Tag: katholicisme

  • Vaticaan: kardinaal Prevost verkozen tot nieuwe paus Leo XIV

    Vaticaan: kardinaal Prevost verkozen tot nieuwe paus Leo XIV

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » India vraagt X om achtduizend accounts te blokkeren

    » VS: oud-president Joe Biden geeft voor het eerst sinds lange tijd een tv-interview

    De Amerikaanse kardinaal is uit 135 kardinalen gekozen

    Donderdag is na een kort conclaaf door de kardinalen een nieuwe paus verkozen. Na twee dagen overleg viel de keuze op Kardinaal Robert Francis Prevost, een negenenzestigjarige Amerikaan uit Chicago, meldt de New York Times. Kardinaal Prevost werd door meerdere bronnen werd genoemd als optie voor het pontificaat, en werd gezien als een grote kanshebber.

    De nieuwe paus heeft zich als hoofd van de orde der Augustijners vooral ingezet voor het welzijn van de armen. Dit heeft hij voor een lange tijd in Peru gedaan, waar hij als bisschop heeft gediend en waar hij tevens staatsburger is geworden. De nieuwe Paus Leo spreekt behalve Engels ook Spaans en Italiaans, wat zijn positie als internationaal leider versterkt.

    Het is nog onduidelijk wat voor koers de nieuwe paus zal varen. Als kardinaal is hij kritisch geweest op het conservatieve katholicisme in de VS, aldus de New York Times. Tegelijkertijd is hij minder mild tegenover leden van de LHBTI-gemeenschap dan zijn voorganger Franciscus. Zo toonde hij afkeer voor hoe de westerse nieuwsmedia ‘sympathie tonen voor geloven en gebruiken die tegen het evangelie ingaan.’

  • Antonio Spadaro: ‘Ook in tijden van internet moeten we over geloof nadenken’

    Antonio Spadaro: ‘Ook in tijden van internet moeten we over geloof nadenken’

    De Italiaanse jezuïet Antonio Spadaro is een van de eersten die onderzocht hoe het internet de manier waarop het geloof beleefd wordt beïnvloedt. In zijn baanbrekende boek Cybertheologia schrijft hij over de impact van de digitale revolutie op religie. Lees de exclusieve vertaling van het voorwoord.

    Nexus-conferentie: ‘Revolutie van de hoop‘

    ‘Revolutie van de hoop’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie. Met als hoofdvraag: Waar vinden we, te midden van al onze hedendaagse crises, de revolutionaire hoop, moed en creativiteit om nieuwe werelden vorm te geven? 

    Op zaterdag 20 november komen sprekers als Giuseppe Conte, Patti Smith, Wole Soyinka en Mary L. Trump bijeen in Amsterdam om een antwoord te formuleren op deze vragen.

    Deze week publiceert 360 Magazine artikelen en speeches van de sprekers van de Nexus-conferentie ‘Revolution of Hope’. De vijfde in de reeks is de Italiaanse jezuïet Antonio Spadaro.

    Is the Internet Changing the Way you Think? Dat is de titel van een in 2011 in de Verenigde Staten onder redactie van John Brockman verschenen interviewbundel over de impact van het internet op ons leven. Dat is inderdaad de echte vraag, de enige die we onszelf moeten stellen: verandert het internet onze manier van denken? Recente digitale technologieën zijn niet langer gereedschappen of hulpmiddelen die volledig losstaan van ons lichaam en onze geest. Het internet is geen hulpmiddel, maar een ‘omgeving’ waarin we leven. De ‘devices’, oftewel de apparaten die we daartoe altijd bij de hand hebben (en die vaak ook niet groter zijn dan een hand) en die ons in staat stellen altijd online te zijn, verdwijnen steeds meer, worden lichter, verliezen consistentie en vervagen tegen de achtergrond van de digitale dimensie van het leven. Het zijn open deuren die zelden gesloten worden. Wie zet nog zijn iPhone uit? Die wordt opgeladen, wordt op ‘stil’ gezet, maar wordt zelden uitgeschakeld. Er zijn mensen die niet eens weten hoe dat moet. En als we een smartphone op zak hebben die aanstaat, zijn we continu online. 

    En dus wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar hoe het internet ons dagelijks leven en, in algemenere zin, onze relatie met de wereld en de mensen om ons heen verandert. Maar als het internet onze manier van leven en denken verandert, zal het dan niet ook onze manier van denken over, en beleven van, het geloof veranderen (…hetgeen ook al gebeurt)? 

