Tag: koopgedrag

  • In Zwitserland hebben de meeste mensen hun hele leven lang een huurwoning

    In Zwitserland hebben de meeste mensen hun hele leven lang een huurwoning

    In veel grote steden is een koophuis voor jonge mensen vaak buiten bereik, maar de Zwitserse huizenmarkt spant de kroon. ‘Als je in een Zwitserse stad wilt wonen, is huren op dit moment de enige optie.’

    In menig ander land zou Philip Skiba, een goedbetaalde analist in de financiële sector, niet aarzelen om een huis te kopen. Maar in de stad waar hij woont, aan de rand van Zürich, gaan zelfs de lelijke huizen, zoals hij ze zelf noemt, voor miljoenen over de toonbank. Vorig jaar stond een eenvoudig, beige gestuct huis in zijn buurt te koop. De prijs? 7,5 miljoen Zwitserse frank, omgerekend zo’n 7,8 miljoen euro.

    ‘Mijn eerste gedachte was dat het belachelijk was, bijna een belediging,’ zegt Skiba (41), die een huurappartement deelt met zijn vriendin. Toen het huis enkele weken later werd verkocht, werd hij geconfronteerd met de realiteit van het Zwitserse huiseigenaarschap. Een eengezinswoning kopen in de buurt van Zürich is niet zomaar een luxe. ‘Het is meer dan luxe,’ zegt Skiba. ‘Twee kinderen, een huis, een tuin, twee auto’s – ik ken niemand die dat heeft.’

    De 9 miljoen inwoners van Zwitserland behoren tot de rijkste mensen ter wereld – toch zijn de meesten van hen huurders. In toenemende mate worden zelfs stedelijke professionals uitgesloten van de vastgoedmarkt. De gemiddelde prijs voor een studio in Zürich is volgens onderzoeksbureau Wüest Partner meer dan een miljoen euro. Per vierkante meter is Zürich ongeveer 80 procent duurder dan Parijs.

    Terwijl veel jonge mensen op plekken als Californië en New York geen uitzicht op een koophuis hebben, biedt Zwitserland een glimp van een maatschappij waar huizenbezit nagenoeg onmogelijk is. Ongeveer 36 procent van de Zwitsers heeft een eigen huis of appartement, het laagste percentage in het Westen en ver onder het gemiddelde in de Europese Unie (70 procent) en in de Verenigde Staten (67 procent). Hoewel veel jonge Zwitsers de voordelen van een leven lang huren zeggen te zien – minder gedoe en minder verplichtingen – geven ze tegelijkertijd toe dat ze boos zijn dat ze geen keuze hebben.

    Ouderwets

    ‘Ik denk dat de meeste mensen in Zwitserland nog altijd dromen van een eengezinswoning en een tuin,’ zegt Andreas Weber (36), die in Zürich werkt. ‘Maar het is gewoon niet meer mogelijk.’ Weber is directeur van Corefinanz, een hypotheekmakelaardij, maar ook hij is huurder: hij woont in een appartement dat met de trein een halfuur van het centrum van Zürich verwijderd is. ‘Ik ben nog niet zover,’ zegt hij over het kopen van een eigen huis. De gemiddelde leeftijd waarop mensen in Zwitserland hun eerste huis kopen is achtenveertig jaar, vijftien jaar ouder dan in buurland Frankrijk.

    In de Verenigde Staten en veel andere landen wordt woningbezit aangemoedigd door de overheid, en over het algemeen wordt het beschouwd als een rite de passage [verandering in de sociale status]. In Zwitserland bestaat de grond voor 70 procent uit bergen. Al generaties lang is de hoeveelheid bebouwbare grond beperkt en het onroerend goed duur. Een leven lang huren wordt daarom niet gezien als een persoonlijke mislukking of een tekortkoming van het systeem.

    ‘Ik ken veel mensen die nooit zouden willen kopen,’ zegt Alice Hollenstein, een psycholoog die gespecialiseerd is in stedelijke kwesties. ‘Ze hechten gewoon geen waarde aan huiseigenaarschap. Ze vinden het ouderwets.’

    Er wordt ook minder over geoordeeld. Zwitserse huurders zeggen geen preken te krijgen over het belang van het opbouwen van vermogen. ‘De meerderheid huurt en er ligt geen stigma op,’ zegt Christian Hilber, een inwoner van de Noord-Zwitserse stad Basel die zich aan het specialiseren is in vastgoed aan de London School of Economics. ‘Mensen zeggen eerder: “Heb jij een koopwoning? Waarom?”’

