Tag: kantoor

  • Amazon eist van medewerkers dat ze fulltime naar kantoor terugkeren

    Amazon eist van medewerkers dat ze fulltime naar kantoor terugkeren

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Iran: president Pezeshkian belooft zedenpolitie aan banden te leggen

    » Myanmar: dodental als gevolg van overstromingen stijgt naar 226

    Sinds de coronapandemie werken veel mensen nog op afstand

    De baas van het Amerikaanse megabedrijf Amazon, Andy Jassy, waarschuwde maandag werknemers van zijn administratieve diensten dat zij vanaf januari moeten stoppen met thuiswerken. Zoals veel giganten in de technologiesector had het Amerikaanse bedrijf geaccepteerd dat zijn werknemers tijdens de covid-19-pandemie op afstand werkten en ondervond het moeilijkheden toen het hen fulltime naar kantoor wilde laten terugkeren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Amazon eiste in februari 2023 al dat werknemers ten minste drie dagen per week op kantoor aanwezig zijn. Eén medewerker vertelde The Seattle Times dat werknemers ‘verrast’ waren door het besluit en dat sommigen op maandag ‘de mogelijkheid hadden geopperd om te gaan staken en acties te ondernemen’ als protest tegen de afschaffing van thuiswerken.

  • Welkom terug op kantoor

    Welkom terug op kantoor

    Na twee jaar van videovergaderingen en Slack-chats, willen veel bedrijven hun werknemers weer op kantoor zien. Maar niet iedereen staat te popelen om terug te keren naar de ochtendspits en de gemeenschappelijke toiletten.

    Toen Googlewerknemers deze maand terugkeerden naar hun grotendeels lege kantoren, kregen ze te horen dat ze rustig aan moesten doen. Kantoortijd ‘moet niet alleen over productie gaan, maar ook leuk zijn’. Neem de tijd om op verkenning te gaan. Plan niet aan een stuk door afspraken. En vergeet ook niet om het privéoptreden van Lizzo bij te wonen, een van de populairste popsterren van het land. En alsof dat nog niet genoeg was, kondigde het bedrijf ook nog eens ‘pop-upevenementen’ aan, met eten en cadeautjes – ‘de favoriete combinatie van elke Googler’.

    Googlewerknemers in Boulder, Colorado, werden op de muismat die het bedrijf hun cadeau deed wel nog herinnerd aan wat ze achterlieten. Onder een afbeelding van een droevig kijkende kat stond de smeekbede: ‘Je gaat toch niet RTO?’ RTO is een afkorting voor return to office [terug naar kantoor], die tijdens de pandemie is ontstaan omdat kantoren van veel bedrijven leeg kwamen te staan. Tijdens de pandemie bleek dat aanwezigheid op kantoor geen hogere productiviteit in de hand werkte, en veel bedrijven deden het prima zonder dat het personeel ooit fysiek bij elkaar kwam.

    Gewone kleren

    Nu, na twee jaar van videovergaderingen en Slack-chats, staan veel bedrijven te popelen om hun werknemers weer achter hun bureaus te zien. Maar werknemers staan vaak minder te popelen om terug te keren naar de ochtendspits en de gemeenschappelijke toiletten en om hun joggingpak in te wisselen voor gewone kleren. Techbedrijven die goed in de slappe was zitten en lege kantoren hebben staan, halen daarom alles uit de kast om hun personeel terug naar kantoor te halen, zelfs al hebben ze inmiddels aangegeven dat dat in veel gevallen – voor ten minste een paar dagen per week – verplicht is.

    Lizzo speelt deze maand voor werknemers van Google in een amfitheater in de buurt van het hoofdkantoor in Mountain View, Californië. Toen Microsoft eind februari zijn kantoren heropende in Redmond, Washington, werden de werknemers getrakteerd op optredens van lokale bands, bier- en wijnproeverijen en zelfs op lessen om een terrarium aan te leggen. Chipfabrikant Qualcomm organiseerde een happy hour met topman Cristiano Amon om de eerste officiële week terug op kantoor in te luiden. In kantoren in San Diego werden enkele duizenden werknemers vergast op gratis eten, drinken en T-shirts. Ook heeft het bedrijf wekelijkse evenementen ingevoerd, zoals pop-upeetstands op ‘Take a Break Tuesday’ en fitnesslessen op ‘Wellness Wednesday’.

