Tag: imf

  • Sri Lankaanse economie staat ‘compleet op instorten’

    Sri Lankaanse economie staat ‘compleet op instorten’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bulgaarse regering moet na zes maanden al aftreden

    » Zorgverleners Maradona beschuldigd van doodslag

    Land hoopt op hulp IMF

    De minister-president van Sri Lanka zegt dat de economie in zijn land ‘compleet op instorten’ staat. Volgens The Wall Street Journal wil regeringsleider Ranil Wickremesinghe zijn medeburgers voorbereiden op onvermijdelijke bezuinigingsmaatregelen, die nodig zijn om hulp van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) te krijgen.

    Sri Lanka heeft te kampen met een inflatie van meer dan 50 procent en er zijn grote tekorten aan energie, voedsel en medicijnen. Ook zijn er scholen gesloten om gas te besparen.

    ‘Als we goedkeuring van het IMF krijgen, zal de wereld ons weer vertrouwen’

    Afgevaardigden van het IMF arriveerden maandag in Sri Lanka, zo meldt de Amerikaanse krant, om eventuele steun te bespreken. ‘Als we goedkeuring van het IMF krijgen, zal de wereld ons weer vertrouwen,’ zei de premier.

    Voor het eerst in zijn geschiedenis werd het land geconfronteerd met een faillissement. Het risico dat de economische crisis over zal slaan naar naburige landen, blijft volgens de krant beperkt.

    Lees ook:

  • Lunch met de machtigste vrouw van Europa

    Lunch met de machtigste vrouw van Europa

    De Deense eurocommissaris van mededinging Margrethe Vestager geldt als de schrik van Silicon Valley sinds ze megaboetes uitdeelde aan Apple en Google. De Financial Times strikte haar voor een lunchinterview.

    Margrethe Vestager schuift over de leren bank aan het hoektafeltje naar me toe en gaat naast me zitten. Onze knieën raken elkaar bijna in een rechte hoek. Ze glimlacht. Ik kijk naar het mes met de vork en het aquavitglas er keurig tegenover, en naar de houten stoel waar ze niet op is gaan zitten. Onze tafel, in een knus restaurant in Kopenhagen, biedt ruim plaats aan vier personen; wij nemen slechts plaats in voor anderhalf. Zo moet het voelen, denk ik, om door ’s werelds sluwste antitrusthandhaver klem te worden gezet.

    Met die ervaring bevind ik me in goed gezelschap. Nog geen drie jaar geleden stapte de 49-jarige Vestager van de Deense politiek over naar de Europese Commissie. Toch heeft ze nu al de EU-records verpulverd voor het onttakelen van kartels, het uitdelen van boetes en het innen van achterstallige belasting. Waarschijnlijk heeft niemand in de democratische wereld zo veel macht – en is niemand er zozeer toe bereid die te gebruiken – als de eurocommissaris voor mededinging. Vraag het maar aan Tim Cook van Apple (dat Ierland 13 miljard pond aan achterstallige belasting moest betalen), aan Sundar Pichai van Google (dat een boete van 2,4 miljard pond kreeg voor misbruik van zijn marktpositie) of aan de vrachtwagenfabrikanten, farmaceuten en financiële topmannen die het met Vestager aan de stok kregen. Haar besluiten kunnen eventueel pas jaren later door de rechtbank worden teruggedraaid.

    Haar legendarische onverzettelijkheid gaat gepaard met huiselijke persoonlijke trekjes. Het levert krantenprofielen van Vestager op die lezen als de sage van Vikingkoningin Margrethe III, bedwingster van Silicon Valley, gesel van belastingontduikers, temster van superego’s uit het bedrijfsleven, breister van olifanten (die ze aan regeringsmedewerkers geeft en die soms grote oren hebben als aansporing om beter te luisteren) en vermaard kaneelbroodjesbakster.

    Het is allang duidelijk dat Vestager zich als politicus aan de zwaartekracht onttrekt. Ze is afkomstig uit een kleine partij uit een klein land en voerde ooit campagne onder de lekker antipopulistische slogan: ‘Luister naar de economen. Dat doen wij ook.’ Vestager, scherp en hoffelijk, vormde de inspiratie voor de populaire Deense tv-serie Borgen, die volgens haar bewonderaars bleek afstak tegen de werkelijkheid. Maar in de Verenigde Staten geldt ze als belichaming van de politieke tegenwind die Silicon Valley bedreigt. Daar beschouwen velen haar als de laatste in een lange reeks Europese bemoeials die het goede oude Amerikaanse bedrijfsleven de voet dwars zetten. Vorig jaar vatte Cook die andere kijk op haar werk fijntjes samen: ‘Alleen maar politiek gelul.’

