Tag: Kipnis

  • 1. Gaat #MeToo te ver, of niet ver genoeg?

    1. Gaat #MeToo te ver, of niet ver genoeg?

    Volgens de Amerikaanse feminist Laura Kipnis wordt de #MeToo-discussie niet altijd even intelligent gevoerd. Sommige uitwassen zijn ronduit bespottelijk, terwijl anderzijds eisen lang niet ver genoeg gaan.

    Wat is de inzet van de brief die Catherine Deneuve onlangs publiceerde in 
Le Monde en waarin ze uithaalde naar de feministische beweging? De vraag 
is waar je de grens trekt.

    De verbijsterend domme anti-#MeToo-brief die is ondertekend door Catherine Deneuve en zo’n honderd andere Françaises (ik kom er nog op terug wie hem nou eigenlijk heeft geschreven), is me zeker tien keer doorgestuurd, met de mededeling dat ik het vast geweldig zou vinden dat iemand zich sterk maakte voor het gezond verstand. 
Ik heb overwogen een standaardantwoord te schrijven: ‘Als de vraag is of #MeToo te ver is gegaan of nog lang niet ver genoeg, dan is het antwoord natuurlijk: allebei. Het getuigt van politieke naïviteit om jezelf bij een 
van beide kampen aan te sluiten.’

    Het vernieuwende aan de Deneuve-verklaring is dat mannen een extra recht wordt gegeven (alsof ze niet al genoeg rechten hebben), namelijk ‘het recht om lastig te vallen’ – de ondertekenaars beschouwen dit recht als een essentieel onderdeel van seksuele vrijheid. Ik begrijp wel waarom de mensen die me mailden dachten dat dit een kolfje naar mijn hand zou zijn. Ik 
heb onlangs een boek geschreven over overtrokken seksuele aantijgingen op Amerikaanse campussen, en daarin bediende ik me ook van de taal van de heksenjachten.

    Ik weet ook dat ik, tijdens een workshop over ongewenste intimiteiten, zwart op wit de volgende opmerking heb gemaakt: ‘Maar je moet het toch eerst proberen om te weten of een intimiteit al dan niet “gewenst” is?’ Er is officieel vastgelegd dat ik de spot heb gedreven met de kruistocht van Naomi Wolf tegen Harold Bloom, die een jaar of dertig geleden een ‘zware, slappe hand’ op haar knie zou hebben gelegd. Dat beeld van die hand op die knie wordt ook aangehaald in het Deneuve-epistel, als een sprekend voorbeeld van wat er mis is met zowel het Amerikaanse #MeToo-feminisme als met de Franse pendant #BalanceTonPorc (‘verlink je zwijn’). Het probleem zit hem in ‘de afkeer van mannen en seksualiteit’.

    Dom

    Dat ik de brief als dom bestempel komt omdat deze vrouwen, op een moment dat uiterste subtiliteit is vereist, een moker hanteren. Laten we elk onderscheid vermorzelen – in naam van de vrijheid! ‘Hardnekkig’ avances blijven maken: waarom niet? Proberen iemand een kus ‘af te troggelen’: dito. Hoewel verkrachting ‘een misdaad’ is en ‘het Harvey Weinstein-schandaal terecht de nodige commotie heeft veroorzaakt’, zijn dergelijke inbreuken op iemands lichamelijke integriteit niet voldoende om vrouwen tot ‘prooi’ te maken, want wij zijn meer dan alleen ons lichaam, schrijven Deneuve en haar trawanten.

    Ik meen wel te begrijpen wat de inzet is van de vrouwen die deze onhandige brief hebben ondertekend, en ook wat de inzet is van hun onlangs opgestane Amerikaanse tegenhangers die vraagtekens plaatsen bij #MeToo, zo schrijven zowel Daphne Merkin in The New York Times als Claire Berlinski in American Interest (die twee artikelen zijn me ook talloze keren toegestuurd door goedbedoelende vrienden, met de opmerking dat ik het vast geweldig zou vinden), maar ik ben het met allemaal hartgrondig oneens.

    Ze hebben volkomen gelijk waar het gaat om ‘te ver gaan’, maar wat ze over het hoofd zien is het wezenlijke belang van het aspect dat het ‘niet ver genoeg’ zou gaan.

    Het kan sexy zijn, een man die zich bepaalde dingen permitteert

    Natuurlijk begrijp ik het bezwaar dat ongefundeerde beschuldigingen iemands carrière kunnen verwoesten (mijn boek gaat over een dergelijk geval), en ja, veel van de recente beschuldigingen gaan over voorvallen waar mensen gewoon overheen zouden moeten stappen, maar ik wil het politieke belang van de #MeToo-beweging niet zomaar terzijde schuiven.

    Daarnaast vermoed ik dat er bij de terugslag die we momenteel zien, meer meespeelt dan alleen medelijden met de mannen die worden beschuldigd. Er heerst een brede angst dat 
de nieuwe tendens om alles in regels vast te leggen de speelruimte inperkt van wat we nu ‘seksuele gelaagdheid’ noemen: ‘grapjes, toespelingen, complimenten, versierpraatjes, plagerige opmerkingen, erotische boeken en kunst’. Merkin is bang dat er straks niet meer geflirt kan worden; Berlinski maakt zich zorgen dat creatieve geesten als Leon Wieseltier en Louis CK straks onderworpen zullen worden 
aan hetzelfde geestdodende regime 
als gewone stervelingen.

    Voor veel vrouwen, en dan met name heteroseksuele vrouwen, is dit schemergebied nou precies wat het leven de moeite waard maakt. Flirten is het bewijs dat je begeerlijk bent. Wanneer een vrijpostige man je kust gaan er nieuwe werelden open: er is iets onverwachts en misschien wel opwindends gebeurd. Het kan sexy zijn, een man die zich bepaalde dingen permitteert.

    De vraag waar het allemaal om draait is waar je de grens trekt – en of er überhaupt een grens moet zijn. Iedereen trekt de grens ergens anders. Wat vroeger een niemandsland was, wordt nu geannexeerd en scherp afgebakend; dat roept onrust op.

    Ik betrapte mezelf er onlangs op dat 
ik woedend zat te twitteren nadat ik 
in The New York Times een stuk van Michelle Dean had gelezen, ‘What Makes Someone a Predator?’ Iemand die zij omschreef als ‘Een machtige speler in het literaire veld’ had in een bar een hand tegen de binnenkant van haar bovenbeen gelegd. Die man was geen roofdier maar een klootzak, schreef ze.

    Ik had het idee dat het niet om een bar op hun werk ging, en elke andere bar is een schemergebied bij uitstek. (Oké, het kan natuurlijk de bar van een restaurant zijn geweest, maar ook dan geldt: het was laat en er vloeide drank.) Mensen gaan naar een bar om te drinken, om te ontspannen, om losser te worden en maar te zien wat er dan gebeurt. Daar is een bar voor bedoeld: een gevoel van vrijheid oproepen in een overgereguleerde wereld.

    Maar goed, die hand lag daar, op haar bovenbeen, aan de binnenkant. Je zou kunnen zeggen dat daar een grens is overschreden. De binnenkant van het bovenbeen is geen schemergebied. 
Het is niet voor niets dat ‘de hand op de knie’ in al deze debatten als voorbeeld wordt aangedragen. De knie zelf symboliseert als het ware een kantelpunt: de knie kan verschillende kanten op bewegen, wat niet geldt voor de borst, om maar iets te noemen.

    Vrouwen gekleed als suffragettes tijdens de Time’s Up Women’s Rally in Londen op 21 januari jl., een jaar na de eerste Women’s March tegen Trump. – © Chris J Ratcliffe / Getty Images
    Vrouwen gekleed als suffragettes tijdens de Time’s Up Women’s Rally in Londen op 21 januari jl., een jaar na de eerste Women’s March tegen Trump. – © Chris J Ratcliffe / Getty Images

    Een klopje op de knie hoeft geen seksuele lading te hebben, maar het kan wel. Een paar centimeter naar boven en het lijdt geen enkele twijfel meer. Meet de afstand van knieschijf tot kruis, deel die door twee, en zodra je die lijn overschrijdt bevind je je in het gebied van het bovenbeen – ik denk dat iedere vrouw precies kan aangeven waar die grens op haar lichaam loopt, en wat het betekent wanneer die grens wordt overschreden.

    Zodra een hand boven die grens komt, dient er een beslissing te worden 
genomen. Dat is bij flirten niet het geval. Ons lichaam is opgedeeld in zones: bepaalde zones zijn openbaar 
en andere zijn privé; er zijn delen die 
je zonder toestemming kunt aanraken, zoals mijn handen, en delen die verboden zijn om aan te raken zonder mijn toestemming.

    Ik weet alles van schemergebieden; ik begrijp ook het verlangen om mensen die het lichaam van een ander schenden zwaar te straffen, al zijn mijn eigen #MeToo-momenten min of meer verwaarloosbaar. Sterker nog, een van mijn gedenkwaardigste #MeToo-momenten – toevallig ook nog eens op Brits grondgebied – pakte uiteindelijk goed uit.

    De boosdoener was een aanstaand kamerlid en lid van het Europees parlement, een vriend van vrienden. We gingen met een groepje mensen uit eten en deze man, die later een bekende politicus zou worden, en die ik nog maar net tien minuten kende, legde een hand tussen mijn billen.

    Niet óp mijn billen, nee, echt tussen mijn billen, door mijn dunne rokje heen. Ik draaide me om en keek hem woest aan – ik was jong, ik had een jetlag en ik was in de war. Was dit gebruikelijk in Engeland? Ik voelde me vernederd. Ik draaide me weer terug 
en liep vastberaden door, waarop hij het nogmaals deed.

    Uiteindelijk pakte het goed uit, schreef ik net, waarmee ik bedoel dat hij in de gevangenis belandde. De aanleiding was gerommel met zijn financiën, maar ik koester me in de gedachte dat het een vorm van kosmische gerechtigheid is voor wat hij mij heeft aangedaan. Al was het niet zo heel ingrijpend, al heb ik er geen trauma door opgelopen, ik ben blij dat hij achter 
tralies verdween, al was het maar voor een half jaar.

    Gaat dat te ver? Wordt ‘het recht om lastig te vallen’ in de criminele sfeer getrokken? Zou kunnen. Maar ik zie niet in waarom mijn lichaam zou moeten dienen om hem nog meer zogenaamde rechten te verlenen, 
terwijl hij duidelijk al rechten in overvloed had. We hebben het hier over iemand die zich zonder scrupules 
van alles en nog wat toe-eigent, op
elk terrein.

    Vrouwen hebben geen gelijke burgerrechten zolang mannen het lichaam van vrouwen als openbaar bezit beschouwen

    Waar de Deneuve-verklaring aan voorbijgaat, in al haar hoogdravende retoriek over rechten en vrijheid, is dat rechten pas bestaan als ze door de politiek worden bekrachtigd. En tijdens 
de democratische revoluties waarin 
die rechten in Frankrijk en Amerika gestalte hebben gekregen, zijn ze niet aan iedereen in gelijke mate toegekend: het waren de mannen die hun eigen autonomie veiligstelden. In Frankrijk kregen vrouwen pas in 1944 stemrecht; geboortebeperking was strafbaar tot 1967. Wat voor vrijheid heeft een vrouw die niet kan voorkomen dat ze zwanger wordt omdat mannelijke politici haar dat recht hebben onthouden?

