Tag: Jeruzalem

  • Israël: regio rond Jeruzalem kampt met grote branden

    Israël: regio rond Jeruzalem kampt met grote branden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » India sluit zijn luchtruim voor Pakistaanse vliegtuigen

    » Oekraïne en de VS ondertekenen partnerschapsovereenkomst

    Meerderen raakten lichtgewond of moesten worden geëvacueerd

    Israëlische hulpdiensten waren woensdag in opperste staat van paraatheid nadat er verschillende branden waren uitgebroken, vooral ten westen van de Heilige Stad. Het waren de grootste branden in jaren, waarbij verschillende mensen lichtgewond raakten en verschillende gemeenschappen moesten worden geëvacueerd. De snelweg tussen Jeruzalem en Tel Aviv was ook afgesloten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De minister van Defensie, Israel Katz, gaf het leger het bevel om de branden, die zich snel verspreiden door de sterke wind en hoge temperaturen, onder controle te krijgen en beschreef de situatie als een ‘nationale noodtoestand’. Kroatië en Italië hebben hulp geboden door vliegtuigen te sturen.

    De branden braken uit op het moment dat de Hebreeuwse staat woensdag Yom HaZikaron herdacht, een dag van eerbetoon aan gevallen soldaten en slachtoffers van terrorisme. ‘Op Israëls droevigste dag van het jaar stond het land in brand, letterlijk en figuurlijk’, schrijft Haaretz.

  • Israël: eerste drie gijzelaars sinds het staakt-het-vuren vrijgelaten

    Israël: eerste drie gijzelaars sinds het staakt-het-vuren vrijgelaten

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Venezuela: oppositieleider roept op tot boycot van komende verkiezingen

    » Branden in Los Angeles: weerdienst waarschuwt voor terugkeer van harde wind

    De toestand van de drie vrouwen is stabiel

    ‘De eerste drie gijzelaars die door Hamas zijn vrijgelaten als onderdeel van hun wapenstilstandsovereenkomst met Israël, zijn zondagavond vanuit Gaza overgebracht naar Israël,’ meldt Haaretz. Emily Damari, Romi Gonen en Doron Steinbrecher werden naar ontvangstpunten in Israël gebracht, ‘waar ze de eerste medische verzorging kregen en herenigd werden met hun moeders’, aldus het dagblad. Daarna werden ze per helikopter naar het Sheba medisch centrum in Tel Hashomer gebracht, waar ze herenigd werden met de rest van hun familie.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens het Rode Kruis, dat ervoor zorgde dat ze door Hamas werden overgedragen aan de Israëlische soldaten, zijn de drie vrouwen in ‘stabiele toestand’. Enkele uren later liet Israël, in overeenstemming met de voorwaarden van het bestand, negentig Palestijnse gevangenen vrij uit de militaire gevangenis van Ofer op de bezette Westelijke Jordaanoever en uit een detentiecentrum in Jeruzalem. Volgens Hamas zal de volgende vrijlating op zaterdag 25 januari plaatsvinden.

  • Israël: demonstranten raken slaags met politie tijdens protesten in Jeruzalem

    Israël: demonstranten raken slaags met politie tijdens protesten in Jeruzalem

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Poetin bezoekt Pyongyang om banden met Noord-Korea aan te halen

    » Italië: elf doden en meer dan zestig vermisten bij bootramp met migranten

    De protesten vonden plaats naar aanleiding van de ontbinding van het oorlogskabinet

    Tienduizenden demonstranten die opriepen tot nieuwe verkiezingen verzamelden zich maandag voor de Knesset en kwamen vervolgens samen voor de persoonlijke residentie van de Israëlische premier, waar ze slaags raakten met de politie. Sommige deelnemers probeerden door wegversperringen van de politie te breken, maar werden teruggedrongen. Volgens The Times of Israel zette de politie waterkanonnen in en werden negen mensen gearresteerd.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Benyamin Netanyahu ontbond maandag het oorlogskabinet van de Israëlische regering, na het vertrek vorige week van voormalig generaal Benny Gantz. Na het vertrek van de ex-militair riepen oppositiegroepen een week van straatprotesten uit. De demonstranten zijn vooral kritisch over het falen van de premier om te onderhandelen over de vrijlating van gijzelaars die in Gaza worden vastgehouden.

    Een hoge Israëlische functionaris die betrokken is bij de zaak vertelde Agence France-Presse op maandag dat Israël met zekerheid wist dat enkele tientallen gijzelaars die worden vastgehouden in de Palestijnse gebieden nog in leven waren.

  • Ondanks de oorlog zwemmen Palestijnse en Israëlische tieners samen

    Ondanks de oorlog zwemmen Palestijnse en Israëlische tieners samen

    De jongeren van zwemclub Groot-Jeruzalem hielden zich nooit bezig met de verschillen en onderling bleef politiek onbesproken. De oorlog bracht daar verandering in. ‘In het zwembad is het onmogelijk om te zien wie een Jood is en wie een Arabier.’

    Geen politiek in het zwembad. Aan deze ongeschreven regel hielden de Israëlische en Palestijnse tieners van zwemclub Groot-Jeruzalem zich altijd. Ze wonen in andere wijken van Jeruzalem, maar zes middagen per week komen ze samen in de sportschool om te trainen in een deel van het zwembad dat speciaal voor hun team gereserveerd is. Na twee uur baantjes trekken gaan ze samen in de jacuzzi, waar ze een paar minuten lol trappen voordat ze weer naar huis gaan.

    Ze doen alles samen: zwemmen, naar het strand gaan, barbecueën. De beste van de Joodse zwemmers vertegenwoordigen Israël op internationale wedstrijden. De beste zwemmers uit Oost-Jeruzalem doen met een Palestijns team mee aan wedstrijden in de Arabische wereld. ‘We zien het team niet als een groep van Israëli’s en Palestijnen,’ zei Avishag Ozeri (16), een Israëlische zwemster die leerde zwemmen van een Palestijn uit Oost-Jeruzalem, onlangs tijdens een training. ‘Het is raar om daar überhaupt over te praten.’

    Maar toen kwam 7 oktober. Eerst de aanval van Hamas, vervolgens de Israëlische bombardementen op Gaza plus een reeks interacties via sociale media, en werd de onuitgesproken regel van het team op de proef gesteld.

    Mensen onder elkaar

    De zwemmers trainen bij het sportcentrum van de YMCA, een christelijke non-profitorganisatie die openstaat voor mensen van alle religies, in het hart van Joods West-Jeruzalem. Emanuel May is al jaren vrijwillig de coach van het team.

    May (70) is een ervaren en zachtaardige coach. Hij groeide op in een boerencollectief, ook wel bekend als een kibboets. Hoewel hij zwemkampioenen heeft getraind, zegt hij dat het nooit zijn passie is geweest om winnaars op te leiden. Eenheid creëren onder jonge mensen in Jeruzalem, daar is het hem om te doen. Want in Jeruzalem komen Israëli’s en Palestijnen dagelijks met elkaar in contact. Ze zien elkaar voortdurend in winkels en restaurants, op scholen en universiteiten, maar het slepende conflict heeft hen verdeeld. ‘Waar het hier om gaat, is samen zwemmen, gewoon als mensen onder elkaar,’ aldus May.

    Vier jaar geleden trok het team, dat een klein budget tot zijn beschikking heeft, de aandacht van Shai Doron, de voorzitter van de Jeruzalemstichting. Die organisatie wordt gesteund door filantropen van over de hele wereld. Ze heeft als missie om de stad met bijna een miljoen inwoners tot een fijnere plek te maken. Een prioriteit daarbij is het overbruggen van religieuze en culturele verschillen.

    Als de oorlog in Gaza voorbij is, ‘gaan de vierhonderdduizend Palestijnen in Oost-Jeruzalem niet weg,’ zegt Doron. ‘En de Joden gaan ook niet weg.’ Hij erkent dat er spanning is in Jeruzalem – in het bijzonder op de plek die joden de Tempelberg en moslims het Edele Heiligdom noemen. Voor beide groepen is het een heilige plek, omdat zich daar de Westelijke Muur en de Al-Aqsamoskee bevinden. Jeruzalem kan ‘een voorbeeld zijn op het gebied van gemeenschappelijkheid en coëxistentie’, meent Doron.

    De Jeruzalemstichting ondersteunde de zwemmers van Groot-Jeruzalem met een kleine subsidie. Wat Doron aansprak, was dat ‘zwemmen mensen op de meest natuurlijke manier samenbrengt’. In het zwembad ‘is het onmogelijk om te zien wie een Jood is en wie een Arabier. Je kunt iemand niet identificeren aan de hand van symbolen zoals een keppel of een hijab. Iedereen is zo goed als naakt.’

    Bij de YMCA krijgen de jongere Israëlische en Palestijnse kinderen apart zwemles, omdat ze niet dezelfde taal spreken. Zodra ze ongeveer acht of negen zijn en in het Hebreeuws en Engels kunnen communiceren, beginnen ze samen te trainen. De beste zwemmers worden lid van Groot-Jeruzalem.

    Shams Srour (14), een Palestijnse, zegt dat precies dat haar doel is: ‘Ik wil meedoen aan wedstrijden en ik voel me hier erg op mijn gemak,’ zegt ze. ‘Ik train al met Joden sinds ik klein ben. Het is normaal.’

    Verwerken

    De aanvallen van 7 oktober hebben die vanzelfsprekendheid op de proef gesteld. Het team is het gebeuren nog steeds aan het verwerken.

    Op die dag staken terroristen van Hamas uit de Gazastrook de grens over. Volgens de Israëlische autoriteiten doodden de terroristen meer dan twaalfhonderd Israëlische burgers en soldaten, namen ze meer dan tweehonderd mensen in gijzeling en verwondden ze talloze anderen. Op video’s is te zien hoe ze dorpen bestormen, huizen in brand steken, van dichtbij op burgers schieten en jagen op festivalgangers bij een openluchtconcert. De meeste instellingen in Israël, waaronder de sportschool, sloten onmiddellijk hun deuren toen de nationale noodtoestand werd uitgeroepen.

    De volgende dag plaatste Mustafa Abdu (18), een van de islamitische zwemmers van Groot-Jeruzalem, een foto op Instagram. Op de foto is een engelachtig, ongeïdentificeerd Palestijns kind te zien dat wordt gedragen door mannen met een gepijnigde uitdrukking op hun gezicht. Het kind is gehuld in een witte doek die moslims gebruiken voor overledenen. Boven de foto staat de tekst: ‘Waar waren de mensen die opriepen tot menselijkheid toen wij werden vermoord?’ Mustafa zette er ook in blokletters een onderschrift bij: ‘Als je niet oppast, zorgen de kranten ervoor dat je onderdrukte mensen haat en de mensen die onderdrukken, liefhebt.’

    De zwemmers in het team volgen elkaar op Instagram. Avishag weet nog dat ze geschokt was toen ze de berichten zag. Ze ging er niet mee naar haar ouders of iemand anders, maar belde onmiddellijk een andere teamgenoot, Shira Chuna (16), om haar te vertellen hoe verontwaardigd ze was. Daarna stuurde ze Mustafa een sms die ze later met The New York Times deelde: ‘Musta, weet je hoe erg de situatie in Israël op dit moment is? Ik respecteer je en dit is een oprechte vraag.’

    Daarop vraagt Mustafa of Avishag denkt dat alle Palestijnen moordenaars zijn, zoals sommige mensen op sociale media denken. ‘Musta, ik heb nooit gezegd dat jij dat bent’, schrijft Avishag terug. ‘Het is de beweging van Hamas. En mijn mensen zijn vermoord door de Hamas.’

    Ze schrijft dat kinderen, oudere mensen en hele families afgeslacht of ontvoerd werden. ‘Ik heb video’s gezien die nooit meer uit mijn gedachten zullen verdwijnen’, schrijft ze hem. Ze biedt aan om ze door te sturen als hij dat wil, maar raadt hem af om ze te bekijken.

    ‘Av,’ schrijft hij terug, ‘ten eerste, wij zijn niet de moordenaars. Israël valt ons al heel lang aan. Dat weet iedereen.’

    ‘Wat???’ vraagt ze. ‘Met alle respect, dat is niet waar.’

    Mustafa: ‘Wij hebben het altijd mis en jullie hebben altijd gelijk.’

    ‘Dat zei ik niet’, reageert Avishag. ‘Op dit moment heeft Hamas ongelijk.’

    Als Shira ziet wat hij heeft geschreven, krijgt ze het gevoel dat ‘ze onze vriendschap hebben verraden’

    Ze zegt nog eens dat hij het haar moet laten weten als hij de video’s wil zien. Ze wil haar punt bewijzen, maar ook hun vriendschap behouden. Ze sms’t hem: ‘Ik wil even checken: zijn we oké?’ Hij reageert met een hartje op haar bericht en typt ‘Si’, in het Spaans. Ze geeft zijn bericht ook een hartje. Het lijkt erop dat ze tot een ietwat ongemakkelijke vrede zijn gekomen, hoewel ze daar pas zeker van kunnen zijn als ze weer samen zwemmen.

    In de dagen erna voert Israël een reeks luchtaanvallen op Gaza uit en zorgt het land ervoor dat de twee miljoen mensen die opeengepakt zitten in de smalle strook land tussen Israël en Egypte verstoken zijn van voedsel, brandstof en andere voorraden. Hamas blijft raketten afvuren op Israël. Een invasie van het Israëlische leger is ophanden.

    Op 11 oktober post een ander Palestijns lid van het zwemteam iets op Instagram. ‘De overwinning van Allah is nabij’, luidt zijn post. (Deze zwemmer wilde niet meewerken aan dit artikel.) Als Shira ziet wat hij heeft geschreven, krijgt ze het gevoel dat ‘ze onze vriendschap hebben verraden. Ik heb ze altijd zo vertrouwd.’

    Ze had altijd goede relaties met haar Palestijnse buren. Toen ze geboren werd, gaf een Palestijnse vriend van haar vader geld aan haar familie, een traditioneel gebruik onder moslims. Als Shira haar ouders vertelt over de Instagramberichten, antwoorden ze dat ze, gezien de beladen geschiedenis tussen de twee gemeenschappen, ‘niet verbaasd zou moeten zijn’.

    Als teamcoach May hoort over de posts van Mustafa en de andere zwemmer, neemt hij onmiddellijk contact met hen op. Beiden verwijderen de berichten onmiddellijk. ‘Ik heb ze verwijderd omdat ik respect voor hen heb,’ vertelt Mustafa begin november na een training. ‘Ik wil niet over de oorlog praten. Ik wil gewoon over zwemmen praten.’

    Een beetje eng

    Tegen de tijd dat de zwemmers van Groot-Jeruzalem zich op 16 oktober weer in het zwembad melden, is het aantal Palestijnen die zijn gedood door Israëlische bombardementen in Gaza opgelopen tot drieduizend en het stijgt nog altijd in hoog tempo. De wreedheden van Hamas galmen na binnen de Israëlische samenleving. Maar zou het conflict de twee zwembanen in de YMCA bereiken?

    ‘Ik heb mezelf opgedragen me normaal te gedragen,’ zegt Alex Finkel (17). ‘Buiten is het een beetje eng, maar ik ben opgegroeid met Palestijnen. Ik doe alle dingen die wat we altijd al deden, en dat is het.’

    Voorafgaand aan de training organiseert May een teamvergadering. ‘Niemand hier steunt terreur,’ zegt hij tegen zijn zwemmers. ‘We kiezen geen partij.’ In het zwembad schakelen de tieners over op de hoogste versnelling. Ze trainen keihard om de gemiste trainingen in te halen. Maar tussen de trainingen door wordt er niet geplaagd, gegrapt of gekletst. Er hangt een beladen sfeer.

    Toch is er nog steeds sprake van de sterke band die de zwemmers in de loop der jaren hebben opgebouwd. Verschillende zwemmers vertellen dat de stemming een dag later opklaarde. De spanning lijkt verdwenen, of in ieder geval verminderd. Vorige week was het in het zwembad zoals gewoonlijk onmogelijk om Israëlische van Palestijnse zwemmers te onderscheiden. Ze dragen allemaal een zwembril en een badmuts. Ze doen de vrije slag en schoolslag en praten zoals altijd opgewekt met elkaar. Alex plaagt Mustafa omdat hij hem heeft verslagen met de vlinderslag. Op een gegeven moment, als Avishag niet lang genoeg wacht met zich afzetten tegen de muur, raakt ze per ongeluk Mustafa’s tenen aan met haar vingers. Mustafa draait zich om en schenkt haar een gespeeld verontwaardigde blik. Avishag glimlacht speels.

    Kort nadat het Israëlische leger eind oktober de Gazastrook binnentrok, hoort Shira dat haar neef, een soldaat, is gedood. Twee dagen ervoor werd hij eenentwintig. Ze komt een paar dagen niet naar zwemtraining. Als Shira weer verschijnt, komt Mustafa naar haar toe om zijn medeleven uit te spreken. ‘Ik voelde dat het hem echt aan het hart ging,’ zegt ze. Na de training kwam Mustafa uit het zwembad, zette zijn paarse badmuts af en ging met de rest van het team mee naar de jacuzzi. ‘Dit is mijn tweede familie,’ zegt hij. ‘Als we een probleem hebben, lossen we het op als team.’

  • Israël: Gespannen ‘vlaggenmars’ in Jeruzalem

    Israël: Gespannen ‘vlaggenmars’ in Jeruzalem

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bashar al-Assad aanwezig op top van Arabische Liga

    » Ontvoerde Australiër in Burkina Faso na zeven jaar vrijgelaten

    Jaarlijkse mars leidt opnieuw tot schermutselingen

    Ongeveer 50.000 Israëliërs verzamelden zich donderdag in Jeruzalem voor de jaarlijkse vlaggenmars op Jom Jeroesjalajiem, oftewel Jeruzalemdag. ‘De politie was de hele dag in touw om schermutselingen tussen Joden, Arabieren en journalisten op te breken’, schrijft The Jerusalem Post.

    ‘De mars volgde zijn traditionele route, beginnend vanuit het stadscentrum (…) en splitste daarna in tweeën, waarbij de mannen verder liepen door de Damascuspoort en de Moslimwijk en de vrouwen door de Jaffapoort gingen, waarna de twee groepen weer samenkwamen’, aldus de krant. Journalisten die verslag deden van de vlaggenmars werden donderdagmiddag bij de Damascuspoort aangevallen door de rechtse betogers die aan de mars deelnamen, waarbij ‘de deelnemers hen uitscholden en met verschillende voorwerpen sloegen’, aldus het artikel.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een aantal betogers met Israëlische vlaggen begaf zich in de aanloop naar de vlaggenmars naar de Damascuspoort, waar schermutselingen plaatsvonden tussen Joden, Arabieren en de politie. Ook op andere plaatsen in de Moslimwijk van de Oude Stad werden schermutselingen tussen Joden en Arabieren gemeld.

    Tijdens Jom Jeroesjalajiem wordt gevierd dat Oost-Jeruzalem inclusief de Oude Stad na de Zesdaagse Oorlog van 1967 in Israëlische handen viel. Elk jaar vinden tijdens de mars gevechten plaatst als de nationalistische Joodse deelnemers door het Palestijnse deel van het oude stadscentrum trekken.

    Lees ook:

  • Israël viert 75-jarig bestaan te midden van massale protesten

    Israël viert 75-jarig bestaan te midden van massale protesten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » AI pikt werk in van Kenianen die essays schrijven voor Amerikaanse studenten

    » Historische poging van Japanse start-up om op de maan te landen mislukt

    Tienduizenden protesteerden dinsdagavond in Tel Aviv

    Israël lanceerde dinsdagavond de viering van zijn vijfenzeventigjarig bestaan met een officiële ceremonie in Jeruzalem. De premier, Benjamin Netanyahu, drong erop aan ‘de onrust even te stoppen en te kijken naar het grote wonder dat de staat Israël is’. Tegelijkertijd protesteerden tienduizenden prodemocratische demonstranten in Tel Aviv, merkt Haaretz op.

    De demonstranten droegen Israëlische vlaggen en spraken zich uit tegen de door de regering gewenste hervorming van het rechtssysteem. Sprekers tijdens het protest benadrukten dat Israël een thuis moet zijn voor het Joodse volk, maar ook een land met volledige gelijkheid voor Arabieren, bericht het Israëlische dagblad. ‘Israëliërs worstelen met een ongekende politieke crisis die de samenleving verdeelt en een schaduw werpt over wat een uiting van nationale eenheid zou moeten zijn’, schrijft The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Lees ook:

  • Australië erkent Jeruzalem niet langer als hoofdstad Israël

    Australië erkent Jeruzalem niet langer als hoofdstad Israël

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twee leiders van Rohingya-kamp vermoord in Bangladesh

    » Brazilië: Lula en Bolsonaro noemen elkaar leugenaar in televisiedebat

    Israëlische premier verrast door besluit

    De Australische regering heeft besloten om West-Jeruzalem niet langer te erkennen als hoofdstad van de staat Israël. Canberra draait ‘het controversiële besluit’ dat in 2018 werd genomen door de vorige conservatieve regering van Scott Morrison, terug, schrijft The Sydney Morning Herald.

    ‘De kwestie van de definitieve status van Jeruzalem moet worden opgelost via vredesonderhandelingen tussen Israël en het Palestijnse volk,’ zei de Australische minister van Buitenlandse Zaken Penny Wong dinsdag in een verklaring. ‘Australië streeft naar een tweestatenoplossing waarbij Israël en een toekomstige Palestijnse staat in vrede en veiligheid naast elkaar bestaan binnen internationaal erkende grenzen.’

    De Israëlische premier Yair Lapid zei dat hij verrast was door de ‘overhaaste’ beslissing van de regering, die samenviel met de joodse feestdag Simchat thora en slechts enkele uren kwam nadat de regering had verklaard dat het standpunt van Australië over West-Jeruzalem niet was gewijzigd. ’Jeruzalem is de eeuwige en verenigde hoofdstad van Israël en niets zal dat ooit veranderen,’ aldus Lapid.

    Lees ook:

  • Nog altijd bezoekt de Palestijnse Abla Dajani het huis dat ze moest ontvluchten

    Nog altijd bezoekt de Palestijnse Abla Dajani het huis dat ze moest ontvluchten

    In 1948 moesten de Palestijnse Abla Mohammad Taher Dajani Daoudi en haar familie hun huis in Jeruzalem ontvluchten, nadat Israël een groot deel van het Palestijnse grondgebied toegezegd kreeg. Ze keert nog steeds regelmatig terug ‘om de geest ervan te laten herleven, de herinnering levendig te houden’.

    Vandaag heb ik ons gestolen huis bezocht in Baka, een wijk in het zuiden van Jeruzalem. Een leven vol mooie herinneringen trof me zo hard dat ik naar adem moest happen. Terwijl ik op de stoep stond van het huis dat getuige was van mijn geboorte in 1930 liet ik mijn vingers over het ijzeren hek gaan om het open te maken, totdat ik plotseling besefte dat ik niet naar binnen mocht. De mensen die de Palestijnse huizen hebben bezet kunnen de oorspronkelijke eigenaars niet luchten of zien. Toch riep dit moment van hartverwarmende nostalgie een gevoel van veiligheid, geborgenheid en sereniteit bij me op, ook al zuchtten we een groot deel van mijn kinder- en tienerjarenjaren onder het juk van het Brits Mandaat. Wat me het droevigst stemt is dat de naam van de weg die door deze mooie buurt loopt in Hespira Street is veranderd, zo leert een bordje op de voorkant van ons vroegere huis.

    Hier sta ik, oud en broos, terwijl ik me nog levendig de dag herinner dat ik de fiets van Adel leende. Adel is toevallig mijn neef van zowel vaders- als moederskant. Hij was de zoon van mijn oom Ahmad Daoud Taher al-Dajani en mijn tante Balqis, de dochter van Abdullah Bek-al-Alami. Toen Adel op de terugweg was van school vroeg ik hem een foto van me te maken met de Kodak-camera die mijn oudste broer Sulaiman in diezelfde week in 1948 voor me had meegenomen van een bezoek aan Engeland.

    We waren tevreden met wat aanvoelde als een vreedzame coëxistentie

    De jaren veertig waren vol gevaar. Zionistische bendes waren in opkomst en pleegden gruwelijke terroristische aanslagen met volledige steun van het leger van het Brits Mandaat. Maar hoewel de toenemende stroom Joodse immigranten een enorme uitdaging betekende voor de Palestijnen, was de situatie in onze wijk in het westelijk deel van Jeruzalem nog draaglijk. In plaats van beducht te zijn voor het gevaar van Joodse immigranten vormden we vriendschappen en partnerschappen met hen, deelden we zakelijke belangen en wederzijdse relaties en waren we tevreden met wat aanvoelde als een vreedzame coëxistentie.

    We deden boodschappen in Jaffa Street waar het grootste deel van de Joodse gemeenschap woonde, kochten mooie geïmporteerde kleding van officiële Joodse agenten, gingen naar Europese bakkerijen en bezochten gerenommeerde bioscopen, zoals de Rex en de Rivoli in West-Jeruzalem. O, wat genoten we van de concerten van Umm Kulthum, Farid al-Atrash en Asmahan die werden gegeven in Hotel King David.

    Vooraanstaande koopman

    Mijn vader had acht broers. Hij was een vooraanstaande en welgestelde koopman die de scherpzinnigheid, wijsheid, intelligentie en gewiekstheid had geërfd van zijn vader Taher Dawood al-Dajani (die destijds op goede voet stond met de Ottomaanse sultan). Hij blonk uit in vrijhandel en verwierf de alleenvertegenwoordiging van diverse handelsagenturen. Ook bouwde hij huizen om de familie Dajani en andere Jeruzalemse families uit Baka in onder te brengen, wat hem de bijnaam ‘de man met de vijftig sleutels’ bezorgde. Hij was een van de eersten die aan het begin van de twintigste eeuw de aanzet gaven tot de wederopbouw van de wijk Baka.

