Tag: iPhone

  • De Iphone is made in India – onder leiding van Chinese ingenieurs

    De Iphone is made in India – onder leiding van Chinese ingenieurs

    In de Indiase stad Sunguvarchatram wordt een deel van de nieuwste levering iPhones geproduceerd. Chinese ingenieurs en managers komen naar India om daar de nieuwe generatie arbeiders op te leiden. Viola Zhou en Nilesh Christopher van Rest of World onderzoeken de obstakels die de ingenieurs ervaren en de werkomstandigheden in de Indiase fabrieken.

    Toen de Chinese ingenieur Li Hai het winterse weer van Noord-China voor de vochtige hitte van Tamil Nadu in Zuid-India inruilde, had hij geen idee wat hem te wachten stond. Het was begin 2023. Maanden voor de reis had een manager van de Foxconn iPhone-fabriek waar Li werkte, gevraagd naar vrijwilligers voor een tijdelijke opdracht in India. Li hoefde niet lang na te denken. Hij had in zijn leven amper gereisd en was nieuwsgierig. ‘Ik wilde gewoon eens ergens anders heen en daar wat rondkijken’, vertelde hij aan Rest of World.

    Foxconn, een Taiwanese fabrikant van computeronderdelen, vliegt tegenwoordig regelmatig ingenieurs uit China naar India om daar de volgende generatie iPhonefabrikanten op te leiden. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Zo spreken zowel de Chinese ingenieurs als de Indiase productielijnmedewerkers van een heftige cultuurclash. Rest of World wil ontdekken hoe Foxcom de verhuizingen voor elkaar krijgt en sprak daarom met tientallen werknemers uit alle onderdelen van het bedrijf.

    Li is zacht van toon, oprecht en bescheiden. Hij groeide op in het Chinese platteland en was tot voor kort nooit ver van huis geweest. Maar wat hem aan wereldlijke kennis en ervaring ontbrak, compenseerde hij met nieuwsgierigheid. Voor hij naar India vertrok, moest Li een door zijn werk georganiseerde cursus afleggen over culturele verschillen. Tijdens de cursus leerde Li dat hij onderwerpen zoals politiek en religie moest vermijden. Ook moest hij altijd ‘alstublieft’ zeggen tegen zijn Indiase collega’s. ‘Mensen uit China kunnen nogal direct zijn,’ vertelde hij. ‘Als we met Indiërs omgaan, moeten we beleefder zijn.’

    Li maakte zich vooral zorgen over het eten. De avond voor zijn vertrek propte hij zijn koffer vol met diarreemedicatie, zakjes bouillon om zijn eigen Chinese gerechten te maken en, omdat hij had gehoord dat mensen in India met hun handen eten, eetstokjes. Nerveus maar enthousiast stapte Li met zijn eerste paspoort op zijn eerste vlucht naar het buitenland. De reis was een aaneenschakeling van verrassingen: turbulentie, de uiteenlopende mensenmassa’s op de luchthaven van Singapore waar hij een tussenstop maakte en het vliegtuigpersoneel dat hem in het Engels aansprak, waren allemaal nieuw voor hem. Zijn eindbestemming was Sunguvarchatram, een industrieel centrum aan de rand van de stad Chennai. In die stad is een wereldwijde verschuiving op gebied van elektronica-productie aan de gang.

    Ingevlogen opleiders

    Net als veel van zijn concurrenten heeft Apple jarenlang zijn productieproces aan ondernemingen in China toevertrouwd. Voor zowel politieke als economische redenen zijn techbedrijven zich echter in de afgelopen jaren steeds meer op andere landen in de regio gaan richten.  

    Foxconn, ook wel bekend als Hon Hai Precision Industry, heeft de afgelopen jaren zwaar geïnvesteerd in een iPhone-fabriek in Sunguvarchatram. Volgens bronnen die bekend zijn met de situatie kan Foxconn met hogere materiaalkosten en een groter percentage defecte telefoons zijn genadeloze efficiëntie niet waarborgen. Hierdoor zijn Foxconn’s iPhones uit Sunguvarchatram altijd minder winstgevend geweest dan die uit China, vertelden twee bronnen dicht bij het bedrijf aan Rest of World. Foxconn zelf heeft niet gereageerd op verzoeken om commentaar.

    Om het productieproces te verbeteren en de fabriek in Sunguvarchatram klaar te stomen voor Apples nieuwe iPhone 15, stuurde Foxconn begin dit jaar meerdere Chinese werknemers naar Sunguvarchatram. Ingenieurs zoals Li moesten zaken daar naar Chinees niveau gaan tillen.

    Met behulp van vertaalapps, half onthouden Engels van de middelbare school en handgebaren moesten Li en honderden van zijn Chinese collega’s zien te communiceren met een Indiase arbeidskracht die grotendeels onbekend was met de intensiteit en complexiteit van de 21ste-eeuwse elektronica-industrie.

    Een succesvolle levering van de iPhone 15 zou een prestigieuze mijlpaal zijn voor het groeiende Indiase fabriekswezen

    Het zou een formidabele uitdaging worden. Eind augustus bezocht Rest of World Sunguvarchatram, waar Foxconn en andere Apple-leveranciers op volle toeren draaiden in aanloop naar het uitbrengen van de iPhone 15 en sprak daar met ruim twintig productiemedewerkers, monteurs, ingenieurs en managers, die allen een pseudoniem gebruiken om herkenning door hun werkgevers te voorkomen.

    Zij beschreven de successen en tegenslagen van een van de invloedrijkste fabrieksvloeren ter wereld. In China eist Foxconn lange werkdagen en hoge efficiëntie en hebben managers weinig tolerantie voor vertragingen of fouten – hoge verwachtingen die in India al snel onhaalbaar bleken. De stress die hiermee gepaard gaat, gaat duidelijk ten koste van lokale arbeidskrachten.

    Een succesvolle levering van de iPhone 15 zou een prestigieuze mijlpaal zijn voor het groeiende Indiase fabriekswezen. ‘De boodschap van de overheid is dat India op weg is om een industriële supermacht te worden,’ vertelde Anand P. Krishnan, een onderzoeker bij het Centre of Excellence for Himalayan Studies aan de Shiv Nadar University die arbeid in China en India bestudeert. ‘Het produceren van een iPhone 15 in India zal als een belangrijk moment worden gezien. Niet alleen voor Apple, maar ook voor India.’

    Maak het in India

    Iedere acht uur komen de straten van Sunguvarchatram tot leven. Bussen met de logo’s van techgiganten zoals Samsung, Yamaha en Foxconn vervoeren vermoeide arbeiders heen en weer tussen de fabrieken en hun appartementen of slaapplekken, die in India hostels genoemd worden. Anderen leggen de route af op hun motorfiets of stappen in driewielige riksja’s.

    Sunguvarchatram maakt deel uit van een industrieel verband tussen Chennai en Bengaluru, de twee grootste steden van Zuid-India. Buitenlandse autofabrikanten openden hier de eerste fabrieken. In de jaren 2000 volgden Taiwanese technologiebedrijven, waaronder Foxconn en concurrent Wistron, dat in 2017 de eerste iPhones produceerde in India: de goedkopere iPhone SE. De stad Sunguvarchatram zit midden in de overgang van een landbouweconomie naar een industriegigant. Braakliggende velden worden langzaam bedekt met hightech fabrieksterreinen en gloednieuwe Indiase hostels om de duizenden fabrieksarbeiders te huisvesten. De ontwikkeling van Sunguvarchatram is voor premier Narendra Modi een droom die uitkomt. In 2014 onthulde hij tijdens een toespraak in Delhi een plan dat later zijn Make in India-initiatief zou worden. ‘Vanaf de muren van het Rode Fort wil ik een oproep doen aan mensen over de hele wereld,’ zei Modi. ‘”Kom, en maak het in India,” “Kom, en produceer in India.”‘

    In de tweede helft van de 20e eeuw maakten Indiase elektronicafabrikanten een bloeiperiode mee die in 1991 ten einde kwam, toen de invoerbelasting werd verlaagd en buitenlandse concurrentie de markt overspoelde. Indiase merken gingen failliet en de sector stortte in. Mede hierdoor worstelt het land de afgelopen drie decennia met afnemende werkgelegenheid voor haar jonge, groeiende bevolking. Volgens de Indiase regering zijn buitenlandse investeringen sinds de aankondiging van Make in India verdubbeld. Critici opperen echter dat Modi’s initiatief op zijn best een werk in uitvoering is. Tussen 2003 en 2018 groeide de productiesector iets sneller dan de Indiase economie in zijn geheel, maar sinds Modi’s plan is deze groei niet toegenomen maar afgezwakt; het afgelopen jaar steeg de productie met slechts 1,3%. Toch is de technologiesector opnieuw een lichtpuntje geworden, mede dankzij bedrijven zoals Foxconn, Samsung en het Chinese Salcomp, die sinds vorig jaar nieuwe of uitgebreide faciliteiten hebben aangekondigd.

