Voor een land dat elke dag een stap terug doet op het gebied van persvrijheid en vrijheid van meningsuiting, denk ik dat we het beter kunnen hebben over ‘personderdrukking’ in plaats van ‘persvrijheid’, schrijft de Koerdische journalist Mehmet Fırat Özgür, die in 2022 uit Turkije vluchtte en sinds een jaar in Nederland woont.
free press unlimited
360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.
RFG Magazine
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.
De architect van deze personderdrukking is de AKP, de Turkse politieke partij die ruim twintig jaar aan de macht is en erin slaagde om de media vorm te geven, in samenwerking met commerciële bedrijven. Maar sinds de kapitalistische kringen die zich verzetten tegen de AKP de macht hebben verloren, is er zelfs geen sprake meer van mainstream media als tegenmacht (die nochtans afhankelijk zijn van het kapitaal). Toen tv-zenders en kranten geleidelijk aan van eigenaar veranderden, werden mediawerkers rond 2018 geconfronteerd met een dilemma: ‘Omarm de AKP of ga weg’. Veel medewerkers van de reguliere media werken sindsdien voor tv-zenders, kranten of websites van de oppositie of andere politieke partijen. Ook deze mediaorganisaties hebben te maken met voortdurende online blokkades, opschorting van uitzendingen en arrestatie en detentie van hun werknemers.
Volgens het rapport 2023 van Verslaggevers zonder Grenzen zijn de vooruitzichten voor Turkije steeds verontrustender. In het rapport, waarin 180 landen worden geanalyseerd, stond Turkije in 2023 op de 165e plaats, 16 plaatsen lager dan in 2022. Turkije stond op de 99e plaats toen de AKP in 2002 aan de macht kwam. Hoewel de persvrijheid eerder als beter werd beschouwd, stonden veel kranten en tijdschriften van de oppositie, vooral de Koerdische pers, ook onder zware druk vóór de komst van de AKP en waren veel journalisten het slachtoffer van onopgeloste moorden.
Een beschrijving van de repressie die journalisten in slechts één jaar ervaren, zou van dit artikel een lang epistel maken. Ongeveer dertig journalisten worden momenteel gevangengehouden, in weerwil van hun recht op persvrijheid en vrijheid van meningsuiting. Bovendien wordt niet alleen hun rechtszekerheid, maar ook hun veiligheid bedreigd. Onlangs werd journalist Sinan Aygül geslagen en met de dood bedreigd vanwege een artikel dat hij had geschreven. De aanvallers, die voor de show werden vastgehouden, werden kort daarna weer vrijgelaten.
De huiszoekingen waren tevergeefs, want ik was niet thuis
Mijn huis werd in 2019 ook binnengevallen door de politie, onder het voorwendsel dat mijn antioorlogsuitspraken bestraft zouden worden. De huiszoekingen waren tevergeefs, want ik was niet thuis. Ze hadden echter een grote impact op mijn familieleden, die wel thuis waren, en leidden er zelfs toe dat mijn broer in het ziekenhuis werd opgenomen vanwege psychische klachten. In de periode daarna zorgden de druk en de bedreigingen ervoor dat ik het land in augustus 2022 verliet.
Ondanks deze verontrustende situatie gaan onafhankelijke mediaorganisaties en journalisten door met hun werk. Zoals Mezopotamya Agency, dat de stem blijft voor mensenrechten, tegen corruptie en voor de door het Koerdische volk gestelde eis van een gelijkwaardig leven. En er zijn onafhankelijke mediaorganisaties zoals T24, Medyascope en Bianet, die blijven publiceren in naam van het algemeen belang.
Mehmet Fırat Özgür werd in 1997 geboren in Bursa in Turkije. Hij studeerde af aan de Universiteit van Mersin, afdeling journalistiek. Hij begon aan zijn master, maar moest het land verlaten voor hij zijn studie had afgerond. Zijn artikelen zijn gepubliceerd in Evrensel, Yeni Yaşam, İleri Haber en Siyasi Haber.
