Tag: isolatie

  • Hoe de meest vrome joden hun cultuur bewaken in het kloppende hart van New York

    Hoe de meest vrome joden hun cultuur bewaken in het kloppende hart van New York

    In het hart van New York woont een gemeenschap van zeker honderdvijftigduizend chassidische joden. Zij kwamen na de holocaust vanuit Hongarije naar de VS en hebben niets van hun traditionele cultuur verloren.

    De meest gemêleerde stad van Amerika is New York. Het meest gemêleerde stadsdeel van New York is Brooklyn. En de meest gemêleerde buurt van Brooklyn is Williamsburg. De welgestelde dertigers die vanuit Manhattan de wijk binnenstromen, hebben hoogstens een vaag idee dat een paar straten van hun favoriete restaurants met Michelinsterren en hun extreem geprijsde natuurwijnbars vandaan de gesloten wereld van de ultraorthodoxe chassidische joden schuilgaat.

    Ongeveer ter hoogte van South 9th Street begin ik meestal te merken dat ik in een ander universum ben terechtgekomen. De mannen dragen zwarte jassen en hoeden, hebben baarden en peies [pijpenkrullen langs de slapen] en voeren gesprekken in het Jiddisch op klaptelefoons die afkomstig lijken uit de jaren negentig. De vrouwen dragen lange rokken en pruiken. Ze duwen bijna allemaal een kinderwagen voort en lopen met een schare kinderen door de drukke straten van Brooklyn. Dikwijls ben ik de enige in de omgeving die er zichtbaar niet thuishoort. Alle levensmiddelenwinkels, bakkers en restaurants zijn strikt koosjer, de meeste hebben Jiddische opschriften. Dit alles in hartje New York, op één metrohalte afstand van Manhattan.

    In het kort

    • De meeste Hongaarse chassidische joden werden tijdens de holocaust vermoord, maar de gemeenschap herrees in New York.
    • Afgekeerd van de buitenwereld leven er honderdvijftigduizend chassidim met Hongaarse wortels in hartje Brooklyn.
    • De traditionele gemeenschap heeft de Hongaarse invloeden in haar cultuur bewaard: gevulde kool evenzeer als Hongaarse volksliederen.

    Telkens als ik een oudere man zie, stap ik op hem af en vraag ik hem iets – in het Hongaars. De meesten antwoorden, zonder enig teken van verrassing, in die charmante, weliswaar wat roestige volkstaal die je zelfs in Hongaarse dorpjes nog maar weinig hoort. Niet veel mensen weten dat een aanzienlijk deel van de chassidisch-joodse gemeenschap in Brooklyn oorspronkelijk afkomstig is uit Hongarije. Ik heb die buurt ontdekt toen ik in New York woonde. Sindsdien kom ik er regelmatig terug. Het is vooral aan mijn Hongaars-zijn te danken dat ik veel mensen in deze verder sterk naar binnen gekeerde gemeenschap heb kunnen leren kennen.

    De geschiedenis van het chassidisme in Hongarije gaat terug tot het begin van de negentiende eeuw, toen deze ultraorthodoxe stroming, gebaseerd op de joodse mystiek (kabbala), populair werd in de kleine joodse gemeenschappen in het noordoostelijke deel van het toenmalige Hongarije. In tegenstelling tot de seculiere joden in de steden waren de chassidim tegen assimilatie: ze hielden vast aan hun oude gewoontes en vormden grote dynastieke gemeenschappen onder de strenge leiding van een charismatische leider (rebbe of tsaddik). 

    GettyImages 1213711102
    een chassidische familie in de wijk Williamsburg in Brooklyn (New York), gekleed voor de populaire joodse feestdag Poerim: de bevrijding van de Joden van een naderend onheil in het oude Perzië, zoals verteld in het bijbelboek Esther. – © Andrew Lichtenstein/Corbis via Getty Images

    In 1944-’45 werd bijna de totale joodse bevolking van Hongarije uitgeroeid, met uitzondering van een deel van de joden in Boedapest. De meesten werden vermoord en het handjevol chassidische holocaust-overlevenden emigreerde naar Israël en naar de Verenigde Staten.

    Grote dynastie

    Vandaag de dag wonen honderdvijftigduizend chassidische joden van Hongaarse afkomst in de wijken Williamsburg en Borough Park in Brooklyn. De grootste dynastie draagt de naam Satmar, afkomstig van de voormalige Hongaarse stad Szatmárnémeti, nu Satu Mare in Roemenië, waar de legendarische rabbijn Joël Teitelbaum voor de oorlog een grote gemeente had opgebouwd. Teitelbaum was een van de weinigen die aan de deportatie wist te ontkomen doordat hij mee mocht met de Kastner-trein [vernoemd naar de Hongaars-joodse advocaat Rudolf Kastner, die tijdens de holocaust joden uit bezet Europa smokkelde]. 

    In 1946 verhuisde hij naar New York, waar hij met enorme inspanning zijn gemeenschap nieuw leven inblies. Naast Satmar zijn er ook belangrijke andere chassidische dynastieën in Brooklyn die vernoemd zijn naar (voormalige) Hongaarse plaatsen, zoals Munkatch (Munkács, nu Mukatjsevo, Oekraïne), Popa (Pápa), Klausenburg (Kolozsvár, nu Cluj, in Roemenië), en er zijn ook kleinere gemeenschappen, zoals Kaliv (Nagykálló), Kerestir (Bodrogkeresztúr) en Liska (Olaszliszka).

