Tag: kernwapens

  • Amerikaanse soldaten onthullen geheimen over kernwapens in Nederland

    Amerikaanse soldaten onthullen geheimen over kernwapens in Nederland

    De rechten en plichten die komen kijken bij het veilig onderbrengen van kernwapens in Europa, worden niet altijd nageleefd. Bellingcat zocht het uit.

    Voor Amerikaanse soldaten die belast zijn met de bewaring van kernwapens in Europa staat er veel op het spel. Beveiligingsprotocollen zijn lang, gedetailleerd en moeten uit het hoofd worden geleerd. Om dat proces te vereenvoudigen maakten sommige militairen gebruik van voor iedereen toegankelijke flashkaart-apps – waarmee ze onbedoeld een groot aantal gevoelige beveiligingsprotocollen hebben onthuld over Amerikaanse kernwapens en de bases waar die liggen opgeslagen.

    Hoewel de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens in Europa al lang bekend is via verschillende uitgelekte documenten, foto’s en verklaringen van oud-functionarissen, is hun exacte locatie officieel nog steeds geheim. Overheden bevestigen noch ontkennen de aanwezigheid ervan. Volgens actievoerders en parlementsleden in sommige Europese landen belemmert deze tegenstrijdigheid vaak een open en democratisch debat over de rechten en plichten die komen kijken bij het onderbrengen van kernwapens.

    Op de flashkaarten die worden gebruikt door soldaten die de taak hebben deze wapens te bewaken, staan echter niet alleen de bases, maar zelfs de exacte schuilplaatsen met ‘warme’ kluizen (hierna ‘vaults’ genoemd) die vermoedelijk kernwapens bevatten. Ook worden gedetailleerde beveiligingsdetails en -protocollen genoemd, zoals posities van camera’s, de frequentie van patrouilles rond de vaults, geheime tekens die aangeven dat een bewaker wordt bedreigd en unieke identificatiekenmerken die een badge voor een afgeschermd gebied moet hebben.

    image21 1 1200x507 1
    Een foto die in 2013 op Facebook werd geplaatst toont Amerikaanse soldaten die op de Nederlandse vliegbasis Volkel poseren met wat een dummy-kernwapen lijkt te zijn.

    Net als hun analoge naamgenoten zijn flashkaart-apps populaire leermiddelen met vragen op de ene kant en de antwoorden op de andere. Door eenvoudig online te zoeken naar termen waarvan algemeen bekend is dat ze in verband worden gebracht met kernwapens, wist Bellingcat kaarten te vinden die werden gebruikt door militair personeel op alle zes de Europese militaire bases waarvan bekend is dat er kernwapens liggen opgeslagen.

    Volgens deskundigen die door Bellingcat werden benaderd vormen deze bevindingen een ernstige schending van de beveiligingsprotocollen en doen ze nieuwe vragen rijzen over de inzet van Amerikaanse kernwapens in Europa.

    Zoveelste waarschuwing

    Jeffrey Lewis, oprichter en uitgever van Arms Control Wonk.com en directeur van het East Asia Nonproliferation Program bij het James Martin Center for Nonproliferation Studies, noemde de bevindingen een ‘flagrante schending’ van de beveiligingsprocedures van Amerikaanse kernwapens die gestationeerd zijn in NAVO-landen.

    Hij zei verder dat de ‘geheimhouding over het stationeren van Amerikaanse kernwapens in Europa er niet is om de wapens uit handen te houden van terroristen, maar alleen in stand wordt gehouden zodat politici en militaire leiders niet de lastige vraag hoeven te beantwoorden of de regelingen van de NAVO voor het delen van kernwapens vandaag de dag nog wel zinvol zijn. Het is de zoveelste waarschuwing dat er iets mis is met de beveiliging van deze wapens.’

    Hans Kristensen, directeur van het Nuclear Information Project van de Federation of American Scientists, was het hier in grote lijnen mee eens en verklaarde dat je veiligheid bereikt door ‘effectieve beveiliging, niet door geheimhouding’.

    Sommige flashkaarten die in de loop van dit onderzoek werden ontdekt, waren al in 2013 online voor het publiek zichtbaar. Op andere sets stonden processen beschreven die in elk geval tot april 2021 door gebruikers uit het hoofd werden geleerd. Het is niet bekend of geheime zinnen, protocollen of andere beveiligingsprocedures sindsdien zijn gewijzigd.

    Alle flashkaarten die in dit artikel worden beschreven lijken te zijn verwijderd van de leerplatforms waarop ze te zien waren, nadat Bellingcat voorafgaand aan de publicatie de NAVO en het Amerikaanse leger om commentaar had gevraagd. Een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Defensie verklaarde dat er samen met de NAVO en US European Command (EUCOM) actie is ondernomen nadat Bellingcat een foto had ontdekt die in 2013 op Facebook was gedeeld.

    Een woordvoerder van de Amerikaanse luchtmacht bevestigde dat men ervan op de hoogte was dat militairen  flashkaart-apps gebruikten om ‘een groot aantal verschillende onderwerpen’ te leren. Maar, zo zei men, militair personeel werd daar niet toe aangemoedigd en men wilde niet praten over oudere of huidige beveiligingsprotocollen. Volgens de woordvoerder was de luchtmacht er niet van op de hoogte dat er door het Department of Defense of het Department of the Air Force naar het gebruik van onlinestudiehulpmiddelen werd gekeken, maar wel dat ‘de geschiktheid van informatie die via studieflashkaarten werd gedeeld wordt onderzocht’.

    Met de ministeries van Defensie van België, Duitsland, Italië en Turkije – alle landen waarvan is gemeld dat er bases zijn met Amerikaanse kernwapens – is ook contact gezocht over het gebruik van flashkaarten door Amerikaanse soldaten die op hun grondgebied zijn gestationeerd. Geen van de ministeries kwam met een antwoord.

    Vliegbasis Volkel in Nederland

    Militair jargon zit vol termen en afkortingen, en dat is ook het geval bij de opslag van kernwapens. In onlineartikelen, aanbestedingsstukken van overheden en zelfs Wikipedia-artikelen is echter informatie over enkele belangrijke termen te vinden.

    Op bases met kernwapens vind je bijvoorbeeld beschermende schuilplaatsen, Protective Aircraft Shelters (PAS), uitgerust met wapenopslag- en beveiligingssystemen (Weapons Storage and Security Systems, WS3) die bestaan uit elektronische bedieningssystemen, sensoren en een bewaarplaats (vault) die in de vloer is ingebouwd. Deze vaults bieden elk plaats aan maximaal vier B61 thermonucleaire zwaartekrachtbommen.

    Simpelweg op Google zoeken naar ‘PAS, ‘WS3’ en ‘vault’, in combinatie met de namen van luchtmachtbases in Europa, leidde al snel naar gratis flashkaartplatforms zoals Chegg, Quizlet en Cram.

    Een voorbeeld is de Nederlandse vliegbasis Volkel. Hoewel de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens op Volkel wordt beschreven in uitgelekte documenten en verklaringen van oud-functionarissen, beschouwt de Nederlandse regering het nog steeds als een geheim. Maar een set van zeventig flashkaarten op Chegg, getiteld ‘Study!’, lijkt een stap verder te gaan door de exacte PAS te vermelden waar de wapens zich bevinden.

    Maar een set van zeventig flashkaarten getiteld ‘Study!’ op Chegg lijkt een stap verder te gaan door de exacte shelters te vermelden waar de wapens zich bevinden:

    image23
    Twee flashkaarten gemaakt op Chegg in 2019. De nummers verwijzen naar de beschermende vliegtuigshelter waar de vault zich in bevindt. De laatste twee cijfers zijn door Bellingcat gecensureerd.

    Zoals te zien is op de afbeelding hierboven, zijn vijf van de elf WS3-vaults op Volkel aangeduid met ‘HOT’ en de andere zes met ‘COLD’. 

    Op een andere set van meer dan tachtig flashkaarten voor de Aviano Air Base in Italië, een andere locatie waar naar verluidt Amerikaanse kernwapens liggen opgeslagen, staan nog meer gevoelige details vermeld:

    image19 1 1
    Een flashkaart gemaakt op Cram in 2019.

    ‘WS3 response order’ lijkt te verwijzen naar de volgorde waarin een soldaat moet reageren op verschillende alarmen afkomstig van het WS3-systeem waarmee de vaults zijn beschermd. Voor zowel ‘Level 1’- als ‘Level 2’-alarmen ligt de prioriteit bij ‘hot (loaded vaults)’ – waarschijnlijk de vaults waar kernwapens liggen. Op andere kaarten worden ‘loaded’ en ‘hot’ vaults door elkaar gebruikt, één keer zelfs in combinatie met ‘nuclear weapon’.

    Ook voor Aviano staat op een andere flashkaart te lezen welke vault koud is in ‘tango loop’ (een specifiek gedeelte van de Aviano Air Base, ook wel ‘tower loop’ genoemd).

    image9 1 1
    Een flashkaart gemaakt op Cram in 2019.

    Op elke set flashkaarten kunnen nieuwe definities en acroniemen staan. Als je naar die termen zoekt, vind je nog meer nieuwe flashkaarten. 

    Need-to-knows

    Op het eerste gezicht lijken de meeste flashkaarten niet erg interessant. Op vrijwel alle sets staat dezelfde algemene handboekinformatie die soldaten leren om hun loopbaanontwikkelingsvakken te halen. Het gaat om definities van termen, afkortingen, formulieren die moeten worden ingeleverd, wetten, procedures en radioprotocollen.

    Maar in veel gevallen hebben militairen hun eigen ‘need-to-knows’ en zeer specifieke beveiligingsdetails toegevoegd.

    Zo noteerde iemand op een basis meer dan honderd dingen die hij voor zijn specifieke functie moest weten. Hierbij ging het om zaken als de locatie van modems die de vaults met de bewakingsfaciliteit verbinden, de procedures voor noodsignalen voor elk gebied op de basis, het beeld van camera’s die op de vault zijn gericht, en de onderdelen en werking van de bijbehorende bedieningspanelen. Ook details over de samenstelling van wachtwoorden, gebruikersnamen en of deze spaties kunnen bevatten, werden op de kaarten vermeld.

    Op sommige platforms is bovendien te zien wanneer gebruikers hun flashkaarten voor het laatst hebben bestudeerd. De hierboven genoemde persoon gebruikte de flashkaart voor het laatst in april 2021, maar ook deze bleek te zijn verwijderd nadat Bellingcat contact had opgenomen met de NAVO, het Amerikaanse ministerie van Defensie en EUCOM om een reactie te vragen op de bevindingen in dit artikel.

    image14 1
    Een notitie waarin te zien is wanneer een door een Amerikaanse soldaat geposte flashkaart voor het laatst is bestudeerd.

