Tag: islamisme

  • Brengen openbare iftarvieringen de christelijke cultuur in gevaar? 

    Brengen openbare iftarvieringen de christelijke cultuur in gevaar? 

    Onlangs ontstond in Nederland ophef vanwege een iftarviering in de Tweede Kamer. In het Verenigd Koninkrijk speelt een vergelijkbare discussie. Met name extreemrechts beweert dat het toelaten van islamitische feesten een gevaar vormt voor de christelijke cultuur die ten grondslag ligt aan de westerse maatschappij. Een bisschop en een katholiek commentator geven hun mening. 

    Nee: ‘Het is als christenen onze roeping ruimte te maken voor mensen met wie we het oneens zijn’ 

    Als bisschop van Kirkstall, een buitenwijk van Leeds, leidt Arun Arora in het Verenigd Koninkrijk ieder jaar op 11 november – Remembrance Day, de herdenking van het einde van de Eerste Wereldoorlog – een openbare christelijke herdenkingsdienst in de open lucht. Tijdens zo’n dienst worden hymnen gezongen, passages uit de Bijbel voorgelezen, gebeden uitgesproken in de naam van Jezus Christus en de zegen van de Heilige Drie-eenheid ingeroepen. Daarbij wordt Arora vergezeld door leiders van andere geloofsgemeenschappen: joods, hindoeïstisch, sikh en islamitisch. 

    ‘In de loop der jaren heb ik deze diensten (…) bijgewoond en geleid, en nooit heb ik een klacht gehoord van mensen met andere geloofsovertuigingen dat dergelijke diensten een “overheersing van de publieke ruimte” vormden of dat ze “een uiting van macht en intimidatie” waren in openbare ruimtes.’

    Deze klachten kwamen naar voren naar aanleiding van een openbare iftar op het Trafalgar Square in Londen. De iftar zou volgens Nick Timothy, de Britse schaduwminister van Justitie, deel uitmaken van een ‘islamitisch draaiboek’ om het christendom te vervangen. Deze suggestie vindt Arora ‘zo irrationeel en angstaanjagend dat ze definitief kan worden beschouwd als een islamofobe beschuldiging, vermomd als bezorgdheid over het openbaar beleid’, schrijft hij in The Guardian.

    ‘Als we het oneens zijn, moeten we het respectvol oneens zijn’

    Volgens de bisschop is intolerantie richting andersdenkenden bovendien in strijd met christelijke waarden. ‘Onze roeping als christenen is om ruimte te maken voor mensen met wie we het oneens zijn, maar in wie we de door God gegeven waardigheid zien. Onze roeping is niet om te domineren, noch om gedomineerd te worden, maar om het algemeen belang na te streven en in vrede met onze naasten te leven. En als we het oneens zijn, moeten we het respectvol oneens zijn.’

    Arora refereert naar een toespraak uit 2012 van Koningin Elizabeth II aan over de rol van de Anglicaanse staatskerk: ‘Haar rol is niet om het anglicanisme te verdedigen met uitsluiting van andere religies. Integendeel, de kerk heeft de plicht om de vrije uitoefening van alle geloofsovertuigingen in dit land te beschermen.’

    ‘Een dergelijk begrip van de rol van de kerk en de plaats van gelovigen staat haaks op de mening van degenen die pleiten voor een inperking van de beoefening van het islamitische geloof tot achter gesloten deuren, vanuit de onterechte aanname dat openbaar gebed een bedreiging vormt,’ aldus de bisschop van Leeds.

    Verder is Arora bang dat dit soort anti-islamitische uitspraken geweld tegen moslims in de hand werkt en bijdraagt aan de normalisering van extremistische ideologieën, erop gericht om moslims uit het openbare leven te bannen. ‘In een tijd waarin ons land nog nooit zo verdeeld is geweest, zouden we ons moeten laten leiden door christelijke waarden om dergelijke haat te verwerpen en ons juist te richten op wat ons verenigt,’ besluit hij. 

    Arun Arora is de Anglicaanse bisschop van Kirkstall, een buitenwijk van de Engelse stad Leeds. Van 2012 tot 2017 was hij directeur communicatie van de Raad van Aartsbisschoppen van de Kerk van Engeland. Tot 2022 was hij vervolgens predikant van de St. Nicholas-kerk in Durham.


