Tag: kakkerlak

  • Wereldnieuws: Nieuwe hittekaart moet sterfgevallen voorkomen & meer

    Wereldnieuws: Nieuwe hittekaart moet sterfgevallen voorkomen & meer

    Traditionele zaden voor een drogere toekomst

    De Marokkaanse landbouwsector heeft het zwaar. Al zes jaar kampt Marokko met droogte, waaronder twee jaar van ernstige droogte. En dat heeft grote gevolgen voor dit Noord-Afrikaanse land, waar 14 procent van de export uit de landbouw afkomstig is en de sector goed is voor een kwart van de werkgelegenheid. De droogte treft vooral kleine boeren, die na een mislukte oogst bijna volledig zijn aangewezen op dure, geïmporteerde en genetisch gemodificeerde zaden die niet toegerust zijn op het Marokkaanse droge klimaat, waardoor de kans op een misoogst nog groter wordt.

    Om dit te verhelpen heeft de Dar Si Hmad-stichting, een non-profit die zich inzet voor het verbeteren van de leefomstandigheden in Zuidwest-Marokko, sinds 2021 een biologische zaadbank opgezet. Dat schrijft de Engelse nieuwssite Reasons to be Cheerful. Door zich te richten op traditionele, droogteresistente zaden helpt de zaadbank – en een bijbehorend trainingsprogramma voor boeren – de grond nieuw leven in te blazen en de bestaanszekerheid van boeren te vergroten.  

    roman synkevych fjj7lVpCxRE unsplash
    © Unsplash

    Geluid en licht

    De Britse kunstenaar en filmmaker Steve McQueen exposeert een nieuwe installatie in de 30.000 vierkante meter grote kelder van museum Dia Beacon in de Hudson Valley, New York. Dit keer geen lange shots met bewegende beelden zoals in zijn documentaire Occupied City (2023), sterker nog, er is helemaal niks te zien, behalve zestig lichtbakken aan het plafond die langzaam van kleur veranderen.

    De focus ligt op geluid, niet op beeld

    De titel Bass is de hint; de focus ligt op geluid, niet op beeld. De soundscape werd geproduceerd door vijf Afrikaanse musici, die twee dagen lang onder McQueens leiding improviseerden. Het 189 minuten durende eindresultaat is door McQueen minimaal bewerkt.


    Waar komt de kakkerlak vandaan? 

    Dat mysterie is eindelijk opgelost door een groep internationale wetenschappers, aldus The Washington Post. Al 250 jaar hebben entomologen zich over deze vraag gebogen omdat de soort nergens in het wild voorkomt.

    De mens is dan ook de sleutel tot het ontstaan van de Duitse kakkerlak, de meest voorkomende kakkerlakkensoort. Wij hebben de kakkerlak namelijk gecreëerd, stellen de wetenschappers aan de hand van DNA-onderzoek. De soort splitste zich pas zo’n 2100 jaar geleden – een oogwenk in de evolutiebiologie – af van zijn naaste verwant en is volledig aangepast aan het leven naast mensen. 

    Vanuit India of Myanmar zou de kakkerlaksoort, die dus foutief tot ‘Duits’ is bestempeld, zich over de wereld hebben verspreid. 

    alles over kakkerlakken

    Knuffels in plaats van katten

    In veel Aziatische landen zijn er rituelen om de goden te vragen om regen in tijden van droogte, schrijft South China Morning Post. Zo ook in Thailand, waar naar een eeuwenoude traditie die bekendstaat als hae nang maew, of ‘vrouwtjeskattenoptocht’, zwarte poezen in een kooi door het dorp werden gedragen. Om regen aan te trekken, gieten dorpelingen tijdens de optocht water op de poes, zodat deze gaat janken.

    Vanwege de toenemende bezorgdheid over dierenmishandeling zijn sommige dorpen overgestapt op het gebruik van knuffels

    Maar in de noordelijke provincie Nakhon Sawan vonden ze dit ritueel niet meer van deze tijd. Vanwege de toenemende bezorgdheid over dierenmishandeling zijn sommige dorpen in die regio in 2015 overgestapt op het gebruik van knuffels met figuren uit Japanse strips, zoals Doraemon en Hello Kitty. In het dorp Phongphan Kerdkham, waar eind april een knuffeloptocht plaatsvond, bleek het ritueel al snel te werken toen de provincie op 2 mei door stormen werd geteisterd. 


