Sjeiks en aristocraten, managers en politici en zelfs Hollywoodsterren: de vastenkliniek Buchinger Wilhelmi aan het Bodenmeer is een bedevaartsoord voor de rijken en superrijken.
Zwarte chocolade. Een klein stukje. Dat is haar grootste wens, zegt een oudere dame met een aristocratische uitstraling. Met trage passen loopt ze over het terrein. Daar beneden golft het Bodenmeer zachtjes. De dame heeft wekenlang bijna niets gegeten en daar veel geld voor betaald.
De Buchinger Wilhelmi-vastenkliniek is een opmerkelijke plek. De sfeer op het complex houdt op het eerste gezicht het midden tussen [de Duitse televisieseries] Bergdoktor en Traumschiff. Het is er stil als in een klooster: spreken vervalt bijna onvermijdelijk in gefluister. Het is er allesbehalve spartaans en luxueuzer dan in de meeste tophotels. Rijken en superrijken, mooie en niet meer zo mooie mensen zijn hier om aan te sterken. Ze mediteren en lezen, doen aan lichte sporten en lange wandelingen, lepelen bouillon en nippen thee.
Soms lijkt het er zo gezond, gepolijst en schoon dat je verwacht dat iemand weldra de dubbelzinnigheid ervan blootlegt. Dit zou met een beetje fantasie ook het decor kunnen zijn van een misdaadserie op Netflix, waarin de heilzame façade van het therapeutische vasten instort en met elke volgende slok vruchtensap de afgrond van het afzien duidelijker zichtbaar wordt.
Mal
Leonard Wilhelmi belichaamt deze ideale wereld als geen ander. Hij is de vierde generatie die het familiebedrijf leidt, en als je hem ontmoet krijg je het gevoel dat de erfgenamen van de Buchinger Wilhelmi onthoudingsdynastie uit een mal komen. Zo perfect past hij in zijn rol. Hij groeide hier op en nam de kliniek over van zijn ouders. Hij kreeg het vasten mee met de moedermelk, zogezegd.
Ooit maakte hij zijn huiswerk in de kliniek. Om de hoek, een paar honderd meter heuvelopwaarts, ging hij naar school. Zoals het toeval en de ongeschreven wet van het Duitse familieondernemerschap het wilden, was die school hét Duitse elite-internaat bij uitstek: kasteel Salem. Hij woonde er ook, ondanks de nabijheid van zijn ouderlijk huis.
Zijn ouders stuurden hem tussendoor ook nog twee jaar naar een elite-internaat in Schotland. Hij studeerde bedrijfskunde in Sankt Gallen, aan de dichtstbijzijnde, internationaal goed aangeschreven universiteit. Maar als je naar hem luistert was hij nooit zo’n turbokapitalist, maar eerder iemand met geweten en hersens. ‘Ik vond managementconsultancy en investment banking niet creatief,’ zegt hij over zijn studententijd aan de andere kant van het Bodenmeer.
Toch maakte hij carrière, bij een telecommunicatieconcern en ook bij een managementadviesbureau. Daarnaast richtte hij een sociale onderneming op voor gehandicapten die appelsap produceren. Maar hij nam altijd de tijd om zijn rust te nemen, zegt hij. ‘Ik had de neiging om eerder te vasten dan antibiotica te nemen.’ Hij liet zijn medestudenten kennismaken met vasten en overtuigde hen van het Tupperware-systeem dat de familie Wilhelmi toepast om hun ochtendmuesli efficiënt en gedisciplineerd te bereiden. Zelf eet hij meestal pas rond elf uur, omdat intervalvasten een lange pauze tussen avondeten en ontbijt vereist. Als je hem vraagt of hij nooit uit deze ideale wereld heeft willen breken, kijkt hij je met grote donkere ogen aan: hij heeft er nooit enige reden toe gehad.
Wilhelmi vervult vele functies. Hij is tegelijkertijd abt van het vastenklooster, directeur, manager van het hotel en van de kliniek en familieondernemer. ’s Avonds geeft hij soms lezingen en de meeste gasten ontvangt hij persoonlijk.
Deze kliniek is onderdeel van een internationale industrie die zorgt voor de rijkste mensen ter wereld, en vertrouwelijkheid is er het hoogste goed
Het is een illustere omgeving. De namen van een gravin en verschillende andere aristocraten die belang lijken te hechten aan hun blauwe bloed en ook namen van buitenlandse politici zijn te vinden op de naambordjes die de plaats van de gasten aangeven in de eetzaal van de vastenkliniek. Deze schijnbare tegenstelling van ‘eetzaal’ en ‘vasten’ wordt in de stijl van de jaren vijftig opgelost. De welgestelde gasten worden teruggevoerd naar de tijd waarin de kliniek werd opgericht: wie toch iets wil eten omdat het vasten te inspannend is, krijgt bijvoorbeeld een carpaccio van rode biet of gegrilde savooiekool voorgeschoteld.
Niet zelden bevinden zich beroemdheden onder de gasten: zelfs Hollywoodsterren komen naar Überlingen of naar de tweede Buchinger-kliniek in het Spaanse Marbella, die Wilhelmi’s grootouders in de jaren zeventig openden en die nu door zijn neef wordt geleid. Ook Saoedische sjeiks, gestreste managers of politici met lijfwachten vasten volgens de Buchinger-regels: Josef Ackermann herstelde hier van de stress die hij ervoer door het najagen van rendement en Eckart von Hirschhausen van de beproevingen van het talkshowcircuit.
Vasten-kok Hubert Hohler, al sinds geruime tijd coryfee in zijn vakgebied en door menige superrijke vereerd als goeroe, is speciaal ingevlogen voor de luxe catering. Hij vertelt over zijn mountainbiketocht in gezelschap van een tv-dokter en vraagt zich dan plots af of hij daarmee niet een ijzeren wet van de kliniek overtreedt: niet spreken over de gasten. Want deze kliniek is onderdeel van een internationale industrie die zorgt voor de rijkste mensen ter wereld, en vertrouwelijkheid is er het hoogste goed.
Als er televisieploegen komen om verslag te doen van de geheimen van het vasten, zijn er elke keer klachten, zegt Wilhelmi. Tegelijkertijd is publiciteit nodig. Je kunt er de klok op gelijk zetten dat artikelen over de kliniek aan het begin van het jaar verschijnen – wanneer mensen nog zo veel geloof hechten aan hun goede voornemens dat ze er ook geld aan willen spenderen – en kort voor de vastentijd voorafgaand aan Pasen. Een pr-adviseur die al lang in het vak zit, cultiveert het imago van de vastenclan.
Jaarsalaris
Afzien heeft zijn prijs. Het kortste vastenprogramma duurt volgens de brochure tien dagen en kost tussen de 3550 en 24.850 euro, afhankelijk van de kamer. Wie achtentwintig nachten wil blijven is minstens een kleine auto kwijt (9940 euro), maar kan ook aanzienlijk meer dan een gemiddeld jaarsalaris neertellen (69.580 euro). Die suite heeft dan wel een eigen sauna, een jacuzzi, een regendouche, een kleedkamer en natuurlijk uitzicht op het meer. Vasten, maar vorstelijk.
Dit alles is voor Wilhelmi slechts ogenschijnlijk een tegenstelling. ‘In welke omgeving wordt een mens weer gezond?’ vraagt hij retorisch. In dit bijna kloosterachtige complex met reguliere zorg? Of in een gewoon ziekenhuis dat alleen maar diepvriesmaaltijden voorschotelt?
De gezondheidswijsheden van Wilhelmi, zijn kok of zijn hoofdarts hebben steeds weer hetzelfde effect. Enerzijds voel je je schuldig dat je je lichaam mishandelt met stoffen die in de vastenwereld als gif worden beschouwd. En ook omdat het je niet vaak genoeg lukt om voor jezelf de strengheid en discipline op te brengen die deze kliniek uitstraalt. Aan de andere kant is hun overtuigde – zelfs autoritaire – benadering wel erg streng. Koffie met muesli is een zonde, zegt chef Hohler, alsof het een vanzelfsprekendheid is. En dan begint hij een voordracht over de vitaminen in muesli en het looizuur in koffie, terwijl de meeste mensen slechts geïnteresseerd zijn in de cafeïne.
De familie Wilhelmi is nogal terughoudend als het over haar economische situatie gaat. Het aardse verstoort de schoonheid. Maar in de geconsolideerde jaarrekening in de Bundesanzeiger is de belangrijkste informatie te vinden, al is die niet heel recent. De kliniek kwam in 2021 samen met die in Marbella, die ongeveer een derde kleiner is dan die in Überlingen, uit op een winst van een kleine vijf miljoen euro, na een min van een kleine driehonderdduizend euro in het coronajaar 2020. De familie Wilhelmi haalde daarmee bijna het niveau van voor de pandemie in 2019, toen ze een winst boekten van ruim zes miljoen euro. Ze mikten vorig jaar op een winst van ongeveer zeven en een half miljoen euro. De omzet bereikte in 2021 met ruim vierenveertig miljoen euro bijna de waarde van voor de pandemie. Ze hoopten daar in 2022 overheen te gaan. De klinieken hebben samen zo’n vijfhonderdvijftig mensen in dienst.
Opgeruimd
Wilhelmi wil verder uitbreiden en zijn bijdrage leveren aan de dynastie. Zijn overgrootvader, de arts Otto Buchinger, richtte de kliniek op. Zijn grootouders breidden uit naar Marbella, vergrootten het kameraantal en ontwikkelden therapieën. Zijn ouders werkten aan de wetenschappelijke basis. Nu is het aan hem om een nalatenschap te scheppen: hij heeft een ‘vastenbox’ ontwikkeld waarmee klanten thuis kunnen vasten. ‘Zo blijven we het hele jaar door met elkaar in contact.’
Het programma duurt vijf dagen en de box bevat onder meer verschillende soorten thee, soepen, olie en een meetlint. De inhoud is goed voor meer dan twee keer zo veel calorieën per dag als het strenge regime in Überlingen toestaat; daar komt het neer op 250 kilocalorieën per dag. Er zit een app bij die video’s bevat over meditatie en medische lezingen. De box kost 199 euro.
Economisch gezien mogen ze de pandemie dan lang achter zich hebben gelaten, ze zien de naweeën ervan nog regelmatig bij hun patiënten. ‘Af en aan behandelen we long covid,’ zegt Wilhelmi. Hij is ervan overtuigd dat vasten daarbij helpt, wat hij verklaart aan de hand van ontstekingsparameters en de activiteit van de mitochondriën. Patiënten boeken ook vaker een psychotherapeut. Wilhelmi heeft speciaal daarvoor nieuwe specialisten aangesteld.
Zijn relatie met andere medewerkers is opmerkelijk. De hoofdarts, chef Huber en de masseur werken al tientallen jaren in de kliniek. ‘Leo’, zoals ze hem noemen, kennen ze al sinds hij als klein kind tussen de vastende clientèle speelde. Is het niet vreemd dat die jongen nu hun baas is? O nee, geen probleem, zeggen ze. En hun vriendschappelijke omgang oogt inderdaad niet als een toneelstukje voor de pers, maar eerlijk en harmonieus. Dit is de opgeruimde wereld van het therapeutische vasten.
Het is alsof de kliniek de deur wil openhouden naar alle milieus
De kliniek in Überlingen heeft ongeveer twee keer zoveel medewerkers als kamers. De meeste medewerkers die je op het terrein ziet zijn jong en sportief, zoals je van een goed hotel mag verwachten. Jonge mensen uit de regio doen hier vakantiewerk. Deze medewerkers zorgen voor de grijzende gasten die hun baantjes trekken in het zwembad, fitnessoefeningen doen met uitzicht op het Bodenmeer of mediteren in de gebedsruimte.
Dertig jaar geleden hadden gasten nog het gevoel dat ze in hun doen en laten werden beperkt als ze naar de kliniek kwamen, zegt Wilhelmi. Nu beschouwen ze een verblijf hier als een investering in zichzelf. Een psychische aandoening als burn-out behoort tot een van de vier diagnosegroepen waarin de kliniek haar gasten indeelt. Wilhelmi noemt ook het metabool syndroom, dus hart- en vaatziekten en ontstekingsziekten. Ziekten die moeilijk te genezen zijn, zoals multiple sclerose, Parkinson of kanker, vallen onder het kopje ‘veelbelovend’ – een gebied dat nog in ontwikkeling is. Met het vasten hopen ze een bijdrage te leveren aan de genezing.
De methode die de Buchinger Wilhelmi-kliniek hanteert staat historisch gezien niet ver af van andere alternatieve geneeswijzen die in het zuidwesten van Duitsland populair zijn. Wilhelmi’s overgrootvader Otto Buchinger, die door een vastenkuur van zijn artritis genas, was eerst quaker en daarna streng katholiek en wilde de patiënten in zijn kliniek tot inkeer brengen. Wilhelmi zelf noemt hem een oerdwarsdenker uit een breder spiritueel milieu, waarin bijvoorbeeld ook Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, actief was.
Wilhelmi neemt afstand van dat milieu, maar ook weer niet te veel. De esoterie die veel van deze bewegingen kenmerkt, past niet echt in de elitaire vastenkliniek van nu. Het is koorddansen, zegt hij. Hij noemt zijn aanpak complementaire in plaats van alternatieve geneeskunde en hij benadrukt dat wordt samengewerkt met zorgverzekeraars en dat de kliniek gecertificeerd is. Zijn streven naar wetenschappelijke erkenning blijkt ook uit zijn woordkeuze. Als hij bijvoorbeeld zegt ‘Vasten is de grootste niet-farmacologische interventie’, dan klinkt hij als een arts.
Tegelijkertijd zegt hij ook dat sommige natuurlijke geneeswijzen wonderen doen. Er staan nog altijd dikke homeopathische boekwerken in de bibliotheek van de kliniek. De hoofdarts zegt niets met antroposofie te hebben, maar ze zweert bij Kneipp en natuurgeneeskunde en is sceptisch over de motieven van de farmaceutische industrie, die voor van alles geneesmiddelen probeert te maken en blij is met veel diabetici. Het is een beetje alsof de kliniek de deur wil openhouden naar alle milieus of, in zakelijke termen uitgedrukt, geen enkele klantengroep van zich wil vervreemden.
En/en
Het is een strategie van zo min mogelijk aanstoot geven, een voortdurend en/en. Daarin past ook de omgang van Wilhelmi met de traditie, die hij benadrukt waar hij maar kan. Zo staat er een standbeeld in de tuin: Otto Buchinger tijdens een van zijn geliefde wandelingen met zijn teckel. En bij de ingang en in het trappenhuis van de kliniek hangen familiefoto’s uit verschillende decennia, waarop alle mooie, gezonde familieleden van Wilhelmi te zien zijn. De meeste vrouwen zijn blond, de donkerharige mannen tonen Spaanse invloed. Ze zien eruit als de familie in een Spaanse telenovela [een uit Latijns-Amerika afkomstig televisiegenre].
Aan de andere kant, zo zegt Wilhelmi, doen ze niets ‘enkel omdat Otto Buchinger het heeft gezegd’. En daarom streven ze, ondanks de associatie met natuurgeneeskunde en het Demeter-voedsel dat in overeenstemming met de maanstanden wordt gekweekt, naar wetenschappelijke erkenning. De kliniek werkt samen met wetenschappers van de Charité [een van de grootste universitaire ziekenhuizen van Europa in Berlijn] en publiceert studies in wetenschappelijke tijdschriften. Al die onderzoeken hebben één ding gemeen: ze zijn betaald door de Wilhelmi-familie. Aan onderzoek geven ze een bedrag uit van zeven cijfers per jaar, zegt Leonard Wilhelmi. De onderzoeksafdeling, opgebouwd door zijn moeder, telt zeven vaste medewerkers.
Is dat eigenlijk niet gewoon een succesvolle marketingcampagne? Wilhelmi verwerpt dat. ‘Wij doen dit niet vanwege commerciële doeleinden.’ Ze willen ‘de pioniers van het vasten’ blijven en conclusies kunnen trekken als iets niet werkt, zegt hij. De kliniek is met zes- tot zevenduizend gasten per jaar het grootste onderzoekslaboratorium voor therapeutisch vasten ter wereld.
Maar zouden ze ook onderzoeksresultaten publiceren waaruit blijkt dat vasten niet werkt? De erfgenaam van de vastendynastie geeft een ontwijkend antwoord. ‘Tot nu toe heeft het altijd gewerkt,’ zegt hij met vriendelijke glimlach. Hij gelooft hoe dan ook dat er duidelijk bewijs is: ‘We beschikken over een stroom aan wetenschappelijke documentatie. Het wordt steeds moeilijker om de werking van vasten te ontkennen.’
Derealisatie en angst kunnen het gevolg zijn van het gebruik van psychedelica. Een kliniek in Berlijn biedt hulp zonder te oordelen. ‘We hebben geen reclame gemaakt, maar we hebben aanloop genoeg.’
Zes jaar geleden, tijdens een werkreis naar Londen, kon James plotseling de tekst op zijn computerscherm niet meer lezen. Het was niet zomaar een storing; toen hij om zich heen keek, realiseerde hij zich dat zijn hele gezichtsveld gevuld was met statische elektriciteit. Eenmaal in het ziekenhuis vertelde hij een verpleger dat hij de week ervoor met een vriend in Amsterdam psychedelische paddenstoelen had genomen. ‘Ze zei: “Dat is de reden waarom we geen drugs gebruiken,”’ vertelt James, die nu eenendertig is en een pseudoniem gebruikt om zijn privacy te beschermen. Haar reactie ‘maakte me duidelijk dat ik van artsen over het algemeen niet al te veel hoefde te verwachten’, zegt hij.
Nadat hij zijn symptomen online had opgezocht, vermoedde James dat hij een hallucinogeen persisterend perceptiestoornis, oftewel HPPD, had. Bij HPPD verandert de visuele perceptie van een persoon op een manier die een negatieve invloed heeft op de geestelijke gezondheid gedurende maanden of jaren na inname van een psychedelische stof. In het daaropvolgende jaar was hij voor informatie over zijn aandoening aangewezen op forums en websites.
Mensen worden steeds nieuwsgieriger naar zogeheten geestverruimende middelen
Maar steeds meer gaan onderzoekers na hoe psychedelica mensen met psychische aandoeningen kunnen helpen en psychedelica zoals LSD en paddo’s verliezen steeds meer van hun vroegere stigma. Mensen worden steeds nieuwsgieriger naar zogeheten geestverruimende middelen.
Psychedelica hebben een ander risicoprofiel dan andere drugs; paddo’s hebben bijvoorbeeld een laag risico op lichamelijke afhankelijkheid of overdosis. Maar er zijn wel mogelijke bijwerkingen zoals derealisatie [waarbij je de wereld om je heen als onwerkelijk ervaart], angst of problemen met het plaatsen van een psychedelische ervaring. En omdat deze drugs over de hele wereld grotendeels aan wettelijke restricties gebonden zijn, zijn er beperkte hulpmiddelen in het geval van lichamelijke symptomen of overweldigende emoties die gerelateerd zijn aan het gebruik van psychedelica.
Na enige tijd stuitte James op Ambulanz psychedelische Substanzen, een psychedelische polikliniek die deel uitmaakt van Charité, een academisch ziekenhuis in Berlijn. Ongeveer een jaar nadat hij last begon te krijgen van zijn gezichtsvermogen maakte hij kennis met een assistent-arts, Dario Jalilzadeh-Masah, die vergelijkbare gevallen had gezien en James inderdaad kon diagnosticeren met HPPD. Het gesprek met hem, vertelt James, was niet veroordelend maar juist empathisch. ‘Er zijn veel patiënten die lijden aan psychedelica-gerelateerde problemen,’ zei Tomislav Majić, de psychiater die de kliniek in 2018 oprichtte. ‘Ze kunnen nergens heen.’
Psychedelica worden wel ingezet als voor medische doeleinden en mensen gebruiken deze middelen ook voor spirituele, religieuze en recreatieve doeleinden. Maar de berichtgeving daarover richt zich vaak vooral op de meer opwindende facetten van psychedelisch gebruik. Ook James vertelt dat hij alleen over de positieve effecten had gehoord. ‘Ik was me er nooit van bewust dat zoiets [als HPPD] kon optreden,’ zegt hij.
Problematiek
HPPD, depersonalisatie, derealisatiesyndroom, psychose en angst zijn de meest voorkomende redenen waarom mensen de kliniek opzoeken. Soms worstelt een patiënt met het verwerken van een traumatische psychedelische ervaring. Majić heeft mensen gezien die paniekaanvallen kregen na drugs zoals LSD of ayahuasca, die later terugkwamen.
De kliniek handelt vanuit een schadebeperkend oogpunt, aldus Majić. De medewerkers zeggen niet tegen mensen dat ze nooit meer psychedelica mogen gebruiken, maar probeert ze te helpen de oorzaak van hun problemen te achterhalen en de juiste behandeling te vinden. De kliniek heeft ongeveer tien tot vijftien patiënten per maand en enkele tientallen virtuele cliënten. ‘We hebben geen reclame gemaakt,’ zei Majić. ‘Maar we hebben aanloop genoeg.’
Zodra een arts heeft vastgesteld wat het probleem is, leidt hij een gebruiker naar de volgende stappen, zoals medicatie, psychotherapie of gewoon validatie.
Veel mensen kennen het fenomeen ‘bad trip’: het zien van angstaanjagende visioenen of het hebben van sterke, negatieve emoties tijdens het nemen van een psychedelische drug. Maar pas sinds kort richt onderzoek zich op moeilijkheden die aanhouden na een trip. In oktober 2023 beschreef een studie van onderzoekers die betrokken waren bij het Challenging Psychedelic Experiences Project een aantal van zulke moeilijkheden, gebaseerd op rapporten van 608 mensen.
‘Elke ochtend rond zonsopgang werd ik wakker met een gevoel van regelrechte angst’
Ongeveer een derde van de ondervraagden had al meer dan een jaar last van hun symptomen. Het meest voorkomend waren emotionele problemen. Eén persoon schreef bijvoorbeeld: ‘Ongeveer achttien maanden lang werd ik elke ochtend rond zonsopgang wakker met een gevoel van regelrechte angst… Soms was mijn angst ’s ochtends zelfs zo groot dat ik er fysiek van trilde.’ Anderen voelden zich extreem geïsoleerd, zoals een persoon die meldde dat hij stopte met de middelbare school, zijn bezittingen weggaf en ‘teruggetrokken en wantrouwend werd en vervreemd raakte van vrienden’.
Ook Richard, een vierentwintigjarige inwoner van Berlijn die alleen zijn voornaam geeft, ontwikkelde HPPD. Zijn visuele stoornissen begonnen na een DMT-trip. Jarenlang was hij gevoelig voor licht van beeldschermen of gloeilampen, die in zijn gezichtsveld bleven nagloeien. ‘De gedachte dat er een laag tussen mijn ogen en de wereld zat, maakte me echt bang,’ vertelt hij. Hij zegt dat zijn zicht ‘in principe nooit helder is’.
In de maanden na zijn DMT-trip begon Richard last te krijgen van een soort angst die volgens Majić existentiële verwarring of ontologische shock wordt genoemd. ‘Ik werd geconfronteerd met het besef dat ik een persoon ben, dat ik een levensvorm ben die in de loop van de tijd is geëvolueerd, dat een deel van mij op de een of andere manier heeft besloten om mij in de relaties te plaatsen waarin ik me bevond, in de stad waar ik naartoe ben verhuisd, om de beslissingen te nemen die ik tot dan toe heb genomen,’ vertelt Richard. ‘En dat ik nu hier nu moet zijn en de omstandigheden of positie waarin ik me bevind onder ogen moet zien.’
Ontwrichtend
Dit soort ervaringen zijn geen psychiatrische stoornis, maar eerder een toestand die enorm ontwrichtend kan zijn. ‘Ze zeggen dat het moeilijk is om er wijs uit te worden en dat het overweldigend is geweest, in positieve of negatieve zin. Maar het is hoe dan ook te groot,’ aldus Majić. ‘Het is zo buitenaards dat ze niet weten hoe ze de ervaring in het dagelijks leven moeten verwerken.’
Voor degenen die niet naar Berlijn kunnen komen, beheert Jules Evans, directeur van het Challenging Psychedelic Experiences Project, een online ondersteuningsgroep voor psychedelische problemen. Fireside Project is een hotline voor collegiale ondersteuning voor iedereen die problemen heeft met psychedelica, tijdens of na het gebruik, en er zijn een aantal groepen gewijd aan psychedelische integratie – de manier waarop mensen hun ervaringen verwerken en er zin aan geven in hun dagelijks leven – in persoon of online. Het International Center for Ethnobotanical Education, Research and Service heeft een ondersteuningscentrum dat zes gratis therapiesessies aanbiedt voor mensen die problemen ondervinden na een psychedelische trip.
Maar psychedelische integratie is geen vastomlijnd concept en er is een enorme variatie in de bestaande ondersteuning, die bovendien vaak moeilijk te vinden is. Majić vindt dat psychologen en psychiaters beter geïnformeerd moeten worden over psychedelica. Er zijn een aantal trainingsprogramma’s voor therapeuten die er meer over willen weten, maar deze variëren qua inhoud.
Over het algemeen zijn er niet veel bevredigende opties voor mensen met psychedelische problemen. ‘Als ze naar hun conventionele psychiater gaan, krijgen ze te horen dat ze naar de verslavingskliniek moeten en nuchter moeten worden, maar dat is niet het probleem,’ zei Majić. De problemen hebben meestal niet per se te maken hebben met aanhoudend gebruik van psychedelica of met een stoornis in middelengebruik.
‘Het is moeilijk om iemand te vinden met wie je daarover kunt praten zonder dat diegene denkt dat je gek of psychotisch bent’
Majić bevond zich vaak tussen twee polen: degenen die zeggen dat psychedelica veilig zijn omdat ze niet verslavend zijn en dat het bijna onmogelijk is om er een overdosis van te nemen, en degenen die psychedelica ronduit gevaarlijk noemen. Naast het runnen van de kliniek en het behandelen van patiënten, doet hij ook verder psychedelisch onderzoek, bijvoorbeeld naar psilocybine [een hallucinogeen indool uit de tryptaminefamilie dat wordt geproduceerd door honderden schimmelsoorten] voor de behandeling van resistente depressie, en naar 5-meO-DMT [een krachtig psychedelisch tryptamine dat voorkomt in een groot aantal planten, Europese paddenstoelen en paddensoorten, en sterk verwant is aan de stof DMT]. ‘Ze kunnen heilzaam zijn,’ zei Majić. ‘Maar voor sommigen zijn ze ook schadelijk.’
Voor Richard was het moeilijk voor te stellen dat hij met zijn existentiële angst naar een traditionele arts zou gaan. ‘Het is moeilijk om iemand te vinden met wie je daarover kunt praten zonder dat diegene denkt dat je gek of psychotisch bent,’ zegt hij. Hij is dankbaar voor de erkenning die hij vond in de polikliniek.
‘Ik was overrompeld, niet in staat om mijn leven en mijn gezondheid te reguleren, maar ik was tenminste in staat om hulp te zoeken en ik had het geluk dat die hulp heel toegankelijk voor me was.’
Sinds de zelfbenoemde expert Tao Hongkai beweert een ontwenningsmethode te hebben gevonden, worden duizenden Chinese tieners vaak om dubieuze redenen naar internetverslavingsklinieken gestuurd. Zhang Mengtai en Lemon Guo maakten er de virtualrealityfilm Diagnosia over.
Je ontwaakt uit een lange droom en bevindt je in een onbekende slaapzaal. De ruimte is zwak verlicht en er staan alleen vier bedden met een ijzeren frame, een bureau en een paar krukjes. Het enige raam is van mat glas: je ziet er niets door, behalve het prikkeldraad dat om het kozijn zit.
Aan de muur hangt een poster met een dagschema. Afgezien van maaltijden en persoonlijke hygiëne staat de hele dag in het teken van drie activiteiten: afkicken, militaire training en psychologische evaluatie.
Dan zie je een dagboek op het bureau liggen. Je pakt het op en begint erin te bladeren. Je leest dat je ouders je op 30 augustus hierheen hebben gestuurd. Ze zeiden dat je naar een psychiater moest en beloofden dat je na een consult weer naar huis zou mogen. Maar in werkelijkheid ben je hier voor onbepaalde tijd opgesloten. De psychiater beslist wanneer je weer vrijkomt.
Dit zijn de openingsscènes van Diagnosia, de bekroonde virtualrealityfilm van Zhang Mengtai en Lemon Guo die een angstaanjagend beeld geeft van een Chinese internetverslavingskliniek.
De filmmakers zien het als hun missie om de wreedheid van deze inrichtingen bloot te leggen. Duizenden jonge Chinezen zijn er opgesloten – vaak op dubieuze gronden – en onderworpen aan gedwongen medicatie, militaire training en in sommige gevallen zelfs elektroshocktherapie – dit alles om te genezen van hun ‘internetverslaving’.
Filmmaker Zhang belandde zelf op zeventienjarige leeftijd in een van deze klinieken, en de film leunt sterk op zijn ervaringen. Hoewel hij er slechts een maand verbleef, achtervolgt de onmenselijke behandeling die hij er kreeg hem tien jaar later nog steeds. ‘Door deze film te maken wil ik me verzoenen met mijn trauma uit het verleden,’ vertelt Zhang. ‘Ik wil nu voor mezelf opkomen, omdat ik daar toen nog niet toe in staat was. En ik wil weten waarom we dit moesten meemaken.’
Potentieel gevaar
Klinieken voor internetverslaving doken twee decennia geleden voor het eerst op in China. In 2002 staken vier minderjarigen een internetcafé in Beijing in brand nadat hun de toegang was geweigerd. Daarbij kwamen vijfentwintig mensen om het leven. Het incident schokte de natie en leidde tot morele paniek over de gevaren van het internet. Tieners die urenlang online spelletjes speelden en voorheen werden beschouwd als onschuldige luilakken, werden steeds vaker afgeschilderd als een potentieel gevaar.
Te midden van alle media-aandacht trok de zelfbenoemde expert Tao Hongkai de publieke aandacht door te beweren dat hij een methode had ontwikkeld om ‘internetverslaving’ te behandelen. Later dat jaar opende hij het eerste afkickcentrum voor internetverslaving van het land. Het concept bleek enorm populair: duizenden ouders schreven hun kinderen in bij afkickcentra. In 2009 waren er al meer dan driehonderd klinieken voor internetverslaving in heel China.
‘Het was alsof ik werd verkracht’
Maar deze instellingen werden al snel berucht vanwege hun harde behandeling van jonge patiënten. In 2009 publiceerde staatsomroep CCTV een schokkende reportage over elektroshocktherapie in een van die klinieken. Het Chinese ministerie van Volksgezondheid zou deze praktijk later verbieden.
De instelling waar Zhang naartoe werd gestuurd – het ‘Psychologische-Groeicentrum voor de Jeugd’ in een buitenwijk van Beijing – maakte geen gebruik van elektroshocktherapie. Maar Zhang en de andere patiënten werden wel gedwongen om twee keer per dag psychofarmaca in te nemen. De verpleegsters schenen met zaklampen in hun mond om te controleren of ze de pillen niet onder hun tong hadden verstopt, herinnert Zhang zich. ‘Ik weet nog steeds niet wat voor medicijn het was, maar in de kliniek deden geruchten de ronde dat het je seksuele functies beïnvloedde,’ zegt hij. ‘Het was alsof ik werd verkracht.’
Morita-therapie
Tijdens militaire trainingen werd Zhang geslagen als hij ongehoorzaam was. Verscheidene keren werd hij dagenlang alleen in een donkere kamer opgesloten. De kliniek noemde dit de ‘Morita-therapie’, een verwijzing naar een vorm van psychotherapie die aan het begin van de twintigste eeuw is ontwikkeld in Japan, en die bedoeld is om patiënten te dwingen alleen te zijn met hun gedachten.
Het beangstigendst aan de kliniek was niet eens het geweld, zegt Zhang. Het was het gebrek aan controle; het besef dat hij volledig onderworpen was aan de grillen van het personeel. ‘Ik wist niet wanneer ik eruit zou komen, wat er in de toekomst zou gebeuren of waarom deze illegale opsluiting überhaupt plaatsvond,’ zegt hij. ‘En niemand deed er iets tegen.’
‘Ik wilde de hele zaak het liefst mogelijk vergeten en had het gevoel dat dat voor iedereen gold’
Zhang werd eind 2007 vrijgelaten uit het centrum, en kort daarna leek China zich tegen de klinieken voor internetverslaving te keren. In 2009 publiceerde CCTV de eerdergenoemde reportage, en maanden later kwam het nieuws naar buiten dat in een van de klinieken een zestienjarige jongen door het personeel was doodgeslagen. Het verhaal zorgde voor ophef en er kwamen steeds minder alarmerende mediaverhalen over internetverslaving naar buiten, herinnert Zhang zich. ‘Ik wilde de hele zaak het liefst mogelijk vergeten en had het gevoel dat dat voor iedereen gold.’