    ‘Sommige van deze plaatsen zijn na de Eerste Wereldoorlog buiten de landgrenzen van Hongarije terechtgekomen, maar de joden daar hebben zichzelf altijd als Hongaars beschouwd,’ zegt Yosef Rapaport, een gerespecteerde chassidische leider in Borough Park. ‘Mijn moeder komt uit Mihályfalva (Roemeens: Boarta), mijn vader uit Halmi (Halmeu). Beide plaatsen hoorden toen al bij Roemenië, maar thuis spraken ze Hongaars. De meeste orthodoxe joden in Brooklyn spreken tot de dag van vandaag Jiddisch met een Hongaars accent.’

    Al zijn de Hongaren in aantal het grootst, er bestaan ook Poolse, Russische en Oekraïense chassidische gemeenschappen in Brooklyn. Voor een buitenstaander lijken die allemaal op elkaar, maar er zijn veel kleine verschillen. ‘De Hongaren staan bekend om hun gastvrijheid. In een Hongaars chassidisch huishouden staat altijd vers bereid eten klaar, en in de Hongaarse synagogen is er gratis koffie in overvloed’, vertelt Alexander Rapaport, de zoon van Yosef, die de oprichter is van Masbia, een joodse organisatie voor voedselverdeling. ‘Hongaarse vrouwen kleden zich eleganter; ingehouden en overeenkomstig de chassidische regels, maar je kunt toch zien dat ze Hongaars zijn.’ 

    Restaurant Gottlieb’s

    In tegenstelling tot in Williamsburg hebben in Borough Park niet alle chassidische joden Hongaarse wortels, maar onder de meer dan driehonderd kleine synagoges van de buurt heb ik wel gebedshuizen ontdekt met de naam van de Hongaarse plaatsen Sopron, Debrecen en Mád. De hoofdstraat van de wijk, 13th Avenue, heeft de naam van Raoul Wallenberg aangenomen om de Zweedse diplomaat te eren die in de Tweede Wereldoorlog tijdens zijn uitzending naar Boedapest het leven van duizenden Hongaarse joden redde. Veel van de overlevenden kwamen uiteindelijk hier terecht.

    In Williamsburg ga ik meestal eerst naar familie-restaurant Gottlieb’s. Het is een druk koosjer eethuisje vol met in het zwart geklede joodse mannen met een hoed op. Het restaurant wordt geleid door Menashe Gottlieb, een ingehouden Satmarer van middelbare leeftijd met blonde peies. Menashes grootvader, Zoltán Gottlieb uit het Hongaarse Kisvárda, die na de Hongaarse opstand van 1956 naar de VS was gevlucht, richtte het restaurant op in 1962, omdat hij de smaken van thuis miste. Sinds de opening is er niet veel veranderd. De neonopschriften en de inrichting zijn origineel, en goulash, gevulde kool, pasta met kool (káposztás tészta), aardappelknoedels (nudli, ook bekend als sjlisjkes) en ‘paprika-aardappelen’ (paprikás krumpli) vormen nog steeds het aanbod, al worden er tegenwoordig ook koosjere Chinese gerechten geserveerd om te voldoen aan de vraag van de gasten.

    Nu steeds meer oude mensen zijn over-leden, wordt er minder Hongaars gesproken in de straten van Brooklyn. ‘Vroeger werden er bij de kiosken Hongaarse kranten verkocht,’ vertelt Nathaniel Deutsch, hoogleraar aan de Universiteit van Californië, die een boek heeft geschreven over de geschiedenis van Williamsburg. De kinderen van de geëmigreerde Sat-marers spreken geen Hongaars meer, laat staan hun kleinkinderen, zoals Menashe. ‘Mijn generatie kent slechts enkele woorden,’ zegt hij.

    GettyImages 1279531577
    Met gebedskleed in de joods-orthodoxe buurt Borough Park in het stadsdeel Brooklyn in New York. – © Kena Betancur/VIEWpress via GettyImages

    Verschillende gasten komen om ons heen staan als ze horen waar we het over hebben. ‘Toen ik klein was, gingen mijn ouders op Hongaars over als ze niet wilden dat ik begreep wat ze zeiden,’ vertelt een jonge man. Dat het Hongaars als een soort geheimtaal van de volwassenen wordt gebruikt, heb ik gehoord van veel mensen.

    Toch heeft ook de jonge generatie niet alle binding met het land van herkomst verloren. Iedereen kent bijvoorbeeld Hongaarse volklsiederen, waarvan Szól a akakas már het beroemdst is. ‘Dit is veel meer dan zomaar een liedje. Het is het nationale volkslied van de Hongaarse chassidische joden, een uiting van een emotioneel beladen verlangen naar Jeruzalem,’ zegt Yosef Rapaport. De oorsprong van het lied kan worden teruggeleid naar rebbe Izsák Eizik Taub uit Nagykálló, die in de negentiende eeuw het Hongaarse volksliedje aanvulde met een aantal Hebreeuwse regels over het Beloofde Land. Ik heb zelf gezien hoe mensen het met veel bezieling zongen.