Verschillende ngo’s hebben het willekeurige geweld van de politie in Sanandaj aan de kaak gesteld. Sanandaj, de hoofdstad van de Iraanse provincie Koerdistan, is het centrum van de protesten naar aanleiding van de dood op 16 september van een jonge vrouw van Koerdische afkomst, Mahsa Amini. Zij kwam om nadat ze in hechtenis was genomen wegens overtreding van de hoofddoekwet. Volgens ngo Iran Human Rights zijn er in Iran sindsdien minstens 185 mensen omgekomen door regeringsgeweld, bericht Reuters.
Volgens Amnesty International zijn er berichten dat veiligheidstroepen lukraak vuurwapens hadden gebruikt in Sanandaj. De Koerdische ngo Hengaw plaatste een video waarop de politie naar eigen zeggen op huizen schiet en een andere waarop schoten en geschreeuw te horen zijn. De organisatie meldde dat sinds zondag in de hele regio ten minste vijf burgers zijn gedood en vierhonderd anderen gewond zijn geraakt. Ze waarschuwde echter dat het dodental hoger zou kunnen zijn omdat de autoriteiten de lokale internet- en mobiele netwerken verstoren, bericht BBC. Hierdoor is het lastig om een beeld te krijgen van de situatie.
Op video’s is te zien hoe stakende arbeiders banden verbranden en de wegen blokkeren
‘Ondanks het gebruik van bruut geweld door de autoriteiten (…) zijn er tot dusver geen tekenen dat de protestbeweging ten einde loopt’, schrijft France 24. Volgens analisten vormen deze protesten een uitzonderlijke uitdaging voor de regering onder opperste leider Ayatollah Ali Khamenei, vanwege de duur en het veelzijdige karakter ervan, variërend van straatprotesten tot individuele daden van verzet.
In een nieuwe ontwikkeling op maandag breidden de protesten zich uit naar de olieraffinaderijen van Iran. Op video’s is te zien hoe stakende arbeiders banden verbranden en de wegen blokkeren voor de petrochemische fabriek van Asalouyeh in het zuidwesten. Men kon hen ook slogans horen roepen als ‘Dood aan de dictator’ en ‘Wees niet bang, we zijn allemaal samen!’, bericht het Franse medium. Soortgelijke acties werden gemeld in andere faciliteiten, waaronder Abadan in het westen.
Dit feministische ecodorp houdt stand als zelfstandige commune zonder centrale leidersfiguur, ondanks de aanhoudende spanningen door Turkse invallen in Syrië. ’We zijn bereid de hele gemeenschap tot onze laatste druppel bloed te verdedigen.’
‘Hoe oud denk je dat mijn moeder is? Kijk eens hoe mooi ze is,’ zegt Ciya, een energiek jongetje dat kleurrijke armbanden zit te weven op een bed in de hoek van een grote kamer.
‘Ik ben 28 en heb veel meegemaakt,’ zegt Zeynep, afkomstig uit Gewer in het noorden van Koerdistan. Ze schenkt thee uit een dampende zilveren pot. ‘Ik was net vijftien toen ik werd uitgehuwelijkt aan een man die twintig jaar ouder was dan ik en die me in huis opsloot om als zijn huishoudelijke hulp te dienen,’ zegt ze, terwijl ze een schaal met snoepjes op een kleed neerzet. ‘Ik wist niet eens hoe baby’s geboren werden, tot ik op een dag ontdekte dat ik zwanger was. Ciya werd geboren en ik had geen kleren voor hem, noch voor mezelf. Ik wist niet wat ik moest doen behalve mijn kind slaan – dat had ik tenslotte geleerd van de afranselingen die mijn man me gaf. Ik was zelf nog maar een kind.’
