In zijn nieuwe pro-Europese rol investeert Mark Rutte ook in Emmanuel Macron. Voor diens bezoek aan Den Haag, eind maart, lichtte Rutte tegenover de Franse krant Le Monde het Nederlandse EU-standpunt toe.
U hebt samen met zeven andere noordelijke EU-landen een brief ondertekend tegen de hervorming van de muntunie. Betekent dat een definitief ‘nee’ tegen de voorstellen van Emmanuel Macron voor een eigen EU-begroting en een Europese minister van Financiën?
Rutte: ‘Het is niet mijn bedoeling op de voorstellen van president Macron te reageren maar om met eigen voorstellen te komen, naar oplossingen te zoeken en, misschien, verschillen te constateren. Ik ben het met president Macron eens dat we zowel op staatsniveau als op Europees niveau moeten opereren. Dat betekent dat we de criteria van Maastricht moeten respecteren, dat we moeten hervormen, de tekorten moeten wegwerken en naar een begrotingsoverschot moeten streven.’
Die strenge boodschap is vooral aan het adres van Frankrijk gericht, nietwaar?
‘Ik geloof dat Frankrijk al goed bezig is. Ik ga me niet uitspreken over de politieke keuzes die worden gemaakt, maar ik ben onder de indruk van de daadkracht van de Franse president, vooral waar het zijn hervorming van de arbeidsmarkt betreft.’
Wat moet er op Europees niveau gebeuren?
‘Zoals de Franse president zegt, moeten we de muntunie versterken. Met prioriteit voor een Europees stabiliteitsmechanisme en de oprichting van een Europees monetair fonds dat in laatste instantie de problemen kan oplossen van landen die in moeilijkheden verkeren. Ook moet de bankenunie verder worden versterkt om bancaire risico’s te verminderen en moet een stap worden gezet in de richting van een Europees depositogarantiestelsel. Ten slotte moet de privésector kunnen worden aangesproken als een bank in de problemen komt, zodat de belastingbetaler niet voor alles opdraait. Als dat allemaal gebeurd is, kunnen we tegen die belastingbetaler zeggen dat de belofte is nagekomen om gezamenlijk een hoog welvaartsniveau te garanderen.’
‘President Macron en ik denken over veel dingen hetzelfde’
Hoe ziet u de rol van Europa?
‘Mijn benadering is positief: uitgaan van de kracht van de lidstaten, niet van hun zwakte. Een krachtige interne markt bouwen, wat nog maar ten dele is gerealiseerd, onze veiligheid garanderen door middel van efficiënte samenwerking, maar ook de criteria van Maastricht respecteren, die de lidstaten verplichten hun openbare financiën en hun economie op orde te brengen. Een Europa dat nuttig is voor zijn burgers en zich met name om werkgelegenheid en veiligheid bekommert. President Macron en ik denken over veel dingen hetzelfde.’
Kunt u enkele concrete punten noemen?
‘De migratie en de oorzaken daarvan, de versterking en verbetering van de interne markt, veiligheid en defensie – Nederland is actief in Mali en steunt de actie van G5-Sahel. President Macrons idee over “een Europa dat beschermt” is verleidelijk. Mijn land wil ook voortvarend optreden op klimaatgebied, met als ambitieus doel een vermindering van onze CO2-uitstoot met 55 procent in 2030. Samen kunnen we aan een Europa bouwen dat de klimaatverandering het hoofd biedt.’
Best ruimte
Waarom bent u tegen een verhoging van de Europese begroting, zoals het Europees Parlement vraagt?
‘Mijn doel is modernisering te bevorderen en extra afdrachten te vermijden. Mijn prioriteiten zijn innovatie, het bewaken van de buitengrenzen en een betere aanpak van de migratie. Tegelijkertijd moeten we ook bezien op welke gebieden het wel wat minder kan. Nederland is een van de grootste netto bijdragers aan de Europese begroting en het verschil met andere landen mag niet groter worden. Het uitgavenplafond zal herzien moeten worden en, gezien het vertrek van het Verenigd Koninkrijk, moeten worden bevroren. En vervolgens zal de begroting hervormd moeten worden door middel van het vaststellen van nieuwe prioriteiten. Daarvoor is best ruimte: 70 procent van de huidige uitgaven gaat naar landbouw en structuurfondsen.’
Moeten alleen rechtsstaten voortaan toegang krijgen tot Europese fondsen?
‘Daar zijn wij niet tegen, al stellen we voor die toegang vooral afhankelijk te maken van gerealiseerde hervormingen en niet van periodieke aanbevelingen van de Commissie.’
Vreest u een breuk tussen Oost en West?
‘Ik heb het afgelopen jaar een aantal Oost-Europese leiders ontmoet. Als het Schengengebied functioneert, als de buitengrenzen goed worden gecontroleerd, als de Dublin-Conventie – die bepaalt dat het land waar een asielzoeker Europa is binnengekomen ook de asielaanvraag in behandeling moet nemen – wordt aangepast, geloof ik dat sommigen van hen zich wel bereid zullen tonen om vluchtelingen op te vangen, wat een verplichting blijft.’
Is de Brexit met name zorgelijk voor een land als het uwe?
