Tag: Iguala

  • Ouders van vermoorde Mexicaanse studenten waren doelwit van spyware

    Ouders van vermoorde Mexicaanse studenten waren doelwit van spyware

    Nadat hun kinderen waren vermoord of ontvoerd, smeekten de ‘ouders van Ayotzinapa’ keer op keer bij hun overheid om waarheid en gerechtigheid. Veel wijst erop dat hun telefoons waren gehackt met de omstreden surveillancesoftware Pegasus. Het verhaal van een doofpotaffaire.

    Vrijdenkersfestival: tegen de macht

    Van 28 tot en met 31 oktober vindt in De Balie in Amsterdam het Vrijdenkersfestival plaats, met dit jaar als thema ‘tegen de macht’. Vier dagen lang programma’s over en met vrijheidsstrijders en dissidenten. Kunst, discussie en verhalen met nationale en internationale journalisten en vrijdenkers die zich verzetten tegen een totalitair regime. Is Amsterdam nog altijd een veilig toevluchtsoord voor dissidenten en andersdenkenden? Welke vrijheden staan bij ons op het spel? Wat betekent het om tegen de stroom in te zwemmen, en hoe hou je dat vol?

    Onderzoeksjournalist Pavla Holcova is een van de sprekers tijdens het programmaonderdeel ‘Persvrijheid of zelfscensuur’ op zaterdag 29 oktober om 19.30 in De Balie in Amsterdam.

    Dit artikel krijg je van ons cadeau. Wil je meer internationale kwaliteitsjournalistiek lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang elke week vrijblijvend onze selectie van de week in je inbox.

    Belangrijkste bevindingen

    De namen van familieleden van studenten die werden vermoord of ontvoerd in wat bekend is komen te staan als de Ayotzinapa-zaak, stonden op een lijst van mensen die mogelijk werden gecontroleerd met Pegasus, geavanceerde spyware van het Israëlische cyberbedrijf NSO Group.

    Onder hen waren een advocaat van het bekende mensenrechtencentrum Tlachinollan – dat de families juridische bijstand verleende – en het hoofd van deze organisatie, de antropoloog en bekroonde mensenrechtenactivist Abel Barrera.

    De Mexicaanse overheid heeft het gebruik van Pegasus toegegeven, maar beweert de spyware alleen te hebben ingezet tegen zware criminelen, en niet tegen activisten.

    Cristina Bautista groeide op in een stoffig dorp, omringd door maïsvelden, hoog in de bergen van de staat Guerrero in Mexico. Ze hield het grootste deel van haar leven het hoofd boven water door alles te verkopen wat ze maar bij elkaar kon scharrelen: brood, pozole (traditionele soep), en snuisterijtjes gemaakt van palmbladeren.

    Ze prijst zichzelf gelukkig met haar huisje, dat is opgetrokken uit beton, in plaats van uit golfplaten en planken. Een onderkomen dat ze zich pas kon veroorloven na jarenlange arbeid in de Amerikaanse staat Connecticut.

    Ze is niet rijk, machtig of beroemd. Zelfs in het arme Mexico behoort ze tot de allerarmsten. Toch heeft haar eigen overheid misschien honderdduizenden dollars uitgegeven om haar onder een van de extreemste vormen van surveillance te plaatsen, waarbij haar mobiele telefoon werd gehackt met krachtige Israëlische spyware.

    Wat is er dan zo bedreigend aan Bautista?

    Ayotzinapa

    Dat ze een slachtoffer is – alleen dat. Zij en enkele tientallen andere treurende ouders hebben jarenlang informatie geëist over wat er met hun kinderen was gebeurd: drieënveertig studenten van een opleiding voor plattelandsleraren in het gehucht Ayotzinapa die op 26 september 2014 werden ontvoerd na een bloedige botsing met de politie in Iguala, een stad in het zuidwesten van Mexico. De studenten waren op weg om in het tweehonderd kilometer verderop gelegen Mexico-Stad het bloedbad van Tlatelolco te herdenken, waarbij in 1968 tientallen, mogelijk honderden betogers tegen de Olympische Spelen die dat jaar in Mexico-Stad zouden plaatsvinden, door Mexicaanse strijdkrachten werden vermoord.  

    Benjamin, Bautista’s negentienjarige zoon, was een van deze desaparecidos: ‘verdwenenen’. Een term die in het Spaans rillingen veroorzaakt. Mexico heeft een gruwelijke staat van dienst op het gebied van buitengerechtelijke executies: zij die verdwenen worden bijna altijd dood teruggevonden, na maanden of jaren van kwellende onzekerheid voor hun dierbaren.

    Hoeveel kost surveillance?

    Hoeveel het precies kost om iemand te laten surveilleren met Pegasus is niet bekend, maar uit de landen waar de spyware is gebruikt zijn berichten gelekt die duidelijk maken dat het om heel veel geld gaat.

    In Ghana bleek een contract tussen de overheid en een lokale Pegasus-wederverkoper acht miljoen dollar voor slechts vijfentwintig interventies te behelzen, wat neerkomt op maar liefst 320.000 dollar per persoon. (Het land heeft naar verluidt slechts vier miljoen dollar betaald.)

    Volgens een beëdigde verklaring in een verzoek tot uitlevering inzake de voormalige Panamese president Martinelli van de VS aan Frankrijk, had hij 13,4 miljoen dollar verduisterd waarmee hij software van NSO kocht om honderdvijftig ‘targets’ (zakenlieden, parlementariërs van de oppositie en vakbondsactivisten) te laten afluisteren.

    In Mexico kwam de nieuwswebsite Aristegui Noticias met de onthulling dat de landelijke procureur-generaal en een Mexicaanse wederverkoper voor NSO een contract hadden afgesloten waarin sprake was van vijfhonderd interventies voor 32 miljoen dollar: 64.000 dollar per persoon.

    In de ogen van veel Mexicanen is deze zaak kenmerkend voor het geweld dat het land sinds het midden van de jaren 2000 teistert – en voor het onvermogen van de regering om hier iets aan te doen. In een onthullingsschandaal uit 2017 bleek dat de Mexicaanse staat Pegasus had gebruikt om internationale onderzoekers die zich met de zaak bezighielden in de gaten te houden. Nu blijkt dat de surveillanceactiviteiten mogelijk systematischer zijn geweest dan aanvankelijk het geval leek.

    The Pegasus Project

    The Pegasus Project, een internationaal samenwerkingsverband van tientallen journalisten en mediabedrijven die onderzoek doen naar de NSO Group en naar mensen die doelwit zouden zijn geweest van het Pegasus-spywaresysteem, heeft aanwijzingen dat de surveillance werd uitgebreid naar de wanhopige en armlastige families van de eerdergenoemde studenten, hun advocaten en ten minste één lokale ambtenaar die zich met de toedracht van de verdwijningen heeft beziggehouden.

    Alle telefoonnummers van deze mensen stonden op een lijst van meer dan vijftigduizend nummers die tussen 2016 en 2020 door klanten van NSO Group zouden zijn geselecteerd. Verslaggevers konden de eigenaren van honderden nummers identificeren. Het Security Lab van Amnesty International voerde forensisch onderzoek uit op tientallen bijbehorende telefoons. Daaruit bleek dat de bevindingen van de verslaggevers correct waren. Uit interviews, documenten en ander materiaal kwam nog meer bewijs naar voren. Vermelding van een nummer op zo’n lijst betekent overigens nog niet dat er echt is afgeluisterd. Het kan ook zijn dat dit is mislukt, of dat ervan is afgezien. NSO Group heeft de beschuldigingen in een aantal verklaringen tegengesproken.