    Nieuwe hittekaart moet sterfgevallen voorkomen

    Vorige maand heeft het Spaanse ministerie voor Volksgezondheid voor het twintigste jaar op rij een nationaal hitteplan gelanceerd. Het ministerie begon daarmee in 2004 na het hoge aantal sterfgevallen in bloedhete zomer van 2003, waarin 6500 mensen overleden als gevolg van hitte. 

    Dit jaar is een nieuwe, preciezere waarschuwingskaart ingevoerd die het land opdeelt in 182 zones om de temperaturen vast te stellen waarboven sterfgevallen significant toenemen, laat El País weten. Want de temperatuur waarop het sterftecijfer de lucht in schiet, de drempeltemperatuur, is niet overal hetzelfde, blijkt uit onderzoek van het gezondheidsinstituut Carlos III. Zelfs binnen dezelfde provincie zijn er grote verschillen. Dit is het geval in de provincie Lugo: de drempel in A Mariña, aan de noordkust, is 25,5 graden, terwijl die in het zuiden van de provincie is vastgesteld op 37,1 graden.

    Zelfs binnen dezelfde provincie zijn er grote verschillen

    Die grote verschillen hangen samen met veel factoren, zoals hoe goed de bevolking zich aan de hitte heeft aangepast. Het platteland van Córdoba heeft bijvoorbeeld de hoogste drempeltemperatuur van het land: 40,4 graden. Totdat tijdens een periode van hitte die temperatuur bereikt wordt, is er geen statistisch significante toename van het aantal sterfgevallen. Asturië heeft de laagste drempeltemperatuur in Spanje: 23,9 graden. Deze cijfers zijn tot stand gekomen door gegevens van honderden weerstations te vergelijken met de sterftecijfers in de gebieden tijdens extreme perioden van hitte tussen 2009 en 2018, legt Julio Díaz, onderzoeker van Carlos III, uit. 

    Dat dit waarschuwingssysteem hard nodig is, blijkt uit de weersverwachtingen van het Europese programma Copernicus, dat satellietdata over het klimaat verzamelt. Onderzoekers van Copernicus stellen namelijk dat er een hoge kans (zo’n 70 procent) is dat in Europa deze zomer weer bovengemiddeld warm wordt. 

    chris weiher rdlY8Zwyee0 unsplash
    © Unsplash

    Seksstaking onder orthodox joodse vrouwen

    Een groep orthodox joodse vrouwen in de Verenigde Staten is begonnen met een ‘seksstaking’ om een lid van hun gemeenschap te helpen een religieuze scheiding van haar man te verkrijgen. In de Chassidische enclave Kiryas Joel in het noorden van de staat New York protesteren deze vrouwen tegen de orthodox joodse wet die van Malky Berkowitz (29) een agunah of ‘geketende vrouw’ maakt. Berkowitz’ echtgenoot, Volvy, blijft naar verluidt weigeren om de get – de scheidingspapieren – te tekenen die hun scheiding zouden voltooien en haar zouden toestaan om te hertrouwen.

    Seksstakingen zijn in het verleden succesvol gebleken

    Zolang Volvy de papieren niet tekent of totdat Malky van de rabbinale rechtbank toestemming krijgt om te scheiden, zullen de vrouwen weigeren het badritueel mikwa uit te voeren, waardoor ze niet rein zijn en geen seks mogen hebben met hun echtgenoot. Berkowitz, die in 2020 haar man verliet, is naar vijf verschillende rabbinale rechtbanken geweest en ze hebben allemaal ‘betekenisloze’ documenten van excommunicatie voor de echtgenoot of ‘afsluitende documenten’ uitgegeven waarin staat dat de relatie effectief is beëindigd, maar dit heeft niet tot gevolg gehad dat het huwelijk werd ontbonden.

    Seksstakingen zijn in het verleden succesvol gebleken, schrijft The Jewish Chronicle. In 2003 hielden Liberiaanse vrouwen een seksstaking om een einde te maken aan de burgeroorlog in het land en in 2011 dwongen Filipijnse vrouwen vrede af in hun dorp door middel van een seksstaking.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.


