gekregen van de Maagd Maria.

    Verhalen over geesten en verschijningen van rusteloze zielen waren er in overvloed. ‘Aan een stuk door,’ herinnert Loa Zavala zich. ‘Ze hoorden kinderen huilen, baby’s huilen, zagen figuren in de duisternis.’ Soms zagen de leerlingen meisjes in de gangen ‘hangen’, volgens de verslagen die ze opgetekende.

    In haar paper noteerde Loa Zavala een bijzonder levendig voorbeeld van een Girlstown-legende: ‘Toen het internaat werd opgericht was er een meisje van ongeveer 12 jaar oud dat stierf aan een ziekte waardoor ze uit de mond bloedde’, schreef ze, mogelijk verwijzend naar tuberculose. ‘Sindsdien [is] dit meisje op verschillende plaatsen [gezien] en nu de meisjes ziek in hun benen [zijn], is ze nog vaker verschenen, in het wit gekleed, rennend over de velden, of ze verschijnt plotseling op de trap, soms met bloed op haar gezicht.’

    Al snel hadden de media van de mysterieuze uitbraak gehoord. Cameraploegen arriveerden in Chalco, de stad die de school omsingelde. Bezorgde ouders, wanhopig om hun dochters te redden, legden honderden kilometers af om ze van het internaat naar huis te brengen. Sommigen reisden vanaf afgelegen pueblos dagen per bus.

    Beschuldigingen

    De Zusters van Maria werden het belangrijkste aandachtspunt van de media en lokale berichten wezen op beschuldigingen van mishandeling binnen de muren van de school. Hoewel de moeder-overste de beschuldigingen in openbare verklaringen ontkende, raakte ze heimelijk in paniek. ‘Ik dacht dat er een virus was, een ziekte tussen in ons midden, in onze omgeving,’ zegt zuster Cheong nu. ‘Ik kon de meisjes niet naar hun huizen sturen zonder te weten wat er aan de hand was, want misschien zouden ze de ziekte meenemen naar hun dorp.’ 

    Al die tijd sprak Loa Zavala met de getroffen leerlingen, en vulde notitieboekjes en geluidsbanden. Slechts drie jaar na het afronden van haar opleiding behandelde Loa Zavala alle soorten gevallen, maar ze begon zich al langzaam te specialiseren. Het grootste deel van haar uren bracht ze door met adolescenten met psychosomatische aandoeningen. Sommige kinderen vertoonden meerdere persoonlijkheden. Anderen hadden te maken met dissociatie. Een jong meisje dat ze onderzocht, kreeg last van hysterische stuiptrekkingen. Maar de zaak Girlstown was van een schaal die ze nooit eerder had gezien. En ze kreeg een steeds sterker vermoeden wat er aan de hand was.

    Hysterie

    Conversiestoornis, of hysterie, blijft een van de grote mysteries van de geneeskunde.

    Een klinisch begrip ervan ontstond aan het einde van de negentiende eeuw onder leiding van Sigmund Freud, die het idee aanmoedigde dat psychologisch trauma bij bepaalde patiënten kan worden ‘omgezet’ in fysieke symptomen – ingebeeld door de hersenen, doorgegeven aan het lichaam en te genezen met intensieve therapie gericht op het naar boven halen van onderdrukte herinneringen en trauma’s. Hysterie, erkennen zelfs sceptici, wordt geactiveerd n die onkenbare fysiologische brug tussen de hersenen en de ‘geest’. Het is echt, maar ook niet, en een eeuw later nog steeds enigszins omstreden.

    Niettemin voert een lange en beruchte lijst van geregistreerde gevallen van hysterie terug tot aan de late middeleeuwen. Een van de bekendste is de danspest van 1518, toen een vrouw genaamd Frau Troffea koortsachtig begon te dansen in de straten van de Franse stad Straatsburg, zonder duidelijke reden. In de dagen en weken die volgden werd ze beetje bij beetje vergezeld door honderden andere mensen, waarvan velen dansten tot ze stierven.

    Dit is de meest essentiële en angstaanjagende dreiging van hysterie: iedereen is er vatbaar voor

    In een massahysterie-incident in 1962 in wat nu Tanzania is, op een meisjesschool van Duitse missionarissen, stond niet dansen maar lachen centraal. De Tanganyika-lachepidemie begon in een klaslokaal toen een leerling een grap maakte, waarna het lachsalvo dat ontstond zich steeds verder begon te verspreiden, totdat de school werd gesloten en duizenden mensen op onverklaarbare wijze dagenlang achtereen bleven lachen.