    Na het overlijden van mijn grootvader in 1925 trad mijn vader in zijn voetsporen en groeide uit tot een bekende en invloedrijke figuur. De familiebezittingen en -belangen strekten zich in de tijd van mijn vader uit tot de Jaffapoort; hij richtte het handelshuis Daoudi Trade Agency op, dat zich van andere soortgelijke ondernemingen onderscheidde door zijn enorme omvang en de grote variëteit aan geïmporteerde en plaatselijke kwaliteitsproducten.

    Tot 29 november 1947 was de situatie in Baka redelijk acceptabel. Op die dag kondigde de Algemene Vergadering van de VN een discriminerende resolutie aan die het land Palestina zou verdelen tussen Palestijnen en zionistische Joden. 1 augustus 1948 werd gekozen als de dag waarop het Brits Mandaat zou eindigen. Het gevolg was dat de staat Israël met Britse en internationale steun twee derde van het historisch grondgebied van Palestina bezette. Arabisch verzet was vrijwel afwezig. Jordanië, toen vertegenwoordigd door koning Abdallah al-Hoessein, sloot een tussentijdse wapenstilstand om de veiligheid van zowel Palestijnen als zionistische Joden tijdens deze overgangsperiode te waarborgen.

    Op dat moment begon een gevoel van dreigend gevaar ons hart binnen te sluipen

    Maar de spanningen waren op hun hoogtepunt: Palestijnen verwierpen de onrechtvaardige en partijdige resolutie die hun land verdeelde en voor een groot deel cadeau gaf. Bovendien groeide het Palestijnse verzet en kwamen de Arabieren en zionistische Joden regelmatig met elkaar in botsing. Fanatieke zionistische bendes begonnen hun agressie bot te vieren op de Palestijnen: ze pleegden allerlei misdrijven, zoals roofovervallen, moorden, het plaatsen van boobytraps en verjaging van Palestijnse families; ook richtten ze bloedbaden aan, zoals in Deir Yassin, waar Palestijnen in hun dorpen werden vermoord of opzettelijk lastiggevallen om hen te vernederen, te intimideren en te verjagen. Bovendien staken ze land in brand en bliezen hotels op, zoals het King David en Semiramis. Het was op dat moment dat een gevoel van dreigend gevaar ons hart begon binnen te sluipen, om niet te spreken van onze ziel.

    download 5 1
    De auteur bezoekt het huis in de wijk Baq’a met haar kleindochter.

    Het aantal Britse militaire controleposten in heel Palestina verdubbelde, waardoor buurten van elkaar werden gescheiden en er hermetisch afgesloten militaire zones ontstonden; in diverse gebieden werd een avondklok ingesteld, zoals in West-Jeruzalem dat in vier zones was verdeeld. Het Mandaatbestuur verplichtte ons vergunningen aan te vragen om ons vrijelijk te kunnen bewegen. Die hadden verschillende kleuren, zodat de Britse soldaten gemakkelijk onderscheid konden maken tussen bewoners op hun respectievelijke locaties; zo was geel de kleur van de vergunningen voor het zuidelijke deel van Baka.

    Deze situatie breidde zich snel uit. Joodse bendes die door de diverse gebieden zwierven werden begeleid door Britse soldaten om de boel in de hand te houden, confrontaties te verzachten, de Joodse machtsovername te vergemakkelijken, de revolutionairen en verzetsgroepen te bestrijden en de actieve rol van de Palestijnse jeugd een halt toe te roepen. Tegelijkertijd werden de bewegingsvrijheid en manieren om in het levensonderhoud te voorzien sterk ingeperkt. Er vonden gewapende confrontaties plaats in onze wijken, scholen werden gesloten en mensen leefden in voortdurende angst. Het Palestijnse verzet werd door de Mandaattroepen de kop ingedrukt door activisten gevangen te zetten en velen van hen te executeren in het Russische verhoor- en detentiecentrum al-Moscobiyeh in de buurt van de Jaffapoort.

    Angst

    Na de bittere ervaringen gedurende de Tweede Wereldoorlog waren de mensen doodsbang; ze begonnen verwoed te hamsteren uit vrees voor een derde wereldoorlog. Er heerste schaarste, mensen begonnen weer in hun basisbehoeften te voorzien met behulp van de traditionele voedselbonnen van het Britse regime, net als in de Eerste Wereldoorlog, toen er een puntensysteem was opgezet voor het verstrekken van levensmiddelen op basis van het aantal familieleden. Langdurige stroom- en waterstoringen waren aan de orde van de dag.

    De mensen begonnen hun huizen te versterken en te omringen met prikkeldraad om zich te beschermen tegen terroristische aanslagen. In de wijken gingen stemmen op om zich te bewapenen tegen de zwaarbewapende Joodse en zionistische bendes die zich gesteund wisten door de geavanceerde wapens, ammunitie en pantervoertuigen van het Britse leger. Palestijnen probeerden geld in te zamelen om eenvoudige geweren te kopen, en ze voelden zich in de steek gelaten. Toen de oorlog uitbrak, slaagden de Arabische legers er niet in Jeruzalem te bereiken door gebrek aan uitrusting, training en bekendheid met de topografie van Palestina. Dit alles droeg niet bepaald bij tot het beschermen en redden van Jeruzalem.

    Mijn vader was erg ongelukkig met de ontwikkelingen. Hij was altijd een fervent reiziger geweest en had zijn meeste tijd ver van de dagelijkse sleur in Baka doorgebracht. Hij en zijn broers besloten daarom dat de hele familie haar toevlucht tot Egypte moest nemen om de kinderen te beschermen en ook onze zieke moeder die speciale zorg nodig had. Mijn vader had in die tijd een contract voor het verzorgen van maaltijden voor de luchthaven, inclusief de maaltijden aan boord. Op een ochtend verlieten we in alle vroegte onze buurt in de hoop er enkele dagen later weer terug te keren, wanneer de situatie gekalmeerd en gestabiliseerd zou zijn. We hadden een vrijgeleide naar de luchthaven Lod en er waren stoelen in een vliegtuig geboekt. Britse soldaten en een Jordaanse tank vergezelden ons om te zorgen dat onze reis naar de luchthaven zonder ongeregeldheden verliep. We verlieten onze buurt in privéauto’s, passeerden de controlepost bij de Montefioremolen en voelden ons veilig in de aanwezigheid van de Jordaanse soldaten, van oorsprong Jordaanse bedoeïenen die deel uitmaakten van de koninklijke Jordaanse entourage en betrokken waren bij de handhaving van de wapenstilstand.

    Alle meubels en andere bezittingen waren gestolen, inclusief de sieraden die mijn moeder had verstopt

    Ons verblijf in Egypte duurde uiteindelijk veel langer dan voorzien. In Caïro woonden we drie lange jaren in Murad Street. Mijn vader voegde zich niet bij ons in Caïro. Hij besloot in Jeruzalem te blijven in zijn Imperial Hotel in Bab al-Khali om de buitenlandse delegaties die in het hotel verbleven bij te staan en ook om de familiebezittingen in de Oude Stad te beschermen. Via de Belgische ambassadeur wist mijn vader een vergunning te krijgen om na ons vertrek eenmaal per week Baka te bezoeken. Daar hoorde hij van de Iraakse familie die in ons huis was getrokken dat ze het huis open hadden aangetroffen. Alle meubels en andere bezittingen waren gestolen, inclusief de sieraden die mijn moeder in de vensterluiken had verstopt. Het enige wat de plundering had overleefd waren de familiealbums die ik tot op de dag van vandaag koester. Tot mijn vaders grote verdriet was ook zijn handelshuis Daoudi leeggeroofd, inclusief de kluis van Britse makelij waarin hij zijn meeste officiële papieren en familiedocumenten bewaarde. In de winter van 1951 keerden we allemaal terug en woonden in de familiehuizen die verspreid binnen de muren van het marktplein stonden in de wijk Aftimos in de Oude Stad.

    De wonden die in ons hart zijn geslagen kunnen nooit meer helen

    De dagen en jaren verstreken. Ook maakten we tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 de Naksa-crisis mee, waarbij Israël de rest van historisch Palestina bezette, inclusief Oost-Jeruzalem. De verjaging ging door, maar onze eerste migratie had ons geleerd dat we onder geen beding ooit ons vaderland nog moesten verlaten. Zodra de gelegenheid zich voordeed bezocht ik ons gestolen huis in Baka. De bewegingsvrijheid was beperkt, maar twee weken na de oorlog lukte het me met mijn man en zijn broer naar Baka te gaan in een auto die nog besmeurd was met sporen van de oorlog. We bereikten Baka via Jaffa Street, waarmee de cirkel van het lijden van ons volk weer rond was, en zagen met eigen ogen ons huis, bewoond door de mensen die het hadden gestolen en hun vlag bij de ingang hadden gehesen. Wat ik gedurende die ogenblikken voelde laat zich niet beschrijven. De wonden die in ons hart zijn geslagen kunnen nooit meer helen.

    Sinds die afschuwelijke reis 54 jaar geleden ben ik het huis en de buurt van onze dierbare kinderjaren altijd blijven bezoeken, alleen maar om de geest ervan te laten herleven, de herinneringen eraan levendig te houden en – het belangrijkste van alles – deze gekoesterde herinneringen door te geven aan mijn kinderen en kleinkinderen opdat zij nooit zullen vergeten of opgeven.

  • Alleen politieke moed kan de spanningen in Oost-Jeruzalem verminderen

    Alleen politieke moed kan de spanningen in Oost-Jeruzalem verminderen

    Het geweld tussen Israël en Hamas is niet onoplosbaar, meent Haaretz. Maar dan moet de regering van Israël wel een nieuwe weg inslaan. Die klampt zich nog altijd vast aan de fictie van een eenvoudig juridisch probleem en een ‘lokaal conflict’.

    In Oost-Jeruzalem zijn de Palestijnse betogingen en de huidige botsingen met de Israëlische politie het resultaat van tientallen jaren spanningen en juridische gevechten over het lot van Sheikh Jarrah, een kleine Arabische wijk in het noorden van de Oude Stad, waar de bewoners met uitzetting worden bedreigd door een groep Joodse kolonisten.

    Om te begrijpen wat er op het spel staat moeten we teruggaan in de geschiedenis. In 1876, tijdens de Ottomaanse periode en vóór de opkomst van de zionistische beweging in 1897, kochten de religieuze besturen van de Sefardische en Asjkenazische Joden in Jeruzalem een lapje grond in Sheikh Jarrah, in de buurt van de tombe van Shimon Hatsadiq (Simon II de Rechtvaardige), een Joodse hogepriester uit de Oudheid. Daar werd een kleine Joodse wijk gesticht.

    Toen in 1948 de oorlog uitbrak, moesten tienduizenden burgers hun huis ontvluchten

    Toen in 1948 de oorlog uitbrak, moesten tienduizenden burgers hun huis ontvluchten, en aan het eind van de onafhankelijkheidsoorlog deelde een Israëlisch-Jordaanse bestandslijn de stad in tweeën. De overgrote meerderheid van de vluchtelingen bestond uit Arabieren (vijfentwintigduizend zielen) die hun have en goed moesten verlaten omdat die voortaan ten westen van de groene lijn waren gesitueerd, in het Israëlische gedeelte, terwijl een kleine Joodse minderheid (zeventienhonderd zielen) haar bezittingen in het Jordaanse gedeelte ten oosten van de bestandslijn moest achterlaten, voornamelijk in de historisch Joodse wijk van de Oude Stad.

    Na de oorlog van 1948 nam het Israëlische parlement een wet aan die Joodse vluchtelingen recht gaf op een vergoeding ter waarde van de goederen die ze in Oost-Jeruzalem hadden moeten achterlaten. Evenzo lieten Jordanië en de Verenigde Naties in 1956 achtentwintig huizen in de wijk Sheikh Jarrah bouwen voor Palestijnse vluchtelingenfamilies.

    Terugeisen

    Tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 veroverde en annexeerde Israël de Oude Stad en West-Jeruzalem. Sinds de hereniging stipuleert de Israëlische wet dat de Joden het recht hebben bezittingen terug te eisen die tussen 1948 en 1967 in Oost-Jeruzalem zijn achtergelaten. Dezelfde wet bepaalt expliciet dat het omgekeerde niet geldt voor de Arabieren die hun door Israël gevorderde en genationaliseerde bezittingen in West-Jeruzalem hebben moeten achterlaten.

    In Sheikh Jarrah bleef alles ondanks de Israëlische verovering van Oost-Jeruzalem lange tijd bij het oude, totdat de extreemrechtse kolonisten er in het begin van de jaren 2000 aanspraak op gingen maken.