    ‘Deze feestjes en extraatjes maken duidelijk dat bedrijven heel goed weten dat werknemers niet naar kantoor willen komen’

    ‘Deze feestjes en extraatjes maken duidelijk dat bedrijven heel goed weten dat werknemers niet naar kantoor willen komen, in ieder geval niet zo vaak als vroeger,’ zegt Adam Galinsky, professor aan de businessschool van Columbia University. Volgens hem verkiezen bedrijven vooralsnog ‘de wortel boven de stok’: werknemers worden beloond omdat ze naar kantoor komen in plaats van gestraft wanneer ze thuisblijven.

    Voordat corona toesloeg, investeerden de grootste technologiebedrijven miljarden dollars in de bouw van kantoren – architectonische hoogstandjes die de rijkdom van het bedrijf weerspiegelen. Deze glanzende kantoorpanden, vol foefjes en extraatjes, getuigen van de lang gekoesterde overtuiging dat persoonlijke samenwerking bevorderlijk is voor creativiteit en innovatie en het nastreven van een gemeenschappelijk doel. Maar voor veel werknemers die het prettig vonden om op afstand te werken, vertegenwoordigt de terugkeer naar kantoor – hoe mooi dat ook mag zijn – het einde van de zomer, of de weerzin om weer naar school te gaan. Slechts weinigen, zo lijkt het, staan te springen om weer vijf dagen per week naar kantoor te gaan.

    Een derde van de werknemers wil liever op afstand werken

    Op Memegen, een interne bedrijfssite van Google waarop medewerkers memes delen, was een van de populairste posts een foto van een bedrijfskantine met als onderschrift: ‘RTO is elkaar tegen het lijf lopen en zeggen “We moeten echt weer eens samen lunchen”, totdat een van de twee ontslag neemt bij Google.’ Nick Bloom, die als professor economie aan Stanford University elke maand vijfduizend werknemers ondervraagt, zegt dat de meeste mensen twee of drie keer per week terug willen naar kantoor. Een derde van de werknemers wil nooit meer terug en blijft liever op afstand werken.

    Collega’s ontmoeten

    Alleen al met de reis van en naar kantoor, aldus Bloom, bespaart de gemiddelde werknemer één uur per dag. ‘Vandaar dat werknemers niet met gratis bagels of een pingpongtafel kunnen worden verleid.’ De belangrijkste reden voor werknemers om naar kantoor te gaan is om hun collega’s te ontmoeten, zo blijkt uit zijn enquêtes.

    Apple verplicht zijn werknemers zich één keer per week op kantoor te melden

    Na een paar keer uitstellen heeft Google op 4 april een hybride werkschema geïntroduceerd, waarbij de meeste werknemers enkele dagen per week op kantoor dienen te verschijnen. Apple verplicht sinds vorige week zijn werknemers zich één keer per week op kantoor te melden. Op 31 maart stuurde David Radcliffe, adjunct onroerend goed en werkplekken bij Google, een e-mail aan werknemers in de Bay Area van San Francisco waarin hij aankondigde de terugkeer ‘heel bijzonder‘ te willen maken.

    Al jaren voorziet Google in luxe bussen met wifi om het woon-werkverkeer productiever en comfortabeler te maken, maar nu gaat het bedrijf nog een stap verder. Zo biedt het onder meer een vergoeding van 49 dollar per maand voor de huur van een elektrische scooter. Daarnaast is Google van plan met de inrichting te gaan experimenteren om in te spelen op veranderende manieren van werken.

