Tag: immigranten

  • Canada haalt immigratiequota drastisch omlaag

    Canada haalt immigratiequota drastisch omlaag

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VN-rapport: vrijwel geen vooruitgang geboekt in emissiereductie

    » Brazilië spreekt veto uit tegen BRICS-lidmaatschap Venezuela

    Toelatingsquotum gaat met 21 procent omlaag

    Het land wordt traditioneel gezien als een gastvrij land voor immigranten, maar kondigde donderdag een ’aanzienlijke‘ verlaging van 21 procent aan van het aantal permanente inwoners dat het vanaf volgend jaar zal toelaten. ’Immigratie is essentieel voor de toekomst van Canada, maar ze moet gecontroleerd en duurzaam zijn‘, zei premier Justin Trudeau, die benadrukte dat deze vermindering ’een pauze in de bevolkingsgroei in de komende twee jaar zal betekenen‘.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ’De druk op tijdelijke immigranten zal zeer reëel zijn‘, benadrukten verschillende experts die geïnterviewd werden door het Canadese dagblad Le Devoir. ’Honderdduizenden immigranten zullen Canada moeten verlaten als we de nieuwe doelstellingen echt willen halen‘, verklaart Catherine Xhardez, politicoloog aan de Université de Montréal.

  • Dominicaanse Republiek wil per week 10.000 Haïtianen gaan terugsturen

    Dominicaanse Republiek wil per week 10.000 Haïtianen gaan terugsturen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Schoonzoon van Nasrallah gedood bij Israëlische aanval in Damascus

    » EU stelt inwerkingtreding van haar anti-ontbossingswet met een jaar uit

    Het land wil op die manier illegale migratie tegengaan

    Op woensdag kondigden de Dominicaanse autoriteiten de onmiddellijke uitvoering van een plan aan om elke week tot 10.000 ongedocumenteerde migranten te repatriëren, meldt Hoy. De betrokken migranten komen voornamelijk uit Haïti, dat het Caribische eiland Hispaniola deelt met de Dominicaanse Republiek.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De regering van president Luis Abinader is van plan om op deze manier illegale immigratie tegen te gaan en verzekert dat het uitwijzingsplan onderworpen zal zijn aan ‘strikte protocollen om respect voor de mensenrechten en waardigheid van de gerepatrieerden te garanderen’. Tegen 2023 waren al zo’n 250.000 Haïtianen zonder papieren het land uitgezet.

  • Canada draait de duimschroeven aan voor buitenlandse werknemers

    Canada draait de duimschroeven aan voor buitenlandse werknemers

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Amerikaanse verkiezingen: Trump dreigt debat met Harris op ABC News over te slaan

    » VN-chef geeft noodsignaal af wegens zeespiegelstijging Stille Oceaan

    Aanleiding voor de maatregelen is de werkloosheidsstijging

    Na jaren van wat werd gezien als een zeer open immigratiebeleid, is Ottawa van plan om ‘de toelatingscriteria aan te scherpen om het aantal buitenlandse werknemers […] in banen met lage lonen te verminderen’, meldt Radio-Canada. Premier Justin Trudeau legde maandag uit dat door de inflatie de situatie niet meer dezelfde is als twee jaar geleden en dat Canada niet zoveel buitenlandse arbeidskrachten nodig heeft.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De nieuwe regels omvatten een herinvoering van het verbod op het afgeven van tijdelijke werkvergunningen aan buitenlandse werknemers voor laagbetaalde banen in steden waar de werkloosheid 6 procent of hoger is. Het land kende onlangs zijn sterkste demografische groei in meer dan een halve eeuw dankzij immigratie. Maar het werkloosheidscijfer is het afgelopen jaar gestegen naar 6,4 procent.

  • In Bulgarije worden mensensmokkelaars geworven via Telegram

    In Bulgarije worden mensensmokkelaars geworven via Telegram

    Op de Balkan worden via de zwarte markt op berichtendienst Telegram oproepen gedaan om voor een aanzienlijk bedrag immigranten te smokkelen. Bij deze Bulgaarse chauffeur gaat bijna alles mis. En naar het geld kan hij fluiten.

    Vladislav [niet zijn echte naam] leidt geen bijzonder turbulent leven. Hij woont in een stad in het noordoosten van Bulgarije, waar hij in een fabriek werkt, in ploegendienst. De eentonigheid van zijn baan en het magere salaris dat hij verdient brengen hem in de verleiding om dingen te doen die ver buiten zijn dagelijkse routine vallen – in dit geval zelfs buiten de wet. 

    Via een advertentie in een anoniem kanaal op berichtendienst Telegram begint Vladislav in september 2023 een nieuwe loopbaan als ‘handelaar in illegale immigranten’. Hij aarzelt aanvankelijk, maar het geld dat hem in het vooruitzicht wordt gesteld is toch te verleidelijk. Vladislav reageert op een bericht dat gebruiker Dark Haker heeft geplaatst, waarin wordt gezocht naar een ‘vervoerder tegen betaling van een groot bedrag’. Vladislavs’ interesse is daarmee al snel gewekt. Dark Haker biedt eerst 650 euro, dan 750, en uiteindelijk iets meer dan 1000 dollar voor het vervoeren van vier vluchtelingen van Boergas naar Sofia. 

    Internetchats

    Illegale migranten de grens over zetten is niet langer alleen voorbehouden aan professionele smokkelaars; het wordt tegenwoordig ook gedaan door mensen die ‘gewoon geld willen verdienen’. Het werven van dergelijke ‘eendagssmokkelaars’ vindt en plein public plaats in internetchats die voor iedereen toegankelijk zijn.