    Na de sjabbat

    ‘Kom maar terug op zondag, na de sjabbat zijn de gerechten vers gemaakt, en dan hebben ze de meeste keus,’ tipte een van de gasten me. Ik volg zijn advies op. Vroeg op de avond is er geen vrije tafel meer, er zit een gemengd publiek van stamgasten: chassidische joden van verschillende dynastieën, gewone orthodoxen en ook niet-religieuze joden. ‘Sommige mensen komen van ver, want ze missen het eten van hun grootmoeder,’ vertelt Menashe. David Rabinowicz, een luidruchtige klant van rond de zestig, hoort dat ik uit Hongarije kom en begint een lang verhaal over zijn voorouders die hij kan terugvoeren op de opperrabbijn van Sátoraljaújhely. Vervolgens draagt hij me op een mooie joods-Hongaarse vrouw voor hem te vinden. 

    Hongaarse chassidische vrouwen gaan er prat op dat ze elke avond vijf gangen op tafel zetten

    De gevulde kool wordt gemaakt met rundergehakt, zonder zure room, om te voldoen aan de joodse spijswetten (kasjroet) die het combineren van etenswaren met melk en met vlees verbiedt, evenals uiteraard het eten van varkensvlees. Het is wat zoeter dan wat ik in Hongarije gewend ben, maar erg lekker. Hongaars eten is natuurlijk niet alleen bij Gottlieb’s te krijgen. De meeste bakkers in de buurt verkopen bijvoorbeeld túrós batyu, een met verse kaas gevuld zoet broodje, en kakaós csiga, een opgerold cacaobroodje. De lekkerste lecsó (groenteprutje van uien, tomaat en paprika), paprikás (goulash met room), rakott krumpli (ovengerecht met aardappels, ei en worst), gehaktballen, aranygaluska (zoetigheid van gistdeeg en walnoten) en flensjes worden thuis gemaakt. ‘Hongaarse chassidische vrouwen gaan er prat op dat ze elke avond een vijfgangenmaaltijd op tafel zetten,’ zegt Alexander Rapaport, ‘daarom gaan veel mensen niet naar restaurants. En als ze dat wel doen, eten ze liever iets anders, koosjer Chinees of Japans.’

    De Hongaarse invloeden gaan verder dan taal en gastronomie. ‘Er zijn verschillende chassidische religieuze gebruiken die hun wortels hebben in Hongarije,’ vertelt Yosef. In de negentiende eeuw trokken veel chassidische joden uit Galicië naar Hongarije in de hoop op een beter leven, en ze werden sterk beïnvloed door de omstandigheden daar. Op dat moment waren in Hongarije de hervormingsgezinde zogeheten neologen in een strijd gewikkeld met hun behoudende geloofsgenoten, wat later inderdaad tot een schisma leidde. ‘De Hongaarse orthodoxen wezen elk streven naar hervormingen af,’ zegt Yosef. Dat beviel de chassidim heel goed, en ook nu nog gelden bij de Hongaarse chassidische groepen de strengste regels in Brooklyn.

    Voor hen bestaat de zin van het leven uit het onophoudelijk bestuderen van de Tora

    Het chassidisme is veel meer dan een religie, het is ook een levenswijze. De regels hebben betrekking op de kleinste details van het leven, vooral bij de Satmarers. Voor hen bestaat de zin van het leven uit het onophoudelijk bestuderen van de Tora en het stichten van grote gezinnen. De buitenwereld geldt voor hen als moreel verdorven, vol storende factoren en seksuele verleiding. Om die te vermijden worden jongens en meisjes van kleins af aan van elkaar gescheiden. Vrouwen mogen zich niet kleden op een manier die seksuele verlangens zou kunnen opwekken. Na hun huwelijk scheren vrouwen hun hoofd kaal en dragen ze een hoofddoek of een pruik. 

    GettyImages 1276701302
    Kinderen spelen tijdens de pandemie zonder mondkapje in hun wijk, terwijl de stad maatregelen opgelegd heeft gekregen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. – © Alexi Rosenfeld/Getty Images

    Televisie is verboden, de meeste huishoudens hebben geen internet. Smartphones mogen alleen die mensen gebruiken die ze nodig hebben voor hun werk, en ze moeten er censuursoftware op hebben die verboden zaken zoals porno blokkeert. Zelforganiserende kringen en zogenaamde modesty committees controleren of iedereen zich aan de regels houdt. De leden van deze commissies struinen door de conservatieve buurten en disciplineren bijvoorbeeld vrouwen die zich opvallend kleden en controleren of mannen een bewijs bij zich hebben dat er een filter op hun telefoon is geïnstalleerd. Volgens de algemene opvatting voert de commissie de wil van de rebbe uit.

    De jongens gaan naar een religieuze school (jesjiva), waar ze hun dagen doorbrengen met de interpretatie van de Talmoed, het wetboek van de joodse godsdienst en ethiek. Ze hebben weinig seculiere vakken, zo leren ze helemaal geen geschiedenis en nauwelijks wiskunde. Daardoor hebben scholieren geen idee wat er buiten hun besloten gemeenschap gebeurt. Ze hebben zo weinig contact met de buitenwereld dat velen van hen slecht Engels spreken, ook al wonen ze in de Verenigde Staten (op school en thuis is de voertaal Jiddisch).

    Huishoudster

    De meisjes worden opgeleid tot huishoudster, niet tot Tora-deskundige, dus zij zijn praktischer en spreken ook beter Engels. Dat komt bij pasgehuwden soms goed uit. ‘Toen ik op mijn twintigste aan het werk ging in het restaurant en facturen moest schrijven en e-mails moest beantwoorden, leerde mijn vrouw me de basis van de Engelse grammatica. Ik kon nog niet eens one, two, three goed opschrijven,’ vertelt Menashe.

    Op hun achttiende, als ze klaar zijn met de jesjiva, trouwen de mannen. Het is de taak van de ouders om een partner te vinden voor hun kinderen. Het beoogde paar ontmoet elkaar hoogstens een of twee keer persoonlijk (terwijl de ouders in een belendende kamer wachten), voordat ze beslissen of er sprake is van wederzijdse sympathie. Zo ja, dan kunnen de voorbereidingen voor de bruiloft beginnen.

    In het begin werkt de vrouw en ze ondersteunt haar man financieel, terwijl hij nog een paar jaar een Tora-opleiding voor volwassenen volgt. Na de geboorte van het eerste of het tweede kind doen de vrouwen meestal fulltime het huishouden en gaan de mannen werken. Een gemiddeld chassidisch gezin heeft zes tot acht kinderen: dat is de reden dat de gemeenschap, die in de holocaust bijna helemaal uitgeroeid is, weer zo groot is geworden. De 44-jarige Menashe heeft bijvoorbeeld negen kinderen en drie kleinkinderen. Meer dan de helft van de joodse kinderen in New York is tegenwoordig afkomstig uit een chassidisch gezin.

    De gemeenschap doet haar best om de buitenwereld bij zich vandaan te houden

    De chassidische wijk van Williamsburg doet me nog het meest denken aan een groot dorp. De gemeenschap doet haar best om de buitenwereld bij zich vandaan te houden. Woningadvertenties verschijnen uitsluitend op chassidische fora, dus buitenstaanders krijgen ze niet te zien. Maar daar zouden ze ook niet veel aan hebben, want de advertenties zijn in het Jiddisch opgesteld. De meeste bedrijven willen zich hier helemaal niet vestigen (producten van Starbucks of McDonald’s zijn voor de bewoners verboden). Aan weerszijden van de twee hoofdstraten van de wijk, Lee Avenue en Bedford Avenue, bevinden zich koosjere bakkers, winkeltjes met religieuze accessoires, pruikenmakers en interieurwinkels. Als ik het niet wist, zou ik niet bedenken dat ik in Amerika ben.

    Tenminste één keer per jaar bezoekt elke chassied de rebbe. Vergeleken met een rabbijn – de leider van een niet-chassidische joodse gemeenschap – heeft een rebbe meestal veel meer macht en invloed. ‘Je moet hem zien zoals de paus bij de katholieken,’ zegt Menashe. Sommigen vragen hem om advies, anderen willen zijn zegen voor Jom Kipoer – Grote Verzoendag, de belangrijkste joodse feestdag – of voor de geboorte van een kind. In alledaagse religieuze kwesties, bijvoorbeeld wat te doen als tijdens het klaarmaken van vlees het mes in contact is gekomen met een melkproduct, wordt de plaatselijke Talmoed-deskundige om raad gevraagd. De Satmarers hebben op dit moment twee rebbes, Aaron en Zalman Teitelbaum, nadat de dynastie in de strijd om de opvolging na de dood van hun vader in 2006 in tweeën is gescheurd.

    Het is echter niet zo dat chassidische mannen de hele dag in de synagoge zitten te bidden. ‘Joel Teitelbaum heeft zijn volgelingen nadrukkelijk opgedragen om werk te zoeken,’ zegt professor Deutsch. Aangezien ze geen seculiere opleiding hebben, vinden ze meestal een betrekking binnen de gemeenschap. Sommigen worden koosjer-opzichter of leraar in de jesjiva, maar de grootste werkgever is de woonsector. Er zijn veel projectontwikkelaars, hypotheekverstrekkers en bouwopzichters onder hen, maar loodgieter, elektricien en vrachtwagenchauffeur zijn ook veelvoorkomende beroepen. Vroeger bood het Diamond District van Manhattan emplooi aan een groot aantal chassidim, maar de diamantindustrie is al decennialang in verval. Voor degenen die in Manhattan werken is er een directe busverbinding, zodat de mannen niet worden blootgesteld aan de aanblik van ‘uitdagend’ geklede vrouwen in de New Yorkse metro.

    Op een vrijdagavond sluit ik me aan bij de sjabbat-ceremonie van de Satmarers. De dienst wordt gehouden in de Biksad-synagoge, die zijn naam dankt aan de plaats Bikszád, nu het Roemeense Bixad. De eenvoudig ingerichte zaal zit stampvol met elegant geklede chassidische mannen van alle leeftijden, die met grote inleving heen en weer bewegend bidden en van tijd tot tijd in zingen uitbarsten. De getrouwde mannen dragen enorme ronde bonthoeden (sjtreimel).

    Wantrouwen

    In mijn normale kleren, met een geleend keppeltje op mijn hoofd en met mijn gladgeschoren gezicht moet ik een rare aanblik bieden, want de leden van de gemeente kijken me allemaal wantrouwig aan. Gelukkig arriveert Menashe, een beetje verlaat, en stelt iedereen gerust dat ik een kennis van hem ben uit Hongarije. Na de ceremonie verzamelt zich een kleine menigte om me heen en de mensen vragen me uit, onder meer over de koosjere restaurants van Boedapest (waarvan er overigens niet veel zijn).

    Als Hongaar ben ik nergens zo enthousiast ontvangen als bij de joden van Williamsburg. Soms neem ik Amerikaanse kennissen mee naar die buurt en dan blijkt dat hun die speciale behandeling niet toekomt. Vanuit het standpunt van de chassidim is dat te begrijpen. Een beetje gechargeerd: in mij zien ze een vertegenwoordiger van hun land van herkomst, dat als bron van hun tradities geldt, en in een gewone Amerikaan een indringer uit de kwaadaardige buitenwereld.

    De koosjere restaurants van Boedapest kennen ze omdat ze bijna allemaal in Hongarije zijn geweest om het graf van hun voorouders of de wonderrebbes te bezoeken. ‘In Hongaarse dorpjes waren er ook beroemde jesjiva’s of rabbijnen die wetenschappelijk werk deden. Die plaatsen betekenen veel meer voor ons dan mensen in Hongarije zich kunnen voorstellen. Wij leven in een parallelle werkelijkheid,’ zegt Yosef glimlachend.

    Elk voorjaar reizen tienduizenden chassidim uit Brooklyn voor een paar dagen naar Bodrogkeresztúr. Ze maken de pelgrimstocht naar deze kleine plaats in de wijnstreek Tokaj om de legendarische Jesjaja Steiner eer te bewijzen bij zijn graf en er wenslijstjes achter te laten. Hij was een wonderrebbe die een vroom leven leidde. Hij verzorgde de zieken en de armen, zonder verschil te maken tussen joden en niet-joden. ‘Zelfs de gojim (niet-joden) kwamen hem om een zegen vragen,’ zegt Yosef. Als ik vraag waarom de volgelingen van andere dynastieën naar het graf van de rebbe in Bodrogkeresztúr gaan, antwoordt Yosef dat Jesjaja Steiner boven alle richtingen stond.

    GettyImages 672359952
    Voor een joodse boekwinkel in Brooklyn, New York. – © Alexi Rosenfeld/Getty Images

    Een neef van Yosef, Dov Berish Weber, is een gepassioneerd onderzoeker van chassidische genealogie. Hij beschouwt het als zijn missie om een database samen te stellen van de grafstenen op de duizenden verlaten joodse begraafplaatsen in Hongarije, inclusief de gebieden die voor de Eerste Wereldoorlog bij Hongarije hoorden. De geïdentificeerde grafstenen worden door een non-profitorganisatie gerenoveerd, in samenwerking met de Hongaarse autoriteiten. De herstelwerkzaamheden betreffen meestal de hele begraafplaats. In de laatste jaren zijn dankzij hen de joodse begraafplaatsen van Makó, Kisvárda en Tokaj gerestaureerd, waarmee belangrijke cultuurschatten zijn gered.

    Na de sjabbatdienst gaat Menashe op vrijdagavond naar huis voor een feestelijk avondmaal met zijn gezin. Ze zingen, drinken wijn en eten traditionele Oost-Europese joodse gerechten, bijvoorbeeld barches (gevlochten brood), gefilte fisj, matzeballensoep en appelcompote. De eetgewoonten van de chassidim worden steeds meer beïnvloed door die van de Sefardische joden (joden die tot 1492 op het Iberisch Schiereiland woonden en zich daarna verspreidden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten), dus steeds vaker verschijnen hummus, auberginecrème en andere gerechten uit het Midden-Oosten op hun menu. Op zaterdagochtend zit Menashe tweeënhalf uur in de synagoge te bidden. Als hij thuiskomt, staat de tafel al volgeladen: gekookte zalm of kabeljauw, eieren met uien en gehakte lever en het traditionele gerecht voor de sjabbat: sólet (cholent).

    Op de sjabbat is het verplicht om warm te eten, maar het is verboden vuur te ontsteken en te koken, dus zetten de vrouwen de pot met sólet al op vrijdag in de oven, zodat het precies gaar is voor het middagmaal op zaterdag. 

    Over de regels die het werken op de sjabbat verbieden zijn veel clichés bekend, en het klopt dat de chassidim op de rustdag zelfs geen lamp aandoen (meestal is er een tijdsklok in hun woning geïnstalleerd). De precieze naleving van de regels kan evenwel tot serieuze discussies leiden. In Borough Park wordt bijvoorbeeld door een draad die om elektriciteitspalen wordt gespannen (eroev) het gebied afgebakend waar het op zaterdag is toegestaan om een kinderwagen voort te duwen en een gebedenboek te dragen. Dit maakt het leven makkelijker voor velen, in de eerste plaats voor vrouwen. De hardliners van Satmar zien hierin echter een ontheiliging van de sjabbat. 