    Microsoftwerknemers die in februari enkele dagen per week terugkeerden naar hun kantoren, werden verwelkomd met ‘dankevents’ en buitenspelletjes zoals cornhole en levensgroot schaken. Ze konden schilderlessen volgen of manden leren maken. Het café op de campus werd omgetoverd in een bier-, wijn- en mocktail-garten. En natuurlijk was er gratis eten en drinken: pizza’s, broodjes en allerlei soorten koffie. Microsoft huurde foodtrucks in die onder andere gefrituurde kip, taco’s, gyros, Koreaans eten en gebraden vlees serveerden.

    Gratis eten

    In tegenstelling tot bij veel andere technologiebedrijven moeten werknemers van Microsoft zelf betalen voor hun eten op kantoor. Een werknemer deelde op Twitter haar verbazing over de enorme aantrekkingskracht die gratis eten bleek te hebben. Bedrijven moeten volgens Nick Bloom een balans zien te vinden tussen flexibiliteit, waarbij werknemers hun eigen schema mogen bepalen, en een vorm waarbij werknemers worden verplicht op specifieke dagen te verschijnen en hun kantoortijd optimaal te benutten. Bedrijven kunnen hun energie beter stoppen in het vinden van dat evenwicht, dan aan het overstelpen van werknemers met extra’s als privéconcerten, aldus Bloom.

    ‘Door al die franje gaan werknemers echt niet weer regelmatig verschijnen’

    ‘Door al die franje gaan werknemers echt niet weer regelmatig verschijnen,’ zegt Bloom. ‘Wat wordt de volgende stap? Eerst Justin Bieber en daarna Katy Perry?’ Medewerkers van het meer ingetogen Apple zeggen geen feestelijkheden te verwachten wanneer ze terugkeren naar kantoor. Daar zou ook nooit sprake van zijn geweest. In eerste instantie vraagt Apple werknemers om één keer per week te komen opdagen. Vanaf eind mei wordt dat maandag, dinsdag en donderdag.

    Toen Apple vorig jaar een terug-naar-kantoorplan aankondigde, dat door een nieuwe coronagolf moest worden uitgesteld, ondertekenden meer dan duizend werknemers een brief waarin ze bij het management aandrongen op flexibele werkregelingen. Dit was een bijzondere stap voor het personeel, dat zich in het verleden zeldzaam openlijk kritisch uitliet over beslissingen van bovenaf.

    Maar hoewel techbedrijven tegemoet proberen te komen aan de wensen van hun werknemers, zijn ze tegelijkertijd op kleine attenties aan het bezuinigen. Meta, voorheen bekend als Facebook, liet werknemers vorige maand weten dat het gratis diensten zoals een wasserij en stomerij gaat inperken of afschaffen. Net als enkele andere bedrijven heeft Google duizenden werknemers toestemming gegeven om op afstand te werken of naar een ander kantoor over te stappen. Maar als dat een goedkopere locatie betreft, dan verlaagt Google het salaris; hierbij zou de plek waar iemand is aangenomen een rol spelen.

    Clio, een bedrijf in juridische software in Burnaby, Brits-Columbia, dwingt zijn werknemers niet om naar kantoor terug te keren, maar organiseerde onlangs wel een groot feest. Er was vrolijke muziek. Er was een asymmetrische ballonsculptuur in de kenmerkende Clio-kleuren lichtblauw, donkerblauw, koraalrood en wit: perfect voor een selfie. Een van Clio’s bekendste werknemers droeg een safarikostuum en gaf daarin rondleidingen door het bedrijf. Om twee uur ’s middags werd er een cupcakeparty gehouden.

    Thuisgevoel vergroten

    Het bedrijf verplaatste de bureaus naar de ramen, zodat de Clions – zoals het bedrijf zijn werknemers noemt – tussen alle e-mails door naar de kersenbloesems buiten het kantorencomplex kunnen kijken. Zo moest het thuisgevoel worden vergroot. Een tafelvoetbaltafel is veranderd in een werkstation, met stoelen aan beide kanten, ‘zodat je kunt vergaderen terwijl je tafelvoetbalt, met je laptop erbovenop’, aldus Natalie Archibald, Clio’s adjunct van de HR-afdeling.