    Zwitserland is sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog overwegend een huurland en in sommige opzichten is dat goed geweest. In 2008, toen de Verenigde Staten door onverantwoorde leningen en wanbetalingen in een crisis terechtkwamen, waren er nauwelijks gevolgen voor de Zwitserse economie. De Zwitserse financiële autoriteiten eisen dat leners grondig gescreend worden. Subprime leningen [tegen minder voordelige condities] voor debiteuren met een minder gunstige kredietgeschiedenis komen in het woordenboek niet voor.

    De 9 miljoen inwoners van Zwitserland behoren tot de rijkste mensen ter wereld – toch zijn de meesten van hen huurders

    Toch botst een voorkeur voor huren hier met een grimmige financiële realiteit: uit nationale onderzoeken blijkt dat Zwitserse huiseigenaren de afgelopen decennia beter af waren als het aankomt op welvaart. Het gemiddelde vermogen van een Zwitserse huiseigenaar in de dertig is zes keer hoger dan dat van een huurder van dezelfde leeftijd. En de welvaartskloof wordt alleen maar groter met de leeftijd. Zwitserse huiseigenaren in de zeventig zijn elf keer zo rijk als huurders van hun leeftijd, volgens een studie van Ursina Kuhn van de Zwitserse Stichting voor Onderzoek in Sociale Wetenschappen in Lausanne.

    Het addertje onder het gras is dat je alleen huiseigenaar kunt worden ‘als je genoeg rijkdom hebt om meer rijkdom te vergaren’, zoals Kuhn het uitdrukt.

    Martin Hoesli, een professor aan de Universiteit van Genève die al tientallen jaren huizenbezit in Zwitserland bestudeert, zegt dat huizenbezit op de lange termijn gunstig is, maar dat veel Zwitsers zich in eerste instantie niet eens een aanbetaling kunnen veroorloven. Die bedraagt wettelijk minimaal 20 procent van de aankoopprijs. Als je daar de 4 procent overdrachtskosten aan toevoegt, komt de minimale aanbetaling voor een gemiddeld geprijsd huis (volgens Wüest Partner momenteel 1,3 miljoen euro) uit op zo’n 314.000 euro.

    Dat is een ontmoedigend bedrag voor This Schälchli (37), die eigenaar is van een koffiehuisje op een druk kruispunt in Zürich. Schälchli serveert meer dan tweehonderd kopjes koffie per dag, vertelt hij, maar met de inkomsten kan hij nauwelijks zijn huur van 1900 frank (1975 euro) betalen. Hij heeft een appartement met één slaapkamer, dat hij deelt met zijn vriendin en hun baby.

    ‘Aan het einde van de maand is mijn geld op,’ zegt Schälchli over zijn persoonlijke financiën. Hij durft niet te dromen van een eigen huis. ‘De hoeveelheid geld die je in een mensenleven uitgeeft aan huur – het is echt krankzinnig,’ zegt hij. ‘Maar er is op dit moment geen voor de hand liggende oplossing voor mij. Mijn familie heeft geen geld. Ik denk dat ik de rest van mijn leven zal huren.’

    Behoorlijk saai

    Tot voor kort dacht Hollenstein, de psycholoog, er hetzelfde over, maar om andere redenen. Huren heeft voordelen in Zwitserland: verhuurders mogen de huur niet zonder reden verhogen (denk aan een rentestijging of renovatie). Huren stelt mensen in staat om in populairdere gebieden te wonen. Hollenstein (41) huurt een prachtig appartement in het hart van Zürich. ‘Je hoeft niet voor het gebouw te zorgen,’ zegt ze. ‘Als de verwarming het niet doet, hoef je alleen maar iemand te bellen. Het is niet je bezit.’

    Maar vier jaar geleden veranderde ze van gedachten toen zij en haar partner hun eerste kind kregen en zich realiseerden dat ze een meer permanent onderkomen wilden. Ten oosten van Zürich, op 25 minuten met de trein, vonden ze een huis van 140 vierkante meter voor 2,1 miljoen frank (zo’n 2,2 miljoen euro). Ze zijn van plan om het te betrekken als ze klaar zijn met de renovatie. Het huis, zegt Hollenstein, ‘is mooi – en behoorlijk saai’.