    Een liefdesverklaring aan de Swinging Sixties

    DOCUMENTAIRE | 85 minuten goeie ouwe lol

    De jeugd vindt zichzelf wijs zoals een dronkenlap denkt dat ie nuchter is, schreef auteur en componist Anthony Burgess over de swingingsixtiesgeneratie in Londen. Al was wijsheid misschien niet zozeer wat ze ambieerden. ‘Toen de oorlog eenmaal voorbij was werden we naar Maleisië en Korea gestuurd om mensen te doden,’ zegt acteur Michael Caine tegen The Independent. ‘De jaren vijftig werden gedomineerd door smog en rantsoenen. En toen kwamen de sixties, en besloten we dat we plezier wilden maken.’

    Lol, daar verlangden ze naar, en drugs, en het omverwerpen van het gezag, of van wat op school werd aangeduid als hun ‘betters’, vertelt Caine.

    De acteur, bekend van o.a. Alfie en The Italian Job en inmiddels 85, maakte een documentaire over de jaren van zijn jeugd: My Generation. Grote namen als Paul McCartney, Joan Collins, Marianne Faithfull en Twiggy werden urenlang geïnterviewd om hun herinneringen met de kijker te delen. Het beeld bestaat uitsluitend uit opnamen van toen: alleen Caine is in zijn huidige verschijning te zien. Anders zou de aandacht maar worden afgeleid van de sfeer van toen, licht Caine toe. Vanwege al die oude koppen, vult Peter Bradshaw van The Guardian aan. Hij vindt het een teleurstellende beslissing dat de acteurs niet echt in de documentaire voorkomen, en betreurt eveneens een gebrek aan aandacht voor films (de focus ligt op popsterren), tv en Cliff Richard.

    Daarnaast vindt hij niet dat Caine en zijn kringen representatief waren voor de tijd: ‘Voor de meeste mensen buiten maar ook binnen Londen sleepten de jaren zestig zich net zo goed voort als de jaren vijftig en veertig.’ Een interview met Caine in The Spectator kopt inderdaad: ‘Iedereen die ik kende werd rijk’.

    Volgens Bradshaw is de grootste waarde van de documentaire dat we eraan worden herinnerd hoe afkeurend veel mensen van de oudere generatie waren over de hoogvliegers van de jarenzestigrevolutie

    RadioTimes benoemt de ironie dat deze wildebrassen het een halve eeuw later over ‘die goede ouwe tijd’ hebben, zoals hun ouders het over de jaren voor de oorlog hadden. Maar volgens The Independent laat My Generation goed zien waarin deze tijd baandoorbrekend was: de opkomst van de arbeidersklasse, die in de woorden van McCartney ‘zo gek nog niet bleek en bovendien best talentvol’, en een gebrek aan seksisme: ‘Mary Quant, Twiggy, Jean Shrimpton waren net zo belangrijk voor deze tijd als Caine of [fotograaf David] Bailey.’

    Volgens Bradshaw is de grootste waarde van de documentaire dat we eraan worden herinnerd hoe ‘afkeurend veel mensen van de oudere generatie waren over de hoogvliegers van de jarenzestigrevolutie. (…) Ze hadden niet door hoe absurd ze klonken. Het was de eeuwenoude jaloezie en ergernis van de ouden tegenover de jongen. Tegenwoordig verbloemen we dat beter in onze schimpende verwijzingen naar “de millennials”. Maar vervang die term door “de jeugd” en die lollige commentatoren van nu lijken ineens verdacht veel op die van de opgeblazen types die vonden dat Mick Jagger zijn haar moest knippen en in het leger dienen.’

    Een recensent van de Engelse Metro, die zelf dichter bij de millennialgeneratie staat, zegt niets nieuws van My Generation te hebben geleerd. Maar ‘door de beelden en soundtrack krijgen de swingende sixties wel degelijk een relevantie voor deze tijd’. Variety noemt de documentaire een liefdesverklaring en belooft de kijker ‘85 minuten goeie ouwe lol’.

    Vanaf 31 mei in de bioscopen.

    © Concertgebouw
    © Concertgebouw

    MUZIEK | Wie durft, wint

    De dirigent die Bach naar Japan bracht

    Het plan van de Japanse dirigent Maasaki Suzuki om een Bach Collegium Japan in Kobe en Tokio op te zetten, een orkest en koor gespecialiseerd in het uitvoeren van barokmuziek op authentieke instrumenten, werd aanvankelijk met scepsis bekeken. Inderdaad liep Suzuki toen hij in 1990 aan de realisatie begon tegen aanzienlijke problemen aan, vertelt hij Erica Jeal van The Guardian: hij moest de muziekstijl in Japan introduceren, muzikanten vinden die de oorspronkelijke instrumenten bespeelden (aanvankelijk kwamen die vaak uit Europa), en dan was er nog het probleem dat Japanse koorlieden de bijbelse referenties uit de teksten van Bach niet altijd even goed konden plaatsen, zodat Suzuki, die tot de 3 procent christenen van Japan behoort, ze voor hen vertaalde: ‘Een heel karwei! Soms overdrijf ik mijn uitleg een beetje om een concept over te brengen.’ Net als Bach, die hij ‘een natuurlijk verlengde van mijn leven’ noemt, behoort hij tot de Lutherse Kerk.

    Maar de scepsis betrof vooral de ideologische kant van het plan. Na een optreden in Tel Aviv, vertelt Suzuki aan Jeal, schreef een Israëlische recensent dat hij een verband tussen Japan en Bach sowieso afkeurde. Een auteur van The Guardian sloot een positieve recensie af met de geruststellend bedoelde woorden ‘Dit is geen Bach in Komono’.

    Suzuki, die als zoon van twee muzikale ouders opgroeide in Tokio en later studeerde aan het Conservatorium in Amsterdam, kan er wel om lachen. Inmiddels is zijn Collegium ook in Europa en de Verenigde Staten bekend en won hij onder andere een Gramophone Award, de meest prestigieuze prijs binnen de klassieke muziek. ‘Zijn timing is onberispelijk en de energie op een mooie manier meedogenloos’, schrijft Presto Classical. The New York Times is in het bijzonder onder de indruk van de drie trompettisten, ‘gezien de moeilijkheid om een barokke versie van het instrument te bespelen’. ‘Wie durft, wint’, concludeert The Guardian over Suzuki’s omstreden project.

    De dirigent breidde zijn repertoire inmiddels uit tot onder meer de missen van Mozart, en hij wil ook vroeger werk gaan uitvoeren, zoals van Schütz and Monteverdi. Maar, schrijft The Spectator in een artikel met de curieuze kop ‘Denkt Maasaki Suzuki dat zijn publiek zal branden in de hel?’, ‘Hij praat nog steeds over de Hohe Messe alsof hij deze gister ontdekt heeft. (…) ‘Hij zingt de woorden “in remissionem peccatorum” aan me voor om me aan hun pracht te herinneren. Geen wonder dat in Suzuki’s vertolking van Bachs cantata’s de inspiratie in elke toon doorklinkt.’

    Het antwoord op de vraag uit de kop luidt trouwens ontkennend. Wel gelooft Suzuki dat ‘de Heer de harten via muziek kan beroeren’ – zoals ook Bach dat volgens de recensent geloofde. Een Europese dirigent was deze vraag waarschijnlijk niet gesteld.

    Op 29 mei speelt het Bach Collegium Japan Mozarts Mis in c in het Concertgebouw, Amsterdam.


    LITERATUUR | Geen literatuur, maar hekserij

    De Braziliaanse Kafka, of Beckett, of Joyce

    Twee jaar geleden verscheen een biografie over het leven van de Braziliaanse auteur Clarence Lispector (1920-1977) van Benjamin Moser. Voordat hij eraan begon was hij door een vriend gewaarschuwd dat haar werk ‘geen literatuur, maar hekserij’ was. ‘Sinds haar dood is haar betovering alleen maar toegenomen’, schrijft Moser in The New Yorker. ‘Destijds zou het overdreven zijn geweest om haar de belangrijkste moderne auteur van haar land te noemen. Nu gaat het zelfs niet langer om het artistieke aspect. Het gaat om de overweldigende aantrekkingskracht waarmee ze degenen die er ontvankelijk voor zijn inspireert. Het lezen van haar boeken is voor velen een van de emotioneelste gebeurtenissen van hun leven.’