    Ook het bestaan van de staat Israël verdeelt de chassidische gemeenschap sterk. De Satmarers en andere Hongaarse groepen veroordelen het zionisme ten scherpste, want in hun opvatting kan Israël pas na de komst van de Messias worden hersteld. Zolang blijven zij liever in ‘ballingschap’ in de Verenigde staten. De uit Rusland afkomstige en eveneens zeer invloedrijke Chabad-Lubavitch-dynastie staat veel welwillender tegenover Israël. Veel volgelingen menen ook dat de Messias al is gekomen, in de persoon van hun in 1994 overleden rebbe.

    De twee groepen staan niet op goede voet met elkaar. Volgens de Satmarers probeert de Chabad-dynastie, die bekendstaat om haar wervingspraktijken, regelmatig leden van hun gemeenschap naar zich toe te lokken. (In Hongarije is het werk van Slomó Köves en zijn organisatie EMIH (Verenigde Hongaarse Joodse Congregatie) gelieerd aan de chassidische Chabad-beweging, die na de omwenteling in Hongarije is verschenen.)

    GettyImages 1391644190
    Het chassidisme is veel meer dan een religie, het is ook een levenswijze. De zin van het leven bestaat uit het onophoudelijk bestuderen van de Tora. – © Spencer Platt/Getty Images

    De laatste tijd waren er verschillende films die de besloten wereld van de chassidische joden proberen te ontsluiten, waarvan de Netflix-miniserie Unorthodox de bekendste is. In de meer kritische films is te zien dat vrouwen in de gemeenschap op een vernederende manier worden behandeld: zij zijn ertoe veroordeeld om kaalgeschoren, in totale isolatie en in potsierlijke, ouderwetse kleren hun leven te wijden aan het opvoeden van hun kinderen. Ik heb ook geen chassidische vrouwen kunnen interviewen, want ze spreken met geen andere man dan hun eigen echtgenoot. Als ik toch eens enkele woorden kan wisselen met Menashes vrouw in het restaurant, stel ik haar vooral vragen over de situatie van vrouwen. Meestal antwoordt ze dat een huwelijk anders niet werkt, zoals je ook kunt zien aan het grote aantal scheidingen in de buitenwereld.

    De politieke invloed van de rebbes is zeer groot

    Behalve de onderdrukking van vrouwen is ook de politieke kracht van de chassidim een punt van kritiek. Aangezien de leden van de gemeenschap in de regel de aanwijzingen van de rebbe volgen, en dus ook dienovereenkomstig als eenheid hun stem uitbrengen, is de politieke invloed van de rebbes zeer groot. Senatoren, gouverneurs en lokale leiders in New York maken hun opwachting bij de Satmarer en andere rebbes om hun steun te krijgen. In ruil daarvoor geven ze grote hoeveelheden geld en doen ze allerlei concessies. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat de chassidim eigen rechtbanken, politie en ambulancediensten hebben en dat de meest fundamentele wetten met betrekking tot seculier onderwijs niet gelden voor de jesjiva’s.

    Vergevingsgezind

    Mijn niet-religieuze joodse kennissen in New York vinden het gedrag van de chassidim gênant en ze lopen in een grote boog om hen heen. Als ik in Williamsburg ben, probeer ik niet te oordelen. Misschien ben ik ook wat vergevingsgezinder omdat het me ontroert dat die mensen aan de andere kant van de wereld nog Hongaars spreken of er trots op zijn ‘Hongaarse chassidim’ te zijn, terwijl ze juist door Hongarije hun geboortegrond moesten verlaten en een groot deel van hun familie hebben verloren.

    Het doet me denken aan dorpen in het oosten van Hongarije, waar voor de holocaust de orthodoxe joden de motor van de economie waren. Tokaj komt in me op, de wijnstreek die tot op de dag van vandaag niet hersteld is van het verlies van de joodse wijnhandelaren die de aszú, een sterke dessertwijn, exporteerden naar heel Europa en de VS. En de vele kleine dorpjes, gekenmerkt door diepe armoede, waar het percentage joden vroeger in de dubbele cijfers lag, maar waar nu alleen nog de begraafplaatsen buiten het dorp aan hen herinneren.

  • Amerika’s meest gehate exportproduct: de supergevangenis

    Amerika’s meest gehate exportproduct: de supergevangenis

    De Amerikaanse supergevangenis – de supermax – 
wordt over de hele wereld gekopieerd. De ironie is dat men er in de VS juist van terugkomt.

    De gevangenisbewaarder in een Braziliaanse gevangenis kwam naar me toe. ‘Je geeft toch wel een goed cijfer, hè?’ zei hij lachend, met een blik op mijn aantekenboekje. ‘In Amerika heb je veel extra beveiligde gevangenissen. Heeft ons veel studiereisjes daarheen gekost om deze te bouwen.’ Hij wees naar het prikkeldraad en vertelde hoeveel reisjes ze naar Amerika hadden gemaakt en wanneer. ‘En nu kom je de onze bekijken. Grappig.’