    Lees ook de artikelen van de andere sprekers van de Nexus-conferentie:

    » Nadia Harhash: ‘Worden mannen geboren als vrouwenhaters?’

    » Patrick J. Deneen: ‘De nieuwe aristocratie verbloemt haar bevoorrechte positie

    » Minouche Shafik: ‘We hebben een nieuw sociaal contract nodig’

    » Colombe Cahen-Salvador: ‘Mondiaal is het nieuwe normaal’

    Geloof en internet

    Die vraag kent voor mij een precies ontstaansmoment. In januari 2010 werd ik door Mgr. Domenico Pompili gevraagd om een lezing te geven op een congres georganiseerd door de Italiaanse Bisschoppenconferentie, getiteld Digital Witnesses. Hij vroeg me om te praten over geloof en internet. Tot dan toe had ik, vanaf 1999, voor La Civiltà Cattolica een aantal artikelen geschreven over afzonderlijke aspecten van het internet en over afzonderlijke sociale netwerken. Daarmee zette ik de traditie van grote betrokkenheid voort van het tijdschrift waarvan ik in oktober 2011 hoofdredacteur werd, een traditie die in gang was gezet door pater Enrico Baragli, een ware pionier in het onderzoek naar massamedia, voortgezet door pater Antonio Stefanizzi met artikelen over nieuwe communicatietechnologieën. 

    Toen Mgr. Pompili me benaderde, had ik twee boeken over het onderwerp geschreven: Verbindingen. Nieuwe vormen van cultuur in het internettijdperk (2006) en Web 2.0. Relatienetwerken (2010). Maar zijn uitnodiging bezorgde me toch een ongemakkelijk gevoel. Ik begreep dat hij me met zijn verzoek niet vroeg om een fenomenologische beschouwing over internettools voor evangelisatie, noch om een ​​sociologische bespiegeling over religiositeit op internet. Dat wil zeggen, dergelijke bespiegelingen volstonden mijns inziens niet. Ik herinner me dat ik, toen ik probeerde mijn betoog voor te bereiden, voor het lege scherm van mijn computer zat zonder te weten hoe te beginnen, wat te schrijven. Maar ik snapte wel dat ik een ​​‘theologisch’ betoog moest houden. Dit was het moment om iets te zeggen dat de vrucht was van de cognitieve impuls die van het geloof uitgaat in een tijd als de onze, waarin de logica van het internet haar stempel drukt op onze manier van denken, weten, communiceren, leven. 

    Welke impact heeft het internet op de manier waarop er naar de Kerk en de kerkelijke gemeenschap wordt gekeken?

    Daarmee drong ik een gebied binnen dat me aanvankelijk nogal onontgonnen en weinig populair toescheen. Bij het zoeken naar literatuur over het onderwerp ontdekte ik dat er inmiddels weliswaar veel geschreven is over de pastorale dimensie, waarin het internet als een instrument van evangelisatie wordt gezien, maar dat er van een systematisch-theologische reflectie daarentegen amper sprake was. Mijn vragen waren: welke impact heeft het internet op de manier waarop er naar de Kerk en de kerkelijke gemeenschap wordt gekeken? En welke invloed heeft het op de manier waarop over de Openbaring, de genade, de liturgie, de sacramenten – en dus over de klassieke thema’s van de systematische theologie – wordt gedacht? Mijn lezing van 23 april 2010 op het congres Digital Witnesses was de eerste stap in een persoonlijke reflectie die nog maar net in gang is gezet. 

    De gedachte dat we deze vragen onder ogen moeten durven zien wordt steeds meer gedeeld. Benedictus XVI zelf sprak de deelnemers aan de plenaire vergadering van de Pauselijke Raad voor Sociale Communicatie op 28 februari 2011 als volgt toe: ‘Het is niet alleen zaak de evangelieboodschap te verkondigen in de taal van nu, maar het is ook noodzakelijk de moed op te brengen om, zoals ook is gedaan in andere tijden, dieper na te denken over de relatie tussen het geloof, het leven van de Kerk en de veranderingen die de mens doormaakt. Het is de verplichting om degenen die verantwoordelijkheid dragen in de Kerk te helpen de “nieuwe taal” van de media te begrijpen, te interpreteren en te spreken bij het pastorale werk en in de dialoog met de hedendaagse wereld, en zich af te vragen: voor welke uitdagingen worden het geloof en de theologie gesteld door het zogenaamde “digitale denken”? Voor welke vragen en verzoeken? De communicatiewereld beïnvloedt het hele culturele, sociale en spirituele universum van de mens. Als die nieuwe talen een impact hebben op zijn manier van denken en leven, heeft dat in zekere zin ook betrekking op zijn geloofswereld, zijn intelligentie en zijn expressie. Volgens een klassieke definitie is theologie het begrijpen van het geloof, en we weten dat begrip, opgevat als beschouwende en kritische kennis, niet terugdeinst voor culturele veranderingen. De digitale cultuur stelt nieuwe eisen aan ons vermogen om een symbolische taal te bezigen en te horen die spreekt van transcendentie. Ook Jezus zelf maakte bij de verkondiging van het Koninkrijk gebruik van elementen uit de cultuur en de omgeving van zijn tijd: de kudde, de velden, het feestmaal, de zaden enzovoort. Vandaag de dag wordt ons gevraagd om, ook in de digitale cultuur, symbolen en metaforen te ontdekken die voor mensen betekenisvol zijn, die van nut kunnen zijn bij het tot de hedendaagse mens spreken over het Koninkrijk van God.’

