Tag: klimaattransitie

  • De toekomst van onze planeet ligt in handen van China

    De toekomst van onze planeet ligt in handen van China

    De CO2-uitstoot in China bereikt binnenkort zijn hoogtepunt om vervolgens af te nemen, maar daarna wordt het pas echt ingewikkeld. Gaat China de planeet redden of vernietigen?

    Hoewel hij op het punt stond om aan een hersentumor te overlijden, had Tu Changwang, een gerespecteerde Chinese meteoroloog, nog één laatste boodschap. Hij had gemerkt dat het klimaat aan het opwarmen was. In 1961 schreef hij in Volksdagblad, een spreekbuis van de Communistische Partij, dat dit de omstandigheden die het leven mogelijk maken, zou kunnen veranderen. Hij dacht toen dat de opwarming onderdeel was van een zonnecyclus die waarschijnlijk op een gegeven moment zou omkeren. Tu had nog niet door dat de klimaatverandering werd veroorzaakt door de CO2 die bij de verbranding van fossiele brandstoffen in de atmosfeer werd gepompt. In hetzelfde nummer stond op een andere pagina een foto van grijnzende mijnwerkers. China was op dat moment bezig met een snelle industrialisatie. Het land wilde de economische achterstand op het Westen inhalen.

    Vandaag de dag is China een industriële grootmacht die meer dan een kwart van de wereldproductie huisvest – meer dan Amerika en Duitsland bij elkaar. Maar die vooruitgang heeft ook een keerzijde: de emissie. In de afgelopen drie decennia heeft China in totaal meer CO2 in de atmosfeer uitgestoten dan welk ander land ook. Volgens de Rhodium Group, een Amerikaans onderzoeksbureau, stoot het land nu jaarlijks meer dan een kwart van alle broeikasgassen ter wereld uit. Dat is ongeveer twee keer zoveel als de Verenigde Staten, dat op de tweede plaats komt (hoewel de Verenigde Staten het per hoofd van de bevolking nog steeds slechter doen).

    In 2015 beloofden regeringen in Parijs op de jaarlijkse klimaattop van de VN dat ze de opwarming van de aarde onder de 2 graden Celsius wilden houden. Als ze dat doel nog willen halen, hangt er dus een hoop van China af. De top van dit jaar (COP28) begon op 30 november in Dubai. China heeft zowel goed als slecht nieuws voor de deelnemers.

    Groeiende vraag

    Het goede nieuws is dat de Chinese emissies binnenkort niet meer zullen stijgen. Sommige deskundigen denken dat de piek dit jaar wordt bereikt. Het is in elk geval min of meer zeker dat die er voor 2030 zal komen, overeenkomstig de Chinese doelstellingen. China bouwt sneller kerncentrales dan welk ander land ook. Het heeft ook enorm geïnvesteerd in hernieuwbare energie: het land beschikt nu over een capaciteit van ongeveer 750 gigawatt aan wind- en zonne-energie. Dat is ongeveer een derde van het wereldwijde totaal. Tegen het einde van dit decennium wil de regering die capaciteit opschalen naar twaalfhonderd gigawatt. Dat is meer dan de totale stroomcapaciteit van de Europese Unie op dit moment. China zal dat waarschijnlijk ruimschoots overtreffen.

    Daarnaast neemt China nog andere maatregelen om de uitstoot te beperken. Er wordt minder koolstofrijk staal en cement geproduceerd. Na decennialang wegen en spoorwegen te hebben aangelegd, geeft de regering minder geld uit aan grote infrastructuurprojecten. De jarenlange uitbreiding van de vastgoedsector is abrupt ten einde gekomen. Dat heeft de economie aan het wankelen gebracht, maar ook tot minder uitstoot geleid. De meeste deskundigen verwachten dat het bbp van China in de toekomst minder snel zal groeien dan aan het eind van de vorige eeuw en het begin van deze eeuw. Met andere woorden: de meest vervuilende fase van China’s ontwikkeling ligt waarschijnlijk achter ons.