    Ze moet nog steeds bijkomen van het feit dat ze tientallen jaren aan spaargeld in één investering heeft gestoken. ‘Op het moment dat we het huis kochten, dacht ik: Ik ben mijn vrijheid kwijt. Ik vond het doodeng,’ zegt ze.

    Ze schaamde zich een beetje toen ze haar vrienden, van wie de meesten huurders zijn, vertelde dat het haar gelukt was om een huis te kopen. ‘Hun reactie was niet “Wow, geweldig!”’ zegt Hollenstein. ‘Het was meer van: “Echt waar?”’

    Veel Zwitsers die zich een huis kunnen veroorloven zijn daarbij wel afhankelijk van voortdurende herfinanciering. Zwitserland is het land van luxe horloges, chique chocolaatjes – en levenslange hypotheken. Het is niet ongewoon dat leners hun leningen verlengen tot aan hun dood, wat voordelig is omdat hypotheekrente fiscaal aftrekbaar is. Het levert de Zwitserse banksector bovendien veel werk op.

    Voor een toerist die door dit betoverende Alpenland rijdt, is het niet moeilijk te begrijpen waarom de huizenprijzen zo astronomisch zijn. De eeuwenoude stenen steegjes in steden als Bern en Zürich zijn levende musea – intact en onaangetast door wereldoorlogen. De skyline van Zürich bestaat uit hoge, met sneeuw bedekte bergen. Het meer dat de stad omringt is zo ongerept dat mensen soms direct vanaf de trottoirs en promenades het water in duiken.

    Toen Andreas Fuhrer (43), een deeltjesfysicus die werkzaam is bij een bank op het gebied van risicobeheer, besloot een huis te zoeken in Bern, besefte hij dat hij voor de aanbetaling zijn familie om hulp zou moeten vragen. Hij en zijn partner, Siwat Chuencharoen (37), een pianoleraar, gingen op zoek naar een plek waar Siwat kon oefenen zonder dat de buren er last van zouden hebben. Ze bezochten vijftien huizen en deden op vijf een bod. Maar dat werd steeds weer overtroffen.

    ‘Het is deprimerend,’ zegt Fuhrer. ‘Je loopt het huis binnen en zegt: “Dit is onze droom,” en dan krijg je het niet.’

    Tina Turner huurde in de buurt een chateau tot aan haar dood eerder dit jaar

    Toen ze een huis vonden dat ze wilden kopen, gingen ze er helemaal voor. Het huis was bijna 200 vierkante meter en bevond zich net buiten de stadsgrenzen van Bern, aan de overkant van de spoorweg. Het werd aangeboden voor 1,25 miljoen frank (1,3 miljoen euro), maar na verschillende biedrondes kocht het stel het voor 1,52 miljoen frank. Naast de aanbetaling van 300.000 frank (zo’n 312.000 euro), waarbij de familie hielp, financierden ze de aankoop met drie aparte leningen met een looptijd van acht, tien en twaalf jaar. De schuld is zo gestructureerd dat het grootste deel van wat ze terugbetalen rente is, en niet de hoofdsom. Ze zijn van plan om de lasten tientallen jaren te blijven betalen.

    ‘Een huis kopen in dit land is niet voor iedereen weggelegd,’ zegt Siwat, die in 2010 als muziekstudent vanuit Thailand naar Zwitserland verhuisde. ‘Ook al verdien je vrij goed en heb je een goed leven, alles is hier duur.’

    Voor Skiba, de analist uit de financiële sector, is een koophuis nog ver weg. Hij betaalt 6000 frank (ruim 6200 euro) per maand voor zijn appartement op een heuvel boven de Goudkust met herenhuizen aan een meer die gezegend zijn met avondzon. Tina Turner huurde in de buurt een chateau tot aan haar dood eerder dit jaar.

    In het kantoor van Skiba werken zo’n dertig mensen. De meesten van hen verdienen een jaarsalaris van minstens 100.000 frank, zegt hij, maar slechts twee van hen bezitten een eigen huis. Hij zou zich een huis op het platteland buiten Zürich kunnen veroorloven. Zestig kilometer verderop staan huizen die verkocht worden voor 1,5 miljoen. Maar hij wil niet zo ver van zijn kantoor en vrienden in de stad wonen. ‘Ik denk dat het bij mensen hoort om graag een huis te willen bezitten,’ zegt hij. ‘Maar als je in een Zwitserse stad wilt wonen, is huren op dit moment de enige optie.’