    Smørrebrød

    We zitten in de Kronborg, een tot restaurant omgetoverde kelder, bekend om zijn smørrebrød: sneeën roggebrood die rijkelijk zijn belegd. Het is een prima plek om op een regenachtige middag in Kopenhagen te schuilen. De balken aan het plafond zijn donker, de muren wit, op lichtgroene versieringen na.

    Vestager is er op haar gemak. Ze heeft een bordeauxrode jurk en een zwart gebreid vestje aan en een gouden halsketting om. Haar staalgrijze haar zit keurig in model. Het personeel is er maar wat trots op de voormalige vicepremier te mogen ontvangen. Een dertigtal vrouwen die aan de tafeI tegenover ons een verjaardag vieren, werpen steeds nieuwsgieriger blikken. Waarschijnlijk kennen ze haar nog van de coalitieregering uit 2011-2015 van Helle Thorning-Schmidt, een sociaaldemocrate die het niet aan flair ontbrak. Thorning-Schmidt vervreemdde haar kiezers bijna onmiddellijk van zich door zich te laten gelden als een belastinghavik. De belangrijkste oorzaak: Vestager, een kleine coalitiepartner met een flinke vinger in de pap van het beleid. Ze wist wat ze wilde en harkte het grotendeels binnen. De relatie verzuurde op slag. Vestager zegt dat ze tegenwoordig op veel betere voet staat met de ‘geweldige’ Thorning-Schmidt. ‘Maar de rúzies die we hebben gehad…’

    Het was een onwaarschijnlijk machtige positie voor de leider van een sociaalliberale nichepartij – liefkozend de caffè-lattepartij genoemd – met als electoraal hoogtepunt 15 procent van de stemmen… in 1968. Maar tijdens de coalitiegesprekken ging Vestager er met de winst vandoor. Ik breng het verschil ter sprake tussen de situatie nu en Vestagers eerste lunch met Thorning-Schmidt, een jaar of twintig geleden in een café verderop. Bij het afscheid gaf Vestager Thorning-Schmidt haar telefoonnummer: ‘Misschien komt het nog een keer van pas.’ Thorning-Schmidt noteerde het, maar gaf het hare niet. Vestager was zeker niet belangrijk genoeg? ‘O ja!’ zegt Vestager. ‘Dat was ik helemaal vergeten. Dat is wel heel lang geleden.’

    Ik kijk op de kaart in de hoop dat een van de negen haringvariaties er beter op is geworden sinds ik voor het laatst heb gekeken. Ik ben geen liefhebber. We nemen allebei de dagschotel: ‘Sol over Gudhjem’, gerookte haring met rauwe eidooier.

    © AP Photo / Geert Vanden Wijngaert
    © AP Photo / Geert Vanden Wijngaert

    Vestager groeide op in het stationsplaatsje Ølgod (‘Biergoed’), niet ver van de vlakke, door weer en wind geteisterde westkust van Jutland. Haar ouders waren lutherse predikanten en politiek actief. Die kerkelijke achtergrond deelt ze met de Duitse Angela Merkel, de Britse Theresa May en de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice, en ik vraag of er sprake is van een patroon.

    ‘In Denemarken zeggen ze dat predikantenkinderen de ergste zijn,’ zegt ze met een lach. ‘Die moeten zich wel afzetten. Omdat het er bij ons thuis helemaal niet zo religieus aan toeging, had ik weinig om me tegen af te zetten. Als er één ding belangrijk is – ik weet niet veel van de verschillende gezindten – dan is het dat je je voor anderen inzet.’

    Volgens Vestager struikelde ze zowat de politiek binnen. ‘Eind jaren tachtig stelde ik me verkiesbaar voor het parlement, alleen maar omdat ik wist dat ik toch geen kans maakte om te worden gekozen,’ zegt ze. Het betrof een zetel waar haar moeder zich ooit kandidaat voor had gesteld. ‘Ik was erg verlegen toen ik jong was, maar nieuwsgierig naar wat het inhield.’

    Op haar vijfentwintigste deelde Vestager het partijvoorzitterschap terwijl ze een baan had op het ministerie van Financiën. Op haar negentwintigste werd ze, zonder te zijn gekozen, minister van Onderwijs en Godsdienstige Zaken. ‘Ik besefte niet dat ik jong was, ik dacht er niet over na, dus was er niet bang voor,’ zeg ze. ‘Had ik het wel beseft, dan zou ik doodsbenauwd zijn geweest. Het was ontzettend zwaar. Als ik het over mocht doen, dan zou ik het heel anders aanpakken.’