Zhang slaagde erin verder te gaan met zijn leven en behaalde diploma’s in beeldende kunst en geluidskunst aan respectievelijk Goldsmiths in Londen en Columbia University in New York. Tien jaar lang dacht hij nauwelijks aan zijn ervaringen in de kliniek, totdat hij op een dag een nieuwsbericht zag van de Wereldgezondheidsorganisatie die gaming disorder, ofwel internetverslaving, als medische aandoening erkende. Zhang besloot na te gaan of het afkickcentrum waar hij opgesloten had gezeten nog bestond. Tot zijn verbazing functioneerde de kliniek nog steeds, alleen onder een andere naam en op een ander adres. De Chinese internetverslavingsklinieken blijken nooit te zijn verdwenen. Op het zakelijke informatieplatform Tianyancha staan meer dan vijftig bedrijven vermeld die behandelingen voor internetverslaving aanbieden. Ondertussen zijn de Chinese media, na een jarenlange onderbreking, weer begonnen videospelletjes te bestempelen als een vorm van ‘geestelijk opium’ en ‘elektronische heroïne’.
Internationale erkenning
Het meest verontrustend is dat het onderzoek in deze Chinese klinieken internationale erkenning heeft gekregen. Tao Ran, de directeur van de kliniek waarin Zhang was opgesloten, publiceerde een artikel over de behandeling van de geïnterneerde patiënten, waarin hij een aantal diagnostische criteria voorstelde om een gamestoornis te kunnen vaststellen. Zijn werk wekte aanzienlijke belangstelling bij academici en beïnvloedde zelfs het denken over gameverslaving in de Verenigde Staten.
Volgens de National Library of Medicine is het artikel van Tao Ran geciteerd in meer dan honderd academische artikelen. In 2013 werden de door hem voorgestelde diagnostische criteria genoemd in de vijfde editie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) van de American Psychiatric Association in de sectie aandoeningen die meer onderzoek verdienen. ‘In de ogen van de westerse wereld lijkt het onderzoek van Tao Ran een solide basis te hebben, maar zijn methoden waren niet wetenschappelijk,’ zegt Zhang. ‘Ik wil mijn eigen ervaringen gebruiken om het gezag van zijn onderzoek in twijfel te trekken.’
Ouders dienden hun kinderen slaappillen toe om ze naar binnen te krijgen
Voor Zhang is het onderzoek van Tao Ran om drie belangrijke redenen problematisch. Ten eerste is het onethisch. ‘Ze hebben ons niet verteld dat we gebruikt werden voor experimenten,’ aldus Zhang. ‘Veel mensen in de kliniek zijn erin geluisd; ouders dienden hun kinderen zelfs slaappillen toe om ze naar binnen te krijgen.’
Ten tweede voldeden de patiënten in de kliniek vaak niet aan de diagnostische criteria die Tao Ran later zou voorstellen. Volgens zijn artikel kan een tiener gediagnosticeerd worden met een gamestoornis als hij meer dan zes uur per dag games speelt gedurende meer dan drie maanden. Zhang voldeed niet aan deze norm, maar de kliniek bestempelde hem wel als patiënt en weigerde hem vrij te laten totdat hij ‘genezen’ was.
Winstoogmerk
Zhang gelooft dat zijn vrijheid hem werd ontnomen omdat dit in het belang was van zowel de kliniek als zijn ouders. De klinieken zijn bedrijven met winstoogmerk: Tao Rans centrum bracht patiënten in 2007 meer dan 10.000 yuan (destijds zo’n 1200 euro) per maand in rekening. En volgens Zhang konden zijn ouders door hem weg te sturen de confrontatie met het echte probleem in het gezin uit de weg gaan: de invloed van hun echtelijke ruzies op zijn geestelijke gezondheid.
Verschillende andere patiënten werden volgens Zhang om dubieuze redenen naar de kliniek gestuurd. Een tienerpaar kwam daar terecht nadat hun ouders hadden ontdekt dat ze verkering hadden. Een dertigjarige man meldde zich nadat zijn vrouw erachter was gekomen dat hij een affaire had met een vrouw die hij online had ontmoet.
De kliniek bleek geen idee te hebben of de behandeling effectief was of niet
De derde reden waarom het onderzoek van Tao Ran problematisch is: de kliniek bleek geen idee te hebben of de behandeling effectief was of niet, zegt Zhang. ‘Er gingen een heleboel mensen heen, maar niet omdat ze gameproblemen hadden. En ze kwamen er uiteindelijk weer uit, maar niet omdat ze “genezen” waren,’ vertelt hij. ‘We voerden een soort toneelstuk op; het zogenaamde wetenschappelijke experiment van Tao Ran was als een repetitie met een groep acteurs.’
In de kliniek besefte Zhang al snel dat hij de beste kans had om zijn vrijheid terug te krijgen als hij deed alsof hij meewerkte met de psychiaters. Eén uitspraak uit Zhangs film vat deze houding goed samen: ‘Hoe harder je terugvecht tegen een tiran, hoe harder die je zal vermorzelen.’ Een groot deel van de plot van de film is gebaseerd op Zhangs tactieken om het personeel van de kliniek te misleiden, vooral door geheime bondgenootschappen aan te gaan met andere patiënten.
Andere scènes in Diagnosia tonen de rigide discipline binnen de kliniek
Een andere student, die een paar dagen na hem in het centrum was aangekomen, bekende dat de psychiaters hem hadden gevraagd om Zhang in de gaten te houden en ‘opstandige gedachten’ te melden. Hij vroeg of Zhang gevraagd was hetzelfde te doen bij hem. Daarna sloten de twee een pact om elkaar te dekken. ‘Het is niet gemakkelijk om je echte gevoelens te verbergen als iedereen je nauwlettend in de gaten houdt,’ zegt Zhang. ‘Je moest je in de kliniek zien te redden in een complex netwerk van interpersoonlijke relaties, maar die vormden ook de sleutel tot ontsnapping.’
Andere scènes in Diagnosia tonen de rigide discipline binnen de kliniek. Op een bepaald moment marcheert een groep identiek geklede tieners in camouflage-T-shirts en -broeken op het Chinese soldatenlied Mars van de Atleten. Het geluid van de voetstappen en de muziek wordt steeds verder uitgerekt, totdat het overgaat in een aanhoudend gehuil. ‘Tijdens die militaire oefeningen voelde ik me het best,’ zegt Zhang. Alle studenten in China zijn verplicht een militaire training te volgen. ‘Hier gelooft men dat lichaam en geest van jonge mensen onstabiel zijn en dat militaire oefeningen gehoorzaamheid in de hand werken.’
Socialiseren
Diagnosia werd op verschillende internationale festivals genomineerd, waaronder het IDFA in Amsterdam en het Sundance Film Festival. Hij won ook in de categorie Beste Chinese inzending op het Sandbox Immersive Festival, een Chinees festival voor virtuele media.
Zhang hoopt dat het werk de mythe kan helpen bestrijden dat klinieken voor internetverslaving nodig zijn om de plaag van gameverslaving te bestrijden. Volgens hem moeten de Chinese autoriteiten zich minder zorgen maken over ‘geestelijk opium’ en meer nadenken over de vraag waarom videogames überhaupt zo populair zijn. ‘Online spelletjes spelen is de enige manier voor jongeren om te socialiseren,’ zegt Zhang. ‘In mijn woonplaats is geen openbare ruimte waar jongeren kunnen spelen. Mijn klasgenoten woonden in verschillende delen van de stad en na school gingen we allemaal naar verschillende buitenschoolse lessen. Games vullen de leegte.’
In een maand tijd zijn 43 abortusklinieken gesloten
In de maand nadat het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten abortus als grondwettelijk recht heeft herroepen door de historische uitspraak van Roe v. Wade uit 1973 terug te draaien, zijn ’drieënveertig klinieken in elf staten gestopt met het aanbieden van abortuszorg‘, meldt NPR. Deze cijfers zijn afkomstig van het Guttmacher Institute, een onderzoeksgroep die abortusrechten steunt.
‘In de periode van 24 juni, de dag dat de uitspraak werd teruggedraaid, tot 24 juli hebben zeven staten – Alabama, Arkansas, Mississippi, Missouri, Oklahoma, South Dakota en Texas – al hun abortusklinieken gesloten: ze zijn van achterdertig klinieken naar nul gegaan’, aldus NPR. In 2020 waren deze staten goed voor 80.500 abortussen.
In dezelfde maand hebben Georgia, Ohio, South Carolina en Tennessee in totaal vijf abortusklinieken gesloten
In dezelfde maand hebben Georgia, Ohio, South Carolina en Tennessee – staten die abortus na zes weken zwangerschap verboden hebben – in totaal vijf abortusklinieken gesloten. ‘Vóór zes weken zijn veel mensen zich er nog niet eens van bewust dat ze zwanger zijn,’ aldus het Guttmacher Institute. ‘Zelfs degenen die hun zwangerschap meteen herkennen, hebben hooguit twee weken de tijd om te beslissen of ze een abortus willen aanvragen, en om deze vervolgens in te plannen en te verkrijgen.’
In geen enkele stad ter wereld draait het dagelijks leven zo om religie als in Jeruzalem. ‘De Stad van de Vrede’ – die ironisch genoeg nooit vrede heeft gekend – herbergt zelfs burgers met het zogenoemde Jeruzalemsyndroom, een theologisch trauma waar nog geen kalmeringsmiddel of therapie voor is gevonden.
Keuze uit ons archief
Al eeuwenlang is Jeruzalem een stad die betwist wordt door christenen, moslims en joden. Ook nu zwelt het conflict tussen Israël (joods) en Palestijnse groeperingen (islamitsch) weer aan na hard optreden van de Israëlische politie tegen Palestijnse betogers bij de Al-Aqsamoskee op de Tempelberg – belangrijke heiligdommen van beide religies –, waarop Hamas reageerde met een spervuur aan raketten. Wat is toch die speciale kracht van Jeruzalem die het hart en hoofd van vele gelovigen op hol brengt, zelfs in zo’n mate dat er een syndroom naar is vernoemd? Dimitrij Kapitelman – atheïst, maar van joodse origine – zocht het uit.
Dit artikel verscheen eerder in nummer 138, april 2018.
In de waarschijnlijk meest gloedvol beschreven stad aller tijden is het deze decemberavond rustig. Bedeesd bijna. In elk geval binnen de majestueuze muren van de Oude Stad. Niet dat er een sacrale stilte hangt, eerder een geconcentreerd zwijgen. Zodra de handelaren hun souvenirshops op slot doen, raken de dicht opeen gelegen, heuvelachtige steegjes tussen de hoge muren van Jeruzalem leeg. Uit de portofoons van de Israëlische soldaten die overal tussen de rijen huizen in groepjes op wacht staan, knetteren korte mededelingen. Het is 18 december 2017.
Twaalf dagen eerder heeft de Amerikaanse politieke komediant Donald Trump aangekondigd dat hij het gedeelde Jeruzalem als hoofdstad van Israël erkent. In het Joodse West-Jeruzalem is de zevende kaars van de chanoekia [de negenarmige kandelaar die met Chanoeka wordt gebruikt] ontbrand, in het oosten de woede van de Palestijnen over dit goddeloze paternalisme. De zogeheten Arabische wereld heeft Dagen van Woede afgekondigd. Jeruzalem heeft koorts. En als Jeruzalem koorts heeft, loopt de temperatuur van de hele mensheid op. Van Bali tot Berlijn klinken brandende redevoeringen, worden dure eden gezworen en wapperen de vlaggen. En dooft het levenslicht.
Is dit de stad die de mensheid al eeuwenlang gek maakt?
Ondertussen stinkt de Via Dolorosa, de lijdensweg waar Jezus ooit zijn kruis overheen sleepte, naar de pis van de krolse katers die je overal in de steegjes van de Oude Stad hoort krijsen. Tegenover het geboortehuis van de Maagd Maria staan twee lege diepvrieskisten met reclame van Ola. Iets verderop verwisselen Arabischsprekende bouwvakkers putdeksels.
Is dit de stad die de mensheid al eeuwenlang gek maakt? Waar Jezus zijn Laatste Avondmaal tot zich nam voor hij tijdelijk overleed om vervolgens in de Kerk van het Heilig Graf te worden opgebaard? Waar de profeet Mohammed opsteeg naar het hemelrijk met achterlating van de Rotskoepel? Waar de tempel van de joden heeft gestaan en waar ze aan de laatst overgebleven muur daarvan, de Klaagmuur, nog altijd bidden? En waar ze zelf in 2004 een heel grote en veel beklaagde muur hebben gebouwd om zich hermetisch af te sluiten?
Door een beetje heiligdomhoppen kun je de symbolen van de drie wereldgodsdiensten in een kwartier aflopen. En door slechts één keer in deze stad te verblijven kun je je verstand kwijtraken. Of God vinden. Of je verstand kwijtraken én God vinden. Of God en dus pas eigenlijk je verstand vinden. Of toekijken hoe God zijn verstand verliest. De wisselwerking tussen deze vondstverlies-verliesvondsten is in Jeruzalem omstreden. Maar dat ze bestaan, valt niet te bestrijden.
Er is een officieel erkende psychose die alleen in deze stad optreedt: het Jeruzalemsyndroom. Overweldigd door de alomtegenwoordigheid van het hemelse gaan sommige toeristen − het maakt niet uit van welke religie − denken dat ze een heilige zijn. Een engel, een apostel, soms zelfs de op dat moment wedergeboren messias. Eerst stoppen ze met slapen, dan met lichaamsverzorging en ten slotte met hun gehele burgerbestaan tot dan toe. Gehuld in beddenlakens zwerven ze door de stad en verkondigen psalmen, hun eigen wedergeboorte, soms het naderende einde.
Uit de vakliteratuur komt niet naar voren of de alomtegenwoordigheid van de hemel in deze stad echt de ziekteverwekker is, of juist het blijkbaar teleurstellende ontbreken daarvan: de onbeheerde Ola-diepvrieskisten, het onderhoudswerk aan putdeksels. Hoe dan ook, meestal laten de zelfverklaarde verlossers zich met klinische zorg en kalmeringsmiddelen van gemiddelde sterkte weer tot individuen terugverplegen.
De ‘Stad van de Vrede’ heeft de facto nooit vrede gekend
Toch lijkt het nog krankzinniger dat uitgerekend de voor miljoenen gelovigen wereldwijd heiligste plaats op aarde, Yerushalayim − etymologisch: ‘Fundament van God’ of ook ‘Stad van de Vrede’ − de facto nooit vrede heeft gekend. Dit feit is bij wijze van spreken een nog kolossaler Jeruzalemsyndroom, een theologisch trauma waar nog geen kalmeringsmiddel of therapie voor is gevonden.
Het gaat dus om gezond mensenverstand en het begrijpen van God in Jeruzalem. Om vermijdbare misvattingen en openbaringen, krampen en verlossingen, wonderen en niet-wonderen die hier elke dag opnieuw worden vastgesteld, alsof ze even natuurlijk zijn geschapen als de mens zelf.
Op een bepaalde manier wordt de grootste psychiatrische kliniek van Jeruzalem, Kfar Shaul, omringd door geestelijke blijmoedigheid. Ertegenover staan twee synagogen en twee joods-orthodoxe godsdienstscholen, waar ook iedere dag en even onverstoorbaar wereldbeschouwingen worden ingestudeerd. Maar als je de leerlingen van de jesjiva naar de kliniek vraagt die een paar meter verderop staat, maken ze een wegwerpgebaar, alsof het een onwelkome indringer van wereldse verdwazing is.
Achter de goed bewaakte ingang ligt geen knots van een kliniek maar een voormalig dorp, met verspreide huisjes en binnenweggetjes. Het Israëlische leger heeft de voorheen Arabische nederzetting in 1948 bezet. Nou ja, eigenlijk ligt er voor de ingang nog, naast een palm, een man met zijn gezicht in de modder van het grasveld. Naar zijn vuile kleding te oordelen ligt hij er al een hele tijd. Vlak daarnaast zit een groepje sombere patiënten op een houten bank naar droevige muziek te luisteren, het klinkt als een vooroorlogse crooner, maar dan op zijn Hebreeuws.
‘Het leven in de kliniek heeft me laten zien dat joden mensen zijn als alle anderen’
Een paar meter verder klinkt uit de kliniek martiaal geschreeuw: de kleine fitnessruimte. Een kamer verder, in het zogeheten resocialiseringscentrum, zit een man met een volle baard en roodomrande ogen in zijn eentje achter de computer en bekijkt aanbiedingen voor cruises in de Cariben. Dr. Gregory Katz is de hoofdarts van Kfar Shaul. Als overtuigd zionist emigreerde hij in 1989 vanuit Moskou naar Jeruzalem, vertelt hij. Hij is mager, begin vijftig en praat vermoeid maar geconcentreerd. Hij was er ook van overtuigd dat het Joodse volk op de berg Sion, de oorsprong van hun geloof, thuishoort. Maar van die overtuiging is nog maar weinig over en godsdienstig is hij überhaupt nooit geweest. ‘Destijds in Rusland leken joden me bijzonder, op een of andere manier verlichter, voor iets voorbestemd. Maar het leven hier heeft me laten zien dat joden mensen zijn als alle anderen. En dat een idee altijd alleen een idee blijft.’