  • Duurzame mode bestaat niet

    Duurzame mode bestaat niet

    Iedere consument zou moeten weten dat er 7500 liter nodig is voor de productie van zijn spijkerbroek. En dat de kledingindustrie een van de vervuilendste industrieën ter wereld is. Niet de voetafdruk maar de prijs bepaalt nog altijd het dwangmatige koopgedrag van het winkelend publiek.

    Onderzoek wijst uit dat de kledingindustrie haar ecologische voetafdruk moet verkleinen. Een verplichting die een ingrijpende verandering vereist van de productie- en marketingmethodes van de branche, maar ook van ons consumptiegedrag.

    De cijfers over de CO2-afdruk van de mode-industrie zijn het gesprek van de dag op Instagram en TikTok. De sector is goed voor 10 procent van de mondiale uitstoot van broeikasgas. Het is waarschijnlijk een van de vervuilendste industrieën ter wereld, na de energie- en de voedingsmiddelensector. Iedere consument zou moeten weten hoeveel water er nodig is voor de productie van zijn spijkerbroek: 7500 liter. De stranden van Ghana zijn vervuild door tonnen gebruikte kleding, terwijl de Atacama-woestijn in Chili een treurige reputatie geniet als gigantische dumpplaats van tweedehandskleding, het niet-gerecyclede overschot van de 59.000 ton aan kledingstukken die jaarlijks in de haven van Iquique arriveert. Volgens een studie van de Verenigde Naties uit 2019 wordt er in de woestijn elke seconde een vuilniswagenlading textiel begraven of verbrand. 

    Volgens een studie van de Verenigde Naties uit 2019 wordt er in de woestijn elke seconde een vuilniswagenlading textiel begraven of verbrand

    Het woord ‘duurzaam’ ligt tegenwoordig op ieders lippen. De Franse start-up Circle Sportswear, in 2019 opgericht door Romain Trébuil, maakt zijn kleding van ‘gerecyclede of recyclebare materialen’, waaronder lyocell, een stof die gemaakt is van cellulose. ‘Het milieu zo min mogelijk belasten, dat is de plicht van onze generatie,’ zegt Adrien Garcia, oprichter van de modesite Réuni die gespecialiseerd is in pre-orderverkoop. En om hun clientèle te behouden die haar consumptie steeds meer wil vergroenen, beginnen ook de grootste kledingfabrikanten en -distributeurs op het gebied van ‘fast fashion’ zich aan te passen.

    De Amerikaanse jeansfabrikant Levi’s heeft sinds april 2021 een nieuwe slogan: ‘Buy better, wear longer’. ‘Wereldwijd is de kledingconsumptie de afgelopen vijftien jaar verdubbeld. Dat kunnen we helpen veranderen door te mikken op betere kwaliteit,’ aldus de fabrikant van de 501 in een reclamespot. ‘We hebben het nu voor het eerst openlijk over duurzaamheid. Maar daar is onze bedrijfscultuur al meer dan dertig jaar op gericht,’ verzekert Diana Dimitian, adjunct-directeur van Levi’s Zuid-Europa. Het Spaanse Inditex, het grootste kledingbedrijf ter wereld, nodigt zijn klanten uit om hun oude kleding voor recycling in te leveren bij een van zijn acht ketens, waaronder Zara. Het Zweedse H&M, ook een grote speler op de fastfashionmarkt, heeft eveneens bakken neergezet die bestemd zijn voor recycling. Geef ons uw oude spijkerbroek in ruil voor een tegoedbon, aldus de distributeur van goedkope kleding.

    En alle grote merken verzekeren dat ze hun toevlucht zullen nemen tot minder vervuilende materialen. Inditex belooft vanaf 2023 in al zijn Zara-winkels alleen nog maar duurzame katoen aan te bieden en vanaf 2025 alleen nog linnen of gerecyclede polyester. H&M zal tussen nu en 2030 volledig overstappen op duurzame materialen. Het Duits-Nederlandse C&A gebruikt al meer dan tien jaar biokatoen, om ‘ons milieu, de katoenproducenten en hun leefomgeving te beschermen’. Het Japanse Fast Retailing belooft aanpassingen op het gebied van zijn beroemde gewatteerde Uniqlo-jacks; in 2020 heeft het merk een voor 100 procent gerecycled jack gelanceerd. Het moederbedrijf garandeert dat zijn CO2-uitstoot in 2050 zal zijn teruggebracht tot nul, en dat in 2030 de helft van de kleding deels van gerecyclede vezels zal worden gemaakt.