    Nadat hij akkoord is gegaan met het aanbod om de vluchtelingen te vervoeren, vertrekt Vladislav vrijwel onmiddellijk naar Boergas. De opdracht is relatief eenvoudig: haal de vier vluchtelingen op en rijd dan rechtstreeks naar Sofia, zonder onderweg ergens te stoppen. Er moet bij aankomst in Sofia een video-opname worden gemaakt van het tellen van de migranten, en er worden regelmatig screenshots van zijn locatie verwacht, zodat de organisatoren weten waar hij is.

    Die avond krijgt hij de exacte coördinaten van de plaats waar hij heen moet rijden om de vluchtelingen op te halen. De locatie is een zandweg in Strandzja, tussen Kroesjevets en de Jasna Poljana-dam. 

    Als hij daar aankomt, ziet Vladislav in het schijnsel van mobiele telefoons de eerste vluchteling opdoemen: een man in donkere kleren met een rugzak. Hij heeft een kaalgeschoren hoofd, een baard en een snor. ‘Daarna verschenen er nog zes,’ vertelt Vladislav. Terwijl de afspraak was dat hij er vier mee zou nemen, waren het er opeens zeven. En in zijn sedan passen maar vijf mensen. Uiteindelijk neemt hij ze allemaal mee richting Sofia: vijf achterin en twee naast hem voorin.

    De communicatie met de migranten in de auto verloopt moeizaam. Slechts een van hen spreekt een beetje Engels. ‘Ze maakten voornamelijk selfies met hun telefoons,’ vertelt Vladislav. Met behulp van een vertaalapp begrijpt hij dat ze uit Afghanistan komen en dat hun volgende stop Servië is, met eindbestemming Duitsland. Ze hebben 3000 euro per persoon betaald voor hun reis door Bulgarije. 

    Vage aanwijzingen

    De aanwijzingen die Vladislav onderweg krijgt blijven erg algemeen. Hij moet achter een vrachtwagen gaan rijden en via de app Waze in de gaten houden waar de politie gesignaleerd is. ‘Werd je aangehouden, dan was je er gloeiend bij,’ zegt hij.

    Bij aankomst maakt Vladislav zoals gevraagd een filmpje van de vluchtelingen die uitstappen. Volgens zijn correspondentie met een tweede contactpersoon, met een Pakistaans nummer, is dit een vereiste om betaald te worden. Na het maken van de video stappen de zeven migranten ineens weer in de auto. Een paar minuten later krijgen ze aanwijzingen op hun telefoon en stappen ze alsnog uit. 

    Vladislav was verteld dat hij de helft van het bedrag – 500 euro – van de vluchtelingen zelf zou krijgen. Bij aankomst in Sofia, kort voordat de zeven uiteindelijk de auto verlaten, krijgt hij echter heel andere instructies: hij moet geen geld aannemen van de vluchtelingen, omdat die het misschien nodig hebben voor de rest van de reis naar Duitsland. 

    Maar dan neemt het verhaal nog een andere wending: Vladislav moet wachten op een andere man die betrokken is bij de smokkel en die hem zal betalen. Maar die blijkt nog te slapen, hoort hij van de man achter het Pakistaanse nummer. 

    Op een parkeerplaats in Sofia probeert hij zelf wat te slapen. Als dat niet lukt, neemt hij weer contact op met de contactpersoon met het Pakistaanse nummer, die hem uitlegt dat ‘het doorspelen van het geld’ nog niet heeft plaatsgevonden, ‘maar het is in orde’, ‘geen probleem’ en ‘er is niets aan de hand’. Vladislav antwoordt: ‘Er is nog niets mijn kant op gekomen, zoals we wel hadden afgesproken.’ 

    Desondanks blijft de organisator beweren dat alles in orde is. Latere communicatie met zowel het Bulgaarse als het Pakistaanse nummer maakt duidelijk dat de organisatoren elkaar niet kennen en dat de coördinatie elders plaatsvindt. Het Bulgaarse nummer had gesuggereerd dat Vladislav in Plovdiv zou worden betaald, maar tegen die tijd was hij al vertrokken.

    ‘Er is nog niets mijn kant op gekomen, zoals we wel hadden afgesproken’ 

    Vladislav begint ernstige twijfels te krijgen, maar hij heeft de hoop op zijn honorarium nog niet helemaal opgegeven. In ieder geval heeft geen van zijn twee contactpersonen het contact tot nog toe verbroken.

    Als hij de volgende dagen verschillende aanbiedingen krijgt voor een tweede rit, voor nog meer geld – vier mensen voor 500 euro per persoon, bijvoorbeeld – stemt hij in, onder de voorwaarde dat hij bij aankomst ook de 1000 euro die hij nog tegoed heeft zal ontvangen.

    Tijdens zijn tweede rit, naar een plaats die niet ver van de eerste eindbestemming ligt, raakt Vladislav de weg kwijt. Zijn telefoon heeft geen bereik en daarom kan hij geen verbinding maken met de gps-app, of met zijn contactpersoon. Uiteindelijk, na uren rondzwerven, gaat hij alleen terug. ‘Vreemd genoeg was de organisator op de hoogte van mijn situatie; toen we contact hadden, wenste hij me een goede reis terug.’