    Een belangrijke drijfveer voor investeringen in India is de aanhoudende handelsoorlog tussen Washington en Beijing. Daarnaast is Chinese arbeid voor bepaalde industrieën niet langer de goedkoopste: de beroepsbevolking in het land krimpt, is hoger opgeleid dan ooit tevoren en toont steeds minder interesse in fabrieksbanen.

    ‘Het produceren van een iPhone 15 in India zal als een belangrijk moment worden gezien. Niet alleen voor Apple, maar ook voor India’

    Eind vorig jaar ontving Apple een teken om zijn productieproces te diversifiëren. Dit kwam in de vorm van een reeks noodtoestanden bij ’s werelds grootste iPhone-fabriek in Zhengzhou, in centraal China, die het bedrijf naar schatting rond de $1 miljard per week heeft gekost. Sindsdien heeft Apple zijn plannen voor India versneld en is Foxconn druk bezig zijn arbeidskrachten in het land te verdubbelen. Young Liu, directeur van Hon Hai Technology Group, heeft deze uitbreidingsplannen meermaals met Modi besproken. Veel andere bedrijven in de iPhone-productieketen zijn eveneens op zoek naar locaties voor fabrieken, vertelde Jules Shih aan Rest of World. Hij is directeur van de Chennai-vestiging van het Taipei World Trade Center, een door de Taiwanese overheid gefinancierde organisatie voor handelsbevordering.

    Uitbreiden naar India kent ook zijn nadelen. Zo gaat het Chinese eenpartijstelsel tot het uiterste voor Foxconn met miljardeninvesteringen in fabrieken, gunstige subsidies voor energie en transport en hulp bij het rekruteren en vervoeren van werknemers ten tijde van personeelstekort. Tot slot zijn onafhankelijke vakbonden verboden in China. In India krijgen de leveranciers van Apple daarentegen te maken met lokale politici, landeigenaren en vakbonden. Het land beschikt niet over China’s uitgebreide netwerk van sub-leveranciers, wiens onderlinge concurrentie voor lagere kosten zorgt. ‘Apple is door China verwend,’ zei een manager bij een Apple-leverancier die onlangs van China naar India werd uitgezonden tegen Rest of World. ‘Hier is alleen de arbeid goedkoop. De rest is duur.’

    De Indiase arbeidskracht

    iPhone-productie in Foxconns fabriek in Sunguvarchatram ging in 2019 van start met de iPhone XR, een ouder model. Toen Li in 2023 in Sunguvarchatram arriveerde, produceerde de fabriek ook de iPhone 14. Dit jaar was het doel om een lading in India geproduceerde iPhone 15’s klaar te hebben liggen wanneer het nieuwe model zou worden aangekondigd. De iPhone-fabriek maakt deel uit van een groter complex van 60 hectare waar Foxconn ook telefoons voor andere merken produceert. Zo’n 35.000 werknemers werken hier in zes witte fabriekspanden. Voor Li voelde het net als thuis: dezelfde geavanceerde apparatuur als in China, dezelfde rijen tafels met werknemers die duizenden keren per dag dezelfde taken uitvoeren en natuurlijk hetzelfde eindproduct. Er was echter één opvallend verschil. In tegenstelling tot de fabrieken in China werd de assemblagelijn in Sunguvarchatram vrijwel uitsluitend door jonge vrouwen bemand.

    Toen elektronica-productie in de jaren tachtig naar China kwam, vormden vrouwen die van het platteland naar de steden waren verhuisd het grootste deel van de fabrieksarbeiders. Ze hadden niet veel opties en managers bij bedrijven zoals Foxconn gaven hun de voorkeur omdat ze dachten dat vrouwen gehoorzamer waren dan mannen, deelt Jenny Chan, een socioloog aan Hong Kong Polytechnic University die arbeidskwesties binnen Foxconn bestudeert, met Rest of World. Dit is in  de afgelopen dertig jaar veranderd. Tegenwoordig zijn de meeste iPhone-werknemers in China mannen; vrouwen werken inmiddels grotendeels in de dienstensector. In India werkt Foxconn wederom voornamelijk met vrouwen die migreren voor meer arbeidsmogelijkheden. 

    Een jonge, vrouwelijke arbeidskracht brengt in dit land unieke eisen met zich mee. Zo moet het bedrijf bezorgde ouders geruststellen wat betreft de veiligheid van hun dochters. Het bedrijf biedt werknemers gratis eten, onderdak en bussen om een veilige reis van en naar het werk te garanderen. Op vrije dagen dienen vrouwen die in Foxconn-hostels wonen zich aan een avondklok van zes uur ‘s avonds te houden en hebben ze toestemming nodig om ergens anders de nacht door te brengen. ‘[Als] ze uitgaan en niet op een bepaald tijdstip terugkeren, worden hun ouders geïnformeerd,’ vertelde een voormalige HR-manager van Foxconn. ‘[Zo] winnen ze het vertrouwen van de ouders.’

    ‘[Als] ze uitgaan en niet op een bepaald tijdstip terugkeren, worden hun ouders geïnformeerd’

    Ook voor het inhuren van getrouwde vrouwen moest Foxconn oplossingen vinden. De fabrieken zijn doorgaans voorzien van metaaldetectoren om diefstal en lekken omtrent nieuwe producten te voorkomen. Ook deze maatregel zorgt voor oponthoud in India, waar getrouwde vrouwen een mangalsutra, een metalen hanger, en een metti, een metalen teenring, dragen. Deze werknemers moeten handmatig gecontroleerd worden en hun sieraden laten registreren.

    De zesentwintigjarige Padmini groeide op in een gezin met vijf broers en zussen op het platteland in de buurt van de stad Tirunelveli, ongeveer zeshonderd kilometer ten zuiden van Chennai. Ze was opgeleid tot verpleegkundige, maar voelde zich ‘gevangen’ omdat ze vierentwintig uur per dag oproepbaar moest blijven. In 2021 kreeg Padmini een baan aan de productieband van Foxconn. In het begin voelde ze zich overvallen door de beschermende kleding, lawaaierige machines en de onheilspellende slogans op de muur (‘Please cooperate with us’). Omdat ze haar hele leven in de onontkoombare tropische hitte had geleefd, was de airconditioning van de fabriek haar veel te krachtig. Bovendien wist ze niets van elektronica. ‘Ik wist niet eens wat een pincet was,’ vertelde ze. ‘Ik kende de naam niet en wist niet hoe ik het moest vasthouden.’

    Padmini deelt een bescheiden studio in Sunguvarchatram met acht andere vrouwen. Vijf van hen slapen in de hal, vier in de slaapkamer. Ze betalen ieder 1.250 roepies (€14) aan huur. ‘Het is best moeilijk,’ zei Padmini. Ze ziet haar huisgenoten zelden, omdat ze allemaal wekelijks roterende schema’s hebben: 06:00 tot 14:00, 14:00 tot 22:00, of 22:00 tot 06:00. Alleen zondag is een vrije dag.  Iedere werkdag rijdt Padmini met een Foxconn-shuttlebus naar de fabriek. Eenmaal daar loopt ze door de metaaldetector, trekt ze haar antistatische jas aan over haar kurta, en neemt ze plaats aan de assemblagelijn, waar ze ze per uur minstens 495 volumeregelingsonderdelen in elkaar zet.

    Culture Shock

    Toen Li in India aankwam, vond hij het maar lastig om te communiceren met zijn nieuwe collega’s. Het beetje Engels dat hij op de middelbare school en de universiteit had geleerd, had hij sinds zijn schooljaren nauwelijks gebruikt; men had zelfs moeite met het begrijpen van eenvoudige zinnen zoals ’thank you.’ Om zijn achterstand in te halen, kocht Li een woordenboek en gebruikte hij zijn busritten en werkpauzes om zijn Engels te oefenen. Ook droeg hij te allen tijde een notitieboekje bij zich zodat hij collega’s kon vragen om onbekende woorden voor hem op te schrijven.