    Forensisch onderzoek naar telefoons

    Het sterkste bewijs dat de gelekte lijst van vijftigduizend Pegasus-doelen betreft, kwam voort uit forensische analyse.
    Het Security Lab van Amnesty International onderzocht de data van 67 telefoons waarvan de nummers op de lijst stonden: 37 telefoons vertoonden sporen van Pegasus-activiteit; 23 telefoons waren succesvol afgeluisterd en bij 14 waren er tekenen van pogingen daartoe. Wat er met de overige dertig telefoons was gebeurd bleef onduidelijk, in een aantal gevallen viel dat niet te achterhalen omdat de toestellen waren vervangen.

    Vijftien telefoons waren Androids. Anders dan iPhones registreren die niet het soort informatie dat Amnesty nodig heeft voor haar speurwerk. Drie Android-telefoons bevatten echter sporen van ‘targeting’, zoals aan Pegasus gekoppelde sms-berichten.

    In een deelverzameling van 27 geanalyseerde telefoons vonden onderzoekers van Amnesty International 84 afzonderlijke sporen van Pegasus-activiteit die nauw overeenkwamen met de nummers op de gelekte lijst. In 59 van deze gevallen verschenen de Pegasus-sporen binnen 20 minuten na selectie. In 15 gevallen verscheen het spoor binnen één minuut na selectie.

    ‘Extreem pervers’ noemde Carlos Martín Beristain, een van onderzoekers, de onthullingen over familieleden die in de gaten zouden zijn gehouden.

    ‘In plaats van te onderzoeken wie de daders waren van de ontvoering van de drieënveertig studenten, en wie daarvoor de verantwoordelijkheid droegen, besloot men de slachtoffers te criminaliseren,’ zo zei hij tegen OCCRP (Organized Crime and Corruption Reporting Project, een niet-gouvernementele organisatie van onderzoekscentra, media en journalisten in Europa, Afrika, Azië, het Midden-Oosten en Latijns-Amerika – de enige journalistieke organisatie die zich voltijds bezighoudt met en gespecialiseerd is in georganiseerde misdaad en corruptie.)

    Dat Pegasus in Mexico werd gebruikt was geen geheim. Zo was al vast komen te staan dat vijfentwintig mensen met spyware waren ‘besmet’, onder wie journalisten die verslag deden van kartelgeweld, de weduwe van een vermoorde verslaggever en gezondheidsactivisten die pleitten voor belasting op frisdrank. Een en ander kwam aan het licht na de ontdekking van verdachte sms-berichten.

    NSO Group houdt vol dat het zijn software alleen aan overheden verkoopt voor legitieme wetshandhavings- en inlichtingenoperaties

    Wat dit geval anders maakt, is de grootschaligheid van de onthullingen, waardoor er een beter beeld is ontstaan van wat NSO-klanten belangrijk vinden. De data omspannen ruim vijftienduizend Mexicaanse nummers, waarvan er vele toebehoren aan mensen van wie, dankzij forensisch onderzoek, reeds bekend was dat ze doelwit zijn geweest van spyware.

    Afgezien van ‘de ouders van Ayotzinapa’ omvatten de gelekte gegevens clusters telefoonnummers rond leden van een lerarenvakbond, journalisten en mensenrechtenactivisten in heel Mexico, en de naaste omgeving van Andrés Manuel López Obrador, de progressieve politicus die de landelijke verkiezingen van 2018 won.

    Zelfs een journalist van The New York Times was doelwit: hij werd afgeluisterd, kort voordat hij een belangrijk artikel publiceerde over hoe NSO-software werd gebruikt om onderzoekers en een mensenrechtengroep die aan de Ayotzinapa-zaak werkte te bespioneren.

    NSO Group houdt vol dat het zijn software alleen aan overheden verkoopt voor legitieme wetshandhavings- en inlichtingenoperaties. De Mexicaanse overheid heeft soortgelijke verklaringen afgegeven. Tijdens een persconferentie in 2017 gaf de toenmalige president Enrique Peña Nieto toe dat zijn regering Pegasus had gekocht – maar alleen om de georganiseerde misdaad te bestrijden en ‘de nationale veiligheid te handhaven’.

    ‘Deze regering verwerpt categorisch elke inmenging in de privélevens van burgers,’ zei Peña Nieto destijds.

    Peña Nieto heeft niet gereageerd op vele verzoeken om commentaar. Miguel Ángel Osorio Chong, zijn minister van Binnenlandse Zaken, verzekerde journalisten van het Pegasus Project dat het ministerie ‘nooit, nooit toestemming heeft gegeven om iets te ondernemen dat met hacking te maken heeft en nooit heeft geweten dat Cisen [de toenmalige inlichtingendienst van Mexico] de Pegasus-hack-kit bezat of had verworven.’

    De huidige president, López Obrador, heeft gezegd dat zijn regering Pegasus niet gebruikt en dat hij zal onderzoeken of Mexicaanse instanties nog actieve contracten hebben voor de spyware. ‘Als er een overeenkomst bestaat, moet die worden opgezegd. Het zou beschamend als mijn naaste omgeving doelwit is geweest.’

    Repressief instrument

    Voor de ‘ouders van Ayotzinapa’ kan de onthulling dat ze mogelijk door hun eigen overheid zijn bespied, niet als een verrassing zijn gekomen. De meesten hadden dat gevoel al jaren. ‘Reken maar dat ze ons in de gaten hielden!’ zegt Bautista. ‘Telkens als we naar buiten gingen, volgde een patrouille ons.’

    Melitón Ortega, wiens neef Mauricio werd ontvoerd, stond ook op de lijst van doelwitten. ‘Pegasus is niet meer dan het nieuwste repressieve instrument van de staat. Ik heb altijd het vermoeden gehad dat de autoriteiten mij volgden,’ zo vertrouwde hij de Britse krant The Guardian toe.

    Ondertussen stelt de NSO Group dat de door verslaggevers gebruikte gegevens verkeerd zijn geïnterpreteerd. Naar eigen zeggen staat het bedrijf niet toe dat zijn klanten misbruik maken van zijn software.

    ‘NSO wil niets te maken hebben met deze kwaadaardige en lasterlijke campagne’

    ‘Genoeg is genoeg!’, zo luidde een verklaring vanuit Tel Aviv: ‘NSO zal niet meer reageren op vragen van de media over deze kwestie en wil niets te maken hebben met deze kwaadaardige en lasterlijke campagne.’ Het bedrijf herhaalde dat de nummers op de lijst niet noodzakelijkerwijs Pegasus-doelwitten waren. Wel zou het bewijs dat zijn technologieën zijn misbruikt ‘grondig onderzoeken’.

    ‘NSO zal haar missie voortzetten om levens te redden, overheden wereldwijd te helpen terreuraanslagen te voorkomen, netwerken op het gebied van pedofilie, seks en drugshandel te ontrafelen, vermiste en ontvoerde kinderen op te sporen, overlevenden te vinden onder het puin van ingestorte gebouwen en het luchtruim te beschermen tegen ontwrichtende penetratie door gevaarlijke drones.’

    Geen mededogen

    De Mexicaanse staat Guerrero, die grenst aan de Grote Oceaan, is weelderig begroeid. Cactussen schurken tegen bossen aan, op kleine familieboerderijen worden voornamelijk maïs en bonen geteeld.

