Tag: Katrina

  • Is New Orleans veilig?

    Is New Orleans veilig?

    Tien jaar na Katrina is de hamvraag of New Orleans bestand is tegen een nieuwe superstorm. De staat Louisiana heeft een masterplan bedacht om de stad te beschermen. Maar dat gaat vele miljarden dollars kosten.

    Deze stad heeft altijd een ander ritme gehad. Totaal anders dan dat van New York. Het schijnt dat iemand ooit een havenarbeider heeft horen zeggen: ‘Red je het niet in The Big Easy, dan red je het nergens’, en die kreet werd gemeengoed, eerst in de zwarte gemeenschap, vervolgens in Newsweek en van daaruit in de rest van het land. Tientallen jaren waren de jonge ambitieuze mannen en vrouwen hier verknocht aan hun stad, maar gingen ze er toch weg, terwijl nieuwkomers een plek voor zichzelf vonden in de bestaande huizen, zich er nestelden en de stad in hun hart sloten.

    De orkaan Katrina, deze maand tien jaar geleden, heeft veel veranderd. De essentie van de stad – zijn ritme en zijn geuren – heeft de storm overleefd, ook al lijkt het er nu meer op Disneyland dan ooit. Maar het is ook een dynamische plek geworden. Na de storm kwamen tienduizenden hierheen om de stad weer op te bouwen; duizenden, vaak jonge mensen, zijn gebleven. Zij kwamen niet om zich in bestaande ruimtes te nestelen: ze kwamen om ruimte voor zichzelf te maken, niet te vinden, om een nieuwe Amerikaanse stad te scheppen.

    Dankzij hun energie, plus 71 miljard dollar overheidsgeld voor Louisiana, waarvan het grootste deel voor de hoofdstad New Orleans, is veel veranderd. Tot verbazing van degenen die de stad kennen is die niet alleen springlevend, maar trekt hij ook jong talent aan. In 2014 had New Orleans volgens zakenblad Forbes het snelst groeiende aantal afgestudeerden van het land, en in 2013 was het de stad waar de meeste werkende Amerikanen naartoe verhuisden. Ook het ondernemersklimaat is hier volgens het blad het beste van het land, onder andere dankzij de jaarlijkse Entrepreneur Week, waar dit jaar tienduizend deelnemers op afkwamen.

    De armoede en criminaliteit zijn gebleven, maar in New Orleans heerst nu ook een klimaat van kansen en mogelijkheden dat tien jaar geleden ondenkbaar was. Er is één vraag over de toekomst die steeds maar blijft hangen: hoe veilig is deze stad?

    © The Historic New Orleans Collection / David G. Spielman
    © The Historic New Orleans Collection / David G. Spielman

    In Nederland zijn steden beschermd tegen een 10.000-jarige storm

    100-jarige storm

    Die vraag gaat niet over criminaliteit, een ernstig, maar oplosbaar probleem. De kwestie is: zal de oceaan de stad verslinden – kan de stad blijven bestaan? Het antwoord daarop is lastig en ook belangrijk voor andere steden, waaronder New York. New Orleans heeft een nieuw systeem dat overstromingen tegen moet gaan. Het systeem dat er vóór Katrina was, faalde als gevolg van fouten van de Army Corps of Engineers [die in de VS de rol speelt van een soort militaire Rijkswaterstaat], maar dit nieuwe systeem moet wél zijn werk doen. Het biedt bescherming tegen een zogenaamde 100-jarige storm, ofwel een storm die eens in de honderd jaar voorkomt – het soort bescherming dat ook New York wil, maar nog niet heeft.

    Maar er zijn drie problemen: die norm van ‘eens in de honderd jaar’ zelf, de geologie en zeespiegelstijging, en de politiek. De eerste twee kunnen opgelost worden, het derde zou wel eens ongeneeslijk kunnen zijn. Bescherming tegen een storm die eens in de honderd jaar voorkomt klinkt veilig, maar is het niet. Het betekent dat de stad beschermd is tegen een storm waarvan de kans dat hij in een bepaald jaar toeslaat 1 procent is; de kans dat de gemiddelde inwoner tijdens zijn leven minstens één storm zal meemaken die even krachtig is als de norm, of krachtiger, is echter meer dan 50 procent. De 100-jarige norm is in 1973 vastgelegd in het National Flood Insurance Program en diende oorspronkelijk alleen voor verzekeringsdoeleinden. Hij is nooit bedoeld geweest als veiligheidsnorm.

    Vóór 1973 legde het Army Corps of Engineers stormvloedkeringen aan die de stad moesten vrijwaren van de ergste overstroming die zou kunnen optreden. Dat was de norm in de jaren dertig, toen na een overstroming van de rivier de Mississippi in 1927 – die rampzaliger was dan Katrina – dijken en afvoerkanalen werden aangelegd langs de benedenloop van de rivier. Dat was maar goed ook, want in 1937, 1973 en 2011 kwam het water bij de benedenloop van de Mississippi ook hoger dan het 100-jarige record, maar richtte het weinig schade aan, dankzij de dijken en afvoerkanalen. Daarentegen zijn delen van het land met dijken van vóór de 100-jarige norm herhaaldelijk overstroomd. Voor New Orleans, dat altijd afhankelijk is geweest van de goede wil van vreemden, is het dom om zichzelf op de borst te kloppen over die 100-jarige bescherming; voor het rijke New York is het idioot om naar die 100-jarige norm te streven. Toen Katrina aan land kwam, werd het water opgestuwd tot de hoogte van een 400-jarige storm; Sandy had op sommige plekken de kracht van een 200- tot 500-jarige storm.