    Spirituele blik

    Nadenken over geloof in deze internettijd is echter niet alleen reflectie in dienst van het geloof. In werkelijkheid is de inzet zelfs nog hoger en allesomvattender. Als christenen nadenken over internet, is dat niet alleen om te leren hoe ze het goed kunnen ‘gebruiken’, maar ook omdat christenen geroepen zijn om de mensheid te helpen begrijpen hoe ze de diepe betekenis van het internet in Gods plan moeten opvatten: niet als een instrument om te ‘gebruiken’, maar als een omgeving om te ‘bewonen’. Zoals Johannes Paulus II in 2005 schreef in zijn apostolische brief De snelle ontwikkeling: ‘De Kerk, die op grond van de haar door de Heer toevertrouwde heilsboodschap ook leermeesteres van de mensheid is, is zich bewust van haar plicht zelf bij te dragen tot een beter begrip van de perspectieven en verantwoordelijkheden met betrekking tot de huidige ontwikkelingen van de communicatiemiddelen.’ Dit is de grootste bijdrage van de Kerk aan het internet, althans vanuit haar eigen gezichtspunt: de mensheid helpen de diepe betekenis van communicatie en van de media beter te begrijpen. En dat vooral omdat die ‘het geweten van individuen beïnvloeden, hun mentaliteit vormen en hun kijk op dingen bepalen’. In de ontwikkeling van communicatie ziet de Kerk de handeling van God die de mensheid de weg naar vervulling wijst. Het internet, met zijn vermogen om, op zijn minst in potentie, een ruimte voor gemeenschap te zijn, maakt deel uit van de reis van de mens naar deze vervulling in Christus. En dus dienen we met een spirituele blik naar het internet te kijken en daarbij Christus te zien die de mensheid oproept om steeds meer verenigd en verbonden te zijn. 

    Ik ben geen socioloog of technicus: ik ben academisch opgeleid in de geesteswetenschappen – eerst filosofie en daarna theologie – en het was de literaire kritiek, waarmee ik me sinds 1994 bezighoudt voor La Civiltà Cattolica, die me ertoe aanspoorde te gaan nadenken over het internet. Het kritisch lezen van poëzie bracht me ertoe me met technologie bezig te houden en de theologie stelde me in staat de juiste nieuwsgierigheid aan de dag te leggen en de juiste categorieën te hanteren om die te begrijpen. Ik putte troost en inspiratie uit de bevindingen van Marshall McLuhan, die de nieuwe media met een vernieuwende blik benaderde, te weten als literair criticus en katholiek denker en niet als socioloog. Vervolgens was het de dichter Gerard Manley Hopkins die me de rol van technologische innovatie hielp begrijpen, was het de jazz die me de rol van sociale netwerken deed begrijpen, waren het theologen – van Thomas van Aquino tot Teilhard de Chardin – die me verlichtten inzake de krachten die de mens actief maken in de wereld door deel te nemen aan de schepping, en die de mens optillen naar een doel dat hoger is dan hijzelf en elk cognitief surplus te boven gaat. Het is de onuitputtelijke zoektocht naar betekenis die me de waarde van de USB-kabel in mijn hand heeft doen inzien. En ik weet dat mijn iPad verband houdt met mijn onuitblusbare verlangen om de wereld te leren kennen, terwijl mijn iPhone me (zelfs als hij op stil staat) vertelt dat ik gemaakt ben om niet alleen te zijn. Maar het is Whitmans poëzie die mijn belangstelling voor vooruitgang aanwakkert. En het is Eliot die me ervoor behoedt in haar valkuilen te lopen. Maar het is ook Flannery O’Connor die me doet inzien dat ‘de genade in hetzelfde gebied leeft als de duivel’ en dat langzaam in bezit neemt. En dus begrijp ik dat ik, hoeveel slechts ik ook zie op het net, er nooit een negatief oordeel over zal kunnen vellen om vervolgens op mijn lauweren te rusten, als ik God aan het werk in de wereld wil zien. En als ik zie hoe elektriciteit mijn computer binnenstroomt, waardoor die aanspringt en op wonderbaarlijke wijze begint op te starten, is het de gedachte aan de bezielde poëzie van Karol Wojtyla die mijn verwondering stuurt. 

    Cyberspace benadrukt onze eindigheid en roept op tot volkomenheid

    De technologie geeft uitdrukking aan het verlangen van de mens naar een volkomenheid die altijd groter is dan hijzelf, zowel op het niveau van aanwezigheid en verbinding als op het niveau van kennis: cyberspace benadrukt onze eindigheid en roept op tot volkomenheid. Daarnaar op zoek gaan betekent in zekere zin opereren in een veld waarin, zoals ik al zei, spiritualiteit en technologie elkaar kruisen. 

    Op 23 april 2010 begon ik aan een reeks artikelen voor La Civiltà Cattolica, en vervolgens heb ik mijn bevindingen getoetst op verschillende conferenties en bijeenkomsten, zowel in Italië als in het buitenland. Hoewel de resultaten van mijn studie, die ik heb gedefinieerd als ‘cybertheologie’, vooral zijn geboekstaafd in een aantal essays in La Civiltà Cattolica, voelde ik de behoefte om die ook open te stellen voor online raadpleging en debat. En dus heb ik op 1 januari 2011 het blog Cyberteologia.it gestart, en vervolgens ook de Facebookpagina ‘Cybertheology’, een Twitteraccount (@antoniospadaro) en de krant The CyberTheology Daily (http://www.cyber-theology.net), een service voor contentbeheer. Op die manier heb ik geprobeerd mijn reflecties ‘sociaal’ te maken. Ten slotte redigeer ik sinds april 2011 een maandelijkse column over cybertheologie in het maandblad Jesus

    Antropologische verandering

    Nu ik dit boek aan de lezer ter hand stel, wil ik enkele punten eruit aanstippen die samen een soort conceptueel uitgangspunt vormen. Allereerst wil ik benadrukken dat men zich, alvorens te beginnen met lezen, de vraag moet stellen wat de nieuwe, door de media gegenereerde existentiële context behelst, en de daaruit voortvloeiende ‘antropologische verandering’. Wat betekent die voor het geloof? In welke wereld leven we? Is die hetzelfde als vroeger? Als iemand vraagt ‘Waar woon je?’, wat zouden we dan antwoorden? We bewonen ook een ‘digitaal grondgebied’. Welke waarde kennen we in het digitale tijdperk toe aan het feit dat ‘het Woord vlees is geworden en onder ons is komen wonen’? 

    Ik wil er derhalve graag op wijzen dat het mijn bedoeling is om mogelijke scenario’s te schetsen en het verlangen te voeden om niet te stoppen bij de ‘wonderen’ van de techniek, maar om verder te gaan en te begrijpen hoe de wereld verandert en hoe deze verandering invloed heeft op het geloofsleven. Technologieën zijn niet alleen ‘nieuw’ omdat ze anders zijn dan wat eraan voorafgaat, maar ook omdat ze het begrip ‘ervaren’ ingrijpend veranderen. We moeten niet zo naïef zijn te geloven dat ze ons ter beschikking staan zonder dat ze op enigerlei wijze tornen aan onze manier om de werkelijkheid waar te nemen. Het is de taak van de Kerk, zoals van alle kerkelijke gemeenschappen, om de mens te begeleiden op zijn reis, en het internet maakt inmiddels onlosmakelijk deel uit van die reis. 

    Als je naar het internet kijkt, dien je niet alleen naar de toekomstperspectieven te kijken die het biedt, maar ook naar de verlangens en de verwachtingen die de mens altijd heeft gekoesterd en ten aanzien waarvan hij naar antwoorden zoekt, te weten: verbinding en kennis. We weten heel goed dat het bestaan van de Kerk altijd op twee fundamentele pijlers ​​heeft gerust: de verkondiging van een boodschap en gemeenschapszin. En dus is de Kerk vanzelfsprekend dáár aanwezig waar de mens zijn vermogen tot kennis en verbinding ontwikkelt. Dat is de reden waarom het internet en de Kerk ‘altijd al’ waren voorbestemd elkaar te ontmoeten. En daarom is het vandaag de dag ook noodzakelijk om na te denken over het geloof in tijden van internet, oftewel over ‘cybertheologie’.