    Ondanks het weelderige landschap is dit een van de armste gebieden van Mexico. Het is in hoge mate afhankelijk van de papaverteelt. Een jongen die opgroeit in Guerrero heeft geen riante vooruitzichten. Hij kan naar het noorden trekken, zich aansluiten bij lokale narcobendes, zoals de machtige Guerreros Unidos. Of, als hij leergierig en een beetje maatschappelijk betrokken is, een plek proberen te veroveren op de beste school in de buurt.

    De hogeschool voor plattelandsdocenten Raúl Isidro Burgos, die beter bekend staat als Ayotzinapa (naar het gelijknamige gehucht), werd tijdens de Mexicaanse Revolutie, in de jaren twintig van de vorige eeuw, opgericht. Dat gebeurde in het kader van een landelijke campagne om jonge boeren op te leiden tot leraren in hun eigen gemeenschap. In de loop der jaren heeft de hogeschool ook de aandacht op zich gevestigd door het nogal rauwe linkse politieke activisme dat de studenten er traditioneel aan de dag leggen.

    Aangezien de school nauwelijks overheidssubsidie ontvangt, houden de leerlingen er nóg een traditie op na: ze kapen bussen van het plaatselijke openbaarvervoernet om naar locaties voor buitenschoolse opdrachten of naar protesten te gaan.

    Wat volgde was een gecoördineerde en nog grotendeels onverklaarde aanval op de ongewapende studenten

    De praktijk werd knarsetandend getolereerd. Busmaatschappijen gaven chauffeurs soms de instructie zich niet te verzetten tegen studentenpassagiers die het roer overnamen. Zoals een groep luidruchtige eerste- en tweedejaars die op 26 september 2014, in een roes na een slopende introductieweek, bussen regelden en geld vroegen om naar Mexico-Stad te kunnen gaan voor een demonstratie. Een ‘Strijdcomité’ van de school had hun daartoe opdracht gegeven.

    Maar al snel gebeurde er iets vreemds. Na te zijn gestuit op wegblokkades van de federale politie bij de stad Chilipancingo, veranderden ze van koers en reden ze de stad Iguala in. Daar openden politie en andere gewapende mannen het vuur op de bussen. Wat volgde was een gecoördineerde en nog grotendeels onverklaarde aanval op de ongewapende studenten, op meerdere locaties, die uren zou duren.

    Er vielen zes doden en veertig gewonden. Een van de studenten werd later verminkt en met een afgerukt gezicht gevonden: hij was kennelijk gemarteld. Overlevenden vertelden dat er op hun hulpkreten en smeekbeden om getroffen metgezellen te mogen helpen, enkel méér geweerschoten volgden.

    ‘We schreeuwden tegen de politie dat ze moesten stoppen met schieten, dat we ongewapend waren en geen enkel gevaar voor ze vormden,’ zegt Edgar Yair, een achttienjarige eerstejaarsstudent. ‘Als je maar een beetje naar buiten leunde, schoten ze. Ze hadden niet het minste mededogen.’

    Te midden van de chaos werden drieënveertig studenten weggevoerd in patrouillewagens – naar het politiebureau, zo veronderstelden hun kameraden. Ze werden nooit meer teruggezien.

    ‘Historische waarheid’ of historische leugen?

    De volgende dag sloegen hun ouders de handen ineen. ‘Sommigen kwamen uit Oaxaca, anderen uit Tlaxcala, anderen uit Morelos,’ zegt Cristina Bautista. Ze stroomden de school binnen – Bautista herinnert zich dat ze allemaal huilden – en eisten het gebouw op als hoofdkwartier. Ze sliepen op matrassen in klaslokalen terwijl ze wachtten op nieuws over hun zonen.

    Het duurde niet lang voordat hun volharding en gerechtvaardigde aanspraken een doorn in het oog werden van een federale overheid die de schade voor zichzelf probeerde te beperken.

    Kort daarop verklaarde de regering van de staat Guerrero te weten wie er achter de moorden zaten: de burgemeester van Iguala en zijn vrouw, die uit woede over het wanordelijke gedrag van de studenten, waardoor er een politieke manifestatie werd verstoord, het bevel zouden hebben gegeven om de raddraaiers over te dragen aan het drugskartel van Guerreros Unidos.

    Dit verhaal hield niet lang stand. Aanwijzingen voor betrokkenheid op federaal niveau stapelden zich al snel op. Studenten die de aanval hadden overleefd, meldden dat ze ter plekke leden van de federale en staatspolitie hadden gezien – en die stonden niet onder gezag van de burgemeester.

    Volgens Human Rights Watch zijn in het gebied meer dan honderdzestig lijken opgegraven

    De autoriteiten lieten weten dat de lichamen van de verdwenen studenten in kuilen rond Iguala waren gevonden, maar onderzoek van de stoffelijke overschotten wees uit dat het ging om achtentwintig (of meer) andere individuen. Uiteindelijk werden er zoveel niet-gerelateerde massagraven gevonden in het gebied dat sommige lokale families een nieuwe groep vormden, ‘De andere desaparecidos van Iguala’, die daarmee identificatie en rehabilitatie van de lichamen wilden afdwingen. Volgens Human Rights Watch zijn dankzij hun inspanningen meer dan honderdzestig lijken opgegraven.

    Deze litanie van onrecht en flaters wekte veel woede onder Mexicanen. ‘Al een paar dagen na de aanslagen leek het zonneklaar dat de regering alles zou doen om te verhinderen dat de drieënveertig studenten werden gevonden, en dat de waarheid over wat er die nacht was gebeurd aan het licht zou komen,’ schreef de Amerikaanse journalist John Gibler. De families van de drieënveertig leidden een processie van vijftienduizend mensen in Mexico-Stad, waarbij ze afbeeldingen van hun verloren dierbaren droegen.

    Op een persconferentie die al snel berucht werd, sloot de toenmalige procureur-generaal Jesus Murillo Karam de zaak In januari 2015 officieel af. De Mexicaanse regering had volgens hem de ‘historische waarheid’ vastgesteld. Meer viel er niet over de zaak te zeggen: de politie had alle drieënveertig studenten gearresteerd en overgedragen aan een drugsbende, die hen naar verluidt liquideerde en hun lijken verbrandde.

    Vreemde berichten

    Goed verhaal. Probleem was dat er weinig bewijs voor was. Een internationaal team van onderzoekers, opgezet door de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten, vond aanwijzingen die bevestigden wat de studenten hadden gezegd: de federale politie was bij de schietpartij aanwezig – en het leger had de studenten de hele nacht in de gaten gehouden vanuit een commandocentrum in Iguala. De onderzoekers mochten echter geen soldaten interviewen of hun kazernes bezoeken, ondanks herhaalde verzoeken daartoe.

    Citizen Lab, een onderzoekscentrum aan de Universiteit van Toronto, ontdekte later dat er tweemaal geprobeerd was de telefoons van twee onderzoekers in Guerrero met Pegasus-spyware van NSO Group te besmetten, niet lang nadat zij de overheid publiekelijk hadden bekritiseerd voor inmenging in hun onderzoek.

    Carlos Martín Beristain, een van deze onderzoekers, zei sterk de indruk te hebben dat ze in de gaten werden gehouden in Guerrero. Toen ze later hoorden dat de Mexicaanse regering Pegasus had gebruikt, ‘leek dat wel heel erg op toestanden waar wij mee te maken hebben gehad’, zo zei hij. ‘Zo hadden we veel problemen met de telefoons die we gebruikten. Er waren ook verdachte types in de buurt wanneer wij elkaar ontmoetten. En we kregen vreemde berichten, vooral sms’jes met links.’