‘Het belangrijkst is dat de 27 landen op één lijn blijven zitten. Onder een wanordelijke Brexit zullen we allemaal lijden, ook Frankrijk. Ik zou graag zien dat de Britten in de interne markt blijven en dat we zo veel mogelijk samenwerkingsverbanden aangaan, op voorwaarde dat alle regels en de integriteit van de interne markt worden gerespecteerd.’
Hoe denkt u over de ‘politieke’ Commissie die Jean-Claude Juncker voorstaat?
‘Ik heb veel respect voor voorzitter Juncker en zijn programma, maar wij zijn vierkant tegen het idee van een “politieke” Commissie. De Commissie kan initiatieven nemen en moet erop toezien dat gemaakte afspraken worden nageleefd. Het is bijvoorbeeld gênant dat ze Italië en Frankrijk op een verschillende manier heeft behandeld wat het tekort van 3 procent betreft. Daarmee schendt ze de regels, schaadt ze het uiteindelijke doel – de welvaart van de hele Unie – en maakt ze het ons moeilijk verantwoording af te leggen tegenover onze respectievelijke burgers.’
In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Houdt een groot netwerk van correspondenten in stand.
Een van onze best gelezen rubrieken is Lage Landen, met verhalen uit de buitenlandse pers over Nederland of Vlaanderen. Critici zullen dit wijten aan het Nederlandse calimerocomplex, maar in andere landen is het net zo. Blijkbaar vinden we het allemaal leuk om te weten wat ze over de grens van ‘ons’ vinden. Meestal gaat het in onze rubriek over innovatie of economie, want over Nederlandse politici wordt buiten verkiezingstijd zelden geschreven.
Onlangs gebeurde dit bij uitzondering wel. Op de Brusselse website Politico verscheen een verhaal met de ronkende kop ‘De dovende ster van Frans Timmermans’. Auteur David M. Herszenhorn, voormalig verslaggever van The New York Times, zette de Nederlandse eurocommissaris neer als een politieke has-been en klusjesman van EU-voorzitter Juncker. Uiteraard werd het stuk met gejuich onthaald op weblog GeenStijl en onder de vele Timmermans-haters op Twitter. Maar wie het verhaal aandachtig leest, ziet dat het niet zozeer een afrekening is met Timmermans, als wel een verhaal over opgeklopte verwachtingen en Brusselse machtspolitiek.
In anderhalve bladzijde schetst Kuper zo een treffend beeld van de banlieue en al het ongebruikte potentieel dat zich daar bevindt
In dit soort goed geïnformeerde achtergrondstukken blinkt het in 2007 in de VS opgerichte Politico uit. De Brusselse tak ging in 2015 van start en gooide sindsdien heel wat stenen in het wat traag stromende water van de EU-verslaggeving. Waarmee nog eens werd aangetoond dat weinigen kunnen tippen aan het journalistieke vakmanschap van de Angelsaksische pers.
Dat laatste blijkt ook uit de stukken van Simon Kuper. Deze deels in Nederland opgegroeide journalist schrijft al jaren juweeltjes van columns over sport en andere onderwerpen in de Financial Times. Kuper schrijft kraakhelder en goed gedocumenteerd, en kijkt net als Joris Luyendijk met een antropologische blik. In dit nummer vindt u een stuk van zijn hand over de vraag waarom er zoveel goede voetballers uit de regio Parijs komen. Talent wordt beter gescout, legt Kuper uit, ouders ruiken kansen en de overheid doet veel met sportveldjes. In anderhalve bladzijde schetst Kuper zo een treffend beeld van de banlieue en al het ongebruikte potentieel dat zich daar bevindt.
Sociaaldemocraat en voetbalfan Timmermans zal het ongetwijfeld met plezier lezen.
De Duitse historica en filosofe Ulrike Guérot weet het zeker: er moet een Europese Republiek komen. Dan is uiterlijk in 2045 het politieke gelijkheidsbeginsel voor alle Europese burgers verwezenlijkt.
Iedereen kraakt de Europese Unie af, niemand lijkt nog van haar te houden. Mevrouw Guérot, u gelooft stoïcijns in een vreedzaam, verenigd Europa. Legt u eens in de lengte van een tweet uit wat u wilt.
Ulrike Guérot: Eén markt, één munt, één Europese democratie, dat wil zeggen een gemeenschap van staatsburgers, waarbinnen iedere burger in Europa dezelfde rechten heeft.
U heeft begin dit jaar het boek Der neue Bürgerkrieg. Das offene Europa und seine Feinde gepubliceerd. Bent u echt van mening dat er al sprake is van burgeroorlog?
Het begrip burgeroorlog heeft mij theoretisch sterk bezig gehouden. Ik wilde in het boek laten zien dat we ons niet in een proces van renationalisatie bevinden, maar in een heel ander proces.
In wat voor proces dan?
We zetten burgers tegenover elkaar. En dat komt doordat we in de EU wel één markt en één munt hebben, maar geen democratie.
Omdat het in Europa ontbreekt aan een uniform sociaal systeem worden de burgers economisch tegen elkaar uitgespeeld. Bedoelt u dat met burgeroorlog?
Het gaat nog verder. De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben schrijft dat er burgeroorlog heerst wanneer het politieke lichaam uiteenvalt en er geen enkele groep meer aanspraak kan maken op vertegenwoordiging van het politieke lichaam in zijn geheel.