    Dit historische geheugenverlies maakt het stuk van Deneuve zo bedenkelijk. Vrouwen hebben geen gelijke burgerrechten zolang mannen het lichaam van vrouwen als openbaar bezit beschouwen – of ze nou menen ongevraagd aan ons te mogen zitten of dat zij beslissen wat wij met onze baarmoeder doen.

    Wie daar aan voorbijgaat, gaat volledig voorbij aan het politieke belang en de politieke achtergrond van #MeToo: de nieuwste fase in een eeuwenoude politieke strijd die vrouwen voeren om zeggenschap te krijgen over hun eigen lichaam.

    Natuurlijk zijn er ook vrouwen die lichamelijke schendingen aangenaam vinden, en een van die vrouwen is Catherine Millet, een van de medeondertekenaars van de brief van Deneuve, al zou ik, op grond van Millets memoires uit 2002, Het seksuele leven van Catherine M., willen pleiten voor een forensische analyse van de twee teksten op stilistische overeenkomsten – ik vermoed dat het leeuwendeel van dit project op het conto komt van Millet. De stilistische overeenkomsten zijn in ieder geval overweldigend.

    Zelfs een Amerikaan die niet filosofisch is onderlegd herkent het gedateerde cartesianisme dat in beide teksten de kop opsteekt, in scherp contrast met het optimistische Amerikaanse feminisme van, bijvoorbeeld, Our Bodies, Ourselves – dat wilde afrekenen 
met het aloude dualisme van lichaam en ziel, een dualisme dat het Deneuve-epistel juist in ere wil herstellen.

    Dualiteit

    Het is precies die dualiteit die de motor vormt van Millets memoires, waarin ze een periode uit haar leven beschrijft waarin ze zich volledig liet gaan in groepsseks – soms wel met dertig tot veertig mannen, haar lichaam een willoze ontvanger van sperma, in alle mogelijke lichaamsopeningen.

    Als ze geen orgies bijwoonde, verleende ze gratis seksuele handelingen aan anonieme voorbijgangers, die met haar konden doen wat ze maar wilden. Dit was allemaal niet echt aangenaam, in ieder geval niet in fysieke zin: het genot was meer cerebraal van aard en gerelateerd aan zelfvernedering, iets wat Millet zelf ook onderkent. Het klinkt als een wel heel katholieke vorm van seksuele rebellie, waarbij veel zelfkastijding komt kijken.

    ‘À chacun son gout,’ luidt het gezegde. En hoewel ik nog wel waardering zou kunnen opbrengen voor deze bijdrage aan een literaire traditie – 
De Sade, Bataille, Genet, Pauline Réage – is het een heel ander verhaal wanneer je een dergelijk standpunt uitdraagt in een politiek manifest over 
de vrijheid van vrouwen.

    In de opzwepend bedoelde slotalinea van de brief wordt een tweedeling aangebracht tussen lichaam en geest – ‘Voorvallen die een vrouw lichamelijk raken, hoeven niet per se haar waardigheid aan te tasten… want wij zijn meer dan alleen ons lichaam. Onze innerlijke vrijheid is onaantastbaar’ – waarmee alle mogelijke vormen van vrijheid worden gereduceerd tot het innerlijke heiligdom van onze geest. De schrijvers van de brief lijken van mening dat wat je lichaam wordt 
aangedaan niet jou als mens wordt aangedaan.

    De politieke uitdaging van dit post-#MeToo-moment is keer op keer benadrukken dat zeggenschap over ons lichaam het begin is van vrijheid. 
Niet het uiteindelijke doel, maar een uitgangspunt. Vrijheid moet meer zijn dan een abstractie, het moet ook echt handen en voeten krijgen.

    Auteur: Laura Kipnis
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Laura Kipnis is een Amerikaanse feminist, cultuurcriticus en essayist.

    Illustratie: © Illustraties Aart-Jan Venema

    The Guardian
    VK | oplage 332.000

    De onlangs gerestylede Guardian geldt als de beste krant van Groot-Brittannië. Heeft een van ’s werelds meest bezochte nieuwssites.