    Ik vond er niets grappig aan. Ik was in de Penitenciária Federal de Catanduvas, Braziliës eerste federale extra beveiligde inrichting. Deze in 2007 geopende ‘supermax’, zoals zo’n maximum security gevangenis wel wordt genoemd, bevat 208 eenpersoonscellen. Zo’n supermax wordt gekenmerkt door een gebrek aan activiteiten en gemeenschappelijke ruimten, een directie met veel bevoegdheden en geen extern toezicht en – het grootste verschil met gewone gevangenissen – eenzame opsluiting voor alle gedetineerden. De bouw van dit indrukwekkende complex heeft 18 miljoen dollar gekost. En daarna zijn er nog vier gebouwd, wat voor Brazilië een ongekende grote investering in detentie is. Het gebouw lijkt zo uit de Verenigde Staten te zijn overgeplant. Toen ik het voor het eerst zag, vergat ik bijna in welk land ik was.

    Dat is niks nieuws. De afgelopen twee jaar heb ik in een tiental landen gevangenissen bezocht. Meestal leverde dat een sterk déjà vu op: ander land, zelfde afschrikwekkende gebouw. Neem de Gasabo-gevangenis in Rwanda, een statig gebouw van roze baksteen met prikkeldraad op de muren en een wachttoren die op een geschutkoepel lijkt: het deed me denken aan de gevangenissen in New York, waar ik doceer. En die lijken weer op het Tower Street Adult Correctional Centre in het Jamaicaanse Kingston: een kolos van baksteen en beton met een elegante wachttoren en muren van zeven meter hoog. In 1845 gebouwd om 650 gedetineerden te huisvesten, nu zitten er zo’n 1700. En die Jamaicaanse gevangenis verschilt weer weinig van de nor in het Australische Fremantle, in 1850 door dwangarbeiders gebouwd en destijds de grootste koloniale gevangenis in de regio.

    Het gevangeniscomplex in Catanduvas kostte 18 miljoen dollar, en bevat 208 eenpersoonscellen. Er zitten vooral zwaardergestraften. – © Jammil Bittar / Reuters
    Het gevangeniscomplex in Catanduvas kostte 18 miljoen dollar, en bevat 208 eenpersoonscellen. Er zitten vooral zwaardergestraften. – © Jammil Bittar / Reuters

    Die overeenkomsten zijn geen toeval. Ze zijn het gevolg van een akelige vorm van na-aperij die in de VS is begonnen. Gevangenissen zijn niet alleen het rampzaligste sociale experiment van de VS, ze zijn ook een van de akeligste exportproducten van dit land. Het op-
vallendste symptoom daarvan is de supermax, het type gevangenis dat ik in Brazilië bezichtigde. Amerika heeft dat model uitgevonden. De Quakers begonnen in 1787 met eenzame opsluiting te experimenteren in de Walnut Street Jail in Philadelphia. In 1829 werd daar vlakbij een gevangenis geopend waar alle gedetineerden in eenzame opsluiting zaten, de Eastern State Penitentiary, gemodelleerd naar een klooster (de gedetineerden droegen kappen die aan een monnikspij deden denken en kregen allemaal een bijbel). In een strafinrichting in Marion, Illinois, werd in 1983 de eerste isolatie-afdeling opgezet waar gedetineerden 23 uur per dag op cel zitten. Doordat in de jaren daarna het aantal gedetineerden bleef stijgen en de roep om een harde aanpak steeds luider werd, begonnen andere staten dat voorbeeld te volgen. Californië bouwde Pelican Bay, waar vorig jaar een dikke tweehonderd gedetineerden al meer dan tien jaar in eenzame opsluiting zaten. In het zogenaamde Alcatraz van de Rockies in Colorado, ADX Florence, zit één man al 32 jaar in eenzame opsluiting, waarbij hij het grootste deel van de tijd zelfs geen direct contact met gevangenispersoneel mocht hebben. In 1999 telde Amerika 57 supermax-gevangenissen, verdeeld over 34 staten.

    Hardvochtig

    In minstens negen andere landen, van Australië tot Mexico, vind je nu kopieën van dit type gevangenis. In Brazilië, een land met een van de snelst groeiende gevangenispopulaties ter wereld (momenteel 550.000 mensen), kosten ze de belastingbetaler veel geld. Volgens de directeur van Catanduvas kosten zijn gevangenen de staat 120.000 dollar per persoon per jaar. Vergelijk dat eens met de 36 dollar per jaar in Braziliës verwaarloosde reguliere gevangenissen, waar de gedetineerden vaak zelf voor eten en kleding moeten zorgen.

    Ook aan de bouwplannen voor Auckland Prison in Nieuw-Zeeland kun je zien dat de extra beveiligde afdeling gemodelleerd is naar die van Marion. En de twee extra beveiligde inrichtingen die Zuid-Afrika kort na het einde van de apartheid opende, waren het resultaat van een studiebezoek aan ADX Florence en Marion door adviseurs van de toenmalige minister Sipo Mzimela. De Amerikaanse vereniging van detentiecentra heeft zelfs een handleiding uitgegeven voor het opzetten van een zwaarbeveiligde inrichting: Supermax Prisons: Beyond the Rock.

