Tag: Klimaatpopulisme

  • ‘Het is tijd voor een nieuw klimaatpopulisme’

    ‘Het is tijd voor een nieuw klimaatpopulisme’

    Journalist Andy Beckett betoogt dat het tijd is ’om te laten zien met welke puinhoop de superrijken ons en de planeet hebben opgezadeld’. Een nieuw klimaatpopulisme moet de egoïstische rol van de rijken benadrukken en hun bevoorrechte positie blootleggen.

    In Groot-Brittannië en ver daarbuiten hebben antimilieuactivisten een nieuw favoriet argument. Omdat ze de klimaatcrisis niet langer kunnen ontkennen, zijn ze van ontkenning overgestapt op klassenstrijd. Nu beweren ze dat milieubeleid en groene innovaties – van elektrische auto’s tot warmtepompen en van lage-emissiezones tot milieubelasting – onbetaalbaar zijn voor de arbeidersklasse en een deel van de middenklasse, maar dat ze desondanks toch worden opgelegd door een onaantastbare elite, bestaande uit politici, bureaucraten en rijke ‘woke kapitalisten’.

    De meeste mensen die deze argumenten in de rechtse media naar voren brengen, hebben zich nooit veel aangetrokken van de financiële problemen van wat ze zo vroom ‘de gewone mensen’ noemen. Maar modern rechts staat erom bekend dat het schaamteloos van koers kan veranderen. Nu de kosten van levensonderhoud zijn gestegen, heeft de antigroene boodschap aan kracht gewonnen.

    Het klimaatpopulisme wint ook aan kracht door een alliantie met sommige superrijken, zoals Rishi Sunak, die extra redenen hebben om zich te verzetten tegen milieubeleid. Vanwege hun frequente vliegreizen, meerdere huizen en overdadige consumptie, hebben ze verreweg de grootste koolstofvoetafdruk, en dus hebben ze het meest te verliezen als hun levensstijl klimaatvriendelijk moet worden. Zij die alleen electorale berekening zien in het antigroene beleid van Sunak, missen bijna zeker diens diepere beweegredenen.

    De opkomst van de democratie vroeg om een meer populair conservatisme. Sindsdien hebben allianties tussen de rijken en sommige angstige, financieel bedreigde groepen uit de arbeidersklasse en middenklasse, het rechtse gedachtegoed in stand gehouden. Deze coalities gebruikten dezelfde basisargumenten tegen noodzakelijke hervormingen als de antigroene beweging nu doet: te hoge kosten en te veel praktische problemen, om maar te zwijgen van de ontwrichtende invloed die verandering op de samenleving heeft. En ondertussen wordt de status-quo hetzij als stabiel en duurzaam afgeschilderd, hetzij als de minst slechte optie.

    Vermijden

    Dergelijke geruststellingen verhullen echter iets belangrijks dat potentieel explosief is: namelijk dat de rijken de klimaatcrisis langer kunnen vermijden dan de rest van ons. Als het in het ene land ondraaglijk warm wordt, kunnen ze gemakkelijker naar een ander land verhuizen. Of ze kunnen zich terugtrekken in privéruimtes met airconditioning. In zijn boek Vertical uit 2016 laat Stephen Graham zien hoe de toenemende segregatie van steden zorgt voor ‘apartheids-atmosferen’: ondergrondse complexen en torens met gezuiverde lucht voor elitebewoners – enclaves die de steeds onaangenamer wordende buitenwereld buitensluiten. Ondertussen zorgen deze moderne kastelen ervoor dat voor alle anderen de wereld onleefbaarder wordt door de warmte die hun airconditioning uitstoot.

    Hoe kan de macht van deze diepgewortelde antigroene lobby worden overwonnen? Milieuactivisten en linkse politici kunnen een stap in de goede richting zetten door een nieuw soort klimaatpopulisme creëren, waarin de rol van de rijken in de klimaatcrisis duidelijker en breder wordt neergezet. ‘Huishoudens met hoog energieverbruik zijn zelden het onderwerp geweest van academische studies of beleidsinitiatieven,’ aldus het tijdschrift Energy Research & Social Science, ‘terwijl juist zij over een enorm potentieel beschikken om hun milieu-impact te verminderen.’ Vorig jaar schreef het tijdschrift Nature Sustainability dat ’s werelds rijkste 1 procent sinds 1990 verantwoordelijk is voor 23 procent van de wereldwijde emissiegroei, terwijl ‘in rijke landen de uitstoot van lage- en middeninkomensgroepen afnam’.

    ’s Werelds rijkste 1 procent is sinds 1990 verantwoordelijk voor 23 procent van de wereldwijde emissiegroei

    Een nieuw groen populisme dat dit egoïsme benadrukt en veroordeelt, kan een wig drijven tussen de meer en minder bevoorrechte delen van de antiklimaatcoalitie. Mensen die zich zorgen maken of ze zich een groener leven kunnen veroorloven, zullen zich dan realiseren hoe weinig ze eigenlijk gemeen hebben met de privéjetklasse. Of zoals een Labour-activist mij half voor de grap voorstelde, na de verkiezingsnederlaag van zijn partij in Uxbridge en South Ruislip vorige maand: belasting op helikopters om een betere sloopregeling te financieren, was een mooiere manier geweest om een ultra-lage emissiezone aan de kiezers te verkopen.

    Sommigen beweren dat de klimaatcrisis te ernstig is om te politiseren. In The Times van vorige week bekritiseerde Keir Starmer ‘degenen op zowel links als rechts die de crisis willen zien als een ideologische identiteitskwestie. In één opzicht heeft hij gelijk. Klimaat is universeel en vraagt om oplossingen op dezelfde schaal: samenwerking binnen en tussen landen in plaats van jarenlange verdeeldheid terwijl de situatie verslechtert.

    Aan de andere kant moeten we wel op een politieke manier naar de klimaatcrisis kijken. Het gaat over hoe een eindige hulpbron – de hoeveelheid uitgestoten koolstof die de planeet kan verdragen – moet worden verdeeld over verschillende belangen. De huidige antigroene beweging is zelden helemaal eerlijk over haar motieven. Het is moeilijk om openlijk te zeggen dat je je niet bekommert om de toekomst van de planeet op de lange termijn omdat je die toch niet meer zal meemaken, of omdat je het profijt op de korte termijn belangrijker vindt. Dus worden er in plaats daarvan respectabel klinkende argumenten aangevoerd over de betaalbaarheid van klimaatbeleid.

    Verzet

    Het verzet tegen dit beleid moet worden gezien voor wat het is: een uiterst politieke poging om de rijken en andere grote uitstoters van koolstof te vrijwaren van het brengen van offers. Publieke figuren van de beweging gaan tekeer tegen groene maatregelen en zijn stiekem misschien wel blij dat een groot deel van de bevolking hun beleid lijkt te steunen. Maar net als tijdens de pandemie worden wij geacht onszelf beperkingen op te leggen en zo te helpen een wereldwijde crisis te bestrijden, terwijl een minderheid onder ons vrolijk feest blijft vieren.

    Om een succesvolle proklimaatpolitiek te creëren, is ook een positief element nodig – een belofte dat het leven in bepaalde opzichten beter wordt met minder uitstoot. De Amerikaanse regering is bezig met het vinden van de juiste manier om dat te zeggen. ‘President Biden ziet klimaatactie als een kans om de [energie]kosten voor alle Amerikanen te verlagen, om goedbetaalde, door vakbonden gesteunde banen voor werknemers te creëren en de cumulatieve effecten van vervuiling op achtergestelde gemeenschappen aan te pakken,’ schreef zijn energieadviseur John Podesta vorig jaar. Het kapitalisme van fossiele brandstoffen is zo schadelijk voor maatschappij en milieu dat het mogelijk moet zijn om kiezers te winnen voor alternatieven.

    Met hetzelfde vertrouwen zal Labour een soortgelijk beleid moeten promoten. Het is vaak moeilijker om doortastend te zijn na een lange periode zonder macht dan wanneer je aan de macht bent. Toch moet de partij zich realiseren dat het afzwakken of uitstellen van klimaatbeleid om een compromis te sluiten met de antigroene lobby een gedoemde exercitie is. Want tegen de tijd dat die lobby heeft geaccepteerd dat een groenere wereld geen extravagantie of complot is maar een noodzaak – als ze dat ooit al zal doen – is het waarschijnlijk al te laat.