    Vestagers politieke persoonlijkheid heeft ze tot op zekere hoogte te danken aan de dieptepunten die ze aan de top beleefde. Haar eerste jaren als partijleider waren verschrikkelijk, met slechte peilingen omdat ze zo gereserveerd en afstandelijk overkwam. ‘Ze is als volwassene geboren!’ riep een collega destijds denigrerend uit. Vestager besloot dat het tijd werd zich aan te passen. Ze besefte dat als ze het toch anders moest aanpakken, ze net zo goed kon gaan staan voor waar ze in geloofde. Na een hap haring legt ze uit dat ze ‘andere kanten van zichzelf naar voren schoof, en weer andere misschien een beetje terugdrong’. Het was een vorm van beheerste authenticiteit die haar voormalige spindoctor de vergelijking met een oester ontlokte: verleidelijk en eerlijk, maar zo open als ze zelf wil zijn.

    Brusselse juristen verwijten Vestager vooral dat ze de neiging heeft de rol die haar van godswege lijkt ingegeven te gebruiken als preekstoel om “rechtvaardigheid” te prediken

    Iedereen die Vestagers kantoor in Brussel bezoekt snapt wat dat betekent. Het is een meesterlijk ingerichte kamer vol curiosa en snuisterijen. Je vindt er een gipsen middelvinger (gekregen van een vakbond die tegen bezuinigingen protesteerde), een straatnaambordje met ‘Vestervej’ erop en foto’s van het winderige vlakke land van Jutland waar ze opgroeide. Aan elk voorwerp kleeft een bijzonder verhaal, maar ze lijken weinig prijs te geven over Vestager.

    Vestager is vermaard om de ‘vergadertechniek’ waarmee ze de grote ego’s der aarde met beide benen op de grond zet. Ze weet wat ze wil en gaat zonder aantekeningen de bijeenkomst in. Ze schenkt koffie voor haar gasten in. Ze vertrok geen spier toen Cook in 2016 tekeerging tegen haar belastingonderzoek, dat hij met steeds grotere stemverheffing vergeleek met de Venezolaanse rechtspraak. Directeuren van Gazprom kregen te horen dat ze hun entourage moesten inkrimpen zodat iedereen aan tafel paste, met als gevolg dat driekwart van de delegatie op de gang moest blijven. Een aanwezige beweert dat Vestager de bijeenkomst ondanks herhaalde seintjes een kwartier liet uitlopen. Bij het naar buiten gaan zag het gezelschap dat Jack Lew, destijds de Amerikaanse minister van Financiën, zich in de wachtkamer zat op te vreten.

    Brusselse juristen verwijten Vestager vooral dat ze de neiging heeft de rol die haar van godswege lijkt ingegeven te gebruiken als preekstoel om ‘rechtvaardigheid’ te prediken. In een bekend geworden toespraak verwees ze naar Luther, Adam en Eva en de hebzucht die aan de basis ligt van monopolistisch gedrag. Ze vindt de kritiek duidelijk misplaatst. ‘Ik heb de 95 stellingen van Luther niet aan mijn deur genageld; ik werk met het Europese mededingingsrecht. Maar wie je ook bent en wat je ook doet, je kunt altijd nadenken over hoe je het doet.’

    Wat dat betreft tekent het haar dat ze de reuzen van Silicon Valley uitdaagde: Google, Apple, Facebook en Amazon. Alle vier hebben ze openlijke aanvaringen met Vestager gehad, en ze is van Berlijn tot Washington geprezen omdat ze ze heeft aangepakt. Maar ze krijgt ook het verwijt dat haar interventies (vooral op belastinggebied) niet zozeer juridisch als wel politiek zijn gemotiveerd. Sommigen kunnen het niet uitstaan dat ze zo overtuigd is van haar gelijk. Ik vraag haar of haar welhaast koninklijke voorrecht – als aanklager, rechter, jury én beul – niet te groot is. Ze wuift mijn bezwaar weg en zegt dat de rechtbanken, juristen en media er zijn ‘om haar eerlijk te houden’. ‘En ik heb sterk het gevoel dat ze dat ook doen,’ voegt ze eraan toe.

    Het rumoer in het restaurant wordt een tikje minder. Naast ons worden cadeautjes uitgepakt, onze borden worden weggehaald. Ik kies een andere aanpak. Er woedt een academische discussie over de vraag of de aloude antitrustmiddelen – en de orthodoxie van de Chicago School, met de nadruk op nadelige prijseffecten voor consumenten – de spectaculaire veranderingen in maatschappij en economie kunnen bijbenen. Met andere woorden: goedkope producten vragen misschien een hoge prijs, terwijl door concurrentie ingegeven fusies (bijvoorbeeld in de landbouwwereld) om milieuredenen wellicht een slecht idee zijn. Ik vraag of ze, idealiter, geen bredere opdracht zou willen om zich sterk te maken voor een bredere opvatting van consumentenwelzijn.


    Haar antwoord is diplomatiek: de principes van het Europese recht zijn breed genoeg. ‘Ook de consument moet zich realiseren dat hij uiteindelijk altijd betaalt. Je betaalt hoe dan ook, zonder dat je alle cijfers van je creditcard intoetst,’ zegt ze. ‘Tot op zekere hoogte zijn sommige firma’s ouderwetse reclamebedrijven in een nieuw jasje. Ze doen fantastische dingen. Hun innovaties hebben onze samenleving veranderd. Dat neemt niet weg dat ze nog steeds een verantwoordelijkheid hebben. Als je dominant bent in de markt, heb je een speciale verantwoordelijkheid.’