    In één geval ontvingen drie leden van de groep ongewone sms-berichten, net toen ze geestelijk uitgeput waren nadat ze een gruwelijke taak hadden volbracht: het opgraven van een gemartelde en verminkte student.

    Er was geen bewijs dat er lichamen waren verbrand op de stortplaats

    ‘Toen we de opgraving verlieten, kreeg ik een bericht waarin – ik weet de precieze woorden niet meer, want die telefoon raakte onklaar – iets stond als: We gaan ervan uit dat u de begrafenis organiseert. Het was geen algemeen bericht, het was zo opgesteld dat ik er vanzelfsprekend op zou klikken.’ Hij zei dat hij niet hapte.

    In het onderzoeksrapport dat in april 2016 uitkwam, werd de ‘historische waarheid’ van de regering verworpen: er was geen bewijs dat er lichamen waren verbrand op de stortplaats – het leek zelfs wetenschappelijk onmogelijk om op die plek genoeg warmte daarvoor op te wekken. De negentien op de stortplaats gevonden stoffelijke overschotten konden volgens analisten niet met enige zekerheid aan de vermiste studenten worden gekoppeld.

    Doofpotaffaire

    Dit nieuws wekte grote verontwaardiging. En het bevestigde het de vermoedens van de ouders van de drieënveertig, die jarenlang hadden volgehouden dat de tegenstrijdige en onvolledige verhalen van de autoriteiten op een doofpotaffaire wezen.

    ‘Wat zou het voor zin hebben om de politie van Iguala in bescherming te nemen?’, aldus Vidulfo Rosales, een advocaat van de families, tegen OCCRP. ‘Dat is niet erg logisch. In het geval van Ayotzinapa gaat het om hoge ambtenaren die bewijs wilden wissen, die collega’s uit de wind wilden houden, en daardoor was er sprake van een zeer slordig onderzoek.’

    In de nasleep van deze janboel bleek uit nieuwe Pegasus Project-gegevens dat de telefoonnummers van ten minste vier Ayotzinapa-familieleden waren geselecteerd voor besmetting met Pegasus: Bautista, Ortega, Felipe de la Cruz (de vader van een overlevende student), en David Cabanas (broer van een verdwenen student).

    Dat gold ook voor advocaat Vidulfo Rosales, en voor Abel Barrera, een gerenommeerd antropoloog die aan het hoofd staat van een mensenrechtencentrum dat rechtshulp biedt aan arme inheemse families.

    Slechts drie Mexicaanse overheidsinstanties schijnen toegang te hebben tot Pegasus

    Met de gegevens van het Pegasus Project kunnen verslaggevers niet vaststellen wie de Ayotzinapa-families op de lijst heeft gezet en waarom, maar veel smaken zijn er niet. Slechts drie Mexicaanse overheidsinstanties schijnen toegang te hebben tot de tool: het Nationale Centrum voor Inlichtingen, het Nationaal Defensiesecretariaat en het kantoor van de procureur-generaal, dat het contract van 32 miljoen dollar tekende voor de aankoop van Pegasus-software door de Mexicaanse regering in 2014.

    Het hoofd van het kantoor was destijds Jesus Murillo Karam – die later procureur-generaal zou worden en het onderzoek naar de vermiste studenten afsloot. Hij reageerde niet op verzoeken om commentaar.

    ‘Een grootse strijd’

    Ouders en advocaten klaagden al jaren dat de regering van Peña Nieto hen naar hun gevoel belaagde. De president maakte er geen geheim dat hij een hekel had aan hun luidruchtige protesten tegen de wijze waarop de overheid de zaak behandelde. Op zeker moment suggereerde hij dat de activisten werden gesteund door ‘krachten’ die het land wilden destabiliseren en ‘ons nationale project willen schaden’.

    ‘Het was heel zwaar voor ons,’ zegt Bautista, die zich continu helikoptergebrom boven haar huis herinnert.

    De families bezochten universiteiten en mensenrechtenorganisaties in Mexico en andere Latijns-Amerikaanse landen om activisten en experts te ontmoeten. Ze legden zelfs getuigenissen af op hoorzittingen in Peru en in Washington. Rosales en de la Cruz namen deel aan het programma ‘Caravan 43’ waardoor ze veel konden reizen om met allerlei groepen over hun ervaringen te spreken.

    In april 2016 verschenen privételefoongesprekken tussen Rosales en zijn vrouw in de media

    ‘We voerden een strijd voor continuering van het onderzoek, van de zoektocht,’ zegt Rosales, ‘en tegen het uitgekauwde standpunt van de regering: “We hebben al onderzoek gedaan, de waarheid is verteld, die ontkent u”.

    In april 2016 verschenen privételefoongesprekken tussen Rosales en zijn vrouw op de voorpagina’s van de grootste kranten en tijdschriften van Mexico. Ze hadden hem betrapt in een moment van frustratie, waarin hij weinig flatteus sprak over de inheemse families die hij hielp: ‘Verdomde waardeloze indianen.’ Een leger Twitter-bots nagelde hem aan de schandpaal, allemaal met de hashtag #verdomdewaardelozeindianen.

    Het is nog onduidelijk hoe de gesprekken zijn uitgelekt. Uit gegevens van het Pegasus-project blijkt dat de naam van Rosales in 2017 op de lijst van mogelijke doelwitten stond, maar de gegevens gaan niet verder terug dan 2016, waardoor het lastig is te achterhalen of hij eerder is bespioneerd.

    ‘Ze hebben zich in ons vergist’

    De families zeggen dat Peña Nieto’s opvolger, Andrés Manuel López Obrador, zich ontvankelijker heeft getoond voor hun zorgen. Drie dagen na zijn aantreden richtte hij een ‘presidentiële commissie voor waarheid en toegang tot het recht in de Ayotzinapa-zaak’ op, en sindsdien is er een aantal mensen gearresteerd en zijn er andere ontwikkelingen in de zaak geweest.

    Cristina Bautista is echter niet tevreden. Het stoffelijk overschot van haar zoon is nooit gevonden. Ze spreekt nog steeds over ‘Benja’ in de tegenwoordige tijd. ‘Mijn zoon is erg warm en respectvol,’ vertrouwde ze verslaggevers met trillende stem toe. ‘We zijn naar hem op zoek.’

    Ze weet dat hij naar alle waarschijnlijkheid dood is, maar ze kan niet rusten, of het verleden achter zich laten, totdat ze zekerheid heeft. Troost vindt ze in het feit dat zij en de andere ouders van Ayotzinapa hebben geweigerd te accepteren dat hun kinderen zomaar konden verdwijnen.

    ‘Zij hebben hun historische leugen verzonnen – dat konden ze makkelijk doen, wij zijn immers maar boeren. Het was voor hen een koud kunstje, dachten ze, om onze kinderen te laten verdwijnen, omdat we boeren zijn – wat konden wij uitrichten?’

    ‘Ze hebben zich in ons vergist.’

  • In Guerrero zijn 5565 mensen vermist. Zo wordt hun herinnering in leven gehouden

    In Guerrero zijn 5565 mensen vermist. Zo wordt hun herinnering in leven gehouden

    Familieleden van slachtoffers van verdwijning in de Mexicaanse staat Guerrero doen er alles aan om hun vermiste dierbaren te eren en hun verhaal te vertellen. ‘Door over hun vermiste kinderen te vertellen wordt hun pijn omgezet in actie.’

