Tag: inkomen

  • Hoe Trump met zijn wetten de ongelijkheid alleen maar vergroot

    Hoe Trump met zijn wetten de ongelijkheid alleen maar vergroot

    Trumps ‘big beautiful bill’ heeft de vermogendste 10 procent financieel bijgestaan, terwijl gezinnen met lagere inkomens er gemiddeld door achteruitgaan. Hierdoor wordt het verschil tussen arm en rijk alleen maar groter.

    In Greenwich, Connecticut, kun je bij juwelierszaak Shreve, Crump & Low voor 210.000 dollar een ‘Grand Sport Tourbillon’-horloge van Laurent Ferrier kopen. Ze hebben het druk. ‘We boffen hier in Greenwich,’ zegt mede-eigenaar Bradford Walker. De luxe Zwitserse horloges, diamanten, saffieren en smaragden waarin de winkel gespecialiseerd is, lopen allemaal goed. ‘De vraag is het afgelopen half jaar zelfs gestegen.’

    In de gemeente Bridgeport, een half uurtje rijden verderop, is ook sprake van toegenomen vraag – maar naar heel andere dingen. Hier is het dringen bij de voedselbanken en de gaarkeukens nu steeds meer gezinnen met lage inkomens gebukt gaan onder de stijgende kosten van levensonderhoud. ‘Ik leef nu van de hand in de tand,’ zegt de in Jamaica geboren Roselyn Macdonald, die eieren komt halen bij de voedselbank in The Hollow, een arme immigrantenwijk in Bridgeport. Ze is werkloos en heeft moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.

    Dit is echt een verhaal van twee werelden: twee stadjes op nog geen vijftig kilometer van elkaar die het tegenwoordig zo verschillend vergaat dat ze elk in een ander land lijken te liggen. Samen staan ze symbool voor de groeiende welvaartskloof in Amerika, waar de rijken steeds rijker worden terwijl de huishoudens met lagere inkomens kampen met een stagnerende of zelfs dalende levensstandaard. Door die groeiende ongelijkheid is het thema van de koopkracht met stip gestegen op de politieke agenda, en dat is een probleem voor de Republikeinse partij in de tussentijdse verkiezingen dit jaar en voor de slagkracht van Trump als president.

    Er is bijna geen county in Amerika waar de inkomenskloof zo groot is als hier in Fairfield, waar de gemeenten Greenwich en Bridgeport liggen. In Greenwich, de thuisbasis van hedgefondsen als AQR, Viking Global Investors en Lone Pine Capital, bedroeg het gemiddelde bruto-inkomen per belastingbetaler in 2023 687.000 dollar. In Bridgeport amper meer dan een tiende daarvan: net 70.500 dollar. En dat verschil is de afgelopen jaren gegroeid. ‘De kloof neemt niet af, maar toe,’ zegt David Rabin, voorman van de lokale non-profitorganisatie Greenwich United Way.

    De ’big beautiful bill‘

    De belangrijkste wet die de Republikeinen er dit jaar doorheen hebben gekregen, de ‘big beautiful bill’ die Trump in juli tekende, heeft de situatie voor sommige huishoudens alleen maar verslechterd. Die wet verlaagt de belastingen voor de rijken, maar verlaagt ook het overheidsbudget voor Medicaid, het met belastinggeld betaalde programma van ziektekostenverzekeringen voor lage inkomens, en het zogenaamde SNAP-programma voor voedselbonnen. Volgens het Congressional Budget Office, een politiek neutrale overheidsinstantie, gaat de armste 10 procent van de huishoudens er door die wet zo’n 1600 dollar per jaar op achteruit, terwijl de welvarendste 10 procent 12.000 dollar rijker wordt.