    De informatie die op flashkaarten kan worden aangetroffen hangt af van de basis waarnaar wordt gezocht. 

    Laten we beginnen met de informatie die nuttig is om de locaties van kernwapens te traceren (en het aantal vaults, als indicatie van hoeveel het er zouden kunnen zijn). Naast nieuwe informatie over ‘koude’ en ‘warme’ vaults in Aviano (Italië) en Volkel hebben we ook details kunnen vinden over vaults op alle andere bases in Europa waar naar verluidt kernwapens liggen opgeslagen: Incirlik (Turkije), Ghedi (Italië), Büchel (Duitsland) en Kleine-Brogel (België).

    image13 1 1200x98 1
    Een flashkaart gemaakt op Cram in 2014, in een set getiteld ‘Incirlik Job Knowledge’. IAB staat voor Incirlik Air Base.

    Maar misschien net zo zorgwekkend is het openbaar posten van nauwkeurige informatie over beveiligings- en basisprotocollen. Op sommige flashkaarten staat het aantal beveiligingscamera’s en hun positie op verschillende bases, informatie over sensoren en radarsystemen, de unieke identificatiekenmerken van badges voor afgeschermde zones (restricted area badges, RAB) voor Incirlik, Volkel en Aviano, evenals geheime dwangwoorden en het type uitrusting dat de responstroepen dragen die de bases bewaken.

    Screenshot 2021 05 28 at 11.01.21 1
    Een naar Chegg geüploade flashkaart met door Bellingcat gecensureerde details.

    Dan is er nog informatie over de beschermende vliegtuigshelters, het WS3-systeem en de vaults zelf. Voor sommige bases vond Bellingcat online onder meer flashkaarten met informatie over de gebouwen waar de sleutels van de vliegtuigshelters worden bewaard, informatie over hoe vaak een ‘warme’ en ‘koude’ PAS wordt gecontroleerd, en details over de sensoren die de PAS beschermen tegen indringers en die zijn ingebouwd in de vaults zelf.

    Het militaire personeel noteerde ook tot in detail welke objecten in beveiligingsfaciliteiten tegen manipulatie zijn beveiligd, alsook de locaties van reservegeneratoren en van A- en B-versies van universele vrijgavecodes, waarmee alle vaults tegelijk kunnen worden geopend.

    Het is niet helemaal duidelijk waarom of hoe deze informatie openbaar doorzoekbaar is geworden. Op de website van Quizlet staat dat de zichtbaarheid van alle flashkaarten standaard is ingesteld op openbaar – gebruikers kunnen daarna de privacy wijzigen als ze dat willen. Op dezelfde manier instrueert de help-pagina van de Cram-website gebruikers hoe ze sets privé kunnen maken, wat impliceert dat alle geüploade flashkaarten ook standaard openbaar zijn. In het Q&A-gedeelte van de Chegg-website wordt uitgelegd hoe gebruikers de privacy-instellingen van hun flashkaarten kunnen wijzigen, maar staat niet expliciet vermeld of ze ook standaard openbaar zichtbaar zijn. (In 2018 nam Chegg het flashkaarten-platform van StudyBlue over, waarvan de website ook onduidelijk is over de vraag of sets flashkaarten standaard openbaar zichtbaar waren.)

    Enkele flashkaart-vragen die Bellingcat heeft ingezien gaan onder meer over wat je in de lokale taal moet roepen tegen een indringer, over lokale wetgeving en over namen van squadrons, zones en gebouwen

    Het verifiëren van de informatie op de flashkaarten was relatief eenvoudig – wat op zichzelf al zonder meer op een beveiligingsprobleem duidt. Sommige sets die op Cram en Quizlet waren gemaakt, waren traceerbaar doordat gebruikersnamen de volledige naam bevatten van de personen die de kaarten hadden gemaakt. Anderen gebruikten dezelfde foto als op hun LinkedIn-profiel.

    Zelfs in gevallen waarin het niet direct duidelijk was waar de gebruikers zich bevonden, kon de militaire basis waarnaar hun flashkaarten verwezen worden afgeleid uit wat ze aan het leren waren. Enkele flashkaart-vragen die Bellingcat heeft ingezien gaan onder meer over wat je in de lokale taal moet roepen tegen een indringer, over lokale wetgeving en over namen van squadrons, zones en gebouwen.

    Screenshot 2021 05 28 at 11.03.44
    Op twee flashkaarten uit dezelfde set stond de naam van het squadron ‘701 MUNSS’ en een zin in het Vlaams om iemand te dwingen wapens zijn in te inleveren, wat duidelijk maakt dat de beveiligingsdetails van toepassing zijn op de luchtmachtbasis Kleine-Brogel in België.

    Ook subtielere details konden worden geverifieerd. De flashkaart die melding maakt van vault 27 op ‘Tango loop’, vliegbasis Aviano, komt bijvoorbeeld overeen met een openbaar Amerikaans militair document waarin wordt bevestigd dat er op vliegbasis Aviano een Protective Aircraft Shelter’ is met de naam ‘t-27’.   

    En ook de inhoud van anonieme flashkaarten (zonder gebruiksnamen) kon worden geverifieerd. Een van deze flashkaarten leek procedures te beschrijven van het Nederlandse Volkel. Deze informatie lijkt nergens anders openbaar beschikbaar te zijn, maar is vergelijkbaar met informatie die werd aangetroffen in de sets van geverifieerde gebruikers op onder meer de bases Incirlik, Aviano, Kleine-Brogel. De anonieme set bevatte bijvoorbeeld een flashkaart die specifiek gericht was op de authenticatiegegevens van een RAB en van geverifieerde gebruikers.

    image10 2
    Een flashkaart zichtbaar op Chegg met enkele door Bellingcat gecensureerde details.
    image11 2
    Een openbaar toegankelijke flashkaart op Cram met enkele door Bellingcat gecensureerde details.

    Een van de interessantste kaarten in de anonieme sets was de ‘vault status’-flashkaart, die lijkt aan te geven welke vaults in Volkel kernwapens bevatten. Om deze informatie te kunnen verifiëren moeten we eerst vaststellen of deze vaults daadwerkelijk bestaan. Volkel heeft 32 beschermende vliegtuigshelters (te zien op Google Earth), maar niet elke PAS heeft een WS3-vault. We moeten dergelijke shelters vinden met zo’n vault, en kijken of het aantal overeenkomt met dat op de flashkaart.

    image18 1
    Een flashkaart geüpload naar Chegg met enkele door Bellingcat gecensureerde details.

    ‘703rd MUNSS’

    Een snelle zoektocht op Google leidt ons naar een kaart van Volkel (uit 1999), gepubliceerd door Ontwapen!, een antimilitaristische actiegroep. Op de kaart staan acht Protective Aircraft Shelters met vaults – drie minder dan de elf vaults op de flashkaart (uit 2019). Er zijn verschillende webpagina’s (uit 2007 en 2014) te vinden met nummers van shelters waar de kernwapens liggen opgeslagen. Toch is het onduidelijk wat de bronnen zijn van deze posts en komen de details slechts gedeeltelijk overeen met de aantallen op onze flashkaart.

    image8 1
    Een kaart met ‘Hangars met WS3-vaults’ op de vliegbasis Volkel, gelabeld ‘Intern gebruik defensie’ en gepubliceerd door Ontwapen! In 2010.

    Maar zoals uit eerdere artikelen van Bellingcat over fitness-apps en een bierproef-app is gebleken, kunnen soldaten in dergelijke omstandigheden zelf zonder het te weten een bron van informatie zijn. De eerste stap is de personen vinden die toegang hebben tot deze locaties.

    Via Wikipedia kunnen we zien dat de kernwapens in Volkel worden onderhouden door een Amerikaans squadron: het 703rd Munitions Support Squadron. In militair jargon is dat afgekort tot ‘703rd MUNSS’ en ‘703 MUNSS’. Een snelle zoektocht op Facebook levert verschillende groepsfoto’s op, waarvan sommige zijn gedeeld, getagd en geliket door de personen die erop staan afgebeeld. De tweede stap is het onderzoeken van het openbare profiel van een van deze personen.

    Daar vinden we een foto gedeeld in 2013.

    image21 1 1200x507 2 1
    Een foto die door iemand van het 703rd MUNSS op Facebook is geplaatst. De gezichten zijn door Bellingcat gecensureerd.

    De foto was niet geografisch getagd. Alle personen dragen een Amerikaans uniform en de foto was door een Amerikaan gedeeld op zijn persoonlijke Facebookprofiel. Wie door de pagina scrollt, zou kunnen denken dat de foto in de VS is genomen. Maar er zijn aanwijzingen waaruit blijkt dat dit niet het geval is.

    Links op de foto zijn twee vlaggen te zien. Op een bijgesneden foto van een Facebook-post uit 2013 is een militair voertuig te zien.

    image17 1

    Op het militaire voertuig staat een Nederlandse vlag. De tekst op de andere vlag eindigt op UNSS, de laatste vier letters van de naam van het eerdergenoemde squadron: 703 MUNSS.

    De foto is gepost in 2013, maar de dichtstbijzijnde, ongecensureerde satellietfoto op Google Earth Pro van de vliegbasis Volkel dateert uit 2016. Ondanks de verschillen in begroeiing op de foto’s uit deze twee verschillende jaren kunnen deze satellietbeelden nog steeds nuttig zijn om overeenkomsten te vinden. Er staan drie details op de Facebookfoto waardoor één hangar op de vliegbasis Volkel in aanmerking komt als een mogelijke kandidaat voor de locatie van de foto; deze zijn omcirkeld in rood, blauw en groen.

    Vergelijking met satellietbeelden wijst op een correlatie. De vorm en positie van de hangar ten opzichte van de landingsbaan, de locatie van de bomen, de positie van de gele lijn op de grond, het object links en het gebouw achter de landingsbaan komen allemaal overeen. Deze geografische locatie komt ook overeen met een hangar die op de uitgelekte kaart is gemarkeerd als een ‘Hangar met WS3-vault’.

    image5 1 1200x467 1
    Een Google Earth-beeld vergeleken met een kaart van Volkel.

    Op dezelfde uitgelekte kaart staat een shelter met nummer 532. Op een van de flashkaarten staat inderdaad een shelter 532 die een vault heeft.

    image4 2
    Een flashkaart gevonden op Chegg.com, gemaakt in 2019. De laatste twee cijfers zijn door Bellingcat gecensureerd.

    Deze Facebookfoto lijkt de informatie op de flashkaart te bevestigen dat de shelter een vault heeft, maar volgens de flashkaart is deze vault ‘COLD’. Jeffrey Lewis van het James Martin Center for Nonproliferation Studies vindt het zeer onwaarschijnlijk dat militairen in actieve dienst poseren met een echte bom. De informatie op de flashkaart dat de vault ‘COLD’ is, is volgens hem waarschijnlijk juist. Maar kan dat wordt bevestigd met de details op de foto?

    De bom

    Laten we de bom van wat dichterbij bekijken.

    Screenshot 2021 05 28 at 09.15.38
    Een door iemand verbonden aan het 703rd MUNSS op Facebook geposte foto. De gezichten zijn door Bellingcat gecensureerd.

    Kernwapens hebben regelmatig onderhoud nodig. De trailer van het Secure Transportable Maintenance System is speciaal voor die taak ontworpen. Uit openbaar beschikbare documenten van het Amerikaanse leger blijkt dat de kabels en toebehoren om de bom in een vliegtuig te laden en te prepareren voor een missie. opgeborgen dienen te worden in een zogenaamde zadeltas. De vorm komt ook overeen met openbaar beschikbare afbeeldingen van de B61-kernbom.

    image3 3
    Boven: de bom op de Facebook-foto. Onder: een foto van de B61 op Wikipedia.

    Het probleem is dat de vliegtuigbemanning een oefenversie van de B61 gebruikt, de BDU-38, met dezelfde vorm en grootte. En om het nog verwarrender te maken, heeft het grondpersoneel ook oefenversies van de B61. Hoe onderscheid je ze van elkaar?

    Oefenwapens erkennen

    Oefenwapens zijn meestal te herkennen aan hun kleuren. B61’s zijn zilvergrijs (ze worden soms aangeduid met de term ‘silver bullet’), BDU-38’s lijken wit. Op een ongedateerde foto, gepubliceerd door de Federation of American Scientists in 2009, maar waarschijnlijk een aantal jaren eerder genomen, lijken witte BDU-38’s te zien te zijn, gelabeld als ‘inert nuclear bombs’ (onschadelijke kernbommen) na te zijn gedropt op de Vliehors, Nederlands enige oefenterrein voor bombardementen.

    In Facebook-groepen van Volkel-vliegtuigspotters is een andere foto te vinden van een BDU-38 uit 2005, die gedeeltelijk wit lijkt.

    Zoeken op Google naar de Nederlandse term ‘witte bommen’ leidt naar een andere vliegtuigfotograaf, die foto’s deelde van F16’s op Volkel met hetzelfde wapen in 2007. Deze fotograaf noemde het wapen niet. Hij beschreef de foto’s alleen als Nederlandse en Belgische F16’s die opstegen van Volkel om ‘grote rood-witte bommen’ te droppen op de Vliehors. Net als Nederland beschikt ook België over B61’s.

    Als je deze oefenbommen (hier en hier te zien) vergelijkt met de bom waarmee het Amerikaanse squadron poseerde (hieronder te zien), zie je dat ze dezelfde vorm en grootte hebben, maar dat ze qua kleur verschillen.

    Te oordelen naar de zilveren kleur van de bom waarmee het Amerikaanse squadron poseerde, kunnen we dus zien dat het niet gaat om een rood-witte oefenbom die door Nederlandse vliegtuigbemanningen wordt gebruikt.

    De oefenversies van de B61 voor grondpersoneel lijken ook dezelfde zilveren kleur te hebben als het wapen op de Facebook-foto, maar zijn meestal voorzien van rode letters. Hier is een voorbeeld van een B61 in een museum. De tekst in het midden van de bom luidt: ‘TRAINING ONLY – DO NOT FLY‘ (alleen training – niet mee vliegen).

    Op andere exemplaren buiten musea staan ook rode letters op de neus, het midden van de huls en de vinnen. Het is onmogelijk te zeggen of het wapen buiten vault 532 deze markeringen heeft.

    Het enige detail dat zekerheid zou kunnen verschaffen, is het serienummer van de bom, dat we op deze foto niet kunnen zien. Volgens Hans Kristensen van de Federation of American Scientists staat op deze wapens ‘normaal gesproken het type en serienummer vermeld. Als het een echt wapen is, staat er B61-x en yyyyyyyyy. Op een oefenversie zou iets staan als B61-x Type 3E. Maar ik zie geen markeringen op het wapen op deze foto.’

    Screenshot 2021 05 28 at 11.40.24
    Een voorbeeld van een oefenversie van de B61 met serienummer, gepost door @Casillic.

    Kristensen voegde er wel aan toe: ‘Ik betwijfel of ze een scherp oorlogswapen tevoorschijn zouden halen voor een foto, ik gok dat dit een oefenwapen is.’

    De protocollen en beveiligingsmaatregelen om een kernwapen uit zijn vault te halen zijn bijzonder streng. Als het een echt kernwapen is, zou de Facebookfoto getuigen van een enorme beveiligingsfout. Als het geen echt kernwapen is dat voor schuilkelder 532 wordt getoond, is het logisch dat de flashkaart de vault als ‘COLD’ aanduidde.

    De protocollen en beveiligingsmaatregelen om een kernwapen uit zijn vault te halen zijn bijzonder streng. Als het een echt kernwapen is, zou de Facebookfoto getuigen van een enorme beveiligingsfout. Als het geen echt kernwapen is dat voor schuilkelder 532 wordt getoond, is het logisch dat de flashkaart de vault als ‘COLD’ aanduidde.

    Beveiligingsfout

    De schaal waarop soldaten beveiligingsgegevens hebben geüpload en onbedoeld hebben gedeeld betekent dus een enorme operationele beveiligingsfout.

    Vanwege de mogelijke implicaties voor de openbare veiligheid nam Bellingcat vier weken voor deze publicatie contact op met de NAVO, EUCOM, het Amerikaanse ministerie van Defensie en het Nederlandse ministerie van Defensie. Dat laatste erkende in een e-mail dat er over deze kwestie contact was met de NAVO en EUCOM. Het ministerie verklaarde dat Nederland een nucleaire taak heeft, maar dat het geen commentaar kan geven over aantallen kernwapens of over locaties, omdat men gebonden is aan NAVO-afspraken die gebaseerd zijn op veiligheidsoverwegingen.

    Er blijken ook kaarten te zijn voor heel andere militaire doeleinden. Bellingcat kon bijvoorbeeld sets vinden met vragen over de uitvoering van een drone-aanval met een MQ-9 Reaper.

    image20 1 1200x227 1
    Een flashkaart geplaatst op Quizlet.

    Vanwege de mogelijke implicaties voor de openbare veiligheid nam Bellingcat vier weken voor deze publicatie contact op met de NAVO, EUCOM, het Amerikaanse ministerie van Defensie en het Nederlandse ministerie van Defensie. Dat laatste erkende in een e-mail dat er over deze kwestie contact was met de NAVO en EUCOM. Het ministerie verklaarde dat Nederland een nucleaire taak heeft, maar dat het geen commentaar kan geven over aantallen kernwapens of over locaties, omdat men gebonden is aan NAVO-afspraken die gebaseerd zijn op veiligheidsoverwegingen.

    Bellingcat kon links overleggen naar vijftig gevonden kaartensets met beveiligingsdetails op Chegg, Quizlet en Cram, met de nadrukkelijke kanttekening dat de lijst mogelijk niet volledig is. Ook melde het hoe de sets waren ontdekt. Het Nederlandse ministerie van Defensie deelde Bellingcat mee dat de informatie in deze sets geen gevolgen had voor de veiligheid van Nederland. De verklaring van de Amerikaanse luchtmacht: ‘Uit beleidsoverwegingen worden onze beveiligingsprotocollen om de bescherming van gevoelige informatie en operaties te waarborgen voortdurend getoetst en beoordeeld.’ Alle door Bellingcat onder de aandacht gebrachte sets bleken kort voor publicatie offline te zijn gehaald.

    Voor activisten die strijden voor nucleaire ontwapening onderstreept de door Amerikaanse soldaten onthulde informatie echter wat zij zien als de gevaren van het onderbrengen van kernwapens in Europa, zonder dat daar een duidelijke strategische reden voor is.

    Susi Snyder, projectleider van het No Nukes-programma bij de Nederlandse vredesorganisatie PAX en coördinator van de campagne Don’t Bank on the Bomb, zei het volgende: ‘De mensen in Europese landen waar B61-bommen zijn geplaatst, steunen in overweldigende meerderheid het Verdrag inzake het verbod op kernwapens. Een geheimhoudingsbeleid dat de democratie naast zich neerlegt kan niet blijven voortbestaan, het brengt de veiligheid van de bevolking in gevaar. Geheime stationering is, net als kernwapens zelf, geen oplossing voor de dreigingen van vandaag of morgen.’

    Kristensen van de Federation of American Scientists voegde daaraan toe: ‘Er zijn zo veel vingerafdrukken die verraden waar de kernwapens zich bevinden, dat het geen enkel militair of veiligheidsdoel dient om te proberen deze locaties geheim te houden. Toegegeven, er kunnen specifieke operationele en veiligheidsdetails zijn die geheim moeten worden gehouden, maar de aanwezigheid van kernwapens an sich is dat niet. Het ware doel van geheimhouding is het vermijden van een controversieel publiek debat in landen waar kernwapens niet populair zijn.’

  • Verenigd Koninkrijk wil meer kernwapens | Onrust in Bolivia

    Verenigd Koninkrijk wil meer kernwapens | Onrust in Bolivia

    Verenigd Koninkrijk breidt kernmacht uit

    Londen gaat het kernwapenarsenaal van het land uitbreiden, en ziet Rusland en China als zijn belangrijkste bedreigingen. Dat onthulde de Britse premier dinsdag in een presentatie van het buitenland- en defensiebeleid voor de komende tien jaar.

    Voor zijn eerste grote internationale gebaar na brexit, ‘heeft Boris Johnson besloten om het Verenigd Koninkrijk opnieuw te positioneren in de wereld met een onverwachte gok: door de kernmacht uit te breiden en een abrupt einde te maken aan de ontwapening die dertig jaar geleden begon aan het einde van de Koude Oorlog’, schrijft het Spaanse dagblad El Mundo.

    In feite is de Britse premier tegen het beleid van al zijn voorgangers ingegaan door te besluiten het aantal kernkoppen in het Trident-programma te verhogen van 195 tot 260. Bij de vorige strategische evaluatie, in 2010, was het de bedoeling het aantal kernkoppen tegen 2025 terug te brengen tot 180.

    ‘Veranderende veiligheidssituatie’

    Dit doel is ‘niet langer haalbaar’ als gevolg van ‘veranderingen in de veiligheidssituatie’ in de afgelopen tien jaar, aldus de beleidstekst.

    De leider van de Labour oppositie, Keir Starmer, vond dat het besluit van Boris Johnson brak met de ‘partij overstijgende inspanningen om het nucleaire arsenaal af te bouwen’, meldt The Washington Post. Hoewel Labour ‘voorstander blijft van het Trident-onderzeeërprogramma en de instandhouding van een geloofwaardige afschrikkingsmacht’, bekritiseerde hij de minister-president omdat hij het ‘strategische doel’ van een dergelijke beleidsdraai niet had onderbouwd.

    In een opinieartikel in de Zwitserse krant Le Temps steekt Beatrice Fihn, uitvoerend directeur van de Internationale Campagne tot Afschaffing van Kernwapens (ICAN), haar woede niet onder stoelen of banken en hekelt zij een besluit dat onverantwoordelijk, gevaarlijk en in strijd met het internationale recht is.


    Facebook tekent deal Rupert Murdoch in Australië

    De techreus gaat zijn reclame-inkomsten delen met Australische krantenuitgevers. Dinsdag werd een miljardendeal getekend met onder andere News Corp, de mediagroep van Rupert Murdoch.

    De aangekondigde overeenkomst tussen Facebook en de twee belangrijkste mediabedrijven van Australië, News Corp Australia en Nine Entertainment, is een ‘belangrijke doorbraak na weken van gespannen onderhandelingen’ over de invoering van de wet die internetgiganten verplicht de media een deel van hun inkomsten te betalen, meldt de Australische krant The Age (onderdeel van Nine Entertainment).

    Facebook en News Corp Australia zijn overeengekomen dat het sociale netwerk ‘enkele miljarden dollars’ betaalt om gedurende drie jaar nieuwscontent van de Australische groep te delen, schrijft La Libre Belgique op.

    Deze aankondigingen volgen op het ‘getouwtrek tussen de Australische regering en de internetmultinationals’, die fel gekant waren tegen een wetsontwerp dat de internetgiganten zou dwingen overeenkomsten te sluiten met persgroepen, om een deel van de inkomsten die gegenereerd worden door het delen van hun inhoud op hun platforms aan hen uit te betalen, aldus La Libre Belgique.

    Blokkade

    In februari heeft Facebook in Australië acht dagen lang alle nieuwsberichten geblokkeerd, wat internationaal heftige reacties uitlokte. Uiteindelijk werd een compromis bereikt tussen Mark Zuckerberg en de Australische regering en werd een aangepast wetsvoorstel op 25 februari aangenomen.

    Is dit het begin van een nieuw tijdperk in de betrekkingen tussen internetplatforms en de media? Volgens La Libre Belgique ‘zou de Australische wet model kunnen staan voor het oplossen van conflicten tussen techreuzen en wetgevers over de hele wereld om de verhoudingen tussen de traditionele media, die in grote financiële moeilijkheden verkeren, en de kolossen die het internet domineren en een groot deel van de reclame-inkomsten binnenhalen, in evenwicht te brengen’.

    Volgens de BBC daarentegen was de Australische wet in de eerste plaats ontworpen ‘om grote bedrijven zoals News Corp te helpen, in tegenstelling tot kleinere mediakanalen’.

    Lees ook ons bericht van 18 februari:


    Bolivia, een verscheurd land

    Bolivia lijkt opnieuw diep verscheurd te zijn na de arrestatie, op zaterdag 13 maart, van de voormalige president Jeanine Áñez.

    Maandag 15 maart verzamelden tienduizenden demonstranten zich in de belangrijkste steden van het land, zoals de hoofdstad La Paz, Cochabamba en Sucre, maar vooral in de economische hoofdstad Santa Cruz, in het oosten van het land, de belangrijkste stad van de oppositie tegen de MAS (Beweging voor het socialisme) en haar leider, Evo Morales, president van 2006 tot 2019.

    ‘Sinds de middag van 15 maart zijn duizenden mensen uit verschillende wijken van de stad en uit alle hoeken van het departement naar Santa Cruz gekomen om deel te nemen aan de protesten’, meldt het Boliviaanse dagblad El Deber. De demonstranten vroegen om de vrijlating van de ‘politieke gevangenen’.

    Naast Jeanine Áñez zijn twee van haar voormalige ministers en voormalige hoge militaire en politiefunctionarissen aangeklaagd wegens ‘opruiing’, ‘terrorisme’ en ‘samenzwering’.

    ‘Morgen zal iedere tegenstander of criticus van de MAS het doelwit zijn’

    Deze uiterst gespannen situatie is het meest recente gevolg van de ernstige crisis die het land heeft doorgemaakt in 2019, toen de oppositie en vele sociale bewegingen de verkiezingsfraude aan de kaak stelde die was gepleegd door Evo Morales, die zich kandidaat stelde voor een – ongrondwettelijke – vierde termijn.

    Op dat moment hadden de demonstraties en de repressie ervan meer dan dertig doden geëist. ‘De spanning was zodanig dat de politie in opstand kwam en het hoofd van de strijdkrachten Evo Morales voorstelde een stap terug te doen’, aldus de website BBC Mundo.

    Na een jaar interim-presidentschap door Jeanine Áñez kwam de MAS weer aan de macht na de verkiezingsoverwinning van Luis Arce, de opvolger van Evo Morales.

    De MAS beschuldigt Jeanine Áñez er nu min of meer van dat zij indertijd een staatsgreep heeft gepleegd.

    In een redactioneel commentaar getiteld ‘Het delirium van de absolute macht’ schrijft El Deber bezorgd:

    ‘De gebeurtenissen die het land ongelovig aanschouwt, zouden slechts het begin kunnen zijn van de ontmanteling van het democratische systeem, waarna zelfs de internationale gemeenschap en organisaties niet meer in staat zullen zijn iets doeltreffends te doen, behalve dan de gebruikelijke “veroordelingen”.’

    Dagblad Los Tiempos, dat in Cochabamba is gevestigd, maar in het hele land wordt verspreid, schrijft: ‘Vandaag zijn leden van de interim-regering, het leger en de politie het doelwit geweest van intimidatie; morgen zal iedere tegenstander of criticus van de MAS het doelwit zijn.’


    Kenia en Somalië strijden om de zee én olie

    Sinds maandag 15 maart staan Kenia en Somalië tegenover elkaar voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Het gaat om een geschil over de afbakening van hun zeegrenzen. Een zaak waarin nationalisme, economische belangen en vermoedens van inmenging door elkaar lopen.

    Het is ‘een zaak die de diplomatieke betrekkingen tussen de buurlanden onder druk heeft gezet’, schrijft Al Jazeera. Voor Somalië moet de zuidoostelijke grens doorgetrokken worden tot in de wateren. Voor Kenia moet de grens evenwijdig lopen met de breedtegraden, dat wil zeggen volkomen horizontaal.

    Dat dit stuk zee zo betwist is, heeft zo zijn economische redenen. Het gaat om een driehoek van 100.000 vierkante kilometer die rijk is aan olie en vis. Voor Somalië, een land dat door armoede wordt geteisterd, betekent dit het vooruitzicht van een ongekende economische hefboom. Voor Kenia is het een kans om zijn ontwikkeling voort te zetten.

    Maar in het al zeven jaar voortslepende conflict lijkt een oplossing nog ver weg. Aan de vooravond van het begin van de hoorzittingen in Den Haag kondigde Kenia aan dat het zou weigeren om voor het ICJ te verschijnen. ‘Kenia moet niet deelnemen aan zijn eigen onthoofding’, beweert de Keniaanse krant The Standard.

    Nairobi is van mening dat de hoorzittingen, die vanwege corona virtueel worden gehouden, niet bevorderlijk zijn voor een goede verdediging. Ook ziet Kenia in het ICJ een zekere inmenging van Europa. Met de verdediging van Somalië als voorwendsel, ‘is Europa [klaar] om Kenia van zijn grondgebied te beroven’, aldus de Keniaanse krant.

  • Waarom Saoedi-Arabië 16 kerncentrales wil bouwen

    Waarom Saoedi-Arabië 16 kerncentrales wil bouwen

    Voor een land dat zwemt in de olie en makkelijk zou kunnen overschakelen op zonne-energie, is een mega-investering in kerncentrales een vreemde stap. Het echte doel is dan ook een kernwapenprogramma, vrezen sceptici.

    Saoedi-Arabië bezit de op een na grootste oliereserves ter wereld en hoeft zich dus weinig zorgen te maken om energie. Maar het koninkrijk wil nu toch een van de grootste investeringen in kernenergie aller tijden plegen: het steekt 80 miljard dollar in de bouw van zestien kernreactoren die de komende vijfentwintig jaar moeten verrijzen.

    Uit deze krachtpatserij blijkt dat het ’s werelds meest iconische oliegigant ernst is met het terugdringen van zijn bijna totale afhankelijkheid van olie – maar kan het ook zijn dat het land op termijn een kernarsenaal nastreeft?

    123-overeenkomst

    Saoedi-Arabië stelt dat het zijn energieportefeuille wil uitbreiden. Elektriciteitsopwekking uit kernreactoren betekent dat de Golfstaat zelf minder olie hoeft te consumeren en er dus meer van kan exporteren. Meer export betekent meer overheidsinkomsten.

    Volgens energiedeskundigen wil Saoedi-Arabië zo snel mogelijk munt slaan uit zijn oliereserves, omdat verwacht wordt dat de mondiale vraag op termijn zal afnemen vanwege de opkomst van hernieuwbare energie en de uiteindelijke dominantie van de elektrische auto. En dus is het zaak het accent in de Saoedische economie te verleggen van olie naar de tech- en entertainmentsector.

    Momenteel is Riyad in gesprek met bedrijven uit meer dan tien landen over de aankoop van nucleaire technologie om de eerste twee reactoren te bouwen – en Amerikaanse gegadigden staan vooraan in de rij. Probleem is wel dat de regering-Trump voorafgaand aan elke Amerikaanse verkoop een overeenkomst voor nucleaire samenwerking met Saoedi-Arabië moet sluiten, een zogeheten ‘123-overeenkomst’ waarin landen beloven dat ze de krachtige nucleaire installaties die ze van de VS kopen niet op oneigenlijke wijze zullen gebruiken.

    Gesprekken tussen de VS en Saoedi-Arabië over een dergelijk akkoord zijn al gaande – de Amerikaanse minister van Energie Rick Perry besprak de zaak in maart in Londen met Saoedische functionarissen, en ook president Trump zal de kwestie hebben aangesneden tijdens zijn ontmoeting met de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman kort geleden.

    Dekmantel

    Experts op het gebied van nucleaire proliferatie en Amerikaanse Congresleden van beide partijen maken zich echter grote zorgen over de deal. Zij vrezen dat Riyad zal proberen de technologie te gebruiken om een kernwapenprogramma op te zetten. Dat zou een van de meest instabiele regio’s ter wereld nog instabieler maken. Sommige sceptici denken zelfs dat het energieverhaal van Riyad louter een dekmantel is voor militaire ambities.

    Dit is meer dan een gissing. In een interview met de Amerikaanse omroep CBS op 18 maart gaf de Saoedische kroonprins, ook wel MBS genoemd, openlijk toe dat nucleaire bewapening een optie was: ‘Saoedi-Arabië wil geen kernwapens hebben, maar als Iran ze ontwikkelt, dan zullen wij zeker niet achterblijven.’

    De regering-Trump kan proberen ervoor te zorgen dat dit nooit gebeurt. Met de ‘123-overeenkomst’ kan het de Saoedi’s dwingen tot een juridisch bindende toezegging dat ze geen uranium zullen verrijken of verbruikte splijtstof zullen opwerken – processen die nodig zijn om kernwapens te maken.

    Naar verluidt overweegt Washington echter om Saoedi-Arabië toe te staan uranium te verrijken. Daarvoor zouden volgens deskundigen twee belangrijke redenen zijn. Ten eerste heeft Trump duidelijk een zwak voor Saoedi-Arabië: het was het eerste land dat hij op zijn eerste buitenlandse reis als president bezocht. Ook steunde hij een aantal van Riyads meest radicale politieke beslissingen, zoals de campagne van afgelopen zomer om buurland Qatar te isoleren en de vernietigende militaire interventie in Jemen.

    Ten tweede zou Trump kunnen zwichten voor het aanlokkelijke vooruitzicht van miljardencontracten voor Amerikaanse nucleaire productiebedrijven die dolgraag zaken willen doen. De verleiding om een deal te accepteren die de weg naar een Saoedische kernbom effent is mogelijk te groot om te weerstaan.

    Saoedi-Arabië blijft erbij dat het alleen kernenergie wil om de energieproductie te verhogen en niet om wapens te bouwen. ‘Wij voelen wij er niets voor nucleaire technologie aan te wenden voor militaire doeleinden en doen juist erg ons best om de verspreiding van kernwapens door anderen tegen te gaan,’ aldus de Saoedische minister van Energie Khalid al-Falih op een gezamenlijke persconferentie met minister Perry in december vorig jaar.

    Het nucleaire akkoord dat Iran in 2015 met onder meer de VS tekende, beperkt de mogelijkheden van het land om materiaal te maken dat nodig is voor een atoombom aanzienlijk, maar rond 2030 verlopen cruciale onderdelen van de overeenkomst

    Energiedeskundigen zeggen dat het zeker zin heeft voor Saoedi-Arabië om nieuwe vormen van energie te genereren, zodat het meer van zijn olie kan exporteren voordat de verwachte waardedaling van deze grondstof een feit is. Maar waarom gekozen voor nucleaire energie als alternatief, in plaats van hernieuwbare energie?

    Joe Romm, een voormalig onderminister van Energie tijdens de Clinton-jaren, vertelde me dat Saoedi-Arabië een groot deel van het land van stroom zou kunnen voorzien met zonne-energie. De uitgestrekte woestijnen waar de zon vrijwel permanent zeer fel schijnt zijn daarvoor van nature geschikt.

    Aangezien Saoedi-Arabië tegen extreem lage kosten zonne-energiecentrales zou kunnen bouwen om zonnestroom te produceren, is het, aldus Romm, ‘vanuit energie-oogpunt niet zo logisch dat de Saoedi’s zo’n sterke voorkeur aan de dag leggen voor de nucleaire optie, die notoir duur is’.

    Leg de plannen van Saoedi-Arabië om te investeren in hernieuwbare energie naast de voorgenomen investeringen in kernenergie, en je ziet volgens Romm dat Riyad minstens drie keer zo veel elektriciteit uit kernreactoren zal proberen op te wekken als uit hernieuwbare energie.

    Militaire ambities

    Amerikaanse experts op het gebied van buitenlandse politiek en nucleaire non-proliferatie zijn het door de bank genomen eens dat de voorkeur voor het ene programma boven het andere maar één ding kan betekenen: militaire ambities.

    ‘Ik denk dat een belangrijke – zo niet de belangrijkste – drijfveer voor het nucleaire programma van Saoedi-Arabië de veiligheidscompetitie met Iran is,’ aldus Kingston Reif, een non-proliferatie-expert bij de Arms Control Association.

    Iran is de aartsrivaal van Saoedi-Arabië in het Midden-Oosten en Saoedi-Arabië vreest dat Teheran zijn civiele nucleaire programma zal gebruiken om in de toekomst wapens te maken en de machtsverhoudingen in de regio daarmee in zijn voordeel te doen omslaan. Het nucleaire akkoord dat Iran in 2015 met onder meer de VS tekende, beperkt de mogelijkheden van het land om materiaal te maken dat nodig is voor een atoombom aanzienlijk, maar rond 2030 verlopen cruciale onderdelen van de overeenkomst.

    Die beperkingen kunnen nog veel sneller tot het verleden behoren wanneer Trump zijn herhaalde dreigementen uitvoert om zich uit de deal terug te trekken. Iran kan in dat geval binnen enkele dagen de nodige stappen zetten in de richting van wapenproductie.

    Aangezien MBS openlijk heeft toegegeven dat Saoedi-Arabië zich genoodzaakt zal voelen kernwapens na te streven als Iran hetzelfde doet, moet een Saoedisch civiel nucleair programma welhaast als een potentiële militaire troef worden beschouwd.

    De regering-Trump is momenteel in onderhandeling met de Saoedi’s over een overeenkomst inzake nucleaire samenwerking. Waarschijnlijk kwam die ter sprake toen de kroonprins op 20 maart te gast was in het Witte Huis. (Noch Saoedi-Arabië, noch de VS vermeldde hier iets over naar aanleiding van de bijeenkomst, wel werd er gezinspeeld op ‘nieuwe handelsovereenkomsten’.)


    Volgens recente berichten zal het Witte Huis Saoedi-Arabië mogelijk toestaan uranium te verrijken. Een land kan uranium verrijken om brandstof te produceren voor zijn kernreactoren, maar datzelfde proces kan ook dienen om een atoombom te maken – en dat heeft de bezorgdheid van Amerikaanse Congresleden van beide partijen gewekt.

    ‘Het interview met de kroonprins van vorige week zou reden genoeg moeten zijn voor de regering om de rem te zetten op de onderhandelingen en te benadrukken dat er geen 123-overeenkomst mogelijk is die verrijking en opwerking omvat,’ aldus het Republikeinse Congreslid Ileana Ros-Lehtinen, voorzitter van de Subcommissie Buitenlandse Zaken voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika van het Huis van Afgevaardigden. ‘Maar helaas blijkt uit het weinige dat de regering loslaat dat ze deze deal louter in handelstermen beziet en dat de nationale veiligheid niet of nauwelijks een overweging is.’

    Senator Bob Corker, voorzitter van de Senaatscommissie voor Buitenlandse Betrekkingen, heeft de regering laten weten dat er in het Congres vanuit beide partijen weerstand is tegen een 123-overeenkomst die uraniumverrijking toestaat.

    Het Witte Huis moet de overeenkomst ter beoordeling aan het Congres voorleggen en Congresleden kunnen deze blokkeren met een gezamenlijke resolutie.
    Maar dat kan een averechts effect hebben: de Saoedi’s kunnen zich dan tot Russische of Chinese bieders wenden. En volgens analisten zullen de Russen en Chinezen minder geneigd zijn de verrijkings- of opwerkingsambities van Saoedi-Arabië te beteugelen. Om die reden stellen sommige analisten dat Washington een compromis met Riyad moet overwegen.

    ‘Ik zie liever de Amerikaanse nucleaire industrie in Saoedi-Arabië dan die van Rusland of China, dus moeten we ons met de Saoedi’s zien te verstaan’

    ‘Ik zie liever de Amerikaanse nucleaire industrie in Saoedi-Arabië dan die van Rusland of China, dus moeten we ons met de Saoedi’s zien te verstaan. We moeten de best mogelijke beperkingsclausules voor verrijking en opwerking zien te bedingen, inclusief een verbod voor langere tijd, bijvoorbeeld twintig of vijfentwintig jaar,’ aldus Robert Einhorn, voormalig adviseur wapenbeheersing en ontwapening van het ministerie van Buitenlandse Zaken, tegen The Washington Post. ‘We moeten enige flexibiliteit tonen.’

    Saoedi-Arabië beschouwt het vermogen om uranium te verrijken als een ‘soeverein’ recht, en kon geen 123-overeenkomst met de regering-Obama bereiken omdat president Obama weigerde dat recht te erkennen.

    Alexandra Bell, een expert op het gebied van wapenbeheersing uit het Obama-tijdperk, vertelde me dat de Saoedi’s niet zullen toegeven ‘zonder druk uit de allerhoogste kringen van het Witte Huis’. Dat wil zeggen: aanhoudende druk van de president zelf of topfunctionarissen als minister van Energie Perry. Maar Trump ligt misschien helemaal niet wakker van de verrijkingskwestie. Hij bekijkt de kwestie door een andere bril dan zijn voorganger – voor de huidige president stijgen de belangen van het Amerikaanse bedrijfsleven ver uit boven het veiligheidsaspect. Vorig jaar, toen Trump zijn enorme wapendeal van 110 miljard dollar met de Saoedi’s beklonk, verkocht hij dit aan het publiek als een manier om ‘banen, banen en nog eens banen’ voor de VS te creëren.

    Een nucleaire deal met de Saoedi’s betekent een stimulans voor de in zwaar weer verkerende Amerikaanse nucleaire bouwbedrijven. Westinghouse, de meest prominente Amerikaanse bieder, zit momenteel in een faillissementsprocedure, wat nu al duizenden banen heeft gekost.

    In hun onderhandelingen met Washington zullen de Saoedi’s Trumps gevoeligheid voor het werkgelegenheidsaspect waarschijnlijk als dankbaar drukmiddel gebruiken om hun zin te krijgen.

    Auteur: Zeeshan Aleem
    Vertaler: Carl Stellweg

    Vox
    Verenigde Staten | vox.com

    in 2014 opgerichte nieuws- en opiniesite die onderdeel is van Vox Media. Dit technologiebedrijf beheert ook de sportwebsite SB Nation, de technologiesite The Verge en gamingsite Polygon. Vox heeft als missie om ‘het nieuws uit te leggen‘ en richt zich op een jong en welvarend publiek.

  • ‘Opperbevelhebber’ Poetin heeft alle touwtjes in handen

    ‘Opperbevelhebber’ Poetin heeft alle touwtjes in handen

    In 2012 kozen de Russen iemand die borg stond voor de verworvenheden van de jaren 2000 en die werd uitgedaagd door een protesterende liberale middenklasse. Maar in 2018 hebben ze hun steun uitgesproken voor een opperbevelhebber die wordt uitgedaagd door een externe vijand.

    Keuze uit het archief

    In Rusland worden dit weekend presidentsverkiezingen gehouden. Aangezien de tegenstanders van de zittende president Vladimir Poetin gedood zijn, gevangen zitten of van deelname uitgesloten zijn, is het geen verrassing wie er als winnaar uit de bus zal komen.
    In 2018 deed de Russische onafhankelijke krant Nezavisimaya Gazeta verslag van de vorige presidentsverkiezingen. In dit artikel beschrijft de krant hoe de campagneretoriek van Poetin sinds zijn eerste verkiezingen in 2000 veranderd is. Met zijn militante discours over een ‘externe dreiging’ is ‘opperbevelhebber’ Poetin erin geslaagd om het merendeel van de Russische bevolking achter zich te scharen, aldus het dagblad. Een omineus voorteken voor de oorlog in Oekraïne.

    Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen waarin Vladimir Poetin naar een vierde ambtstermijn dong, wilde hij indruk maken op zijn electoraat en de internationale gemeenschap met een nieuw kernwapenarsenaal. De Russen hebben dus op 18 maart een opperbevelhebber gekozen. Om ervoor te 
zorgen dat de ‘met voeten getreden’ belangen van zijn land worden gerespecteerd, is hij vastbesloten om van Rusland een even geduchte macht te maken als de Sovjet-Unie. Het Westen is nu aan zet.

    Militaire kracht

    Op 5 maart 2018 stroomde het Loezjnikistadion in Moskou helemaal vol voor een verkiezingsbijeenkomst ter ondersteuning van de kandidatuur van Vladimir Poetin met als leuze 
‘Voor een krachtig Rusland’. Het thema ‘kracht’ is de afgelopen weken uitgebreid uitgemolken door de president. Hij noemde het bij de uitreiking van de nationale onderscheidingen, die op 23 februari plaatsvond, en in een twee uur durende rede in de Doema. En hij had het niet over het concept van soft power dat zo populair is in het Westen, maar hoofdzakelijk over militaire kracht en ultramoderne wapens.

    De officiële televisiezenders en de partijen in de Doema moesten het wel oppikken. Het protest tegen Poetin domineerde de verkiezingen en daarom werd de campagne van Poetin ontworpen in reactie op deze protestbeweging.

    De verkiezingsbijeenkomst in februari 2012 op de Poklonnajaheuvel met als leuze ‘We hebben iets te verliezen’ was een reactie op de protestmars ‘Voor eerlijke verkiezingen’. De macht had gemikt op dat deel van het electoraat dat afhankelijk was van overheidssteun, dat de armoede in de moeilijke jaren negentig [onder Boris Jeltsin] had meegemaakt en dat zijn levensstandaard in de jaren 2000 aanzienlijk had zien stijgen. Dat electoraat werd gemobiliseerd tegen een binnenlandse dreiging. De bijeenkomsten van de oppositie werden gepresenteerd als de eerste tekenen van een terugkeer naar de jaren negentig. De macht had ingezet op de sociale tegenstellingen, en zelfs gesproken van een soort klassenstrijd: tegenover de luie middenklasse, de ‘valse’ stedelijke intelligentsia, plaatste hij de ‘echte’ intelligentsia – de arbeiders.

    Vladimir Poetin met medewerkers van de Uralvagonzavod Scientific and Industrial Corporation. – 
© Mikhail Metzel / Getty Images
    Vladimir Poetin met medewerkers van de Uralvagonzavod Scientific and Industrial Corporation. – 
© Mikhail Metzel / Getty Images

    Met andere woorden: Poetin heeft zes jaar geleden de verkiezingen gewonnen dankzij een politiek betoog over de klassieke kloof.

    Degenen die profiteerden van de veranderingen die werden doorgevoerd door de heersende macht moesten het systeem verdedigen tegen degenen die het systeem bedreigden. En dat is ook wat er feitelijk is gebeurd. De macht had gemikt op een kloof in reactie op een steeds complexere samenleving, waarin de middenklasse initiatieven begon te ontplooien en politieke wil ten toon begon te spreiden. Daar is toen een nieuw legitimeringsmechanisme uit ontstaan: verkozen worden door de overwinning op een reële en niet-fictieve tegenstander.

    Sinds die tijd is het betoog verhard. Eerst was er de affaire-Bolotnaya [massa-arrestaties en processen tegen oppositieleiders] en de aanscherping van de wetgeving over samenscholingen.

    Betogingen in de publieke ruimte werden ‘afgegrendeld’. Daarna waren er de Krim en de Donbas, de sancties en de snelle verzuring van de betrekkingen met het Westen. Het jaar 2014 was het meest delicate voor de zittende macht die zich er desalniettemin goed doorheen sloeg dankzij de zwakke roebel en de olie. De Russische samenleving schaarde zich achter de bezetting van de Krim en het idee dat Rusland een belegerde vesting was. De politieke boodschap beperkte zich tot de strijd tegen de externe dreiging. In grote
lijnen is dat nu nog steeds zo.

    Het kritische betoog over de jaren negentig is veranderd: het gaat niet meer om een periode van armoede maar om een periode van zwakte, van afwezigheid van geopolitiek initiatief

    De macht gebruikte een bijna martiale retoriek. Zo moest er bij de verkiezingen in 2018 niet meer een manager worden gekozen die geacht wordt de overheidsmiddelen te beheren, maar moest er steun worden uitgesproken voor een opperbevelhebber. Het ging niet meer over de tegenstelling tussen witte boorden en blauwe boorden, tussen co-workers en fabrieksarbeiders. De macht stelt dat er een externe dreiging is. In die context zou iedere vorm van oppositie tegen de heersende elite die verder gaat dan discussiëren over details de indruk kunnen wekken dat de oppositie de vijand in de kaart speelt. Als dat de setting is, gaat het electoraat er met gestrekt been in. Het kritische betoog over de jaren negentig is veranderd: het gaat niet meer om een periode van armoede maar om een periode van zwakte, van afwezigheid van geopolitiek initiatief. Het electoraat van Poetin heeft deze benadering geaccepteerd. En in tijden van oorlog – of dat nu een ‘mogelijke’, een ‘lauwe’ of een ‘koude’ is – is iedereen bereid ontberingen te lijden.

    Gedwongen tot vrede

    In 2002 stapten de Amerikanen zonder zich een zier aan te trekken van de bittere kritiek van Moskou uit het akkoord van 1972 over de wederzijdse beperking van antiraketsystemen, roept de krant Moskovski Komsomolets in herinnering. En ze verspreidden die systemen, met name ook in Oost-Europa. Dat droeg bij tot een onderschatting van het Russische nucleaire potentieel, waardoor een antwoord op een Amerikaanse aanval onmogelijk zou zijn geworden. In die situatie besloot Moskou de Amerikaanse defensieve capaciteit te devalueren met een strategisch wapen van de nieuwste soort, dat in staat is het westerse schild te doorboren.

    In het kader van het armpje drukken met de VS lijkt dat logisch – met die nuance, aldus de Russische krant, dat een verdedigingssysteem tegen raketten nog altijd een defensief systeem is, terwijl Vladimir Poetin op 1 maart jongstleden met een offensief wapen op de proppen kwam.

    De wereld is aanzienlijk dichter bij een nucleair conflict gekomen en zal zich rekenschap moeten geven van deze nieuwe werkelijkheid. ‘Formeel wil niemand oorlog. Maar in feite willen beide kanten de wapenwedloop winnen. De uitkomst is dus simpel: of men wordt zich er wederzijds van bewust dat de nieuwe realiteit die van “een gedwongen vrede” is, óf men koerst met gezwinde snelheid op de catastrofe af. Of men tekent nieuwe akkoorden, óf een radioactieve schemering zal onze toekomst verduisteren’, aldus Moskovski Komsomolets.

  • Noord-Korea begrijpen? Kijk naar China in de jaren zestig

    Noord-Korea begrijpen? Kijk naar China in de jaren zestig

    Het optreden van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un wordt vaak als roekeloos en irrationeel gezien. Maar dat klopt niet, betoogt Yevgen Sautin. China volgde in de jaren zestig dezelfde strategie.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week riep de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un op tot een grondwetswijziging om Zuid-Korea te identificeren als de ‘vijandige staat nummer één’. Daarmee lijkt de belofte van het regime om het Koreaanse schiereiland te verenigen definitief van de baan te zijn. Het land dreigt zelfs met een oorlog.

    Die oorlogstaal is niets nieuws. Al jarenlang is Noord-Korea bezig met de ontwikkeling van een kernwapenprogramma. Raketproeven laten zien dat het land in staat is de VS met een kernaanval te bedreigen. Yevgen Sautin schreef al 2017 in The Diplomat dat we die nucleaire retoriek niet al te serieus hoeven te nemen. Sautin baseert dit standpunt op de strategie van China in de jaren zestig: bluffen over kernwapens om de eigen zwakte te verbergen en de achterstand ten opzichte van andere kernmachten te verdoezelen.

    Recente tests met intercontinentale ballistische raketten wijzen het uit: in de zeer nabije toekomst zal Noord-Korea in staat zijn het Amerikaanse vasteland met een kernaanval te bedreigen. De regering van president Trump heeft gezworen het land geen gelegenheid te geven zijn ‘destructieve koers’ voort te zetten. Het is echter nog niet duidelijk hoe de Amerikanen denken Pyongyang een halt te kunnen toeroepen. Wel hebben Amerikaanse regeringsfunctionarissen hun toon verscherpt. Noord-Korea is in hun ogen nu de meest urgente bedreiging van de VS.

    Het is van belang te beseffen dat er eerder met dit bijltje is gehakt. De 
Verenigde Staten bevonden zich ruim vijftig jaar geleden in een soortgelijke situatie. Zij werden toen geconfronteerd met de nucleaire ambities van het maoïstische China. En net als nu vroegen deskundigen zich ook toen bezorgd af of er wel rationele besluitvormers achter de knoppen zaten in 
de geïsoleerde communistische staat. Militaire opties – hoe riskant ook – werden serieus overwogen. Het vooruitzicht van een nucleair China vervulde Amerikaanse leiders met ontzetting.

    Maar gaandeweg kwam zowel de regering van Kennedy als die van Johnson tot de slotsom dat China’s bescheiden kernarsenaal niet zou leiden tot een verschuiving van de onderliggende machtsverhoudingen in Oost-Azië, noch dat het vertrouwen van de Amerikaanse bondgenoten in Washingtons veiligheidsgaranties een deuk zou oplopen. Het nucleair bewapende China bleef mondiale revolutionaire bewegingen steunen en ging ook door met militaire hulp aan Noord-Vietnam in de oorlog met de Verenigde Staten. Als het om kernwapens ging, werd de toon van Beijing allengs gematigder; het liet hiermee blijken in staat te zijn tot gecalculeerde beheersing jegens de VS.

    Hardnekkig depotisme

    In december 1960 waarschuwde een Amerikaanse National Intelligence Estimate (NIE) [een document dat de standpunten van Amerikaanse geheime diensten samenvat] dat ‘China’s arrogante zelfvertrouwen, revolutionaire vuur en vertekende beeld van de wereld’ tot een ‘verkeerde inschatting van risico’s’ kon leiden. Dat gevaar zou alleen maar toenemen als communistisch China kernwapens kreeg.

    Afgezien van het revolutionaire vuur zouden dezelfde conclusies kunnen worden getrokken voor Noord-Korea. Het is immers een van de meest geïsoleerde regimes ter wereld, met een uiterst wispelturige leider: Kim Jong-un. Daarnaast maakt het land zich ook nog schuldig aan ontvoering en moord, slingert het de Verenigde Staten de wonderlijkste verwensingen naar het hoofd en dreigt het regelmatig met nucleaire aanvallen op Zuid-Korea. Wie Noord-Korea van een afstand bekijkt, zou het land gemakkelijk kunnen aanzien voor een uitzonderlijk geval van hardnekkig despotisme.

    En dat klopt dus niet, zoals blijkt uit de NIE: ook China in de jaren zestig voldeed aan dat profiel. Chinese leiders deden weinig anders dan de gevaren van een kernoorlog afwimpelen en de onvermijdelijke overwinning van de volksmassa op het Amerikaanse imperialisme en het Sovjet-revisionisme benadrukken. Tegelijkertijd overdreven de Chinese leiders de mogelijkheden van hun eigen nucleaire programma enorm en bagatelliseerden ze de effecten van een tegenaanval op het Chinese vasteland.

    Noord-Koreaanse soldaten te fiets bij de Yalu-rivier bij de grens met China. – © Kevin Frayer / Getty
    Noord-Koreaanse soldaten te fiets bij de Yalu-rivier bij de grens met China. – © Kevin Frayer / Getty

    In feite was de Chinese oorlogsretoriek strategische bluf ter compensatie van de grote verschillen in nucleair vermogen tussen China en de twee supermachten: de VS en de Sovjet-Unie. In dat licht doet het haast onwezenlijk aan om Noord-Korea nu zichzelf te horen aanprijzen als ‘een sterke kernmacht’, in het bezit van ‘zeer krachtige intercontinentale ballistische raketten die elke plek op de wereld kunnen treffen’. Het is daarbij van belang in het oog te houden dat het Noord-Koreaanse nucleaire arsenaal nog altijd klein
is, dat het land niet in staat is tot een tegenaanval en nooit in zijn eentje de militaire machtsverhoudingen in de regio zal weten te wijzigen. Het wapengekletter van Noord-Korea heeft tot doel de aandacht af te leiden van de zwakte en angst voor de toekomst van het regime.

    Pyongyang heeft geen officiële nucleaire doctrine, waardoor analisten zich gedwongen zien de strategie van het land uit een aantal uitspraken af te leiden. Kim Jong-un rept van het belang het ‘nucleaire monopolie’ van de Verenigde Staten te doorbreken. Pyongyang zal niet als eerste kernwapens inzetten (‘no first use’) en is voorstander van wereldwijde, volledige ontwapening. Nochtans heeft Noord-Korea herhaaldelijk gedreigd kernwapens te gebruiken in preventieve aanvallen tegen de Verenigde Staten of Zuid-Korea. Sinds het uit het zeslandenoverleg [tussen de VS, Rusland, China, Japan, Zuid-Korea en Noord-Korea (2003-2008)] is gestapt, heeft Noord-Korea eventuele inspanningen om het Koreaanse schiereiland nucleair te ontwapenen onmogelijk gemaakt.

    De Noord-Koreaanse verklaringen over kernwapens sluiten nauw aan op de officiële standpunten van China over kernwapens in de jaren zestig. Na China’s eerste kernproef in 1964 formuleerde Beijing ook drie uitgangspunten: China ontwikkelde atoomwapens om ‘het supermachtmonopolie te doorbreken’, China zou nooit atoomwapens 
als eerste gebruiken, en China ondersteunde de volledige uitbanning van deze wapens. En toch was Beijing sterk gekant tegen het Verdrag voor een Beperkt Verbod op Kernproeven 
(Limited Test Ban Treaty, LTBT, ook wel Beperkt Kernstopverdrag genoemd) en bleef het wereldwijde nucleaire ontwapening vijandig gezind totdat zijn eigen kernprogramma in de jaren zeventig iets begon voor te stellen. Uit het Chinese optreden zou je kunnen afleiden dat Noord-Korea opzettelijk een agressieve houding aanneemt om de algehele zwakte van het Noord-Koreaanse arsenaal te verdonkeremanen.

    Als China’s nucleaire programma in de jaren zestig geen ernstige bedreiging vormde voor de Verenigde Staten, is er nu nog minder reden te vrezen voor Noord-Korea

    Zoals William Burr en Jeffrey T. Richelson stelden in Whether to “Strangle the Baby in the Cradle”: The United States and the Chinese Nuclear Program, 1960-64 (Moeten we het kind in de wieg smoren? De Verenigde Staten en het Chinese nucleaire programma, 1960-64), beschouwde John F. Kennedy een eventuele Chinese kernproef als ‘historisch waarschijnlijk de meest significante en ernstigste gebeurtenis van de jaren zestig’. Een nucleair China was voor de regering-Kennedy zo’n schrikbeeld dat elke denkbare maatregel, van directe Amerikaanse aanvallen tot het parachuteren van Chinese nationalistische commando’s vanuit Taiwan, werd overwogen. Kennedy gaf functionarissen zelfs toestemming om Amerika’s aartsrivaal, de Sovjet-Unie, te polsen over gezamenlijke preventieve actie tegen China.

    De president stond bepaald niet alleen in zijn vrees dat een nucleair China 
de grootste bedreiging voor de wereldvrede was. Terwijl de Culturele Revolutie woedde, was de US Navy bang dat China snel de beschikking zou krijgen over de technologie om ballistische raketten vanaf onderzeeërs te lanceren. En dat zou het misschien op zo’n manier doen dat het leek op een aanval van de Sovjet-Unie, met een mondiale kernoorlog als gevolg. (Zie Lyle J. Goldstein in When China Was a “Rogue State”: The Impact of China’s Nuclear Weapons
Program on US-China Relations during the 1960’s [Toen China een schurkenstaat was: de gevolgen van China’s nucleaire wapenprogramma op de betrekkingen tussen de VS en China in de jaren zestig]). Om deze vermeende dreiging het hoofd te bieden, adviseerde de Navy om China’s eerste met raketten bewapende onderzeeër op zijn maidentrip tot zinken te brengen. Deze angsten grensden aan paranoia en stoelden op een grove overschatting van de Chinese technologie; China zou zijn eerste ballistische onderzeeraket pas in 1982 lanceren. De pers was ook fel tegen het idee dat Mao over kernwapens zou komen te beschikken en riep op tot militaire actie om de nucleaire ambities van Beijing te beknotten.

    Onderhandelingstafel

    Niet iedereen in Kennedy’s regering deelde zijn angsten. De Policy Planning Council [Raad voor Beleidsplanning] van het ministerie van Buitenlandse Zaken leverde een invloedrijke studie af waarin de vreselijke gevolgen van een Chinese kernproef werden betwijfeld. De stelling luidde dat het Chinese arsenaal geen grote bedreiging voor de Verenigde Staten kon vormen en de machtsverhoudingen
in de regio er nauwelijks door zouden veranderen. Bovendien stond dat
arsenaal bloot aan tegenaanvallen van de Amerikanen, iets waartoe de Chinezen zelf niet in staat waren. Een nucleair China zou er dus weinig voor voelen de VS overmatig uit te dagen. De aanhangers van deze aanvankelijk omstreden visie wonnen uiteindelijk het pleit in het Witte Huis.

    In het rapport werd wel onderkend dat er negatieve politieke gevolgen kleefden aan een Chinese kernproef – zoals proliferatie – maar die konden worden bezworen door garanties van Washington aan zijn bondgenoten. En zie: in de nasleep van de eerste Chinese kernproef lukte het de regering-Johnson om Japan met een juiste mix van veiligheidswaarborgen en diplomatieke druk van het nucleaire pad af te houden. De jaren daarop oefenden de Verenigde Staten vergelijkbare druk uit op Taiwan en Zuid-Korea om niet met eigen kernwapenprogramma’s te komen.

    Als China’s nucleaire programma in de jaren zestig geen ernstige bedreiging vormde voor de Verenigde Staten, is er nu nog minder reden te vrezen voor Noord-Korea. Zelfs als Noord-Korea zijn raketten verbetert, behouden de Verenigde Staten en hun bondgenoten nog een overweldigend militair en economisch overwicht. Net als in de jaren zestig moeten de Verenigde Staten hun regionale bondgenoten en partners openlijk en op geloofwaardige wijze gerust stellen, dat is alles. Elke Noord-Koreaanse poging een wig te drijven in de alliantie tussen de VS en Zuid-Korea zal mislukken zolang Washington brede veiligheidsgaranties blijft leveren aan Seoul. Ook Japan zal drastische maatregelen niet nodig vinden als het zich openlijk gesteund weet door de regering-Trump.

    Ten slotte: de VS moeten zich krachtig uitspreken tegen het koppelen van de Noord-Koreaanse nucleaire kwestie aan problemen in de relatie tussen de VS en China die daar niets mee te maken hebben. Dat is nodig om de angst van Taiwan weg te nemen dat Washington de feitelijke onafhankelijkheid van het eiland zou willen opgeven in ruil voor Chinese druk op Noord-Korea. Het is inmiddels duidelijk dat Beijing, uit machteloosheid of onwil, Pyongyang niet zal dwingen een andere koers te kiezen. De Verenigde Staten moeten zich niet laten verleiden tot bredere besprekingen in de hoop op meer Chinese samenwerking inzake Noord-Korea.

    Na de Chinese kernproef van 1964 zette president Johnson handelscontroles 
en extra inlichtingenwerk in om het tempo van de Chinese nucleaire ontwikkeling af te remmen. Al bleef het Chinese kernprogramma een bron van zorg, Washington leerde er uiteindelijk mee leven. En dat was dankzij snelle en geloofwaardige Amerikaanse garanties aan belangrijke regionale bondgenoten, zoals Japan. Naarmate Chinese leiders hun strategie wijzigden en enige toenadering zochten tot het Westen, veranderden ook China’s nucleaire standpunten beetje bij beetje. Noord-Korea is China niet, maar een soortgelijk beleid van strategisch geduld en robuuste veiligheidswaarborgen aan Zuid-Korea en Japan is de beste optie om Noord-Korea weer terug te krijgen aan de onderhandelingstafel.

  • 3. Voorkom confrontatie in Syrië

    3. Voorkom confrontatie in Syrië

    De spanning tussen Rusland en de VS is gevaarlijk hoog opgelopen, schrijft de Russische politicoloog Fjodor Loekianov. Een militair treffen in het Syrische luchtruim moet koste wat kost worden vermeden.

    Begin september schreef ik dat Moskou en Washington terug waren gekeerd ‘naar het lang vervlogen tijdperk waarin de twee landen de belangrijkste kwesties van de internationale politiek onderling konden regelen’. Dat was ietwat overhaast en daarvoor vraag ik de lezers om vergiffenis. Het presidentschap van Obama is intussen ten einde, en de spanning tussen Rusland en de Amerikanen is dermate hoog opgelopen dat er God weet wat kan gebeuren. Ik hoopte vergeefs dat de Amerikaanse president aan het eind van zijn regeerperiode vrijelijk beslissingen zou kunnen nemen en zijn termijn graag met constructieve akkoorden zou willen besluiten.

    De crisis in Syrië had op zich de aanleiding kunnen zijn voor een voorbeeldige samenwerking, weliswaar niet uit onderlinge sympathie, maar wel vanuit het besef dat de twee landen zonder elkaar niets kunnen beginnen. In plaats daarvan bleek die tot een verkilling van de onderlinge relatie te leiden. Diplomatieke oplossingen hebben definitief plaatsgemaakt voor militaire logica. De wapens spreken en ondanks alle discussies van de laatste jaren over de terugkeer van de ‘geest van de Koude Oorlog’, waren we daar toch niet meer aan gewend. Al sinds begin jaren tachtig was in de politieke arena de tactiek van de ‘laatste waarschuwing’ niet meer zo overheersend. Ook zagen we al heel lang niet meer bedreigingen over en weer elke hoop op een diplomatieke oplossing overstemmen. Noch tijdens het Russisch-Georgische conflict in 2008, noch aan het begin van de crisis in Oekraïne was de situatie zo ernstig.

    Al met al doen de gebeurtenissen vermoeden dat het lot van de wereld opnieuw in handen ligt van de regeringen van de twee vroegere supermachten. De ‘dialoog’ wordt ook nu via de luidsprekers gevoerd, en geen van beide partijen is bereid om knopen te ontwarren of ze door te hakken.

    In een gespannen periode als deze vormen misverstanden een groter gevaar dan de aloude “bolsjewistische onbuigzaamheid”, omdat ze kunnen leiden tot verkeerde inschattingen en funeste beslissingen

    Hoe heeft het zover kunnen komen? Dat is een andere, bijzonder lastige vraag. Zeker is dat deze situatie al vóór de burgeroorlog in Syrië is ontstaan en helaas nog voort zal duren wanneer die ten einde is. De lijst met wederzijdse verwijten blijft maar groeien en beide partijen benadrukken dat hun geduld bijna op is. Diplomatieke taal wordt allang niet meer gebezigd, de omgangsvormen zijn ouderwets hard.

    Wat valt hiertegen te doen? Allereerst moeten de oorlogsretoriek en het wapengekletter ons geen angst inboezemen. Soms helpen die bij het vermijden van een directe confrontatie. In een gespannen periode als deze vormen misverstanden een groter gevaar dan de aloude ‘bolsjewistische onbuigzaamheid’, omdat ze kunnen leiden tot verkeerde inschattingen en funeste beslissingen. Toch is het zorgwekkend als militairen volledig de toon van officiële mededelingen bepalen. Hun taak is het om met proportionele middelen op militaire dreigingen te reageren. Maar bij een conflict tussen grootmachten (en dat zijn we bijna) gaat het om een ingewikkeld samenspel van omstandigheden en belangen, waarin een groot aantal factoren moet worden meegewogen.

    Nieuwe kwetsbaarheden

    In een wereld waarin de internationale relaties veranderd zijn ten opzichte van die van de Koude Oorlog, is dat des te sterker het geval. Er zijn nieuwe kwetsbaarheden ontstaan, op veel gebieden zijn we tot meer in staat dan vroeger, op andere juist minder. Het idee om weer een Russische legerbasis op Cuba te openen, hoe aantrekkelijk misschien ook, heeft bijvoorbeeld meer symbolische dan praktische waarde; de kosten ervan zouden niet opwegen tegen de baten. Waarschijnlijk zal geprobeerd worden om Rusland met sancties op de knieën te krijgen. Onder valse voorwendselen zullen de sancties harder en langduriger worden, totdat Rusland er wellicht onder bezwijkt, zoals dat ook tussen 2010 en 2015 met Iran gebeurde.

    Als rechtvaardiging daarvoor zullen ‘oorlogsmisdaden’ in Syrië genoemd worden, of door de staat ‘georkestreerde’ cyberaanvallen, evenals het mislukken van de akkoorden van Minsk [inzake de burgeroorlog in Oekraïne]. En dit zal nog maar het topje van de ijsberg zijn, de lijst wordt ongetwijfeld nog veel langer. Het is vooralsnog niet duidelijk of Europa de Verenigde Staten hierin zal volgen. De Europese Unie is verdeeld, zowel de lidstaten onderling als de bevolking binnen deze landen. De discussie die sinds kort in Duitsland wordt gevoerd, zal de verschillen tussen de lidstaten nog verder versterken. Misschien kan een besluit tot nieuwe sancties nog worden vermeden, maar de versoepeling die twee maanden geleden nog werd verwacht zal er niet gaan komen. Recente uitspraken van de Franse regering doen vermoeden dat we er niet op hoeven rekenen dat het beleid van Europa wezenlijk zal verschillen van dat van de Verenigde Staten.

    De eerste Russische luchtaanval boven Aleppo tegen ISIS en Al-Nusra Front, 16 augustus 2016. – © TASS  TASS via Getty Images
    De eerste Russische luchtaanval boven Aleppo tegen ISIS en Al-Nusra Front, 16 augustus 2016. – © TASS TASS via Getty Images

    Dit alles staat op korte termijn te gebeuren, zij het misschien niet onmiddellijk. Koste wat kost moet een directe militaire confrontatie tussen het Russische en Amerikaanse leger in het Syrische luchtruim worden vermeden. Ook moet worden onderzocht of met de huidige proxy war [oorlog bij volmacht, waarbij de grootmachten zelf niet tegen elkaar vechten] de beoogde doelen wel kunnen worden bereikt. Met andere woorden, hoever willen de Verenigde Staten en hun bondgenoten gaan om de Syrische oppositie te steunen? Een koude oorlog is vooral gevaarlijk in het beginstadium, wanneer de ‘rode lijnen’ nog niet vastliggen. Het is zorgelijk dat er opnieuw naar dit paradigma wordt gegrepen. Het belangrijkste is nu om te voorkomen dat de allerergste scenario’s bewaarheid worden.

    Auteur: Fjodor Loekianov
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Rossia v Globalnoj Politike
    Rusland | oplage onbekend

    Opgericht in november 2002 en bedoeld als tegenhanger van het prestigieuze Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs. ‘Rusland in de wereldpolitiek’ heeft de ambitie een internationaal erkend Russischtalig tijdschrift over internationale betrekkingen te zijn. Het werd opgericht door onder andere de Raad voor Defensiebeleid en Russische Veiligheid en het tijdschrift Izvestia.

    CONTEXT – Poetins ultimatum

    Het Russische parlement, de Doema, keurde op 16 oktober jl. het wetsontwerp goed waarin wordt voorzien in het stopzetten van de uitvoering van het akkoord met Washington over de verwerking van overschotten aan plutonium met een militaire bestemming. Dat is de manier waarop Vladimir Poetin zijn ‘breuk’ met de Amerikanen gestalte gaf, schrijft het blad Expert, dat dicht bij het Kremlin staat.

    De Russische president heeft in een officieel document de voorwaarden vastgelegd waaronder Moskou de uitvoering van het akkoord wil hervatten.

    Tot die voorwaarden behoren – afgezien van een plan van uitvoering van het akkoord waar de Amerikanen zich volgens het Kremlin niet aan houden – het verlagen van het aantal strijdkrachten van de NAVO in Oost-Europa, het opheffen van de Magnitski-wet (die toegang tot het Amerikaanse grondgebied ontzegt aan hoge Russische functionarissen die verantwoordelijk worden gehouden voor de dood van de Russische advocaat Sergej Magnitski in 2009), het opheffen van alle andere sancties en, nogal bijzonder, schadeloosstelling voor de schade die Rusland heeft geleden door zijn tegenmaatregelen (dat wil zeggen voor de schade aangericht aan Rusland door het Russische embargo op producten uit het Westen, als antwoord op de westerse sancties).

  • Dossier: Poetins nieuwe Koude Oorlog

    Dossier: Poetins nieuwe Koude Oorlog

    Hoe reageert Donald Trump op de Russische provocaties?

    Bij zijn aantreden wacht de nieuwe Amerikaanse president Trump een pikante confrontatie met Vladimir Poetin, de man over wie hij lovende woorden sprak. Nooit immers sinds de val van de Berlijnse Muur was de spanning tussen het Westen en Rusland zo groot.

    Poetin zorgt voor onrust op de Balkan en in de Baltische staten, dreigde met het inzetten van kernwapens en zou hebben geprobeerd de Amerikaanse verkiezingen (in het voordeel van Trump) te beïnvloeden. De Russische politicoloog Fjodor Loekianov waarschuwt voor een confrontatie in Syrië, de Financial Times voor een cyberoorlog. 

    1. Het woord ‘oorlog’ valt weer in Sarajevo

    2. Hoofdbrekens voor Trump

    3. Voorkom confrontatie in Syrië

    4. De gevaren van een cyberoorlog

    5. Een heel ander soort Koude Oorlog

    6. Stop de domme provocaties tegen Rusland

    © Illustraties: Tammo Schuringa