    Het kantoor van Clio in Burnaby, waar 350 mensen werken, is maar voor de helft open. De ruime werkplekken moeten worden gereserveerd, en werknemers dragen rode, gele en groene koordjes die aangeven of hun handen al dan niet mogen worden geschud. Op het feest kwamen slechts zo’n zestig mensen opdagen. ‘Zodat ze een echte lach te zien krijgen in plaats van een emoji,’ aldus Archibald. ‘Want daar worden mensen nou eenmaal blij van.’

  • De toekomst van werk in een veranderende arbeidsmarkt

    De toekomst van werk in een veranderende arbeidsmarkt

    Niet alleen de pandemie heeft de manier waarop mensen denken over hun baan verandert. Ook andere ontwikkelingen, zoals voortschrijdende digitalisering en het groeiende aantal burn-outs, maken dat werk en de arbeidsmarkt aan een grondige herziening toe zijn.

    Heeft het kantoor nog de toekomst?

    In de afgelopen decennia veranderde het uiterlijk van veel kantoren drastisch.

    Aparte ruimtes en hokjes verdwenen en toepassingen uit de technologie werden geïntegreerd in open kantoorruimtes die geschikt waren voor werk in teamverband. Tegelijkertijd maakte digitalisering met e-mail, Google Docs, videoconferenties en Slack de aanwezigheid van werknemers in die kantoren minder essentieel. De pandemie maakte duidelijk dat veel werk ook elders verricht kan worden en wierp de vraag op waar het kantoor eigenlijk voor is: een plek voor nieuwelingen om te leren van ervaren collega’s? Een vorm om luiwammesen in de gaten te houden? Een ruimte voor samenwerking en sociaal contact?

    Een groot deel van Amerikaanse werknemers wil verhuizen uit de grote stad of heeft dat al gedaan

    Volgens Upwork, een platform voor freelancers, werkt 27 procent van de Amerikaanse beroepsbevolking dit jaar op afstand en willen zo’n twintig miljoen werknemers verhuizen, of hebben dat al gedaan, velen van hen uit de grote steden. Leegstand in kantoren blijft stijgen. CBRE, ’s werelds grootste vastgoedadviesbureau, schat de leegstand van kantoren in San Francisco op ruim 16 procent, hoger dan ooit. Grote vastgoedbedrijven die voorheen recessiebestendig waren vanwege langlopende commerciële huurcontracten, hebben het afgelopen jaar ruim een derde van hun beurswaarde verloren. Kortom, er zal een nieuw evenwicht moeten worden gevonden.


    De ‘digitalenvaardighedenkloof’

    Digitalisering dwingt bedrijven om voortdurend hun bedrijfsmodellen en -processen aan te passen.

    Ondertussen merken werknemers dat ze, om mee te kunnen blijven gaan met die veranderingen, bereid moeten zijn om levenslang te leren. Maar uit onderzoek van Initiative21, een Duitse ngo die onderzoek doet naar de maatschappelijke uitdagingen van het digitale tijdperk, blijkt dat de ‘digitalevaardighedenkloof’ in Duitsland nog groot is. Zo is 59 procent van de internetgebruikers anderhalf jaar na het uitbreken van de pandemie nog steeds niet in staat een videoconferentie op te zetten. Slechts 20 procent van de mensen met een kantoorbaan beheerst een programmeertaal. Die hebben ze momenteel waarschijnlijk nog niet nodig, maar dat kan snel veranderen. De samenleving heeft behoefte aan ‘een beter begrip van onderlinge verbanden in tijden van digitalisering’, aldus Hannes Schwaderer, voorzitter van het D21-initiatief. ‘Een leven lang leren moet routine worden.’