    Taboeonderwerp

    Het meest luxe en modieuze segment blijft niet achter. Het LIFE-programma van de Franse groep LVMH (Louis Vuitton Moët Hennessy) richt zich met name op de strijd tegen klimaatverandering en belooft een groter beroep te zullen doen op de kringloopeconomie, terwijl Kering (met onder andere Balenciaga, Brioni, Gucci en Yves Saint Laurent) zegt zich ‘vooral op de aanvoerketen te concentreren’, omdat ‘het behoud van de biodiversiteit en het verkleinen van onze ecologische voetafdruk beginnen bij het “sourcen” van grondstoffen’.

    Toch gaan er steeds meer stemmen op, onder meer van Maxine Bédat van de Amerikaanse denktank New Standard Institute, die zeggen dat dit allemaal niet genoeg is. ‘Omdat duurzame mode geen kwestie van grondstoffen is,’ verduidelijkt Guillaume Declair, medeoprichter van het Franse merk Loom. ‘De hele sector geeft hoog op van de kringloopeconomie en het gebruik van milieuvriendelijke materialen. Maar als je ziet hoe weinig van alles wat er wordt verkocht gerecycled is, is kringloopmode geen oplossing. Er is een paradigmaverschuiving nodig, een andere manier van produceren,’ meent Elisabeth Laville, oprichter van het adviesbureau Utopies, dat bedrijven begeleidt bij de transitie naar een duurzame toekomst.

    Akkoord van Parijs

    Om zich te houden aan het Akkoord van Parijs van 2015, dat bepaalt dat de gemiddelde temperatuur van de planeet ten opzichte van het pre-industriële tijdperk met niet meer dan 2 graden mag stijgen, zou de kledingproductie tot 2050 met twee derde moeten worden teruggebracht. Maar welk merk is bereid om zijn productie en verkoop te verminderen? Om zich van zijn gematigde kant te laten zien? ‘De groei van het aantal verkochte producten blijft de norm,’ zegt Dimitri Caudrelier, algemeen directeur van adviesbureau Quantis; hij pleit ervoor ‘vraagtekens te zetten bij de businessmodellen van de industrie’. Volgens deze specialist op het gebied van de klimaatstrategie van bedrijven ‘is het onderwerp volume 
    nog altijd taboe in de bedrijfstak’.

    Dat blijkt wel uit het Fashion Pact dat in 2019 werd ondertekend op instigatie van de Franse president Emmanuel Macron, na de G7-top in Biarritz. Meer dan tweehonderd internationale merken zegden toe ‘hun gebruik van milieuvriendelijke materialen tot 2025 met 25 procent te verhogen, en hun gebruik van duurzame energie tot 2025 met 50 procent en tot 2025 met 100 procent’. De overige afspraken gaan over biodiversiteit en de bescherming van de oceanen ‘door beperking van de hoeveelheid plastic verpakkingsmateriaal’. Tot de ondertekenaars behoorde een aantal luxe merken, zoals Chanel, Saint Laurent en Gucci, maar ook merken voor een groter publiek, zoals Adidas, Decathlon, Mango en H&M.

    ‘Maar het Fashion Pact rept met geen woord van fast fashion,’ zegt Elisabeth Laville. ‘Die term komt niet eens in de tekst voor. Dit pact is hooguit een poging om de milieu-impact van fast fashion te beperken. Het lijkt wel of ze hun economische model willen bestendigen zonder er vraagtekens bij te zetten. Dat is ontoelaatbaar,’ zegt ze, verwijzend naar ‘de grote jongens die hun businessmodel niet willen loslaten, ook al is het achterhaald’. Oftewel de grootschalige productie in lage-lonenlanden en de permanente vernieuwing van hun winkelcollecties.

    Ook bij Quantis leeft ergernis. ‘Leidt het Fashion Pact tot een vermindering van de ecologische voetafdruk? Ja, dat is het voornaamste doel. Maar tot een volumeverlaging? Nee,’ zegt Dimitri Caudrelier geïrriteerd. Alma Dufour, woordvoerder van de Franse milieu- en mensenrechtenbeweging Amis de la Terre, noemt het Fashion Pact ‘de grootste grap van de sector. Wie kan geloven dat ze hun CO2-uitstoot zullen reduceren door het gebruik van meer biokatoen en meer ledlampen in hun winkels?’ 

