Tag: Ivan Krastev

  • Europa moet zich vooral niet als slachtoffer gedragen

    Europa moet zich vooral niet als slachtoffer gedragen

    EU-lidstaten moeten zich niet uitsloven om in het gevlij te komen bij de nieuwe Amerikaanse president.

    In 1981 voerden de sociologen Betty Grayson en Morris Stein een inmiddels befaamd onderzoek uit naar de criteria waarop misdadigers hun slachtoffers kiezen. Eerst filmden ze in een drukke straat in New York voorbijgangers. Vervolgens vertoonden ze in een gevangenis aan de oostkust die beelden aan gedetineerden die vastzaten voor geweldsdelicten tegen mensen die ze niet kenden (roofovervallen, verkrachting, moord). De gedetineerden moesten de voorbijgangers beoordelen op een schaal van 1 tot 10, van ‘makkelijke prooi’ tot ‘niet aan beginnen, te veel gedoe’.

    De uitkomst was opvallend. Alle gedetineerden pikten precies dezelfde personen eruit als veelbelovend doelwit. Hun keuze berustte niet alleen op geslacht, huidskleur of leeftijd, zoals je zou kunnen verwachten. Oudere vrouwen en verstrooide professoren waren niet automatisch eerste keus. Andere criteria bepaalden hun keuze. De misdadigers lazen de non-verbale signalen van de voorbijgangers – hoe ze liepen, de beweging van hun hoofd en handen, het zelfvertrouwen dat ze uitstraalden – en lieten zich daardoor leiden. Ze kozen de personen die zich in hun ogen als slachtoffer gedroegen.

    Botte dreigementen

    Ik moest aan dat onderzoek denken toen ik nadacht over de strategische dilemma’s waar Europa voor staat na de regeringswisseling in de VS. De eerste stappen van Trumps team lijken erop te wijzen dat de nieuwe president zijn macht niet zozeer wil gebruiken om de confrontatie aan te gaan met Amerika’s vijanden, maar om Washingtons bondgenoten zijn wil op te leggen. Trumps uitspraken over Groenland en Canada en de tweets waarin Elon Musk oproept tot een regeringswissel in het Verenigd Koninkrijk zijn daarvan de duidelijkste tekenen. Trump hoopt blijkbaar dat botte dreigementen aan het adres van enkele bondgenoten volstaan om de rest naar zijn pijpen te laten dansen.

    De EU-lidstaten hebben alle reden om bang te zijn dat Washington in zijn benadering zal kiezen voor dezelfde koers als die de Russische oud-president Dmitri Medvedev onlangs verwoordde toen hij zei dat ‘het nodig is alle destructieve processen in Europa een handje te helpen’.

    Uit het wereldwijde opinieonderzoek dat de European Council on Foreign Relations eind 2024 liet uitvoeren komt naar voren dat de terugkeer van Trump in het Witte Huis door ‘een groot deel van de wereld wordt verwelkomd’. Europeanen en Zuid-Koreanen vinden hem een lompe brokkenmaker, maar verder gelooft het merendeel dat hij goed is voor Amerika, voor hun eigen land en voor de wereldvrede.

    Die steun voor Trump is misschien alleen een kwestie van natuurlijk enthousiasme voor een winnaar. En dat kan snel omslaan als de handelstarieven waarmee hij dreigt eenmaal hun beslag krijgen, of als hij toch geen eind kan maken aan de conflicten in Oekraïne en het Midden-Oosten.

    De VS wordt eindelijk een normale grootmacht: een land dat een hegemonie uitoefent, maar geen kruistocht voert

    Maar er is nog iets interessanters aan de hand. Velen vinden Trumps openlijke minachting voor internationale regels te verkiezen boven de onuitstaanbare hypocrisie van de vorige liberale regering. Onder Trump wordt de VS eindelijk een normale grootmacht: een land dat een hegemonie uitoefent, maar geen kruistocht voert. Een land dat zich niet langer voordoet als beter dan andere landen, maar simpelweg optreedt vanuit de gedachte dat het sterker is.