Kunt u een voorbeeld geven?
Bij de Brexit is het al zichtbaar: wie is nou de Britse natie, zij die voor de Brexit zijn of zij die ertegen zijn? Het land valt uiteen. Dat wilde ik analyseren om het argument te weerleggen dat Europa zich in een proces van renationalisatie bevindt. Want het klopt niet. Eerder beleven we een splijting van naties. Niet alleen in Groot-Brittannië, maar ook in Oostenrijk, in Frankrijk of in Polen.
Het moment dat ik zelf ontwaakte, kwam met de top van juni 2012. Toen dacht ik; Met deze EU komt het niet meer goed
De Zeit heeft geschreven dat u uw levensverzekering zou hebben ingezet om de EU te redden. Hoe werd u zo’n Europa-activist?
Aanvankelijk was er gewoon niemand die geld in mijn project wilde steken. Maar ik moet bij het begin beginnen. Het was 2012, het hoogtepunt van de Europese crisis. Er werd fel geprotesteerd tegen Europa en de Europese centrale bank, EU-vlaggen werden verbrand. Op dat moment stortte voor mij persoonlijk iets ineen.
Waarom?
Duitsland, Frankrijk, Europa – dat was vanaf 1992 zowel mijn privéleven als mijn beroep. Ik heb voor Lamers en later voor Jacques Delors, de voormalige voorzitter van de Europese Commissie, gewerkt. The ever closing union, de unie die steeds nauwer aaneengroeit, dat was mijn ding, daarvan was ik vijfentwintig jaar lang overtuigd. En toen begreep ik: C’est fini, het functioneert niet langer.
Pas toen, van de ene op de andere dag?
Natuurlijk heb ik in de jaren nul ook wel gemerkt dat het niet meer zo gemakkelijk ging, zeker na het Franse nee tegen de Europese Grondwet in 2005. Toen kwam de financiële crisis en daarna de eurocrisis. In het begin dacht ik nog: Dat lukt ons wel. In 2010 begon de Griekse crisis. Met Duitsland ging het steeds beter, maar de anderen gleden af. Alles werd ineens heel onaangenaam. Het moment dat ik zelf ontwaakte, kwam met de top van juni 2012. Toen dacht ik: Met deze EU komt het niet meer goed.
Wat gebeurde er destijds op die top?
Het werd duidelijk dat er een fiscale noch een politieke unie zou komen. Ondanks alle intentieverklaringen werd de vicieuze cirkel van bank- en staatsschulden niet doorbroken.
Hoe reageerde u daarop?
Voor de grap heb ik toen briefkaarten laten drukken met de tekst: ‘The European Republic is under construction’. Ik sleepte die briefkaarten altijd met me mee en liet ze overal achter. Daarna schreef ik mijn eerste teksten over Europa als republiek. Na het ochi, het Griekse nee bij het referendum in februari 2015, merkte ik dat de mensen op mijn bijdragen begonnen te reageren. Ik kreeg de eerste uitnodigingen om te spreken over ‘Europa als republiek’. En toen ging het ineens snel. Ik ontving veel reacties, kreeg het contract voor mijn boek en uitnodigingen bij de vleet. Tegenwoordig heb ik gemiddeld negentig uitnodigingen per maand, waaronder ook heel prestigieuze, zoals voor de Europagroep van het wereldeconomisch forum van Davos. Het stadium van uitgelachen en genegeerd worden heb ik dus al achter me.
Toen de idee van de republiek in 2015 echt begon aan te slaan, merkte ik dat ik het in mijn eentje niet zou redden. Ik wilde voor de republiek iets van een start-up oprichten, het European Democracy Lab, simpelweg omdat er zo veel belangstelling was. Bij verschillende stichtingen vroeg ik om geld, maar ving ik bot. Dus heb ik 25.000 euro van mijn levensverzekering genomen en in het Gorki-theater een ruimte afgehuurd. Die plek betekent heel veel voor mij. Na de Maartrevolutie van 1848 schreef de Pruisische Nationale Vergadering er zijn eerste democratische grondwet. Ertegenover wordt op dit moment een slot gebouwd, het Hohenzollernslot. Stel je dat eens voor! Alsof het Duitsland van 2017 op een slot zit te wachten. Voor mij is het heel belangrijk dat ik aan de overkant mijn boodschap publiek maak: hier komt de Europese Republiek van de grond!
Beschikt uw Lab momenteel over voldoende middelen?
Tot nu toe was het krap, hoewel er een kleine eerste subsidie was. Voor de komende vijf jaar ziet het er nu beter uit, dan kan ik rekenen op projectgelden.
Welke projecten wilt u in de komende vijf jaar oppakken?
Wij gaan werken aan de rol van regionale parlementen binnen de EU en tevens in 2019 bij de verkiezingen voor het Europese parlement een campagne opzetten voor Europese kiesrechtgelijkheid.
Welke instituties zou uw republiek kennen?
In mijn concept zijn er twee kamers. In de eerste – het Europese huis van afgevaardigden – zitten de Europese volksvertegenwoordigers die door heel Europa in een en dezelfde stembusgang worden gekozen. Naar de tweede kamer sturen de Europese regio’s hun senatoren. De president van Europa wordt rechtstreek gekozen.
U zou de Europese Raad afschaffen?