    De vergeefse tweede rit is voor Vladislav geen reden om niet toch nog een derde poging te wagen: dit keer met een ander startpunt, een paar kilometer van de grensovergang met Turkije bij Lesovo, in de regio Jambol. Daar moet hij vijf migranten oppikken. Maar er komt niemand opdagen. De contactpersoon belooft dat hij nog 250 euro krijgt en 1000 euro van ‘de Arabier die de mensenhandel heeft georganiseerd’. 

    Kort voordat hij wil vertrekken, wordt Vladislav aangehouden door de grenspolitie. Niet zo verrassend, want in tegenstelling tot de eerste twee locaties ligt deze plek in het zicht van een controlepost. Hij moet zijn telefoon afgeven, met daarop de correspondentie met de organisatoren. Zijn auto wordt van onder tot boven uitgekamd. ‘Ik zei dat het mijn eerste keer was,’ vertelt hij. Maar ze bieden hem direct twee opties: meewerken of gearresteerd worden. Vladislav kiest de eerste.

    Fluiten naar het geld

    Alleen kan hij de grenspolitie nauwelijks van dienst zijn. Er zitten geen vluchtelingen in de auto en zijn contactpersonen zijn allemaal anoniem. Als hij zou worden betrapt met migranten, zou hem een onvoorwaardelijke straf boven het hoofd hangen. ‘Eén ding wisten ze heel zeker: ik zou geen enkele lev [de Bulgaarse munteenheid] krijgen voor mijn werk,’ zegt Vladislav, die naar huis wordt gestuurd.

    Slechts een van zijn drie ritten is succesvol afgerond. Financieel is hij er zelfs op achteruit gegaan, want hij moest zelf de benzine betalen. Na een week besluit Vladislav zijn nieuwe carrière vaarwel te zeggen.

    Financieel is Vladislav er zelfs op achteruit gegaan, want hij moest zelf de benzine betalen

    Achteraf beseft hij dat het behoorlijk naïef was om geld te verwachten, nadat hij voor zijn eerste rit niet betaald kreeg. Bovendien realiseert hij zich nu dat hij zichzelf meerdere keren in gevaar heeft gebracht. Ondertussen ziet hij nog steeds Telegram-feeds voorbijkomen met advertenties voor vluchtelingenvervoer, tussen de aanbiedingen voor drugs, nepparfum en nepdiploma’s.

    Wat hem inmiddels opvalt, is dat ‘het barst van de mensen zoals ik die gaan rijden, maar naar hun geld kunnen fluiten’. Hij probeert anderen sindsdien te waarschuwen ‘om niet gepakt te worden’. 

  • Van Pogba tot Mbappé: waarom Parijs zoveel voetbaltalent levert

    Van Pogba tot Mbappé: waarom Parijs zoveel voetbaltalent levert

    De regio Parijs brengt de laatste jaren meer voetbaltalent voort dan Azië, Afrika en Noord-Amerika bij elkaar. Sportjournalist en Financial Times-columnist Simon Kuper legt uit hoe dat komt.

     

    Keuze uit het archief

    De deze week overleden Braziliaanse voetballegende Pelé is de enige voetballer ooit die drie WK’s wist te winnen. Voetbalkenners zeggen dat de huidige Franse voetbalster Kylian Mbappé misschien wel de enige voetballer is die dat ook kan bereiken. Hij komt in ieder geval uit de juiste omgeving: de regio Parijs is een haast overstromende vijver aan voetbaltalent. In dit stuk uit 2018 ontdekken we waarom.

    Bijna tien jaar geleden noemde [Arsenal-coach] Arsène Wenger de regio Parijs de op een na beste leverancier van voetbaltalent, na het Braziliaanse São Paulo. Maar inmiddels staat de Franse hoofdstad onbetwist aan de top.

    Ziehier een paar hedendaagse spelers die in de Parijse regio zijn opgegroeid: Paul Pogba, Anthony Martial, N’Golo Kanté, Kingsley Coman, Blaise Matuidi en Kylian Mbappé, plus drie andere spelers die tot de vaste opstelling van Paris Saint-Germain behoren, de Algerijnse internationals Riyad Mahrez en Yacine Brahimi, en diverse Senegalese en Marokkaanse internationals die tijdens het komende Wereldkampioenschap zullen spelen. In feite brengt Île-de-France waarschijnlijk meer talent voort dan Azië, Afrika en Noord-Amerika bij elkaar. Hoe komt dat?

    Dat vraag ik me ook elk weekend af.

    Ik woon in Parijs en sta meestal op zaterdagochtend langs de lijn bij voetbalwedstrijden van mijn kinderen. Over het algemeen verlopen die ochtenden volgens een vast patroon: je propt je in iemands auto en rijdt naar een spartaans maar goed onderhouden sportcomplex in de banlieues, de buitenwijken. Mijn favoriete complex, in een banlieue die vroeger communistisch stemde, heet ‘Stade Karl Marx’. Gewoonlijk is het er ijskoud. De velden worden in de regel omringd door sjofele appartementencomplexen. De meeste Parijse banlieues zijn onaantrekkelijk, maar ondanks buitenlandse vooroordelen over deze regio zijn het geen verpauperde, van terroristen vergeven inferno’s. Saai is waarschijnlijk de beste omschrijving.