    Het onderzoek van de ECFR legt echter ook andere trends bloot, en daar liggen kansen voor Europa. De niet-westerse wereld mag Trump dan verwelkomen, toch denken velen dat eerder China dan de VS uiteindelijk de dominante supermacht zal worden.

    Trumps internationale strategie bestond er in 2016 vooral uit om een wig te drijven tussen China en Rusland. Dat lijkt niet langer realistisch. Uit de peiling van de ECFR blijkt dat in de loop van het afgelopen jaar niet alleen de leiders, maar ook de inwoners van Rusland en China elkaars land als bondgenoot zijn gaan beschouwen. Terwijl in Europa slechts een op de vijf burgers de VS nog als bondgenoot beschouwt. Dus terwijl het erop lijkt dat Amerika zijn eigen bondgenoten in de kou laat staan, hebben Moskou en Beijing de voordelen van samenwerking ontdekt.

    Hoogtepunt

    Maar al lijkt Europa door Trump te zijn afgeschreven, buiten het Westen wordt het continent nog alom als uiterst machtig beschouwd. In deze vijandige omgeving komt het er voor Europa nu op aan zich nooit als slachtoffer te gaan gedragen. Europese staten moeten zich vooral niet haasten om de nieuwe president te behagen of tegen te werken. Ze moeten de tijd nemen om zich te bezinnen op hun aanpak van Amerikaanse techgiganten en hoe ze moeten reageren op het dreigement van handelstarieven. Ze moeten Turkije en andere niet-westerse machten actief betrekken bij het gesprek over veiligheidsgaranties voor Oekraïne. Tegenover de druk van Trump moet Europa eerder verwarring zaaien dan tegendruk uitoefenen. En wat Trump vooral in verwarring zal brengen, is als Europese leiders de aandacht richten op hun eigen land en niet op de nieuwe Amerikaanse regering. De sleutel voor een Europese strategie is het besef dat 20 januari paradoxaal genoeg niet alleen het begin markeert van Trumps tweede ambtstermijn, maar ook meteen het hoogtepunt van zijn mondiale invloed. 

  • Politicologen Ivan Krastev en Mark Hugo Leonard: ‘Iedere kiezer wil zijn eigen crisis’

    Politicologen Ivan Krastev en Mark Hugo Leonard: ‘Iedere kiezer wil zijn eigen crisis’

    De Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev en zijn Britse collega Mark Hugo Leonard zien vijf groeperingen of ‘stammen’ die Europa in 2024 zullen bepalen. ‘Elke kwestie heeft haar eigen achterban voor wie die ene dé crisis is.’

    Dossier: Soeverein Europa

    ‘This is Europe’s moment to answer the call of history’, riep Ursula von der Leyen aan de vooravond van de verkiezingen. 360 maakte voor het juninummer (dat nu in de winkel ligt!) in aanloop van de Europese verkiezingen een rondje langs de lidstaten en koos in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer de meest verheffende en inzichtelijke bijdragen van grote denkers als Varoufakis, Piketty, Mastrobuoni en Krastev. Tot en met 6 juni komt er elke dag een artikel online waarin een van hen hun deskundig licht laat schijnen over hoe de Europese integratie verdiept en verbeterd kan worden.

    Wordt extreemrechts de grote winnaar bij de Europese verkiezingen dit jaar? Zo ja, wat zou hun overwinning betekenen voor de toekomst van de EU? En voor wie staat extreemrechts? Vijf jaar geleden zagen de leiders van Europa terecht in dat de Europeanen leden aan een moment van hoogtevrees. Bij Milan Kundera, van wie de uitdrukking komt, is hoogtevrees niet hetzelfde als de angst om te vallen – het is eerder het verlangen om te vallen, waartegen we ons doodsbenauwd verzetten. Destijds flirtten kiezers met extreemrechtse populisten en hielden al rekening met de instorting van de Unie, maar toen puntje bij paaltje kwam stemde de meerderheid voor middenpartijen. 