Absoluut, hij is immers bij uitstek verantwoordelijk voor het nationale moment in de EU. In de Raad zitten de regeringsleiders van de individuele EU-staten. Die regeringsvertegenwoordigers hebben in de eerste plaats verplichtingen tegenover hun eigen land. Ze zullen geen besluiten treffen die goed zijn voor alle Europeanen, maar misschien niet zo goed voor hun eigen land. Deze nationale opeenhoping van macht doet Europa zelden goed.
In alle EU-stukken wordt steeds gesproken over European citizenship, maar in werkelijkheid bestaat dat niet
Zou er in de Europese Republiek nog plaats zijn voor een nationaal staatsburgerschap?
Dat is een heel belangrijk punt. In alle EU-stukken wordt steeds gesproken over European citizenship, maar in werkelijkheid bestaat dat niet.
Hoe groot is de kans dat er zoiets als een Europees staatsburgerschap gerealiseerd wordt?
Moeilijk te zeggen, het zou wel een complete doorbraak betekenen. Wanneer er Britten zijn die burger van de Unie zouden willen blijven, met alle concrete rechten die daarbij horen, is de idee van de republiek niet langer virtueel. En ik zou de eerste zijn om de volgende dag bij het Europese gerechtshof aan de telefoon te hangen met de boodschap: zo’n Europees staatsburgerschap wil ik ook.
De idee van de republiek klinkt logisch. Wie zijn uw tegenstanders?
Wel eigenlijk iedereen die vanuit een nationale of een EU-context naar Europa kijkt, zoals nationale of Europese ambtenaren en parlementariërs, maar ook journalisten van nationale media. Die kunnen nog geen afscheid nemen van de natiegedachte omdat ze financieel afhankelijk zijn van de natiestaat. Toen ik me met de idee van de republiek ging bezighouden, merkte ik dat de kringen waarin ik voor die tijd beroepsmatig vertoefde – de Europese denkfabrieken rond de EU – mij opeens uit de weg gingen. Dat was mijn grootste teleurstelling. Uitgerekend diegenen die betaald werden om Europa te maken, gingen de discussie uit de weg. Maar in plaats daarvan was ik ineens terug te vinden op Duitse theaterpodia, op de kunstbiënnale in Moskou of in de schouwburg van Wenen om over de republiek te spreken. De discussie die ik wilde voeren sloeg aanvankelijk in de reëel politieke ruimte niet aan, maar in de creatieve, progressieve, kunstzinnige ruimte des te meer. Dat was, om het maar eens pathetisch te zeggen, voor mij de mooiste tijd.
Waarom?
Ik heb begrepen dat politiek niet alles is. De maatschappij is veel meer, er zijn kerken, geëngageerde jongeren, vakbonden en kunstenaars die belangstellend luisteren. Enkele jaren was ik als een kleinkunstenaar met de republiek op tournee. En toen kreeg ik ineens weer uitnodigingen uit de reëel politieke ruimte. Maar daarvoor was nodig dat ik een omweg maakte via de kunstzinnige ruimte. Wat heel mooi was, omdat deze mensen gewoon hipper en opener zijn.
Wie zijn uw bondgenoten?
Vooral jonge mensen, maar ook oudere die de oorlog nog hebben meegemaakt. En heel concreet bijvoorbeeld regioparlementen en -regeringen. Jean-Claude Juncker heeft als voorzitter van de Europese Commissie in maart vijf hervormingsscenario’s voor de EU gepresenteerd. Hij heeft ook de regio’s gevraagd zich uit te spreken. Bij dat proces ben ik nu officieel betrokken, als hoogleraar of expert, zowel in Oostenrijkse regio’s als in een aantal Duitse deelstaten. Maar om op de tegenstanders terug te komen: het zijn natuurlijk ook degenen die niet bereid zijn te betalen.
Wie, de grote concerns?
De Duitse of beter gezegd de Europese exportindustrie heeft natuurlijk geen belang bij een Europese werkloosheidsverzekering. Zij zou meer moeten betalen voor een Europa dat ze op dit moment afroomt zonder de Europese burgers er iets voor terug te geven.
Wat zou het doel zijn van uw republiek?
Dezelfde leefomstandigheden voor elke Europese burger. Zoals dit voor Duitsland in de Duitse grondwet is vastgelegd. Het streven naar convergentie is eigenlijk ook al opgenomen in het verdrag van Maastricht.
Is dat niet illusoir? Het oosten en het rijke zuiden van Duitsland hebben immers evenmin dezelfde leefomstandigheden.
Essentieel is dat de Duitse burgers gelijk zijn voor de wet. Ze krijgen dezelfde uitkering bij werkloosheid, hebben dezelfde verzekering tegen ziektekosten en een uniform cao-stelsel, zodat burgers niet met elkaar om hun loon hoeven te concurreren. Dat moet in de toekomst ook voor de eurozone gelden. Maar u heeft natuurlijk gelijk, er zijn nog altijd verschillen tussen West- en Oost-Duitse pensioenen. Essentieel is echter dat een gelijkstelling op termijn juridisch is vastgelegd. Daarom zien we in de Bondsdag ieder jaar weer een debat over het verder optrekken van de pensioenen in het oosten naar het westelijke niveau.
Hoe wilt u dit op Europees vlak realiseren?