    In Nederland zijn steden beschermd tegen een 10.000-jarige storm; dat is financieel onhaalbaar aan de Golf van Mexico en aan de oostkust, die met veel zwaardere stormen te maken krijgen dan de Nederlanders. Maar de norm moet hoger zijn dan die honderd jaar; vijfhonderd jaar zou het minimum moeten zijn. Dat is zeker bereikbaar in New York, gezien de draagkracht van die stad. Is het ook haalbaar in New Orleans?

    Nieuw Atlantis

    Om die vraag te beantwoorden moeten we ons realiseren dat de hele kust van Louisiana gevormd is door sedimentafzettingen die zijn aangevoerd door de rivier de Mississippi. Het sediment sloeg neer op het moment dat de rivier de oceaan bereikte, vormde eerst zandbanken, en daarna, toen daar planten op gingen groeien, stevig land – 20.000 vierkante kilometer land dat zich uitstrekt tot aan Texas in het westen. Mensen hebben in dit natuurlijke proces ingegrepen en sinds 1932 is zo’n 5000 vierkante kilometer – een gebied zo groot als Delaware – van de kust van Louisiana verdwenen. Dat land vormde ooit een buffer tegen stormvloeden.

    Het landverlies gaat voort in zo’n tempo dat een gebied ter grootte van Manhattan in achttien maanden verdwenen kan zijn. Wordt er de komende vijftien jaar niets aan gedaan, dan verdwijnt nog eens 700 tot 1300 vierkante kilometer van Louisiana – en gaat het verlies verder tot New Orleans een Nieuw Atlantis wordt, met muren van dijken die de zee tegenhouden.

    Toch heeft New Orleans wel een kans om te overleven, om twee redenen. Om te beginnen heeft de stad het concept van ‘leven met water’ omarmd – al is er weinig gedaan om dat ook werkelijk door te voeren – bijvoorbeeld door huizen op palen te bouwen. Ten tweede, en dat is veel belangrijker, zouden dezelfde natuurkrachten die de kust hebben gevormd, ook dienst kunnen doen om de kust die er nog is te bewaren, zodat de kuststreken van Louisiana een kans krijgen op een duurzame toekomst. Wat verdwenen is kan niet meer worden hersteld, en er zal nog steeds land verdwijnen, maar zelfs met de komende zeespiegelstijging kan, als er genoeg sediment en zoet water wordt aangevoerd, op strategische plekken nieuw land worden gevormd om de bevolking te beschermen.

    De werkelijke kosten van het masterplan zullen meer dan 100 miljard dollar bedragen

    Het is nu zelfs zo dat het dijkensysteem van New Orleans de stad waarschijnlijk zal beschermen tegen een eens in de vijfhonderd jaar voorkomend ‘stil hoogwater’, ofwel een stijging van het water zonder golven. Golven verspreiden zich over land, dus het opnieuw opbouwen van een landbuffer kan de veiligheid van de stad aanzienlijk vergroten. De Mississippi geeft New Orleans en Louisiana dus een kans, en duidelijk een veel betere dan bijvoorbeeld Miami, Tampa of Houston hebben, die geen beroep op de Mississippi kunnen doen.

    Masterplan

    Zal dit gebeuren? De staat heeft er een ‘masterplan’ voor ontwikkeld. Het grootste technische probleem is het sediment, dat met 50 procent is afgenomen, waardoor de technici minder hebben om mee te werken dan vroeger. De staat hoopt het sediment te verspreiden via pijpleidingen of ‘omleidingen’: openingen in dijken om natuurlijke stromen na te bootsen. Maar hoe lastig de techniek ook is, de politiek is nog lastiger. De meeste deskundigen zien het omleiden van het water als de enige mogelijkheid om op de lange termijn land te laten aangroeien. Nu al zijn oesterkwekers daar echter een campagne tegen gestart, omdat oesterbedden er volgens hen door vernietigd worden terwijl er geen land zal worden opgebouwd, en maakt de scheepvaartsector zich zorgen om veranderingen in het vaargebied.

    En het gevecht om de omleidingen is nog maar het begin. De strijd zal pas echt losbarsten wanneer mensen buiten de beschermde gebieden beseffen dat hun gemeenschap zal verdwijnen, of als de staat het voorstel aanneemt – waarvan veel deskundigen voorstander zijn – om een nieuwe riviermonding te creëren, waardoor een deel van de staat wordt afgesneden. Nu al zijn er in een regio felle protestacties gaande, omdat het voorstel kan betekenen dat mensen moeten verhuizen uit gebieden met ‘zware, herhaaldelijke overstromingen’. Dan is er natuurlijk nog de kwestie van het geld.

    Officieel zal het masterplan voor de hele staat 50 miljard dollar kosten. Ongeveer een vijfde daarvan is bestemd voor de 500-jarige bescherming van New Orleans. Maar volgens een onderzoek van de Yulane University zullen de werkelijke kosten van het masterplan meer dan 100 miljard dollar bedragen. En zelfs die begrote 50 miljard kan de stad al bij lange na niet opbrengen.

    Oliemaatschappijen

    De politieke realiteit is dat de belastingbetalers van het land heus niet tientallen miljarden dollars naar Louisiana zullen sturen, zeker niet zolang de politici van Louisiana zelf geen maatregelen nemen tegen een andere belangrijke oorzaak van het verlies aan land.

    Olie-, gas- en pijpleidingmaatschappijen hebben naar schatting 15.000 kilometer aan kanalen door het kustgebied gegraven. Het zoute water dat daardoor het land in kon stromen, was dodelijk voor planten, en zonder de wortels daarvan kalfde het land af. Bovendien hebben bedrijven zo veel stoffen uit de grond gehaald dat het oppervlak is verzakt. Toch gaat niemand serieus de discussie aan over de rol van het bedrijfsleven in het landverlies. Zelfs een onderzoek dat werd gefinancierd door de Louisiana Mid-Continent Oil and Gas Association, de brancheorganisatie van grote oliemaatschappijen, kwam tot de conclusie dat activiteiten van het bedrijfsleven ‘de grootste oorzaak’ waren voor landverlies in gebieden waar dat verlies het ernstigst was. Volgens een onderzoek van de staat Louisiana komt 76 procent van het landverlies in diezelfde gebieden voor rekening van energiebedrijven. Een onderzoek onder leiding van de Amerikaanse geologische dienst, waaraan ook wetenschappers uit de bedrijfstak meededen, schreef 36 procent van het verlies over een groter stuk van de kust toe aan het bedrijfsleven.

    Een herdenkingsbijeenkomst voor de orkaan Katrina in New Orleans. - © Lee Celano / Reuters
    Een herdenkingsbijeenkomst voor de orkaan Katrina in New Orleans. – © Lee Celano / Reuters

    Dijkraad

    Voor de meeste activiteiten van het bedrijfsleven waren vergunningen afgegeven, en daarin stond steeds specifieker de vraag om de schade zo veel mogelijk te beperken. In 1980 eiste de staat expliciet dat aangetast gebied ‘in zijn oude staat hersteld’ zou worden. Bedrijven hebben daar maar heel zelden aan voldaan. Een voorbeeld: in 1982 kreeg een bedrijf een vergunning van de staat, met daarin de eis om een kanaal ‘binnen negentig dagen af te sluiten; achttien jaar later had het bedrijf er echter niets aan gedaan en betaalden de belastingbetalers 5 miljoen dollar voor de afsluiting.

    Sindsdien zijn nog tientallen miljoenen dollars aan belastinggeld uitgegeven aan het herstellen van dit soort schade waarbij het bedrijfsleven in gebreke is gebleven. Als olie-, gas- en pijpleidingmaatschappijen het geld zouden bijdragen dat nodig is om gebieden in hun oude staat te herstellen, zou daarmee een groot deel van het masterplan kunnen worden gefinancierd – misschien wel het hele plan.


    Maar olie heeft lang de boventoon gevoerd in de politiek van Louisiana. De staat en de federale overheid hebben geen eisen gesteld aan het bedrijfsleven. Dat deed de Southeast Louisiana Flood Protection Authority East twee jaar geleden wel. Deze dijkraad, die na Katrina door hervormers werd ingesteld, en die verantwoordelijk is voor het grootste deel van de regio New Orleans, daagde 97 bedrijven voor de rechter wegens het doen toenemen van stormvloeden.

    Een van de leden van deze raad is voorzitter van een panel van de National Academy of Science over het verkleinen van risico’s aan de kust, en was daarvoor voorzitter van de American Society of Civil Engineers, waarin waterbouwkundigen en overstromingsexperts samenwerken. (Ik heb zelf zes jaar in de raad gezeten.) De raad hoopte met deze rechtszaak te bewerkstelligen dat in de hele staat regelingen konden worden getroffen ter financiering van het masterplan, hetzij via aanvullende gerechtelijke uitspraken, hetzij via belasting op het bedrijfsleven.

    Twee buurgemeenten van New Orleans spanden inderdaad een proces aan, maar de burgemeester van de stad, Mitchell J. Landrieu, heeft dat niet gedaan, ook al heeft hij ooit gezegd dat de industrie ‘haar eigen rotzooi moest opruimen’ en zou hij met het winnen van zo’n zaak de ‘leven met water’-benadering kunnen financieren. Ondertussen reageerde het grootste deel van de gevestigde politici en ondernemers met verbijstering en woede. De Republikeinse gouverneur, Bobby Jindal, probeerde de raad de nek om te draaien, bijvoorbeeld door een nationaal erkend overstromings-expert, die hoofdingenieur was bij de aanleg van 2300 kilometer aan federale dijken in Californië, te vervangen door een lobbyist die de financiële man is van de stichting van Jindals vrouw.

    Het parlement van de staat stelde oliemaatschappijen zelfs boven de wet en nam wetgeving aan die de rechtszaak van de raad met terugwerkende kracht onmogelijk maakte (die wetgeving is door een gerechtshof ongrondwettelijk verklaard). De voorstemmers hadden maar een krappe meerderheid, dus zei Chris John, hoofd van de organisatie van oliemaatschappijen, waarvan het eigen onderzoek zijn leden schuldig had verklaard aan het landverlies, dat hij ‘deze keer meer geld dan ooit zou besteden’ aan de staatsparlementsverkiezingen in 2015.