    Voetballende kinderen in de migrantenwijk Goutte d’Or in Parijs. – © Hollandse Hoogte
    Voetballende kinderen in de migrantenwijk Goutte d’Or in Parijs. – © Hollandse Hoogte

    Terwijl de kinderen zich omkleden, halen de ouders koffie, idealiter bij een lokale bakkerij of in het ergste geval bij een automaat in het clubhuis. Daarna komen er jongens van allerlei tinten uit de kleedkamers gestroomd. Op het hek rond het nieuwerwetse kunstgrasveld hangen vaak borden met ‘Fairplay’, dat in het Frans als één woord wordt geschreven. Tijdens de wedstrijd zie je meestal een aantal behoorlijk indrukwekkende passeerbewegingen. Je moet zelf de score bijhouden want aan het eind worden er geen uitslagen bekendgemaakt, doelbewust beleid van de voetbalbond om kinderwedstrijden niet uit de hand te laten lopen. Na afloop geeft iedereen elkaar een hand. Tegen lunchtijd kun je eindelijk naar huis om te ontdooien.

    De mars naar de voetbaltop van Île-de-France is geleidelijk verlopen. De meeste banlieues van de metropool werden in de naoorlogse decennia gebouwd; naarmate er meer mensen kwamen wonen, voornamelijk immigranten, en er meer sportcomplexen werden gebouwd en bemand, werd 
het plaatselijke voetbal beter.

    Aanvankelijk werd het meeste talent hier waarschijnlijk niet gescout. Geen van de spelers in het Franse team dat in 1984 het EK won groeide op in de Parijse regio. In 1998 telde het Franse wereldkampioensteam drie memorabele voortbrengselen van de Parijse banlieues: Thierry Henry, Patrick Vieira en Lilian Thuram. Tegenwoordig levert de regio in de regel meer dan een derde van het Franse team. Ondertussen was 27 procent van de spelers in het Franse eredivisieseizoen 2013-2014 geboren 
in Île-de-France, tegen 10 procent in 1995-1996, aldus Bastien Drut en Richard Duhautois in hun boek Sciences sociales football club.

    Alleen maar voetbal

    In 2016 vroeg ik Pogba tijdens een interview in Turijn waarom er zoveel talent is in de Parijse banlieues. Zijn antwoord: ‘Omdat er alleen maar voetbal is. Op school of buiten in de wijk, iedereen voetbalt. En dat helpt mensen om niet niks te doen of stommiteiten uit te halen. Elke dag is er de bal. En verder niks.’

    Het extreemste geval is misschien wel Les Ulis, een satellietstad van Parijs die zo geïsoleerd is dat je er niet eens een treinstation vindt. De plaatselijke voetbalclub heeft Henry, Martial en Patrice Evra voortgebracht.

    Pogba groeide op met zijn moeder en oudere tweelingbroers in de oostelijke satellietstad Roissy. Naast hun vroegere appartementencomplex is een klein sportveld, met basketbalringen en voetbalgoals. Dat is typerend: in deze dichtbevolkte voorsteden wemelt het op de speelplaatsen van de kinderen die aan hun krappe appartement ontsnappen om een balletje te trappen. Zelfs in het smartphonetijdperk oefenen velen van hen de talloze uren die nodig zijn om de top te bereiken, zonder dat ze worden afgeleid door vakanties of vioolles. Om diezelfde reden brengen Amerikaanse binnensteden basketbalsterren voort.

    Veel vaders in de Parijse banlieues wijden hun leven (meestal tevergeefs) aan het opleiden van hun kinderen tot voetbalmiljonairs. Pogba’s vader, een immigrant uit Guinee, trainde zijn drie zoons (die allemaal prof werden) met ballen die hij keihard had opgepompt, omdat hij dacht dat daardoor hun schotkracht zou verbeteren. In het arme Seine-Saint-Denis, ten noordoosten van Parijs, coachte ook de Kameroense vader van Mbappe zijn zoon, zowel thuis als op zijn plaatselijke club AS Bondy. Die combinatie is cruciaal. Zelfs de armste Franse banlieue beschikt over een door de staat gesubsidieerde sportclub met gediplomeerde trainers.

    Op een korte wandeling vanaf het vroegere appartementencomplex van Pogba bevindt zich de plaatselijke club, US Roissy. In een naar de grootse naam ‘Bureau Football’ luisterende ruimte hangen getekende shirts van alle drie de broertjes Pogba. Op de enige tribune van het hoofdveld vroeg ik Pogba’s vroegere jeugdtrainer, Sambou Tati 
(nu voorzitter van de club), of de kleine Paul altijd al prof wilde worden.

    ‘Alle jongens willen prof worden,’ zei Tati. ‘Het enige probleem was dat hij dribbelde. Dan zei ik: “Nee, Paul, zo verlies je tijd. Als je dat doet ben je geen goede speler.”’ En Tati imiteerde Pogba’s woeste reactie: ‘Waah!’ Maar Pogba leerde ervan, min of meer.

    In deze banlieues, misschien wel meer dan waar ook ter wereld, wordt talent verbeterd door een efficiënte, door 
de staat bevorderde sportstructuur. 
De beste buurtkinderen promoveren algauw naar het profcircuit. Volgens Jamel Sandjak, voorzitter van de bond van Paris-Île-de-France, is vergeleken met de rest van Frankrijk ‘het gemiddelde niveau hoger in Île-de-France 
en zijn de jongeren gemotiveerder om prof te worden. De profclubs hebben bijna overal in onze regio scoutingnetwerken.’

    Als Mbappe wat minder bedreven was geweest, zou hij waarschijnlijk hebben gespeeld voor het Kameroen van zijn vader, of voor het geboorteland van 
zijn moeder, Algerije

    Zo werd Pogba op zijn dertiende gerekruteerd door de voetbalacademie van Le Havre. ‘Ze hadden hem al lange 
tijd gevolgd,’ zei Tati. ‘Op de dag dat 
Le Havre hem contracteerde, wilde Le Mans hem ook hebben, maar ze visten achter het net.’ Op zijn vijftiende vertrok Pogba naar Manchester United.