Dat zal niet van vandaag op morgen gaan. Maar het einddoel zou nu al bindend kunnen worden vastgelegd. We zouden bijvoorbeeld een driefasenplan kunnen ontwikkelen, zoals dat ook bij de invoering van de euro is gebeurd.
In mijn eentje ga ik dat niet veranderen. Maar als veel mensen de idee ondersteunen, zouden we wel zo ver kunnen komen
Hoe ziet uw spoorboekje eruit?
Uiterlijk in 2025 hebben we kiesrechtgelijkheid – one man, one vote – voor elke Europese burger; uiterlijk 2035 belastinggelijkheid en uiterlijk 2045 eenzelfde toegang tot sociale rechten. Dan zou het algemene politieke gelijkheidsbeginsel voor alle Europese burgers zijn verwezenlijkt. Voor de eurozone is dit voorstelbaar, omdat we economisch helemaal niet zo van elkaar verschillen. De eigenlijke verschillen bestaan immers niet tussen landen. Brandenburg is net zo arm als Andalusië. Met Hessen en Lombardije daarentegen gaat het goed. Het gaat dus niet om Italië versus Duitsland, maar om centrum versus periferie en om stad versus land. Daarom zouden we de economische verschillen in Europa niet meer langs nationale grenzen moeten benaderen. We zouden Europa op zijn kop moeten zetten en vanuit de burgers en de regio’s moeten gaan denken.
Maar hoe wilt u dat verwerkelijken?
Die vraag wordt mij vaak gesteld. Dan zeg ik altijd heel ontspannen: ‘In mijn eentje ga ik dat niet veranderen. Maar als veel mensen de idee ondersteunen, zouden we wel zo ver kunnen komen.’
Wat gebeurt er als de Europese Republiek er niet komt?
Als we de Europese democratie niet met een duidelijk tijdplan snel een impuls geven, zullen we wat we op dit moment hebben waarschijnlijk niet kunnen vasthouden. Mevrouw Merkel vergist zich met haar ‘wanneer de euro mislukt, mislukt Europa’. Die uitspraak is eerder andersom: als de euro blijft zoals hij is, mislukt de Europese democratie. En dat is precies wat we nu meemaken. Ze is nu al mislukt in Polen en Hongarije. Zuid-Europa is nog altijd politiek en sociaal fragiel. En dat geldt ook voor Frankrijk, wanneer het Emmanuel Macron nu niet lukt. Ik ben bang dat het juist in Duitsland aan bewustzijn ontbreekt hoe erg de dingen in veel andere Europese landen eigenlijk al zijn.
Hoe staan de partijen tegenover uw voorstellen?
Op dit moment heeft nog geen enkele grote partij de Europese Republiek in haar program opgenomen. Maar mijn argument is structureel, niet partijpolitiek. De republiek is er voor iedereen.
Ook de republiek verhindert niet dat kiezers de verkeerde mensen aan de macht te brengen.
Maar ze zou wel voorkomen dat de euro- of de vluchtelingencrisis binnen Europa wordt misbruikt om nationale staten tegen elkaar uit te spelen. En ze zou voorkomen dat de verliezers van de moderniteit overal misbruikt worden door nationale elites.
U denkt dat Europa dat vreedzaam voor elkaar krijgt?
De geschiedenis leert dat grote politieke breuken zelden zonder bloedvergieten zijn verlopen. Behalve in 1989 toen het socialistische oosten van Europa ineenstortte. Dan zouden we de Europese republiek toch ook vreedzaam voor elkaar moeten kunnen krijgen.
Auteur: Susan Boos
Historica en filosoof Ulrike Guérot (1964) werkte twintig jaar van haar leven als politiek adviseur voor de Europese Unie. In 2012 voorspelde ze het einde van diezelfde unie. Ze richtte het European Democracy Lab op met als doel ideeën te vergaren en te ontwikkelen over een nieuw Europees politiek systeem, de ‘Republiek Europa’.
Martin Selmayr, kabinetschef van Jean-Claude Juncker, is een van de machtigste mannen van Brussel. Met zijn brute managementstijl jaagt hij iedereen in de gordijnen en heeft hij volgens zijn vijanden de Europese Commissie omgevormd tot een versie van House of Cards. Toch erkennen ook zij dat hij wel resultaten boekt.
Martin Selmayr gelooft oprecht in de democratie, en toch fungeert hij bij de Europese Commissie niet als bewaker van het debat, maar als de meedogenloze vuist van de koning, die nergens voor terugdeinst om zijn ideaal te beschermen: een verenigd en vrij Europa.
Als een ijzeren vuist. Of misschien een gepantserde bulldozer. In zijn rol van kabinetschef van Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker heeft Selmayr de afgelopen twee jaar de gevestigde orde in de EU tot verbazing en woede gedreven. Hij is de poortwachter die zelfs de hoogste commissarissen slechts beperkt toegang gunt tot zijn baas. Hij is de vertegenwoordiger van het gezag, die op vrijwel elk initiatief het stempel van Juncker (of van zichzelf) drukt en iedereen opzij schuift die het daar niet mee eens is. Collega’s zeggen dat ze hem niet vertrouwen. Ondergeschikten zeggen dat ze bang voor hem zijn. Nu al hebben een vicevoorzitter en verscheidene hooggeplaatste medewerkers van de Commissie ontslag genomen, uit onvrede over zijn autoritaire greep op de Commissie, die hij uit naam van Juncker onverbiddelijk heeft omgevormd tot een uiterst hiërarchisch instituut. ‘Híj is de voorzitter,’ zegt Selmayr zelf tijdens een interview in zijn kantoor op de dertiende verdieping van het Berlaymontgebouw [het hoofdkantoor van de Europese Commissie]. ‘Hij zet de politieke lijnen uit en de anderen moeten volgen.’
Met moeite heeft de Commissie-Juncker een paar magere resultaten weten te behalen, zoals onlangs het handelsverdrag met Canada, dat nog bijna gedwarsboomd werd, of het plan om een eind te maken aan de kosten voor dataroaming, dat ingetrokken en opnieuw opgesteld moest worden. Andere beloften die Juncker voor zijn uitverkiezing in 2014 heeft gedaan, zoals een handelsovereenkomst met de VS, lijken weinig kans van slagen te hebben. ‘Een sterk voorzitterschap van de Commissie kan best werken,’ zegt een hoge EU-functionaris. ‘Maar het wordt een probleem als dat sterke voorzitterschap geen goede besluiten neemt.’ Net als de meeste mensen in Brussel wil deze hoge functionaris alleen onder voorwaarde van anonimiteit over Junckers kabinetschef praten, uit angst voor politieke represailles. In zijn ogen zou de hardhandige managementstijl van Selmayr misschien te rechtvaardigen zijn, als die ook werkelijk solide resultaten opleverde. ‘Natuurlijk heb je vijanden als je eenmaal aan de macht bent. Het probleem met Martin is dat hij geen vrienden heeft. Dat kan betekenen dat hij zijn hand heeft overspeeld.’
Selmayr zal de eerste zijn om toe te geven dat hij er niet op uit is om vrienden te maken. De enige mening die voor de 45-jarige Duitse jurist telt, is die van zijn baas. ‘De voorzitter heeft macht,’ zegt hij. ‘Mijn macht bestaat niet. Die is alleen maar een afgeleide van wat de voorzitter mij opdraagt.’
De grote en vaak polariserende rol die Selmayr in de top van het Berlaymont speelt, blijft meestal onzichtbaar achter de schermen, onderwerp van gefluister in de wandelgangen, van off the record-telefoontjes en privégemopper onder collega’s. Maar eind vorige maand werd die rol heel even zichtbaar, toen vicevoorzitter Kristalina Georgieva – verantwoordelijk voor de financiën en personeelszaken van de Commissie – haar vertrek aankondigde. Die stap kwam, zoals ze zelf zei, deels voort uit frustratie over Selmayrs autoritaire stijl van leidinggeven en over het feit dat Juncker eenzijdig besluiten neemt, zonder dat zelfs de hoogste commissarissen ervan op de hoogte zijn.
Zelf heeft Selmayr niet het idee dat Georgieva met boze gevoelens vertrekt. ‘We hebben haar altijd gesteund. Zij heeft ons altijd gesteund,’ zegt hij. Selmayr geeft toe dat Juncker minder overleg pleegt met zijn collega’s dan sommigen misschien graag zouden zien. Maar volgens hem zijn sommige commissarissen daar zelf debet aan: ze hebben vertrouwelijke informatie gelekt en dat is de reden waarom de voorzitter minder met anderen kan delen. ‘Dus dat beperkt soms de mogelijkheid tot overleg.’
Bliksemcarrière
Selmayr is geboren in Bonn en groeide op in Karlsruhe, waar zijn vader, inmiddels gepensioneerd jurist, in hoog aanzien stond als universiteitsbestuurder. De kiem van zijn liefde voor het Europese project, zegt hij zelf, werd gelegd toen hij als tiener met zijn opa van moederskant, Heinz Gaedecke, een bezoek bracht aan de slagvelden en militaire begraafplaatsen van Verdun. Zijn opa zei tegen hem dat het de plicht van zijn generatie was om een herhaling van de fouten uit het verleden te voorkomen.
‘De vrede beschermen, de welvaart beschermen, de fundamentele vrijheden beschermen, dat zie ik als een goede reden om elke dag je bed uit te komen,’ zegt Selmayr in zijn kantoor, waar achter zijn bureau een ingelijst, geannoteerd exemplaar hangt van de Schumanverklaring, het voorstel uit 1950 om de Franse en Duitse kolen- en staalproductie onder één gezag te brengen, een eerste, belangrijke stap op weg naar de moderne EU.