    Het is niet waarschijnlijk dat dit scenario zich herhaalt. Inmiddels hebben de meeste extreemrechtse partijen afgezien van de eis dat hun land de EU of de euro zou verlaten en hebben ze hun doelstellingen aangepast. Ze willen niet langer uit de EU maar de Unie hervormen en de koers bepalen. Na de recente verkiezingen in Nederland en Slowakije en regionale verkiezingen in Oostenrijk en een aantal regio’s in Duitsland groeit er consensus over de verwachting dat de komende verkiezingen in juni een ramp worden en dat migratie als enige kwestie de campagne en de uitkomst zal bepalen. Maar klopt dat wel? 

    Feit is dat Europa in een crisisstemming verkeert

    Feit is dat Europa in een crisisstemming verkeert. Maar migratie is maar een van de vijf crises die het continent de afgelopen vijftien jaar hebben verdeeld. Alles begon in het kielzog van een wereldwijde financiële crisis waardoor veel Europeanen ineens gingen twijfelen of hun kinderen het wel beter zouden krijgen dan zijzelf. Ondertussen was er een klimaatcrisis gaande die hen dwong zich een bedreigde wereld voor te stellen. Inmiddels kwam als gevolg van de coronacrisis de kwetsbaarheid van onze gezondheidsstelsels aan het licht en ontstond er angst voor een nieuw soort dictatuur: die van de techbedrijven. De oorlog in Oekraïne, ten slotte, maakte een eind aan de illusie dat op het Europese continent nooit meer een grote oorlog zou plaatsvinden.

    Beter beeld

    Deze vijf crises hebben van alles gemeen: ze werden in heel Europa gevoeld, werden door veel Europeanen ervaren als een bedreiging van hun bestaanszekerheid, tastten het overheidsbeleid dramatisch aan én ze zijn beslist nog niet voorbij. Maar je kunt ze niet op één hoop gooien; ze hebben diverse angsten en gevoeligheden losgemaakt en hebben Europa verscheurd maar tegelijkertijd ook – paradoxaal genoeg – de EU bijeengehouden. 

    Een nieuwe door ons verrichte studie helpt om een beter beeld te krijgen van een Europa dat is bevolkt door vijf verschillende ‘stammen’ waarvan de politieke identiteit werd gevormd als reactie op genoemde crises. Deze stammen vormen afdelingen tussen en binnen de Europese lidstaten. 

    Met de term ‘polycrisis’ wordt aangegeven dat veel crises zich min of meer tegelijk voordoen en dat de schok van hun cumulatieve wisselwerking sterker is dan de som van de delen. Maar een onderbelicht kenmerk van de polycrisis is dat voor verschillende samenlevingen, sociale groeperingen en generaties een bepaalde crisis over het algemeen een dominantere rol speelt dan andere. Emmanuel Macron begreep dit goed toen hij degenen die zich zorgen maakten over het eind van de maand (economische crisis) plaatste tegenover degenen die zich zorgen maken over het eind van de wereld (klimaatcrisis). Dat is wat we bedoelen als we zeggen dat iedereen zijn eigen crisis wil. De klimaatcrisis, de oorlog in Oekraïne, corona, immigratie en wereldwijde economische onrust – elk van deze vijf kwesties heeft haar eigen achterban voor wie die ene dé crisis is.

    Typerend voor de ‘migratiestam’, dus diegenen die migratie als dé crisis zien, zijn de sterke emoties

    Interessant genoeg is Duitsland het enige land waar immigratie duidelijk vooroploopt wanneer mensen wordt gevraagd welke crisis hun met het oog op de toekomst de meeste zorgen baart. Esten en Polen zijn gespitst op de oorlog in Oekraïne. Italië en Portugal zien de economische crisis als hun grootste bedreiging. Spanje, Groot-Brittannië en Roemenië zijn de landen waar corona als het grootste trauma geldt. En in Frankrijk en Denemarken wordt de klimaatcrisis het belangrijkst gevonden. 

    De huidige preoccupatie met migratie ontstond niet doordat de meeste mensen in de meeste landen erdoor geobsedeerd zijn en evenmin doordat het als kwestie de meeste verdeeldheid zaait.