    Het was op een zaterdag. Emma Mora was samen met haar collega Sergio Cevallos onderweg. Ze reden langs de kustweg van Chilpancingo langs de Avenida Costera Miguel Alemán, een drukke verkeersroute richting de toeristische stranden van Acapulco. Die dag waren er geen met zonnebrandcrème ingezeepte toeristen te bekennen. De gebruikelijke horde met bierflessen gewapende toeristen was afwezig. De wind en de striemende regen van orkaan Agatha had de stranden met woest schuimende golven leeggeveegd. Terwijl Emma haar blik over de verlaten kust liet gaan, zag ze het. ’Sergio,’ riep ze uit, ’kijk daar! De verf komt eraf!’

    Verantwoording

    Dit artikel kwam tot stand naar aanleiding van een rapport dat is opgesteld door IDHEAS in samenwerking met de onafhankelijke journalist Roberto González. Het project is mogelijk gemaakt door financiering van de Europese Unie.

    IDHEAS is een Mexicaanse ngo die zich inzet voor mensenrechten en slachtoffers van mensenrechtenschendingen juridische bijstand verleend. Daarnaast probeert IDHEAS aandacht te vragen voor de grote schaal waarop mensenrechtenschendingen plaatsvinden in Mexico.

    Emma en Sergio bleven ademloos toekijken hoe de regen langzaam maar zeker tweeënvijftig gezichten tevoorschijn spoelde. Het witte kalkkrijt bleek niet opgewassen tegen de orkaan en spierwit regenwater sijpelde van de muur naar het zand, zo de zee in. Eerst waren de gezichten nog vaag, alsof ze schuilgingen achter een witte vitrage. Vervolgens verschenen ze één voor één, helder en scherp, totdat ze alle tweeënvijftig het daglicht zagen.

    Die dag bracht orkaan Agatha die tweeënvijftig gezichten opnieuw aan het licht. Het uitwissen was zeven maanden daarvoor gebeurd. De gezichten vormen samen de muurschildering El mural del la esperanza (de muurschildering van hoop) en kwam tot stand op initiatief van het zogenaamde collectief Familias de Acapulco en Busca de sus Desaparecidos (Families van Acapulco op zoek naar hun verdwenen familieleden). Kort nadat de muurschildering was onthuld, hadden onbekenden de tweeënvijftig geschilderde gezichten van familieleden witgekalkt. Emma Mora, woordvoerster van de vereniging van familieleden, verduidelijkt dat de muurschildering echt niet alle slachtoffers afbeeldt: ‘De muurschildering toont tweeënvijftig gezichten, terwijl er alleen al in Acapulco bijna driehonderd mensen zijn verdwenen.’

    Heroïsch verhaal

    De zondag die volgde werd Emma bedolven onder felicitaties en berichten met foto’s van de schoongespoelde gezichten die opnieuw waren verschenen. Emma voelde zich even onderdeel van een heroïsch verhaal, waar het kwaad de strijd verliest van grillige en onstuitbare kracht: verslagen door de hand van een orkaan.

    ’Maar al op maandag waren ze weer weggewist,’ zegt Emma, ‘diezelfde avond zagen we dat iemand de moeite had genomen om opnieuw een laag wit krijt over de gezichten te smeren.’

    Mural
    De muurschildering wordt overgeschilderd door onbekenden. – © IDHEAS

    De eerste keer kalklaag dateert uit december 2021, zegt Emma. Die actie kwam krap twee maanden nadat El mural de la esperanza, op de achtermuur van het restaurant Los Anafres, gelegen aan de populaire toeristische boulevard van de kust, was voltooid. Deze locatie was bewust gekozen: het is een plek waar veel lokale en internationale bezoekers komen.

    Dat mensen verdwijnen is in Mexico een zich voortdurend herhalend nieuwsbericht

    Het was niet eens zozeer de bedoeling van de vereniging van familieleden om de plaatselijke voorbijgangers te alarmeren. De nabestaanden van verdwenen familieleden in Guerrero zijn er al lang aan gewend dat ze zichzelf moeten beschermen en dat er altijd voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen als zij aandacht vragen voor hun verdwenen geliefden. Dat mensen verdwijnen is in Mexico een zich voortdurend herhalend nieuwsbericht. Familieleden die zich inzetten om de waarheid te achterhalen, zijn eraan gewend dat zij niet ’s nachts op pad moeten gaan, dat zij hun geld nooit op één plek moeten bewaren en ze weten dat zij doelwit kunnen zijn tijdens wegblokkades. De leden van het collectief weten ook dat zodra een slachtoffer verdwijnt, het niet onmogelijk is dat ze ergen anders in het uitgestrekte land weer opduiken. Jarenlange ervaring heeft hen geleerd dat degenen die verdwijnen uit Guerrero net zo gemakkelijk gevonden kunnen worden aan de andere kant van het land, in Morelos of Veracruz, als in een clandestien graf of in een gevangenis.

    Met de grote muurschildering wilde de vereniging van familieleden in Guerrero de aandacht vestigen op de wijdverbreide aard van het probleem. ’We wilden dat de gezichten van onze verdwenen dierbaren openbaar zouden zijn. Om ze zichtbaar te maken voor toeristen, zodat die ons zouden kunnen waarschuwen als ze één van de vermisten in een andere staat zouden zien. We willen iedereen bereiken die ons kan zeggen of onze dierbaren in andere delen van het land of zelfs in andere landen zijn gezien,’ legt Emma Mora uit. Voor Emma is de muurschildering een nieuwe poging om de niet-aflatende zoektocht voort te zetten. ‘Het is geen passieve herdenkingsoefening,’ zegt ze. ‘Het is de bevestiging van de vernedering en de pijn van een open wond.’ Voor de achterblijvers is het herinneren niet iets statisch, zegt Emma, het is een proces. De moeders van de verdwenen mensen van Guerrero weigeren net zoals degenen die verdwenen om met krijt te worden weggekalkt en te worden vergeten, zegt ze. ’Niet vergeven, niet vergeten!’ is de leus van de leden van de vereniging. Het is een taak die nooit klaar is: ze delen hun gezamenlijke inspanningen, hun zoektocht, hun protesten en ook hun herinneringen. 

    MUral2
    © IDHEAS

    Collectief geheugen

    De Iers-Nederlandse expert op het gebied van collectieve herinnering Ann Rigney (Universiteit Utrecht) vergelijkt de constructie van een collectief geheugen met zwemmen: ‘om te blijven drijven, moet een lichaam ook in beweging blijven’. Het is construeren van een collectief geheugen is volgens haar per definitie een handeling met een open einde, aangezien het op verschillende plaatsen moet gebeuren en er door de tijd heen herhaalde herdenkingsacties moeten zijn. Dat kan van alles zijn: een schilderij, een monument of een mars. Samen herinneren impliceert volgens Rigney bezig zijn met constante vernieuwing. Achterblijvers houden nooit op met over de verdwenen mensen te praten en vertellen hun verhalen keer op keer. ‘Ze ontlasten zichzelf door te vertellen hoe ze waren, hoe hun leven was vóór hun verdwijning en over hoe ze zichzelf voelen. Ze kunnen er onderling wel duizend keer over praten. Door onvermoeibaar te blijven vertellen, construeren ze een verhaal dat echt van hen is,’ zegt Rigney. ’Het is een mondelinge geschiedenis die hardop wordt geschreeuwd, wordt verteld en opnieuw verteld, omdat hun pijn altijd het risico loopt stil te worden gehouden.’ Zo ontstaat volgens haar een collectieve culturele herinnering. Eén waarheid die tegelijkertijd uit vele waarheden bestaat. ’Collectieve herinneringen dragen een transformerend potentieel in zich, tegen de pijn die in het dagelijks leven wordt beleefd,’ aldus Rigney.