    Antonio Spadaro

    Antonio Spadaro, S.J. is een Italiaanse Jezuïet, journalist en schrijver, maar bovenal vertrouweling en een van de voornaamste adviseurs van paus Franciscus. In 1988 deed hij zijn intrede bij de Sociëteit van Jezus en in 1998 raakte hij betrokken bij het tweewekelijkse jezuïtische tijdschrift La Civiltà Cattolica, waarvan hij sinds 2011 hoofdredacteur is.

    In 2014 publiceerde hij zijn invloedrijke boek Cybertheology, waarin hij ingaat op de invloed van de digitale revolutie en het internet op onze kijk op leven en geloof, en klassieke theologische begrippen als de openbaring, gratie, liturgie en sacramenten. Spadaro is lid van de Pauselijke Raad voor de Cultuur en lid van de Pauselijke Academie voor Kunst en Literatuur. In 2013 nam hij het eerste interview van paus Franciscus af, dat wereldwijd in verschillende vertalingen verscheen.

  • Steeds meer Latijns-Amerikaanse politici prediken het evangelie

    Steeds meer Latijns-Amerikaanse politici prediken het evangelie

    Met drie presidentskandidaten, tientallen gouverneurs, honderden congresleden en miljoenen volgelingen krijgt de evangelische beweging steeds meer politieke invloed in Latijns-Amerika.

    Onlangs waren de ogen van heel de wereld gericht op de begrafenis van Billy Graham, een van de invloedrijkste predikers van de twintigste eeuw. In het Capitool in Washington bewezen de meest vooraanstaande figuren van het land hem de laatste eer, terwijl op sociale media mensen van de statuur van Bill Clinton, George W. Bush en Barack Obama ‘de predikant van de Verenigde Staten’ hun laatste groet brachten.

    Het massaevenement waarmee zijn afscheid gepaard ging, vormt het bewijs dat het meer dan zeventig jaar lang prediken van het woord van God in 185 landen zijn vruchten heeft afgeworpen. Niet alleen neemt het aantal volgelingen van de evangelische beweging nog steeds toe, maar ook op andere terreinen worden de evangelisten belangrijker en invloedrijker, met name in de politiek.

    Latijns-Amerika is een van hun belangrijkste bolwerken. In deze regio is het katholicisme zijn vijfhonderd jaar oude geloofsmonopolie in slechts drie decennia kwijtgeraakt. Twintig procent van de Latijns-Amerikanen is evangelist, de grens tussen wat van God is en wat van de keizer vervaagt steeds meer. Tot de beweging behoren presidenten als Jimmy Morales (Guatemala) en presidentskandidaten als Fabricio Alvarado (Costa Rica), Jair Bolsonaro (Brazilië) en zelfs Javier Bertucci (Venezuela). En hoewel alle ogen op deze grote namen zijn gericht, ligt de werkelijke macht van de evangelische beweging vooral bij de burgemeesters, ministers, afgevaardigden, congresleden, adviseurs en andere hoge overheidsfunctionarissen.

    Door het groeiende aantal evangelisten in Latijns-Amerika is de religieuze beweging een belangrijke politieke speler geworden. In Peru, Ecuador, Colombia, Venezuela, Argentinië en Panama is meer dan vijftien procent van de bevolking evangelist, in Brazilië, Costa Rica en Puerto Rico twintig procent en in landen van Midden-Amerika zoals Guatemala, Honduras en Nicaragua zelfs veertig procent.

    Al vormen ze in geen enkel Latijns-Amerikaans land een meerderheid, vanwege het gemak waarmee evangelisten hun populariteit weten om te zetten in stemmen zijn ze van grote politieke waarde. Zoals Javier Corrales, politicoloog en docent aan het Amherst College (Massachusetts), uitlegt: ‘Evangelisten zijn uiterst gedisciplineerd en gehoorzaam, ze gaan regelmatig naar de kerk (ze luisteren dus naar politieke boodschappen), ze roeren zich in de traditionele media en op sociale media én ze zijn enorm bedreven in het mobiliseren van mensen.’