    Taalbarrières waren het meest zichtbaar met betrekking tot de uit China afkomstige apparatuur. ‘Alle machines zijn ingesteld op Mandarijn. Bedieningsprocedures, instructies, commando’s, alles is in [het Chinees]. Zelfs de software,’ zei een Indiase senior manager. ‘Zelfs de noodknop.’ Chinese ingenieurs lieten Rest of World weten dat ze Indiase collega’s trainen in het bedienen en repareren van machines door middel van vertaalapps en andere methoden. ‘Lichaamstaal is universeel,’ zei een van hen.

    ‘Alle machines zijn ingesteld op Mandarijn… Zelfs de noodknop’

    Een in Chennai gevestigde vertaler Mandarijn, die ook voor andere Chinese en Taiwanese bedrijven in de buurt had gewerkt, vertelde aan Rest of World dat er vaak sprake is van gespannen situaties en korte lontjes.  De vertaler vertelde hoe een Foxconn-medewerker uit China gefrustreerd raakte door een jonge Indiase monteur die een technisch probleem steeds maar niet wist op te lossen. De Chinese werknemer loste het zelf op en liep weg. ‘Hij heeft het me niet geleerd,’ zei de een. ‘Hoe vaak moet ik het je leren?’ vroeg de ander.

    Volgens de vertaler begrepen veel Indiase werknemers in eerste instantie niet waarom hun Chinese collega’s zo boos konden worden om kleine ongevallen zoals een storing van een half uur. Maar langzamerhand werden de Indiase middle managers waakzamer voor oponthoud. Hij herinnert zich de paniek die ontstond toen een defecte machine een deel van de fabriek stillegde. Terwijl een monteur de machine zo snel mogelijk probeerde te repareren, bleef de torenhoge Indiase manager naast hem maar vragen, in het Tamil: ‘Is het voorbij? Is het voorbij!?’ De vertaler zag de handen van de monteur trillen onder alle druk.

    Wind mee van de Indiase overheid

    Dit jaar wilde Apple voor het eerst het nieuwste iPhone-model gelijktijdig in China en India laten produceren. Voor de in april gestarte testproductie, wat een bijzoner uitdagend deel is van het productieproces, haalde Foxconn opnieuw werknemers uit China om hun Indiase collega’s te trainen en ondersteunen. Diezelfde maand gaf de regering van Tamil Nadu een signaal om Foxconn en andere fabrikanten te verwelkomen door de werkdag van acht naar twaalf uur te verlengen, zodat Foxconn net als in China niet meer dan twee ploegendiensten nodig had.

    Het verlengen van de werkdag was dit jaar een omstreden onderwerp in India, waar het internationale bedrijven in conflict bracht met werknemers en mensenrechtenverdedigers. Na intens lobbywerk van Apple, Foxconn en andere techbedrijven versoepelde de staat Karnataka ook de arbeidswetten om een 12 uur durende werkdag toe te staan, aldus de New York Times. Foxconn heeft vervolgens de bouw van twee nieuwe fabrieken in Karnataka aangekondigd.

    Als gevolg organiseerde de All India United Trade Union Centre een protest waarbij deelnemers kopieën van het wetsvoorstel verbrandden. Hoewel de regering van Karnataka de wet uiteindelijk toch invoerde, hebben grote bedrijven in de staat besloten hun uren niet te verlengen. In Tamil Nadu werd ook tegengas gegeven door oppositiepartijen en arbeidsrechtenorganisaties. Diverse politici noemden het nieuwe wetsvoorstel ‘arbeidsonvriendelijk’ en liepen tijdens het stemmen de vergadering uit. Toen de wet werd ingevoerd, kondigden vakbonden in de stad verscheidene acties aan, waaronder een demonstratie op motorfietsen, een civiele ongehoorzaamheidcampagne en protesten voor het hoofdkwartier van de regerende partij. In tegenstelling tot in Karnataka was dit verzet wel geslaagd: na slechts vier dagen trok de regering de wet weer in. Gelukkig maar, want veel Indiase Foxconn-medewerkers vinden een acht uur durende werkdag al zwaar genoeg. ‘Als het straks 12 uur werken wordt, ga ik dood,’ zegt Padmini. ‘Om te kunnen werken, moet ik in leven blijven.’

    ‘Als het straks 12 uur werken wordt, ga ik dood. Om te kunnen werken, moet ik in leven blijven’

    Voor Chinese medewerkers is het tempo op de Indiase fabrieksvloer juist net iets te langzaam. Zo vertelde een Taiwanese manager bij een andere iPhone-leverancier in de regio aan Rest of World dat de kortere shifts en reguliere theepauzes in India hun productiviteit belemmeren. ‘Je zit nog maar net goed op je stoel, en de volgende pauze begint alweer,’ klaagde hij.

    In China rekent Foxconn op lakse handhaving van arbeidswetten – zoals een maximale werkdag van acht uur en gelimiteerde overuren – en gebruiken managers lucratieve bonussen om hun werknemers tot het uiterste te drijven. Twee buitenlandse werknemers in Sunguvarchatram vertelden aan Rest of World dat er tegenwoordig ook in India gebruik wordt gemaakt van salarisverhogingen en promotiekansen om hun ingenieurs en managers aan te moedigen. Vijf verschillende Chinese en Taiwanese werknemers vertelden dat ze verbaasd waren toen ze hoorden dat hun Indiase collega’s veelal weigerden om overuren te werken. Sommigen schreven dit toe aan een zwak verantwoordelijkheidsgevoel, anderen aan wat zij zagen als de geringe materiële verlangens van Indiase mensen. ‘Ze zijn snel tevreden,’ zei een ingenieur uit Zhengzhou. ‘Extra druk kunnen ze niet hebben. Maar als we er geen druk op zetten, gebeurt er ook niets en kunnen we de productie ook niet hierheen verhuizen.’

    Drie voormalige Foxconn-medewerkers vertelden aan Rest of World dat Chinese managers net als in hun thuisland vaak beledigende taal gebruikten tegen onderpresterende werknemers. Toen er bij HR hierover geklaagd werd, namen de meldingen af. Toch blijft het buitenlandse personeel grotendeels ontevreden met het prestatievermogen in India. ‘Ze weten hoe ze het moeten doen, maar ze zijn traag,’ zei een werknemer. ‘Zelfs lopen doen ze langzaam.’ Een Chinese manager beweerde dat Indiase werknemers vaak te vaak verlof aanvragen, bijvoorbeeld om voor zieke familieleden te zorgen, maar ook om andere redenen die in de ogen van de manager onvoldoende zijn, zoals een bijgelovige angst voor maansverduisteringen, in India een voorteken van ongeluk.

    Andere Chinese werknemers vinden de Indiase werkcultuur, met veel theepauzes, uitgebreid kletsen met collega’s en op tijd naar huis gaan, zo slecht nog niet. De Chinese werkcultuur, waarin werknemers verlofdagen opofferen en langer op kantoor blijven om indruk te maken op hun bazen, is bij vergelijking een stuk minder aantrekkelijk. De Chinese werkplek is te neijuan, te ingewikkeld, zeggen sommigen. De term, die steeds populairder wordt in China, beschrijft de onophoudelijke concurrentie die het dagelijks leven in het land vandaag de dag typeert. ‘Geleidelijk brengen we neijuan naar India,’ grapte een ingenieur.

    Vrije tijd

    In mei had Li naar eigen zeggen zijn taalbarrière overwonnen. ‘Verrassend genoeg kan ik eindelijk begrijpen wat ze zeggen!’ Hij kon niet alleen praten over de kleinste details van de iPhone, maar ook deelnemen aan informele gesprekken. Een vrouwelijke collega vertelde hem dat ze jaloers was op zijn ‘witte’ huidskleur. Anderen vroegen hem waarom hij nog vrijgezel was. ‘Huis, auto en geld,’ antwoordde hij, de eisen waar een respectabel vrijgezel in China aan moet voldoen voor hij of zij een partner kan zoeken. ‘De Chinese meisjes zijn niks waard,’ antwoordde een vrouwelijke arbeider. ‘Hier hoef je geen huis, auto, of geld. Enkel liefde.’