    Dichter bij huis en korter geleden, deed zich een incident voor op een militaire basis in San Diego. In 1988 leden tientallen mannen gedurende een periode van twaalf uur van het ene op het andere moment aan acute ademhalingssymptomen, waaronder hoesten, pijn op de borst en duizeligheid. Honderden rekruten werden uit een kazerne geëvacueerd, onderzocht en getest. Een paar werden in het ziekenhuis opgenomen. De lucht en het voedsel werden getest op gifstoffen, maar er werd nooit een medische oorzaak vastgesteld en de symptomen van de groep gingen weer over.

    Voor Loa Zavala was het onderwerp eindeloos fascinerend, en de zaak in Girlstown was van enorme waarde voor haar professionele onderzoek. ‘Er is een tak in de geneeskunde die niet langer gelooft dat hysterie bestaat’, zegt Loa Zavala. ‘En dan komt er zo’n zaak voorbij en denk ik: “Natuurlijk bestaat het! We zien hier een bewijs van honderden gevallen!”’

    Loa Zavala verklaarde later dat ze een bepaalde verwantschap voelde met haar nieuwe patiënten. Ze leek op de leerlingen in Girlstown: ze had zwart haar dat tot op haar schouders viel en een amandelkleurige huid – het soort teint dat gewoonlijk ‘mestiza’ wordt genoemd. Ze zei dat ze zich geroepen voelde om de meisjes terug te brengen in de realiteit. Het was een lastige missie. Tijdens haar interviews kwam ze erachter dat Villa de las Niñas eigenlijk een ontsnappingsoord was voor ergere gruwelen buiten de muren. De verschrikkingen hadden de meisjes in een of andere vorm tot in hun nieuwe verblijf achtervolgd.

    Psychologische triggers

    Loa Zavala’s methode was om manifestaties van fysieke symptomen terug te voeren op wat vermoedelijk psychologische triggers waren, vaak onderwerp die voor de patiënt moeilijk en beangstigend waren om op te graven. Maar geleidelijk, door urenlang met Loa Zavala te hebben gezeten, begonnen de meisjes beter te worden. Bij Zitlali, een van de eerste meisjes die Loa Zavala interviewde – het meisje dat zich herinnerde dat ze bloedige baby’s had gezien – begonnen de symptomen te verdwijnen toen de psychoanalist met haar werkte. ‘Wat haar hielp, was praten: over haar dromen, hoe bang die haar maakten, over haar stiefvader’, herinnert Loa Zavala zich. ‘Ik merkte dat het wat beter ging als ze over deze dingen sprak. De volgende dag liep ze weer normaal.’

    Hysterie, legt Loa Zavala uit, is een audiovisuele besmetting. Pas als je iemand met de symptomen ziet en hoort kun je die gaan repliceren. Als je ze vaak genoeg ziet, nemen ze je over. Dit is de meest essentiële en angstaanjagende dreiging van hysterie: iedereen is er vatbaar voor.

    Loa Zavala begon een aantal overeenkomsten tussen de meisjes te zien met wie ze dag na dag in een kaal klaslokaal doorbracht. Velen kwamen uit disfunctionele gezinnen en werden misbruikt. Een zestienjarig meisje, die ze identificeerde als Soledad, beschreef hoe haar moeder haar sloeg als ze boos was, ‘met een elektriciteitssnoer of met haar schoen, maar één keer ging ze door tot ik bloedde.’ 

    ‘Niemand houdt van hoe ik ben,’ zei Soledad in het lokaal tegen Loa Zavala. ‘Ik weet dat er iets slecht aan mij is, maar ik zou liever hebben dat het niet zo was.’

    Traditionele Chinese therapie

    Wat zuster Cheong betrof was het Kwaad in hoogsteigen persoon haar school binnengevallen. Een van haar eerste reacties was dan ook om een ​​priester een exorcisme te laten uitvoeren. Het leek niet te werken. De nonnen probeerden ook een traditionele Chinese therapie, waarbij ze plantenpoeder op de benen van de meisjes strooiden en het vervolgens in brand staken. Ook dat genas hen niet.

    Maar onder de hoede van Loa Zavala ging het uiteindelijk beter met Soledad. Soledad wilde het lokaal niet verlaten, merkte Loa Zavala op in haar rapport. ‘Het was moeilijk voor haar om afscheid van me te nemen’, schreef ze. ‘Ze probeerde langer bij me te blijven.’