    Op 10 oktober 2021 plaatste schilder Alexis Godínez zijn laatste penseelstreek. Vlak voordat de jaarlijkse kerstgolf van toeristen de stranden van Acapulco zou overspoelen was de muurschildering klaar. Emma Mora en haar collega’s zagen hun plan werkelijkheid worden. Sinds de oprichting van het collectief in 2016 werkten ze naar dit moment toe. ‘Onze situatie is vergelijkbaar met die in Colombia,’ zegt Emma Mora. ‘Ook daar maakten verenigingen van achtergeblevenen muurschilderingen, maar dan met de afbeeldingen van gezichten van militaire functionarissen. Die muurschilderingen suggereerden hun betrokkenheid en wierpen de vraag op: “Wie gaf hiervoor het bevel?”’

    Het werk van lokale gemeenschappen en collectieven is van onschatbare waarde om de natie te confronteren met waarheden die ze niet langer kunnen negeren

    De Mexicaanse mensenrechtenorganisatie IDHEAS legde contact met de Waarheidscommissie die de mensenrechtenschendingen onderzoekt die tijdens het gewapende conflict in Colombia plaatsvonden. In Colombia gebeurde hetzelfde, legt Yolvi Lena Padilla van die Waarheidscommissie uit: ‘ook hier werden dergelijke muurschilderingen uitgewist’. Geconfronteerd met een regering die de slachtoffers het zwijgen oplegt, constateert Yolvi Lena dat het werk van lokale gemeenschappen en collectieven van onschatbare waarde is om de natie te confronteren met waarheden die ze niet langer kunnen negeren. ’Als voor het onthullen van de waarheid, of een halve waarheid, of het verzwijgen van de waarheid de staat niet langer de enige bron is, dan pas worden de dingen onthuld zoals ze werkelijk zijn,’ zegt Yolvi Lena. Volgens haar is het openbaar maken van de waarheid van slachtoffers van onschatbaar belang. Desondanks blijft de traagheid en de neiging van de staat om te blijven ontkennen bestaan. Het handelen van de staat levert herhaaldelijk vormen van hervictimisatie op, waardoor slachtoffers in wezen opnieuw tot slachtoffer worden gemaakt. De wortels van dergelijke vormen van herhaald slachtofferschap liggen regelmatig in de manier waarop justitiële instituties handelen.

    Dat overkwam ook Cleotilde Juárez Adame – in Guerrero bekend als Doña Coti. Toen zij de verdwijning van haar zoon, Julio Alberto Salgado Juárez, aan de kaak stelde, was het de eerste impuls van de autoriteiten om de ernst van de situatie te bagateliseren. ’Men beweerde dat mijn zoon het aan zichzelf te danken had omdat hij foute vrienden had, te veel uitging en daardoor in moeilijkheden zou zijn geraakt. Ik antwoordde dat mijn zoon, nooit uitging, niet rookte of dronk. Hij werd nooit betrapt op welke misstap dan ook.’

    Een muurschildering overschilderen of beweren dat iemand zijn verdwijning te danken heeft aan zelfverkozen slecht gezelschap zijn indicatoren van de manieren waarop de staat het grotere verhaal naar de eigen hand wil zetten. Onderdeel van de staatsreacties is twijfel zaaien over de verhalen van slachtoffers en hun verhalen in diskrediet brengen. Onderzoekster Simona Mitroiu, gepromoveerd in de sociale wetenschappen, ziet deze houding als onderdeel van politieke macht. ’Inherent aan politieke macht is de noodzaak om het verleden opnieuw vorm te geven en gebeurtenissen opnieuw te interpreteren. Daarbij bezwijken controversiële materiële objecten – zoals gebouwen, standbeelden, plekken – en zelfs de herinneringen van burgers aan vernietiging en uitwissing.’

    ‘We moeten in actie blijven om het collectieve geheugen aan al deze verdwijningen in leven te houden’

    Het tot stand komen van een collectief geheugen is geen direct gevolg van de verdwijningen, maar het ontstaat wel vanaf het allereerste moment dat de staat slachtoffers het recht ontzegt op de waarheid. Het collectieve geheugen voedt zich met de details die door de autoriteiten worden achtergehouden en door degenen die er niet naar willen luisteren. Hartverscheurende verhalen worden verteld. Onbeantwoorde vragen blijven. De tweeënvijftig geschilderde gezichten vertegenwoordigen zij die weigeren te worden verborgen, en die voortleven in de hoofden van degenen die onophoudelijk naar hen blijven vragen en hun verhaal keer op keer doorgeven.

    Las Familias de Acapulco en Busca de sus Desaparecidos hebben besloten om hun werk aan El mural de la esperanza voorlopig stop te zetten. Toch is er volgens Emma Mora geen gebrek aan plannen voor de toekomst. Onlangs werd ze benaderd door iemand die een plek aanbood om een nieuwe muurschildering op te tuigen. Dat gaan ze doen en deze keer verwacht Emma dat er nog veel meer gezichten op zullen passen. In december 2021 stelde de burgemeester van de stad Acapulco, Brenda Hernández Marino, aan de gemeenteraad voor om een antimonument op te richten voor degenen die vermist worden uit de gemeente. En inmiddels herbergt het lokale Papagayo-park El Arbol del recuerdo y la memoria (een herinneringsboom). Dit is een voorbeeld van een plek die de families van de verdwenen personen zich openlijk hebben toegeëigend.

    Herinneringsboom
    De herinneringsboom in het Papagayopark in Acapulco. – © IDHEAS

    Emma Mora vertelt dit alles terwijl ze op bed ligt. Ze is inmiddels geïmmobiliseerd door chronische pijn haar benen. Ze wijt haar blessure aan de vele jaren die ze met zoeken heeft doorgebracht. Toch is ze volgens zichzelf altijd nog beter af dan de moeders en vaders die zijn overleden zonder hun kinderen terug te vinden. Ook dat knaagt aan haar. Ook voor hen willen Emma en haar collega’s hun werk niet opgeven. ‘De herinnering moet levend blijven,’ zegt ze. ‘Daarom gaan we voor de nieuwe muurschildering en het monument in Acapulco. Of de autoriteiten het nu willen weten of niet, wij blijven ons laten gelden, net zoals de Ayotzinapa normalistas [dit is een referentie naar de verdwijning in 2014 van vierenveertig studenten van het Ayotzinapa-college in de stad Iguala in Guerrero waarvan een aantal vermoord is teruggevonden]. We moeten eenvoudigweg in actie blijven om het collectieve geheugen aan al deze verdwijningen in leven te houden.’

    Van de vuile oorlog tot nu

    In 2022 kwam de Colombiaanse Yolvi Lena op uitnodiging van de ngo IDHEAS naar Mexico om haar ervaringen te delen met de moeders van het Colectivo de Madres Igualtecas (collectief van moeders uit Iguala), een groep uit Iguala in Guerrero met dezelfde doelstelling. De Colombiaanse deelde haar ervaringen met het werken met de slachtoffers van het gewapende conflict in haar land en organiseerde bijeenkomsten waarop ze vertelde over de slachtoffers die zij interviewde in Colombiaanse gemeenschappen. Yolvi Lena legt uit waarom ze werkt voor de Colombiaanse Waarheidscommissie. Natuurlijk om te streven naar gerechtigheid en om ervoor te zorgen dat gebeurtenissen zich niet herhalen, maar ‘het verhaal van een verdwijning begint meestal alledaags. Ik sprak bijvoorbeeld een vrouw uit een Afro-Colombiaanse gemeenschap die vertelde dat het begon op de dag dat haar man hun huis verliet. Ze namen afscheid en met een alledaagse groet: ‘tot later, fijne dag’. En hij kwam nooit meer terug. Vrouwen zoals zij zijn nog steeds op zoek,’ vertelt Yolvi Lena. En dat is de reden waarom slachtoffers getuigen voor de Waarheidscommissie, omdat alleen op die manier de collectieve herinnering ontstaat die helpt de pijn om te zetten naar actie.

    Yolvi Lena benadrukt de cruciale rol die de collectieven in de regio hebben, die er ook aan bijdraagt dat de mensenrechtenschendingen stoppen. Al behoren ze niet tot het verleden. Want ondanks deze initiatieven van burgers, stapelen de verborgen waarheden zich nog altijd op en vult het collectieve geheugen zich steeds opnieuw met de verse verdwijningen, die zich nog altijd blijven voordoen.

    Het nationale register van vermiste personen houdt de gegevens over Guerrero’s lange geschiedenis van verdwijningen bij. Het bijhouden hiervan begon in 1967 en het register omvat volgens een recente rapportage vandaag de dag in totaal 5565 vermiste personen in de Mexicaanse deelstaat. Het kantoor van de speciale aanklager voor Sociale en Politieke bewegingen in het verleden (FEMOSPP), kan worden geraadpleegd via het Amerikaanse U.S. National Security Archive. Die instantie begon op 1 mei 1968 met het verzamelen van data. Daar is ook de allereerste verdwijning in Mexico geregistreerd. Dat was Santiago García, die lid was van Asociación Cívica Nacional Revolucionaria, één van de toonaangevende guerrillabewegingen in Guerrero destijds. Zijn verdwijning vond plaats gebeurde tijdens de periode waarin Lucio Cabañas en Genaro Vázquez met politieke bijeenkomsten en activisme protesteerden tegen onteigening, guerrillaoorlogvoering en vooral de onderdrukkende represailles van het bestuur van Guerrero en de regering Mexicaanse staat. Tijdens Mexico’s Vuile Oorlog zaten achter minstens negentig verdwijningen politieagenten of militaire regeringsfunctionarissen en was sprake van betrokkenheid van de Mexicaanse veiligheidstroepen (RNPDNO). In die jaren verdwenen in totaal 537 mensen (FEMOSPP) in de staat Guerrero; 205 alleen in de stad Atoyac, destijds een belangrijke basis van de guerrilla. 

    Terwijl de opeenvolgende regeringen naar buiten toe het bestaan van de interne oorlog ontkenden, vonden sinds 1967 slachtpartijen plaats

    Deze cijfers zijn inmiddels mijlenver verwijderd van het duizelingwekkende aantal van meer dan honderdduizend Mexicanen die anno 2022 vermist zijn. Het aantal is enorm toegenomen sinds de voormalige president Felipe Calderón Hinojosa de oorlog van het land tegen de drugshandel lanceerde.

    Madres 1
    Leden van Colectivo de Madres Igualtecas. – © IDHEAS

    De afgelopen jaren staken de opeenvolgende Mexicaanse machthebbers veel energie in het neerzetten van een beeld van vooruitgang, dat begon al tijdens de Olympische Spelen van 1968. Toen in een groot deel van Latijns-Amerika landen leden onder de regeringen van repressieve rechtse militaire dictaturen, presenteerden de regeringen van Adolfo López Matos, Gustavo Díaz Ordaz, Luis Echeverría Álvarez, José López Portillo, Miguel de la Madrid en Carlos Salinas de Gotari zichzelf als toppunt van democratie, vrede en ontwikkeling. Terwijl de opeenvolgende regeringen naar buiten toe het bestaan van de interne oorlog ontkenden, vonden sinds 1967 slachtpartijen plaats, zoals die van Atoyac in Jalisco, waar het protest van de sociale beweging in bloed werd gesmoord. Deze opstand tegen onderdrukking werd alleen maar met meer onderdrukking beantwoordt.

    Volgens professor María Teresa Flores Solana, een wetenschapper die zich inzet voor onderzoek naar de gepleegde misdaden, is dat een van de grote problemen: ‘zodra een land zichzelf begint af te schilderen als een democratische staat, verschaft het zich als het ware vrijstelling van verantwoording voor eerdere misdaden’. Om beter te begrijpen wat er tijdens de Mexicaanse Vuile Oorlog is gebeurd, onderzocht ze het werk van de collectieven in het land. Ze publiceerde over het werk van ¡Eureka! en H.IJ.O.S. México, gevestigde organisaties die gerechtigheid eisen voor verdwenen Mexicanen. Hun recentste wapenfeit is de oprichting van de Commissie voor Toegang tot Waarheid en Rechtvaardigheid voor Ernstige Mensenrechtenschendingen tijdens de Vuile Oorlog. Deze Waarheidscommissie richt zich op het berechten van de verantwoordelijken, het realiseren van het recht op waarheid en herinnering en zet zich in voor herstelbetalingen.

    Herinneringsquilt

    Soms overvalt de herinnering de slachtoffers onverhoeds. ‘Ik kan er niet over praten. Het is te pijnlijk,’ roept Antonia uit, terwijl ze in handen een lap stof heeft met de namen van haar twee zonen en haar man. Ze wordt omringd door lotgenoten, die haar aankijken, terwijl ze hun eigen stukje stof vasthebben. Elk van de deelnemers aan de bijeenkomst met Yolvi Lena vertelt iets over hun vermiste familielid, of ze schrijven hun namen op. Samen maken ze een grote quilt van alle meegebrachte lapjes. Het is een van de activiteiten die in Guerrero worden georganiseerd, waarbij de Colombiaanse Yolvi Lena meehelpt. Ze luistert aandachtig naar elke getuigenis.

    Quilt 1
    © IDHEAS

    Tijdens deze door IDHEAS geïnitieerde bijeenkomsten kwamen de leden van het collectief Colectivo de Madres Igualtecas bij elkaar. Ze aten samen, lachten en huilden. Ze hielpen elkaar met vertellen. Wat de een niet precies wist, kon de ander aanvullen. Zoals het verhaal van Jovita over hoe een officier van het ministerieel politiepersoneel haar 10.000 Mexicaanse peso’s probeerde af te troggelen, om alleen maar een onderzoek op te starten. Of de getuigenis van Esperanza, die vertelde hoe functionarissen van politie en leger haar zoon en een andere jongen afvoerden. ’Geloof me als ik zeg dat ik oneindig dankbaar ben dat ik dit moment samen met jullie kan doorbrengen,’ zegt Sandra Luz, moeder van Ivette Melissa Flores Román, die sinds 19 oktober 2012 vermist is. Haar moeder is inmiddels de vertegenwoordigster van het Colectivo de Madres Igualtecas. Dit zijn voor haar momenten waarop de slachtoffers zich verenigd voelen en verlichting vinden voor hun verdriet. ’Al is het maar een beetje,’ voegt ze eraan toe.

    ‘Het is voor mij niet gezond om stil te blijven zitten en ieder jaar opnieuw geconfronteerd te worden met de datum van de verdwijning van mijn dochter’

    Terwijl de moeders zich concentreren op de activiteiten met Yolvi Lena, krijgt Sandra Luz het ene telefoontje na het andere. Ze staat telkens op om ze buiten gehoorsafstand allemaal te beantwoorden. Daarna keert ze weer terug naar haar stoel. Ze geeft anderen suggesties over hoe ze verder kunnen komen met hun zaak. Dan komt er weer een telefoontje binnen en ze weer staat ze op. Over een paar dagen keert Sandra Luz terug naar de velden om ze af te graven op zoek naar lijken. ‘Het is voor mij niet gezond om stil te blijven zitten en ieder jaar opnieuw geconfronteerd te worden met de datum van de verdwijning van mijn dochter,’ legt ze uit. ’De pijn is te groot. En ik heb er geen controle over. Kijk,’ zegt Sandra Luz en ze steekt haar handen uit. Ze toont haar vingernagels. Ze zijn bijna tot aan de wortel afgebeten. Nu, bijna tien jaar na de verdwijning van Ivette heeft haar moeder het tegengif gevonden voor nagelbijten. Telkens wanneer ze het gevoel heeft dat een depressie de kop opsteekt, pakt Sandra Luz de doos met nagelkits waarmee haar dochter vroeger werkte. Ze laat ze zien: tien sets van tien nagels, vijf nagels per hand, één set voor elk jaar dat ze haar dochter niet heeft gezien. Ze bergt de nagelsets weer netjes op. ’Tot de volgende keer dat ik ze misschien nodig heb.’

    Een bijeenkomst als deze toont hoe een collectief geheugen wordt gemaakt: zeker ook door het vertellen van de verhalen van alledag, door het beschrijven van de personen zoals ze waren vóór hun verdwijning: wat ze graag aten, hun favoriete sneakers, hun zorgen op het werk, de muziek waarnaar ze luisterden als het tegenzat, hun persoonlijke mantra’s om angsten te bezweren. Door bijeenkomsten als deze worden de verdwenen mensen tot leven gewekt, terwijl de voortgaande zoektocht een doorleefde realiteit wordt.

    Om het eerste decennium sinds de verdwijning van Ivette te markeren, hoopt Sandra Luz een gedenkplaat te kunnen oprichten in Iguala. Hoewel ze niet van plan is het snel op te geven, weet ze dat er een dag komt dat ze niet langer de kracht zal vinden om de strijd voort te zetten. Haar jarenlange zoektocht heeft haar ook tot doelwit gemaakt van constante doodsbedreigingen, tot het punt waarop ze uit angst voor haar leven haar huis moest ontvluchten. Ook het zoeken naar resten van verdwenen personen op heuvels en velden is een aanslag op haar eigen lichaam geworden. Toch blijft ze doorgaan. Een paar dagen na de bijeenkomsten met de Colombiaanse Yolvi Lena vertrekt ze weer, naar een expeditie in de velden. Sandra Luz zegt dat het ook voorkomt dat mensen direct contact met haar zoeken nadat een familielid is verdwenen. Ondanks dat het haar iedere keer naar de keel grijpt, onderneemt ze direct actie. Ze heeft het geluk geproefd om mensen op tijd terug te kunnen brengen naar hun dierbaren. Dat is waarom ze deze rol op zich neemt. Ze wil de erfenis nalaten en bewijzen dat de inspanningen van de collectieven niet voor niets zijn. Elke keer dat ze zich inzet voor iets dat haar mogelijk zelf in gevaar brengt, praat Sandra Luz inwendig tegen haar dochter: ‘Jij bent mijn oogappel, mijn drive, de reden dat ik dit alles doe.’

    Hoe herinner jij jouw vermiste dierbare?

    Ivette Melissa Flores Román

    ‘Ze is geboren op 5 januari, dus we vierden Día de Reyes (Drie Koningen) altijd tegelijk met haar verjaardag. Tot op heden maak ik op 5 januari een koningstaart voor tijdens het familiediner. We houden een stoel vrij voor haar, bewaren voor haar een stukje van de taart en we doen alsof Ivette erbij is.’

    ‘En ik weet niet waar ik die zou kunnen krijgen, maar ik zou graag een kartonnen afbeelding van haar willen hebben. Van haar silhouet, met haar foto. Dan zou ik die neerzetten, in plaats van haar lege stoel.’

    ‘Ik heb op allerlei manieren contact met mijn dochter. Wanneer ik bijvoorbeeld met mijn kleinkinderen ben. Dan pak ik soms de kleren van mijn dochter en vraag aan mijn kleindochter om ze aan te doen. Al zijn er ook momenten dat ik dat liever niet wil, omdat het overweldigend is. Dan zie ik haar te veel voor me.’

    ’En ja, haar kunstnagels. Daar grijp ik naar als ik het te kwaad krijg. En weer zou willen nagelbijten. Dan vul ik mijn tafel met al haar nagels. Paar na paar. Het is een oefening die ik voor mezelf heb bedacht en waar ik me aan houd.’

    –Sandra Luz Román, moeder van Ivette Melissa Flores Román. Colectivo de Madres Igualtecas.

    Afbeelding1 3
    Sandra Luz Román met een foto van haar dochter Ivette Melissa Flores Román. – © IDHEAS

    Julio Alberto Salgado Juárez

    ‘Ik herinner me de momenten waarop hij tegen me zei: “Dit moeten we doen!” Dat zijn dingen ik nog steeds doe. Zodra ik eraan denk, zeg ik tegen mezelf: “Ik ga dit doen, omdat mijn zoon het leuk vond.” Ik doe altijd dingen die hij graag deed.’

    ‘Als ik tegen mijn andere zoon zeg: “Kijk, papi [koosnaampje], je broer was hier dol op,” zal hij ook zeggen: “O ja, mama. Laten we dat doen.” Als ik tegen hem zeg: “Je broer tekende graag.” Dan zegt hij: “Nou, dan gaan wij tekenen.” Hij tekent mij, en ik hem. En daarna tekenen we allebei zijn broer, mijn zoon.’

    ‘Ook over eten vraagt mijn zoon: “Mam, weet je nog of Julio dit lekker vond? Zou je het voor me willen maken?” Dat doe ik dan.’

    ‘Ik blijf alles herhalen wat mijn zoon graag deed. Julio vond bijvoorbeeld dat ik zijn jongere broertje moest vragen hoe zijn dag was op school, wat hij had uitgespookt. En nu zit die andere zoon op de universiteit. Nog steeds, als hij thuiskomt, zal ik het hem vragen: “Wat heb je uitgespookt, papi? Hoe was je dag?” En hij vertelt dan over zijn opleiding voedingsleer, de bomen die hij plant en de kaas die hij leert maken.’ 

    ‘Ik zal mijn zoon nooit vergeten. Ik zal mijn zoon altijd herinneren, in alles waar hij van hield.’

    –Clotilde Juárez Adame, Moeder van Julio Alberto Salgado Juárez. Colectivo de Madres Igualtecas. 

    Dit artikel kwam mede tot stand dankzij financiering van de Europese Unie.

    Lees ook: