Tag: investering

  • Passief inkomen is zo passief nog niet: de waarheid over de constante cashflow

    Passief inkomen is zo passief nog niet: de waarheid over de constante cashflow

    Het klinkt zo mooi: passief inkomen. Nietsdoen en toch inkomen genereren. Maar als je 2000 euro per maand wilt bijverdienen, heb je kapitaal nodig – of moet je heel creatief zijn.

    Een onuitputtelijke geldbron, een boom in je achtertuin waar geld aan groeit, een magische, ongelimiteerde creditcard. Hoe verleidelijk zulke bronnen van rijkdom ook lijken, het zijn duidelijk verzinsels. Want afgezien van het winnen van de loterij: geld zonder ervoor te werken is een sprookje. Toch?

    Sommige mensen zullen het daar wel volstrekt mee oneens zijn, tenminste als ze geloven in het moderne equivalent van de geldboom: een passief inkomen. Iedere maand geld binnenkrijgen zonder daar iets voor te hoeven te doen, klinkt als een sprookje. Daarom zijn er online ook mensen die beweren dat ze dat allang voor elkaar hebben en die deze zogenaamd waardevolle tips met je proberen te delen, waar zij dan weer geld mee verdienen. 

    Voordat we het over de methodes hebben, eerst een definitie: onder passief inkomen verstaan we een constante of regelmatige geldstroom waarvoor je niet hoeft te werken, zoals een uitkering of pensioen. Anders dan bij financiële onafhankelijkheid gaat het er bij een passief inkomen niet om het dekken van alle kosten van levensonderhoud. De extra inkomstenstroom kan ook gewoon het maandbudget aanvullen of een kortere werkweek en meer vrije tijd mogelijk maken. 

    Het begrip passief inkomen wordt veel gebruikt door zelfbenoemde businesscoaches en beleggingsprofessionals. Ze gebruiken deze slogan al jaren om ondoorzichtige bedrijfsstrategieën en dubieuze producten aan de man te brengen. Om een exclusieve en serieuze indruk te maken, nodigen ze zogenaamd geselecteerde klanten uit voor chatgroepen waarin ze advies geven. Het verleidelijke Join the group is op internet een meme geworden. Maar zijn alle mogelijkheden voor een passief inkomen dan flauwekul? Laten we een paar van de aangeprezen methodes eens onder de loep nemen. 

    De drempels voor passief inkomen

    Wil je meer met je geld doen, maar weet je niet hoe je dat moet aanpakken? Of vraag je je af welk ETF (exchange traded fund, een beleggingsfonds dat op de beurs wordt verhandeld) je moet kopen en hoeveel je eigenlijk elke maand in je pensioen zou moeten stoppen? 

    Een van de populairste strategieën voor een passief inkomen zijn huuropbrengsten. Daarbij zijn er verschillende opties die allemaal één gemeenschappelijk probleem hebben: je moet eerst onroerend goed bezitten. Dat kan behoorlijk in de papieren lopen, vooral in populaire grootstedelijke regio’s. Een simpel sommetje: wie met vastgoed € 2.000 per maand wil verdienen, dus € 24.000 per jaar, moet bij een jaarlijks netto-huurrendement van 2,4 procent bijvoorbeeld al een miljoen euro investeren. 

    Om met een geringere investering een hoger rendement te behalen, deed een paar jaar geleden het idee van ‘Airbnb-arbitrage’ opgeld. Een trend die vooral digitale nomaden, mensen die zonder vaste locatie werken en veel kunnen reizen, als geniale truc voor passief inkomen probeerden te verkopen. Daar waren ‘alleen maar’ een aantal appartementen of huizen in verschillende landen voor nodig, liefst in populaire vakantieoorden met betaalbare koop- of huurprijzen. De leegstaande appartementen konden tijdelijk worden verhuurd als men er zelf geen gebruik van maakte, wat weer tot de beloofde ‘constante cashflow’ zou leiden. 

    zelfs als je de appartementen enkel verhuurt, wordt dat zonder startkapitaal lastig

    Afgezien van de talrijke juridische restricties waarmee je in het buitenland bij de aankoop van onroerend goed en permanente onderverhuur rekening moet houden, is het verhuren van woningen natuurlijk een allesbehalve stressloze onderneming. Denk bijvoorbeeld aan schoonmaak, sleutels overhandigen, communicatie, reparaties en boekhouding. Inkomen zonder te hoeven werken ziet er heel anders uit. En zelfs als je de appartementen enkel verhuurt, wordt dat zonder startkapitaal lastig.