    300-jarig bestaan

    Wat betekent dit allemaal voor New Orleans? Op dit moment is de situatie beter dan vóór Katrina, maar echt veilig is de stad nauwelijks, en het gevaar wordt met de dag groter. Toch kan de veiligheid wel verbeterd worden, zelfs nu we geconfronteerd worden met een stijgende zeespiegel. De staat heeft het geld om zelf een programma te starten, ook al heeft het bij lange na niet genoeg om het noodzakelijke werk voort te zetten, laat staan af te maken, als de BP-regeling [de schadevergoeding die BP moet betalen voor de olievervuiling na de ramp met de Deep Horizon in de Golf van Mexico, in 2010] eenmaal opgebruikt is. Er is een ongelukkig precedent. Na orkaan Betsy in 1965 begon de federale overheid met de aanleg van de orkaanbescherming van de stad. In 2005, toen Katrina toesloeg, waren die waterwerken nog niet voltooid.

    Op de tiende verjaardag van Katrina zullen er veel felicitaties zijn voor alles wat de stad heeft bereikt. Burgemeester Landrieu heeft verklaard dat de herbouw klaar is, en wil nu van New Orleans een internationaal pronkstuk gaan maken voor het 300-jarige bestaan van de stad in 2018. Als de stad en de staat zich concentreren op de enige echt ernstige bedreiging waarvoor ze staan, kan New Orleans een duurzame toekomst tegemoet gaan. Maar als ze hun aandacht verspreiden, als de politiek daadwerkelijke maatregelen tegenhoudt, is dat 300-jarige bestaan hoogstwaarschijnlijk het laatste eeuwfeest dat de stad zal vieren.

    Zoals T.S. Eliot schreef, wordt de kracht van water ‘vaak vergeten / door de bewoners van steden – maar hij is onverbiddelijk / kent zijn seizoenen en zijn woedes, vernietiger, die herinnert aan / wat de mens wil vergeten. Niet geëerd, niet verzoend /… maar hij wacht, kijkt toe en wacht.’

    John M. Barry

    John M. Barry (1947) is een Amerikaanse auteur en historicus. Hij schreef voor zo’n beetje alle grote Amerikaanse bladen en publiceerde verschillende boeken over natuurrampen uit de geschiedenis van de Verenigde Staten.

  • Weer bij stem

    Weer bij stem

    De muziekscene van New Orleans heeft zich de afgelopen jaren knap hersteld. Dankzij de terugkeer van uitgeweken muzikanten én de instroom van nieuw talent is ze volgens lokale legende Branford Marsalis zelfs dynamischer dan ooit.

    Het is een prachtige ochtend in New Orleans, en ik zit op een bankje in het hart van de Musicians’ Village. De straten zijn leeg, op een enkele auto na die langzaam rondjes rijdt door de buurt, als in een film. Als de auto voor de derde keer langskomt, stapt de chauffeur uit en loopt naar me toe. ‘Neemt u mij niet kwalijk,’ zegt hij. ‘Ik ben op zoek naar het eerste huis dat ze hier na Katrina hebben gebouwd.’

    De Musicians’ Village, in de Upper Ninth Ward van de stad – een van de gebieden die het ergst is getroffen door de orkaan Katrina – is een gemeenschap van 72 betaalbare huizen voor muzikanten die door de storm hun huis zijn kwijtgeraakt (of daarvóór in slechte huizen hebben gewoond) en na de storm ontheemd zijn gebleven. De wijk werd gebouwd door duizenden vrijwilligers, onder wie de man die voor mij staat. Ik kan hem niet helpen bij zijn speurtocht, maar hij is vastbesloten het huis te vinden.

    ‘Ik wil gewoon even kijken,’ zegt hij. Zijn stem trilt nu van emotie en trots. ‘Ik ben hier na Katrina als vrijwilliger gekomen en heb geholpen dat huis te bouwen. Ik was niet van plan te blijven, maar ben van de stad gaan houden en heb hier sindsdien gewoond.’

    Dit voelt pas echt als een film – een perfect geformuleerde zin waaruit niet alleen blijkt hoe de stad is herbouwd, maar waaruit ook de liefde naar voren komt die deze stad oproept, en de reden waarom – tien jaar na Katrina – tienduizenden mensen hierheen zijn verhuisd en trots zijn om New Orleans hun thuis te mogen noemen. De Musicians’ Village werd een week na Katrina bedacht door de in New Orleans opgegroeide musici Harry Connick Jr. en Branford Marsalis, toen ze vanuit de stad naar Houston reden voor een benefietconcert. ‘Het idee was om muzikanten te helpen die onze carrière mogelijk hebben gemaakt,’ zegt Marsalis. ‘Als zij er niet waren geweest, zouden wij niet zijn wie we zijn en zou de stad niet zijn wat hij is. Het was een manier om dank je wel te zeggen tegen de mensen die vertegenwoordigen wat New Orleans zo bijzonder maakt.’