    Prijs bepaalt

    Wat moet er dan gebeuren? De kleding-productie terugverhuizen naar Europa? ‘Door in Frankrijk te produceren in plaats van in China kunnen we de CO2-voetafdruk van de kledingindustrie halveren,’ stelt het Franse verbond van kledingproducenten. Op papier heeft ‘made in France’ alleen maar voordelen. Sommige Franse producenten hebben hun productie al terugverhuisd, in navolging van FashionCube, een groep kledingmerken van het Franse familiebedrijf Mulliez dat afgelopen februari een jeansfabriek heeft geopend in de buurt van de Noord-Franse stad Tourcoing.

    Maar veel Franse merken lopen tegen aanvoerproblemen op. ‘De nationale leveranciers van onze basismaterialen blijven in gebreke,’ zegt een vertegenwoordiger van een confectiebedrijf. Bovendien bieden niet alle sectoren van de kledingmarkt ruimte voor de extra kosten van productie in eigen land. Zo kosten de jeans van FashionCube in Tourcoing 60 euro, wat tweeënhalf keer zo duur is als de gemiddelde vrouwenjeans die in Frankrijk worden verkocht.

    Kunnen we nu zeggen dat de duurzame mode is aangepast aan de economische realiteit van de kledingmarkt? Want de keus van de consument wordt nog altijd bepaald door de prijs. Voor 41 procent van de Fransen is de prijs het eerste aankoopcriterium, terwijl maar 4 procent de voorkeur geeft aan het ecologische en ethische aspect. Tweedehandskleding, die vaak als een middel tegen milieukwalen wordt gezien, ontsnapt niet aan dit fenomeen: 70 procent van de Fransen koopt die om economische redenen.

    Dat is niet erg, volgens Elisabeth Laville, die voorspelt dat de prijs ‘geen obstakel zal zijn voor een duurzamer aankoopgedrag’. Als we haar mogen geloven, zou in de toekomst ‘om zowel economische als ecologische redenen’ kunnen worden gekozen voor een duurzamere modeconsumptie, zoals dat op vervoersgebied met autodelen gebeurt. Alles zou in dat geval afhangen van de mate waarin het consumptiegedrag kan worden aangepast.

    Overconsumptie

    Eenvoudig zal dat niet zijn. Want de goedkope mode heeft ons gedrag ingrijpend veranderd. De marketingmethodes van de fast fashion op sociale media zetten ertoe aan om te kopen zonder rekening te houden met je behoeften, dus tot overconsumptie. En de neurowetenschap heeft aangetoond hoezeer die methodes ons zelfbeeld strelen en onze dopamine, het hormoon van de onmiddellijke behoeftebevrediging, activeren. Onze hersenen ‘zijn een vijand van de planeet’, oppert neurowetenschapper Sébastien Bohler in zijn essay Le bug humain. 

    Er moet een remedie komen tegen ‘dwangmatig koopgedrag’, zegt Dimitri Caudrelier. En een manier om de consumenten te genezen van de boulimie die zich van hen meester kan maken wanneer ze de Primark binnenlopen, het Ierse merk dat ‘ongelooflijke mode voor ongelooflijke prijzen’ belooft, of wanneer ze op de Chinese site Shein klikken, het walhalla voor pubers.

    Diverse milieubewegingen beijveren zich ervoor de sector aan banden te leggen. Zo bepleit Greenpeace een verbod op reclame die schadelijk is voor het milieu ‘door het creëren van kunstmatige waarden, zoals het associëren van koop- en consumptiegedrag met zelfverwezenlijking en plezier’. Het collectief En Mode Climat, afkomstig uit de Franse kledingsector zelf, dringt ook aan op ‘bestraffing van strategieën die de consumptie sterk aanwakkeren’. Bijna vierhonderd Franse kledingbedrijven hebben zich aangesloten bij deze in 2021 opgerichte beweging, die ‘meer regulering’ eist en voorstelt de huidige Franse milieubijdrage van 6 cent per kledingstuk te verhogen tot 5 euro in 2025 voor de vervuilendste kledingmerken.

    Zijn dit allemaal zoete dromers in een gemondialiseerde sector? De Ellen MacArthur Foundation, opgericht door en vernoemd naar de voormalige Britse zeilster, pleit voor een andere weg, die van de persoonlijke kringloopeconomie: ze roept consumenten op te dragen wat ze in hun kast hebben hangen of liggen. Vaker en langer.