Even trekt een sluier van droefenis over het gezicht van Zeynep. ‘Toen ik naar Maxumur vluchtte, in het zuiden van Koerdistan, wilde ik zelfmoord plegen. Ik stond op het punt mijn kind af te staan voor adoptie, maar daar heb ik van afgezien, mede dankzij de steun van een paar vrienden die ik in die periode heb ontmoet,’ vertelt ze, terwijl ze liefdevol naar Ciya kijkt. ‘Hoe had ik een deel van mijn hart kunnen opgeven?’
‘Ik ga hier nooit meer weg. Elke vrouw verdient een tweede kans om gelukkig te zijn’
Op een gegeven moment hoorde Zeynep over Jinwar, een ecodorp in het noordoosten van Syrië, waar vrouwen en kinderen in vrijheid een gemeenschap vormen. Het woord jinwar betekent ‘land van vrouwen’ in het Kurmançi, het belangrijkste dialect van het Koerdisch, en is geïnspireerd op jineolojî: ‘de wetenschap van vrouwen’, die pleit voor een samenleving zonder patriarchaat en die wordt uitgedragen door onder meer de Koerdische leider Abdullah Öcalan.
‘Ik heb mezelf hier hervonden en ik zie mezelf niet langer door de ogen van een man die mij alleen maar kan minachten,’ vertelt Zeynep. ‘Ik weet dat ik op eigen benen kan staan en ik heb veel hobby’s, zoals tuinieren en naaien. Ik ga hier nooit meer weg. Elke vrouw verdient een tweede kans om gelukkig te zijn.’
Vrouwen aan het front
Boven Jinwar, in het noordoostelijke kanton Hasaka, is de hemel bedekt met een deken van sterren. Het gedonder van zware wapens en artillerievuur verbreekt de stilte van de nacht. Slechts een paar kilometer verderop, in de Syrische gebieden die sinds 2019 door Erdogan zijn bezet, worden de stad Tel Tamer en dorpen in de buurt van de rivier de Khabur langs de internationale snelweg M-4 dagelijks aangevallen door het Turkse leger en Syrische milities die banden hebben met Turkije.
Zilan Tal Tamr maakt deel uit van de YPJ, de Vrouwelijke Volksbeschermingseenheden, en is commandant van de militaire raad van Tel Tamer (onderdeel van de Syrische Democratische Strijdkrachten, een Koerdische militie). ‘De patriarchale context van de samenleving maakte het aanvankelijk moeilijk voor vrouwen om te strijden naast mannelijke collega’s,’ erkent ze. ‘Maar de gemeenschap heeft dat proces snel aanvaard, en nu zijn wij een van de belangrijkste onderdelen in de strijd tegen de bezetting. In het noordoosten van Syrië zijn we actief op alle maatschappelijke terreinen, niet alleen in het leger, en komen we op voor gendergelijkheid, een zaak die het hele revolutionaire proces ten goede komt.’
De omgeving van Tel Tamer wordt bewoond door Syriërs, Assyrische christenen (een van de eerste volkeren die zich in de eerste eeuw tot het christendom bekeerden), Koerden en Arabieren die werden afgeslacht tijdens de opmars van Islamitische Staat in 2015. Het front ligt op een paar kilometer van de heuvel die over de stad uitkijkt. Tussen de huizen is een kerk te zien. Het is de enige die nog overeind staat, zegt Nabil Warda, woordvoerder van de Assyrische militie Wachters van Khabur. ‘Wij hebben onderdak verleend aan vijftig gezinnen die uit dorpen zijn gevlucht die door de Turken werden aangevallen in een poging de Syrisch-Assyrische aanwezigheid in het gebied te elimineren. We zijn bereid de hele gemeenschap tot onze laatste druppel bloed te verdedigen.’
‘Velen van hen in dit deel van het Midden-Oosten gehoorzamen niet meer aan de bevelen van hun vader of oom’
Een koele avondbries strijkt over de korenvelden rond Jinwar. Vanuit een huis waar overal veelkleurige stoffen liggen te midden van naaimachines en textielrestjes, klinkt de luide stem van een vrouw. ‘Rustig aan met het pedaal! Zo ja, goed zo!’ zegt ze bemoedigend tegen een dorpsgenoot.