    Het is een verwijzing naar Google, een bedrijf dat ze op het matje riep omdat het zijn dominante positie misbruikte om zijn eigen zoekresultaten te bevoordelen. Als Google straks geen onderscheid meer maakt, maar de klantbeleving er slechter op wordt, is ze dan nog steeds tevreden? ‘Wie ben ik om daarover te oordelen?’ antwoordt ze. ‘Op zichzelf is het goed als je iets te kiezen hebt.’

    Vrachtwagenkartel

    De zaken die ze tegen technologiereuzen aanspande trokken de aandacht, maar louter vanuit het oogpunt van consumentenwelzijn bezien vallen ze in het niet bij haar ontmanteling van het vrachtwagenkartel. Dat hanteerde niet alleen vaste prijzen, maar dwarsboomde ook de technologie om de uitstoot te verminderen. Een klokkenluider heeft vergelijkbare aantijgingen gedaan jegens autofabrikanten die onder één hoedje spelen. Had de commissie eerder moeten ingrijpen? Ze noemt de auto-onderdelenkartels die het afgelopen decennium zijn bestraft.

    ‘Het houdt maar niet op,’ zegt ze met opgetrokken wenkbrauwen. ‘In dat opzicht staat het al tijden bij ons op de agenda, maar het emissieschandaal is niet echt een antitrustkwestie. Misschien is het milieufraude, zoiets… We zien misschien een autokartel door de vingers waarin schijnbaar hecht wordt samengewerkt. We gaan ernaar kijken, maar hebben al heel wat middelen in die sector gestoken.’

    Aan haar termijn komt een einde op het hoogtepunt van haar loopbaan. Volgens sommige collega’s zou ze dolgraag directeur van het Internationaal Monetair Fonds worden. Anderen zien graag dat ze de nieuwe commissievoorzitter wordt. Maar liberalen krijgen bijna nooit een topfunctie, en zij komt ook nog eens uit een land zonder euro dat in Europees verband vaak zijn eigen weg kiest. ‘In een andere wereld wordt een sociaalliberaal misschien ergens de baas van,’ schertst ze. Het klinkt althans als een grap, maar helemaal zeker ben ik er niet van.

    Ze werpt een laatste blik op het roggebrood en daar gaat ze, alleen de motregen in. Ik kijk naar haar halfopgedronken koffie en haar keurig opgevouwen servet, en denk na over wat een klein land groot maakt.

    Auteur: Alex Barker
    Vertaling: Nico Groen

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 448.000

    Gezaghebbende krant voor de Londense City en de rest van de zakenwereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld. Het in 1888 opgerichte dagblad wordt inmiddels in 23 landen gedrukt en heeft naast de Britse ook drie Europese, een Amerikaanse en een Aziatische editie.

  • Griekenland uit de euro! Of wacht…

    Griekenland uit de euro! Of wacht…

    In een café op Kreta bespreken de stamgasten of Griekenland niet beter kan terugkeren naar de drachme.

    Het loopt tegen het einde van de middag in een dorp aan de zuidkust van Kreta. In het kaféneio [een café waar vooral mannen komen] zit een groep vrienden in gedachten verzonken om een houtkachel. Ik kom binnen samen met Christoforos, een boerenzoon die na zijn informaticastudie naar Londen vertrok en daar inmiddels vijf jaar werkt. Op het moment dat we binnenkomen, besluit een leraar juist zijn betoog: ‘Dat is het beste, gewoon geen geld meer uitgeven. Een paar jaar lang alleen nog olijven en droog brood eten, dan zien we misschien nog ooit licht aan het eind van de tunnel. Laten we eindelijk uit de euro stappen, zodat we weer met geheven hoofd kunnen lopen en onze kinderen een toekomst geven.’

    Veel mensen denken er momenteel net zo over als deze leraar: door uit de euro te stappen, zullen we het vast een paar jaar heel moeilijk krijgen, maar daarna zal er een opleving komen en zal er meer werk en welvaart zijn. Eens horen hoe het gesprek in dit kaféneio verder gaat. Wat er gezegd wordt, is zeer leerzaam.

    Niet genoeg

    Christoforos: Iedereen hier ziet in dat het de eerste jaren moeilijk zullen zijn. Maar waarom denk je dat daarna met de drachme het leven beter zal worden?