    Daarom jagen presidentskandidaten op hun stem. In Brazilië, een land met 42 miljoen evangelisten, speelde de alliantie (én breuk) van oud-president Dilma Rousseff met de evangelische kerk Iglesia Universal del Reino de Dios een cruciale rol bij haar overwinning en daaropvolgende afzetting. En in Chili bewees het feit dat Sebastián Piñera vier predikanten als campagneadviseurs had dat hij dit deel van het electoraal aan zich wilde binden tijdens de presidentsverkiezingen van 2017.

    Conservatieve allianties

    Toch beperkt de invloed van de evangelisten zich niet tot hun electorale potentieel. Ze veranderen de politiek in Latijns-Amerika met een agenda die meer wegheeft van een moreel dan van een politiek project.

    In Costa Rica belandde evangelist, presentator en zanger Fabricio Alvarado Muñoz bovenaan in de peilingen toen het Inter-Amerikaans hof voor de Mensenrechten (CIDH) zich uitsprak vóór het homohuwelijk. Alvarado beloofde vervolgens om het CIDH niet langer te erkennen, en op deze manier het gezin en het leven te beschermen. Dat leverde hem nog eens een flinke sprong in de peilingen op. Zijn beoogde vicepresident, Francisco Prendas, moest onlangs [na felle reacties uit de LHTB-beweging] zijn excuses aanbieden omdat hij had gezegd dat hij nooit een homoseksueel op een hoge post zou benoemen aangezien hij de meerderheid van de bevolking niet voor het hoofd wilde stoten. [Nadat hij de eerste ronde had gewonnen, werd Fabricio Alvarado op 1 april verslagen door zijn rivaal en naamgenoot Carlos Alvarado Quesada. Maar intussen wordt het politieke debat nog steeds gedomineerd door het homohuwelijk.]

    Het grote aantal evangelische partijen, presidentskandidaten en stemgerechtigden geeft een nieuwe impuls aan de conservatieve beginselen van andere politieke en religieuze groeperingen in Latijns-Amerika. Onderwerpen als abortus, gelijke rechten voor man en vrouw binnen het huwelijk en de slecht gemunte term ‘genderideologie’ hebben evangelisten en katholieken verenigd in een gezamenlijke strijd.
    Met leuzen als ‘handen af van onze kinderen’ stroomden duizenden gelovigen, die zulke vrijheden zien als een bedreiging, de straten op van Colombia, Paraguay, Ecuador, Peru, Mexico en Chili. De enorme druk die hiermee werd uitgeoefend vertaalde zich vrijwel meteen in maatregelen op overheidsniveau: in Paraguay is een docentenhandboek ter preventie van vrouwenmishandeling op school geschrapt. Hun enorme invloed betaalt zich politiek uit. Bijvoorbeeld in Colombia, waar het Nee-kamp triomfen vierde tijdens het referendum [over vrede met guerrillabeweging FARC].


    De relatie tussen politiek en geloof wordt steeds nauwer. Terwijl conservatieve partijen weer opleven en nieuwe kiezers winnen voor hun politieke programma’s, winnen de evangelisten electoraal terrein door parlementaire fracties te vormen en allianties te smeden met conservatieve partijen, aldus Andrew Chesnut, hoofd Catholic Studies aan de Virginia Commonwealth University [in de VS].

    Het meest in het oog springende voorbeeld van zo’n alliantie is de omstreden kandidatuur van Jair Bolsonaro voor het presidentschap van Brazilië. Bolsonaro is oud-militair en hoewel hij publiekelijk nooit heeft verklaard evangelist te zijn, wordt zijn politieke boodschap, die aanschuurt tegen rechtsextremisme, gesteund door de christelijke Partido Social Cristiano. Met uitspraken als: ‘Gays zijn het gevolg van drugsgebruik’, ‘Je verdient het niet eens verkracht te worden’, en ‘De vergissing van de dictatuur was dat er gemarteld werd in plaats van gedood’, wist Bolsonaro de tweede plek te veroveren in de peilingen, achter president Lula, die vleugellam is vanwege corruptieschandalen.

    In Brazilië, het grootste land van Latijns-Amerika, is de opmars van de evangelisten het meest zichtbaar. Ze kunnen er intussen bogen op negentig congresleden, het burgemeesterschap van Rio de Janeiro (de meest kosmopolitische en multiculturele stad van het land) en rond de veertienduizend nieuwe kerken per jaar. En hun economische positie is gigantisch. Volgens het Amerikaanse tijdschrift Forbes overstijgt het opgetelde vermogen van de vijf rijkste Latijns-Amerikaanse predikers de 1,5 miljard dollar.