    Nationale cijfers bevestigen dat beeld. Uit de index voor het consumentenvertrouwen van de universiteit van Michigan blijkt dat mensen met een beleggingsportefeuille veel positiever denken over de economie dan mensen die geen aandelen bezitten: onder die laatsten is het vertrouwen gedaald tot het laagste punt sinds de universiteit dit in 1998 begon te peilen. En dat verschil is in Fairfield County goed zichtbaar. In Greenwich en andere rijke gemeenten zoals Darien en New Canaan ‘zijn de netto-inkomens en de vermogens van mensen gestegen naarmate de huizenprijzen en de beurskoersen omhoog schoten,’ aldus Mark Abraham van DataHaven, een non-profitorganisatie in Connecticut die openbare cijfers over maatschappelijke trends verzamelt. ‘Maar de grote meerderheid, mensen die aan het begin van hun werkende leven staan of nog geen eigen huis of aandelenportefeuille hebben, die hebben moeite om het hoofd boven water te houden,’ zegt Abraham.

    Volgens Mendi Blue Paca, hoofd van de Fairfield County’s Communities Foundation, een stichting die goede doelen steunt, was er in deze regio zes jaar geleden amper nog sprake van dakloosheid, maar rijzen de cijfers sinds corona weer ‘de pan uit’. ‘De opvangcentra zitten tjokvol, de voedselbanken kunnen de vraag niet meer aan,’ zegt ze. ‘En het zijn niet alleen mensen onder de armoedegrens die daar eten komen halen, maar ook werkende armen die nu niet meer genoeg te eten hebben.’

    ‘De opvangcentra zitten tjokvol, de voedselbanken kunnen de vraag niet meer aan’

    In Greenwich, met zijn villa’s aan het water, privéstranden en Lamborghini-dealers, spelen die problemen praktisch niet. De gemiddelde prijs van een woning, vorig jaar nog 3,1 miljoen dollar, was er in juli gestegen tot 3,5 miljoen. Het stadje profiteert van beurskoersen die dit jaar bijna recordhoogtes bereikten: de HFRI Fund-Weighted Composite Index, de barometer voor de mondiale hedgefondssector, steeg in november met 11 procent, bijna de hoogste stijging sinds 2016. ‘Er zijn hier veel mensen die veel geld verdienen,’ zegt Bruce McGuire, hoofd van de belangenvereniging Connecticut Hedge Fund Association. ‘De winkels en restaurants aan Greenwich Avenue boeren zo te zien allemaal heel goed.’

    Niettemin groeien de problemen ook in Greenwich, waar 9 procent van de inwoners onder de federale armoedegrens zit. Gezinnen met lage en middeninkomens hebben volgens Rabin vaak grote moeite om de 151.000 dollar per jaar te verdienen die je er bij elkaar kwijt bent aan huur, voedsel en kinderopvang. ‘Bijna een derde van de inwoners is maar één loonstrookje van een financiële schipbreuk verwijderd,’ zegt hij. Hij wijst erop dat door de wet van Trump ongeveer een kwart van de 850 inwoners van Greenwich die voorheen voedselbonnen kregen, daar nu niet meer voor in aanmerking komt.

    AM Inkomensongelijkheid hergecomprimeerd
    Mensen staan in de rij om boodschappen op te halen bij voedselbank Forgotten Harvest. – © Getty Images

    In Bridgeport hakt de wet er nog veel harder in. Een groot deel van de inwoners is daar afhankelijk van Medicaid en de voedselbonnen van SNAP, zegt Rhonda Neal, hoofd van hulporganisatie Bridgeport Rescue Mission: ‘Met bezuinigingen daarop tref je werkende armen, ouderen en kinderen.’ De groeiende behoefte aan hulp is goed zichtbaar in het Thomas Merton Family Center in Bridgeport, waar een lange rij alleenstaande mannen en echtparen staat te wachten op een bord pasta. ‘We zien hier elke dag weer nieuwe gezichten,’ zegt hoofdkok Kelemen. Vier jaar geleden lunchten er dagelijks zo’n 125 tot 150 mensen. ‘Dat zijn er nu 200 tot 250.’ Juan Cardona is een typische klant, een dakloze ex-gedetineerde die in een tent woont. ‘Het is zwaar in Bridgeport,’ zegt hij. ‘Maar het kan alleen maar beter worden.’

    Klachten over ‘onbetaalbare boodschappenprijzen’ worden door Trump afgedaan als ‘boerenbedrog’. Maar hij hamert er ook op dat zijn regering zich inzet voor een daling van de prijzen. Op 17 december gaf hij in een toespraak in het Witte Huis zijn voorganger Joe Biden de schuld van de hoge kosten van levensonderhoud en stelde hij dat zijn regering momenteel bezig is de inflatie ‘de kop in te drukken’. In Bridgeport geloven ze er niks van. ‘Trump liegt dat het gedrukt staat,’ zegt Robert Walsh, een dakloze man die als coördinator van de voedselbank op het Thomas Merton Family Center werkt. ‘Hij zei dat hij als president vanaf de eerste dag de prijzen zou laten dalen. Maar ze zijn alleen maar enorm gestegen.’

  • 82 procent is arm, bijna iedereen dus

    82 procent is arm, bijna iedereen dus

    Boodschappen doen is een dagelijks gevecht in het noodlijdende Venezuela. Een gezin heeft negentien minimuminkomens nodig om in de eerste levensbehoeften te kunnen voorzien. En zelfs dan is het nog maar de vraag of er iets te krijgen is.

    De vrouw kijkt met gefronste wenkbrauwen naar de display van de kassa in de supermarkt, terwijl de caissière de boodschappen langs de scanner schuift. Als ze ziet dat het totaalbedrag de 32.000 bolivar (ongeveer 8 dollar) overschrijdt, zegt ze gelaten: ‘Haal de avocado’s er maar af.’ Dat is 6000 bolivar minder, maar dan is ze er nog niet. ‘De appels ook maar.’ Nog eens 5000 eraf. ‘Ja, wat dacht je dan man, dat is peperduur! Leg die olijven 
ook maar terug,’ zegt een andere klant achter in de rij. Het totaal zakt uiteindelijk naar 17.000 bolivar, ofwel 4 dollar. Boodschappen doen voor het huishouden is een dagelijks gevecht van vergelijken en bezuinigen.

    De dagelijkse levensbehoeften werden in maart van dit jaar door Cendas, het centrum voor sociale analyse en documentatie van de Venezolaanse Onderwijsfederatie, op 772.614 bolivar per jaar gesteld. Dat is ongeveer 190 dollar op de zwarte markt (1 dollar is 4000 bolivar), de enige wisselmarkt waar de mensen 
terecht kunnen, want de officiële (700 
bolivar) is alleen voor transacties van het bedrijfsleven en de overheid. Dat cijfer betekent een prijsverhoging van 440 procent ten opzichte van dezelfde maand in het vorig jaar. 
Uitgaande van het minimumloon zoals in januari van dit jaar vastgesteld, zou een gezin negentien minimuminkomens nodig hebben om in de eerste levensbehoeften te kunnen voorzien.

    Bij de McDonald’s kost het goedkoopste menu 8000 bolivar, een vijfde van het minimumloon

    De regering van Nicolás Maduro probeert deze lijdensweg enigszins te verzachten met verplichte levensmiddelenbonnen ter waarde van 90.000 bolivar (22 dollar) voor zowel ambtenaren als werknemers in het particuliere bedrijfsleven. Maar die komen niet bij iedereen terecht, omdat de meeste mensen zwart werken. De geprivilegieerden die ze wel ontvangen schieten er echter ook niet veel mee op, want de meeste producten worden tegen exorbitant hoge prijzen verkocht op de zwarte markt, waar die bonnen niks waard zijn.

    ‘Er is niks. Je moet vijf tot acht uur in de rij staan om iets te bemachtigen. Soms staan we om vier of vijf uur op omdat ze zeggen dat er iets aan staat te komen. Maar dat blijkt dan loos alarm, en dan keren we met lege handen weer terug,’ zegt Carmen Alcalá. En Teresa, een pronte Venezolaanse die geen demonstratie van de oppositie overslaat, vertelt: ‘De officiële prijs van rijst is 3500 bolivar, maar omdat er nergens rijst te krijgen is moet je naar de bachaqueros (verkopers op de zwarte markt), waar je er 5500 tot 6000 bolivar voor moet neertellen.’