    Pavlos (hotelhouder): Christoforos, we leven hier van het toerisme en van de olijven. Zodra we de drachme terug hebben, wordt onze economie concurrerender, omdat het voor toeristen dan goedkoper wordt om hiernaartoe te komen …

    Christoforos: Waarom zijn producten, zoals toerisme, in drachmen concurrerender? Wat duur is, zijn lonen. U wilt dus graag geld verdienen in euro’s, dankzij de toeristen, en uw personeel in drachmen uitbetalen? Verdient u nog niet genoeg?

    Hotelhouder: God, de salarissen zijn het probleem niet! Die zijn ook veel lager geworden trouwens. Maar met de drachme zal al het andere veel goedkoper worden.

    Christoforos: O ja? Stroom voor de airconditioning? Olie voor verwarming? Televisies? Meubels? Spullen van IKEA? Turkse lakens en gordijnen? Rundvlees, mayonaise, koffie, whisky?

    Hotelhouder: Nee, dat wordt allemaal geïmporteerd. Ik heb het over wat wij hier produceren: olie, tomaten, kaas…

    Manolis (Boer 1): Ja, daar heb je genoeg aan. Met de euro is het leven onbetaalbaar geworden. We werken dag en nacht op het land en toch hebben we aan het eind van de maand niet genoeg over om van te leven. Maar we moeten de eurozone op de juiste manier verlaten, zonder onze subsidies te verliezen. Daar leven we hier van, want de productie van olie levert te weinig op. Alles wat we verdienen gaat op aan kunstmest, bestrijdingsmiddelen en brandstof. Alleen door de subsidies houden we nog wat over om van te leven.

    Christoforos: Als ik het goed begrijp, zou je je olie goedkoper aan de hotelhouder verkopen als we weer de drachme invoeren? Nu verdien je er tachtig euro mee, waarvan vijftig euro opgaat aan geïmporteerde producten als kunstmest en dergelijke, de dertig euro die overblijft kun je in je zak steken. Als we een andere munt nemen krijg je er minder voor en hou je nog maar twintig euro over. Met dat geld kun je dan misschien meer peterselie kopen, maar minder televisies, mobiele telefoons, benzine en auto’s. Uiteindelijk ben je slechter af.

    ‘We gaan ervoor zorgen dat geïmporteerde producten weer duurder worden, net als vroeger. Weet je nog met de bananen?’

    Mihalis (Boer 2): Nee hoor, we zouden onze olie niet goedkoper aan de hotelhouder leveren.

    Christoforos: Waarom zou de hotelhouder jouw tomaten dan nog kopen? Er zijn zat goedkope tomaten uit Nederland en België te koop.

    Boer 2: Nee, je begrijpt me niet, we gaan ervoor zorgen dat geïmporteerde producten weer duurder worden, net als vroeger. Weet je nog met de bananen?

    Christoforos: In dat geval kun je de Europese Unie en je subsidies vergeten; net als nieuwe infrastructuur en wegen trouwens.

    Dimitri (Boer 3): Zonder twijfel, kameraden: niet duurder en niet goedkoper. We verkopen onze spullen voor dezelfde prijs, maar betalen er minder belasting over. Het komt door de belastingen en de bezuinigingsmaatregelen. Die hebben ons bij de strot.

    Christoforos: Is dat het probleem? De belastingen? Waarom verlagen we die dan niet en blijven in de euro? Weet je waar tachtig procent van het belastinggeld naartoe gaat? Naar salarissen en pensioenen. De schuldeisers van Griekenland vinden het prima.

    Boer 1: Ah nee hè, dat niet. Van mijn pensioen als boer moeten ze afblijven!

    Christoforos: Als ik je dus goed begrijp, Dimitri, verkoop je voor lagere prijzen, krijg je minder binnen en betaal je minder belasting. Wie gaat dan de pensioenen van je ouders en van je tante betalen?

    Myron (Belastinginspecteur): We verlagen de rente op de schuld!

    Keuze

    Christoforos: Weet je wel dat we nu nog de rente over leningen betalen die we onder Charilaos Tricoupis [premier van 1882-1895] afgesloten hebben?! Als we de drachme weer invoeren, betalen we misschien minder rente, maar worden we arm. We betalen nu minder dan acht procent van de staatsinkomsten aan rente. Spanje, Italië, Kroatië en Portugal betalen veel meer.

    Boer 3: Christoforos, jij bent naar een ander land vertrokken, maar wij zijn hier gebleven. Wij betalen een hoop belasting aan Athene, maar alleen in het noorden van het land worden vliegvelden en wegen aangelegd. Met ons geld. De toestand van onze lokale vliegvelden is belabberd en onze wegen zijn levensgevaarlijk.

    Belastinginspecteur: Om de olijvenpers draaiende te houden, hebben we contant geld nodig. Als we onze eigen munt hebben, kunnen we geld drukken en de markt weer in beweging krijgen, zodat de economie weer gaat draaien.

    Christoforos: Als het zo simpel was, was er geen honger in de wereld. De waarde van een bankbiljet is precies gelijk aan wat je ervoor betaald hebt. Kijk naar Argentinië. Dat land heeft zijn eigen munt, maar geen banken meer.

