Tag: koopspijt

  • Waarom de Britten geen spijt hebben van de Brexit

    Waarom de Britten geen spijt hebben van de Brexit

    Tegenstanders van de Brexit voorspelden ‘koopspijt’ als Groot-Brittannië in een recessie zou belanden. Maar die bleef uit, schrijft Larry Elliott. En de meeste mensen gingen gewoon door met hun leven.

    We hebben het allemaal wel eens meegemaakt: het moment waarop je thuiskomt en beseft dat je die nieuwe trui helemaal niet wilde hebben en hem eigenlijk ook niet kon betalen. Dat heet koopspijt, en het was een idee dat de tegenstanders van een Brexit troost gaf toen ze probeerden bij te komen van de schok na het referendum over de Britse lidmaatschap van de Europese Unie in juni 2016.

    Wat de Brexit betreft betekende koopspijt dat mensen die vóór het vertrek uit de EU hadden gestemd daar snel spijt van zouden krijgen omdat de economie onmiddellijk in een diepe recessie zou geraken, zoals het ministerie van Financiën in de aanloop naar het referendum had voorspeld. Project Angst was eigenlijk Project Realiteit, werd gezegd, en het zou niet lang duren eer de voorstanders van Brexit zouden aandringen op een kans om zich alsnog te bedenken.

    Er waren ongetwijfeld mensen die, ondanks de onmiskenbare zwakke plekken in het Europese project, oprecht dachten dat er nooit iets goeds zou kunnen voortkomen uit een Brexit, en dat vooral de armen en kwetsbaren die vóór een vertrek hadden gestemd, het meest zouden lijden onder de onvermijdelijk geachte funeste gevolgen. Maar die koopspijt-theorie had een snobistische en hatelijke ondertoon, namelijk dat het plebs te stom was om te beseffen waar het vóór stemde.

    Geen armageddon

    Toch was de kans altijd klein dat er om die redenen een tweede referendum gehouden zou worden, en dat is ook niet gebeurd. We zijn nu anderhalf jaar verder en er zijn weinig tekenen te bespeuren van koopspijt. Dat komt gedeeltelijk doordat mensen om complexe redenen voor blijven of vertrekken stemden. Het referendum heeft nooit alleen om de economie gedraaid, en achteraf gezien was het een strategische blunder van de voorstanders van het lidmaatschap van de EU om het alleen te hebben over de consequenties van de uitslag voor het bruto binnenlands product en de huizenprijzen.

    Een andere reden waarom er geen koopspijt is ontstaan, is dat het land – of liever gezegd: dat deel van het land (verreweg het grootste) dat niet geobsedeerd is door de Brexit – gewoon is doorgegaan met wat het altijd deed. 
Er zijn Brexit-fanatici, er zijn anti-Brexit-fanatici, en daartussenin zijn 
er miljoenen mensen die in juni 2016 om een beslissing werd gevraagd, die beslissing hebben genomen, en nu verwachten dat de democratie weer zijn loop heeft. Ze denken niet meer aan de Brexit, net zoals ze tussen twee verkiezingen in ook niet aan de politiek denken.

    De koopspijt-strategie vereiste dat het Verenigd Koninkrijk in een recessie zou storten, maar daar is het land niet eens bij in de buurt gekomen. De economie was slap – vooral in vergelijking met die van andere grote, ontwikkelde landen – maar om koopspijt te genereren zou die sterk hebben moeten krimpen en hadden de werkloosheidscijfers omhoog moeten schieten. Met een equivalent van 2009 – toen de economie met meer dan 4 procent kromp – zou dat wellicht gebeurd zijn. Maar in plaats daarvan groeit de economie maar iets minder hard dan op de lange termijn was voorspeld en is de werkloosheid sinds 42 jaar niet meer zo laag geweest. Het uitblijven van een economisch armageddon heeft alleen het gebrek aan vertrouwen in deskundige voorspellers vergroot.

    © Christopher Furlong / Getty
    © Christopher Furlong / Getty

    De eerste helft van 2017 was na het referendum de meest hachelijke periode voor de economie. De inflatie steeg snel vanwege de devaluatie van het pond na de keus voor een Brexit, maar zelfs toen was de groei gemiddeld nog 0,3 procent per kwartaal. Sindsdien gaat het weer iets beter, en nu de factoren die inflatie in de hand werken minder actief zijn, blijft dat in 2018 waarschijnlijk zo doorgaan. De verwachtingen voor de mondiale economie zijn naar boven bijgesteld, en dat 
is een steun voor Britse exporteurs van productiegoederen en diensten. Het enthousiasme op de beurzen kan voor een deel doorgeprikt worden, maar we kunnen er zeker van zijn dat 2018 niet weer een 2009 zal worden. Het tij van de mondiale economie is rondom het tijdstip van het Brexit-referendum gekeerd, en die opleving zal nog wel even standhouden.