    Tegenwoordig zou hij waarschijnlijk zijn gespot door een beter georganiseerd Paris Saint-Germain, dat ervoor zorgt geen enkel talent in de regio over het hoofd te zien. Maar ook de buitenlandse concurrentie snuffelt inmiddels rond. De allerbeste spelers stromen door naar Clairefontaine, de Franse nationale academie in de bossen ten zuidwesten van Parijs. Dankzij deze infrastructuur groeide Mbappe uit tot een angstaanjagende combinatie: een geboren atleet die de beste coaching ter wereld genoot. Hij dribbelt en scoort, maar hij kan ook passeren en doet zijn werk in de defensie.

    Als Mbappe wat minder bedreven was geweest, zou hij waarschijnlijk hebben gespeeld voor het Kameroen van zijn vader, of voor het geboorteland van 
zijn moeder, Algerije. Veel kinderen van Afrikaanse immigranten die het 
in Frankrijk niet redden kiezen voor een ander nationaal elftal. Pogba’s tweelingbroers zijn international bij Guinee, terwijl het Algerijnse team, 
dat zo goed presteerde tijdens het WK van 2014, voor driekwart uit in Frankrijk geboren spelers bestond. Senegal komt deze zomer in Rusland uit met een half dozijn spelers uit Île-de-France.

    In 2018 staat de Parijse talentenpoel voor twee grote uitdagingen. Frankrijk, aantoonbaar het getalenteerdste nationale team ter wereld, is van plan het WK te winnen. En Paris Saint-Germain hoopt zijn eerste Champions League te winnen met een team dat veel meer van eigen bodem is dan waarnemers willen geloven.

    Ondanks alle ophef rond Neymar maken keeper Alphonse Aréola (24), centrale verdediger Presnel Kimpembe (22), middenvelder Adrien Rabiot (22) en de 18-jarige Mbappe dit seizoen deel uit van de vaste PSG-opstelling – allemaal geboren in of rond Parijs. Als PSG oplettender was geweest, zou het nog een andere plaatselijke speler hebben gestrikt, Kingsley Coman, die op zijn negende naar de PSG-academie ging maar op zijn achttiende door Juventus werd weggepikt. (Een jaar later ging 
hij naar Bayern München.)

    Zelfs zonder hem zou een PSG-overwinning echt een Parijse overwinning zijn, die een licht-aubade door de Eiffeltoren zeker zou verdienen.

    Auteur: Simon Kuper
    Vertaler: Peter Bergsma

    ESPN
    VS | oplage 1.536.346

    In 1998 opgericht als aanvulling op het gelijknamige televisienetwerk dat 24 uur per dag sportgerelateerde programma’s uitzendt. Het blad is eigendom van de Disney-groep en wist een plek op de markt te veroveren naast Sports Illustrated, waarvan wekelijks 3 miljoen exemplaren over de toonbank gaan. De luchtige lay-out en rijk geïllustreerde verhalen wonnen veel prijzen.

  • Asielzoekers op luchthaven Marseille in mensonterende omstandigheden opgevangen

    Asielzoekers op luchthaven Marseille in mensonterende omstandigheden opgevangen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hongarije kondigt noodtoestand af vanwege de oorlog in Oekraïne

    » VS: Opnieuw massale schietpartij op basisschool, dodenaantal loopt op tot 21

    Immigranten worden weggestopt in vervallen kamers

    Op de luchthaven van Marseille worden asielzoekers in mensonterende omstandigheden opgevangen, zo meldt Le Monde. Weggestopt in een kelder worden immigranten aan wie de toegang tot het Franse grondgebied wordt geweigerd, vastgehouden in vervallen kamers die eruitzien als cellen, tot ze weer op een vlucht worden gezet naar hun land van herkomst of ze hun asielaanvraag kunnen indienen.

    ‘Deze toestand voldoet absoluut niet aan de vereiste hotelvoorwaarden,’ zegt Michel Croc, lid van de Nationale Vereniging voor Grensbijstand voor Buitenlanders (Anafé). ‘Het is de slechtste situatie van heel Frankrijk.’

    ‘Ons migratiebeleid slaat nergens op’

    Ook senator Guy Benarroche van Europe Écologie-Les Verts, lid van een commissie die het migratievraagstuk in Frankrijk onderzoekt, vindt de opvang in de luchthaven weinig verheffend. ‘Ons migratiebeleid slaat nergens op,’ zegt Benarroche bij bezoek aan de luchthaven. Hij noemt de toestand in de twee kale opvangruimtes daar ‘kafkaësk’. ‘De situatie brengt zowel een gevoel van afwijzing van Frankrijk bij immigranten teweeg, als bij de handhavers van het beleid ter plaatse. Hoe kunnen mensen de dossiers op deze manier fatsoenlijk bestuderen?’

    De opvangruimte van Marseille-Provence is de op twee na grootste van Frankrijk, na Roissy en Orly. Voor de coronapandemie verbleven er zo’n 400 personen per jaar. In 2021 liep het aantal terug tot 174, waarvan 76 procent volwassen mannen waren, en de meeste een Marokkaans, Tunesisch of Turks paspoort hadden. In het eerste kwartaal van 2022 werden 43 mensen in de kamers vastgehouden.  