    Sommige bedrijven in Duitsland hebben eigen opleidingen, maar dat is nog een zeldzaamheid. Experts verwachten dat dat in de toekomst gaat veranderen, omdat het opleiden van werknemers in alle sectoren steeds belangrijker wordt. Want hoe verder de digitalisering vordert, des te specialistischer de banen worden. Daardoor zal het voor bedrijven zonder eigen opleiding steeds moeilijker worden om geschikte medewerkers te vinden. (Focus, München)


    Meer dan alleen werk

    In aanloop naar zijn boek The End of Burnout: Why Work Drains Us and How to Build Better Lives, dat in januari verschijnt, publiceerde Jonathan Malesic onlangs een opinieartikel in The New York Times.

    Na bijna twee jaar massale werkloosheid en thuiswerken keren miljoenen mensen nu terug naar het ritme van de veertigurige werkweek en de droom van opwaartse mobiliteit, schrijft Malesic, ook al leidden die vóór de pandemie tot wijdverbreide ontevredenheid en burn-outs. Veel mensen zien werk niet alleen als een manier om de kost te verdienen, maar als cruciaal voor zelfontplooiing.

    De algemene gedachte is dat werk betekenis, zingeving en waardigheid verschaft en recht geeft op deelname aan de samenleving. Maar, aldus Malesic, je baan, of het ontbreken ervan, is niet bepalend voor je menselijke waarde. ‘We zouden moeten beginnen met het idee dat ieder van ons waardigheid heeft, of we nu werken of niet.’ De pandemie bewees dat: miljoenen verloren plotseling hun baan, maar niet hun waardigheid. Volgens Malesic is dit hét moment om te bedenken hoe we werk kunnen inpassen in ons leven: ‘De pandemie heeft ons eraan herinnerd dat we bestaan om meer te doen dan alleen maar werken.’ Zijn advies: zoek naar zingeving in dingen buiten je baan en pas je werk daarop aan, in plaats van andersom.

  • Wie nu ontslag neemt, begrijpt de arbeidsmarkt

    Wie nu ontslag neemt, begrijpt de arbeidsmarkt

    Sinds alles weer open is, besluiten steeds meer mensen hun baan op te zeggen. Is er een revolutie gaande op de arbeidsmarkt, of is het gewoon een nawee van de lockdown?

    Deze zomer was het helemaal hot om je baan op te zeggen. Meer Amerikanen hebben ontslag genomen dan in enige andere periode sinds begin deze eeuw, aldus het Amerikaanse ministerie van Werkgelegenheid. Van elke honderd werknemers in hotels, restaurants, cafés en de detailhandel namen er zo’n vijf ontslag.

    Laagbetaalden zijn niet de enigen die het voor gezien houden. In april hebben meer dan zevenhonderdduizend mensen in de categorie ‘professionele en zakelijke dienstverlening’ hun baan opgezegd – nooit eerder waren dat er zo veel binnen een maand. In alle sectoren van de arbeidsmarkt zeggen vier op de tien werknemers met de gedachte te spelen hun huidige baan vaarwel te zeggen.

    Binnen de arbeidseconomie staat stoppen voor een optimistische kijk op de toekomst

    Vanwaar die plotselinge golf van vrijwillige ontslagen? Een vrij algemene theorie is dat er momenteel een fundamentele verandering plaatsvindt in de structurele verhouding tussen werknemers en werkgevers, die ingrijpende gevolgen heeft voor de toekomst van de arbeidsmarkt. Op alle sporten van de inkomensladder hebben werknemers nieuwe redenen om tegen hun baas te zeggen dat hij de pot op kan. Het is niet ondenkbaar dat laagbetaalden die hebben geprofiteerd van gunstige regelingen tijdens de pandemie tot de ontdekking zijn gekomen dat ze niet genoeg verdienen nu ze weer aan het werk zijn gegaan. Ze laten niet meer met zich sollen, en restaurants en kledingzaken zien zich gedwongen hogere salarissen te betalen om het personeel te behouden.

    Yolo

    Ondertussen zeggen kantoorpersoneel en ambtenaren dat ze overwerkt zijn, of opgebrand, na het slopende coronajaar en stappen ze met nieuwe eisen naar de baas. Uit een recent onderzoek van Bloomberg-Morning Consult blijkt dat de helft van de werknemers onder de veertig zegt te overwegen op te stappen als ze van hun baas niet een paar dagen thuis mogen werken. En de cijfers laten zien dat dit niet altijd bluf is. 