    ’s Nachts, bij haar thuis in het centrum van Mexico-Stad, kreeg ook Loa Zavala nachtmerries. Misschien kwam het door het alle beschrijvingen van de meisjes over echtscheiding en verbroken relaties. Ze dacht eraan hoe de meisjes in Maria’s slaapzaal vertelden dat ze Maria in hun dromen zagen en schreeuwend wakker werden. ‘Maria brandde, werd omringd door vlammen en vertelde ons lachend dat we de volgende zouden zijn, dat het onze schuld was omdat we haar beschuldigden’, citeert Loa Zavala een meisje in haar verslag.

    videostill youtube 1
    Leerlingen op een Girlstown-school in de Fillipijnen. – © YouTube

    Gedurende de dag, toen Loa Zavala in het lokaal zat te praten met de doodsbange meisjes, gebeurde er iets vreemds. Loa Zavala begon symptomen in haar benen te voelen, hoewel ze het gevoel probeerde af te zwakken. Ze beschreef ook het gevoel dat de nonnen – zonder dat ze ze kon zien – meeluisterden tijdens haar sessies met de Girlstown-leerlingen. Ze zei dat anderen in het medische team dat gevoel ook hadden, maar dat ze geen bewijs hadden voor hun vermoeden. Als Loa Zavala het hele gebeuren nu beschrijft, spreidt ze haar armen en knikt naar haar rechterhand. ‘Dit is gezondheid’, zegt ze en knikt dan naar haar linkerhand. ‘Dit hier is ziekte.’

    Dan doet ze haar handen tegen elkaar. ‘Na een tijdje is de grens niet altijd meer even duidelijk.’

    Laatste redmiddel

    Tussen oktober 2006 en juni 2007 werden meer dan 500 leerlingen, een leraar en enkele religieuze moeders besmet. Naar schatting werden 300 meisjes naar huis gestuurd.

    Op het hoogtepunt van de uitbraak, in maart 2007, probeerden de Zusters van Maria Maria’s familie te bereiken. Als laatste redmiddel wilde zuster Cheong proberen of de vermeende hekserij kon worden teruggedraaid.

    Maar na haar uitzetting waren Maria en haar gezin van Tuxtepec naar Veracruz verhuisd. Ze lieten geen informatie achter. In de derde wereld, waar het grootste gedeelte van Mexcio toe behoort, is het gebruikelijk dat mensen elkaar gewoon uit het oog verliezen. Miljoenen mensen wandelen de woestijn in om naar de Verenigde Staten te emigreren. Mensen migreren ook intern, van staat naar staat, op zoek naar werk. Na meer dan een decennium van intens drugsoorlogsgeweld worden tienduizenden mensen in Mexico officieel vermist, hoewel dit aantal volgens mensenrechtenwerkers veel hoger ligt.

    ‘We hebben echt ons best gedaan haar te vinden’, zegt Loa Zavala. ‘Ik hechtte daar persoonlijk groot belang aan.’ Ondanks al deze inspanningen is Maria nooit gelokaliseerd. Ze was verdwenen.

    ‘Hun lichamen moesten iets overbrengen (…) Via deze symptomen probeerden de meisjes iets te zeggen, verandering teweeg te brengen.’

    Alle leerlingen die op school bleven, herstelden uiteindelijk en vertoonden geen symptomen meer in hun benen. Een laatste federaal rapport over de zaak, ondertekend door Loa Zavala en verschillende andere wetenschappers en artsen, verklaarde dat de diagnose van het verlammingsincident in Girlstown in 2006 en 2007 een conversiestoornis was, die valt onder de psychogene bewegingsstoornissen (PMD)[conversiestoornis is waarschijnlijk de meest voorkomende PMD en wordt gedefinieerd als onverklaarde sensorische of motorische gebreken die wijzen op een neurologische of andere medische aandoening]. 

    ‘Een kind dat zich in een gezonde omgeving bevindt zou niet tot die uitersten hoeven gaan om uit te drukken wat het voelt,’ zegt Loa Zavala nu. ‘Hun lichamen moesten iets overbrengen (…) Via deze symptomen probeerden de meisjes iets te zeggen, verandering teweeg te brengen.’

    Hoewel Girlstown open blijft, heeft de crisis de carrière van zuster Cheong aangetast. In november 2007, nadat de symptomen onder de leerlingenpopulatie grotendeels waren verdwenen, werd de moeder-overste teruggeplaatst naar Zuid-Korea. Zuster Cheong zegt vanuit de stad Busan dat de kritiek die op de school werd geuit, op zijn minst gedeeltelijk geworteld was in culturele stereotypen over de strengheid van de regels in Oost-Aziatische samenlevingen. ‘Koreanen zijn strikt,’ zegt ze lachend. ‘En we hebben een hard brein, en daarom lijden onze meisjes. (…) Dat vond ik wel vernederend.’ (Verzoeken om commentaar van World Villages, de organisatie die de school runt, werden afgewezen.)