Amara, een jonge vrouw uit de buurt, herinnert zich hoe ze op 8 maart 2017 de eerste steen van het dorp legden. Jinwar ging een jaar later open, op 25 november, de Internationale dag voor de uitbanning van geweld tegen vrouwen. Volgens de traditie zijn de huizen van klei, zodat ze in de zomer koel blijven en in de winter warm. Met de hulp van de buren bouwden de nieuwe bewoners dertig huizen, vertelt ze. ‘Tien jaar geleden speelden vrouwen een sleutelrol in de revolutie. Sindsdien gehoorzamen velen van hen in dit deel van het Midden-Oosten niet meer aan de bevelen van hun vader of oom. Ze vragen een scheiding aan en gaan studeren. Ook zijn er Mala Jîne – vrouwenhuizen – geopend om kwesties inzake gendergelijkheid te bespreken.
Jinwar is bijna zelfvoorzienend: op de velden worden olijven en abrikozen geteeld, er wordt brood gebakken en er is een landbouwcoöperatie opgericht, laat Amara zien, terwijl ze langs de weg loopt die het groepje huizen verbindt met de school, de boerderij en de kliniek voor natuurgeneeskunde. Op de stoffige weg rijden drie jonge jongens op een goudkleurige fiets terwijl ze met elkaar aan het dollen zijn.
‘Nu ga ik niet meer naar Duitsland, want ik zou niet weten hoe ik Jinwar zou kunnen achterlaten’
Een vrouw die Jîyan heet, zit in de koelte van haar tuin en vertelt dat zij van Afrin (in het noordwesten van Syrië) naar Shahba (in het zuiden) is gereisd om zich bij de bevrijdingsbeweging aan te sluiten. ‘Daarna besloot ik naar Jinwar te gaan. Ik wachtte op documenten van mijn broer om naar Duitsland te kunnen en ik was niet gewend aan het dorpsleven.’ Ze begon de aromatische tuinen te verzorgen en nam de dorpswinkel over. Op een dag werd ze aan de Iraakse grens aangehouden. ‘Ik was op weg naar een jineolojî-bijeenkomst in Europa. Pas onlangs ben ik vrijgelaten,’ zegt ze. ‘Nu ga ik niet meer naar Duitsland, want ik zou niet weten hoe ik Jinwar zou kunnen achterlaten.’
In een ander gebouw is een theaterworkshop voor een toneelstuk over geweld door mannen. ‘Vrouwen hebben recht op vrijheid, maar in sommige gezinnen bestaat die niet! Als ze zich verenigen zijn vrouwen sterker dan mannen,’ reciteert een jonge vrouw voor een muur die is behangen met portretten van strijders die bij gevechten tegen Islamitische Staat en Turkije zijn gesneuveld.
Vrede en zusterschap
‘In mijn familie in Aleppo was er geen verschil tussen mij en mijn broers. Maar alles veranderde toen ik op mijn achttiende met mijn neef moest trouwen,’ vertelt de 32-jarige Rojida, die voor haar eigen veiligheid een andere naam gebruikt. In haar huis zet ze een dienblad met een Turkse koffiepot op de vloer tussen de sofa’s. ‘Trouwen is hier een soort van verplichting, maar in het huis van de familie van mijn man kwam het erop neer dat ik mijn vrijheid kwijt was. Ik deed het huishouden en mocht niet praten.’ Ze nipt aan haar koffie. ‘Ik wilde ervandoor gaan, maar toen werd mijn dochter geboren. Ik bleef en probeerde te scheiden. Dat wilde hij niet, dus uiteindelijk zijn we gevlucht en vonden we onderdak op een onderduikadres. Daarna zijn we naar Jinwar gekomen,’ zegt ze. ‘Ik volg Engelse les met mijn dochter. We zitten hier goed.’