    De steeds sterkere aanwezigheid van het geloof in de politiek vormt een grote uitdaging voor de democratieën in Latijns-Amerika. ‘Het is niet altijd zo, maar áls ze invloed willen uitoefenen op de manier waarop we ons gedragen kunnen ze met hun extreme opvattingen over zonde en moraal de vijand worden van de vrije gedachte, de privacy en de vrije wil,’ aldus politicoloog Corrales. ‘We moeten hun macht niet onderschatten en niet vergeten dat de evangelisten achter de verbijsterende overwinning van Donald Trump zaten.’

    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Openingsbeeld: Een evangelische kerk in Porto Vehlo, Brazilië. – © Mario Tama/Getty

    Semana
    Colombia | weekblad | oplage 180.000

    Alberto Camargo was tweemaal president van Colombia. Tussendoor richtte hij dit tijdschrift op. Het ging in 1961 ter ziele maar werd opnieuw gelanceerd. Semana geldt als een van de beste bladen uit Latijns-Amerika. Onafhankelijk en altijd goed geïnformeerd.

  • Controverse: Moeten we jongensbesnijdenis verbieden?

    Controverse: Moeten we jongensbesnijdenis verbieden?

    Een groep IJslandse parlementariërs heeft een wetsvoorstel ingediend om het besnijden van jongens te verbieden. Moeten andere Europese landen dit voorbeeld volgen?

    NEE

    Onder de morele scherpslijpers van Europa is het de laatste jaren een cause célèbre geworden om de besnijdenis van jongetjes 
uit te bannen en religieuze vrijheden te demoniseren. Onlangs diende een groep IJslandse parlementariërs, met steun van 
422 dokters, een wetsvoorstel in om joodse en islamitische ouders te verbieden hun pasgeboren zoontjes te besnijden.

    Voor joodse mensen is de besnijdenis altijd een integraal onderdeel geweest van hun religie en identiteit, en dat is het nog steeds. De huidige kruistocht tegen besnijdenis komt elke jood met een minimum aan historisch besef dan ook voor als een afgezwakte variant van de aloude pogingen hun hun identiteit 
te ontnemen en te dwingen net als andere mensen te worden.

    Leidster van de IJslandse antibesnijdeniscampagne is het parlementslid van de Progressieve Partij Silja Dögg Gunnarsdóttir. Haar recente uitlatingen laten zien dat ze absoluut niet beseft welke consequenties haar plannen hebben voor de vrijheid van joden en moslims om hun godsdienst vrijelijk uit te oefenen. 
Zij vond het ‘niet nodig’ om joodse en islamitische groepen over dit gevoelige thema te raadplegen. Want, zei ze; ‘ik zie het niet als een religieuze kwestie.’

    Soms beschuldigen antireligieuze activisten ouders die kinderen opvoeden met een religie zelfs van kindermishandeling

    Het feit dat zij het uitbannen van 
zo’n fundamenteel religieus ritueel niet als ‘religieuze kwestie’ beschouwt, getuigt van diepgaande culturele en historische naïviteit. De simpele waarheid is namelijk dat een eventueel verbod het joden onmogelijk zou maken om hun godsdienst 
nog langer in IJsland uit te oefenen.

    Het voornaamste argument van de IJslandse antibesnijdeniskruisvaarders is dat ouders niet het recht hebben hun zoons te besnijden zolang die daar zelf niet expliciet mee akkoord gaan. 
Zij zeggen op te komen voor de rechten van deze kinderen en 
hen te beschermen tegen hun ouders. Maar zo’n verbod zou vaders en moeders de autoriteit ontnemen die hun toekomt.

    Het gaat de IJslandse activisten om besnijdenis, maar hun bewering dat ze kinderen tegen hun ouders willen beschermen heeft implicaties voor alle moeders en vaders. Ouders krijgen steeds vaker het verwijt van zogenaamde kinderrechtenactivisten dat ze hun kinderen religieuze waarden zouden ‘opleggen’. Kinderen gaan er in deze optiek niet mee ‘akkoord’ katholiek te worden, 
of zich aan te sluiten bij een evangelisch kerkgenootschap. Soms beschuldigen antireligieuze activisten ouders die kinderen opvoeden met een religie zelfs van kindermishandeling.

    Maar er bestaat niet zoiets als kinderrechten. Als je mensen rechten toekent, veronderstelt dat dat zij in staat zijn om die uit te oefenen. Kinderen zijn daar echter te jong voor, dus moeten welwillende buitenstaanders die rechten dan maar opeisen uit hun naam. Uiteraard kregen mensen als Gunnarsdóttir nooit toestemming van deze kinderen om uit hun naam 
te spreken, dus is de obsessie die de antibesnijdenisactievoerders hebben met toestemming, ongegrond.

    Auteur: Frank Furedi

    Spiked | Londen
    Verenigd Koninkrijk, spiked-online.com

    Frank Furedi is emeritus hoogleraar Sociologie aan de Universiteit van Kent. Hij werd internationaal bekend met zijn studie Culture of Fear (1997) en schrijft geregeld voor Spiked en 
The Guardian.

    1. Frank Furedi; 2. Ian Dunt.
    1. Frank Furedi; 2. Ian Dunt.

    JA

    Toen bekend werd dat IJsland overwoog de besnijdenis van 
jongetjes te verbieden, werden zoals verwacht meteen de loopgraven betrokken. Voor islamofoben biedt zo’n verbod welkome munitie. Het stelt ze in staat om religieuze scheidslijnen te benadrukken en de islam als barbaars voor te stellen. Aan de andere kant zijn joodse en islamitische groepen oprecht woedend over het idee dat deze traditie ooit verboden zou kunnen worden.

    Omdat besneden mannen zelden klagen, hebben progressieve politici het onderwerp jarenlang kunnen vermijden. Maar de waarheid is dat besnijdenis van jongetjes minder onschuldig is dan het lijkt.

    Er is weinig onderzoek naar het onderwerp gedaan, maar een studie uit 1999 bekritiseerde het gebrek aan aandacht in de bestaande medische literatuur voor het ‘genot en de dynamiek van beweging, gevoel en lubricatie’ die de voorhuid ‘tijdens 
masturbatie, voorspel en geslachtsgemeenschap’ oplevert. Het artikel vervolgde: ‘Er is geen wetenschappelijke grond voor de aanname dat mannen die als kind besneden zijn daar tevreden mee zijn of er geen nadelige effecten van ondervinden.’ Ofwel: die aanname klopt niet, maar we praten er niet over.

    Als het geen vrije keuze is, heeft de overheid de plicht om kinderen te beschermen, 
zelfs tegen hun eigen familie

    Besneden mannen vermijden het onderwerp meestal liever. ‘Voor een man is het erg moeilijk om erover te klagen,’ vertelt antibesnijdenisactivist Richard Duncker. ‘Ten eerste gaat het over zijn geslachtsdeel. Dan moet hij ook nog eens vraagtekens plaatsen bij de keuze van zijn ouders. Verder trekt hij zijn cultuur en de waarden van zijn religieuze gemeenschap in twijfel. En 
tot slot wordt hij vaak belachelijk gemaakt als hij erover begint.’

    Een Deens onderzoek concludeerde dat besneden mannen niet zelden moeite hebben om een orgasme te bereiken. Bij andere enquêtes klaagden mannen over zichtbare littekens, een te 
korte penishuid om een prettige erectie te beleven, en pijn.

    Een kind geeft voor deze ingreep geen toestemming. Het joodse geloof vereist immers dat de besnijdenis op de achtste dag na de geboorte wordt uitgevoerd; bij moslims moet het op de zevende dag gebeuren. Wanneer je je ermee bemoeit, wordt dat gezien als een onacceptabele aantasting van de religieuze vrijheid. 
Maar hoe zit het met de religieuze vrijheid van een kind om zelf zijn spirituele identiteit te bepalen?

    Zodra iemand er uit vrije wil mee akkoord gaat, heeft de 
overheid er niets mee te maken. Maar als het geen vrije keuze is, heeft de overheid de plicht om kinderen te beschermen, 
zelfs tegen hun eigen familie. Wanneer iemand zonder goede medische noodzaak om het even welke andere chirurgische ingreep op een baby zou uitvoeren, zouden we geschokt zijn. Maar alleen omdat deze ingreep als religieuze traditie vermomd is, vinden we het acceptabel. Dat is het geenszins. Het zou dus mooi zijn als IJsland het voortouw neemt en als eerste Europese land de besnijdenis van jongetjes verbiedt.

    Auteur: Ian Dunt

    iNews | Londen
    Verenigd Koninkrijk | 
inews.co.uk

    Ian Dunt is hoofdredacteur van Politics.co.uk 
en auteur van het boek Brexit: What The Hell Happens Now? Hij schrijft voor verschillende kranten en weekbladen.

    Vertaler: Valentijn van Dijk