Tag: kindsoldaten

  • Colombiaanse kindsoldaten: ‘Oorlogsmachines’ of slachtoffers van een systeem van verwaarlozing?

    Colombiaanse kindsoldaten: ‘Oorlogsmachines’ of slachtoffers van een systeem van verwaarlozing?

    Hoewel al in 2016 de vrede werd getekend, blijft het geweld tussen de guerrillagroepen en het leger in Colombia voortduren. Bij een bombardement op een rebellenkamp kwamen minstens vier minderjarigen om. Het commentaar van de minister van Defensie riep verontwaardiging op.

    ‘Toen ze dertien was, verliet ze haar ouderlijk huis om zich bij de guerrilla aan te sluiten. Nu, op vijftienjarige leeftijd, ligt Yeimi Sofía Vega in een doodskist, vermoord tijdens een militaire operatie op bevel van haar eigen regering’, opent The New York Times een reportage over een bombardement van de Colombiaanse regering op een rebellenkamp.

    Bij de aanval, die op 2 maart plaatsvond, kwamen twaalf mensen om, waaronder ten minste vier minderjarigen. Een van hen was Yeimi Sofía. In het rebellenkamp zou zich een vooraanstaande dissidente FARC-leider schuilhouden die bekend staat onder de schuilnaam Gentil Duarte. Maar het kamp bleek voornamelijk bewoond door jongeren die door de groep waren gerekruteerd.

    Een ander bevestigd minderjarig slachtoffer is Danna Lizeth Montilla, zestien jaar. Haar vader, Jhon Albert Montilla, vertelde donderdag aan de plaatselijke krant El Tiempo dat zij bij familie in de afgelegen regio verbleef en mogelijk onder dwang door de rebellen was gerekruteerd.

    ‘Het komt regelmatig voor’, vertelde Montilla aan de krant. ‘Maar ik had nooit gedacht dat het mijn dochter zou overkomen.’

    Kwetsbaarste doelwitten

    Bijna vijf jaar nadat Colombia een historisch vredesakkoord tekende met de grootste rebellengroepering, de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC), is het binnenlandse conflict nog lang niet voorbij.

    Lees ook:

    ‘Afgelegen plekken zoals Puerto Cachicamo [waar Yeimi Sofía vandaan komt] hebben nog steeds niet de scholen, klinieken en banen die de regering in het akkoord beloofde’, schrijft The New York Times. Duizenden dissidente FARC-strijders zijn teruggekeerd naar de strijd, of hebben hun wapens nooit neergelegd, en bevechten rivalen om de controle over drugsroutes en -markten. Massamoorden en gedwongen verhuizingen zijn weer aan de orde van de dag.

    ‘En jongeren – gevangen tussen een vaak afwezige staat, de agressieve rekrutering van gewapende groepen en de vuurkracht van het leger – zijn opnieuw de kwetsbaarste doelwitten van het conflict’, concludeert het New Yorkse dagblad.

    De rekrutering van minderjarigen in Colombia door gewapende groeperingen gaat nog steeds door, ondanks de pandemie, stelt ook de Colombiaanse krant El Tiempo. Dat blijkt uit onderzoek van de Colombiaanse ombudsman. Het grootste deel van de kinderen wordt geronseld door dissidenten van de FARC, die na het vredesakkoord van 2016 hun ‘strijd’ hebben voortgezet.

    Rekrutering van kinderen was aan de orde van de dag in de decennialange burgeroorlog in het Colombia. Nu doen de rebellen het opnieuw: ze hangen rond op dorpspleinen, plakken rekruteringsposters op, geven geld aan jongeren, charmeren de meisjes en overtuigen hen vervolgens om zich bij de strijd aan te sluiten, aldus NYT.

    ‘Oorlogsmachines’

    Het doelwit van het bombardement – de groep van Gentil Duarte – wordt door de militaire autoriteiten en Openbaar Ministerie beschuldigd van het ronselen van minderjarigen, alsmede van het plannen en uitvoeren van terroristische acties, drugshandel, illegale mijnbouw en intimidatie van de burgerbevolking. Ze worden bovendien beschuldigd van de ontvoering van en de moord op tweede luitenant Carlos Arturo Becerra vorig jaar, bericht El Tiempo in een ander artikel.

    De minister van Defensie, Diego Molano, gaf de rebellen de schuld van de omgekomen minderjarigen en wees erop dat zij degenen waren die kinderen tot doelwit van de regering maakten door hen om te vormen tot ‘oorlogsmachines’, bericht het Colombiaanse dagblad El Espectador.

    Deze uitspraak veroorzaakte een hoog oplaaiende discussie in de Colombiaanse samenleving, waarbij sommigen zeiden dat Molano misschien bot uit de hoek kwam maar wel gelijk had, en anderen beweerden dat het juist deze retoriek was – die kinderen uit arme gezinnen karakteriseert als vijanden van de staat, in plaats van slachtoffers van zijn beleid – die jongeren opnieuw in de armen van de guerrilla dreef, vat The New York Times samen.

    Een van de critici is Hollman Morris, journalist en politiek activist. Hij verklaarde op Twitter: ‘Ik geloof niet dat de onder dwang gerekruteerde kinderen “oorlogsmachines’ zijn, zij zijn slachtoffers van een onverschillige staat, zij zijn slachtoffers van een regering die heeft beloofd de vrede te verbreken, van een staat die hen, in deze vergeten regio’s, nooit een kans heeft gegeven.’

    Ook Montilla, de vader van Danna Lizeth, verklaart tegenover El Tiempo dat de ongevoelige opmerkingen van Molano weinig helpen. ‘Volgens de minister van Defensie zijn kinderen van dertien, veertien en zestien jaar gevormd tot “oorlogsmachines”’, zegt hij. ‘Het is heel triest dat kinderen zo worden genoemd.’

