Tag: klimaatbescherming

  • ICJ stelt vervuilende staten wettelijk aansprakelijk voor klimaatopwarming

    ICJ stelt vervuilende staten wettelijk aansprakelijk voor klimaatopwarming

    Getroffen landen hebben recht op schadevergoeding

    ‘Historisch’: zo omschrijft het tijdschrift Time de unanieme uitspraak van het Internationaal Gerechtshof (ICJ) op woensdag 23 juli over de juridische verplichtingen van staten ten aanzien van klimaatverandering. Klimaatopwarming vormt een ‘urgente en existentiële bedreiging’, aldus de rechter, waarna hij de verschillende verplichtingen van staten om hiertegen op te treden opsomde. Het Hof oordeelde ook dat landen die door de gevolgen van de opwarming worden getroffen, recht hebben op schadevergoeding. ‘Dat was een van de belangrijkste verwachtingen van de eisers’, aldus Le Temps.

    De procedure voor het Internationaal Gerechtshof was in 2019 gestart door studenten uit Vanuatu, een eilandengroep in de Stille Oceaan die ‘wordt bedreigd door de stijging van de zeespiegel en de toename van het aantal cyclonen’, aldus de Zwitserse krant. Hun verzoek werd in 2023 goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de VN en leidde het jaar daarop tot de organisatie van hoorzittingen in Den Haag, waar ongeveer honderd staten en organisaties het woord voerden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hoewel het advies van het ICJ niet bindend is, stelt het dat landen ‘verplicht’ zijn om bindende maatregelen te nemen om te voldoen aan de klimaatverdragen. Maar ‘vooral’, benadrukt Al-Jazeera, bevestigt de hoogste rechtbank ter wereld dat de geïndustrialiseerde landen de wettelijke verplichting hebben om het voortouw te nemen in de strijd tegen klimaatverandering, ‘vanwege hun grotere historische verantwoordelijkheid op het gebied van uitstoot’.

    Het Hof verwierp dus het standpunt van de grote vervuilende landen dat de bestaande klimaatverdragen – en met name het onderhandelingsproces van de jaarlijkse COP’s – ‘voldoende’ waren, benadrukt Le Devoir. In overeenstemming met de kleine eilandstaten bevestigt het Internationaal Gerechtshof dat het klimaat moet worden ‘beschermd voor de huidige en toekomstige generaties’, terwijl de grote vervuilende landen absoluut weigerden de rechten van nog niet geboren individuen te erkennen, vervolgt het dagblad uit Quebec.

    ‘Dit is een overwinning voor onze planeet, voor klimaatrechtvaardigheid en voor het vermogen van jongeren om veranderingen in gang te zetten’, reageerde VN-secretaris-generaal Antonio Guterres in een verklaring die door Le Devoir werd geciteerd. De Franse minister van Ecologische Transitie Agnès Pannier-Runacher prees het besluit als een ‘historische beslissing’ en een ‘overwinning voor het klimaat’.

  • Ostrava is een van de meest vervuilde steden. Komt daar binnenkort verandering in?

    Ostrava is een van de meest vervuilde steden. Komt daar binnenkort verandering in?

    De Tsjechische stad Ostrava staat nog steeds boven aan de lijst van meest vervuilde steden in Europa. De Poolse stad Krakau kampte met hetzelfde probleem, maar dankzij een verbod op kolen- en houtverwarming is de luchtkwaliteit daar merkbaar verbeterd. Dezelfde strategie zou ook de Tsjechische stad Ostrava kunnen inspireren, waar het verbod op de oudste verwarmingsketels wordt afgewacht.

    ‘Vroeger hoestte ik en jeukten mijn ogen. Net als veel andere mensen die al hun hele leven in een land met zulke vervuilde lucht wonen, dacht ik dat het normaal was,’ zegt milieuactiviste Magdalena Kozlowska.

    We ontmoeten elkaar op het kantoor van de milieuorganisatie Krakowski Alarm Smogowy (Krakau Smogalarm). Aan de muren hangen foto’s van vervuilde longen en in de gang spandoeken met de eenvoudige boodschap ‘Krakau wil ademhalen!’

    Kozlowska herinnert zich het moment dat ze thuiskwam en besefte dat de geur uit haar kleren niet zomaar een wintergeur was, zoals ze eerder had gedacht, maar smog. Nadat ze de eerste bijeenkomst van Krakowski Alarm Smogowy had bijgewoond, veranderde ze van een gewone burger in een voorvechter van schone lucht.

    Kozlowska maakt sinds de oprichting in 2012 deel uit van de organisatie. In die tijd was het een opkomende burgerbeweging voor schone lucht, die als doel had uit te zoeken hoe de lokale bevolking gewaarschuwd kon worden voor de slechte staat van de lucht en hoe politici tot effectieve maatregelen konden worden gebracht.

    In die tijd voerde Krakau de Europese ranglijst van meest vervuilde steden aan, zo blijkt uit onderzoek van het Europees Milieu-agentschap. Honderdvijftig dagen per jaar overschreed Krakau de Europese limieten voor luchtvervuiling. Soms was de luchtvervuiling wel acht keer zo hoog als de wettelijke limieten toestonden.

    Het begon op Facebook

    De stad was vaak letterlijk adembenemend. De meeste gevaarlijke verontreinigende stoffen, zoals benzo(a)pyreen, waren afkomstig van de verbranding van goedkope kolen van lage kwaliteit, hout en zware stookolie in oude en inefficiënte kachels, stookruimten en open haarden in huizen. Deze warmtebronnen leverden de grootste bijdrage aan de concentraties zwevende deeltjes in de lucht.

    De sleutel tot verandering was dan ook een drastische vermindering van de uitstoot van vervuilende stoffen door de gemeentelijke en particuliere sectoren. ‘De oorzaak was duidelijk en er waren deskundigen die wisten wat eraan kon worden gedaan. De beste oplossing was een volledig verbod op vaste brandstoffen. Maar experts waarschuwden dat dit niet kon worden geïmplementeerd vanwege een gebrek aan publieke steun,’ aldus Kozlowska. 

    Maar Krakowski Alarm Smogowy besloot daar verandering in te brengen. ‘We vonden de inspanningen van de stad om de uitstoot te verminderen ontoereikend en de middelen die voor deze strijd werden uitgetrokken onevenredig met de omvang van het probleem’, zo staat te lezen op de website van de organisatie. ‘Daarom besloten we het heft in eigen handen te nemen en een bewustwordingscampagne te starten onder de burgers. We realiseerden ons dat alleen zij de gemeentelijke en provinciale autoriteiten onder druk kunnen zetten om effectieve maatregelen te nemen’, vervolgt de tekst.

    Voordat Krakau Smog Alert een organisatie werd, was het een groep vrienden die praatte over luchtvervuiling, sprak over de negatieve invloed ervan op hun leven en zich zorgen maakte over het leven van hun kinderen. Gaandeweg sloten andere inwoners van Krakau zich bij hun aan en zo ontstond een lokale beweging voor schone lucht. 

    ‘We maakten een Facebook-pagina aan. Al snel wisten mensen ons te vinden en boden ze hulp en steun. We organiseerden marsen en demonstraties, verzamelden handtekeningen voor petities en kregen veel publieke steun. Mensen demonstreerden met ons mee, honderden inwoners van Krakau gingen met ons de straat op en begonnen veranderingen te eisen,’ zegt activiste Ewa Lutomska, nu projectmanager van de organisatie.

    ‘We leerden journalisten hoe ze over lucht moesten schrijven, omdat het in die tijd een nieuw onderwerp voor hen was’

    De beweging begon openbare evenementen op te zetten om de aandacht van het publiek in Krakau te vestigen op de kritieke toestand van de lucht in de stad. In 2013 liepen bijvoorbeeld duizenden inwoners van Krakau mee in een rouwende menigte en droegen ze een doodskist met het woord ‘lucht’ erop naar Wojciech Kozak, de voormalige plaatsvervangend gouverneur van het woiwodschap Klein-Polen. De symbolische begrafenis was een van de gebeurtenissen die de lokale politici aan het denken moesten zetten over de nijpende situatie.

    De beweging werd gesteund door artsen, wetenschappers en journalisten. ‘We leerden journalisten hoe ze over lucht moesten schrijven, omdat het in die tijd een nieuw onderwerp voor ze was. Marketingconsultants gaven ons op hun beurt advies om campagnes zo opvallend en visueel mogelijk te maken, om mensen zo bewust te maken van de werkelijke gevolgen van smog,’ legt Kozlowska uit. 

    Uiteindelijk kreeg de activistische groep zowel het publiek als de politici aan hun kant. ‘Dat kwam vooral door sociale druk en wetenschappelijk onderzoek dat aantoonde dat jaarlijks inwoners vroegtijdig sterven en longziektes krijgen als gevolg van luchtvervuiling,’ voegt de Krakause verslaggeefster Katarzyna Kojzar van OKO.press toe, een onderzoeksbureau dat gespecialiseerd is in milieubescherming.

    Het succes van het initiatief voor schone lucht werd in oktober 2013 onderstreept door een openbare raadpleging over het verbod op vaste brandstoffen binnen het woiwodschap, dat verantwoordelijk is voor de invoering van dit soort decreten. Burgers kregen de kans om commentaar te geven op de regionale strategie voor betere lucht, die nog in de kinderschoenen stond. Er werd toen een recordaantal van 2500 reacties ingediend, waarvan in 90 procent voor een totaalverbod op vaste brandstoffen werd gepleit. 

    ‘Geen enkele eerdere raadpleging, zelfs niet de ontwikkelingsstrategie voor Klein-Polen, heeft zo veel reacties en meningen opgeleverd. We kunnen uw stemmen niet negeren. Daarom zullen we een resolutie indienen die gehoor geeft aan de verwachtingen van het publiek,’ zei Marek Sowa, de toenmalige gouverneur van Klein-Polen.

    Smogalarm

    Het verbod op het gebruik van vaste brandstoffen in Krakau werd al in november 2013 goedgekeurd door de gemeenteraad van Klein-Polen: tweeëntwintig raadsleden waren voor, elf tegen en vijf onthielden zich van stemming. 

    ‘Dit gebeurde na een jaar van intensieve informatiecampagnes. Dit was nooit gebeurd als de mensen die betrokken zijn bij deze strijd niet zo vastberaden waren en de straat op waren gegaan,’ zegt activist Ewa Lutomska.

    Dit was ook het moment waarop de informele groep een organisatie werd. ‘We besloten om een vereniging op te richten, zodat we de acties van de autoriteiten in de gaten konden houden, maar ook om over de grenzen van Krakau heen te kijken en ons in te zetten voor schone lucht in heel Klein-Polen,’ zegt ze. 

    Tegenwoordig bestaat er een netwerk van soortgelijke initiatieven in Polen, samengebracht door de organisatie Pools smogalarm. In bijna elke stad, groot en klein, zijn er zogenaamde smogalarmen. 

    Het goedgekeurde verbod zou in 2018 van kracht worden. De hoogste administratieve rechtbank trok het echter in 2015 in omdat het woiwodschap bij de invoering van het verbod zijn boekje te buiten was gegaan. 

    Maar nog geen maand na de uitspraak van de rechtbank werden de bevoegdheden van de lokale overheden gewijzigd. President Andrzej Duda ondertekende een amendement op de milieubeschermingswet dat gemeenten de mogelijkheid geeft om ketels te verbieden die op kolen en bepaalde andere brandstoffen werken. 

    Begin 2016 namen de raadsleden van Klein-Polen daarom opnieuw een resolutie aan tegen smog. Negentien waren voor, vijftien onthielden zich van stemming. Maar ook de tweede keer kwam het verbod er maar moeizaam doorheen.

    De regionale administratieve rechtbank ontving vier klachten tegen de nieuwe wetgeving van burgers en van vertegenwoordigers van de ketelindustrie, maar verwierp ze allemaal. 

    Het verbod geldt sinds september 2019. Sindsdien mogen mensen hun huis niet meer verwarmen met vaste brandstoffen. Dit is het resultaat van samenwerking tussen activisten, de stad en de provincie. Naast de eenvoudige invoering van het verbod heeft de stad ook de nodige sociale programma’s gelanceerd en informatiecentra opgezet zodat burgers weten hoe ze hun huizen op een andere manier kunnen verwarmen. 

    Het verzet tegen het verbod is inmiddels vrijwel verdwenen uit de stad, volgens journalist Katarzyna Kojzar. ‘Het volledige verbod is sinds 2019 van kracht, dus we hebben geen verwarmingssystemen meer die afhankelijk zijn van vaste brandstoffen,’ zegt ze. Er is, licht ze toe, dus geen reden meer om te klagen.

    ‘Er zijn altijd kritische geluiden, maar het merendeel van de inwoners van Krakau erkent het probleem van luchtvervuiling en constante blootstelling aan hoge concentraties gevaarlijke stoffen, vooral in de winter. Daarom hebben ze de ingevoerde veranderingen geaccepteerd,’ legt stadswoordvoerder Katarzyna Misiewicz uit.

    Een paar maanden voordat het verbod van kracht werd, liet de stad een enquête uitvoeren onder de inwoners. Meer dan 80 procent van de respondenten beoordeelde de invoering positief. Volgens Kojzar is het voornaamste probleem nu nog dat het verbod destijds niet in de hele regio is ingevoerd, en in de rest van het woiwodschap nog wel omstreden is. 

    Het aantal smogdagen is gedaald van 116 in 2012 naar 16 in 2023

    Er zijn meer dan vier jaar verstreken sinds het verbod in Krakau werd ingevoerd en de resultaten zijn letterlijk voelbaar. Het aantal smogdagen is gedaald van 116 in 2012 naar 16 in 2023. De gemiddelde jaarlijkse concentraties van grove PM10-deeltjes zijn in 2020 met 50 procent gedaald als gevolg van de genomen maatregelen. Er werd ook een significante daling waargenomen voor fijne PM2,5-deeltjes.

    De effectiviteit van beperkingen die gelden voor vaste brandstoffen is ook aangetoond door een analyse die in opdracht van Krakowski Alarm Smogowy tussen 2012 en 2020 werd uitgevoerd door experts van de AGH Krakow University. Uit tabellen blijkt dat de luchtkwaliteit in Krakau aanzienlijk sneller verbetert dan in de rest van het woiwodschap, waar het verbod niet geldt.

    Onderzoek van Ewa Czarnobilska, hoofd van het Centrum voor Klinische en Omgevingsallergieën van het Universitair Ziekenhuis in Krakau, toonde ook aan dat veranderingen in de lucht een positief effect hebben op de gezondheid van kinderen en jongeren in Krakau. Sinds duizenden plaatselijke verwarmingssystemen zijn vervangen, is het aantal gevallen van astma en allergische rhinitis onder hen afgenomen. 

    Maar de verandering in de wetgeving is niet de enige reden, zegt ze. ‘Het is duidelijk dat het bewustzijn van de inwoners van Krakau ook heeft bijgedragen aan de verbetering. Dankzij de inspanningen voor schone lucht door ngo’s en de lokale overheid neemt het bewustzijn over de effecten van smog toe en hebben we apps die rapporteren wat de concentratie fijnstof in de lucht is, zodat mensen niet met hun kinderen gaan wandelen als de normen worden overschreden,’ legt Czarnobilska uit.

    Toerisme

    De activisten speelden een cruciale rol in het overtuigen van de bevolking met campagnes als ‘Smogvrij Krakau’ of ‘We willen ademhalen’. Kozlowska zegt echter dat Krakau Smog Alert in het begin ook op weerstand stuitte, vooral bij lokale politici. 

    Sommigen zouden leden van de beweging ervan hebben verdacht een politieke campagne te voeren en hun politieke belangen te bedreigen. Tegelijkertijd, zegt ze, zijn er pogingen geweest om de campagne voor schonere lucht te onderdrukken met het argument dat ze een bedreiging zou kunnen vormen voor toerisme in de stad. 

    ‘Paradoxaal genoeg wilde de stad wel toeristen aantrekken, maar bekommerde ze zich blijkbaar niet om de gezondheid van de plaatselijke bevolking. Politici wilden het positieve imago van de stad aanvankelijk niet laten bederven. Langzaamaan kregen ze echter door dat het beter was om de problemen onder ogen te zien, harde maatregelen te nemen en de situatie te presenteren als een succes en een inspiratiebron voor anderen,’ meent Kozlowska. 

    Volgens Lutomska waren kritiek op Krakowski Alarm Smogowy en de bezorgdheid over de potentiële politieke macht van de organisatie vooral te horen in privégesprekken en waren ze gebaseerd op roddels. ‘Maar feit is dat we voorstellen kregen van politieke partijen om mee te doen aan lokale verkiezingen. Natuurlijk weigerden we dat, omdat onze drijfveren heel anders zijn,’ legt ze uit.

    ‘Er waren ook kleine lokale protesten, vooral van mensen die verbonden zijn met de houtindustrie en van openhaardverkopers die hun business probeerden te beschermen tegen een volledig verbod op houtverwarming,’ legt Kozlowska uit. ‘Wat steenkool betreft waren de meesten zich bewust van de schadelijke effecten. Maar hout werd beschouwd als een natuurlijke, aangename warmtebron,’ voegt ze eraan toe.

    Zelfs volgens Jacek Majchrowski, sinds 2002 burgemeester van Krakau, waren de maatregelen in het begin moeilijk uit te leggen en te handhaven, maar met het groeiende milieubewustzijn onder politici en burgers is dat veranderd. De burgerbeweging die in die tijd opkwam, heeft hier in belangrijke mate aan bijgedragen, vertelt hij. ‘Ze vestigden de aandacht op het smogprobleem, zetten zich in om de luchtkwaliteit te verbeteren en steunden de actie van de stad,’ zegt hij. In zijn woorden waren ze eerder partners dan een politieke bedreiging voor elkaar.

    Het succes zou niet mogelijk zijn geweest zonder de burgerorganisaties en de grote betrokkenheid van de inwoners van Krakau

    ‘Als burgerbeweging waren we ons er vanaf het begin van bewust dat de armste mensen financiële steun nodig hadden om boilers te vervangen, dus hebben we daarvoor gepleit,’ zegt Kozlowska. Lokale politici boden daarin steun.

    Nog voordat het verbod van kracht werd, kwam de stad met een programma waarin 100 procent van de kosten werd gedekt voor burgers die hun cv-ketel wilden vervangen door een exemplaar op gas, een centrale verwarming wilden aansluiten of wilden overstappen op hernieuwbare energie. In 2017 daalde deze steun naar 80 procent en de laatste twee jaar voor het verbod was dat 60 procent. De daling van de steun had geen gevolgen voor sociaal kwetsbare huishoudens en personen. Voor hen introduceerde de stad een sociaal bijstandsprogramma.

    Zo werden tussen 2012 en 2019 ongeveer dertigduizend verwarmingsinstallaties op vaste brandstoffen verwijderd en bijna tweeduizend hernieuwbare energiebronnen geïnstalleerd. Dit alles heeft Krakau meer dan 300 miljoen zloty (ruim 72 miljoen euro) gekost. Naast het geld uit de eigen begroting gebruikte de stad ook steun van externe bronnen, waaronder subsidies en leningen tegen gunstige voorwaarden.

    Daarnaast dekt de stad het verschil in de kosten voor het gebruik van goedkopere, maar vuilere kolen en schoner maar duurder gas. Ze biedt ook een subsidieprogramma om gebouwen te isoleren om de verwarmingskosten zo laag mogelijk te houden. Het besluit van het stadhuis om deze programma’s te lanceren was belangrijk om ook op regionaal niveau steun te krijgen.

    Energieadviseurs in Krakau voerden ook warmtebeeldtests uit op huizen om uit te zoeken waar warmte uit de huizen ontsnapt en mensen ertoe aan te zetten meer te investeren in het verbeteren van de warmte-isolatie van hun huizen.

    Tegelijkertijd vonden er milieu-educatieactiviteiten plaats in Krakau. Dit waren eco-picknicks waar mensen elkaar ontmoetten in de natuur en leerden over het milieu. De stad verspreidde educatief materiaal onder scholen en zorgde voor lesmateriaal over milieubescherming voor kinderen of training voor leerkrachten. 

    Tot 2019 waren er in totaal drie adviespunten in Krakau waar mensen zogenaamde eco-consulenten konden ontmoeten en problemen konden bespreken rond het opgelegde verbod, de vervanging van hun verwarming of hernieuwbare energiebronnen. Volgens de gegevens van de stad werd in totaal meer dan honderdvijftigduizend keer advies gegeven.

    ‘Voorlichtingsactiviteiten hebben altijd een belangrijke rol gespeeld omdat ze het milieubewustzijn van de bewoners hebben vergroot. Het succes zou niet mogelijk zijn geweest zonder de deelname van burgerorganisaties en de grote betrokkenheid van de inwoners van Krakau bij de vervanging van verwarmingssystemen,’ meent Misiewicz, de woordvoerder van Krakau. Momenteel is er nog maar één informatiepunt voor energieadvies.

    In het verleden bezochten teams van stadsadviseurs ook achtergestelde groepen inwoners om informatie te geven over hoe ze konden overstappen van vaste brandstofkachels op milieuvriendelijke verwarming en hoe ze financiering konden krijgen voor een dergelijke investering.

    Geografische ligging

    De consequente uitvoering van het programma voor de afschaffing van gemeentelijke verwarmingsinstallaties op vaste brandstoffen leverde volgens het Poolse hydrometeorologische bureau de belangrijkste bijdrage aan de vermindering van de concentraties zwevende deeltjes in de lucht in Krakau. Er spelen echter nog meer factoren mee.

    ‘We mogen niet vergeten dat weersomstandigheden ook een zeer belangrijke rol spelen bij het bepalen van de uitstoot van verontreinigende stoffen. De opwarming van het klimaat, die al vele jaren merkbaar is, zorgt ervoor dat weersomstandigheden die de ophoping van verontreinigende stoffen in de hand werken minder vaak voorkomen. Daardoor is de luchtkwaliteit in Krakau verbeterd’, schrijft de instantie.

    Waarom zijn er dan nog steeds dagen in Krakau waarop de lucht zwaar vervuild is, ook al zijn vrijwel alle kolen- en houtketels verwijderd? 

    Het probleem is de geografische ligging van de stad in de vallei van de rivier de Wisła. Hierdoor hopen verontreinigende stoffen uit naburige gemeenten waar het verbod op het verbranden van vaste brandstoffen niet geldt, zich op in de stad. Dit gebeurt in perioden waarin hoge en lage temperaturen elkaar afwisselen. ‘Meer dan tienduizend ketels op vaste brandstoffen in de gemeenten rond Krakau moeten nog worden ontmanteld,’ aldus de woordvoerder van de stad.

    Tegelijkertijd geeft zelfs het stadhuis toe dat enkel het verbieden van boilers niet genoeg is. Krakau staat nog steeds boven aan de smogkaart van de wereld. De volgende stap in de strijd voor schone lucht is het verminderen van de transportemissies door het invoeren van een zogenaamde schone transportzone. ‘Het is goed dat er een schone transportzone wordt ingevoerd in Krakau. Ik reken er ook op dat uitgebreide controles van huishoudelijke verwarmingssystemen in de steden rond Krakau effect zullen hebben en dat de bevoegde autoriteiten forse financiële steun zullen geven aan inwoners die willen investeren in schone warmtebronnen. We moeten niet vergeten dat een groot percentage van de vervuiling die boven de stad hangt, afkomstig is uit voorstedelijke gebieden,’ aldus arts Czarnobilska.

    De inwoners van de Tsjechische stad Ostrava, die vlak bij de grens met Polen ligt, zien luchtvervuiling als een van de grootste problemen van het stadsleven. Dit blijkt uit ten minste twee enquêtes die in opdracht van het stadsbestuur zijn gehouden. In de online enquête van vorig jaar, die werd uitgevoerd voor het Strategisch Ontwikkelingsplan voor de stad Ostrava tussen 2024 en 2030, was 61 procent van de respondenten ontevreden over de luchtkwaliteit. Maar hoewel meer dan vijfduizend mensen deelnamen aan dat onderzoek, was het niet representatief. 

    In 2019 en 2020 werd een enquête uitgevoerd voor het Clairo-project, dat zich inzet voor schone lucht en het planten van groene zones. Bij deze enquête, die wel representatief was, was de meerderheid van de respondenten uit de agglomeratie Ostrava ook ontevreden over de luchtkwaliteit. Ongeveer 60 procent van de ondervraagden zei bereid te zijn om bij te dragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Meer dan een vijfde van hen had zijn verwarmingsmethode al veranderd of overwoog dit te doen.

