Tag: kalifaat

  • 1. Allemaal naar Guantanamo Bay?

    1. Allemaal naar Guantanamo Bay?

    Om begrijpelijke redenen staan landen niet te springen om jihadisten te laten terugkeren. Maar wat zijn de alternatieven?

    In de turbulente eerste dagen nadat hun zogenaamde kalifaat was uitgeroepen, zwoeren buitenlanders die zich bij Islamitische Staat (IS) hadden aangesloten blijmoedig hun band met het Westen af. Jihadisten uit Frankrijk, Canada en andere landen filmden hoe ze hun paspoorten verbrandden. Maar nu IS bijna verslagen is, gedragen de ooit zo strijdlustige radicalen zich als toeristen die op een all-invakantie zijn gestrand. Een 
Canadees beklaagde zich erover dat zijn ambassade geen contact met hem opnam. Een Britse vrouw die het in Raqqa ‘naar haar zin’ had gehad, wilde hulp bij haar repatriëring naar Londen.

    Zulke IS-strijders vormen een groot probleem voor hun vaderland. Meer dan 41 duizend buitenlanders togen naar Syrië en Irak om zich bij de groepering aan te sluiten. Halverwege vorig jaar waren 7366 van hen naar huis teruggekeerd, aldus de Londense denktank International Centre for the Study of Radicalisation. Nog vele duizenden meer kwamen op het slagveld om. Er zijn nog zo’n 850 mannen en een paar duizend vrouwen over, die verspreid over Oost-Syrië gevangen zitten in 
primitieve kampen.

    Nagenoeg onmogelijk

    Tot voor kort wilde hun thuisland hen daar maar al te graag laten. Totdat 
president Donald Trump in december besloot de Amerikaanse troepen uit Syrië terug te trekken. De Koerdische troepen, heer en meester in Oost-Syrië, zijn er toch al niet op ingericht duizenden gevangenen vast te houden. Dat wordt nagenoeg onmogelijk wanneer de Amerikanen zich volledig uit het land zullen hebben teruggetrokken. President Trump wil dat buitenlandse regeringen hun burgers naar hun eigen land laten terugkeren. ‘Het 
alternatief is niet goed, want dan zien we ons genoodzaakt hen vrij te laten,’ twitterde hij. Dat alternatief is inderdaad slecht, maar dat geldt ook voor alle andere alternatieven.

    De eenvoudigste oplossing is een ander met het probleem op te zadelen. 
Volgens een wet die in 2015 in Australië werd aangenomen, verliest iemand die zich bij een terroristische groepering heeft aangesloten zijn burgerschap. Dat gebeurde voor het eerst in 2017 met Khaled Sharrouf, een Libanese Australiër die zijn zoontje fotografeerde met het afgehakte hoofd van een Syrische soldaat in zijn handen. De Australische wet geldt alleen voor Australiërs met een tweede nationaliteit, want volgens het internationaal recht mag je iemand niet stateloos maken.

    Wetenschappers zijn het er niet over eens hoe mensen radicaliseren en zelfs niet over wat radicaliseren precies inhoudt

    Groot-Brittannië zit daar niet mee. Het ontnam Shamima Begum, die zich als tiener bij IS aansloot, het Britse staatsburgerschap. Volgens de Britten is haar moeder afkomstig uit Bangladesh en komt ze daarom in aanmerking voor het staatsburgerschap van dat land. Op vergelijkbare wijze besloot president Trump dat een in Amerika geboren vrouw die propaganda maakte voor IS het land niet meer in mag.

    Rechtbanken zouden dergelijke besluiten terug kunnen draaien. Maar ook 
al doen ze dat niet, dan nog is het onwaarschijnlijk dat westerse landen zullen besluiten hun burgers elders 
te dumpen. Want ze zijn veel beter 
toegerust om die op te vangen dan 
bijvoorbeeld Libanon of Bangladesh.


    Rehabilitatiecentrum voor extremisten

    Saoedi-Arabië kiest voor een andere aanpak. In 2004, na een golf van terroristische aanslagen in het land, zette het een rehabilitatiecentrum voor extremisten op. De gevangenen worden vastgehouden in een aangenaam kamp met een zwembad en 
creatieve therapie. Partnerbezoek is toegestaan. Maar dergelijke oplossingen zijn kostbaar. Ze vragen om langdurige een-op-eenaandacht van docenten en geestelijken en kunnen in het Westen op weinig steun rekenen.

    Frankrijk opende drie jaar geleden ook een deradicaliseringscentrum in een chateau in het Loire-dal. De gedetineerden studeerden geschiedenis en filosofie en spraken met een imam 
over het geloof. Het was de bedoeling dat ze er tien maanden zouden blijven, maar het centrum werd opgedoekt nadat plaatselijke bewoners bezwaar hadden gemaakt tegen het verblijf van terroristen in hun midden.

    Het valt trouwens onmogelijk uit te maken of dergelijke oplossingen werken. Wetenschappers zijn het er niet over eens hoe mensen radicaliseren en zelfs niet over wat radicaliseren precies inhoudt. Saoedi-Arabië beweert dat nog geen twintig procent van de ruim drieduizend bewoners van het rehabilitatiecentrum de jihad alsnog trouw zijn gebleven, wat toch betekent dat het deradicaliseringstraject in 
honderden gevallen is mislukt. Een Somalisch-Amerikaanse man die onderweg was naar Syrië en op het vliegveld van Minnesota werd gearresteerd, werd in 2017 vrijgelaten na een blijkbaar succesvolle rehabilitatie van een jaar. Wat voor hem werkte, hoeft niet te werken voor geharde strijders die onschuldige mensen hebben 
afgeslacht en tot slaaf gemaakt. Het voelt onrechtvaardig als hun straf niet meer is dan een veredeld zomerkamp.