    Lees ook:

  • De laatste zilverrug van Fleet Street

    De laatste zilverrug van Fleet Street

    Paul Dacre was 26 jaar lang hoofdredacteur van de Daily Mail, de invloedrijkste krant van Groot-Brittannië. Zijn vertrekt betekent het einde van een tijdperk, schrijft voormalig Mail-redacteur Helen Lewis.

    Toen ik bij de Daily Mail werkte, begon ik de krant steeds meer te beschouwen als de chocoladefabriek van Willy Wonka. Niet dat er ‘nooit iemand naar binnen gaat en nooit iemand naar buiten komt’ – de roltrap naar het glazen atrium boven Whole Foods in Kensington vervoert tenslotte een gestage stroom werknemers – maar je voelde je er zo van de buitenwereld afgesloten. Buitenstaanders zagen het als een vreemde citadel, waar politieke reputaties gemaakt en gebroken werden en waar ons nationale debat sterk werd verlevendigd of op boosaardige wijze vergiftigd, al naargelang je gezichtspunt.

    Maar de krant werd nauwelijks blootgesteld aan kritische blikken van buitenaf, zelfs niet naar persmaatstaven. Elke dag laat de Daily Mail zijn blik over de wereld gaan, die in zijn ogen meestal tekortschiet; het gebeurt maar zelden dat de wereld terugstaart. Deze geheimzinnigheid komt, zoals zoveel bij de Mail, rechtstreeks voort uit de psyche van de hoofdredacteur. Daarom spraken, toen bekend werd dat Paul Dacre na 26 jaar zou aftreden, zo veel commentatoren van het einde van een tijdperk.

    De Daily Mail is de invloedrijkste krant in Groot-Brittannië en niemand heeft zo veel pure macht als zijn hoofdredacteur. Dacres opvolger, Georgie Greig van de Mail on Sunday, heeft nauwe banden met eigenaar Lord Rothermere, maar het is ondenkbaar dat de krant zo precies zijn eigen passies, hang-ups, obsessies en vendetta’s zal weerspiegelen. Dacre was de laatste zilverruggorilla van Fleet Street.

    Schreeuwlelijk

    Buitenstaanders zijn geneigd hem als een schreeuwlelijk te zien, een agressieve wervelwind van moeiteloze krachttermen. Maar in de vijf jaar dat ik als redacteur bij de krant heb gewerkt, ontdekte ik dat hij heel wat ingewikkelder in elkaar stak. Diep in zijn hart is Dacre een verlegen man die zich ongemakkelijk voelt in gezelschap, het tegendeel van een causeur. Hij is zo’n 1 meter 85 lang, maar loopt met gebogen hoofd, alsof hij beseft dat hij meer ruimte in beslag neemt dan andere mensen. Het geluid dat ik het meest met hem associeer, is geen geschreeuw maar een diep gegrom. Je had altijd het gevoel dat hij zich elke avond oppepte voor het in de grond boren van zijn onfortuinlijke staf.

    Die spanning tussen terughoudendheid en woede is terug te zien in de krant, die zichzelf presenteert als de voorvechter van de kleine man – de rustige huiseigenaar in de buitenwijk die een tergend gewoon leventje leidt en wiens waarden worden bepaald door het feit dat hij niet tot een glamoureuze, progressieve, kosmopolitische elite behoort.

    De lezers zijn verwikkeld in burenruzies over schuttingen en conifeerhagen (onderwerpen waarover ik elke maand wel een stuk redigeerde; buren waren soms jarenlang met elkaar in oorlog). Ze worden diep geroerd door het lot van in gevangenschap levende orang-oetans, dansende beren en verwaarloosde honden. Ze vinden het fijn om elke winter weer te lezen dat de BBC rond de Kerst te veel herhalingen uitzendt. Ze verslinden het gruwelijke gezondheidskatern, dat een redacteur ooit deed flauwvallen terwijl hij bezig was met een uitzonderlijk bloederig stuk en waarin ooit mijn favoriete Mail-kop aller tijden verscheen: ‘Chirurgen maakten een nieuwe tong voor me van een stuk uit mijn arm’. (Ja, hij was nog een beetje harig. Ja, het is al tien jaar geleden en ik ben er nog steeds niet overheen.)

    We grapten altijd dat boven elk zaterdags hoofdartikel – het belangrijkste commentaar van de krant op de stand van het land – de kop ‘Het grote verraad’ kon worden gezet. Elke necrologie over een kunstenaar of schrijver kwam in wezen neer op dezelfde vraag: ‘Genie of perverseling?’ (Vaak waren ze allebei.) Dat zijn niet de stukjes uit de krant die mensen bereiken die hem niet kopen. Voor velen van hen wordt de Mail gedefinieerd door schokkende voorpagina’s waarop rechters ‘vijanden van het volk’ worden genoemd, waarop Mick Philpott, die zes van zijn zeventien kinderen vermoordde, als ‘een wanproduct van de Britse verzorgingsstaat’ wordt beschreven, en waarop wijlen Ralph Miliband, de vader van politicus Ed Miliband die als Joodse vluchteling vrijwillig dienst nam bij de Britse marine, wordt aangevallen als een man die ‘Engeland haatte’.

    hh 79054153

    Elke poging om aan te tonen dat de Mail meer behelst dan vuige rechtse polemiek, zal onvermijdelijk als een excuus voor die polemiek worden gezien. Maar wie wil begrijpen waarom bijna 1,4 miljoen mensen de krant dagelijks lezen, van wie 15 procent in 2017 op Labour stemde, zal oog moeten hebben voor het vakmanschap waarmee die wordt gemaakt. Mensen die beweerden dat ze de Playboy lazen vanwege de interviews logen misschien, maar er zijn echt mensen die de Mail lezen vanwege de schuttingruzies.