    De voornamelijk mannelijke Chinese ingenieurs leven afgezonderd van hun Indiase collega’s. Foxconn huurt speciaal voor hen woningen in een luxe appartementencomplex genaamd Hiranandani Parks. De door platteland omgeven torens tellen 27 verdiepingen en zijn sober ingericht. Sommige bewoners hebben klamboes boven hun bed opgehangen – verscheidene Chinese werknemers hebben in China dengue opgelopen. ’s Avonds bezoeken de Chinese ingenieurs een aantal Oost-Aziatische restaurants, wandelen ze rond het appartementencomplex, of bellen ze met hun kinderen, ouders en partners. Op zondag stuurt Foxconn een pendelbus die hen naar een van de drie winkelcentra in Chennai kan brengen.

    Li heeft nooit aan de Indiase keuken kunnen wennen. Hij probeerde een paar lokale gerechten, maar gaf al snel op. ‘Telkens als ik langs de Indiase kantine loop op weg naar mijn bureau kan ik de geur niet verdragen,’ zei hij. ‘Hun eten is allemaal geel en papperig spul.’ Tijdens de wekelijkse uitstapjes naar de stad houdt hij het bij KFC en McDonald’s. Foxconn heeft een Chinese kantine waar speciaal getrainde Indiase chefs gerechten bereiden zoals varkensstoofpot of geroerbakte eieren met tomaat. Chinese werknemers krijgen $60 ingehouden van hun wekelijkse expatbonus in ruil voor drie maaltijden per dag. Op zondagen koken de ingenieurs zelf uitgebreide banketten met ingrediënten uit een nabijgelegen Koreaanse supermarkt of met producten die ze in hun koffers van huis hebben meegenomen.

    Ondanks hier en daar een conflict op de werkvloer trekken Chinese en Indiase collega’s ook buiten het werk met elkaar op. Indiase werknemers bezoeken soms Hiranandani Parks voor festiviteiten zoals het Chinees Nieuwjaar, of om aan te schuiven bij de zondagse banketten. Veel Chinese ingenieurs gebruiken deze gelegenheden om hun kinderen te bellen, zodat ze mooi hun Engels kunnen oefenen. Beide groepen hebben zinnen en uitdrukkingen uit elkaars taal opgepikt. Soms begroet een Indiase collega Li met de gebruikelijke Chinese groet: ‘Heb je al gegeten?’ waarop Li in het Tamil antwoordt: ‘Ik heb al gegeten.’

    Vrouwen in de fabriek

    In juni versnelde de proefproductie van de iPhone 15 in aanloop naar de lancering in september. Een gevoel van urgentie verspreidde zich door de fabriek. Werknemers die voorheen direct na hun shift vertrokken, bleven nu tot laat op de werkvloer staan, deels om in contact te blijven met Apple-medewerkers in de VS. Voor Indiase werknemers was de hectische proefperiode een grote schok. ‘Ze voelen zich in het begin misschien een beetje ongemakkelijk, maar ze zullen er snel aan wennen,’ vertelde een buitenlandse werknemer aan Rest of World. ‘[Foxconn] stelt hier langzaam de Chinese werkmentaliteit in.’

    Volgens arbeiders zijn Foxconn’s doelen moeilijk te bereiken. De eenentwintigjarige Jaishree begon in 2022 in de fabriek als net afgestudeerde wiskundestudent (door hoge werkloosheid in India werken veel hoogopgeleiden op de fabrieksvloer) en zei tegen Rest of World dat ze tijdens haar eerste werkweek bang was om de schroefmachine te gebruiken om de kleine schroefjes aan te draaien en dat het lastig was om het vereiste tempo bij te benen. ‘In het begin maakte ik tijdens mijn shift ongeveer 300 schroeven vast. Inmiddels doe ik er zo’n 750. Als we achterlopen, krijgen we op onze kop.’ Met zo’n hoge werkdruk moet zelfs een toiletbezoek strategisch worden ingepland. ‘Ik ga alleen tijdens de pauzes,’ zei Jaishree. ‘Als we tijdens onze shift [naar het toilet] gaan, stapelt het werk zich op.’ Een andere werknemer, Rajalakshmi, moet elk uur 526 moederborden inspecteren. De verlegen 23-jarige durft tussen de pauzes door niet weg te lopen omdat haar leidinggevende dan zou ontploffen. 

    Dan is er nog het eten. In december 2021 protesteerden duizenden Indiase Foxconn-werknemers nadat zo’n 250 collega’s voedselvergiftiging hadden opgelopen. Als reactie daarop wisselde het bedrijf van cateringservice en werd het maandsalaris van 14.000 roepies naar 18.000 roepies (€154 naar €199) verhoogd: het dubbele van het minimumloon voor ongeschoolde arbeiders in Tamil Nadu. Hoewel de Indiase kantine van Foxconn momenteel een verscheidenheid aan lokale gerechten serveert, waaronder platbroden, linzenschotels, pittige soepen en op woensdag vleesgerechten, klagen medewerkers nog altijd over de kwaliteit. ‘We eten alleen om onze honger te stillen,’ zei Padmini. Vrouwen die in de hostels van Foxconn wonen, klagen constant over de maaltijden die ze daar voorgeschoteld krijgen. ‘Soms eten ze helemaal niet.’

    Twee Chinese ingenieurs bevestigden dat ze ambulances hadden gezien die onwel geworden werknemers meenamen

    Twee Chinese ingenieurs bevestigden dat ze ambulances hadden gezien die onwel geworden werknemers meenamen en zeiden dat dit in China ongebruikelijk is, wellicht omdat vrouwen daar meer eten. Een andere ingenieur merkte op dat zijn vrouwelijke collega’s in India magerder waren dan in China. ‘Als je ze vlees geeft, eten ze het niet vanwege hun geloof,’ zei hij.

    De werkomstandigheden in de fabriek eisen hun fysieke tol. Padmini heeft last van haaruitval omdat ze een haarnet moet dragen en in gekoelde ruimtes werkt. ‘Nekpijn is het ergste van allemaal, omdat we constant voorovergebogen werken.’ Ook heeft ze last van onregelmatige menstruaties, wat ze toeschrijft aan de airconditioning en lange uren. ‘Van de meisjes met wie ik werk, hebben er zes hetzelfde probleem,’ zei ze. Meerdere werknemers zeiden dat ze regelmatig collega’s onwel zien worden. ‘Eergisteren viel een meisje flauw en werd ze naar het ziekenhuis gebracht,’ vertelde Padmini in september aan Rest of World. Diezelfde week vielen nog twee vrouwen flauw. ‘Meestal gebeurt het tijdens de eerste ploegendienst. Veel meisjes komen zonder gegeten te hebben naar werk of hebben niet goed geslapen.’ Apple weigerde commentaar te leveren. Het Tamil Nadu Labour Welfare and Skill Development Department reageerde niet op onze verzoeken.

    Hoewel Chinese werknemers nog steeds kampen met veel overuren en hoge werkdruk, zijn hun voeding, leefomstandigheden en gezondheidszorg aanzienlijk verbeterd, zegt Chan van Hong Kong Polytechnic University. Slaapgebrek, flauwvallen en onregelmatige menstruaties kwamen volgens arbeidswetenschapper Pun Ngai’s boek Made in China: Women Factory Workers in a Global Workplace ook veel voor in de beginjaren van China’s productieboom. Toch maakten de hoge salarissen van de fabrieken, gecombineerd met de kans om aan het dorpsleven en ouderlijk gezag te ontsnappen, het werk voor velen de moeite waard. Dat is nu ook het geval in Chennai. Vrouwelijke werknemers in de fabriek zeiden dat ze genoeg geld verdienden om hun ouders te overtuigen hun huwelijk uit te stellen. Twee werknemers van de iPhone-fabriek vertelden aan Rest of World dat ze hun inkomen gebruikten om huizen te bouwen in hun dorpen.

    Padmini, die nu ongeveer twee jaar in dienst is bij Foxconn, sprak over haar bedrijfsleven met het zelfvertrouwen van een ervaren fabrieksarbeider. Gekleed in een eenvoudige rode churida-kameez – een lange Indiase jurk – met een sjaal over haar schouders en metalen oorbellen vertelde ze hoe ze het leeuwendeel van haar maandelijkse inkomen apart legde om de gouden erfstukken terug te kopen die haar ouders ooit hadden verkocht. Zelf had ze onlangs haar eerste smartphone aangeschaft, een goedkope Xiaomi. Haar grootste zorg is dat ze te oud wordt voor haar werk en gedwongen wordt ontslag te nemen. Padmini en twee andere werknemers zeiden dat Foxconn voorkeur geeft aan jongere vrouwen. De 26 jaar oude werknemer gelooft dat ze een leeftijd nadert waarop het bedrijf haar te oud zou kunnen vinden. ‘Vroeger namen ze vrouwen aan tot 30 jaar, nu nog maar tot 28,’ zei ze.