    Ja: ‘Christendom en islam kunnen allebei ongelijk hebben, maar ze kunnen niet allebei gelijk hebben’ 

    ‘Om onduidelijke redenen lijkt het in Groot-Brittannië mode te zijn geworden voor christelijke kerken om zich beschikbaar te stellen als locatie voor de iftar. Dit jaar opende nota bene de kathedraal van Manchester op een avond haar deuren voor de lokale moslimgemeenschap, wat voor ophef zorgde op sociale media. Ik moet bekennen dat het ook mijn wenkbrauwen deed fronsen,’ zo begint de katholieke commentator en ambtenaar Niall Gooch zijn opiniestuk in The Spectator

    Volgens Gooch is het goed om te beseffen welke religieuze betekenis een iftar voor een moslim heeft. ‘Een iftar is onlosmakelijk verbonden met een specifieke religieuze plechtigheid. Het bijbehorende gebed, de adhan, omvat de shahada, ongetwijfeld een van de belangrijkste geloofsbelijdenissen in de islam, omdat het oprecht reciteren ervan algemeen wordt beschouwd als voldoende om moslim te worden. De shahada stelt niet alleen dat Mohammed de boodschapper van God is, maar beschrijft God ook als één.’ 

    Deze twee uitspraken zijn in strijd met het christendom, dat Mohammed niet als een belangrijke figuur beschouwt en leert dat God een Drie-eenheid is. Gooch vindt het dan ook extreem achteloos en onzorgvuldig dat sommige geestelijken toestaan dat de shahada in een christelijke kathedraal wordt uitgesproken.

    ‘Ik vermoed dat niet veel moskeeën christenen zouden uitnodigen voor een gebedsbijeenkomst of een bijbelstudie – en terecht!’

    ‘We kunnen er niet omheen dat het christendom en de islam twee verschillende en onderling tegenstrijdige religies zijn. Ze kunnen allebei ongelijk hebben, maar ze kunnen niet allebei gelijk hebben. Als Jezus Christus de Zoon van God was, kan hij niet tegelijkertijd ook slechts een belangrijke profeet zijn. (…) Ik denk dat toegewijde moslims het erover eens zullen zijn dat hier een keuze moet worden gemaakt. (…) Ik vermoed dat niet veel moskeeën christenen zouden uitnodigen voor een gebedsbijeenkomst of een bijbelstudie – en terecht!’

    Gooch vraagt zich af hoe het komt dat christenen ‘zo enthousiast’ zijn over dit soort tolerante gebaren richting andere godsdiensten. Onder verwijzing naar het boek The Strange Death of Europe van Douglas Murray vertelt hij hoe onze beschaving haar zelfvertrouwen verloor na twee verwoestende wereldoorlogen. Als gevolg daarvan zou de Europese intelligentsia niet langer respectvol met haar eigen culturele en religieuze erfgoed om kunnen gaan. In plaats daarvan staat ze daar wantrouwend en vijandig tegenover, en wringt ze zich in allerlei bochten om aanhangers van andere religies tegemoet te komen. 

    Gooch vreest dat ‘overmatige tolerantie’ tegenover anderen ertoe kan leiden dat de eigen opvattingen vanbinnen uitgehold worden. ‘Het doet denken aan een oude grap over een liberaal die zo ruimdenkend is dat hij in een gevecht nooit partij kiest. (…) De traditionele nadruk van het christendom op zelfverloochening en nederigheid kan leiden tot een soort wegcijferen van eigen overtuigingen. De grenzen van de eigen leer en levenswandel moeten worden bewaakt.’ 

    Niall Gooch schrijft onder meer voor The Catholic Herald, een katholiek magazine, en UnHerd, een conservatieve nieuwssite. 

  • Leidt het abajaverbod op Franse scholen tot minder radicalisering?

    Leidt het abajaverbod op Franse scholen tot minder radicalisering?

    Onlangs werd de abaja, een jurk die islamitische vrouwen dragen, verboden op Franse scholen. Een goede maatregel, aldus docent Iannis Roder. ‘Elk kind heeft het recht zich te bevrijden van religieuze druk.’ Verre van, werpt socioloog Agnès de Féo tegen. ‘Een verbod werkt averechts.’

    Ja: ‘Het dragen van een abaja is een politiek gebaar’

    In 2004 werd in Frankrijk een verbod ingevoerd op het dragen van opvallende symbolen en kleding waarmee leerlingen uiting geven aan hun geloofsovertuiging. Het is verstandig dat minister van Onderwijs Gabriel Attal deze wet ook heeft toegepast op de abaja, schrijft Iannis Roder in een opiniestuk in Le Monde. ‘Hoewel de opkomst van dit kledingstuk al in 2010 werd gesignaleerd op een paar scholen in [het departement] Seine-Saint-Denis, heeft het dragen ervan zich pas kort geleden aanzienlijk verspreid,’ aldus de docent geschiedenis en aardrijkskunde.