    Lees ook:

    In die tijd hadden de religieuze besturen van de Sefardische en Asjkenazische Joden in Jeruzalem, na een tijdlang hun eigendomsrechten te hebben uitgeoefend, die rechten overgedragen aan het Israëlische vastgoedbedrijf Nahalat Shimon (Erfenis van Simon), een filiaal van Nahalat Shimon International, een maatschappij die geregistreerd staat in de Amerikaanse staat Delaware. Omdat Delaware bekendstaat om zijn volstrekt ondoorzichtige wetgeving, is niet te achterhalen wie de aandeelhouders zijn van het moederbedrijf.

    Sinds 2003 is Nahalat Shimon verwikkeld in een juridische strijd die niet alleen tot doel heeft de afstammelingen van de Palestijnse vluchtelingen uit hun huizen in Sheikh Jarrah te verdrijven, maar ook om de hele wijk plat te gooien en er tweehonderd woningen voor Joodse families voor in de plaats te bouwen.

    Tot dusver was het vastgoedbedrijf erin geslaagd vier Arabische families uit hun huis te laten zetten. Maar momenteel worden, ingevolge een vonnis van het Israëlische hooggerechtshof (dat overigens gezien het politieke klimaat zijn zitting van 10 mei heeft verdaagd), driehonderd bewoners van dertien panden met uitzetting bedreigd ten gunste van Joodse kolonisten.

    Zeker 30 procent van het onroerend goed in Oost-Jeruzalem behoort aan Arabieren toe

    Deze dreiging verklaart de recente protesten van Palestijnen in zowel Oost-Jeruzalem als in de door Israël bezette gebieden en het buitenland. Door zich te beroepen op de eigendomsrechten van fysieke en morele Israëlisch-Joodse rechtspersonen op goederen die sinds zeven decennia in het bezit zijn van Palestijnen in Oost-Jeruzalem, heeft het gerecht een doos van Pandora geopend: volgens de meest voorzichtige schattingen behoorde voor de oorlog van 1948 30 procent van het onroerend goed in Oost-Jeruzalem aan Arabieren toe.

    Natuurlijk sluit de Israëlische wet iedere wederkerigheid voor Arabische eigenaars uit, maar het geval-Sheikh Jarrah zou de oude Palestijnse eigendomsaanspraken op hele wijken in Oost-Jeruzalem weleens nieuw leven kunnen inblazen en zelfs tot acties bij het Internationaal Strafhof (ICC) kunnen leiden.

    Toch zou deze tijdbom met een klein beetje politieke moed van de kant van Israël onklaar kunnen worden gemaakt.

    In 2010 hebben twee onderzoekers van het Jerusalem Institute for Policy Research, Yitzhak Reiter en Lior Lehrs, een eenvoudige oplossing voorgesteld: de grond onteigenen die op papier aan Nahalat Shimon toebehoort. Sinds 1967 heeft de Israëlische staat in Oost-Jeruzalem duizenden hectares grond van Palestijnse eigenaars onteigend om er een enorme strook Israëlische wijken te bouwen. Dus waarom zou diezelfde staat nu niet een kleine uitzondering kunnen maken door een onteigeningsprocedure van maar enkele hectares te starten, maar ditmaal ten bate van enkele honderden Palestijnen in Oost-Jeruzalem in ruil voor een schadeloosstelling voor vastgoedbedrijf Nahalat Shimon.

    Vernieuwende oplossing

    Ter onderbouwing van hun voorstel citeren Reiter en Lehrs een niet-bindende uitspraak die in 1999 is gedaan door Menachem Mazuz, destijds viceprocureur-generaal. Ten aanzien van een zaak die sterk leek op die in Sheikh Jarrah achtte Mazuz het ‘ondenkbaar dat de Israëlische regering haar onteigeningen kan motiveren door verwijzing naar het nationaal belang (van Israël), maar niet overweegt hetzelfde te doen omwille van de vrede en diplomatie’.

    Volgens de twee Israëlische onderzoekers zou zo’n moedige en vernieuwende oplossing louter voordelen met zich meebrengen voor de Hebreeuwse staat. Om te beginnen zouden op korte termijn de huidige spanningen worden bedwongen en zou er snel een eind komen aan de gewelddadigheden. Ten tweede zou Israël minder moeite hebben om zijn positie inzake de kwestie Jeruzalem te verdedigen tegenover de internationale gemeenschap. Ten derde zou het dossier Jeruzalem op een constructievere manier worden behandeld door het ICC. En ten vierde zouden de Palestijnse argumenten om het dossier te heropenen van de Arabische goederen die na 1948 in West-Jeruzalem zijn achtergelaten worden verzwakt.

    Al Jazeera maakte een documentaire over een Palestijnse familie die haar huis in Jeruzalem werd uitgezet.

    Maar de regering klampt zich nog altijd vast aan de fictie van een eenvoudig juridisch probleem en een lokaal conflict, terwijl de Palestijnen steeds beter in staat zijn aan te tonen dat de handen van de Israëlische justitie zijn gebonden door een in wezen discriminerende wetgeving. Als om hun gelijk te geven brengt de Israëlische staat sinds enkele weken een enorme politiemacht op de been, die niet alleen de Palestijnse betogingen op een gewelddadige manier onderdrukt, maar ook aan de kant van de Israëlische kolonisten staat.

    Er bestaat een eenvoudige, evenwichtige en rechtvaardige oplossing voor het probleem Sheikh Jarrah. Maar die vergt een politieke moed waaraan het de Israëlische leiders tot nu toe ontbreekt. 

    Lees ook:

  • Het Jeruzalemsyndroom. De vloek van de verdeelde stad

    Het Jeruzalemsyndroom. De vloek van de verdeelde stad

    In geen enkele stad ter wereld draait het dagelijks leven zo om religie als in Jeruzalem. ‘De Stad van de Vrede’ – die ironisch genoeg nooit vrede heeft gekend – herbergt zelfs burgers met het zogenoemde Jeruzalemsyndroom, een theologisch trauma waar nog geen kalmeringsmiddel of therapie voor is gevonden.

    Keuze uit ons archief

    Al eeuwenlang is Jeruzalem een stad die betwist wordt door christenen, moslims en joden. Ook nu zwelt het conflict tussen Israël (joods) en Palestijnse groeperingen (islamitsch) weer aan na hard optreden van de Israëlische politie tegen Palestijnse betogers bij de Al-Aqsamoskee op de Tempelberg – belangrijke heiligdommen van beide religies –, waarop Hamas reageerde met een spervuur aan raketten. Wat is toch die speciale kracht van Jeruzalem die het hart en hoofd van vele gelovigen op hol brengt, zelfs in zo’n mate dat er een syndroom naar is vernoemd? Dimitrij Kapitelman – atheïst, maar van joodse origine – zocht het uit.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 138, april 2018.

    In de waarschijnlijk meest gloedvol beschreven stad aller tijden is het deze decemberavond rustig. Bedeesd bijna. In elk geval binnen de majestueuze muren van de Oude Stad. Niet dat er een sacrale stilte hangt, eerder een geconcentreerd zwijgen. Zodra de handelaren hun souvenirshops op slot doen, raken de dicht opeen gelegen, heuvelachtige steegjes tussen de hoge muren van Jeruzalem leeg. Uit de portofoons van de Israëlische soldaten die overal tussen de rijen huizen in groepjes op wacht staan, knetteren korte mededelingen. Het is 18 december 2017.

    Twaalf dagen eerder heeft de Amerikaanse politieke komediant Donald Trump aangekondigd dat hij het gedeelde Jeruzalem als hoofdstad van Israël erkent. In het Joodse West-Jeruzalem is de zevende kaars van de chanoekia [de negenarmige kandelaar die met Chanoeka wordt gebruikt] ontbrand, in het oosten de woede van de Palestijnen over dit goddeloze paternalisme. De zogeheten Arabische wereld heeft Dagen van Woede afgekondigd. Jeruzalem heeft koorts. En als Jeruzalem koorts heeft, loopt de temperatuur van de hele mensheid op. Van Bali tot Berlijn klinken brandende redevoeringen, worden dure eden gezworen en wapperen de vlaggen. En dooft het levenslicht.

    Is dit de stad die de mensheid al eeuwenlang gek maakt?

    Ondertussen stinkt de Via Dolorosa, de lijdensweg waar Jezus ooit zijn kruis overheen sleepte, naar de pis van de krolse katers die je overal in de steegjes van de Oude Stad hoort krijsen. Tegenover het geboortehuis van de Maagd Maria staan twee lege diepvrieskisten met reclame van Ola. Iets verderop verwisselen Arabischsprekende bouwvakkers putdeksels.

    Is dit de stad die de mensheid al eeuwenlang gek maakt? Waar Jezus zijn Laatste Avondmaal tot zich nam voor hij tijdelijk overleed om vervolgens in de Kerk van het Heilig Graf te worden opgebaard? Waar de profeet Mohammed opsteeg naar het hemelrijk met achterlating van de Rotskoepel? Waar de tempel van de joden heeft gestaan en waar ze aan de laatst overgebleven muur daarvan, de Klaagmuur, nog altijd bidden? En waar ze zelf in 2004 een heel grote en veel beklaagde muur hebben gebouwd om zich hermetisch af te sluiten?

    Lees ook:

    Heiligdomhoppen

    Door een beetje heiligdomhoppen kun je de symbolen van de drie wereldgodsdiensten in een kwartier aflopen. En door slechts één keer in deze stad te verblijven kun je je verstand kwijtraken. Of God vinden. Of je verstand kwijtraken én God vinden. Of God en dus pas eigenlijk je verstand vinden. Of toekijken hoe God zijn verstand verliest. De wisselwerking tussen deze vondstverlies-verliesvondsten is in Jeruzalem omstreden. Maar dat ze bestaan, valt niet te bestrijden.

    Er is een officieel erkende psychose die alleen in deze stad optreedt: het Jeruzalemsyndroom. Overweldigd door de alomtegenwoordigheid van het hemelse gaan sommige toeristen − het maakt niet uit van welke religie − denken dat ze een heilige zijn. Een engel, een apostel, soms zelfs de op dat moment wedergeboren messias. Eerst stoppen ze met slapen, dan met lichaamsverzorging en ten slotte met hun gehele burgerbestaan tot dan toe. Gehuld in beddenlakens zwerven ze door de stad en verkondigen psalmen, hun eigen wedergeboorte, soms het naderende einde.

    Uit de vakliteratuur komt niet naar voren of de alomtegenwoordigheid van de hemel in deze stad echt de ziekteverwekker is, of juist het blijkbaar teleurstellende ontbreken daarvan: de onbeheerde Ola-diepvrieskisten, het onderhoudswerk aan putdeksels. Hoe dan ook, meestal laten de zelfverklaarde verlossers zich met klinische zorg en kalmeringsmiddelen van gemiddelde sterkte weer tot individuen terugverplegen.

    De ‘Stad van de Vrede’ heeft de facto nooit vrede gekend

    Toch lijkt het nog krankzinniger dat uitgerekend de voor miljoenen gelovigen wereldwijd heiligste plaats op aarde, Yerushalayim − etymologisch: ‘Fundament van God’ of ook ‘Stad van de Vrede’ − de facto nooit vrede heeft gekend. Dit feit is bij wijze van spreken een nog kolossaler Jeruzalemsyndroom, een theologisch trauma waar nog geen kalmeringsmiddel of therapie voor is gevonden.

    Het gaat dus om gezond mensenverstand en het begrijpen van God in Jeruzalem. Om vermijdbare misvattingen en openbaringen, krampen en verlossingen, wonderen en niet-wonderen die hier elke dag opnieuw worden vastgesteld, alsof ze even natuurlijk zijn geschapen als de mens zelf.

    Op een bepaalde manier wordt de grootste psychiatrische kliniek van Jeruzalem, Kfar Shaul, omringd door geestelijke blijmoedigheid. Ertegenover staan twee synagogen en twee joods-orthodoxe godsdienstscholen, waar ook iedere dag en even onverstoorbaar wereldbeschouwingen worden ingestudeerd. Maar als je de leerlingen van de jesjiva naar de kliniek vraagt die een paar meter verderop staat, maken ze een wegwerpgebaar, alsof het een onwelkome indringer van wereldse verdwazing is.

    Achter de goed bewaakte ingang ligt geen knots van een kliniek maar een voormalig dorp, met verspreide huisjes en binnenweggetjes. Het Israëlische leger heeft de voorheen Arabische nederzetting in 1948 bezet. Nou ja, eigenlijk ligt er voor de ingang nog, naast een palm, een man met zijn gezicht in de modder van het grasveld. Naar zijn vuile kleding te oordelen ligt hij er al een hele tijd. Vlak daarnaast zit een groepje sombere patiënten op een houten bank naar droevige muziek te luisteren, het klinkt als een vooroorlogse crooner, maar dan op zijn Hebreeuws.