    In feite zijn we getuige van een beginnende migratieconsensus in heel Europa: steun voor strengere buitengrenzen is gemeengoed geworden bij politieke partijen. Maar typerend voor de ‘migratiestam’, dus diegenen die migratie als dé crisis zien, zijn de sterke emoties. Zij zijn het kwaadst van allemaal over het EU-beleid en hun woede drijft hen naar rechts. Degenen die migratie zien als de belangrijkste crisis zullen hoogstwaarschijnlijk stemmen op centrumrechtse of extreemrechtse partijen. In Duitsland betekent dat een grote kans op een stem voor de Alternative für Deutschland; in Frankrijk voor Marine Le Pens Rassemblement National of Éric Zemmours Reconquête.

    Klimaat is de andere crisis die haar stam in een duidelijke politieke richting duwt. De klimaatstam is spiegelbeeldig aan de migratiestam omdat de leden vaak groene of centrumlinkse partijen steunen. De botsing tussen deze twee stammen zal de komende Europese verkiezingen uiteindelijk bepalen.

    Asymmetrie

    Interessant genoeg reageren beide stammen echter heel verschillend wanneer de partij van hun voorkeur eenmaal is gekozen. Als de migratiestam rechtse partijen aan de macht ziet, hebben de aanhangers de neiging meer ontspannen te zijn over het onderwerp. In Italië scoort migratie verrassend laag bij de vraag wat de kiezers bezighoudt: maar 10 procent van de bevolking en maar 17 procent van de achterban van Fratelli d’Italia ziet migratie als de belangrijkste crisis, al kwam die partij aan de macht op basis van een sterk antimigratieprogram en nam de toevloed van illegale immigranten het afgelopen jaar toe.

    De klimaatstam reageert andersom. Onze peiling in Duitsland laat zien dat de leden van deze stam zich grote zorgen over het klimaat blijven maken, ook al zitten de Groenen in de huidige regering, die een streng klimaatbeleid voert. Hoewel Duitsland erin is geslaagd om de uitstoot van koolstof het laatste jaar terug te brengen met een indrukwekkende 20 procent, beschouwen zij de aanpak van het probleem niet als afdoende. Kortom, kiezers zijn geneigd te denken dat de keuze voor een extreemrechtse regering het antwoord is op hun immigratieangsten – zelfs al verandert er in werkelijkheid weinig –, maar in hun ogen is de klimaatcrisis niet voorbij met een stem op de Groenen.

    Elk van Europa’s vijf crises zal menig leven hebben, maar het is bij de stembus dat ze gaan leven, wegkwijnen of herleven

    Uit deze asymmetrie – dat de migratiestam wordt gemobiliseerd door retoriek terwijl de klimaatstam zelfs bij positieve resultaten bezorgd blijft – is een voorzichtige verklaring te trekken voor de duidelijke voorsprong van rechts bij de komende verkiezingen.  

    Elk van Europa’s vijf crises zal menig leven hebben, maar het is bij de stembus dat ze gaan leven, wegkwijnen of herleven. Europese leiders zouden zich ervan bewust moeten zijn dat de verkiezing niet alleen een wedstrijd wordt tussen links en rechts – of tussen eurofielen en eurosceptici – maar ook een gevecht om de suprematie tussen de verschillende stammen van Europa. Het gezicht van de Europese politiek wordt eerder door fragmentatie dan door polarisatie bepaald. Veel kiezers zullen er vooral op uit zijn de terugkeer van hun eigen crisis te voorkomen. De focus op migratie alleen zou weleens de verkeerde strategie kunnen blijken te zijn. 

    Mark Hugo Leonard is een Britse politicoloog en auteur. Hij is directeur van de European Council on Foreign Relations, die hij in 2007 oprichtte.

    Ivan Krastev is schrijver en politicoloog en ontving in 2020 de Jean Améry Prize for European Essay Writing. Eerder was hij directeur van de International Commission on the Balkans en hoofdredacteur van de Bulgaarse editie van Foreign Policy.