Tag: inktvis

  • We vissen steeds dieper en verder weg

    We vissen steeds dieper en verder weg

    Nu de populaire viswateren en -soorten vrijwel zijn uitgeput, moet de industriële visserij uitwijken naar alternatieven. Zo schuimt de Chinese vloot de kusten van Zuid-Amerika af op zoek naar inktvis.

    Zeemeeuwen zwenken krijsend rond de 
visserspier Caleta Portales in de Chileense havenstad Valparaíso, terwijl zeeleeuwen afwachtend op de golven drijven. Vissers sjorren 
hun boten uit het water, ontdoen hun netten van 
de magere vangst en sjokken naar een politieke bijeenkomst in een duistere ruimte die alleen verlicht wordt door een powerpointpresentatie. Vlakbij verkondigt een reeks witte spandoeken een uitdagende boodschap in grote rode letters: ‘NEE tegen de 
industriële inktvisvangst!’
    Tot een jaar of twintig geleden zouden deze Chileense vissers niet geïnteresseerd zijn geweest in inktvis. Voor hen telden alleen makreel en heek. Arme 
gezinnen in Valparaíso aten enchilada’s met loco, een groot zeeoorachtig schelpdier, dat op elke straathoek bij een karretje werd verkocht.

    Maar de zee is veranderd. Overbevissing bedreigt 
de eens zo overvloedige visvoorraden en de vissersgemeenschappen die daarvan afhankelijk waren. Inktvis is de nieuwste hulpbron in de oceaan die door mensen wordt geëxploiteerd – en het is ook een van de laatste.

    Afgelopen zomer schatte de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties dat van de 
commerciële visbestanden die het bijhoudt 90 
procent overbevist of geheel weggevist is, waaronder de tien commercieel meest productieve soorten. 
‘We vissen steeds dieper in de oceaan, en steeds 
verder weg,’ zegt zeebioloog Edgardo Fuentes van 
de Chileense Universidad Austral. ‘Wanneer de ene soort verdwijnt, gaan we de volgende overbevissen.’

    De Chileense loco, waarvan in de jaren tachtig ten behoeve van de export te veel werd gevangen, is vrijwel verdwenen. Aan het eind van de jaren negentig vingen Chileense vissers acht keer zoveel makreel 
als werd aanbevolen om de makreelstand op peil te houden. Over de hele wereld kwamen de makreelbestanden vanaf 2006 in een vrije val terecht. 
Ook bestanden van andere vissoorten zijn snel 
afgenomen.

    De oudere vissers van Valparaíso verdienden hun brood met het vangen van heek. Deze witte vis was een belangrijke pijler onder de Chileense export, 
tot de bestanden van deze soort begin deze eeuw werden gedecimeerd, als gevolg van overbevissing. ‘Tegenwoordig is er nog maar heel weinig heek. Niet alle schepen varen nog uit,’ klaagt Juan Gómez, die met zijn 64 jaar grotendeels is gestopt met vissen, maar de onofficiële dichter van de kades blijft. ‘Ik 
ben verliefd op de zee, ik ben een visserszoon. Het is moeilijk om voor andere dingen te werken.’

    Armeluisloco

    Inktvis neemt nu de plaats in van de verdwijnende vissoorten. In Valparaíso zijn de kleine vissers die vanuit Caleta Portales werken voor de helft van hun inkomen afhankelijk van inktvis. En bij de karretjes worden nu enchilada’s verkocht met inktvis, die 
de plaatselijke bewoners loco de los pobres noemen, 
oftewel armeluisloco. Zelfs Corpesca, het grootste visconglomeraat van het land, richt zich nu op 
inktvis. Tot woede van veel Chileense vissers kreeg Corpesca door een nieuwe visserijwet in 2012 een permanent quotum voor 20 procent toebedeeld.

    Visserijstatistieken zijn vaak onbetrouwbaar. In gebieden waar de visvangst is gereguleerd, geven vissers vaak te weinig vangst op, om de quota te 
ontduiken. Op de open oceaan telt niemand wat 
er gevangen wordt. En bedrijven in China, dat 
18 procent van de wereldwijde wilde visvangst voor zijn rekening neemt, geven soms te hoge vangsten op, om te voldoen aan de economische groeidoelstellingen van Beijing en zo in aanmerking te komen voor subsidies.

    Meer dan de helft van de vangst door de Chinese 
vissersvloot buiten de eigen territoriale wateren bestaat nu uit inktvis. Wat de Chinese schepen vangen, eet de wereld. De helft van alles wat Chinese vissers in internationale wateren vangen, wordt weer uitgevoerd, naar Europa, Noord-Azië, en Amerika. 
De FAO schat dat inktvis in 2013 ongeveer 6 procent van de wereldzeevoedselhandel vormde, terwijl dat volgens Chinese schattingen dichter bij de 9 procent ligt. De twee meest gevangen soorten inktvis stonden tussen 2003 en 2013 samen op de elfde plaats van 
de meest gevangen zeedieren; in 2014 was inktvis gestegen tot de op zes na meest gevangen soort.
    Omdat de bestanden in de wateren ten oosten van Siberië sterk zijn afgenomen, is de Chinese vissersvloot inmiddels al opgerukt tot Patagonië. Langere reizen hebben een uitbreiding in capaciteit met 
zich meegebracht. ‘De volumes zijn groot in Zuid-Amerika. We hebben grote volumes nodig om geld 
te kunnen verdienen, want de kosten zijn hoog,’ zegt Hu Shibao, directievoorzitter van CNFC Overseas 
Fisheries Co, een onderdeel van het grootste Chinese staatsvisconglomeraat. De bestanden van de Argentijnse kortvininktvis zijn sterk gaan fluctueren, waardoor de plaatselijke vissers gingen klagen dat 
de Chinese schepen die vlak buiten hun wateren werken, de vangst voor hun neus wegkaapten.

    Ondertussen heeft een deel van de Chinese vloot zijn werkterrein verlegd naar Peru en Chili, op zoek naar de vliegende jumbo-inktvis, een belangrijk exportproduct van Peru. Die smaakt minder lekker, maar Chinese verwerkers hebben een manier gevonden om het verschil te maskeren. Afgelopen maart vuurde de Argentijnse kustwacht in de eigen territoriale wateren op een 
Chinese vissersboot, en bracht die tot zinken.

    Chinese vissersschepen in de haven van Zhousan. – © Getty Images
    Chinese vissersschepen in de haven van Zhousan. – © Getty Images

    Een halve wereld verwijderd van Valparaíso is de dynamiek van de overbevissing en inktvis het 
duidelijkst zichtbaar in Zhoushan, de archipel aan 
de oostkust van China die de thuisbasis vormt voor 70 procent van de Chinese inktvisvloot. De eilanden liggen in een gebied dat ooit werd beschouwd als een van de rijkste visgronden ter wereld, op de plek waar het modderige water van de Hangzhoubaai de Oost-Chinese Zee ontmoet, even ten zuiden van Shanghai.

    ‘De afname van de visstand was hier extra opvallend,’ zegt Chen Wei, onderdirecteur van de goederenbeurs in Zhoushan. ‘Doordat de vis hier is verdwenen, zijn wij de afgelopen jaren het centrum van de overzeese visvangst geworden. Dit was in het verleden een groot vissersgebied en daarom is de verwerkingsindustrie sterk ontwikkeld, en zo is Zhoushan de belangrijkste plek voor het verwerken van inktvis geworden.’

    Beijing is bang dat de ineenstorting van de lokale visserij zal leiden tot banenverlies in de visverwerkende industrie in kustplaatsen als Zhoushan. Maar het antwoord van de Chinese overheid heeft de druk op de wereldwijde visbestanden alleen maar groter gemaakt. Strenge visverboden in het seizoen gaan gepaard met subsidies (voor diesel en scheepsbouw), waardoor de Chinese vissersvloot verder de internationale wateren in kan trekken. Deze subsidies hebben geleid tot een ‘ongebreidelde’ capaciteitsgroei van Chinese diepzeevisserij, zo meldde Greenpeace in een rapport uit 2016. De conclusie van het rapport is dan ook dat de Chinese industrie zich veel ‘verder heeft uitgebreid dan ze zich kan veroorloven’.

    Net als de vissers van Valparaíso hadden de dorpelingen van Zhoushan vóór de jaren zeventig weinig belangstelling voor inktvis. Toen beëindigde China zijn experiment met visserijcommunes en keerden families terug naar zee, om hun brood te verdienen in de nieuwe markteconomie. De bestanden van roodbaars, krab en inktvis in de Oost-Chinese Zee gingen hard achteruit en daarom gingen de vissersfamilies van Zhoushan samenwerken, om te kunnen investeren in grotere schepen. Ze volgden de zich verplaatsende baars noordwaarts, naar de koude wateren ten oosten van Vladivostok, en daar troffen ze inktvis aan. Conflicten met Koreaanse en Japanse schepen leidden tot een van de eerste zeeakkoorden van China, waarbij overlappende economische zones in de jaren negentig werden gedemarqueerd, volgens het zeerechtverdrag van de Verenigde Naties.

    Tegen die tijd stond de Japanse vliegende inktvis, die populair was in de Noord-Aziatische keuken, onder druk. De fabrikanten van Zhoushan investeerden in nog grotere schepen die nog langere reizen konden maken. Ze betaalden geld zodat hun zoons op school konden blijven en huurden boeren uit het arme 
binnenland in om de schepen te bemannen.

    De nieuwe haven moet in 2020 een miljoen ton zeevoedsel per jaar kunnen verladen, meer dan twee keer zo veel als de regio op dit moment binnenhaalt

    Naarmate de reizen duurder werden, vergrootten scheepseigenaren hun financiële armslag door samen conglomeraten te vormen als Ningtai Ocean, het grootste particuliere visserijbedrijf van China, met zestig schepen. Anderen financierden enorme transportschepen, waardoor de vissersvloot twee 
jaar lang weg kan blijven. Dat de Chinese schepen 
zo ver kunnen komen, is te danken aan een vertienvoudiging van de dieselsubsidies tussen 2006 en 2011, waarna Beijing volgens het Greenpeace-rapport deze cijfers niet langer vrijgaf.

    ‘Zonder die subsidies op diesel zouden de meeste 
vissers failliet gaan,’ zegt Wang Zhongxiao, directeur van Ningtai Ocean. ‘Vroeger waren de omstandigheden beter en waren we winstgevend zonder die subsidies; nu hebben we ze nodig.’ Het huidige Zhoushan is in de greep van de vreemde logica van de Chinese overcapaciteit: heb je ergens te veel van, bouw dan nog meer.

    Dat motto manifesteert zich in de nieuwe ‘nationale haven’ van Zhoushan, die voor een bedrag van 5,6 miljard renminbi (ruim 700 miljoen euro) is 
aangelegd om veel grotere oceaanschepen te kunnen bedienen. Nabijgelegen verwerkingsfabrieken 
worden gemoderniseerd en hun capaciteit wordt vergroot. De nieuwe haven moet in 2020 een miljoen ton zeevoedsel per jaar kunnen verladen, meer dan twee keer zo veel als de regio op dit moment binnenhaalt.

    De concurrentie van andere grote nieuwe havens 
die langs de Chinese kust zijn gepland, betekent 
dat de nieuwe haven van Zhoushan nog steeds bij lange na zijn doelstelling niet haalt, klaagt adjunct-directeur Lin Zhigang in het hoofdkwartier van het havenbouwbedrijf. Zijn oplossing: meer vis en inktvis uit verafgelegen zeeën binnenbrengen. ‘Iedereen moet eten, en men eet tegenwoordig steeds meer. Dus de voorraden moeten komen.’

    Auteur: Lucy Hornby
    Vertaler: Annemie de Vries

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.