Selmayr mag een ware gelovige zijn, hij is ook een zeer ambitieus man, die in tien jaar tijd een bliksemcarrière heeft gemaakt, van woordvoerder voor de commissaris van Informatiemaatschappij en Media tot kabinetschef voor de Commissievoorzitter – een opmerkelijke opmars door de eurocratie, waar anderen tientallen jaren over zouden hebben gedaan. Selmayrs eerste baan na zijn afstuderen was bij de Europese Centrale Bank. Hij ziet zichzelf als academicus en ambtenaar tegelijk, en op zijn visitekaartje staat dan ook ‘Professor Dr. Martin Selmayr’. Maar nog bepalender voor zijn carrière was de stage die hij tijdens zijn studie liep bij het Duitse mediaconcern Bertelsmann. Daar leerde hij Elmar Brok kennen, het invloedrijke Duitse Europarlementslid en een zwaargewicht binnen de Europese Volkspartij. Selmayr vertelt dat hij zich nog als de dag van gisteren herinnert hoe hij kennismaakte met Brok, die in die tijd midden in de onderhandelingen over het Verdrag van Amsterdam uit 1997 zat. In dat verdrag werd onder andere een gemeenschappelijk Europees veiligheids- en buitenlands beleid opgezet. Selmayr moest Brok wat documenten gaan brengen, en die wachtte hem op op de binnenplaats van het Commissiehoofdkwartier in het Berlaymontgebouw. ‘Ik was diep onder de indruk dat ik de kans kreeg iemand te ontmoeten die bezig was met onderhandelingen over een nieuw verdrag voor de Europese Unie.’
Brok werd voor Selmayr een mentor en een soort politieke peetvader. Het was op Broks voorspraak dat Selmayr hoofd van de Bertelsmannvestiging in Brussel werd en het was ook Brok die hem uiteindelijk samenbracht met Juncker.
De meeste voorzitters kiezen hun kabinetschef. Selmayr was in veel opzichten een kabinetschef op zoek naar een voorzitter. Selmayr klom op tot medewerker en later kabinetschef van de ervaren eurocommissaris Viviane Reding, die net als Juncker uit Luxemburg kwam. Selmayr stoomde haar klaar voor een mogelijke gooi naar het Commissievoorzitterschap en bouwde voor haar een imago als warm voorvechtster van de ‘Verenigde Staten van Europa’.
Uiteindelijk stelde Reding zich niet kandidaat voor die topfunctie, deels omdat de leiders van de Europese Volkspartij, onder wie Brok, meer brood zagen in Juncker, die in 2013 aftrad, na negentien jaar premier van Luxemburg te zijn geweest.
‘Om de Commissie in de hand te houden heb je een bruut nodig, en dat is hij’
Tijdens ons interview vertelt Selmayr dat hij, toen Reding in december 2013 had besloten zich niet kandidaat te stellen voor het voorzitterschap, plannen ging maken voor zijn eigen toekomst buiten de Commissie. Hij kon een baan krijgen bij de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Maar tot zijn verrassing bevalen collega’s, onder wie Brok, hem aan als leider van Junckers campagne. ‘Ik had heel andere plannen voor mijn leven,’ zegt hij. ‘Ik zou er een maand tussenuit gaan, op vakantie naar Spanje met mijn vrouw.’
Brok wist dat Selmayr warm voorstander was van een meer politiek voorzitterschap, en om dat te bereiken moesten vooraanstaande kandidaten – van elke partij een ‘Spitzenkandidaat’ – tijdens de verkiezingen voor het Europees Parlement campagne voeren. De Spitzenkandidaat van de partij met de meeste stemmen zou voorzitter van de Commissie worden.
De eerste keer dat deze strijd om het voorzitterschap plaatsvond, moest Juncker het opnemen tegen de kandidaat van de sociaaldemocraten, Martin Schulz, met wie hij al jaren bevriend was. Als Junckers campagneleider ontwikkelde Selmayr een vijfpuntenprogramma en organiseerde hij campagnebijeenkomsten in heel Europa. ‘Hij was de juiste persoon om die campagne te leiden,’ zei Brok. ‘Hij is een goed bestuurder, een goede woordvoerder, een academicus met een scherp politiek inzicht.’
Het resultaat van die verkiezing is echter niet bindend: nog steeds moet de Europese Raad een voorzitter nomineren die dan door het parlement moet worden goedgekeurd. In het geval van Juncker voelde de Duitse bondskanselier Angela Merkel er aanvankelijk niets voor om zijn kandidatuur te steunen. Maar door Juncker aan het Duitse publiek te presenteren als dé Duitse Spitzenkandidaat en na de Europese verkiezingen te hameren op de legitimiteit daarvan, was Selmayr Berlijn een slag voor. Toen Merkel zich realiseerde wat er gebeurd was, was het al te laat. Berlijn kon niet anders dan Juncker ondersteunen. Volgens anderen was Brok zelfs nog pragmatischer: ‘Maak je geen zorgen,’ zei hij volgens een EU-ambtenaar een keer tegen Juncker. ‘Om de Commissie in de hand te houden heb je een bruut nodig, en dat is hij.’
Cv Martin Selmayr:
1997-2000 Medewerker aan de universiteit van Passau
1998-2000 Juridisch adviseur Europese Centrale Bank
2001-2004 Juridisch medewerker en hoofd van het Brusselse kantoor van uitgeverij Bertelsmann
2004 Woordvoerder Europese Commissie onder Viviane Reding
2010-2014 Kabinetschef van Viviane Reding
2014 Leider verkiezingscampagne van Jean-Claude Juncker
2014-2017 Kabinetschef van Jean-Claude Juncker
Selmayr mag dan een krachtige persoonlijkheid bezitten, hij komt niet intimiderend over. Hij heeft een jongensachtig gezicht, een vlotte glimlach en de slanke vingers van een pianist; zijn handdruk is eerder een reverence dan een buiging.
Bewonderaars beschrijven hem als een messcherp jurist, een uitstekend manager en een toegewijd bewonderaar van de participatiedemocratie en de Europese Unie, die uit zijn hoofd kan citeren uit de verdragen van Maastricht, Amsterdam en Lissabon. Volgens critici is hij een manipulatieve bullebak, die liever beveelt dan debatteert en de Commissie tot een Brusselse versie van House of Cards heeft gemaakt, waarin handelsoverleg, fiscaal beleid en zelfs migratiecijfers zijn omgeven door intriges.
Selmayr kan heel charmant zijn en diplomaten om zijn vinger winden. Hij kan ook angstaanjagend zijn, als hij woedend uitbarst tegen nietsvermoedende medewerkers – altijd uit naam van Juncker die de dagelijkse leiding over de Commissie en de 3500 medewerkers daarvan grotendeels aan hem overlaat. En toch geven zelfs critici toe dat hij veel voor elkaar krijgt.
Het heeft er alle schijn van dat Selmayrs grote voorbeeld Pascal Lamy is, de legendarische kabinetschef die van 1985-1994 onder Commissievoorzitter Jacques Delors diende, en die ‘het Beest van het Berlaymont’ werd genoemd. Selmayrs meedogenloosheid is een van de redenen waarom veel mensen in de Europese instellingen weigeren om met naam en toenaam iets over hem te zeggen. Veel mensen weigeren überhaupt iets over hem te zeggen. Degenen die wel met hun naam vermeld willen worden, zijn degenen die iets positiefs over hem te melden hebben, en een aantal van hen zegt dat de Commissie, die zo lang berucht was om haar bureaucratische besluiteloosheid, dankzij Selmayr nu efficiënter is dan ooit. ‘Als ik een beslissing nodig heb, in wat voor dossier ook, ga ik met Martin praten,’ zegt Tomás Prouza, de Tsjechische staatssecretaris voor Europese Zaken. ‘We verspillen nooit tijd. Hij neemt goede besluiten, en het is altijd prettig samenwerken.’
Volgens de kabinetschef van een Commissielid, die anoniem wil blijven, zijn veel commissarissen gefrustreerd omdat Selmayr hun de toegang tot Juncker verspert. Sommigen krijgen de voorzitter nooit een op een te spreken. ‘Dat is voor veel Commissieleden moeilijk te aanvaarden.’
Anderen zeggen dat Selmayr ook bepaalt wie toegang krijgt tot documenten en communicatiemiddelen. In sommige gevallen is het kabinetschefs niet toegestaan om kopieën te maken van documenten, die gemerkt zijn zodat een eventueel lek kan worden opgespoord. Het is volgens hen ook verboden om Juncker rechtstreeks te mailen, want Selmayr wil elke boodschap eerst zelf controleren.
Veel hooggeplaatste Commissiefunctionarissen zijn bang voor Selmayr, zegt de anonieme kabinetschef, en volgens een andere Commissiemedewerker treedt Selmayr onnodig hard op en geniet hij er kennelijk van om anderen te intimideren. ‘Ik denk dat hij meer bij mensen gedaan zou krijgen als hij een andere managementstijl had,’ aldus de kabinetschef.
Volgens een andere hooggeplaatste functionaris noemt zelfs Juncker, misschien als grapje, Selmayr soms ‘het monster’.
Kop van Jut
Als Selmayr zijn zin krijgt, en dat krijgt hij vaak, zal Juncker de geschiedenis ingaan als de man die Europa redde van een stormvloed aan crises. Maar op de kortere termijn is het zijn doel om de voordelen van een meer politieke Commissie te laten zien en ervoor te zorgen dat de campagnebeloften van Juncker aan het eind van diens eerste termijn in 2019 zijn ingelost.
Een succesvolle Commissie, zo erkent hij zelf, moet meer doen dan alleen maar crises beheersen. Zijn ambitie is om aan het eind van Junckers eerste vijfjarige termijn genoeg overwinningen te hebben geboekt om te bewijzen dat de Commissie als autoritair instituut inderdaad beter functioneert, en zo de eerste stappen te zetten op weg naar de vorming van een sterkere politieke unie in Europa.
‘De Commissie zou geen ongekozen bureaucratie moeten zijn,’ zegt hij. ‘De Europese Unie moet voldoen aan dezelfde democratische normen als wij verwachten van onze lidstaten.’ Volgens hem stapelen de successen zich al op. ‘Alle initiatieven die beloofd waren, liggen op tafel,’ zegt hij. ‘We hebben ongeveer een derde van die initiatieven nu erdoor. En over de rest kun je aan het eind van de termijn een oordeel vellen.’ In zijn gevecht om het continent te redden neemt Selmayr de kritiek op de koop toe. ‘De Europese Commissie is in het leven geroepen om als zondebok te dienen,’ zegt hij, en hij citeert Walter Hallstein, een van de oorspronkelijke oprichters van de EU. ‘Iemand moet de kop van Jut zijn. Dat hoort bij de baan.’
Met dank aan Ryan Heath, Maïa de La Baume, Giulia Paravicini en Florian Eder.
Politico
Verenigde Staten | dagblad | oplage 34.000
Twee journalisten van The Washington Post begonnen deze onlinekrant met politieke actualiteiten. Een papieren versie wordt gratis verspreid in de Amerikaanse hoofdstad.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.