    ‘Om de wet niet te overtreden beweren sommige leerlingen dat het dragen van deze jurk geen religieuze betekenis heeft. Hun argument is dat het een “gewone jurk” is, die alleen “culturele en geen religieuze betekenis” heeft. Wie proberen ze voor de gek te houden?’ vraagt Roder zich af. ‘Deze jonge meisjes (…) herhalen gewoon islamistische retoriek, met als doel het ondermijnen van het schoolsysteem van de Republiek, dat een gevaar vormt voor de politieke islam omdat het toegang biedt tot individuele vrijheid door middel van kennis.’

    Volgens Roder zijn er genoeg aanwijzingen dat de abaja wel degelijk een religieus symbool is, zelfs een dat vrouwen onderdrukt. ‘De abaja wordt vaak gedragen om te voldoen aan religieuze normen die vereisen dat vrouwen “respectabel” en dus “bescheiden” zijn. Dit concept kleineert vrouwen, die van nature schuldig zouden zijn; van hen wordt verwacht dat ze hun vormen verbergen – zoals de sluier hun haar verbergt – voor de blikken van mannen, omdat ze anders het risico lopen minachting, woede of zelfs geweld op te wekken.’

    ‘Dit is het doel van de wet van 15 maart 2004: jonge burgers in opleiding beschermen tegen druk tijdens schooltijd’

    Roder stelt dat sommige islamitische jongeren in Frankrijk door groepsdruk ten prooi vallen aan het islamisme. ‘Het dragen van de abaja (…) is een politiek gebaar, dat meer te maken heeft met het dragen van een uniform dan met stijl of elegantie: met deze kleding kunnen meisjes zich onderscheiden, en dus elkaar herkennen, terwijl ze zich onderwerpen aan gedragsregels die horen bij een gedachtengoed dat vreemd is aan dat van Frankrijk.’

    Roder vervolgt: ‘Er is geen garantie dat sommigen dit niet onder druk doen, of het nu direct of indirect is, door sociale controle vanuit hun directe omgeving, die een boodschap uitdraagt die in strijd is met het gelijkheidsbeginsel van de Franse Republiek. Dit is het doel van de wet van 15 maart 2004: jonge burgers in opleiding beschermen tegen druk tijdens schooltijd.’

    ‘Dus ja, dit soort kleding moet op Franse scholen worden verboden,’ concludeert de leraar. ‘Daar heeft elk kind het recht om de kans te krijgen zich te bevrijden van het determinisme, om te profiteren van de “seculiere ademruimte” die de filosoof Catherine Kintzler zo dierbaar is. Op school zijn jongeren niet langer alleen kinderen van hun ouders en hun omgeving; het zijn leerlingen, die hun vrije wil en autonomie ontwikkelen, vrij van het gewicht van wat hen op andere momenten beperkt; maar alleen zolang de schooldag duurt, want niets verbiedt leerlingen om als ze de school eenmaal hebben verlaten te dragen wat ze willen.’


    Nee: ‘De regering heeft het boemerangeffect van dwingende wetten niet begrepen’

    Het verbieden van de abaja op scholen is contraproductief, schrijft socioloog Agnès de Féo in dezelfde krant. Net als bij het verbod op de boerka in 2009 ‘zijn niet de vrouwen het onderwerp van discussie, maar het kledingstuk dat ze dragen (abaja, boerka), een object dat de integriteit van de natie zou bedreigen. Een karikaturale voorstelling waar je om zou kunnen lachen, als ze niet zo populair was bij een groot deel van de Fransen en overgenomen werd door politieke figuren, die terloops hun obsessie blootgeven met het lichaam van moslimvrouwen sinds de koloniale tijd,’ stelt de socioloog, die aan de Universiteit van Aix-Marseille onderzoek doet naar de Arabische en islamitische wereld.

    ‘Over de draagsters zelf wordt weinig gesproken. Zij blijven de grote onbekenden in de speculaties over hun kleding. Dat deze meisjes worden verdacht van een complot tegen het schoolsysteem, wijst op een overschatting van een marginaal fenomeen onder jongeren, dat vooralsnog ongevaarlijk is.’