    Maar ze voor de rechter brengen is lastig. Amerika heeft een respectabele staat van dienst. Eén man werd tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld, een tweede werd in juni aangeklaagd. Maar het land kon een derde verdachte niet veroordelen wegens gebrek aan bewijs. Hij werd na meer dan een jaar gevangenschap vrijgelaten. Heiko Maas, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, zegt dat zijn land een vergelijkbaar probleem heeft. Bewijs dat tijdens verhoren op het slagveld is verkregen, is niet rechtsgeldig. De herkomst van documenten die in handen van Koerdische strijders zijn gevallen, is niet zeker.

    Voormalige IS-strijders spelen volleybal in een Koerdische gevangenis in Noord-Syrië. – © AP Photo / Hussein Malla
    Voormalige IS-strijders spelen volleybal in een Koerdische gevangenis in Noord-Syrië. – © AP Photo / Hussein Malla

    Australië heeft een handig hulpmiddel: een wetsregel die erop neerkomt dat het betreden van bepaalde gebieden als een misdaad wordt beschouwd. Maar alleen Mosul en Raqqa zijn als zodanig aangemerkt. Om de wet te kunnen toepassen, moeten aanklagers bewijzen dat verdachten in die steden zijn geweest. Zelfs dat is vaak al heel moeilijk.

    Zijn de verdachten eenmaal veroordeeld, dan moeten landen besluiten waar ze zullen worden vastgehouden. Amerika zag nog geen driehonderd strijders vertrekken en er kwamen er nog minder terug. Het is voor dat land een koud kunstje om ze in de gevangenis te stoppen. In Europa ligt dat anders, want daar zijn de aantallen vaak veel groter. Sommige Europese landen merken nu al dat medegevangenen radicaliseren. Teruggekeerde strijders bij andere gedetineerden zetten zou weleens een nieuwe generatie extremisten kunnen opleveren.

    Rudimentaire rechtbanken

    Het is begrijpelijk dat politici die zich voor zulke problemen gesteld zien de handen wanhopig ten hemel heffen. Als inwoners van hun land in een ander land misdrijven hebben begaan, moeten ze daar dan niet worden berecht? Maar het door Koerden bestuurde Oost-Syrië is geen land. De rudimentaire rechtbanken daar bieden geen eerlijk proces en bestaan waarschijnlijk niet lang meer. En nu hun Amerikaanse beschermheren de benen nemen, kunnen de Koerden rekenen op aanvallen van zowel het regime van Assad als het Turkse leger. Waarschijnlijk zullen ze een deal met Assad 
sluiten. De geschiedenis wijst uit wat er gebeurt wanneer de mensen die 
ze hebben opgepakt in Syrische 
gevangenissen belanden. De kerkers van Assad hebben generaties radicalen voortgebracht, die alleen werden 
vrijgelaten wanneer dat politiek gezien goed uitkwam.

    Dan blijft er maar één mogelijkheid over. ‘Het Pentagon heeft ons laten weten dat er een grote kans bestaat 
dat ze naar Guantanamo Bay worden gestuurd,’ zegt een stafmedewerker van het Amerikaanse Congres. Sinds 2008 zijn daar geen gevangenen meer opgenomen. President Barack Obama heeft acht jaar lang geprobeerd de gevangenis te sluiten, en het aantal gedetineerden is geslonken van 242 in 2009 tot krap 40 nu. De Democraten zullen die koers waarschijnlijk niet willen veranderen.

    Voor een oplossing voor terugkerende IS-strijders is een combinatie nodig van rechtbankprocessen, volgsystemen en rehabilitatie. De politie moet de daarvoor benodigde middelen krijgen, het OM methoden om kwetsbaar bewijs in rechtszaken in te brengen. Sommige deradicaliseringsprogramma’s werken prima, vooral in gevangenissen en voor diegenen die tegen hun wil of als kind naar Syrië en Irak zijn gekomen.

    Geen westerse politicus wil verantwoordelijk worden gehouden voor de repatriëring van potentieel gevaarlijke radicalen. Maar ze in Syrië laten of in ontwikkelingslanden dumpen lost het probleem niet op. Daar gaat bovendien de boodschap van uit dat westerse regeringen niets geven om de levens van miljoenen Syriërs en Irakezen die door toedoen van hún landgenoten kapot zijn gemaakt.

    The Economist | Londen

  • Terugkeren na IS. ‘Ik dacht dat ik het juiste deed’

    Terugkeren na IS. ‘Ik dacht dat ik het juiste deed’

    Hoda Muthana en Kimberly Polman verbrandden beide alle schepen achter zich toen ze naar het kalifaat vertrokken om te trouwen. Ze twitterden boodschappen als ‘Beschiet ze vanuit auto’s en laat al hun bloed vloeien, of huur een grote vrachtwagen en rijd over ze heen’. Tot ze begonnen te realiseren dat ze een fout hadden gemaakt.

    Kamp al-Hawl, Syrië – Hoda Muthana was een twintigjarige studente in Alabama die ervan overtuigd was geraakt dat IS voor de goede zaak streed. Dus maakte ze haar ouders wijs dat ze op studiereis ging maar kocht in plaats daarvan van haar studietoelage een vliegticket naar Turkije. Nadat ze het kalifaat binnen was gesmokkeld postte de studente een foto op Twitter waarop haar gehandschoende handen haar Amerikaanse paspoort vasthielden. ‘Binnenkort de fik erin,’ beloofde ze.

    Dat was meer dan vier jaar geleden. Nu, na drie huwelijken met IS-strijders en het bijwonen van het soort executies dat ze op sociale media had toegejuicht, zegt Muthana dat ze diepe spijt heeft en terug wil naar de Verenigde Staten. Ze gaf zich vorige maand over aan de coalitietroepen die tegen IS vechten en brengt nu haar dagen door als gedetineerde in een vluchtelingenkamp in het noordoosten van Syrië. Ze heeft daar gezelschap van een andere vrouw, Kimberly Gwen Polman (46), die rechten studeerde in Canada voordat ze zich aansloot bij het kalifaat en die zowel Amerikaans als Canadees staatsburger is.

    Tijdens een interview in het kamp met The New York Times zeiden beide vrouwen dat ze erachter probeerden te komen hoe ze een nieuw paspoort konden krijgen en hoe ze de sympathie konden herwinnen van de twee landen die ze eerder verachtten.

    Krankzinnig idee

    ‘Woorden schieten me tekort om mijn spijt uit te drukken,’ zei Polman, dochter van een Amerikaanse moeder en een Canadese vader uit een mennonitische gemeenschap in Hamilton, Ontario, die zelf drie volwassen kinderen heeft.

    Muthana zei dat ze zich in haar middelbare-schooltijd voor het eerst aangetrokken had gevoeld tot IS door het lezen van posts op Twitter en andere sociale media. ‘Als ik er nu op terugkijk, kan ik niet genoeg benadrukken wat een krankzinnig idee het was,’ zegt ze. ‘Ik kan het gewoon niet geloven. Ik heb mijn leven verpest. Ik heb mijn toekomst verpest.’

    President Trump leverde deze week in een tweet kritiek op bondgenoten als Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland omdat ze niet honderden IS-gevangenen terugnamen die waren gevangengenomen op het slagveld. ‘Het alternatief is dat we ze moeten vrijlaten,’ waarschuwde hij.

    De president zei er niet bij dat de Verenigde Staten Amerikaanse vrouwen die met IS-strijders waren getrouwd ook niet naar huis hadden gehaald. Zowel Muthana als Polman zei geen bezoek te hebben gehad van Amerikaanse functionarissen sinds hun gevangenneming vorige maand. Ze zeiden ook dat er een familie van vier zussen uit Seattle was, met vier kinderen, die in een ander kamp werd vastgehouden. Een voormalige politiefunctionaris bevestigde dat een familie uit Seattle naar Syrië was gereisd om zich aan te sluiten bij Islamitische Staat, maar had geen aanvullende informatie.

    Hoda Muthana trouwde drie keer in het kalifaat en vluchtte uiteindelijk mee met een Syrische familie vanuit Shafa. Ze nam alleen haar baby mee.
    Hoda Muthana trouwde drie keer in het kalifaat en vluchtte uiteindelijk mee met een Syrische familie vanuit Shafa. Ze nam alleen haar baby mee.

    Van een klein aantal Amerikanen – slechts 59, volgens gegevens van het George Washington University Program on Extremism – is bekend dat ze naar Syrië zijn gereisd om zich aan te sluiten bij IS. Bijna alle Amerikaanse mannen die in de strijd gevangen zijn genomen zijn gerepatrieerd, maar het blijft onduidelijk waarom dat bij sommige Amerikaanse vrouwen en hun kinderen – minstens dertien, volgens bronnen van The Times – niet het geval is.

    Een FBI-woordvoerster wilde geen commentaar leveren op de twee gevallen, maar zei dat agenten per definitie een onderzoek instellen naar iedere Amerikaan die zich heeft aangesloten bij Islamitische Staat, een organisatie die als terroristisch te boek staat.

    Robert Palladino, een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, beschreef de situatie van Amerikanen in Syrië als ‘uiterst gecompliceerd’. ‘We bekijken deze gevallen om de details beter te begrijpen,’ zei hij, maar hij wilde verder geen commentaar geven om redenen van privacy en veiligheid.

    Een Canadese regeringsfunctionaris zei dat het voor Canadezen die vastzitten in Syrië moeilijk kan zijn de regio te verlaten omdat ze waarschijnlijk ernstige aanklachten tegemoet kunnen zien in naburige landen.

    Seamus Hughes, adjunct-directeur van het George Washington University Program on Extremism, noemde de talrijke misdaden die door IS zijn gepleegd en zei dat er ‘duizenden legitieme redenen zijn om de oprechtheid in twijfel te trekken’ van verzoeken als die van Muthana en Polman. ‘Hoewel er vaak simplistische verhalen de ronde doen over “jihadbruiden”, “hersensspoelen” en “internetdaten”,’ zei hij, ‘hebben de buitenlandse vrouwen van IS bij heel wat wreedheden geassisteerd en zich er in sommige gevallen rechtstreeks schuldig aan gemaakt.’

    Muthana en Polman erkenden tijdens het interview dat veel Amerikanen zich zouden afvragen of ze het verdienden naar huis te worden gebracht nadat ze zich hadden aangesloten bij een van de dodelijkste terreurgroepen ter wereld. ‘Hoe kun je eerst je paspoort verbranden en je vervolgens in slaap huilen omdat het je zo vreselijk spijt?’ vroeg Polman. ‘Hoe maak je mensen dat duidelijk?’