    Lispector werd onder barre omstandigheden geboren in Oekraïne en woonde tot haar drieëntwintigste in Brazilië, waarna ze een diplomaat trouwde en vijftien jaar in het buitenland verbleef. Ze was exceptioneel mooi, intelligent en mysterieus en debuteerde op jonge leeftijd met Dicht bij het wilde hart. Dat het haar in eigen land aanvankelijk moeite kostte gepubliceerd te worden, kwam volgens vrienden niet alleen door haar ingewikkelde proza, maar ook door haar karakter. ‘Een van haar lezeressen smeekte haar om een ontmoeting omdat ze hoopte op een diepgaande band. Toen de fan arriveerde, zat Lispector daar maar naar haar te staren, zonder een woord te zeggen, net zolang tot de vrouw uiteindelijk het appartement uit vluchtte.’

    De titel van haar eerste roman is ontleend aan James Joyce, waarvan Lispector destijds niks gelezen had. (Volgens haar Amerikaanse vertaler Elizabeth Bishop was ze de ‘meest niet-literaire auteur die ze ooit ontmoette’; ze zou nooit een boek inkijken.) Meteen werd ze met de Ierse meester vergeleken. En vervolgens ook met Beckett, omdat ze net als hij het onnoembare wilde benoemen, schrijf Irish Times, met Woolf (een vergelijking die ze niet prettig vond omdat Woolf een einde maakte aan haar leven, terwijl ze zelf ondanks dat het haar zwaar viel vastbesloten was door te zetten), met Spinoza, in de manier waarop ze het individu wil ‘deheroïseren’, met Nietzsche, vanwege haar existentiële blik. Biograaf Moser noemt de vertaling van haar werk in het Amerikaans het belangrijkste vertaalproject uit Zuid-Amerika sinds het verzamelde werk van Borges. Bishop schreef in een brief aan dichter Robert Lowell dat ze Lispector zelfs béter vindt dan Borges.

    ‘Boeken als dit wijzen erop dat een onderdrukkende omgeving niet de werkelijkheid is en het nooit zal zijn’

    Bij het boek De passie volgens GH ligt een vergelijking met Kafka voor de hand. Hierin besluit een vrouw de kamer van haar vertrokken dienstmeid op te ruimen, en plet ze per ongeluk een kakkerlak tussen de deur. Vervolgens komt ze tot diepgaande inzichten over haar eigen leven. In LitHub schrijft journalist Scott Esposito: ‘Wie anders dan Lispector zou het aandurven het sap uit een stervende kakkerlak als aanzet te gebruiken voor een existentiële crisis die het hoofdpersonage doet inzien dat haar materiële leven een leugen is?’

    Volgens Electric Literature is het boek zoals haar meeste werk sterk autobiografisch. ‘Ik ben niets’, zou ze haar psychiater eens hebben geschreven. ‘Ik voel me net zo’n insect dat zich ontdoet van zijn huid. Die huid heet Clarence Lispector.’

    Esposito van LitHub beschrijft hoe De passie volgens GH ‘zijn leven redde’ toen hij zich na jaren reizen probeerde neer te leggen bij een saaie kantoorbaan. ‘Het boek herinnerde me aan de zelf waaraan ik trouw wilde zijn. En gaf me de moed dat te doen. Boeken als dit (…) wijzen erop dat een onderdrukkende omgeving niet de werkelijkheid is en het nooit zal zijn.’

    Er zijn er ook die de Lispector-devotie te ver gaat. Uitgever Alfred Knopf constateerde na het lezen van een van haar boeken dat hij er geen woord van begrepen had, schrijft Nicholas Shakespeare van The Telegraph. Zelf denkt hij dat Lispector inderdaad het soort boeken schreef waar mensen in een bepaalde fase van hun leven troost in vinden, die ze inspireert om zelf te schrijven, maar vindt hij bij nadere bestudering dat ze ‘een hoop gebazel’ bevatten. ‘Als Clarice Lispector inderdaad op de plank naast Kafka, Woolf en Joyce thuishoort (…) dan is dat om te benadrukken wat zij niet zijn.’

    De passie volgens GH verschijnt half mei bij De Arbeiderspers, in een vertaling van Harrie Lemmens.

    Auteur: Laura Weeda

    Openingsbeeld: © Literary Hub