    Het probleem van startkapitaal geldt ook voor passieve inkomensstrategieën op de aandelenmarkt. Om met ETF’s of aandelen een geldstroom van € 2.000 per maand te genereren, is een klein vermogen nodig. Als je ETF jaarlijks 4 procent dividend uitkeert, heb je een vermogen van € 600.000 nodig om dat bedrag te realiseren. Bij een rendement van 2 procent is het zelfs € 1,2 miljoen. Bovendien is dividend nooit gegarandeerd en kunnen aandelenprijzen en dividenden sterk fluctueren.

    Zogenaamde P2P-leningen lijken aantrekkelijk door hun bijzonder hoge rendement. Ze zijn een populaire bron van passief inkomen, maar brengen ook aanzienlijke risico’s met zich mee. Het systeem werkt zo: via speciale platforms wordt het ingelegde geld als krediet aan particulieren verstrekt. De rente die zij betalen vloeit weer naar jou terug. Maar garanties zijn er niet. Het kan gebeuren dat kredietnemers hun schulden niet kunnen aflossen. En als het platform failliet gaat, is het voor beleggers vaak moeilijk om hun geld terug te krijgen.

    Als [een startkapitaal] geen optie is, moet je creatief zijn

    Alle hier genoemde mogelijkheden voor het genereren van passief inkomen vereisen een forse kapitaalinvestering in het begin. Als dat geen optie is, moet je creatief zijn – in de ware zin van het woord. Een andere mogelijkheid zijn namelijk creatieve bijverdiensten, in goed Dunglish: side hustles. Met een blog kun je voor stukken die meer dan 1.500 views per jaar krijgen – in Duitsland – geld krijgen van de Verwertungsgesellschaft Wort. En dat niet alleen in het jaar van publicatie, maar ook langer, mits de artikelen genoeg lezers blijven trekken. Ook een YouTube-kanaal kan aantrekkelijk zijn omdat je op langere termijn van de advertentie-inkomsten van eenmaal gemaakte video’s kunt profiteren. De algoritmes van de meeste platforms zijn echter wel ontworpen om steeds nieuwe content onder de aandacht te brengen; alleen als je continu produceert, heb je een kans er op lange termijn geld mee te verdienen.

    Het concept iets te creëren en daar jarenlang een deel van je inkomsten mee te genereren, werkt in theorie beter als je bijvoorbeeld een app programmeert en verkoopt of een boek schrijft. Maar in de praktijk is het probleem van creatieve side hustles dat naast de initiële inspanning ook de content relevant en populair genoeg moet zijn om er geld mee te verdienen. 

    De fout in de toverformule 

    Online of van vrienden heb je misschien gehoord van andere mogelijkheden om passief inkomen te verwerven. Ook die functioneren niet zonder voorafgaande inspanning. Want het is net als met de geldboom: iemand moet hem wel eerst planten. Zonder tijd, werk of kapitaal te investeren, kan er ook geen geldstroom ontstaan. De enige uitzonderingen zijn erfenissen, een prijs in de loterij of heel gulle vrienden. 

    Het probleem met passief inkomen is niet per se de methode. Sommige werken wel, maar niet zoals de meeste mensen zich dat voorstellen. De term ‘passief’ is misleidend. Een betere term zou ‘inkomen op termijn’ zijn: na een periode van hard werken of een aanzienlijke kapitaalinvestering volgt een fase waarin je minder hoeft te doen en toch geld blijft verdienen. 

    Dat is vermoedelijk ook wat de meeste coaches hopen die je online benaderen. Het feit dat ze zo actief proberen iets te verkopen, laat al zien dat ook zij de weg naar echt passief inkomen nog niet hebben gevonden.