    De Indiase iPhone

    Op 12 september onthulde Apple de iPhone 15 in Cupertino, Californië. De strakke reclamevideo barstte van modewoorden die de kwaliteiten van de iPhone benadrukken: ‘aluminium van luchtvaartkwaliteit,’ ‘nano-kristallijne deeltjes,’ ‘quad-pixelsensor.’ Aan de andere kant van de wereld had Foxconn Sunguvarchatram zijn missie volbracht. Tegen het einde van de zomer draaide de productielijn van de iPhone 15 op volle toeren. Het percentage defecte telefoons, een goede kwaliteitsindicator, was gedaald tot niveaus die voorheen alleen in China werden behaald, vertelden werknemers van Foxconn aan Rest of World

    Op dezelfde dag dat Apple de iPhone 15 onthulde, verzamelden Foxconn-werknemers in Sunguvarchatram zich om een puja uit te voeren voor de eerste levering. Dit hindoeritueel, gebruikelijk in de Indiase productiesector, garandeert een soepel productieproces. Voor een vrachtwagen volgeladen met nieuwe telefoons plaatsten werknemers ingelijste, met bloemenkransen versierde afbeeldingen van hindoegoden. Ook staken ze wierook aan en offerden ze bananen terwijl de nieuwsgierige buitenlandse werknemers toekeken. Aan het einde sloeg een van hen een kokosnoot en een pompoen stuk tegen de grond.

    Toen de in India gemaakte iPhone 15 in de winkels verscheen, volgde een golf van nationalistische vreugde. ‘Trots en opgewonden om de MADE IN INDIA IPHONE 15 te bezitten… #MakeInIndia,’ meldde acteur Ranganathan Madhavan op X. In de fabriek organiseerde Foxconn een feestje. Terwijl de productielijnmedewerkers zich over hun werkstations bogen, sneden de ingenieurs en het kantoorpersoneel een taart aan terwijl ze bedankt werden voor het harde werk. ‘Het was alsof we een raket hadden gelanceerd,’ zei Li. ‘Na al het onderzoek en voorbereidingen hebben we dan eindelijk die raket de lucht in gestuurd.’

    Li blijft voorlopig in India, al weet hij nog niet precies hoelang. Zowel buitenlandse als Indiase werknemers hebben aangegeven dat het in de komende jaren nodig zal zijn om Chinese ingenieurs en managers in India te houden om de fabriek efficiënt te laten draaien, en om hem voor te bereiden op de iPhone 16 en volgende modellen.

    ‘Als wij hier niet waren gekomen, was het iemand anders wel geweest’

    ‘De kennis van China komt voort uit 15 jaar fabriekswerk. Die tijd zullen wij nu moeten inhalen,’ zegt een Indiase manager van Foxconn. Volgens kenners produceerde de fabriek in Sunguvarchatram nog geen 10% van alle iPhone 15’s. Foxconn maakt de grotere Plus- en geavanceerdere Pro-modellen exclusief in China. De New York Times bericht dat het Indiase conglomeraat Tata ook een klein aantal iPhone 15’s produceert in een fabriek die onlangs van de Taiwanese fabrikant Wistron werd overgenomen. 

    Li zei dat Chinese ingenieurs bang zijn dat ze hun eigen banen overbodig maken: Op een dag zouden Indiërs zo goed kunnen worden in het maken van iPhones dat Apple en andere bedrijven geen Chinese werknemers meer nodig zouden hebben. Drie managers zeiden dat sommige Chinese werknemers niet bereid waren om naar India te gaan, omdat ze hun collega’s daar als concurrenten zagen. Volgens Li is vooruitgang echter onvermijdelijk. ‘Als wij hier niet waren gekomen, was het iemand anders wel geweest,’ zegt hij. ‘Dit is de stroom van de geschiedenis. Niemand kan het stoppen.’

    In de eerste week van oktober viel de nationale feestdag ter gelegenheid van de geboorte van Mahatma Gandhi op een maandag, wat betekende dat Foxconn-medewerkers een zeldzaam tweedaags weekend voor de boeg hadden. Li was van plan de Taj Mahal te bezoeken. Hij zou een groot deel van het weekend in bussen en vliegtuigen doorbrengen, maar dacht dat het de moeite waard zou zijn. Hij wilde het monument gezien hebben voor zijn tijd in India voorbij was.

    Maar een paar dagen voor hij zou vertrekken, moest Li zijn plannen annuleren. Het management had aangekondigd dat de fabriek moest blijven draaien om alle doelen te behalen. Zondag zou een werkdag worden.

  • Elon Musk: ‘SpaceX bespreekt iPhone-satellietdiensten voor Apple’

    Elon Musk: ‘SpaceX bespreekt iPhone-satellietdiensten voor Apple’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Door droogte duikt ‘Spaanse Stonehenge’ weer op

    » Studie onthult opvallende verschillen tussen hersenen van moderne mens en neanderthaler

    Hulpdiensten oproepen in gebieden zonder mobiele ontvangst

    SpaceX heeft gesprekken gevoerd met Apple over het gebruik van Starlink-connectiviteit voor de nieuwe satellietfuncties van de iPhone-producent, aldus South China Morning Post. De bedrijven hebben ‘veelbelovende gesprekken’ gevoerd, zei SpaceX CEO Elon Musk afgelopen donderdag op Twitter, waar hij aan toevoegde dat Apple‘s iPhone-team ‘superslim’ is. Het is onduidelijk of de gesprekken nog gaande waren.

    De berichten verschenen een dag nadat Apple Emergency SOS via satelliet had aangekondigd, waarmee iPhone 14-gebruikers hulpdiensten kunnen oproepen via satellietnetwerken in gebieden zonder standaard mobiele ontvangst. Voor de dienst zou Apple een samenwerking zijn aangegaan met Globalstar Inc om de satellietinfrastructuur te ontwikkelen, aldus de netwerkprovider woensdag in een officiële verklaring.

    Lees ook:

  • Volgens deze ‘piraten van de techindustrie’ is een nieuwe iPhone doodzonde van je geld

    Volgens deze ‘piraten van de techindustrie’ is een nieuwe iPhone doodzonde van je geld

    De jongens achter het bedrijf iFixit laten zien hoe je alles kunt repareren, van iPhone tot broodrooster. Hun missie is niet zo veel mogelijk geld verdienen, maar ‘de groei van de wegwerpcultuur bestrijden’. Ze bouwden er een enorm bedrijf mee op – en kregen het met Apple aan de stok.

    Keuze uit het archief

    Sinds vrijdag ligt de nieuwe iPhone 17 van Apple, de zoveelste versie, in de winkels. Advertenties moeten klanten verleiden om hun oude mobiel – kapot of niet – weg te doen en over te stappen op het nieuwste model. Dit artikel van het ondernemersblad Inc. uit 2020 laat zien hoe het anders kan: bespaar geld en spaar het klimaat door zelf je kapotte mobiel te repareren. Het bedrijf iFixit wil je er graag bij helpen.

    ‘Ga daar maar op staan,’ zegt Kyle Wiens, terwijl hij zich tegenover zijn bezoeker opstelt en zijn hand uitsteekt naar de schakelaar. Er klinkt elektrisch gezoem, waarna een zachte schok volgt en de grond wegvalt. Het is een hefbrug, afkomstig van een autodealer en nu op een betonnen plaat gezet in Wiens’ achtertuin in Atascadero, Californië.

    Wiens, gekleed in jeans en houthakkershemd en met een ziekenfondsbrilletje en het soort kapsel dat je jezelf kunt aanmeten met een botte schaar, heeft een glooiend perceel van een hectare met uitzicht op Highway 101, halverwege Los Angeles en San Francisco. De hoge heuvels verderop zijn groen van de overvloedige regen van afgelopen winter. Er staat een gestuukt woonhuis op het terrein plus een geprefabriceerd bijgebouw, een kippenren, een patio met een gigantische grill en een werkschuur die plaats biedt aan motorfietsen, crossmotoren, kajaks, wetsuits, een generator, een compressor, een lasbrander, hamers, moersleutels en boren, evenals diverse stapeltjes gedemonteerde onderdelen: Wiens’ vele lopende werkzaamheden. De hefbrug staat vlak naast de schuur. Wiens gebruikt hem voor klussen die de meeste mensen aan een professional zouden overlaten, zoals de transmissie van een truck vervangen. En als een goedkope vorm van vermaak: ‘Het is zo’n cool ding!’