    Je kunt ruwweg zeggen dat dit type inrichtingen een omslag in het denken markeert: van de progressieve, op maatschappelijke reïntegratie gerichte benadering van begin twintigste eeuw naar de op straffen gerichte aanpak die sinds de jaren zeventig de boventoon voert in de vs – en in navolging daarvan in vele andere landen. En dat terwijl er volgens een rapport van het Urban Institute uit 2006 weinig bewijs voor is dat het isoleren van gevangenen bijdraagt aan terugdringing van de misdaadcijfers, gevangenisgeweld of recidive. Het rapport riep op tot meer onderzoek naar de financiële én menselijke kosten van dit inmiddels wereldwijd toegepaste, hardvochtige detentieregime.


    Een regime dat al sinds het ontstaan door de VS naar het buitenland wordt geëxporteerd. In de achttiende eeuw, toen lijfstraffen nog de norm waren, begon onder Europese denkers het idee te leven dat je criminelen beter voor hun misdaden kon laten boeten met een periode van eenzame opsluiting. Die strafvorm leek hun netter, beheerster en rationeler, beter passend bij het zogenaamde Tijdperk van de Rede dan onthoofding of verbanning. Het jonge Amerika, dat net zijn onafhankelijkheid had bevochten en zich graag progressiever wilde betonen dan het koloniale moederland, bracht deze ideeën halverwege de negentiende eeuw in de praktijk in twee baanbrekende nieuwe gevangenissen: de Eastern State Penitentiary in Philadelphia, met zijn regime van eenzame opsluiting, en de Auburn Correctional Facility in New York, waar het accent vooral lag op dwangarbeid.

    De Amerikaanse prototypes vonden 
al snel internationale navolging, want een bezoek aan deze inrichtingen was vaste prik op de Amerika-reis van Europese machthebbers en intellectuelen. Frederik Willem IV van Pruisen kwam er een kijkje nemen, en daarna vorsten uit Saksen, Rusland en Nederland en ambtenaren uit Frankrijk, Oostenrijk, Denemarken en Zweden. Alexis de Tocqueville en Charles Dickens beschreven in geuren en kleuren welke gruwelijkheden ze er aantroffen. John Daughtrey, van 1841 tot 1861 inspecteur-generaal van het gevangeniswezen op Jamaica, modelleerde Tower Street naar de Eastern Penitentiary. 
‘Er klinkt geen ander geluid dan van hamer, bijl en zaag,’ schreef hij in een rapport in 1844. Zo drong dit type gevangenissen door in alle culturen van Europa, en via de Europese koloniën ook in landen als Colombia, China, Japan en India. Afrikaanse gevangenissen uit het begin van de twintigste eeuw zijn een tastbare uitdrukking van de koloniale hiërarchie, alleen al door hoe ze eruitzien: ordentelijke, westerse gebouwen die de ‘roerige’ inboorlingen discipline moesten bijbrengen.


    De nieuwste ‘innovatie’ die vanuit de VS nu de wereld verovert, is de privatisering van gevangenissen. Vooral in Australië is dat aangeslagen: nergens is het aantal gevangenen in particuliere gevangenissen groter (ongeveer 
19 procent van de circa 33.000 gedetineerden), en de detentiecentra voor immigranten zijn allemaal geprivatiseerd. En overal waar ik kwam, hoorde ik hetzelfde liedje. Van Thailand, waar ik vrouwengevangenissen bezocht die onder toezicht staan van een door de prinses van Thailand zelf geleide NGO, tot Brazilië en zelfs het progressieve Noorwegen, waar ik een jonge gedetineerde sprak die zestien jaar had gekregen wegens heroïnegebruik: overal zitten de gevangenissen stampvol als gevolg van een draconisch antidrugsbeleid Amerikaanse stijl, hoge minimumstraffen en een ongedifferentieerd, niet op het individu toegesneden strafsysteem. Resultaat: in 78 procent van alle landen op de World Prison Population List van het International Centre for Prison Studies is de gevangenispopulatie tussen 2008 en 2011 gegroeid. In 2013 zaten zo’n 10,2 miljoen mensen achter de tralies, vaak nog zonder veroordeling, jarenlang wachtend op een proces en verstoken van juridische bijstand.

    Bewakers in de supermax in Catanduvas, in de Braziliaanse staat Parana. 
– © Jammil Bittar / Reuters
    Bewakers in de supermax in Catanduvas, in de Braziliaanse staat Parana. 
– © Jammil Bittar / Reuters

    Ironisch genoeg lijkt het in de Verenigde Staten juist de andere kant op te gaan. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat zij zich eindelijk willen ontdoen van deze detentieplaag. Iedereen spreekt zich uit tegen Amerika’s dure verslaving aan gevangenissen, van Bill en Hillary Clinton tot de conservatieve Right On Crime-beweging. Obama’s toespraak over hervorming van het gevangeniswezen en zijn bezoek aan een federale gevangenis in juli waren echte keerpunten. Maar Amerika mag dan misschien met dit monster willen afrekenen, de tentakels ervan reiken nog diep in de samenleving van vele andere landen. Massale criminalisering van armen en minderheden, supermax-gevangenissen en eenzame opsluiting, het hele penitentiair-industriële complex: het is niet alleen een mondiale realiteit, het is een groeiende mondiale realiteit. Een Amerikaanse nachtmerrie waaruit de wereld voorlopig nog niet is ontwaakt.

    Auteur: Baz Dreisinger
    Vertaler: Frank Lekens

    The Atlantic
    Verenigde Staten, maandblad, oplage 430.000
    Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.