    Belangrijker dan de piek is echter wat er daarna gebeurt. China heeft beloofd om de netto uitstoot van broeikasgassen tegen 2060 te beëindigen (oftewel ‘koolstofneutraal’ te worden). Deze doelstelling is veel moeilijker te behalen. Zelfs met al die hernieuwbare energiebronnen leveren vervuilende kolen nog steeds meer dan de helft van China’s energie. Dat is minder dan in 2011, toen het aandeel nog op ongeveer 70 procent lag. De hoeveelheid kolen die China verbrandt, blijft echter toenemen door de stijgende vraag naar elektriciteit. Vorig jaar is er in China een recordhoeveelheid van 4,5 miljard ton steenkool gedolven. Elke week werd de bouw van gemiddeld twee nieuwe kolencentrales goedgekeurd.

    Veel van deze installaties zullen er misschien nooit komen. Bestaande kolencentrales worden steeds minder in gebruik genomen, wat verdere bouw minder noodzakelijk maakt. Maar volgens milieuactivisten en deskundigen is China nog te zeer afhankelijk van kolen om de doelstelling voor 2060 te kunnen halen. Een deel van het probleem is dat het land er simpelweg heel veel van heeft. Steenkool vormt een veilige energiebron voor China, dat maar over weinig olie en gas beschikt. De kolenwinning zorgt voor banen. Het bouwen van een centrale, of die nu nodig is of niet, is bovendien een veelgebruikte methode voor lokale overheden om economische groei te stimuleren.

    Het Chinese elektriciteitsnet is gebaseerd op steenkool. In de centrales waar de kolen verbrand worden, beslissen mensen wanneer ze het vermogen verhogen of verlagen. Maar in het geval van zonne- en windenergie heeft de natuur het voor het zeggen. Het elektriciteitsnet moet dus flexibeler worden. Als er op een bepaalde plek een overschot aan energie is, moet het netwerk in staat zijn om dat op te slaan of te verplaatsen. Anders heeft het voor China geen zin om allemaal nieuwe windmolens en zonnepanelen te plaatsen.

    Bestuurders zijn bang dat klimaatvriendelijk beleid de energiezekerheid van het land zal ondermijnen

    Dergelijke veranderingen moeten in de meeste landen worden doorgevoerd. Volgens David Fishman van de Lantau Group, een energieadviesbureau, is de situatie in China echter uniek. De meeste zonne- en windenergiebronnen van het land bevinden zich in het westen. Maar de energie die ze opwekken is vooral nodig in het oosten, waar de grootste steden liggen. Het is lastig om de energie over zulke lange afstanden te transporteren. Een ander probleem is dat provinciale overheden veel zeggenschap hebben over hun deel van het elektriciteitsnet. Ze zijn voor hun energie niet graag van elkaar afhankelijk. Dus kan een provincie er bijvoorbeeld voor kiezen om een eigen kolencentrale te gebruiken in plaats van een schonere energiebron elders.

    Mensen die zich zorgen maken over de ontwikkelingen in China, wijzen ook op methaan, een krachtig broeikasgas. Sommige landen kunnen hun methaanuitstoot op eenvoudige manieren verminderen, bijvoorbeeld door lekkende gasleidingen te repareren. Maar het meeste methaan uit China komt uit kolenmijnen of wordt geproduceerd door microben in rijstvelden. Het is moeilijk om het probleem op te lossen zonder mijnen te sluiten of de landbouw te veranderen. Daarom weigerde China op de VN-klimaattop in 2021 zich aan te sluiten bij een pact van meer dan honderd andere landen om de wereldwijde uitstoot van methaan tegen 2030 met minstens 30 procent te verminderen. Eerder deze maand zei China wel dat het probleem een thema zou worden in het nationale klimaatplan voor 2035 (dat mogelijk pas over twee jaar wordt gepubliceerd).