    Om die reden wekt het geen verbazing dat bronnen bij de krant hebben gezegd dat Greig die zal ‘ontgiften’. Een minder machtige hoofdredacteur zou misschien al veel eerder tot de orde zijn geroepen, uit vrees adverteerders af te schrikken op een toch al verstoorde markt.

    Dacre spreekt niet graag in het openbaar en hij heeft maar weinig sporen achtergelaten voor buitenstaanders die hem proberen te begrijpen. Een van de weinige aanwijzingen voor zijn psychische gesteldheid komt uit een aflevering van het BBC-radioprogramma Desert Island Discs uit 2004, waarin hij van leer trok tegen The Guardian vanwege de ‘belerende, onverbloemde, schijnheilige politieke correctheid’. Dat was veelzeggend: zoals progressieven de Mail haten, haat de hoofdredacteur van de Mail progressieven. Beiden ontlenen een zekere mate van bevrediging en energie aan het campagne voeren tegen en karikaturiseren van hun opponent. Ze kunnen niet zonder elkaar, en de frictie die daar het gevolg van is, houdt de motor van het Britse openbare leven draaiend.

    De enorme angst die door de Mail wordt gezaaid, is ook fascinerend omdat daaruit een van de belangrijkste drijfveren voor de moderne politiek blijkt: de strijd om de slachtofferstatus. Progressieven wijzen op de manier waarop de Mail zich uitlaat over immigranten, uitkeringsgerechtigden, beroemde vrouwen die een beetje zijn aangekomen en voetballers die van hun geld durven te genieten. Ze begrijpen niet hoe iemand die bijna 2,5 miljoen pond per jaar verdient, regelmatig een maand op de Britse Maagdeneilanden doorbrengt, buitenhuizen in de Schotse Hooglanden en West Sussex bezit en de luidruchtigste en woedendste Britse krant leidt, zichzelf als een underdog kan beschouwen. Maar dat doet Dacre wel.

    Welsprekendheid is in Dacres ogen verdacht; een gebrek aan elegantie is een teken van ernst

    Hij werd in 1948 geboren in Enfield, in Noord-Londen, en bezocht met een beurs de particuliere University College School en studeerde daarna aan de Universiteit van Leeds. Zijn vader Peter werkte zijn leven lang voor de Sunday Express. Dacre ging na zijn afstuderen werken bij de Daily Express in Manchester en zei later in een van zijn zeldzame interviews: ‘Ik heb nooit enige behoefte gehad om iets anders te worden dan journalist.’ Zijn vrouw is toneeldocent; zijn zoon James runt een theater.

    Volgens het wereldbeeld van Dacre wordt fatsoenlijke Engelsen het zwijgen opgelegd en worden zij gekleineerd door een elite die – zij het niet uitsluitend – bestaat uit leden van het Hogerhuis, ‘steenrijke bankiers’, overijverige ambtenaren, de Europese Unie en de BBC. Onder zijn hoofdredactie waren de politieke standpunten van de Mail niet zo voorspelbaar als je misschien zou denken. De krant flirtte met UKIP, maar de relatie werd niet geconsummeerd.

    Het heeft me altijd verbaasd dat de Mail tijdens de strijd om het leiderschap van de Conservatieven in 2001 Ken Clarke steunde in plaats van Iain Duncan Smith. ‘Is het beter tot een kleine rechtse factie te behoren die wordt gekenmerkt door de zuiverheid van haar verzet tegen Europa maar jaren in de wildernis tegemoetziet?’ vroeg de krant. ‘Of kun je je beter tegen een eenheidsmunt verzetten als onderdeel van een diverse partij die op tal van punten robuuste en hoognodige tegenstand kan bieden aan het verkozen dictatorschap van Tony Blair en een geloofwaardige regering kan vormen?’

    Stockholmsyndroom

    Dacre moest een snelle jongen als Tony Blair wel haten; hij had meer op met de morele ernst van Gordon Brown en bewonderde Theresa May juist vanwege haar gebrek aan charisma. Welsprekendheid is in zijn ogen verdacht; een gebrek aan elegantie is een teken van ernst. Ik weet nog dat tijdens een avonddienst James Purnell ontslag nam [als staatssecretaris] uit het Labourkabinet, na een confrontatie met Brown. De avondploeg stond op het punt de hele krant om te gooien – wat de premier verder in het nauw zou hebben gebracht – totdat dat plotseling werd afgeblazen. Een uitzonderlijk weerzinwekkende moord behield zijn vooraanstaande plek, net als Gordon Brown.

    Daarom is het vertrek van Dacre in november een treurige dag voor May. Het zal ook een uiterst verontrustende ervaring zijn voor de staf van de Mail, die op drie verschillende manieren op zijn terreurbewind reageerde. Een klein aantal bewaarde zijn kalmte en vond de uitbarstingen op een morbide manier zelfs wel amusant; een tweede groep boog grimmig het hoofd totdat ze instortten. En de laatste groep leed aan een soort Stockholmsyndroom en redeneerde dat als ze zo vaak een ‘lul’ werden genoemd, ze dat misschien ook wel waren. Ik verwacht dat deze laatste groep dezelfde moeite zal hebben om aan het leven na Dacre te wennen als langdurige gevangenen aan hun vrijlating, overweldigd door de mogelijkheid dat ze hun eigen lunch kunnen kiezen. Misschien kunnen ze iemand inhuren om hen uit te kafferen.

    Want ja, vergis u niet: de man is angstaanjagend en stond erom bekend dat hij mensen die hem bekritiseerden liet bestoken met sneue berichten. Zonder hem zal de krant verstoken zijn van zijn rusteloze, eeuwig onbevredigde bezielende geest – en mogelijk ook van een deel van de budgetten die hij ter beschikking had. Paul Dacre is de Daily Mail en de Daily Mail is Paul Dacre. Maar aan de andere kant, misschien zullen de lezers niet eens merken dat tegenstanders van de Brexit of progressievelingen zich sluipenderwijs meester maken van de pagina’s, zolang ze de schuttingruzies maar behouden.

    Auteur: Helen Lewis

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 23.900

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.

  • Als integratie wel lukt

    Als integratie wel lukt

    In september 2015 begonnen Aubrey Wade, Sarah Böttcher en Stjepan Sedlar in Berlijn met het fotograferen van vluchtelingen en hun gastgezinnen. Later breidden ze hun project, No Stranger Place, uit naar andere Europese landen, waaronder Zweden. Wat de makers willen laten zien zijn ‘relaties, en wat er mogelijk wordt als mensen die vormen’.

    ‘De foto’s tonen mensen die net zo zijn als wij. In hun verhalen ontdekken we wat individuen gemeen hebben. Hun gedeelde waarden zijn belangrijker dan hun verschillen.’

    Het project werd gesteund door de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.

    © Aubrey Wade/UNHCR

    nostrangerplace3

    ZWEDEN

    Alleenstaande moeder en bibliothecaresse Linnea Tell met de Syrische kunstenaar Alqumit Alhamad, die bij haar inwoont in Malmö. ‘Ik kan niet zeggen hoe vrij ik me voel in Zweden,’ zegt Alqumit. ‘Ik kan doen waar ik zin in heb. Het is een andere wereld, zeker als homoseksueel.’

    nostrangerplace7

    OOSTENRIJK

    Kinderjuf Margarethe Kramer (links) met de Iraakse vluchteling Souad Awad in Lavanttal. De twee ontmoetten elkaar via een christelijke hulporganisatie. ‘Ik ben in de zevende hemel,’ verklaart Souad. ‘Margarethe is geweldig, en haar familie ook. Ik heb hier in een maand meer Duits geleerd dan in een halfjaar in een asielzoekerscentrum.’

    nostrangerplace6

    ZWEDEN

    Het lesbische echtpaar Gabriella en Candel Webster met hun Syrische gast Ahmad Lababidi en zijn zoon Ali (18). Dochter Hiba (16) staat niet op de foto. Toen Gabriella en Candel Ahmad vertelden dat ze getrouwd waren, was het even stil, vertellen ze. ’We dachten eerst dat hij misschien van gedachten zou veranderen.’ Dat gebeurde niet. Het was een shock, erkent Ahmad, ‘maar ik zie hoe aardig ze zijn. Ik zie hun menselijkheid, liefde en vriendelijkheid.’

    57b5b1e84

    DUITSLAND

    De joodse familie Jellinek met hun Syrische gast Kinan uit Damascus. ‘Integratie is geen eenrichtingsverkeer,’ aldus vader Chaim. ‘Het moet van beide kanten komen.’

    nostrangerplace2

    ZWEDEN

    Architect Lars Asklund (rechts) met de Syrische vluchteling Farah Hilal, haar man Waleed Lababidi en haar broer Milad Hilal in Malmö. Toen Asklund Lababidi voor het eerst ontmoette in een opvangkamp, stelde hij hem drie vragen: Ben je getrouwd? ‘Ja.’ Heb je kinderen? ‘Nee.’ ‘En toen keek ik hem recht in de ogen: ben je een fundamentalist? “Nee.” Oké, zei ik, dan heb ik een voorstel voor je.’

    nostrangerplace4

    OOSTENRIJK

    Sabine David, haar man Dominique en haar dochter Nora (1) met de Afghaanse vluchteling Nooria en haar tweejarige dochter Aysu in Lavanttal.

    nostrangerplace5

    DUITSLAND

    Manuela en Jörg Buisset en dochter Nöemi (18) met hun gast Nourhan (18), die net haar tweede kind heeft gekregen (niet op de foto), haar man Ahmed (28) en hun dochter Alin (18 maanden) in Berlijn. Manuela wilde aanvankelijk liever een vrouw alleen in huis dan een heel gezin. Intussen past Ahmed op de kinderen.

    nostrangerplace9

    DUITSLAND

    Edgar en Amelie Rai met haar twee kinderen Nelly (9) en Moritz (12) en hun Syrische gasten, de broers Bilal (26) en Amr (17) Aljaber in Berlijn. ‘Ik noem ze keukennazi’s,’ lacht Amelie. ‘Ik ben nogal een controlfreak, maar als zij koken is de keuken naderhand brandschoon. We hebben nooit huisregels hoeven maken.’

    nostrangerplace8

    OOSTENRIJK

    Martina Schamberger met haar man Engelbert, zoon Laurenz, dochter Lea en hun Syrische gast, oud-basketbal-international Nawras Ahmadook, in Bad Schallerbach. Toen Martina’s dochter Valerie in 2006 Arabisch studeerde in Aleppo, nam Nawras’ familie haar in huis. Toen Valerie in 2015 hoorde dat Nawras Syrië ontvlucht was, belde ze direct haar ouders. Martine: ‘De volgende dag heb ik hem opgehaald.’