    Carmen kan zich niet meer inhouden en onderbreekt ons: ‘Natuurlijk, de overheid verstrekt dozen met levensmiddelen [zogeheten ‘solidariteitsdozen’], maar wat voor eten is dat? Rijst, pasta, een beetje olijfolie en een pak suiker. Dat is geen eten,’ zegt ze en telt op haar vingers af: ‘Eten is kaas, eten is vlees, eten is kip.’

    De solidariteitsdozen worden verstrekt door de Comités voor Lokale Volksproviandering. Maar je krijgt ze niet cadeau, ze kosten 15.000 bolivar (4 dollar, nieuwe prijs van afgelopen maand) en er zitten weinig essentiële levensmiddelen in.

    Venezolanen bij een winkelcentrum in de rij voor eten. – © HH
    Venezolanen bij een winkelcentrum in de rij voor eten. – © HH

    Andreina woont in West-Caracas, een bolwerk van chavisten. Ze vertelt dat ze 
verschillende keren solidariteitsdozen heeft gekocht. ‘Er zat een pakje vermicelli-achtige pasta in (voor baby’s), een pakje suiker, wat olijfolie, twee pakjes rijst, twee blikjes tonijn en een pond melkpoeder. Nu komen ze al een tijdje niet meer. De laatste hebben we betaald, maar de doos werd niet geleverd.’ Veel van die dozen komen op de zwarte markt terecht, waar er flink geld mee wordt verdiend. ‘Eén kilo melkpoeder kost daar al 15.000 bolivar,’ zegt ze, ‘dus kun je nagaan hoeveel winst ze maken.’

    Midden op de dag is het een drukte van belang in Caracas. Venezolanen houden van eten, veel eten. Maar in de restaurants en cafés zie je niemand. Waar je wel massa’s mensen ziet, is aan de eetkraampjes waar een hotdog 1500 bolivar kost (minder dan een halve dollar) en een hamburger 3000 of 3500. ‘Zo is het altijd tegen de middag,’ zegt Victor, terwijl hij zijn klanten op de Avenida Francisco de Miranda bedient. ‘Allemaal kantoormensen hier uit de buurt. Waarom zouden ze naar een restaurant gaan als daar alles zo duur is?’

    Bij de McDonald’s kost het goedkoopste menu 8000 bolivar, een vijfde van het minimumloon. En als je een wat steviger menu wilt, dan betaal je bijna twee keer zoveel: 15.000 bolivar. Je ziet er alleen wat tienerpaartjes, samen aan een frisdrankje, waar ze een eeuwigheid mee doen.

    Een andere stressfactor is de schaarste en het eindeloze in de rij staan, vaak tevergeefs. ‘Ga ginds maar eens kijken,’ zegt een medewerkster van een supermarkt als een vrouw haar vraagt om melkpoeder (de enige melk die ze verkopen). ‘O, maar die zijn al lang op,’ zegt een andere medewerkster als een klant bij de schappen komt. Cendas signaleert dat minstens 17 van de 58 levensmiddelen op hun lijst ‘schaarsteproblemen’ opleveren.

    De crisis heeft de middenklasse in Venezuela uitgedund en de armoede verergerd. Inmiddels leeft 82 procent van de bevolking in armoede. Araceli heeft pikzwarte ogen en een roodbruine huid. ‘Nu zijn we allemaal gelijk, allemaal arm,’ zegt hij bitter. En hij besluit met een klacht die recht uit zijn hart komt: ‘Een nichtje van me is vier maanden geleden bevallen en haar dochtertje lijdt aan ernstige ondervoeding, omdat ze geen eten voor haar heeft.’

    Auteur: Daniel Vittar
    Vertaler: Jos den Bekker

    Clarín
    Argentinië | dagblad | oplage 216.000

    Belangrijkste krant van Argentinië, onafhankelijk (ook tijdens de dictatuur), ook al behoren zij tot een grote persgroep.