Katz heeft het Jeruzalemsyndroom niet direct ontdekt (de eerste teksten waarin van een dergelijk syndroom sprake is dateren al uit de zestiende eeuw) maar wel in toonaangevende medische tijdschriften beschreven. En hij heeft meer patiënten met het Jeruzalemsyndroom behandeld dan enig ander. Hoewel ook dat aantal overzichtelijk blijft: vroeger waren het ongeveer vijf tot zes gevallen per jaar. De zuivere vorm, waarbij een tot dan toe psychisch onopvallende persoon in Jeruzalem manisch wordt, komt toch al extreem weinig voor. In de regel is het type B: mensen met een bestaand ziektebeeld dat in Jeruzalem heviger wordt.
‘Alles bij elkaar is het een ziektebeeld dat verdwijnt. Pelgrims kunnen de Oude Stad op Google Street View tot in detail bekijken. Daarom blijft de shock na aankomst uit. Bovendien reizen mensen meer, zijn ze beter opgeleid er geloven ze niet meer zo direct in religie en wonderen’, vertelt Katz
De laatste keer dat hij een patiënt behandelde, was een halfjaar geleden. Een wat oudere Engelse toeriste, protestants, die dacht dat ze een heilige was en die een eind wilde maken aan het conflict in het Midden-Oosten. ‘Een ernstig geval, omdat ze leed aan eeen bipolaire stoornis en er rotsvast van overtuigd was dat ze een directe verbinding met God had.’
‘Maar hoe kun je iemand op een geloofwaardige manier, met argumenten uitleggen dat hij geen rechtstreekse verbinding met God heeft?’
‘Dat is ook onmogelijk. Als ze een aanval krijgen, geven we ze medicijnen.’
‘Wat geeft u de zekerheid dat medicijnen een goede uitleg kunnen vervangen?’
‘Je kunt dit probleem niet filosofisch oplossen. In individuele gevallen zijn medicijnen veel praktischer. Zeker, een religieus iemand gelooft dat God alles ziet en dat hij onder Zijn hoede staat. Na het bidden ervaart hij een zekere extase, een zekere band met God. Daar is bidden tenslotte ook voor. Maar als iemand stemmen hoort die van God komen en die hem concrete opdrachten geven, bijvoorbeeld om zich uit te kleden, dan zijn dat hallucinaties.’
‘Denkt u dat de meeste mensen in Jeruzalem een gezonde verhouding tot het geloof hebben?’
‘U kunt zich niet voorstellen hoe verschillend mensen zijn. We kunnen ze niet over één kam scheren. Iemand die in een ultra-orthodox gezin is opgegroeid kijkt op een bepaalde manier naar de wereld. Goed of niet goed: het is een andere wereld. Ja, de joodse godsdienst kent heel veel concrete voorschriften. Dat kan de basis vormen voor een manie. Maar uit onderzoek blijkt dat godsdienstige mensen minder vaak aan psychische ziektes lijden. Dat ze minder vaak zelfmoord plegen, meer motivatie hebben, na lichamelijke kwalen sneller weer gezond zijn.’
‘Anderzijds heeft religie er aantoonbaar toe bijgedragen dat de Stad van de Vrede altijd omstreden is gebleven, en nu gedeeld is. Het heeft geleid tot zelfmoordaanslagen en een schijnbaar onoplosbaar conflict.’
‘Ja, maar dat is het principiële probleem van ideeën. Groepsideeën als religie of nationalisme leiden altijd tot felle discussies. Wie aan een bepaalde god gelooft en daarnaar leeft, zal altijd in conflict komen met andersdenkenden. Natuurlijk, je kunt cynisch worden en nergens in geloven. Dan wordt het makkelijker en heb je geen last van tegenspraak. Maar kan een mens überhaupt zonder ideeën leven? Ik betwijfel het.’ Na een korte denkpauze voegt Katz eraan toe: ‘Zo ambivalent is de mens nu eenmaal.’
‘En uw eigen idee? U bent een niet-gelovige Jood, en een cynicus lijkt u me ook niet.’
‘Ik teer op de resten van mijn humanisme.’
‘U bevindt zich hier in de meest vrije wijk ter wereld. Als u na een moord ergens wilt onderduiken, kom dan naar Kafr Aqab’
Omdat humanisme goed is, maar metaalscanners beter, staat er altijd een tiental securitymannen bij de ingang van het hoofdbusstation van Jeruzalem. Een paar dagen eerder stak een jonge Palestijn een van deze mannen een mes in de borst. Misschien het begin van de gevreesde Derde Intifada. Of alleen maar een van de gebruikelijke, als alledaagse angst geïnternaliseerde basisgruwelen in deze verscheurde stad.
En toch komt ook het gelukkige, domweg onbezorgde Jeruzalem steeds opnieuw te voorschijn. De vader met lange lokken voor zijn oren die zich bij het verkeerslicht omdraait naar zijn kinderen op het achterzitje om een liedje te zingen of met ze te praten. De monnik die op een biscuitje staat te kauwen. De rabbi die, moge het Gode welgevallig zijn, naar een van de vele over de hele stad verspreide lottokantoortjes loopt om een kraslot te kopen. De kleine Ali die in een van de uitgestorven maar zeer steile straatjes in de Oude Stad op zijn brandweerwagen naar beneden suist, aangevuurd door zijn twee zusjes die in koor scanderen: ‘Ali, Ali!’
Hemelsbreed vijftig meter van de onverschrokken Ali de brandweerman staat de Verlosserskerk, omringd door louter handelaren die van hun religieuze relikwieën af willen: kruisjes, iconen, beschilderde houten eieren, sieraden. Allemaal schelden ze op Trump, die uitgerekend in de kersttijd de toeristen heeft afgeschrikt.
Kafr Aqab
En dan is er nog de onbeschrijfelijke wijk die niemand wil hebben. Toen in het stadhuis van Jeruzalem voor de laatste keer over Kafr Aqab werd gesproken, was dat om te bezien of de wijk niet afgescheiden moest worden en overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit, die daar ook al niet buitengewoon happig op was. Tot 2004 was Kafr Aqab een onopvallende burgerlijke nederzetting met twaalfduizend voornamelijk islamitische inwoners. Officieel hoorde ze bij Jeruzalem, waaraan ook belasting werd betaald. Toen bouwde Israël de grensmuur en lag Kafr Aqab opeens op de Westelijke Jordaanoever. Dit leidde ertoe dat het stadsbestuur zich nauwelijks meer om de verwilderde wijk bekommerde, waarna die er een bouwboom inzette die het inwonertal deed vervijfvoudigen.
Door de hoofdstraat van deze onbeschrijflijke wijk, Ramallah Road, persen zich vergeefs toeterende en God noch gebod erkennende auto’s. Hoog in de lucht stapelen bouwkranen nog meer flats op elkaar. Het kleurrijkst in deze troosteloze berg beton zijn de talloze kinderen en de enorme hoeveelheid vuilnis langs de straten. ‘U bevindt zich hier in de meest vrije wijk ter wereld. Als u na een moord ergens wilt onderduiken, kom dan naar Kafr Aqab. Niemand die vraagt wie u bent of waar u vandaan komt. Hier bestaan geen verkeersregels, geen politie, geen justitie,’ zegt de 69-jarige Munir Zagheir. Het buurtcomité heeft hem gekozen als hun vertegenwoordiger. Als de pseudoburgemeester van Jeruzalems onbeschrijflijke wijk in woede ontsteekt − over huizen die op instorten staan, de marginale drinkwatervoorziening, de leeggeroofde scholen of de drugsdealers − vormen zich in zijn mondhoeken speekselresten zo groot als een kwartje. Die hij even vastberaden wegslikt als zijn voortdurende hoest.
Een van Zagheirs grootste professionele successen is dat hij voor een Israëlische administratieve rechtbank een bodemsanering van Kafr Aqab heeft bevochten. ‘Ik heb de rechtbank duidelijk gemaakt dat ik wel honden en katten bij de vuilnishopen kan weghouden, maar vogels niet, die vervolgens met hun bacillen over de apartheidsmuur naar West-Jeruzalem vliegen.’
‘Het conflict is dat rechts de godsdienst misbruikt’
In de ontvangstruimte van zijn huis hangen aan de muur portretten van zijn oudste zoon en van sjeik Ahmad Yassin, een van de oprichters van Hamas. Zagheirs positie is even duidelijk, maar helemaal onverzoenlijk is hij niet. De grenzen van 1967, Oost-Jeruzalem als hoofdstad van de soevereine staat Palestina, en dan vrede. Soms vertelt hij met zijn stralend groene ogen dat alleen wie bloemen zaait, bloemen kan oogsten. Dan weer spreekt hij met kleurloze ogen over soldaten, tegen de bezetting en gasmaskers. Toen het Israëlische parlement een paar weken geleden beraadslaagde over de afscheiding van zijn wijk, werd Zagheir uitgenodigd. ‘Ik heb gezegd: nooit van mijn leven. Want ze willen het leven in Kafr Aqab helemaal niet verbeteren. Het is alleen een demografische truc om het kiezersbestand te verschuiven ten guste van de orthodoxe joden in Jeruzalem.’
‘Is de ellende in Kafr Aqab het resultaat van religieuze conflicten?’
‘Nee, het conflict is dat rechts de godsdienst misbruikt. Wij moslims weten heel goed dat Jeruzalem voor alle drie de godsdiensten even belangrijk is. Waarom zouden wij dan de stad alleen voor onszelf willen? Ons aller leraar Jezus Christus predikte de wereld al: behandel anderen steeds zoals je zou willen dat ze jou behandelden.’
Schooluniforms
Zagheir laat foto’s van de wijk zien: zonder vergunning neergezette gebouwen die de stad Jeruzalem inmiddels zelf moet huren voor privéscholen en klinieken. Vijf van deze wolkenkrabbers moeten worden afgebroken. Wanneer Zagheir de verslaggever door zijn wijk leidt, wordt hij onderweg door waanzinnig veel mensen gegroet. Hij kent ze allemaal, de schoolkinderen, shoarmaverkopers, sigarettenhandelaren en invaliden. ‘Salam Abu’, ‘Salam aleikum’, klinkt het uit de openstaande ramen. Een geliefd man in een liefdeloos oord. Wie wil, kan in Zagheir een profeet zien.
Aan de met sloop bedreigde huizen wordt intussen stug doorgebouwd. Blok na blok. Of ze blijven, weten noch de bouwvakkers, noch de meubelverkopers op de hoek die de eveneens speculerende inwoners ijverig van lederen sofa’s voorzien. Op een paar balkons hangt al was te drogen, op de zevende verdieping hangen twee vogelkooitjes.
‘Als u me wilt verontschuldigen, ik moet nog iets zakelijks doen,’ zegt Zagheir na een kleine rondgang.
‘Mag ik vragen wat?’
‘Ik moet naar een naaiatelier.’
‘Een naaiatelier?’
‘Ja. Ontwerpen voor schooluniformen bekijken. Ik ben eigenlijk ontwerper.’
De aanhanger van Hamas en vertegenwoordiger van de rechten van 58.000 mensen is twintig minuten later een schooluniforminspecteur geworden. Nauwkeurig bestudeert hij in het nabijgelegen Aram de op de Amerikaanse honkbalstijl gebaseerde jacks. Vierhonderd stuks voor de laatste klas van de Rhashadiaschool. Omringd door de al even geconcentreerde jacks evaluerende mannen van het atelier. De vrouwen blijven in de achterruimte achter hun naaimachines zitten, in een sober, geheel door videocamera’s bewaakt atelier. Uiteindelijk geeft Zagheir opdracht de rode kragen beter vast te zetten.
Op de terugweg gaat de pseudoburgemeester binnendoor, door het vluchtelingenkamp Kalandia. Een kamp dat al meer dan dertig jaar bestaat en intussen qua infrastructuur wel een stad lijkt. Voor veel Palestijnen is het daarom het symbool geworden voor de nakba, de Verdrijving.
Weer wordt Zagheir allerhartelijkst begroet.
‘Ze willen graag dat ik ook hier de boss word,’ geeft hij als reden voor zijn populariteit.
‘En wordt u dat?’
Zagheir zwijgt even. Hoest. Onderdrukt zijn hoest weer.
‘Misschien. Maar het stelt hoge eisen aan je als je geliefd bent bij de mensen.
‘O ja, hoe dan?’
‘Je moet oprecht zijn. Van de mensen houden als van jezelf. Eerlijk en waarachtig blijven. Maar als je dat ter harte neemt, heb je ook succes.’
‘En beschikt u over al die deugden?’
‘Die heeft mijn godsdienst me geleerd.’
Zagheir komt bij een kruispunt zo smal als een potlooddoosje. Drie vrachtwagens uit drie richtingen, zijn eigen gammele Toyota uit de vierde. Geen verkeersborden, geen regels. Met gebaren maken ze elkaar duidelijk wat ze willen en ze manoeuvreren langs elkaar terwijl het middaggebed van de muezzin over het onbeschrijflijke gebied schalt.
Twee uur later zal er op Ramallah Road van begrip geen sprake zijn. Eerst is er extase, wanneer vijfduizend mensen met Palestijnse vlaggen naar de gehate grensovergang marcheren. Voor de Dag van Woede, met borden waarop staat dat Jeruzalem voor eeuwig bij Palestina hoort. Om dat mee te maken komen de burgers van Kafr Aqab trots uit hun tapijtenwinkels en garages, en staan ze op hun ongeautoriseerde en instortingsgevaarlijke balkons. Ze filmen met hun mobieltjes en zingen luidkeels. Al snel staan er barricades in brand en gooien schreeuwende jongeren uit Kafr Aqab stenen naar de soldaten. Totdat ze Israëlisch traangas inademen uit de lucht die even eerder vol was van enthousiasme.
De nieuwe messias
Omri Szmulewicz zit achter zijn MacBook in café HaMiffal in West-Jeruzalem, dat niets heeft meegekregen van de Dag van Woede die zich een paar kilometer daarvandaan afspeelt. HaMiffal was tot voor kort een leegstaand gebouw, nu is het superhip als verblijf voor kunstenaars uit de hele wereld. Op dit moment presenteert een Ierse kunstenares er werk dat ze, gezichten van haar onbekende mensen aftastend, met haar ogen dicht heeft getekend. Szmulewicz organiseert in HaMiffal alles wat met muziek te maken heeft. Hij zorgt voor het geluid en bespeelt zelf een groot aantal instrumenten. Daarnaast organiseert hij de fundraising voor een biomedische start-up. Maar zijn eigenlijke roeping, de reden waarom Szmulewicz überhaupt naar Jeruzalem is gekomen, heeft niets met biomedisch werk te maken. Eerder met psychologie. Hij wil de nieuwe messias worden. ‘Ik zou liegen als ik zeg dat ik sinds mijn openbaring niet het gevoel heb dat ik de Ene ben,’ zegt hij. ‘Een stem in mijn hoofd zegt steeds opnieuw: jij hebt de gave, jij moet de boodschap verkondigen.’
Szmulewicz is een uit de kluiten gewassen, modern geklede man van begin dertig met lang zwart haar en de aanstekelijke open grijns van een echte schelm. Hij beschikt over een aanmerkelijke tegenwoordigheid van geest, een bombastische welbespraaktheid en zelfspot. Het tegendeel dus van een in beddenlakens wandelende manische Jeruzalemsyndroomzwamneus, zou je denken. Zijn openbaring, of ‘opwekking tot de psycho magic’ zoals hij het zelf noemt, heeft ook niet plaatsgevonden op een heilige plaats, maar in een psychotherapeutische praktijk waar hij therapie volgde.
Eigenlijk komt hij uit een welgesteld voorstadje van Tel Aviv. Met weldenkende ouders, een huis met kasten vol filosofieboeken en een frequent bespeelde concertvleugel in een woonkamer met glazen pui. ‘Waar ik weinig liefde heb ervaren en ben opgevoed tot scepticus.’ Daarom ook heeft hij in therapie geprobeerd het klaarblijkelijk nutteloze, naar contact snakkende kind in zichzelf te vermoorden. ‘Het zit op de punt van een driehoek. En wat ik ook probeer, ik slaag er niet in het te bereiken. Ik weet dat ik zal sterven als ik val. Ik zit gevangen tussen twee werelden. Ik word gruwelijk depressief, ga zitten, probeer een sigaret te draaien en val omlaag. Maar op dat moment verschijnen er engelen boven me die me opvangen. Ik haal drie keer diep adem, de drie beste ademteugen in mijn leven. Ik realiseer me dat ik het kan. Begin weer op te stijgen, langzaam, beetje bij beetje. Nu om het kind in mezelf te omarmen. En ik begrijp: dit is het dilemma van de mensheid. De top en de afgrond, het gewicht en de gewichtloosheid, het tijdrovende scheppen en het ellendig snelle verwoesten.’
‘God is precies de idee die je van de onverdraaglijkheid van de wereld redt, die met open ogen doet dromen’
Sindsdien begrijpt Szmulewicz het leven als een magische droom die iedereen door liefde kan vormgeven. Daarbij ziet hij heel goed dat veel om ons heen een voorliefde heeft voor het doden: ‘Rationeel beschouwd is de wereld onverdraaglijk. En dat altijd geweest. Maar God is precies de idee die je van deze onverdraaglijkheid redt, die met open ogen doet dromen.’
Szmulewicz wil een avondwandeling maken in de Oude Stad. Op weg daarheen zien we op veel gebouwen affiches hangen met het opschrift ‘God bless Trump’. De achtste kaars van de chanoekia is aangestoken, en de Mamilla Mall die naar de Oude Stad loopt, met zijn luxe winkels, is vol kleurige rijen lampjes en dikke portemonnees. ‘So, so you think you can tell heaven from hell?’ covert een grijze, orthodoxe man Pink Floyd op zijn gitaar. Zonder haast slaat Szmulewicz een van de stille zijstraatjes in. Toevallig lopen we tegen het kerkje van de Arameeërs aan, de eerste leerlingen van Jezus. Voor de onverlichte toeschouwer toevallig, maar voor Szmulewicz een teken.
‘Toeval bestaat niet. Vandaag moest ik deze plaats zien. Eraan herinnerd worden dat ook de grote godsdiensten een paar duizend jaar geleden zijn gevestigd door mensen met openbaringen. En dat geen van hen in zijn tijd erg geliefd was. Abraham heeft zijn familie verlaten om de epische weg naar het beloofde Land op te gaan. Jezus was een jood vol pretenties die iedereen tegensprak. Daarom is hij vermoord. Zelfs Boeddha kwam uit een streng religieus milieu en verklaarde ooit: u kletst allemaal maar wat. Religies hebben behoefte aan iemand die van tijd tot tijd de decadent geworden orthodoxie overwint.’
Smalle treden leiden naar een dak waar je de gouden Rotskoepel bijna kunt aanraken. Eigenlijk is het een aaneengesloten areaal van daken, en ze zeggen dat je over deze daken de Oude Stad helemaal kunt doorkruisen. Achter de al-Aqsamoskee strekt zich de Tempelberg uit, daarboven schitteren zachtgouden sterren. Op een moment als dit is er misschien wel geen plaats op de wereld die wereldser is dan Jeruzalem.
‘We hebben al genoeg egoïstische en valse profeten’
Szmulewicz gaat zitten om te mediteren. Na ongeveer twintig minuten gaat hij verder: ‘Ik heb de laatste maanden zo veel tekens gekregen en gezien. Soms moet ik ergens aan denken, dan sla ik de kabbala op een willekeurige plaats open, en precies datgene waaraan ik dacht staat daar geschreven. Altijd als ik duistere gedachten krijg, klop ik driemaal op hout om ze te verdrijven. Zo doen wij joden dat. Toen ik het onlangs in de kelder van mijn ouders deed, vormde zich uit deze punten opeens een driedimensionale davidster om me heen.’
Syndroomsteden
Jeruzalem is niet de enige stad waaraan een bepaald syndroom is toegerekend.
Heel ‘betoverend’ bijvoorbeeld is het Florencesyndroom. Dit al in het begin van de negentiende eeuw door de Franse schrijver Stendhal beschreven syndroom zou vooral kunstenaars overkomen die zich in Florence tegenover de alomtegenwoordige kunst opeens bewust worden van hun eigen onbeduidendheid. En als gevolg daarvan symptomen als ademhalingsproblemen en hartritmestoornissen ontwikkelen.
Bekender is het zogenoemde Stockholmsyndroom, waarbij een gijzelaar tijdens een gijzeling sympathie voor zijn gijzelnemer ontwikkelt. Het omgekeerde bestaat ook: een gijzelnemer ontwikkelt positieve gevoelens voor zijn gijzelaar; in zo’n geval spreekt men van het Limasyndroom. Minder extravagant, maar niet minder ernstig is het New Yorksyndroom, dat paradoxaal genoeg niet het verlies van realiteitszin, maar juist het verkrijgen daarvan beschrijft. Achter een bedrukte stemming zitten existentiële angsten en depressies verborgen die zich voordoen bij jonge mensen die hopend op de American dream en een succesvol leven naar New York komen. Om dan te concluderen dat hun droom niet zo eenvoudig te realiseren is.
‘Bent u weleens bang dat u de controle verliest? Dat u uzelf van louter verlichting niet meer herkent?’
‘Ik ben al heel erg veranderd. En dat maakt me een beetje bang. Aan de andere kant is dat natuurlijk ook de zin van bekering. Natuurlijk is God in de mensen en natuurlijk bezoekt de messias ons af en toe.’
‘En nu bent u de messias?’
‘Misschien. Maar te geloven dat je “de Ene” bent, is tegelijk infantiel. Ik heb de gave, niet mijn ego. En zolang ik mijn ego niet heb overwonnen, ben ik terughoudend. We hebben al genoeg egoïstische en valse profeten.’
Op donderdag, een dag voor de sabbat, zijn de nachten in de meest bezongen stad van de wereld het levendigst. De Ben-Yehudastraat staat vol gouden keeltjes, breakdancers, trommelaars en jongleurs en de uitpuilende cafés doen een wedstrijdje wiens installatie het hardst kan. Opgedoft, vrolijk van de wodka, opgewonden van de drugs: het kan er hier bijna carnavalesk uitzien. Ook al heeft de stad steeds minder seculiere inwoners.
Zowel de orthodox-joodse als de moslimmoeders in Jeruzalem krijgen gemiddeld 6,5 kind, en die gaan op donderdagen echt niet feestvieren. Ze krijgen in de eerste plaats zo veel kinderen omdat hun God hun voorschrijft dat ze vruchtbaar moeten zijn. In de tweede plaats omdat met de grootte van hun groep ook hun macht bij de verkiezingen toeneemt. Daar komt nog bij dat veel orthodoxe joden van een wereldlijke broodwinning afzien om zich helemaal aan de studie van de Heilige Schrift te wijden. Mede daardoor is de beroemdste stad van de wereld ook de armste stad in het Heilig Land. Hoe dan ook, op donderdag feesten degenen die overdag werken en doorgaans voorbehoedmiddelen gebruiken.
Een stukje bij deze levensader vandaan, aan een achterafpleintje met regenboogvlaggetjes, ligt de Videobar, de enige bar − zo niet de enige plek − in Jeruzalem voor homo’s. Opzettelijk in de buurt van een politiebureau, voor het geval er weer met molotovcocktails wordt gegooid. Af en toe komen er nachtvlinders naar de deur van de Videobar, blijven even staan en gaan weer weg. Om later terug te komen, iets dichterbij, en opnieuw haastig om te keren. Een paar van deze donderdagavondklanten vatten pas bij hun derde aanloop voldoende moed om echt naar binnen te gaan.
Tegen een van de muren staan Batman en Robin te vrijen, het achterste gedeelte heeft een kleine dansvloer. Britney Spears zingt over de ‘taste of a poison paradise’. Arabisch en Hebreeuws klinken zo uitgelaten door elkaar als in deze stad maar zelden voorkomt. Waarom ook niet? Het is moeilijk voor te stellen dat de door alle religies uitgestotenen elkaar in de Videobar in de lange haren van hun toupetjes vliegen over de toegang tot de al-Aqsamoskee.
‘Ik ben de queen van de orthodoxe viespeuken in Jeruzalem, hun sprankje hoop’
Alona, vandaag meer vrouw dan man, met luipaardjas, rode lippenstift en hoge hakken, voorkomt dat homo’s die door hun familie zijn verstoten zelfmoord plegen. Dat zegt ze in elk geval, terwijl ze staat te roken op de veranda. ‘Ik ben de queen van de orthodoxe viespeuken in Jeruzalem, hun sprankje hoop. Geloof me, er zitten verdomd veel verkapte flikkers onder de orthodoxen.’
‘En hoe leer je die kennen?’
‘Dat hoeft niet. Zij kennen mij en komen naar me toe. Heel verlegen, overdag of bij het boodschappen doen op de Mahane Yehuda-markt.’
‘En dan?’
‘Dan geef ik ze waar ze zo hevig naar verlangen. Ik vind ze sexy in hun zwart-witte pakjes. Met hun maagdelijkheid.’
‘Het klinkt alsof je hier in Jeruzalem als queer een nogal vrij leven leidt, Alona.’
‘Ik kan met iedereen goed overweg, ook in Jeruzalem. Ik ben gewoon ik, ik heb geen andere keus.’
‘Zo,’ moppert Joat, Alona’s metgezellin − eveneens flink opgemaakt, meer vrouw dan man, en met een volumineuze paarse sjaal gedrapeerd om haar gouden jurk, die op zijn beurt strak om haar tamelijk dikke lichaam zit. ‘Als jij zo vrij bent, waarom ga je dan niet in deze outfit naar je werk? Of op zijn minst opgemaakt?’
‘Dat mag niet,’ antwoordt Alona, die als veiligheidsbeambte in een openbaar gebouw in Jeruzalem werkt.
De dansvloer is inmiddels propvol en het aantal seksuele toespelingen per nummer benadert het Jeruzalemse religieuze vruchtbaarheidscijfer.
Mea Shearim
Of een van de dansers bij het aanbreken van de dag terug zal sluipen naar Mea Shearim, de oudste ultra-orthodoxe wijk van Jeruzalem? Heel ver liggen beide werelden niet uit elkaar, te voet misschien tien minuten. Maar wie over de drempel stapt, ziet een Joods leven dat nauwelijks door de moderne tijd is beroerd, tussen bouwvallige huisjes, met een oerwoud van stroomdraden en vreselijk vervuilde straten waar desondanks orde heerst. Een leven in liefdevolle, nauwe dorpsstraatjes, waar de buitenwereld niet binnenkomt. Waar kinderen, kinderen en nog eens kinderen hand in hand over straat lopen en sommige moeders zich geheel bedekken. Ze dragen een sluier over hun hoofd en ook van hun lichaam is niets te zien.
Hier kent iedereen iedereen, een donderdags uitje zal hier niet lang verborgen blijven, ook al is het vlak voor sabbat heel erg druk. Iedereen moet zijn vrijdagse vis en zijn pretzels nog in huis halen. Ingewikkelde consumentenverlangens moet je hier niet hebben, Britney Spears’ ‘Toxic’ of een tv-toestel zijn in Mea Shearim niet te vinden. Om drie uur ’s middags klinken overal in de wijk de luidsprekers. Melancholieke Hebreeuwse muziek schalt door Mea Shearim en kondigt het begin van de sabbat aan. De wijk wordt dan afgesloten, om een dag lang nog ongestoorder met God, met zichzelf en met nietsdoen bezig te zijn. Hoe mooi moet die muziek niet klinken als die je je leven lang het wonderschone, strikt voorgeschreven dolce far niente heeft verkondigd? Hoe moeilijk moet het niet zijn om hier weg te gaan en deze muziek nooit meer te horen, om niet alleen op donderdagavond stiekem een vrije zondaar te zijn?
‘Deze stad rukt iedereen zijn masker af. Ze duldt geen veinzerij,’ bevestigt pater Nikodemus Schnabel, priester en hoofd van de Dormitio-abdij, een benedictijnenklooster op de berg Sion. Hij woont sinds zestien jaar in Jeruzalem, is in 1978 in Stuttgart geboren en volgens zijn gelofte tot het eind van zijn leven aan zijn orde in het Nabije Oosten gebonden. En hier wilde pater Nikodemus ook precies naartoe. Zijn abdij staat op de plaats waar Jezus zijn Laatste Avondmaal tot zich nam. Een plaats van diepe contemplatie, hoog verheven boven het alledaagse lawaai van de Heilige Stad. ‘Om vijf uur in de ochtend, tijdens het eerste gebed bij zonsopgang, is Jeruzalem juist door die diepe godsvrucht om verliefd op te worden. Dan heeft Jeruzalem geen syndroom en al helemaal geen behoefte aan therapie.’
‘Ik begrijp waarom Jeruzalem de perfecte stad is om atheïst te worden’
Als er geen aanslagen met brandbommen op zijn klooster werden gepleegd. Of als er niet op de voorgevel werd gekalkt dat alle christenen dood moeten. Vlakbij liggen de nederzettingen van de radicaal-religieuze Heuveljoden. Vanwege hen moest er een permanente politiepost voor zijn deur worden neergezet. ‘Ik begrijp waarom Jeruzalem de perfecte stad is om atheïst te worden. Op gewone dagen word ik, als ik het klooster uitga, bespuugd, beledigd en geschopt. De radicale religieuzen roepen graag: “Oprotten naar Rome!” Hier is niets hetzelfde, iedereen is hier naakt. Ik ook.’
Als je pater Nikodemus ziet, is hij een open, zachtaardige en levenslustige man met rode wangen. Je kunt je de pas 39-jarige pater makkelijk voorstellen als gangmaker in het café, terwijl hij met zijn diepe joviale lach handen schudt en moppen vertelt. Een indruk die meteen vervliegt als de pater op de empathische toon van een zielzorger spreekt.
‘En welk gezicht zag u in de spiegel toen Jeruzalem u ontmaskerde?’
‘Ik zag en ik zie mijn valkuilen. Soms wil ik degenen die me bespuwen gewoon op hun bek slaan. Maar als ik mijn zoektocht naar God serieus neem, met de gedachte dat de mens naar het evenbeeld van God is geschapen, dan is zoeken naar God ook zoeken naar de mens. Wie ben ik, als ik me van iemand afmaak? Als ik iemand in een la stop?’
‘Ze doen niemand kwaad, huppelen rond, brabbelen wat, dossen zich vaak merkwaardig uit. Maar als de kerken deze mensen buiten zetten, waar moeten ze dan heen?’
Ook van degenen die in de spiegel plotseling een godheid ontwaren en bij dr. Katz terechtkomen, wil de pater zich niet afmaken. ‘Die hebben we hier altijd. Ze doen niemand kwaad, huppelen rond, brabbelen wat, dossen zich vaak merkwaardig uit. Maar als de kerken deze mensen buiten zetten, waar moeten ze dan heen?’ Het zou in elk geval een probleem worden als deze zwaarbelaste mensen troost vinden in de tuin van het klooster en daar helemaal niet meer weg willen. Over een paar uur zal pater Nikodemus de nachtmis lezen. Waarschijnlijk als enige katholiek op de wereld preekt hij voor een gehoor dat voor het grootste deel joods is.
Bethlehem
Ondertussen is in Bethlehem, de geboorteplaats van Christus, het feest al aan de gang. Eigenlijk maar negen kilometer, maar ook een omweg om een hele lange grensmuur heen verder. Op de markt waar de Geboortekerk en de Omarmoskee oog in oog staan, is een parade. Een bigband in militair ogende uniformen speelt ‘Jingle Bells’ met een Arabisch accent. Maar het Palestijnse Bethlehem lijkt op dit moment niet zo ontvankelijk voor kerstliedjes uit Trumpistan. Een affiche met een in het paars geklede Sinterklaas wenst ons Merry Christmas, een nog groter affiche dat eroverheen geplakt is herinnert ons eraan dat Jeruzalem voor eeuwig de hoofdstad van Palestina blijft.
De bewoners van de stad volgen de parade met een merkwaardige mengeling van plichtsbewustzijn, kijklust en ergernis. Tussen de rijen door dringen minderjarige kauwgom- en parapluverkopers naar voren. Eromheen cirkelen geconcentreerde Palestijnse soldaten en een groot aantal internationale cameraploegen. En om iedereen heen jaagt een akelige wind die maling heeft aan het milde winterzonnetje. En hoe verder je van de theoretisch zo feestelijke markt af komt, in de richting van Jeruzalem, in de richting van de gemilitariseerde scheidingsmuur, des te voelbaarder het wordt dat Bethlehem weinig zin heeft om feest te vieren.
De wind die over het feest joeg heeft tegen de avond dankzij de talloze regenbuien een zee van plassen in de Oude Stad veroorzaakt. Desondanks is de Dormitio-abdij voor de nachtmis van pater Nikodemus tot de laatste plaats bezet. Ook Omri Szmulewicz, die zich in staat acht de erfgenaam van de jarige te zijn, is gekomen. Hij luistert met gesloten ogen, een steentje dat zijn derde oog moet symboliseren tegen zijn voorhoofd gedrukt. Soms glimlacht hij enthousiast, dan weer kijkt hij een beetje mistroostig.
‘Als de messias verschijnt, kunnen we hem eindelijk vragen of hij hier voor het eerst is. Zo ja, dan hebt u gelijk, zo nee, dan wij’
Pater Nikodemus weet het verrassend jonge joodse publiek snel voor zich te winnen. In een wit met gouden kazuifel schertst hij vanaf de preekstoel: ‘Ik ben hier niet om u te bekeren. Als de messias verschijnt, kunnen we hem eindelijk vragen of hij hier voor het eerst is. Zo ja, dan hebt u gelijk, zo nee, dan wij.’ De pater verklaart dat God niet alleen een over ons wakende en wraakzuchtige God is. ‘Maar vol liefde en hartstocht. Almachtig, zeker, maar een God van vrede, van licht en van vergeving.’
Szmulewicz vergeeft de pater na afloop snel dat de mis ‘te mainstream’ was. En ook wil hij wel door de vingers zien dat het publiek zijn aandacht niet voldoende bij de dienst hield en dat ze ondertussen foto’s maakten met hun mobieltjes. ‘Maar misschien is het alleen mijn ego dat kritiek heeft. Waar moet de pater anders over preken dan over liefde en vergeving? Religie moet niet te ingewikkeld zijn.’
Een paar kilometer verderop staan de straten van de onbeschrijflijke wijk Kfar Aqab een halve meter onder water. De Dagen van Woede gaan verder. Dr. Gregory Katz moet over een paar uur met zijn restje humanisme in een dokterstas naar zijn werk. In de meest aanbeden stad ter wereld is het vandaag geen feestdag.
Life of Brian
Nooit is het Jeruzalemsyndroom zo prachtig en komisch ad absurdum gevoerd als in de klassieker Monty Python’s Life of Brian: in deze satirische film uit 1979 wordt de jonge Brian tegen zijn zin tot messias uitgeroepen, terwijl hij alleen de mooie Judith voor zich wil winnen. Verder wil hij met rust gelaten worden. Aan het bittere slot van de film klinkt de song ‘Always Look on the Bright Side of Life’, terwijl Brian en een tiental andere veroordeelden aan kruisen bungelen. De song werd even beroemd als de film: de laatste werd door het British Film Institute ondanks veel controverse gekozen als een van de honderd beste Engelse films.
De auteur
Dmitrij Kapitelman (31) heeft Jeruzalem in zijn leven tot nu toe drie keer bezocht, en de stad als ‘waanzinnig vermoeiend’ ervaren. Maar ook als een bijzondere plaats. ‘Het is moeilijk in woorden uit te drukken,’ zegt hij, ‘maar je voelt daar veel directer dan elders hoe belangrijk religie voor mensen kan zijn.’ Kapitelman is zelf van joodse origine, maar noemt zichzelf een ‘Hebreeuws gevormde atheïst’.
‘Alsof mijn hersens in slowmotion door een bijl worden gespleten.’ Het is een van de plastische beschrijvingen die auteur Titus Arnu geeft over de migraine aanvallen waar hij aan lijdt. Hij probeerde alles om ervan af te komen. Niks helpt echt. Behalve het verzet tegen de meest voorkomende hersenziekten staken.
Wie een idee wil krijgen van hoe migraine voelt, kan luisteren naar het begin van Richard Wagners opera Siegfried. Dat begint met een dof gebrom. Strijkers strijken, paukenisten slaan op de pauken, dan intensiveert de muziek tot een pulserend ritme met een schril hameren, rinkelen en bonzen. En ten slotte de woorden, die er eerder uitgeperst dan gezongen worden: ‘Zwangvolle Plage! Müh’ ohne Zweck!’ Het lijkt of Wagner, zelf een migrainelijder, van een van zijn aanvallen muziek heeft gemaakt.
Lange tijd kon ik weinig beginnen met zijn muziek, misschien omdat het in mijn eigen hoofd vaak zozeer bromt, rinkelt en hamert dat ik er niet ook nog melodieën bij kan hebben die zo klinken. Mijn eerste aanval kan ik me niet meer precies herinneren, maar ik moet 14 of 15 jaar geweest zijn en sindsdien ben ik die taaie ziekte nooit meer kwijtgeraakt. Ik heb er in de Himalaya nachten mee doorwaakt in een tent, heb mijn hoofd tegen de verkoelende tegels van hotelbadkamers gedrukt en op vierduizend meter hoge bergen mijn bonzend hoofd met sneeuw ingewreven. Ik weet niet meer hoeveel afspraken ik al heb afgezegd vanwege mijn ziekte, en één keer – dat vergeet ik nooit – moest ik me op mijn eigen verjaardagsfeestje terugtrekken in de verduisterde slaapkamer. Mijn grootste tegenstander zit in mijn hoofd.
Soms ben ik weken achtereen vrij van pijn, maar nooit zo lang dat ik de ziekte echt zou kunnen negeren. In slechte perioden overvalt ze me twee of drie keer per week. Ik heb dan het gevoel alsof mijn hersens in slowmotion door een bijl worden gespleten. Een typische aanval begint met een flikkering voor de ogen, die kan uitgroeien tot een onverdraaglijk bont lichtorgel, de aura. Ik word duizelig en misselijk, dan komt de pijn erbij. Eerst drukkend of bonzend, later stekend; eerst alleen bij de slapen, op een gegeven moment in mijn halve hoofd, meestal aan de rechterkant, soms aan de linker.
Ik ben niet de enige met het probleem, maar dat brengt een oplossing niet dichterbij
Ik ben een van de ongeveer negen miljoen Duitsers die min of meer regelmatig lijden aan zulke aanvallen. Op de lijst van ziektes die tot arbeidsongeschiktheid leiden staat migraine wereldwijd op de derde plaats, volgens het medische vaktijdschrift The Lancet, na ziekten van het bewegingsapparaat en depressies. Ik ben dus niet de enige met het probleem, maar dat brengt een oplossing niet dichterbij. In de voorbije decennia heb ik zo ongeveer alles uitgeprobeerd om me van mijn hoofdpijn te bevrijden: de klassieke aspirine, Ibuprofen, paracetamol. Ook bètablokkers, ayurveda, autogene training, yoga-oefeningen, duursport, vasten, aderlaten en acupunctuur. Een tijdlang heb ik me getraind in het afzien van dingen: geen koffie, geen rode wijn, geen kaas en geen chocolade. Alles vergeefs, de aanvallen komen steeds terug.
Nu nog één poging: een kliniek in Königstein im Taunus, in mijn familie niet onbekend. In de jaren zeventig was het de eerste kliniek die zich specialiseerde in hoofdpijn en migraine; al veertig jaar lang behandelen ze daar mensen zoals ik. Dus als ze ergens weten hoe ik mijn vijand kan verslaan, dan zijn het wel de artsen daar, en bovendien ga ik de raad inwinnen van migraine-coryfeeën uit heel Duitsland. Ik laat me drie dagen lang in de kliniek opnemen, zal lotgenoten ontmoeten, elektrische golven door mijn schedel laten jagen, me inwrijven met ijs – en hopelijk met een helder hoofd naar huis terugkeren.
‘Alsof mijn hersens in slowmotion door een bijl worden gespleten’
Het affiche bij de ingang schrikt me aanvankelijk wel af: dertien gloeiende spijkers boren zich in het rechteroog van een man, zijn mond geopend in een stomme schreeuw, het linkeroog van pijn vertrokken. Een drastische begroeting, maar wel passend. Het affiche, dat eruitziet als reclame voor een spookhuis, kondigt een lezing over hoofdpijn aan. De mensen die door deze deur gaan, voelen zich vaak precies als die arme kerel op het spijkerplaatje, dat weet ik maar al te goed. Het is zondagavond en de kliniek ziet er ondanks het horroraffiche uitnodigend uit: een villa van drie verdiepingen met een moderne aanbouw, omgeven door oude bomen, met uitzicht op de beboste heuvels van het Taunusgebergte.
In het hoofdgebouw kraken de oude vloerdelen onder de stappen van de kuurgasten. Een verpleegster wijst me een rustige eenpersoonskamer toe op de bovenste verdieping. Voor het raam een park en de ruïne van de burcht van Königstein. De verpleegster overhandigt me een blaadje met het programma voor de komende dagen. Een korte samenvatting: 9.30 uur: progressieve spierontspanning, 10 uur: rugtraining, 12 uur: middagmaal, 13 uur: lezing over hoofdpijn, 15 uur: stressbeheersing, en 16.30 uur: Qi Gong. In de kliniek bekommert men zich om lichaam en geest, omdat beide evenzeer verantwoordelijk zijn voor het gerinkel in de hersenen.
Pauzeknop
Daarom ben ik ook niet tot voor de deur van de kliniek gereden, maar heb ik de 2 kilometer van het station naar de kliniek te voet afgelegd, voor nog een halfuur beweging. Voor een migrainepatiënt als ik is dat even belangrijk als regelmatig slapen, al heb ik dat vroeger niet zo serieus genomen. Toen onze kinderen nog klein waren, ben ik eens de hele nacht met de auto doorgereden, van München naar Toscane, omdat ik me verbeeldde dat dat ontspannener was. Dat was het ook, maar alleen voor de anderen.
De eerste drie dagen van de vakantie bracht ik door in een verduisterde kamer, en ik zwoer bij mezelf voortaan alleen nog overdag te rijden en ’s nachts te slapen. In onze slaap herstelt ons brein zich en verwerkt tijdens de droomfasen de belevenissen en emoties van de dag. Maar het brein van veel migrainelijders is zo gevoelig dat slaap mogelijk niet voldoende is voor het psychisch herstel, zegt psychotherapeute Anke Pielsticker, die in haar praktijk in München veel patiënten met pijn behandelt. Op mijn zoektocht naar een middel tegen de kwaal zal ze mij nog beslissende tips geven. Een migraineaanval kan pijnlijk en vermoeiend zijn, maar uiteindelijk fungeert die als een pauzeknop voor het brein wanneer alles je te veel wordt. Deze avond besluit ik de pauzeknop zelf in te drukken, vroeger dan gewoonlijk. Om half elf doe ik het licht uit.
Als ik de volgende morgen in de eetzaal kom, zitten daar vooral vrouwen; ik ben een van de weinige mannen. Het ruikt er naar koffie en roerei. De jongste patiënt is begin twintig, de oudste bijna tachtig jaar oud. Sommigen zijn hier voor het eerst, anderen hebben al meerdere kuren achter de rug, vertellen ze. De meesten blijven twee tot drie weken in de kliniek. Dat ik als man veeleer een uitzondering ben, is geen toeval, maar komt overeen met de statistieken. Tussen de tien en vijftien procent van de Duitse bevolking lijdt aan migraine; voor de puberteit zijn het nog ongeveer evenveel jongens als meisjes, maar daarna lijden vrouwen tot driemaal zo vaak aan de ziekte als mannen [in Nederland zijn de cijfers vergelijkbaar: veertien procent van de bevolking meldt klachten en dat zijn, vooral op middelbare leeftijd, ruim drie keer zo veel vrouwen als mannen].
Mijn familie is het beste voorbeeld. Mijn moeder herinnert zich nog dat mijn grootmoeder vaak een of twee dagen in een verduisterde kamer zat en met niemand sprak. Ik op mijn beurt herinner mij hoe mijn moeder zich in haar verduisterde slaapkamer terugtrok, en mijn dochter heeft nu ook migraine, zij het gelukkig niet zo vaak. De migraine lijkt bij ons van generatie op generatie doorgegeven te worden, zoals in andere families schulden, of huizen.
‘De genetische aanleg speelt zeker een rol. Er bestaan risicogenen, maar dat is geen verklaring,’ zegt een arts in de kliniek daarover. Twintig jaar geleden was mijn moeder hier overigens ook als patiënt.
Lange tijd werd migraine niet verklaard noch serieus genomen. Het werd afgedaan als ‘vrouwenziekte’ en hysterische aanstellerij. Tot in de jaren negentig wist men maar weinig over de neurobiologische oorzaken ervan, en misschien zijn er ook daarom nog steeds veel vooroordelen. In slechte mannengrappen wordt migraine nog altijd gebruikt als synoniem voor ontbrekende seks, en mannen die over migraine klagen staan bij hun collega’s algauw te boek als sullen.
In de loop der jaren heb ik veel oppervlakkige kennis over het onweer in mijn hoofd verzameld. Bij de introductielezing, die plaatsvindt in een salon met houten lambriseringen, leer ik nu dat het begrip stamt van het Griekse ‘hemikrania’, dat letterlijk ‘halve schedel’ betekent. En migraine is geen hysterische inbeelding, maar een uiterst complexe neurologische ziekte. Al is ze nog lang niet volledig onderzocht, de wetenschappers zijn het erover eens dat bepaalde neurotransmitters met de naam calcitonine gene-related peptide (afgekort CGRP) afgescheiden worden die de bloedvaten van het hersenvlies verwijden en een lokale ontsteking veroorzaken. De veroorzakers zijn talrijk, daarom is de ziekte moeilijk te behandelen, maar wel makkelijk te diagnosticeren. De symptomen zijn bij de meeste patiënten namelijk heel typisch: hoofdpijn, misselijkheid, overgevoeligheid voor lawaai, licht en geuren.
Meestal speelt migraine zich af in het verborgene omdat de mensen zich tijdens een aanval moeten terugtrekken op een rustige, donkere plek, zoals ik indertijd op mijn verjaardagsfeest, en als alles voorbij is, valt er aan hen nauwelijks meer iets te merken. Maar er zijn ook gelegenheden waarbij de migraine onaangenaam duidelijk zichtbaar wordt, bijvoorbeeld op reis.
Lange tijd werd migraine niet verklaard noch serieus genomen. Het werd afgedaan als ‘vrouwenziekte’ en hysterische aanstellerij
Langs de A95 is er een parkeerplaats die ik beter ken dan welke andere ook. Daar heb ik eens meerdere uren naar een groene vuilniscontainer zitten staren, terwijl ik af en toe kreunde, ademhalingsoefeningen deed en kniebuigingen maakte, omdat ik die tien kilometer naar huis tijdens een aanval gewoon niet meer haalde.
Met afschuw herinner ik me ook het vliegveld van Kingston op Jamaica, waar ik werd overvallen door een van de ergste migraineaanvallen tot dan toe, uitgerekend vlak voor de lange vlucht terug naar Duitsland. Een halve dag lang zat ik in de tropische hitte en dacht dat mijn schedel zou exploderen. De pijn was nauwelijks te verdragen, zodat ik op een bank in een hoekje luid zat te kreunen en mijn voorhoofd probeerde te verkoelen. Reggae, etensgeuren, bontgekleurde T-shirts – alles kwam heftiger en luider binnen dan het in werkelijkheid toch al was. Waarschijnlijk zag ik eruit als iemand die bijkomt van een slechte trip, terwijl ik alles gegeven zou hebben voor een effectieve drug tegen de migraine.
Gewone pijnstillers als Ibuprofen, paracetamol en aspirine helpen alleen bij lichte aanvallen, en bij sommige mensen werken ze helemaal niet. Als bijzonder nuttig hebben zich de zogenaamde triptanen bewezen, die meer kunnen dan de klassieke medicamenten. Bij een migraineaanval ontdoet het lichaam zich in één keer van zijn voorraad serotonine, een natuurlijke pijnremmer. De triptanen sluiten dan aan op die serotoninereceptoren en verzachten de pijn. ‘Triptanen zijn in hoge mate vrij van bijwerkingen, maar ze helpen niet iedereen,’ zegt hoofdarts Charly Gaul in zijn spreekkamer in de aanbouw van de kliniek. Hij is een man met een klein brilletje en fijnzinnige humor, bij wie je je snel op je gemak voelt. ‘In principe moet je triptanen niet meer dan tien dagen per maand innemen,’ zegt hij, ‘anders kunnen de tabletten weer een eigen vorm van hoofdpijn veroorzaken.’ Veel patiënten die in de kliniek in Königstein inchecken moeten daarom eerst een medicijnpauze in acht nemen. Maar lolly’s krijgen ze allemaal.
Ijslolly en pepermunt
’s Middags staat zuster Carmen op de eerste verdieping van de kliniek naast een grote koelkast en wacht tot ze mij een frottering kan toedienen. Als het aan haar ligt, moet ik dat nu tweemaal per dag doen: een ijslolly, dus bevroren water, in een yoghurtbeker uit het vriesvak nemen en daarmee voor het douchen uitvoerig mijn armen, benen, hals en nek inwrijven. Dat bevordert de doorbloeding en is goed voor het vegetatieve zenuwstelsel, zegt zuster Carmen. Een soortgelijke werking heeft de pepermuntstift, die ze me geeft om uit te proberen. Die zou verkoelend werken en met zijn etherische geur helpen tegen hoofdpijn.
Daarna legt ze me nog een veel hardere methode uit: een klein elektrisch apparaat dat Cefaly heet, dat ik voor het slapengaan met een pleister op mijn voorhoofd moet plakken om schokgolven door mijn schedel te laten jagen. Alsof ik nog niet genoeg pijn heb. Wie als ik meer dan drie migraineaanvallen per maand heeft, wordt aangeraden preventief te werk te gaan met zulke ontspanningstechnieken, maar ook met bètablokkers en substanties die voorgeschreven worden bij depressies of epilepsie. Relatief nieuw is de preventieve behandeling met antistoffen die de werking van de neurotransmitter CGRP beïnvloeden. Bij veel patiënten zouden ze tot een duidelijke vermindering van de migraine geleid hebben. Maar ook dat zijn geen wondermiddelen waarmee je definitief van migraine af komt, zegt Stefanie Förderreuther aan de telefoon. Zij is neuroloog aan de universiteitskliniek in München en vicepresident van de Duitse Migräne- und Kopfschmerzgesellschaft (DMKG). Een wondermiddel, dat was ook te mooi geweest om waar te zijn.
’s Avonds probeer ik het elektroapparaatje uit. Op migrainefora lees ik verschillende meningen over elektrostimulatie. Er is sprake van een ‘voorhoofdsband met een hersenscanner’ en van een ‘persluchthamercapsule’. Eerst merk ik helemaal niets, dan krijg ik het gevoel alsof een horde mieren over mijn hoofd marcheert. Het kriebelt, steekt en doet een beetje pijn. Na tien minuten wordt het kriebelen sterker, ik sluit mijn ogen. Stroomimpulsen jagen in de vorm van golven door mijn brein en ik heb het gevoel dat iemand mijn voorhoofd bewerkt met een slijpmachine. Dat moet de trigeminuszenuw, die door grote delen van de schedel loopt en vlak bij de bloedvaten in de hersenen ligt, zodanig stimuleren dat de zenuwen opnieuw geschakeld worden en het ontstaan van de pijn wordt afgeremd. Een vrijwillige hersenspoeling zogezegd. En dat zou goeddoen? We zullen zien. Of het apparaat de hoofdpijnen werkelijk vermindert, zal pas na een paar weken, of zelfs maanden, blijken, heeft zuster Carmen gezegd.
De volgende dag, mijn tweede, tref ik in de gangen van de kliniek alle mogelijke personages aan, van de jongeman met het afgetrainde lichaam die je voortdurend vertelt over zijn vermoeiende baan, via de supercorrecte perfectionist, die zijn behandelingsplan meebrengt in een geplastificeerde ordner en bij elke lezing meeschrijft, tot en met de licht gereserveerde oudere dame die in de psychologische groepssessies nauwelijks iets over zichzelf wil prijsgeven. Op de tafel in de gemeenschapsruimte staat een schotel met gedroogde bonen. Elk van de vier deelnemers moet er een handvol van nemen en voor elk positief moment van de dag een boon van de rechter in de linker broekzak overhevelen. Een oefening in oplettendheid die moet helpen om dagelijkse gebeurtenissen beter te aanvaarden, ook negatieve. Veel bonen blijven echter in de rechterbroekzak – typisch voor migrainelijders. Wij hebben de neiging om de slechte bonen te zoeken en de mooie over het hoofd te zien. En we eisen vooral graag te veel van onszelf. In het beroepsleven, in relaties en in onze vrije tijd. We stellen onszelf onbereikbare doelen, willen zo perfect mogelijk zijn en worden wanhopig als dat niet allemaal lukt.
Dan opent de psycholoog het kringgesprek: moet het absoluut de Matterhorn zijn, of is een klim naar een top in de Voor-Alpen ook wel genoeg? Leidt het echt tot een bankroet als je eens een opdracht laat lopen en een paar dagen vrij neemt? Steeds weer rustmomenten inplannen in het dagelijks leven is niet alleen voor migrainelijders belangrijk, maar is voor hen wel extra belangrijk. Ze hebben ontspanning nodig om overbelasting te voorkomen. Makkelijk gezegd, als je hoofd altijd maar doormaalt. ‘Migrainelijders hebben hun antennes overal,’ zegt psychotherapeute Anke Pielsticker. ‘Dat is een gave, maar het kan ook een last worden.’ Ze formuleert het positief: ‘Migrainepatiënten hebben een groot potentieel.’ Zoals Richard Wagner leden ook de componisten Gustav Mahler, Frédéric Chopin en Claude Debussy aan migraine. Salvador Dalí schilderde zijn smeltende horloges naar het schijnt tijdens een aanval van hoofdpijn. En het wazige flakkeren op Vincent van Goghs schilderij Sterrennacht doet denken aan de kleureffecten van een aura. Hoofdpijnpatiënt Franz Kafka beschreef nauwkeurig de ‘omhoogschietende pijn’ boven de neuswortel, de scherpe druk in de voorhoofdsrimpel en het gevoel alsof er ‘dunne plakken’ van zijn hersens werden afgesneden – een ‘foltering’. Voor de migrainelijder Friedrich Nietzsche was de pijn zelfs ‘een bevrijder van de geest’.
Zakdoekjes
Natuurlijk zijn niet alle migrainepatiënten zo idioot creatief als Van Gogh of Nietzsche. Tussen de getroffenen die ik in de migrainekliniek leer kennen zit althans geen wereldberoemde kunstenaar. Maar blijkbaar hebben migrainepatiënten innerlijk iets gemeen. ‘Hun hersenen functioneren anders,’ legt hoofdarts Charly Gaul mij uit in zijn spreekkamer. ‘Migrainelijders zijn oplettender en kunnen dingen slechter negeren.’ Dat ken ik maar al te goed: wanneer er tien mensen aan een tafel door elkaar praten of twee muziekstukken tegelijk te horen zijn omdat radio en tv allebei aan staan, houd ik dat nauwelijks uit. En in een ruimte waar een wekker tikt, kan ik niet slapen. Het kan een kwaliteit zijn om hypersensitief te zijn, maar het veroorzaakt ook problemen.
Toen ik voor mijn reis naar Königstein psychotherapeute Anke Pielsticker bezocht in haar praktijk, met uitzicht op de daken van de binnenstad van München, was het eerste wat mij opviel de grote verpakking papieren zakdoekjes op de tafel naast de sofa. In de sessies wordt veel gehuild. Patiënten die al jarenlang met migraine kampen zijn vaak aan het eind van hun Latijn. Wie meer dan drie, vier aanvallen per maand heeft en daardoor steeds weer meerdere dagen knockout is, heeft niet alleen te lijden onder de lichamelijke symptomen, de ziekte heeft ook psychische gevolgen. Veel van haar patiënten voelen zich terneergeslagen, zegt Pielsticker. Ze worden murw geslagen door de steeds terugkerende pijn en zijn bang dat ze de regie over hun dagelijks leven kwijtraken. Sommigen schamen zich voor de ziekte, zoeken de schuld bij zichzelf en verliezen zich in zelfmedelijden. Maar een samenhang tussen migraine en depressies of angststoornissen is niet aangetoond, volgens de psychotherapeute.
Met het weer is het net zo: hoogstwaarschijnlijk is er een samenhang, maar of er echt zoiets bestaat als weergevoeligheid is wetenschappelijk omstreden. Veel migrainepatiënten melden bijzonder sterke aanvallen bij omslagen in het weer. In het gebied van de Voor-Alpen geldt de föhn als een van de typische uitlokkers. ‘Er lijken inderdaad individueel ervaren weersomstandigheden te zijn die aanvallen kunnen uitlokken,’ zegt Stefanie Förderreuther aan de telefoon. Om uit te zoeken wat er waar is van dit fenomeen heeft Hochschüle Hof het project ‘Migraineradar’ in het leven geroepen, samen met de kliniek in Königstein, het ministerie van Onderwijs en het Deutsche Migräne- und Kopfschmerzgesellschaft. Migrainepatiënten kunnen middels een app vrijwillig data over hun hoofdpijn melden, die data worden met het weerbericht vergeleken. Het is overigens de vraag of zulke gegevens de betrokkenen verder helpen: ‘We kunnen het weer niet beïnvloeden, daarom speelt het therapeutisch ook geen rol,’ zegt Förderreuther.
Een paar veroorzakers van aanvallen zijn onontkoombaar, andere zijn te vermijden. Overgewicht en gebrek aan beweging bijvoorbeeld spelen aanvallen in de kaart. Ook bepaalde voedingsmiddelen worden steeds weer als triggers genoemd: rode wijn, chocolade, kaas, noten, nitraten, glutamaat en coffeïne bijvoorbeeld. Veel daarvan heb ik een tijdlang niet gebruikt, maar de grote verlossing bracht dat niet. Die dingen kunnen mogelijk aanvallen provoceren, maar volgens experts is onthouding daarvan niet per se doeltreffend. Niet wát migrainepatiënten eten schijnt van belang te zijn, maar vooral wanneer ze het eten.
Twintig jaar geleden nog, toen mijn moeder in de eetzaal van de Königsteiner kliniek zat, moesten patiënten volgens het principe van kuurarts Franz Xaver Mayr kadetjes met melk wegkauwen; tegenwoordig wordt volwaardige kost geserveerd, bijvoorbeeld groentesoufflé met wortel-selleriesalade, en wie wil krijgt zelfs een extra portie. Regelmaat is het belangrijkste principe. Om 12 uur precies begint de middagmaaltijd en om 17.30 uur precies de avondmaaltijd. De dag in de kliniek is duidelijk gestructureerd, maar in mijn hoofd begint het stilaan te gonzen. Een groot aantal veroorzakers, neurotransmitter-chaos in de hersenen, genetische factoren, het weer – hoe meer ik over migraine hoor, hoe verwarrender de ziekte me lijkt. En dan zijn er nog tientallen alternatieve geneesmethoden. Natuurgenezers bijvoorbeeld zweren bij moederkruid, bosbessenpuree, gemberpoeder en groot hoefblad. Esoterici proberen het met kwantumgenezing, helende edelstenen zoals magnesiet en labradoriet, klankschalen en walvisgezang, waarbij dat laatste bij mij eerder migraine uitlokt dan verzacht.
Een tijdlang ben ik naar Liang Zhang gegaan, die in München een praktijk heeft van traditionele Chinese geneeskunde. Hij zet in op een combinatie van drie dingen: frotteren, acupunctuur en infrarood licht. Dat moet onder andere helpen tegen rugpijn en depressies, en naar het schijnt ook tegen migraine. In de praktijk van dokter Zhang hingen overdadige dankbetuigingen van zijn patiënten aan de muur, het rook er altijd naar tijgerbalsem en desinfecteermiddel. Zhang was weliswaar heel vriendelijk, maar kon je behoorlijk pijn doen. Hij zette dan vacuümklokken van silicoon op mijn rug, zoog de lucht eruit, schakelde de infrarood lamp in en liet me een kwartier zo liggen. Aansluitend prikte hij nog naaldjes in mijn nek. Nadien zag ik er altijd uit alsof ik in de diepzee was aangevallen door een reuzeninktvis: mijn lichaam was bezaaid met ronde, lichtgezwollen bloeduitstortingen die eerst vuurrood werden, na een paar dagen naar blauw en ten slotte naar groen evolueerden. Helaas werd de hoofdpijn er niet minder door.
Neuroloog Stefanie Förderreuther is sceptisch ten aanzien van acupunctuur en frottering: studies hebben een zwak positief effect bij acupunctuur vastgesteld, zegt ze aan de telefoon. ‘Maar de data zijn voor mij niet zo overtuigend.’ Positief is in elk geval dat de patiënt daarbij veel aandacht en toewijding krijgt – dat alleen al kan verzachting bij migraine bewerkstelligen. Wrijving heeft geen enkel bewezen effect, evenmin als homeopathie, zegt de academische medicus. Ook piercings werden een tijdlang als alternatief middel tegen migraine gehypet, maar medisch gezien helpt het doorboren van wenkbrauwen en slapen niet. Dus is alles onzin, behalve injecties en tabletten? Zo is het ook weer niet.
Terwijl we nu kalmpjes door het park ‘walken’ wordt één ding me steeds duidelijker: chaos in het lichaam veroorzaakt chaos in het hoofd, en omgekeerd
Vier uur: we treffen elkaar voor de hoofdingang van de kliniek, waar het horroraffiche hangt. Op het programma staat nu nordic walking door het park, ondanks de motregen. Tenminste geen föhn. Fysiotherapeut Benjamin Schäfer prikt voorop met zijn stokken, gevolgd door ongeveer dertig patiënten. ‘Duursport werkt bijna net zo goed tegen migraine als medicijnen,’ zegt hij. ‘De fysiotherapeutische behandeling van triggerpunten geeft ook goede resultaten.’ Studies tonen inderdaad aan dat je door beweging je migraineaanvallen kunt reduceren – in het bijzonder door joggen, zwemmen, fietsen, of nordic walking dus. Waarschijnlijk heb ik dat de afgelopen tijd verwaarloosd, wat ook een reden kan zijn dat de migraine me onlangs zo vaak knockout heeft geslagen. In de maanden voor mijn kliniekbezoek had ik tot wel tien migrainedagen per maand. Terwijl we nu kalmpjes door het park ‘walken’ wordt één ding me steeds duidelijker: chaos in het lichaam veroorzaakt chaos in het hoofd, en omgekeerd. En het klinkt banaal maar voor een helder hoofd heb je ook een opgeruimde ziel nodig.
Als ik op de derde en laatste dag de deur naar mijn kamer dichttrek en weer te voet naar het station ga, ben ik uiterst gemotiveerd. Ik ben weliswaar niet van mijn migraine af, maar ik wil weer meer aan sport gaan doen en me mentaal een beetje ontspannen.
Gloeiende spijkers
Nu, een paar weken later, houd ik een pijnkalender bij, heb ik me aangemeld bij de migraineradar en elektrificeer ik elke avond voor het slapengaan mijn schedel met het apparaatje. De eerste resultaten zijn veelbelovend: ik heb daadwerkelijk minder aanvallen en ook niet meer zulke heftige.
Maar vooral mijn instelling is veranderd. Tot dusver dacht ik steeds dat ik tegen de migraine moest vechten, mijn tegenstander moest elimineren. Ik was echt woedend op hem, zoals zoveel geplaagden. ‘Er zijn patiënten die als vijfjarige kinderen koppig stampvoeten en zeggen: ik wil geen migraine!’ zei Charly Gaul in de kliniek tegen me. Maar zoals alle experts me verzekerd hebben, levert dat helemaal niks op, want geen medicament in de wereld kan de gevoeligheid voor migraine wegtoveren. Je kunt er alleen maar voor zorgen dat de aanvallen minder frequent en minder hevig worden, en de tegenstander in je hoofd niet meer als tegenstander zien. ‘De eerste stap is de acceptatie van de pijn,’ adviseerde Gaul mij.
Ik moet denken aan de man bij de ingang van de kliniek, aan de dertien gloeiende spijkers die ik nu moet accepteren. Oké. Au.
TEGEN DE PIJN
Tien tips van de MigräneLiga Deutschland
1. Vermijd regelmatige inname van pijnstillers langer dan tien dagen per maand om een chronische hoofdpijn door te veel medicijnen te voorkomen.
2. Registreer zorgvuldig wat uw aanval uitlokt. Belangrijk is dat u weet waarop u moet letten, of het nu gaat om bepaalde voedingsmiddelen, om ongunstige weersomstandigheden of om bepaalde omstandigheden in uw leven. Houd een migrainekalender bij.
3. Overdenk uw eetgewoontes. Vermijd elk teveel aan vet, zoetigheden, citrusvruchten, koffie, alcohol en nicotine. Zorg dat u regelmatig en gezond eet.
4. Ontspan u regelmatig – bijvoorbeeld met autogene training, yoga of muziek. Bouw in uw dagelijks leven genoeg lichamelijke beweging in, met sport en andere hobby’s.
5. Hoed u voor overmatig lawaai en te sterk licht.
6. Overdenk de hoge eisen die u aan uzelf en aan anderen stelt. Zet niet te hoog in en zie ook eens iets door de vingers.
7. Leer nee te zeggen. Probeer op die manier psychische belasting zoals zorgen, verantwoordelijkheid voor alles en stress te verminderen.
8. Preventieve medicamenten kunnen bij veelvuldige, langer aanhoudende migraineaanvallen, bij drie of meer aanvallen per maand, of bij langer aanhoudende auraverschijnselen uw levenskwaliteit aanzienlijk verbeteren. Spreek daarover met uw arts.
9. Let op de signalen van uw lichaam: probeer uit te vinden wat de pijn u wil zeggen.
10. Bedenk dat u niet alleen bent met uw ziekte. Sluit u aan bij een zelfhulpgroep of begin er zelf een. Geloof dat men u kan en zal helpen.
Hoewel Nigeria het rijkste land van Afrika is, gemeten naar het bruto binnenlands product, staat het op nummer vier van de lijst met het hoogste aantal vrouwen dat overlijdt bij de bevalling. Dat heeft te maken met Boko Haram, maar ook met een gebrekkige gezondheidszorg en traditionele kraamgewoontes. Stella Aneto wil daar iets aan wil doen.
In de kleine medische kliniek met witgeverfde muren in Banki, een van de grootste kampen voor intern ontheemden in het noordoosten van Nigeria, veroorlooft vroedvrouw Stella Aneto zich zo heel nu en dan tussen de bevallingen door een korte pauze om even op adem te komen. Voordat ze het enige kraambed van de kliniek schoonmaakt met desinfecterend middel, werpt ze een blik in het logboek van de kliniek. Er zijn twee vrouwen die zojuist een kind op de wereld hebben gezet en er zijn minstens drie vrouwen bij wie de bevalling net op gang is gekomen. Ze geeft een assistent opdracht extra spullen voor een spoedingreep klaar te zetten. Bij bevallingen kan er van alles en nog wat misgaan, al helemaal in een gebied waar veelvuldig sprake is van kindhuwelijken, ondervoeding en malaria, en waar het voor een vroedvrouw niet ongebruikelijk is een achttienjarige bij te staan bij de geboorte van haar vierde kind.
In een spartaanse kliniek zonder elektriciteit of stromend water, dik honderd kilometer van het dichtstbijzijnde ziekenhuis, is er een grote kans om in het kraambed te overlijden. Maar sinds Aneto een jaar geleden in de kliniek is begonnen, heeft ze nog niet één patiënt verloren. ‘Ik ben altijd bang voor complicaties,’ zegt ze. ‘Als er iets fout gaat, beschikken we niet over de juiste middelen om hulp te bieden.’ Aneto’s voornaamste doel is dan ook zorgen dat er niets fout gaat. En de enige manier om dat voor elkaar te krijgen, zegt ze, is door een goede voorbereiding. ‘Preventie komt hier neer op voorbereiding.’
1549 vs. 3
Nigeria is een riskante plek om te bevallen.
In Nigeria sterven jaarlijks zo’n 58 duizend moeders in het kraambed en 240 duizend baby’s overlijden binnen 28 dagen na de geboorte. Hoewel Nigeria het rijkste land van Afrika is, gemeten naar het bruto binnenlands product, staat het op nummer vier van de lijst met het hoogste aantal vrouwen dat overlijdt bij de bevalling. De situatie is het ergst in het noordoostelijke deel van het land. Hier, in de staat Borna, het epicentrum van het gebied dat al decennia wordt geteisterd door de islamitische opstand onder leiding van Boko Haram, sterven jaarlijks meer dan 6500 baby’s aan aandoeningen die voorkomen hadden kunnen worden – twee keer zoveel als in de rest van het land, volgens cijfers van de Nigeriaanse overheid. Jaarlijks overlijden er tussen de 3500 en 4500 vrouwen aan oorzaken die verband houden met de bevalling.
Nog voor de strijd oplaaide had deze chronisch ondervoede regio al te kampen met een hogere sterfte onder moeders en pasgeboren kinderen dan in de rest van het land, goeddeels als gevolg van een traditionele aanpak en een geschiedenis van politieke verwaarlozing. Toen Boko Haram zo rond 2012 terrein begon te winnen, ontvluchtte de helft van alle artsen de regio. Gezondheidscentra werden overvallen en geplunderd, waardoor met name zwangere tieners en vrouwen extra kwetsbaar waren. Met 1549 sterfgevallen op 100.000 levend geboren kinderen was de moedersterfte in het noordoosten bijna twee keer zo hoog als het landelijk gemiddelde van 814, volgens een onderzoek van de WHO. In Finland is het gemiddelde 3.
UNICEF schat dat er nog maar een handvol verloskundig-gynaecologen is achtergebleven in het gebied rondom Maiduguri, de hoofdstad van de staat Borno en tevens de grootste stad van het noordoosten. Maar volgens Pernille Ironside, de UNICEF-vertegenwoordiger in Nigeria, bevallen er jaarlijks 250.000 vrouwen in de regio. Afgaande op globale statistieken verwacht zij dat er zonder hulp bij zo’n 50.000 van die vrouwen tijdens de bevalling levensbedreigende complicaties kunnen optreden. ‘In de meerderheid van deze gevallen is het overlijden absoluut te voorkomen,’ zegt Ironside. ‘Geen enkele moeder, waar ook ter wereld, zou hoeven meemaken dat zij tijdens de bevalling haar kind verliest of zelf het leven laat.’
Deze getallen wijzen niet alleen op tragische tegenslag; het zijn ook sterke indicatoren van een gebrekkig nationaal gezondheidsstelsel. De kwestie speelde een belangrijke rol bij de presidentsverkiezingen, die uiteindelijk hebben plaatsgevonden op 23 februari. Voor Aisha Buhari, de vrouw van president Muhammadu die zich opnieuw verkiesbaar heeft gesteld, is het terugdringen van het aantal sterfgevallen bij de geboorte een prioriteit. ‘Als een land niet in staat is haar meest kwetsbare inwoners te beschermen tegen een dood die te voorkomen zou zijn geweest, zegt dat iets over de kracht van het systeem in bredere zin,’ aldus Sanjana Bhardwai, die zich namens UNICEF bezighoudt met de gezondheidssituatie in Nigeria. Nigeria probeert de situatie in het noordoosten te veranderen, met hulp van UNICEF.
Aneto
Aneto, een energieke dertigjarige met een bril met hoekige glazen en een stijlvol zwierige paardenstaart, is een van de vijftig vroedvrouwen die sinds september 2017 in dienst zijn genomen om in Borno aan de slag te gaan in de klinieken van de kampen voor intern ontheemden. De vroedvrouwen, meestal jonge vrouwen afkomstig uit heel Nigeria, werken in roulerende diensten: vier weken werken en dan een week vrij om naar huis te gaan. Aneto, die duizend kilometer verderop woont, in de staat Anambra, zegt dat ze meer tijd kwijt is met op en neer reizen dan ze thuis kan doorbrengen, maar dat ze het toch de moeite waard vindt omdat ze op deze manier de kans krijgt echt iets aan de situatie te veranderen.
Ook het salaris is aantrekkelijk. Dankzij steun van UNICEF verdienen de vroedvrouwen die aan dit programma meedoen bijna twee keer zoveel als vroedvrouwen in een staatsziekenhuis. En terecht ook. Veel van de kampen bevinden zich in actieve oorlogsgebieden en zijn alleen toegankelijk via de lucht. Aneto, die vóór dit interview nog nooit in een vliegtuig had gezeten, was als de dood toen ze vertelde dat ze zich per helikopter zou moeten verplaatsen. Inmiddels is het voor haar net zoiets als een busritje. Waar ze moeilijker aan kon wennen is het geweervuur dat haar geregeld uit haar slaap houdt.
Volgens de Verenigde Naties neemt Nigeria wereldwijd 19 procent van alle sterfgevallen in het kraambed voor zijn rekening, en bijna een tiende van de mondiale kindersterfte. Aneto vindt het pijnlijk om daarbij stil te staan, al die levens die verloren gaan, al helemaal omdat zij zich ervan bewust is dat met een beetje scholing en de juiste apparatuur, die percentages dichter in de buurt zouden kunnen komen van het Europese gemiddelde, dat met 16 sterfgevallen op 100.000 geboorten zo’n twee procent bedraagt van het Nigeriaanse percentage.
Het kan enkele dagen kosten om een militair konvooi naar een ziekenhuis in Maiduguri te regelen, zeker wanneer er zwaar wordt gevochten
Het leven in Banki zou makkelijker zijn als ze 3G op haar mobieltje zou hebben, zegt ze lachend, maar over het geheel genomen is er niet eens zulke heel geavanceerde technologie voor nodig om levens te redden. ‘We moeten gewoon zorgen dat vrouwen naar de kliniek komen, met enige regelmaat.’ Voor haar begint preventie met geregeld monitoren, zodat mogelijke problemen zich al in een vroeg stadium openbaren en kunnen worden opgelost voordat de vrouw in kwestie op de kraamtafel ligt. De aanbeveling van het Nigeriaanse ministerie van Gezondheid is om gedurende de zwangerschap vier keer een arts of verpleegkundige te bezoeken. In 2016 veranderde de WHO die aanbeveling van vier naar acht bezoekjes. Aneto wil haar patiënten minstens eens per maand zien en ze vindt het geen enkel punt als ze vaker komen. Zo kan ze zich ervan vergewissen dat ze hun malariapillen nemen en onder een klamboe slapen. Malaria is een van de belangrijkste oorzaken van vroeggeboorten, uterusrupturen en overmatig bloedverlies.
In een afgelegen gebied als Banki, of de tientallen andere kampen voor intern ontheemden waar UNICEF medische klinieken heeft opgezet, is het nog belangrijker om mogelijke problemen zo snel mogelijk op het spoor te komen, aldus dokter Saidu Hassan, een verloskundig-gynaecoloog verbonden aan het Maternal and Newborn Health program van UNICEF. Medische evacuaties zijn weliswaar mogelijk, maar het kan enkele dagen kosten om een militair konvooi naar een ziekenhuis in Maiduguri te regelen, zeker wanneer er zwaar wordt gevochten. Als duidelijk is dat een zwangere vrouw specialistische zorg nodig heeft, kunnen vroedvrouwen haar ruim voordat ze is uitgerekend doorsturen naar de hoofdstad om complicaties te voorkomen, zegt Hassan. Maar ‘als een vrouw een inwendige bloeding krijgt in Banki en een bloedtransfusie nodig heeft, tja, dan is de kans groot dat ze het niet haalt.’ Een geoefende vroedvrouw kan niet alleen de bevalling zo begeleiden dat er minder kans is op inwendige bloedingen, maar ook tijdens de bevalling mogelijke problemen voorzien en in een vroeg stadium ingrijpen.
Aneto is het bed nog aan het schoonmaken als Halima Musa, een vrouw van dertig, de verloskamer binnen komt strompelen, ondersteund door een paar medewerkers van de kliniek. Binnen enkele momenten klinkt het boze gehuil van een pasgeboren meisje – Musa’s zevende kind. Aneto is nog niet eens klaar met het wassen van het kind als Musa snel van de tafel moet om ruimte te maken voor Fanna Balama, een meisje van vijftien. Balama’s baby – haar eerste – komt al met haar hoofdje naar buiten en een andere vroedvrouw neemt het over. Aneto wist het zweet van haar voorhoofd en lacht. ‘Soms komen er zoveel vrouwen binnen dat het hier net de markt lijkt.’
De aansporing om niet thuis te bevallen maar naar de kliniek te komen, begint zijn vruchten af te werpen in het noordoosten. De Banki-kliniek heeft in 2018 maar liefst 1271 baby’s ter wereld geholpen zonder dat er ook maar een vrouw in het kraambed is gestorven. Maar in het kamp zijn wel vrouwen overleden die het kind thuis hebben gebaard. ‘Thuisbevallingen zijn hier een serieus probleem,’ zegt Kellu Dauda, een achtentwintigjarige vroedvrouw in een kliniek in Ngala, dat ook aan de grens met Kameroen ligt. ‘Als je in een kliniek bevalt, kunnen wij iets doen als er problemen zijn. Als een vrouw inscheurt, kunnen wij haar hechten. Als er een bloeding is, kunnen wij daar iets aan doen. Als je thuis bevalt kan er van alles misgaan.’
Zo’n tachtig procent van de vrouwen in het noordoosten van Nigeria bevalt nog altijd gewoon thuis, waar geen toegang is tot de voorzieningen die levensreddend kunnen zijn. Velen zijn afhankelijk van de hulp van traditionele bakers die het ongetwijfeld goed bedoelen maar die complicaties tijdens de geboorte soms alleen nog maar verergeren.
Insmeren met koeienmest
Vaak trekken ze de placenta naar buiten, waardoor de baarmoeder kan scheuren, in plaats van te wachten tot de placenta vanzelf naar buiten komt. Soms maken ongeschoolde bakers gebruik van vieze instrumenten om de navelstreng door te knippen waardoor de baby onbedoeld bloedvergiftiging krijgt of tetanus oploopt. De traditie om de navelstreng van het kindje in te smeren met koeienmest is ook niet erg bevorderlijk. Maar de traditionele bakers maken niet altijd traditionele fouten. Onlangs merkte Hassan dat sommige bakers hun klanten injecteren met oxycotine om de weeën op te wekken. Als dat middel verkeerd wordt toegediend kunnen de gevolgen fataal zijn.
UNICEF heeft besloten niet de strijd aan te binden met de traditionele bakers, maar ze naar de klinieken in de kampen te halen, waar ze werk kunnen krijgen als assistent of schoonmaker en ondertussen worden opgeleid. Ze krijgen een beloning als ze zwangere vrouwen overhalen om naar de kliniek te komen, en als die vrouwen dan terugkeren met een gezonde baby, behoudt de baker haar status van vertrouwde figuur binnen de gemeenschap.
De vroedvrouwen hebben alle hulp nodig die ze maar kunnen krijgen. Dauda houdt van haar werk, maar de omstandigheden zijn zwaar. In de kliniek in Ngala krijgt Dauda soms wel vijftig zwangere vrouw per dag binnen en ze kan elk moment worden opgeroepen voor een bevalling. Niets is zo mooi als helpen een kind op de wereld te zetten, zegt ze, maar aan de andere kant is niets zo erg als ’s nachts een vrouw moeten hechten met het licht van een mobieltje omdat er geen elektriciteit in de kliniek is.
Het Nigeriaanse ministerie van Gezondheid zegt er alles aan te doen om de situatie voor zwangere vrouwen te verbeteren, niet alleen in het noordoosten maar in heel Nigeria. Maar de nood is groot en de middelen zijn zeer beperkt in een land waar de verhouding tussen medisch hulpverleners en aantal inwoners tot de slechtsten ter wereld behoort. Nigeria heeft maar twintig artsen, verpleegkundigen en vroedvrouwen op tienduizend inwoners, minder dan de 23 die volgens de WHO noodzakelijk is om ‘een beduidend aantal zwangere vrouwen adequate hulp te bieden bij de geboorte.’ UNICEF is van plan om verspreid over het land vijfduizend vroedvrouwen op te leiden, maar voor Ironside ‘voelt dat soms als een druppel op een gloeiende plaat. Er gaapt zo’n enorme kloof als je kijkt naar de beschikbaarheid van medische dienstverlening in het algemeen; waar het feitelijk op neerkomt is dat de overheid veel meer moet investeren in gezondheidszorg en opleiding in het noordoosten, zodra de situatie weer veilig is.’
Ze zaten in dezelfde Whatsapp-groep, maar Dauda kende geen van beide geëxecuteerde vroedvrouwen persoonlijk
Los van dit alles is er de voortdurende dreiging van Boko Haram in het gebied. Op 1 maart 2018 zijn bij een aanval van opstandelingen in de nabijgelegen stad Rann elf mensen vermoord, onder wie twee hulpverleners en een UNICEF-arts. Er werden een verpleegster en twee vroedvrouwen van het Rode Kruis in gijzeling genomen. Toen er geen losgeld werd betaald hebben ze op 17 september een van de vroedvrouwen geëxecuteerd, en de ander een maand later. Op 6 december sloeg Boko Haram weer toe en legde de UNICEF-kliniek in Rann in de as. UNICEF heeft de aanvallen veroordeeld en opgeroepen om alle hulpverleners te beschermen.
Ze zaten in dezelfde Whatsapp-groep, maar Dauda kende geen van beide geëxecuteerde vroedvrouwen persoonlijk. Hoewel ze bang is en haar familie erop aandringt dat ze weer naar huis komt, is ze niet van plan om te vertrekken. ‘Als wij er niet meer zijn, hoe moet het dan met al die zwangerschappen? Hoe moet het dan met al die baby’s? Zonder onze hulp zijn ze nog slechter af dan met Boko Haram.’
Time (gestileerd als TIME, ook wel Time Magazine) werd in 1923 opgericht als een publicatie met ‘lichtere en spannender geschreven’ stukken. Inmiddels worden er ook edities in Europa, Azië en Canada gemaakt en is er een speciale uitgave voor kinderen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.