    Neem een vliegtuig naar Turkije. Bel na het landen dit nummer

    Muthana groeide als dochter van Jemenitische immigranten op in een ultrastreng huishouden, waar feestjes, vriendjes en mobieltjes taboe waren. Haar vader gaf haar pas een mobiele telefoon als cadeautje voor haar einddiploma van de middelbare school. Die telefoon werd algauw haar toegangspoort tot de wereld van de extreme islam, zei ze. Ze vertelde hoe nog geen twee jaar later, in 2014, een internetcontact haar instructies gaf hoe ze zich kon aansluiten bij Islamitische Staat: Neem een vliegtuig naar Turkije. Bel na het landen dit nummer.

    Muthana schreef zich in bij de University of Alabama in Birmingham, waar ze het als tweedejaars na het innen van de studietoelage van haar ouders voor gezien hield. Ze stopte een boekentas vol kleren en zei tegen haar familie dat ze naar een studie-evenement in Atlanta ging, op twee uur rijden afstand. In plaats daarvan ging ze regelrecht naar de luchthaven van Birmingham voor een vlucht naar Istanboel. ‘Ik huilde omdat ik dacht dat ik een groot offer aan God bracht en afstand deed van mijn familie, mijn thuis, mijn comfort, alles wat ik kende, alles wat me lief was,’ zei ze. ‘Ik dacht dat ik het juiste deed.’

    Muthana zei dat ze in november 2014 over de Syrische grens werd gesmokkeld en naar een slaaphuis voor vrouwen werd gebracht, waar honderden alleenstaande vrouwen van over de hele wereld dicht opeengepakt zaten. Elke dag, zei ze, wandelde een IS-functionaris door het slaaphuis met een lijst van mannen die op zoek waren naar een bruid. ‘Je mag het huis niet verlaten voordat je getrouwd bent,’ zei ze. ‘Ik wist dat dat zou gebeuren, maar ik dacht dat ik er wel aan kon ontkomen. Ik wist niet dat er sloten op de deuren zaten. Ik wist niet dat er kettingen waren. En bewakers.’

    Ze zei dat ze het een maand volhield voordat ze toestemde in een ontmoeting met Suhan Rahman, een Australiër uit Melbourne. Hij gebruikte de naam Abu Jihad, oftewel ‘Vader van de Jihad’, zei ze. Ze ontmoetten elkaar in een kamer onder begeleiding. Na een kort gesprek nam hij haar mee naar huis. Ze nam de naam Umm Jihad aan, oftewel ‘Moeder van de Jihad’. Als ze alleen thuis zat terwijl haar man aan het vechten was, postte ze giftige tweets onder haar pseudoniem. ‘Petje af voor de moedjs in Parijs’, schreef ze met gebruikmaking van de afkorting voor moedjahedien op de dag in 2015 dat jihadisten de kantoren van het satirische weekblad Charlie Hebdo bestormden en twaalf mensen doodden. Ook spoorde ze anderen aan zich bij de terroristische organisatie aan te sluiten. ‘Er zijn hier zoooooveel Aussies en Britten maar waar blijven de Amerikanen, word wakker lafaards’, postte ze.

    Ook gebruikte ze haar account om aanslagen in het Westen te helpen uitlokken, zoals in de Verenigde Staten. ‘Amerikanen word wakker!’ schreef ze op 15 maart 2015. ‘Jullie hebben veel te doen zolang jullie nog onder onze grootste vijand leven, genoeg geslapen! Beschiet ze vanuit auto’s en laat al hun bloed vloeien, of huur een grote vrachtwagen en rijd over ze heen.’

    Haar Twitteraccount is sindsdien geblokkeerd, maar de posts werden door het George Washington Program gekopieerd en doorgespeeld aan The Times.

    Ze was nauwelijks drie maanden getrouwd, zei Muthana, toen ze thuis een dutje lag te doen en een man de trap op kwam rennen en schreeuwde dat haar man ‘de marteldood’ was gestorven. Na zijn dood stemde ze toe in twee andere gearrangeerde huwelijken, zei ze.

    Kinderadvocaat

    Polman zei dat ze begin 2015 het kalifaat binnen was gesmokkeld nadat ze op een Amerikaans paspoort van Vancouver naar Istanboel was gevlogen. Ze zei dat ze kort daarvoor belangstelling voor de verpleging had gekregen en was gaan corresponderen met een man in Syrië die de nom de guerre Abu Aymen gebruikte. Deze man, met wie ze later trouwde, vertelde haar dat in het groeiende kalifaat steeds meer behoefte was aan verpleegkundigen.

    Jaren eerder had ze het mennonitische geloof van haar ouders vaarwel gezegd en zich bekeerd tot de islam. Omdat ze niets anders te doen had, zei ze, bracht ze haar dagen door op internet en was haar Facebook-tijdlijn vergeven van de beelden van stervende moslims in Syrië.

    Polman zei dat ze op een gegeven moment had ontdekt dat ze een posttraumatische-stresstoornis had en niet meer in staat was haar bed uit te komen. Een broer en een zuster meldden vanuit British Columbia dat haar was gezegd dat ze aan een psychische aandoening leed. ‘Ze heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt,’ zei de broer, die niet met name genoemd wilde worden uit angst voor represailles.

    Volgens de zuster, die ook niet met name genoemd wilde worden, studeerde Polman rechten aan Douglas College en werkte ze korte tijd op een moslimschool in Richmond, British Columbia. In 2011 won ze een Women’s Opportunity Award van de vrouwenorganisatie Soroptimist International. In de bekendmaking van de prijs, afgedrukt in de plaatselijke krant, stond dat het haar uiteindelijke doel was kinderadvocaat te worden.