    Inspecteur: Hebben wij wel banken dan?

    Christoforos: Daar heb je gelijk in! Sinds vijf of zes jaar zijn hier inderdaad ook geen banken meer. Maar de keus is om in de eurozone te blijven, afhankelijk te blijven van onze schuldeisers totdat onze banken er weer bovenop zijn, of de sprong te wagen en recht op een failliet af te stevenen.

    ‘Dat we geen banken hebben, heeft ook een positieve kant, want daardoor kunnen we ook geen leningen meer afsluiten’

    Kostis (Winkelier): Dat we geen banken hebben, heeft ook een positieve kant, want daardoor kunnen we ook geen leningen meer afsluiten. Die wurgen ons! Toen alles nog goed ging, sloten we ze bij bosjes af, en nu zitten we ermee. De banken dreigen ons alles af te pakken, we kunnen het hoofd niet meer boven water houden.

    Christoforos: Dat snap ik, Kostis, maar als we terugkeren naar de drachme, dan worden de banken genationaliseerd. Dan ben je geen geld meer schuldig aan de bank maar aan de staat. Dat is nog erger, want dan heb je helemaal geen bescherming meer.

    Boer 1: Volgens mij zouden we er met een eigen munt zo weer bovenop zijn.

    Christoforos: Ik zie nog steeds niet hoe de drachme je helpt om meer olie te produceren. De enige die daar iets mee opschiet is de hotelhouder, want die is dan minder kwijt aan salarissen, zodat onze kinderen uiteindelijk minder gaan verdienen. Toen ik het café binnenkwam, mijn beste landgenoten, zeiden jullie dat jullie best een decennium of zo op wilden offeren, de tijd die nodig is om over te schakelen op de drachme en weer betere vooruitzichten te krijgen. Maar nu ik jullie heb aangehoord, besef ik dat ik geen enkel overtuigend argument heb gehoord. Niets zegt mij dat het over tien, twintig of dertig jaar beter zal zijn. Denk goed na over wat je je kinderen aandoet, want misschien blijven ze hun hele leven op je foeteren om de ongelukkige keuze die je gemaakt hebt.

    Auteur: Giorgos Stratopoulos
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Protagon
    Griekenland | protagon.gr

    Protagon is in 2010 opgericht door o.a. journalist Stavros Theodorakis, die in 2014 ook To Potami oprichtte, de neoliberale partij die datzelfde jaar nog zes zetels haalde in de verkiezingen voor het Europese Parlement. De site plaatst opiniestukken, analyses en reportages over politiek, economie, cultuur en samenleving, en is vooral geliefd bij intellectuelen.

    Beeld: © HH

    CONTEXT: 42 procent wil drachme terug

    Al maanden bevinden Brussel en Athene zich in een patstelling, waardoor het schrikbeeld van een Grexit weer terug is – een uittreding van Griekenland uit de eurozone. In juli zou Griekenland een nieuwe uitbetaling krijgen uit het steunfonds van 86 miljard. De schuldeisers eisen echter een extra pakket hervormingen, van het belastingsysteem, de pensioenen en de arbeidsmarkt. Op maandag 20 februari, bij de vergadering van de ministers van Financiën van de eurozone, bleek Athene eindelijk bereid tot concessies.

    De Atheense krant I Kathimerini herinnert eraan dat de regering aanvankelijk de poot stijf hield: ‘De uitdaging is nu om deze draai uit te leggen aan de kiezer, die zich opnieuw bedrogen voelt.’ Volgens een door het dagblad geciteerde opiniepeiling wil 45 procent van de Grieken in de eurozone blijven en denkt 42 procent dat het leven beter wordt als het land de drachme weer invoert.

  • Joseph Stiglitz: ‘De euro heeft niet de beloofde welvaart gebracht’

    Joseph Stiglitz: ‘De euro heeft niet de beloofde welvaart gebracht’

    In zijn nieuwe boek veegt Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz de vloer aan met de euro. Om de muntunie te redden zou het volgens hem goed zijn als sommige landen de eurozone verlaten.

    Keuze uit het archief

    Met ingang van 1 januari 2026 is Bulgarije toegetreden tot de eurozone. Daarmee hebben nu 21 van de 27 EU-landen de euro als betaalmiddel. Maar is dat wel zo positief? Niet als je het aan de econoom en analist Joseph Stiglitz vraagt. In dit interview van Le Monde van tien jaar geleden legt hij uit waarom de eurozone gebaat is bij minder leden.