    Er zijn een paar redenen voor die veranderde stemming. Langdurige stimulering in de vorm van een ongekend lage rente en de vergroting van de geldvoorraad, die bekendstaat als ‘kwantitatieve verruiming’, is een van de factoren. Een andere is de verbeterde financiële positie van de banken.

    Een derde factor is het natuurlijke ritme van de conjunctuur, hetgeen betekent dat zelfs behoedzame bedrijven moeten gaan investeren omdat hun bestaande apparatuur het begeeft of verouderd is. Om al die redenen ontstond er weer een vechtersmentaliteit. Bedrijven die overeind waren gebleven tijdens de Grote Recessie zagen dat de dingen eerder beter dan slechter gingen. Ze waren het zat om te zeuren.

    Dat betekent niet dat de wereld als door een wonder veranderd is en dat alle problemen die ons de afgelopen tien jaar achtervolgden plotseling zijn verdwenen. Verre van dat. Die grote structurele problemen – het aangaan van te grote schulden om de consumptie te bevorderen, de tien jaar waarin de productiviteit niet is gegroeid, de toegenomen inkomensongelijkheid – 
zijn niet verdwenen en worden alleen maar verhuld door een krachtige, 
conjuncturele opleving. Een periode van solide groei schept een gunstiger klimaat waarin enkele van die zwakke punten kunnen worden verbeterd. Het staat nog te bezien of die kans wordt benut.

    Dat geldt vooral voor Groot-Brittannië, waar de bedroevende productiviteit hét grote probleem van de afgelopen tien jaar is geweest. Als de groei in productie per hoofd van de bevolking sinds 2008 was doorgegaan in de richting van vóór de recessie, dan zou de levensstandaard inmiddels met 20 procent zijn gestegen. Zelfs volgens de meest pessimistische voorspellingen voor de invloed van de Brexit op de lange termijn wordt niet verwacht dat die even kostbaar zal zijn.

    De verdedigers hebben er zo lang op gehamerd hoe vreselijk de Brexit zal uitpakken, dat ze vergeten zijn oplossingen te bedenken

    Dat brengt ons bij het laatste probleem van de koopspijt-theorie: de verdedigers hebben er zo lang op gehamerd hoe vreselijk de Brexit zal uitpakken, dat ze vergeten zijn oplossingen te bedenken om iets te doen aan de redenen waaróm mensen tegen het EU-lidmaatschap stemden: lage lonen, onzekerheid over hun baan, het gevoel dat er niet naar hen werd geluisterd. Voorstanders van het EU-lidmaatschap grepen zich vast aan elke flard negatief nieuws over de economie – hoe onbeduidend ook – in de hoop dat het tot een ommezwaai zou leiden. Maar ze waren niet in staat om met een plan te komen dat de structurele, economische problemen van Groot-Brittannië zou oplossen, problemen die er al voor 23 juni 2016 waren en die zullen blijven bestaan, of het resultaat van het referendum nu wel of niet alsnog zou worden verworpen.

    Het voortdurend blijven benadrukken van de negatieve gevolgen van de Brexit, zonder met oplossingen te komen voor het chronische tekort op de betalingsbalans van Groot-Brittannië, de noord-zuidkloof en het vertrouwen op de door schulden in stand gehouden groei, heeft de indruk gewekt dat sommige ‘blijvers’ een stevige recessie zouden verwelkomen omdat die de kiezers tot bezinning zou brengen.

    Maar die blijvers winnen er niets 
bij als ze het slechte economische nieuws overdrijven. Misschien zou het beter zijn als ze erop wijzen dat de eurozone in 2017 de verwachtingen van de mondiale economie nog overtrof, en dat Mario Draghi als president van de Europese Centrale Bank de aangeboren gebreken van de euro geweldig wist weg te moffelen. De economie van het Verenigd Koninkrijk zal het in 2018 beter doen dan werd verwacht. Dat zulks deels het resultaat is van een sterkere eurozone, is een van die tegenstrijdigheden van het leven.

    Auteur: Larry Elliott
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Larry Elliott is economieredacteur van The Guardian.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.