    Haar zuster zei dat Polman in de zomer van 2015 op reis ging naar Oostenrijk, zogenaamd voor twee weken. ‘Ze omhelsde me bij het afscheid en zei dat we thee zouden gaan drinken als ze terugkwam,’ zei de zuster. Pas nadat de familieleden waren ingelicht door de Canadese autoriteiten beseften ze dat ze zich had aangesloten bij IS. Op een gegeven moment had haar zus zes maanden lang niets van Polman gehoord en ging ze ervan uit dat ze dood was. ‘In het verleden hebben we haar als familie kunnen helpen,’ zei haar zus. ‘Dit was de enige keer dat we haar niet konden helpen. Dus dat was heel moeilijk voor ons.’

    Tegen de tijd dat Polman in het kalifaat belandde waren de misdaden daarvan welbekend, inclusief het onthoofden van journalisten, het tot slaaf maken en systematisch verkrachten van vrouwen van de Jezidi-minderheid en het levend verbranden van gevangenen. Zowel zij als Muthana deed ontwijkend toen er vragen over die wreedheden werden gesteld. ‘Ik ben niet geïnteresseerd in bloedvergieten en wist niet wat ik moest geloven,’ zei Polman. ‘Dat zijn filmpjes op YouTube. Wat is waar? Wat is niet waar?’

    Vluchtelingen op weg naar een tijdelijk kamp, vanwaar ze naar het Al-hol-kamp in de Syrische provincie Hassakeh worden overgeplaatst. Veel van hen zijn gezinsleden van en waarschijnlijk zelf ook IS-strijders. – © Antoine Chauvel / SIPA /SIPA / 19021519
    Vluchtelingen op weg naar een tijdelijk kamp, vanwaar ze naar het Al-hol-kamp in de Syrische provincie Hassakeh worden overgeplaatst. Veel van hen zijn gezinsleden van en waarschijnlijk zelf ook IS-strijders. – © Antoine Chauvel / SIPA /SIPA / 19021519

    Volgens haar eigen lezing begon Muthana zich in haar tweede jaar in het kalifaat van de terroristische groepering distantiëren. Ze trouwde met een tweede strijder en raakte zwanger. Omdat ze aan bloedarmoede leed door ijzergebrek bracht ze veel tijd in bed door. ‘Ik kreeg twijfels,’ zegt ze in een verslag dat The Times niet kon verifiëren. ‘Ik was zwanger. Heel emotioneel, omdat ik mijn familie miste. Ik dacht: wat doe ik hier?’

    Ze zei dat haar tweede man omkwam in Mosoel in Irak. ‘Door een raket of een luchtaanval.’

    Het was inmiddels 2017 en de belegering van Raqqa in Syrië was begonnen. Toen ’s nachts haar vliezen braken liep ze volgens eigen zeggen bijna twee kilometer naar de dichtstbijzijnde kliniek terwijl de bommen op de stad vielen.

    Na het baren van een zoon trok Muthana van het ene huis naar het andere, naarmate het gebied van het kalifaat verder kromp. Toen Raqqa eind 2017 viel, verhuisde ze naar al-Mayadin in het dal van de Eufraat. Toen al-Mayadin viel, verhuisde ze naar Hajin, en vandaar naar Shafa, een dorp in de laatste schilfer IS-gebied dat honderden luchtaanvallen te verduren kreeg. Ze trouwde voor de derde keer en scheidde na enige tijd weer van haar man, wiens naam ze niet wilde noemen.

    Polman zei dat haar breuk met het kalifaat heftiger verliep, al een jaar na haar aankomst. Ze zei dat ze probeerde te ontsnappen maar werd betrapt door veiligheidsagenten van IS toen ze op de markt een vrouw vroeg of ze een smokkelaar kende die haar zou kunnen helpen. Ze zei dat ze werd opgesloten in een cel in Raqqa, waar ze zo lang bleef dat ze uiteindelijk alle 4422 tegels had geteld.

    Ze zei dat ze herhaaldelijk uit haar cel werd gehaald om te worden verhoord. En dat ze op een avond werd verkracht.

    ‘Ze namen me mee via de gang, en het was aardedonker,’ zei ze. ‘Er waren dikke metalen deuren en ik herinner me dat ik uitgleed, en ze schopten me.’ Ze zei dat de gevangenbewaarders haar waarschuwden dat als ze de verkrachting ooit zou melden, ze zouden zeggen dat ze bewijs hadden dat ze een spionne was. Voordat ze haar vrijlieten, zei ze, lieten ze haar een verklaring ondertekenen in zowel het Arabisch als het Engels waarin stond dat als ze opnieuw zou proberen te ontsnappen ze de hukm zou accepteren, de doodstraf volgens de shariawet.

    ‘Het is moeilijk om van gedachten te veranderen als je alles hebt verloren en opgeofferd’

    De twee vrouwen, die een generatie in leeftijd verschillen, ontmoetten elkaar en raakten bevriend in de laatste uithoek van het kalifaat, dat tegen januari uit nog geen vijftien vierkante kilometer bestond. Het omsingelde gebied kampte met verscheidene tekorten. Toen er geen papieren luiers meer te krijgen waren, knipten de twee vriendinnen handdoeken in stukken. Toen er moeilijk aan eten viel te komen, verzamelden ze gras uit spleten tussen de stoeptegels, kookten het en dwongen zichzelf het op te eten. ‘Als je een aardappel zag,’ aldus Muthana, ‘was het alsof je een Lamborghini zag.’ Ze begonnen over vluchten te praten, en ze zeiden dat ze steeds meer gruwden van de keuze die ze hadden gemaakt.

    ‘Het is moeilijk om van gedachten te veranderen als je alles hebt verloren en opgeofferd. Ook al voel je dat er iets niet klopt, dat dit niet oké is, toch denk ik dat het heel erg moeilijk is om een ommezwaai te maken als je alle bruggen achter je hebt verbrand,’ zei Polman.

    IS verbood mensen te vertrekken en zette landmijnen en scherpschutters in om dat te voorkomen. Maar vorige maand, zei Muthana, besloot ze het toch te proberen door aan te haken bij een Syrische familie die Shafa rond het schemeruur verliet. Ze nam alleen haar baby mee in zijn kinderwagen, zei ze. Toen de duisternis inviel, raakte de groep verdwaald en bracht de nacht door in de ijzige kou. De volgende dag, op 10 januari, voltooide ze de reis en gaf zich over aan Amerikaanse troepen in de Syrische woestijn, die haar vingerafdrukken namen.

    Enkele dagen later volgde Polman via dezelfde route en gaf zich ook over. Na enkele weken, waarin ze geen contact hadden met de Amerikaanse of Canadese autoriteiten, benaderden zij en Muthana het Rode Kruis om hulp te krijgen. Ze hebben ook contact met een advocaat die probeert hun terugkeer naar Noord-Amerika te bewerkstelligen.

    Muthana gaf de advocaat een handgeschreven briefje: ‘Ik besefte dat ik niet inzag of misschien zelfs niet eens begreep hoe belangrijk de vrijheden zijn die we in Amerika hebben. Nu doe ik dat wel,’ schreef ze. ‘Ik kan moeilijk onder woorden brengen hoeveel spijt ik heb van wat ik in het verleden heb gezegd, van de pijn die ik mijn familie heb gedaan en van de overlast die ik mijn land heb bezorgd.’ Volgens adjunct-directeur Hughes van het George Washington University Program on Extremism zijn de Verenigde Staten verplicht haar naar huis te halen, ‘maar wel met handboeien om’.

    Rukmini Callimachi deed verslag vanuit Syrië, Catherine Porter vanuit Toronto. Adam Goldman en Edward Wong leverden bijdragen vanuit Washington, en Glenny Brock vanuit Alabama. Kitty Bennett deed research.
    Vertaler: Peter Bergsma

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • 1. Raqqa is bevrijd, 
maar wat nu?

    1. Raqqa is bevrijd, 
maar wat nu?

    Raqqa, de hoofdstad van het ‘kalifaat’, is door Koerdisch-Arabische troepen terugveroverd op IS. Maar wat er met de stad gaat gebeuren is onduidelijk.

    Onder een blakerende zon in lege straten met verwoeste gebouwen marcheren strijders van de door de VS gesteunde Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) langs de rottende lijken van hun vijanden. Hier wordt de nederlaag van IS gevierd. Hoewel de zegevierende troepen onder leiding stonden van de Koerden, zijn het vooral Arabieren uit Raqqa die deze dinsdag slogans schreeuwen en in de lucht schieten. Zij hebben zich bij de SDF aangesloten om hun stad terug te winnen.

    ‘Raqqa is vrij, vrij! IS, opgerot!’ roept de twintigjarige Abdullah. ‘We hebben ze eruit geschopt!’

    Maar iedereen hier beseft dat er nog veel te doen is. Zoals het oprollen van de laatste verzetshaarden en het ruimen van mijnen en geïmproviseerde explosieven waarmee de stad bezaaid ligt – een stad die een verwoeste aanblik biedt door de zware Amerikaanse bombardementen waarmee het SDF-offensief werd ondersteund.

    Na een bloedige, vier maanden durende militaire campagne is de ontknoping haast een anticlimax. De aanwezige verslaggevers hebben weinig meegekregen van de laatste dag dat er gevechten woedden, omdat ze om 
niet geheel duidelijke redenen de frontlinies niet mochten bezoeken.

    Het Zwarte Stadion

    Een week eerder waren er onderhandelingen tussen Arabische stammen en IS. Inzet was de overgave van lokale strijders, en dat scheelde dagen of weken aan gevechten. SDF-commandanten hadden eerder berekend dat 
als IS zich bleef verzetten, ze vijftien dagen kwijt zouden zijn.

    Een van de laatste belangrijke doelen was de verovering van het grootste stadion van de stad, dat door de SDF ‘het Zwarte Stadion’ is gedoopt omdat het onder het IS-bewind een theater van verschrikkingen was geworden. ‘Wij hebben vandaag bezit genomen van het Zwarte Stadion,’ vertelt Saif al Din Raza uit Raqqa. Dat wil zeggen: de plek was omsingeld. ’Er zitten nog zo’n vijftig tot honderd buitenlandse IS-strijders en die gaan er allemaal aan.’

    ‘Maar wat hoor ik voor geweervuur?’ vraag ik.

    ‘Dat zijn jongens die de overwinning vieren,’ aldus Saif. En inderdaad, die dinsdag valt het Zwarte Stadion vlot 
in handen van de SDF.

    ‘De buitenlandse strijders konden kiezen tussen zich overgeven of gedood worden,’ vertelt Omar Aloush, een hoge vertegenwoordiger van het nieuwe bestuur in Raqqa. Hij ontkent berichten dat de resterende IS-strijders van Syrische komaf met burgers als levend schild in bussen naar Deir ez-Zor zijn gebracht. Toch zag ik in het oosten van de stad die bussen Raqqa uit rijden. Het bleek om in totaal 3500 burgers te gaan.