    Levenswerk

    De hefbrug staat er ook omdat dingen repareren zijn levenswerk is. De 33-jarige Wiens is medeoprichter en CEO van iFixit, een bedrijf dat volgens hem als missie heeft ‘iedereen te leren hoe je alles kunt fiksen’. Op de website van iFixit vind je een enorme bibliotheek van stap-voor-stapinstructies op ieder denkbaar gebied: remmen afstellen, een lekkende brandstoftank van een motorfiets repareren, de bumpersensoren op een Roomba-stofzuiger plaatsen, een papierversnipperaar weer aan de praat krijgen, een zool weer op een schoen bevestigen, een vuur maken zonder lucifer, een kras in een brillenglas opvullen, een verwarmingselement van een waterkoker vervangen en – iFixits specialiteit – allerlei subtiele reparaties uitvoeren aan laptops en mobieltjes van Apple. Meer dan 25.000 handleidingen in totaal, voor meer dan 7000 objecten en apparaten. Volgens Wiens hebben vorig jaar 94 miljoen mensen overal op de wereld met behulp van iFixit geleerd dingen weer tiptop in orde te krijgen, wat eerlijk gezegd een klein beetje tegenviel. Wiens had gemikt op 100 miljoen.

    Een deel van de kennis op de website van iFixit komt uit eigen koker. Het meeste komt, à la Wiki, van overal op de wereld. In beide gevallen is de informatie gratis. Je hoeft je niet in te schrijven. Er wordt geen reclame gemaakt. iFixit haalt ongeveer negentig procent van zijn omzet uit de verkoop van onderdelen en gereedschap aan mensen die niet zouden weten wat ze daarmee aan moesten als iFixit niet ook zoveel waardevolle informatie weggaf. De rest komt van het in licentie geven van de software die iFixit heeft ontwikkeld voor het schrijven van zijn online handleidingen, en van het opleiden van onafhankelijke reparateurs, zo’n 15.000 tot nu toe, die hun eigen zaak runnen met steun van iFixit.

    ‘Onze impact op de economie is veel groter dan wat we er zelf aan overhouden,’ geeft Wiens toe. Daar zit hij niet mee. Zo bereik je alles en iedereen. Maar het is een echt bedrijf. Zestien jaar oud, 125 werknemers [toen dit artikel geschreven werd], vijf keer aanvoerder van de Inc. 5000-lijst van snel groeiende ondernemingen met een jaarlijkse groei van dertig procent, een omzet van 21 miljoen dollar en een stabiele winst. ‘We geven een heleboel gratis weg,’ zegt medeoprichter Luke Soules (32). ‘Dat vinden we leuk en het werkt, ook al geeft maar een fractie van die mensen ons geld.’

    De afvalscheidingsbakken hebben een iFixit-logo, de vuilnisbakken een Apple-logo

    Bedenk eens hoe wij consumenten ons tot onze elektronische hebbedingetjes verhouden. We kunnen niet zonder, maar we hebben geen idee meer wat er zich onder hun glanzende buitenkant afspeelt. Als ze kapot gaan, zijn we reddeloos verloren; we willen meteen een nieuwe. Maar dat consumentengedrag heeft gevolgen: gevolgen voor het milieu, omdat onze afgedankte giftige technologie op vuilnisbelten belandt; gevolgen voor onze grondstofvoorziening, omdat eindige voorraden van cruciale elementen als iridium snel worden geconsumeerd en afgedankt; gevolgen voor de economie, omdat we onze zakken razendsnel legen om maar bij de tijd te blijven; en gevolgen voor ons mens-zijn, omdat we steeds gefrustreerder raken door de magische objecten waarvan we afhankelijk zijn.

    iFixit en zijn nobele missie lijken misschien geen grote bedreiging voor wie dan ook, en al helemaal niet voor het meest winstgevende bedrijf ter wereld, maar toch houdt Apple iFixit angstvallig in de gaten. Apple houdt niet van iFixit, omdat iFixit zijn eigen versies van Apples uiterst geheime reparatiehandleidingen schrijft en die met iedereen deelt. Het maakt onderdelen voor Apple-apparatuur na en levert die samen met zelf ontworpen pincetten, plastic beiteltjes en schroevendraaiers in betaalbare doet-het-zelfkits. Met behulp van iFixit kun je een gebarsten scherm of een kapotte batterij veel goedkoper vervangen dan als je met je probleem naar een Apple-winkel gaat, wat misschien toch al geen optie voor je is, afhankelijk van waar je woont. Daar komt bij dat iFixit je geen nieuwe telefoon zal proberen aan te smeren. (Apple is diverse malen benaderd om commentaar te leveren voor dit verhaal, maar heeft dat steeds geweigerd.)

    Maar iFixit houdt ook niet van Apple. In het hoofdkwartier van iFixit in San Luis Obispo, Californië, hebben de afvalscheidingsbakken een iFixit-logo, dat op een kruiskop lijkt, en de vuilnisbakken een Apple-logo. In acht Amerikaanse staten procederen de twee bedrijven over de zogeheten recht-op-reparatiewetgeving (‘Je moet vechten voor je recht om te repareren’) die, als ze wordt aangenomen, een eind zal maken aan de enorme reparatie-inkomsten die Apple aan zijn monopoliepositie dankt. Hoe gigantisch die inkomsten zijn meldt Apple niet, maar het zakenblad Warranty Week schat dat AppleCare, Apples verlengde garantieregeling waarvoor een abonnement kan worden afgesloten, het bedrijf in 2016 wereldwijd maar liefst 5,9 miljard dollar heeft opgeleverd. ‘Het is het grootste programma voor verlengde garanties ter wereld,’ zegt redacteur Eric Arnum van Warranty Week. ‘Groter dan dat van General Motors, Volkswagen of Walmart.’

    ‘We geven een heleboel gratis weg. Dat vinden we leuk’

    iFixit zou niet bestaan als Apple er niet was, en alles wat daarmee samenhangt – de innovaties, de alomtegenwoordigheid en de arrogantie. Als je het zo beschouwt is iFixit eigenlijk een parasiet. Of misschien een loodsmannetje, dat meezwemt met de haai en leeft van de restjes. Maar dat doet geenszins recht aan de radicale missie van dit bedrijf, noch aan de ambitie van de oprichters, zaken waarover Wiens langdurig heeft nagedacht.

    ‘Ik maak me echt zorgen over de transitie naar een wereld waarin we niet meer begrijpen wat er in onze spullen zit,’ zegt hij. ‘Waarin we bang zijn voor techniek, voor feiten, voor zelf prutsen. Als je een telefoon of een voicerecorder uit elkaar haalt en er genoeg van begrijpt om hem te kunnen repareren, gaat er een schakelaar om in je hoofd. Je verandert van alleen maar een consument in een deelnemer.’ Dat is misschien niet zo cool als je eigen hefbrug in je achtertuin, maar nog altijd behoorlijk cool.

    Wiens en Soules zijn allebei opgegroeid in Oregon, maar ze hebben elkaar pas ontmoet op de California Polytechnic State University, waar het motto ‘Al doende leren’ is. Dat was in 2003, en sindsdien zijn ze samen, als vrienden, zakenpartners en rivierkajakkers. (Toen Wiens aankondigde dat hij ging trouwen, zeiden zijn andere vrienden hem dat hij dan eerst van Soules zou moeten scheiden.) Wiens praat meer dan Soules en slaapt minder; hij is het publieke gezicht van iFixit, de grote uitlegger en strateeg. Soules houdt toezicht op de bedrijfsvoering en de Chinese aanvoerketen van iFixit; hij is ook piloot en klarinettist. Op de universiteit vonden ze elkaar omdat ze allebei nerds waren. ‘Ik weet nog dat hij met kerst naar huis ging,’ zegt Soules over Wiens. ‘Hij had zo’n grote ouderwetse desktopcomputer. Die nam hij mee in de trein.’

    Wiens’ andere computer was een Apple iBook G3, de gewelfde, snoepkleurige laptop die ook wel bekendstaat als de ‘wc-bril-Mac’. Toen hij die op een dag liet vallen was hij kapot. Wiens zat er niet mee. Als kind waren hij en zijn broer altijd bezig met het uit elkaar halen en weer in elkaar zetten van de oude radio’s en keukenapparatuur die hun grootvader meebracht uit de kringloopwinkel. ‘Die was zijn hele leven bezig dingen te maken en te onderhouden’, schreef Wiens in 2013 over zijn grootvader in een artikel op de website van The Atlantic; hij leerde Wiens oorlog voeren tegen ‘entropie: de tweede wet van de thermodynamica die garandeert dat alles op den duur verslijt’; en stuurde hem naar de universiteit met een gereedschapskist en een soldeerbout.

    Wiens had een reparatiehandleiding voor de G3 nodig. Hij zocht tevergeefs op internet. Apple deelt zulke informatie niet met zijn klanten. Daar baalde hij van. Het was tenslotte zijn computer. Zelf gekocht en betaald. Waarom had hij dan geen toegang tot de werking ervan? Dit kan zo niet, herinnert Wiens zich dat hij dacht, en daarmee was het idee voor een bedrijf geboren.

    Wiens en Soules werkten het de jaren daarna verder uit. Aanvankelijk wilden ze hun eigen reparatiehandleidingen schrijven en verkopen, maar – eerste les – informatie is geen gemakkelijk verdienmodel. Maar onderdelen en gereedschap wel, dus werden Wiens en Soules online wederverkopers van gereedschap en moeilijk te krijgen onderdelen. Ze noemden hun bedrijfje PowerBook Fixit, totdat Wiens bang werd dat Apple hen zou aanklagen wegens schending van hun handelsmerk. Daarna probeerden ze PBFixit, dat ook niet aansloeg. ‘Mensen dachten dat PB voor Peanut Butter, pindakaas stond,’ zegt Soules. Toch kwamen er mensen op af. ‘De eerste maand verdienden we niets,’ zegt Wiens. ‘Maar de tweede maand wel. En sindsdien hebben we altijd geld verdiend.’

    Ze woonden samen op een kamer, sliepen in een stapelbed zodat ze meer ruimte hadden voor inventaris. In hun tweede studiejaar verhuisden ze van de campus naar een tweekamerflat, en uiteindelijk naar een huis met drie slaapkamers en een garage voor drie auto’s die als opslagplaats voor onderdelen fungeerde. Het runnen van een bedrijf en tegelijkertijd studeren bracht bepaalde uitdagingen met zich mee. ‘Dan zat ik aan de telefoon met een klant om hem te begeleiden bij de installatie van een harde schijf en tegelijkertijd op de klok te kijken terwijl ik dacht: Over twintig minuten heb ik een tentamen,’ zegt Wiens. ‘Dat kun je moeilijk tegen een klant vertellen.’ Uiteindelijk huurden ze personeel in. Op een dag arriveerde er een werknemer bij hun huis die zijn sleutel was vergeten, dus peuterde hij het slot open. De baas was onder de indruk. ‘Tot op de dag van vandaag leren we nieuwe werknemers nog altijd om sloten open te peuteren,’ zegt Wiens. (iFixit heeft zelfs ooit sets verkocht voor het open peuteren van sloten, maar dat bracht bepaalde complicaties met zich mee; het is illegaal om die te versturen via de Amerikaanse posterijen.)

    ‘We deden van meet af aan veel aan klantbegeleiding,’ zegt Wiens. ‘Dan zei een klant: “Nou, bedankt voor de onderdelen, maar hoe installeren we die?” Dus schreven we een handleiding voor ze. En dan zeiden ze: “Nou, dat is allemaal mooi en aardig, maar we hebben geen gereedschap,” en dus verkochten we ze het gereedschap. En dan zeiden ze: “Nou, dat gereedschap is te duur,” en dus begonnen we zelf kits samen te stellen en berekenden het gereedschap door in de prijs van de onderdelen. Het bleek dat we iets deden wat uniek was in de onderdelenbranche.’

    Het jaar dat ze afstudeerden, 2007, was ook het jaar dat de iPhone zijn debuut maakte, wat voor een ingrijpende omslag in hun inkomstenstroom zorgde van het repareren van computers naar het repareren van mobiele telefoons. Wat was begonnen als een parttime hobby was nu een winstgevend, snel groeiend bedrijf. Het leverde ze niet alleen zakgeld op, maar genoeg om hun hele studie te betalen. Het stelde ze ook in staat een aanbetaling te doen voor het huis van 690.000 dollar in Atascadero dat in de loop der jaren als hun gemeenschappelijke woonhuis, personeelsonderkomen en iFixit-hoofdkwartier fungeerde, en soms alle drie tegelijk. Soules herinnert zich dat hij tijdens zijn laatste studiejaar dacht: Dit zou heel goed onze broodwinning kunnen worden. Daar had hij nooit eerder bij stilgestaan. Dus over een baan zoeken hoefden ze zich geen zorgen meer te maken.

    Als een pas geopende doos elektronica

    De voordeur van het iFixit-hoofdkwartier aan de rand van het centrum van San Luis Obispo zit op slot. Op een bordje staat: ‘Alleen op afspraak.’ Maar er is een bel, waarop een glimlachende twintiger met een baard reageert. Hij gaat me via een lege wachtkamer voor naar een loods met stalen balken en dakramen waar andere twintigers met een baard zitten plus een aantal vrouwelijke collega’s. Hier huisde vroeger de autodealer waar Wiens zijn hefbrug vandaan heeft. De andere hefbrug heeft hij buiten laten staan ten bate van zijn werknemers, al is onduidelijk hoevelen van hen autorijden, laat staan een auto bezitten. Op hun eerste werkdag ontvangen alle werknemers van iFixit, naast een bureau dat ze geacht worden zelf in elkaar te zetten, vierhonderd dollar voor de aanschaf van een fiets. Het parkeerterrein is meestal leeg.

    Het renoveren van de plek kostte meer dan een jaar. De grootste uitdaging, zegt Wiens, was uitvogelen hoe er een verdieping in de bestaande structuur kon worden aangebracht en hoe alles waterdicht kon worden gemaakt zonder het dak eraf te halen. (‘Het is veel moeilijker om een bestaand gebouw voor andere doeleinden in te richten dan iets nieuws te bouwen van de grond af aan,’ geeft hij toe, wat kennelijk niet ironisch is bedoeld.) De centrale ruimte wordt in tweeën gedeeld door een monumentale trap van gerecycled acacia- en walnotenhout. Een tweetal monitors op de overloop houdt de wereldwijde activiteit op de website bij. De lambrisering bovenaan de trap is gemaakt van eikenhouten planken die zijn afgedankt door wijnmakerijen in de streek. Het ruikt hier lekker. Niet naar hout of wijn, maar vertrouwd en schoon. Als een pas geopende doos elektronica.

    Soules bezoekt deze week leveranciers in China, maar Wiens tref ik aan achter zijn ‘bureau’ op de bovenverdieping. Het is een op wandeltempo afgestelde loopband achter een hoge tafel met een stapel verouderde softwarehandleidingen erop die bedoeld is om zijn laptop op te plaatsen.

    Wiens loopt er niet mee te koop, maar hij is een vrome christen. Jen Wiens, bedrijfsleider van iFixit, wist niet wat ze van haar toekomstige echtgenoot moest denken toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten tijdens Bijbelles: een constante prater, een onverzadigbare lezer (later ontdekte ze dat hij luisterboeken op dubbele snelheid afspeelt) en een man van grote ideeën en nobele uitspraken. ‘Ik werkte bij een advocatenkantoor in het centrum,’ zegt ze. ‘Ik was altijd behoorlijk moe na een dag van veertien uur. Dan kwam hij naast me zitten en praatte aan één stuk door. Hij was altijd opgewonden. Uiteindelijk besloot ik dat ik misschien maar eens moest luisteren naar wat hij zei.’

    Tijdens een van hun eerste keren samen vertelde Kyle Jen dat hij de wereld wilde veranderen. Hij studeerde nog en was bezig de details uit te werken voor zijn grote plan ‘om de groei van de wegwerpcultuur te bestrijden’, zoals hij jaren later schreef in het handboek voor iFixit-werknemers (een vijftig pagina’s tellend manifest dat is verluchtigd met tekeningen uit een padvindershandboek uit 1903), ‘duurzaam ontwerp te promoten, eigendomsrechten te verdedigen en licht te werpen op de verwoestende effecten van elektronische verspilling’. Zover was Kyle nog niet helemaal, maar ook toen was het Jen al duidelijk dat als hij het over het veranderen van de wereld had, hij iets meer bedoelde dan een piepklein hoekje van de techindustrie verstoren en een heleboel geld verdienen. ‘Ik wist waar hij op aanstuurde,’ zegt ze.