    Een hoog werkloosheidscijfer, lage groei, groeiend populisme: volgens Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz draagt de euro schuld aan de ergste kwalen van de eurozone van dit moment. Als er niets verandert, voorspelt hij, zal de eenheidsmunt de lidstaten in een impasse drijven. In zijn onlangs verschenen nieuwe boek, De euro. Hoe de gemeenschappelijke munt de toekomst van Europa bedreigt, bespreekt hij welke hervormingen de muntunie mogelijk zouden kunnen redden. Daarbij schuwt hij het taboe niet van een ‘scheiding in goed overleg’ tussen de Unie en sommige lidstaten.

    U beschrijft de euro als een economische mislukking. Welke fouten hebben we gemaakt?

    ‘De weeffouten in de eenheidsmunt zitten er al in sinds de invoering. In 1992 dacht Europa dat een muntunie, waarbinnen de landen hun eigen economie niet meer via wisselkoersen en het renteniveau konden beïnvloeden, kon werken als de regeringen hun overheidsfinanciën maar op orde hielden en de inflatie in toom hielden. Ze voerden strenge begrotingsregels in en riepen een centrale bank in het leven die de prijzen moest bewaken. De markt, dachten ze, zou het evenwicht wel bewaren. Maar ze hadden het mis. De euro heeft niet de beloofde welvaart gebracht, maar in plaats daarvan tot verdeeldheid en ongelijkheid geleid. En toen de crisis toesloeg, ging het van kwaad tot erger.’

    ‘De Europese begroting moet veel ambitieuzer worden dan de huidige’

    Waarom?

    ‘Tijdens de crisis konden de zuidelijke eurolanden hun munt niet meer devalueren om hun export aan te jagen en zo hun economie te ondersteunen. In plaats daarvan moesten ze, om toch nog concurrerend te blijven, snijden in de salarissen, terwijl de werkloosheid explodeerde. Jonge hogeropgeleiden hadden geen andere keus dan massaal te emigreren, wat deze landen van hun kostbaarste bezit beroofde. Gedwongen door hun strakke begrotingen stopten deze regeringen vervolgens met nog in infrastructuur en onderwijs te investeren en trokken daarmee een wissel op hun toekomstige groei. Deze vicieuze cirkel moet hoognodig worden doorbroken.’

    De eurozone heeft sinds het uitbreken van de crisis haar instellingen versterkt, vooral door het invoeren van een bankenunie. Is dat niet voldoende?

    ‘Jawel. Maar de derde pijler van die bankenunie, het depositogarantiestelsel, is er bijvoorbeeld nog niet. Sommige landen schrikken ervoor terug om het in te voeren. Maar hoe langer de eurozone wacht met het doorvoeren van dergelijke noodzakelijke hervormingen, hoe groter het risico op een nieuwe crisis wordt. En als die er komt, zullen landen sneller de eurozone verlaten.’

    Wat zou er allereerst moeten gebeuren?

    ‘De bankenunie compleet maken en een garantiestelsel voor overheidsschulden invoeren. Maar ook moet er een Europees solidariteitsfonds komen ter bevordering van de stabiliteit, dat landen helpt die in een recessie dreigen te raken. Er bestaat momenteel ondersteuning voor landen die zich aansluiten bij de Europese Unie. Waarom zou je die landen opeens niet meer ondersteunen als ze eenmaal binnen zijn? Tot slot is het essentieel om de begrotingsregels te versoepelen, zodat landen niet langer gedwongen worden om tijdens een recessie in hun toekomstige uitgaven te snijden.’

    U roept op om de overheidsuitgaven te verhogen. Waar moet dat geld vandaan komen?

    ‘Je kunt niet heen om een veel ambitieuzere Europese begroting dan de huidige. De inkomsten daarvoor zouden kunnen komen uit een kleine progressieve belasting voor particulieren en bedrijven. Dat zou een dubbel voordeel bieden: er komen Europese belastinginkomsten binnen, en tegelijk wordt er geharmoniseerd hoe er nu in de verschillende lidstaten mee omgegaan wordt. Dat zou ook helpen om de fiscale concurrentie, waar vooral Ierland en Luxemburg zich schuldig aan maken, terug te dringen. Verder maakt een Europese belastinggrondslag de uitgifte van Europese obligaties geloofwaardiger.’

     


    Europese obligaties uitgeven op het moment dat regeringen zo weinig vertrouwen in elkaar hebben klinkt utopisch…

    ‘Het argument van het gebrek aan vertrouwen tussen landen is een slecht excuus. Je kunt prima zulke obligaties uitschrijven, zolang je maar regels opstelt die budgetoverschrijdingen beperken en verstandig beheer van de overheidsfinanciën door lidstaten garanderen.’

    Wat is het probleem met de Europese Centrale Bank?

    ‘Het mandaat van de bank – ervoor zorgen dat de inflatie niet boven de grens van twee procent uitkomt – is te zwak. Dat heeft tot enorme fouten geleid, zoals in 2011, toen die op het hoogtepunt van de crisis het rentetarief verhoogde. De missie van de ECB zou moeten worden uitgebreid met groei en werkgelegenheid, waarbij een grote flexibiliteit mogelijk moet zijn om van moment tot moment te reageren. Op dit moment zou bijvoorbeeld de prioriteit moeten liggen bij het omlaag brengen van de werkloosheid.’