    ‘Het leven in de kliniek heeft me laten zien dat joden mensen zijn als alle anderen’

    Een paar meter verder klinkt uit de kliniek martiaal geschreeuw: de kleine fitnessruimte. Een kamer verder, in het zogeheten resocialiseringscentrum, zit een man met een volle baard en roodomrande ogen in zijn eentje achter de computer en bekijkt aanbiedingen voor cruises in de Cariben. Dr. Gregory Katz is de hoofdarts van Kfar Shaul. Als overtuigd zionist emigreerde hij in 1989 vanuit Moskou naar Jeruzalem, vertelt hij. Hij is mager, begin vijftig en praat vermoeid maar geconcentreerd. Hij was er ook van overtuigd dat het Joodse volk op de berg Sion, de oorsprong van hun geloof, thuishoort. Maar van die overtuiging is nog maar weinig over en godsdienstig is hij überhaupt nooit geweest. ‘Destijds in Rusland leken joden me bijzonder, op een of andere manier verlichter, voor iets voorbestemd. Maar het leven hier heeft me laten zien dat joden mensen zijn als alle anderen. En dat een idee altijd alleen een idee blijft.’

    Katz heeft het Jeruzalemsyndroom niet direct ontdekt (de eerste teksten waarin van een dergelijk syndroom sprake is dateren al uit de zestiende eeuw) maar wel in toonaangevende medische tijdschriften beschreven. En hij heeft meer patiënten met het Jeruzalemsyndroom behandeld dan enig ander. Hoewel ook dat aantal overzichtelijk blijft: vroeger waren het ongeveer vijf tot zes gevallen per jaar. De zuivere vorm, waarbij een tot dan toe psychisch onopvallende persoon in Jeruzalem manisch wordt, komt toch al extreem weinig voor. In de regel is het type B: mensen met een bestaand ziektebeeld dat in Jeruzalem heviger wordt.

    ‘Alles bij elkaar is het een ziektebeeld dat verdwijnt. Pelgrims kunnen de Oude Stad op Google Street View tot in detail bekijken. Daarom blijft de shock na aankomst uit. Bovendien reizen mensen meer, zijn ze beter opgeleid er geloven ze niet meer zo direct in religie en wonderen’, vertelt Katz

    De laatste keer dat hij een patiënt behandelde, was een halfjaar geleden. Een wat oudere Engelse toeriste, protestants, die dacht dat ze een heilige was en die een eind wilde maken aan het conflict in het Midden-Oosten. ‘Een ernstig geval, omdat ze leed aan eeen bipolaire stoornis en er rotsvast van overtuigd was dat ze een directe verbinding met God had.’

    ‘Maar hoe kun je iemand op een geloofwaardige manier, met argumenten uitleggen dat hij geen rechtstreekse verbinding met God heeft?’

    ‘Dat is ook onmogelijk. Als ze een aanval krijgen, geven we ze medicijnen.’

    ‘Wat geeft u de zekerheid dat medicijnen een goede uitleg kunnen vervangen?’

    ‘Je kunt dit probleem niet filosofisch oplossen. In individuele gevallen zijn medicijnen veel praktischer. Zeker, een religieus iemand gelooft dat God alles ziet en dat hij onder Zijn hoede staat. Na het bidden ervaart hij een zekere extase, een zekere band met God. Daar is bidden tenslotte ook voor. Maar als iemand stemmen hoort die van God komen en die hem concrete opdrachten geven, bijvoorbeeld om zich uit te kleden, dan zijn dat hallucinaties.’

    ‘Denkt u dat de meeste mensen in Jeruzalem een gezonde verhouding tot het geloof hebben?’

    ‘U kunt zich niet voorstellen hoe verschillend mensen zijn. We kunnen ze niet over één kam scheren. Iemand die in een ultra-orthodox gezin is opgegroeid kijkt op een bepaalde manier naar de wereld. Goed of niet goed: het is een andere wereld. Ja, de joodse godsdienst kent heel veel concrete voorschriften. Dat kan de basis vormen voor een manie. Maar uit onderzoek blijkt dat godsdienstige mensen minder vaak aan psychische ziektes lijden. Dat ze minder vaak zelfmoord plegen, meer motivatie hebben, na lichamelijke kwalen sneller weer gezond zijn.’

    ‘Anderzijds heeft religie er aantoonbaar toe bijgedragen dat de Stad van de Vrede altijd omstreden is gebleven, en nu gedeeld is. Het heeft geleid tot zelfmoordaanslagen en een schijnbaar onoplosbaar conflict.’

    ‘Ja, maar dat is het principiële probleem van ideeën. Groepsideeën als religie of nationalisme leiden altijd tot felle discussies. Wie aan een bepaalde god gelooft en daarnaar leeft, zal altijd in conflict komen met andersdenkenden. Natuurlijk, je kunt cynisch worden en nergens in geloven. Dan wordt het makkelijker en heb je geen last van tegenspraak. Maar kan een mens überhaupt zonder ideeën leven? Ik betwijfel het.’ Na een korte denkpauze voegt Katz eraan toe: ‘Zo ambivalent is de mens nu eenmaal.’

    ‘En uw eigen idee? U bent een niet-gelovige Jood, en een cynicus lijkt u me ook niet.’

    ‘Ik teer op de resten van mijn humanisme.’

    ‘U bevindt zich hier in de meest vrije wijk ter wereld. Als u na een moord ergens wilt onderduiken, kom dan naar Kafr Aqab’

    Omdat humanisme goed is, maar metaalscanners beter, staat er altijd een tiental securitymannen bij de ingang van het hoofdbusstation van Jeruzalem. Een paar dagen eerder stak een jonge Palestijn een van deze mannen een mes in de borst. Misschien het begin van de gevreesde Derde Intifada. Of alleen maar een van de gebruikelijke, als alledaagse angst geïnternaliseerde basisgruwelen in deze verscheurde stad.

    En toch komt ook het gelukkige, domweg onbezorgde Jeruzalem steeds opnieuw te voorschijn. De vader met lange lokken voor zijn oren die zich bij het verkeerslicht omdraait naar zijn kinderen op het achterzitje om een liedje te zingen of met ze te praten. De monnik die op een biscuitje staat te kauwen. De rabbi die, moge het Gode welgevallig zijn, naar een van de vele over de hele stad verspreide lottokantoortjes loopt om een kraslot te kopen. De kleine Ali die in een van de uitgestorven maar zeer steile straatjes in de Oude Stad op zijn brandweerwagen naar beneden suist, aangevuurd door zijn twee zusjes die in koor scanderen: ‘Ali, Ali!’

    Hemelsbreed vijftig meter van de onverschrokken Ali de brandweerman staat de Verlosserskerk, omringd door louter handelaren die van hun religieuze relikwieën af willen: kruisjes, iconen, beschilderde houten eieren, sieraden. Allemaal schelden ze op Trump, die uitgerekend in de kersttijd de toeristen heeft afgeschrikt.

    Kafr Aqab

    En dan is er nog de onbeschrijfelijke wijk die niemand wil hebben. Toen in het stadhuis van Jeruzalem voor de laatste keer over Kafr Aqab werd gesproken, was dat om te bezien of de wijk niet afgescheiden moest worden en overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit, die daar ook al niet buitengewoon happig op was. Tot 2004 was Kafr Aqab een onopvallende burgerlijke nederzetting met twaalfduizend voornamelijk islamitische inwoners. Officieel hoorde ze bij Jeruzalem, waaraan ook belasting werd betaald. Toen bouwde Israël de grensmuur en lag Kafr Aqab opeens op de Westelijke Jordaanoever. Dit leidde ertoe dat het stadsbestuur zich nauwelijks meer om de verwilderde wijk bekommerde, waarna die er een bouwboom inzette die het inwonertal deed vervijfvoudigen.

    Door de hoofdstraat van deze onbeschrijflijke wijk, Ramallah Road, persen zich vergeefs toeterende en God noch gebod erkennende auto’s. Hoog in de lucht stapelen bouwkranen nog meer flats op elkaar. Het kleurrijkst in deze troosteloze berg beton zijn de talloze kinderen en de enorme hoeveelheid vuilnis langs de straten. ‘U bevindt zich hier in de meest vrije wijk ter wereld. Als u na een moord ergens wilt onderduiken, kom dan naar Kafr Aqab. Niemand die vraagt wie u bent of waar u vandaan komt. Hier bestaan geen verkeersregels, geen politie, geen justitie,’ zegt de 69-jarige Munir Zagheir. Het buurtcomité heeft hem gekozen als hun vertegenwoordiger. Als de pseudoburgemeester van Jeruzalems onbeschrijflijke wijk in woede ontsteekt − over huizen die op instorten staan, de marginale drinkwatervoorziening, de leeggeroofde scholen of de drugsdealers − vormen zich in zijn mondhoeken speekselresten zo groot als een kwartje. Die hij even vastberaden wegslikt als zijn voortdurende hoest.

    Een van Zagheirs grootste professionele successen is dat hij voor een Israëlische administratieve rechtbank een bodemsanering van Kafr Aqab heeft bevochten. ‘Ik heb de rechtbank duidelijk gemaakt dat ik wel honden en katten bij de vuilnishopen kan weghouden, maar vogels niet, die vervolgens met hun bacillen over de apartheidsmuur naar West-Jeruzalem vliegen.’

    ‘Het conflict is dat rechts de godsdienst misbruikt’

    In de ontvangstruimte van zijn huis hangen aan de muur portretten van zijn oudste zoon en van sjeik Ahmad Yassin, een van de oprichters van Hamas. Zagheirs positie is even duidelijk, maar helemaal onverzoenlijk is hij niet. De grenzen van 1967, Oost-Jeruzalem als hoofdstad van de soevereine staat Palestina, en dan vrede. Soms vertelt hij met zijn stralend groene ogen dat alleen wie bloemen zaait, bloemen kan oogsten. Dan weer spreekt hij met kleurloze ogen over soldaten, tegen de bezetting en gasmaskers. Toen het Israëlische parlement een paar weken geleden beraadslaagde over de afscheiding van zijn wijk, werd Zagheir uitgenodigd. ‘Ik heb gezegd: nooit van mijn leven. Want ze willen het leven in Kafr Aqab helemaal niet verbeteren. Het is alleen een demografische truc om het kiezersbestand te verschuiven ten guste van de orthodoxe joden in Jeruzalem.’

    ‘Is de ellende in Kafr Aqab het resultaat van religieuze conflicten?’

    ‘Nee, het conflict is dat rechts de godsdienst misbruikt. Wij moslims weten heel goed dat Jeruzalem voor alle drie de godsdiensten even belangrijk is. Waarom zouden wij dan de stad alleen voor onszelf willen? Ons aller leraar Jezus Christus predikte de wereld al: behandel anderen steeds zoals je zou willen dat ze jou behandelden.’

    Schooluniforms

    Zagheir laat foto’s van de wijk zien: zonder vergunning neergezette gebouwen die de stad Jeruzalem inmiddels zelf moet huren voor privéscholen en klinieken. Vijf van deze wolkenkrabbers moeten worden afgebroken. Wanneer Zagheir de verslaggever door zijn wijk leidt, wordt hij onderweg door waanzinnig veel mensen gegroet. Hij kent ze allemaal, de schoolkinderen, shoarmaverkopers, sigarettenhandelaren en invaliden. ‘Salam Abu’, ‘Salam aleikum’, klinkt het uit de openstaande ramen. Een geliefd man in een liefdeloos oord. Wie wil, kan in Zagheir een profeet zien.

    Aan de met sloop bedreigde huizen wordt intussen stug doorgebouwd. Blok na blok. Of ze blijven, weten noch de bouwvakkers, noch de meubelverkopers op de hoek die de eveneens speculerende inwoners ijverig van lederen sofa’s voorzien. Op een paar balkons hangt al was te drogen, op de zevende verdieping hangen twee vogelkooitjes.

    ‘Als u me wilt verontschuldigen, ik moet nog iets zakelijks doen,’ zegt Zagheir na een kleine rondgang.

    ‘Mag ik vragen wat?’

    ‘Ik moet naar een naaiatelier.’

    ‘Een naaiatelier?’

    ‘Ja. Ontwerpen voor schooluniformen bekijken. Ik ben eigenlijk ontwerper.’

    De aanhanger van Hamas en vertegenwoordiger van de rechten van 58.000 mensen is twintig minuten later een schooluniforminspecteur geworden. Nauwkeurig bestudeert hij in het nabijgelegen Aram de op de Amerikaanse honkbalstijl gebaseerde jacks. Vierhonderd stuks voor de laatste klas van de Rhashadiaschool. Omringd door de al even geconcentreerde jacks evaluerende mannen van het atelier. De vrouwen blijven in de achterruimte achter hun naaimachines zitten, in een sober, geheel door videocamera’s bewaakt atelier. Uiteindelijk geeft Zagheir opdracht de rode kragen beter vast te zetten.

    Op de terugweg gaat de pseudoburgemeester binnendoor, door het vluchtelingenkamp Kalandia. Een kamp dat al meer dan dertig jaar bestaat en intussen qua infrastructuur wel een stad lijkt. Voor veel Palestijnen is het daarom het symbool geworden voor de nakba, de Verdrijving.

