Al decennialang verlaten Keralieten hun thuisland voor een baan in het Midden-Oosten. Het geld dat vanaf daar naar Kerala wordt gestuurd, tilde de Zuid-Indiase deelstaat uit de armoede. Maar door geopolitieke spanningen, zoals de oorlog met Iran, dreigen de vitale geldstromen dit jaar met een vijfde te krimpen.
In Kerala draait de belangrijkste olie-industrie om kokosnoten. Toch is de welvaart van de Zuid-Indiase deelstaat – bekend om zijn idyllische waterwegen, geurige keuken en ontspannen levensstijl – nauw verbonden met olie uit de Perzische Golf, die doorgaans via de Straat van Hormuz wordt vervoerd.
Sinds de olieboom in het Midden-Oosten een halve eeuw geleden begon, trekken inwoners van Kerala naar de Golfstaten om er te werken: eerst als schoonmakers en bouwvakkers, later als kantoormedewerkers, verpleegkundigen en verkopers. Inmiddels wonen naar schatting zo’n 1,7 miljoen Keralieten in de Golfregio, goed voor 5 procent van de bevolking van de deelstaat en bijna 11 procent van de beroepsbevolking.
Het oliegeld uit de Golf heeft Kerala ingrijpend veranderd. K.P. Kannan en K.S. Hari van het Centre for Development Studies, een Indiase denktank, berekenden dat geldzendingen uit de regio halverwege de jaren 2010 overeenkwamen met ongeveer een kwart van de economie van Kerala – meer dan de toegevoegde waarde van de industrie en de overheidsuitgaven samen.
Dat heeft de levensstandaard sterk verhoogd. De consumptie per inwoner ligt bijna driekwart hoger dan het Indiase gemiddelde. Volgens de Indiase maatstaf voor multidimensionale armoede leeft ongeveer een op de tien Indiërs in ernstige armoede; in Kerala komt dat nauwelijks nog voor.
Volgens sommige economen is rijk worden via industrialisering en export tegenwoordig moeilijker
Volgens sommige economen is rijk worden via industrialisering en export tegenwoordig moeilijker dan in de tijd dat dat gebeurde met Europa, Japan, Zuid-Korea en recent nog China industrialiseerden. Voor landen als India betekent groeien op de wereldmarkt vaak dat ze andere landen moeten verdringen. En als dat land China is, wordt dat bijzonder lastig.
Kan het exporteren van mensen in plaats van goederen, zoals Kerala doet, dan een alternatief model voor groei zijn?
Veel armere landen zijn afhankelijk van emigranten. Volgens de Wereldbank vormen geldzendingen uit het buitenland meer dan een vijfde van het nationale inkomen in Honduras, Libanon, Nepal en Tadzjikistan. In lage- en middeninkomenslanden samen zijn ze goed voor ongeveer een derde van alle kapitaalinstromen.
In Nepal zouden die geldzendingen de armoede tussen 2001 en 2011 met 40 procent hebben teruggedrongen. In Mexico droegen ze bij aan een daling van de kindersterfte. Het effect op economische groei is echter minder duidelijk. Een studie uit 2013 naar migratielanden in Afrika, Azië en Latijns-Amerika concludeerde dat een structurele stijging van 10 procent in geldzendingen per inwoner slechts leidde tot een groei van 0,13 procent van het bbp per hoofd van de bevolking. Recenter onderzoek uit 2022 kwam uit op een iets sterker, maar nog steeds bescheiden effect van 0,66 procent.
Sommigen wonnen de migratieloterij en verhuisden naar San Francisco, maar veel anderen bleven in India
In een nieuwe studie ziet Charles Kenny van het Centre for Global Development in Washington vrijwel geen verband tussen de omvang van een diaspora en de groei van het bbp per inwoner. Emigratie kan immers zowel een gevolg zijn van zwakke economische groei, waardoor mensen vertrekken, als een oorzaak van economische vooruitgang.
Toch denkt Kenny dat emigratie onder bepaalde omstandigheden economische groei kan aanjagen. Alles hangt af van de neveneffecten van migratie. Die kunnen positief uitpakken als ze het kennisniveau in het land van herkomst verhogen én die kennis lokaal wordt benut. Maar ze kunnen ook exact die problemen in stand houden die mensen ertoe aanzetten te vertrekken.
Een recente studie in het Journal of Economic Perspectives van Gaurav Khanna onderzoekt migratiegolven vanuit Azië naar de Verenigde Staten. Volgens Khanna leidde dat in sommige gevallen eerder tot ‘brain circulation’ dan tot ‘brain drain’. Veel Indiërs behaalden bijvoorbeeld diploma’s in software-engineering in de hoop ooit in Silicon Valley te kunnen werken. Sommigen wonnen de migratieloterij en verhuisden naar San Francisco, maar veel anderen bleven in India.
Op afstand
Zo ontstond een nieuwe exportsector die niet langer volledig afhankelijk was van migratie, maar ook op afstand kon opereren vanuit steden als Bangalore. De Indiase IT-export is inmiddels goed voor meer dan 220 miljard dollar per jaar, aanzienlijk meer dan de 135 miljard dollar die India jaarlijks ontvangt aan geldzendingen uit het buitenland.
In Kerala lijken zulke neveneffecten beperkter. De deelstaat scoort beter dan de rest van India op geletterdheid en levensverwachting, dankzij relatief vooruitstrevend bestuur vóór de onafhankelijkheid en jarenlange investeringen van linkse regeringen in onderwijs en gezondheidszorg.
Maar potentiële investeerders worden afgeschrikt door diezelfde regeringen, vanwege hun anti-kapitalistische beleid en sterke vakbonden. Net als elders in India telt Kerala veel zorgmedewerkers die er niet in slaagden te emigreren, terwijl verpleegkundigen geregeld staken voor hogere lonen. Bedrijven hebben moeite salarissen te bieden die aansluiten bij de verwachtingen die zijn ontstaan door de hoge lonen in de Golfstaten.
Door de oorlog met Iran zouden de geldzendingen dit jaar met 20 procent kunnen dalen
Daardoor vestigen bedrijven zich liever in ondernemingsvriendelijkere deelstaten zoals het naburige Tamil Nadu. Een groot deel van het geld uit de Golf gaat naar huizen en auto’s. Dat verhoogt de levensstandaard, maar niet per se de productiviteit. Investeringen in onderwijs, eveneens gefinancierd met geld uit de Golf, maken inwoners van Kerala weliswaar productiever, maar zolang lokale kansen schaars blijven, zullen veel hoogopgeleiden hun geluk in het buitenland blijven zoeken.
Het grootste nadeel van een economie die afhankelijk is van emigratie, is misschien wel dat haar succes grotendeels afhangt van factoren buiten de controle van het land zelf. Dat geldt tot op zekere hoogte voor elke economie. Maar producenten die in de ene markt tegen invoerheffingen aanlopen, kunnen vaak nog uitwijken naar een andere. Voor emigranten ligt dat moeilijker wanneer de economische of politieke omstandigheden in hun gastland veranderen.
Ook Kerala laat die kwetsbaarheid zien. Het aantal Keralieten in de Golf is de afgelopen jaren nauwelijks nog gegroeid, omdat landen in de regio bepaalde banen reserveren voor eigen burgers. Door de economische gevolgen van de oorlog met Iran zouden de geldzendingen dit jaar bovendien met 20 procent kunnen dalen.
Emigratie levert bijna altijd voordelen op voor migranten en hun families thuis. Maar economische groei baseren op migratie blijft riskant in een wereld die steeds meer wordt gekenmerkt door fragmentatie, protectionisme en conflict.