    Volgens de laatste gedetailleerde metingen van meteorologen wordt de luchtvervuiling in Ostrava, behalve in Radvanice, voornamelijk veroorzaakt door huishoudens die hun huis met vaste brandstoffen verwarmen. Door de verbranding van kolen en biomassa is Ostrava de regio met de vuilste lucht in Tsjechië, ondanks de zachte winters en een geleidelijke afname van de industrie. Zo werd 87 procent van de bevolking in de agglomeratie Ostrava, Karviná en Frýdek-Místek in 2022 blootgesteld aan concentraties van het kankerverwekkende benzo(a)pyreen die boven de limiet lagen.

    Het vuil in de lucht kan ook niet langer worden toegeschreven aan de naburige Polen. ‘In Ostrava is de meeste vervuiling afkomstig van huiselijke bronnen. De Poolse invloed was vroeger groter, tijdens langdurige perioden met slechte verspreidingsomstandigheden, wanneer de wind uit het noordoosten waaide. Deze meteorologische omstandigheden zijn de afgelopen vijf jaar echter aanzienlijk afgenomen, en daarmee is ook de Poolse bijdrage aan de vervuiling sterk verminderd,’ legt Radim Seibert van het Tsjechische Hydrometeorologische Instituut uit, hoofdauteur van de analyse van de oorzaken van luchtvervuiling in de regio Ostrava.

    ‘We gaan een campagne opzetten met de bedoeling dat mensen donkere rook uit schoorstenen bij ons komen melden’

    Raadslid Aleš Boháč van Starostové pro Ostravu (Burgemeesters voor Ostrava), die namens de stad verantwoordelijk is voor het milieu, wijst erop dat de bijdrage van vervuilende industriële bedrijven, zoals de verbrandingsoven voor gevaarlijk afval in Mariánské Hory of de chemische en cokesfabrieken in Přívoz, ook een grote rol speelt in hun omgeving. De eerdergenoemde meteorologische metingen bewezen dat een deel van Radvanice, waar hij burgemeester van is geweest, het meest te lijden heeft van de vervuiling die bij de smelterij Liberty vandaan komt [de metingen zijn gedaan in 2021].

    Ook in Ostrava en in Krakau onderzochten wetenschappers hoe vervuilde lucht de gezondheid van mensen beïnvloedt. Dit was nog voordat het maatschappelijk middenveld in de Poolse stad stelling nam tegen smog. Tussen oktober 2010 en maart 2011 duurde de smogsituatie in de stad bijvoorbeeld ongeveer dertig dagen, en meer dan vijftig dagen lang gaven meteorologen waarschuwingen uit over de mogelijkheid van smog. 

    Zo keek Radim Šrám, geneticus en moleculair epidemioloog aan het Instituut voor Experimentele Geneeskunde van de Academie van Wetenschappen, met zijn team naar ziektegevallen bij kinderen die het gevolg waren van de vuile lucht. In 2010 verbleven de wetenschappers enkele weken in Ostrava op een moment dat de stad hoge concentraties van het kankerverwekkende benzo(a)pyreen bevatte van ongeveer 15 nanogram per kubieke meter [tegenwoordig is de limiet één nanogram]. Ze ontdekten dat hun DNA hierdoor beschadigd was. 

    Hoe reageerde de stad toen? Het stadhuis dreigde met juridische stappen tegen Šrám en zijn team, eiste excuses en een verklaring dat hij de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek had overdreven. De burgemeester van die tijd was Petr Kajnar (ČSSD) en zijn plaatsvervanger voor het milieu Dalibor Madej (ODS). Een van hun argumenten, dat ook in Krakau werd gebruikt, was de angst voor een uitstroom van toeristen. 

    In de Poolse stad slaagden het maatschappelijk middenveld en de politici er echter in om het eens te worden over een oplossing voor het probleem. In Ostrava ligt zo’n radicale ‘bezuiniging’ als een verbod op het verbranden van vaste brandstoffen in woningen nog niet in het verschiet, hoewel gemeenten in heel Tsjechië dit mogelijk al in 2020 gaan doen. 

    Wethouder Boháč wil met verdere actie wachten tot de effecten van het verbod op de oudste ketels bekend zijn. Sinds september geldt in Tsjechië een verbod op ketels van de eerste en tweede emissieklasse. 

    ‘Ik durf te stellen dat 70 procent van de kolen in deze oude ketels wordt verbrand. Dankzij dit verbod komen we van deze oude ketels af en tegelijkertijd “sparen” we de verantwoordelijken die bij eerdere ketelsubsidies ketels op vaste brandstoffen hebben vervangen door ketels met betere emissieklassen,’ zegt hij. Volgens Boháč is de luchtkwaliteit in de stad verbeterd dankzij de vervanging van oude ketels, waarvoor de staat zich sinds 2015 met hulp van Europese subsidies inzet.

    Jan Kozina van milieuorganisatie Clean Sky is ook van mening dat een volledig verbod op vaste brandstoffen in Ostrava minder zinvol zou zijn dan in Krakau, waar de omstandigheden anders zijn en waren. ‘In Polen was het ook gebruikelijk om kolenstof te verbranden, wat toen al verboden was in Tsjechië. Zij liepen daarin achter op ons,’ zegt hij.

    In 2011 gaven ongeveer tweeënhalfduizend huishoudens in Ostrava aan dat ze een ketel op vaste brandstof gebruiken. Eind vorig jaar waren er 1908 van deze ketels vervangen. De overige huishoudens lijken echter niet erg geïnteresseerd. Tussen augustus 2023 en eind februari 2024 hebben meer dan vijftig huishoudens in Ostrava geld voor een nieuwe ketel aangevraagd bij de regio of het Staatsmilieufonds. 

    Dit jaar heeft de stad de toelage voor mensen met een laag inkomen verhoogd van 10.000 naar 20.000 Tsjechische kronen (400 naar 800 euro) en motiveert ze de bewoners met een renteloze lening. De regio keert ook 7500 kronen aan aanvragers uit voor het vervangen van de verwarmingsketel. Dankzij de overheidssubsidie kunnen huishoudens met een laag inkomen bijna het hele bedrag voor een nieuw verwarmingssysteem betalen. Anderen krijgen de helft.

    Volgens Boháč wordt een massale overstap op een nieuw verwarmingssysteem door huishoudens verhinderd door onzekerheid vanuit de staat. Bijvoorbeeld door de vervanging door gasketels eerst te steunen en die steun later in te trekken, of door het eerder genoemde verbod op oude ketels te verzetten van de oorspronkelijke deadline in 2022 naar 2024. 

    ‘Na het verbod op boilers van de eerste en tweede klasse zullen we stevig gaan handhaven, we gaan een campagne opzetten met de bedoeling dat mensen donkere rook uit schoorstenen bij ons komen melden,’ zegt hij. Hij voegt eraan toe dat het stadsbestuur van Ostrava op basis van de voortdurende controles die in het verleden zijn uitgevoerd, van ongeveer honderdvijftig huishoudens weet dat ze deze oudste ketels gebruiken.

    ‘En als blijkt dat er niets is gebeurd en de meeste vervuiling nog steeds afkomstig is van huiselijke verwarming, dan moeten er verdere, drastischere maatregelen worden genomen,’ vervolgt Boháč. Hij wil hiermee wachten tot minstens een jaar na het verbod op de oudste boilers.

  • Klimaattop COP29 in Bakoe van start gegaan, ook Afghanistan is aanwezig

    Klimaattop COP29 in Bakoe van start gegaan, ook Afghanistan is aanwezig

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nieuw-Zeeland biedt excuses aan voor jarenlang geweld in hulpinstellingen

    » Valencia: tienduizenden eisen dat voorzitter van regionale regering aftreedt

    Het is de eerste keer sinds de Taliban er aan de macht zijn

    Een delegatie van de Afghaanse regering zal in Bakoe zijn voor de klimaattop, die van 11 tot 22 november wordt gehouden, meldt The Times of India. De status van de Afghaanse delegatie bij de COP29 was niet meteen duidelijk, maar bronnen vertelden AFP zaterdag dat de Afghaanse delegatie de status van waarnemer zou kunnen krijgen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zo‘n uitnodiging heeft het land niet meer gehad sinds de terugkeer van de Taliban-regering in 2021, die door geen enkele staat ter wereld wordt erkend, maar die ervoor pleit om betrokken te worden bij internationale klimaatbesprekingen.

    Afghanistan, het zesde meest kwetsbare land voor klimaatverandering, worstelt met plotselinge overstromingen, droogte en andere natuurrampen die wetenschappers in verband brengen met klimaatverandering. Alleen al in mei kwamen meer dan 350 Afghanen om bij overstromingen.

  • VN-rapport: vrijwel geen vooruitgang geboekt in emissiereductie

    VN-rapport: vrijwel geen vooruitgang geboekt in emissiereductie

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Brazilië spreekt veto uit tegen BRICS-lidmaatschap Venezuela

    » Canada haalt immigratiequota drastisch omlaag

    Zonder emissiereductie is de 1,5°C-doelstelling onhaalbaar

    Uit een nieuw rapport van het United Nations Environment Programme (UNEP), dat minder dan een maand voor de COP29-top in Azerbeidzjan werd gepubliceerd, blijkt dat ’een jaar nadat wereldleiders een historische belofte deden om af te stappen van fossiele brandstoffen, landen vrijwel geen vooruitgang hebben geboekt in het verminderen van emissies‘. Dat schrijft The New York Times.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens de VN zou het emissiereductiebeleid dat momenteel door landen wordt uitgevoerd leiden tot een ’catastrofale‘ opwarming van 3,1°C deze eeuw ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Zelfs met alle beloften om het beter te doen, zouden de temperaturen wereldwijd met 2,6°C stijgen, met een reeks onomkeerbare ’omslagpunten‘.

    ’We hebben een wereldwijde mobilisatie nodig op een schaal en in een tempo die we nog nooit eerder hebben gezien, en we hebben het nu nodig, of de 1,5°C-doelstelling is onhaalbaar‘, waarschuwde Inger Andersen, Executive Director van het UNEP.

  • Rapport: ‘Klimaatcrisis gaat kritieke en onvoorspelbare nieuwe fase in’

    Rapport: ‘Klimaatcrisis gaat kritieke en onvoorspelbare nieuwe fase in’

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hooggerechtshof Brazilië: platform X mag activiteiten weer hervatten

    » Overstromingen in Bosnië eisen 22 levens, evacuatie afgekondigd

    Beslissende, snelle actie is noodzakelijk, aldus experts

    Veel van de ‘vitale functies’ van de aarde hebben recordextremen bereikt, wat aangeeft dat ‘de toekomst van de mensheid aan een zijden draadje hangt’, aldus het rapport van een groep van ‘s werelds meest vooraanstaande klimaatexperts. Dat schrijft The Guardian.

    Het rapport beoordeelde 35 vitale functies in 2023 en ontdekte dat 25 functies slechter waren dan ooit gemeten, waaronder kooldioxideniveaus en de menselijke bevolking. Dit wijst op een ‘kritieke en onvoorspelbare nieuwe fase van de klimaatcrisis’, aldus het rapport.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De temperatuur van het aardoppervlak en de oceanen bereikte een recordhoogte door de recordverbranding van fossiele brandstoffen, aldus het rapport. De menselijke bevolking neemt toe met ongeveer 200.000 mensen per dag en het aantal runderen en schapen met 170.000 per dag, wat allemaal bijdraagt aan een recorduitstoot van broeikasgassen.

    De wetenschappers zeiden dat hun doel was ‘om duidelijke, op bewijs gebaseerde inzichten te bieden om burgers en wereldleiders tot actie aan te zetten. We willen gewoon eerlijk handelen en vertellen hoe het is.’ Beslissende, snelle actie is noodzakelijk om menselijk lijden te beperken, inclusief het verminderen van de verbranding van fossiele brandstoffen en methaanuitstoot, het terugdringen van overconsumptie en verspilling door de rijken, en het aanmoedigen van een omschakeling naar plantaardig voedsel, aldus de experts.