    Saxofonist Branford Marsalis (m) met Brass Band bij een herdenkingsoptocht voor 
de orkaan Katrina. 
© Lee Celano / Reuters
    Saxofonist Branford Marsalis (m) met Brass Band bij een herdenkingsoptocht voor 
de orkaan Katrina. 
© Lee Celano / Reuters

    Als de muzikanten niet waren teruggekeerd, was dat een ramp geweest voor het toerisme

    Muzikaal erfgoed

    Muziek is zó belangrijk voor de cultuur van New Orleans, dat sommigen hebben gesteld dat het een ramp zou zijn geweest voor het toerisme als de muzikanten niet waren teruggekeerd – een reële angst, onmiddellijk na zo’n ramp – en de stad zijn muzikale erfgoed zou zijn kwijtgeraakt, omdat bezoekers zich de stad eenvoudigweg niet kunnen voorstellen zonder muziek. Marsalis is het hier tot op zekere hoogte mee eens, maar zegt: ‘Ik wist dat de muzikanten terug zouden komen, omdat ze nergens anders heen konden. Ik kan me niet voorstellen dat de Olympia Brass Band voorgoed in Phoenix zou zijn gebleven. Je zult in Phoenix nooit een school tegenkomen die zegt: “Ons basketbalteam is kampioen geworden! Laten we een fanfare uitnodigen en een straatoptocht organiseren!” Dat gebeurt in New Orleans, maar nergens anders. New Orleans is anders dan welke Amerikaanse stad ook.’

    In het hart van de Musicians’ Village staat het Ellis Marsalis Center for Music, vernoemd naar de vader van Branford (en zijn broer Wynton), de patriarch van de beroemdste muzikale familie van de stad. Het voornaamste doel is de tradities van deze unieke muzikale stad in leven te houden door middel van onderwijs en ontwikkeling in de lokale gemeenschap. Er is ook een opnamestudio die door plaatselijke musici kan worden gebruikt (om aan inkomsten te komen), en een indrukwekkende concertzaal waar kaartjes voor een doorsneeconcert op de dinsdagavond slechts 3 dollar kosten. Als ik het centrum verlaat, vraag ik aan een van de muziekdocenten of het project uit publieke middelen wordt gefinancierd.


    ‘Nee!’ roept ze. ‘En dat is de reden dat het werkt!’

    Jazz Market

    Ik denk niet dat ze een sneer wilde uitdelen aan mijn volgende tussenstop, de nieuwe New Orleans Jazz Market, maar als dat wel het geval is, was het een schot in de roos. Het gebouw is het nieuwe onderkomen van het New Orleans Jazz Orchestra, onder leiding van trompettist Irvin Mayfield, die ook de oprichter en uitvoerend directeur is. Het werd in april geopend, in de wijk Central City, maar een maand later was het al verwikkeld in een corruptieschandaal rond Mayfield – een veelvoudig winnaar van Grammy Awards en een van de poster boys van de stad – en zijn zakenpartner. Bedacht door Mayfield als ‘een monument voor de grootste prestatie die New Orleans ooit heeft geleverd: de schepping van de jazz’, is het een zeer ambitieus en indrukwekkend project.

    Er is een mooie open bar, vernoemd naar jazzpionier Buddy Bolden, aan de muren hangen 25 iconische, onmiddellijk herkenbare originele zwart-witfoto’s van de beroemde Herman Leonard, en er is een concertzaal met 440 stoelen, een van de weinige ter wereld die qua akoestiek zijn afgestemd op een jazzorkest en niet op een symfonieorkest – en er is zelfs een bar en een kleine dansvloer achter in de zaal. Toch zijn er op de donderdagavond dat ik de grote bar bezoek slechts vijf anderen die naar de pianist luisteren.

    Komt dat door het zich nog steeds voortslepende schandaal, of staat het gebouw alleen maar in het verkeerde deel van de stad? Alle slechte publiciteit heeft zeker niet geholpen, en het zou een tragedie zijn als dit toekomstgerichte project, dat bovendien de arme maar historisch belangrijke buurt weer op gang zou moeten helpen, een mislukt prestigeproject zou worden, met een zweem van ouderwetse zuidelijke corruptie – precies datgene waar de stad berucht om was, maar waar men na Katrina van af probeerde te komen. En zelfs al is de Jazz Market op dit moment the talk of the town, dat kan zo weer voorbij zijn in een stad waar de muziek vrijwel overal waar je rondloopt zo verdomd goed is, of, zoals Branford Marsalis het fraai uitdrukt: ‘een mate van opwinding teweegbrengt die je nergens anders zult voelen, en een hoeveelheid energie voortbrengt die een dj eenvoudigweg niet voor elkaar zal krijgen.’

    Het is allemaal zo droomachtig dat ik het gevoel heb dat ik in een film zit

    Frenchman Street

    De grootste concentratie muziekclubs bevindt zich in Frenchman Street, net buiten het French Quarter, een uitgaansstraat die door de stad is gepromoot en sinds Katrina in de lift zit. Als je zorgvuldig kiest, kun je er iedere avond naar blues, funk en jazz van wereldklasse luisteren in clubs als Cafe Negril, DBA, The Spotted Cat en de Blue Nile, en dat allemaal zonder te betalen. De clubeigenaren hebben Katrina aangegrepen om te versoberen en er is, net als in andere sectoren, sprake geweest van een instroom van nieuwelingen. Net als muziekliefhebbers zien jonge muzikanten New Orleans als een heilige graal, en velen zijn blij als ze hier voor een fooi mogen spelen – wat betekent dat de oudere lokale muzikanten, die altijd de fakkel hebben gedragen, minder betaald krijgen.

    Een van de favoriete clubs van Branford Marsalis is Snug Harbor, de oudste club in Frenchman Street en de eerste die na Katrina weer openging. Het is bovendien een van de twee clubs die nog steeds entree heffen. Het is een heerlijk intiem zaaltje met een uitmuntende geluidskwaliteit, waar mensen niet komen om feest te vieren maar om naar de beste jazzmusici van de stad te luisteren, waaronder de vader en broers van Branford. De grote angst is dat Frenchman Street zal verworden tot een tweede Bourbon Street, de met alcohol doordrenkte, Disneylandachtige Mardi Gras-straat van New Orleans.

    Als je zorgvuldig kiest, kun je er iedere avond naar blues, funk en jazz van wereldklasse luisteren

    De eigenaar van Snug Harbor, Jason Patterson, zegt: ‘Frenchman Street is ten dode opgeschreven als ze er een voetgangersgebied van maken, zoals met Bourbon Street, waar iedereen alleen maar op straat staat te drinken en niet meer de clubs binnen gaat om naar de muziek te luisteren.’ Maar al is de roem van Frenchman Street tanende, er is hier zo veel geweldige muziek dat die beslist elders haar toevlucht zal zoeken… zelfs als dat gewoon op straat is.

    De Musicians Village: betaalbare huizen voor muzikanten die door 
de storm hun huis waren kwijtgeraakt.  
© Mario Tama
    De Musicians Village: betaalbare huizen voor muzikanten die door 
de storm hun huis waren kwijtgeraakt. 
© Mario Tama

    Straatmuzikant

    Op mijn laatste avond, als ik in de kleine uurtjes door het French Quarter loop, sta ik plotseling stokstijf stil als ik het spookachtige, prachtige geluid hoor van een eenzame straatmuzikant die op zijn metalen Resonator-gitaar tokkelt. Het is onmogelijk om zijn muziek in een hokje te plaatsen, maar deze is zo rijk dat de zwoele lucht erdoor gevuld wordt alsof er een orkest aan het spelen is.

    Een stelletje is aan het dansen en zweeft over het plaveisel, een man ligt op straat te genieten van de muziek, terwijl een ander net als ik tot tranen toe geroerd is. Een mooie jonge zangeres vraagt of ze een paar bekende liedjes mee mag zingen. De naam van de gitarist is Chris Christy, een verlegen autodidact uit Los Angeles. Als je geluk hebt, tref je hem ’s avonds laat aan in Decatur Street. Het is allemaal zo droomachtig dat ik, niet voor het eerst deze week, het gevoel heb dat ik in een film zit – een film die alleen maar in New Orleans gemaakt zou kunnen worden. De stad is sinds Katrina in rap tempo veranderd – en in positieve zin, volgens vrijwel iedereen die ik ben tegengekomen. Maar tegen welke prijs?

    Welkome toevoeging

    Hoewel de meeste muzikanten zijn teruggekeerd, zijn vele duizenden van hun buren uit de oude zwarte gemeenschappen, waar de muziek zich ontwikkelde, in andere Amerikaanse steden achtergebleven. Velen zijn uitgeweken naar het conservatieve Texas, dat in cultureel opzicht het tegenovergestelde is van het losse en liberale New Orleans, maar betere scholen en hogere lonen biedt. Dat, in combinatie met de grote instroom van mensen van buiten, heeft geleid tot de angst dat het erfgoed van de stad zal verloren zal gaan.

    Noch Christy, noch Grace – de jonge zangeres die, enigszins onvermijdelijk, hiernaartoe is gekomen om een band te vormen en een plaat op te nemen – komt uit New Orleans. Maar zou de instroom van talent niet gewoon een welkome toevoeging aan de muzikale gumbo kunnen zijn?

    Branford Marsalis denkt van wel: ‘Er zijn hier allerlei soorten mensen, en dat is niet slecht. De jazzscene is nu veel dynamischer dan toen ik jong was. Ze nemen allemaal hun eigen ding mee en mengen dat met de traditionele muziek van New Orleans.’ Laten we hopen dat hij gelijk heeft. Want ik kan me niet voorstellen dat de magische taferelen uit deze stad ook maar ergens anders zouden kunnen plaatsvinden.

    Gavin McOwan

    Gavin McOwan schrijft voor _ The Guardian_ als o.a. reisredacteur.

  • Zwart New Orleans heeft niet zo veel te juichen

    Zwart New Orleans heeft niet zo veel te juichen

    Onder de zwarte bevolking van New Orleans leeft veel wrok over de reactie van de autoriteiten op Katrina en de veranderingen die de stad sindsdien heeft ondergaan. Kunstenaars vertolken deze gevoelens van onvrede, en proberen de lokale tradities in ere te houden.

    New Orleans is een stad die onuitwisbaar getekend is door blanke suprematie. Reusachtige monumenten gewijd aan ‘helden’ van de Geconfedereerden, zoals Robert E. Lee, Jefferson Davis en P.G.T. Beauregard, zijn zowel geestelijk als geografisch lelijke littekens in de stad. Maar New Orleans is ook een zwarte stad. Een plek waar een cultuur van verzet is ontstaan tegenover de blanke minderheidsklasse. De tradities van de stad vinden hun oorsprong in de diaspora van Afrikanen die elkaar ontmoetten op Congo Square en daar kunst en magie uitwisselden, en in de oorspronkelijke indiaanse bevolking die in Louisiana leefde voordat het een kolonie werd. Deze ontmoeting en uitwisseling van Afrikaanse en indiaanse volkeren vormt de kern van de cultuur van het New Orleans dat ik ken.


    In 1977 werd Ernest ‘Dutch’ Morial tot burgemeester van New Orleans gekozen en daarmee werd een tijdperk van zwarte burgemeesters ingeluid dat tot 2010 zou duren, toen Mitch Landrieu aan de macht kwam. Landrieu, de eerste blanke burgemeester in dertig jaar, werd in 2014 herkozen voor een tweede termijn. De bevolking van de stad was radicaal veranderd. De orkaan Katrina, die duizenden mensen het leven had gekost, had ook gezorgd voor de gedwongen verhuizing van zwarte inwoners. De zwaar getroffen ‘Ninth Ward’ zag in de eerste tien jaar na Katrina zijn zwarte bevolking met 50 procent afnemen, terwijl in dezelfde buurt de blanke bevolking met meer dan 20 procent toenam.

    Geesten

    Er waren nog wel steeds veel geesten rond. Van onze voorouders, die vanuit de westkust van Afrika en later Haïti arriveerden, tot de slachtoffers van grote en kleine opstanden, waaronder de grootste Amerikaanse slavenopstand in 1811. In de dagen na Katrina werd Henry Glover vermoord door de politie van New Orleans, werd zijn lijk weggehaald van de moordplek en later door weer andere agenten verbrand. Zijn schedel is nooit teruggevonden. En dan de ernstigste gebeurtenis van allemaal: de autoriteiten van New Orleans, een van de grote steden in Amerika, hadden besloten tot een verplichte evacuatie, maar de 25 procent van de mensen die geen vervoer had, werd achtergelaten. Er waren geen bussen, geen treinen die de stad uit reden. Het zou vijf dagen duren voor er extra vervoer werd geregeld en de federale overheid ingreep, en toen gebeurde dat meteen ook onder bedreiging van vuurwapens.

    Het verhaal van een ‘nieuw’ Orleans is een macaber verhaal geworden

    In New Orleans leven we nog steeds met het trauma van die vijf dagen en de vele dagen die erop volgden. Om in de stad te blijven wonen moest je snel herstellen, vergeten zonder te rouwen. De waarheid bleef onder tafel, en je kreeg geen schadevergoeding voor wat je was kwijtgeraakt, voor wat je was afgenomen. Nooit werd toegegeven wat we allemaal weten: dat de ergste gevolgen van de orkaan Katrina niet 
de schuld waren van Moeder Natuur.

    Twee leden van The Max Band, een van de vele schoolfanfares in New Orleans. © Jamie James Medina / HH
    Twee leden van The Max Band, een van de vele schoolfanfares in New Orleans. © Jamie James Medina / HH

    Zwarte middenklasse

    Nooit zijn er meer blanke mensen en non-profitorganisaties nodig geweest om het tekort aan leraren en naschoolse programma’s op te vullen. Tegenwoordig is het leerlingenbestand in New Orleans voor 90 procent zwart. In 2005 was bijna 75 procent van de leraren ook zwart. Maar in 2013 zou volgens gegevens van het Cowen Institute van de Tulane-universiteit ongeveer 54 procent van de leraren aan charter schools – openbare scholen, maar onder onafhankelijk bestuur, tegenwoordig voor de meeste ouders in New Orleans de enige keuze – uit de zogenaamde ‘minderheden’ afkomstig zijn. Dat heeft tot veel onenigheid geleid tussen docenten, ouders en leerlingen, en ook kwamen er studentendemonstraties tegen het tekort aan zwarte onderwijzers dat steeds verder oploopt in de stad.


    Het massaontslag van 7500 onderwijzers, vooral zwarten, in december 2005 maakte de weg vrij voor de ontmanteling van het traditionele systeem van openbare scholen en het begin van het eerste schooldistrict in het land met alleen maar charter schools. Die ontslagen onderwijzers vormden een groot deel van de zwarte middenklasse van New Orleans, en velen van hen hebben sindsdien geen vergelijkbaar werk kunnen vinden. Een ‘prachtig’ sociaal experiment heeft de onafhankelijke, artistieke en politiek bewuste zwarte mensen in het nauw gebracht, mensen die New Orleans wereldwijde bekendheid verschaffen. In de bijna tien jaar na Katrina is het verhaal van een ‘nieuw’ Orleans een vertrouwd maar macaber verhaal geworden.

    We overleven en houden vol, gewoon omdat dat de traditie is

    Schone lei

    Het Downtown Development District – het bureau dat plannen maakt voor de ontwikkeling van de binnenstad – hangt in het zakenkwartier van de stad spandoeken op met de tekst: ‘Welkom op een schone lei’. Een verhaal waarin het leed en de dood van zwarten een onvermijdelijk en niet te betreuren gevolg is van de ‘vooruitgang’ wordt voor zoete koek aangenomen. Dat verhaal vertelt dat het ‘nieuwe’ New Orleans een plaats is waar creatieven en innovatieven van elders massaal naartoe trekken, een plaats die ‘diverser’ is dan ooit.

    Het verhaal van het ‘nieuwe’ New Orleans vertelt de nieuwkomers niets over de zwarte en Vietnamese wijken waar ik ben opgegroeid. Of over de avonden waarop we enkel indianen op straat zagen, geen enkele blanke. De tijd dat we recht hadden op onze identiteit en we niets tegenover iemand van buiten hoefden te bewijzen. Toen we elke gelegenheid te baat namen om uitbundig feest te vieren, en onze waardigheid en identiteit wisten te behouden.

    Maar het vermogen om te creëren in de woelige nasleep van een gedwongen verhuizing is ouder dan het rampenkapitalisme en onlosmakelijk verbonden met de cultuur van New Orleans. De orkaan Katrina is niet de eerste ramp die onze cultuur heeft overleefd.

    Succesvol toneelschrijver, artiest en sjamaan Geryll ‘Dr. G Love’ Robinson is zo’n kunstenaar die onze cultuur niet verloren laat gaan. Robinson heeft, samen met een groep die Category 5 Arts heet, na de verwoestingen van Katrina helende mandala’s gemaakt voor de stad. Robinson is ook een voorbeeld van iemand die gebruikmaakt van de traditie van de collectiviteit die vanuit Afrika over de oceaan naar New Orleans was meegenomen en ook bij de indiaanse volkeren van Noord- en Zuid-Amerika leefde.

    Het is een traditie die nog steeds springlevend is. Die vind je terug in Spirit House, een toneelstuk geschreven door Robinson en kunstenares en activiste LaKeesha J. Harris, in samenwerking met de Greater New Orleans Housing Foundation en de Cripple Creek Theatre Company. Met behulp van spirituele elementen zoals de orisha’s – bovennatuurlijke wezens afkomstig uit verschillende Afrikaanse religies – behandelt het toneelstuk de discriminerende huisvestingspolitiek en de huurpraktijken waar de zwarte inwoners van New Orleans zo veel last van ondervinden.

    Zwarte kunstenaars in New Orleans maken nog steeds kunst, zoals ze altijd hebben gedaan, creëren een nieuwe connectie met de diaspora en houden de oude drie-eenheid in ere: het optreden, de ceremonie en de traditie, die al sinds lange tijd de basis vormen van de cultuur van het zwarte New Orleans.

    Spirit House brengt de gedwongen verhuizing van de zwarte inwoners van New Orleans in verband met het patroon van verjagen en landjepik dat zo onlosmakelijk met de uitbreiding van de Verenigde Staten is verbonden. Het huis waar Spirit House zich afspeelt is de woning van Mama Celeste en Joe, en een groep pensiongasten die er voor korte of lange tijd verblijven en lijden onder de woningnood in New Orleans. De eigentijdse spanning komt vooral voort uit het feit dat Celeste en Joe uit hun woning gezet dreigen te worden vanwege een niet betaalde onroerendgoedbelasting. Er hangt een bittere ironie over dit conflict. Tremé is de oudste zwarte wijk van het land, opgebouwd en bewoond door vrije gekleurde mensen en later door bevrijde zwarten. Katrina heeft de economie van die wijk volledig ontwricht. Joe is een Mardi Gras-indiaan, afstammend van de oorspronkelijke inwoners van Louisiana. Ondanks die geschiedenis, zijn band met het land en het repressieve verleden van ons land, kan hun belastingschuld niet worden kwijtgescholden.

    De orkaan Katrina is niet de eerste ramp die onze cultuur heeft overleefd

    Recht op leven

    In Spirit House worden alle verliezen gecompenseerd door de vreugde die wordt ontleend aan het behoud van het gemeenschapsritueel en de wetenschap dat als mensen worden verjaagd, ze nog niet dood zijn. Het valt niet mee om je weer op te richten en te gaan creëren na zo’n heftige verwoesting, maar het gebeurt in New Orleans. Het verzet, de ceremonie, de traditie en de schoonheid blijken niet onverenigbaar in het werk dat wordt geproduceerd, die bijten elkaar niet, en dat doen wij ook niet. We werken samen in een gemeenschap om ervoor te zorgen dat het New Orleans dat we kennen in ere wordt gehouden. Zwarte kunstenaars laten zien dat er een recht op leven bestaat, en op het ervaren van vreugde los van het lijden. Het verlangen naar vreugde en het putten uit het machtige potentieel ervan vormt een krachtig onderdeel van het werk dat door zwarte kunstenaars in deze stad wordt verricht. We herdenken de doden en leiden in hun schaduw een groots leven, en we komen voor onszelf op in een tijd waarin niet wordt gerouwd om de moord op onze mensen. Het is een drastische keuze van ons om door te zetten, maar we komen uit New Orleans, en daar overleven we en houden we vol, gewoon omdat dat de traditie is.

    Guernica

    Verenigde Staten, guernicamag.com
    Tweewekelijks tijdschrift dat in 2004 in New York werd opgericht door twee 
vrienden met een hartstochtelijke belangstelling voor literatuur en journalistiek. 
In de afgelopen tien jaar slaagden zij erin een stevige reputatie op te bouwen bij lezers in meer dan honderd landen.