    Weer wordt Zagheir allerhartelijkst begroet.

    ‘Ze willen graag dat ik ook hier de boss word,’ geeft hij als reden voor zijn populariteit.

    ‘En wordt u dat?’

    Zagheir zwijgt even. Hoest. Onderdrukt zijn hoest weer.

    ‘Misschien. Maar het stelt hoge eisen aan je als je geliefd bent bij de mensen.

    ‘O ja, hoe dan?’

    ‘Je moet oprecht zijn. Van de mensen houden als van jezelf. Eerlijk en waarachtig blijven. Maar als je dat ter harte neemt, heb je ook succes.’

    ‘En beschikt u over al die deugden?’

    ‘Die heeft mijn godsdienst me geleerd.’

    Zagheir komt bij een kruispunt zo smal als een potlooddoosje. Drie vrachtwagens uit drie richtingen, zijn eigen gammele Toyota uit de vierde. Geen verkeersborden, geen regels. Met gebaren maken ze elkaar duidelijk wat ze willen en ze manoeuvreren langs elkaar terwijl het middaggebed van de muezzin over het onbeschrijflijke gebied schalt.

    Twee uur later zal er op Ramallah Road van begrip geen sprake zijn. Eerst is er extase, wanneer vijfduizend mensen met Palestijnse vlaggen naar de gehate grensovergang marcheren. Voor de Dag van Woede, met borden waarop staat dat Jeruzalem voor eeuwig bij Palestina hoort. Om dat mee te maken komen de burgers van Kafr Aqab trots uit hun tapijtenwinkels en garages, en staan ze op hun ongeautoriseerde en instortingsgevaarlijke balkons. Ze filmen met hun mobieltjes en zingen luidkeels. Al snel staan er barricades in brand en gooien schreeuwende jongeren uit Kafr Aqab stenen naar de soldaten. Totdat ze Israëlisch traangas inademen uit de lucht die even eerder vol was van enthousiasme.

    De nieuwe messias

    Omri Szmulewicz zit achter zijn MacBook in café HaMiffal in West-Jeruzalem, dat niets heeft meegekregen van de Dag van Woede die zich een paar kilometer daarvandaan afspeelt. HaMiffal was tot voor kort een leegstaand gebouw, nu is het superhip als verblijf voor kunstenaars uit de hele wereld. Op dit moment presenteert een Ierse kunstenares er werk dat ze, gezichten van haar onbekende mensen aftastend, met haar ogen dicht heeft getekend. Szmulewicz organiseert in HaMiffal alles wat met muziek te maken heeft. Hij zorgt voor het geluid en bespeelt zelf een groot aantal instrumenten. Daarnaast organiseert hij de fundraising voor een biomedische start-up. Maar zijn eigenlijke roeping, de reden waarom Szmulewicz überhaupt naar Jeruzalem is gekomen, heeft niets met biomedisch werk te maken. Eerder met psychologie. Hij wil de nieuwe messias worden. ‘Ik zou liegen als ik zeg dat ik sinds mijn openbaring niet het gevoel heb dat ik de Ene ben,’ zegt hij. ‘Een stem in mijn hoofd zegt steeds opnieuw: jij hebt de gave, jij moet de boodschap verkondigen.’

    Szmulewicz is een uit de kluiten gewassen, modern geklede man van begin dertig met lang zwart haar en de aanstekelijke open grijns van een echte schelm. Hij beschikt over een aanmerkelijke tegenwoordigheid van geest, een bombastische welbespraaktheid en zelfspot. Het tegendeel dus van een in beddenlakens wandelende manische Jeruzalemsyndroomzwamneus, zou je denken. Zijn openbaring, of ‘opwekking tot de psycho magic’ zoals hij het zelf noemt, heeft ook niet plaatsgevonden op een heilige plaats, maar in een psychotherapeutische praktijk waar hij therapie volgde.

    Eigenlijk komt hij uit een welgesteld voorstadje van Tel Aviv. Met weldenkende ouders, een huis met kasten vol filosofieboeken en een frequent bespeelde concertvleugel in een woonkamer met glazen pui. ‘Waar ik weinig liefde heb ervaren en ben opgevoed tot scepticus.’ Daarom ook heeft hij in therapie geprobeerd het klaarblijkelijk nutteloze, naar contact snakkende kind in zichzelf te vermoorden. ‘Het zit op de punt van een driehoek. En wat ik ook probeer, ik slaag er niet in het te bereiken. Ik weet dat ik zal sterven als ik val. Ik zit gevangen tussen twee werelden. Ik word gruwelijk depressief, ga zitten, probeer een sigaret te draaien en val omlaag. Maar op dat moment verschijnen er engelen boven me die me opvangen. Ik haal drie keer diep adem, de drie beste ademteugen in mijn leven. Ik realiseer me dat ik het kan. Begin weer op te stijgen, langzaam, beetje bij beetje. Nu om het kind in mezelf te omarmen. En ik begrijp: dit is het dilemma van de mensheid. De top en de afgrond, het gewicht en de gewichtloosheid, het tijdrovende scheppen en het ellendig snelle verwoesten.’

    ‘God is precies de idee die je van de onverdraaglijkheid van de wereld redt, die met open ogen doet dromen’

    Sindsdien begrijpt Szmulewicz het leven als een magische droom die iedereen door liefde kan vormgeven. Daarbij ziet hij heel goed dat veel om ons heen een voorliefde heeft voor het doden: ‘Rationeel beschouwd is de wereld onverdraaglijk. En dat altijd geweest. Maar God is precies de idee die je van deze onverdraaglijkheid redt, die met open ogen doet dromen.’

    Szmulewicz wil een avondwandeling maken in de Oude Stad. Op weg daarheen zien we op veel gebouwen affiches hangen met het opschrift ‘God bless Trump’. De achtste kaars van de chanoekia is aangestoken, en de Mamilla Mall die naar de Oude Stad loopt, met zijn luxe winkels, is vol kleurige rijen lampjes en dikke portemonnees. ‘So, so you think you can tell heaven from hell?’ covert een grijze, orthodoxe man Pink Floyd op zijn gitaar. Zonder haast slaat Szmulewicz een van de stille zijstraatjes in. Toevallig lopen we tegen het kerkje van de Arameeërs aan, de eerste leerlingen van Jezus. Voor de onverlichte toeschouwer toevallig, maar voor Szmulewicz een teken.

    ‘Toeval bestaat niet. Vandaag moest ik deze plaats zien. Eraan herinnerd worden dat ook de grote godsdiensten een paar duizend jaar geleden zijn gevestigd door mensen met openbaringen. En dat geen van hen in zijn tijd erg geliefd was. Abraham heeft zijn familie verlaten om de epische weg naar het beloofde Land op te gaan. Jezus was een jood vol pretenties die iedereen tegensprak. Daarom is hij vermoord. Zelfs Boeddha kwam uit een streng religieus milieu en verklaarde ooit: u kletst allemaal maar wat. Religies hebben behoefte aan iemand die van tijd tot tijd de decadent geworden orthodoxie overwint.’

    Smalle treden leiden naar een dak waar je de gouden Rotskoepel bijna kunt aanraken. Eigenlijk is het een aaneengesloten areaal van daken, en ze zeggen dat je over deze daken de Oude Stad helemaal kunt doorkruisen. Achter de al-Aqsamoskee strekt zich de Tempelberg uit, daarboven schitteren zachtgouden sterren. Op een moment als dit is er misschien wel geen plaats op de wereld die wereldser is dan Jeruzalem.

    ‘We hebben al genoeg egoïstische en valse profeten’

    Szmulewicz gaat zitten om te mediteren. Na ongeveer twintig minuten gaat hij verder: ‘Ik heb de laatste maanden zo veel tekens gekregen en gezien. Soms moet ik ergens aan denken, dan sla ik de kabbala op een willekeurige plaats open, en precies datgene waaraan ik dacht staat daar geschreven. Altijd als ik duistere gedachten krijg, klop ik driemaal op hout om ze te verdrijven. Zo doen wij joden dat. Toen ik het onlangs in de kelder van mijn ouders deed, vormde zich uit deze punten opeens een driedimensionale davidster om me heen.’

    Syndroomsteden

    Jeruzalem is niet de enige stad waaraan een bepaald syndroom is toegerekend.

    Heel ‘betoverend’ bijvoorbeeld is het Florencesyndroom. Dit al in het begin van de negentiende eeuw door de Franse schrijver Stendhal beschreven syndroom zou vooral kunstenaars overkomen die zich in Florence tegenover de alomtegenwoordige kunst opeens bewust worden van hun eigen onbeduidendheid. En als gevolg daarvan symptomen als ademhalingsproblemen en hartritmestoornissen ontwikkelen.

    Bekender is het zogenoemde Stockholmsyndroom, waarbij een gijzelaar tijdens een gijzeling sympathie voor zijn gijzelnemer ontwikkelt. Het omgekeerde bestaat ook: een gijzelnemer ontwikkelt positieve gevoelens voor zijn gijzelaar; in zo’n geval spreekt men van het Limasyndroom. Minder extravagant, maar niet minder ernstig is het New Yorksyndroom, dat paradoxaal genoeg niet het verlies van realiteitszin, maar juist het verkrijgen daarvan beschrijft. Achter een bedrukte stemming zitten existentiële angsten en depressies verborgen die zich voordoen bij jonge mensen die hopend op de American dream en een succesvol leven naar New York komen. Om dan te concluderen dat hun droom niet zo eenvoudig te realiseren is.

    ‘Bent u weleens bang dat u de controle verliest? Dat u uzelf van louter verlichting niet meer herkent?’

    ‘Ik ben al heel erg veranderd. En dat maakt me een beetje bang. Aan de andere kant is dat natuurlijk ook de zin van bekering. Natuurlijk is God in de mensen en natuurlijk bezoekt de messias ons af en toe.’

    ‘En nu bent u de messias?’

    ‘Misschien. Maar te geloven dat je “de Ene” bent, is tegelijk infantiel. Ik heb de gave, niet mijn ego. En zolang ik mijn ego niet heb overwonnen, ben ik terughoudend. We hebben al genoeg egoïstische en valse profeten.’

    Op donderdag, een dag voor de sabbat, zijn de nachten in de meest bezongen stad van de wereld het levendigst. De Ben-Yehudastraat staat vol gouden keeltjes, breakdancers, trommelaars en jongleurs en de uitpuilende cafés doen een wedstrijdje wiens installatie het hardst kan. Opgedoft, vrolijk van de wodka, opgewonden van de drugs: het kan er hier bijna carnavalesk uitzien. Ook al heeft de stad steeds minder seculiere inwoners.

    Zowel de orthodox-joodse als de moslimmoeders in Jeruzalem krijgen gemiddeld 6,5 kind, en die gaan op donderdagen echt niet feestvieren. Ze krijgen in de eerste plaats zo veel kinderen omdat hun God hun voorschrijft dat ze vruchtbaar moeten zijn. In de tweede plaats omdat met de grootte van hun groep ook hun macht bij de verkiezingen toeneemt. Daar komt nog bij dat veel orthodoxe joden van een wereldlijke broodwinning afzien om zich helemaal aan de studie van de Heilige Schrift te wijden. Mede daardoor is de beroemdste stad van de wereld ook de armste stad in het Heilig Land. Hoe dan ook, op donderdag feesten degenen die overdag werken en doorgaans voorbehoedmiddelen gebruiken.

    1. Christenen op weg naar Via Dolorosa en de Kerk van de wederopstanding; 2. Nonnen bereiden kerst voor; 3. Zwaaien met kip als Joodse voorbereiding op Jom Kippoer, grote verzoendag; 4. Ultra-orthodoxe Jood speelt viool voor Chanoeka. – © Oded Balility
    Christenen op weg naar Via Dolorosa en de Kerk van de wederopstanding. – © Oded Balility / HH

    Een stukje bij deze levensader vandaan, aan een achterafpleintje met regenboogvlaggetjes, ligt de Videobar, de enige bar − zo niet de enige plek − in Jeruzalem voor homo’s. Opzettelijk in de buurt van een politiebureau, voor het geval er weer met molotovcocktails wordt gegooid. Af en toe komen er nachtvlinders naar de deur van de Videobar, blijven even staan en gaan weer weg. Om later terug te komen, iets dichterbij, en opnieuw haastig om te keren. Een paar van deze donderdagavondklanten vatten pas bij hun derde aanloop voldoende moed om echt naar binnen te gaan.

    Tegen een van de muren staan Batman en Robin te vrijen, het achterste gedeelte heeft een kleine dansvloer. Britney Spears zingt over de ‘taste of a poison paradise’. Arabisch en Hebreeuws klinken zo uitgelaten door elkaar als in deze stad maar zelden voorkomt. Waarom ook niet? Het is moeilijk voor te stellen dat de door alle religies uitgestotenen elkaar in de Videobar in de lange haren van hun toupetjes vliegen over de toegang tot de al-Aqsamoskee.