    Waar hij op aanstuurde was natuurlijk dit bedrijf dat uiteindelijk de woede van Apple zou wekken. Maar het zou ook een paar verlichte zakenpartners aanspreken, met name Patagonia, dat met behulp van iFixit de levenslange garantie waarmaakt die het op al zijn kleding geeft. ‘We zijn echt onder de indruk van hun ethiek,’ zegt Nellie Cohen, programmamanager ‘gedragen kleding’ van Patagonia.

    ‘Onze impact op de economie is veel groter dan wat we er zelf aan overhouden’

    In sommige opzichten is iFixit een conventioneel succesverhaal. Het heeft geld verdiend, zeker, maar niet zoveel als het had kunnen verdienen als dat al die tijd het belangrijkste doel was geweest. Een van de redenen waarom de oprichters een paar jaar geleden zijn gestopt met het dingen naar een plek op de Inc. 5000-lijst is volgens Wiens dat ze niet op contact met mogelijke investeerders zitten te wachten. ‘Ik denk dat we allebei bang zijn voor de verantwoordelijkheid om te groeien en ten koste van alles geld te verdienen die dat met zich mee zou brengen,’ zegt Soules. En iFixit heeft al veel meer impact, zowel op zijn eigen branche als daarbuiten, dan bedrijven die vele malen groter zijn: het bereikte vorig jaar 94 miljoen doe-het-zelvers en heeft duizenden technici opgeleid overal in de VS.

    ‘Ik kan niets anders bedenken dat zo opwindend en zo nodig is als dit,’ zegt Wiens. In een wereld die in het teken staat van een reusachtige economische tweedeling kan iFixit naar zijn overtuiging helpen het bezit van technologie betaalbaarder te maken en kansen te creëren voor onafhankelijke reparatiewinkels. Voeg daar het milieuvoordeel van minder spullen weggooien bij, plus misschien het menselijke voordeel dat we allemaal een tikkeltje gelukkiger worden.

    Een van Wiens’ lievelingsboeken is De wereld buiten je hoofd van Matthew Crawford, die verbonden is aan de Universiteit van Virginia en zowel natuurkunde als politieke filosofie heeft gestudeerd. Zijn boek verbindt die twee vakgebieden met lessen die hij tijdens zijn andere carrière heeft geleerd, als monteur van motorfietsen. ‘Wij hebben ons ontwikkeld tot gereedschapsgebruikers,’ zegt Crawford. ‘Wat mensen zoeken is de basale ervaring van het zelf doen, om te zien wat het gevolg is van je eigen handelingen en om je eigen boontjes te kunnen doppen.’

    Dat Wiens en Soules een bloeiend bedrijf hebben opgebouwd dat daarbij kan helpen? Heel erg cool.

    Wetgeving

    Acht Amerikaanse staten beraden zich op wetgeving die iFixit dolblij zou maken en Apple woedend.

    De eerste auto die ik bezat was een Ford Maverick uit de jaren zeventig. Als je de motorkap opendeed was alles een fluitje van een cent: bougies vervangen, v-snaren vervangen, olie verversen. Auto’s van tegenwoordig zitten bomvol elektronica en software. Maar dat wil niet zeggen dat ze niet te repareren zijn door iemand anders dan de fabrikant, wat autobedrijven ons ook proberen wijs te maken.

    Dat was de inzet van het Reparatierecht-wetsvoorstel in Massachusetts dat in 2012 met 86 procent van de stemmen werd aangenomen. Het gaf autobezitters en onafhankelijke garagisten toegang tot dezelfde diagnostische hulpmiddelen, reparatiehandboeken en firmware als officiële dealers.

    Nu zetten acht Amerikaanse staatsparlementen zich in voor wetgeving die dit idee uitbreidt tot computers, smartphones en tractors. ‘Reparatie is onmogelijk zonder toegang tot informatie,’ zegt Gay Gordon-Byrne, directeur van het lobbykantoor Repair Association. Het eerste wetsvoorstel is in januari ingediend door Lydia Brasch, afgevaardigde van een ruraal district in het noordoosten van Nebraska. Ze heeft er genoeg van om honderddertig kilometer te moeten rijden naar Omaha, waar zich de enige Apple-winkel in Nebraska bevindt, om haar computer te laten repareren. Haar man Lee, een maïs- en sojaboer van de vijfde generatie, heeft soortgelijke problemen gehad met zijn John Deere-maaidorser van 300.000 dollar. (John Deere, zegt Gordon-Byrne, is ‘de agrarische Apple’.)

    Apple, dat niet heeft gereageerd op herhaaldelijke verzoeken om commentaar voor dit artikel, is niet blij met wat er in Nebraska gebeurt, en in Kansas, Minnesota, New York, Tennessee, Illinois, Massachusetts en Wyoming. Kortgeleden heeft het bedrijf een delegatie naar de hoofdstad Lincoln van Nebraska gestuurd om met Brasch te praten. De lobbyisten van Apple waren aanvankelijk ‘hoffelijk’, meldt ze. Ze boden aan in te stemmen als ze een uitzondering maakte voor smartphones. Daarna probeerden ze haar bang te maken en waarschuwden dat als het wetsvoorstel werd aangenomen, Nebraska een ‘mekka voor hackers en criminelen’ zou worden.

    Maar Brasch trapt er niet in. ‘Hoeveel miljarden heb je nodig?’ vraagt ze zich af. ‘Er zou een partje appel moeten overblijven dat de rest van ons kan delen.’

    Testcase

    Ik heb een Fixit-kit geprobeerd om mijn kapotte iPhone repareren.

    De iPhone 5C van mijn werk deed het prima tot de dag dat hij het begaf. Het scherm viel uit. Geen barsten in het glas, alleen een dicht web van verticale golfjes waardoor het display onleesbaar was. Apple zegt dat zijn telefoons drie jaar moeten meegaan. De mijne ging tweeënhalf jaar mee.

    De garantie was inmiddels verlopen, waar ik van zou hebben gebaald als ik het zelf moest betalen, maar dat was niet zo. Mijn werk stuurde een vervanger en de 5C verdween in een la, waarin volgens een door wederverkoper SellCell.com gesponsorde studie voor 13 miljard dollar aan oude mobieltjes huist.

    Toen hoorde ik over iFixit en vroeg ik me af of een kluns als ik echt zijn oude telefoon zou kunnen repareren. Bemoedigend was dat de 5C volgens iFixit een reparabiliteitsscore van zes heeft op een schaal van tien, wat niet slecht is. (Mijn nieuwe Galaxy S6 Edge haalt maar drie.) En dat mijn specifieke klus, het vervangen van het voorpaneel, 32 stappen impliceerde en dertig minuten tot een uur zou vergen, met een ‘gemiddelde’ moeilijkheidsgraad – niet ‘gemakkelijk’, maar ook weer niet ‘zeer moeilijk’ was. Ik bestelde de volledige kit, met gereedschap, voor 54,95 dollar plus verzendkosten.

    Het eerste wat ik deed toen mijn pakketje arriveerde was de zes minuten lange demontagevideo op iFixits website bekijken. Daarna dook ik in de geïllustreerde instructies. Stap 12, het verwijderen van de vier oneindig kleine kruiskopschroefjes waarmee het voorpaneel vastzit op het moederbord, kostte me de meeste hoofdbrekens. De schroefjes oogden identiek, maar ze zijn het niet. ‘Als u bij vergissing de schroef van 3,25 mm of 1,7 mm in het gaatje rechts onderaan draait, heeft dat aanzienlijke schade voor het moederbord tot gevolg en zal de telefoon niet langer naar behoren werken’, lees ik.

    Ik was er destijds niet zeker van of ik die fout niet had gemaakt. (Ik adviseer dat u uw werkblad leegmaakt voordat u begint; een magnetisch matje zou ook handig zijn geweest.) Maar ik zette door. Na het weer indraaien van de laatste twee ‘Pentalobe’-veiligheidsschroefjes (Apple-nomenclatuur) die het omhulsel borgen, drukte ik op de aan/uitknop, hield mijn adem in en aanschouwde vol trots een verlicht scherm. Mijn oude 5C, zo goed als nieuw. Ik liet het zien aan mijn vrouw. Daarna gooide ik hem weer in de la.