Het is etenstijd. In het midden van een kleine kamer spreiden twee meisjes een tafelkleed uit en brengen borden vol dolma’s in vijgenbladeren. ‘In Jinwar leven we met Koerdische, Arabische en jezidi-vrouwen. De strijd van de Koerdische vrouwen, die de onderdrukking van hun zusters begrijpen, gaat over vrijheid voor alle vrouwen in de wereld. Daarom hopen we dat anderen het voorbeeld van Jinwar zullen volgen en vrouwen zullen helpen te ontkomen aan het geweld,’ aldus Amara.
‘Wij voeren hier een strijd die vergelijkbaar is met die van het Koerdische volk voor zijn vrijheid, die al ruim vijftig jaar duurt,’ zegt Rojda, gezeten naast Lucy, een klein hondje. ‘Als Jinwar het beginpunt is van waaruit steden van vrouwen kunnen ontstaan, dan kan het patriarchaat worden verslagen en kan het model worden uitgebreid naar andere plekken, zodat de aarde verandert in een planeet van vrede en zusterschap.’
Overtredingen kunnen worden bestraft met doodstraf
Het Iraakse parlement heeft donderdag een wet aangenomen die het normaliseren van de banden met Israël strafbaar stelt. Overtredingen van de wet kunnen worden bestraft met de doodstraf of levenslange gevangenisstraf, meldt Al Jazeera. Irak heeft Israël nooit erkend en Iraakse burgers en bedrijven kunnen Israël niet bezoeken; de twee naties hebben geen diplomatieke betrekkingen.
‘Het Iraakse parlement is niet in staat geweest om tot een akkoord te komen over enig ander onderwerp dan de wet die de banden met Israël verbiedt’, merkt het Qatarese medium op, ‘inclusief het kiezen van een nieuwe president en het vormen van een eigen regering, waardoor de politieke impasse in het land is blijven voortduren.’
‘De wet is ook van toepassing op buitenlanders die in het land werken’
De nieuwe wetgeving houdt ook risico’s in voor bedrijven die in Irak actief zijn en de wet overtreden. De wet is van toepassing op alle Irakezen, staats- en onafhankelijke instellingen, evenals buitenlanders die in het land werken, aldus een tekst die door het Iraqi News Agency werd verspreid.
De wet komt maanden nadat een controversiële conferentie werd gehouden in de autonome regio Koerdistan van Irak, waar werd gepleit voor normalisering van de banden met Israël. De conferentie vond plaats in september vorig jaar. Koerdistan volgde het voorbeeld van andere Arabische landen die de door de VS tot stand gebrachte Abraham-akkoorden over normalisering van de betrekkingen met Israël ondertekenden.
Bij de oprichting van Koma Weta was het in Turkije verboden om in het Koerdisch te zingen. Inmiddels heeft de legendarische band talrijke Turks-Koerdische rockers beïnvloed.
Jaren voordat het in de belangrijkste Koerdische regio’s mogelijk was, richtten vier jonge mannen in Tbilisi, de hoofdstad van de Georgische Sovjetrepubliek, ’s werelds eerste Koerdische rockband op. Koma Wetan (Groep Vaderland), geformeerd in 1973, bestond uit drie jezidische en één Armeense Koerd. Frontman Kerem Gerdenzeri, geboren en getogen in Tbilisi, behoort tot de kleine maar oude Koerdische gemeenschap in de Kaukasus. Zijn familie heeft wortels in de oostelijke, overwegend Koerdische provincie Van in buurland Turkije.
‘Koerdistan is het land van onze vaders en voorvaderen, het moederland en het vaderland van ons volk’, luidt de tekst van ‘Welate Me’ (Ons Vaderland). ‘Dit nummer is voor jou, Koerdistan, voor je bergen en je lentes. Dit is onze plek en ons thuis.’
Dergelijke openlijke sentimenten – ook nog eens gezongen in het Koerdisch – zouden ondenkbaar zijn in het naburige Turkije, waar de Koerdische taal tot in de vroege jaren negentig verboden was. In het Turkse parlement mag je nog altijd het woord ‘Koerdistan’ niet laten vallen. Maar in het multi-etnische, relaxtere Tbilisi van destijds mocht de rockgroep niet alleen optreden, maar kon ze zelfs rekenen op staatssteun. De stad, een van de centra van de Sovjetrock, organiseerde in 1980 het eerste officiële rockfestival van de Sovjet-Unie.