  • Rijke Chinezen verhuizen massaal naar het buitenland en nemen hun geld mee

    Rijke Chinezen verhuizen massaal naar het buitenland en nemen hun geld mee

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Voorzitter Stanford stapt op na rapport over gebreken in zijn onderzoek

    » Hongkong: eerste persoon veroordeeld onder nieuwe ‘Volksliedwet’

    Australië is de belangrijkste bestemming voor rijke Chinezen

    Australië was de eerste helft van dit jaar de belangrijkste overzeese bestemming voor Chinese vastgoedbeleggers, meer dan populaire plekken als Canada, het Verenigd Koninkrijk en de VS, zo blijkt uit de jaarlijkse ranglijst van vastgoedbedrijf Juwai IQI. Met vier plekken in de top 10 blijkt verder Zuidoost-Azië een hotspot voor vermogende Chinezen, meldt Sydney Morning Herald.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het streven van president Xi Jinping naar ‘gemeenschappelijke welvaart’ en de strenge coronamaatregelen hebben ertoe geleid dat rijke Chinezen massaal naar plekken als Australië en Singapore trekken. Ze parkeren hun geld in het buitenland, uit angst voor maatregelen in eigen land. Naar verwachting loopt de Chinese kapitaalvlucht dit jaar op tot 135 miljard euro. 

    De komende jaren wordt een aanhoudende stroom van Chinese vastgoedinvesteringen in het buitenland verwacht. Ruim 700.000 Chinezen zullen tussen 2023 en 2025 naar de VS, Canada en Australië migreren.

    Lees ook:

  • De Mezcalhausse: van armeluiselixer tot hip drankje

    De Mezcalhausse: van armeluiselixer tot hip drankje

    Dankzij een forse investering van de regering en internationale belangstelling, voedt de productie van de lokale sterke drank mezcal in Oaxaca, een zuidelijke deelstaat van Mexico, 125.000 gezinnen. Hoe een voorheen illegaal gestookte drank een hele regio uit de slop trok.

    Het epicentrum van de drank die de wereld wil veroveren is een dorpje van minder dan vijfduizend inwoners in een van de armste regio’s van Mexico. Santiago Matatlán, in de deelstaat Oaxaca, is het paradijs voor de mezcalliefhebber. En tevens een verplichte stop voor wie een graantje wil meepikken van de handel die jaarlijks 7,4 miljoen liter alcohol verspreid over 68 landen omvat. Als iemand twintig jaar geleden ook maar met de gedachte aan zoiets had gespeeld zou hij voor gek zijn verklaard. 

    GettyImages 1247945208
    El Sabino distilleert mezcal in Santiago Matatlán met een ‘denominación de origen’. – © Alfredo Martinez / Getty Images

    Waar men het vroeger had over gehuchtjes en dorpsfeesten ter ere van de beschermheiligen heeft men het nu over terroir en exclusieve proeverijen. Waar vroeger rosmolens stonden vind je nu Italiaanse en Japanse investeerders. Wat vroeger langs de kant van de weg in een oud colaflesje werd verkocht, zit nu in een karaf van geslepen kristal bekleed met platina, waarvoor op een veiling in Frankrijk 55 duizend euro werd neergeteld. Het elixir van de armelui is een hip drankje geworden. 

    Als het oudste drankje van Mexico langs je keelgat glijdt, voelt dat alsof je mond in brand staat

    Toen mezcal in 2015 enorm in de lift zat, investeerde de deelstaatregering van Oaxaca 17,5 miljoen in de aanleg van de Ruta del Mezcal. Tientallen stokerijen in Matatlán in de regio Valles Centrales bieden op die route hun producten aan: mezcal cristalino (wit) en mezcal añejo (bruin), de gerijptere soorten en de jongere. Mezcal lijkt op niets wat je eerder hebt geproefd. Als het oudste drankje van Mexico langs je keelgat glijdt, voelt dat alsof je mond in brand staat. Neem nog een slok. Bij de tweede teug proef je kruiden, fruit of rokerige tonen. De trouwe drinkers zullen beweren dat mezcal meer nuances bevat dan whisky of cognac. Het drankje kan van een plant komen die men 35 jaar lang heeft laten groeien. Het kan gefermenteerd zijn met een most met een brede schakering aan aroma’s. Het kan afkomstig zijn van een droge of juist een natte streek. Het is een mysterie, net als zijn oorsprong: daar waar de Arabisch distilleerketel, de traditionele Europese hang naar sterke drank en complexe inheemse tradities in Zuid-Amerika bij elkaar komen. 