    Maar ook De Féo stelt vast dat de jurk om religieuze redenen wordt gedragen: ‘Laten we meteen duidelijk zijn: de abaja is wel degelijk een religieus symbool, ook al ontkennen de meisjes in kwestie dat. Door onnozel te beweren dat de abaja niet een religieus maar een traditioneel kledingstuk is, spelen deze tienermeisjes met de “veelvormigheid” ervan. De elegante jurken die vooral in de Golfstaten worden gedragen, worden inderdaad “abaja‘s” genoemd, maar die term heeft in Frankrijk een heel andere betekenis. Met zijn kuise vorm, effen kleuren, gebrek aan borduursels en vaak elastische manchetten past de abaja bij het beeld van de vrome moslimvrouw,’ schrijft De Féo.

    De maatregelen hebben alleen maar bijgedragen aan de zo betreurde naar binnen gekeerde houding, het groepsdenken en het separatisme

    ‘Ook al wordt de abaja – uit zijn context – gezien als een gewone jurk, in Frankrijk wordt hij gedragen vanwege zijn islamitische betekenis. De meisjes die hierin naar school gaan, zouden dus logischerwijs onder het verbod van de wet van 2004 moeten vallen. (…) Dat neemt niet weg dat de abaja nu juist door dat “rebellerende” aspect een gewild kledingstuk is geworden (net als de nikab, toen die in 2010 verboden werd): de meisjes die hem dragen, drukken hun trots uit om moslim te zijn, ondanks de obsessie van de maatschappij om ze uit de publieke arena te wissen,’ analyseert De Féo.

    ‘Hun vastberadenheid om een abaja te dragen gaat gepaard met uitspraken als “ik doe wat ik wil, niemand beslist hoe ik me kleed” of feministische slogans zoals het beroemde “mijn lichaam, mijn keuze”. De kleding mag dan religieus zijn, de boodschap is dat veel minder: deze jonge vrouwen vechten voor hun rechten in een maatschappij waarin ze het gevoel hebben niet gerespecteerd te worden.’

    Dit gevoel zorgt er volgens de socioloog voor dat religieuze symbolen alleen maar populairder worden. ‘Negentien jaar geleden was het verbod op religieuze symbolen in openbare scholen bedoeld om de hoofddoek uit het schoolsysteem te verwijderen. Dit heeft echter geleid tot een toename van het aantal hoofddoeken in de openbare ruimte, en tot de oprichting van scholen met een islamitische denominatie. (….) De zichtbaarheid van islamitische symbolen onder jongeren moeten we niet langer zien als enkel een religieuze uiting, maar als verzet tegen de terugkerende discussies die deze al meer dan twee decennia proberen te verbieden. Door de afkeer en de maatregelen die islamitische kleding oproept, is ze een middel geworden om normen te overschrijden – tegenwoordig zelfs het enige soort kleding dat “de burgerij choqueert”.’

    De Franse regering heeft niet geleerd van eerdere mislukkingen, stelt De Féo. ‘Ze heeft het boemerangeffect niet begrepen van dwangwetten die het zichtbaar belijden van de islam in de maatschappij alleen maar sterker hebben gemaakt, in plaats van er een einde aan te maken. Integendeel, de maatregelen hebben alleen maar bijgedragen aan de zo betreurde naar binnen gekeerde houding, het groepsdenken en het separatisme. Dit weerhoudt de regering er echter niet van het verbod te herhalen, met een nieuwe maatregel die de abaja zal omtoveren tot een protesttrend, die het aantal dragers zal vermenigvuldigen op de universiteit en in de openbare ruimte, en die burgerlijke ongehoorzaamheid zal aanmoedigen. En die natuurlijk het publiek van TikTok-predikers zal vergroten, die voor jonge vrouwen in abaja gelden als de belichaming van de oppositie die zij aanhangen – en die hen helpen het stigma op zijn kop te zetten.’

    ‘Vergeet niet dat de ronselaars van IS de wet van 2010 gebruikten om vrouwen ertoe over te halen zich aan te melden in Syrië en Irak,’ schrijft De Féo ten slotte. ‘In plaats van te speculeren over de abaja en er een nieuwe kruistocht van te maken, zou het een goed idee zijn om de betekenis van het kledingstuk over te laten aan de persoonlijke opvatting van de vrouwen die haar dragen – iets waar politici vandaag de dag niet toe in staat zijn, ongeduldig als ze zijn om op de onderbuik van de kiezers in te spelen. De Franse regering, die zich op de wetten van 1905 en 2004 beroept om “de waarden van de Republiek te beschermen” tegen een jurk voor tienermeiden, toont haar grote zwakte en gebrek aan initiatief als het aankomt op het werken aan een vreedzaam samenleven, waarbij ruimte is voor verschil.’

    Lees ook: