Tag: kaarten

  • 5. Vermenging van genres

    5. Vermenging van genres

    Voor de Innovation Award van de European Press Prize zijn zes inzendingen genomineerd, afkomstig van makers uit Duitsland, Portugal, Italië, Noorwegen, Zweden en Spanje. Het vernieuwende van deze journalistieke producties schuilt in de vermenging van media: het geschreven woord, het gesproken woord, foto’s, film, interactieve grafieken en kaarten.

    © Fernando Moleros / HH
    © Fernando Moleros / HH

    E-Waste 
Republic

    In 2018 produceert de wereld 50 miljoen ton aan E-waste: elektrische en elektronische apparatuur die niet meer functioneert of is verouderd, waar de eigenaar om welke reden dan ook van af wil. Wasmachines, koelkasten, printers, laptops, smartphones, tv-ontvangers. De groei van dit afval is exponentieel: in 2010 was het nog minder dan 34 miljoen ton. Naar schatting wordt 15 procent naar behoren verwerkt. Dat betekent dat 85 procent buiten de recycling valt. En toch ergens terechtkomt.

    De Italiaanse wetenschapper en journalist Jacopo Ottaviani begint zijn webdocumentaire E-Waste Republic in Agbogbloshie, even buiten de Ghanese hoofdstad Accra, een van de grootste vuilstortplaatsen voor e-afval ter wereld. Jongeren branden iedere dag opnieuw kilometers elektrische kabels en kabeltjes af om het koper eruit te kunnen halen. Ouderen ontfermen zich over de nog bruikbare spullen. In Agbogbloshie staan geen huizen, alleen hutjes en krotten. Maar het is vaak mooi weer en morgen komt er weer een lading containers. Uit Europa bijvoorbeeld. Uit Nederland wellicht, want volgens een welingelichte Ghanees heeft hij een vaste afspraak met een groot Amsterdams hotel dat om de zes, zeven maanden op alle kamers de tv-ontvangers vernieuwt.

    Volgens de Conventie van Bazel is het verboden gevaarlijke afvalstoffen te exporteren – maar wat is gevaarlijk? In een onderzoek van de Universiteit van Ghana wordt gezegd dat ‘het verwerken van e-afval de kosten verhoogt indien men zich houdt aan de milieuwetten van de rijke landen en hoogst vervuilende verwerkingsmethoden daarom de neiging hebben te verhuizen naar ontwikkelingslanden, waar dergelijke wetten niet bestaan’.

    Jacopo Ottaviani (Italië): E-Waste Republic (gepubliceerd op de website van Al Jazeera, Qatar). De webdocumentaire van Ottaviani kwam tot stand met een beurs van de Bill & Melinda Gates Foundation.

    cascais2

    Café Cascais

    Volgens de Portugese autoriteiten hebben zich in de loop der tijden vijftien tot twintig Portugezen gemeld in Syrië om zich daar bij de Islamitische Staat te voegen. Opvallend is dat een aantal van hen niet rechtstreeks vanuit Portugal reisden, maar een omweg maakten via Londen; om er te gaan studeren aan de University of East London in Stratford.

    Een team van de Portugese krant Expresso reconstrueerde het leven van vijf van deze studenten en probeerde te achterhalen wat hen uiteindelijk deed besluiten zich aan te sluiten bij IS. Opvallend is dat het vijftal, onder wie twee broers, voordien in Lissabon niets met het islamitisch geloof hadden. Er waren er drie bij die in katholieke gezinnen waren opgegroeid.

    Veel Portugese jongeren die, doorgaans voor hun studie, in Londen verblijven, treffen elkaar daar in het Portugese Café Cascais in de wijk Leyton, waar ze in de weekeinden samen naar voetbal kijken. Ook in die kring merkte men niets van veranderingen in hun gedrag, totdat de oudste van de vijf, Edgar Costa, plotseling van de drank af bleek te zijn.

    In de reportage wordt voor het beeld opvallend vaak teruggegrepen op propagandafilmpjes van IS zelf, naast beelden die in Cascais werden gemaakt en een paar gefilmde interviews met Britse deskundigen van enigerlei soort. Interessant is dat de makers in kringen van de Portugese inlichtingendienst te horen kregen dat er inmiddels ook twee Portugezen uit Syrië in hun geboorteland zijn teruggekeerd. Zonder gevolgen. De Portugese wet voorziet niet in maatregelen tegen jihadisten.

    Raquel Moleiro, Hugo Franco en Joana Beleza (Portugal): Doden en sterven voor Allah – Vijf Portugese leden van IS (gepubliceerd op de website van Expresso, Lissabon).

    De downloaders

    ‘They are the end users in an industry that uses children als sexual commodities. They think they are invisible. But we found them.’


    Dat klinkt voor een binnenkomer al redelijk dreigend. Maar het wordt nog sterker. De Noorse krant Verdens Gang beschikt over gedetailleerde informatie over 78 Noren die tijd, geld en middelen hebben besteed om de vraag te vergroten naar video’s van kinderen die worden misbruikt. ‘We weten wie zij zijn en waar ze wonen, en wat werd gedownload naar gebruikersnamen en IP-adressen die naar hen kunnen worden herleid. Het materiaal bevat een totaal van 36 miljoen regels met gegevens, hetgeen overeenkomt met een boek van een miljoen pagina’s.’

    Een journalist van de krant zocht tien van de mannen op. Zeven van hen bekenden dat ze kinderporno van het internet hadden gehaald, vrijwel altijd tegen betaling. Drie anderen ontkenden. Sommigen toonden enige schaamte, sommigen slechts een lichte gêne, sommigen verdedigden zich. ‘Ik doe niks verkeerds. Iedereen heeft zo zijn eigen voorkeuren.’

    ‘Ze zijn erg streng in dit land,’ beklaagde een van de tien zich. ‘Als de politie hierachter komt, draai ik de gevangenis in, raak ik mijn huis kwijt, mijn baan. Dan is het met me gedaan.’

    Maar de kans dat hij wordt gepakt is niet zo groot. Een jaar of tien geleden werd de Noorse nationale recherche uitgebreid om de verspreiding van kinderporno aan te pakken, maar inmiddels zijn er weer andere prioriteiten gesteld door de politiek. Intussen neemt volgens Save the Children in Noorwegen het downloaden nog altijd toe.

    Håkon Høydal, Einar Otto Stangvik en Natalie Remøe Hansen (Noorwegen): The Downloaders (gepubliceerd op de website van Verdens Gang, Oslo).

    © Getty
    © Getty

    Voor alles bang

    Jennifer Wilton maakte een interactieve productie over het verschijnsel radeloze en redeloze angst. Ze laat ‘op schrift’ een vrouw aan het woord, die voor de buitenwereld al een kwart eeuw normaal functioneert, maar die bijna dagelijks wordt geconfronteerd met vrijwel onbedwingbare gevoelens van angst. Haar verhaal is de geredigeerde versie van een vermoedelijk urenlang gesprek, op sommige plekken onderbroken door de mogelijkheid voor de lezer om door te klikken naar de mening van ‘de experts’: achtereenvolgens komen in beeld de neuroloog, de psychiater, de psycholoog, therapeuten voor alle aandoeningen en van alle richtingen, en ten slotte mensen uit het publiek, ‘the community’, in goed Duits. ‘Ik heb,’ zegt de vrouw, ‘een hele reeks diagnoses gekregen. Algehele angststoornis. Paniekstoornis. Fobieën: angstfobie, ruimtefobie, claustrofobie, angst om te braken, angst voor het donker, voor ziekte, en vaak ook voor andere mensen. Ik heb analytische therapie gehad en gedragstherapie, groepstherapie en Gestalttherapie, bewegingstherapie en autogene training, meditatie. Ik ben in verschillende ziekenhuizen opgenomen, op verschillende afdelingen. Ik heb medicijnen geslikt: van homeopathische middelen tot antidepressiva en kalmeringsmiddelen. En wat heeft het geholpen? Niets.’

    Jennifer Wilton (Duitsland): Angst (gepubliceerd op de website van Die Welt, Berlijn / Hamburg).
    © Ute Grabowsky / Getty
    © Ute Grabowsky / Getty

    Medicamentalia

    Medicamentalia is een langlopend project van de Spaanse ngo Civio. In het project worden prijzen van medicijnen voor de meest voorkomende ziekten wereldwijd vergeleken en geanalyseerd. Daarbij richten de onderzoekers, journalisten en wetenschappers zich allereerst op de ontwikkelingslanden en op ziekten die daar de grootste bedreiging voor de volksgezondheid vormen, zoals tuberculose, malaria, hepatitis, knokkelkoorts, aids en kanker. Doorgaans wordt de vergelijking gemaakt tussen de prijzen en beschikbaarheid van de medicijnen in deze landen en in Europa. Het gaat in die vergelijking tussen voorlopig veertien van de meest noodzakelijke medicijnen niet louter om de prijs, maar ook om de prijs in relatie tot het gemiddelde inkomen.

    De eerste conclusie die in het project wordt getrokken is dat een burger in een ontwikkelingsland veel langer moet werken om zich dezelfde medische behandeling te kunnen veroorloven als een burger in een van de andere landen. In de laatste categorie werden Argentinië, Italië, Spanje en Duitsland gekozen als referentielanden. Een voorbeeld: een behandeling met omeprazol (tegen maag- en darmzweren) kost de patiënt in Nigeria of Congo dertien werkdagen, in Spanje, Italië en Duitsland één à twee werkuren. Een inwoner van Kyrgyzstan moet elf dagen werken om zich de astma-inhaler salbutamol te kunnen aanschaffen, een Spanjaard daarentegen 48 minuten.

    Het patent op geneesmiddelen is ook van grote invloed op de prijs. Het project onderzoekt daarom de juridische strijd tussen de regering van Zuid-Afrika en de farmaceutische industrie over de hervorming van de huidige wetgeving op dat gebied. In Brazilië wordt nagegaan wat de gevolgen zijn geweest van de beslissing die de regering zeven jaar geleden nam om het patent op een middel tegen het aidsvirus te negeren. Is daardoor het aantal aidsdoden gedaald? Maar ook: waarom kost de behandeling met een bepaald medicijn 1000 dollar in de VS, 320 dollar in Spanje en 554 dollar in Frankrijk?

    Eva Belmonte Belda en haar team (Spanje): Medicamentalia: Third World Treatments, First World Prices (gepubliceerd op de website van La Nación, Buenos Aires).

    © Magnus Wennman / via European Press Prize
    © Magnus Wennman / via European Press Prize

    Slapen, waar dan ook

    De Zweedse fotograaf Magnus Wennman reisde in 2015 naar Jordanië, Libanon, Turkije, Servië en Hongarije en maakte op die tocht een serie foto’s van slapende kindvluchtelingen, zo maar ergens in een bos onder een lakentje, of langs de gesloten Hongaarse grens temidden van gewoel, op straat in Beiroet of in een ziekenhuisbed in Amman. Die foto’s combineerde hij met een korte film over het negenjarige Syrische meisje Fatima, dat drie jaar geleden met haar moeder en twee broertjes de stad Idlib ontvluchtte toen het regeringsleger daar slachtingen aanrichtte onder de burgerbevolking.

    Het gezin – de vader was in Syrië gearresteerd – verbleef twee jaar in een vluchtelingenkamp in Jordanië, en toen het daar niet meer uit te houden was, trok het viertal naar Libië, vond een plek op een overvolle boot van mensensmokkelaars en maakte de overtocht naar Italië.
    Onderweg beviel een vrouw aan dek, na twaalf uur in de gloeiende zon. Haar kind gaf geen teken van leven en werd overboord gezet. Toen het schip het onderweg niet langer leek te houden, werden de opvarenden opgepikt door de Italiaanse kustwacht. Fatima woont nu in het plaatsje Norberg in Midden-Zweden. Ze gaat er naar school en houdt van tekenen. ’s Nachts droomt ze vaak dat ze van een schip overboord valt. Wennman filmde haar, thuis en op school, en haar tekeningen. Daar staan huizen op zoals kinderen huizen tekenen, en vliegtuigen waar bommen uit vallen.

    Magnus Wennman en Carina Bergfeldt (Zweden): Het Icare Project – Where the Children Sleep (gepubliceerd op de website van Aftonbladet, Stockholm).

    Samengesteld door: Lambiek Berends