Tag: Jim O’Neill

  • ‘Een uitgebreide BRICS zal weinig voor elkaar boksen’

    ‘Een uitgebreide BRICS zal weinig voor elkaar boksen’

    Nu de BRICS-groep (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) nieuwe leden accepteert, is het de vraag wat de gevolgen hiervan zullen zijn. Econoom Jim O’Neill betuigt dat de invloed van BRICS zal afhangen van de effectiviteit, niet van de samenstelling of omvang.

    Toen ik in 2001 de afkorting BRIC bedacht, wilde ik daarmee alleen duidelijk maken dat de internationale politiek meer rekening moest gaan houden met de grootste economieën in opkomst. Brazilië, Rusland, India en China stonden niet alleen bovenaan dat lijstje, maar vertegenwoordigden samen bovendien bijna de helft van de wereldbevolking. Het was niet meer dan logisch dat ze een navenante stem zouden krijgen in de internationale politiek.

    In de afgelopen twintig jaar is mijn oorspronkelijke artikel door sommigen onterecht opgevat als een investeringsadvies, en door anderen als een steunbetuiging aan het politieke blok van de BRICS (sinds 2010 uitgebreid met de S van Zuid-Afrika). Maar dat is nooit mijn bedoeling geweest. Integendeel, al vanaf het moment dat de ministers van Buitenlandse Zaken van Brazilië en Rusland in 2009 met het idee kwamen de BRIC als groep te formaliseren, had ik mijn bedenkingen bij het doel van die organisatie, die mij niet meer lijkt dan een symbolische geste.

    Nu de toetreding is aangekondigd van zes nieuwe BRICS-landen (Argentinië, Egypte, Ethiopië, Iran, Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten) heb ik diezelfde twijfels. Deze uitbreiding lijkt immers niet echt op objectieve, laat staan economische gronden te berusten. Waarom werd Indonesië bijvoorbeeld niet gevraagd? Waarom Argentinië wel en Mexico niet, waarom Ethiopië wel en Nigeria niet?

    Missie

    De symbolische macht van de BRICS zal duidelijk groeien. De groep appelleert aan de in het mondiale zuiden breed gedeelde gedachte dat internationale bestuursinstellingen te westers zijn. BRICS weet zich af en toe op te werpen als de stem van landen in opkomst en in ontwikkeling – een categorie waar de VS en andere geavanceerde economieën natuurlijk niet in vallen. Die missie is in zoverre geslaagd te noemen dat iedereen nu weer beseft dat de organisatie van internationale instellingen geen goede afspiegeling biedt van de mondiale economische verschuivingen in de afgelopen dertig jaar.

    Uitgedrukt in koopkrachtpariteit zijn BRICS-landen inderdaad iets groter dan de G7. Maar omdat de wisselkoersen van hun valuta veel lager liggen, blijven ze gemeten in dollars als geheel toch beduidend kleiner dan de meer geavanceerde economieën. 

    Het klopt ook dat China stevig bovenaan staat als de op een na grootste economie ter wereld. China’s nominale bbp is ruim drie keer zo groot als dat van Japan of Duitsland, en bedraagt al bijna driekwart dat van de VS. Ondertussen maakt India een snelle groei door en wil dat land in 2030 de op twee na grootste economie zijn. Maar geen van de andere Brics-landen presteert bij lange na zo goed als deze twee. Het aandeel van Brazilië en Rusland in het mondiale bbp is nog ongeveer net zo groot als in 2001 en Zuid-Afrika heeft niet eens de grootste economie van Afrika (waar het voorbijgestreefd is door Nigeria).

    Voor sommige G7-landen geldt natuurlijk hetzelfde. Italië en Japan vertonen al jaren bijna geen groei meer en ook het Verenigd Koninkrijk heeft het moeilijk. Zoals China de BRICS domineert omdat het tweemaal zo groot is als de andere leden samen, zo zijn de VS nu ook groter dan de hele rest van de G7 bij elkaar. Amerika en China domineren hun respectievelijke clubs nog meer dan in het verleden. Daarom lijkt het erop dat de G7 noch de BRICS (met of zonder uitbreiding) een oplossing kan zijn voor de uitdagingen waar de wereld voor staat. Geen van beiden kunnen veel bereiken zonder directe en gelijkwaardige medewerking van de ander.

    Nieuw leven

    Wat de wereld echt nodig heeft, is dat de G20 nieuw leven wordt ingeblazen. Al deze hoofdrolspelers zijn daar al lid van, plus nog een paar andere, en het is nog steeds het beste forum voor de aanpak van mondiale kwesties zoals economische groei, internationale handel, klimaatverandering, de preventie van pandemieën enzovoort. Het zal niet makkelijk zijn, maar het is nog steeds mogelijk om de eensgezindheid van de jaren 2008-2010 te doen herleven, toen de G20 de internationale reactie op de wereldwijde financiële crisis coördineerde. Op enig moment zullen de VS en China hun meningsverschillen moeten bijleggen en de G20 weer een kans geven haar centrale rol te spelen.

    Daarnaast zou de BRICS in de marge effectiever kunnen zijn als haar belangrijkste leden er serieus werk van zouden maken om gezamenlijke doelen na te streven. Maar China en India zijn het zelden ergens over eens, en gezien hun huidige verstandhouding zal geen van beiden staan te juichen als het andere land meer invloed krijgt in belangrijke internationale instellingen (tenzij de eigen invloed evenredig groeit). Toch zouden ze hun grensgeschillen kunnen oplossen en nauwer gaan samenwerken. Dat zou niet alleen goed zijn voor beide landen, maar voor de wereldhandel, de wereldwijde economische groei en de slagkracht van de BRICS. China en India zouden op heel veel vlakken kunnen samenwerken en daarin navolging krijgen van andere BRICS-landen en tal van andere landen in het mondiale Zuiden.

    Een grote belemmering daarvoor is de dominantie van de Amerikaanse dollar. Het is niet bepaald gezond dat de wereld zo afhankelijk is van de dollar en daarmee ook van het monetaire beleid van de Amerikaanse centrale bank. De invoering van de euro had de dollar minder dominant kunnen maken, als de lidstaten van de eurozone hun financiële instrumenten van voldoende slagkracht en liquiditeit hadden voorzien om de euro aantrekkelijk te maken voor de rest van de wereld. Datzelfde geldt voor BRICS: als die landen, en dan met name China en India, grote financiële hervormingen zouden doorvoeren met dat oogmerk, zouden hun valuta ongetwijfeld breder gebruikt worden. Maar als het blijft bij klagen over de dollar en vrijblijvend getheoretiseer over een gezamenlijke BRICS-munt, zullen ze weinig voor elkaar boksen.

    Jim O’neill werkte van 1997 tot 2013 voor Goldman Sachs en heeft in 2001 de BRICS-term bedacht.