  • Lucia Reisch: ‘Beleidsmakers moeten nudgen in de richting van plantaardig voedsel’

    Lucia Reisch: ‘Beleidsmakers moeten nudgen in de richting van plantaardig voedsel’

    Om de uitputting van de aarde te voorkomen en de klimaatverandering af te remmen, moeten we minder vlees en meer plantaardig voedsel eten. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de gastronomische sector en de beleidsmakers, betoogt Lucia Reisch.

    De catastrofale gevolgen van de klimaatverandering dienen zich al aan: Europa wordt door dodelijke hittegolven geteisterd en de poolkappen smelten, de aangroei van het zee-ijs heeft op Antarctica een historisch dieptepunt bereikt. Is er ook iets wat wij daar persoonlijk aan kunnen doen? Het antwoord is driewerf ja. Vooral wat we eten maakt heel veel uit. De leus ‘koeien zijn de nieuwe steenkool’ klinkt misschien overtrokken, maar is in wezen waar. Bijna een derde van alle uitstoot van broeikasgassen is afkomstig van voedselsystemen, en alleen al rundvlees is verantwoordelijk voor een kwart van de uitstoot van de veehouderij en voedselproductie.

    Bovendien worden de voetafdruk van dierlijk voedsel en de daaruit voortvloeiende kosten om de uitstoot terug te dringen niet weerspiegeld in de prijs. Onderzoek toont aan dat mens en planeet baat zouden hebben bij een overstap op plantaardige voeding of op minder milieuvervuilend dierlijk voedsel zoals kip of vis. In een gezamenlijk rapport van onder meer de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, de Wereldgezondheidsorganisatie en UNICEF werd onlangs gesteld dat voor een duurzaam en gezond voedingspatroon de voedselsystemen grondig op de schop moeten – en snel. Ook het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft aangetoond dat vergroening van de voedselsystemen een grote bijdrage kan leveren aan de strijd tegen de opwarming van de aarde.

    Je kunt de voedselkeuze van mensen beïnvloeden door duurzame maaltijden aantrekkelijker en toegankelijker te maken

    In de gedragswetenschap is onderzocht op welke manieren mensen op alle punten in de keten beïnvloed kunnen worden in de keuzes die ze maken: van boeren die moeten besluiten wat ze gaan verbouwen tot detailhandelaren die kunnen overschakelen op de verkoop van duurzamer voedsel en consumenten die eten bestellen in een restaurant. In de VS zit vooral bij die laatste doelgroep veel potentieel, aangezien Amerikanen gemiddeld zes keer per week buiten de deur eten.

    Het is aangetoond dat je de voedselkeuze van mensen kunt beïnvloeden door duurzame maaltijden aantrekkelijker en toegankelijker te maken, bijvoorbeeld door plantaardige opties prominenter en in ruimere mate aan te bieden. Deze vorm van beïnvloeding stuit ook op betrekkelijk weinig weerstand, terwijl regels en verboden doorgaans betuttelend worden gevonden en een heffing op specifieke producten als vlees en suiker nadelig uitpakt voor de armen.

    Nudging

    Het zou dus een echte gamechanger kunnen zijn om plantaardig voedsel meer centraal te stellen op het menu van restaurants, cafés en kantines. Door het veranderen van de context waarin mensen hun eigen keuze maken, kun je ze met behoud van hun keuzevrijheid toch een duwtje in de goede richting geven (nudging). Maar zo’n verandering moet niet op zichzelf staan. Die moet onderdeel zijn van een bredere verandering van alle aspecten van het voedselsysteem waarmee de consument in aanraking komt, en daarin moeten industrie en detailhandel een grote rol spelen. Overal waar consumenten keuzes maken, kunnen op basis van gedragsonderzoek wijzigingen worden ingevoerd.

    Politici zullen misschien liever grote klimaatbeloften doen, wetten tegen voedselverspilling aannemen of het bedrijfsleven tot duurzame keuzes oproepen, en soms hameren ze er zelfs op dat ‘mensen zelf moeten bepalen wat ze eten’. Maar ze kunnen de detailhandel stimuleren om zijn geavanceerde arsenaal aan marketingtechnieken in te zetten om duurzame en gezonde voedingskeuzes (of zoals het tegenwoordig heet: een ‘planetary health diet’) aantrekkelijker, betaalbaarder, toegankelijker en sociaal breder aanvaard te maken. Dat zou al een grote stap zijn in de richting van verlaging van de uitstoot van broeikasgassen.

    Beleidsmakers mogen hun kiezers natuurlijk nooit manipuleren, al is het voor nog zo’n goed doel. Maar krachtige instrumenten om gedrag te beïnvloeden werken ook als ze volledig transparant zijn. En op basis van inzichten uit consumentenonderzoek en de economische en gedragswetenschappen kan beleid tegen klimaatverandering worden ontworpen dat de emoties, gewoonten, denkpatronen, sociale normen en voorkeuren van mensen centraal stelt. De kritiek op nudging – met name dat het weinig effect heeft en andere, nuttigere middelen overschaduwt – snijdt meestal geen hout. Beleidsmakers streven naar een verantwoorde toepassing, en overal ter wereld wordt door steden als New York en Kopenhagen en andere regio’s keuzearchitectuur ingezet om bij te dragen aan de verandering van voedselsystemen. Dankzij de kracht van suggestie en de neiging van mensen om inspanning te mijden en de weg van de minste weerstand te kiezen is het tot standaard verheffen van de vegetarische optie een van de beste middelen om gedrag te veranderen.

    Standaardoptie

    Als plantaardig eten eenmaal de standaardkeuze wordt en vlees de ‘andere’ optie is, daalt de vleesconsumptie. Uit een systematische analyse van vijftien onafhankelijke interventiestudies die zijn gepubliceerd tussen 2012 en 2020 en uitgevoerd in uiteenlopende situaties in zes Europese landen en de Verenigde Staten bleek dat zo’n ingreep steeds leidde tot een aanzienlijke verlaging van het aantal consumenten dat voor vlees koos, variërend van 53 tot 87 procent. Uit een Deens onderzoek bleek dat ruim 84 procent van de 300 deelnemers achter de keuze stonden om een vegetarische lunch tot standaardoptie te maken. En er zijn sterke aanwijzingen dat deze methode in diverse situaties de voedselkeuze kan beïnvloeden. Voortbouwend op eerder onderzoek voert mijn eigen El-Erian Institute of Behavioral Economics and Policy aan de Universiteit van Cambridge nu een vergelijkbaar veldexperiment uit in dertien van onze mensa’s.

    Gezien deze resultaten is het dus geen gek idee om van vega de standaardoptie te maken in restaurants, supermarkten, scholen en kantoren. De non-profitorganisatie Better Food Foundation heeft een hele reeks tips en ideeën voor hoe je dit kunt aanpakken. Meatless Monday was bijvoorbeeld een actie die wereldwijd aansloeg en door veel mensen en organisaties werd gedragen. Ook de woordkeuze op een menu is van belang: door een gerecht niet ‘vegetarisch’ maar ‘planetair’ of ‘plantaardig’ te noemen, breng je beter over dat het ook een duurzame keuze is.

    Het is dus geen gek idee om van vega de standaardoptie te maken

    Het veranderen van voedselsystemen als een vorm van klimaatactie kan beginnen met beleidsveranderingen van bovenaf. Vanuit die gedachte hebben activisten, mensen uit het veld, beleidsmakers en onderzoekers op de VN Voedseltop in New York twee jaar geleden samen de Duurzame Ontwikkelingsdoelen voor 2030 geformuleerd. Maar bij de implementatie van die doelen moeten beleidsmakers oog houden voor de rol die de menselijke factor in de voedselkeuze speelt. Gelukkig slaan partijen uit allerlei sectoren nu de handen ineen om nieuwe beleidsinstrumenten uit te testen en nieuwe normen en keuzefuiken te bedenken. Want dat consumenten moeten overstappen op meer plantaardig voedsel om de broeikasuitstoot van de voedselsystemen te verminderen, staat buiten kijf. Samen met andere beleidsinstrumenten die tot gedragsverandering leiden, kan een centrale plaats van plantaardig voedsel op het menu leiden tot een flinke daling van de vleesconsumptie met behoud van keuzevrijheid. Zo kunnen we straks allemaal een actievere rol spelen in het behoud van de natuurlijke hulpbronnen van de aarde en het afremmen van klimaatverandering.

  • Waarom het zo moeilijk is om afscheid te nemen van steenkool

    Waarom het zo moeilijk is om afscheid te nemen van steenkool

    Het bonte gezelschap van financiers dat ‘de tandwielen’ van de steenkoolindustrie smeert, zal er waarschijnlijk voor zorgen dat deze lucratieve handel stand houdt, ook al is dat schadelijk voor planeet. De markt wil maar geen afscheid van de de vervuilende brandstof nemen.

    Opgestapeld onder de azuurblauwe lucht in de haven van het Australische Newcastle liggen bergen steenkool waar gigantische shovels hapjes uit nemen. Ze scheppen het spul op transportbanden, die naar vrachtschepen leiden van soms wel drie voetbalvelden lang. Jaarlijks verwerken deze terminals 200 miljoen ton van de brandstof, wat Newcastle de grootste kolenhaven ter wereld maakt. De doorvoer beleeft een indrukwekkende comeback, nadat overstromingen vorig jaar de toelevering een zware slag hadden toegebracht. 

    Aaron Johansen, die toezicht houdt op de nieuwste, volledig geautomatiseerde terminal, verwacht voor de komende zeven jaar in ieder geval geen kleinere cijfers. Rijke Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, snakken naar de hoogwaardige steenkool die de terminal passeert. En dat geldt ook steeds meer voor opkomende landen als Maleisië en Vietnam.

    Aan de andere kant van de wereld is de stemming wel anders. De afgelopen weken verstoorden activisten meermaals de jaarlijkse algemene vergadering van Europese banken en energiebedrijven, waarbij zij grote schrijvers citeerden, onder wie Shakespeare (Don’t shuffle off this mortal coil) en de Spice Girls (Stop right now), in hun oproep een einde te maken aan de steenkoolwinning. Ze geven een stem aan de breed gevoelde angst voor wat steenkool voor het klimaat kan aanrichten als grootste bron van broeikasgassen. De brandstof was goed voor ruim 40 procent van energiegerelateerde koolstofemissies in 2022. De Verenigde Naties zeggen dat de productie met 11 procent per jaar moet dalen om de opwarming van de aarde ten opzichte van pre-industriële tijden onder de 1,5 graad Celsius te houden. Het Internationaal Energieagentschap (IEA), een officiële voorspellende instantie, wil niet dat er nieuwe mijnen worden geopend, noch dat er bestaande worden uitgebreid. Klimaatexperts denken dat 80 procent van de reserves ongebruikt moet blijven.

    In 2020 meende het IEA nog dat de steenkoolconsumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt

    Dit moet dan voornamelijk gebeuren door de financiële toeleveringsketen af te knijpen. Ruim tweehonderd van ’s werelds grootste financiers, waaronder 87 banken, hebben aangekondigd dat ze investeringen in kolenmijnbouw of kolencentrales aan banden zullen leggen. Kredietverstrekkers die goed zijn voor 41 procent van de wereldwijde bankactiva hebben zich aangesloten bij de Net-Zero Banking Alliance en toegezegd hun portefeuilles tegen 2050 af te stemmen op CO2-neutrale emissies. Op de COP26-top in 2021 voorspelden de VN dat de steenkoolproductie door deze campagne verleden tijd zou worden. In 2020 meende het IEA nog dat de consumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt.

    Geoliede handelsmachine

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit. In 2022 bedroeg de vraag ernaar voor het eerst meer dan 8 miljard ton. In dit artikel beschrijven we wie de tandwielen van deze ooit tot ondergang gedoemd lijkende handelsmachine smeert. Onze bevinding is dat de markt levendig, goed gefinancierd en winstgevend is. Nog opvallender is dat het bonte gezelschap van financiers er waarschijnlijk voor zal zorgen dat de handel tot ver in de jaren dertig van deze eeuw standhoudt, en dat die handel nog een aantal zakken flink zal vullen, ten nadele van de planeet.

    Het is verleidelijk om 2022 als een uitzonderlijk jaar te beschouwen. Rusland sneed de gasleidingen naar Europa af en Europa verbood de invoer van steenkool uit Rusland. Het continent verliet zich op vloeibaar aardgas (lng) dat bestemd was voor Azië en thermische steenkool uit Colombia, Zuid-Afrika en het verre Australië. Ook Aziatische landen die afhankelijk zijn van hoogwaardige Russische steenkool gingen diversifiëren. De prijzen voor topkwaliteit stegen. De armere buren van Europa werden uit de gasmarkt geprijsd en stortten zich op brandstof van mindere kwaliteit.

    De crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt

    Nu is de storm gaan liggen. Na een zachte winter hebben Europese nutsbedrijven weer behoorlijke voorraden aan gas en kolen. Maar naarmate de vraag naar stroom voor verkoelingsapparatuur in steeds warmere zomers toeneemt, zal de invoer van steenkool versnellen. De Chinese economie is het tijdperk van zerocovidbeleid te boven gekomen, India gaat als een speer. Handelaren verwachten dat het wereldwijde verbruik dit jaar met nog eens 3 tot 4 procent zal groeien.

    Steenkool blijft waarschijnlijk ook na 2023 in trek. Het klopt dat de vraag in Europa zal afnemen naarmate het aanbod van hernieuwbare energiebronnen stijgt. In de VS, met hun goedkopere schaliegas, ís de vraag al laag. Maar de crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt. Kolen zijn goedkoper en ruimer voorradig dan andere brandstoffen en – eenmaal op eenvoudige schepen geladen – overal naartoe te vervoeren. Dit in tegenstelling tot lng, waarvoor je speciale schepen en terminals voor hervergassing moet bouwen, wat jaren duurt. China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen, meer dan welk land dan ook ter wereld vandaag de dag aan capaciteit heeft. India en een groot deel van Zuidoost-Azië volgen hetzelfde pad.

    Blijvende vraag naar steenkool

    Zelfs als het Westen steenkool snel afzweert, zal de vraag naar thermische steenkool tussen nu en 2030 met slechts 10 tot 18 procent dalen, verwacht de Boston Consulting Group. Een groot deel van de vraag komt voor rekening van de binnenlandse productie in China en India, de grootste verbruikers ter wereld. Import blijft echter cruciaal. Investeringsbanken verwachten niet dat de verhandelde volumes dit decennium snel onder de 900 miljoen ton komen, ten opzichte van 1 miljard ton vorig jaar. Eén investeringsbank, Liberum Capital, verwacht de komende vijf jaar een stijgende invoer.

    Blijft de wereldwijde kolenmarkt aan die hardnekkige vraag voldoen? Ons onderzoek lijkt te zeggen van wel. Er is genoeg geld voor drie vitale schakels in de toeleveringsketen: handel en scheepvaart, meer graven in bestaande mijnen, en nieuwe projecten.

    Handelsfinanciering is nog het eenvoudigst. Consultant Oliver Wyman berekende voor The Economist dat hoge prijzen, samen met de langere reizen als gevolg van omgeleide export, de behoefte aan werkkapitaal van kolenhandelaren in 2022 opdreven tot 20 miljard dollar, vier keer het historische gemiddelde. Ervan uitgaande dat de gemiddelde kolenprijs boven de 100 dollar per ton blijft, wat veel analisten verwachten, blijft die behoefte tot ten minste 2030 boven de 7 miljard dollar.

    Handelaren in grondstoffen blijven liquide genoeg om de aankoop van kolen te financieren. Een van hun geldbronnen bestaat uit bedrijfsleningen via meerjarige bankleningen of obligaties, waardoor bedrijven een vastgesteld bedrag naar eigen goeddunken kunnen gebruiken. Handelaren kunnen ook gebruikmaken van doorlopend krediet op korte termijn, verstrekt door groepen banken. Veel van dit soort financieringen zijn sinds begin 2022 uitgebreid – en belopen vaak enkele miljarden dollars – om handelaren te helpen sterke prijsschommelingen op te vangen. Banken die restricties opleggen en bepalen dat het geld niet mag worden gebruikt om steenkool te kopen, lopen het grote risico dat handelaren hun toevlucht zoeken tot concurrenten die wat minder strikt in de leer zijn. Dat zijn dus maar weinig banken.

    Financieel directeuren bij handelsfirma’s zeggen dat banken in landen waar handel de voornaamste bron van inkomsten is, waaronder DBS in Singapore en UBS in Zwitserland, nog steeds steenkoolaankopen financieren. Zwitserse regionale geldschieters helpen graag. Hetzelfde geldt voor banken in consumerende landen, zoals China en Japan, evenals voor de Britse bankengroep Standard Chartered, die zich richt op Aziatische bedrijven (DBS en Standard Chartered melden allebei dat ze hun belang in thermische steenkool aan het verminderen zijn). Alleen Europese kredietverstrekkers, vooral Franse, hebben zich teruggetrokken. De opengevallen plaatsen zijn ingenomen door banken uit producerende landen, zoals Australië, Indonesië en Zuid-Afrika. 

    Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk. Banken die toch al nooit veel geld aan hen hebben verdiend, kunnen nauwelijks volhouden dat ze niet weten hoe het geleende geld wordt gebruikt. Vorig jaar werden sommige handelaren gedwongen geld te lenen van private fondsen, vaak gedekt door vermogende individuen, tegen jaarlijkse tarieven van bijna 25 procent – ongeveer vijf keer de standaardkosten. Maar na maanden van bloeiende handel hebben velen geen externe financiering meer nodig. Eén bankier zegt dat sommige van zijn in kolen handelende klanten de winst in 2022 hebben zien vertienvoudigen. Een van hen, gevestigd in Londen, zag zijn totale vermogen stijgen van 50 miljoen pond in 2021 naar 700 miljoen in 2023.

    Om het product vervolgens naar kopers te verschepen, hebben handelaren vaak een door een gerenommeerde bank afgegeven garantie nodig dat ze op tijd worden betaald. Steeds minder leners willen dergelijke ‘kredietbrieven’ verstrekken, maar er zijn ook manieren om dit te omzeilen. Sommige handelaren brengen hun klanten meer in rekening om het tegenpartijrisico te dekken. Het helpt dat de investering beperkt is. Met de huidige prijzen kan een vracht steenkool niet meer dan 4 tot 5 miljoen dollar waard zijn. Een olietanker daarentegen kan voor 200 miljoen dollar aan ruwe olie vervoeren. Anderen maken gebruik van vertrouwde tussenpersonen, of vragen grotere garanties op andere goederen die de klant koopt. Sommige overheden in ontvangende landen geven de garantie zelf af of betalen zelfs vooruit.

    Transport

    Buiten Zuid-Afrika, waar spoorwegstakingen het transport hebben lamgelegd, biedt het vasteland voldoende infrastructuur om steenkool te vervoeren. Die infrastructuur zal zich alleen maar uitbreiden. Global Energy Monitor, een Amerikaanse ngo, verwacht dat India van plan is zijn kolenterminals meer dan te verdubbelen tot 1400 (momenteel zijn er wereldwijd 6300). De logistiek over zee is beperkter: onder druk van groene aandeelhouders mijden sommige verladers steenkool inmiddels. Maar kleinere transporteurs, vaak Chinezen of Grieken, hebben het stokje overgenomen. Handelaren melden geen problemen bij het verzekeren van de vracht. Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool en gebruikt dezelfde mix van obscure handelaren en scheepvaartmaatschappijen, uit Hongkong of de Golf, die het gebruikt om zijn olie naar Azië te verschepen.

    Financiering van meer graafwerkzaamheden in bestaande mijnen – de tweede schakel in de toeleveringsketen – is ook geen probleem. Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton. Maar helemaal business as usual is het niet. Sinds 2018 hebben veel ‘majors’ in de mijnbouw (gediversifieerde conglomeraten die op openbare markten opereren) hun steenkoolactiva geheel of gedeeltelijk verkocht. Maar in plaats van te worden ontmanteld, zijn afgestoten activa opgepikt door particuliere mijnbouwers, concurrenten in opkomende markten en investeringsfirma’s. Nieuwe eigenaren hebben er geen moeite mee om mijnen volledig te benutten. In 2021 verzelfstandigde Anglo American, een in Londen gevestigde major, zijn Zuid-Afrikaanse mijnen in een nieuw bedrijf dat onmiddellijk beloofde de productie op te voeren.

    Net als handelaren zitten de mijnbouwondernemingen op dit moment goed in de slappe was. De drie grootste ‘pure-play’-steenkoolproducenten van Australië gingen van een nettoschuld van 1 miljard dollar in 2021 naar 6 miljard dollar aan nettocontanten vorig jaar. Ze hebben het grootste deel van hun langlopende leningen afgelost, dus op dat gebied zijn er geen belangrijke deadlines. ‘Tegenwoordig gaat het niet meer om de vraag “Hoe herfinancier ik mijn schuld?” maar om “Wat doe ik met mijn extra geld?”,’ zegt een financieel directeur van een van hen.

    Inconsequent beleid

    Steenkoolmijnbouwondernemingen kunnen nog steeds geld lenen wanneer dat nodig is. Uit gegevens die de ngo Urgewald verzamelde, blijkt dat ze in de periode 2019-2021 in totaal 62 miljard dollar aan bankleningen hebben verkregen. Japanse bedrijven (SMBC, Sumitomo, Mitsubishi) waren de grootste geldschieters, gevolgd door Bank of China en JP Morgan Chase en Citigroup uit de Verenigde Staten. Europese banken stonden ook in de top-15. In deze periode slaagden mijnbouwbedrijven, voornamelijk uit China, er ook in om voor 150 miljard dollar aan obligaties en aandelen te verkopen, waarvoor Chinese banken vaak borg stonden. En de liquiditeit houdt aan. Urgewald heeft berekend dat in 2022 zestig grote banken in totaal 13 miljard dollar naar de dertig grootste steenkoolproducenten ter wereld hebben gesluisd.

    Dit is mogelijk doordat het beleid van financiële ondernemingen dat steenkool uitsluit verre van consequent is. Vaak treedt dat beleid pas in 2025 in werking. In sommige gevallen geldt het alleen voor nieuwe klanten. In andere is financiering van projecten wel verboden, maar geldt dat niet voor algemene bedrijfsleningen die mijnbouwers kunnen gebruiken om naar steenkool te graven. Beleid dat dergelijke leningen beperkt, geldt vaak alleen voor mijnbouwers die veel van hun inkomsten uit steenkool halen, meestal 25 of 50 procent. Veel grote bedrijven, waaronder Glencore, een Zwitserse grondstoffengigant die 110 miljoen ton per jaar produceert, zitten onder deze percentages.

    Sommige beleidsregels zijn bewust vaag geformuleerd om vrijstellingen mogelijk te maken. Hoewel Goldman Sachs heeft beloofd ‘binnen een redelijk tijdsbestek’ te zullen stoppen met het financieren van thermische steenkoolmijnbouwbedrijven zonder diversificatiestrategie, schijnt de bank leningen te blijven verstrekken aan Peabody, een gigantisch Australisch mijnbouwbedrijf dat vorig jaar 78 procent van zijn inkomsten betrok uit de verkoop van steenkool (wellicht hielp het dat het bedrijf onlangs een bescheiden dochteronderneming op het gebied van zonne-energie heeft opgericht). Van de 426 grote banken, investeerders en verzekeraars die werden beoordeeld door Reclaim Finance, een andere ngo, kan van slechts 26 worden vastgesteld dat ze een beleid voeren dat overeenstemt met een nettonulscenario in 2050. Nog minder van die bedrijven hebben gezegd steenkool volledig te zullen afzweren. De meeste Chinese en Indiase staatsbanken hullen zich op dat gebied in stilzwijgen.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden. Volgens analisten helpt dit de bestaande mijnen om tot begin 2030 aan de vraag te voldoen. Pas dan kan er sprake zijn van een crisis in de steenkoolsector. Westerse banken, die hun beleid vaak om de zoveel tijd evalueren, zullen de duimschroeven langzaam maar zeker aandraaien. Het huidige gebrek aan nieuwe projecten – de derde schakel in de keten – betekent dat er mogelijk niet genoeg nieuwe voorraad is wanneer oude mijnen stoppen met produceren.

    Hoewel het steeds moeilijker is om nieuwe projecten gefinancierd te krijgen, is er nog altijd geld beschikbaar. Westerse banken trekken zich terug, maar andere spelers dringen zich op de voorgrond. Westerse mijnbouwers zijn al jaren zuinig met kapitaalinvesteringen. Nadat ze in het eerste decennium van deze eeuw een hoop hadden uitgegeven, leden velen onder de prijsdalingen halverwege de jaren tien. En al boeken ze nu weer flinke winsten, dan nog kopen de grote jongens liever concurrenten op, heropenen ze oude mijnen of geven ze kapitaal terug aan aandeelhouders dan dat ze nieuwe ondernemingen in het leven roepen. Het investeringsklimaat is het schraalst in de steenkoolsector. Een mijn vanaf de grond opbouwen kan meer dan tien jaar duren. En ook het verkrijgen van vergunningen, die in het Westen steeds vaker worden geweigerd, is een uiterst tijdrovende zaak.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels. Vorig jaar moest Adani Group, een Indiaas bedrijf dat het beheer voert over Carmichael, een enorme kolenmijn in aanbouw in Queensland, uit eigen zak 500 miljoen dollar aan obligaties herfinancieren die het voor het project had uitgegeven. Sommige opportunistische fondsen zullen blijven mikken op sappige winsten, vooral in geval van prijsstijgingen. De eerste diepe steenkoolmijn die in decennia in Groot-Brittannië is gegraven, is uiteindelijk eigendom van EMR Capital, een investeringsfirma die is opgericht op de Kaaimaneilanden. Peter Ryan van Goba Capital, een soortgelijk bedrijf in Miami, verwacht dat de kolenactiva van zijn bedrijf tegen 2030 verachtvoudigd zullen zijn.

    Hardnekkige grondstof

    In Azië is de situatie anders. Banken blijven behulpzaam. Beleggers zijn begonnen nieuwe mijnen in eigen land te steunen. Familiefondsen, die zijn opgericht om het fortuin van de rijken te beleggen, zijn geïnteresseerd. Elke zakelijke dynastie in Indonesië, waar mijnbouw de ruggegraat van de economie vormt, moet steenkool bezitten, zegt een handelaar. In India doen obscure vastgoedfirma’s biedingen op land waar steenkool valt te winnen. Uiteindelijk zouden bedrijven uit deze landen mijnen kunnen aanleggen in het buitenland, gevolgd door banken, maar Chinese uitstapjes in het Westen zullen zeldzaam blijven; Indiase en Indonesische bedrijven, die al een samenstel van steenkoolactiva in Australië bezitten, zullen hun voetafdruk echter ongetwijfeld vergroten.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren

    En dus zal de steenkolenmarkt er in de jaren dertig heel anders uitzien. ‘Van eigendom en exploitatie tot financiering en consumptie: steenkool wordt een grondstof voor opkomende markten,’ zegt een mijnbouwondernemer. De prijzen blijven hoog door aanvoerbeperkingen, maar de groep exporteurs die hieraan goud geld verdient, zal krimpen. Colombia en Zuid-Afrika, die Europa bedienen, verliezen hun afzetmarkt. Rusland zal het moeilijker krijgen om naar China te verschepen. Alle drie zullen ze minder steenkool exporteren voor minder geld. Australië zal critici sussen door zich te concentreren op de efficiëntste steenkool; dan kan het land minder exporteren maar hogere prijzen berekenen. Indonesië zou de toonaangevende exporteur kunnen worden, zoals Saoedi-Arabië dat nu is voor olie. Het zal meer van zijn basissteenkool verkopen, vaak voor meer geld.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren. Rond de jaren veertig kan de vraag voorgoed uitdoven, ten gunste van hernieuwbare energiebronnen. Maar zelfs dan houden sommige landen hun opties open. Stel dat er nog eens een energiecrisis komt. ‘Dan zal steenkool, die grondstof die niemand wil, de grondstof zijn die we wel weer moeten gebruiken,’ zegt een grote handelaar die Azië bedient. ‘Dat zou weleens een eeuwigdurend kenmerk van steenkool kunnen zijn.’

    Lees ook:

  • Wetenschappers luiden noodklok over klimaatverandering

    Wetenschappers luiden noodklok over klimaatverandering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Xi en Poetin bespreken Chinees vredesplan voor oorlog in Oekraïne

    » Biden gebruikt voor het eerst zijn veto om Republikeinse wet te blokkeren

    ‘Kom nu in actie of het is te laat’, aldus IPCC-rapport

    Wetenschappers hebben een ‘laatste waarschuwing’ afgegeven over de klimaatcrisis, nu de stijgende uitstoot van broeikasgassen de wereld tot op de rand brengt van onherstelbare schade, die alleen door snelle en drastische maatregelen kan worden afgewend, schrijft The Guardian.

    De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC), bestaande uit ’s werelds meest vooraanstaande klimaatwetenschappers, heeft maandag het laatste deel van zijn zesde evaluatierapport gepubliceerd. Honderden onderzoekers hebben acht jaar gewerkt aan dit uitgebreide overzicht van de menselijke kennis over de klimaatcrisis. Het rapport beslaat duizenden pagina’s, maar komt neer op één boodschap: ‘kom nu in actie of het is te laat’, aldus de Britse krant.

    Extreem weer als gevolg van klimaatverandering heeft in alle regio’s geleid tot meer doden door toenemende hittegolven, de verwoesting van miljoenen levens en huizen door droogte en overstromingen, een hongersnood waar miljoenen mensen onder lijden en ‘in toenemende mate onomkeerbare verliezen’ in vitale ecosystemen, zo valt te lezen in het rapport.

    Het is niet meer de vraag of de de wereldwijde temperatuurstijging de grens van 1,5 graden zal overschrijden

    Volgens Kaisa Kosonen, klimaatdeskundige bij Greenpeace International, is ‘dit rapport absoluut een laatste waarschuwing om een mondiale temperatuurstijging van 1,5 graden Celsius te voorkomen. Als regeringen gewoon doorgaan met hun huidige beleid, zal het resterende koolstofbudget opgebruikt zijn vóór het volgende IPCC-rapport’, dat in 2030 verschijnt.

    Voor Peter Thorne, de directeur van het Icarus Klimaatonderzoekscentrum van de Maynooth-universiteit in Ierland, is het niet meer de vraag of de wereldwijde temperatuurstijging volgend jaar de grens van 1,5 graden zal overschrijden. ‘We zullen, bijna ongeacht het gegeven uitstootscenario, in de eerste helft van het volgende decennium 1,5 graden bereiken. De echte vraag is of onze collectieve keuzes betekenen dat we stabiel rond de 1,5 graden blijven hangen of door de 1,5 graden heen knallen, 2 graden bereiken en zo doorgaan.’

    Lees ook:

  • Europa legt het af tegen de Verenigde Staten in de strijd om kernfusie

    Europa legt het af tegen de Verenigde Staten in de strijd om kernfusie

    Kernfusie zou binnen enkele decennia kunnen uitgroeien tot een onuitputtelijke bron van schone energie. Maar de veelbelovendste projecten voor deze nieuwe manier van kernenergie opwekken lijken allemaal naar de Verenigde Staten te trekken.

    De resultaten die het Amerikaanse Lawrence Livermore National Laboratory (LLNL) boekt met kernfusie hebben ook Europa opgeschrikt. De doorbraak in de VS houdt namelijk evengoed een boodschap in voor ons: we kunnen ons beter richten op experimenteren en participeren dan op verbieden en stopzetten. Zodat de ‘toekomst van energie’ ook made in EU zal zijn.

    Het criterium is de dynamiek in de VS. Daar is kernfusie een zaak voor het allerhoogste niveau. President Joe Biden zette de technologie in maart van dit jaar centraal op een topbijeenkomst van onderzoekers, ondernemers, ambtenaren en politici in het Witte Huis. Zijn regering deelt de waarneming van veel wetenschappers en zakenlieden dat kernfusie na tientallen jaren weleens vlak voor een doorbraak zou kunnen staan.

    ‘Wanneer de geschiedenisboeken over de fusietechnologie eenmaal geschreven zijn, zullen de achter ons liggende twaalf maanden worden gezien als een keerpunt waarop duidelijk werd dat de fusietechnologie zich uit de laboratoria naar de markt gaat bewegen’, schrijft de Fusion Industry Association in haar in juli verschenen jaarverslag 2022.

    Zonnevuur

    Anders dan bij kernsplitsing draait het bij kernfusie om het samensmelten van atoomkernen van een stof tot de kern van een andere stof. Uit waterstof wordt helium gemaakt. Een proces dat in de natuur op deze wijze alleen in sterren zoals de zon voorkomt. Daarom wordt bij kernfusie ook wel van zonnevuur gesproken. Deze vorm van kernenergie geldt als schoon, klimaatneutraal en vrijwel onuitputtelijk.

    ‘Het publieke onderzoek heeft veel tijd en weinig geld, de industrie veel geld maar weinig tijd’

    En dus hebben de VS grote plannen: binnen de komende tien jaar moeten in het hele land diverse fusiepilotcentrales met uiteenlopende grootte en technologie van de grond komen. De voortekenen zijn gunstig. Enerzijds maakt de wetenschap grote vorderingen en pompt de regering veel geld in onderzoek. Zo accordeerde het Congres onlangs een programma van 713 miljoen dollar voor onderzoek en bouw, waarvan 50 miljoen voor public-privatepartnership. De klimaatmaatregelen uit de Inflation Reduction Act voegen daar nog eens een geldstroom van honderden miljoenen voor fusieprojecten aan toe. Anderzijds zijn de VS ook het land van de vrije markt – en die zet er vaart achter. De Duitse hoogleraar natuurkunde, laseronderzoeker en oprichter van de Duits-Amerikaanse fusiestart-up Focused Energy Markus Roth zegt: ‘Het publieke onderzoek heeft veel tijd en weinig geld, de industrie veel geld maar weinig tijd.’ Bij het omzetten van de resultaten van fundamenteel onderzoek in praktische toepassingen staan de Amerikanen met hun pragmatische aanzet ook in het geval van kernfusie aan de top. 

    Van de drieëndertig bedrijven wereldwijd die werken aan de ontwikkeling van bruikbare kernfusietechnologieën zijn er eenentwintig gevestigd in de VS. Technologiemiljardairs met ook maar een beetje gevoel van eigenwaarde permitteren zich investeringen in een kernfusiestart-up. Of het nu om Jeff Bezos gaat, Bill Gates, Peter Thiel, John Doerr, George Soros, Dustin Moskovitz (Facebook) of Reid Hoffman (LinkedIn) – ze doen allemaal mee. Over de hele wereld hebben kernfusie-ondernemingen dit jaar 4,74 miljard dollar aan kapitaal van private investeerders aangetrokken. De grootste onder hen kunnen terugvallen op comfortabele kapitaalreserves. Commonwealth Fusion, dat in 2018 als spin-off van het Massachusetts Institute of Technology ontstond, wist dankzij Gates, Doerr en Salesforce-oprichter Marc Benioff ruim 2 miljard dollar binnen te halen. Het door Thiel en Moskovitz gesteunde Helion verzekerde zich van 2,2 miljard dollar.

    Tegenvallers

    In de zomer leverde behalve Google en Chevron ook het Japanse Sumitomo Corp een bijdrage aan de financiering van de Amerikaanse start-up TAE Technologies. Het wil op industriële schaal fusiereactoren fabriceren en die vanaf 2030 aansluiten op de elektriciteitsvoorziening. Google is al sinds 2014 bij het bedrijf betrokken en voorziet het van computertechnologie en kunstmatige-intelligentiesystemen.

    En in Europa? Wie zijn oor te luisteren legt stuit allereerst op het mammoetproject ITER in Zuid-Frankrijk. De oorsprong ervan gaat terug tot de tijd van de Koude Oorlog. Een gigantisch project dat zich echter al lange tijd voortsleept. Nog altijd zijn Europeanen, Amerikanen, Russen en Chinezen betrokken bij de bouw van de testreactor. Anders dan het project aan het Lawrence Livermore werkt ITER niet op basis van laser- maar van magneettechnologie. Een tot 100 miljoen graden Celsius verhit plasma wordt door magneten vrij zwevend in de lucht gehouden om via een complex procedé waterstof samen te smelten tot helium. Bij ITER is telkens weer sprake van tegenvallers. Ook liepen de kosten geregeld uit de hand. De reactor is sinds 2007 in aanbouw en moet halverwege dit decennium klaar zijn, in het komende decennium een kernfusie tot stand brengen en vanaf 2050 in serie kunnen worden geproduceerd.

    ‘Revolutionair’ en ‘bemoedigend’ noemt ITER de resultaten uit de VS. Maar qua commerciële toepasbaarheid ziet men daar nog altijd meer in de eigen opzet. Andere projecten, ook in Europa, beloven sneller te leveren dan ITER. Naast de eveneens op magneettechnologie gebaseerde en met publiek geld gefinancierde projecten Jet in Engeland, Wendelstein 7-X en Asdex in Duitsland spelen met Marvel Fusion en Focused Energy ook twee Duitse start-ups een vooraanstaande rol op het wereldwijde fusietoneel.

    Ook het Münchense Marvel Fusion sluit niet uit een geplande demonstrator in de VS te bouwen

    Zij maken gebruik van de laseropzet en zitten met hun methodiek dicht bij wat de Amerikanen bij het LLNL doen. ‘Dat is een fantastisch resultaat,’ zegt Markus Roth, hoogleraar natuurkunde aan de TU Darmstadt en oprichter van Focused Energy. ‘Het laat zien dat we op de goede weg zijn.’ Roth werkte enkele jaren bij het Lawrence Livermore en trekt voor zijn start-up nu een hele reeks toponderzoekers aan, onder wie twee wetenschappers van het LLNL.

    Zijn team werkt momenteel aan de ontwikkeling van een klein proef- en een wat groter teststation. De standplaats van het proefstation wordt Texas, terwijl het teststation mogelijk in Darmstadt komt. Wel heeft Washington al duidelijk zijn interesse in dit tweede station laten blijken en nodigde het deze zomer vertegenwoordigers van de start-up uit in het Witte Huis. Aan het eind van dit decennium wil het team van Roth beide stations operationeel hebben. De kosten daarvan kunnen al met al oplopen tot meer dan 2 miljard euro.

    Ook het Münchense Marvel Fusion sluit niet uit een geplande demonstrator in de VS te bouwen. Sinds de oprichting hebben de Münchenaren tot nog toe 65 miljoen euro bijeengebracht – volledig privaat kapitaal, zoals directeur ir. Heike Freund benadrukt. Zij hoopt voor operationalisering nu ook op politieke rugwind uit Europa, waar de publieke investeringen zich tot nog toe vooral concentreerden op ITER, met bouwkosten die tot 45 procent worden betaald door de EU. De start-up werkt samen met concerns als Trumpf, Siemens Energy en Thalens. Om binnen een termijn van ongeveer tien jaar fusiereactoren in serie te kunnen fabriceren, moeten er nog heel wat stappen worden gedaan.  

    Verwijzend naar het Roemeense Magurele (waar momenteel een sterke laserinstallatie van de grond komt) en de gigantische behoefte aan schone en betrouwbare energie geloven ze zowel bij Marvel Fusion als bij Focused Energy in Europa’s potentieel. ‘Het zal er niet vandaag of morgen zijn, maar als wij nu niet investeren, zal het er over tien jaar ook niet zijn,’ aldus Freund.

    Lees ook:

  • Datacenters Duitse overheid moeten duurzamer worden

    Datacenters Duitse overheid moeten duurzamer worden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Lula wordt opnieuw president van Brazilië ‘dat niet meer hetzelfde is’

    » VS: grootschalige fraude met corona-uitkeringen

    Nog niet een op de drie datacenters draait op duurzame energie

    Klimaatbescherming en digitalisering zijn twee centrale doelstellingen van de federale regering in Duitsland. Maar de huidige coalitie worstelt met de combinatie van die twee. Zo worden de datacentra van de federale overheid op een veel minder milieuvriendelijke manier beheerd dan de faciliteiten van internetgiganten als Google, Microsoft of Amazon. Dat blijkt uit antwoorden van de regering op vragen in de Bondsdag door leden van Die Linke, aldus Freie Presse.

    Nog niet een op de drie datacenters van de federale overheid draait op elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. Ter vergelijking: wereldwijd gebruikt zo’n 66 procent van de datacentra van Google hernieuwbare energie. In Duitsland behaalde het bedrijf sinds begin 2022 zelfs een aandeel van 80 procent. 

    In haar antwoord op de vragen belooft de Duitse regering dat het gebruik van duurzame energie binnen afzienbare tijd sterk zal verbeteren. Zo zal de elektriciteit voor federale instanties eind 2024 volledig moeten worden gedekt door hernieuwbare energie, ook in de datacentra.

    Lees ook:

  • In de strijd tegen klimaatverandering is fatalisme uit den boze

    In de strijd tegen klimaatverandering is fatalisme uit den boze

    Het valt niet meer te ontkennen: watertekorten, natuurbranden, een stijgende zeespiegel en extreem weer staan voor ieders deur. Strijdbaarheid is de sleutel, beweren klimaatactivisten. Wanhoop en verlamming slaan pas toe als we denken dat er niets meer aan te doen is.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week was het weer zover: klimaatactivisten gooiden soep over een schilderij om aandacht te vragen voor de klimaatverandering. Dit keer was de Mona Lisa de klos. Verder vonden er boerenprotesten plaats naar aanleiding van het plan van de EU om boeren meer milieuregels op te leggen.

    Wat men ook van zulke acties vindt, één ding is zeker: er is dringend actie nodig om een dramatische ontwikkeling van het klimaatprobleem af te wenden, aldus David Wallace-Wells in zijn boek De onbewoonbare aarde, dat ruim vier jaar geleden uitkwam. Het boek schetst niet alleen rampzalige klimaatscenario’s, maar wijst ook een oplossing aan: tijdig actie ondernemen en niet bij de pakken neerzitten.

    De onbewoonbare aarde, het nieuwe boek van David Wallace-Wells over de gevolgen van klimaatverandering voor de mens, begint met de zin: ‘Het is erger dan je denkt, veel erger.’ Steden waar de extreme hitte het asfalt doet smelten en spoorlijnen kromtrekken. Grote delen van de aarde die na vijf graden opwarming continu met droogte kampen. En als de zeespiegel maar zes meter stijgt – een optimistisch scenario – komen gebieden waar nu 375 miljoen mensen wonen onder water te staan. Sommige van zijn apocalyptische verhalen zijn geen toekomstvoorspellingen, maar komen uit het recente verleden: eind 2018 grepen de bosbranden in Californië zo snel om zich heen dat evacués ‘langs exploderende auto’s moesten rennen terwijl hun schoenen aan het smeltende asfalt bleven plakken’.

    De grote lijnen van het door Wallace-Wells geschetste beeld kunnen geen verrassing zijn voor iedereen die een beetje heeft opgelet. We stevenen af op – of bevinden ons eigenlijk al in – een tijdperk van watertekorten, natuurbranden, een stijgende zeespiegel en extreem weer. Wanneer zou de stad waar ik woon onder water lopen? Waar moet ik dan gaan wonen? Waar moeten mijn toekomstige kinderen wonen? Moet ik wel kinderen willen?

    Bosbrand nabij Paradise in Californië, november 2018. De brand bestreek een gebied van 45.000 hectare – zo’n 20.000 voetbalvelden – en was de dodelijkste bosbrand ooit in de Amerikaanse staat. © The Washington Post /  Getty Images
    Bosbrand nabij Paradise in Californië, november 2018. De brand bestreek een gebied van 45.000 hectare – zo’n 20.000 voetbalvelden – en was de dodelijkste bosbrand ooit in de Amerikaanse staat. © The Washington Post / Getty Images

    Maar Wallace-Wells benadrukt ook dat fatalisme uit den boze is. In een radio-interview op National Public Radio zei hij dat ‘elke honderdste graad opwarming verschil maakt’: we kunnen de opwarming niet volledig ongedaan maken, maar we hebben nog wel in de hand of het uitloopt op een toekomst die apocalyptisch is of ‘alleen maar beroerd’.

    Enkele jaren geleden vroeg ik de klimaatactivist en schrijver Bill McKibben al eens hoe hij erin slaagde niet depressief te raken van al dat denken over de klimaatverandering. Hij zei dat strijdbaarheid de sleutel is. De wanhoop slaat pas toe als je denkt dat er niets meer aan te doen is. ‘Dit is de belangrijkste strijd in de geschiedenis van de mensheid, een strijd waarvan de uitkomst zal nagalmen op de geologische tijdsschaal, en die strijd moet nu worden geleverd,’ zei hij.

    Mentale blokkades

    In 2008 en 2009 zette de American Psychological Association (APA) een werkgroep op om de relatie tussen psychologie en klimaatverandering te onderzoeken. De uitkomst was dat mensen klimaatverandering wel belangrijk vonden, maar ‘geen gevoel van urgentie’ hadden. De werkgroep beschreef verschillende mentale blokkades die aan deze genoegzaamheid bijdroegen: onzekerheid over de ernst van de klimaatverandering, argwaan jegens de wetenschap en ontkenning van het menselijk aandeel in het probleem. Ondervraagden hadden de neiging de gevaren te bagatelliseren en te denken dat er nog genoeg tijd was om veranderingen door te voeren voordat de gevolgen echt merkbaar zouden worden.

    Tien jaar later lijkt deze manier van denken al iets uit een ver verleden. Maar twee door de werkgroep beschreven mechanismen die mensen ervan weerhouden om in actie te komen, spelen nog steeds een cruciale rol: de macht der gewoonte en een gevoel van machteloosheid. ‘Ingesleten gedragspatronen zijn bijzonder moeilijk te veranderen’, schreef de werkgroep. ‘Mensen denken dat wat zij zelf doen nooit veel kan uithalen, dus doen ze maar niets.’

    29% van de respondenten van een onderzoek uit 2018 is verontrust als het gaat om klimaatverandering

    Ook Wallace-Wells schrijft in zijn boek dat ‘we ons het beste [lijken] te voelen bij een houding die wordt gekenmerkt door machteloosheid’. Nu de ernst van het klimaatprobleem steeds minder wordt betwijfeld, maken ontkennende reacties plaats voor al even verlammende gevoelens van paniek, angst en berusting. We beginnen de enorme gevaren van de klimaatverandering inmiddels aan den lijve te ondervinden en, zoals een psycholoog het tegen mij uitdrukte, ‘dan belanden we op het terrein van de psychologie, of we het leuk vinden of niet.’

    John Fraser is een klimaatpsycholoog die zich heeft verdiept in burn-out en trauma’s bij mensen die zich inzetten voor het milieu. ‘We moeten meer doen dan mensen alleen maar de stuipen op het lijf te jagen met gruwelverhalen,’ zegt hij. Reacties op de klimaatverandering worden vaak beschreven als een breed spectrum, variërend van ontkenning en verdringing aan de ene kant tot grote verontrusting aan de andere.

    En onze verontrusting groeit. In een onderzoek van Yale en de George Mason-universiteit werden Amerikaanse reacties op de klimaatverandering in 2009 onderverdeeld in zes categorieën: verontrusting, bezorgdheid, bedachtzaamheid, verdringing, twijfel en ontkenning. In 2009 toonde 18 procent zich verontrust, in 2018 was dat aantal gestegen tot 29 procent.

    “De eerste stap is het gevoel dat het probleem oplosbaar is”

    Fraser vindt dat je mensen beter kunt stimuleren dan verontrusten en meet zich daarom een onverwoestbaar positieve en oplossingsgerichte houding aan. ‘We zijn erin geslaagd om binnen een paar jaar spoorlijnen door heel Amerika te leggen, en om binnen een paar jaar mensen op de maan te zetten,’ zegt hij. En er zijn volop ideeën voor ambitieuze klimaatoplossingen. Installaties die CO2 uit de lucht halen zijn onmogelijk duur, maar ze bestaan. Sommigen pleiten ervoor om kernenergie weer te stimuleren. Voorstanders van de Green New Deal pleiten tegen de winning en subsidiëring van fossiele brandstoffen en voor drastische uitbreiding van het openbaar vervoer.

    Uit Silicon Valley komen ideeën die meer technologisch dan politiek zijn: woestijnen onder water zetten om er algen te kweken die CO2 opnemen. Of een elektrochemisch procedé waardoor gesteente CO2 gaat opnemen. Naar mogelijke oplossingen wijzen is volgens Fraser de beste manier om over milieuproblemen te praten. ‘We moeten de hoop aanjagen,’ zegt Fraser. ‘De eerste stap naar een gezonde reactie is het gevoel dat het probleem oplosbaar is.’

    ‘Is het goed om doodsbang te zijn? Nee,’ zegt hij, ‘want dan blokkeer je alleen maar.’

    Gezonde reactie

    Margaret Klein Salamon, die na haar opleiding als klinisch psycholoog een actiegroep voor klimaatbewustwording heeft opgericht, is het daar helemaal niet mee eens. Volgens haar werkt angst niet verlammend, maar is het een noodzakelijke emotie die mensen helpt gevaren te onderkennen en in actie te komen. En gezien de huidige toestand van de aarde is grote angst niet meer dan logisch. ‘Het is belangrijk om bang te zijn voor dodelijke bedreigingen. Dat is een gezonde reactie,’ zegt ze. Volgens haar moeten mensen eerst van de omvang van het probleem zijn doordrongen, voordat ze worden geprikkeld tot verantwoord gedrag en de mentale vruchten kunnen plukken van het ‘leven met klimaatwaarheid’.

    Salamon, zelf een kind van psychiaters, noemt therapie ‘een beetje een familiebedrijf’ en werkt aan een zelfhulpboek over het onderwerp, getiteld Transform Yourself with Climate Truth. Volgens haar is het niet zo gek dat mensen de waarheid over de klimaatcrisis niet aankunnen en allerlei afweermechanismen ontwikkelen. Ga maar na: wat wij nu nog een hittegolf noemen, is over twintig jaar waarschijnlijk de normale temperatuur.

    In 2045 zullen meer dan 300.000 Amerikaanse woningen aan de zee ten prooi zijn gevallen. In 2100 zal alleen al in Amerika voor 1 biljoen dollar aan vastgoed verloren zijn gegaan. Hoe meer CO2 er in de lucht komt, hoe meer suiker en hoe minder andere voedingsstoffen er in gewassen zitten: in 2050 is groente een soort junkfood. En alles wat slecht is voor het klimaat, valt voor een groot deel samen met onze materialistische versie van een fijn leven: vlees, vliegreizen, airco. ‘Het hoort bij het menselijk bestaan dat we geregeld met tegenstrijdige belangen kampen.

    In 2045 zullen meer dan 300.000 Amerikaanse huizen ten prooi zijn gevallen aan de zee

    Daaruit ontstaan onze afweermechanismen,’ zegt Salamon. Ze houdt af en toe een telefonisch spreekuur waarop mensen kunnen inbellen om te praten over klimaatverandering en klimaatactivisme. Dan komen er allerlei emoties naar boven: schaamte en schuldgevoel, verdriet, paniek, machteloosheid en zelfs een soort ‘vrolijke vernielzucht’ bij mensen die boos zijn dat hun waarschuwingen zijn genegeerd. Salamon vindt het belangrijk dat we ook leren met de klimaatverandering om te gaan als een persoonlijk en emotioneel verschijnsel, niet alleen als wetenschappelijk fenomeen. Iedereen moet kunnen rouwen om zijn of haar toekomst, zegt ze, omdat die er anders zal uitzien dan we hadden gedacht. Met meer droogte en overbevolking, meer gevaar en minder luxe.

    In oktober 2017 nam Wallace-Wells op de jaarlijkse conferentie van de Society of Environmental Journalists deel aan een paneldiscussie getiteld ‘Doem-denken: ethiek en doelmatigheid van de berichtgeving over doemscenario’s’. Daarin kwamen grofweg dezelfde twee keuzes aan bod: je lezers bang maken of hoop bieden. Wallace-Wells koos heel duidelijk voor het eerste en verwees daarbij naar iets wat de schrijver Ta-Nehisi Coates tegen hem had gezegd: ‘Dat mensen hoop nodig hebben, mag geen reden zijn om ze niet de waarheid te vertellen.’ Bovendien kan angst ook nuttig zijn, zei Wallace-Wells: de dreiging van gegarandeerde wederzijdse vernietiging dreef wereldleiders ertoe een eind te maken aan de Koude Oorlog, en uit angst voor kanker stoppen mensen met roken. ‘Het is iets te simplistisch om te denken dat alles wat eng is meteen ook verlammend werkt, en ik vind het ook een beetje betuttelend,’ zei hij.

    Verzoenen

    Ook in het panel zat de psycholoog en communicatiedeskundige Renee Lertzman, die het tijd vond om ‘korte metten te maken met de valse tegenstelling’ tussen vrees en hoop, of tussen waarheid en optimisme. Het probleem van de doemscenario’s is volgens haar niet per se dat ze beangstigend zijn, maar dat ze bijna als een film aan ons voorbijtrekken: we worden buiten de actie geplaatst en in de ‘politiek neutraliserende’ positie gemanoeuvreerd van ‘geprikkelde, opgehitste, bange toeschouwers’. In haar boek Environmental Melancholia schrijft ze dat onverwerkte rouwgevoelens over de ecologische verwoesting eraan bijdragen dat mensen niet in actie komen tegen de klimaatproblemen.

    Dit ‘gestolde, onvolgroeide rouwproces’ werkt verlammend, schrijft ze. Lertzman vindt dat we over het klimaat moeten praten op een manier die mensen de ruimte geeft hun gevoelens te verwerken of althans onder ogen te zien. Alleen al door in het begin van het gesprek ruimte te laten voor een simpele verzuchting als ‘God, wat heftig’, zegt Lertzman, ‘maak je een heleboel energie vrij om te kunnen doorpakken naar een oplossingsgerichtere houding’. Het is een gangbare tactiek in de psychologie: eerst erkennen hoe moeilijk iets is, om er vervolgens dieper in te duiken. Het doet mij denken aan de tact van een goede arts die een nare boodschap moet brengen.

    Er zijn volop ideeën voor ambitieuze klimaatoplossingen

    Maar volgens Lertzman is het nog lastiger: omdat we zelf schuld dragen aan de klimaatcrisis, is het meer alsof je een nare diagnose te horen krijgt die het resultaat is van je eigen leef-gewoontes. Je krijgt niet alleen een sombere toekomst te verhapstukken, maar ook nog je eigen aandeel daarin. ‘We moeten ons ermee verzoenen dat onze manier van leven niet meer houdbaar is, en dat we zelf het roer moeten omgooien,’ zegt ze.

    ‘Wat heel goed werkt, is mensen het gevoel geven dat je ze uitnodigt en stimuleert om deel te nemen aan iets constructiefs, en ze een veilige sfeer bieden om te verwerken hoe ingrijpend het allemaal is,’ zegt Lertzman. Dat sluit aan bij Bill McKibbens advies dat activisme de enige remedie tegen klimaatangst is. Susan Clayton, hoogleraar sociale psychologie en milieustudies (en tien jaar geleden lid van de hierboven genoemde APA werkgroep over klimaatverandering), zegt ook zoiets: gezamenlijke inspanningen ten bate van het klimaat zijn volgens haar ook heilzaam voor de geest. ‘Het is net zoiets als bij de burgerrechtenbeweging,’ zegt ze. ‘Je samen ergens voor inzetten geeft kracht en bevestiging.’

    Kinderachtig

    In een indringend essay op de website Medium stelt Mary Annaïse Heglar, werkzaam bij de milieuorganisatie Natural Resources Defense Council, dat de klimaatbeweging nog veel van de burgerrechtenbeweging kan leren. Klimaatverandering mag dan misschien de eerste existentiële bedreiging vormen voor de hele mensheid, de Verenigde Staten vormen al eeuwenlang een existentiële bedreiging voor zwarte mensen. Over het doelbewuste geweld in de tijd van de segregatie schrijft ze: ‘Probeer te begrijpen hoe overweldigend en onontkoombaar dat toen moet hebben gevoeld. Besef dat er geen einde in zicht was. (…) Als zij kinderen op de wereld zetten, vreesden ze ook altijd voor hun toekomst.’

    De bosbranden en overstromingen van ons veranderende klimaat zijn in de geschiedenis misschien nooit eerder voorgekomen, maar de dreiging van totale vernietiging wel: Wallace-Wells en Salamon noemen allebei het voorbeeld van hun voorouders, die de Holocaust hebben meegemaakt. Zo bezien is het niet alleen onhoudbaar maar ronduit kinderachtig om te vervallen in het soort stille klimaatontkenning waarbij je het fenomeen niet zozeer ontkent, als wel je kop ervoor in het zand steekt omdat het zo akelig is om over na te denken. Zoals Heglar schrijft: ‘Tegen zoiets vecht je niet omdat je denkt dat je kunt winnen. Je vecht omdat het moet.’

    Halverwege De onbewoonbare aarde geeft Wallace-Wells de ‘moedige lezer’ een schouderklopje dat die zijn boek nog niet heeft weggelegd, ondanks de opsomming van ‘genoeg gruwelen om paniek te zaaien, ook bij de meest optimistische personen’. Zelf had ik een heftige fysieke reactie op het boek: mijn hart begon te bonzen toen ik las welke rampen ons allemaal te wachten staan. De tranen sprongen me in de ogen toen ik zijn tijdlijnen naast die van mijn eigen leven legde, of van mijn eventuele kinderen. Maar al lezend begon het na enkele dagen wel te wennen. Ik kon het steeds beter zuiver verstandelijk lezen, zonder dat meteen mijn vecht-of-vluchtreactie opspeelde. Dat gaf gek genoeg een gevoel van kracht.

    Een Rode Kruis-evacuatiecentrum nabij de Kerk van de Nazarener in het Californische Oroville op 13 november 2018, tijdens massale bosbranden in de Amerikaanse staat. © Getty
    Een Rode Kruis-evacuatiecentrum nabij de Kerk van de Nazarener in het Californische Oroville op 13 november 2018, tijdens massale bosbranden in de Amerikaanse staat. © Getty

    Wallace-Wells schrijft dat de afgelopen eeuw van fossielebrandstofwinning en industrieel kapitalisme een manier van leven mogelijk heeft gemaakt waarvan ik de vruchten pluk. Dat dankzij dit systeem ‘miljarden mensen zich nu tot de middenklasse kunnen rekenen’. Toch is dat systeem toe aan radicale herziening. Moderne mensen hebben de neiging, schrijft hij, om menselijke systemen onaantastbaarder te wanen dan natuurlijke systemen: ‘Daarom komt het idee om het kapitalisme zo te verbouwen dat het uit de grond halen van fossiele brandstof niet meer loont, ons onhaalbaarder voor dan het idee om zwavel de lucht in te blazen, zodat we een rode hemel krijgen en de planeet een paar graden afkoelt.’ En daarom lijkt het misschien makkelijker, schrijft hij, om overal ter wereld fabrieken neer te zetten die CO2 uit de lucht moeten halen dan om gewoon een eind te maken aan de subsidiëring van fossiele brandstof.

    Dat zijn de conflicterende waarheden die we met elkaar moeten verzoenen: dat een leefbare wereld onverenigbaar is met het gebruik van fossiele brandstof, en dat we de wereld waarin wij leven aan fossiele brandstof te danken hebben.

    Het is een hele klus om onze economie te laten afkicken van fossiele energie, maar het is nodig. Het wordt moeilijk, maar niet zo moeilijk als het wordt om het hele scala aan rampen te overleven dat ons te wachten staat als we het niet doen. Dat is wat mij betreft de grote kracht van de manier waarop Wallace-Wells zijn verhaal brengt. We moeten zorgen dat we straks niet om de teloorgang van ons leefbaar klimaat rouwen, maar om het verlies van een eeuw lang argeloos autorijden en onbekommerd ontbossen, van de jaren van onbeperkt vlees eten en goedkoop vliegen en de gigantisch economische groei die daardoor mogelijk werd.

    Hervorming van de fossiele economie zal een groot offer vergen, maar dat zinkt in het niet bij de offers die het alternatief met zich meebrengt. Het zal op allerlei hindernissen stuiten: de moeizaamheid van collectieve actie, wetenschappelijke onzekerheid, technologische uitdagingen, politieke mobilisatie en tal van andere problemen. Maar als je het niet doet, word je stapelgek.

    Rachel Riederer is redacteur van The New Yorker en schrijft voornamelijk over klimaatverandering, milieu en natuur.