    De mensen met hogere inkomens – van wie het hoornvlies is uitgedroogd door de ontelbare onlinevergaderingen en de onderrug gesloopt na maandenlang de bank als bureaustoel te hebben gebruikt – baden in het spaargeld dat ze in dit jaar van existentiële crisis niet hebben kunnen uitgeven. Ontslag nemen is voor hen de manier om de kwetsbaarheid van het leven het hoofd te bieden in deze tijden van kosmische angst. Kort gezegd: yolo.

    Wordt ergens mee stoppen vaak geassocieerd met pessimisme, luiheid en een gebrek aan zelfvertrouwen, binnen de arbeidseconomie staat stoppen juist voor het tegenovergestelde: een optimistische kijk op de toekomst, enthousiasme om aan iets nieuws te beginnen, het vertrouwen dat je niet te pletter zult slaan als je de sprong in het diepe waagt, maar dat je een zachte landing zult maken op een plek waar het beter toeven is.

    Veel mensen zien robots en arbeiders als aartsvijanden

    De zomer van het vrijwillige ontslag zou de voorbode kunnen zijn van iets groters: een nieuwe gouden eeuw, niet alleen van de macht van werknemers, maar ook van technologische aanpassingen en groei van productiviteit. Denk aan de laatste keer dat je een restaurant hebt bezocht (een bedrijfstak waar de lonen snel stijgen). Als je ervaring ongeveer gelijk is aan die van mij, had je geen gezellig gesprekje met een serveerster maar moest je een QR-code scannen. Het restaurant zette de gebruikelijke maaltijd op tafel, maar met minder personeel. Als je dat extrapoleert naar de hele economie, kun je met beter betaalde werknemers in combinatie met software de klant efficiënter bedienen. Dit optimistische verhaal zou heel goed bewaarheid kunnen worden: de arbeidsproductiviteit stijgt momenteel harder dan in de afgelopen twintig jaar, en het einde van die ontwikkeling is nog niet in zicht.

    Zoals economieschrijver Noah Smith uitlegt, zien veel mensen robots en arbeiders als aartsvijanden. Maar arbeidskracht en door technologie aangedreven productiviteitsgroei zouden ook hand in hand kunnen gaan. In een productieve cyclus zouden hogere lonen werkgevers ertoe kunnen zetten de duurste taken te automatiseren. Arbeidskracht zorgt voor een groei van de productiviteit, die de economie in het algemeen stimuleert, waardoor mensen meer geld uitgeven, wat weer werkgelegenheid creëert, zodat er voldoende banen zijn. In dit rooskleurige scenario bevinden we ons momenteel in het beginstadium van iets moois: een tijdperk van hogere lonen, een stijgende productiviteit en een steeds hogere levensstandaard voor iedereen.

    Het zou niet de eerste keer zijn dat een ramp uitmondt in vooruitgang

    Als deze keten staat voor een eerlijke en blijvende revolutie op het gebied van de rechten van arbeiders, zou dat niet de eerste keer zijn dat een ramp uitmondt in vooruitgang. Zoals ik vorig jaar al schreef, ‘kan een ingrijpende crisis blootleggen wat er scheef is en zo een nieuwe generatie leiders de kans bieden iets beters te bouwen’ – vaak op onverwachte manieren. De grote brand in Chicago in 1871 was deels de aanzet tot de uitvinding van de moderne wolkenkrabber, de blizzard aan de oostkust in 1888 resulteerde in het eerste Amerikaanse metronetwerk. ‘De coronapandemie eiste zeshonderdduizend levens en leidde tot een ingrijpende verschuiving in de arbeidsverhoudingen’ klinkt misschien niet als een erg voor de hand liggend causaal verband. Maar de wijze waarop wij op een ramp reageren kan de wereld veranderen op manieren die moeilijk zijn te voorspellen op het moment dat we de crisis zelf recht in de bek kijken.