    ‘Ik ben de queen van de orthodoxe viespeuken in Jeruzalem, hun sprankje hoop’

    Alona, vandaag meer vrouw dan man, met luipaardjas, rode lippenstift en hoge hakken, voorkomt dat homo’s die door hun familie zijn verstoten zelfmoord plegen. Dat zegt ze in elk geval, terwijl ze staat te roken op de veranda. ‘Ik ben de queen van de orthodoxe viespeuken in Jeruzalem, hun sprankje hoop. Geloof me, er zitten verdomd veel verkapte flikkers onder de orthodoxen.’

    ‘En hoe leer je die kennen?’

    ‘Dat hoeft niet. Zij kennen mij en komen naar me toe. Heel verlegen, overdag of bij het boodschappen doen op de Mahane Yehuda-markt.’

    ‘En dan?’

    ‘Dan geef ik ze waar ze zo hevig naar verlangen. Ik vind ze sexy in hun zwart-witte pakjes. Met hun maagdelijkheid.’

    ‘Het klinkt alsof je hier in Jeruzalem als queer een nogal vrij leven leidt, Alona.’

    ‘Ik kan met iedereen goed overweg, ook in Jeruzalem. Ik ben gewoon ik, ik heb geen andere keus.’

    ‘Zo,’ moppert Joat, Alona’s metgezellin − eveneens flink opgemaakt, meer vrouw dan man, en met een volumineuze paarse sjaal gedrapeerd om haar gouden jurk, die op zijn beurt strak om haar tamelijk dikke lichaam zit. ‘Als jij zo vrij bent, waarom ga je dan niet in deze outfit naar je werk? Of op zijn minst opgemaakt?’

    ‘Dat mag niet,’ antwoordt Alona, die als veiligheidsbeambte in een openbaar gebouw in Jeruzalem werkt.

    De dansvloer is inmiddels propvol en het aantal seksuele toespelingen per nummer benadert het Jeruzalemse religieuze vruchtbaarheidscijfer.

    Mea Shearim

    Of een van de dansers bij het aanbreken van de dag terug zal sluipen naar Mea Shearim, de oudste ultra-orthodoxe wijk van Jeruzalem? Heel ver liggen beide werelden niet uit elkaar, te voet misschien tien minuten. Maar wie over de drempel stapt, ziet een Joods leven dat nauwelijks door de moderne tijd is beroerd, tussen bouwvallige huisjes, met een oerwoud van stroomdraden en vreselijk vervuilde straten waar desondanks orde heerst. Een leven in liefdevolle, nauwe dorpsstraatjes, waar de buitenwereld niet binnenkomt. Waar kinderen, kinderen en nog eens kinderen hand in hand over straat lopen en sommige moeders zich geheel bedekken. Ze dragen een sluier over hun hoofd en ook van hun lichaam is niets te zien.

    Hier kent iedereen iedereen, een donderdags uitje zal hier niet lang verborgen blijven, ook al is het vlak voor sabbat heel erg druk. Iedereen moet zijn vrijdagse vis en zijn pretzels nog in huis halen. Ingewikkelde consumentenverlangens moet je hier niet hebben, Britney Spears’ ‘Toxic’ of een tv-toestel zijn in Mea Shearim niet te vinden. Om drie uur ’s middags klinken overal in de wijk de luidsprekers. Melancholieke Hebreeuwse muziek schalt door Mea Shearim en kondigt het begin van de sabbat aan. De wijk wordt dan afgesloten, om een dag lang nog ongestoorder met God, met zichzelf en met nietsdoen bezig te zijn. Hoe mooi moet die muziek niet klinken als die je je leven lang het wonderschone, strikt voorgeschreven dolce far niente heeft verkondigd? Hoe moeilijk moet het niet zijn om hier weg te gaan en deze muziek nooit meer te horen, om niet alleen op donderdagavond stiekem een vrije zondaar te zijn?

    ‘Deze stad rukt iedereen zijn masker af. Ze duldt geen veinzerij,’ bevestigt pater Nikodemus Schnabel, priester en hoofd van de Dormitio-abdij, een benedictijnenklooster op de berg Sion. Hij woont sinds zestien jaar in Jeruzalem, is in 1978 in Stuttgart geboren en volgens zijn gelofte tot het eind van zijn leven aan zijn orde in het Nabije Oosten gebonden. En hier wilde pater Nikodemus ook precies naartoe. Zijn abdij staat op de plaats waar Jezus zijn Laatste Avondmaal tot zich nam. Een plaats van diepe contemplatie, hoog verheven boven het alledaagse lawaai van de Heilige Stad. ‘Om vijf uur in de ochtend, tijdens het eerste gebed bij zonsopgang, is Jeruzalem juist door die diepe godsvrucht om verliefd op te worden. Dan heeft Jeruzalem geen syndroom en al helemaal geen behoefte aan therapie.’

    ‘Ik begrijp waarom Jeruzalem de perfecte stad is om atheïst te worden’

    Als er geen aanslagen met brandbommen op zijn klooster werden gepleegd. Of als er niet op de voorgevel werd gekalkt dat alle christenen dood moeten. Vlakbij liggen de nederzettingen van de radicaal-religieuze Heuveljoden. Vanwege hen moest er een permanente politiepost voor zijn deur worden neergezet. ‘Ik begrijp waarom Jeruzalem de perfecte stad is om atheïst te worden. Op gewone dagen word ik, als ik het klooster uitga, bespuugd, beledigd en geschopt. De radicale religieuzen roepen graag: “Oprotten naar Rome!” Hier is niets hetzelfde, iedereen is hier naakt. Ik ook.’

    Als je pater Nikodemus ziet, is hij een open, zachtaardige en levenslustige man met rode wangen. Je kunt je de pas 39-jarige pater makkelijk voorstellen als gangmaker in het café, terwijl hij met zijn diepe joviale lach handen schudt en moppen vertelt. Een indruk die meteen vervliegt als de pater op de empathische toon van een zielzorger spreekt.

    ‘En welk gezicht zag u in de spiegel toen Jeruzalem u ontmaskerde?’

    ‘Ik zag en ik zie mijn valkuilen. Soms wil ik degenen die me bespuwen gewoon op hun bek slaan. Maar als ik mijn zoektocht naar God serieus neem, met de gedachte dat de mens naar het evenbeeld van God is geschapen, dan is zoeken naar God ook zoeken naar de mens. Wie ben ik, als ik me van iemand afmaak? Als ik iemand in een la stop?’

    ‘Ze doen niemand kwaad, huppelen rond, brabbelen wat, dossen zich vaak merkwaardig uit. Maar als de kerken deze mensen buiten zetten, waar moeten ze dan heen?’

    Ook van degenen die in de spiegel plotseling een godheid ontwaren en bij dr. Katz terechtkomen, wil de pater zich niet afmaken. ‘Die hebben we hier altijd. Ze doen niemand kwaad, huppelen rond, brabbelen wat, dossen zich vaak merkwaardig uit. Maar als de kerken deze mensen buiten zetten, waar moeten ze dan heen?’ Het zou in elk geval een probleem worden als deze zwaarbelaste mensen troost vinden in de tuin van het klooster en daar helemaal niet meer weg willen. Over een paar uur zal pater Nikodemus de nachtmis lezen. Waarschijnlijk als enige katholiek op de wereld preekt hij voor een gehoor dat voor het grootste deel joods is.

    Bethlehem

    Ondertussen is in Bethlehem, de geboorteplaats van Christus, het feest al aan de gang. Eigenlijk maar negen kilometer, maar ook een omweg om een hele lange grensmuur heen verder. Op de markt waar de Geboortekerk en de Omarmoskee oog in oog staan, is een parade. Een bigband in militair ogende uniformen speelt ‘Jingle Bells’ met een Arabisch accent. Maar het Palestijnse Bethlehem lijkt op dit moment niet zo ontvankelijk voor kerstliedjes uit Trumpistan. Een affiche met een in het paars geklede Sinterklaas wenst ons Merry Christmas, een nog groter affiche dat eroverheen geplakt is herinnert ons eraan dat Jeruzalem voor eeuwig de hoofdstad van Palestina blijft.

    De bewoners van de stad volgen de parade met een merkwaardige mengeling van plichtsbewustzijn, kijklust en ergernis. Tussen de rijen door dringen minderjarige kauwgom- en parapluverkopers naar voren. Eromheen cirkelen geconcentreerde Palestijnse soldaten en een groot aantal internationale cameraploegen. En om iedereen heen jaagt een akelige wind die maling heeft aan het milde winterzonnetje. En hoe verder je van de theoretisch zo feestelijke markt af komt, in de richting van Jeruzalem, in de richting van de gemilitariseerde scheidingsmuur, des te voelbaarder het wordt dat Bethlehem weinig zin heeft om feest te vieren.

    De wind die over het feest joeg heeft tegen de avond dankzij de talloze regenbuien een zee van plassen in de Oude Stad veroorzaakt. Desondanks is de Dormitio-abdij voor de nachtmis van pater Nikodemus tot de laatste plaats bezet. Ook Omri Szmulewicz, die zich in staat acht de erfgenaam van de jarige te zijn, is gekomen. Hij luistert met gesloten ogen, een steentje dat zijn derde oog moet symboliseren tegen zijn voorhoofd gedrukt. Soms glimlacht hij enthousiast, dan weer kijkt hij een beetje mistroostig.

    ‘Als de messias verschijnt, kunnen we hem eindelijk vragen of hij hier voor het eerst is. Zo ja, dan hebt u gelijk, zo nee, dan wij’

    Pater Nikodemus weet het verrassend jonge joodse publiek snel voor zich te winnen. In een wit met gouden kazuifel schertst hij vanaf de preekstoel: ‘Ik ben hier niet om u te bekeren. Als de messias verschijnt, kunnen we hem eindelijk vragen of hij hier voor het eerst is. Zo ja, dan hebt u gelijk, zo nee, dan wij.’ De pater verklaart dat God niet alleen een over ons wakende en wraakzuchtige God is. ‘Maar vol liefde en hartstocht. Almachtig, zeker, maar een God van vrede, van licht en van vergeving.’

    Szmulewicz vergeeft de pater na afloop snel dat de mis ‘te mainstream’ was. En ook wil hij wel door de vingers zien dat het publiek zijn aandacht niet voldoende bij de dienst hield en dat ze ondertussen foto’s maakten met hun mobieltjes. ‘Maar misschien is het alleen mijn ego dat kritiek heeft. Waar moet de pater anders over preken dan over liefde en vergeving? Religie moet niet te ingewikkeld zijn.’

    Een paar kilometer verderop staan de straten van de onbeschrijflijke wijk Kfar Aqab een halve meter onder water. De Dagen van Woede gaan verder. Dr. Gregory Katz moet over een paar uur met zijn restje humanisme in een dokterstas naar zijn werk. In de meest aanbeden stad ter wereld is het vandaag geen feestdag.

    Life of Brian

    Nooit is het Jeruzalemsyndroom zo prachtig en komisch ad absurdum gevoerd als in de klassieker Monty Python’s Life of Brian: in deze satirische film uit 1979 wordt de jonge Brian tegen zijn zin tot messias uitgeroepen, terwijl hij alleen de mooie Judith voor zich wil winnen. Verder wil hij met rust gelaten worden. Aan het bittere slot van de film klinkt de song ‘Always Look on the Bright Side of Life’, terwijl Brian en een tiental andere veroordeelden aan kruisen bungelen. De song werd even beroemd als de film: de laatste werd door het British Film Institute ondanks veel controverse gekozen als een van de honderd beste Engelse films.

    De auteur

    Dmitrij Kapitelman (31) heeft Jeruzalem in zijn leven tot nu toe drie keer bezocht, en de stad als ‘waanzinnig vermoeiend’ ervaren. Maar ook als een bijzondere plaats. ‘Het is moeilijk in woorden uit te drukken,’ zegt hij, ‘maar je voelt daar veel directer dan elders hoe belangrijk religie voor mensen kan zijn.’ Kapitelman is zelf van joodse origine, maar noemt zichzelf een ‘Hebreeuws gevormde atheïst’.

  • Iran, niet Trump, hielp de nucleaire deal om zeep

    Iran, niet Trump, hielp de nucleaire deal om zeep

    Door te volharden in haar antiwesterse beleid liet de Islamitische Republiek de Amerikaanse president weinig keus, betoogt het conservatieve Britse dagblad The Daily Telegraph.

    Keuze uit het archief

    Een week geleden pleegde Israël een aanval op meerdere nucleaire faciliteiten in Iran en ontketende zo een nieuw conflict in het Midden-Oosten. Volgens Israël was Iran nu heel dicht bij de productie van een atoombom, wat een grote bedreiging zou zijn voor Israël en het hele Midden-Oosten. De geplande onderhandelingen over een nucleaire deal tussen de VS en Iran werden geannuleerd.
    Volgens dit artikel van The Daily Telegraph uit 2018 getuigt het van naïviteit om te denken dat Iran met onderhandelingen op andere gedachten kan worden gebracht. Het Iran van de ayatollahs heeft duidelijk genoeg laten zien waar het op uit is: islamitische heerschappij over het Midden-Oosten. Dat probeert het land te bereiken door militaire milities te steunen die het op Israël hebben gemunt.

    Ongetwijfeld de meest veelzeggende opmerking tijdens de crisis over de Iraanse nucleaire ambities kwam van de president van dat land, Hassan Rouhani. Hij beweerde dat Teheran constructieve betrekkingen wenste met de rest van de wereld. Was het maar waar.

    Toen de voormalige president van de VS, Barack Obama, drie jaar geleden zoveel persoonlijk politiek kapitaal investeerde in een nucleair akkoord, werd verondersteld dat Iran met de ondertekening hiervan inderdaad 
constructieve relaties voor ogen had.

    In plaats van te volharden in het agressieve, antiwesterse beleid dat het handelsmerk van de Islamitische Republiek is geweest sinds de revolutie van 1979, kon Teheran dankzij deze deal van koers veranderen, en zich positiever opstellen tegenover de buitenwereld. Obama geloofde daar beslist in, wat misschien verklaart waarom hij 
de Iraniërs zo’n mooie overeenkomst gunde, een die tientallen jaren van bedrog over de Iraanse nucleaire activiteiten wat al te gemakkelijk toedekte.

    Hij geloofde de Iraanse onderhandelaars onder leiding van minister van Buitenlandse Zaken Javad Zarif op hun woord toen die stelden dat het akkoord de basis kon leggen voor een nauwere betrokkenheid tussen beide landen, waardoor er een einde zou kunnen komen aan meer dan dertig jaar wederzijds vijandschap.

    Alleen al het idee van een Iraanse behoefte aan constructieve dialoog doet inmiddels lachwekkend aan

    Het tegendeel is gebeurd. De Iraniërs intensiveerden hun vijandschap jegens het Westen en zijn bondgenoten, en wel in zo hevige mate dat het idee alleen al van een Iraanse behoefte aan constructieve dialoog inmiddels lachwekkend aandoet.

    Als Rouhani werkelijk belang had gesteld in betere relaties, zou hij nooit hebben ingestemd met de vijandige bejegening door Iraanse oorlogsschepen van de 5de Vloot van de VS terwijl deze bezig was met normale patrouilletaken in de Golf. Hij zou zijn gestopt met het steunen van de Houthi-rebellen in Jemen, die medeschuldig zijn aan een humanitaire ramp omdat zij een democratisch gekozen regering omver wilden werpen.

    Bovendien zou Rouhani paal en perk hebben gesteld aan de massale wapenopbouw van de Revolutionaire Garde van Iran in Syrië en Libanon, waardoor er nu tienduizenden raketten staan die alle grote steden van Israël kunnen treffen.

    Iraans protest tegen de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem.  – © Getty
    Iraans protest tegen de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem. – © Getty

    Dit zijn geen acties van een land dat constructieve relaties met de buitenwereld beoogt. Ze tonen juist ondubbelzinnig aan dat Iran nog altijd een agressieve politiek nastreeft, een politiek die dienstig blijft aan het fundamentele streven van de ayatollahs om de onverzoenlijke beginselen van de Iraanse revolutie in de hele islamitische wereld te verspreiden.

    Het is deze agressieve houding van de Iraanse heersende elite die heeft geleid tot de recente diplomatieke confrontatie tussen Washington en Teheran, precies zoals Trump in zijn toespraak uiteenzette.

    Hoe kunnen Washington en de andere ondertekenaars van het Joint Comprehensive Plan of Action – zoals de overeenkomst officieel heet – enig vertrouwen hebben in de Iraniërs wanneer hun optreden doordesemd is van kwade bedoelingen? Een confrontatie tussen Washington en Iran zat er hoe dan ook aan te komen, of Trump de nucleaire overeenkomst nu wel of niet intact had gelaten.

    Met name de militaire opbouw van Iran in het zuiden van Libanon en Syrië heeft Teheran op ramkoers gebracht met Israël.

    Oorlogswolken

    Inlichtingenexperts schatten de kans op een rechtstreekse militaire confrontatie tussen de Joodse staat en de ayatollahs, deze zomer, op fiftyfifty.

    Naar verluidt wilde Obama vooral over het Iraanse nucleaire programma onderhandelen om de kans op oorlog tussen Iran en Israël te verkleinen. En toch tekenen de oorlogswolken zich drie jaar later onheilspellender af dan ooit: Israël maakt zich klaar om zijn grenzen te verdedigen, louter vanwege de provocerende acties die Iran heeft ondernomen sinds het nucleaire akkoord is gesloten.

    Gezien de hechte band tussen Trump en de Israëlische premier Netanyahu weet Israël zich bovendien verzekerd van de steun van Washington als het verwikkeld raakt in een directe militaire confrontatie met Iran. Ik betwijfel of Obama met dit scenario rekening had gehouden, maar zijn regering ontbeerde dan ook ieder inzicht in de hardnekkigheid van Teherans streven om zijn invloed tot ver voorbij de Iraanse landsgrenzen uit te breiden.

    De wens van Iran om een machtsbasis te vestigen in delen van de Arabische wereld werd onlangs weerspiegeld in de forse verkiezingswinst van Hezbollah, de door Iran gesteunde militie in 
Libanon. Teheran hoopte hetzelfde te bewerkstelligen in de Iraakse stembusstrijd, eerder deze maand. Het steunde Hadi al-Amiri, de sjiitische militieleider die jaren in ballingschap in Iran leefde. Het pakte anders uit: het blok van de geestelijke Moqtada al-Sadr, die zich verzet tegen zowel Amerikaanse als Iraanse inmenging, won de verkiezingen. Iran heeft voorafgaand aan de Iraakse verkiezingen echter publiekelijk laten weten in geen geval te zullen toestaan dat de alliantie van Al-Sadr gaat regeren.

    De bewering van Rouhani dat Iran een constructievere relatie met de buitenwereld wil, kan als hol worden afgedaan. Te oordelen naar het recente gedrag van Teheran in het Midden-Oosten is regionale overheersing de werkelijke intentie van de ayatollahs. Als dat echt zo is, dan heeft het geen enkele zin om hen met wat voor overeenkomst dan ook ter wille te zijn, of die nu over nucleaire zaken gaat of over iets anders.

  • Israëls reputatie ligt aan scherven

    Israëls reputatie ligt aan scherven

    Met de protserige opening van de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem en het geweld in Gaza, heeft het land nog meer goodwill verspeeld, aldus Haaretz.

    Het op 14 mei op alle televisieschermen ter wereld getoonde contrast tussen de Israëlische feestelijkheden in Jeruzalem en de Palestijnse slachtoffers in Gaza, was het begin van Dickens onvergankelijke roman A Tale of Two Cities waardig: ‘Het waren de beste en de slechtste tijden, […] een periode van hoop en wanhoop.’

    Of je nu het meeste geloof hecht aan de Palestijnse lezing van uitgehongerde massa’s die demonstreren voor hun waardigheid en door soldaten worden neergemaaid, of aan de Israëlische versie die rept van cynische en criminele exploitatie van levens door Hamas – het lijdt geen twijfel dat de tientallen dode en honderden gewonde Palestijnen aan de grens van Gaza een smet hebben geworpen op het protserige vertoon van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en de Amerikaanse president Donald Trump.

    Hoe hoger het aantal slachtoffers die dag – die de bloedigste was sinds 
Operatie ‘Protective Edge’ in 2014 –, des te groter werden de arrogantie, de onthechting en het totale gebrek aan mededogen van de hoogwaardigheidsbekleders op de plek van de nieuwe Amerikaanse ambassade in Jeruzalem. En des te cynischer en grotesker de bewering dat de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem de vrede dichterbij brengt.

    De Israëlische premier Netanyahu en zijn vrouw Sara met Ivanka Trump en Jared Kushner bij de opening van de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem. – © Israel Press Office / Handout
    De Israëlische premier Netanyahu en zijn vrouw Sara met Ivanka Trump en Jared Kushner bij de opening van de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem. – © Israel Press Office / Handout

    Netanyahu en zijn collega’s hebben voor eens en altijd aangetoond dat zij de internationale publieke opinie minachten. Israël kent slechts één vorst: Donald Trump. En dat is nogal een vorst. De deelname aan de ceremonie in Jeruzalem van antisemitische predikanten als John Hagee en Robert Jeffress onderstreepte de verandering die de betrekkingen tussen Israël en de VS hebben ondergaan: niet langer dragen die het karakter van een politieke alliantie, er is nu sprake van een messianistisch verbond. Hagee beschreef Adolf Hitler ooit als Gods eigen jager, Jeffress verwees onbekeerde Joden naar de hel. Wat Netanyahu hier allemaal mee opschiet? Het gaat om de combinatie van de gestoorde utopie van evangelische fundamentalisten met 
de gemeenschappelijke haat jegens de islam en de ongeremde steun aan het project van religieus-nationalistische kolonisten.

    Deze ommekeer in de Israëlisch-Amerikaanse betrekkingen is niet zonder gevolgen gebleven. Enerzijds was daar de afwezigheid van Amerikaanse Democratische Congresleden, terwijl Democraten en Republikeinen op het gebied van Israël tot voor kort een verenigd front vormden. Anderzijds dient opgemerkt dat leden van de Israëlische oppositie acte de présence gaven. Niet uit overtuiging, maar omwille van de publieke opinie. Uitzondering was Tamar Zandberg, voorzitter van de partij Meretz, die het uitstekende idee had om thuis te blijven. Hoewel oprecht links en oprecht pacifistisch, is zij niet principieel tegen de verhuizing van de ambassade, maar wenste zij part noch deel te hebben aan de nationalistisch-messianistische orgie die door de Amerikaanse ambassadeur David Friedman was georkestreerd.

    Kloof met de diaspora

    Voor de meeste Amerikaanse Joden, 
en dan vooral degenen die nog belang hechten aan het bestaan en het overleven van Israël, was deze ceremonie niets minder dan een klap in het gezicht. De aanwezigheid van de predikanten Hagee en Jeffress wekte al hun walging, en de politieke vuurwerkshow ter ere van Donald Trump heeft de kloof tussen Israël en de grootste gemeenschap in de Joodse diaspora alleen maar verder verdiept. De Amerikaanse progressieven, of ze nu wel of niet Joods zijn, hebben ondertussen niet meer bewijs nodig dat het zowel vanuit ethisch als strategisch oogpunt noodzakelijk is om afstand te nemen van het Israël van Netanyahu, want 
dat is een Israël dat steeds meer naar rechts opschuift, dat zich hysterisch gedraagt en toegeeft aan de persoonsverheerlijking van een Amerikaanse president die de vleesgeworden bedreiging is van vrijheid en rechtvaardigheid in alle democratieën.

    Daar zit Netanyahu voorlopig niet 
mee. Op de golven van een Israëlische publieke opinie die hem gunstig gezind is, rijgt de premier de successen aaneen: van Trumps beslissing om uit het nucleaire akkoord met Iran te stappen tot de Amerikaanse erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van de Joodse staat, tot de overwinning van zangeres Netta Barzilai op het Eurovisie Songfestival. Zijn bondgenootschap met Trump blijft hem voordeel opleveren. 
Is de laatste niet tot ‘Vorst van het Mededogen’ uitverkoren door de Sefardische opperrabbijn Yitzhak Yosef, die zwarten onlangs vergeleek met apen?

    De reputatie van Israel ligt aan scherven. En wel voor langere tijd. Wanneer een zeer modern, met alle toeters en bellen uitgerust leger een menigte aanvalt die slechts gewapend is met stenen en vliegers, dan is een pr-ramp onvermijdelijk. Geen enkel theaterstukje kan de doden en gewonden wegwissen.

    Als katalysator van de herdenking van de Nakba [de Palestijnse nederlaag in 1948], kon Hamas zich niets beters wensen dan de ambassadeceremonie en de onvermijdelijke woede-uitbarsting van de Palestijnen. Voor langere tijd zal de internationale publieke opinie niets anders zien dan een strijd tussen sterk en zwak, tussen bezetters en zij die worden bezet, tussen de onzindelijke hoop van een harteloze staat (Israël) en wanhoop.

    Ach, naar de hel met de rampzalige en voorspelbare gevolgen van die ambassadeverhuizing! De ultieme hoop op vrede is voor lange tijd gesmoord en het uitbreken van een Derde Intifada heeft nog nooit zo dichtbij geleken. Laten we gewoon doorgaan tot het 
te laat is! Wat telt is dat de Israëliërs schaamteloos hun fortuin tentoonspreiden, in de hoop dat de Palestijnen kopje-onder gaan in moedeloosheid en neerslachtigheid. Geduld zal ons leren of deze ‘historische dag’ van 14 mei vol ongeluk en bloed de voorbode was van een ‘lente van hoop’, of – wat meer voor de hand ligt – van een winter van wanhoop, een seizoen en een stemming die wij zo goed delen met andere volkeren in het Midden-Oosten.

    Auteur: Chemi Shalev
    Vertaler: Carl Stellweg