    Op de velden van Santiago Matatlán geselt de zon de landbouwgrond en schieten de agaveplanten als zwaarden om hoog. De espadín – het zwaard –, agave angustifolia, is de agaveplant die het vaakst wordt gebruikt voor de productie van dit drankje. Anastasio Santiago is tachtig jaar oud en heeft op zijn enorme land duizenden planten staan, ze heten magueyes, agave of mezcal, afhankelijk van aan wie je het vraagt. In 1590 noemde de Spaanse jezuïet en historicus José de Acosta de maguey de ‘wonderboom’ en een ‘miraculeuze’ plant. 

    Stille revolutie

    Het jongste wonder dat aan de maguey wordt toegeschreven is de wederopstanding van mezcal. Er heeft zich een stille revolutie voltrokken die meer dan 125.000 gezinnen voedt. Don Tacho, zoals iedereen hem noemt, bewerkt sinds 1956 dagelijks zijn land. In een marktsector waar steeds meer heren in pak zijn te vinden, blijft hij zijn grond bewerken. ‘De maguey heeft ons veel gegeven, ik kan hem niet aan zijn lot overlaten,’ zegt hij bedachtzaam. Toch snapt hij de mezcalmarkt als geen ander. Hij is wees sinds zijn zevende en heeft niet gestudeerd, maar hij heeft wel zes mezcalmerken en produceert maandelijks tienduizend liter voor 400 Conejos, een merk dat hoort bij het tequilaconcern Casa Cuervo, een van de populairste in Mexico. 

    Je hele leven investeren in mezcal klinkt nu als een gouden idee en een sprookje dat werkelijkheid wordt. In de jaren negentig was dat niet zo. Agaveplanten die er jaren over deden om volwassen te worden, werden door de producenten verkocht voor 0,2 peso per kilo, minder dan één eurocent. De tussenhandelaren maakten misbruik van de wanhoop van de boeren en mezcalproducenten door ze woekercontracten aan te bieden: ze kochten hun hele opbrengst op tegen een ridicuul lage prijs die de boeren en producenten accepteerden uit noodzaak of uit angst dat de oogst verloren zou gaan. ‘Die lui hebben ons genaaid,’ vat Santiago de situatie samen. 

    GettyImages 1247944067
    © Alfredo Martinez / Getty

    Dat er alleen maar agaveplanten groeiden en de handel in mezcal moeizaam ging, leidde ertoe dat de bevolking in die lastige jaren in groten getale naar de Verenigde Staten emigreerde. Joel Santiago, Don Tacho’s zoon, beproefde eerst zijn geluk in Los Angeles en daarna in Las Vegas. De familielegende wil dat hij midden jaren negentig een beetje mezcal bij zich had en dat hij de potentie van deze goudmijn zag. Hij besloot toen terug te keren naar Mexico en een zaak op te zetten. Rond die tijd, in 1994, besloot de Mexicaanse overheid mezcal een denominación de origen (herkomst- en kwaliteitsgarantie) te verlenen net als tequila, het belangrijkste product van Mexico. 

    Vroeger werd gezegd dat je ervan ging ‘hallucineren’, dat het ‘gevaarlijk’ of zelfs ronduit ‘schadelijk’ was

    Bijna tien jaar voor de mezcalhausse werd de kwaliteitsgarantie ingevoerd. Dat bleek doorslaggevend. Dronk je vroeger mezcal dan werd je de kerk uitgezet, met als gevolg dat het drankje tot eind jaren tachtig illegaal werd gestookt. Dat bleek een voedingsbodem voor negatieve verhalen: dat je ervan ging ‘hallucineren’, dat het ‘gevaarlijk’ of zelfs ronduit ‘schadelijk’ was. Maar nu mocht de mezcal zich op culinair niveau meten met wijnen uit La Rioja of kaas uit Camembert. 

    analuisa gamboa gxP 96CoEi0 unsplash
    © Unsplash

    Maar de kwaliteitsgarantie brengt een groot dilemma met zich mee. Tot 1994 was de mezcalhandel van niemand. Hierdoor beweerden kwade tongen dat er met producten werd geknoeid of dat er namaakproducten in omloop waren. Ook was de markt kwetsbaar door de plotselinge opkomst van Japanse of Chinese mezcalmerken. Maar de norm die tot dit enorme succes leidde, zette het overgrote deel van de eenvoudige boeren en producenten buitenspel omdat ze niet aan de kwaliteitseisen kunnen voldoen. ‘We moeten concurreren met wereldspelers en beseffen dat we nooit zullen winnen,’ klaagt Gonzalo Martínez, mezcalmeester van Macurichos, een hoog aangeschreven lokaal merk dat maar tweehonderd liter per maand produceert. 

    Meer dan twee derde van de totale productie wordt geëxporteerd. Vooral naar de Verenigde Staten, waar zeven van de tien flessen terechtkomt. Ver daaronder staat Spanje met 6 procent op de tweede plaats. Omdat de maguey er zo lang over doet om te volgroeien, duurt het ambachtelijke productieproces acht tot twaalf jaar. Voor het flessen van een liter mezcal is dertig kilo agave nodig, zeven kilo stookhout voor het distillatieproces en maar liefst twintig liter water. Daar komt bij dat mezcal in Mexico vanwege het alcoholpercentage net zoveel accijns moet afdragen als industriële likeur zoals rum of wodka, die veel goedkoper en eenvoudiger geproduceerd kunnen worden. 

    Concurrentie

    Het drankje vindt zijn weg naar Mexico-Stad en de grote wereldsteden, en de productie is de afgelopen tien jaar met 700 procent toegenomen en intussen is niets meer hetzelfde. De emigranten zijn teruggekeerd. De kostprijs van de grondstof is omhooggeschoten naar 15 peso per kilo, vijfenzeventig keer zo duur als in de jaren negentig. Diefstal van agaveplanten en illegale handel zijn steeds normaler geworden. En de concurrentie is moordend. Bij het Mexicaanse Instituut voor Intellectueel Eigendom staan vijftienhonderd bedrijven geregistreerd die in hun bedrijfsnaam het woord mezcal voeren, van Jiménez tot Bryan Cranston en Aaron Paul, hoofdrolspelers van de serie Breaking Bad.

    GettyImages 1247940178 1
    © Alfredo Martinez / Getty
    david garcia sandoval h2 H 7FPbnw unsplash
    © Unsplash

    In maart, toen de termen ‘mondkapje’ en ‘anderhalve meter afstand’ nog niemand iets zeiden, kwamen er hordes buitenlandse toeristen naar de bars, proeverijen en rondleidingen in de stad Oaxaca die van mezcal een toeristisch speerpunt had gemaakt. 

    De mezcalpioniers die contact zochten met afgelegen boerengemeenschappen om het drankje naar de grote steden te brengen, voelen zich nu verplicht ervoor te zorgen dat deze trend niet ten koste gaat van de inheemse cultuur. Maar de mezcal heeft ook ongekende voorspoed gebracht. Boeren hebben internationale prijzen gekregen. Die faam heeft de mezcalproducenten gerehabiliteerd. De hoop leeft dat men kan leven van een drankje dat eeuwenlang in het verdomhoekje zat. Terwijl de discussie over globaal dan wel lokaal, industrieel dan wel ambachtelijk in volle gang is, lijkt de mezcalhandel wel een droom waaraan geen einde mag komen. Het antwoord zit hem misschien in dit inmiddels populaire Mexicaanse spreekwoord: ‘Zit je in de val, drink mezcal, bij goed weer, des te meer, heb je stress, neem een hele fles.’