    Aan de andere kant is dit misschien geen revolutie maar een illusie.

    In 2020 daalde het jaarlijkse aantal vrijwillige ontslagen met zo’n half miljoen, wat erop lijkt te wijzen dat veel mensen die normaal gesproken hun baan zouden hebben opgezegd, door de pandemie zijn blijven zitten op een plek waar ze niet gelukkig waren. Dat het aantal mensen dat ontslag neemt alsnog de hoogte in schiet, hoeft niet per se te betekenen dat er een ingrijpende verschuiving plaatsvindt. Het is eerder het beeld van de dichtgeknepen tuinslang: door de pandemie konden allerlei normale activiteiten geen doorgang vinden – ergens wat gaan drinken, een auto huren, een vervelende baan opzeggen – en nu ineens kan dat allemaal weer wél.

    Het Witte Huis lijkt zich bewust van deze dynamiek. In een blog van The Council of Economic Advisers werd onlangs gewaarschuwd dat de economische cijfers deze zomer op hol kunnen slaan. Een aantal commentatoren waarschuwt dat we geen al te stellige conclusies moeten trekken over de toekomst. ‘Het is voor een groot deel gebakken lucht,’ zegt Adam Ozimek, de hoofdeconoom van freelanceplatform Upwork. ‘Volgens mij is het Witte Huis op dit moment een stuk realistischer dan de gemiddelde liberale expert.’

    Voorspellingen

    Voorspellingen doen is lastig, niet alleen omdat het moeilijk is de toekomst te zien, maar ook omdat het lastig is het heden te bevatten. De cijfers over het aantal mensen dat ontslag neemt kunnen een voorteken zijn van een toenemende macht van de arbeider, na decennia waarin de lonen stagneerden en het arbeidsrecht is uitgehold. Maar ze zouden ook een kortstondig statistisch toeval kunnen zijn binnen de over het geheel genomen grillige economie van deze zomer. Hoe die twee dingen met elkaar te verenigen – het fantastische potentieel van dit moment en het feit dat de verwachtingen heel goed gestoeld kunnen zijn op gebakken lucht? Misschien is het antwoord: gewoon blijven doen wat je doet. Beleidsmakers moeten doen alsof de arbeidsmarkt ruimte biedt, omdat dat het geval is. En werkgevers moeten op zoek gaan naar complementaire technologie en ondertussen hun personeel beter betalen, omdat ze dat kunnen.

    MEER DAN ALLEEN WERK

    In aanloop naar zijn boek The End of Burnout: Why Work Drains Us and How to Build Better Lives, dat in
    januari verschijnt, publiceerde Jonathan Malesic onlangs een opinieartikel in The New York Times.

    Na bijna twee jaar massale werkloosheid en thuiswerken keren miljoenen mensen nu terug naar het ritme van de veertigurige werkweek en de droom van opwaartse mobiliteit, schrijft Malesic, ook al leidden die vóór de pandemie tot wijdverbreide ontevredenheid en burn-outs. Veel mensen zien werk niet alleen als een manier om de kost te verdienen, maar als cruciaal voor zelfontplooiing.

    De algemene gedachte is dat werk betekenis, zingeving en waardigheid verschaft en recht geeft op deelname aan de samenleving. Maar, aldus Malesic, je baan, of het ontbreken ervan, is niet bepalend voor je menselijke waarde. ‘We zouden moeten beginnen met het idee dat ieder van ons waardigheid heeft, of we nu werken of niet.’ De pandemie bewees dat: miljoenen verloren plotseling hun baan, maar niet hun waardigheid. Volgens Malesic is dit hét moment om te bedenken hoe we werk kunnen inpassen in ons leven: ‘De pandemie heeft ons eraan herinnerd dat we bestaan om meer te doen dan alleen maar werken.’ Zijn advies: zoek naar zingeving in dingen buiten je baan en pas je werk daarop aan, in plaats van andersom.