    De SDF-strijders voelen zich onoverwinnelijk. ‘We gaan naar Deir ez-Zor en zullen het bevrijden, we rekenen in alle Syrische steden met IS af,’ bezweert Saif al Din Raza.
    Ondertussen zijn in Raqqa de gevechten van man tegen man gestopt en is ook de bevrijding van het Nationale Ziekenhuis in volle gang. ‘We blijven rond het Zwarte Stadion zoeken naar restanten van IS,’ zegt Mustafa Bali, hoofd van het mediacentrum van de SDF. ‘Verder zijn de strijders al begonnen om de vele door IS geplante mijnen te ruimen. Dat karwei kan wel een paar dagen duren.’ Idris Mohammed, hoofd van de door de VS getrainde Interne Veiligheidstroepen van Raqqa, werd door een van die mijnen gedood, een dag voor de bevrijding.

    Leden van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) in Raqqa op 20 oktober. – © Asmaa Waguih
    Leden van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) in Raqqa op 20 oktober. – © Asmaa Waguih

    De nieuwe bestuurders van Raqqa hebben veel te stellen met het grote aantal verzoeken van burgers om snel naar de stad terug te keren. Zij vrezen dat als dit op een chaotische manier gebeurt, plunderingen maar ook dodelijke ongelukken met mijnen het gevolg zullen zijn. ‘De prioriteit na de bevrijding is het ruimen van mijnen. Daarna pas kunnen de burgers weer naar hun huizen en is het tijd voor de wederopbouw,’ zegt Ilham Ahmed, 
co-voorzitter van de Democratische Raad van Syrië, een grotendeels door Koerden geleide organisatie die gelieerd is aan de ‘Volksverdedigingstroepen’ (YPG), het leger van het officieuze Koerdische republiekje Rojava in Noord-Syrië. ‘Er moet een herstelplan voor de hele stad komen.’ Verder onthult ze dat de door de VS gesteunde Civiele Raad van Raqqa, die tot nu toe vanuit de stad Ain Issa werkte, wordt uitgebreid en geherstructureerd, en naar Raqqa verhuist.

    Hoe de wederopbouw van de voormalige hoofdstad van IS ook wordt aangepakt, er zal een hoop geld mee gemoeid zijn. En of dat geld er komt, is de vraag. De Koerdische stad Kobani, die in 2015 werd bevrijd na een maandenlange bloedige, kostbare belegering, is nog steeds zwaar beschadigd en heeft nauwelijks hulp gekregen bij de wederopbouw. Sommige Koerden zijn boos op humanitaire organisaties omdat die volgens hen vooral ‘Arabische steden’ helpen.

    Een paar dagen eerder bezocht Brett McGurk – de speciale gezant van de president van de VS inzake IS – Ain Issa en de Civiele Raad van Raqqa. Hij was in het gezelschap van de Saoedische minister van Arabische Zaken, Thamer al-Sabhan. Verslaggevers mochten geen foto’s maken.

    ‘De Saoedische vertegenwoordiger heeft ons niet veel verteld, maar zei wel dat wij van de Civiele Raad in Raqqa goed werk hadden geleverd door de scholen te heropenen en de sociale eenheid te herstellen,’ aldus Omar Aloush van de Raad. Hij voegde eraan toe dat donorlanden bezig waren om hulpprojecten voor Raqqa te evalueren. ‘Een Comité voor de Wederopbouw zal toezien op het bestuur. Onmiddellijk na de bevrijding wordt de schade aan de instellingen en de infrastructuur opgemaakt.’

    Een paar weken eerder werd de Civiele Raad van Raqqa uitgenodigd voor een bijeenkomst in Rome met vertegenwoordigers van diverse westerse en Arabische leden van de door de VS geleide coalitie tegen IS. Er werd geld beloofd voor de wederopbouw van Raqqa. ‘Wij hopen dat Saoedi-Arabië 
en andere landen het Comité voor de Wederopbouw zullen helpen,’ zei Aloush, ‘want de schade in Raqqa is zeer groot en het herstel kan lange tijd duren.’

    Zal de regering-Trump opnieuw toekijken wanneer Turkije, 
of het Syrische bewind, de Syrische Koerden aanvalt?

    Nu IS in Raqqa is verslagen en de laatste verzetshaarden in de provincie Deir ez-Zor worden opgeruimd door de troepen van het Syrische leger en de SDF, rest de vraag of de Verenigde Staten de Koerden in Syrië zullen blijven steunen. Veel Koerden maken zich zorgen over wat er gaat gebeuren met hun grondgebied in het noorden van Syrië. Een veeg teken is dat de VS niet tussenbeide kwamen toen Iraakse regeringstroepen, inclusief door Iran gesteunde sjiitische paramilitairen, gebieden in Noord-Irak terugveroverden die door de Koerden werden betwist. Dat gebeurde na het Iraaks-Koerdische onafhankelijkheidsreferendum op 25 september. Zal de regering-Trump opnieuw toekijken wanneer Turkije, 
of het Syrische bewind, de Syrische Koerden aanvalt?

    In ieder geval hebben de Koerdische leiders in Noord-Syrië gezegd dat ze bereid zijn om over autonomie te onderhandelen met de Syrische regering. Ze benadrukten dat ze zich niet van Syrië willen afscheiden – in tegenstelling tot de Iraakse Koerden, die naar een onafhankelijke staat streven.