    Schandaal

    Het was niet de eerste keer dat kinderen werden gedood door een bombardement van de regering, schrijft The Guardian. Nadat bij een bomaanslag in augustus 2019 acht kinderen waren omgekomen, nam de toenmalige minister van Defensie, Guillermo Botero, ontslag. Niet alleen werden de doden gezien als zijn verantwoordelijkheid, ook werd hij ervan beschuldigd dat hij had geprobeerd de identiteit en de leeftijd van de omgekomen personen te verdoezelen.

    Het schandaal was een zware beproeving voor de pas geïnstalleerde president Iván Duque, een conservatief wiens partij fel gekant was tegen het vredesakkoord, schrijft The New York Times.

    Critici zeggen dat zijn strategie na het akkoord te veel gericht is op het uitschakelen van grote criminele leiders, en te weinig op het uitvoeren van sociale programma’s die de onderliggende oorzaken van de oorlog zouden moeten aanpakken.

    Zijn aanhangers hebben aangedrongen op geduld. ‘We kunnen 56 jaar oorlog niet ongedaan maken in slechts twee jaar’, aldus Miguel Ceballos, de hoge commissaris voor vrede onder Duque tegenover NYT.

    Maar de meest recente bomaanslag deed opnieuw kritische vragen rijzen over de verantwoordingsplicht in een land dat nog steeds worstelt met de gruweldaden die door alle partijen zijn begaan tijdens een bittere oorlog, die meer dan 260.000 mensen het leven heeft gekost en meer dan 7 miljoen mensen dwong hun huizen te ontvluchten. Wisten de autoriteiten dat er minderjarigen in het kamp waren? Was de aanval willens en wetens uitgevoerd?

    Legale aanval

    Het is onduidelijk of de bomaanslag van maart legaal was, zegt René Provost, professor in internationaal recht aan de McGill Universiteit, tegen NYT.

    Volgens het internationaal recht kunnen kinderen die zich aansluiten bij een gewapende groep strijders worden, en dus legaal worden aangevallen door regeringen.

    Maar het recht vereist ook dat staatsactoren onderzoeken of er minderjarigen aanwezig zijn bij een bepaald doelwit, en zo ja, alternatieve strategieën zoeken die de kinderen kunnen sparen, dan wel nagaan of de waarde van het doelwit groot genoeg is om de dood van minderjarigen te rechtvaardigen.

    De minister weigerde herhaaldelijk te zeggen of het leger wist of er minderjarigen in het kamp aanwezig waren

    In het meest extreme geval, als een regering er niet in slaagt de verantwoordelijken te onderzoeken en te straffen, kan een dergelijke zaak door het Internationaal Strafhof in behandeling worden genomen.

    In een interview met El Espactador verklaart minister Molano dat de aanval binnen de grenzen van het internationaal recht past.

    Hij weigerde herhaaldelijk te zeggen of het leger wist of er minderjarigen in het kamp aanwezig waren, eraan toevoegend dat het over het algemeen ‘zeer moeilijk’ is om de leeftijd te bepalen van mensen die aanwezig zijn bij een militair doelwit.

    Maar hij heeft ook verklaard dat de aanwezigheid van kinderen een dergelijke operatie niet noodzakelijkerwijs zou tegenhouden.

    ‘Waar criminelen als Gentil Duarte rekening mee moeten houden, is dat ze niet kunnen doorgaan met het rekruteren van jongeren en hopen dat dit het gebruik van het legitieme geweld van de staat zal beperken’, zegt hij tegen El Espectador. ‘Kinderen moeten worden beschermd wanneer dat gepast is, maar soms moet er ook geweld worden gebruikt.’

    Afwezigheid van de staat

    The New York Times ging langs bij de woonplaats van Yeimi Sofía, Puerto Cachicamo. Het dorp ligt aan de rivier de Guayabero, op het kruispunt van het Andesgebergte, het Amazonegebied en de uitgestrekte vlaktes van het land. ‘Een van de karakteristieke kenmerken is de bijna totale afwezigheid van de staat’, schrijft de krant.

    ‘Er zijn geen kinderen die naar school gaan omdat er geen leraren zijn. Er is niet eens een dokter. Als er iemand ziek is is, moet je naar San José del Guaviare [veertig kilometer verderop]’, verklaart Luz Amparo, de moeder van Yeimi Sofía in een interview met El Espectador.

    Veel inwoners zijn melkveehouders; sommige verbouwen of plukken coca, een van de weinige winstgevende gewassen in de afgelegen regio. ‘Wij zijn het voetvolk van de drugshandel’, zegt een boer tegen NYT.

    ‘Vóór het vredesakkoord had de FARC greep op deze regio en bestrafte kleine criminelen, hief belastingen en organiseerde werkploegen, dit alles onder de dreiging van geweld. Ze rekruteerden ook vaak jongeren. In 2016, toen de FARC het vredesakkoord ondertekende en demobiliseerde, vertrokken haar strijders in een vloot van boten op de Guayabero-rivier.

    ‘Geen wegen, geen scholen, geen gezondheidscentra en geen kansen’

    Maar drie maanden na het akkoord kwamen de FARC-dissidenten alweer terug, en werden dorpen volgehangen met rekruteringsposters. De beloofde steun van de regering bleef uit, zelfs de politie bleef weg, en ronselaars haalden gedesillusioneerde jongeren binnen met de keur aan mogelijkheden die zij beweren te bieden: toegang tot vuurwapens, computers én een missie.

    ‘Guaviare is een van die plattelandsgebieden in Colombia waar het enige wat men van de staat kent de geur van buskruit is; waar de inwoners zijn uitgesloten van de minimumrechten die een burger in een democratisch land ambieert: geen wegen, geen scholen, geen gezondheidscentra en geen kansen’, schrijft advocaat Gabriel Bustamante Peña in El Espectador.

    ‘Wat in het gebied wel welig tiert is illegaliteit en geweld; geweld dat hen dagelijks het zaad ontneemt waaruit vrede en gerechtigheid zou kunnen ontkiemen, zaad dat voor altijd de glimlach van onschuld verloor en in plaats daarvan het masker draagt van terreur, ontgoocheling en vergetelheid, zaad dat eens kinderen vormde en nu is veranderd in oorlogsmachines.’

  • Scouts bewaren de vrede in Centraal-Afrikaanse Republiek

    Scouts bewaren de vrede in Centraal-Afrikaanse Republiek

    De scoutingbeweging is groter dan welke rebellengroep ook in de geteisterde Centraal-Afrikaanse Republiek. Misschien is het wel het effectiefste vredesleger van allemaal.

    Het is begin september en de diverse humanitaire hulp-
organisaties in Bangui, de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), vrezen het ergste. 
De ebola-uitbraak in buurland Congo maakt een dodelijke opmars en de kans is groot dat deze overslaat naar een afgelegen gebied in het oosten van de CAR, waar gewapende groeperingen de dienst uitmaken. Op een donderdag-
ochtend bereiken paniekerige berichten over mensen met inwendige bloedingen de hoofdstad. Misschien zijn ze besmet met ebola.

    Die informatie moet worden geverifieerd. Klopt het? Is het inderdaad ebola? De regering heeft geen enkel gezag over de oostelijke uithoek van het land, en door de geweldsuitbarstingen zijn er geen internationale organisaties actief. Het ontbreekt aan gezondheids-klinieken en een betrouwbaar communicatienetwerk, dus er valt niet te 
checken of de informatie klopt, zonder een helikopter met zwaar bewapende vredessoldaten in te zetten, wat een gevaarlijke, peperdure operatie is. 
Maar er is nóg een optie: de scouts inschakelen.

    Milities

    Na vijf jaar burgeroorlog kun je de 
CAR niet met goed fatsoen een land noemen. Goed, er is een vlag, er is een volkslied en er zijn grenzen, maar wat zich binnen die grenzen afspeelt, wordt niet gereguleerd door iets wat ook maar enigszins op een traditionele staat lijkt. De regering in Bangui, overeind gehouden door een heel legioen aan vredessoldaten, heeft alleen controle over een paar gebieden rondom de hoofdstad en in het westen.

    De rest van het land is verdeeld onder een tiental milities die continu van gezicht veranderen en steeds wisselende 
territoria beheersen. Het is zelfs zo dat sommige groeperingen tegen de tijd dat er vredesbesprekingen worden gehouden, inmiddels niet meer bestaan en dat nieuwe groeperingen, die juist niet bij de besprekingen zijn betrokken, de kop hebben opgestoken. Soms lijkt het alsof de rebellen zelf 
niet eens precies weten waar ze voor vechten.

    Vaak is het geweld doordrenkt van religieuze motieven: de ‘goede’ christelijke soldaten binden de strijd aan met ‘de terroristen’, de vervolgde moslims beschermen hun geterroriseerde minderheidsgroep, maar nog vaker gaan de gevechten over de steeds schaarsere voedselbronnen.
    In Bangui wemelt het van de uniformen: VN-soldaten met hun opvallende lichtblauwe helmen, militairen met rode baretten in hun versleten plunje, gendarmerie in het blauw.

    De rebellen in de stad, die zich voornamelijk in de moslimwijk schuilhouden, laten zich minder vaak zien. En dan heb je nog 
de leden van de verschillende takken van de scoutingorganisatie, de Central African Boy Scouts Movement, in hun uniform.
    Ze lijken op elkaar, met hun kaki blouse, shorts, kousen en keurig gestrikte sjaaltjes, en je ziet ze regelmatig in groepjes door de stad lopen. Als je goed kijkt, zie je de behaalde insignes op hun korte mouwen: voor houtbewerking, koken, navigatie.

    Scouting is ongekend populair in de CAR: volgens de organisatie zelf telt het land rond de twintigduizend scouts, maar door de burgeroorlog is het lastig om de statistieken precies bij te houden. (Ter vergelijking: het land telt 14.787 VN-soldaten.) De scouts zijn 
vertegenwoordigd in alle zestien provincies en in bijna ieder bisdom. Hiermee is de scoutingbeweging groter dan welke rebellengroep ook, en sterker verankerd. Door de strikte, hiërarchische structuur heeft de beweging de klappen van de burgeroorlog overleefd en ze is een van slechts een handjevol nationale instellingen – waaronder ook de katholieke kerk – waarvan je redelijk zeker kunt zijn dat wanneer in Bangui een beslissing wordt genomen, die elders in het land wordt uitgevoerd.

    Het allerbelangrijkste was dat ze hem van de straat hielden, uit de klauwen van de rebellen en de drugsdealers die azen op de talloze rondhangende puberjongens en jonge mannen

    Zoals zoveel dingen in dit land is de beweging opgedeeld langs religieuze lijnen: je hebt ook nog de evangelische scouts, bekend als Les Flambeaux, 
en een slinkende groep islamitische scouts.

    Bengai sloot zich op zijn zevende aan bij de scouts en is nu, op zijn negenentwintigste, al tweeëntwintig jaar in een of andere vorm actief. Voor hem is het een reddingslijn geweest.

    ‘Bij de scouts heb ik geleerd in een gemeenschap te leven, ik heb er een morele, lichamelijke en geestelijke opvoeding gekregen’, zegt hij. Maar het allerbelangrijkste was dat ze hem van de straat hielden, uit de klauwen van de rebellen en de drugsdealers die azen op de talloze rondhangende puberjongens en jonge mannen, die vrijwel allemaal werkloos en ongeschoold zijn en weinig andere opties hebben.

    Bengai 
is niet voor die verleiding bezweken. 
Hij en zijn medescouts dreunen een waslijst aan successen op waaruit duidelijk blijkt dat de scoutingbeweging in dit land meer is dan een alleen een leuke vrijetijdsbesteding. Een paar voorbeelden: als nerveuze dorpsbewoners opzien tegen een bezoek aan het ziekenhuis in een nabijgelegen plaats, kunnen ze om een scout vragen 
die hen begeleidt; toen een moslimgemeenschap in de jungle nabij Boda in 2017 door rebellen werd gegijzeld, waren het scouts die hun vrijlating bedongen.

    Wees voorbereid

    Abdelwadid Gakara, een leider van 
de Moslim Scouts Association, haalt Baden-Powels beroemde leus aan 
wanneer hem wordt gevraagd de enorme maatschappelijke bijdrage van de scouts te verklaren: ‘Ons motto is: Wees voorbereid! Er kan van alles gebeuren.’ Hij voegt eraan toe: ‘Bij ons draait alles om de vredesboodschap. Een goede scout is iemand die met iedereen overweg kan.’ Was het maar zo eenvoudig.

    Ngoaporo Ghislain-Oxwold (17) en 
Boy-Fini Mikael (18) zijn vrienden. Ze hebben het initiatiekamp al achter 
de rug, waar ze overlevingstechnieken hebben geleerd, zoals het vinden van een goede overnachtingsplek en het maken van een kampvuur. Ze leren 
ook vaardigheden die als vrouwenwerk worden bestempeld: de was doen, afwassen, koken. Ghislain-Oxwold, die aan ’s lands enige functionerende universiteit studeert, merkt dat zijn leerprestaties verbeterden sinds hij zich bij de scouts heeft aangesloten. ‘Dankzij de scouts heb ik God leren kennen en heb ik mijn laatste examen gehaald.’

    Niet al hun vrienden zijn scouts. Sommigen hebben zich aangesloten bij milities, die een soortgelijke aantrekkingskracht uitoefenen. Net als scouts voorzien rebellengroepen in een sterk saamhorigheidsgevoel en een gemeenschappelijk doel. Zelfs hun trainingskampen hebben, gelet op de vaardig-
heden die nieuwe rekruten worden 
bijgebracht, veel van elkaar weg – met als enige uitzondering dat scouts niet leren hoe ze met wapens moeten omgaan. Ondanks de militaristische attributen is de scoutingbeweging, zowel in de car als de rest van de wereld, expliciet pacifistisch. In de 
context van een burgeroorlog kan het verkondigen van pacifisme een revolutionaire daad zijn die niet altijd even populair is.

    Ali Ousman is de coördinator van de grootste moslimorganisatie in Bangui. Hij woont, zoals alle moslims in de stad, in Point Kilomètre Cinq, ofwel PK5, een wijk op precies vijf kilometer van het centrum, feitelijk een getto waar het merendeel van ’s lands moslimpopulatie opeen is geperst. PK5 is een gevaarlijk gebied. Er zijn verschillende milities actief, die regelmatig 
in gevecht raken met de zogenaamde christelijke milities. VN-soldaten 
bewaken de in- en uitgaande wegen, maar gaan zelf zelden de wijk in.

    De enige reden dat de moslimpopulatie nog niet is uitgemoord, gelooft het merendeel van de inwoners, is dat PK5 door gewapende groeperingen wordt beschermd. Sinds het uitbreken van 
de burgeroorlog zijn er duizenden 
moslims vermoord. Nog eens duizenden moslims zijn de grens over gevlucht. Vanuit Ousmans perspectief zijn de jongens die zich bij de plaatselijke milities hebben aangesloten helden.

    ‘De jeugd heeft noodgedwongen de wapens opgepakt om PK5, de enige plek in Bangui waar moslims mogen wonen, te verdedigen. Deden 
ze dat niet, dan zouden ze eraan gaan, hun ouders zouden eraan gaan, hun grootouders zouden eraan gaan. Ze hebben geen keus. De moslimscouts daarentegen, in hun belachelijke outfit, met die shorts en die kniekousen, doen als het erop aankomt helemaal niks.’

    Scouts van jeugdorganisatie Flambeaux werken als veiligheidsbewaker bij een event in het Complexe Scolaire International Galaxy in Bangui (CAR). – © Will Baxter
    Scouts van jeugdorganisatie Flambeaux werken als veiligheidsbewaker bij een event in het Complexe Scolaire International Galaxy in Bangui (CAR). – © Will Baxter

    Een aantal jaar geleden werden de scouts van de car tijdelijk geschorst door de World Organisation of the Scout Movement (WOSM), omdat de contributiegelden niet waren betaald. Inmiddels wordt er druk onderhandeld of ze zich weer kunnen aansluiten bij de moederorganisatie, die erg te 
spreken is over de inspanningen 
van de Centraal-Afrikaanse tak. Wel moeten er nog een paar obstakels worden overwonnen, voordat ze kunnen terugkeren in de moederschoot.

    Ten eerste is er de openstaande rekening. Ook de versplintering van 
de nationale scoutingorganisatie is een probleem: Les Flambeaux, de Catholic Scouts en de Muslim Scouts moeten allemaal onder één paraplu komen. 
En een ander belangrijk punt is dat de scoutingbeweging in de CAR tot dusver een jongensaangelegenheid is geweest. Om internationaal mee te mogen doen, moeten ook meisjes worden toegelaten. In Bangui is onlangs een meisjesgroep opgericht; een welkome ontwikkeling, zeker in een land waar meisjes weinig te kiezen hebben, zowel wat werkgelegenheid als recreatie betreft.

    Vredesleger

    De eventuele terugkeer van de nationale scoutingorganisatie in de moederschoot zou een erkenning zijn 
van de belangrijke rol die de scouts in de CAR spelen, waardoor de beweging meer geldbronnen kan aanboren en meer partnerschappen kan aangaan om de werkzaamheden uit te breiden. Om dat werk echt op waarde te schatten, is het zinnig je voor te stellen dat er geen scouts in de car zouden zijn.

    Stel je voor dat die twintigduizend jongens niet op kamp zouden gaan, geen insignes zouden behalen of afgelegen dorpjes zouden bezoeken om over 
vaccinatiecampagnes te vertellen. Wat zouden ze dan doen? Bij welke groeperingen zouden ze zich dan aansluiten? Stel je voor dat die jongens andere uniforms zouden dragen, en geweren, dat ze de bevolking zouden terroriseren.

    Het antwoord op die vraag wordt nog het best verwoord door Bengai. ‘De gewapende rebellen zijn een oorlogs-leger, de scouts zijn een vredesleger’, zegt hij. In een ineengestort land waar een burgeroorlog woedt, zijn de scouts misschien nog wel het effectiefste leger van allemaal.

    Auteur: Simon Allison

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail _
en in 1990 nieuw leven in 
geblazen door _The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links 
georiënteerde krant ijvert voor 
een toleranter Zuid-Afrika.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken,films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Raymond Pettibon in zijn studio. – © George Etheredge
    Raymond Pettibon in zijn studio. – © George Etheredge

    KUNST – Raymond Pettibon punkt voort

    Recalcitrante kunst die iedereen goed vindt

    Raymond Pettibon is een pseudoniem – geen nom de plume maar een nom de punk, in de woorden van Bomb Magazine. De ware naam van Pettibon is Ginn, Raymond is de broer van Greg Ginn, oprichter en gitarist van de legendarische punkband Black Flag. Kortstondig was Raymond bassist van die band, maar zijn bijdrage aan Black Flag en de punk is vooral visueel gebleken. Al snel liet hij de bas staan om alleen nog maar de pen vast te houden. Wat begon met logo’s en flyers voor de band, en later beroemde albumhoezen voor onder andere Sonic Youth, is uitgegroeid tot een eigenstandig oeuvre vol humor en grimmigheid, nu te zien in een groot retrospectief in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Punk, het woord dat altijd valt als het over Pettibon gaat, was eigenlijk maar een aanleiding. In The Guardian beklaagt de 
kunstenaar zich over het anti-intellectualistische dogma van de punk. ‘Nieuwsgierigheid was slecht, humor was slecht, ik bedoel: Sid Vicious was de belangrijkste intellectuele kracht van de punk.’

    Pettibon heeft een onstilbare intellectuele honger, die terug te zien is in zijn werk. Hij combineert 
het verhaal van sekteleider Charles Manson met poëzie van William Blake, verwerkt citaten van James Joyce in zijn tekeningen en legt tussendoor op Twitter uit waarom Donald Trump niet de 
antichrist kan zijn. (‘Niet charmant genoeg’.)
    De New Yorker noemt hem ‘raadselachtig’ maar ook ‘fabelachtig erudiet’. Het retrospectief onder 
de titel A Pen of All Work was eerder te zien in het New Museum in New York. ‘Deze show bezoeken voelt als verdwalen in een onbekende maar op een rare manier ook vertrouwde stad, waar losgezongen stemmen in allerlei klanken schreeuwen, 
fluisteren of sputteren, en je blijft twijfelen of je 
de humor en de wijsheid ervan wel goed hebt 
verstaan.’

    “Een scherpe ziener van de duistere hoeken in deze wereld, wiens woede altijd paraat is”

    Voor de minder erudiete bezoeker legt de New Yorker uit dat de titel A Pen of All Work een citaat is uit Byrons ‘The Vision of Judgement’, waarin een 
matige dichter aan de satan voorstelt om als diens ghostwriter op te treden, en als de Boze dat afwijst hetzelfde voorstel doet aan de aartsengel Michaël. ‘Een manier van doen die Pettibon op het lijf geschreven staat.’

    ‘Deze tentoonstelling is als een rondgang door 
de psyche van de kunstenaar’, schrijft Financial Times. ‘De grote aantallen inkttekeningen lijken spontaan te zijn ontstaan, veel zijn uitgevoerd met de driftige pennenstreken uit het kladboek van een verveelde tiener. [Pettibon] lijkt eerder intrigerend dan aardig: prikkelbaar, romantisch, snel in de 
gordijnen te jagen, mild maar mopperend. Een scherpe ziener van de duistere hoeken in deze wereld, wiens woede altijd paraat is. Waar hij ook kijkt ziet hij leugens, valse profeten en gefnuikte mogelijkheden.’ Vulture wordt vrolijk van ‘zijn geestdriftige, profetische oog voor het groteske’. Afgaande op de kritieken in de Amerikaanse pers 
is een bezoek aan het Bonnefantenmuseum een gegarandeerd succes; de eerste negatieve recensie van Pettibons overzichtstentoonstelling moet nog geschreven worden. Hyperallergic lijkt alle andere media te willen overtreffen in exaltatie. Na de 
eerste zaal van de show te hebben doorlopen, is Thomas Micchelli al zo verpletterd dat hij zich afvraagt: ‘Kan hij hier nog iets aan toevoegen? Het antwoord luidt: ja dat kan hij. (…) De inherente tegenstrijdigheden in Pettibons oeuvre werken als een filter waarmee het gif zichtbaar wordt gemaakt dat sinds de jaren zestig van de vorige eeuw uit het bestuurlijk apparaat druipt. En zo schetst hij de contouren van onze samenleving, in een geloofwaardig verslag van de diepste horror en de kleinste sprankjes hoop die het nieuws ons dagelijks brengt.’

    wrong elements1

    FILMS – Lachjes, gebaren 
en zuchten

    Een meevoelende film over het onmenselijke

    Slachtoffers die beulen worden en zelf weer slachtoffers maken. Misschien is het de geschiedenis van de mensheid in een notendop, maar zeker is dit het verhaal van de kindsoldaten uit het leger van Joseph Kony, ’s werelds meest ongrijpbare oorlogsmisdadiger die zich nog altijd schuilhoudt in het grensgebied 
tussen Oeganda en Zuid-Soedan. Een maand 
geleden besloten de VS om de 150 special forces die samen met 1500 Afrikaanse militairen 
meer dan tien jaar naar Kony zochten, terug te trekken. De kans dat Kony ooit voor het Internationaal Strafhof verschijnt is daarmee verkeken.

    Sinds de jaren tachtig ontvoerde Kony’s Verzetsleger van de Heer zestigduizend kinderen. Zij werden voor de keuze gesteld: doden of gedood worden. Nu Kony’s positie is verzwakt, keren steeds meer voormalige kindsoldaten terug in de Oegandese maatschappij. Een blanke westerling die daarover een film wil maken, begeeft zich op uiterst glad ijs. Jonathan Littell deed het. Het resultaat, ruim twee uur documentaire getiteld Wrong Elements, werd vorig jaar vertoond op het filmfestival van Cannes en in Nederland op het IDFA. De film draait nu in de Belgische filmhuizen, distributie in Nederland volgt 
later dit jaar. (Zie 360 nr. 116 voor een interview 
met Littell dat Der Spiegel ten tijden van de opnamen optekende in Oeganda.)

    ‘Wrong Elements breekt de borstkas van Oeganda open om een licht te 
werpen op de gewonde ziel van een gebroken land’

    Littell is niet zomaar een debutant natuurlijk. In 2006 won hij de Prix Goncourt, de belangrijkste literaire prijs in Frankrijk, voor zijn roman De welwillenden. Na de roman is de documentaire eigenlijk het derde middel om zich uit te drukken dat Littell kiest, want tussendoor heeft hij zich ook in de journalistiek bewezen. Welke vorm Littell ook kiest, telkens is zijn onderwerp hetzelfde: de vele gedaanten van dokter Frankenstein en de monsters die hij de wereld schenkt.

    In het interview met Der Spiegel zei Littell dat Wrong Elements ‘niet meer dan weer een film 
van een blanke man over Afrika’ zou zijn. Nu 
de film voor het publiek te zien is, kan de balans worden opgemaakt. Africultures vindt Littells film een verbetering ten opzichte van voorgangers ‘die Afrika afschilderen als een en al wreedheid’, zoals The Silent Army van Jean van de Velde (2008), ‘waarin het geweld afkomstig is van een achterlijke tiran, die als platte karikatuur wordt weergegeven. De benadering van Jonathan 
Littell daarentegen, is heel zuiver, gebaseerd op respect en een verstandhouding. Op geen enkel moment veroordeelt hij de mensen die hij interviewt, ook al zijn het moordenaars.’

    Libération noemt de film ‘een klein cinematografisch 
wonder’ vanwege Littells benadering. ‘In plaats van de overlevenden één voor één te laten 
praten, heeft hij ervoor gekozen om ze zo veel mogelijk onderling te laten praten. (…) hun lachjes, gebaren en zuchten vormen de interpunctie in de verhalen over standrechtelijke executies, verkrachtingen en het verlies van dierbaren. Indiewire noemt de film ‘vermoeiend maar ongelooflijk krachtig. Wrong Elements breekt de borstkas van Oeganda open om een licht te 
werpen op de gewonde ziel van een gebroken land.’ Littell, schrijft Le Monde, heeft het 
heldere journalistiek verhaal niet losgelaten, maar je ziet hoe hij zich de kracht van de cinema toe-eigent om van de jongelui die hij filmt echte, complexe personages te maken, die méér zijn dan hun afschuwelijke verleden.’

    Auteur: Pieter van den Blink

  • De kwaadwillenden

    De kwaadwillenden

    De Amerikaans-Franse schrijver Jonathan Littell maakte een documentaire over voormalige kindsoldaten in Afrika. Der Spiegel zocht hem op tijdens het draaien.

    De zaken gaan slecht. Voor een café in Gulu, een stad in het noorden van Oeganda, zitten Geofrey, Dan, Omony en David op hun bodaboda’s, bromfietstaxi’s. Het is heet, ze hangen rond en scheppen op over hun avonturen.

    ‘We hebben seks met blanke vrouwen,’ zegt Omony.

    ‘Moet je hem horen,’ antwoordt Geofrey. ‘Jij hebt nog geen borst van een blanke aangeraakt.’

    ‘Nee, zonder dollen,’ zegt Omony. ‘Ik heb vaak genoeg een blanke vrouw genaaid.’

    ‘Heb je daar foto’s van?’ vraagt David.

    Luid gelach. Vroeger waren deze vier mannen soldaat in het Verzetsleger van de Heer, een van de wreedste rebellenbewegingen van Afrika. Hun gepoch is ook een manier van omgaan met het verleden dat hen elke dag achterhaalt. Om niet geconfronteerd te worden met de pijnlijke herinneringen, de nachtmerries en de schuldgevoelens.

    Moordenaars

    Deze mannen zijn moordenaars. De Franse schrijver Jonathan Littell filmt hen voor een documentaire die hij op dit moment in Oeganda maakt. Volgend jaar moet de film, die de werktitel Wrong Elements draagt, in de bioscoop komen. Littell wil erin het verhaal vertellen van de voormalige kindsoldaten van het Verzetsleger, van de verwoestingen die de oorlog in hun ziel heeft aangericht, van hun vergeten en verdringen en ook van hun omgang met schuld en boete.

    Jonathan Littell, een kleine, gespierde man van 47, maakt een vermoeide indruk. Zijn hoekige gezicht zit onder het stof, zweetspoortjes lopen langs zijn slapen. Vanuit Jebelin, een voormalig trainingskamp van het Verzetsleger in Zuid-Soedan, is hij zo-even met zijn team teruggekeerd in Gulu. Ze filmen op plekken waar de burgeroorlog woedde, in het ongebaande oerwoud, op de uitgedroogde savanne, in troosteloze dorpen die ergens in Noord-Oeganda, Oost-Congo of de Centraal-Afrikaanse Republiek voor zich uit liggen te dommelen.

    Littell werd in 2006 bekend als schrijver. In dat jaar publiceerde hij de roman die hem in één klap wereldberoemd maakte, De Welwillenden. In dit boek schildert hij vanuit ik-perspectief de fictieve levensweg van SS-officier Maximilian Aue. De roman lokte heftige controverses uit, omdat Littell expliciet poogde te beschrijven hoe uit Aue een moordenaar kon groeien die later zijn herinneringen probeerde te verdringen. Uiteindelijk moet Aue toegeven dat het verleden nooit voorbijgaat.

    Het verleden zal ook voor mannen als Geofrey en zijn op hun bromfiets door de stoffige straten van Gulu knetterende vrienden nooit voorbijgaan. Gedreven door religieuze waanideeën doodden, folterden en verminkten ze mensen die net zo onschuldig waren als zijzelf. Ze verloren in de woorden van Littell ‘hun jeugd en halve leven in een mix van chaos, terreur en gedisciplineerde waanzin’.

    Littell Op de set van Wrong Elements.
    Littell Op de set van Wrong Elements.

    Eind jaren tachtig richtte Joseph Kony in het noorden van Oeganda zijn Verzetsleger van de Heer op. Tot op de dag van vandaag staat hij boven aan de opsporingslijst van het Internationaal Strafhof in Den Haag. De Acholi, het grootste volk in het noorden van het land, waren op dat moment een guerrillaoorlog begonnen tegen de regering. Vele duizenden mensen volgden de christelijk-fundamentalistische oproep tot bekering van Joseph Kony en zijn strijders. Kony zei dat de Heilige Geest hem had opgedragen de regering in Kampala ten val te brengen en zijn lijdende volk te bevrijden, om in eeuwige vrede in een oudtestamentische theocratie te kunnen leven.

    Kony’s soldaten ontvoerden zestigduizend kinderen en jongeren, vernederden de meisjes tot seksslavin en dresseerden de jongens tot moordmachines. Vaak moesten zij hun eigen vaders, moeders, broers of zussen doden. Ongeveer de helft van de op jonge leeftijd gedwongen rekruten overleefde de burgeroorlog. Inmiddels hebben zij amnestie gekregen van de Oegandese regering en mochten ze terug naar hun steden en dorpen. Maar ondanks de hulp van humanitaire organisaties gingen velen niet meer terug naar hun gemeenschap.

    Deze mensen zijn teruggekeerd uit een wereld van gruwelen en bloedvergieten om te ontdekken dat de wereld doorgaat en hen vergeten is, zegt Littell. Hij vraagt zich af of wij hun tweevoudige trauma wel echt kunnen begrijpen. Of zij zelf kunnen verwerken wat ze hebben meegemaakt: ontvoering, hersenspoeling, beestachtige slachtpartijen, stigmatisering na hun terugkeer.

    Omony’s collega Geofrey is een van de weinigen die voor zijn misdaden uitkomt. “Ik weet niet hoeveel mensen ik heb vermoord, het waren er veel,” zegt hij

    De regels van een totalitair leefsysteem hielpen de gedwongen soldaten om betekenis te geven aan een bestaan in constant geweld, daar waar geen betekenis bestond, zegt Littell. ‘Zij leefden in de beide werkelijkheden van de toverspiegel die hun door geesten bezeten aanvoerder Kony had gecreëerd. Ze waren slachtoffer én dader.’

    Omony, een van de taxichauffeurs, wil niet in detail treden. Hij was bij heel veel gruweldaden aanwezig, maar verzekert dat hij niemand heeft omgebracht. Hij is nu 28. Toen hij elf was, werd hij ontvoerd. ‘Aan mijn handen kleeft geen bloed,’ zegt hij, ook al is dat nauwelijks geloofwaardig. Omony’s collega Geofrey is een van de weinigen die voor zijn misdaden uitkomt. ‘Ik weet niet hoeveel mensen ik heb vermoord, het waren er veel,’ zegt hij.

    De wreedheid van de strijders past in het vertekende beeld van het irrationele, dierlijke, oorlogszuchtige Afrika dat al eeuwen in Europa overheerst. ‘Afrikanen zijn in onze waarneming gewetenloze daders of hulpeloze slachtoffers. Er zit niks tussen,’ zegt Littell. Het is een flinke uitdaging om niet steeds weer met het verhaal van Heart of Darkness aan te komen. Of het geheimzinnige Afrika te romantiseren. Daarom luistert Littell zijn filmbeelden ook op met sacrale muziek van Bach en Josquin des Prez, of met vioolsonates van de Boheemse componist Heinrich Ignaz Franz Biber von Bibern. Afrikaanse muziek zou authenticiteit suggereren, maar in werkelijkheid alleen een ‘hopeloos postkoloniale ansichtkaartenblik’ geven, meent Littell.

    De auteur-cineast kent Afrika, de verscheidenheid en de tegenstrijdigheden van het continent. In Congo en Sierra Leone werkte hij voor de Franse hulporganisatie Action Contre la Faim. Hij schreef briljante rapportages over oorlogs- en crisisgebieden. Hij las toonaangevende etnografische studies, waaronder die van de Duitse onderzoekster Heike Behrend over de oorlogszuchtige bekeringscultus in Noord-Oeganda.


    Zonder grondige kennis van de voorgeschiedenis van het gebied van de Acholi valt het fenomeen Verzetsleger niet te begrijpen. Het is de geschiedenis van een arme regio die sinds de dagen van de Britse koloniale heerschappij systematisch werd verwaarloosd. De mensen leden onder de blanke uitbuiting, vervolgens onder de terreur van Idi Amin die duizenden Acholi-soldaten liet vermoorden en ten slotte onder de gedwongen verhuizingen en de oorlogsmisdaden van het Oegandese leger tijdens het regime van [de huidige president] Museveni. De geweldsexcessen brachten steeds opnieuw migraties en vluchtelingenstromen op gang. De mensen gingen gebukt onder hongersnood, droogte, veeziektes en epidemieën, duizenden stierven als gevolg van aids. Het was alsof ze door alle Bijbelse plagen tegelijk werden getroffen.

    Het land van de Acholi is veranderd in een land ‘waarin iedereen elkaar verdacht maakte en probeerde te schaden’, schrijft etnoloog Heike Behrend. Het volk houdt de boze, wraakzuchtige geesten van hen die door geweld zijn gestorven verantwoordelijk voor de beproevingen in het bestaan.

    ‘In de cultuur van de Acholi gaan verschijnselen van bezetenheid terug op oeroude tradities, met name in tijden van grote nood,’ zegt Littell. In de overgeleverde rituelen slopen in de twintigste eeuw ook elementen van de moderne tijd binnen: zogeheten vreemde geesten ontleenden hun oorsprong aan de verhalen van missionarissen, maar ook aan de import van westerse producten en videofilms tot in de verste uithoeken van Afrika. Als de soldaten van het Verzetsleger in kruisformatie aanvielen, schreeuwden ze ‘James Bond! James Bond!’ Ze waanden zich onkwetsbaar en geloofden dat de magische olie van de boterboom hen tegen de kogels van de vijand beschermde. Het Oegandese oerwoud is ook een metafoor voor het collectieve onderbewustzijn, waarin feit en fictie in elkaar overlopen. De vroegere strijders zien zichzelf als spelers, verstrikt in een geheimzinnig, onontwarbaar lot.

    Situatief vertellen

    Dat bleek ook bij de arrestatie van Dominic Ongwen, die momenteel voor het Internationaal Strafhof in Den Haag terechtstaat voor misdaden tegen de menselijkheid. Ongwen werd op negenjarige leeftijd door het Verzetsleger ontvoerd en groeide uit tot een van zijn wreedste commandanten. Littells team was er toevallig bij toen Ongwen zich begin dit jaar vrijwillig aangaf in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Op Littells filmmateriaal zit Ongwen in een legertent – een knappe man met fijne gezichtstrekken, die praat als een priester. Ergens op de achtergrond stelt Littell vragen, bedachtzaam en pretentieloos.

    ‘Situatief vertellen’ noemt Littell zijn manier van 
documentaires maken. De camera gaat met de hoofdrolspelers mee naar de plaatsen van verschrikking, naar de scholen van de ontvoerden, langs de marsroutes van destijds, naar de kampen.

    In het land van de Acholi eisen velen dat Ongwen zwaar wordt gestraft voor zijn misdaden. Maar de meesten willen dat hij net als de meerderheid van 
de ex-strijders van het Verzetsleger gratie krijgt. ‘Ze vinden het aanmatigend dat het Internationaal Strafhof hun landgenoot berecht,’ zegt Littell. But that’s another story. Een ander verhaal, een verhaal over het universele karakter van waarden en normen en 
de vragen die daaruit voortvloeien: kennen de Afrikanen een ander moreel referentiesysteem? Hoe verschillen hun ideeën van recht en gerechtigheid van de onze?

    Jonathan Littell rookt op het terras van een gastenverblijf in Gulu een sigaartje. De schrille klanken 
van insecten vullen de avondlucht, langzaam valt 
het duister over de stad. Een uur dat zich leent voor zelfbespiegeling. ‘Je weet wat je zoekt. Maar je weet niet altijd wat je zult vinden,’ zegt Littell. ‘Ook mijn documentaire is niet meer dan weer een film van een blanke man over Afrika.’

    Auteur: Bartholomäus Grill
    Vertaler: Marten de Vries

    In Nederland ging Wrong Elements tijdens IDFA 2016 in première; vanaf 22 maart is de film ook te zien in België.

    Der Spiegel
    Duitsland, weekblad, oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.