    U heeft het over de mogelijkheid van een ‘scheiding in goed overleg’ tussen lidstaten. Hoe zou die in zijn werk gaan?

    ‘Een vertrek uit de eurozone van een lidstaat zou, zolang het maar goed geregeld is, relatief pijnloos kunnen verlopen. Daarbij zijn meerdere scenario’s denkbaar. Als Duitsland uittreedt, dan daalt voor de andere lidstaten de euro vanzelf in waarde, wat hun export een impuls zou geven. Duitsland zou in dat geval profiteren van zijn sterkere munt, waardoor de schuldenlast – die dan nog steeds in euro’s is – vermindert. Als een land als Griekenland de eurozone verlaat, stort meteen de waarde van de nationale munt in – waardoor dat land veel concurrerender wordt. De hoogte van de overheidsschuld, nog steeds in euro’s, zou daarentegen door het plafond gaan. Een herstructurering van de schuld wordt dan onvermijdelijk: maar als dit goed uitonderhandeld wordt, levert het geen al te grote problemen op. Het voorbeeld van Argentinië laat zien dat het een land, wanneer het van zijn schuldenlast bevrijd is en zijn wisselkoers weer zelf kan bepalen, economisch opeens voor de wind kan gaan.’

    Maar Argentinië zit juist aan de grond!

    ‘Vanaf het moment dat Argentinië zichzelf in 2002 failliet verklaarde en weer vanaf nul begon, maakte het een sterke groei door, van wel acht procent per jaar. Die hield aan tot 2008. De problemen waar het land nu in zit hebben te maken met het rampzalige economisch beleid dat daarna is gevoerd.’

    Wordt een land dat de eurozone verlaat niet altijd onmiddellijk door speculanten aangevallen?

    ‘De eurozone wordt inderdaad voortdurend door speculanten bedreigd. Als bij het referendum over de grondwetswijziging in Italië van dit najaar het Nee gaat winnen, dan zullen speculanten de verzwakte banken van dat land waarschijnlijk genadeloos aanvallen. Maar er bestaan instrumenten om ze tegen zulke aanvallen te beschermen, bijvoorbeeld door de kapitaalpositie van deze banken te controleren. Dat deed IJsland in 2008 om zijn munt te beschermen, en de economie van dat land staat er nu goed voor.’

    ‘Contant geld is zoiets twintigste-eeuws! In veel landen, vooral in Noord-Europa, is het al bijna helemaal verdwenen’

    U vindt dat wanneer Griekenland de eurozone verlaat, het land een elektronische munt zou moeten voeren. Gaat dat werken, in een land waar contant geld nog koning is?

    ‘Contant geld is zoiets twintigste-eeuws! In veel landen, vooral in Noord-Europa, is het al bijna helemaal verdwenen. Consumenten betalen contactloos, bedrijven boeken geld over… Gewoontes op dat vlak veranderen razendsnel. De overgang naar een elektronische munt in Griekenland, net als in heel Europa, zou de traceerbaarheid van financiële transacties een stuk eenvoudiger maken. Dat beperkt de mogelijkheden van fraude en belastingontwijking.’

    De Brexit is een eerste test hoe een scheiding zou kunnen verlopen. Hoe kan een Britse uittreding uit de Europese Unie het beste worden geregeld?

    ‘Er bestaat het risico dat men de scheiding voor Groot-Brittannië erg pijnlijk zal willen maken, zodat het Britse voorbeeld andere landen zal afschrikken die met het idee van uittreding spelen. Maar dat zou betekenen dat de Europese Unie verder door angst bijeengehouden wordt in plaats van door solidariteit. Dat zou een erg slecht signaal afgeven. De Europese leiders kunnen beter een nieuwe vorm van economische integratie met de Britten zoeken, waarbij aan ieders belangen gedacht wordt en waar iedereen van profiteert. Gebeurt dat niet, dan eindigen we allemaal als verliezer.’

    Naast een scheiding in goed overleg noemt u ook de mogelijkheid van een ‘flexibele euro’. Hoe zou die functioneren?

    ‘Het idee zou zijn om in de muntunie een pauze in te lassen, zodat er tijd is om hervormingen door te voeren die de levensvatbaarheid van de eenheidsmunt vergroten. Er worden dan tijdelijk binnen de eurozone drie of vier homogene groepen van landen gecreëerd, die ieder een andere euro gebruiken, elk met een andere wisselkoers. Zodra de hervormingen zijn doorgevoerd, gaan ze weer over op dezelfde munt, maar dit keer onder voorwaarden waarbij aan de welvaart van alle landen is gedacht.’