Overheidssteun
Een van de promotors van de band was de prominente Georgisch-Koerdische intellectueel en politicus Kerem Anqosi, een belangrijk pleitbezorger van de Koerdische cultuur in de Georgische Sovjetrepubliek, en meer dan vijfentwintig jaar verantwoordelijk voor de Koerdische programmering van de Georgische staatsradio. Dankzij Anqosi kreeg Koma Wetan overheidssteun waardoor de bandleden instrumenten konden kopen die ze zich anders nooit hadden kunnen veroorloven.
Koma Wetan slaagde erin formeel erkend te worden als ‘vocaal-instrumentaal ensemble’, de Sovjetterm voor pop-en rockbands die officiële goedkeuring genoten. ‘Dat waren door de staat gefinancierde dan wel erkende collectieven met een op de lokale muziekcultuur gebaseerd repertoire,’ vertelt de Georgische muziekcriticus Kakha Tolordava. ‘Ze mochten experimenteren met vorm, zij het binnen de grenzen van het aanvaardbare.’
‘We waren in heel de Sovjet-Unie en heel Koerdistan bekend’
Gezien de positie van Turkije als vijandige NAVO-lidstaat, grenzend aan de Kaukasus, is het misschien niet zo verwonderlijk dat de autoriteiten sentimenten tolereerden die in Ankara als separatistisch werden beschouwd. ‘Ik geloof niet dat de Sovjetstaat er in die tijd problemen mee had als er over Koerdistan werd gezongen,’ zegt Tolordava.
Koma Wetan verscheen meermaals op de lokale en nationale televisie. ‘We gaven veel concerten en werden vaak gevraagd voor festivals,’ aldus Gerdenzeri in een interview uit 2012. ‘We waren in heel de Sovjet-Unie en heel Koerdistan bekend.’
De groep nam de demo’s voor haar eerste en enige album, Baye Payizê (Herfstwind) op in 1979, hoewel het nog tot 1989 zou duren voor het werd uitgebracht. Het was een mix van klassieke rock, een vleugje psychedelica en Gerdenzeri’s teksten, geïnspireerd op het werk van iconische Koerdische dichters uit de Kaukasus.
‘Het was onvermijdelijk dat de Sovjet-Unie de bakermat van Koerdische rock zou worden,’ schreef antropoloog Özkan Öztaş in zijn boek Koerdische kunst in de Sovjet-Unie. ‘De mogelijkheid om met de beste, modernste apparatuur te werken en te profiteren van onderwijs in de moedertaal en muzikale scholing heeft bijgedragen aan het ontstaan van de eerste Koerdische rockmuziek in de geschiedenis.’
Maar het debuut van de band verscheen in een roerige tijd. ‘In 1989, het jaar waarin het album uitkwam, viel de Sovjet-Unie uiteen en werd de Koerdische stad Halabja door Saddam Hussein met gifgas bestookt,’ schreef Öztaş. Koma Wetan besloot de opbrengsten van het album aan de Koerdische slachtoffers te schenken.
De ineenstorting van de Sovjet-Unie bleek de doodsteek voor de band. ‘Door het wegvallen van de overheidssteun waaierden alle bandleden uit naar het buitenland, op zoek naar werk,’ vertelt Gerdenzeri. Hijzelf verhuisde naar Moskou.
‘Toen ik het voor het eerst luisterde voelde ik het tot in mijn botten’
Maar in Turkije, het land waar de grootste Koerdische gemeenschap woont, is de populariteit en de invloed van Koma Wetan nooit tanende geweest. De band heeft als inspiratiebron voor talloze Koerdische muzikanten gediend. In de jaren negentig werden de restricties tegen de Koerdische taal, literatuur en muziek versoepeld en toen Koma Wetan – in gewijzigde bezetting – bijeenkwam om hun formatie van twintig jaar eerder te vieren, deden ze dat met een concert in Istanboel, de stad met ‘s werelds grootste Koerdische populatie.
Tijdens dat concert deelde de rockband het podium met een andere historische groep: Ferec, de allereerste Koerdische heavymetalband, in 2004 opgericht in de oostelijke Turkse provincie Hakkari.
‘Koma Wetan was een van de belangrijkste bands voor ons,’ vertelt de frontman van Ferec, bekend onder de artiestennaam Reh. ‘Ze hebben de weg geplaveid voor veel Koerdische rockgroepen.’ Reh weet nog goed dat hij eind jaren negentig zijn eerste cassettebandje van Baye Payizê kocht. ‘Toen ik het voor het eerst luisterde voelde ik het tot in mijn botten. Ik heb het bandje grijsgedraaid. Hoe vaak je ook naar hun muziek luistert, je kunt er altijd je hart aan ophalen.’
Massoud Barzani, de president van de Koerdische Autonome Regio in Irak, stuurt aan op onafhankelijkheid via een referendum. Is de tijd daar rijp voor?
JA
Massoud Barzani, president van de Koerdische Autonome Regio in Irak, heeft zijn geduld met Bagdad verloren en een referendum over de onafhankelijkheid beloofd. De Koerden in Iraaks-Koerdistan zijn seculier en pro-Amerikaans. Gezien de bloedige geschiedenis van Irak is het onwaarschijnlijk dat de Koerden en Arabieren, sjiieten en soennieten, daar ooit samen een stabiel bestaan kunnen opbouwen.
Wat mij betreft mij stopte het Koerdische experiment in Irak in 2014, toen IS een bloedige campagne begon tegen de jezidi’s in Sinjar. Na de misdaden tegen deze religieuze Koerdische minderheid kon ik hooguit concluderen dat de Koerden elk bestuurssysteem hadden beproefd dat Irak bij elkaar zou kunnen houden: monarchie, republiek, dictatuur, autonomie en federalisme. De Iraakse regimes hebben de Koerden de afgelopen eeuw voortdurend aangevallen, zodat de Koerden zich maar zelden Irakezen voelen. Maar bovendien is Irak momenteel een mislukt en gefragmenteerd land. Als gevolg van de opkomst van sjiitische milities in het zuiden, de bezetting van het soennitische grondgebied door IS en het oprukken van de Koerden in het noorden reikt de macht van het Iraakse bewind nauwelijks verder dan de buitengrenzen van Bagdad.
Het komt erop aan dat Barzani’s referendum nog dit jaar gehouden wordt, vóór de nederlaag van IS en de Amerikaanse presidentsverkiezingen
De ineenstorting van Irak is niet aan de Koerden te wijten, maar aan de eeuwenoude sektarische haat tussen islamitische Arabieren. Deze vijandschap is rampzaliger dan de meningsverschillen tussen Iraakse Koerden en Arabieren over olie, grondgebied of overheidsinkomsten. Wel heeft het recente meningsverschil over de olie-inkomsten tussen de Koerdische regionale regering en Bagdad de kloof tussen de twee partijen verbreed. Doordat Bagdad de Koerdische regering de afgelopen twee jaar heeft afgeknepen, heeft de laatste geen geld meer voor de ambtenarensalarissen, de oorlog tegen IS en het opvangen van gevluchte Irakezen en Syriërs.
Het Westen draagt grote verantwoordelijkheid voor de problemen in Irak maar blijft desondanks pleiten voor handhaving van de status quo, en dus tegen Koerdische onafhankelijkheid. ‘Dit is Iraks laatste kans,’ zeggen westerse diplomaten vaak. Aan Barzani’s onafhankelijkheidsstrijd ligt een eeuwenlange Koerdische opstand tegen de Ottomanen, de Britten en de Irakezen ten grondslag. Hij erkent dat het verslaan van IS de politieke en militaire positie van Bagdad kan versterken. Bovendien zal de komende regering van de VS de tweedeling van Irak vermoedelijk niet steunen, uit vrees dat hetzelfde zal gebeuren in Turkije, Iran en Syrië.