    Auteur: Wladimir van Wilgenburg
    Vertaler: Carl Stellweg

    The Daily Beast
    Verenigde Staten | thedailybeast.com

    Opgezet door Tina Brown, voormalig hoofdredactrice van Vanity Fair en The New Yorker. De site publiceert opiniestukken, nieuwsanalyses en berichten over celebrity’s.

  • De bloedende wond van Al-Andalus

    De bloedende wond van Al-Andalus

    Dat jihadisten juist Spanje als doelwit kozen, heeft te maken met de geschiedenis 
van het Iberisch Schiereiland. 
De mythe van 
‘Al Andalus’, zoals 
zij Spanje liever noemen, wordt als rechtvaardiging gebruikt bij de verwezenlijking 
van het kalifaat.

    In de ogen van de ideologen van het jihadterrorisme blijft Spanje ‘het verloren Al-Andalus’, een paradijselijk oord dat met geweld is afgepakt van de islam en dat hoe dan ook moet worden terugveroverd. Voorlopig is dat streven nog toekomstmuziek, eerst moet er een aantal andere doelen worden gerealiseerd. Zo moet de moslimwereld worden bevrijd van alle westerse invloed en moet het kalifaat de plaats innemen van de huidige regimes, zodat een effectieve invoering van de sharia is gewaarborgd. Toch zal de enorme omvang van deze eerste opdrachten de noodzaak om de ‘bloedende wond Al-Andalus’ te helen niet verminderen.

    Dat Spanje wordt genoemd is niet toevallig. Militante groeperingen putten uit een oude doctrine met een lange traditie die deze episode uit de geschiedenis aanwijst als de bron van al het kwaad in de door interne verdeeldheid geplaagde islamitische wereld, maar ook als een toetssteen op basis waarvan belangrijke lessen voor de toekomst van de moslimgemeenschap kunnen worden getrokken en wordt voorkomen dat de fouten uit het verleden opnieuw worden gemaakt.

    Verloren land

    De terroristen hebben de ideeën die al een tijd lang leefden bij vooraanstaande radicaal-islamitische intellectuelen op agressieve wijze eigengemaakt en nieuw leven ingeblazen. In zijn eerste publieke videoboodschap na de aanslag van 11 september aarzelde Osama Bin Laden niet om het volgende te zeggen: ‘Dat de hele wereld weet dat wij niet zullen toestaan dat de tragedie van Al-Andalus zich in Palestina herhaalt.’ Waarmee hij twee afzonderlijke gebeurtenissen die maar liefst vijf eeuwen van elkaar zijn gescheiden met elkaar verbond alsof het één enkele tragedie betrof waartegen hij op leven en dood zou strijden.

    Het discours van Islamitische Staat heeft niet alleen het merendeel van de door Al-Qaida uitgewerkte argumenten overgenomen, maar heeft ze ook meer kracht gegeven dankzij hun hyperactieve propagandamachine, die zijn gelijke niet kent in de geschiedenis van het terrorisme. In weerwil van de voortdurende strijd om het leiderschap van de globale jihadbeweging met de groep die nu wordt geleid door de Egyptenaar Ayman al-Zawahiri, blijft Al-Andalus krachtig klinken in het discours van IS. Niet alleen als legitimatie van het nietsontziende geweld waar we in Barcelona en Cambrils getuige van zijn geweest, maar Al-Andalus wordt ook gebruikt als wapen om de aan Al-Qaida gelieerde Noord-Afrikaanse jihadistische groeperingen aan te vallen, die wordt verweten zich niet genoeg in te spannen om de islam te verspreiden op het Iberisch Schiereiland en de rest van Europa, waarbij de Arabische veroveraars uit het verleden als glorieus bewijs van stal worden gehaald.

    De mythe van het verloren land en de territoriale honger naar de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla in Noord-Afrika verklaren waarom Spanje onevenredig vaak opduikt in de jihadpropaganda. De extra hoge dreiging in Spanje is structureel en zal niet veranderen, wat er ook binnen of buiten ons land zal gebeuren. De aanhoudende propaganda die op internet wordt verspreid zal tot gevolg hebben dat in de gewelddadige fantasieën van de huidige en toekomstige extremisten de woorden zullen blijven weerklinken van allen die op enig moment de mythe van Al-Andalus hebben gebruikt ter rechtvaardiging van hun doel en van de dood van eenieder die verzet biedt bij de verwezenlijking van het kalifaat, het nieuwe ideaal. Het doet er weinig toe dat de jihadistische protostaat die IS de laatste jaren heeft proberen op te bouwen uiteen aan het vallen is: het erfgoed waaraan IS ten koste van alles wil vasthouden is virtueel van aard.

    De video’s die een utopisch leven tonen in het nieuwe kalifaat dat in Syrië en Irak van de grond begon te komen, zullen worden gebruikt om de toekomstige generaties extremisten op te roepen tot wraak tegen de landen die, zoals Spanje, actief bijdroegen aan de mislukking van het nieuwe kalifaat. Ons land zal de komende decennia extra worden bedreigd vanwege twee onwrikbare argumenten: dat Spanje in het verleden het middeleeuwse kalifaat zijn kostbaarste deel heeft afgepakt, en dat het in het heden de realisering van de nieuwe jihadistische droom in de kiem heeft gesmoord.

    Auteur: Manuel R. Torres

    Manuel Torres is politicoloog. Hij geeft les aan de Universiteit van Sevilla en schreef onder andere: El eco del terror, over ideologie en propaganda in jihadterrorisme.

    Beeld: © De overgave van Granada. Francisco Pradilla, 1882. Granada is door de Reyes Catolicos in 1492 heroverd op de Moren

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.