    Met het oog op deze problemen moeten Chinese leiders doortastend zijn. Maar het kan dat hun klimaatambities al een grens hebben bereikt. Dat zegt Li Shuo, de nieuwe directeur van de China Climate Hub tegen het Asia Society Policy Institute in New York. Hij denkt dat de regering is afgeschrikt door de stroomstoringen van de afgelopen jaren, veroorzaakt door de stijgende steenkoolprijzen en de droogteperiodes die de winning door waterkracht verstoren. Bestuurders zijn nu bang dat klimaatvriendelijk beleid de energiezekerheid van het land zal ondermijnen. Klimaatactivisten beweren juist dat bepaalde hervormingen het tegenovergestelde effect zouden hebben: denk bijvoorbeeld aan het eerdergenoemde meer flexibele elektriciteitsnet. Li verwacht dat de uitstoot van China niet gaat dalen, maar een plateau gaat bereiken.

    China heeft echter genoeg redenen om het klimaat tot een prioriteit te maken. Enkele van de grootste Chinese steden, waaronder Shanghai, liggen aan de kust en kunnen door de stijgende zeespiegel onderlopen. Het droge noorden heeft een tekort aan drinkwater. En extreme weersomstandigheden eisen nu al hun tol. Vorig jaar steeg het aantal sterfgevallen door hittegolven in China met 342 procent ten opzichte van het historische gemiddelde. Dat blijkt uit een onderzoek dat werd gepubliceerd door medisch tijdschrift The Lancet. Deze zomer hebben overstromingen een groot deel van de tarweoogst in China aangetast.

    Ondertussen is China toonaangevend geworden op het gebied van groene-energietechnologie. De rest van de wereld is grotendeels afhankelijk van Chinese toeleveringsketens voor zonnepanelen en batterijen. Sinds dit jaar is niet langer Japan, maar China de grootste exporteur van auto’s wereldwijd, deels dankzij de Chinese dominantie in elektrische voertuigen.

    Niets laten opleggen

    Er is dus nog wel hoop dat China een welwillende rol zal spelen op de klimaattop in Dubai. Het land heeft de ambitie om de leider te worden van de zogenaamde global south en zal een onderwerp dat in veel ontwikkelingslanden hoog op de agenda staat dus niet zomaar aan de kant schuiven. Optimisten wijzen ook op de ontmoeting in november van Xie Zhenhua, China’s gezant voor het klimaat, en John Kerry, zijn Amerikaanse ambtsgenoot. Ze werden het eens over een aantal kleine stappen. Zo willen ze de samenwerking bevorderen bij projecten om koolstof op te vangen.

    China heeft echter ook duidelijk gemaakt dat het zich niets zal laten opleggen als het gaat om klimaatverandering. Eerder dit jaar herhaalde Xi Jinping dat hij tegen 2030 een koolstofpiek wil bereiken en tegen 2060 koolstofneutraal wil worden. ‘Maar’, zei hij, ‘het pad, de methode, het tempo en de intensiteit waarmee we dit doel bereiken, bepalen we zelf. We zullen ons nooit door anderen laten beïnvloeden.’

  • Klimaatverandering maakt tampons (en veel andere spullen) duurder

    Klimaatverandering maakt tampons (en veel andere spullen) duurder

    Katoenboeren in Texas, de grootste katoenexporteur ter wereld, verloren vorig jaar bijna driekwart van hun oogst door hitte en droogte. Hierdoor steeg wereldwijd de prijs van basisproducten als tampons en luiers. Inflatie wordt zo steeds vaker aangejaagd door klimaatverandering.

    De berekeningen van het ministerie van Landbouw vorige maand toonden een verontrustend resultaat: het jaar 2022 was een ramp voor katoen in Texas, de staat waar de ruwe vezel wordt geteeld om te worden verwerkt in tampons, luiers, gaaskompressen en andere producten voor wereldwijd gebruik.

    Nooit eerder waren de verliezen zo groot. Texaanse boeren raakten 74 procent van hun aangeplante gewassen kwijt – bijna 2,4 miljoen hectare – aan de enorme droogte, die nog werd verergerd door klimaatverandering.