    Tot op de dag van vandaag gelooft ze dat de hysterie die de Girlstown-leerlingen trof, een test van God was. Ze zegt dat ze het geloof nooit heeft verloren. ‘Ik weet dat ik echt mijn best heb gedaan,’ zegt Cheong. ‘Ik hou van Mexico, ik hou van onze meisjes.’

    Gemengde gevoelens

    Na de uitbraak spaarde de moeder van Jovita wat geld om haar dochter op te halen in Chalco. Toen de bewakers van Girlstown de moeder van Jovita door de poorten lieten, omhelsde Jovita haar en zei dat ze Girlstown niet wilde verlaten, hoe erg de symptomen ook zouden worden. Ze hield van het buitenleven, van de liedjes. Maar er was daar iets vreemds aan de hand, en wat haar moeder betrof konden ze geen verdere risico’s nemen.  

    Jovita zegt dat ze haar tijd in Girlstown altijd met gemengde gevoelens zal herinneren. De uitbraak was beangstigend en de belofte dat Girlstown haar pupillen uit de armoede zou halen, ging voor haar niet op. Ze leidt een bescheiden bestaan in haar geboorteplaats en is niet erg religieus meer. Maar de school had iets bijzonders, legt ze uit. De moeder-overste inspireerde haar en Jovita verloor nooit haar hoop.

    Toch keerde ze nooit meer terug naar Girlstown.

    Joshua Davis en Allison Keeley hebben bijgedragen aan dit verhaal.

    Daniel Hernández is een cultuurverslaggever bij de Los Angeles Times. Hij werkte eerder als redacteur van Vice Mexico en als Styles-verslaggever voor The New York Times. Hij is de auteur van Down & Delirious in Mexico City.

  • Ivan Krastev: ‘Populisme normaal vinden is gevaarlijk. Hysterie ook’

    Ivan Krastev: ‘Populisme normaal vinden is gevaarlijk. Hysterie ook’

    Wat doe je als, zoals in Polen, een populistische partij democratisch aan de macht komt? Met passie je waarden verdedigen, schrijft Ivan Krastev, maar ook je gevoel voor verhoudingen bewaren.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen zondag vonden in Polen, Roemenië en Portugal verkiezingen plaats. Op 1 juni zullen in Polen de rechts-conservatieve kandidaat Karol Nawrocki en de links-liberale kandidaat Rafał Trzaskowski het tegen elkaar opnemen in de tweede en definitieve stemronde. De Polen staan voor de keuze tussen de populistische en nationalistische partij PiS en de liberale partij Platforma Obywatelska.
    Wat nu als PiS de verkiezingen wint, een partij die erom bekendstaat dat ze de afgelopen acht jaar de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van rechters en media probeerde uit te hollen? Politiek waarnemer Ivan Krastev legt in dit artikel uit 2018 van The New York Times uit wat je in ieder geval niet moet doen: de tactieken van rechts overnemen waarbij populisten juist gedijen.

    De tv-film Burning Bush uit 2014 van de legendarische Poolse filmmaakster en Solidariteit-activiste Agnieszka Holland was een van de belangrijkste culturele evenementen van de laatste jaren in Midden-Europa. Het is een thriller die zich afspeelt in 1969, kort nadat de Tsjechische student Jan Palach zichzelf in brand heeft gestoken uit protest tegen de Sovjetbezetting van zijn land en om de aandacht te vestigen op de pogingen van de autoriteiten om het leven in Tsjecho-Slowakije daarna te ‘normaliseren’. Palach wilde met zijn daad een eind maken aan deze banalisering van het kwaad.

    Drie jaar na het verschijnen van de film, in de middag van 19 oktober, stak de 54-jarige Piotr S., vader van twee kinderen, zichzelf in brand voor het Cultuurpaleis in Warschau, dat nog uit de Sovjettijd dateert. Het protest van S. was gericht tegen het beleid van de uiterst rechtse Poolse regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid, die in zijn ogen een dodelijk gevaar vormde voor de democratie in Polen. In een pamflet dat hij voor zijn zelfmoord uitdeelde, was hij vastberaden: ‘Ik heb de vrijheid boven alles lief en daarom heb ik besloten mezelf op te offeren; ik hoop dat mijn dood het geweten van veel mensen wakker zal schudden.’

    Ik weet niet of Piotr S. ooit Burning Bush heeft gezien, maar zijn daad was zeker een echo van het offer dat Jan Palach bijna een halve eeuw eerder had gebracht. De zelfverbranding van S. leidde in Polen tot verhitte discussies. Volgens sommigen was zijn zelfmoord eerder het gevolg van een depressie dan van de politiek. Anderen vreesden dat dit de aanzet was tot een golf van dergelijke zelfmoorden en vonden dat de media niet over deze choquerende daad moesten berichten. En dan waren er nog degenen, onder wie Agnieszka Holland zelf, die S. op het schild hieven als de ware opvolger van Palach, en zijn gebaar zagen als een wanhopige poging om de Polen de ernst van de huidige situatie duidelijk te maken. ‘Vuur vernietigt,’ zegt Holland, ‘maar het verlicht ook. Net als woede.’

    Lastige vragen

    Dit Poolse debat onderstreept de lastige vragen waarmee de tegenstanders van populistisch rechts zich geconfronteerd zien: wat is de beste manier om te strijden tegen een regering die je verafschuwt, maar die niemand heeft vermoord, slechts weinigen (of misschien wel niemand) gevangen heeft gezet en die op een legale manier aan de macht is gekomen – maar wel een bedreiging vormt voor de liberale democratie zoals wij die kennen? Waar trek je de grens tussen leven in een democratie waarin de partij die jij verschrikkelijk vindt de vrije verkiezingen heeft gewonnen, en leven in een dictatuur waarin de oppositie misschien nooit meer wordt toegestaan om te winnen? Is de ‘normalisatie’ van populisten de grootste bedreiging voor Europa, of moeten we ook de hysterie van hun tegenstanders vrezen? En kunnen de vormen van verzet die effectief waren tegenover de communistische en fascistische dictaturen ook effect hebben tegenover de democratisch gekozen, onliberale regeringen van vandaag?

    Helaas zijn er in de geschiedenis niet veel antwoorden op deze vraag te vinden. De herinneringen van degenen die de jaren dertig van de vorige eeuw overleefden – een heel goed voorbeeld is Kanttekeningen bij Hitler van Sebastian Haffner – waarschuwen voor het gevaar dat een dictatuur genormaliseerd raakt, zeker wanneer de nieuwe dictator door het volk is gekozen. Dat klinkt logisch. Maar er is ook een veelzeggend tegenvoorbeeld: in de jaren zeventig waren jonge linkse radicalen zo geobsedeerd door hun idee dat er geen grote verschillen bestonden tussen nazi-Duitsland en de naoorlogse Bondsrepubliek, dat ze totaal verkeerde keuzes maakten en soms uiteindelijk terroristen werden en vijanden van de democratie.

    Wat kunnen we hieruit leren? Wie de grens wil trekken tussen democratie en dictatuur moet de passie en de bereidheid hebben om zijn waarden te verdedigen. Maar hij of zij moet ook gevoel voor verhoudingen bezitten.

    Het populisme gedijt wanneer de politiek meer over symbolen gaat dan over inhoud

    Verzet tegen de huidige populistische regeringen is vooral moeilijk omdat de winst van deze populisten in de democratische politiek allereerst een overwinning is van intensiteit op consistentie. Het populisme gedijt wanneer de politiek meer over symbolen gaat dan over inhoud. De harde kern van de populistische kiezers – in Polen en elders – zal het haar leiders gemakkelijk vergeven als maatregelen mislukken of ze van koers veranderen. Maar die kiezers pikken het niet wanneer hun populistische kruisvaarders zich als ‘normale politici’ gaan gedragen. Daarom past het doen alsof we terug zijn in het Duitsland van de jaren dertig of in het Oost-Europa van de jaren zeventig paradoxaal genoeg prima in het straatje van de populisten.

    Anders dan hun fascistische voorgangers streven de populisten van vandaag niet naar een verandering van de samenleving. Zij willen dat die wordt behouden en bevroren. Zij staan voor het verzet tegen de veranderingen in het moderne leven – technologische, economische en demografische – die gezien worden als een permanente revolutie. En de enige oplossing die ze te bieden hebben, is afbraak. Zo combineren de huidige populisten een revolutionaire intensiteit met een zeer magere ideologie.

    Toen Piotr S. zichzelf in brand stak, wilde hij iets doen tegen de normalisatie van het huidige regime in Polen, een regime dat hij kennelijk bijna even gevaarlijk vond als het communistische regime dat eraan voorafging. Maar wat hij niet zag was dat de populisten van vandaag, anders dan de communisten uit de jaren zeventig, niet op zoek zijn naar normalisatie – ze zijn er bang voor. Na vele maanden van protesten in Polen is de steun voor de regering alleen maar toegenomen. De regeringspartij wil de samenleving juist diep gepolariseerd houden. Die verdeeldheid en die hoge inzet imiteren is niet de manier om de populisten te verslaan.