Dus het komt erop aan dat Barzani’s referendum nog dit jaar gehouden wordt, vóór de nederlaag van IS en de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Een onafhankelijk Koerdistan zal de enige redding zijn voor de komende generatie Koerden.
Velen hebben zich afgevraagd wanneer Iraaks-Koerdistan zich eindelijk onafhankelijk zal verklaren. De huidige omstandigheden daarvoor lijken ongunstig: de oorlog met IS, lage olieprijzen en een bijna-bankroet hebben voor grote politieke en economische beroering gezorgd. Desondanks blijft Massoud Barzani, de president van de Koerdische Autonome Regio in Irak, aansturen op onafhankelijkheid via een referendum.
Hoewel deze onafhankelijkheid tegemoet zou komen aan het vurige nationalisme van de Iraakse Koerden, zou ze tot heel wat nieuwe problemen leiden, zoals twisten over grondgebied en olie-inkomsten. Ook zal Koerdistan zijn thuismarkt radicaal zien inkrimpen, van meer dan 35 miljoen tot 6 miljoen mensen. Koerdistan zou nog afhankelijker worden van zijn olie-inkomsten en de handel met Turkije.
De voortgang van de Turkse onderhandelingen met de PKK was bijzonder gunstig voor de Iraaks-Koerdistan. In september 2015 werden er meer dan 600.000 vaten ruwe olie per dag naar de Turkse stad Ceyhan gepompt. Maar nadat PKK-aanhangers zich hebben verschanst in stedelijke gebieden in Zuidoost-Turkije, is daaraan een einde gekomen.
Op 18 februari jongstleden werd de pijplijn tussen Kirkoek en Ceyhan gesaboteerd. De PKK ontkende iedere verantwoordelijkheid, maar Iraaks-Koerdistan en Turkije denken daar anders over. Met de aanval lijkt een oude PKK-tactiek nieuw leven te zijn ingeblazen. Het is de vraag hoe een onafhankelijk Koerdistan, dat voornamelijk zal zijn aangewezen op zijn olie-inkomsten, zich staande zal kunnen houden als de corridor voor die olie door heftige conflicten wordt geplaagd.
Iraaks-Koerdistan zou zijn vijandige houding tegenover de PKK moeten laten varen en zowel de PKK als Erdogan moeten aansporen om hun vredesonderhandelingen te hervatten
Het heeft er alle belang bij dat Turkije en de PKK weer om de tafel gaan zitten. Maar door alleen met de regering-Erdogan te onderhandelen heeft Iraaks-Koerdistan zijn speelruimte om een eind aan het geweld te maken alleen maar verkleind.
Iraaks-Koerdistan kan belangrijke stappen zetten om het conflict tussen Turkije en de PKK te helpen oplossen. Het gebied zou zijn vijandige houding tegenover de PKK moeten laten varen en zowel de PKK als Erdogan moeten aansporen om hun vredesonderhandelingen te hervatten. Ook zou Barzani weer hechtere banden moeten aanknopen met Bagdad. Maar in plaats daarvan blijft hij op onafhankelijkheid aandringen, wat hem verder in de armen van de Turkse regering drijft.
Het ironische is dat Barzani er al lang over fantaseert een vereerde leider te worden als zijn vader, Mullah Mustafa Barzani, de grondlegger van het Koerdische nationalisme. Hoe zou hij die heiligenstatus beter kunnen bereiken dan door het bevorderen van een historisch akkoord tussen Turkije, de PKK en zijn eigen Democratische Unie Partij, in plaats van overhaaste, onzalige onafhankelijkheidsdromen na te jagen?
Dov Friedman is expert op het gebied van Turkije en Koerdistan. Hij is de Amerikaanse directeur van Middle East Petroleum, een Brits-Turkse energiemaatschappij.
Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.