    Door die verliezen steeg de prijs van tampons in de Verenigde Staten het afgelopen jaar met 13 procent en die van katoenen luiers met 21 procent. Watjes van katoen werden 9 procent duurder en verbandgaas 8 procent. Dat ligt allemaal ruim boven de nationale inflatie van 6,5 procent in 2022, aldus gegevens van de marktonderzoeksbureaus NielsenIQ en The NPD Group. Dit voorbeeld laat zien dat klimaatverandering invloed heeft op de kosten van het dagelijks leven, zonder dat consumenten zich dat waarschijnlijk realiseren.

    In Pakistan hebben zware overstromingen de helft van de katoenoogst vernield

    West-Texas is de belangrijkste bron van katoen voor de Verenigde Staten, de derde grootste producent en de grootste exporteur ter wereld. Dat betekent volgens economen dat de ineenstorting van de katoenoogst in West-Texas ook buiten de Verenigde Staten voelbaar zal zijn in winkels over de hele wereld.

    ‘Klimaatverandering is een verborgen aanjager van inflatie,’ zegt Nicole Corbett, vicepresident van NielsenIQ. ‘Naarmate extreem weer gevolgen blijft hebben voor gewassen en productiecapaciteit, zullen de kosten van eerste levensbehoeften blijven stijgen.’

    Aan de andere kant van de wereld, in Pakistan, ’s werelds zesde grootste producent van het zogeheten upland-katoen, hebben zware overstromingen de helft van de katoenoogst vernield. De overstromingen ontstonden deels door klimaatverandering.

    Blik in de toekomst

    Het Texaanse katoen biedt ons een blik in de toekomst. Wetenschappers voorspellen dat de opbrengst in het zuidwesten zal blijven dalen onder invloed van hitte en droogte. Daardoor zullen de prijzen van veel essentiële producten verder stijgen. Volgens een studie uit 2020 is in Arizona de productie van katoen al verminderd en zal in die regio tussen 2036 en 2065 de opbrengst dalen met 40 procent.

    Katoen is ‘een graadmeter’, zegt Natalie Simpson, expert aan de Universiteit van Buffalo in logistiek van toeleveringsketens. ‘Als het weer het gewas destabiliseert, zie je bijna onmiddellijk de gevolgen. Dat geldt overal waar het geteeld wordt. Het aanbod waarvan iedereen afhankelijk is, zal er in de toekomst heel anders uitzien dan nu. Die trend is nu al zichtbaar.’

    Decennialang was de katoenoogst in het zuidwesten afhankelijk van water uit de Ogallala Aquifer, [waterhoudende grondlaag] die onder acht westelijke staten loopt en zich uitstrekt van Wyoming tot Texas. Maar de aanvoer van de Ogallala neemt af, mede als gevolg van klimaatverandering, aldus de 2018 National Climate Assessment, een rapport van dertien federale agentschappen. ‘Grote delen van de Ogallala Aquifer moeten nu worden beschouwd als een niet-hernieuwbare bron,’ aldus het rapport.

    Uit deze regio trokken in de jaren dertig meer dan twee miljoen mensen weg tijdens de Dust Bowl-stofstormen die werden veroorzaakt door ernstige droogte en slechte landbouwpraktijken. John Steinbeck beschreef het trauma in zijn beroemde epos The Grapes of Wrath, over een familie van katoenboeren die uit hun huis in Oklahoma werd verdreven. Mark Brusberg, meteoroloog bij het ministerie van Landbouw, moet de laatste tijd vaak aan deze roman denken. ‘Destijds leidde de Dust Bowl tot een massale migratie van landbouwers. Die trokken weg van een plek waar ze niet langer konden overleven, en bouwden een nieuw leven op,’ zegt Brusberg. ‘We moeten uitzoeken hoe we kunnen voorkomen dat dit opnieuw gaat gebeuren.’

    ‘Dit is een van de slechtste landbouwjaren die ik ooit heb meegemaakt’

    Uiteindelijk leefde de landbouwgrond boven de Ogallala weer op doordat boeren de Aquifer gebruikten om hun akkers te bevloeien. Maar nu hitte en droogte weer zijn toegenomen en de Aquifier slinkt, keren de stofstormen terug, zo blijkt uit de National Climate Assessment. Door klimaatverandering zullen in een groot deel van de Ogallala-regio de komende vijftig jaar de droogteperiodes langer en intenser worden, aldus het rapport. Barry Evans, een vierde generatie katoenboer in de buurt van Lubbock, Texas, heeft geen wetenschappelijk rapport nodig om hem dat te vertellen. Afgelopen voorjaar plantte hij 970 hectare katoen. Hij oogstte er slechts tweehonderd.

    ‘Dit is een van de slechtste landbouwjaren die ik ooit heb meegemaakt,’ zegt hij. ‘We hebben veel van de Ogallala Aquifer verloren en dat komt niet meer terug.’ Toen Evans in 1992 begon met het verbouwen van katoen kon hij ongeveer 90 procent van zijn velden irrigeren met water uit de Ogallala, vertelt hij. Nu is dat nog maar 5 procent en het wordt steeds minder. Hij plant het katoen in wisselteelt met andere gewassen en gebruikt nieuwe technologieën om het beetje kostbare vocht dat uit de lucht valt optimaal te kunnen gebruiken. Maar om zich heen ziet hij dat boeren het opgeven. ‘De achteruitgang van de Ogallala heeft veel mensen doen besluiten vervroegd met pensioen te gaan,’ zegt hij.

    Kody Bessent is algemeen directeur van Plains Cotton Growers Inc., dat boeren vertegenwoordigt die katoen verbouwen op 1,6 miljoen hectare in Texas. Volgens hem zou dat areaal normaal gesproken 4 of 5 miljoen balen katoen moeten produceren. Maar de productie voor 2022 wordt geschat op 1,5 miljoen balen – de kostenpost voor de regionale economie bedraagt daarmee ongeveer 2 tot 3 miljard dollar, aldus Bessent. ‘Dat is een enorm verlies,’ zegt hij. ‘Het is een tragisch jaar.’

    Geconcentreerd

    Anders dan Pima-katoen, een bekendere verwant, is het zogenoemde upland-katoen korter en grover. Het wordt ook veel meer verbouwd en vormt het hoofdbestanddeel van goedkope kleding en basisproducten voor huishouden en hygiëne.

    Upland-katoen wordt ook in de Verenigde Staten het meest geteeld en de oogst is vooral geconcentreerd in Texas. Dat is ongebruikelijk voor zo’n belangrijk handelsgewas. Andere gewassen zoals maïs, tarwe en sojabonen kunnen ook worden getroffen door extreme weersomstandigheden, maar zijn geografisch verspreid, zodat een ingrijpende gebeurtenis slechts een deel van het gewas treft, aldus Lance Honig, econoom bij het ministerie van Landbouw. ‘Daarom heeft deze droogte zo’n grote impact op de nationale oogst,’ vertelt Honig.

    ‘De prijzen zijn torenhoog geworden en dat wordt allemaal doorberekend aan de consument’

    Handelaar Sam Clay van Toyo Cotton Company uit Dallas, die upland-katoen inkoopt bij boeren en verkoopt aan fabrieken, vertelt hoe de tegenvallende oogst hem in het nauw heeft gedreven. ‘De prijzen zijn torenhoog geworden en dat wordt allemaal doorberekend aan de consument.’ Dat heeft hij zelf ook ondervonden. ‘Anderhalf jaar geleden kocht ik zes Wrangler-jeans voor 35 dollar per stuk. Nu betaal ik 58 dollar voor een broek.’

    Ten minste 50 procent van de denim in elke jeans van Wrangler en Lee is geweven van katoen uit de Verenigde Staten, en de kosten van dat bestanddeel kunnen meer dan de helft van het prijskaartje uitmaken, aldus Jeff Frye, onderdirecteur duurzaamheid van Kontoor Brands, dat eigenaar is van beide merken. Frye en anderen die in denim handelen, wijzen echter ook op andere factoren die de prijs hebben opgedreven, zoals het verbod op de invoer van katoen uit Xinjiang, hoge brandstofkosten en de complexe logistiek om materialen te transporteren.

    Persoonlijke verzorgingsproducten zoals tampons en gaasverband zijn het meest gevoelig voor stijgende grondstofprijzen. Dat komt omdat ze weinig arbeid of bewerking vergen zoals verven, spinnen of weven, aldus Jon Devine, econoom bij onderzoeks- en marketingbedrijf Cotton Incorporated.

    De prijs van Tampax, de tampongigant die jaarlijks wereldwijd 4,5 miljard doosjes verkoopt, begon vorig jaar snel te stijgen. In een gesprek in januari over verkoopcijfers zei Andre Schulten, financieel directeur van Procter & Gamble dat Tampax maakt, dat ook hij zich vanwege de stijgende kosten van grondstoffen gedwongen zag de prijzen te verhogen.

    Het zondagse winkelpubliek in een Walmart in Alexandria, Virginia, ontgaan deze stijgende prijzen niet. ‘De prijs van een gewone doos Tampax is gestegen van 9 naar 11 dollar,’ aldus Vanessa Skelton, consultant en moeder van een driejarige. ‘En dat zijn maandelijkse kosten.’

    ‘Er is geen specifiek economisch argument om katoen te verbouwen in West-Texas’

    Volgens katoenboeren kan Washington helpen door de steun te verhogen middels de landbouwwet, die dit jaar door het Congres wordt vernieuwd. Volgens Daniel Sumner, landbouweconoom aan de Universiteit van Californië in Davis, heeft de Amerikaanse belastingbetaler de afgelopen vijf jaar gemiddeld 1 miljard dollar per jaar bijgedragen aan subsidies voor oogstverzekeringen voor de Texaanse katoenboeren.

    Boeren zoals Evans zeggen meer geld te willen voor rampenbestrijdingsprogramma’s om de gevolgen van de toenemende droogte op te vangen, en voor bodembedekkende gewassen die het vocht vasthouden. Ze hopen ook dat de vooruitgang in genetisch gemodificeerde zaden en andere technologieën kan helpen het Texaanse katoen in stand te houden.

    Maar volgens sommige economen heeft het misschien geen zin om een gewas te blijven subsidiëren dat bij opwarming van de aarde in een aantal regio’s niet langer levensvatbaar is. ‘Sinds de jaren dertig zijn overheidsprogramma’s fundamenteel voor de katoenteelt,’ zegt landbouweconoom Sumner. ‘Maar er is geen specifiek economisch argument om katoen te verbouwen in West-Texas nu het klimaat verandert. Heeft het economisch gezien enig nut om in een landbouwwet te stellen dat West-Texas is gebonden aan katoen? Nee.’

    Op de lange termijn kan dit betekenen dat katoen niet langer het belangrijkste bestanddeel zal zijn voor allerlei producten zoals tampons en textiel, aldus Sumner, ‘en dat we bijvoorbeeld allemaal polyester gaan gebruiken’.

    Lees ook:

  • Januarinummer | Rebel Rebel

    Januarinummer | Rebel Rebel

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Gelijke rechten hebben is iets anders dan gelijk zijn

    » Je schulden aflossen door aan het klimaat bij te dragen, het kan

    » China’s wrede internetverslavingsklinieken

    Redactioneel

    Anders

    Behalve het recht om vergeten te worden, waarover wij in een eerdere editie al eens een artikel publiceerden (april 2022), bestaat er ook zoiets als het recht om anders te zijn. Birgit Schmid legt het haarfijn uit in de Neue Zürcher Zeitung: gelijke rechten betekent niet dat we allemaal gelijk moeten zijn. Want, zoals ze onder andere duidelijk maakt aan de hand van een zelfverklaarde inclusieve dj die álle muziek goed vindt, wordt het dan ‘ongelofelijk saai’. Ze spreekt van een doorgeslagen individualiteit die nivelleert in plaats van erkent, en waarvan de eisen soms wat overgevoelig en misschien zelfs, voeg ik eraan toe, verwend aan kunnen doen.

    Ook in ons dossier in samenwerking met Amnesty International wordt gestreden voor gelijke rechten, maar dan meer fundamentele, zoals vrijheid van meningsuiting, het recht om te demonstreren. De discussie in Paraguay gaat niet over of een transvrouw met baard en een lage stem het vrouwenzwembad in mag, maar of het gender van transpersonen überhaupt moet worden erkend. Shahnewaz Chowdhury uitte zijn zorgen over de bouw van een nieuwe kolencentrale in zijn dorp op Facebook en werd vanwege deze post gearresteerd; hij is in afwachting van zijn vonnis. Mensenrechtenadvocaat Chow Hang-tung moedigde op social media aan om de repressie op het Tiananmenplein te herdenken door middel van het aansteken van kaarsjes. Ze zit nu een straf van 22 maanden uit. En Aleksandra Skotsjilenko plakte in Sint-Petersburg stickers op producten in de supermarkt met informatie over de oorlog in Rusland. Na elf dagen werd ze gearresteerd, nu wacht ze onder erbarmelijke omstandigheden haar vonnis af en riskeert ze tien jaar gevangenisstraf.

    Reken niet op geïdealiseerde ‘goede Russen’, nu niet en later ook niet

    Over de repressie in Rusland schrijft Anne Applebaum krachtig en informatief, zoals we van haar gewend zijn. Van de drie kampen die zich rondom de oorlog in Oekraïne hebben gevormd, uiteengezet door de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev, bevindt zij zich duidelijk in het derde: degenen die vinden dat het Russische imperium moet sterven. Reken niet op geïdealiseerde ‘goede Russen’ – er komt geen redder die het land gaat repareren, nu niet en later ook niet, aldus Applebaum. Nederlaag is de enige weg naar moderniteit, militair falen is noodzakelijk voor het ontstaan van een welvarender, open samenleving.

    Over het einde van deze oorlog zullen we in 2023 hopelijk wijzer worden. Ook hopen we dat de eisen van Amnesty International, vermeld bij de zeven portretten, zo snel mogelijk worden ingewilligd. U wensen we een mooi en breed geïnformeerd nieuwjaar toe.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Schermafbeelding 2023 01 04 om 11.46.20
  • Duitsland kampt met tekort aan vakmensen

    Duitsland kampt met tekort aan vakmensen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Amerikaanse rechter: Rechtszaak om Facebook op te splitsen kan doorgaan

    » Colombia: Gevechten tussen oud-FARC-leden en ELN om grens met Venezuela

    Scholing is ondermaats, aldus vakbond

    Naast ‘klassieke’ redenen voor een tekort aan geschoolde arbeidskrachten, zoals een laag geboortecijfer en een te lage instroom van geschoolde migranten, kampt Duitsland met slechte beroepsopleidingen om vacatures te kunnen vervullen, schrijft Der Spiegel.

    ‘Hoogbegaafden worden met 60 miljoen ondersteund, het academisch onderwijs met 300 miljoen’, aldus voorzitter Hans Peter Wollseifer van de Ambachtskamer, een organisatie voor vakmensen. ‘Maar 600 ambachtelijke opleidingscentra worden overgeslagen terwijl dat juist “de universiteiten van het ambacht” moeten zijn. Zij hebben passende steun nodig’. Sommige scholen voor beroepsonderwijs verkeren volgens Wollseifer in een erbarmelijke toestand.

    ‘Klimaattransitie, energie-efficiëntie, e-mobiliteit, uitbreiding van laadstations en infrastructuur zijn alleen mogelijk met professioneel gekwalificeerde vakmensen’

    Duitsland heeft grote behoefte aan gekwalificeerd personeel want veel ambachtslieden gaan met pensioen en er is te weinig doorstroom vanuit opleidingen; vandaar de noodkreet van Wollseifer. Hij ziet de situatie nog nijpender worden rond de energietransitie: ‘Klimaattransitie, energie-efficiëntie, e-mobiliteit, uitbreiding van laadstations en infrastructuur zijn alleen mogelijk met professioneel gekwalificeerde vakmensen. We moeten alles op alles zetten om meer waardering voor het beroepsonderwijs te realiseren.’

    Lees ook: